Kamervraag 2026Z13386

De berichtgeving dat Amsterdamse ambtenaren journalist Paul Vugts zouden hebben benaderd met de boodschap dat zijn berichtgeving over Syrische asielzoekers die betrokken zouden zijn bij een golf van straatroven “rechts in de kaart” zou spelen

Ingediend 17 juni 2026
Beantwoord 27 augustus 2026 (na 71 dagen)
Indiener Peter van Duijvenvoorde (FVD)
Beantwoord door Enneüs Heerma (CDA)
Onderwerpen bestuur cultuur en recreatie immigratie media migratie en integratie parlement
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z13386.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2784.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de uitspraak van misdaadjournalist Paul Vugts in de Parool Misdaadpodcast van 11 juni 2026, waarin hij stelt dat Amsterdamse ambtenaren hem zouden hebben benaderd nadat hij had gepubliceerd over Syrische asielzoekers die verantwoordelijk zouden zijn voor een golf van straatroven in Amsterdam, met de boodschap dat dergelijke berichtgeving «rechts in de kaart» zou spelen?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Deelt u de mening dat het buitengewoon zorgelijk is wanneer ambtenaren feitelijke journalistieke berichtgeving beoordelen aan de hand van de vraag welke politieke stroming daar mogelijk baat bij zou hebben?

    In algemene zin is het niet ongebruikelijk dat de overheid, bijvoorbeeld via woordvoerders of persvoorlichters, contact onderhoudt met journalisten. Het is de taak van deze ambtenaren om vragen van journalisten te beantwoorden en het overheidsbeleid toe te lichten of onder de aandacht te brengen. Daarbij geldt dat een ambtenaar zijn werk politiek neutraal en op basis van deskundigheid moet doen. Journalisten moeten hun werk in vrijheid kunnen doen.

  • Vraag 3
    Deelt u de mening dat de waarheidsvinding door journalisten nooit ondergeschikt mag worden gemaakt aan de vraag of feiten «links», «rechts» of enig ander politiek kamp in de kaart spelen?

    Ja. Journalisten moeten hun werk in vrijheid kunnen doen. Zij hanteren hierbij de journalistieke kernbeginselen, zoals hoor en wederhoor en het verifiëren van bronnen. Deze werkwijze draagt eraan bij dat een onderwerp vanuit verschillende perspectieven wordt belicht. Het is vervolgens aan de lezer, kijker of luisteraar om zich op basis van de door de journalist verstrekte informatie een eigen oordeel te vormen.

  • Vraag 4
    Acht u het verenigbaar met de persvrijheid wanneer overheidsfunctionarissen journalisten benaderen met de suggestie dat bepaalde feiten beter niet gepubliceerd kunnen worden omdat deze een politiek onwenselijk effect zouden kunnen hebben?

    In algemene zin kan ik zeggen dat de persvrijheid in het geding komt als er van overheidswege censuur zou worden toegepast, bijvoorbeeld het op basis van politieke motieven uitvaardigen van een verbod iets te publiceren. Dat is in Nederland niet toegestaan. Daarnaast is het onacceptabel als de overheid «zachte druk» uitoefent op journalisten of media. Zulke druk kan een zogenoemd chilling effect veroorzaken, waardoor journalisten uit vrees voor negatieve gevolgen overgaan tot zelfcensuur. Ook dat is onwenselijk en dient te worden voorkomen.

  • Vraag 5
    Deelt u de mening dat het kwalificeren van feitelijke berichtgeving als iets wat «rechts in de kaart speelt» een vorm van politieke framing is die niet thuishoort in het contact tussen overheid en journalistiek?

    Graag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 2.

  • Vraag 6
    Deelt u de mening dat een overheid die journalisten probeert te bewegen om feiten niet of minder prominent te publiceren uit angst voor electorale of ideologische gevolgen, zich begeeft op een hellend vlak richting politieke beïnvloeding van de pers?

    Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 4.

  • Vraag 7
    Vindt u het acceptabel dat ambtenaren kennelijk niet primair bezwaar zouden hebben tegen de feitelijke juistheid van berichtgeving, maar tegen de mogelijke politieke interpretatie daarvan?

    Ik verwijs u naar het antwoord op vragen 3 en 4.

  • Vraag 8
    Deelt u de mening dat de taak van journalisten is om relevante feiten boven tafel te krijgen en te publiceren en niet om bij iedere publicatie af te wegen of die publicatie «rechts in de kaart» zou kunnen spelen?

    Ja. Journalisten werken volgens journalistieke kernbeginselen. De Raad voor de Journalistiek vat dit in de Leidraad kernachtig samen: «Goede journalistiek is waarheidsgetrouw en nauwgezet, onpartijdig en fair, controleerbaar en integer.»2 Het is aan de journalist om, vaak in overleg met zijn redactie, de afweging te maken hoe deze beginselen in een concreet geval worden toegepast.

  • Vraag 9
    Bent u bereid uit te spreken dat feiten over criminaliteit, migratie, asiel en openbare veiligheid niet mogen worden verzwegen of afgezwakt omdat de politieke consequenties daarvan bepaalde partijen of stromingen zouden kunnen bevoordelen?

    Ja. Een gezond debat wordt gevoerd met de juiste feiten. Journalisten hebben een belangrijke rol in het brengen van deze feiten, zodat de lezer, kijker of luisteraar zelf een afweging kan maken en een mening kan vormen.

