Voor 2025 werd geraamd dat er 1,6 miljard euro uitgegeven zou worden aan versterking en perspectief, daarvan is 644 miljoen euro niet uitgegeven; erkent u dat dit zeer problematisch is?
Ruim tien jaar na de start van de versterking zijn er 5.147 woningen daadwerkelijk versterkt of herbouwd opgeleverd, zo’n 8.700 woningen moeten nog versterkt of herbouwd worden; erkent u dat dit nog steeds veel te traag gaat?
Voor 2025 werd geraamd dat er 1.165 miljoen euro uitgegeven zou worden aan schades, daarvan is 221 miljoen euro niet uitgegeven; erkent u dat dit problematisch is?
De grootste onderbesteding op uw begroting is de post duurzaam herstel, een regeling waar gedupeerden al zeer lang op wachten; erkent u dat het in 2025 op de plank laten liggen van 168 miljoen euro zeer problematisch is?
Een voorbeeld van bewoners die al zeer lang wachten zijn de bewoners aan de Schipsloot in Loppersum: op de plek waar in 2015 werd aangekondigd dat de versterking daar zou beginnen, wachten gedupeerden nog; begrijpt u dat dit zeer problematisch is?
In uw Kamerbrief reageert u op de situatie aan de Schipsloot, echter de bewoners geven aan dat er veel fouten in uw brief staan; heeft u voor u deze Kamerbrief schreef ook contact gezocht met de betrokken bewoners? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?1
De bewoners zijn allen ingedeeld in clusters, zij geven aan dat deze complexe systematiek al jaren de werkelijkheid bepaalt waar zij dagelijks mee te maken hebben. Waarom is gekozen voor zo’n complex en bureaucratisch systeem?
De clustering zou volgens de bestuurlijke afspraken bedoeld zijn om verschillen binnen een buurt te voorkomen, nu ontstaan juist grote verschillen tussen twee straten. Kunt u uitleggen waarom het doel «verschillen tegengaan» lijkt te zijn losgelaten?
In uw Kamerbrief geeft u een, voor de bewoners, nieuwe reden dat er een knip is ontstaan in de behandeling van bewoners in cluster 1, namelijk zorgen dat het proces «ongewijzigd door kon lopen», bewoners zien echter dat er in hun straat juist sprake is van stilstand. Kunt u uw argumentatie onderbouwen?2
De bewoners van de Schipsloot herkennen zich niet in uw woorden dat «hetzelfde vastgestelde proces» wordt gevolgd als voor de Middenstraat binnen cluster 1; bij de Middenstraat heeft namelijk een collectieve scenario-afweging plaatsgevonden voor de straat als geheel, maar aan de Schipsloot niet. Kunt u verduidelijken waarom u dan toch spreekt van «hetzelfde vastgestelde proces»?
Waarom is de scenario-afweging richting sloop/nieuwbouw voor de Middenstraat gebaseerd op ramingen en moet voor diezelfde scenario-afweging aan de Schipsloot gewacht worden op het beschikbaar zijn van definitieve uitvoeringsontwerpen, aannemersbegrotingen en definitieve kosten?
Erkent u dat dit handelen op gespannen voet staat met de wijze waarop de routekaart voor onaanvaardbare verschillen door de toenmalig Staatssecretaris is omschreven in de Kamerbrief van 27 maart 2025?3
Begrijpt u dat bewoners die al zo lang in onzekerheid zitten en zien dat zij ongelijk behandeld worden, aangeven dat hun realiteit haaks staat op de woorden in uw Kamerbrief dat «bewoners hebben recht op duidelijkheid over wat zij kunnen verwachten en op een overheid die haar beloftes nakomt»? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?4
Hoe gaat u uw slotzin waarmaken «dat vertrouwen wordt niet gewonnen met woorden, maar met daden: door afspraken na te komen, bewoners serieus te nemen en knelpunten proactief op te lossen»?5
Ook huurders in de Middenstraat en de Schipsloot geven aan dat zij eveneens in grote onzekerheid zitten over wat er met hun huis gaat gebeuren en zij niet actief betrokken worden bij het gehele proces (niet uitgenodigd voor bewonersbijeenkomsten of informatieavonden); erkent u dit signaal? Erkent u dat veel meer huurders deze ervaring hebben? Wat gaat u hiermee doen?
Huurders voelen zich onzichtbaar, terwijl in communicatie naar buiten vaak wel de indruk wordt gewekt dat het om besluitvorming over hele straten, blokken of clusters gaat. Hoe gaat u zorgen dat huurders tijdig en gelijkwaardig worden geïnformeerd?
Hoe voorkomt u dat er besluiten worden genomen die direct invloed hebben op de veiligheid en woonomgeving van huurders zonder dat zij daarin worden meegenomen?
Na de parlementaire enquête is besloten dat onuitlegbare verschillen in de versterking worden rechtgezet en huurders daarom recht krijgen op vergoedingen die er eerder alleen voor eigenaren waren (onder andere maatregel 8 en 12 Nij Begun). Hoe staat het met de uitvoering hiervan? Hebben alle huurders gekregen waar zij recht op hebben?
Erkent u dat er opnieuw signalen zijn van huurders die alsnog een vergoeding (zoals de verhuisvergoeding) (nog) niet krijgen? Wat gaat u hieraan doen?
In de Tweede Kamer is er door verschillende partijen al vele jaren aandacht gevraagd voor straten en buurten die vastlopen of ongelijk behandeld worden, zo was er in 2020 veel aandacht voor «het vergeten hoekje» en de actie «en wij dan» in de wijk Opwierde in Appingedam. Erkent u dat veel bewoners van die buurt, zes jaar na de acties en elf jaar na de start van de versterking, nog in onzekerheid zitten?
Bewoners die inmiddels al vijftien maanden in een wisselwoning wonen, geven aan dat pas recent hun oude woning is gesloopt, delen hun grote zorgen dat de herbouw nog zeer lang kan gaan duren, aangezien er momenteel sprake is van een complex en vertraagd traject waarin conflicten zijn ontstaan en waarbij juridische en organisatorische processen elkaar raken. Kunt u deze bewoners meer zekerheid en duidelijkheid geven?
Welk tijdpad wordt er gevolgd en welke harde afspraken zijn er waar de bewoners op kunnen vertrouwen? Hoe wordt erop toegezien dat de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de bestaande conflicten oplost?
De bewoners geven aan zich al jaren gegijzeld te voelen door een gevoel van voortdurende afhankelijkheid en gebrek aan regie, ook ervaren zij een gebrek aan communicatie over voortgang en knelpunten. Kunt u zorgen dat deze bewoners veel beter geïnformeerd worden en knelpunten worden opgelost?
Gebrekkige communicatie is een terugkerende klacht vanuit veel betrokken bewoners; hoe ziet u toe op verbetering van de communicatie?
Kunt u zich voorstellen wat zo lang vastzitten in een moeizaam verlopende versterkingsoperatie voor impact heeft op het welzijn en de gezondheid van de betrokkenen en hun gemeenschappen? Welke invloed heeft dit op de maatregelen die u neemt?
Hoe voorkomt u dat bewoners die uit huis moeten vanwege de versterkingsoperatie verschillen ervaren in de manier waarop ze tijdelijk gehuisvest worden en de financiering hiervan?
Herkent u de signalen over gebrekkige wisselwoningen? Wat gaat u hieraan doen? Herkent u de signalen over verschillen hierin tussen bewoners?
Naast noodkreten vanuit buurten en straten ontvangen we ook veel noodsignalen van bewoners die nog steeds vastlopen. Erkent u dat het daarom erg wrang is te lezen dat er ook veel geld op de plank blijft liggen bij de verschillende regelingen voor het oplossen van knelpunten en bijzondere situaties?
Hoe kan het dat er in 2025 veel minder is uitgegeven dan begroot voor vastgelopen situaties (2,7 en 4,7 miljoen euro), de commissie bijzondere situaties (1,6 miljoen euro) en knelpunten Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) (14,7 miljoen euro) terwijl er zoveel knelpunten en vastgelopen situaties zijn?
Ook mensen die bijgestaan worden door het interventieteam geven aan dat ze lang moeten wachten tot knopen worden doorgehakt en beloftes om voor een bepaalde datum duidelijkheid te geven niet worden gehaald. Kunt u aangeven hoe gezorgd kan worden dat beloftes worden nagekomen en er sneller duidelijkheid kan komen voor betrokken gedupeerden?
Tegelijkertijd geven bewoners aan dat zij wel strak worden gehouden en binnen termijnen moeten reageren; waarom doet de overheid niet wat zij wel van inwoners vraagt? Waarom is er niet meer coulance richting inwoners wanneer zij extra tijd nodig hebben?
Voor 2025 werd geraamd dat er 112 miljoen euro zou worden uitgegeven aan versterking in eigen beheer, daarvan is 78 miljoen euro niet uitgegeven. Erkent u dat dit zeer problematisch is?
Veel mensen willen in eigen beheer versterken om regie te houden op hun huis en leven, maar krijgen dit niet voor elkaar. Welke stappen gaat u zetten om te zorgen dat deze regeling goed gaat lopen?
In het laatste debat is u een casus voorgelegd van mensen in een monumentale boerderij die al jaren strijden om de inspectie in eigen beheer te mogen uitvoeren. Erkent u het belang van deze mogelijkheid van eigen regie en welke stappen wilt u zetten om te borgen dat ook inspectie in eigen beheer een serieuze optie wordt?
De Groninger Bodembeweging (GBB) laat in haar rapport «de staat van het kerngebied» duidelijk zien hoe bewoners in het kerngebied nog steeds te maken hebben met een stapeling van problemen en bewoners zich nog steeds in de steek gelaten voelen. Kunt u een reactie geven op dit rapport, waarbij u ook ingaat op welke acties u wilt ondernemen voor juist deze groep gedupeerden?6
Deelt u de mening van de GBB dat de focus moet verschuiven naar de zwaarst gedupeerden? Kunt u uw antwoord toelichten?
