| Ingediend | 17 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 9 september 2026 (na 84 dagen) |
| Indieners | Marijke Synhaeve (D66), Hanneke van der Werf (D66) |
| Beantwoord door | van Bruggen |
| Onderwerpen | bestuur gezin en kinderen parlement sociale zekerheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z13393.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3008.html |
Ja. Ik ben bekend met het bericht.
Het uitgangspunt is dat beslissingen niet mogen steunen op een omstreden, niet vaststaande theorie. Zij moeten rusten op professionele standaarden en zorgvuldige casusafweging, met transparante motivering en rechterlijke toetsing. Ik ga hierover in gesprek met Jeugdzorg Nederland en de betrokken gecertificeerde instelling.
We beschikken landelijk over cijfers over ondertoezichtstellingen en machtigingen tot uithuisplaatsing via onder meer CBS en de Rechtspraak. Toezicht op de uitvoering vindt plaats via de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de contractuele verantwoording tussen gemeenten en gecertificeerde instellingen en de interne kwaliteits- en dossieraudits bij GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming. Periodieke materiële controle is geborgd in samenwerkingsafspraken over dossiervorming en besluitvorming en via de reguliere accountants- en rechtmatigheidscontroles bij gemeenten.
Er is geen landelijk overzicht van welke jeugdbeschermingsorganisaties werken met deze of een vergelijkbare theorie. Er bestaat ook geen registratie die beslissingen tot uithuisplaatsing koppelt aan een specifieke methodiek. Daardoor is niet vast te stellen hoeveel uithuisplaatsingen op deze theorie zijn gebaseerd.
Gecertificeerde instellingen werken in het algemeen volgens professionele richtlijnen en kwaliteitskaders en borgen vakinhoud via intervisie, supervisie en zo nodig een second opinion. Beslissingen steunen op de best beschikbare kennis, beroepsnormen en multidisciplinaire casuïstiek, met een duidelijke motivering. Ingrijpende maatregelen kunnen alleen na toetsing door de kinderrechter en moeten proportioneel en subsidiair zijn. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op de werkwijze van de gecertificeerde instellingen. Hierbij baseert de Inspectie zich op de geldende wetten, regels en veldnormen.
Hierover ben ik helder. Het is in het algemeen ongewenst dat betwiste werkwijzen leiden tot zulke ingrijpende beslissingen. Jeugdprofessionals werken volgens de professionele standaard van hun beroepsgroep. Die omvat de beroepscode, de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming en de veldnormen en handelen conform deze standaard is wettelijk verankerd. De richtlijnen geven onderbouwde aanbevelingen op basis van wetenschap, praktijkkennis en ervaringskennis en worden ontwikkeld en ingevoerd door het Nederlands Instituut van Psychologen, de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen, en Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ziet toe op naleving. Contactbeperking of uithuisplaatsing kan alleen op basis van de best beschikbare kennis, een zorgvuldige casusafweging en het zwaarwegende belang en de veiligheid van het kind, met toets door de kinderrechter. De stem van het kind weegt in deze toetsing mee.
Ja. Kinderen hebben recht op een onafhankelijke beoordeling van hun beleving en veiligheid. In de praktijk gebeurt dat via het kindgesprek bij de kinderrechter en via onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, maar ook door jeugdbeschermers en betrokken zorgaanbieders. Het gaat hierbij steeds om de vraag welke beslissing uiteindelijk het meest in het belang van het kind wordt geacht. Kinderen hebben daarnaast toegang tot een cliëntenvertrouwenspersoon via Jeugdstem en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op de werkwijze van gecertificeerde instellingen.
Het kabinet is, samen met betrokken organisaties, aan de slag met het verbetertraject «Recht doen aan veiligheid», dat als doel heeft dat huiselijk geweld en kindermishandeling beter onderzocht, naar voren gebracht en meegenomen wordt in het familie-, jeugd- en strafrecht. Uw Kamer is in juli 2026 geïnformeerd over de voortgang van dit verbetertraject.2 Binnen dit traject wordt onder meer gewerkt aan deskundigheidsbevordering, het verbeteren van de informatie-uitwisseling en een toetsingskader. Daarbij is er ook aandacht voor dat voorheen het uitgangspunt vooral was dat contact of omgang met beide ouders het meest in het belang van het kind was. Met de betrokken partners werken we ernaartoe dat gewaarborgd wordt dat in die belangenafweging (het risico op) slachtoffer en/of getuige zijn van huiselijk geweld ook prominent wordt meegewogen.
Ja. De veiligheid van het kind moet altijd leidend zijn. Gecertificeerde instellingen werken volgens professionele richtlijnen en dienen transparant te zijn in hun besluitvorming en de onderbouwing van deze besluiten vast te leggen. Hier worden zij door het KeurmerkInstituut volgens het normenkader op gecontroleerd en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ziet toe op het handelen conform deze richtlijnen. De Raad voor de Kinderbescherming toetst onafhankelijk. De rechter toetst eveneens onafhankelijk en maakt een afgewogen beslissing tussen enerzijds het belang van het kind om contact met beide ouders te hebben en anderzijds het belang van het kind om in veiligheid op te groeien.
In mijn periodieke gesprekken met de gecertificeerde instellingen zal ik de regionale handelwijzen en praktijken ter sprake brengen. De Inspectie Justitie en Veiligheid en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houden toezicht op de kwaliteit van jeugdbescherming en jeugdzorg. Als zij in het toezicht normoverschrijdingen constateren in de handelwijzen van organisaties, kunnen zij verdiepend onderzoek doen om vast te stellen of de kwaliteit en veiligheid van de zorg onvoldoende is. Indien nodig kunnen zij een maatregel opleggen.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Synhaeve en Van der Werf (beiden D66), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over een omstreden concept dat kinderen van hun ouders scheidt (ingezonden 17 juni 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.