Gepubliceerd: 19 september 2017
Indiener(s): Stef Blok (minister zonder portefeuille binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties, minister justitie en veiligheid) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34775-VI-2.html
ID: 34775-VI-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

5

     

1

Leeswijzer

5

     

2

Beleidsagenda

7

 

2.1 Beleidsagenda 2018

7

 

2.2 Prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda

20

 

2.3 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

22

 

2.4 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

30

 

2.5 Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen

32

 

2.6 Overzicht van Risicoregelingen

34

     

3

Beleidsartikelen

36

 

31 Politie

36

 

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

41

 

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

49

 

34 Straffen en Beschermen

59

 

36 Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

71

 

37 Vreemdelingen

76

     

4

Niet-beleidsartikelen

84

 

91 Apparaat kerndepartement

84

 

92 Nominaal en onvoorzien

89

 

93 Geheim

90

     

5

Agentschappen

91

 

01 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

91

 

02 Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

100

 

03 Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

105

 

04 Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

111

 

05 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit en Screening (Dienst Justis)

116

     

6

Raad voor de rechtspraak

123

     

7

Wetgevingsprogramma

131

     

8

Bijlagen

141

 

I. Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

141

 

II. Verdiepingsbijlage

147

 

III. Moties en toezeggingen

156

 

IV. Subsidietoezicht

205

 

V. Evaluatie- en overig onderzoek

214

 

VI. Voortgangsonderzoek VenJ-Verandert

216

 

VII. Voortgang verbetermaatregelen bedrijfsvoering

225

 

Begroting Nationale Politie (losse bijlage)

 

DEEL A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor 2018 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2018. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2018.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde Begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Justitiële Uitvoeringsdienst, Toetsing, Integriteit, Screening (Justis) en Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voor jaar 2018 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

Wetsartikel 3

Met ingang van 2002 is het stelsel van de rechtspraak ingrijpend gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de rechtspraak, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en de invoering van het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk is geworden voor het eigen beheer. Op grond van de nieuwe bevoegdheidsverdeling is de Minister van Veiligheid en Justitie niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft de Minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid.

Met de vaststelling van dit wetsartikel wordt de positie van de Minister van Veiligheid en Justitie ten opzichte van de rechterlijke organisatie verduidelijkt. Dit betekent voorts dat in deel B naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak wordt opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2018 wordt gegeven.

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Deze leeswijzer gaat kort in op de hoofdonderdelen van de begroting.

Groeiparagraaf

Deze begroting is opgesteld op basis van de uitgangspunten van «Verantwoord Begroten». Dit geeft inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de Minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. Ten opzichte van de begrotingsindeling van het voorgaande begrotingsjaar heeft een wijziging zich voorgedaan op beleidsartikel 33. Artikelonderdeel 33.4 is toegevoegd voor de uitgaven ten behoeve van de vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17.

Hoofdstuk 2: Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt ingegaan op drie kernthema’s van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ). Dit zijn de prioriteiten voor de kabinetsperiode Rutte II. In de beleidsagenda is verder een cijfermatig overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsmatige mutaties, een overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, een overzicht met de meerjarige planning voor de beleidsdoorlichtingen en een overzicht van de risicoregelingen vallend onder dit ministerie. Ook vindt u hier, net als voorgaande jaren, de prestatie-indicatoren behorend bij de Veiligheidsagenda 2015–2018.

Hoofdstuk 3 en 4: Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

Met het Ministerie van Financiën is de afspraak gemaakt dat de apparaatsuitgaven van de Hoge Raad (HR), het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) niet in het centrale apparaatsartikel 91 maar apart in beleidsartikel 32 (HR), 33 (OM) en 34 (RvdK) worden opgenomen.

Hoofdstuk 5: Agentschapsparagrafen

De begrotingen van de agentschappen DJI en IND kennen een afwijkende lastencategorie, namelijk de post «(materiële) programmakosten». Onder deze post zijn met instemming van het Ministerie van Financiën de kosten opgenomen die samenhangen met de primaire taken van de beide agentschappen. Het betreft kosten die geen apparaatskosten zijn.

Hoofdstuk 6: Raad voor de rechtspraak

In het wetslichaam is een apart wetsartikel opgenomen voor de Raad voor de rechtspraak. In de Wet op de Rechterlijke Organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. Per 1 januari 2005 kent de Raad een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering en gelijktijdig is het baten-lastenstelsel ingevoerd. Door VenJ is gekozen voor een «bijdrage-constructie». Dit betekent dat op artikel 32 «Rechtspleging en rechtsbijstand» de bijdrage aan de Raad is opgenomen en de Raad voor de rechtspraak niet in de begrotingsstaat inzake agentschappen is opgenomen. Voor de Raad is in de begroting een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin de gevolgen van de verstrekte bijdrage op het gebied van de bedrijfsvoering.

Overzichtsconstructies

Het Ministerie van VenJ levert een bijdrage aan interdepartementale overzichtsconstructies Caribisch Nederland, Milieu en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). De coördinatie is voor de eerste twee overzichtsconstructies in handen van respectievelijk de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Infrastructuur en Milieu. De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van de HGIS.

Regeerakkoord

Bij verwijzingen naar «het Regeerakkoord» in deze begroting wordt verwezen naar het Regeerakkoord Rutte-Asscher (ook wel Rutte-II genoemd). Indien er verwezen wordt naar een ander regeerakkoord wordt dit expliciet vermeld.

2. DE BELEIDSAGENDA

2.1. Beleidsprioriteiten

INLEIDING

De criminaliteitscijfers dalen, maar het veiligheidsgevoel loopt daarmee niet altijd in de pas. De afgelopen jaren dalen de «klassieke» vormen van criminaliteit, maar de dreiging in de digitale wereld van beroepscriminelen en statelijke actoren neemt echter toe. Daarom wordt ook in 2018 geïnvesteerd om samen met private partijen de digitale veiligheid te versterken.

Dit soort intensieve vormen van samenwerking komt in de praktijk steeds vaker tot uitdrukking in de wijze waarop VenJ en partners, publiek én privaat, gezamenlijk de strijd aanbinden met maatschappelijke problemen. Deze werkwijze is bijvoorbeeld ingezet bij de aanpak van High Impact Crimes, zoals overvallen, woninginbraken, straatroven en expressief geweld. Ook bij vormen van ondermijnende criminaliteit, zoals drugscriminaliteit, mensenhandel en -smokkel, fraude en witwassen, blijkt een integrale aanpak, met tal van partners en vanuit meerdere invalshoeken (strafrechtelijk, bestuurlijk, fiscaal), vaak de sleutel tot succes. Op al deze terreinen gaan we die integrale aanpak in het komende begrotingsjaar dan ook met kracht voortzetten – en waar mogelijk intensiveren.

Ook waar het gaat om het tegengaan van extremisme en terrorisme is een brede benadering geboden. Terroristische aanslagen in de landen om ons heen hebben nog eens pijnlijk bevestigd dat ook Nederland alert moet blijven. Het elke vier maanden vernieuwde Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland blijft richtinggevend voor beleidsmatige en operationele keuzes van organisaties die een rol hebben in het voorkomen en bestrijden van terrorisme. De samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de nationale partners binnen het contraterrorismenetwerk, maar ook die in internationaal verband, gaan we in 2018 verder versterken. In internationaal verband speelt ook de uittreding van Verenigd Koninkrijk uit de EU. VenJ en zijn uitvoeringsorganisaties bereiden zich voor op de gevolgen daarvan.

Behalve aan een veiliger Nederland, blijft VenJ ook in 2018 verder werken aan versterking van de rechtsstaat. Een belangrijk onderdeel is de moderniseringsoperatie die de rechtspraak uitvoert – waarbij snelheid, toegankelijkheid, eenvoud en kwaliteit centraal staan. Ook de totstandkoming van een eigentijds en toegankelijk Wetboek van Strafvordering, dat beter aansluit bij de moderne, digitale samenleving vordert gestaag.

De invoering van nieuwe werkprocessen bij de partners in de uitvoeringsketen moet met ingang van 2018 leiden tot een snellere en juiste tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen. De Dienst Justitiële Inrichtingen heeft op dit moment te maken met een afgenomen behoefte aan celcapaciteit. Hierdoor is er sprake van een kwetsbaar evenwicht tussen leegstand, de personele bezetting en het waarborgen van de veiligheid. Besluitvorming over de te volgen koers in de sanctie-uitvoering, waarbij het belang van de regionale inbedding wordt meegewogen, is aan een volgend kabinet.1

Een kabinetsprioriteit in 2018 blijft het strafrechtelijk onderzoek naar en de berechting van de verdachten van het neerhalen van vlucht MH17. In juli 2017 hebben de JIT-landen gezamenlijk het besluit genomen dat de vervolging en berechting van MH17 verdachten in en door Nederland zal worden gedaan.2 Deze vervolging en berechting zal ingebed zijn in hechte en blijvende internationale samenwerking en politieke en financiële steun.

Via goede samenwerking in de vreemdelingenketen willen we komen tot een vlotte, efficiënte behandeling van asielaanvragen, zodat mensen eerder duidelijkheid krijgen. Wie mag blijven, kan dan sneller aan de slag met de integratieactiviteiten. En wie op oneigenlijke gronden asiel heeft aangevraagd, maakt niet langer gebruik van de opvang dan nodig. De inrichting van een flexibel opvangmodel dat beter is toegerust op fluctuaties wordt vervolgd in 2018.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie zelf is eveneens volop in verandering. Via het breed opgezette programma «VenJ Verandert» werkt het Ministerie ook in 2018 verder aan een open en transparante organisatie. Een organisatie die een betrouwbare partner is voor burger, bedrijfsleven, bestuur en de media. En die flexibel en doeltreffend kan opereren in een samenleving die voortdurend in beweging is.

Op de weg naar die vernieuwde organisatie hebben we de afgelopen periode al enkele belangrijke stappen gezet. Het begrotingsproces is versterkt. We investeren in kwaliteitsverbetering van de primaire processen van het departement door de maatschappelijke opgave centraal te stellen en meer gebruik te maken van de mogelijkheden van onder andere IT, zoals Big data en open data. Deze technieken worden dan mogelijk in de toekomst ingezet om bijvoorbeeld kindermisbruik beter te kunnen signaleren en voor risicoprofielen voor asiel- en verblijfsaanvragen.

De top van het Bestuursdepartement van VenJ en van de nationale politie, OM, DJI en IND werken nu nauwer met elkaar samen. Ons departement voert een nieuw, uniform en transparant Wob-beleid, volgens het criterium «ja, tenzij» en opereert actiever waar het gaat om het openbaar maken van informatie. Ook betrekken we in 2018 nog vaker beroepsgroepen, bedrijven en kennisinstellingen bij de maatschappelijke uitdagingen waar we als departement voor staan en bij het ontwikkelen van innovatieve oplossingen. Kortom, VenJ is volop in beweging om de ingezette koers door te zetten.

EEN GOED FUNCTIONERENDE RECHTSSTAAT

Recht is meer dan goede wetgeving. In een democratische rechtsstaat is een goed werkende juridische infrastructuur een onontbeerlijk fundament. In een samenleving die sneller wordt en waarbij de ervaringen van burgers in andere domeinen hun verwachtingen van de overheid opschroeven, past daarbij permanente ontwikkeling; de rechtsstaat is nimmer af.

Rechtspraak neemt hierbinnen een centrale plaats in. Onafhankelijke rechtspraak is één van de constitutionele waarden van de democratie, die bijdraagt aan de instandhouding van de rechtsstaat en het vertrouwen van de burger in het recht. Een belangrijk onderdeel is de moderniseringsoperatie die de rechtspraak uitvoert – waarbij snelheid, toegankelijkheid, begrijpelijkheid en kwaliteit centraal staan.

Digitalisering draagt daar aan bij. Digitale procesvoering krijgt in alle rechtsgebieden vorm. Voor het civiele recht en het bestuursrecht is in 2017 de eerste fase van de KEI-wetgeving in werking getreden. Die gefaseerde inwerkingtreding krijgt in 2018 en volgende jaren verder zijn beslag. Burgers kunnen dan op elk gewenst moment digitaal een rechtszaak starten, stukken indienen of de stand van zaken raadplegen. De kwaliteit van de rechtspraak wordt geborgd door de invoering van professionele standaarden, waarmee vorig jaar een begin is gemaakt. Het gaat daarbij om inhoudelijke normen voor de vakuitoefening door de rechter, zoals over de planning van een zitting, de behandeling van een zaak op de zitting en de uitspraak en de motivering daarvan. De standaarden geven de rechters en gerechten houvast in de beoordeling van de kwaliteit. Hiervoor is conform het in vorig jaar afgesloten prijsakkoord ook voor 2018 in extra middelen voorzien.

In internationale verdragen en de Grondwet is het recht op toegang tot de rechter verankerd. Voor de burger is de gang naar de rechter echter niet altijd de meest effectieve wijze om een (juridisch) probleem op te lossen. Zo kan de kwaliteit van een door partijen zelf met behulp van mediation gevonden oplossing hoger zijn dan die van een rechterlijk vonnis. Voor de samenleving als geheel komt de rechtshandhavende en rechtsvormende rol van de rechter goed uit de verf als hij zijn aandacht kan beperken tot zaken waarin dat effectief is. De versterking van de eerstelijns rechtsbijstand en voorprocedures en zijn voorbeelden van werkwijzen die kunnen bijdragen aan het vergroten van de maatschappelijk effectiviteit van de rechtspraak. De grote aantallen incassozaken en bewindvoeringszaken zouden wellicht op andere wijze kunnen worden afgedaan. Er is een wetgevingsprogramma civiele rechtspleging opgezet, dat erop inzet de rechtspleging sneller, transparanter en eenvoudiger te maken, met inachtneming van voldoende belang om betrokkenheid in rechte te rechtvaardigen. Met deze maatregelen en dit programma wordt de maatschappelijke effectiviteit van rechtspraak verder vergroot.

In de kabinetsreactie op het gepresenteerde rapport van de Commissie-Wolfsen zijn maatregelen gepresenteerd die het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand in de komende jaren beheersbaar en toekomstbestendig maken. Het benodigde wetstraject is op 16 februari 2017 gestart (wetsvoorstel in consultatie gebracht). De verwachting is dat het wetstraject in 2018 zal doorlopen. Inzet is inwerkingtreding van de nieuwe wet per 1 juli 2018. Daarnaast komt de commissie-Van der Meer, die de puntentoekenning per zaakscategorie in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand evalueert, naar verwachting in oktober 2017 met haar eindrapport. Naar aanleiding van dit rapport wordt een kabinetsreactie voorbereid.3

Per 1 januari treedt de Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen in werking. Vanaf die datum zullen de kosten van toezicht en tuchtrecht bij de beroepsgroepen in rekening worden gebracht en niet meer ten laste komen van algemene middelen.

In 2018 werken de ketenorganisaties samen verder aan betere prestaties van de strafrechtketen. Met de komst van het Bestuurlijk Ketenberaad ging de strafrechtketen een fase in waarin meer, beter en bestendiger wordt samengewerkt. In 2018 ligt het accent hierbij op verdere digitalisering en ontwikkeling van informatievoorziening in de keten en het versterken van de onderlinge informatie-uitwisseling. Om informatie te kunnen benutten, moet deze actueel en kwalitatief goed zijn. De afspraken uit het programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen over vorm, tijdigheid en kwaliteit van informatie-uitwisseling krijgen in 2018 vorm in nieuwe werkprocessen en de bijbehorende ICT om deze te ondersteunen.

In mei 2017 is een rapport verschenen waarin een aantal problemen benoemd is met betrekking tot de organisatie- en managementcultuur van het Nederlands Forensisch Instituut. VenJ ontwikkelt samen met de strafrechtelijke ketenpartners naar aanleiding van dit rapport een visie op de toekomst van het forensisch onderzoek. De visie heeft onder meer tot doel voldoende aanbod van kwalitatief hoogwaardig forensisch onderzoek te garanderen en de wijze waarop het NFI kan excelleren in het ontwikkelen van nieuwe forensische kennis en technieken, uit te werken. In 2018 wordt deze visie zo nodig verder ontwikkeld en start de implementatie.

Het WODC onderzoeksprogramma «Legal Logistics» beschikt over tal van databestanden die de kennis over doelmatigheid van de keten voeden. Om het verzamelen van data over de strafrechtketen makkelijker te maken, de kwaliteit van de data te vergroten en deze vervolgens éénduidig en transparant ter beschikking te stellen aan geïnteresseerden zoals wetenschappelijke instellingen en ketenorganisaties is de Data Alliantie in oprichting. De eerste resultaten van de Data Alliantie zullen vanaf 2018 zichtbaar zijn.

De bescherming van en omgang met persoonsgegevens heeft ook in 2018 volop aandacht. Per mei 2018 wordt de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing in Europa. De AVG harmoniseert de bescherming van persoonsgegevens en bevordert de interne markt door uniformering van de eisen aan verwerking van persoonsgegevens. Aan de verordening wordt uitvoering gegeven in een Uitvoeringswet, die in 2018 van kracht wordt. De Autoriteit persoonsgegevens wordt in verband met de nieuwe taken versterkt, VenJ verhoogt de bijdrage aan de Autoriteit persoonsgegevens met een bedrag dat oploopt tot € 7 miljoen structureel extra per jaar. Daarnaast moet in mei 2018 de Richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging zijn geïmplementeerd. Deze richtlijn geeft regels voor de verwerking van persoonsgegevens in de lidstaten ten behoeve van het opsporen en vervolgen van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van straffen. Implementatie vindt plaats door wijziging van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Tot slot moet in mei 2018 ook de Richtlijn passagiersgegevens (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit zijn geïmplementeerd. Nationale wetgeving ter implementatie van deze richtlijn wordt in 2018 van kracht. Voor de inrichting van de benodigde Passenger Information Unit (PIU) wordt een bedrag oplopend tot € 22 miljoen structureel beschikbaar gesteld.

De doelstellingen van de sanctie-uitvoering zijn vergelding, recidivevermindering en het tonen van consequenties van ernstig normoverschrijdend gedrag. Er worden per jaar ongeveer 100.000 vrijheidsbenemende en vrijheidsbeperkende sancties uitgevoerd. De sanctie-uitvoering zal door een aantal ontwikkelingen de komende jaren onder druk komen te staan: de fluctuaties in het aantal delinquenten en de vraag naar verschillende typen sancties, toegenomen complexiteit in problematiek van delinquenten en noodzaak tot aansluiting met andere instanties, met name lokaal bestuur en de zorgsector. Bovendien valt op dit moment nog 47% van de ex-gedetineerden binnen twee jaar na vrijlating in herhaling. Om adequaat in te kunnen spelen op bovenstaande ontwikkelingen, kan een andere positionering van de sanctie-uitvoering aangewezen zijn.

Een belangrijk onderdeel van de rechtsstaat is het bieden van genoegdoening aan slachtoffers en de samenleving als geheel. Leidend in 2018 zijn de prioriteiten uit de meerjarenagenda slachtofferbeleid uit 2016: de praktische uitvoering van nieuw verworven slachtofferrechten, betere bescherming van (kwetsbare) slachtoffers, het eenduidig en beter informeren van slachtoffers en herstel door erkenning van het aangedane leed. De zogeheten individuele beoordeling die voortkomt uit de EU-richtlijn minimumnormen slachtoffers wordt het komend jaar landelijk ingevoerd. Daarbij krijgen slachtoffers bescherming en ondersteuning op maat. De door Politie, OM en Slachtofferhulp Nederland ontwikkelde werkwijze zorgt voor een betere bescherming van slachtoffers. Dit wordt bewerkstelligd door bij ieder slachtoffer, vanaf het moment van melden bij de politie, te kijken naar kwetsbaarheid voor herhaald slachtofferschap en indien nodig beschermende maatregelen te nemen. Voorbeelden hiervan zijn het afschermen van adresgegevens of oplegging van een contact- of gebiedsverbod aan daders. De individuele beoordeling is een taakverzwaring voor de hierboven genoemde organisaties. Hiervoor zijn de hiervoor benodigde extra middelen (structureel € 7,8 miljoen) toegekend per 2018.

NEDERLAND VEILIGER

De criminaliteitscijfers dalen, maar het veiligheidsgevoel loopt daarmee niet altijd in de pas. Aanslagen in de ons omringende landen drukken een stempel en nieuwe fenomenen zoals ransomware confronteren ons met urgente uitdagingen.

Een veiliger Nederland begint met het voorkomen van criminaliteit. VenJ baseert zich hierbij op wetenschappelijke inzichten, zoals de kennis die door het WODC verzameld en verspreid is in het kader van het Nationaal Initiatief Hersenen & Cognitie, thema veiligheid. Deze kennis betreft biosociale, waaronder neurobiologische kenmerken van gedrag van mensen. Zowel ten aanzien van agressie en criminaliteit als ten aanzien van weerbaarheid. Deze kennis verspreiden we in de uitvoeringspraktijk, bij beleidsmakers en de magistratuur.

Wij vergroten samen met burgers en bedrijven de mogelijkheden voor hen om preventieve maatregelen te nemen. Ons streven is een samenleving waarin burgers niet alleen veiliger zijn maar zich ook veiliger voelen. Door burgers en bedrijven weerbaarder te maken tegen criminaliteit en hen bewust te maken van de mogelijkheden van preventieve maatregelen, dragen we niet alleen bij aan verdere getalsmatige daling van de criminaliteit, maar bevorderen we ook dat burgers zich veiliger gaan voelen en zich minder bedreigd voelen door criminaliteit. Een voorbeeld hiervan is de voorlichting aan ouderen over phishingmails, zodat zij zich bewust zijn van risico’s en zo weerbaar gemaakt worden tegen deze vorm van criminaliteit.