In 2023 werd de motie Beckerman/Nijboer aangenomen waarin het kabinet onder andere werd verzocht om onterecht afgewezen schades, zoals B- en C-schades van de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM), alsnog te vergoeden; in 2025 presenteerde het kabinet een plan om uitvoering te geven aan deze motie. Kunt u de resultaten hiervan delen?7
Hoeveel gedupeerden hebben inmiddels vergoeding gekregen, hoeveel gedupeerden wachten nog? Waar zitten de knelpunten?
Hoe beoordelen gedupeerden de aanpak en de vergoeding?
In uw Kamerbrief over de gekozen uitwerking van de motie gaf u aan dat de door het kabinet gemaakte keuzes «niet voor iedereen een passende oplossing [zullen] bieden». Voor hoeveel gedupeerden komt er geen passende oplossing? Waar kunnen gedupeerden zich melden wanneer zij in deze groep vallen?8
Erkent u dat bewoners die genoegen moesten nemen met een korting van vijf procent op de taxatiewaarde van hun woning omdat zij vielen onder de Stichting Proef Koopinstrument (SPKI) en de opvolgers daarvan ongelijk zijn behandeld? Bent u bereidt dit alsnog recht te zetten? Kunt u uw antwoord toelichten?
Achter elk onderbestedingscijfer in de verantwoordingsdagstukken zitten vaak schrijnende verhalen van mensen. Bent u bereid op korte termijn met de bewoners die de verhalen uit deze Kamervragen hebben gedeeld in gesprek te gaan?
In het vorige week gepresenteerde jaarverslag van de Nationale ombudsman waarschuwt deze voor het gevaar dat de overheid de behoefte van de burger te weinig centraal stelt in hersteltrajecten, zoals bij de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade in Groningen. Herkent u dit? Zo ja, hoe zorgt u dat de behoefte van inwoners wel centraal komt te staan?
De Ombudsman waarschuwt voorts dat wanneer de overheid tekortschiet in hersteltrajecten, het vertrouwen van de burger verder afbrokkelt. Herkent u dit signaal en hoe gaat u hiermee om?
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het eerstvolgende Kamerdebat?
Het bericht 'Duizenden boetes voor asielzoekers die zwartrijden op lijn Emmen – Zwolle ongeldig' |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Duizenden boetes voor asielzoekers die zwartrijden op lijn Emmen-Zwolle ongeldig»?1
Hoeveel asielzoekers zijn in 2025 beboet vanwege zwartrijden op de lijn Emmen-Zwolle? Hoe verhoudt dit zich tot 2024?
Hoeveel asielzoekers zijn er tot dusver in 2026 beboet vanwege zwartrijden op de lijn Emmen-Zwolle?
Hoeveel asielzoekers die in 2026 zijn beboet hebben zichzelf geïdentificeerd met een pas van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)?
Hoe verklaart u dat de COA-pas sinds begin 2026 niet meer gebruikt kan worden om zwartrijdende asielzoekers te identificeren, terwijl dit voor 2026 wel kon?
Wat is uw reactie op de constatering van de woordvoerder van Arriva in het artikel, die stelt dat deze beslissing het werken bijna onmogelijk maakt?
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat zwartrijdende asielzoekers door deze beslissing worden beloond? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat het besluit om deze boetes ongeldig te verklaren niet uit te leggen valt richting eenieder die in Nederland wel met een rechtsgeldig vervoersbewijs gebruik maakt van het openbaar vervoer? Zo nee, waarom niet?
Welke maatregelen bent u van plan te nemen om er alsnog voor te zorgen dat alle boetes die zijn uitgedeeld aan zwartrijdende asielzoekers worden betaald?
Welk gevolg heeft het ongeldig verklaren van boetes van zwartrijdende asielzoekers op de mogelijkheid om een reisverbod op te leggen?
Hoe verhoudt het besluit om deze boetes ongeldig te verklaren zich tot de voorgenomen maatregel uit het Coalitieakkoord om zwartrijdende asielzoekers sneller en vaker een reisverbod op te leggen?
Hoe verklaart u dat negen op de tien boetes voor zwartrijdende asielzoekers niet worden betaald?
Welke maatregelen neemt het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) om boetes voor zwartrijdende asielzoekers, die ook weigeren hun uitstel van betaling niet te betalen, alsnog te innen?
Deelt u de mening dat het feit dat deze boetes kennelijk nauwelijks betaald worden niet uit te leggen valt richting eenieder die in Nederland wel netjes eventuele boetes betaalt voor het niet hebben van een geldig vervoersbewijs in het openbaar vervoer?
Welke maatregelen bent u van plan te nemen om ervoor te zorgen dat boetes van zwartrijdende asielzoekers alsnog betaald worden? Kunt u hierbij specifiek ingaan op de mogelijkheid om leefgeld van asielzoekers in te houden, de mogelijkheid om de asielzoeker in zijn bewegingsvrijheid te beperken, de mogelijkheid om een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen en de mogelijkheid om de asielaanvraag af te wijzen?
Bent u van plan om aan zwartrijdende asielzoekers die weigeren boetes te betalen naast bovenstaande maatregelen ook een taakstraf op te leggen? Zo nee, waarom niet?
Klopt de suggestie uit het artikel dat zwartrijdende asielzoekers niet kunnen worden gedwongen om hun boetes te betalen omdat het COA de post van asielzoekers niet mag openen?
Indien het antwoord op vraag 16 positief luidt, welke maatregelen bent u van plan te nemen om ervoor te zorgen dat de post van zwartrijdende asielzoekers alsnog door het COA mag worden geopend?
Kunt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
De beantwoording op 24 april van schriftelijke vragen over het bericht ‘Gebruik van de C7NLD door het Russische Vrijwilligerskorps’ |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Welke stappen heeft u ondernomen om, ondanks de complexe situatie waar u naar verwijst in uw beantwoording op 24 april, te verifiëren of de berichtgeving van Left Laser1, 2 klopt dat Nederlandse wapens in handen van een Russische extreemrechtse militie terecht zijn gekomen? Kunt u specifiek aangeven wat u hebt gedaan en wanneer u dat heeft gedaan om te achterhalen of de berichtgeving klopt?
Bent u bereid om nader te onderzoeken of de berichtgeving van Left Laser klopt dat Nederlandse wapens in handen van een Russische extreemrechtse militie terecht zijn gekomen of nog steeds komen? Graag een toelichting.
Heeft u redenen om aan te nemen dat de berichtgeving van Left Laser niet zou kloppen? Zo ja, hoe weerlegt u de bewijsvoering binnen die berichtgeving van Left Laser dat Nederlandse wapens in handen komen van in ieder geval een Russische extreemrechtse militie? Graag een toelichting.
Op basis van de berichtgeving en geleverde bewijzen door Left Laser, deelt u de mening dat er in ieder geval een risico bestaat dat Nederlandse wapens terechtkomen bij het Russische Vrijwilligerskorps? Zo niet, kunt u dat onderbouwen? Zo wel, deelt u de mening dat er geen risico mag bestaan dat Nederlandse wapens in handen komen van extreemrechtse milities? Hoe verhoudt zich dit blootgelegde risico tot de Nederlandse wapenexportcriteria?
Indien u de berichtgeving van Left Laser niet kunt ontkrachten, waarom schrijft u dan in de antwoorden van 24 april: «het kabinet heeft geen eigenstandige informatie dat Oekraïne deze voorwaarden schendt», aangezien dit impliceert dat u over voldoende informatie beschikt om vast te stellen dat Oekraïne de voorwaarden niet schendt? Op basis van welke informatie baseert u dit?
Kunt u inzage geven in de toetsing van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole (2008/944/GBVB), zoals deze is opgenomen in de uitvoervergunning, van de leveringen die mogelijk in handen zijn gevallen van het Russische Vrijwilligerscorps?
Hoe verhoudt zich het gebruik van Nederlandse wapens door het Russische Vrijwilligerskorps tot de eindgebruikersverklaring ondertekend door de Oekraïense autoriteiten waarin zij verklaren de enige gebruiker van de goederen te zijn en deze enkel ten behoeve van zelfverdediging in te zetten?
Hoe wordt het gebruik van Nederlandse wapens die worden geleverd aan Oekraïne überhaupt door Nederland gecontroleerd?
Hoe onderzoekt en controleert u signalen van oneigenlijk gebruik van geleverde Nederlandse militaire goederen aan Oekraïne?
In de antwoorden van 24 april werd de volgende vraag niet beantwoord: «Aangezien u als antwoord aan Left Laser schrijft «Voor de rest is het aan Oekraïne hoe militair gezien het voormalige Nederlandse materieel wordt ingezet en bij welke eenheden», vallen hier wat u betreft ook militaire organisaties onder die los staan van het Oekraïense leger?» Kunt u deze vraag alsnog expliciet beantwoorden?
In de antwoorden van 24 april werd de volgende vraag niet beantwoord: «Bent u bereid de Oekraïense regering te verzoeken Nederlandse wapens niet langer aan eenheden te verschaffen die niet tot het Oekraïense leger behoren en te vragen deze wapens af te nemen van het Russische vrijwilligerskorps? Zo nee, waarom niet?» Kunt u deze vragen alsnog expliciet beantwoorden?
Hoe neemt u verantwoordelijkheid voor het mogelijk bewapenen van het Russische Vrijwilligerskorps in Oekraïne met Nederlandse wapens?
Hoe neemt u verantwoordelijkheid voor het ontwapenen van het Russische Vrijwilligerskorps in Oekraïne?
