Een snelle oplossing voor het Noodfonds energie |
|
Suzanne Kröger (GL), Esmah Lahlah (GroenLinks-PvdA) |
|
Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Essent vraagt snelle oplossing Noodfonds energie: «Er is geen vangnet voor kwetsbare huishoudens»»?1
Klopt het dat er op dit moment geen publieke uitvoerder is die het Publieke Energiefonds op zich wil nemen?
Klopt het dat het kabinet wel naar uitvoering door vier instanties zoals de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank heeft gekeken, maar die alle vier niet geschikt bleken? Zo ja, waarom bleken deze niet geschikt?
Kunt u aangeven met welke andere organisaties nog meer gesproken is en waarom deze allen niet geschikt bleken als uitvoerder?
Per wanneer verwacht u dat de publieke uitvoerder operationeel kan zijn en steun kan uitkeren aan huishoudens?
Wat zijn de verwachte uitvoeringskosten van het Publieke Energiefonds op jaarbasis?
Wat zijn de uitvoeringskosten van het Tijdelijke Noodfonds Energie op jaarbasis? waarbij bij alle varianten wordt berekend wat de budgettaire gevolgen zijn bij 1) een maandelijkse bijdrage van € 80,– per huishouden voor de periode van 6 maanden, 2) een maandelijkse bijdrage van € 90,– per huishouden voor de periode van 6 maanden en 3) een maandelijkse bijdrage van € 100,– per huishouden voor de periode van 6 maanden?
Kunt u aangeven wat de actuele inkomensgrenzen zijn voor huishoudens met inkomens tot 130%, 200%, 300% en 350% van het sociaal minimum voor zowel alleenstaanden als samenwonenden? Kunt u voor elke inkomensgrens aangeven om hoeveel huishoudens het gaat?
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór de aanvang van de tweede termijn van de SZW-begroting op 19 maart of, indien eerder ingepland, voor het debat over de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor Nederland?
De rol van voormalig minister Gouke Moes bij een rechtszaak tegen de Staat |
|
Doğukan Ergin (DENK) |
|
Letschert , Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat voormalig Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Gouke Moes zich kort na zijn aftreden heeft aangesloten als vicevoorzitter bij de Stichting Democratische Vernieuwing, die een rechtszaak voorbereidt tegen de Nederlandse Staat onder de noemer «cultuurdefensie»?1
Hoe beoordeelt u het dat een voormalig Minister van Cultuur zich binnen enkele weken na zijn aftreden aansluit bij een stichting die een rechtszaak tegen de Staat voorbereidt onder de noemer «cultuurdefensie»?
Deelt u de opvatting dat het op zijn minst opmerkelijk en politiek problematisch is wanneer een bewindspersoon die kort daarvoor nog deel uitmaakte van de regering zich vrijwel direct daarna aansluit bij een initiatief dat de Staat juridisch wil aanklagen? Zo nee, waarom niet?
Heeft de heer Moes tijdens zijn ministerschap betrokkenheid gehad bij beleid of besluitvorming rond migratie, integratie, cultuurbeleid of maatschappelijke cohesie die mogelijk raakt aan het onderwerp van deze voorgenomen rechtszaak?
Beschikte de heer Moes tijdens zijn ministerschap over vertrouwelijke informatie of beleidsinzichten die relevant zouden kunnen zijn voor de voorbereiding van een rechtszaak tegen de Staat? Zo ja, welke waarborgen bestaan er dat dergelijke informatie niet wordt gebruikt?
Vindt u het passend dat een voormalig Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zich drie weken na zijn aftreden aansluit bij een initiatief dat de Nederlandse Staat wil aanklagen onder de noemer «cultuurdefensie»? Zo ja, waarom?
Klopt het dat, op grond van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen, een gewezen bewindspersoon binnen twee jaar na aftreden het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers om advies moet verzoeken over de aanvaardbaarheid van een voorgenomen functie?
Heeft de heer Moes een dergelijk advies aangevraagd of ontvangen met betrekking tot zijn functie als bestuurder van de Stichting Democratische Vernieuwing? Zo ja, wat was de uitkomst van dit advies en wanneer is dit uitgebracht?
Indien geen advies is aangevraagd, acht u dat in overeenstemming met de verplichtingen uit de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen?
Klopt het dat artikel 4 van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen bepaalt dat een gewezen bewindspersoon gedurende twee jaar na aftreden geen zakelijk contact mag hebben met ambtenaren van zijn voormalig ministerie of met ambtenaren van andere ministeries over beleidsterreinen waarbij hij intensief betrokken is geweest?
Is bij u bekend of de heer Moes, sinds zijn aantreden als bestuurder van de Stichting Democratische Vernieuwing, contact heeft gezocht of contact heeft laten zoeken met ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of andere ministeries over deze voorgenomen rechtszaak of over het onderwerp «cultuurdefensie»?
Is voor de heer Moes een ontheffing verleend van het verbod op zakelijk contact met ambtenaren zoals bedoeld in de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen? Zo ja, op welke gronden en wanneer?
Deelt u de opvatting dat het onwenselijk zou zijn wanneer een voormalig Minister van Cultuur die drie weken na zijn aftreden betrokken raakt bij een initiatief dat de Staat wil aanklagen alsnog ontheffing zou krijgen van het verbod op zakelijk contact met ambtenaren? Zo nee, waarom niet?
Zijn bij u signalen bekend dat oud-bewindspersonen van kabinet Schoof 1 in vergelijkbare situaties terecht zijn gekomen, bijvoorbeeld door kort na hun aftreden betrokken te raken bij functies op beleidsterreinen waarvoor zij eerder verantwoordelijk waren? Zo ja, zijn daarbij signalen bekend dat regels uit de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen, handboek bewindspersonen en andere integriteitsregels mogelijk zijn overtreden?
Vindt u dat de huidige Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen voldoende waarborgen bevat om te voorkomen dat een oud-bewindspersoon kort na zijn aftreden betrokken raakt bij initiatieven die de Staat juridisch activistisch procederen op beleidsterreinen waarvoor hij zelf eerder verantwoordelijk was?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Het bericht ‘De noodkreet van Jolie: waarom krijg ik dit borstkankermedicijn niet?’ |
|
Vicky Maeijer (PVV) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «De noodkreet van Jolie: waarom krijg ik dit borstkankermedicijn niet?»1
Ja, het kabinet is bekend met het bericht. Jolie heeft mij een aangrijpende brief gestuurd over haar situatie. Die brief raakt mij zeer.
Kunt u uitgebreid toelichten waarom het medicijn Enhertu (trastuzumab deruxtecan) niet wordt vergoed voor borstkankerpatiënten met HER2-low?
Enhertu is een geneesmiddel dat voor verschillende groepen patiënten met verschillende vormen van borstkanker (en andere soorten kanker) is geregistreerd. Door de hoge prijs in combinatie met de hoge verwachte uitgaven is het middel voor alle toekomstige indicaties in de sluis geplaatst. Dat gebeurt als pakketopname van een nieuw geneesmiddel of een nieuwe indicatie vanuit maatschappelijk perspectief risicovol is. Geneesmiddelen en indicaties die in de sluis staan worden pas vergoed vanuit het basispakket als ze voldoen aan de pakketcriteria. Daarvoor kijkt het Zorginstituut of het geneesmiddel effectief is. Een geneesmiddel is effectief als het even goed of beter werkt dan de huidige standaardbehandeling. Ook beoordeelt het Zorginstituut de kosteneffectiviteit, dat zegt of de extra kosten van een geneesmiddel voor een specifieke indicatie, in dit geval Enhertu bij HER2-low borstkanker, in verhouding staan tot de extra effectiviteit.
Enhertu is voor de behandeling van HER2-low borstkanker nog niet opgenomen in het basispakket. Het Zorginstituut heeft geoordeeld dat Enhertu bij HER2-low borstkanker effectief is, maar dat de extra effecten niet opwegen tegen de extra kosten van HER2-low borstkanker (het middel is voor deze indicatie dus niet kosteneffectief). Daarom adviseert het Zorginstituut dit geneesmiddel pas in het basispakket op te nemen nadat de leverancier een aanzienlijke korting heeft gegeven.2
Helaas heeft de prijsonderhandeling voor Enhertu bij HER2-low borstkanker niet tot een positief resultaat geleid. Het valt mij zwaar dat Enhertu niet kan worden opgenomen in het basispakket voor deze indicatie. Dit is teleurstellend voor patiënten, hun naasten en behandelaren die hun hoop hebben gevestigd op dit geneesmiddel.
Enhertu is voor een andere indicatie inmiddels wel vergoed. Dat is voor patiënten met HER2-positieve borstkanker. Deze indicatie stond ook in de sluis en is vervolgens door het Zorginstituut beoordeeld.
Het Zorginstituut adviseert een lagere korting voor Enhertu bij HER2-positieve borstkanker om de extra effecten in balans te brengen met de extra kosten dan bij HER2-low borstkanker.3 Na een onderhandeling wordt Enhertu sinds 11 april 2024 vergoed vanuit het basispakket bij HER2-positieve borstkanker.
Deelt u de mening dat er sprake is van ongelijke behandeling indien een medicijn voor de ene groep borstkankerpatiënten wel vergoed wordt, maar niet voor een andere groep borstkankerpatiënten die evenredig baat heeft bij dit middel? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet deelt deze mening niet. Enhertu is voor verschillende groepen patiënten met verschillende vormen van borstkanker geregistreerd. Het Zorginstituut heeft op basis van de ingediende dossiers van de leverancier twee aparte beoordelingen gegeven, één voor Enhertu bij HER2-postieve borstkanker en een bij HER2-low borstkanker. In het kort komt het erop neer dat de extra effecten en extra kosten voor deze twee groepen borstkankerpatiënten niet gelijk zijn. Dat betekent dat er minder korting nodig is voor Enhertu bij HER2-positieve borstkanker dan bij HER2-low borstkanker.
Klopt het dat het gaat om een groep van 1.500 vrouwen in Nederland?
Er zijn jaarlijks ongeveer 1500 vrouwen met HER2-low borstkanker, maar niet alle patiënten komen in aanmerking voor behandeling met Enhertu. Volgens het pakketadvies van het Zorginstituut komen er jaarlijks ongeveer 585 patiënten met HER2-low borstkanker in aanmerking komen voor behandeling met Enhertu.
Klopt het dat het medicijn in 26 andere Europese landen wel beschikbaar is voor deze groep?
Het kabinet kan niet verifiëren in welke landen Enhertu voor de behandeling van vrouwen met HER2-low borstkanker wordt vergoed. Daar komt bij dat vergoeding van een geneesmiddel niet in elk land hetzelfde betekent als in Nederland, namelijk dat elke patiënt die in aanmerking komt voor de behandeling deze ook daadwerkelijk krijgt.