De samenleving verandert en het lijkt er op dat de toename in bijvoorbeeld dynamiek, complexiteit en onderlinge verwevenheid de maatschappelijke behoefte aan het voorkomen van intergiteitsschendingen doet toenemen. Met het screenen van personen en organisaties voorziet de Dienst Justis in deze groeiende behoefte en draagt ze bij aan het verminderen van integriteitsschendingen.

De politie heeft de prestaties taakuitvoering op peil gehouden en verbeterd, ondanks toenemende werkdruk als gevolg van onder meer terrorismedreiging. Zoals in de kabinetsreactie op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Effectiviteit Politie gemeld worden de aanbevelingen meegenomen in de verdere ontwikkeling van een meer flexibel ingerichte politieorganisatie. Het rapport van de commissie Evaluatie Politiewet 2012 wordt dit najaar aan de Minister aangeboden.4

Politie en OM versterken in 2018 de kwaliteit van opsporing en vervolging. In proeftuinen wordt zowel de functie als de organisatie van de opsporing en vervolging bezien. Zo wordt bijvoorbeeld beproefd of en hoe burgers een grotere rol kunnen krijgen en hoe ontwikkelingen als digitalisering en internationalisering opgevangen en benut kunnen worden.

In 2015 is op basis van een Gateway–review besloten tot een heroriëntatie op de plannen voor de vorming van de Landelijke Meldkamer Organisatie. Het einddoel blijft staan, maar is bijgesteld naar een realistischer aanpak, waaraan in 2018 verder uitvoering wordt gegeven. Belangrijkste punten in de nieuwe aanpak zijn het beleggen van de verantwoordelijkheid voor de samenvoegingen bij de veiligheidsregio’s, het pas in 2020 in beheer nemen van de meldkamers door de politie en de verantwoordelijkheid van de politie voor het bouwen van de nieuwe ICT/IV infrastructuur.

Bij het werken aan een veiliger Nederland is de Veiligheidsagenda 2015–2018 leidend. Hierbij gaat het om een geïntegreerde aanpak door de publieke en private veiligheidspartners van ondermijnende criminaliteit, cybercrime, fraude, kinderporno en high impact crimes. In 2018 zal in overleg met betrokken partijen, zoals alle gezagsdragers en de politie, de landelijke prioriteiten voor de politie en de Veiligheidsagenda 2019–2022 vaststellen.

Georganiseerde misdaad met ondermijnende effecten daarvan op de samenleving blijft een ernstige bedreiging in Nederland. De vorig jaar geïntensiveerde integrale aanpak van ondermijning heeft onmiskenbaar voordelen5 en zetten we in 2018 voort. De politie, het Openbaar Ministerie, de bijzondere opsporingsdiensten, gemeenten, de belastingdienst én het Rijk werken daarbij samen als één overheid. Het accent ligt op regionaal bepaalde prioriteiten, zoals de aanpak van de outlaw motorcycle gangs (OMG’s) en vrijplaatsen. Daarnaast pakken we de dreigingen aan die het Nationaal Dreigingsbeeld signaleert; drugscriminaliteit, witwassen/vastgoed, mensenhandel en -smokkel, fraude, wapens en kinderporno. Criminele samenwerkingsverbanden op deze terreinen bestrijden we door sleutelfiguren en facilitators aan te pakken, criminele bedrijfsprocessen te verstoren en crimineel vermogen af te nemen. Bij strafzaken met financieel gewin zetten we in op het afpakken van crimineel vermogen. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie. Daarbij werken we ook samen met andere landen, binnen en buiten Europa en het Caribische deel van het Koninkrijk.

De wereldwijde ransomware aanval WannaCry in mei 2017 toont aan dat de bestrijding van cybercrime ook hoog op de agenda dient te blijven. Ransomware krijgt dan ook in 2018 extra aandacht. Het streefaantal cybercrime onderzoeken zoals in de veiligheidsagenda vermeld is voor 2018: 50 complexe zaken en 310 reguliere zaken. Met de werving van nieuw personeel versterkt de politie de capaciteit op landelijk en regionaal niveau. Vanwege het grensoverschrijdende karakter van cybercrime wordt in 2018 gewerkt aan betere directe internationale samenwerking met internet service providers en aan herziening van het internationale kader voor juridische maatregelen in cyberspace.

Ook de wetten die een betere bestrijding van cybercrime mogelijk maken, gaan een belangrijk jaar in. Op nationaal niveau is de Wet Computercriminaliteit III in behandeling bij de Eerste Kamer. Hierin wordt onder meer de bevoegdheid geregeld tot binnendringen van «een geautomatiseerd werk» om specifieke onderzoekshandelingen te verrichten.

Initiatieven als betere directe internationale samenwerking met internet service providers en het stroomlijnen van rechtshulpprocedures worden uitgewerkt in het verlengde van de besluitvorming in de JBZ raad. Ook wordt in het verband van de het cybercrimeverdrag van de Raad van Europa en op basis van besluitvorming in de JBZ raad gewerkt aan herziening van het internationale kader voor jurisdictie in cyberspace. Hiermee moet het mogelijk worden sneller en effectiever grensoverschrijdend op te treden tegen een bij uitstek internationaal fenomeen als cyber crime.

Het voorkómen en bestrijden van fraude is ook in 2018 een belangrijk aandachtspunt. Een goede manier om de aanpak van fraude te versterken is het delen van gegevens tussen overheidsorganisaties en met private partijen voor zover zij een publiekrechtelijke taak uitoefenen. Het kabinet werkt hiertoe aan een kaderwet voor de gegevensuitwisseling die wettelijke belemmeringen moet wegnemen voor uitwisseling van informatie. Zo kunnen betrokken tot de meest effectieve interventie komen, binnen de grenzen van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De versterking van de aanpak van fraude tegen burgers en bedrijven (zogenaamde «horizontale fraude») wordt in 2018 voortgezet. Kern van die aanpak is de preventie van fraude door het vergroten van de weerbaarheid en bewustwording van mogelijke slachtoffers en het opwerpen van barrières die het plegen van bepaalde vormen van fraude lastiger of zelfs onmogelijk maken zoals het blokkeren van bankrekeningen en het offline halen van websites. Ook hier is publiek-private samenwerking van essentieel belang. Publieke en private partners hebben hiertoe onder andere afspraken gemaakt binnen het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) en daar waar aan de orde in andere publiek-private samenwerkingsverbanden voor wat betreft specifieke thema’s zoals internet fraude en verzekeringsfraude. De hoge prioriteit van dit kabinet voor de fraudebestrijding vertaalt zich ook in een stijging van het aantal strafzaken horizontale fraude: in de Veiligheidsagenda 2015–2018 is de afspraak opgenomen dat de regionale eenheden van de politie in 2018, 2300 verdachten van fraudezaken bij het OM zullen aanleveren, 400 meer dan in 2017.

Fraudebestendigheid van wet- en regelgeving is een belangrijk onderdeel van de rijksbrede fraude aanpak. Ook in 2018 wordt nieuwe en bestaande wet- en regelgeving getoetst op fraude- bestendigheid, door met behulp van kennis van uitvoerders, toezichthouders en handhavers frauderisico’s te ontdekken en weg te nemen.

De probleemgerichte ketenaanpak van overvallen, straatroven, woning in- braken en geweldsdelicten blijkt succesvol. Ook in 2018 zetten we deze aanpak van High Impact Crimes (HIC) door. Hierbij ligt de nadruk op het verhogen van het ophelderingspercentage, het afpakken van crimineel vermogen, een zorgvuldige bejegening van het slachtoffer en het maken van heldere afspraken op lokaal niveau over de beste lokale aanpak. Voor de HIC-aanpak en onderliggende maatregelen investeert VenJ tot en met 2021 jaarlijks ruim € 7,5 miljoen. In 2018 wordt technopreventie op smartphones, tablets en laptop maar ook buurtpreventie actief gestimuleerd. Campagnes zoals «Maak het inbrekers niet te makkelijk» en «boefproof» spelen hierin een belangrijke rol. Daarnaast blijven we investeren in de aanpak van (vrijkomende) HIC-plegers, zodat recidive wordt teruggedrongen. Al deze maatregelen zijn onderdeel van het Actieprogramma overvallen 2.0 van de Taskforce Overvallen. Door actieve betrokkenheid van burgers te stimuleren, zal de heterdaadkracht van de politie toenemen.

De verkeershandhaving draagt bij aan de verkeersveiligheid in Nederland. In 2018 wordt opvolging gegeven aan het interdepartementaal beleidsonderzoek Verkeershandhaving. Een passende strafoplegging bij ernstige verkeersdelicten is van groot belang, de randvoorwaarden daarvoor hebben onze prioriteit. Ook een effectief en efficiënt boetestelsel vormt een prioriteit voor 2018. Daarbij worden de resultaten van onderzoek naar de bijdrage van de verkeershandhaving aan de verkeersveiligheid betrokken.

De bestrijding van kinderporno blijft zich richten op de aanpak van vervaardigers en verspreiders. Het aantal interventies zal getrapt stijgen naar 700 in 2018, waarbij de focus ligt op de meer complexe zaken. Ook blijft het accent liggen op het ontzetten van slachtoffers van misbruik. Recidivisten, daders opererend in besloten netwerken en daders in risicovolle beroepen en posities pakken we gericht aan.

We doen al het mogelijke om mensenhandel en gedwongen arbeid te voorkomen en op te sporen.

In 2017 is er al 1 miljoen extra geïnvesteerd in de aanpak van mensenhandel. Vanaf 2018 wordt structureel 2 miljoen extra vrijgemaakt. Met deze extra middelen worden verschillende concrete maatregelen getroffen om tot een effectievere aanpak van mensenhandel te komen en méér en kwalitatief betere mensenhandelzaken op sporen en te vervolgen. Zo worden bijvoorbeeld alle eerstelijns politiemedewerkers getraind in het herkennen van signalen van mensenhandel en worden méér rechercheurs opgeleid tot gecertificeerd mensenhandel-rechercheur. Binnen de Taskforce Mensenhandel wordt voortdurend ingezet op een brede integrale aanpak. De Taskforce Mensenhandel is in 2017 met een vierde termijn verlengd tot 2020, en richt zich in deze periode op actuele ontwikkelingen zoals de uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit, en het snijvlak tussen mensenhandel en mensensmokkel.

Een veilige en rechtvaardige samenleving vereist oog voor kwetsbare groepen en bescherming voor diegenen die onvoldoende in staat zijn om voor zichzelf op te komen. Daarmee wordt de cohesie binnen de samenleving vergroot, wordt perspectief geboden aan de kwetsbare personen en wordt voorkomen dat zij verslaafd raken, overlast gevend gedrag gaan vertonen en in de criminaliteit belanden. Steeds geldt daarbij dat de eigen kracht van deze kwetsbare groepen het uitgangspunt is en het ingrijpen door justitie zoveel als mogelijk gericht is op het versterken van het probleemoplossend vermogen van deze personen en hun sociale omgeving. Het ingrijpen vindt plaats in de lokale samenleving – in een gezin, in een buurt en in een gemeente. Zorg en veiligheid – justitie en het sociaal domein – grijpt daarbij in elkaar en werkt samen. In 2018 wordt daarom ingezet op een nauwere samenwerking tussen zorg en veiligheid. Een voorbeeld hiervan zijn de City Deals die zijn gesloten tussen steden, Rijk, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties waarin concrete samenwerkingsafspraken zijn verankerd. Zo richt de in maart 2017 aangevangen City Deal «zorg voor veiligheid in de stad» met de gemeenten Tilburg, Almere, Breda, Leeuwarden, Maastricht, Nijmegen en Zoetermeer zich op een betere samenwerking tussen het veiligheidsdomein en het sociaal domein op het gebied van o.a. re-integratie van gedetineerden, veiligheidsproblematiek bij multi-probleemgezinnen en het Veiligheidshuis. In 2018 zal verder uitvoering worden gegeven aan deze City Deals. Ook participeert VenJ in het programma Sociaal Domein, waarin Rijk, gemeenten en andere betrokken partners samenwerken aan vraagstukken uit de uitvoeringspraktijk van het sociaal domein.

Het beschermen van burgers ziet ook op het veilig en verantwoord laten deelnemen aan kansspelen. Het tegengaan van kansspelverslaving is hierbij een belangrijke voorwaarde. Met twee wetsvoorstellen en onderliggende regelgeving zet VenJ in op het moderniseren van het Nederlandse kansspelbeleid in 2018 en verder. De Wet kansspelen op afstand zal onlinekansspelen reguleren en zal de onlinekansspelconsument tegen risico’s als verslaving en fraude beschermen. De Wet modernisering speelcasinoregime zal de privatisering van Holland Casino regelen. Strikte regelgeving waarborgt daarmee de publieke belangen. Dit past in de visie dat gokken geen overheidstaak is, maar dat de burger wel bescherming verdient. Vanuit dezelfde gedachte werkt VenJ de visie voor de loterijmarkt in 2018 verder uit.

In het jeugdstelsel, waarin gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering, is VenJ verantwoordelijk voor het volgen van en anticiperen op de ontwikkelingen op dit gebied, in samenwerking met VWS en gemeenten. Ook is VenJ samen met partners verantwoordelijk voor het realiseren van een effectieve en toekomstgerichte aanpak van jeugdcriminaliteit en in het waarborgen van de belangen van kinderen in veranderende gezinssamenstellingen. Specifieke aandacht gaat daarbij uit naar kinderen in escalerende scheidingssituaties en naar de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld. De Raad voor de Kinderbescherming speelt bij al deze thema’s een belangrijke rol en richt zich daarbij op het centraal stellen van het perspectief van het kind. Jeugdigen moeten in een veilige omgeving kunnen opgroeien. Conform het advies van de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik wordt daarom de oprichting van een nationaal ondersteuningsprogramma voorbereid om kindermishandeling en huiselijk geweld tegen te gaan. De bedoeling is dat in dit programma gemeenten, VNG en kennis- en uitvoeringsorganisaties samen met de departementen VenJ, VWS en OCW werken aan het effectiever aanpakken van geweld achter de voordeur. Het mag niet zo zijn dat verontrustende signalen onopgemerkt blijven. In dit ondersteuningsprogramma zal de lokale uitvoeringspraktijk centraal staan. Professionals richten zich op preventie en op effectieve werkwijzen die de domeinen overstijgen en daardoor betere oplossingen bieden.

Recente aanslagen, zoals die in Groot-Brittannië hebben plaatsgevonden, maken duidelijk dat de terroristische dreiging tegen West-Europa onverminderd hoog is. Dit geldt ook voor Nederland. Het tegengaan van extremisme en terrorisme vraagt om voortdurende aandacht, inzet en waakzaamheid.

Voor beleidsmatige en operationele keuzes van organisaties die een rol hebben in het tegengaan van radicalisering en de bestrijding van terrorisme blijft het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland richtinggevend. Ook in 2018 zal dit dreigingsbeeld weer drie keer verschijnen. Aan de hand van de medio 2016 verschenen Nationale Contraterrorisme-strategie 2016–2020 wordt de contraterrorisme-aanpak en de organisatie daarvan geborgd in nauwe samenwerking met alle betrokken partners en ministeries, lokaal, nationaal en internationaal. Deze aanpak betreft alle vormen van extremisme en terrorisme die een bedreiging vormen voor onze nationale veiligheid. Kenmerkend voor de Nederlandse aanpak is de integraliteit en de brede benadering, waarbij zowel repressieve als preventieve maatregelen worden ingezet. De maatregelen uit het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme, dat in de periode 2014 – 2017 voorzag in maatregelen om de jihadistische beweging in Nederland te bestrijden en te verzwakken en de voedingsbodem voor radicalisering weg te nemen, zijn uitgevoerd en zijn of worden waar nodig bestendigd en structureel gemaakt. Dat laat onverlet dat het contraterrorismebeleid en de operationele praktijk doorlopend tegen het licht worden gehouden en aangescherpt waar nodig6. In 2018 wordt verder gewerkt aan versterking van de internationale samenwerking en informatie-uitwisseling. Daarnaast wordt in 2018 verder ingezet op het versterken van de nationale samenwerking tussen de organisaties die betrokken zijn bij terrorismebestrijding en wordt middels extra investeringen gewerkt aan landelijke beschikbaarheid en acute inzetbaarheid van de Dienst Speciale Interventies.

Naar onderkende uitreizigers die zich aansluiten bij een terroristische strijdgroepering wordt een strafrechtelijk onderzoek opgestart. Het verkrijgen van bewijs is gecompliceerd en vraagt om een gedegen lokale, nationale en internationale informatiepositie en innovatieve opsporing. Succesvolle vervolging vergt meer expertise, zowel offline als online en kennis en inzet van Big Data toepassingen. Daarnaast moet de internationale samenwerking versterkt worden om informatie uit het strijdgebied te krijgen.

De Inspectie VenJ en het WODC hebben aanbevelingen gedaan over opvolging en verbinding van signalen en informatie binnen de vreemdelingenketen, gericht op het versterken van de contraterrorisme aanpak. Aan de aanbevelingen is gehoor gegeven door het instellen van een landelijk regieoverleg voor signalen van radicalisering en de opvolging ervan. Voorts is uit analyse van de partners in de CT-keten gebleken dat het nareisproces in Nederland een zwakke schakel vormt in de aanpak van terrorisme. Om de zwakke schakel te versterken voert de IND nu een screening uit, die vergelijkbaar is met de screening die de IND ook in het asielproces gebruikt. Daarbij blijkt uit ambtsberichten van de AIVD dat er een hoog risico bestaat dat potentiële terroristen reizen met makkelijk na te maken paspoorten uit Syrië, Libanon en Irak. Om dit risico te beheersen, worden extra identiteitscontroles uitgevoerd als iemand een dergelijk hoog risico paspoort overlegt.

De modi operandi van de terroristen wijzigen continu, wat veel van het aanpassingsvermogen vergt van de organisaties die een rol spelen bij de bestrijding van de gevolgen van een aanslag, zoals het Rijk, het decentraal bevoegd gezag, de politie en de veiligheidsregio’s. Om het aanpassingsvermogen van en de samenwerking tussen deze organisaties te versterken wordt in 2018 verder ingezet op een bundeling van kennis, expertise en activiteiten, optimalisering van de informatievoorziening, het gezamenlijk opleiden en oefenen en het waar nodig nog beter equiperen van hulpverleningsdiensten.

De opeenvolgende Cyber Security Beelden Nederland laten onmiskenbaar zien dat de dreiging in het digitale domein zich blijft ontwikkelen en dat de ontwikkeling van de digitale weerbaarheid daar nog geen gelijke pas mee houdt. Ondanks het beleidsarme karakter van de begroting heeft het kabinet besloten dat € 26 miljoen structureel wordt uitgetrokken voor cybersecurity, gericht op het versterken van de veiligheidsketen (AIVD, MIVD, Politie en OM) en het bevorderen van informatiedeling (EZ en NCSC). De NCTV coördineert deze inspanningen. Hierdoor kan inzicht worden verkregen in de modus operandi van kwaadwillende partijen (zowel statelijke actoren als criminelen), op basis waarvan handelingsperspectief kan worden geformuleerd. Via het DTC (Digital Trust Center) en NCSC kan dit handelingsperspectief vervolgens aan vitale sectoren, MKB en topsectoren beschikbaar worden gesteld waardoor zij de eigen weerbaarheid tegen cyberdreigingen kunnen versterken. Investeren in de digitale weerbaarheid van Nederland is nu en in de toekomst noodzakelijk om de dreiging het hoofd te blijven bieden en de economische kansen van digitalisering te benutten. Het principe van publiek-private samenwerking is daarbij onontbeerlijk. Daarnaast blijft het cybersecurity-landschap zich ontwikkelen. Zo volgt in 2018 de implementatie van de Netwerk en Informatie Beveiligingsrichtlijn (NIB-richtlijn). Hiermee ontstaat een beveiligingsverplichting voor aanbieders in de vitale infrastructuur en wordt door de betrokken Ministeries een stelsel van toezicht geïntroduceerd. In aanvulling hierop zal het Nationaal Cyber Security Centrum zich blijven inzetten om de samenwerking met sectorale Computer Emergency Response (CERT) Teams te versterken en zo bij te dragen aan een dekkend netwerk van sectorale CERT-teams.

Bij crises is samenwerking tussen Rijk, veiligheidsregio’s en private partijen van cruciaal belang. Daarom worden in 2018 afspraken gemaakt over thema’s waarbij deze samenwerking moet worden versterkt. In 2018 wordt geïnvesteerd in de verdere verbreding van NL Alert met bijzondere aandacht voor het waarschuwen van kwetsbare groepen. In overleg met de eilandbesturen van Caribisch Nederland beziet het Kabinet welke verbeteringen in de communicatie bij crises kunnen worden doorgevoerd.

In vervolg op het Nationaal Veiligheidsprofiel worden met het Nationaal Capaciteiten Programma noodzakelijke capaciteiten versterkt om risico’s en dreigingen het hoofd te kunnen bieden, bijvoorbeeld bij grootschalige, langdurige stroomuitval. Tevens wordt een systeemtoets geïmplementeerd, gericht op de voorbereiding op en weerbaarheid bij nationale crises. Voor de vitale infrastructuur7 worden de benodigde capaciteitsversterkingen in samenwerking met vitale aanbieders, geïmplementeerd.

Met betrekking tot hybride dreigingen8 wordt op zowel nationaal als internationaal niveau gewerkt aan een gezamenlijk beeld en een voorstel voor een gezamenlijke aanpak. Ook private partijen en regionale overheden worden daarbij betrokken. De implementatie van het interdepartementale programma economische veiligheid wordt voortgezet, waaronder de uitkomsten van de ex ante analyses van sectoren in de vitale infrastructuur en maatregelen ter mitigering van risico’s voor de nationale veiligheid bij aanbesteding en inhuur.