Deelt u de mening van Lars Gerdes, vicedirecteur van Frontex, dat er «grote kans» is op wapensmokkel en dat dit een veiligheidsprobleem voor Europa en de rest van de wereld kan worden3? Zo ja, wat gaat u doen om dit te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Wat doet u om te borgen dat door Nederland geleverde wapens niet terecht komen in wapensmokkelnetwerken?
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk van elkaar te beantwoorden?
Het bericht 'Aantal kinderen in Rotterdam in de jeugdzorg voor het vierde jaar op rij gestegen' |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Aantal kinderen in Rotterdam in de jeugdzorg voor het vierde jaar op rij gestegen», waarin wordt gemeld dat in Rotterdam inmiddels 15.160 jongeren tot 23 jaar met jeugdzorg te maken hadden, dat dit neerkomt op ongeveer één op de elf jongeren, en dat dit afwijkt van de landelijke dalende trend?1
Kunt u voor de jaren 2020 tot en met 2025, uitgesplitst naar gemeente, jeugdregio en provincie, aangeven hoeveel jongeren jeugdzorg ontvingen, zowel absoluut als als percentage van het aantal jongeren tot 23 jaar?
Kunt u deze cijfers uitsplitsen naar jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp met verblijf, pleegzorg, gezinsgerichte opvang, gesloten jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering?
Kunt u aangeven in welke gemeenten het jeugdzorggebruik het sterkst boven of onder het landelijke gemiddelde ligt, en welke verklarende factoren daarvoor volgens u het meest aannemelijk zijn?
Kunt u voor de afgelopen vijf jaar aangeven welk deel van de jeugdhulptrajecten is gestart als crisis, welk deel herhaald beroep betreft en welk deel betrekking heeft op jongeren die daarnaast ook jeugdbescherming of jeugdreclassering ontvangen?
Kunt u de jeugdzorgcijfers uitsplitsen naar leeftijdscategorie, geslacht, type huishouden, inkomenskwintiel van het huishouden en onderwijssoort?
Kunt u, voor zover beschikbaar en met inachtneming van statistische geheimhouding, de jeugdzorgcijfers tevens uitsplitsen naar geboorteland van de jongere, geboorteland van de ouders en herkomstland conform CBS-definities?
Kunt u daarbij nadrukkelijk onderscheid maken tussen jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering, omdat deze vormen inhoudelijk en beleidsmatig sterk verschillen?
Welke van deze achtergrondkenmerken hangen volgens bestaande CBS-analyses het sterkst samen met jeugdzorggebruik, en welke beleidsconclusies verbindt u daaraan?
Kunt u aangeven welk deel van de jeugdhulptrajecten wordt gestart via de gemeentelijke toegang, welk deel via huisarts, jeugdarts of medisch specialist, welk deel via gecertificeerde instellingen en welk deel via rechterlijke of justitiële route?
Klopt het dat gemeenten bij de medische verwijsroute wel financieel verantwoordelijk zijn, maar beperkt kunnen sturen op de feitelijke toekenning van hulp? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor kostenbeheersing en voor het terugdringen van onnodige of lichte jeugdhulp?
Welke hulpvormen heeft u concreet op het oog, gezien in de toelichting op het wetsvoorstel reikwijdte Jeugdwet wordt gesteld dat preventie en basishulp voorliggend moeten worden op aanvullende jeugdhulp, dat jeugdhulp waar mogelijk groepsgewijs moet worden ingezet en dat bepaalde hulpvormen bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) buiten de Jeugdwet kunnen worden geplaatst?
Welke vormen van jeugdhulp worden volgens u op dit moment te vaak ingezet voor problemen die behoren tot het normale leven, gewone opvoedvragen of ondersteuning die beter via onderwijs, gezin, sociaal netwerk of algemene voorzieningen kan worden georganiseerd?
Kunt u vóór de behandeling van de nieuwe regels over de reikwijdte van de Jeugdwet een landelijke benchmark aan de Kamer te sturen met per gemeente het feitelijke jeugdzorggebruik, de modelschatting op basis van achtergrondkenmerken, de afwijking daarvan en een beleidsmatige duiding van opvallende uitschieters?
Bent u bereid daarbij expliciet inzichtelijk te maken waar sprake lijkt te zijn van overgebruik van lichte jeugdhulp, waar sprake lijkt te zijn van onderbereik van kwetsbare jongeren, en waar sprake is van relatief veel zware jeugdzorg? En kunt u dit beleidsmatig duiden?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden vóór het debat over de nieuwe regels voor de reikwijdte van de Jeugdwet?
Het te lang liggen van meldingen kindermishandeling |
|
Lisa Westerveld (GL) |
|
van Bruggen , Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Meldingen kindermishandeling blijven te lang liggen bij Veilig Thuis, nog steeds»?1
Deelt u de analyse van het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK) dat het aantal kinderen dat als slachtoffer van kindermishandeling wordt herkend, aan het stijgen is? Over hoeveel kinderen gaat het volgens u? In hoeveel gevallen gaat het over ernstige mishandelingen? Hoe vaak gaat het om seksueel misbruik?
Kunt u in een overzicht aangeven hoeveel meldingen van kindermishandeling er zijn gedaan sinds 2019? In hoeveel situaties is de wettelijke termijn voor de beoordeling van vijf dagen overschreden?
Welke rol speelt volgens u het personeelstekort bij deze problematiek of zijn er andere oorzaken? Zo ja, welke zijn dat?
In hoeveel situaties sinds 2019 is na een veiligheidsbeoordeling besloten over te gaan tot onderzoek? Hoe vaak is de termijn van tien weken overschreden? Hoe vaak is de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld?
Hoe lang moeten kinderen en gezinnen gemiddeld wachten op hulp van Veilig Thuis? Kunt u dit ook aangeven vanaf 2019? Hoeveel kinderen zitten er nu in een situatie die onveilig is?
Hoe reflecteert u op het feit dat regelmatig de termijnen voor enerzijds de veiligheidsbeoordeling en anderzijds het onderzoek erna worden overschreden?
Herkent u de constatering van de heer Feiner van de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland die stelt dat Veilig Thuis moeite heeft «om het kaf van het koren te scheiden: wanneer is er echt sprake van ernstige vermoedens en wanneer niet»? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om verbetering te realiseren? Zo nee, waarom niet?
Wat kunnen ouders doen wanneer er ernstige vermoedens zijn van mishandeling van hun kind door hun (ex-)partner of onveiligheid en zij het gevoel hebben dat dit niet serieus wordt genomen door betrokken instanties, of zij wachten op een onderzoek?
Herkent u het beeld dat Veilig Thuis nog onvoldoende regelmatig de Raad voor de Kinderbescherming inschakelt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke gevolgen heeft dit volgens u en ziet u mogelijkheden om dit alsnog te stimuleren?
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 over «het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen» om de positie van kinderen zelf te verbeteren en naar hen te luisteren bij situaties van mogelijk misbruik? Bent u van mening dat Nederland momenteel voldoet aan het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind?
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 om het toezicht te verbeteren? Hoe reflecteert u op het feit dat er momenteel nog steeds geen onafhankelijk toezicht is op het handelen van Veilig Thuis?
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 om de werkwijze van organisaties te verbeteren en jeugdzorg en jeugdbescherming beter op elkaar aan te laten sluiten? Wordt er gewerkt aan wetsvoorstellen? Wat is de planning?
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 om scholen en andere betrokkenen een betere terugkoppeling te geven als zij melding doen bij Veilig Thuis van vermoedens over kindermishandeling?
Op welke manier is de screening van pleegouders verbeterd na het debat van 4 maart 2025? En op welke manier de ondersteuning van pleegouders?
Hoe kan het dat de aantallen kinderen die herkend worden als slachtoffer van kindermishandeling stijgt, maar de financiering van het LECK niet meegroeit? Wat heeft u concreet gedaan met de aangenomen motie Krul-Westerveld waarin wordt gevraagd de expertise van het LECK te borgen (Kamerstuk 31 015, nr. 299)?
Hoe reflecteert u, gezien de forse problemen in het stelsel, op het gebrek aan financiële middelen voor het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming en het uitblijven van gerichte, structurele investeringen in de jeugdbescherming?
De gevolgen van het Circulair Materialenplan voor de verwerking van bodemas |
|
Chris Stoffer (SGP) |
|
Bertram , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de grote zorgen bij het bedrijfsleven over de gevolgen van het Circulair Materialenplan (CMP) voor de verwerking van bodemas van afvalverbrandingsinstallaties1 in combinatie met de afnemende afzetmogelijkheden in eigen land?
Hoe waardeert u deze zorgen?
Is de veronderstelling juist dat de huidige afzetproblematiek en de snel opgelopen voorraden van ongereinigde bodemas niet zijn meegenomen bij de vaststelling van het CMP?
Verwacht u dat de huidige overgangstermijn voldoende is voor het realiseren van voldoende wascapaciteit voor het reinigen van bodemas? Zo ja, waar baseert u dat op?
Ziet u mogelijkheden voor het tijdelijk toestaan van export van bodemas ten behoeve van nuttige toepassingen, bijvoorbeeld voor opvulling of andere toepassing in de diepe ondergrond, om zo de voorraadproblematiek op te lossen?
Is het u bekend dat verschillende gemeenten het gebruik van gewassen bodemas verbieden dan wel sterk beperken, terwijl het CMP deze ruimte voor gebruik van gewassen bodemas, gelet op de gewenste circulariteit, nadrukkelijk wel biedt en zich verzet tegen dergelijke generieke verboden en beperkingen?
Hoe waardeert u deze beperkingen?
Wat bent u voornemens te doen om onnodige inperking van de ruimte voor gebruik van gewassen bodemas te beperken?
Deelt u de analyse dat de kwaliteit van Nederlands bodemas relatief slecht is ten opzichte van de bodemas uit onder meer België en Frankrijk, mede vanwege de keuze voor snelle verbranding?
Welke maatregelen neemt u voor verbetering van de kwaliteit van het bodemas?
