Kamervraag 2026Z13393

Een omstreden concept dat kinderen van hun ouders scheidt

Ingediend 17 juni 2026
Beantwoord 9 september 2026 (na 84 dagen)
Indieners Marijke Synhaeve (D66), Hanneke van der Werf (D66)
Beantwoord door van Bruggen
Onderwerpen bestuur gezin en kinderen parlement sociale zekerheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z13393.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3008.html
1. Volkskrant, 13 juni 2026, «Hoe een omstreden concept kinderen van hun ouders scheidt: «Zolang ik niet leuk doe met mijn moeder, mag ik mijn vader niet zien»», Hoe een omstreden concept kinderen van hun ouders scheidt: «Zolang ik niet leuk doe met mijn moeder, mag ik mijn vader niet zien» | de Volkskrant
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht «Hoe een omstreden concept kinderen van hun ouders scheidt: «Zolang ik niet leuk doe met mijn moeder, mag ik mijn vader niet zien»»?1

    Ja. Ik ben bekend met het bericht.

  • Vraag 2
    Acht u het wenselijk dat jeugdbeschermers op basis van een theorie die niet vaststaat en waarbij internationaal ernstige zorgen zijn over de schadelijke gevolgen van deze theorie, dergelijke ingrijpende beslissingen kunnen nemen over kinderen?

    Het uitgangspunt is dat beslissingen niet mogen steunen op een omstreden, niet vaststaande theorie. Zij moeten rusten op professionele standaarden en zorgvuldige casusafweging, met transparante motivering en rechterlijke toetsing. Ik ga hierover in gesprek met Jeugdzorg Nederland en de betrokken gecertificeerde instelling.

  • Vraag 3
    Welke jeugdbeschermingsorganisaties in Nederland werken vanuit deze of een vergelijkbare theorie en hoeveel kinderen zijn er – gebaseerd op deze theorie – uit huis geplaatst?

    We beschikken landelijk over cijfers over ondertoezichtstellingen en machtigingen tot uithuisplaatsing via onder meer CBS en de Rechtspraak. Toezicht op de uitvoering vindt plaats via de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de contractuele verantwoording tussen gemeenten en gecertificeerde instellingen en de interne kwaliteits- en dossieraudits bij GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming. Periodieke materiële controle is geborgd in samenwerkingsafspraken over dossiervorming en besluitvorming en via de reguliere accountants- en rechtmatigheidscontroles bij gemeenten.
    Er is geen landelijk overzicht van welke jeugdbeschermingsorganisaties werken met deze of een vergelijkbare theorie. Er bestaat ook geen registratie die beslissingen tot uithuisplaatsing koppelt aan een specifieke methodiek. Daardoor is niet vast te stellen hoeveel uithuisplaatsingen op deze theorie zijn gebaseerd.

  • Vraag 4
    Op welke wijze wordt voorkomen dat onbewezen of onvoldoende wetenschappelijk onderbouwde werkwijzen – en in dit geval bewezen ineffectieve werkwijzen – een rol spelen bij beslissingen die kunnen leiden tot dermate ingrijpende maatregelen zoals beperking van contact met een ouder of gedwongen plaatsing bij een van beide ouders?

    Gecertificeerde instellingen werken in het algemeen volgens professionele richtlijnen en kwaliteitskaders en borgen vakinhoud via intervisie, supervisie en zo nodig een second opinion. Beslissingen steunen op de best beschikbare kennis, beroepsnormen en multidisciplinaire casuïstiek, met een duidelijke motivering. Ingrijpende maatregelen kunnen alleen na toetsing door de kinderrechter en moeten proportioneel en subsidiair zijn. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op de werkwijze van de gecertificeerde instellingen. Hierbij baseert de Inspectie zich op de geldende wetten, regels en veldnormen.

  • Vraag 5
    Deelt u de opvatting dat het volstrekt ongewenst is dat een werkwijze waarover onder wetenschappers en deskundigen aanzienlijke discussie bestaat in de praktijk leidt tot beslissingen waarbij kinderen, tegen hun uitdrukkelijke wens in, contact met een ouder verliezen of hun veilige plek thuis verliezen?

    Hierover ben ik helder. Het is in het algemeen ongewenst dat betwiste werkwijzen leiden tot zulke ingrijpende beslissingen. Jeugdprofessionals werken volgens de professionele standaard van hun beroepsgroep. Die omvat de beroepscode, de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming en de veldnormen en handelen conform deze standaard is wettelijk verankerd. De richtlijnen geven onderbouwde aanbevelingen op basis van wetenschap, praktijkkennis en ervaringskennis en worden ontwikkeld en ingevoerd door het Nederlands Instituut van Psychologen, de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen, en Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ziet toe op naleving. Contactbeperking of uithuisplaatsing kan alleen op basis van de best beschikbare kennis, een zorgvuldige casusafweging en het zwaarwegende belang en de veiligheid van het kind, met toets door de kinderrechter. De stem van het kind weegt in deze toetsing mee.