ASIEL EN MIGRATIE

Mede door beter beheer van de gezamenlijke buitengrenzen zijn belangrijke stappen gezet om de stromen van irreguliere migratie en asielzoekers richting de EU beheersbaar te houden. Het kabinet is voorstander van een integrale aanpak van het thema migratie door zowel in te zetten op de versterking van het toegangsbeleid als samenwerking met derde landen in de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit en de mogelijkheid voor afgewezen asielzoekers om terug te keren. Tevens hanteert het kabinet ook in 2018 het uitgangspunt dat er een goede balans moet zijn tussen veiligheid en mobiliteit. De alsmaar stijgende passagiersaantallen op de luchthavens brengen mee dat er steeds meer grenscontroles moeten worden uitgevoerd aan de Nederlandse buitengrenzen. Effectief grensbeheer moet bijdragen aan de veiligheid van Europa en van Europees en Caribisch Nederland, het beheersbaar houden van (irreguliere) migratiestromen en tegelijkertijd bonafide reizigers niet overbodig hinderen. Voldoende capaciteit voor de grensbewaking is daarom essentieel. In 2017 is geïnvesteerd in deze capaciteit en vanaf 2018 zal het kabinet hier jaarlijks € 43 miljoen structureel in investeren. Voldoende capaciteit is ook van belang om de Nederlandse buitengrenzen goed voor te bereiden op de gevolgen van Brexit. Ten slotte zet het kabinet zich in 2018 in om Nederland aantrekkelijker te maken voor kennis en talent. Daarbij zal extra aandacht uitgaan naar het aantrekken van innovatieve ondernemers.

Nadat in de loop van 2016 de asielinstroom mede door de Europese en nationale maatregelen fors is gedaald, is de instroom in 2017 verder gestabiliseerd. Wel bestond in 2017 de instroom nog voor een groot deel uit nareizende gezinsleden, volgend op de hoge instroom van eind 2015 en 2016. Het voorspellen van de asielinstroom is met vele onzekerheden omgeven. Het meest waarschijnlijke scenario voor 2018 is een beperkte krimp van de asielinstroom (eerste aanvragen en nareis) ten opzichte van 2017. Er moet echter, vanwege de instabiele geopolitieke ring rondom Europa en sociaaleconomische situatie in bepaalde delen van de wereld, ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid van een weer groeiende instroom. In alle scenario’s is het nodig om verder in te zetten op snelle behandeling van asielaanvragen. Enerzijds om te waarborgen dat personen die op oneigenlijke gronden om asiel verzoeken niet langer gebruik maken van de asielopvang dan nodig en anderzijds om personen met een kansrijk asielverzoek bij vergunningverlening spoedig te huisvesten en integreren.

Na afwijzing van een toelatingsaanvraag blijft de inzet gericht op spoedig en daadwerkelijk vertrek. Daarbij blijft zelfstandig vertrek de voorkeur houden, maar kan bij uitblijven daarvan gedwongen vertrek aan de orde zijn. Als onderdeel van de inzet op zelfstandig vertrek blijft VenJ, in samenwerking met andere Europese landen, de medewerking van herkomstlanden bevorderen. Vorenstaande uitgangspunten bepalen in belangrijke mate ook de Nederlandse inzet voor de onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Europees Asiel Stelsel die ook in 2018 worden voortgezet.

Als gevolg van de stabilisatie van de instroom en de gerealiseerde uitstroom uit de asielopvang is in 2017 een groot aantal asielopvanglocaties gesloten. Het terugbrengen van de overcapaciteit aan opvangplekken is tezamen met de ervaringen uit de periode van de verhoogde instroom aanleiding om in 2018 verder in te zetten op de inrichting van een flexibel opvangmodel dat beter is toegerust op fluctuaties. Omdat het systeem van opvang niet los kan worden gezien van de andere ketenprocessen, is het van belang deze flexibilisering uit te strekken tot de andere onderdelen van de asielketen om tot verdere optimalisering te komen. Dit vraagt een verdergaande samenwerking tussen de partijen binnen de vreemdelingenketen, maar evenzeer is de goede samenwerking met medeoverheden noodzakelijk, in het bijzonder waar het gaat om de doorstroom van vergunninghouders naar gemeenten. In het beleid zal er bijzondere aandacht blijven voor de positie van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

2.2. Prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda

In de Veiligheidsagenda hebben de Minister van VenJ, het college van procureurs-generaal en de regioburgemeesters doelstellingen geformuleerd voor de periode 2015–2018. Deze Veiligheidsagenda is complementair aan de lokale veiligheidsagenda’s. In onderstaande tabel worden de prestatie-indicatoren omtrent de belangrijkste thema’s gepresenteerd. Een uitgebreide toelichting evenals de definities van de indicatoren zijn te vinden in de Veiligheidsagenda 2015–2018.9

Overzicht prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda
 

Nulwaarde

Realisatie

Doel

 
   

2016

2017

2018

High Impact Crimes 1

       

Aantal overvallen (maximaal)

1.633

1.133

1.563

1.540

Aantal straatroven (maximaal)

7.002

4.165

6.204

5.931

Aantal woninginbraken (maximaal)2

87.345

55.470

65.000

(76.357)

61.000

(72.346)

         

Ondermijnende en financieel-economische criminaliteit 3

       

Aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s)

950

1.369

950

950

         

Afnemen crimineel vermogen 4

       

Crimineel vermogen dat langs strafrechtelijke weg wordt afgepakt (x € 1 mln.)

70

416,5

110,6

115,6

         

Aanpak cybercrime 5

       

Aantal complexe onderzoeken naar cybercrime

20

34

40

50

Aantal reguliere onderzoeken naar cybercrime

180

171

230

310

         

Aanpak kinderporno 6

       

Totaal aantal interventies

600

876

650

700

Aantal complexe en grootschalige onderzoeken

20

20

25

25

Aantal reguliere grootschalige onderzoeken

215

335

235

240

         

Aanpak horizontale fraude 7

       

Aantal aan OM aan te leveren zaken

1.500

2.794

1.900

2.300

X Noot
1

Bron: Veiligheidsagenda 2015–2018. De nulwaardes betreffen waarden uit 2013. In de Veiligheidsagenda zijn naast de streefwaarden voor de aantallen ook ophelderingspercentages voor High Impact Crimes te vinden.

X Noot
2

De ambities van 2017 en 2018 zijn gesteld ervan uitgaande dat alle inspanningen en randvoorwaarden worden gerealiseerd. Voor meer informatie omtrent de doelstellingen in 2017 en 2018 zie de Veiligheidsagenda 2015–2018, p11–13.

X Noot
3

Bron: Jaarbericht OM en politie. Genoemde aantallen zijn een minimum streefwaarde van het aantal criminele samenwerkingsverbanden dat middels strafrechtelijk onderzoek wordt aangepakt (zij het projectmatig onderzoek of TGO-onderzoek). Handhaving van het aantal onderzoeken gaat gepaard met kwalitatieve versterking van de strafrechtelijke aanpak, waarbij deze meer gericht wordt op kopstukken en sleutelfiguren. Sturing op het aantal onderzoeken betreft een wijziging ten opzichte van de voor 2013 en 2014 gehanteerde indicator «percentage bekende csv’s dat wordt aangepakt».

X Noot
4

Bron: OM, Monitor Afpakken.

X Noot
5

Bron: Jaarbericht Landelijke Eenheid nationale politie. In de Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat het aantal complexe onderzoeken stijgt tot 50, en het totaal aantal onderzoeken tot 360. Het aantal complexe onderzoeken is inclusief tenminste 20 grote internationale zaken dat wordt opgepakt door het Team High Tech Crime. De geformuleerde doelstelling betreft een wijziging ten opzichte van de jaren 2013 en 2014, waarin enkel de complexe onderzoeken door het Team High Tech Crime werden geregistreerd.

X Noot
6

Bron: Jaarbericht OM. In de gemeenschappelijke Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat de aanpak van kinderporno wordt versterkt. Concreet is afgesproken dat het aantal interventies zal stijgen tot 700, waarvan tenminste 265 complexe en grootschalige onderzoeken in 2018. Dit betekent een wijziging van de doelstelling ten opzichte van 2013 en 2014, waarin werd gekeken naar het aantal ingestroomde verdachten. Door middel van de nieuwe prestatie-indicator kan effectiever op de aanpak worden gestuurd.

X Noot
7

Bron: Jaarbericht OM. In de Veiligheidsagenda is overeengekomen dat het aantal strafzaken horizontale fraude zal stijgen van 1.500 tot 2.300.

2.3. Belangrijkste beleidsmatige mutaties

De onderstaande tabellen bevatten de belangrijkste mutaties voor respectievelijk de uitgaven en ontvangsten sinds de begroting 2017. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen mutaties bij nota van wijziging, bij Voorjaarsnota 2017 en bij Miljoenennota 2018. Het betreft mutaties die groter zijn dan € 10 mln. Indien politiek relevant, worden ook kleinere mutaties toegelicht.

Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (x € 1.000)
   

Beleids-artikel

2017

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand uitgaven ontwerpbegroting 2017

 

12.580.755

11.676.742

11.522.711

11.520.699

11.407.461

11.435.461

                 
 

Nota van Wijziging

             

1.

Uitbreiding special interventieteams

31

10.000

18.000

22.000

22.000

22.000

22.000

2.

Versterken gebiedsgerichte inzet politie

31

9.969

8.625

8.880

9.985

9.985

9.985

3.

Vakmanschap DJI

34

10.000

10.000

4.

Cybersecurity Nationaal Detectienetwerk

36,91

3.500

12.900

12.900

12.900

12.900

12.900

5.

Versterking grens- en vreemdelingentoezicht KMar

92

13.000

                 
 

Voorjaarsnota/ eerste suppletoire begroting

             

6.

Pensioenregeling politie

31, 92

347.000

69.000

16.000

– 27.000

– 405.000

7.

Exploitatiekosten C2000-netwerk

31

11.467

8.

Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)

32, 34

– 11.600

16.000

9.

Kasschuif verkeer Openbaar Ministerie (OM)

33

12.609

– 2.594

– 2.569

– 2.544

– 2.519

– 2.382

10.

Huisvesting DJI

34

15.300

10.300

11.

ICT DJI

34

5.000

15.000

12.

Bijdrage DJI

34

– 11.000

– 8.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

13.

Asiel ODA-toerekening

37

– 152.033

151.166

146.466

53.143

39.663

35.224

14.

Asiel COA

37

– 39.288

– 92.901

– 4.031

18.771

– 1.450

– 30.060

15.

Krimp COA

37

144.000

– 71.900

– 58.100

– 46.600

– 23.900

– 4.200

16.

Gemeentelijke versnellingsarrangement

37

– 62.000

– 17.000

       

17.

Capaciteit Koninklijke Marechaussee (KMar)

37

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

18.

Wetsvoorstel hoogste bestuursrechtspraak

92

– 700

– 18.000

– 12.900

– 11.300

– 10.200

– 10.200

19.

Bed, bad en brood

92

– 20.000

– 20.000

– 20.000

– 20.000

– 20.000

– 20.000

20.

Loonbijstelling 2017

alle

168.506

159.167

158.175

158.122

156.592

157.029

                 
 

Overig Miljoenennota

             

21.

MH17 Vervolging en berechting van verdachten

33

– 

9.000

       

22.

Passenger Information Unit (PIU)

36

700

12.200

17.200

22.200

22.200

22.200

23.

Cybersecurity

36

26.000

26.000

26.000

26.000

26.000

24.

Asiel: IND

37

43.610

25.

Asiel: Nidos

37

97.221

87.373

78.104

78.104

78.104

26.

Overboeking KMar

37, 92

– 

– 22.200

– 43.400

– 43.400

– 43.400

– 43.400

27.

Capaciteit KMar

92

2.200

23.400

23.400

23.400

23.400

                 
 

Overige mutaties

 

128.979

45.001

64.608

53.647

45.680

20.305

                 
 

Stand uitgaven ontwerpbegroting 2018

 

13.164.164

12.080.537

12.031.713

11.905.127

11.729.516

11.341.366

Toelichting op de tabel

Bij Miljoenennota 2017 is extra geld beschikbaar gesteld voor de VenJ-begroting. Deze middelen zijn in afwachting van bestedingsplannen gereserveerd op de Aanvullende Post. Bij de nota van wijziging op de Ontwerpbegroting 2017 zijn de middelen vermeld bij de mutaties 1 tot en met 5 overgeheveld van de aanvullende post naar de VenJ-begroting.

1. Uitbreiding speciale interventieteams

Om een adequaat antwoord te kunnen bieden op mogelijke terroristische aanslagen dient het reactieconcept Dienst Speciale Interventies te worden versterkt op het gebied van kwaliteit, flexibiliteit, paraatheid en snelle inzetbaarheid. Bij de nota van wijziging zijn hiervoor middelen beschikbaar gesteld die vanaf 2019 structureel oplopen tot € 22 mln. Deze middelen worden ingezet voor uitbreiding van capaciteit, verbreding kennis van bestaand personeel, opleiden nieuw personeel, verbeteren van aanpalende diensten, huisvesting, uitbreiding van voertuigen, bewapening en operationele middelen en het verhogen van de paraatheid van Defensie.

2. Versterken gebiedsgerichte inzet politie

In het kader van het versterken van gebiedsgerichte politie-inzet heeft het kabinet bij de nota van wijziging structureel ruim € 9 mln. vrijgemaakt voor de politie. De extra middelen worden ingezet om basisteams beter toe te rusten en de kwaliteit en professionaliteit van deze teams te versterken.

3. Vakmanschap DJI

De kern van het DJI-vakmanschap is de werkmethode waarbij DJI-medewerkers telkens een afweging maken hoe het best te handelen in steeds veranderende en complexe situaties. Dit vraagt om maatwerk. De door het kabinet vrijgemaakte middelen bij de nota van wijziging worden ingezet om het vakmanschap van executief en niet-executief personeel door middel van vakgerichte trainingen en opleidingen te verhogen.

4. Cybersecurity: Nationaal Detectie Netwerk

Het nationaal detectienetwerk (NDN) is een samenwerkingsverband van VenJ, MIVD en AIVD met een detectiesystematiek die cyberaanvallen op rijksoverheid en vitale organisaties vroegtijdig inzichtelijk helpt maken. Met het NDN worden cyberaanvallen van statelijke actoren en cybercriminelen onderkend zodat deze aanvallen bestreden kunnen worden en de effecten ervan beheersbaar worden gemaakt. Het kabinet heeft hiervoor bij de nota van wijziging voor 2017 € 3,5 mln. en vanaf 2018 structureel € 12,9 mln. vrijgemaakt.

5. Versterking grens- en vreemdelingentoezicht KMar

Dit betreft de bijdrage aan de Koninklijke Marechaussee (KMar) ten behoeve van de versterking van het grens – en vreemdelingentoezicht.

De mutaties 6 tot en met 20 zijn opgenomen in de Voorjaarsnota 2017 en verwerkt in de eerste suppletoire begroting 2017.

6. Pensioenregeling politie

Inkoop Max is een vroegpensioenregeling bij de politie waarbij pensioenrechten worden ingekocht bij het ABP. Deze dienen ter vervanging van de prepensioenuitkering AFUP. De verantwoordelijkheid voor de vroegpensioenregeling ligt bij VenJ, maar de betaling aan ABP loopt via de politie. De regeling loopt in 2022 af en wordt grotendeels gedekt met middelen uit het zogenaamde politie-accres. Door aanpassing van de cao is het kasritme gewijzigd. Om het kasritme in overeenstemming te brengen met de uitgaven vindt nu een kasschuif plaats.

7. Exploitatiekosten C2000-netwerk

Het betreft de jaarlijkse bijdrage (€ 11,5 mln.) van VWS, Financiën en Defensie in de exploitatiekosten van het C2000 systeem in verband met het gebruik van het communicatienetwerk door de politie, brandweer en ambulancezorg.

8. Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)

Het uitgavenkader is in het jaar 2017 in totaal met € 11,6 mln. verlaagd op basis van de meest recente uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). De mutatie doet zich voor op de volgende onderdelen:

  • het budget Rechtsbijstand is op basis van de uitkomsten in 2017 verlaagd met € 12 mln., voornamelijk als gevolg van lager geraamde uitgaven aan ambtshalve straftoevoegingen en het feit dat de voorgenomen intensivering van rechtsbijstand in ZSM nog niet is geïmplementeerd. Voorts is in de raming voor 2018 een hoger aantal toevoegingen in civiele zaken opgenomen, wat per saldo heeft geleidt tot een ophoging in 2018 van het budget voor rechtsbijstand met € 3 mln.

  • op basis van de uitkomsten van het prognosemodel justitiële ketens (PMJ) is het budget Raad voor de rechtspraak in 2017 verlaagd met € 14 mln. vanwege onder andere een lagere instroom bij strafzaken. Vanaf 2018 is er ook sprake van aanpassingen bij de civiele- en bestuurssector ten opzichte van de beschikbare capaciteit op deze onderdelen waardoor de neerwaartse bijstelling beperkt is tot € 1 mln.

  • het budget is verhoogd met € 14,4 mln. bij onder ander de Raad voor de Kinderbescherming vanwege een hogere instroom van zaken ten opzichte van PMJ 2017. En bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven vanwege een stijging van de uitkeringen in verband met de toevoeging van de categorie «dood door schuld» per 1 juli 2016.

9. Kasschuif verkeer Openbaar Ministerie (OM)

Het OM neemt de digitale flitspalen over van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). Vanwege het kas-verplichtingenstelsel dient het OM deze lasten in één keer te nemen in 2017. Om dit te faciliteren is een kasschuif gedaan over de jaren 2017 tot en met 2022.

10. Huisvesting DJI

Bij de berekening van de nieuwe gebruiksvergoedingen van het Rijksvastgoedbedrijf, als gevolg van herfinanciering van de leningen aangegaan door Financiën, waren de kosten samenhangend met PI Zaanstad nog niet opgenomen. De kosten hiervan bedragen € 15,3 mln. in 2017 en € 10,3 mln. in 2018.

11. ICT DJI

Door bezuinigingen en de capacitaire en personele krimp van DJI in de afgelopen jaren heeft DJI een achterstand opgelopen ten aanzien van vervangingssystemen en innovatie voor ICT. Om de achterstand in te lopen is het budget in 2017 verhoogd met € 5 mln. en voor 2018 met € 15 mln.

12. Bijdrage DJI

De meerjarenbegroting van DJI laat als gevolg van leegstand enige ruimte zien om structureel een verlaging van de bijdrage van het moederdepartement door te voeren.

13. Asiel ODA-toerekening

Als gevolg van de lager dan verwachte asielinstroom in 2016 en 2017 zijn er meevallers bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Bij de Najaarsnota 2016 is reeds een deel ad € 290 mln. van de ODA-toerekening voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers teruggeboekt naar de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Bij Voorjaarsnota 2017 wordt het tweede deel van € 173,3 mln. teruggeboekt.

Daarnaast wordt de raming voor de instroom van asielzoekers in 2017 licht herzien van 42.000 naar 41.000. Dit leidt, samen met de reguliere jaarlijkse herijking van o.a. verblijfsduur en kostprijs, tot een neerwaartse bijstelling van de ODA-toerekening van eerstejaarsopvangkosten. De neerwaartse bijstelling bedraagt € 51,7 mln. in 2017. Ook vindt de reguliere nacalculatie over 2016 plaats, deze bedraagt € 73 mln. Per saldo leidt dit tot een verhoging van de ODA-toerekening voor de eerstejaarsopvangkosten van asielzoekers in 2017 van € 21,3 mln. Voor 2018 wordt de raming opgehoogd van 22.500 naar 37.000 en voor 2019 en verder wordt deze bijgesteld naar 23.000. Dit leidt tot verhoging van de ODA-toerekening in die jaren die niet eerder was opgehoogd.

14. Asiel COA

Deze reeks is een resultante van diverse mutaties bij COA. Door de lager dan verwachte bezetting in 2018 en verder, als gevolg van de lagere instroom dan eerder geraamd in 2016 en 2017, is er sprake van een meevaller. Daarnaast is er sprake van leegstandskosten.

15. Krimp COA

Door de instroomdaling en de versnelde uitstroom heeft het COA aanzienlijk meer capaciteit dan nodig is, waardoor er leegstaand optreedt. Om leegstandkosten te beperken, gaat COA over tot actieve krimp. Vaste kosten voor vastgoed worden in de tijd naar voren gehaald (€ 144 mln. in 2017). Het betreft hier met name de afkoop van lopende contracten en het versneld afschrijven van de eigen panden, waardoor op variabele kosten voor leegstandbeheer (verwarming, beveiliging e.d.) wordt bespaard. Per saldo treedt zo een besparing op van € 61 mln.

16. Gemeentelijke versnellingsarrangement

Het gemeentelijke versnellingsarrangement (GVA) is opgezet om voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning snel tijdelijke huisvesting te realiseren als onvoldoende reguliere woningen beschikbaar zijn. De uitputting van de GVA-regeling is lager dan geraamd.

17. Capaciteit Koninklijke Marechaussee (KMar)

Bij Ontwerpbegroting 2017 heeft het kabinet € 17 mln. extra vrijgemaakt voor capaciteit bij de Koninklijke Marechaussee (KMar), waarvan € 10 mln. voor Defensie en € 7 mln. voor VenJ. De KMar kan hiermee extra personeel werven voor grensbewaking op luchthavens, met name op Schiphol. VenJ boekt € 10 mln. over naar de begroting van Defensie. In de Voorjaarsnota is nog € 20 mln. vrijgemaakt voor de capaciteit van de KMar, dit betreft € 7,5 mln. in 2017 en structureel € 20 mln. De middelen zijn overgeheveld naar de begroting van Defensie.

18. Wetsvoorstel hoogste bestuursrechtspraak

Dit wetsvoorstel is ingetrokken. De geraamde kosten die met het wetsontwerp samen hangen vallen nu vrij.

19. Bed, bad en brood

Het kabinet heeft geen afspraken kunnen maken met gemeenten over de bed, bad en brood opvang, waardoor de beschikbare middelen niet besteed worden.