  • Vraag 10
    Deelt u de mening dat het bestrijden van «rechtse» politieke duiding nooit een taak kan is van gemeentelijke ambtenaren in hun contact met journalisten?

    Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 2 kan ik zeggen dat in contacten met journalisten, het de taak van ambtenaren is om vragen van journalisten te beantwoorden en het overheidsbeleid toe te lichten of onder de aandacht te brengen. Daarbij geldt zoals hiervoor aangegeven dat een ambtenaar zijn werk te allen tijde politiek neutraal en op basis van deskundigheid moet doen. Het bestrijden van een bepaalde politieke duiding behoort niet tot de taak van een ambtenaar.

  • Vraag 11
    Bent u bereid bij de gemeente Amsterdam na te vragen of de term «rechts in de kaart spelen», of woorden van gelijke strekking, daadwerkelijk is gebruikt in contact met Paul Vugts of met andere journalisten?

    De lokale gemeenteraad, in dit geval de Amsterdamse, heeft tot taak het college van burgemeester en wethouders te controleren. In de Amsterdamse gemeenteraad zijn tevens raadsvragen gesteld over deze kwestie, waarmee de gemeenteraad dus invulling geeft aan deze verantwoordelijkheid.

  • Vraag 12
    Bent u bereid daarbij ook na te gaan of binnen de gemeente Amsterdam interne richtlijnen, instructies of communicatiestrategieën bestaan waarin wordt gesproken over het voorkomen van berichtgeving die «rechts», «populistisch», «extreemrechts» of andere politieke stromingen in de kaart zou kunnen spelen?

    Ik verwijs hiervoor naar het antwoord op vraag 11.

  • Vraag 13
    Kunt u uitsluiten dat er binnen de gemeente Amsterdam of andere overheidslagen beleid, instructies of informele werkwijzen bestaan om berichtgeving over asielzoekers, statushouders, migranten of criminaliteit te ontmoedigen wanneer deze politiek ongewenst wordt geacht?

    Ten aanzien van de situatie in de gemeente Amsterdam zijn er raadsvragen gesteld, zoals benoemd in het antwoord op vraag 11. Ik heb geen signalen ontvangen dat er bij overheden gebruikt wordt gemaakt van beleid, instructies of informele werkwijzen over het ontmoedigen van bepaalde berichtgeving.

  • Vraag 14
    Bent u bereid te onderzoeken of overheidscommunicatieafdelingen journalisten vaker benaderen met politieke argumenten over de mogelijke impact van hun berichtgeving, in plaats van met feitelijke correcties of wederhoor?

    Ik heb geen signalen ontvangen dat ambtenaren regelmatig journalisten benaderen met politieke argumenten. Ik zie derhalve geen aanleiding voor een onderzoek.

  • Vraag 15
    Bent u bereid heldere richtlijnen op te stellen of aan te scherpen waarin wordt vastgelegd dat overheidsfunctionarissen journalisten niet mogen aanzetten tot het achterwege laten van berichtgeving op grond van het argument dat deze «rechts in de kaart» zou spelen?

    Nee. Ik verwijs hiervoor naar de beantwoording van de voorgaande vragen.

  • Vraag 16
    Deelt u de mening dat juist het achterhouden of ontmoedigen van feitelijke berichtgeving over gevoelige onderwerpen het wantrouwen in overheid en media voedt?

    Zorgvuldige en eerlijke communicatie door de overheid is essentieel voor het vertrouwen van burgers in de overheid. De media hebben tot taak om in informatie te voorzien, de macht te controleren en een podium te bieden aan diverse geluiden. De journalistieke sector heeft hiervoor zelf standaarden opgesteld, zoals bijvoorbeeld in de eerder aangehaalde Leidraad van de Raad voor de Journalistiek.

  • Vraag 17
    Bent u bereid publiekelijk afstand te nemen van iedere vorm van overheidsdruk op journalisten die is gebaseerd op de politieke gevolgen van hun berichtgeving?

    Er is geen plaats voor overheidsdruk op journalisten om zo hun berichtgeving te beïnvloeden.

  • Vraag 18
    Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?

    Ja.

  • Mededeling - 2 juli 2026

    Op 17 juni 2026 heeft het lid Van Duijvenvoorde schriftelijke vragen gesteld over de berichtgeving dat Amsterdamse ambtenaren journalist Paul Vugts zouden hebben benaderd met de boodschap dat zijn berichtgeving over Syrische asielzoekers die betrokken zouden zijn bij een golf van straatroven «rechts in de kaart» zou spelen. Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk, omdat het vanwege (interdepartementale) afstemming meer tijd vergt om de vragen te beantwoorden. Ik zal de vragen zo snel mogelijk beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z13386
Volledige titel: De berichtgeving dat Amsterdamse ambtenaren journalist Paul Vugts zouden hebben benaderd met de boodschap dat zijn berichtgeving over Syrische asielzoekers die betrokken zouden zijn bij een golf van straatroven “rechts in de kaart” zou spelen
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2784
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Van Duijvenvoorde over de berichtgeving dat Amsterdamse ambtenaren journalist Paul Vugts zouden hebben benaderd met de boodschap dat zijn berichtgeving over Syrische asielzoekers die betrokken zouden zijn bij een golf van straatroven “rechts in de kaart” zou spelen