Hoe legt u aan deze 1.500 vrouwen uit dat u het middel, wat hun leven kan verlengen en kwaliteit van leven kan verbeteren, niet vergoedt?
Het lot van deze patiënten raakt mij zeer. De afweging of Enhertu voor deze patiënten wordt opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering, is zorgvuldig gemaakt. Namens het kabinet volg ik daarbij het beleid van mijn voorgangers. Het kabinet begrijpt dat dat zeer teleurstellend is voor Jolie, andere patiënten en hun families.
Daarbij wijst het kabinet op het volgende. Gegeven dat er beperkte financiële middelen zijn, moeten er keuzes worden gemaakt in de zorg. Het kabinet doet dat op basis van passende zorg en gezondheidswinst, waarbij het streven is om zoveel mogelijk gezondheidswinst voor de gehele bevolking te realiseren. Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven. Voor het geld dat wordt uitgegeven aan zorg die niet kosteneffectief is, kan elders meer gezondheidswinst behaald worden. Het kabinet houdt rekening met de belangen van alle patiënten en alle premiebetalers – ook als dat betekent dat individuele patiënten geen toegang krijgen tot een effectief geneesmiddel. Het kabinet zou willen dat we dergelijke keuzes niet zouden hoeven maken, want het zou patiënten zoals Jolie natuurlijk heel graag een ander bericht geven, maar helaas is dat – en hier moet het kabinet toch ook wijzen op de hoge prijzen van dit soort geneesmiddelen – een luxe die ons niet gegeven is.
Betekent uw reactie op de brief van Jolie Jacobs dat de situatie van patiënten met HER2-low borstkanker «nadrukkelijk uw aandacht heeft» dat u zich niet alleen laat informeren, maar dat u alles zult doen wat in uw mogelijkheden ligt om dit middel zo snel mogelijk beschikbaar te maken voor deze groep patiënten met HER2-low? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u exact aangeven welke stappen u gaat ondernemen en wat het tijdspad is?
De situatie van patiënten met HER2-low borstkanker heeft nadrukkelijk mijn aandacht. Zo verzoek ik, namens het kabinet, de leverancier of hij nu wel bereid is om een maatschappelijk aanvaardbare prijs overeen te komen. Het kabinet wil patiënten nadrukkelijk geen valse hoop geven, soms lukt het niet om tot overeenstemming te komen met leveranciers.
Bent u bereidt om, zo snel als mogelijk, het besluit van uw voorganger te herzien en om dit medicijn alsnog toe te laten tot het basispakket en daarmee beschikbaar te maken voor de borstkankerpatiënten met HER2-low? Zo nee, waarom niet?
Als de leverancier bereid is om alsnog tot aanvaardbare prijsafspraken te komen, ben ik, namens het kabinet, bereid om Enhertu op te nemen in het basispakket. Het kabinet roept de leverancier op om, in het belang van alle patiënten met HER2-low borstkanker, zijn standpunt te heroverwegen. Ook staat voor de leverancier de mogelijkheid open om nieuwe data aan te leveren bij het Zorginstituut en een herbeoordeling te vragen.
Kunt u deze vragen met spoed beantwoorden?
Ja.
Het bericht 'Pijnlijke conclusie: peperdure maatregelen tegen witwassen niet effectief en oneerlijk' |
|
Inge van Dijk (CDA), Jeltje Straatman (CDA) |
|
David van Weel (VVD), Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel van RTL en het achterliggende rapport van de Algemene Rekenkamer «Gevolgen Groot, opbrengsten onbekend»?1
Ja, daar ben ik bekend mee.
Deelt u de hoofdconclusie van de Algemene Rekenkamer dat de huidige anti-witwasaanpak onvoldoende effectief en efficiënt is?
De Algemene Rekenkamer (AR) richtte zich in haar onderzoek op de periode 2020–2024. Ik ben het met de AR eens dat de antiwitwasaanpak in die jaren in de praktijk beter kon. Na afloop van die onderzoeksperiode heb ik samen met de Minister van Justitie en Veiligheid onze nieuwe antiwitwasaanpak met de Tweede Kamer gedeeld.2 Deze nieuwe antiwitwasaanpak adresseert veel van de conclusies van de AR. In deze nieuwe antiwitwasaanpak benoemen wij twee hoofddoelen: 1) verlagen van lasten voor bonafide burgers en bedrijven; en 2) barrières verhogen voor criminelen. Door deze doelen centraal te stellen zetten we in op een antiwitwasaanpak die zowel effectief is als efficiënt.
Kun u een inschatting maken van de jaarlijkse kosten die banken maken als gevolg van de personele inzet ter bestrijding van witwassen en hoe deze kosten doorberekend worden aan klanten?
Ik kan geen inschatting maken van de jaarlijkse kosten die banken maken als gevolg van de personele inzet, of de gevolgen van de hogere compliancekosten voor de concurrentiepositie van Nederlandse banken ten opzichte van banken in andere landen.
Banken bepalen zelf hun eigen inzet op het antiwitwasdossier. Er is sinds de publicatie van «Herstel naar balans» door De Nederlandsche Bank (DNB) nadrukkelijk ingezet op een verbeterde risicogebaseerde toepassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), zowel door de toezichthouder als door banken.3 Dit betekent dat de inzet hoger moet zijn als de risico’s hoger zijn. Als de risico’s lager zijn moeten de maatregelen beperkt worden. De Wwft geeft hier ook de ruimte voor. Ook in de nieuwe antiwitwasaanpak is dit een belangrijke pijler aangezien is gebleken dat banken in de praktijk de risicogebaseerde aanpak nog steeds onvoldoende toepassen. Banken stellen hierdoor nog steeds soms onnodige vragen aan bepaalde klanten, en sommige burgers ervaren zelfs discriminatie. Een verbetering van de risicogebaseerde aanpak zorgt ervoor dat banken minder onnodige vragen stellen, en minder maatregelen nemen wanneer de risico’s lager zijn. Dit kan er toe leiden dat banken minder kosten maken. De uitvoering van de risicogebaseerde benadering ligt primair bij de banken, zij dienen ervoor te zorgen dat de maatregelen die zij nemen proportioneel zijn aan het geconstateerde risico. DNB houdt toezicht op deze risicogebaseerde benadering.
Daarnaast hebben veel banken de afgelopen jaren grootschalige hersteltrajecten moeten uitvoeren, omdat zij de basis van de antiwitwasaanpak niet op orde hadden.4 Deze hersteltrajecten waren nodig om onder andere een goede basis te leggen voor de risicogebaseerde aanpak.
De problematiek rondom discriminatie bij banken speelt breder dan enkel de toepassing van de Wwft. Het is onacceptabel dat burgers discriminatie ervaren in de interactie met banken. De afgelopen jaren hebben we zelf ook onderzoeken gedaan naar (ervaren) discriminatie. De Minister van Financiën heeft naar aanleiding van deze onderzoeken diverse acties opgesteld om (ervaren) discriminatie aan te pakken. Dat geldt ook voor de banken zelf en voor DNB. Hierover is de Tweede Kamer in mei 20245, december 20246 en september 20257 geïnformeerd.
In hoeverre acht u de genoemde kosten proportioneel in verhouding tot de effectiviteit van het beoogde doel van witwasbestrijding, mede gelet op neveneffecten zoals het risico op discriminatie, de toegenomen regeldruk voor bedrijven en verenigingen en het mogelijke afhaken van vrijwilligers waardoor maatschappelijk initiatief onder druk kan komen te staan?
Zie antwoord vraag 3.
Kunt u uitleggen waarom in het rapport wel de effecten van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) op (oud-)politici (Politically Exposed Persons, PEP’s) zijn onderzocht, maar bijvoorbeeld niet is gekeken naar de effecten op maatschappelijke organisaties zoals (sport)verenigingen, terwijl deze laatste groep ook signalen van administratieve lasten en belemmeringen meldt?2
De AR bepaalt zelf hoe zij hun onderzoek vormgeven. In het rapport benoemt de AR dat zij drie groepen hebben geselecteerd om te onderzoeken hoe verschillend de ervaren controles door banken zijn. Ze hebben niet enkel groepen geselecteerd op signalen van lasten. Daarnaast is het zo dat er voor PEP’s specifieke onderzoeksverplichtingen zijn voor poortwachters.9
Bent u bereid deze effecten op maatschappelijke organisaties alsnog te laten onderzoeken om zo een volledig beeld te krijgen van de neveneffecten?
In 2023 heeft SIRA in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een onderzoek gedaan naar regeldruk bij vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen.10 Daar is vervolgens ook een kabinetsreactie op gestuurd in 2024, mede namens mij.11 In het onderzoek is genoemd dat de Wwft-verplichtingen maatschappelijke organisaties voornamelijk tijd kosten.
Het Ministerie van Financiën is ook regelmatig in gesprek met een brede groep aan organisaties om de impact van de antiwitwascontroles te bespreken, onder andere in hetMaatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) de-risking. In het MOB de-risking zitten vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), DNB, betaalinstellingen, goede doelen en ondernemers- en consumentenverenigingen samen om de voortgang op de aanpak van de-risking te bespreken en aan te pakken. Zo heeft de NVB standaarden opgesteld om banken te helpen in hun klantonderzoek. In haar proportionaliteitsverkenning onderstreept DNB de positieve vooruitgang die er op dit gebied heeft plaatsgevonden.12 Daarnaast spreekt het Ministerie van Financiën ook regelmatig met onder andere banken en maatschappelijke organisaties, waarbij de neveneffecten van de Wwft regelmatig onderwerp van gesprek zijn.
SIRA noemde enkele mogelijkheden tot verbetering, waaronder inzetten op de risicogebaseerde benadering. Daar ben ik nu mee bezig, maar dit staat en valt met de inzet vanuit banken zelf. Zij staan primair aan de lat om hier werk van te maken. Ik zie geen reden voor aanvullend onderzoek.
Vindt u de huidige personele inzet bij De Nederlandsche Bank (DNB) en de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) proportioneel ten opzichte van de zeer grote personele inzet bij banken voor het verzamelen en melden van ongebruikelijke transacties, mede gelet op signalen dat de opvolging van deze meldingen niet altijd inzichtelijk is?
De personele inzet bij DNB kan wat mij betreft niet vergeleken worden met de inzet bij banken aangezien deze twee organisaties totaal verschillende rollen hebben op basis van de wet in de antiwitwasketen. Banken vullen een centrale rol in ons financiële stelsel en dienen risicogebaseerd onderzoek te doen naar klanten en hun transacties te monitoren.