20. Loon- en prijsbijstelling tranche 2017

Met deze mutatie wordt de loonbijstelling tranche 2017 aan de begroting van VenJ toegevoegd. De loonbijstelling is verdeeld over de desbetreffende artikelen.

Onderstaande mutaties zijn nog niet eerder aan de Tweede Kamer gemeld, zij maken onderdeel uit van de onderhavige concept begroting 2018.

21. MH17 Vervolging en berechting van verdachten

In juli 2017 hebben de landen wiens opsporingsautoriteiten samenwerken in het Joint Investigation Team (JIT) – Australië, België, Maleisië, Oekraïne en Nederland – gezamenlijk besloten dat de vervolging van verdachten voor het neerhalen van vlucht MH17 in Nederland plaatsvindt onder Nederlands recht.

De JIT-landen hebben hun politieke en financiële steun uitgesproken en deze steun wordt bekrachtigd door de ondertekening van Memoranda of Understanding (MoU’s).

Nederland zal zelf de kosten dragen voor getuigenbescherming, rechtspraak en het Openbaar Ministerie. Externe financiering van de rechtspraak en het OM is niet wenselijk omdat iedere schijn van beïnvloeding van de onafhankelijkheid van de rechtsgang moet worden vermeden. Daarnaast is het niet wenselijk om inzicht te moeten geven in het vertrouwelijke programma van getuigenbescherming. De overige kosten, waarbij gedacht moet worden aan detentie, beveiliging, vertaling, communicatie etc., worden gezamenlijk door de JIT-landen gefinancierd.

22. Passenger Information Unit (PIU)

De EU PNR-richtlijn (Passenger Name Record) schrijft voor dat per mei 2018 in iedere lidstaat een PIU (Passenger Information Unit) tot stand komt. De structurele kosten zijn geraamd op € 22,2 mln. Door dit beschikbaar te stellen kunnen passagiersgegevens middels de PIU worden gebruikt voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven.

23. Cybersecurity

Cybersecuritybeeld Nederland 2017 laat opnieuw een stijging zien in de risico’s en dreigingen in het cyberdomein. Het kabinet zet daarom de volgende acties in gang:

  • Een intensivering in de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) en MIVD (Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) om de toenemende dreiging die uitgaat van cyberaanvallen door statelijke en niet statelijke actoren (cyberspionage en cybersabotage) aan te kunnen pakken.

  • Een intensivering bij politie en Openbaar Ministerie om cybercrime aan te pakken en zo de toenemende dreiging die hiervan uitgaat te kunnen adresseren.

  • Een intensivering bij Economische Zaken en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) voor het opzetten van een Digital Trust Centre (DTC) voor het niet als vitaal aangemerkte gedeelte van het Nederlandse bedrijfsleven waarmee zij in staat worden gesteld hun eigen cybersecurity te organiseren (conform motie Hijink-Tellegen).

24. Asiel IND

Als gevolg van het aanpassen van de instroomraming 2018 naar 37.000 wordt ook de uitgavenraming voor de IND opgehoogd.

25. Asiel Nidos

Per 1 januari is Nidos verantwoordelijk voor de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Deze wijziging was budgettair alleen verwerkt voor 2016 en 2017. Met deze mutatie wordt ook de uitgavenraming voor 2018 en verder aangepast.

26. Overboeking KMar

Bij Voorjaarsnota is geld vrijgemaakt voor de capaciteit van de KMar. De middelen hiervoor worden met deze mutatie overgeheveld naar de begroting van Defensie. Zie ook mutatie 17 en 27.

27. Capaciteit KMar

Bij Voorjaarsnota (VJN) is al € 20 mln. structureel vrijgemaakt voor extra capaciteit bij de KMar. Nu is besloten nogmaals € 23 mln. vrij te maken voor capaciteit bij de KMar. De oorzaak van het capaciteitstekort zit voornamelijk in de stijging van het aantal passagiers en de daarmee samenhangende groei. De grenscontrole en de beveiliging door de KMar op de luchthavens vraagt, door de toegenomen dreiging van terrorisme en stijgende migratie, om extra aandacht. De behoefte die in kaart is gebracht voor grensbewaking op de luchthavens en de maritieme doorlaatposten komen uit gevalideerde behoeftestellingen. Deze middelen zijn overgeheveld naar Defensie.

Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties (x € 1.000)
   

Beleids-artikel

2017

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand ontvangsten ontwerpbegroting 2017

 

2.045.990

1.896.541

1.793.743

1.804.708

1.761.540

1.722.540

                 
 

Voorjaarsnota /eerste suppletoire begroting

             
                 

1.

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

32

– 41.297

– 20.400

– 7.200

– 5.600

– 4.700

– 4.700

2.

Prognosemodel Justitiële Ketens(PMJ)

32, 34

– 29.300

– 38.000

0

0

0

0

3.

Ramingsbijstelling boeten & transacties

33

– 130.000

– 130.000

– 130.000

– 130.000

– 130.000

– 130.000

4.

Beperken eigen vermogen agentschappen

33, 34, 37

123.500

0

0

0

0

0

5.

Ramingsbijstelling afpakken crimineel vermogen

33

– 90.000

0

0

0

0

0

                 
 

Overige mutaties

 

17.251

5.475

5.475

5.475

5.475

5.475

                 
 

Stand ontvangsten ontwerpbegroting 2018

 

1.896.144

1.713.616

1.662.018

1.674.583

1.632.315

1.593.315

Onderstaande mutaties zijn verwerkt in de Voorjaarsnota 2017 en opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2017.

1. Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

Het wetsvoorstel «Eigen bijdrage veroordeelden kosten strafvordering en slachtofferzorg» is nog niet in werking getreden. Hierdoor treedt er een besparingsverlies op. Daarnaast is het wetsvoorstel aangepast, waardoor niet de volledige verwachte besparing kan worden gerealiseerd. Hiervoor zijn middelen gereserveerd op de Aanvullende post van de rijksbegroting. Deze worden nu deels toegevoegd aan de VenJ-begroting.

2. Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)

Het ontvangstenkader is verlaagd op basis van de meest recente uitkomsten van het PMJ. De verlaging doet zich voor op de volgende onderdelen:

  • bij de Raad van de rechtspraak is sprake van een tegenvaller van € 19 mln. in 2017 en € 25 mln. in 2018 bij de ontvangsten aan griffierechten.

  • een verlaging van € 10,3 mln. in 2017 en € 13 mln. in 2018 op de administratiekostenvergoeding boeten en transacties (B&T). Het tekort wordt veroorzaakt door een lagere instroomraming boeten en transacties dan waar de begroting op was gebaseerd.

3. Ramingsbijstelling boeten & transacties

Op basis van de realisatiecijfers 2016 wordt de ontvangstenraming voor boeten en transacties (B&T) structureel verlaagd met € 130 mln. Deze tegenvaller komt in lijn met de motie Zijlstra en Samson per 2017 ten laste van het generale beeld.10

4. Beperken eigen vermogen agentschappen

Het eigen vermogen van de agentschappen wordt afgeroomd tot een niveau van 2,5% van de omzet. Het betreft een eenmalige beperking van € 123,5 mln. in 2017 waardoor er budgettaire ruimte wordt gecreëerd om tegenvallers binnen de VenJ-begroting te dekken.

5. Ramingsbijstelling afpakken crimineel vermogen

De ontvangsten uit afpakken zijn lager dan geraamd. Voor het verwachte tekort wordt in het lopende jaar € 90 mln. vrijgemaakt. Daarnaast wordt Voor 2018 € 30 mln. geïntensiveerd in de aanpak van het afpakken van crimineel vermogen. Deze middelen staan gereserveerd op de aanvullende post.

2.4. Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 2.4.1 Overzicht niet-juridische verplichte uitgaven en bestemming (x € 1.000)

Art. nr.

omschrijvijng

Juridisch verplicht

Niet Juridisch verplicht

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

31

Nationale Politie

5.595.315

2.914

€ 566 voor internationale politiesamenwerking

 

(€ 5.598.229)

(100%)

(0%)

€ 512 voor mogelijke subsidies aan organisaties die een relatie met de politie hebben

     

€ 1.600 voor onder andere ondersteuning georganiseerd overleg Politie ambtenarenzaken en het uitvoeren van onderzoeken

       

€ 236 diversen

         

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

1.431.173

0

(€ 1.431.173)

(100%)

(0%)

 
         

33

Opsporing en vervolging

196.457

28.655

€ 25.152 t.b.v. de uitvoering van het programma verkeershandhaving (voor onder meer flitspalen en trajectcontroles).

(€ 225.112)

(87%)

(13%)

€ 3.503 Dit bedrag wordt gedurende het jaar conform afspraak verdeeld over de ketenpartners zoals Politie, KMAR, NVWA, FIOD die betrokken zijn bij het afpakken van op criminele wijze verkregen vermogen

         

34

Straffen en Beschermen

2.287.324

13.911

€ 3.139 voor projecten, opdrachten en subsidies voor preventie / de aanpak van high impact crimes

(€ 2.301.235)

(99%)

(1%)

€ 2.853 voor opdrachten sanctietoepassing

€ 720 voor opdrachten forensische zorg

€ 1.785 voor initiatieven op het gebied van slachtofferbeleid

€ 4.238 voor projecten, opdrachten en subsidies jeugdbescherming en jeugdsancties

€ 1.176 voor de uitvoering van opgelegde taakstraffen/gedraginterventies jeugd

         

36

Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

239.258

39.409

€ 300 tbv schadeclaims op basis van de WTS (Wet Tegemoetkoming Schade)

(€ 278.667)

(85%)

(15%)

€ 15.400 bijdragen medeoverheden voor contra-terrorisme (w.o. lokale aanpak) en crisisbeheersing (BES en gemeenten)

€ 4.500 opdrachten tbv ontwikkeling, onderhoud en beheer van nieuw alerteringssysteem NL-Alert

€ 11.300 opdrachten tbv cybersecurity (w.o. het Nationaal Cybersecurity Centrum, Alert online, ICT en Nationaal Detectie Netwerk)

€ 6.500 opdrachten voor een effectieve nationale crisisorganisatie (w.o. het Nationaal Coördinatie Centrum), contra-terrorisme (tegengaan radicalisering), crisisbeheersing (bescherming vitale infrastructuur) en voor het identificeren en beoordelen van dreigingen op de nationale veiligheid

€ 514 subsidies tbv innovatieteam Veiligheid en Justitie

€ 844 opdrachten tbv innovatieteam Veiligheid en Justitie

€ 51 Overig

         

37

Vreemdelingen

1.078.703

22.391

€ 973 Ondersteuning ketenpartners bij de aansluiting op nieuwe voorzieningen binnen de Vreemdelingenketen i.h.k.v het programma Keteninformatisering

(€ 1.101.094)

(98%)

(2%)

€ 1.163 Meerjarige projectsubsidies op het gebied van de toegang, toelating en opvang vreemdelingen

€ 500 Ondersteuning zelfstandig vertrek

€ 750 Overige project subsidies

€ 2.500 Transportkosten vreemdelingen

€ 4.000 Transportkosten vreemdelingen escort

€ 1.000 Vreemdelingen gezondheidszorg keuring/begeleiding

€ 1.200 Tolken

€ 6.600 Hoge instroom

€ 2.000 Overige kosten uitzetting vreemdelingen

€ 1.705 Reis- en verblijfkosten buitenland medewerkers inzake opdracht vreemdelingenvertrek

2.5. Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Onderstaand overzicht geeft aan wanneer de operationele doelstellingen van de VenJ-begroting worden doorgelicht.

   

Realisatie

t-2

Realisatie

t-1

         

Geheel artikel

Artikel

Omschrijving artikel

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

 

31

Nationale politie

             

Nee

 

Bekostiging Nationale politie (31.2)1

       

     
 

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT politie (31.3)

   

         

32

Rechtsbijstand en rechtspleging

             

Ja

 

Apparaatskosten HR (32.1)

             
 

Adequate toegang tot het rechtsbestel (Rechtsbijstand, 32.2)

             
 

Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel (Rechtspraak, 32.3)

             

33

Rechtshandhaving en vervolging

             

Ja

 

Apparaatskosten OM (33.1)

         

   
 

Bestuur, informatie en technologie (33.2)

         

   
 

Opsporing en vervolging (33.3)

         

   

34

Straffen en Beschermen

             

Nee

 

Raad voor de Kinderbescherming (34.1)

       

     
 

Preventieve maatregelen (34.2)

       

     
 

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en Vreemdelingenbewaring (34.3)

 

           
 

Slachtofferzorg (34.4)

         

   
 

Uitvoering jeugdbescherming en Voogdij AMV’s (34.5)

     

       
 

Tenuitvoerlegging justitiële sancties Jeugd (34.5)

 

           

36

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

             

Nee

 

Nationale Veiligheid en. terrorismebestrijding (36.2)

 

           
 

Onderzoeksraad Voor Veiligheid (36.3)2

   

– 

         

37

Vreemdelingen

             

Ja

 

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (37.2)

   

         
 

Terugkeer (37.3)

   

         
X Noot
1

In 2017 is het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Effectiviteit Politie aan de Kamer verstuurd (Kamerstuk 29 628 nr. 699). In 2020 vindt een nadere doorlichting plaats.

X Noot
2

In plaats van de geplande beleidsdoorlichting 2017, wordt in 2018 een (wettelijke) beleidsevaluatie opgesteld.

Toelichting

Algemeen

In de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) is vastgelegd dat al het beleid minimaal één keer per 7 jaar dient te worden geëvalueerd in een beleidsdoorlichting. Er moet volgens de RPE sprake zijn van een dekkende programmering van beleidsdoorlichtingen. De bovenstaande meerjarige planning van de beleidsdoorlichtingen voor V&J is dekkend en voldoet aan de RPE-voorschriften.

Zie rijksbegroting.nl voor het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlichtingen

Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie de bijlage «evaluatie en overig onderzoek» (bijlage V).

Plannen van aanpak

Sinds het aannemen van de motie Harbers in het najaar van 2014 wordt de Tweede Kamer voorafgaand aan de start van een beleidsdoorlichting geïnformeerd over de opzet en vraagstelling van de doorlichting, zodat het mogelijk is om hierop invloed uit te oefenen. De plannen van aanpak zullen meelopen met de begrotingscyclus en uiterlijk op Prinsjesdag met een aparte brief aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

2.6. Overzicht risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaand garanties

Geraamd te verlenen

Geraamd te vervallen

Uitstaand garanties

Geraamd te verlenen

Geraamd te vervallen

Uitstaande garanties

Garantieplafond

Totaal plafond

   

2016

2017

2017

2017

2018

2018

2018

   

31

Inkoop Max

928.407

 

382.000

546.407

 

57.000

489.407

nvt

nvt

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

19.708

4.005

2.143

21.570

4.000

4.100

21.470

nvt

nvt

34

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI’s

27.182

 

717

26.465

 

746

25.719

nvt

nvt

 

totaal

975.297

4.005

384.860

594.442

4.000

61.846

536.596

   
Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Stand risicovoorziening

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Stand risicovoorziening

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Stand risicovoorziening

Saldo

   

2016

2016

2016

2016

2017

2017

2017

2017

2018

2018

2018

2018

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1.845

 

19.708

– 1.845

1.760

 

21.570

– 1.760

3.760

 

21.470

– 3.760

31 Inkoop Max

In de stand is de meerjarige verplichting die VenJ naar de politie en de politieacademie heeft, in het kader van de VUT, prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling) opgenomen. De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan de bedragen welke als vordering in de jaarrekeningen van de politie en de Politieacademie zijn opgenomen.11

33 Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn om onderzoek te doen of een procedure te starten en zo onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen.

34 Hypothecaire leningen aan JJI’s

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantieverlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiency-overwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage werden gesloten.

3. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 31. Politie

Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel;

  • De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister12 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven;

  • Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij hem.13

Beleidswijzigingen

Met de intensiveringen van het kabinet in 2017 voor veiligheid kan de politie opereren in lijn met de gestelde ambities en extra investeren op prioritaire thema’s als de gebiedsgebonden politiezorg, speciale interventieteams, de bestrijding van cybercrime en mensenhandel en de uitrusting van agenten. Het ingezette beleid op deze thema’s wordt in 2018 voorgezet en de daarvoor gereserveerde middelen op de Aanvullende post van de Rijksbegroting zijn inmiddels vrijgegeven en opgenomen in de begroting 2018 en meerjarencijfers.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 31.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 31 (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

5.577.340

6.048.237

5.588.856

5.700.417

5.644.863

5.536.637

5.448.218

                 

Programma-uitgaven

5.595.908

6.032.292

5.598.229

5.709.070

5.645.710

5.536.637

5.448.218

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

31.2 Bekostiging Politie

             
 

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

             
 

Politie

5.312.824

5.860.434

5.438.217

5.548.308

5.484.732

5.375.660

5.287.240

 

Politieacademie

109.458

2.839

2.920

2.920

3.270

3.270

3.270

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

BES brandweer- en politiekorps

22.733

18.845

18.844

18.844

18.844

18.844

18.844

 

Opdrachten

             
 

Taptolken

10.202

12.383

12.383

12.383

12.383

12.383

12.383

                 

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

           
 

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

             
 

Internationale samenwerkingsoperaties

10.729

10.750

10.750

10.750

11.060

11.060

11.060

 

Beheer multisystemen

110.269

107.153

95.684

96.434

96.434

96.433

96.434

 

overig Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

1.019

828

828

828

828

828

828

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

770

1.262

805

805

805

805

805

 

Subsidies

             
 

Opsporing

500

722

722

722

722

722

722

 

overig Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

878

515

515

515

515

515

515

 

Opdrachten

             
 

Providers

9.752

10.247

10.247

10.247

9.803

9.803

9.803

 

overig Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

2.246

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

 

Bijdragen Sociale fondsen

             
 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

4.528

4.714

4.714

4.714

4.714

4.714

4.714

                 
 

Ontvangsten

17.848

16.500

500

500

500

500

500

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel van de bijdragen ZBO’s/RWT’s heeft betrekking op uitgaven voor de politie en de Politieacademie op grond van wetgeving, de beheersovereenkomst met de politie voor de jaarlijkse exploitatiekosten van C2000 en de uitgaven voor internationale samenwerking. De juridisch verplichte opdrachten omvatten onder andere de meerjarige contracten met de telecomaanbieders in verband met tapkosten. Als gevolg van onder andere deze meerjarige contracten met de telecomaanbieders wijkt voor de jaren 2017 tot en met 2020 het bedrag van de aangegane verplichtingen af van het bedrag van de programma-uitgaven.

31.2 Bekostiging politie

Toelichting op instrumenten

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Politie

De politie levert een belangrijke bijdrage aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe bijdragen van de Minister.14 De algemene bijdrage wordt als lumpsumbudget ter beschikking gesteld aan de politie en komt altijd volledig ten gunste van een adequate politiezorg. Het beleid is erop gericht de politie zoveel mogelijk flexibiliteit te geven om afgesproken doelen te realiseren. Het lumpsumdeel bedraagt € 5,2 mld. in 2018. Daarnaast worden bijzondere bijdragen gegeven voor een bepaald doel zoals onder andere de Dienst Speciale Interventies € 66,3 mln., de teams verkeershandhaving € 49,4 mln., cybercrime € 13,8 mln., de versterking van de gebiedsgerichte inzet politie € 8,6 mln. en de pensioenverplichtingen van € 56,8 mln.

Daarnaast voert de politie een aantal taken uit die onder de verantwoordelijkheid vallen van het departement. Het gaat dan onder meer om het onderhoud van het communicatienetwerk C2000 en het uitzenden van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord onder artikelonderdeel 31.3.

De politie voert een batenlastenstelsel. De personeelskosten voor de politie zijn voor 2018 geraamd op € 4,3 mld. Het overgrote deel zijn reguliere salariskosten van het operationele en niet-operationele personeel. Voor materiële kosten wordt ongeveer € 1,2 mld. begroot. De huisvesting, het vervoer, de verbindingen en de automatisering zijn daarbij de voornaamste uitgavenposten.

Tabel 31.2 kengetal operationele sterkte politie
 

Realisatie

Prognose

         
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Operationele sterkte in fte

(incl. aspiranten)

50.747

50.559

50.449

50.142

50.172

50.175

50.171

Bron: Begroting politie, 2018

Prestatie-indicatoren naar aanleiding van de Veiligheidsagenda 2015–2018 zijn opgenomen in een tabel direct na de beleidsagenda in deze VenJ-begroting. De volledige begroting van de politie is als separate bijlage met de VenJ-begroting meegezonden.

Politieacademie

Om de onafhankelijkheid van het onderwijs te borgen is de Politieacademie als zelfstandig bestuursorgaan blijven bestaan en verantwoordelijk voor het verzorgen van het politieonderwijs, de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek en de invulling van de kennisfunctie. Het budget van de Politieacademie betreft de personele kosten van de leiding en de kosten voor extern onderzoek. Het overige personeel en de middelen zijn ondergebracht bij de politie. De bekostiging van het personeel en de middelen die door de korpschef ter beschikking worden gesteld aan de Politieacademie, is toegevoegd aan de algemene bijdrage aan de politie.

Bijdragen aan medeoverheden

Brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland (BES)

De Minister is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van de korpsen wordt een bijdrage verstrekt. Een bedrag van € 13,4 mln. is bestemd voor het politiekorps en een bedrag van € 5,3 mln. is bestemd voor het brandweerkorps. Afhankelijk van de valutawisselingen kunnen de uitgaven fluctueren. De jaarlijks vastgestelde begroting vormt de wettelijke grondslag voor de bekostiging van de beide korpsen van het Caribisch Nederland.

Opdrachten

Taptolken

Uit dit budget worden de taptolken betaald die de politie inhuurt voor het beluisteren en vertalen van telefoon- of VoIP-gesprekken van verdachten.