Het stopzetten van het luchtalarm |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Kati Piri (PvdA), Songül Mutluer (PvdA) |
|
Aerdts , Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u nader toelichten waarom er geen middelen zijn gevonden om het luchtalarm als middel in crisissituaties te behouden, zoals aangekondigd in uw brief van 18 mei 2026?1
Hoeveel geld zou het structureel kosten om het luchtalarm na 1 januari 2028 alsnog te behouden?
Ziet u mogelijkheden om het luchtalarm in de toekomst te dekken met de aanvullende Defensiemiddelen in het kader van de nationale weerbaarheid?
Deelt u de analyse dat het afsluiten van het luchtalarm onwenselijk is, gezien het belang van redundantie in de crisiscommunicatie? Is het niet in elke situatie beter als het luchtalarm en NL-Alert (of alternatieven) naast elkaar bestaan?
Hoe kijkt u naar het gegeven dat het horen van het luchtalarm en het ontvangen van een NL-Alert een andere lading heeft voor de toehoorder? Waarop baseert u dat het luchtalarm en NL-Alert dezelfde staat van paraatheid teweegbrengt bij burgers?
Erkent u dat, in een heftige ramp of crisis, ook sprake kan zijn van sabotage van mobiele netwerken? Waarop baseert u dat NL-Alert in dergelijke situaties altijd bruikbaar zal zijn?
Is het bereik van NL-Alert, met een stabiele dekking van 92%, voldoende om in een crisissituatie iedereen te bereiken? Hoe verwacht u dit bereik te vergroten?
Kunt u onderbouwen dat een alternatief systeem als NL-Alert, waar mensen een telefoon voor nodig hebben, goed digitaal toegankelijk is?
Bent u bekend met Project Särimner, een Zweedse infrastructuur waarin «datanodes» worden gebouwd die in het geval van sabotage of verstoring onafhankelijk van elkaar crisisinformatie kunnen uitwisselen?2
Bent u bereid om een oplossing zoals Project Särimner nader te onderzoeken als aanvulling op de nationale crisisinfrastructuur?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en nog vóór het commissiedebat over nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing van 10 juni 2026 beantwoorden?
De evacuatie van gedetineerden uit PI Vught |
|
Shanna Schilder (PVV) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van berichtgeving dat na de brand in de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught in korte tijd voor 162 gedetineerden elders plek is gevonden?1
Hoe verklaart u dat binnen zeer korte tijd voor tientallen gedetineerden elders capaciteit beschikbaar bleek, terwijl al langere tijd wordt gewezen op een ernstig tekort aan celcapaciteit?
Betekent dit dat er feitelijk meer beschikbare capaciteit binnen het gevangeniswezen aanwezig is dan eerder werd aangenomen? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat het onbegrijpelijk zou zijn wanneer enerzijds wordt gesproken over cellentekorten, terwijl anderzijds in crisissituaties kennelijk in korte tijd aanzienlijke capaciteit beschikbaar blijkt? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven waar deze 162 gedetineerden precies zijn ondergebracht en op basis waarvan daar ruimte beschikbaar was?
Hoe is bij de overplaatsing van de 162 gedetineerden gewaarborgd dat hoogrisicogedetineerden of gedetineerden uit criminele netwerken niet in contact komen met personen met wie zij om veiligheidsredenen juist gescheiden dienen te blijven?
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie-Schilder over het hanteren van meerpersoonscellen als norm waar dit veilig en verantwoord kan (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 127)?
Hoeveel extra celplaatsen zouden op korte termijn kunnen worden gerealiseerd indien meerpersoonscellen breder worden toegepast?
Het niet verruimen van de hypotheekrenteaftrek |
|
Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA) |
|
Eerenberg |
|
|
|
|
Klopt het dat het maximale aftrektarief voor de hypotheekrenteaftrek in het huidige jaar 37,56 procent bedraagt? Klopt het dat dit kabinet voornemens was om de hypotheekrenteaftrek te verruimen naar 38,19 procent (2027) en 38,23 procent (structureel), een verruiming van € 281 miljoen?
Kunt u aangeven wat de hoogte was van de hypotheekrenteaftrek in de afgelopen tien jaar en per jaar aangeven of dit tarief wel/niet gelijk was aan het tarief tweede schijf?
Klopt het dat de hoogte van de hypotheekrenteaftrek niet per definitie gelijk hoeft te zijn aan het tarief van de tweede schijf en dat het dus een politieke keuze is wat de hoogte is van de hypotheekrenteaftrek?
Klopt het dat het beleidsmatig verlagen van het maximale aftrekpercentage mogelijk is per 1 januari 2028? Klopt het dat het aanpassen van het eigenwoningforfait mogelijk is per 1 januari 2027?
Erkent u dan ook dat de aangenomen motie Stultiens (Kamerstuk 36 915, nr. 4) wel degelijk uitvoerbaar is, dat de motie geen geld kost maar geld oplevert en dat er dus geen enkele valide reden is om de motie niet uit te voeren?
Hebt u meegekregen dat Minister Heinen aangeeft dat hij deze motie «niet kan uitvoeren»1? Kunt u nogmaals bevestigen dat deze motie wel degelijk uitvoerbaar is, dat het een politieke keuze is wat het tarief van de hypotheekrenteaftrek de komende jaren zal zijn en dat een Kamermeerderheid heeft aangegeven het huidige tarief (37,56 procent) van de hypotheekrenteaftrek niet te willen verruimen?
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden voorafgaand aan het commissiedebat fiscaliteit van 24 juni 2026 en daarbij klip en klaar bevestigen dat u de aangenomen motie Stultiens (Kamerstuk 36 915, nr. 4) gewoon zal gaan uitvoeren?
Onbetaalbare hypotheeklasten |
|
Tom Russcher (FVD) |
|
Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Zorgen bij huiseigenaren over hypotheeklasten: «Echt een keerpunt»» en met het onderliggende onderzoek van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG)?1
Deelt u de analyse van NHG-directeur Van der Linde dat de financiële positie van Nederlandse huiseigenaren structureel verslechtert?
Indien het antwoord op vraag twee bevestigend luidt, wat is dan volgens u de grondoorzaak voor de verslechtering van deze positie?
Wat is uw verklaring voor het gegeven dat het percentage huiseigenaren tot 34 jaar dat het eigen inkomen onvoldoende vindt om de woonlasten te betalen, is verdubbeld en acht u dit een aanvaardbare uitkomst van het gevoerde beleid?
Erkent u dat de sterk gestegen huizenprijzen mede het gevolg zijn van een door de overheid kunstmatig beperkt woningaanbod en jarenlang ruim monetair beleid van de Europese Centrale Bank?
Indien het antwoord op vraag vijf ontkennend luidt, waarom niet?
In hoeverre dragen de stapeling van verduurzamingsverplichtingen, energiebelastingen en netbeheerkosten bij aan de structureel hoge woonlasten van huiseigenaren?
Kunt u de bij vraag zeven aangeleverde kostenposten afzonderlijk kwantificeren?
Wat zegt het over de wenselijkheid van verduurzamingsinvesteringen dat Roald van der Linde (directeur NHG) aangeeft dat de betalingsachterstanden voornamelijk worden veroorzaakt door verduurzamingsinvesteringen die jongeren moeten betalen omdat zij de hoge energieprijzen willen drukken?
Hoe verhoudt de constatering dat Nederland nog altijd een van de landen met de hoogste woonlasten van de eurozone is zich tot de belofte van opeenvolgende kabinetten dat wonen betaalbaar zou worden?
Bent u bereid uit te sluiten dat de hypotheekrenteaftrek verder wordt afgebouwd of beperkt, gelet op de toenemende betalingsproblemen onder huiseigenaren?
Hoe beoordeelt u het feit dat een groot deel van de ondervraagden bezuinigt op vakanties, restaurantbezoek en zelfs boodschappen om de woonlasten te kunnen dragen?
Wat zeggen de bij vraag 12 beschreven bezuinigingen volgens u over de kwaliteit van leven, de bestedingsruimte en de koopkracht van hardwerkende Nederlanders?
Wat gaat het kabinet doen aan psychische en financiële druk die het lasten- en woningbeleid op burgers legt, aangezien één op de vijf ondervraagden stress, slecht slapen en moedeloosheid ervaart door de financiële situatie?
Deelt u de opvatting dat woonlasten stijgen wanneer het aanbod van woningen de vraag ernaar niet kan bijbenen?
Indien het antwoord op vraag 15 ontkennend luidt, waarom niet?
Indien het antwoord op vraag 15 bevestigend luidt, bent u het dan eens dat de fundamentele oplossing voor de hoge woonlasten ligt in méér bouwen in plaats van in nieuwe subsidies, garanties of inkomensafhankelijke regelingen die de symptomen bestrijden? Zo nee, waarom niet?
In hoeverre is EU-regelgeving – waaronder de herziene Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) en bijbehorende verduurzamingsverplichtingen – verantwoordelijk voor de gestegen woonlasten door enerzijds nieuwbouw duurder te maken en anderzijds kostbare energiebesparende verbouwingen af te dwingen?
In hoeverre blijft er door de herziene EPBD nog beleidsruimte van het kabinet over om de woonlasten voor huiseigenaren te verlagen?
Bent u bereid zich in Brussel in te zetten voor het terugdringen van deze verplichtingen?
Kunt u een internationale vergelijking geven van de ontwikkeling van de woonlasten en huizenprijzen in Nederland ten opzichte van vergelijkbare EU-lidstaten over de afgelopen tien jaar, en daarbij aangeven welke landen erin slagen wonen wél betaalbaar te houden, inclusief een analyse over waarom hen dit lukt?
Bent u bereid een concreet en afrekenbaar pakket te presenteren – inclusief lastenverlaging en versnelling van de bouw – dat de woonlasten voor met name jonge huiseigenaren binnen deze kabinetsperiode aantoonbaar verlaagt, en de Kamer daarover voor Prinsjesdag te informeren?