DNB controleert of financiële ondernemingen, waaronder banken, voldoen aan hun wettelijke verplichtingen. De taken die hierbij komen kijken zijn anders dan die van banken, en dus is het logisch dat de personele inzet van een andere orde is. Ik ben van mening dat de huidige inzet van DNB daarom proportioneel is.
De personele inzet bij FIU-Nederland laat zich moeilijk vergelijken met de inzet bij banken aangezien deze twee organisaties verschillende rollen en verantwoordelijkheden hebben op basis van de wet in de antiwitwasketen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het analyseren van alle ongebruikelijke transacties geen doel op zich is. De FIU-Nederland analyseert meldingen risicogebaseerd, waarbij het zich richt op de grootste risico’s en op de prioriteiten van de ketenpartners. Dit past binnen de risicogebaseerde aanpak van witwassen.
De FIU-Nederland ziet in de aanbevelingen in het rapport tevens een aansporing van de huidige inzet op het verbeteren van de datakwaliteit. Het verbeteren van de datakwaliteit maakt vervolgens een meer data-gedreven benadering, zoals aanbevolen door de AR, verder mogelijk. De data gedreven benadering maakt het vervolgens mogelijk om beter inzicht te krijgen en geven in de meest risicovolle meldingen en de opvolging hierop.
Hoe beoordeelt u de signalen dat de huidige werkwijze van de FIU ertoe leidt dat niet alle ongebruikelijke transacties worden opgepakt, dat de aanpak onvoldoende risico- en datagedreven is en dat er weinig wordt gedaan aan kwaliteitsverbetering en structurele terugkoppeling richting banken en bent u bereid hier concrete stappen op te zetten?
De focus van de FIU-Nederland ligt op het verder versterken van de risicogebaseerde aanpak, waarbij de grootste witwasrisico’s prioriteit krijgen. In de praktijk betekent dit dat de FIU-Nederland meldingen risicogebaseerd analyseert en zich richt op de belangrijkste risico’s en de prioriteiten van ketenpartners. Het oppakken van alle ongebruikelijke transacties is daarbij geen doel op zich.
Bovendien neemt de FIU-Nederland de conclusies en aanbevelingen ter harte om meer risico- en datagedreven te werken. De FIU-Nederland zet daarom ten eerste in op het verbeteren van de datakwaliteit. Het verbeteren van de datakwaliteit maakt vervolgens een meer data-gedreven benadering verder mogelijk. De versterkte datapositie zal de FIU-Nederland ook de mogelijkheid geven om risico’s, trends en fenomenen beter te identificeren en te duiden. Daarnaast zal de FIU-Nederland verkennen in hoeverre IT-oplossingen kunnen ondersteunen in een meer data-gedreven benadering. De afgelopen jaren zijn al een aantal belangrijke stappen gezet ten behoeve van het objectief prioriteren van belangrijke meldingen.
De FIU-Nederland onderstreept het belang dat de AR geeft aan kwalitatief goede meldingen door meldingsplichtige instellingen. Binnen de huidige wettelijke mogelijkheden werkt de FIU-Nederland momenteel al concreet aan het verbeteren van de kwaliteit van de meldingen, bijvoorbeeld door middel van een aanstaande update van de meldformulieren. Gedurende het jaar publiceert de FIU-Nederland bovendien op diens website over witwasmethoden, zoals bijvoorbeeld het «cash compensatie model», zodat poortwachters en andere partijen die inzichten kunnen benutten in hun werk. Het nieuwe Europese antiwitwaspakket biedt de FIU-Nederland vanaf juli 2027 meer mogelijkheden om informatie te verstrekken aan toezichthouders en feedback te geven aan poortwachters. Dit zal een verdere impuls geven aan het verbeteren van de kwaliteit van de meldingen. De FIU-Nederland bereidt zich momenteel voor op de implementatie van deze wetgeving.
Klopt het dat DNB een strengere toezichtfilosofie hanteert dan toezichthouders in andere landen en dat Nederland de Europese anti-witwasregels strikter toepast, waardoor de administratieve lasten voor Nederlandse financiële instellingen hoger uitvallen?
De Europese antiwitwasrichtlijn schrijft voor wat poortwachters moeten doen, de toezichthouder houdt hier toezicht op. De afgelopen jaren heb ik in verschillende gesprekken signalen ontvangen van verschillende poortwachters waarin zij aangaven dat Nederland, dan wel DNB strenger zou zijn op bepaalde onderdelen. Dit bleek telkens om een Europese verplichting te gaan en niet om een nationale interpretatie. Bovendien zie ik dat in andere EU-landen toezichthouders ook optreden richting poortwachters die de antiwitwasverplichtingen niet op orde hebben.
In haar toezicht benadrukt DNB dat poortwachters de verplichtingen uit de Wwft risicogebaseerd moeten uitvoeren, zoals onder meer blijkt uit haar leidraad (de Q&A en Good Practices Wwft).13 Voorts hebben DNB en het ministerie bijgedragen aan de totstandkoming van de eerder genoemde risicogebaseerde sectorstandaarden van de NVB, en heeft DNB in 2025 onderzoeken gedaan naar het tegengaan van discriminatie14 en de proportionele toepassing van de Wwft door banken.15 De FATF heeft ook in haar richtsnoeren over financiële inclusie (juni 2025) Nederland diverse malen genoemd als positief voorbeeld.16 Nederland blijft ook in Europees, waaronder in AMLA-verband, aandacht houden voor de versterking van de risicogebaseerde aanpak.
In hoeverre hebben deze hogere compliancekosten gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederlandse banken ten opzichte van banken in andere landen?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe reflecteert u op uw rol en die van uw ministerie ten aanzien van de beperkte inhoudelijke betrokkenheid bij de effectiviteit van het toezicht van DNB en bent u bereid om het gesprek over de effectiviteit en de gevolgen van de anti-witwasaanpak structureel te verankeren in de toekomstige overlegstructuur met DNB?
De uitvoering van de opgedragen taken is primair de verantwoordelijkheid van DNB zelf. DNB is als zelfstandig bestuursorgaan onafhankelijk in de uitvoering van de taken die de wet haar opdraagt. Dat betekent dat zij zelf beslist over de uitvoering van haar taken.
Tegelijkertijd ben ik systeemverantwoordelijk voor het functioneren van het toezichtsysteem en de toezichthouders. Hierbij moet ik kunnen beoordelen of DNB haar taken op doeltreffende en doelmatige wijze uitvoert. Ik oefen hiertoe zogenaamd «toezicht op afstand» uit op DNB. Dat doe ik conform de visie Toezicht op afstand17 en de Kaderwet zbo’s, op basis waarvan vijfjaarlijks het doeltreffend en doelmatig functioneren van DNB als zelfstandig bestuursorgaan wordt geëvalueerd.
Het is wenselijk om over de taakuitvoering van de Wwft meer inzicht te krijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het integriteitstoezicht van DNB. Ik ga dan ook met DNB in gesprek over hoe dit opgepakt kan worden. Hierbij geef ik de voorkeur om dit structureel te verankeren in bestaande publicaties of kanalen.
Wanneer kunnen we de integrale kabinetsreactie ontvangen op het Algemene Rekenkamerrapport «Gevolgen Groot, opbrengsten onbekend», inclusief een verbeterplan hoe de anti-witwasaanpak concreet meer risicogestuurd ingericht kan worden om zo de efficiëntie te verhogen?
De reactie van de Minister van Justitie en Veiligheid en mijzelf is opgenomen in het rapport van de AR. In die reactie gaan wij in op de conclusie en aanbevelingen van het AR rapport. Deze is ook te vinden op de site van de AR.18
In de tweede helft van 2026 zullen wij een voortgangsbrief sturen waarin de Kamer wordt geïnformeerd over de nieuwe antiwitwasaanpak. In de voortgangsbrief zullen wij verder inzage geven in de voortgang van de risicogebaseerde benadering. Ik merk hierbij op, net als wij richting de AR in onze reactie hebben opgemerkt dat de risicogebaseerde aanpak primair bij de banken ligt: zij dienen ervoor te zorgen dat ze zich op hoge risico’s richten en minder op lage risico’s.
Kan de Minister erop toezien dat bovengenoemde vragen meegenomen worden in de aanstaande kabinetsreactie?
Zie antwoord vraag 12.
Effectiviteit en slagkracht van de politieorganisatie. |
|
Ingrid Coenradie (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Hoeveel medewerkers zijn momenteel werkzaam bij het Politiedienstencentrum? Kunt u dit aantal uitsplitsen naar vaste medewerkers en ingehuurde krachten?
Wat bedragen de bestuurskosten van de korpsleiding van de Nationale Politie? Kunt u deze kosten per jaar uitsplitsen over de periode 2020 tot en met heden?
Hoe hebben de bestuurskosten van de korpsleiding zich ontwikkeld sinds 2020 en wat zijn de belangrijkste oorzaken van eventuele stijgingen of dalingen?
Wat wordt binnen de Nationale Politie verstaan onder de begrippen «operationele sterkte» en «operationele slagkracht»? Kunt u toelichten hoe deze begrippen binnen de organisatie worden gehanteerd en gebruikt in de sturing van de politieorganisatie?
Hoeveel personen worden momenteel door de Nationale Politie ingehuurd? Kunt u dit aantal uitsplitsen naar functiecategorieën of typen werkzaamheden?
Hoeveel geld heeft de Nationale Politie in de jaren 2020 tot en met heden per jaar uitgegeven aan externe inhuur? Kunt u deze bedragen per jaar specificeren?
Met welke externe bureaus of organisaties doet de Nationale Politie momenteel zaken in het kader van externe inhuur?
Wat is de langst aaneengesloten periode waarvoor een externe kracht door de Nationale Politie is ingehuurd en wat is de gemiddelde duur van externe inhuurcontracten?
Kunt u aangeven wat de totale kosten zijn van het programma «Politie voor Iedereen» sinds de start van dit programma? En wilt u deze kosten per jaar uitsplitsen en aangeven welk budget hiervoor de komende jaren is gereserveerd?
Kunt u een specificatie geven van de uitgaven binnen het programma «Politie voor Iedereen», zoals kosten voor personeel, trainingen, communicatiecampagnes, onderzoek, evenementen en overige activiteiten?
In hoeverre worden binnen het programma «Politie voor Iedereen» externe bureaus, consultants of trainers ingehuurd? Kunt u aangeven welke organisaties hierbij betrokken zijn en welke bedragen hiermee gemoeid zijn geweest, uitgesplitst per jaar?
Kunt u aangeven wat de totale kosten zijn van alle politie-iftars – incusief het uitsplitsen van de kosten per georganiseerde iftar? En kunt u deze kosten ook doen toekomen van voorgaande jaren en welk budget voor aankomende jaren hiervoor gereserveerd is?