31.3 Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT politie

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Internationale samenwerkingsoperaties

In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking (IPS) en strategische landenprogramma’s (SLP’s). Ook coördineert de politie de uitzending van haar politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties, waarbij de politie en de Koninklijke Marechaussee waar mogelijk gebruik maken van elkaars faciliteiten. De Koninklijke Marechaussee levert een eigenstandige bijdrage aan de internationale politiesamenwerking en draagt vanuit Defensie bij aan uitzendingen.

Beheer multisystemen

De politie voert het beheer voor de verschillende multisystemen van de meldkamerorganisatie, waaronder C2000 en het geïntegreerd meldkamersysteem (GMS). Gebruikers van deze systemen zijn met name politie, brandweer, ambulance, KMar en de douane. In het licht van de vorming van de landelijke meldkamerorganisatie (LMO) voert de politie dit beheer [meer en meer] binnen de governance van het multi-domein. Dit brengt met zich dat er steeds meer vanuit een multidisciplinaire invalshoek integrale afwegingen plaatsvinden over het beschikbare budget. Om de systemen te laten voldoen aan de vereisten vanuit wet- en regelgeving en technologische ontwikkelingen, vindt op de systemen continue doorontwikkeling plaats.

Jaarlijks dragen de ministeries van VWS, Financiën en Defensie in totaal € 11,5 mln. bij aan de exploitatiekosten van het C2000-systeem in verband met het gebruik van het communicatienetwerk. Dit wordt ieder jaar met eerste suppletoire begroting naar VenJ overgeheveld. Dit verklaart het verschil in de reeks tussen 2017 en 2018 en verder.

Bijdragen aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt grotendeels gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters in hun rol als overleg- en adviesorgaan voor de Minister in het kader van de Politiewet 2012.

Subsidies

Opsporing

Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting NL Confidential voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Opdrachten

Providers

De Staat heeft, op grond van de Regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking15, een overeenkomst gesloten met de grote telecomaanbieders. Deze overeenkomst wordt periodiek vernieuwd. Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken.

Bijdragen aan sociale fondsen

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van de bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister.

Artikel 32. Rechtsbijstand en rechtspleging

Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister van VenJ optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • een financierende en kaderstellende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers.16 Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waarbinnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen en deurwaarders binnen het justitiële domein opereren;

  • een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting. Hij is voorts verantwoordelijk voor het stelsel van de wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen (WSNP).

Rechtspraak

Beleidswijzigingen

Voor de democratische rechtsstaat is een goed werkende juridische infrastructuur essentieel. De rechtspraak neemt daarin een centrale plaats in. De rechtspraak is bezig met een grote moderniseringsoperatie, waarin snelheid, toegankelijkheid, eenvoud en kwaliteit centraal staan. Digitalisering draagt daar aan bij. Digitale procesvoering krijgt in alle rechtsgebieden vorm. In 2018 worden de in 2017 in werking getreden KEI-wetgeving voor civiel en bestuursrecht verder gefaseerd doorgevoerd. Verdere modernisering van de civiele rechtspleging wordt mogelijk gemaakt door aanpassingen in het procesrecht en het bewijsrecht.

Toezicht en tuchtrecht

De Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen treedt in werking met ingang van 1 januari 2018. Vanaf die datum worden de kosten van toezicht en tuchtrecht bij de beroepsgroepen in rekening gebracht.

Stelselvernieuwing rechtsbijstand

In de kabinetsreactie van mei 2016 op het in 2015 gepresenteerde rapport van de Commissie-Wolfsen zijn maatregelen gepresenteerd die het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand in de komende jaren beheersbaar en toekomstbestendig maken (Kamerstukken II 2015/16, 31 753, nr. 118). Met de middelen op de VenJ-begroting zijn de verwachte uitgaven aan de rechtsbijstand na invoering van de maatregelen gedekt.

Implementatie invoering rechtsbijstand bij ZSM

In 2018 wordt op basis van de uitkomsten van een business case traject verder gewerkt aan een andere organisatie van de reeds bestaande rechten op rechtsbijstand in de eerste fase van het strafproces.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 32.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32 (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

1.610.487

1.475.272

1.459.835

1.428.748

1.417.516

1.414.100

1.410.619

                 

Apparaatsuitgaven

28.420

27.839

28.662

27.865

27.970

28.011

28.013

                 

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

             
 

Personeel

24.471

26.172

26.155

25.355

25.460

25.459

25.461

 

waarvan eigen personeel

22.201

25.374

25.357

24.557

24.662

24.661

24.663

 

waarvan externe inhuur

2.270

775

775

775

775

775

775

 

waarvan overig personeel

0

23

23

23

23

23

23

                 
 

Materieel

3.949

1.667

2.507

2.510

2.510

2.552

2.552

 

waarvan ICT

1.937

1.000

1.100

1.390

1.390

1.390

1.390

 

waarvan SSO’s

61

62

62

62

62

62

62

 

waarvan overig materieel

1.951

605

1.345

1.058

1.058

1.100

1.100

                 

Programma-uitgaven

1.582.884

1.447.433

1.431.173

1.400.883

1.389.546

1.386.089

1.382.606

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

             
 

Bijdrage ZBO/RWT

             
 

Raad voor Rechtsbijstand

49.836

48.521

47.099

46.080

45.468

45.060

45.060

 

Bureau Financieel Toezicht

6.146

6.434

2.289

2.289

2.289

2.289

2.289

 

Subsidies

           

 

Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken

1.266

1.099

361

0

0

0

0

 

Overig Adequate toegang tot het rechtsbestel

268

117

115

120

120

120

120

 

Opdrachten

             
 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

11.618

14.028

14.027

14.027

14.027

14.027

14.027

 

Toevoegingen rechtsbijstand

423.026

408.759

418.222

395.993

383.671

372.454

368.954

 

Overig Adequate toegang tot het rechtsbestel

510

1.903

402

402

402

401

401

                 

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

       
 

Bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak

1.071.739

944.255

922.853

914.216

915.962

924.133

924.150

                 
 

Bijdrage ZBO/RWT

             
 

College Bescherming Persoonsgegevens

8.245

8.987

12.851

14.847

14.843

14.843

14.843

 

College voor de Rechten van de Mens

7.086

7.242

7.031

7.029

6.924

6.922

6.922

 

Centraal Administratie Kantoor

364

2.809

2.809

2.809

2.809

2.809

2.809

 

Overig Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

572

725

725

725

725

725

725

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overige bijdragen Rechtspleging

0

95

92

89

89

89

89

 

Subsidies

             
 

Subsidies Rechtspleging

867

566

445

445

445

445

445

 

Subsidies Wetgeving

1.298

1.487

1.487

1.487

1.487

1.487

1.487

 

Opdrachten

             
 

Overig Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

43

406

365

325

285

285

285

                 

Ontvangsten

197.941

231.424

229.498

277.446

289.219

290.119

290.119

 

waarvan griffierechten

194.248

198.283

200.078

233.946

244.119

244.119

244.119

Budgetflexibiliteit

Juridisch verplicht zijn de apparaatsuitgaven voor de Hoge Raad en de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s. Dat geldt ook voor de bijdrage voor de kosten voor de rechtsbijstand in de vorm van toevoegingen en piketten (opdrachten) en de bijdrage aan Raad voor de rechtspraak. Ook de opdrachten in het kader van de WSNP zijn volledig juridisch verplicht. Daarmee is 100% van de uitgaven die in de vorm van opdrachten worden gedaan juridisch verplicht.

De subsidies die op dit artikel worden verantwoord zijn geheel juridisch verplicht. Dit heeft in hoofdzaak betrekking op de subsidierelaties met de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC), de Nederlandse Vereniging voor de rechtspraak (NVvR), de Academie voor Overheidsjuristen en de Academie voor Wetgeving.

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Toelichting op instrumenten

Hoge Raad (HR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de Hoge Raad der Nederlanden (HR), het hoogste rechtscollege in Nederland op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. Voor het civiele- en strafrecht is de HR dat tevens voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De HR voert de cassatieprocedure uit. De cassatieprocedure verzekert en bevordert de rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming doordat de HR als cassatierechter toetst of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen: de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering begrijpelijk is.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de RvR en het Juridisch loket, een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die er voor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) houdt financieel toezicht op zo’n 1.500 notarissen en 380 gerechtsdeurwaarders. Ook is het belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). Het wetsvoorstel doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen (Kamerstukken II 2014–2015, 34 145) treedt per 1 januari 2018 in werking. Dit leidt ertoe dat de bijdrage van VenJ vanaf 2018 afneemt.

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)17

De SGC beoordeelt consumentenklachten. De SGC heeft op dit moment 54 geschillencommissies die klachten over verschillende onderwerpen behandelen. De SGC ontvangt voor de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van VenJ.

Overig Adequate toegang tot het recht

Dit betreft een subsidie als bijdrage voor de kosten van de commissie Algemeen bij de SGC. Deze vangnetcommissie is geregeld in de implementatiewet buitengerechtelijke geschiloplossing.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het Bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de circa 10.000 nieuwe schuldsaneringen per jaar. De gemiddelde subsidie voor een schuldsaneringstraject bedraagt circa € 1.100 over een periode van gemiddeld drie jaar.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt toevoegingen aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. De eigen bijdrage van de cliënt wordt verrekend met de vergoeding van de advocaat. De financiering van de Raad voor Rechtsbijstand vindt plaats aan de hand van het aantal afgegeven toevoegingen over de periode 1 september tot en met 31 augustus.

In tabel 32.2 is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.

De begrotingsraming is gebaseerd op de verwachte uitgaven na invoering van de maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie-Wolfsen (Kamerstukken II 2015/16, 31 753, nr. 118 kamerstuk TK 31 753, nr.118). De financiering van de gesubsidieerde rechtsbijstand is noodzakelijkerwijs een zogenoemde openeinde-regeling vanwege de grondwettelijke en verdragsrechtelijke aanspraken die rechtzoekenden hebben en de niet met zekerheid te voorspellen maatschappelijke ontwikkelingen die hun effect hebben op het beroep op rechtsbijstand.

Tabel 32.2 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand
 

Realisatie

Prognoses

         
 

20161

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Strafzaken (ambtshalve)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

44.853

40.981

39.370

35.678

32.907

31.016

30.182

Uitgaven (mln.)

€ 79,0

€ 67,0

€ 64,0

€ 54,7

€ 49,5

€ 45,9

€ 44,3

               

Strafzaken (regulier)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

79.925

80.258

79.895

81.633

82.902

83.729

83.971

Uitgaven (mln.)

€ 56,4

€ 53,6

€ 52,8

€ 53,2

€ 54,2

€ 54,9

€ 55,1

               

Civiele zaken

             

Aantal afgegeven toevoegingen

194.605

221.375

215.647

195.999

177.918

165.587

162.045

Uitgaven (mln.)

€ 130,4

€ 147,0

€ 141,9

€ 131,1

€ 121,6

€ 114,8

€ 113,0

               

Bestuur

             

Aantal afgegeven toevoegingen

76.356

63.316

60.617

53.740

50.642

48.080

46.423

Uitgaven (mln.)

€ 50,8

€ 42,1

€ 40,1

€ 35,7

€ 34,1

€ 32,7

€ 31,7

               

Piketten

             

Aantal piketdeclaraties

119.494

117.507

142.000

159.264

159.128

158.973

158.673

Uitgaven (mln.)

€ 35,3

€ 39,0

€ 49,0

€ 51,7

€ 51,6

€ 51,6

€ 51,5

               

Lichte adviestoevoeging

             

Aantal afgegeven toevoegingen

9.148

8.418

7.673

6.926

6.253

5.644

4.995

Uitgaven (mln.)

€ 1,8

€ 1,6

€ 1,5

€ 1,4

€ 1,2

€ 1,1

€ 1,0

               

Asiel

             

Instroom asielzoekers (eerste, tweede en opvolgende aanvragen en inreis van nareizigers)2

33.670

41.000

37.000

22.500

22.500

22.500

22.500

Aantal afgegeven toevoegingen

45.852

29.314

28.442

28.442

28.442

28.442

28.442

Uitgaven (mln.)

€ 68,2

€ 48,9

€ 47,5

€ 47,1

€ 47,0

€ 47,0

€ 47,0

               

Het Juridisch Loket

             

Aantal klantencontacten

733.900

733.900

733.900

733.900

733.900

733.900

733.900

Uitgaven (mln.)

€ 24,0

€ 24,5

€ 24,4

€ 24,4

€ 24,4

€ 24,4

€ 24,4

               

Aanvullende rechtshulp (eerste lijn)

             

Aantal aanvullende rechtshulp

   

8.777

26.330

40.957

50.904

55.000

Uitgaven (mln.)

   

€ 1,9

€ 5,6

€ 8,6

€ 10,7

€ 11,6

               

Overige (rogatoire commissie, inning en restitutie, investeringen/implementatiekosten maatregelen)

             

Uitgaven (mln.)

–€ 2,5

€ 4,5

€ 14,5

€ 10,6

€ 10,7

€ 8,7

€ 8,7

               

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

             

Raad voor Rechtsbijstand

€ 24,9

€ 24,3

€ 22,9

€ 21,9

€ 21,3

€ 20,9

€ 20,9

               

Totaal uitgaven (mln.)

€ 468,4

€ 452,6

€ 460,6

€ 437,4

€ 424,4

€ 412,8

€ 409,3

Bronnen: Raad voor Rechtsbijstand, Prognosemodel Justitiële Ketens 2018, Kabinetsreactie rapport «Herijking rechtsbijstand – Naar een duurzaam stelsel voor de gesubsidieerde rechtsbijstand».

X Noot
1

De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

X Noot
2

De aantallen zijn afgerond op tientallen.

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

De Minister van VenJ bekostigt de rechtspraak via de Rvdr. De Rvdr is het overkoepelende bestuur van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister van VenJ aan de Rvdr toegelicht.

Prijsafspraken

In het besluit Financiering Rechtspraak 2005 is bepaald dat de prijzen voor de Rechtspraak voor een periode van drie jaar worden vastgesteld en opgenomen in de begroting van VenJ. Recent is met de Rvdr overeenstemming bereikt over de prijzen voor de periode 2017–2019. De Tweede Kamer is daarover bij brief van 20 september 2016 (Kamerstukken TK 29 279, nr. 349) geïnformeerd.

Instroom, financiering en productie

Conform de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Rvdr zijn begrotingsvoorstel ingediend bij de Minister van VenJ op basis van de in- en uitstroomramingen uit onder andere het Prognosemodel Justitiële ketens, op basis van de prijzen zoals zijn vastgelegd in de het Prijsakkoord 2017 – 2019.

Tabel 32.3 Instroomontwikkeling rechtspraak
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Instroom, totaal aantal (x 1.000)

1.578

1.642

1.660

1.687

1.713

1.744

1.778

Jaarlijkse mutatie

– 6%

4%

1%

2%

2%

2%

2%

Bronnen: jaarverslag Rechtspraak 2017 en Prognosemodel Justitiële ketens

Tabel 32.4 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Begroting 2017 (x € 1.000)

 

949.987

917.585

895.941

907.844

914.744

914.744

mutatie (x € 1.000)

 

– 519

5.268

18.274

8.114

9.383

9.400

Begroting 2018 (x € 1.000)

1.071.738

949.468

922.853

914.215

915.958

924.127

924.144

Deze bijdrage is op basis van met de Raad voor de rechtspraak gemaakte productieafspraak.

Tabel 32.5 Productieafspraak rechtspraak
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Productie, totaal aantal (x 1.000)

1.599

1.642

1.649

1.653

1.647

1.683

1.703

Jaarlijkse mutatie

– 6%

4%

0%

0%

0%

2%

1%

Toelichting

In 2017 is de productieafspraak gelijk aan de instroomprognose. In de jaren daarna ligt de productieafspraak onder het niveau van de geraamde instroom. De instroomontwikkelingen blijken in verband met de afgelopen economische crisis en de vreemdelingenproblematiek uiterst moeilijk voorspelbaar en zijn de afgelopen jaren lager uitgevallen dan geraamd. Deze onzekerheid, als mede de financiële mogelijkheden van het Kabinet zijn redenen om een lagere productieafspraak te maken en – zo nodig – een beroep te doen op de reserves bij de Raad. Het ministerie zal de ontwikkeling van de instroom, werkvoorraden en de financiële positie van de Rechtspraak volgen en in samenspraak met de Raad zo nodig maatregelen nemen, in lijn met artikel 21 van het Besluit Financiering Rechtspraak 2005.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

College bescherming persoonsgegevens (Cbp) in het maatschappelijk verkeer aangeduid als Autoriteit persoonsgegevens (Ap)

Het Cbp houdt toezicht op de naleving en toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), de Wet politiegegevens (Wpg), de Wet basisregistratie personen en Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Met ingang van 25 mei 2018 treedt de algemene verordening gegevensbescherming AVG) in werking; deze vervangt de Wbp. Vanaf dat moment heet het Cbp officieel Autoriteit persoonsgegevens. De extra werkzaamheden die dit naar verwachting met zich meebrengt heeft geresulteerd in een verhoging van het budget oplopend tot € 7 mln. structureel extra per jaar.

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

Het CRM vervult zijn wettelijke taak als waakhond op het gebied van mensenrechten in Nederland. Het doet dit door gevraagd en ongevraagd onderzoek te doen naar verboden onderscheid. Dat kan zijn op basis van individuele klachten of naar aanleiding van concrete verzoeken over hoe gelijke behandelingswetgeving toe te passen. Ook heeft het CRM een rol bij normontwikkeling en periodieke evaluatie van de effectiviteit van wetgeving voor gelijke behandeling.

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

Door het CAK (een ZBO onder het Ministerie van VWS) worden de eigen bijdragen voor de kosten van het strafproces geïnd. De eigen bijdragen voor de kosten van slachtofferzorg worden op beleidsartikel 34 verantwoord.

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie Rechtspleging betreft een exploitatiesubsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR).

Subsidie Wetgeving

De subsidie Wetgeving betreft een subsidie aan de Stichting Recht en Overheid en aan het Nederlandse Juristencomité voor de mensenrechten voor de bescherming van mensenrechten.

Ontvangsten

Griffie

VenJ ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten.

Daarnaast is als ontvangst geraamd de eigen bijdrage voor de kosten van het strafproces.

Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Algemene doelstelling

Opsporing en vervolging

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister van VenJ heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het OM en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

  • Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister van VenJ een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit.

  • Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s).

  • VenJ faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan jeugdgroepen, alcohol, uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de G4, de G32 en de VNG.

  • VenJ werkt samen met het bedrijfsleven, politie, OM en het Ministerie van Economische Zaken (EZ) aan het terugdringen en voorkomen van criminaliteit tegen en in het bedrijfsleven, onder meer in het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC).

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

  • De Minister van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het Openbaar Ministerie (OM), de rechterlijke macht en de politie.

  • De vervolging en berechting van de verdachten van het neerhalen van MH17 zal in Nederland plaatsvinden onder de Nederlandse wet, ingebed in internationale steun en samenwerking. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Integrale aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit

Beleidswijzigingen

Samen met alle betrokken overheidspartijen is een gezamenlijke «Toekomstagenda Ondermijning» opgesteld die een belangrijke bijdrage beoogt te leveren aan het creëren en faciliteren van de beweging die nodig is voor de intensivering van de integrale aanpak. Om deze impuls te realiseren is extra financiering vrijgemaakt, oplopend tot jaarlijks € 10 mln. per 2018. Hiermee wordt de aanpak van de ondermijningsproblematiek in Zuid Nederland ondersteund; worden de RIEC’s in staat gesteld om regionale integrale ondermijningsbeelden op te stellen; wordt de noodzakelijke publiek-private samenwerking gestimuleerd; ontstaat er meer ruimte voor het NFI en de private aanbieders van forensisch onderzoek om aan de toegenomen vraag te voldoen; krijgt het afpakken van crimineel vermogen een extra impuls; wordt de inzet op de aanpak van mensenhandel versterkt.

Mensenhandel

De aanpak van mensenhandel blijft een prioriteit van dit kabinet. Er wordt op verschillende manieren gewerkt aan de bestrijding van alle vormen van uitbuiting en de bescherming van alle mogelijke slachtoffers. Vanaf 2018 wordt structureel € 2 miljoen extra vrijgemaakt voor de aanpak van mensenhandel. Met deze extra middelen worden bijvoorbeeld alle eerstelijns politiemedewerkers getraind in het herkennen van signalen van mensenhandel en worden méér rechercheurs opgeleid tot gecertificeerd mensenhandel-rechercheur. Binnen de Taskforce Mensenhandel wordt voortdurend ingezet op een brede integrale aanpak. De taskforce aanpak Mensenhandel is met een vierde termijn verlengd tot 2020.

Synthetische drugs, hennep en coffeeshops

Integraal en effectief verstoren en aanpakken van de criminele industrie op de thema’s hennep en synthetische drugs door onder andere een integrale aanpak van cruciale schakels in het criminele productieproces: voor de hennepcriminaliteit betekent dit onder meer de aanpak van illegale voorbereidingshandelingen (via artikel 11a Opiumwet), voor synthetische drugs de aanpak van hardware, precursoren en cruciale facilitators. Bij synthetische drugs wordt daarnaast bekeken of het huidige instrumentariumtoereikend is. Waar mogelijk wordt in de aanpak ook samengewerkt met private partijen.