Indien het antwoord op vraag 22 ontkennend luidt, waarom laat u deze groep in de steek?
Het bericht 'Aantal meldingen van scholen over kindermishandeling stijgt fors' |
|
Sarath Hamstra (CDA), Etkin Armut (CDA) |
|
Letschert , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Aantal meldingen van scholen over kindermishandeling stijgt fors»?1 Zo ja, wat vindt u hiervan?
Klopt het dat het aantal meldingen van scholen bij Veilig Thuis de afgelopen 3 jaar met ruim 1.600 meldingen is gestegen?
Deelt u de mening dat het een goede ontwikkeling is dat scholen een belangrijkere rol spelen in het herkennen van kindermishandeling, en dat scholen hier ook vaker melding van doen?
Hoe wordt ervoor gezorgd dat leraren en scholen voldoende worden ondersteund bij het herkennen van signalen van (mogelijke) mishandeling en huiselijk geweld?
Is bekend bij hoeveel procent van de meldingen bij Veilig Thuis-organisaties het lukt om deze binnen de wettelijke termijn te beoordelen? Is dat meer of minder dan de 80% die uit het inspectieonderzoek in 2023 is gebleken?
Maakt Veilig Thuis op basis van het aantal meldingen een prioritering? Zo ja hoe?
Wordt er na de casus van het pleegmeisje uit Vlaardingen anders omgegaan met kinderen die de mishandeling zelf melden? Zo ja, wordt hieraan prioriteit gegeven?
Is bekend hoe Veilig Thuis de achterstand aan meldingen wil wegwerken?
In hoeverre lukt het Veilig Thuis om gegevens te delen met andere organisaties zodat de samenwerking en afstemming versneld wordt? Welke belemmeringen bestaan er nog wat betreft gegevensdeling?
Zijn er regionale verschillen in wachttijden en afhandeling van meldingen bij Veilig Thuis?
De klimaatzaak Bonaire |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA), Mikal Tseggai (PvdA) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Zijn de verschillende verantwoordelijke ministeries reeds in gesprek met de eisers in de Klimaatzaak Bonaire, zijnde Greenpeace Nederland en de acht inwoners van Bonaire? Zijn alle verantwoordelijke ministeries van plan dit te doen in het geval dit nog niet is gebeurd? Zo nee, waarom niet?
Wat zijn de consequenties van het vonnis voor het huidige doel voor 55% reductie van broeikasgasemissies in 2030 uit de nationale Klimaatwet?
Gezien het feit dat de rechtbank oordeelt dat de Staat heeft nagelaten om te kwantificeren hoeveel emissieruimte Nederland nog heeft als eerlijk deel van het mondiale emissiebudget dat resteert om de opwarming tot 1,5 °C te beperken, hoe gaat u dit nu alsnog kwantificeren zodat het klimaatbeleid en de klimaatdoelen in lijn komen met dit resterende budget?
Bent u bekend met de kwantificering van de emissieruimte door het Ministerie van Financiën in het «Blauwe Boekje 2023–2024», waar de rechtbank in het vonnis naar verwijst? Zo ja, kunt u overwegen om de Minister van Financiën te vragen om een actualisatie van deze berekening? Hoe zorgt u dat er bij deze kwantificering en het vaststellen van nieuwe klimaatdoelen ruimte is voor inspraak en publieksconsultatie en dat dit proces gebaseerd is op de meest recente inzichten van de klimaatwetenschap?
Welke concrete stappen neemt u nu, gezien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is, om uitvoering te geven aan de veroordeling van de rechtbank om uiterlijk binnen 18 maanden, dus 28 juli 2027 nieuwe, bindende en economie-brede klimaatdoelen in de Klimaatwet vast te leggen?
Hoe interpreteert u de vaststelling van de rechtbank dat het onrechtmatig is dat er geen bindende nationale klimaatdoelstellingen zijn om de emissies van internationale lucht- en scheepvaart terug te dringen?
Wat betekent het vonnis in de Bonaire Klimaatzaak voor het CO2-plafond voor de internationale lucht- en scheepvaart dat is voorgenomen in het coalitieakkoord? En hoe verhoudt het openen van Lelystad Airport zich tot de uitspraak?
Bent u bekend met het rapport «Effectinschatting klimaatmaatregelen Coalitieakkoord» van onderzoeksbureau Kalavasta, waaruit volgt dat er een gat van tenminste 6 megaton is tussen het huidige Nederlandse klimaatbeleid en het 2030-doel van 55% reductie? Welke maatregelen, zowel normerend als beprijzend, gaat u nemen om dit gat te dichten en uitstootreductie te versnellen, inclusief voor lucht- en scheepvaart?
Kunt u aangeven wat de consequentie van het klimaatzaakvonnis is voor methaan en andere broeikasgasemissies in de landbouw en hoe dit zich verhoudt tot het eerdere vonnis van de rechtbank Den Haag in de rechtszaak van Greenpeace tegen de Staat over stikstofdepositie?
Klopt het dat de Verenigde Staten en/of Amerikaanse bedrijven gas en/of olie willen winnen voor de kust van de BES-eilanden en de CAS-eilanden? Kunt u een overzicht bezorgen van alle fossiele winningsprojecten op de eilanden, in de territoriale wateren en in de nabijheid van de territoriale wateren van de BES- en CAS-eilanden?
Welke instantie beslist of dergelijke winningsprojecten al dan niet mogen doorgaan? Vallen dergelijke winningsprojecten onder de Nederlandse Mijnbouwwet?
Bent u het ermee eens dat dergelijke fossiele winningsprojecten door een niet-Europese mogendheid tot een geopolitiek onwenselijke ontwikkeling kan leiden?
Waarom zijn adaptatiemaatregelen op Bonaire systematisch later opgepakt dan in Europees Nederland, en hoe gaat u deze achterstand inhalen? Zal een dergelijke inhaalbeweging voldoende zijn om de mensen op Bonaire effectief te beschermen tegen schade ten gevolge van klimaatrampen?
Wat betekent het vonnis voor Saba en Sint-Eustatius, en in hoeverre wordt hier nu opvolging aan gegeven, inclusief preventieve maatregelen om alle inwoners van de BES-eilanden te beschermen tegen klimaatrampen en daarbij de gelijkwaardigheid van inwoners te borgen?
Heeft u kennisgenomen van het feit dat de rechtbank Den Haag stelt dat het huidige adaptatiebeleid voor Bonaire onvoldoende en zelfs discriminatoir is? Welke conclusies trekt u uit de erkenning dat het Nederlandse beleid discriminatoir is?
Hoe gaat u om die discriminatie tegen te gaan het «gelijkwaardig beschermingsniveau» voor de BES-eilanden wettelijk verankeren? Is er voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius reeds een analyse gebeurd, waarbij voor ieder eiland afzonderlijk een inschatting is gemaakt van de kwetsbaarheid voor toenemende klimaatrampen alsook van hun financiële en andere capaciteit om adequaat op rampen te reageren? Krijgen de eilanden dezelfde veiligheidsnormen (overstromingskansen) als de Nederlandse kust?
Bent u bereid om per direct dezelfde overstromingskansnormen wettelijk te verankeren voor Bonaire als voor Europees Nederland of, indien deze overstromingskansnormen onvoldoende zijn om alle inwoners van Bonaire afdoende te beschermen, bent u bereid striktere normen voor Bonaire wettelijk te verankeren? Zo nee, welke normen zullen dan worden toegepast om te voldoen aan het discriminatieverbod?
Hoe garandeert u dat de geëiste kustbescherming op Bonaire uiterlijk in 2030 volledig geïmplementeerd is, en welk budgettair pad is hiervoor nu reeds vastgelegd om te voorkomen dat plannen slechts bij ambities blijven?
Waarom is de waterveiligheid van Bonaire nog niet structureel gekoppeld aan het Deltafonds? In hoeverre kan en zal het Deltafonds worden opengesteld voor de BES-eilanden? Zal de regering ervoor zorgen dat er voldoende budget in het fonds is voor de adaptatienoden van zowel Europees als Caraïbisch Nederland? Wat is hiervoor nodig?
Bent u bereid om aanvullend een meerjarig Klimaatadaptatiefonds Caribisch Nederland op te richten zodat naast de benodigde en omvangrijke investeringen in adaptatiemaatregelen ten aanzien van waterveiligheid, ook maatregelen in het kader van bijvoorbeeld hitte, gezondheid en natuur tijdig kunnen worden gefinancierd? Of middels welke fondsen zal u zorgen voor een equivalent beschermingsniveau tegen klimaatverandering op Bonaire?
Tot welke Europese fondsen hebben de BES-eiland toegang voor de financiering van adaptatie- en mitigatiemaatregelen? Hebben ze gelijke toegang tot alle fondsen die de lidstaten ter beschikking staan als gemeenten in continentaal Europa of worden ze hiervan uitgesloten? Hebben ze toegang tot Europese fondsen voor internationale klimaatadaptatie?
Is de toegang van BES- en CAS-eilanden tot Europese financiering gelijkwaardig aan de toegang van de Franse overzeese departementen en gebieden, zoals het Franse gedeelte van Sint-Maarten?
Hoe kan het dat na orkaan Irma het Franse deel van Sint-Maarten beter beschermd was en/of sneller kon heropbouwen dan het deel binnen het Koninkrijk der Nederlanden? Wat zijn de oorzaken hiervan? Welke verschillen zaten er in de toegang tot Europese financiering? En hoe verschilde de financiering voor zowel preventieve maatregelen als voor wederopbouw vanuit Den Haag met de financiering vanuit Parijs?
Wat zijn de risico's voor de CAS- en BES-eilanden van de aangekondigde Super El Niño? Wat is de huidige staat van paraatheid van de verschillende eilanden? Wat doet u om de eilanden te ondersteunen in hun weerbaarheid tegen dit fenomeen? Welke extra stappen worden er gezet?