Herkent u of de korpsleiding signalen uit de organisatie dat er feitelijk sprake is van bezuinigingen op eenheidsniveau, bijvoorbeeld doordat voertuigen met schade niet worden gerepareerd of doordat bureaus keuzes moeten maken tussen functies vanwege budgettaire beperkingen? Hoe duidt u deze signalen?
Hoeveel medewerkers van de Nationale Politie zitten momenteel thuis met een diagnose van posttraumatische stressstoornis (PTSS) dan wel andere psychische klachten?
Herkent u of de korpsleiding signalen dat verzuimmeldingen, in het bijzonder bij PTSS, niet altijd adequaat worden opgevolgd? Zo ja, hoe beoordeelt u dit en welke maatregelen worden genomen om dit te verbeteren?
Klopt het dat politiemedewerkers in de eenheid Midden-Nederland, met name in Utrecht, arrestanten regelmatig moeten vervoeren naar cellencomplexen in andere plaatsen in de regio, zoals Amersfoort, Houten of andere locaties, omdat in Utrecht zelf onvoldoende capaciteit beschikbaar is voor insluiting?
Deelt u de zorg dat het vervoeren van arrestanten over langere afstanden politiecapaciteit kost, doordat agenten tijd kwijt zijn aan het heen- en terugbrengen van arrestanten, en dat dit ten koste kan gaan van de inzetbaarheid van politie op straat? Zo ja, welke maatregelen worden genomen om dit te voorkomen of te beperken?
Hoe vaak is het in de afgelopen drie jaar voorgekomen dat arrestanten vanuit Utrecht naar een andere plaats in de regio moesten worden vervoerd wegens gebrek aan beschikbare cellencapaciteit en hoeveel politiecapaciteit (bijvoorbeeld in uren of inzet van medewerkers) is hiermee gemoeid geweest?
Krijgen de 1.700 agenten die een niet-verzonden brief hebben gekregen, een aantekening in hun personeelsdossier of blijft dit op een ander manier zichtbaar en daarmee kleven aan de betreffende dienders?
Hoeveel politiemedewerkers beschikken momenteel over gehoorbescherming en hoeveel medewerkers beschikken daar nog niet over?
Welke kosten zijn gemoeid met het verstrekken van gehoorbescherming aan politiemedewerkers en welk budget is hiervoor gereserveerd?
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat over politie van 25 maart 2026?
De positie van gedupeerde ouders in het buitenland en rechtsbescherming binnen de hersteloperatie |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Sandra Palmen (NSC) |
|
|
|
|
Bent u bekend met signalen dat gedupeerde ouders dossiers ontvangen waarin delen zijn gelakt, terwijl deze betrekking hebben op hun eigen persoonsgegevens?
Hoe verhoudt het verstrekken van gelakte dossiers zich tot de verplichting voor ouders om hun werkelijke schade aannemelijk te maken?
Hebben externe partijen die betrokken zijn bij schadebeoordelingen toegang tot ongelakte dossiers?
Hoe waarborgt u het beginsel van wapengelijkheid als beoordelaars over meer informatie beschikken dan ouders zelf?
Hoe beoordeelt u verschillen tussen gemeenten in ondersteuning van gedupeerde ouders via de SPUK-regeling?
Erkent u dat hierdoor verschillen in ondersteuning ontstaan afhankelijk van de woonplaats van gedupeerde ouders?
Welke maatregelen neemt u om te zorgen voor een uniform niveau van ondersteuning voor alle gedupeerden?
Op welke wijze wordt binnen herstelroutes rekening gehouden met immateriële schade van jongeren die direct zijn geraakt door de toeslagenaffaire?
Is er voor jongeren die te maken hebben gehad met uithuisplaatsing een afzonderlijk traumasensitief traject ingericht?
Hoe wordt voorkomen dat dossiers van jongeren vastlopen in dezelfde administratieve processen als die van hun ouders?
Hoeveel gedupeerde ouders bevinden zich volgens uw gegevens momenteel buiten Nederland?
Hoeveel van deze ouders beschikken niet over een BSN, DigiD of geldig Nederlands identiteitsdocument?
Hoe kunnen deze ouders hun dossier opvragen en deelnemen aan herstelprocedures?
Welke inspanningen worden verricht om gedupeerde ouders in het buitenland actief te traceren en te informeren over hun rechten binnen de hersteloperatie?
Kunt u aangeven hoeveel gedupeerde ouders volgens uw gegevens in het buitenland verblijven, in welke landen zij zich bevinden en hoeveel van hen nog geen contact hebben gehad met een persoonlijke zaakbehandelaar?
Op welke wijze onderzoekt u welke gedupeerde ouders in het buitenland mogelijk nog niet zijn bereikt of niet hebben gereageerd, en welke stappen worden genomen om deze groep alsnog actief te benaderen?
Zijn er afspraken met buitenlandse schuldeisers om te voorkomen dat herstelbetalingen direct in beslag worden genomen? Zo nee, bent u bereid deze vorm te geven?
U geeft in de voortgangsrapportage aan dat er wordt gewerkt aan een steunpunt waar gedupeerde ouders en getroffen jongeren terecht kunnen voor vragen over psychosociale hulp. Ligt de ontwikkeling nog steeds op schema, nu het tweede kwartaal van dit kalenderjaar snel nadert?
Het MVO rapport van de VanDrie Group en maatregelen rond de import van kalveren uit Ierland |
|
Anne-Marijke Podt (D66) |
|
Silvio Erkens (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het feit dat de VanDrie Group in haar MVO-jaarverslag uit 2020 (uitgebracht op 28 juni 2021, zoals weergegeven op de website van dierenrecht.nl) op pagina 38 bij «Doelen 2021 en verder» het volgende stelde: «Voor 2026 stoppen we met de import van kalveren uit Oost-Europa en Ierland naar Nederland.»?1
Bent u tevens op de hoogte van het feit dat dit MVO-jaarverslag niet meer is te vinden op site van de VanDrie Group en dat deze ambitie in het MVO jaarverslag van 2024, dat nog wel online staat, is verdwenen?2
Klopt het dat het niet wenselijk is om achteraf MVO-doelstellingen aan te passen, zonder hierover transparant te communiceren?
Wat vindt u van het feit dat de VanDrie Group blijkbaar haar doelstellingen heeft aangepast ten aanzien van de import van kalveren uit Ierland, zonder transparante communicatie?
Kunt u deze aanpassing in de ambities van VanDrie Group rijmen met de eerder trots gepresenteerde plannen van de sector ten aanzien van de afbouw van het transport over lange afstanden?
Hoe beziet u deze aanpassing in de ambities van VanDrie Group, ook in het licht van de continue berichtgeving over misstanden bij deze transporten, met name ook vanuit Ierland?3
Deelt u de mening van een van uw ambtsvoorgangers, Minister Adema, die in 2024 zei dat de sector blijkbaar stappen wilde zetten in de afbouw van lange afstandstransporten, maar dat hij deze stappen «niet ambitieus genoeg» vond?4 Wat vindt u er van dat deze stappen blijkbaar nog een stukje minder ambitieus zijn geworden?
Deelt u de ambitie van toenmalig Minister Adema die eerder aangaf zich ook in Europa in te zullen zetten om het transport over lange afstanden van kalveren aan banden te leggen? Welke stappen gaat u concreet zetten en wanneer?
Welke stappen, naast aanpassingen in de transportregels, gaat u zetten om de kalverhouderij in te richten in balans met de belangen van de Nederlandse melkveehouderij, conform de motie-De Groot/Grinwis (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 53)?
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de eerder aangekondigde regelgeving rond de dierziekten Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR) en Bovine Virus Diarree (BVD)? Bent u bereid hier haast mee te maken?
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór het commissiedebat Dieren in de veehouderij en NVWA van 23 april 2026?
Het bericht ‘Pakistan court gives Muslim kidnapper custody of Christian girl’. |
|
Don Ceder (CU) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Hoe luidt uw reactie op het bericht «Pakistan court gives Muslim kidnapper custody of Christian girl»?1
De precieze details uit het artikel kunnen niet door het kabinet worden geverifieerd. Tegelijk wijst het kabinet elke vorm van huwelijksdwang, gedwongen bekering en (kind)ontvoering ten zeerste af.
Hoe beoordeelt u de rechtsgang bij deze zaak? Bent u van mening dat van eerlijke rechtsgang geen sprake was? Bent u bereid om deze specifieke zaak aan te kaarten in bilateraal verband?
Het kabinet laat zich niet uit over de rechtsgang in derde staten en doet dat in dit geval ook niet.
Nederland spreekt regelmatig met zowel vertegenwoordigers van religieuze minderheden als de Pakistaanse autoriteiten over de vrijheid van religie en levensovertuiging. Dit gebeurt bilateraal, in Den Haag alsook via de Nederlandse ambassade in Islamabad, in EU-verband en via diverse multilaterale fora.
Deelt u de conclusie van mensenrechtenadvocaten, zoals gesteld in het artikel, dat dergelijke zaken een terugkerend patroon volgen, waar jonge meisjes «worden ontvoerd, gedwongen bekeerd en seksueel misbruikt onder het mom van islamitische «huwelijken»»?
Ja, dit betreft geen unieke casus.
Bent u bereid om vanuit Nederland actiever op te komen voor deze meisjes en hun families, onder meer door Nederlandse diplomaten dergelijke rechtszaken te laten bijwonen en om de Pakistaanse autoriteiten hierop aan te spreken? Zo nee, waarom niet?
Tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Pakistan (7–10 februari 2026) zijn zorgen over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging overgebracht aan de Pakistaanse autoriteiten. Nederland doet dit ook in EU-verband, om meer gewicht aan de boodschap te geven en om met gelijkgezinde landen per zaak de juiste aanpak te vinden met stille diplomatie en publiekelijke verklaringen. In enkele gevallen wonen Nederlandse diplomaten rechtszaken bij.
Ziet u dat het vaak minderjarige meisjes uit minderheidsgroepen zijn, zoals christenen, die worden gedwongen tot islamitische «huwelijken»? Welke rol kan de Speciaal Gezant voor de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging spelen in het aanpakken van deze kwestie?
De praktijk van gedwongen islamitische «huwelijken» komt regelmatig naar voren in rapportages van maatschappelijke organisaties die zich sterk maken voor vrijheid van religie en levensovertuiging in Pakistan. Deze rapportages wijzen erop dat met name minderjarige meisjes uit religieuze minderheden een verhoogd risico lopen op ontvoering, gedwongen bekering en daaropvolgende huwelijken. Dit past in het bredere beeld dat de vrijheid van religie en levensovertuiging in Pakistan onder druk staat.