Bestrijding kinderporno en kindersekstoerisme

In 2018 blijft de focus liggen op de aanpak van vervaardigers en verspreiders van kinderporno, zoals vastgelegd in de Veiligheidsagenda. Het aantal te behalen interventies bedraagt 700 in 2018, waarbij de focus dient te worden gelegd op de meer complexe zaken. Een belangrijk doel daarbij is het ontzetten van slachtoffers van misbruik. Speciale aandacht is er voor recidivisten, daders opererend in besloten netwerken en daders in risicovolle beroepen en posities. In 2018 worden de activiteiten van de drie actielijnen (preventie, opsporing en vervolging, internationale samenwerking) van het Plan van Aanpak Kindersekstoerisme uitgevoerd. Zo wordt in 2018 bij de bestrijding van kindersekstoerisme gewerkt met het barrièremodel dat inzichtelijk maakt welke barrières partijen kunnen opwerpen om kindersekstoerisme tegen te gaan. Internationale samenwerking speelt bij de opsporing en vervolging van kindersekstoerisme een belangrijke rol, onder meer door de inzet van twee politieliaisons die voor twee jaar voor dit thema in Manilla en Bangkok zijn geplaatst.

Fraude

Het voorkómen en bestrijden van fraude blijft in 2018 een belangrijk aandachtspunt. Ten behoeve van de samenwerking tussen publieke partijen en met private partijen met een publiekrechtelijke taak bij de fraudeaanpak werkt het kabinet aan een kaderwet, de Wet gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden. De versterking van de aanpak van fraude tegen burgers en bedrijven en de publiek-private samenwerking wordt onverkort voortgezet, waarbij de nadruk blijft liggen op preventie (vergroting bewustwording en weerbaarheid alsmede het opwerpen van barrières). Het aantal door de politie bij het OM aan te leveren verdachten van horizontale fraude stijgt, volgens afspraak in de Veiligheidsagenda, in 2018 naar 2.300 (440 meer dan in 2017).

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 33.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33 (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

861.289

737.982

714.452

689.650

683.568

677.866

678.114

                 

Apparaatsuitgaven

508.104

502.531

489.340

481.441

475.727

470.185

470.329

                 

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

             
 

Personeel

373.530

375.744

365.872

370.209

363.570

363.540

363.684

 

waarvan eigen personeel

344.274

348.662

339.578

343.933

337.332

337.302

337.446

 

waarvan externe inhuur

27.299

25.115

24.378

24.362

24.327

24.327

24.327

 

waarvan overig personeel

1.957

1.967

1.916

1.914

1.911

1.911

1.911

 

Materieel

134.574

126.787

123.468

111.232

112.157

106.645

106.645

 

waarvan ICT

13.437

11.257

10.620

9.570

9.553

9.553

9.553

 

waarvan SSO’s

54.765

52.075

54.343

43.108

44.214

44.818

44.818

 

waarvan overig materieel

66.372

63.455

58.505

58.554

58.390

52.274

52.274

                 

Programma-uitgaven

231.535

235.451

225.112

208.209

207.841

207.681

207.785

Waarvan juridisch verplicht

   

87%

       

33.2 Bestuur, informatie en technologie

             
 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Regionale Informatie en Expertise Centra

7.370

7.882

7.492

7.492

7.492

7.492

7.492

 

Uitstapprogramma’s prostituees

1.731

1.769

937

0

0

0

0

 

Overig bestuur, informatie en technologie

1.111

1.165

1.029

893

893

893

893

 

Subsidies

             
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

5.379

3.887

3.119

3.119

3.119

3.119

3.119

 

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.600

1.364

594

152

0

0

0

 

Uitstapprogramma’s prostituees

1.099

1.450

610

0

0

0

0

 

Veiligheid Kleine Bedrijven

0

1.000

0

0

0

0

0

 

Overig bestuur, informatie en technologie

2.429

1.010

1.010

1.010

1.010

1.010

1.010

 

Opdrachten

             
 

Overig bestuur, informatie en technologie

584

39

103

163

51

128

98

                 

33.3 Opsporing en vervolging

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Nederlands Forensisch Instituut

88.661

67.657

66.403

66.319

66.255

66.610

66.610

 

Bijdrage ZBO/RWT

             
 

Nationaal Register Gerechtelijk Deskundigen

1.656

1.679

1.618

1.561

1.673

1.596

1.626

 

Bijdrage aan medeoverheden

             
 

BES Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen

4.879

5.233

4.519

4.518

4.518

4.517

4.518

 

FIU.Nederland

0

4.850

4.850

4.850

4.850

4.850

4.850

 

Overig opsporing en vervolging

8.871

7.263

7.940

7.808

7.808

7.843

7.807

 

Subsidies

             
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

0

695

556

556

556

556

556

 

Overig opsporing en vervolging

3.073

2.792

2.341

1.921

1.921

1.921

1.921

 

Opdrachten

             
 

Schadeloosstellingen

19.262

20.045

20.035

20.035

20.035

20.035

20.035

 

Keten Informatie Management

0

1.400

0

0

0

0

0

 

Onrechtmatige Detentie

8.791

11.211

11.209

11.209

11.209

11.209

11.209

 

Herontwerp Strafrechtketen

0

0

0

0

0

0

0

 

Gerechtskosten

32.975

32.531

32.854

29.477

29.801

30.124

30.124

 

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

386

0

0

0

0

0

0

 

Verkeershandhaving OM

29.212

40.903

25.152

25.177

25.202

25.226

25.364

 

Afpakken

0

2.470

3.503

3.503

3.503

3.503

3.503

 

Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen

12.099

15.322

15.354

13.117

13.117

13.116

13.117

 

Overig opsporing en vervolging

367

1.103

1.124

4.598

4.097

3.202

3.202

 

Garanties

             
 

Faillissementscuratoren

0

731

3.760

731

731

731

731

                 

33.4 Vervolging en berechting MH17-verdachten

   

9.000

0

0

0

0

Ontvangsten

1.383.500

1.091.506

1.212.957

1.265.408

1.266.959

1.224.510

1.185.510

 

waarvan Boeten en Transacties

955.393

856.146

857.597

859.048

860.599

862.150

862.150

 

waarvan Afpakken

416.478

224.360

342.360

390.360

390.360

346.360

307.360

Budgetflexibiliteit

De juridisch verplichte bedragen betreffen de bijdragen aan het OM, de bijdragen genoemd onder (inter)nationale organisaties/medeoverheden, de bijdragen aan het agentschap NFI, aan DRZ en aan het ZBO College Gerechtelijk Deskundigen. Daarnaast zijn de subsidiebedragen juridisch verplicht, alsook de opdrachtbudgetten schadeloosstellingen, onrechtmatige detentie en de gerechtskosten. De niet juridisch verplichte budgetten (opdrachten) Verkeershandhaving OM en Afpakken worden ingezet om invulling te geven aan de doelstellingen met betrekking tot de verkeershandhaving en het afpakken van crimineel verkregen vermogen.

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Toelichting op instrumenten

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen. Samen met de rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten.

Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het Ressortsparket. Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM.

In 2018 realiseert het OM naar verwachting de hieronder genoemde uitstroom.

Tabel 33.2 Productiegegevens OM
 

Realisatie

Prognose

         
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Uitstroom WAHV beroep- en appèlzaken

415.768

420.981

475.148

475.148

475.148

475.148

475.148

               

Uitstroom overtredingenszaken

132.503

141.769

124.451

124.451

124.451

124.451

124.451

waarvan na herinstroom

16.800

17.834

15.734

15.734

15.734

15.734

15.734

               

Uitstroom misdrijfzaken

254.388

266.849

254.965

254.965

254.965

254.965

254.965

               

eenvoudige misdrijf zaken

21.060

20.475

21.100

21.100

21.100

21.100

21.100

waarvan na herinstroom

882

1.067

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

               

interventie/ZSM zaken

205.065

214.749

203.058

203.058

203.058

203.058

203.058

waarvan sepot of buitenrechtelijke afdoening in voorfase

55.278

52.545

52.845

52.845

52.845

52.845

52.845

waarvan na herinstroom

7.881

8.892

9.827

9.827

9.827

9.827

9.827

               

onderzoekszaken

19.981

23.103

22.115

22.115

22.115

22.115

22.115

               

ondermijningszaken

8.282

8.522

8.692

8.692

8.692

8.692

8.692

               

Uitstroom appèlzaken

28.639

28.673

28.639

28.639

28.639

28.639

28.639

Bron: OM fact factory, Prognosemodel Justitiële Ketens 2018

In 2018 beoordeelt het OM naar verwachting 475.100 zaken van burgers die beroep instellen tegen een verkeersboete (WAHV). Het OM verwacht in 2018 meer beroepen te behandelen dan in voorgaande jaren vanwege de toenemende inzet op de handhaving van de verkeersveiligheid.

Verder neemt het OM in 124.500 overtredingszaken een strafrechtelijke beslissing. Het OM kan de zaak zelfstandig afdoen (bijvoorbeeld met een strafbeschikking of een sepot) of de zaak aan de kantonrechter voorleggen. In 15.700 zaken is sprake van zogenaamde her-instroom vanwege verzet tegen een genomen strafbeschikking.

Het OM zet verreweg de meeste capaciteit in bij de behandeling van misdrijfzaken. Om te beginnen behandelt het OM 21.100 eenvoudige misdrijfzaken, meestal zogenaamde feit-gecodeerde misdrijven.

Bij interventiezaken is het doel dat bij veel voorkomende (wijkgerelateerde) criminaliteit de burger als verdachte, slachtoffer of betrokkene een merkbare, zichtbare en betekenisvolle (strafrechtelijke) interventie ervaart die waar mogelijk snel (ZSM) wordt uitgevoerd. Het gaat in 2018 naar verwachting om 203.000 zaken. In 52.800 van deze zaken neemt het OM in de zogenaamde voorfase een beslissing.

De onderzoekszaken en ondermijningszaken omvatten de opsporing en vervolging van ernstige delicten. In ondermijningszaken ligt de focus op de aanpak van criminele activiteiten die niet primair ter kennis van de opsporingsinstanties komen via aangiften. De strafrechtelijke onderzoeken en de daaruit volgende strafzaken zijn vaak langdurig, complex en omvangrijk. Onder invloed van de investeringen in de aanpak van zware georganiseerde criminaliteit is de verwachting dat het aantal zaken in de komende jaren toeneemt.

Tot slot kan een verdachte of de officier van justitie (of beiden) in appèl gaan tegen het vonnis van de strafrechter. In dat geval wordt de strafzaak door het Ressortsparket in behandeling genomen. Het gaat hier om 28.600 zaken.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen aan medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC’s/LIEC)

Het Landelijk Informatie- en Expertise Centrum (LIEC) vormt samen met de 10 Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) een landelijk werkend concern dat vormgeeft aan een bestuurlijke en integrale aanpak van georganiseerde criminaliteit. Het zwaartepunt van de activiteiten in het RIEC/LIEC-concern ligt bij het realiseren van een resultaatgerichte lokale en regionale aanpak. Bij lokaal/regionaal niveau overstijgende problemen legt het LIEC met een landelijke en/of internationaal gecoördineerde aanpak een verbinding tussen de RIEC’s en de landelijke partners. Daarnaast geeft het LIEC binnen het RIEC/LIEC-concern invulling en ondersteuning aan gemeenschappelijke en specialistische taken die vanwege effectiviteit, efficiëntie, inzichtelijkheid en/of eenduidigheid op een centraal punt zijn belegd.

Uitstapprogramma Prostituees

Bij de ontwerpbegroting 2014 is de motie Van der Staaij aangenomen (Kamerstukken II 2013/14 33 750, nr. 80). Met deze motie zijn voor de periode 2014–2017 middelen vrijgemaakt voor de cofinanciering van gemeentelijke uitstapprogramma’s voor prostituees.

Als gevolg van een vertraagde opstart is de looptijd van de projecten verlengd tot en met juni 2018.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)18

Het KVO heeft als doel het creëren van een veiligere werk- en leefomgeving ter preventie van inbraken, overvallen en brand. Samenwerking tussen ondernemers, gemeente, politie en brandweer staat hierbij centraal. Bedrijventerreinen en winkelgebieden komen voor KVO- certificatie in aanmerking als zij een aantal structurele maatregelen op het gebied van veiligheid treffen.

Uitstapprogramma Prostituees

Zie onder «Bijdrage aan medeoverheden».

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen aan agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI levert forensische diensten en expertise met name aan de Nederlandse strafrechtketen. De grondslag, doelstelling en kerntaken van het NFI zijn vastgelegd in de Regeling Taken NFI. In de agentschapsparagraaf van het NFI worden de capacitaire en financiële gevolgen toegelicht.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Nederlands register gerechtelijk deskundigen (NRGD)

Het NRGD waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich als gerechtelijk deskundige wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het NRGD. Het NRGD heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Bijdragen aan medeoverheden

Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen (shna)

De periode na de staatkundige hervorming kenmerkt zich door het steeds verder vorm geven aan een goede inrichting van de rechtspraak en het OM op de BES eilanden. Vanuit Europees Nederland wordt gestimuleerd dat het aantal rechters zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Ook wordt ervoor gezorgd dat de staande magistratuur van het OM BES op sterkte blijft. De Raad voor de Rechtshandhaving wordt zodanig geëquipeerd dat er voldoende middelen zijn voor het doen van voldoende en gekwalificeerde onderzoeken.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

In het kader van de bestrijding witwassen en terrorisme financiering ontvangt de FIU-Nederland op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Terrorisme Financiering (WWFT) signalen over ongebruikelijke transacties (OT’s) van meldplichtige instellingen zoals banken, geldtransactiekantoren, autohandelaren en notarissen. FIU analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten ze als verdachte transactie (VT) door te melden aan de opsporing.

Tabel 33.4 Kengetallen FIU-Nederland
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Aantal LOvJ-verzoeken1

1.219

1.277

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

1.464

1.566

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Bron: FIU-Nederland

X Noot
1

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen bijdragen voor de bestuurlijke aanpak internationaal (Euregionale RIEC), Internationale- en Europese arrestatiebevelen, de bestrijding van mensenhandel op de Nederlandse Antillen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, het tegengaan van misbruik van rechtspersonen, het passagiersnamen register systeem (TRIP), de Veiligheidsmonitor en ondermijning.

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van handhaving en naleving, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van Nalevingsexpertise.

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen subsidies voor de innovatieagenda Rechtsbestel, de categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (COSM), het Nationaal verwijzingsmechanisme mensenhandel, de fraudehelpdesk, het Coördinatiecentrum Mensenhandel (CoMensha), het Meldpunt kinderporno en kindersekstoerisme (EOKM) en het Meldpunt Internet Discriminatie (MIND).

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft het budget voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand alsmede kosten die voortvloeien uit schikkingen en veroordelingen door de burgerlijke rechter ten gevolge van schadeclaims naar aanleiding van onrechtmatig overheidsoptreden

Keten Informatie Management (KIM)

Het doel van KIM is het realiseren van innovatie op het gebied van informatiegestuurde opsporing, vervolging en executie. Binnen KIM zijn er verschillende programma’s zoals de Digitalisering Strafrechtketen, het Digitaal Proces Dossier en het E-justice programma. Het hiervoor beschikbare budget en de bijbehorende verantwoording vindt met ingang van 2016 plaats op niet apparaatsbudget.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen of hun erfgenamen waarvan door de rechter is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.

Verkeershandhaving OM

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen. Het afpakken van crimineel vermogen door de inzet van het strafrecht, maar ook door samenwerking van de partijen in de strafrechtketen met bestuurlijke partners (waaronder de Belastingdienst en gemeenten), is een prioriteit van het kabinet. Uit dit budget worden de uitgaven voor partijen in de strafrechtketen bekostigd.

Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige rijksgoederen.

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen opdrachten in het kader van het programma uitwerken bezuinigingen strafrechtketen, Rwanda, de aanpak van piraterij, de implementatie van de EU-prioriteit bestrijding zwaar georganiseerde internationale criminaliteit, de versterking van de integrale aanpak horizontale fraude, Wet wapens en munitie, het European Criminal Records Information System, het platform Internetveiligheid en het Ultimate Beneficial Owners register.

Garanties

Faillissementscuratoren

Deze regeling voorziet er in dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel van de Minister van Veiligheid en Justitie een voorschot kunnen verkrijgen ter dekking van de kosten die zij moeten maken om een rechtsvordering in te stellen tegen bestuurders van de rechtspersoon in geval van vermoedelijk «kennelijk onbehoorlijk bestuur» of ten behoeve van een voorafgaand onderzoek naar de mogelijkheden daartoe. Tevens stelt het de curatoren in faillissementen in staat om een procedure te beginnen teneinde de vervreemde activa weer terug te laten vloeien in de boedel om benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken.

33.4 Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

In juli 2017 hebben de landen wiens opsporingsautoriteiten samenwerken in het Joint Investigation Team (JIT) – Australië, België, Maleisië, Oekraïne en Nederland – gezamenlijk besloten dat de vervolging van verdachten voor het neerhalen van vlucht MH17 in Nederland plaatsvindt onder Nederlands recht, kan plaatsvinden.

De JIT-landen hebben hun politieke en financiële steun uitgesproken en deze steun wordt bekrachtigd door de ondertekening van Memoranda of Understanding (MoU’s).

Nederland zal zelf de kosten dragen voor getuigenbescherming, rechtspraak en het Openbaar Ministerie. Vanaf 2018 is hiervoor per jaar € 9 mln. gereserveerd. De middelen voor 2019–2023 zijn op de aanvullende post van de rijksbegroting gereserveerd. Externe financiering van de rechtspraak en het OM is niet wenselijk omdat iedere schijn van beïnvloeding van de onafhankelijkheid van de rechtsgang moet worden vermeden. Daarnaast is het niet wenselijk om inzicht te moeten geven in het vertrouwelijke programma van getuigenbescherming. De overige kosten, waarbij gedacht moet worden aan detentie, beveiliging, vertaling, communicatie etc., worden gezamenlijk door de JIT-landen gefinancierd. De uiteindelijke Nederlandse bijdrage is onder andere afhankelijk van onderhandelingen met de andere JIT-landen en «grieving nations» over de verdeling van de kosten.

Ontvangsten

Boeten en Transacties

Naar aanleiding van de motie Zijlstra/Samsom heeft het kabinet besloten de ontvangsten uit verkeersboetes per januari 2017 als generaal dossier op de begroting van VenJ aan te merken. Mee- of tegenvallers ten opzichte van de raming komen vanaf dit moment ten gunste of ten laste van het generale beeld. De raming voor de ontvangsten op Boeten en Transacties is gebaseerd op de meest recente ontwikkelingen op het gebied van verkeershandhaving.

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet en het stuurt met het ketenprogramma afpakken dan ook op ambitieuze doelstellingen. Het OM zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie.

Artikel 34. Straffen en Beschermen

Algemene doelstelling

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.

Het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

Tenuitvoerlegging van sancties en strafrechtelijke maatregelen:19

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister heeft een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI.

  • Ten aanzien van de forensische zorg heeft de Minister een regisserende rol. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging.

  • De uitvoering van toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. Ook hier heeft de Minister een regisserende rol. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Preventie en Kansspelen

  • De Minister stimuleert preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en het toezicht op rechtspersonen. De Minister draagt stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid en de daaraan verbonden regelgeving. De Minister wil ervoor zorgen dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen.

Slachtofferzorg

  • De Minister kent een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg. De Minister draagt beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid.

Jeugdbescherming en jeugdsancties20

  • De uitvoering en financiering van de jeugdbescherming en de jeugdreclassering is per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten. De Minister van VenJ heeft na de decentralisatie een regisserende rol en vervult hiermee zijn stelselverantwoordelijkheid.

  • De Minister heeft een uitvoerende rol de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI.

  • De Minister heeft een regisserende rol ten aanzien van de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling en preventie. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling, zorg & veiligheid en High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling.

  • De Minister is verantwoordelijk voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.

Terrorisme

Beleidswijzigingen

In de brieven van 3 juli 2015 en 12 augustus 2016 aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris van VenJ meegedeeld dat hij het noodzakelijk acht om meer maatwerk mogelijk te maken binnen de Terroristenafdelingen (TA’s) van de DJI met als doel de samenleving optimaal te kunnen beschermen tegen deze gedetineerden, verspreiding van hun gedachtegoed te voorkomen en onderlinge beïnvloeding tegen te gaan. Een belangrijk onderdeel hiervan is de invoering van een gedifferentieerd plaatsingsbeleid, waarbij de beïnvloedbare gedetineerden van de meer geharde extremisten worden gescheiden op basis van hun risicoprofiel. Het aantal gedetineerden dat wordt verdacht van of is veroordeeld voor een terroristisch misdrijf is de afgelopen periode sterk toegenomen. Deze toename, in combinatie met het voornemen om te voorzien in een gedifferentieerd plaatsingsbeleid, maakt uitbreiding van de TA-capaciteit noodzakelijk. De capaciteit wordt hiertoe uitgebreid van 13 naar 48 plaatsen. Daarnaast wordt meer (zorg)personeel ingezet.

Individuele beoordeling slachtoffers

In 2018 wordt een belangrijke stap gezet in de bescherming van slachtoffers door de landelijke invoering van de individuele beoordeling, die voortkomt uit de EU-richtlijn minimumnormen slachtoffers. De door Politie, OM en Slachtofferhulp Nederland ontwikkelde werkwijze zorgt voor een betere bescherming van slachtoffers door bij ieder slachtoffer, vanaf het moment van melden bij de politie, te kijken naar kwetsbaarheid voor herhaald slachtofferschap en indien nodig beschermende maatregelen in te zetten. Voorbeelden hiervan zijn het afschermen van adresgegevens of oplegging van een contact- of gebiedsverbod. De individuele beoordeling is een taakverzwaring voor de hierboven genoemde organisaties. Hiervoor zijn extra middelen (structureel € 7,8 mln.) toegekend. De middelen zijn toegevoegd aan de begrotingsartikelen 31 (€ 6,7 mln. t.b.v. de Politie), 33.1.1 (€ 0,4 mln. t.b.v. het OM) en 34.4.21 (€ 0,7 mln. t.b.v. Slachtofferhulp Nederland). De middelen voor het OM zijn aanvullend op de structurele middelen à € 1,3 mln. die al bij begroting 2017 zijn toegekend aan het OM voor de uitvoering van de individuele beoordeling vanaf 2018.