Welke extra expertise en uitvoeringskracht acht het Rijk voor het Openbaar Lichaam Bonaire nodig om ervoor te zorgen dat er voldoende lokale capaciteit is om de plannen uit te voeren?
Welke bijkomende maatregelen gaat u nemen opdat de BES-eilanden op korte termijn volledig overgaan op duurzame energie, zodat de eilanden minder afhankelijk worden van fossiele import?
Hoe kunt u ervoor zorgen dat energie betaalbaar is voor inwoners van Bonaire, ook gezien de toenemende noodzaak van energieverbruik voor airconditioning als gevolg van de opwarming van de aarde?
Kunt u aangeven welke maatregelen u treft tegen de gevolgen van de toenemende hitte en extreme neerslag op Bonaire? Welke aanvullende stappen zijn noodzakelijk en wat is de investeringsopgave hiervan?
Welke maatregelen kan het kabinet nemen tegen de onder andere door klimaatverandering veroorzaakte sargassumcrisis, die de economie van Caraïbisch Nederland ernstig schaadt, met name in toerisme en visserij?
Hoe beoordeelt u de relevantie van de rechtsoverwegingen in het Bonaire-vonnis voor de overige landen binnen het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten), gezien de gedeelde verantwoordelijkheid voor de waarborging van mensenrechten (artikel 43 Statuut)? Erkent u dat de Staat der Nederlanden een coördinerende en faciliterende verantwoordelijkheid heeft om te waarborgen dat ook de inwoners van de CAS-eilanden een gelijkwaardig niveau van mensenrechtelijke bescherming tegen klimaatgevaren genieten, met in ogenschouw nemend het vereiste respect voor de autonome status van deze landen?
Bent u bereid om, in de geest van het vonnis, proactief met de regeringen van de CAS-eilanden in gesprek te gaan over een Koninkrijksbreed Klimaatfonds, zodat ook daar de noodzakelijke adaptatiemaatregelen om mensen(rechten) te beschermen in de klimaatcrisis gefinancierd kunnen worden die de lokale draagkracht te boven gaan?
Bent u het ermee eens dat, aangezien het Koninkrijk der Nederlanden de officiële verdragspartij is bij de UNFCCC, de belangen van de CAS-landen en BES-eilanden integraal onderdeel moeten zijn van de Nederlandse en dus ook Europese inzet in internationale klimaatonderhandelingen? Kunt u toelichten hoe de structurele consultatie met de regeringen en lokale besturen van deze eilanden is vormgegeven in de aanloop naar de jaarlijkse COPs?
Erkent u dat «effectieve bescherming», zoals geëist in het vonnis, onmogelijk is zonder een structurele meerjarige financiering die direct aansluit op de lokale behoeften die aan de Klimaattafel zijn geformuleerd? Hoeveel extra middelen zijn er volgens u nodig, en hoeveel middelen zal het Rijk beschikbaar stellen en wanneer besluit u hierover?
Op welke wijze beschermt het kabinet het cultureel erfgoed op de zuidpunt van Bonaire (zoals de slavenhuisjes) dat door de zeespiegelstijging reeds in 2050 dreigt te verdwijnen?
Hoe waarborgt u dat inwoners van Bonaire en de Klimaattafel Bonaire een doorslaggevende stem krijgen in het nationale adaptatieplan dat uiterlijk in 2030 geïmplementeerd moet zijn?
Hoe zult u garanderen dat adaptatieprocessen op de BES-eilanden lokaal geleid kunnen worden?
Bent u bekend met de motie van de Eilandsraad van Bonaire, waarin het Bestuurscollege wordt opgeroepen om de Nederlandse Staat te houden aan de rechtskracht van het vonnis? Welke aspecten van deze motie gaat u uitvoeren? En kunt u toezeggen dat alle aanbevelingen die voortvloeien uit de motie van de Eilandsraad integraal onderdeel worden van de Nederlandse inzet tijdens de komende Klimaattop (COP), om Bonaire als internationaal voorbeeld van «Small Island Justice» te positioneren? Hoe beoordeelt u de passage in de motie die spreekt over de «historische schuld» en de plicht van Nederland om de kwetsbaarste delen van het Koninkrijk prioritair te beschermen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden voorafgaand aan het plenaire debat over het vonnis inzake de Bonaire Klimaatzaak?
De 'Summer School on Palestine' van het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam |
|
Annette Raijer (PVV), Maikel Boon (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met de door het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam georganiseerde «Summer School on Palestine», waarin expliciet wordt gesproken over «legal mobilisation, solidarity and resistance» en waarbij wordt samengewerkt met Birzeit University?1, 2, 3, 4
Hoe beoordeelt u het feit dat Birzeit University internationaal onder vuur ligt vanwege Hamasinvloed op de campus, Hamasgelieerde studentenorganisaties en meerdere incidenten rondom extremisme en radicalisering en vindt u samenwerking met een dergelijke instelling wenselijk voor een Nederlandse publieke universiteit?
Bent u het ermee eens dat termen als «resistance» in de context van een samenwerking met een universiteit waar Hamasgelieerde studentenbewegingen actief zijn, op zijn minst buitengewoon ongepast en zorgwekkend zijn? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat voor deze samenwerking een delegatie van studenten, medewerkers en docenten van Birzeit University naar Nederland en Den Haag zal reizen? Zo ja, op welke wijze worden deze personen vooraf gecontroleerd op mogelijke Hamas sympathieën, steun voor terrorisme of antisemitische standpunten en welke veiligheidsrisico’s acht de regering hierbij aanwezig?
Hoe verhoudt deze ideologische eenzijdigheid zich tot academische pluriformiteit en wetenschappelijke objectiviteit?
Wat schiet de Nederlandse belastingbetaler concreet op met het financieren van een activistische «Summer School on Palestine» waarin termen als «solidarity» en «resistance» centraal staan en wordt samengewerkt met Birzeit University en waarom moet publiek geld worden besteed aan dit soort ideologische programma’s?
Deelt u de mening dat dit soort eenzijdige activistische programma’s, waarin anti Israëlische retoriek en termen als «resistance» centraal staan en wordt samengewerkt met een universiteit waar Hamasinvloed en Hamasgelieerde studentenbewegingen actief zijn, bijdragen aan de normalisering van antisemitisme en het gevoel van onveiligheid onder Joodse studenten en medewerkers op Nederlandse universiteiten ernstig vergroten? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid het College van Bestuur van Erasmus Universiteit Rotterdam ter verantwoording te roepen over het faciliteren van een programma met banden met een universiteit waar Hamasinvloed en Hamasgelieerde studentenorganisaties actief zijn en maatregelen te nemen zodat publieke universiteiten zich weer richten op neutraal onderwijs, wetenschap en academische vrijheid in plaats van ideologische activistische programma’s die bijdragen aan antisemitisme en gevoelens van onveiligheid onder Joodse studenten en medewerkers? Zo nee, waarom niet?
Windturbines en grensregio’s |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Deelt u dat bij windturbines net over de Duitse grens ook de Nederlandse Staat verantwoordelijk is voor naleving van Europese en internationale verplichtingen?
Op basis waarvan concludeert u dat geen sprake is van significante grensoverschrijdende milieueffecten bij windturbines van circa 250 meter hoog, op korte afstand van de Nederlandse grens?
Erkent u dat het Verdrag van Espoo en artikel 7 van de MER-richtlijn gelden zodra grensoverschrijdende effecten niet kunnen worden uitgesloten, los van nationale MER-drempels?
Hoe beoordeelt u dat Nederlandse inwoners in de praktijk nauwelijks effectief kunnen participeren in Duitse procedures door taal-, kosten- en juridische drempels?
Heeft het Rijk hierover overleg gevoerd met de provincie Overijssel, en zo ja wanneer en met welk resultaat richting Duitsland?
Kunt u de verslagen hiervan aan ons doen toekomen?
Deelt u dat overlegstructuren zoals de Nederlands Duitse Commissie Ruimtelijke Ordening (NDCRO) geen vervanging zijn voor juridisch afdwingbare verplichtingen uit het EU-milieurecht?
Bent u bereid te komen tot een helder Rijkskader voor grensoverschrijdende windprojecten ter bescherming van leefomgeving, inwoners en gemeenten?
En zo ja, per wanneer?
En zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
De ontvoering, vernedering en mishandeling van de Global Sumud Flotilla activisten door Israël |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Heeft u de video van de Israëlische Minister Ben Gvir gezien waarin de gekidnapte opvarenden van de Global Sumud Flotilla vernederd en mishandeld worden?1 Wat is uw reactie?
Bent u bereid dit geweld, dat regelrecht ingaat tegen het internationaal recht, ondubbelzinnig te veroordelen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om onmiddellijke vrijlating van de opvarenden, waaronder de Nederlandse opvarenden, te eisen? Zo nee, waarom niet?
Welke sanctiemaatregelen gaat u treffen tegen Israël voor de op de video zichtbare ontvoering, vernedering en mishandeling van de Flotilla-opvarenden?
Verleent Nederland consulaire hulp aan de Nederlandse opvarenden die zijn gekidnapt in internationale wateren? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid bij de ontboden ambassadeur aan te dringen op excuses aan de ontvoerde opvarenden van de Global Sumud Flotilla? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om er in de EU voor te pleiten om de hele regering Netanyahu op de sanctielijst te zetten? Zo nee, waarom niet?
Hoe gaat u Israel dwingen om de humanitaire blokkade van Gaza door Israël op te heffen?
Bent u bereid om een onafhankelijk onderzoek te starten naar mishandelingen en martelingen van Nederlandse staatsburgers die gekidnapt zijn door Israël in internationale wateren? Zo nee, waarom niet?
Kunt u binnen 24 uur antwoord geven op de vragen?