In Pakistan worden zorgen over de positie van religieuze minderheden en de toepassing van religiegerelateerde wetgeving zowel bilateraal als in EU-kader besproken. Tijdens het recente bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Pakistan (7–10 februari jl.) zijn deze zorgen specifiek opgebracht. De EU brengt regelmatig zorgen over gedwongen huwelijken op bij de Pakistaanse autoriteiten. De Nederlandse Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging vult deze inzet aan en kan de problematiek structureel agenderen in bilaterale, EU- en multilaterale contacten. Daarbij brengt de gezant signalen samen van maatschappelijke organisaties en diasporagemeenschappen en draagt zo bij aan een gecoördineerde internationale inzet ter bescherming van religieuze minderheden.
Erkent u dat de EU-Speciaal Gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging ook een diplomatieke rol had kunnen spelen, mits we er één hadden gehad? Blijft u aandringen op het aanstellen van deze gezant? Welke concrete stappen kunt u toezeggen hier de komende tijd op te zetten?
Het kabinet erkent dat een EU-Speciaal Gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging een aanvullende diplomatieke rol had kunnen spelen bij het adresseren van deze problematiek, onder meer door deze bilateraal te agenderen en de EU-inzet te versterken. Mede daarom heeft Nederland zich, samen met gelijkgezinde EU-lidstaten, actief ingezet voor de benoeming van een nieuwe EU-gezant voor godsdienstvrijheid via diplomatieke contacten in Brussel en door het belang van deze functie in relevante EU-fora te benadrukken. Het kabinet acht een nieuwe EU-gezant van groot belang voor een consistente, zichtbare en effectieve EU-inzet op het terrein van vrijheid van religie en levensovertuiging. Op 26 maart 2026 heeft de Europese Commissie aangekondigd dat mevr. Mairead McGuinness deze functie zal gaan vervullen.
Wat waren de bevindingen van de Europese Commissie bij het bezoek aan Pakistan in het kader van de tweejaarlijkse GSP+ (Generalised Scheme of Preferences Plus) monitoringscyclus over de voortgang op mensenrechten van religieuze minderheden? Is naar het oordeel van de Commissie voldoende voortgang geboekt dat verlenging van de GSP+-status van Pakistan gerechtvaardigd zou zijn? Hoe kijkt u hiernaar?
De volledige rapportage van de monitoringsmissie van de Europese Commissie van december 2025 wordt in de zomer van 2026 verwacht.
In algemene zin kan gesteld worden dat de voortgang op mensenrechten, waaronder vrijheid van religie en levensovertuiging, een punt van aandacht blijft voor Pakistan. Zorgen hierover zijn ook recent tijdens het bezoek van de Nederlandse Mensenrechtenambassadeur in februari 2026 overgebracht aan de Pakistaanse autoriteiten. Het kabinet zal in lijn met motie-Ceder (Kamerstuk 32 735, nr. 391) in Europees verband het belang blijven benadrukken van het meewegen van de situatie aangaande vrijheid van religie en levensovertuiging en rechten van minderheden in de afwegingen hieromtrent.
Bent u bereid om met de (christelijke) Pakistaanse gemeenschap in Nederland in gesprek te gaan over deze en andere vormen van christenvervolging in het land en welke rol Nederland heeft in de aanpak hiervan?
De vrijheid van religie en levensovertuiging is een van de prioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Aandacht voor de positie van christelijke gemeenschappen maakt deel uit van de bredere Nederlandse inzet op vrijheid van religie en levensovertuiging voor iedereen, zeker in landen waar christelijke gemeenschappen onder druk staan, zoals Pakistan. De Nederlandse mensenrechteninzet en resultaten inclusief voor de vrijheid van religie en levensovertuiging worden periodiek via de mensenrechtenrapportage openbaar gedeeld. Het kabinet ziet nu geen aanleiding om specifiek met de (christelijke) Pakistaanse gemeenschap in gesprek te treden.
De geweldsgolf in Lelystad |
|
Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Lelystad opnieuw wordt geteisterd door een reeks explosies bij woningen, waarbij zeer jonge daders worden ingezet en bewoners in grote angst leven?1
Hoe verklaart u dat het geweld in Lelystad al langere tijd speelt en dat er ondanks eerdere arrestaties en maatregelen opnieuw een reeks aanslagen plaatsvindt? Erkent u dat dit voor bewoners het beeld oproept dat de overheid de grip op de situatie dreigt te verliezen?
Hoe kan het dat een vermeende leider van een criminele groep, die in verband wordt gebracht met meerdere geweldsincidenten, met een enkelband en gebiedsverbod tijdelijk de straat op mocht om zijn rijbewijs te halen, terwijl de stad tegelijkertijd wordt geconfronteerd met een nieuwe golf van explosies en geweld? Hoe legt u dit uit aan bewoners die zich inmiddels onveilig voelen in hun eigen wijk?
Deelt u de mening dat het ronselen en inzetten van minderjarigen voor zware criminaliteit een bijzonder laffe en verwerpelijke praktijk is en bent u met ons van mening dat hier aanzienlijk zwaardere straffen voor moeten gelden?
Welke concrete maatregelen zijn er op dit moment genomen om de betrokken criminele netwerken achter deze explosies op te rollen en welke verdere concrete maatregelen bent u van plan te gaan nemen?
Bent u bereid om, onder andere, extra politiecapaciteit, opsporingsmiddelen en bestuurlijke maatregelen in te zetten om deze geweldsgolf zo snel mogelijk te stoppen en de veiligheid van bewoners te herstellen?
De situatie bij Fivoor |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Herinnert u zich de beantwoording van de eerdere Kamervragen over de situatie in de gemeente Zeist over de situatie van Fivoor in Den Dolder en de Kamerbrief van 16 april 2025 over de toekomst van de klinieken in Den Dolder?1, 2
Ja.
Kunt u uiteenzetten welke gesprekken er zijn gevoerd sinds april 2025 om ervoor te zorgen dat concrete vertrekplannen van Fivoor uit Den Dolder worden gerealiseerd? Kunt u de laatste stand van zaken geven?
In 2025 zijn vier Regionale Regietafels georganiseerd om de zoektocht naar een nieuwe locatie voor Fivoor te begeleiden. Aan deze tafel zitten burgemeesters uit de regio en de commissaris van de Koning van de provincie Utrecht. Hiermee onderstrepen we de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de regio om voldoende reguliere én forensische zorg beschikbaar te houden. Het voorzitterschap ligt bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De tafel wordt voorgezeten door de verantwoordelijk Staatssecretaris of een vertegenwoordiger van het ministerie. Ik zet die inzet voort.
Er wordt gewerkt langs twee sporen:
Er zijn drie locaties in beeld voor de herhuisvesting van Fivoor. Met het oog op het lokaal draagvlak voor de nieuwe locatie, verloopt de herhuisvesting volgens een zorgvuldig proces dat op dit moment wordt uitgewerkt. Het doorkruisen van dit proces roept risico’s op voor de herhuisvesting. De betreffende locaties deel ik daarom nu niet.
Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is op dit moment niet actief betrokken bij de zoektocht naar een nieuwe locatie voor Fivoor. In het voorjaar van 2025 heeft het RVB meerdere specifieke locaties onderzocht. Zoals mijn voorganger in de brief aan de Tweede Kamer van 16 april 2025 heeft toegelicht, betrof dit vastgoed dat in gebruik is bij het Ministerie van Defensie.3 Dat vastgoed is primair bestemd voor de opgaven van Defensie. Gezien de huidige geopolitieke situatie en de noodzaak de Nederlandse defensiecapaciteit uit te breiden, heeft Defensie laten weten om die reden geen terreinen te verkopen. Daarom loopt er momenteel geen traject via het RVB. Mochten er in de toekomst locaties in beeld komen waar de RVB kan bemiddelen, dan is de afspraak dat zij direct worden aangehaakt.
Welke locatie of locaties zijn op dit moment in beeld om Fivoor te huisvesten en in hoeverre is het Rijksvastgoedbedrijf gecommiteerd aan de inzet om verhuizing van Fivoor mede mogelijk te maken?
Zie antwoord vraag 2.
Welke maatregelen zijn er in de tussentijd getroffen om de veiligheid in Den Dolder te waarborgen?
JenV ondersteunt gemeente Zeist bij de maatregelen die zij treft om de veiligheid te borgen tot 1 januari 2027, met de optie dit te verlengen als Fivoor langer blijft en de maatregelen effectief blijken. Maatregelen die door de gemeente worden genomen zijn:
Doel van de inzet is om het veiligheidsgevoel te vergroten en maatschappelijke rust en verbinding te creëren.
Bent u bereid net als uw ambtsvoorgangers om ook zelf in gesprek te gaan en te blijven met de omwonenden? Zo ja of nee, waarom?
Ja, zoals in het antwoord op vraag 2 aangegeven, continueer ik de inzet van mijn voorganger. Ik ga op een passend moment graag in gesprek met de omwonenden.
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk te beantwoorden vóór het commissiedebat over tbs op 25 maart 2026?
Ja.
Bent u bekend met het bericht dat er opnieuw asbest gevonden is in speelzand dat online te koop was?1
Wat vindt u ervan dat asbesthoudend speelzand alsnog te koop was, ook nadat verschillende producenten en verkopers aangaven dat ze de verkoop ervan hadden opgeschort?
Hoe gaat u bovenstaande in de toekomst voorkomen?
Ziet u met licht op het bovenstaande de tot nu toe genomen acties als voldoende om te voorkomen dat kinderen in aanraking komen met (potentieel) gevaarlijk speelzand?
Ziet u ook dat terugroepacties op eigen verantwoordelijkheid van bedrijven geen garantie bieden dat potentieel gevaarlijke producten niet langer verkocht worden? Zo ja, hoe ziet u in dit licht de reactie van de voormalige Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport waarin vooral verwezen werd naar de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven?
Deelt u de mening dat de resultaten van het onderzoek dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zelf laat uitvoeren te lang op zich laten wachten? Zo nee, waarom niet?
Ziet u het als een beperking dat de NVWA niet handhavend kan optreden op basis van externe resultaten van geaccrediteerde laboratoria wanneer sprake is van een risico voor de volksgezondheid? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat het lange wachten op onderzoeksresultaten van de NVWA en het uitblijven van aangekondigde instructies voor kinderdagopvangorganisaties kunnen leiden tot een afwachtende houding bij sommige van deze organisaties?
Wat vindt u van signalen dat sommige scholen het speelzand nog steeds of weer gebruiken, omdat leveranciers zelf zeggen dat het asbestvrij is?
Wat vindt u van het gegeven dat sommige leveranciers hiervoor buitenlandse laboratoria gebruiken die niet in Nederland geaccrediteerd zijn en die bovendien geen elektronenmicroscopie gebruiken, maar lichtmicroscopie waarmee asbest niet altijd aangetoond kan worden?