Invoering wetsvoorstel affectieschade

Het wetsvoorstel affectieschade treedt naar verwachting in 2018 in werking en voorziet in een schadevergoeding voor naasten van slachtoffers die zijn overleden of ernstig en blijvend letsel zijn toegebracht als gevolg van een misdrijf. Door de wet wordt de doelgroep van het Schadefonds geweldsmisdrijven (SGM) uitgebreid. Hiervoor wordt in 2018 € 0,3 mln. en vanaf 2019 structureel € 0,7 mln. toegevoegd aan het uitkeringenbudget SGM (begrotingsartikel 34.4.51). Ook lopen de kosten van de voorschotregeling op, omdat naar verwachting een deel van de aan slachtoffers uitgekeerde voorschotten niet (geheel) bij de dader wordt geïnd. Om dit op te vangen wordt in 2019 € 1,3 mln. en vanaf 2020 structureel € 2,5 mln. toegevoegd aan het budget voor de voorschotregeling (begrotingsartikel 34.4.51). Dit effect treedt later op dan de hogere uitkeringen bij het SGM, omdat een voorschot pas wordt uitgekeerd acht maanden na een onherroepelijk vonnis.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 34.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 34 (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

2.843.386

2.646.080

2.475.634

2.597.863

2.611.189

2.572.405

2.552.514

                 

Apparaatsuitgaven

173.114

177.392

174.399

164.735

165.779

167.805

167.806

                 

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

             
 

Personeel

137.413

143.929

136.062

126.964

127.954

129.980

129.981

 

waarvan eigen personeel

130.905

137.239

129.521

120.423

121.413

123.439

123.440

 

waarvan externe inhuur

5.119

5.438

5.317

5.317

5.317

5.317

5.317

 

waarvan overig personeel

1.389

1.252

1.224

1.224

1.224

1.224

1.224

 

Materieel

35.701

33.463

38.337

37.771

37.825

37.825

37.825

 

waarvan ICT

13.269

8.462

14.107

14.089

14.114

14.114

14.114

 

waarvan SSO’s

16.909

15.706

15.213

14.556

14.578

14.578

14.578

 

waarvan overig materieel

5.523

9.295

9.017

9.126

9.133

9.133

9.133

                 

Programma-uitgaven

2.688.057

2.468.688

2.301.235

2.433.128

2.445.410

2.404.600

2.384.708

Waarvan juridisch verplicht

   

99%

       

34.2 Preventieve maatregelen

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Dienst Justis

6.770

3.844

3.587

3.579

3.570

3.561

3.561

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overig preventieve maatregelen

3.542

3.012

957

957

957

957

957

 

Subsidies

             
 

Integriteit

1.443

3.096

2.748

2.749

2.749

2.749

2.749

 

Overig preventieve maatregelen

3.077

6.490

4.291

4.291

4.091

4.091

4.091

 

Opdrachten

             
 

Kansspelbeleid

350

595

592

590

500

500

500

 

Overig preventieve maatregelen

2.510

1.850

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600

 

Garanties

             
 

Faillissementscuratoren

2.015

0

0

0

0

0

0

                 

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI-gevangeniswezen-regulier

1.178.760

950.745

828.583

973.926

991.778

949.423

929.529

 

DJI-Forensische zorg

804.454

801.324

765.617

756.273

747.987

747.984

747.985

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

87.585

90.439

80.706

81.121

82.347

83.470

83.470

 

CJIB

116.137

111.736

110.655

111.885

112.375

112.679

112.680

 

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

             
 

Reclassering Nederland

141.187

139.210

137.458

137.415

137.429

138.039

138.039

 

Leger des Heils

20.903

22.046

21.871

21.973

21.973

22.074

22.074

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ Nederland

69.375

67.965

67.807

68.111

68.111

68.416

68.416

 

Centraal Administratie Kantoor

364

619

128

4

4

4

4

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overig Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

2.363

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

 

Subsidies

             
 

Vrijwilligerswerk gedetineerden

2.869

3.109

3.109

3.109

3.109

3.109

3.109

 

Overig Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

2.335

4.673

3.868

2.526

2.526

2.526

2.526

 

Opdrachten

             
 

Forensische zorg

0

1.580

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

 

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

653

9.705

9.809

9.858

9.858

9.858

9.858

 

Overig Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

2.382

4.035

6.222

8.177

8.177

8.102

8.102

                 

34.4 Slachtofferzorg

             
 

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

             
 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

6.253

6.804

6.101

5.691

5.678

5.670

5.670

 

Slachtofferhulp Nederland

33.893

35.228

40.200

38.973

39.763

39.763

39.763

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overig Slachtofferzorg

4.218

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies

             
 

Perspectief Herstelbemiddeling

1.337

1.833

1.833

1.333

1.333

1.333

1.333

 

Overig Slachtofferzorg

60

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

             
 

Slachtofferzorg

2.208

6.271

8.927

8.927

8.927

8.927

8.927

 

Schadefonds Geweldsmisdrijven

18.972

21.350

21.319

15.209

14.670

14.070

14.070

 

Voorschotregelingen schadevergoedingsmaatregelen

1.236

1.400

1.400

2.650

3.900

3.900

3.900

                 

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI – jeugd

148.943

137.871

137.687

137.843

137.640

137.437

137.437

 

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

             
 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage

1.436

1.756

1.758

1.758

1.758

1.758

1.758

 

Halt

10.590

10.232

10.206

10.206

10.206

10.206

10.206

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

BES Voogdijraad

1.070

1.044

1.044

1.044

1.044

1.044

1.044

 

Overig Jeugdbescherming en jeugdsancties

309

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies

             
 

Jeugdbescherming

1.234

1.367

2.039

2.039

2.039

2.039

2.039

 

Overig Jeugdbescherming en jeugdsancties

1.947

2.376

3.284

3.284

3.284

3.284

3.284

 

Opdrachten

             
 

Risicojeugd en jeugdgroepen

1.138

4.728

1.999

1.999

1.999

1.999

1.999

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

3.079

3.921

3.921

3.921

3.921

3.921

3.921

 

Overig Jeugdbescherming en jeugdsancties

1.060

3.934

4.909

5.107

5.107

5.107

5.107

                 

Ontvangsten

98.642

218.615

87.480

101.240

101.480

101.480

101.480

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel betreft bij de artikelen DJI, Justis en CJIB de uitgaven voor de overeengekomen productieafspraken met het moederdepartement. Verder bestaat het juridisch verplichte gedeelte voornamelijk uit subsidiëring/bijdragen aan o.a. Slachtofferhulp Nederland, Schadefonds Geweldsmisdrijven, Reclassering, Halt, LBIO, Stichting Adoptievoorziening en het Centrum Internationale Kinderontvoering.

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)

Toelichting op instrumenten

De RvdK heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. De voorgenomen meerjarige productie van de RvdK is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 34.2 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Coördinatie taakstraffen

6.543

6.465

6.785

7.019

7.019

7.019

Strafonderzoek LIJ

9.016

9.042

9.164

9.277

9.277

9.277

Strafonderzoek LIJ + aanvulling

3.299

3.248

3.294

3.338

3.338

3.338

Actualisatie straf

1.442

1.463

1.484

1.503

1.503

1.503

Onderzoeken schoolverzuim

3.767

3.767

3.767

3.767

3.767

3.767

Strafonderzoek GBM

128

128

128

128

128

128

Beschermingszaken

15.564

15.755

14.441

14.572

14.572

14.572

Adoptiegerelateerde zaken

2.265

2.250

2.285

2.321

2.321

2.321

Gezag- en omgangszaken

5.474

5.411

5.088

5.006

5.006

5.006

Toetsende taak

8.142

8.059

6.359

6.359

6.359

6.359

Bron: Prognose model Justitiële ketens 2018 (gefinancierde beschikbare capaciteit)

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis toetst of personen antecedenten hebben die het uitoefenen van bepaald werk in de weg staan. Daarnaast toetst Justis of partijen die bepaalde verklaringen, vergunningen en subsidies aanvragen, aan integriteitseisen voldoen. Deze screening van betrouwbaarheid vermindert veiligheidsrisico’s en draagt zo bij aan een integere en veiligere samenleving. In de agentschapsparagraaf van Justis vindt u meer informatie.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige preventieve maatregelen: High Impact Crimes (HIC)/Verwarde personen

De integrale aanpak van overvallen, woninginbraken, straatroven en expressief geweld, de zogenoemde «High Impact Crimes» (HIC) krijgt ook in 2018 veel aandacht. Blijvende aandacht is immers nodig om de afgelopen jaren geboekte resultaten vast te houden en het aantal slachtoffers van deze ingrijpende vormen van criminaliteit te minimaliseren. Voor de HIC-aanpak en onderliggende maatregelen investeert VenJ komend jaar circa € 8 mln. Dit bedrag wordt door middel van een «mix» van bijdragen, subsidies en opdrachten ter beschikking gesteld. We investeren in 2018 in en werken samen met ketenpartners, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en wetenschap. In 2018 wordt technopreventie op smartphones, tablets en laptop maar ook buurtpreventie actief gestimuleerd. Campagnes zoals «Maak het inbrekers niet te makkelijk» en «boefproof» spelen hierin een belangrijke rol. Daarnaast blijven we investeren in de aanpak van (vrijkomende) HIC-plegers, zodat recidive wordt teruggedrongen. Al deze maatregelen zijn onderdeel van het Actieprogramma overvallen 2.0 van de Taskforce Overvallen.

Vanuit VenJ wordt in 2018, samen met het Schakelteam, de ondersteuning op lokaal en regionaal niveau voortgezet om te komen tot een persoonsgerichte aanpak van personen met verward gedrag. Speerpunten hierbij zijn preventie, het verstevigen van mogelijkheden tot informatiedeling, het vergroten van kennis en het bieden van handelingsperspectief voor professionals. Daarnaast wordt voortdurend geacteerd op behoeften vanuit het veld en worden nieuwe initiatieven ten behoeve van de aanpak van personen met verward gedrag tot stand gebracht en zo mogelijk ondersteund.

Subsidies

Integriteit en filantropie

Overheid, vrijwilligers, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving. Naast de inzet van screeningsinstrumenten wordt, bijvoorbeeld met de vrijwilligers, gewerkt aan een breder integriteitsbeleid.

VenJ stimuleert de sector filantropie om als professionele en volwaardige gesprekspartner deel te nemen aan sociaal maatschappelijke vraagstukken. Het convenant «Ruimte voor geven» vormt de basis voor structurele samenwerking op thema’s als de totstandkoming van een stelsel van toezicht op de sector filantropie. Hieronder vallen onder meer de subsidies aan het Centraal Bureau Fondsenwerving en de stichting Maatschappelijke Alliantie.

Overige preventieve maatregelen (HIC)

Het voorkomen en aanpakken van High Impact Crimes is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, overheid, bedrijven en andere maatschappelijke instanties. Continue aandacht vanuit deze partijen is noodzakelijk om de geboekte resultaten te verduurzamen en pas te houden met nieuwe ontwikkelingen. VenJ ondersteunt hierbij door innovatie en de verduurzaming van effectief gebleken interventies zoals «Alleen Jij Bepaalt» te stimuleren.

Deze subsidies worden verstrekt aan organisaties en stichtingen op het gebied van HIC, woninginbraken, aanpak geweld, aanpak geweld in het Openbaar Vervoer, straatroof etc. Voorbeelden van subsidieontvangers zijn Stichting Consument en Veiligheid, het CCV, Koninklijke Horeca Nederland en sportverenigingen in het kader van «Alleen Jij Bepaalt».

Opdrachten

Kansspelbeleid

Uitgangspunt is dat de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier deel kan nemen aan kansspelen. Onder deze post worden de middelen geraamd voor opdrachten in het kader van de modernisering.

Overige preventieve maatregelen (HIC)

VenJ zet in op het vasthouden en verduurzamen van de afgelopen jaren geboekte resultaten. Onder deze post worden de middelen geraamd voor opdrachten die hier een bijdrage aan leveren.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

Er wordt een bijdrage gegeven voor:

  • Gevangeniswezen regulier

  • Forensische zorg

  • Vreemdelingenbewaring

In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen toegelicht. Ook de uitgaven die DJI doet voor de capaciteit Caribisch Nederland (BES) zijn terug te vinden in de agentschapsparagraaf van DJI.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid en vervult een centrale rol bij de afhandeling van strafrechtelijke beslissingen. Daarnaast coördineert en informeert het CJIB binnen de executieketen. Hiermee levert het CJIB een belangrijke bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productiegegevens, te vinden.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

Er zijn drie erkende reclasseringsorganisaties: Reclassering Nederland (RN), de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJR). De drie organisaties werken nauw met elkaar samen, zij het dat ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben:

  • De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek;

  • Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering;

  • Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

De reclasseringsorganisaties kennen drie hoofdproductgroepen: adviezen, toezichten en werkstraffen. Voor adviezen worden de reclasseringsorganisaties lumpsum gefinancierd. Toezichten en werkstraffen worden op basis van P*Q gefinancierd. De geraamde meerjarige productie toezichten en werkstraffen van de drie reclasseringsorganisaties is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 34.4 productiegegevens reclasseringsorganisaties

Productgroep

Aantal

Gemiddelde Prijs

Instroom toezichten

17.870

7.034

Instroom werkstraffen

36.943

1.059

Uitstroom werkstraffen

32.053

1.059

Bron: Prognose model Justitiële ketens 2018 (capaciteitsbehoefte)

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

Vanaf 2015 werd de implementatie van twee maatregelen uit het Regeerakkoord voorbereid. Deze regelen een eigen bijdrage voor de kosten van het strafproces en slachtofferzorg en een bijdrage voor de kosten van verblijf in een justitiële inrichting. Het Ministerie van VenJ heeft het CAK (een ZBO ressorterend onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van VWS) aangewezen als uitvoerder van de regelingen. De kosten die gemoeid zijn met de voorbereiding van de uitvoering van de maatregelen zijn op de begroting van VenJ als een bijdrage aan het CAK opgenomen. Op artikel 34 zijn de uitvoeringskosten CAK ten behoeve van slachtofferbeleid geboekt. De invoering van deze regelingen loopt af na 2018. In 2018 is er nog een bedrag van € 128.000 mee gemoeid. De overige uitvoeringskosten CAK zijn geboekt op artikel 32.

Bijdrage aan medeoverheden

Overig Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Middelen worden ingezet voor een bijdrage van VenJ aan gemeenten in het kader van nazorg ex-gedetineerden. Gemeenten benutten deze bijdrage om lokaal nazorgtrajecten voor ex-gedetineerden te financieren.

Subsidies

Vrijwilligerswerk gedetineerden

Dit betreft de middelen voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden om zo de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Op basis van het subsidiekader Vrijwilligerswerk bij de Sanctietoepassing kunnen vrijwilligersorganisaties in aanmerking komen voor een subsidie. Zowel grote vrijwilligersorganisaties als Humanitas, Exodus, Bonjo en Gevangenenzorg Nederland, als kleine vrijwilligersorganisaties kunnen hiervoor in aanmerking komen. De vrijwilligersactiviteiten kennen een grote mate van diversiteit. Onder meer worden individuele bezoeken afgelegd in de inrichtingen, wordt bijgedragen aan kerkdiensten, worden spreekuren gehouden en cursussen aangeboden. Ook wordt aandacht besteed aan de relaties van gedetineerden, onder meer door ouder-kind-bezoeken mede mogelijk te maken en door achtergebleven familieleden van gedetineerden te ondersteunen.

Overig Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Middelen worden ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid.

Opdrachten

Forensische Zorg

VenJ is stelselverantwoordelijk voor de gehele forensische-zorgketen, van indicatiestelling tot uitstroom. Hiervoor bewaakt zij de kwaliteit van het stelsel van forensische zorg en worden optimale voorwaarden geschapen en uitgaven gedaan om het stelsel in stand houden en te verbeteren. De inkoop van Forensische Zorg wordt door DJI gedaan en de uitvoering van zorg ligt bij (private) zorginstellingen. Voor aanloopkosten bij de invoering van de Wet verplichte GGZ, waaronder opleidingen en voorlichting, is voor de jaren 2016 – 2018 aanvullend budget beschikbaar.

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

Op dit artikel zijn middelen gereserveerd voor de verbetering van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen, en het optimaliseren van de ketenregie in de executieketen. In dit kader wordt budget aan ketenpartners ter beschikking gesteld voor de inrichting van kernprocessen die bijdragen aan een snelle en zekere tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen. In 2018 ligt, net zoals in 2017, het zwaartepunt bij de invoering van nieuwe ICT-trajecten en verbeterinitiatieven waarvoor incidentele middelen benodigd zijn. Na 2018 komt de nadruk meer te liggen op structurele uitvoeringskosten van ketenregie en -beheer.

Overig Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Middelen worden ingezet voor diverse (incidentele) projecten en opdrachten op het terrein van sanctiebeleid. Voorbeelden hiervan zijn het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), Koninklijke Horeca Nederland en sportverenigingen in het kader van Alleen Jij Bepaalt (AJB).

34.4 Slachtofferzorg

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit VenJ voor de bureaukosten.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit. Slachtofferhulp Nederland ontvangt van VenJ een bijdrage om dit mogelijk te maken. Het individueel beoordelen van slachtoffers op kwetsbaarheid is een belangrijk onderdeel van de recent in werking getreden wet ter implementatie van de Europese Richtlijn minimumnormen slachtoffers. Vanaf 2018 zijn voor deze taakverzwaring bij SHN, net als voor de politie en OM, structurele middelen beschikbaar.

Subsidies

Perspectief Herstelbemiddeling (voorheen Slachtoffer in Beeld)

Perspectief Herstelbemiddeling brengt slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contact, begeleid door een professionele bemiddelaar. Naast slachtoffer-dadergesprekken faciliteert Perspectief Herstelbemiddeling ook briefwisselingen en bemiddelingen. Perspectief Herstelbemiddeling ontvangt van VenJ een subsidie om zijn taken uit te voeren.

Opdrachten

Slachtofferzorg

In 2018 maakt het ingezette beleid om de positie van slachtoffers van misdrijven te versterken verdere stappen in de uitvoering. Leidend is de meerjarenagenda slachtofferbeleid uit 2016 (TK 2016–17, 33 552, nr. 23) waarin vier prioriteiten zijn gesteld namelijk de praktische uitvoering van nieuw verworven slachtofferrechten, betere bescherming van (kwetsbare) slachtoffers, het eenduidig informeren van slachtoffers en herstel door erkenning van leed. De financiële consequenties van de projecten die hieruit voortvloeien worden onder de post opdrachten slachtofferzorg gedekt. Vanaf 2018 wordt, conform de meerjarenagenda slachtofferbeleid, een deel van de middelen structureel overgeboekt naar uitvoeringsorganisaties zoals het OM voor de praktische uitvoering van nieuw verworven slachtofferrechten.

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel geraamd, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het kader voor 2017 en 2018 is toegenomen omdat er sprake is van een stijging van de uitkeringen in verband met de toevoeging van de categorie «dood door schuld» per 1 juli 2016. Daarnaast neemt het aandeel uitkeringen vanwege seksuele misdrijven en mensenhandel toe. Dit zijn veelal uitkeringen in de zware categorieën (bedragen van € 10.000 of meer).

Voorschotregelingen schadevergoedingsregeling

Slachtoffers en nabestaanden van een geweld- of zedenmisdrijf kunnen in aanmerking komen voor een voorschot, als de veroordeelde acht maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet alle opgelegde schadevergoeding heeft betaald. Het kader neemt vanaf 2019 toe vanwege de invoering van het wetsvoorstel affectieschade.

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

Bijdragen aan agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen toegelicht.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van VenJ wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie).

Halt

Halt voert in opdracht van VenJ de Halt-afdoening uit. Haltstraffen hebben tot doel grensoverschrijdend gedrag van jongeren zo vroeg mogelijk te stoppen en genoegdoening te bieden aan slachtoffers en maatschappij.

Bijdrage aan medeoverheden

BES voogdijraad

De BES voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken (civiele onderzoeks- rekestrerende taak en de uitvoering van jeugdreclassering).

Subsidies

Jeugdbescherming

De middelen worden ingezet voor subsidiëring van het Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO) en de Stichting Adoptievoorzieningen (SAV). In opdracht van VenJ verricht het IKO advies en mediation wanneer sprake is van internationale kinderontvoering. SAV verricht in opdracht van VenJ administratieve taken en voorlichting op het gebied van adoptie.

Overig Jeugdbescherming en jeugdsancties

De middelen worden ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van jeugdbeleid en de aanpak van vechtscheidingen.

Opdrachten

Risicojeugd & Jeugdgroepen: Integrale aanpak Kindermishandeling en Jeugdgroepen

Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel misbruik zijn belangrijke problemen in Nederland. Dit geldt in het bijzonder voor minderjarige slachtoffers. Doordat het geweld veelal achter gesloten deuren plaatsvindt, is een belangrijke doelstelling het vergroten van de zichtbaarheid van de problematiek. Bestrijding omvat vele aspecten: preventie, hulpverlening, jeugdbescherming, huisverbod en het strafrecht. Bij de ontwikkeling van de integrale aanpak is het beschikbare budget vooral besteed aan het ondersteunen van experimenten. De aanpak is nu uit de experimentele fase. Goede praktijk is langs allerlei kanalen gedeeld en er is een kennisdatabank beschikbaar voor professionals op www.jeugdenveiligheid.nl. De lokale ondersteuning is inmiddels overgedragen aan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). De ervaringen en het netwerk met lokale partners worden ook benut in de aanpak van multiprobleemgezinnen, licht verstandelijk beperkten (LVB) en van huiselijk geweld en kindermishandeling. In 2018 worden nieuwe opdrachten in dat kader verwacht, evenals in Veiligheidshuizen in het kader van Zorg en Veiligheid en innovatie en technologische ontwikkelingen (apps, VR-brillen etc.).