Terugvorderingen toeslagenwet door fout bij UWV, naar aanleiding van eerder beantwoorde vragen |
|
Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) |
|
Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Hoe kan het dat de controle van het partnerinkomen of andere relevante inkomsten is uitgebleven?
Gaat het hierbij enkel om de toeslag bij Ziektewetuitkering? Hoe zit dit bij andere regelingen van UWV? Zijn bij de Werkloosheidwet (WW), Wajong, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ook fouten gemaakt met het partnerinkomen of andere relevante inkomsten? Kunt u in uw antwoord specifiek stilstaan bij elke afzonderlijke regeling?
Is onderzocht of andere componenten (naast partnerinkomen of andere relevante inkomsten) mogelijk ook onjuist zijn verwerkt in dezelfde periode of daarbuiten?
Hoe wordt een BSN van de partner gekoppeld aan de uitkeringsgerechtigde? Is de koppeling met de BSN van de partner correct gemaakt? En hoe worden hier correcties op doorgevoerd als blijkt dat er een fout gemaakt is?
Zijn de technische problemen met de systemen inmiddels opgelost?
Wanneer kunt u de Kamer informeren over de omvang van het probleem? Kunt u toezeggen de Kamer hierover te informeren voor het CD Uitvoeringsproblematiek UWV van 1 juli?
In hoeveel gevallen gaat het om een terugvordering?
In hoeveel gevallen gaat het om een volledige terugvordering van de Toeslagenwet (vanwege dat er achteraf is vastgesteld dat er geen recht is)? In hoe veel gevallen gaat het om een gedeeltelijke terugvordering?
In hoeveel gevallen gaat het om een nabetaling omdat het partnerinkomen of andere relevante inkomsten juist gedaald waren? Worden de toeslagen voor deze mensen nabetaald en gecorrigeerd voor de toekomst?
Kunt u, als u informatie verschaft aan de Kamer over de omvang van het probleem, vragen 5 t/m 7 ook specifiek beantwoorden? Dus om hoeveel mensen gaat het per wet die uitgevoerd wordt door het UWV? Over welke bedragen gaat het?
Welke terugvorderingen zijn al in gang gezet? Hoeveel mensen hebben inmiddels een terugvordering ontvangen? Welke besluitvorming ligt hieronder? Kunt u de kamer de stukken die bij die besluitvorming horen, toesturen?
Kunt u uitsluiten dat de systeemfout zich enkel voordeed in de periode van 29 oktober 2022 tot en met 7 april 2025? Uit signalen die wij ontvingen blijkt dat de verkeerde toekenning van toeslagen al voor 2022 plaatsvonden voor de WIA, de WAO, de Wajong en voor (oude gevallen) WW en ZW, klopt dat?
Wij hebben het signaal ontvangen dat er op dit moment een terugvorderingsactie loopt, namelijk een zogenaamde veegactie, klopt dit en zijn de vorderingsbrieven al (deels) verstuurd? Of zijn die nog opgehouden? Hoeveel van deze brieven zijn er en over welke bedragen gaan deze vorderingen en welke uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid of werkloosheid gaat het?
Hoe komt het dat de fout pas zo laat ontdekt is? En zijn in de jaarlijkse steekproeven in de afgelopen tien jaar niet eerder signalen boven water gekomen dat de koppeling met het partner inkomen ontbraken? Zo ja, zijn er ook al eerder zogenaamde veegacties geweest met vorderingen van te veel uitgekeerde toeslagen? En over hoeveel veegacties met hoeveel vorderingen en welke maximale bedragen zijn die vorderingen gedaan?
Welke interne waarschuwingen, signalen of audits zijn er sinds 2016 geweest die mogelijk op deze fout hadden kunnen wijzen?
Op welke manier is de fout ontdekt?
In uw antwoorden gaf u aan dat het UWV pas in april 2025 bekend was met de fouten, klopt dat wel? En als het wel klopt hoe kan het dan dat pas na langer dan een halfjaar hierover aan de Minister wordt gerapporteerd?
Hoe kan het dat de Kamer hierover niet geïnformeerd is, maar dit boven water moet halen door schriftelijke vragen?
Kunt u de beslisnotities betreffende dit onderwerp bij het beantwoorden van deze vragen delen met de Kamer?
Kunt u de informatie die u vanuit UWV kreeg bij het beantwoorden van deze vragen delen met de Kamer?
Kunt u de vragen telkens separaat beantwoorden voor elke regelingen van UWV?
Kunt u de vragen specifiek en gesplitst beantwoorden voor het CD Uitvoeringsproblematiek UWV van 1 juli?
Het artikel ‘Zelfs tijdens het Amerikaanse bezoek van de koning lagen mogelijke exportrestricties voor ASML op tafel’ |
|
Joris Lohman (CDA), Judith Buhler (CDA) |
|
Herbert , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Zelfs tijdens het Amerikaanse bezoek van de Koning lagen mogelijke exportrestricties voor ASML op tafel»?1
Op welke wijze trekt u in deze casus samen op met andere bondgenoten die mogelijk eveneens gevolgen ondervinden van het Amerikaanse wetsvoorstel MATCH Act (Multilateral Alignment of Technology Controls on Hardware)?
Hoe beoordeelt u inhoud en reikwijdte van de voorgestelde MATCH Act in het licht van bestaande bilaterale en multilaterale afspraken over exportcontrole en economische samenwerking met de Verenigde Staten?
Hoe duidt u de mogelijke extraterritoriale werking van deze Amerikaanse wet, waarbij van bondgenoten wordt verlangd hun exportbeleid aan te passen, en hoe verhoudt dit zich tot Nederlandse en Europese beleidsautonomie?
Welke gevolgen kunnen ontstaan indien de MATCH Act wordt aangenomen en bondgenoten niet overgaan tot aanscherping van hun eigen exportwetgeving?
In hoeverre acht u het risico reëel dat een serviceverbod kan leiden tot juridische claims wegens contractbreuk tegen ASML of Nederlandse toeleveranciers?
Kunt u aangeven of bestaande Nederlandse of Europese instrumenten bedrijven kunnen beschermen tegen eventuele extraterritoriale toepassing van Amerikaanse wetgeving?
Hoe voorkomt u dat legitieme veiligheidszorgen rond China in de praktijk leiden tot onevenredige economische nadelen voor Europese bedrijven?
Welke Chinese tegenmaatregelen acht u realistisch indien de MATCH Act in de huidige vorm wordt aangenomen, en welke gevolgen zouden dergelijke maatregelen kunnen hebben voor Nederlandse bedrijven in de halfgeleidersector?
Kunt u de Kamer informeren over de gevolgen van een mogelijke Chinese «Malicious Entity List» voor Nederlandse bedrijven?2
Het rapport van de Algemene Rekenkamer over de screening van asielzoekers |
|
Geert Wilders (PVV), Marina Vondeling (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport van de Algemene Rekenkamer waaruit blijkt dat de screening op terrorisme pas na gemiddeld twee jaar plaatsvindt in plaats van binnen de norm van 14 dagen?1
Klopt het dat u niet weet hoeveel asielzoekers er op dit moment in Nederland aanwezig zonder dat zij (volledig) gescreend zijn op terrorisme, radicalisering of andere veiligheidsrisico’s? Hoe is het mogelijk dat u dit niet weet?
Erkent u dat het jarenlang laten rondlopen van asielzoekers in Nederland zonder screening een levensgevaarlijk en onacceptabel risico vormt voor de nationale veiligheid? Zo nee, waarom niet?
Hoeveel terrorismegerelateerde signalen of hits zijn er de afgelopen jaren alsnog naar boven gekomen bij verlate screenings? Hoeveel daarvan betroffen personen die al langere tijd in Nederland verbleven?
Waarom heeft u de Tweede Kamer niet eerder geïnformeerd over het feit dat de screening niet op orde is?
Gaat u er per direct voor zorgen dat alle asielzoekers die nu in Nederland aanwezig volledig gescreend worden en bent u bereid om onmiddellijk een asielstop af te kondigen zolang de veiligheid van de Nederlandse bevolking niet gewaarborgd kan worden? Zo nee, waarom kiest u er bewust voor om de veiligheid van Nederlanders op het spel te zetten?
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat JBZ-Raad d.d. 27 mei aanstaande?
Massasterfte van zwaluwen door pesticiden |
|
Ines Kostić (PvdD) |
|
van Essen , Silvio Erkens (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht over de massasterfte van oeverzwaluwen bij de Haarrijnse Plas?1
Deelt u de zorg dat sterfte door pesticiden waarschijnlijk structureel wordt onderschat, omdat zieke dieren zich verstoppen, snel worden opgegeten door aaseters of niet toxicologisch onderzocht worden?
Wordt momenteel gemonitord hoeveel vogels en andere wilde dieren jaarlijks slachtoffer worden van pesticiden? Zo ja, kunt u de Kamer hierover informeren? Zo nee, bent u bereid om een landelijk monitoringsprogramma op te zetten voor pesticidevergiftiging bij wilde dieren, inclusief structureel toxicologisch onderzoek bij massasterfte?
Bent u bekend met het toxicologisch onderzoek van Wageningen University & Research waaruit blijkt dat bij de gestorven oeverzwaluwen hoge concentraties gif zoals permethrine en tetramethrine op de veren en in hersenweefsel zijn aangetroffen?2
Wat vindt u ervan dat de twee pesticiden nu gelden als «relatief veilig voor vogels», maar toch gevaarlijk blijken te zijn?
Erkent u de conclusies van de wetenschappers dat deze bevindingen erop wijzen dat vogels ernstig ziek kunnen worden of sterven door blootstelling aan pesticiden via huidcontact of inhalatie, terwijl deze blootstellingsroutes momenteel niet standaard worden meegenomen in toelatingsprocedures voor bestrijdingsmiddelen? Zo nee, op welk wetenschappelijk onderzoek baseert u zich?
