| Ingediend | 17 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 7 juli 2026 (na 20 dagen) |
| Indieners | Stephan van Baarle (DENK), Christine Teunissen (PvdD) |
| Beantwoord door | Berendsen |
| Onderwerpen | bestuur parlement recht staatsrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z13392.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2487.html |
Ja.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van de diplomatieke inspanningen. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde aangewezen contactpersoon.
Wereldwijd zetten het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ambassades zich ten volle in voor consulaire bijstand aan en toegang tot Nederlandse gedetineerden die dat op prijs stellen. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de door u opgebrachte gedetineerde Nederlander in Egypte.
Zie het antwoord op vraag 2.
Zie het antwoord op vraag 2. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse ambassade blijven – als nodig in het individuele geval – de lokale autoriteiten verzoeken in overeenstemming met internationale wet- en regelgeving te faciliteren in de consulaire contacten en bijstand, een eerlijke rechtsgang te garanderen en medische zorg te bieden.
Zie antwoord vraag 4.
Zie het antwoord op vraag 2. De Nederlandse overheid mengt zich niet in het juridische proces van de staat van detentie. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse ambassade dringen er wel bij de lokale autoriteiten op aan om, in lijn met internationale wet- en regelgeving, een eerlijke rechtsgang te waarborgen.
Zie het antwoord op vraag 2.
Zie het antwoord op vraag 2.
Zie antwoord vraag 8.
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.