Kunt u bevestigen dat de resultaten afkomstig van laboratoria die niet in Nederland geaccrediteerd zijn in Nederland niet rechtsgeldig zijn?
Laat de NVWA naast onderzoek naar asbest in het speelzand zelf ook onderzoek doen naar mogelijk vrijgekomen asbest in de ruimten van kinderdagverblijven en scholen waar dit speelzand gebruikt is, zoals ook in Australië en Nieuw-Zeeland gedaan is?
Deelt u de mening dat zolang dit probleem niet aan de bron aangepakt wordt, terugroepacties en waarschuwingen niet genoeg zijn, omdat verontreinigde producten het land binnen zullen blijven komen?
Deelt u de mening dat de NVWA voldoende capaciteit moet hebben om zelf slagvaardig op te kunnen treden rondom productveiligheid in plaats van de verantwoordelijkheid vrijwel geheel bij de markt te leggen en dat daar een passende bekostiging bij hoort? Zo ja, hoe gaat u dit bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?
Welke vormen van bekostiging voor de NVWA worden onderzocht, wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd en op welke manier wordt daarmee voldoende slagkracht voor de NVWA gewaarborgd?
De juridische implicaties van het on hold zetten van gaswinning |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Zou een tijdelijk staken van reeds vergunde gaswinning om bepaalde onderzoeken naar de gevolgen ervan af te wachten, neerkomen op contractbreuk met de gaswinningsbedrijven?
Heeft u binnen de huidige wetgeving juridische mogelijkheden om een algemene tijdelijke of permanente stop op nieuwe gasboringen in te voeren in een specifiek gebied, inclusief wanneer er exploratievergunningen zijn toegekend? Is er daarbij een verschil tussen projecten die nog in een proefboorfase zitten en projecten die al volop gas aan het winnen zijn? Zo ja, welke mogelijkheden heeft u?
Welke juridische mogelijkheden heeft u om reeds verleende vergunningen voor gasboringen weer in te trekken?
Heeft u juridische mogelijkheden om reeds lopende gaswinningsprojecten tijdelijk of permanent stil te leggen in een specifiek gebied? Zo ja, welke?
In welke van deze gevallen zullen betrokken bedrijven financieel gecompenseerd moeten worden en in welke gevallen is dat niet nodig?
Zijn er omstandigheden waarin u meer ruimte heeft om vergunningen in te trekken of vergunde projecten stil te leggen, bijvoorbeeld in het geval van nieuwe inzichten over risico’s die bij op het moment van vergunningverlening niet bekend waren of als minder riskant werden ingeschat?
Het bericht dat de Dienst Identificatie en Screening Asiel (DISA) stopt |
|
Lisa Westerveld (GL), Julian Bushoff (PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Dienst Identificatie en Screening Asiel (DISA) stopt: 80 banen weg in Ter Apel» van RTV Noord?1
Wat is uw reactie op het feit dat deze 80 mensen ineens ontslagen worden? Begrijpt u dat het voor hen voelt als een klap in het gezicht?
Waarom is er dan niet voor gekozen om de 80 banen van de DISA in Ter Apel te laten doorvloeien naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)?
Klopt het dat de foutmarge bij de screening onder de DISA is teruggebracht naar onder de 5 procent? Klopt het dan dat deze werknemers geschikt zijn voor dit werk en sneller aan de slag kunnen dan nieuw op te leiden werknemers?
Wat is de impact op Oost-Groningen dat er 80 banen verdwijnen? Wat is het signaal dat hiermee wordt afgegeven aan Ter Apel?
Wat zijn de kosten van het zo snel optuigen en weer afschaffen van deze dienst?
Begrijpt u dat medewerkers spreken over weggegooid geld, omdat er 40 miljoen in een dienst is gestoken die na een jaar weer verdwijnt?
Kunt u specifiek reageren op de uitspraak van een van hen, die aangeeft: «Je tuigt met belastinggeld iets op en dan gooi je het in de prullenmand. Inclusief personeel»?
Hoeveel kosten had het gescheeld als de werknemers bij de dienst wel waren overgenomen door de IND?
Het bericht 'Strenge regels arbeidsmigratie Vlaanderen zijn effectief' |
|
Tijs van den Brink (CDA) |
|
Thierry Aartsen (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Strenge regels arbeidsmigratie Vlaanderen zijn effectief»?1
Hoe beoordeelt u het dat Vlaanderen per 1 januari 2026 de regels voor gecombineerde werk- en verblijfsvergunningen heeft aangescherpt, onder meer door de toegang voor laaggeschoolde arbeid te beperken en de lijst met beroepen voor een versnelde procedure te verkorten? Is dat een route die u ook voor Nederland wenselijk acht?
Beschikt u over signalen dat aanscherping van toelatingsvoorwaarden voor arbeidsmigratie, zoals in Vlaanderen, kan bijdragen aan het terugdringen van misstanden, fraude en oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt?
Bent u bereid te onderzoeken in hoeverre in Nederland, mede in het licht van de krapte op de arbeidsmarkt, eerst zwaarder moet worden ingezet op activering van het binnenlands en Europees arbeidsaanbod voordat werkgevers werknemers van buiten de Europese Unie kunnen aantrekken?
Hoe verhoudt de Vlaamse aanpak zich volgens u tot de Nederlandse inzet om grip te krijgen op arbeidsmigratie en misstanden tegen te gaan?
Ziet u aanleiding om, mede naar aanleiding van de ervaringen in Vlaanderen, te bezien of de Nederlandse systematiek voor arbeidsmigratie van buiten de Europese Unie verder moet worden aangescherpt, juist waar het gaat om laagbetaald werk, huisvesting, registratie en de maatschappelijke draagkracht in regio’s en gemeenten?
Schimmelwoningen |
|
Hanneke Steen (CDA) |
|
Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Schimmel, scheuren en schaamte: huurders jarenlang in ongezonde woningen»?1
Zou u de omvang van het aantal meldingen van vocht- en schimmelproblematiek in huurwoningen in kaart willen brengen, in samenwerking met corporaties en gemeenten?
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie-Beckerman (Kamerstuk 28 847, nr. 1325), waarin de regering wordt verzocht met spoed met een landelijk actieplan tegen schimmelwoningen te komen en dit uiterlijk in het najaar van 2025 aan de Kamer te presenteren?
Welke concrete stappen zijn sinds de aanneming van deze motie gezet om tot een landelijk actieplan tegen schimmelwoningen te komen?
Welke organisaties – zoals woningcorporaties, gemeenten, huurdersorganisaties en gezondheidsinstanties – zijn tot nu toe betrokken bij de uitwerking van dit actieplan?
Wanneer verwacht u het actieplan tegen schimmelwoningen daadwerkelijk aan de Kamer te kunnen presenteren?
Zou u inzicht willen geven in de manier waarop het Rijk momenteel regie neemt op de aanpak van schimmelproblematiek in woningen?
Welke concrete doelstellingen en resultaten wilt u met dit actieplan bereiken, bijvoorbeeld ten aanzien van het aantal woningen waarin schimmelproblematiek structureel wordt aangepakt?
Hoe reflecteert u op signalen dat huurders zich in dergelijke situaties soms niet serieus genomen voelen door verhuurders en instanties?
Hoe verhoudt de aanpak van schimmelproblematiek zich tot het Nationaal Isolatieprogramma, en op welke wijze wordt geborgd dat isolatiemaatregelen altijd gepaard gaan met adequate ventilatievoorzieningen?
Hoe gaat u borgen dat de aanpak van schimmelwoningen daadwerkelijk prioriteit krijgt bij woningcorporaties en gemeenten?
Hoe wordt er op toegezien of corporaties en gemeenten lokaal afspraken maken over de aanpak van vocht- en schimmelproblematiek, zoals afgesproken in de Nationale Prestatieafspraken?
Hoe wordt geborgd dat dergelijke afspraken daadwerkelijk zorgen voor voldoende voortgang op het gebied van schimmelaanpak?
Hoe gaat u bevorderen dat woningcorporaties beschikken over voldoende expertise om schimmelproblematiek snel en effectief aan te pakken, bijvoorbeeld door inzet van specialistische kennis of onafhankelijke experts?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat huurders goed geïnformeerd worden over hun rechten en mogelijkheden om schimmelproblematiek aan te kaarten, bijvoorbeeld via de Huurcommissie?
Hoe gaat u bevorderen dat huurders snel geholpen worden wanneer zij schimmelproblematiek melden bij hun verhuurder?
De uitspraak van geschillencommissie GIP in geschil 2024-0536 |
|
Corrie van Brenk (PvdA) |
|
Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitspraak van de Geschilleninstantie Pensioenfonden (GIP) in geschil 2024-0536?1
Wat vindt het kabinet ervan dat de ouderdomspensioenuitkering van de indiener in deze zaak door het ABP is verlaagd, omdat verzoeker is gaan samenwonen?
Welke juridische grondslag is er voor pensioenfondsen om pensioenuitkeringen te verlagen, enkel en alleen omdat de pensioengerechtigde gaat samenwonen?
Deelt het kabinet de conclusie alsmede de onderbouwing van de conclusie van de uitspraak van de geschillencommissie? Indien nee, waarom niet?
Deelt het kabinet de waarneming, dat er hoogstwaarschijnlijk meer personen zijn getroffen door de interpretatie van de regels door het ABP? Zijn er indicaties die erop wijzen dat pensioenverlagingen op deze grondslag vaker zijn voorgekomen?
Is het aannemelijk dat ook andere pensioenfondsen pensioenverlagingen hebben doorgevoerd op basis van dezelfde (afgewezen) grondslag en interpretatie van regels?
Is het mogelijk om te achterhalen hoeveel pensioendeelnemers precies zijn getroffen door pensioenverlagingen in dit verband?
Welke gevolgen heeft de uitspraak van de geschillencommissie voor de deelnemers die met een vergelijkbare pensioenverlaging te maken hebben gehad?
Wordt de uitspraak gecommuniceerd aan de deelnemers in kwestie en worden de verlagingen in dit verband dan automatisch en met terugwerkende kracht teruggedraaid of moeten zij zelf in actie komen? Kunt u een toelichting geven?
Het bericht ‘Bewoners Westerdraai in Appingedam blokkeren straat voor bouwverkeer’ |
|
Julian Bushoff (PvdA) |
|
Enneüs Heerma (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Bewoners Westerdraai in Appingedam blokkeren straat voor bouwverkeer» en wat is daarop uw reactie?1
Ja, ik ken het bericht. Ik begrijp de frustratie van bewoners heel goed. De situatie laat goed zien dat de versterking een complex, langdurig en ingrijpend proces is voor bewoners en omwonenden. Ook zie ik dat de verschillen in deze buurt leiden tot sociale onrust. Het is belangrijk om deze bewoners duidelijkheid te geven over de vervolgstappen.