Hoe beoordeelt u het feit dat de huidige risicobeoordeling van pesticiden vooral uitgaat van opname via voedsel, terwijl onderzoekers nu expliciet waarschuwen dat blootstelling via veren, huid en luchtwegen mogelijk minstens zo schadelijk kan zijn?
Welke gevolgen hebben deze onderzoeksresultaten voor de bescherming van (bedreigde) vogelsoorten zoals de oeverzwaluw, waarvan populaties al onder druk staan door verlies van leefgebied, voedseltekorten en milieuvervuiling?
Heeft u gelezen dat de onderzoekers hopen dat de manier waarop pesticiden worden beoordeeld opnieuw onder de loep zal worden genomen en dat dit onderzoek aanleiding geeft om bij de toelating van pesticiden rekening te houden met meer scenario’s dan alleen blootstelling via voedsel?
Bent u bereid om het advies van de wetenschappers op te volgen? Zo ja, hoe en op welke termijn?
Vindt u dat er daarbij ook beter gekeken moet worden naar hoe in de toelatingssystematiek en beoordelingssystematiek rekening gehouden wordt met mogelijke cumulatieve en synergistische effecten van pesticidencombinaties voor (wilde) dieren en mensen? Zo ja, hoe gaat u dat verwerken en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) te verzoeken om op deze nieuwe bevindingen te reflecteren en te kijken wat kan worden gedaan om ervoor te zorgen dat blootstelling via huidcontact en inhalatie structureel wordt onderzocht, zodat volgens en andere wilde dieren beter worden beschermd tegen pesticiden?
Bent u bereid om bij het Ctgb en in Europees verband erop aan te dringen dat cumulatieve en synergistische effecten van pesticiden voor (wilde) dieren en mensen structureel mee moeten worden genomen in de toelating en herbeoordeling van stoffen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om in Europees verband, ook in het kader van de gesprekken rondom de Omnibus Food and Feed Safety Simplification, te wijzen op deze wetenschappelijke bevindingen en te pleiten dat die bevindingen worden verwerkt in beleid om wilde dieren beter te beschermen tegen pesticiden (ook in het kader van Europese doelen voor biodiversiteit)?
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om blootstelling van wilde dieren aan pesticiden terug te dringen?
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor geldende termijn beantwoorden?
Kunt u bevestigen dat nationaal en internationaal onderzoekers al bijna tien jaar waarschuwen dat het RCP8.5-scenario onwaarschijnlijk is en niet meer gebruikt zou moeten worden voor beleidsdoeleinden?1, 2, 3
Waarom heeft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en in het verlengde daarvan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) dit advies al die jaren in de wind geslagen
Kunt u bevestigen dat sinds de publicatie van dit RCP8.5-scenario in 2011 er wereldwijd naar schatting meer dan 100.000 wetenschappelijke artikelen zijn verschenen die gebruikmaken van dit scenario en een veelvoud aan media-uitingen?
Hoe kijkt u daarop terug, nu blijkt dat dat scenario nooit plausibel is geweest?
Kunt u bevestigen dat het midden-scenario voortaan als «business as usual» mag worden gezien/gebruikt?
Deelt u de mening dat op basis van het RCP8.5- (en diens opvolger het SSP5-8.5) scenario het IPCC, het KNMI en in het verlengde daarvan ook de Nederlandse overheid veel te alarmistisch zijn geweest over klimaatverandering?
Gaat u de overheidspagina over klimaatverandering met spoed herschrijven in het licht van de «nieuwe» inzichten omdat daar bijvoorbeeld nog staat dat de zeespiegel in 2100 wel 1,2 meter (of zelfs 2 meter) kan stijgen maar dat dit was gebaseerd op het RCP8.5-scenario?4
Heeft u de reactie van het KNMI gezien5 op de nieuwe scenario’s en vindt u het acceptabel dat het instituut zelfs nu nog doet alsof er niets veranderd is dat hoewel het KNMI erkent dat RCP8.5 niet langer realistisch is, toch weigert haar eigen scenario’s, die op RCP8.5 gebaseerd zijn, aan te passen?
Misleidt het KNMI hiermee alle sectoren en (lagere) overheden die gebruikmaken van de KNMI-scenario’s en gedraagt het KNMI zich in Nederland daarmee niet veel te veel als eenoog Koning (een kennismonopolist)?
Hoe kan het dat het IPCC in haar zesde rapport in 2021 al waarschuwde dat RCP8.5 (en SSP5-8.5) niet langer plausibel was en het KNMI bij de 2023 klimaatscenario’s dit scenario toch gewoon weer inzette?6
Kunt u het KNMI vragen met spoed en in het Engels een reactie te schrijven op de kritiek van Pielke Jr, aangezien de internationaal zeer goed in dit dossier ingevoerde onderzoeker Roger Pielke Jr op social media onmiddellijk de publieke reactie van het KNMI op de nieuwe scenario’s bekritiseerde7 en volgens hem de reactie van het KNMI diverse «onjuiste beweringen» zou bevatten en ook Volkskrant-journalist Maarten Keulemans constateerde dat op social media platform X8 wat natuurlijk zeer ernstig zou zijn voor een overheid die zelf zegt het bestrijden van mis- en desinformatie zo belangrijk te vinden?
Kunt u ervoor zorgen dat het PBL, het KNMI en bewindslieden als uzelf voortaan de echte reden geven voor het verlaten van RCP8.5 en kunt bevestigen dat een belangrijk kritiekpunt van Pielke Jr klopt dat diverse onderzoekers, waaronder Detlef van Vuuren van het PBL, de eerste auteur van de nieuwe scenariopaper9, en ook het KNMI, ten onrechte beweren dat het «rampenscenario» is verlaten vanwege het succes van het beleid, met name het goedkoper worden van zonne- en windenergie en ook de Minister suggereerde dit in haar interview bij het programma Ongehoord Nieuws maar dat de werkelijke reden dat het «rampenscenario» is verlaten is dat de aannames erachter altijd al onrealistisch geweest zijn, namelijk een explosieve stijging van steenkoolgebruik in de 21e eeuw?
Kunt u laten onderzoeken hoe het mogelijk is geweest dat juist dit niet plausibele RCP8.5-scenario gebruikt werd als het enige referentie- of ook wel business-as-usual-scenario?
Deelt u de mening dat RCP8.5 nooit als referentiescenario gelabeld had moeten worden en dat beleidsmakers daarmee jarenlang op het verkeerde been zijn gezet?
Kunt u navragen en toelichten waarom het PBL het niet eens opportuun achtte om een persbericht de deur uit te doen, terwijl een PBL-medewerker eerste auteur van de internationale paper is waarmee de nieuwe IPCC-scenario’s zijn gelanceerd?
Zou dit ook niet gebeurd zijn als het nieuwe hoogste scenario hoger uitgevallen zou zijn dan RCP8.5, met andere woorden als de boodschap had kunnen zijn «it is worse than we thought» en deelt u de mening dat dergelijke institutionele bias ongewenst is?
Kunt u bevesboektigen dat het nieuwe hoogste scenario CMIP7 High geen referentiescenario is en dus niet als zodanig gebruikt en gecommuniceerd moet worden?
Kunt u bevestigen dat dit betekent dat toekomstig eventueel beleidssucces nooit gerelateerd kan worden aan dit scenario?
Kunt u bevestigen dat het nieuwe hoge scenario (CMIP7 High) gebaseerd is op het SSP3-scenario en niet op het eerder gebruikte SSP5-scenario?
Kunt u met spoed laten uitzoeken hoe het mogelijk is dat dit scenario uitgaat van een bevolkingstoename in 2100 van maar liefst 14,5 miljard mensen10, wat haaks staat op projecties van de VN (+/– 10 miljard in 2100) en het IMHE (+/– 9 miljard in 2100)?
Deelt u de mening dat het niet opnieuw moet gebeuren dat de klimaatgemeenschap tien jaar of langer gaat werken met scenario’s die uitgaan van achterhaalde aannames?
Kunt u bevestigen onder de aanname van staand beleid («current policies») dat temperatuurprojecties in 2100 uitkomen op ongeveer 2,5 graden opwarming11 en als je dat zou combineren met realistischere aannames voor bevolkingsgroei en economische groei het tweegradendoel van Parijs zelfs haalbaar lijkt zonder aanvullend beleid?12
Deelt u de mening dat er veel meer toezicht nodig is op de samenstelling en de werkwijze van de internationale commissie die de IPCC-scenario’s vaststelt, bijvoorbeeld omdat Roger Pielke Jr zijn zorgen heeft uitgesproken13 over de samenstelling en het gebrek aan toezicht op de internationale commissie en waar slechts twee instituten (IIASA en PIK) die commissie domineren en transparantie over wat er besproken wordt tijdens meetings volledig ontbreekt?
Zo ja, wat gaat u internationaal doen om dat voor elkaar te krijgen?
Gaat u het KNMI nu de opdracht geven haar scenario’s op de nieuwste ontwikkelingen aan te passen en hiermee niet te wachten tot het KNMI volgens eigen planning pas in 2029 of 2030 met een update komt?
Kunt u de Kamer met spoed een eerste inventarisatie sturen van de projecten in Nederland die gebaseerd zijn op RCP8.5 en/of SSP5-8.5 zodat de Kamer kan zien hoe dit scenario heeft doorgewerkt in de samenleving?
Kunt u in het bijzonder aangeven wat de consequenties zijn van de nieuwe inzichten voor het Nationaal Deltaprogramma waarin de Deltascenario’s 202414 voor 50% zijn gebaseerd op het nu geschrapte SSP5-8.5-scenario?
Betekenen de nieuwe inzichten dat we fors kunnen bezuinigen op het jaarlijkse budget voor het Deltaprogramma dat ongeveer 1,9 miljard euro bedraagt?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?