  • Vraag 6
    Deelt u de opvatting dat deze kinderen recht hebben op een onafhankelijke beoordeling van hun gevoelens, ervaringen en veiligheidsbeleving, en hoe wordt dit in de praktijk gewaarborgd?

    Ja. Kinderen hebben recht op een onafhankelijke beoordeling van hun beleving en veiligheid. In de praktijk gebeurt dat via het kindgesprek bij de kinderrechter en via onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, maar ook door jeugdbeschermers en betrokken zorgaanbieders. Het gaat hierbij steeds om de vraag welke beslissing uiteindelijk het meest in het belang van het kind wordt geacht. Kinderen hebben daarnaast toegang tot een cliëntenvertrouwenspersoon via Jeugdstem en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op de werkwijze van gecertificeerde instellingen.

  • Vraag 7
    Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat signalen van onveiligheid, verwaarlozing of mishandeling onterecht worden geïnterpreteerd als uitingen van zogenaamde ouderverstoting, waardoor kinderen mogelijk juist niet beschermd worden tegen onveilige situaties?

    Het kabinet is, samen met betrokken organisaties, aan de slag met het verbetertraject «Recht doen aan veiligheid», dat als doel heeft dat huiselijk geweld en kindermishandeling beter onderzocht, naar voren gebracht en meegenomen wordt in het familie-, jeugd- en strafrecht. Uw Kamer is in juli 2026 geïnformeerd over de voortgang van dit verbetertraject.2 Binnen dit traject wordt onder meer gewerkt aan deskundigheidsbevordering, het verbeteren van de informatie-uitwisseling en een toetsingskader. Daarbij is er ook aandacht voor dat voorheen het uitgangspunt vooral was dat contact of omgang met beide ouders het meest in het belang van het kind was. Met de betrokken partners werken we ernaartoe dat gewaarborgd wordt dat in die belangenafweging (het risico op) slachtoffer en/of getuige zijn van huiselijk geweld ook prominent wordt meegewogen.

  • Vraag 8
    Deelt u de opvatting dat bij ingrijpende beslissingen over kinderen de veiligheid van het kind leidend moet zijn, en hoe wordt getoetst of dit ook daadwerkelijk gebeurt wanneer beslissingen worden gebaseerd op een theorie waarvan de validiteit ter discussie staat?

    Ja. De veiligheid van het kind moet altijd leidend zijn. Gecertificeerde instellingen werken volgens professionele richtlijnen en dienen transparant te zijn in hun besluitvorming en de onderbouwing van deze besluiten vast te leggen. Hier worden zij door het KeurmerkInstituut volgens het normenkader op gecontroleerd en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ziet toe op het handelen conform deze richtlijnen. De Raad voor de Kinderbescherming toetst onafhankelijk. De rechter toetst eveneens onafhankelijk en maakt een afgewogen beslissing tussen enerzijds het belang van het kind om contact met beide ouders te hebben en anderzijds het belang van het kind om in veiligheid op te groeien.

  • Vraag 9
    Hoe bent u van plan om overzicht te krijgen van regionale handelwijzen en praktijken in de jeugdbescherming en jeugdzorg teneinde misstanden als deze te voorkomen en in te kunnen grijpen waar nodig?

    In mijn periodieke gesprekken met de gecertificeerde instellingen zal ik de regionale handelwijzen en praktijken ter sprake brengen. De Inspectie Justitie en Veiligheid en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houden toezicht op de kwaliteit van jeugdbescherming en jeugdzorg. Als zij in het toezicht normoverschrijdingen constateren in de handelwijzen van organisaties, kunnen zij verdiepend onderzoek doen om vast te stellen of de kwaliteit en veiligheid van de zorg onvoldoende is. Indien nodig kunnen zij een maatregel opleggen.

  • Mededeling - 8 juli 2026

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Synhaeve en Van der Werf (beiden D66), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over een omstreden concept dat kinderen van hun ouders scheidt (ingezonden 17 juni 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z13393
Volledige titel: Een omstreden concept dat kinderen van hun ouders scheidt
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-3008
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Synhaeve en Van der Werf over een omstreden concept dat kinderen van hun ouders scheidt