Hoe kijkt u aan tegen het feit dat in één wijk, Westerdraai in Appingedam, 98 woningen worden gesloopt voor sloop/nieuwbouw, terwijl 52 woningen (nog) niet worden gesloopt?
Erkent u dat dit beleid leidt tot verschillen tussen bewoners binnen dezelfde wijk en daarmee bijdraagt aan de groeiende ongelijkheid onder gedupeerden?
Wanneer kunnen de 52 huishoudens die (nog) niet in aanmerking komen voor sloop/nieuwbouw duidelijkheid verwachten?
Hoe kijkt u aan tegen de onzekerheid die dit beleid oplevert voor bewoners van wie de woning (nog) niet wordt gesloopt?
Is het tegengaan van de steeds groeiende ongelijkheid ook prioriteit voor u?
Ja, het zoveel mogelijk verkleinen van verschillen heeft voor mij hoge prioriteit. Daarom zet ik de aanpak voort die door mijn ambtsvoorgangers is ingezet.
Zet u de ambitie van uw ambtsvoorganger voort om verschillen zoveel mogelijk te verkleinen?2
Zie antwoord vraag 6.
Hoe verhoudt de gecreëerde ongelijkheid in de wijk Westerdraai in Appingedam zich tot maatregel 12, «Meer maatwerk om verschillen tegen te gaan», uit Nij Begun?3
Voor de aanpak van verschillen richt het kabinet zich op het creëren van een gelijkwaardige uitkomst voor alle bewoners in het gebied. Dit zoals ook geadviseerd door de commissie van Geel. Dat betekent voor deze bewoners dat ze een volledige vergoeding krijgen voor het isoleren en ventileren van de woning tot aan de isolatiestandaard.
Tegelijkertijd constateert de commissie dat in buurten waar veel sloop-nieuwbouw plaatsvindt het kan zijn dat deze gelijkwaardige uitkomst onvoldoende tegemoet komt aan de verschillen in die buurt. Om vast te stellen of dit aan de orde is hebben de gemeenten en NCG de eerder genoemde routekaart ontwikkeld. Met het doorlopen van deze routekaart wordt, zoals aangegeven in maatregel 12 van Nij Begun, daar waar nodig maatwerk geboden om verschillen te verkleinen.
Bent u bereid extra budget beschikbaar te stellen zodat de hele wijk sloop/nieuwbouw krijgt conform maatregel 12 van Nij Begun, «Het kabinet stelt extra budget beschikbaar zodat de NCG bijvoorbeeld sloop/nieuwbouw kan aanbieden op plekken waar verschillen tussen bewoners tot onbegrip en sociale spanningen hebben geleid»? Zo nee, waarom niet?
Voor het verkleinen van de onaanvaardbare verschillen in de versterking heeft het kabinet € 240 miljoen vrijgemaakt. Dit is bovenop de middelen voor het dempen van verschillen die als onderdeel van het bestuurlijke afspraken 2020 aan gemeenten beschikbaar is gesteld met hetzelfde doel, namelijk het verkleinen van verschillen in de regio. Met deze middelen kunnen we betekenisvolle stappen zetten in het verkleinen van verschillen. Indien er tekorten hierbij ontstaan dan gaat het Kabinet op zoek naar oplossingen.
Kunt u toelichten in hoeverre de regeringscommissaris ruimte heeft om zelfstandig keuzes te maken, en in welke mate is hij daarbij gebonden aan de coalitieafspraken die in Den Haag zijn gemaakt?
Op 13 maart is uw Kamer geïnformeerd over de profielschets voor de regeringscommissaris4. Daarin staat dat een duidelijke opdracht en mandaatverlening aan de regeringscommissaris essentieel is. Na aanstelling van de regeringscommissaris zal de opdracht worden opgesteld, zodat duidelijk is wat er van de regeringscommissaris wordt verwacht en binnen welke kaders hij of zij handelt. Daarom is het op dit moment te vroeg om al een uitspraak te doen over het mandaat van de regeringscommissaris. Wel kan ik zeggen dat de regeringscommissaris handelt onder mijn volledige ministeriële verantwoordelijkheid. Dat betekent dat de regeringscommissaris zich net als ik aan het regeerakkoord moet houden. Wel kan de regeringscommissaris gevraagd of ongevraagd advies uitbrengen. Dit advies kan mij aanleiding geven om binnen het Kabinet het gesprek aan te gaan, over wat er nodig is om dit advies uit te voeren.
Heeft de regeringscommissaris bijvoorbeeld het mandaat om te besluiten om de hele wijk Westerdraai sloop/nieuwbouw aan te bieden?
Zie antwoord vraag 10.
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het plenaire debat over de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen?
Ja.
Het artikel 'Ernstige misstanden in horrorverpleeghuis, alle seinen op rood: 'Mensen smeken erom dood te mogen gaan'' |
|
Corrie van Brenk (PvdA) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Hebt u kennisgenomen van bovengenoemd artikel?1
Ja.
Hoe oordeelt u over de constatering dat ondanks signalen en meldingen bij inspecties, gemeenten en de politie, er nog nooit is ingegrepen bij de misstanden in genoemd huis?
De berichtgeving is verschrikkelijk om te lezen. De situatie die wordt beschreven is heftig en onacceptabel. Ik herken niet het beeld dat er nooit is ingegrepen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op de kwaliteit en veiligheid van de zorg en maakt op basis van risicoafwegingen keuzes in het toezicht. De IGJ heeft in 2021 en 2022 meerdere keren reguliere toezichtbezoeken gebracht aan Derman woonzorg. Na maatregelen heeft de inspectie het bezoek afgesloten. De toezichtsrapporten hiervan zijn openbaar. Ook is Derman Thuiszorg is bezocht in september 2023 met een hertoets in maart 2024; dit toezichtstraject werd afgesloten nadat verbetermaatregelen werden doorgevoerd.
Meldingen en signalen die de IGJ en Arbeidsinspectie in mei 2025 hebben ontvangen, waren voor de IGJ en de Arbeidsinspectie aanleiding om in mei 2025 een controle en (voor)onderzoek te starten. Daarbij controleert de Arbeidsinspectie de naleving van bestuursrechtelijke arbeidswetten en de IGJ de kwaliteit van de zorg. In februari dit jaar is nog een bezoek afgelegd. De IGJ zal naar verwachting in april haar bevindingen van haar laatste bezoek in een rapport publiceren.
Ik kan niet dieper op deze specifieke casus in gaan. Wel sta ik ervoor dat ouderen in een verpleeghuis moeten kunnen rekenen op goede zorg en veilige zorg.
Volgens het artikel voeren de Arbeidsinspectie en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd momenteel uitvoerig onderzoek uit. Gezien de ernst van de signalen, kan er op korte termijn resultaat worden verwacht?
Het rapport van het lopende toezicht door de IGJ zal naar verwachting in april openbaar worden. De IGJ gebruikt haar interventiemogelijkheden passend bij het toezichttraject en de aard en ernst van de risico’s. Voor een verdere uitwerking van het interventiebeleid verwijs ik naar de webpagina van de IGJ: www.igj.nl/documenten/2022/03/17/igj-interventiebeleid.
De Arbeidsinspectie heeft aangegeven niet vooruit te kunnen lopen op de datum van afronding van haar onderzoek.
Deelt u de mening van 50PLUS dat hier sprake is van ernstige ouderenmishandeling?
Zie antwoord bij vraag 3.
Deelt u de mening van 50PLUS dat hier sprake is van ernstige zorgfraude?
Dat is niet aan mij om hier een oordeel over te vellen. Gemeenten en zorgkantoren zijn gemachtigd om zelfstandig hun eigen onderzoeken naar (zorg)fraude te doen. Over eventuele (lopende) strafrechtelijke onderzoeken van de recherche zorgfraude door de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie kan ik geen uitspraken doen.
Mijn medewerkers hebben contact met het betrokken zorgkantoor gehad. Het zorgkantoor heeft een materiele controle en een controle op rechtmatigheid uitgevoerd. Er zijn dubieuze declaraties geconstateerd. Deze zijn teruggevorderd.
Hoe is het mogelijk dat een instelling als deze totaal onbevoegd personeel kan inzetten in verzorging en verpleging voor deze kwetsbare ouderen, met alle nare gevolgen van dien, en dat hier ondanks de signalen die er volgens het artikel al geweest zijn, niet op is ingegrepen?
De IGJ heeft afgelopen jaren meerdere keren toezichtbezoeken gebracht aan Derman woonzorg en heeft hierover verschillende rapporten gepubliceerd. Meldingen en signalen die de IGJ en Arbeidsinspectie in mei 2025 hebben ontvangen, waren voor de IGJ en de Arbeidsinspectie aanleiding om in mei 2025 een controle en (voor)onderzoek te starten. Daarbij controleert de Arbeidsinspectie de naleving van bestuursrechtelijke arbeidswetten en de IGJ de kwaliteit van de zorg. Vervolgens is in februari dit jaar nog een toezichtbezoek afgelegd. De IGJ zal naar verwachting in april haar bevindingen van haar laatste toezichtbezoek in een rapport publiceren.
Hoe is het mogelijk dat een instelling als deze, kwetsbare ouderen kan laten verkeren in gevaarlijk onhygiënische omstandigheden, en dat dit ondanks signalen zo lang voortduurt?
Zie antwoord bij vraag 2.
Hoe oordeelt u over het bericht dat er sprake is van grensoverschrijdend gedrag?
Ik vind het afschuwelijk voor bewoners en werknemers als sprake is van grensoverschrijdend gedrag. Op basis van enkel de inhoud van het artikel kan ik niet beoordelen in hoeverre dit daadwerkelijk het geval is. Dit is onderwerp van onderzoek door de verschillende organisaties, daar waar dat binnen hun toezichtmandaat valt.
Hoe oordeelt u over het bericht dat er hier hoge sommen zorggeld worden ontvangen voor zorg die niet geleverd wordt?
Mijn medewerkers hebben contact met het betrokken zorgkantoor gehad. Het zorgkantoor heeft een materiele controle en een controle op rechtmatigheid uitgevoerd. Er is fraude geconstateerd. Ook zijn er dubieuze declaraties geconstateerd. Deze zijn teruggevorderd.
Hoe oordeelt u over het misbruik van de persoonsgegevens van de al dan niet bevoegde medewerkers?
Zie antwoord bij vraag 2.
Hoe is het mogelijk dat met alle signalen dit huis überhaupt nog geopend is?
Zie antwoord bij vraag 2 en 6.
Worden alle andere verzorgingshuizen van dezelfde ondernemer ook onderzocht, en is het mogelijk deze ondernemer de mogelijkheden van werk verrichten in de zorg af te nemen?