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een coördinerende taak ten aanzien van taakstraffen. In dit kader zet RvdK gedragsinterventies en taakstraffen uit in de markt om zo een passende interventie voor betrokken jeugdigen te bewerkstelligen.

Overig Jeugdbescherming en jeugdsancties

De middelen worden ingezet voor diverse projecten en onderzoeken op het terrein van jeugdbeleid, waaronder adolescentenstrafrecht en de Transitie Autoriteit Jeugd.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan met name uit de door CJIB ontvangen administratiekostenvergoedingen. De aanzienlijk hogere ontvangsten in 2017 worden veroorzaakt door de incidentele afdracht aan het departement door de agentschappen DJI, Justis en CJIB. De daling in 2018 wordt daarnaast veroorzaakt door een neerwaartse bijstelling van de ramingen voor het CJIB voor de jaren 2017 en 2018.

Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

Algemene doelstelling

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.21 De taken worden namens de Minister uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Daarnaast is bij koninklijk besluit vastgelegd dat de Minister van VenJ doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.22

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft op basis van onder andere de Politiewet de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en woon- en werkverblijven. De Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. De Minister voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

Rol en verantwoordelijkheid

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden.23

Beleidswijzigingen

De opeenvolgende Cyber Security Beelden Nederland laten onmiskenbaar zien dat de dreiging in het digitale domein zich blijft ontwikkelen en dat de ontwikkeling van de digitale weerbaarheid daar nog geen gelijke pas mee houdt. Ondanks het beleidsarme karakter van de begroting heeft het kabinet besloten dat € 26 miljoen structureel wordt uitgetrokken voor cybersecurity, gericht op het versterken van de veiligheidsketen (AIVD, MIVD, Politie en OM) en het bevorderen van informatiedeling (EZ en NCSC). De NCTV coördineert deze inspanningen. Hierdoor kan inzicht worden verkregen in de modus operandi van kwaadwillende partijen (zowel statelijke actoren als criminelen), op basis waarvan handelingsperspectief kan worden geformuleerd. Via het DTC (Digital Trust Center) en NCSC kan dit handelingsperspectief vervolgens aan vitale sectoren, MKB en topsectoren beschikbaar worden gesteld waardoor zij de eigen weerbaarheid tegen cyberdreigingen kunnen versterken. Investeren in de digitale weerbaarheid van Nederland is nu en in de toekomst noodzakelijk om de dreiging het hoofd te blijven bieden en de economische kansen van digitalisering te benutten. Het principe van publiek-private samenwerking is daarbij onontbeerlijk. Daarnaast blijft het cybersecurity-landschap zich ontwikkelen. Zo volgt in 2018 de implementatie van de Netwerk en Informatie Beveiligingsrichtlijn (NIB-richtlijn). Hiermee ontstaat een beveiligingsverplichting voor aanbieders in de vitale infrastructuur en wordt door de betrokken Ministeries een stelsel van toezicht geïntroduceerd. In aanvulling hierop zal het Nationaal Cyber Security Centrum zich blijven inzetten om de samenwerking met sectorale Computer Emergency Response (CERT) Teams te versterken en zo bij te dragen aan een dekkend netwerk van sectorale CERT-teams.

VenJ, het Veiligheidsberaad en de veiligheidsregio’s hebben medio 2017 de projecten in het kader van de gezamenlijke doelstellingen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing op het gebied van water en evacuatie, risico- en crisisbeheersing bij stralingsincidenten en continuïteit van de samenleving afgerond. In 2018 worden de resultaten hiervan in onder andere de veiligheidsregio’s geïmplementeerd.

Indien in 2017 met het Veiligheidsberaad afspraken zijn gemaakt over het inzetten van de beproefde systematiek voor andere typen rampen en crises, wordt hieraan in 2018 invulling gegeven.

In overleg met het Veiligheidsberaad vindt, naar aanleiding van de evaluatie op de Wet veiligheidsregio’s (Rapport Evaluatiecommissie Hoekstra) verdere aanpassing plaats van de regelgeving in het kader van de Wet veiligheidsregio’s, onder andere op het gebied van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Het vervolg geven aan het tijdelijke aanvalsplan integrale aanpak jihadisme, bestaande uit preventieve en repressieve maatregelen en beleid, wordt toegepast binnen de kaders van de medio 2016 verschenen Nationale Contraterrorisme-strategie 2016–2020. Vanaf 2018 worden extra middelen ingezet voor het tot stand brengen van een Passenger Information Unit (PIU) vanwege de EU PNR-richtlijn.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 36.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 36 (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

247.478

256.684

278.667

282.745

289.955

287.955

287.955

                 

Programma-uitgaven

249.507

256.684

278.667

282.745

289.955

287.955

287.955

Waarvan juridisch verplicht

   

85%

       

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

           
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

0

321

321

321

321

321

321

 

Bijdrage ZBO/RWT’s

             
 

Instituut Fysieke Veiligheid

29.925

29.860

29.436

28.424

28.424

28.424

28.424

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

177.432

179.323

179.302

179.302

179.302

179.302

179.302

 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

6.501

9.470

28.774

33.514

38.624

38.624

38.624

 

Subsidies

             
 

Nederlands Rode Kruis

1.440

1.429

1.224

1.224

1.224

1.224

1.224

 

Nationaal Veiligheidsinstituut

1.290

1.274

1.274

1.274

1.274

1.274

1.274

 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

3.338

2.256

2.425

2.425

2.425

2.425

2.425

 

Opdrachten

             
 

Project NL-Alert

4.904

5.948

5.948

5.948

5.948

5.948

5.948

 

Opdrachten NCSC

3.167

5.657

11.956

12.306

12.306

12.306

12.306

 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

10.271

9.102

6.501

6.501

6.601

6.601

6.601

                 

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

             
 

Bijdrage ZBO/RWT’s

             
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

11.239

12.044

11.506

11.506

11.506

11.506

11.506

                 

Ontvangsten

1.473

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel heeft voornamelijk betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Veiligheidsregio’s (BDuR) en het Besluit Rijksbijdrage IFV alsmede op een doorlopende subsidieregeling.

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Toelichting op instrumenten

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Daarnaast maakt ook USAR.NL deel uit van het IFV. Dit is de Nederlandse bijstandseenheid voor het zoeken naar en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland. Het IFV ontvangt voor deze wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV een lumpsumbijdrage.24

Los van de bijdragen van VenJ voor wettelijke taken verricht het IFV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):

  • de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

  • het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Vanaf 2016 zijn middelen toegevoegd in het kader van de versterking veiligheidsketen. Een groot deel van deze middelen wordt jaarlijks overgeboekt naar het Gemeentefonds vanwege de gemeentelijke aanpak contraterrorisme.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van VenJ. Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.25

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van artikel 48, lid r, van de Wet Justitiesubsidies.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem voor rampen- en crisisinformatie per mobiele telefoon. De overheid alarmeert en informeert met dit systeem mensen via een bericht op hun mobiele telefoon over een acute crisis. Hierbij kunnen aan burgers verschillende handelingsperspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van VenJ financiert de jaarlijkse beheer- en exploitatiekosten voor dit systeem van onder andere de telecomproviders en tevens de kosten voor de doorontwikkeling ervan.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is het centrum in Nederland waar publieke (onder andere het Ministerie van Defensie en de AIVD) en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie bijeen brengen rondom cybersecurity. Daarnaast treedt het NCSC namens de Nederlandse overheid op als Computer Emergency Response Team (CERT) en fungeert in deze hoedanigheid als Nationaal Contactpunt voor cyber security, die meldingen verwerkt en trends en ontwikkelingen op internet waarneemt. Periodiek wordt het Cyber Security Beeld Nederland opgesteld op basis waarvan beleidsvorming plaatsvindt op het gebied van cybersecurity.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de opdrachten die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken.

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

De OVV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OVV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daarvan. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OVV worden verricht (waaronder op het terrein van lucht- en scheepvaart). De bijdrage voor 2018 is € 11,5 mln.

Artikel 37. Vreemdelingen

Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, grenscontroles aan de buitengrenzen alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de nationale politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht en grenscontroles aan de buitengrenzen.

Implementatie Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem

Beleidswijzigingen

Voor het Gemeenschappelijk Europese Asiel systeem (GEAS) worden omvangrijke wijzigingen verwacht. De wijzigingen zijn momenteel onderwerp van onderhandeling. Nederland zet in op een pakketbenadering. Indien de onderhandelingen leiden tot een concreet systeem heeft dit financiële gevolgen voor bijvoorbeeld aanpassing van ICT-systemen en verblijfsduur in opvangcentra.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 37.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 37 (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

1.664.931

1.548.175

1.101.094

884.276

816.134

805.399

792.051

                 

Programma-uitgaven

1.686.919

1.548.175

1.101.094

884.276

816.134

805.399

792.051

Waarvan juridisch verplicht

   

98%

       

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

371.020

365.289

330.035

286.888

286.910

287.176

287.177

 

Bijdrage ZBO/RWT’s

             
 

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

1.124.049

984.866

595.698

438.284

379.279

368.278

354.929

 

Nidos-opvang

134.561

135.827

118.790

108.942

99.673

99.673

99.673

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overig toegang, toelating en opvang vreemdelingen

7

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies

             
 

Vluchtelingenwerk Nederland

11.577

10.455

9.428

9.428

9.428

9.428

9.428

 

Overig toegang, toelating en opvang vreemdelingen

1.595

1.666

1.666

1.666

1.666

1.666

1.666

 

Opdrachten

             
 

Keteninformatisering

13.814

6.263

5.198

5.198

5.198

5.198

5.198

 

Versterking vreemdelingenketen

4.052

6.094

2.803

3.019

3.129

3.129

3.129

                 

37.3 Terugkeer

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Dienst Justitiële Inrichtingen

7.880

8.424

8.424

8.424

8.424

8.424

8.424

 

Subsidies

             
 

REAN-regeling

10.346

6.697

6.547

6.547

6.547

6.547

6.547

 

Overig terugkeer

0

3.700

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

 

Opdrachten

             
 

Vreemdelingen vertrek

8.018

18.894

20.005

13.380

13.380

13.380

13.380

                 

Ontvangsten

485.135

309.900

156.600

0

0

0

0

Begrotingsreserve Asiel en ODA-toerekening

De begrotingsreserve Asiel is in 2010 gecreëerd toen het asieldossier in plaats van generaal specifiek werd en is aan de Tweede Kamer gemeld via de Begroting 2011 (Kamerstukken II, 2010/11, 32 500-VI, nr 2.). De asielreserve is bedoeld om fluctuaties in de lastig voorspelbare uitgaven voor (de instroom van) asielzoekers op te vangen.

Tabel 37.2 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Asiel (x € 1 mln.)

Stand per 1/1/2017

Verwachte toevoegingen jaar 2017

Verwachte onttrekkingen 2017

Verwachte stand per 1/1/2018

Verwachte toevoegingen 2018

Verwachte onttrekkingen 2018

Verwachte stand per 31/12/2018

335,9

85

334,4

86,5

83

165,7

3,8

De verwachte stand van de asielreserve op 1 januari 2018 is € 86,5 mln., naast een storting van € 83 mln. in 2018 wordt € 165,7 mln. ingezet voor de dekking van de meerkosten van de asielinstroom in 2018. De inzet van het deel van de asielreserve dat per 31 december 2018 resteert (€ 3,8 mln.) is nog niet voorzien. De onttrekkingen uit de asielreserve in 2018 zijn juridisch verplicht.

Tabel 37.3 ODA-aandeel opvangkosten voor asielzoekers (x 1 mln.)1
 

2018

Bijdrage ZBO/RWT’s: COA

596

Deel ODA-toerekening

490

   

Bijdrage ZBO/RWT’s: Nidos-opvang

119

Deel ODA-toerekening

45

X Noot
1

Deze tabel is opgenomen naar aanleiding van een toezegging van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Kamerstukken II, 2015/2016, 34 300, nr. 58)

Budgetflexibiliteit

De bijdrage aan de IND, het COA, Nidos en Vluchtelingenwerk Nederland zijn juridisch verplicht evenals een groot gedeelte van de opdrachten die voortvloeien uit het programma van de keteninformatisering en de uitgaven voor de vervoersbewegingen van de vreemdelingen. Dit laatste als gevolg van een meerjarig convenant met het agentschap DJI.

Kengetallen vreemdelingenketen

Toelichting op instrumenten

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen. De hoogte van de instroom (asiel, regulier en naturalisatie) is een belangrijke bepalende factor voor de werkhoeveelheid en daarmee voor de bijdragen aan de organisaties in de vreemdelingenketen.

Tabel 37.4 Kengetallen vreemdelingenketen

Aantallen

Realisatie

Prognose

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Asiel

               

Asielinstroom

58.800

33.670

41.000

37.000

22.500

22.500

22.500

22.500

Overige instroom

23.200

20.180

2.300

1.900

1.900

1.900

1.900

1.900

Opvang COA

               

Instroom in de opvang

60.430

35.920

41.500

37.000

23.000

23.000

23.000

23.000

Uitstroom uit de opvang

36.930

55.580

53.000

36.370

28.600

23.000

23.000

23.000

Gemiddelde bezetting in de opvang

30.280

37.160

22.500

19.985

14.500

11.700

11.700

11.700

Toegang en toelating IND

               

Machtiging tot voorlopig verblijf nareis (MVV nareis)

24.100

31.680

6.400

6.400

6.400

6.400

6.400

6.400

Verblijfsvergunning regulier (VVR)

31.340

35.700

35.700

35.700

35.700

35.700

35.700

35.700

Toelating en Verblijf (TEV)

41.870

49.740

48.000

48.000

48.000

48.000

48.000

48.000

Visa

1.010

3.830

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

Aantal naturalisatie verzoeken

25.450

23.190

27.500

27.500

19.500

23.400

26.000

26.000

Streefwaarden Terugkeer (%)

               

Zelfstandig vertrek

28%

26%

20%

20%

20%

20%

20%

20%

Gedwongen vertrek

27%

27%

30%

30%

30%

30%

30%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht

45%

47%

50%

50%

50%

50%

50%

50%

Bronnen: INDIS/INDIGO, Maandrapportage COA, KMI en Meerjaren Productie Prognoses (MPP) Vreemdelingenketen

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Bijdragen aan agentschappen

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

De IND is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of die Nederlander willen worden.

De bekostiging van de IND vindt plaats door de bijdrage van het moederdepartement en opbrengsten derden. De opbrengsten derden bestaan uit leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor reguliere verblijfsvergunning of verzoeken tot naturalisatie en voor een kleiner gedeelte uit opbrengsten uit onderverhuur en bijdragen uit Europese subsidies.

In tabel 37.5 wordt zichtbaar hoe het budget is verdeeld over de verschillende productgroepen.

Tabel 37.5 Bekostiging IND (x € 1.000)

Productgroep

Budgettair kader 2018

%

Asiel

€ 102.552

31%

Regulier

€ 111.954

34%

Naturalisatie

€ 10.793

3%

Ketenondersteuning

€ 3.092

1%

Lumpsum

€ 151.948

46%

     

Totale bekostiging

€ 380.339

115%

     

Bijdragen derden (vooral Leges)

€ 332.011

100%

Tabel 37.6 Kengetallen IND doorlooptijden: vreemdelingenzaken waarop binnen de wettelijke termijn is besloten
 

Realisatie

Streefwaarde

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Asiel

96%

91%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Regulier

91%

89%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Naturalisatie

96%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

COA draagt zorg voor de opvang van vreemdelingen in Nederland. Het COA biedt vreemdelingen huisvesting, verstrekt middelen van bestaan en geeft begeleiding. Het opvangbeleid is gericht op de opvang van asielzoekers gedurende de asielprocedure.

Het budget voor COA daalt de komende jaren omdat er een daling in de bezetting is voorzien ten opzichte van 2016.

Tabel 37.7 Bekostiging COA

Productgroep

Aandeel

Personeel

30%

Materieel

34%

Rente en afschrijving

4%

Gezondheidszorg

23%

Regelingen

9%

Totaal

100%

Overheadkosten maken onderdeel uit van bovengenoemde kosten.

Tabel 37.8 Prestatie-indicator COA (gemiddelde verblijfsduur in maanden)
 

Realisatie

Prognose

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

4,6

4,7

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

8,1

8,1

8

7,9

7,8

7,6

7,5

7,5

Bron: Maandrapportage COA.

Nidos-opvang

Nidos is conform het Burgerlijk Wetboek aangewezen als instantie die belast is met de voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Daarnaast is Nidos aangewezen voor het uitvoeren van de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling (OTS) bij kinderen van gezinnen met een vreemdelingenstatus.

Nidos is verantwoordelijk voor de opvang in pleeggezinnen van alle alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) die op het moment van aankomst in Nederland 14 jaar of jonger zijn.

Sinds 2016 verzorgt NIDOS de opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) na vergunningverlening in kleinschalige opvangvoorzieningen tot zij 18 jaar oud zijn.

De subsidie aan Nidos bestaat uit begeleidingskosten (voogdij, jeugdbescherming en begeleiding) en verzorgingskosten (met name opvang).Deze subsidie wordt op basis van jaarplannen verstrekt en is voor voogdij gerelateerd aan het aantal AMV’s onder begeleiding van Nidos en voor verzorging aan het aantal opgevangen AMV’s.

Het aantal AMV’s onder begeleiding en in de opvang is afhankelijk van de in- en uitstroom van AMV’s (als gevolg van gezinshereniging) en het bereiken van de leeftijd van 18 jaar van de AMV’s.

Het hieronder gehanteerde normbedrag voor verzorgingskosten is afhankelijk van de verdeling over de verschillende opvang vormen (pleeggezin, woongroep of wooneenheid). Deze is geraamd op basis van de verwachte opbouw van de AMV populatie. Afrekening vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor opvang.

Tabel 37.9 Productiegegevens Nidos
 

Realisatie

Prognose

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Instroom amv’s

1.950

2.000

1.750

1.750

1.750

1.750

1.750

1.750

Aantal pupillen onder Nidos begeleiding

6.100

6.100

4.925

4.375

3.975

3.975

3.975

3.975

Tabel 37.10 Normbedragen begeleiding- en verzorgingskosten.
 

Normbedrag 2017

Normbedrag 2018

Begeleidingskosten per AMV

€ 6.200

€ 6.200

Verzorgingskosten per AMV

€ 23.091,–

€ 23.091,–

Team Schiphol (organiseren initiële begeleiding en opvang)

€ 1.398.938,–

€ 1.398.938,–

Subsidies

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN)

VWN zet zich op basis van de Universele verklaring voor de Rechten van de Mens in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van en geven van voorlichting aan vluchtelingen en asielzoekers. De subsidie aan VWN wordt op basis van (kalender)jaarplannen verstrekt en is gerelateerd aan de instroom van asielzoekers.

Het grootste deel van de kosten is toe te rekenen aan het proces toelating (circa 84%). Een deel van de werkzaamheden draagt bij aan het welbevinden van de mensen die in opvang verblijven en bewaren van de rust in de centra en kan dientengevolge worden toegerekend aan het proces opvang (circa 8%). Een laatste deel kan worden toegerekend aan het proces terugkeer (circa 8%) vanwege gesprekken na afwijzing door IND of negatieve uitspraken door de rechtbank.

Opdrachten

Keteninformatisering

Het budget voor Keteninformatisering is bestemd voor het structurele beheer van de ketenvoorzieningen, zoals de Basisvoorziening Vreemdelingen, de Biometrievoorziening, de koppelingen naar de Europese mingratiesystemen (Eurodac en VIS), het systeem voor Ketenmanagementinformatie en (beperkte) doorontwikkeling hiervan.

Versterking vreemdelingenketen

In 2018 worden vanuit dit budget diverse kleinere opdrachten gefinancierd met als doel verbeteringen in de vreemdelingenketen te bewerkstellingen. Het budget neemt toe vanaf 2018 omdat de structurele bijdrage voor versterking van de Koninklijke Marechaussee op dit artikel is geboekt.

37.3 Terugkeer

Bijdragen aan agentschappen

DJI/Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O)

De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) schakelt de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) in voor het vervoer van vreemdelingen.

DJI draagt zorg voor de vreemdeling vanaf het moment dat een vreemdeling vanuit de politie, de DT&V of de Koninklijke Marechaussee is overgebracht naar een inrichting voor vreemdelingenbewaring dan wel in grensdetentie van DJI.

DJI – onderdeel Vreemdelingenbewaring – maakt deel uit van de vreemdelingenketen. Samen met de partners in de vreemdelingenketen werkt DJI aan het gewenste ketendoel: gedwongen vertrek van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland.

Daarnaast werkt DJI steeds vaker samen met het COA, bijvoorbeeld als het gaat om de opvang van asielzoekers. Voor deze vorm van opvang worden ook medewerkers van DJI ingezet.

Subsidies

REAN-regeling

De DT&V, BZ, en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) werken met elkaar samen op het gebied van vrijwillige terugkeer.

De subsidierelatie met IOM wordt momenteel herzien. Op basis van een af te sluiten General Arrangement tussen Nederland en IOM zullen V&J en BZ gezamenlijk IOM-activiteiten ter ondersteuning van vreemdelingen die zelfstandig uit Nederland willen vertrekken financieren. De ondersteuning door IOM bestaat onder meer uit het geven van voorlichting en advies, extra ondersteuning aan kwetsbare en prioritaire groepen en het procesmatig voorbereiden en begeleiden van de terugkeer en herintegratie.

Daarnaast worden vanuit de Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek (OZV) van V&J projecten van NGO’s op het gebied van herintegratieondersteuning gefinancierd.

Opdrachten

Vreemdelingen vertrek

Het terugkeerbeleid is erop gericht om illegaal verblijf van vreemdelingen te voorkomen en tegen te gaan. Vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven, dienen Nederland te verlaten. Het uitgangspunt is dat vreemdelingen zelf verantwoordelij