Het toezicht van de IGJ beslaat alle locaties in de wijkverpleging en de woonzorg in De Steeg. Zie verder antwoord bij vraag 3.
Kunt u deze vragen gezien de ernst van de situatie binnen een week beantwoorden?
De beantwoording is meteen ter hand genomen. Gezien de afstemming met de IGJ en de Arbeidsinspectie is de termijn van een week overschreden.
Het bericht ‘Ernstige misstanden in horrorverpleeghuis, alle seinen op rood: 'Mensen smeken erom dood te mogen gaan' |
|
Vicky Maeijer (PVV) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ernstige misstanden in horrorverpleeghuis, alle seinen op rood: «Mensen smeken erom dood te mogen gaan»»?1
Ja.
Hoeveel zorgbehoevende ouderen wonen er op dit moment nog in De Steeg?
Voor zover bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bekend, verblijven er op dit moment nog zes ouderen in De Steeg.
Vindt u het verantwoord dat zorgbehoevende ouderen daar op dit moment nog verblijven? Hoe garandeert u de veiligheid van en goede zorg aan deze bewoners?
Derman woonzorg is verantwoordelijk om de wet- en regelgeving na te leven en bewoners goed te verzorgen. Momenteel doen twee toezichthouders onderzoek, ik wacht de conclusies van de IGJ af voordat ik verdere maatregelen neem. De IGJ ziet toe op de kwaliteit en veiligheid van de zorg en maakt op basis van risicoafwegingen keuzes in het toezicht. De IGJ heeft afgelopen jaren meerdere keren toezicht bezoeken gebracht aan Derman woonzorg en heeft hierover verschillende rapporten gepubliceerd. Meldingen en signalen die de IGJ en de Arbeidsinspectie in mei 2025 hebben ontvangen, waren voor de IGJ en de Arbeidsinspectie aanleiding om in mei 2025 een controle en (voor)onderzoek te starten. Daarbij controleert de Arbeidsinspectie de naleving van bestuursrechtelijke arbeidswetten en de IGJ de kwaliteit van de zorg. In februari dit jaar is nog een bezoek afgelegd. De IGJ zal naar verwachting in april haar bevindingen van haar laatste toezichtbezoek in een rapport publiceren.
Ik kan niet dieper op deze specifieke casus in gaan. Wel sta ik ervoor dat ouderen in een verpleeghuis moeten kunnen rekenen op goede en veilige zorg.
Hoe kan het dat ondanks signalen en meldingen bij inspecties, gemeenten en de politie, er nooit is ingegrepen? Is hier sprake van incidenteel falen of van systeemfalen? Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de rol van alle betrokken instanties en de uitkomsten met de Kamer te delen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Wanneer leveren de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) hun onderzoek op?
De IGJ heeft afgelopen jaren meerdere keren toezicht bezoeken gebracht aan Derman woonzorg en heeft hierover verschillende rapporten gepubliceerd. Het rapport van het laatste toezichtbezoek zal naar verwachting in april door de IGJ worden gepubliceerd.
Onderzoeken de Arbeidsinspectie en de IGJ ook alle andere activiteiten van Derman Zorg? Zo nee, bent u bereid hen een aanwijzing te geven tot diepgaand onderzoek? Zo nee, waarom niet?
Het toezicht van de IGJ en de Arbeidsinspectie beslaat tezamen alle locaties in de wijkverpleging en de woonzorg van deze zorgaanbieder. Ik zie daarom geen aanleiding om een aanwijzing te geven.
Bent u bereid in te zetten op verscherpt toezicht op zorginstellingen en zorgorganisaties met een verhoogd risico op een zwijgcultuur? Zo nee, waarom niet?
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op de kwaliteit en veiligheid van de zorg en maakt op basis van risicoafwegingen keuzes in het toezicht. De beslissing om in deze casus al dan niet verscherpt toezicht in te zetten is aan de IGJ als onafhankelijke toezichthouder. De IGJ gebruikt haar interventiemogelijkheden passend bij het toezichttraject en de aard en ernst van de risico’s. Een verscherpt toezicht behoort daarbij tot de mogelijkheden. Voor een verdere uitwerking van het interventiebeleid verwijs ik naar de webpagina van de IGJ: www.igj.nl/documenten/2022/03/17/igj-interventiebeleid
Bent u bereid aan te sturen op het direct sluiten van die verpleeghuis en het elders onderbrengen van de zorgbehoevende ouderen? Zo nee, waarom niet?
De IGJ is als onafhankelijk toezichthouder verantwoordelijk voor toezicht op de veiligheid en kwaliteit van zorg. Zij doen onderzoek naar Derman woonzorg en zetten op basis daarvan passende toezichtsmaatregelen in. Het rapport van het laatste toezichtbezoek door de IGJ zal naar verwachting in april door de IGJ worden gepubliceerd. Ik wacht de conclusies van de IGJ af.
Het bericht dat 3,3 miljard euro aan IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid is stopgezet |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Laurens Dassen (Volt) |
|
David van Weel (VVD), Aerdts , Eric van der Burg (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht: «Rechter dwarsboomt IT-aanbesteding rijksoverheid van € 3 mrd» (Financieel Dagblad, 9 maart 2026)?1
Bent u eveneens bekend met de uitspraak van de rechter in Den Haag, die stelt dat twee IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid ter waarde van 3,3 miljard euro gestaakt moeten worden?2
Wat is uw reactie op de berichtgeving en de rechterlijke uitspraak?
Kunt u toelichten welke aanpassingen u gaat doorvoeren of al heeft doorgevoerd in de aanbestedingsvoorwaarden om aan de rechterlijke uitspraak te voldoen?
Zouden de IT-aanbestedingen, indien ze doorgang vinden, de digitale autonomie van Nederland vergroten of verkleinen? Kunt u dit onderbouwen?
Hoe houdt u de komende vier jaar de mogelijkheid om de afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven via aanbestedingen te verkleinen conform de wens van de Tweede Kamer,3 nu u middels een raamovereenkomst de voorwaarden voor nieuwe inkoop jarenlang vastlegt?
Ziet u met de rechterlijke uitspraak en de noodzaak om de aanbestedingsvoorwaarden aan te passen ook de mogelijkheid om digitale autonomie zwaarder mee te wegen als criterium?
Welke gevolgen heeft de rechterlijke uitspraak voor de twee IT-aanbestedingen ter waarde van 3,3 miljard euro? Kunt u een overzicht geven van lopende contracten waar deze uitspraak mogelijk ook gevolgen voor heeft?
Wat is het doel en de noodzaak van de twee IT-aanbestedingen? Welke diensten zouden precies ingekocht worden bij Microsoft en Oracle, en in welke ministeries en overheidsorganisaties zouden deze gebruikt worden?
Waarom vraagt u in de aanbesteding voor deze grote IT-projecten om «levering van standaardprogrammatuur van vendor Microsoft» in plaats van dat u de technische eisen uitvraagt van de software die u wil inkopen?4
Wat bedoelt u met «gerelateerde open source toepassingen» aan de standaardprogrammatuur van Microsoft? Op welke toepassingen gaat dit, en waarom neemt u deze af via de tussenhandelaar?5
Hoe verhoudt het niet opnemen van technische eisen voor de af te nemen software zich tot artikel 2.75–2.77 van de Aanbestedingswet 2012, nu ook de term «of gelijkwaardig» (2.76, lid 4, subartikel b) ontbreekt?6
Zijn de toepasselijke (verplichte of aanbevolen) standaarden van het Forum Standaardisatie uitgevraagd in deze aanbestedingen? Zo nee, waarom niet, en hoe verzekert u dan dat ook gegadigden naast Microsoft en Oracle aan de aanbesteding kunnen voldoen?
Zijn de IT-aanbestedingen gericht op het inkopen van software of het vinden van softwareverkopers? Gaan deze aanbestedingen niet feitelijk over het aangaan van een licentieovereenkomst, waarbij het softwarebedrijf als rechthebbende eenzijdig de voorwaarden bepaalt?
Zijn Microsoft en Oracle de énige techbedrijven die kunnen voldoen aan de technische en operationele eisen die u stelt in de aanbesteding? Zo ja, bent u het dan met de indieners eens dat de aanbesteding toeschrijft naar Microsoft en Oracle?
Wat bedoelt de Staat met de stelling dat «80 tot 85% van de offerteaanvragen een productgerichte offerteaanvraag [betreft]»? Kan er sprake zijn van een open aanbesteding als het merendeel van offertes om één specifiek product vraagt?
Hoeveel van deze 80 tot 85% van deze productgerichte offerteaanvragen worden uiteindelijk bij Microsoft en Oracle afgenomen? Kunt u dit inzichtelijk maken?
Zorgen deze productgerichte offerteaanvragen ervoor dat het op voorhand vrijwel zeker is dat software van Microsoft en Oracle zal worden gekozen? Zo nee, waarom is er dan gekozen voor productgerichte offerteaanvragen? Zo ja, is het dan terecht om te stellen dat er sprake is van een vendor lock-in?
Deelt u de analyse van de indiener dat deze mate van productgerichte offerteaanvragen een vendor lock-in van enkele grote techbedrijven in de hand speelt? Zo nee, kunt u onderbouwen dat dit niet het geval is?
Is software van Microsoft en Oracle de enige manier om uw dienstverlening te kunnen handhaven? Zo nee, waarom is dan gekozen voor de productgerichte offerteaanvragen?
Is dezelfde constructie met productgerichte offerteaanvragen, met sublicentiëring via tussenhandelaren, eerder toegepast bij IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid, zoals gesteld wordt in de berichtgeving? Zijn er lopende contracten waarbij dezelfde constructie van toepassing is?
Hoe verhouden deze productgerichte offerteaanvragen bij Microsoft en Oracle zich tot de Aanbestedingswet 2012, artikel 1.10a, in het bijzonder lid 2, namelijk het verbod om opdrachten te ontwerpen «met het doel bepaalde ondernemers ten onrechte te bevoordelen»?7
Bent u bekend met (in omvang) vergelijkbare aanbestedingen van ICT die op een soortgelijke manier, door het noemen van de merknaam, een of meer Europese leveranciers bevoordelen? Zo ja, welke zijn dat? Zo nee, waarom is dit bij Amerikaanse bedrijven dan wel het geval?
Kunt u alle relevante stukken die betrokken zijn bij de (voorbereiding van) deze twee IT-aanbestedingen aan de Kamer doen toekomen, inclusief risico-analyses en voorbereidende notities?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden, en toezeggen dat u de IT-aanbestedingen niet doorzet totdat deze juridisch houdbaar zijn en de Kamer volledig is geïnformeerd?