Bent u bekend met het bericht dat inwoners van Loosdrecht zich door de komst van een asielzoekerscentrum (azc) voor alleenstaande mannelijke asielzoekers diep verdeeld voelen en als racisten worden weggezet?1
Ja.
Heeft u begrip voor de terechte woede en veiligheidszorgen van inwoners, met name vrouwen en gezinnen, over de komst van 70 alleenstaande mannelijke vreemdelingen op een locatie waar kinderen spelen en langsfietsen? Zo ja, waaruit blijkt dat concreet, of laat u hen totaal aan hun lot over?
Ik heb begrip voor de zorgen en gevoelens die inwoners van de gemeente Wijdemeren hebben over de komst van de noodopvanglocatie in Loosdrecht. Het is belangrijk dat inwoners deze zorgen ook kunnen uiten en worden gehoord. Daarom vinden er voorafgaand aan de opening van een locatie inspraakavonden plaats in de betreffende gemeenten en worden er maatregelen getroffen op het gebied van veiligheid, zoals dat altijd gebeurt alvorens nieuwe locaties opengaan. Dit heeft ook plaatsgevonden in Loosdrecht. Uitingen van geweld zijn op geen enkele manier acceptabel.
Klopt het dat bewoners pas enkele dagen van tevoren zijn geïnformeerd over het azc in het voormalige gemeentehuis, zonder veiligheidsplan en zonder enige inspraak?
Het is juist dat de omwonenden enkele dagen van tevoren zijn geïnformeerd. Er hebben inloopavonden plaatsgevonden waarbij de opbrengst van de inloopavonden is gebruikt om het veiligheidsplan verder vorm te geven. Het klopt dan ook niet dat er geen veiligheidsplan voorhanden was. Ook na de inloopavonden zijn er op diverse moment gesprekken gevoerd met omwonenden.
Is dit de toekomstige blauwdruk van uw asielbeleid: de zelf veroorzaakte asielcrisis afwentelen op kleine Nederlandse dorpen als Loosdrecht omdat u weigert de instroom te stoppen?
Ik herken het geschetste beeld over het soort asielbeleid dat het kabinet nastreeft niet. Het kabinet zet zich op verschillende manieren in om de instroom te beperken. Zo wordt uitvoering gegeven aan de Wet Tweestatusstelsel zoals deze is aangenomen in de Eerste Kamer. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan het Europese Migratiepact dat op 12 juni in werking is getreden. Hierin zijn verschillende instroombeperkende maatregelen opgenomen die de instroom van asielzoekers naar Nederland moet verminderen. Daarnaast wordt ook de Spreidingswet in stand gehouden en wordt het interbestuurlijk toezicht uitgevoerd. Van gemeente wordt verwacht dat zij opvang realiseren.
Wat vindt u ervan dat in Loosdrecht op 18 maart 2026 geen gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden, er dus geen democratisch mandaat ligt en onder leiding van een waarnemend VVD-burgemeester desondanks een azc wordt doorgedrukt tegen de wil van een groot deel van de inwoners?
Ik neem afstand van de wijze waarop u de burgemeester van Wijdemeren kwalificeert. Deze burgemeester heeft samen met het college van burgemeester en wethouders en met steun van de gemeenteraad invulling gegeven aan mijn verzoek om voor het acute tekort aan opvangplekken opvangplekken te realiseren. Ik ben de gemeente Wijdemeren daar zeer erkentelijk voor.
Mede op grond van de Wet algemene regels herindeling blijven de gemeenteraadsleden en het college van Wijdemeren volledig in functie tot de officiële fusiedatum met de gemeente Hilversum op 1 januari 2027. Tot 1 januari 2027 beschikt het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren derhalve over een volwaardig democratisch mandaat op basis van de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022. Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren heeft op basis van de wettelijke taken en bevoegdheden het besluit inzake de opvang van asielzoekers genomen en heeft daarover democratische verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad.
Bent u bekend met de uitspraken van de waarnemend burgemeester, ter rechtvaardiging van zijn besluit, dat «er een crisis is» en dat «als we niet uitkijken, er weer mensen op het gras in Ter Apel of in sporthallen moeten slapen»?
Ik ben bekend met deze uitspraken. Op dit moment is de situatie in de asielopvang, dat het COA heeft moeten overgaan tot gecontroleerde toegang in Ter Apel. Op dit moment wachten mensen op het gras in Ter Apel tot er een opvangplek bij het COA beschikbaar is. Voor de korte termijn is er echter met spoed noodopvang nodig. Gemeenten die dit afgelopen periode hebben gerealiseerd ben ik dankbaar gezien de nijpende situatie.
Vindt u dat de belangen van alleenstaande mannelijke asielzoekers zwaarder wegen dan de veiligheid, rust en leefbaarheid van Nederlandse vrouwen, kinderen en gezinnen in Loosdrecht?
Ik hecht belang aan zowel de veiligheid en leefbaarheid van de inwoners van Loosdrecht als de veilige en leefbare opvang van asielzoekers. Dat dit een tegenstelling zou zijn, herken ik niet.
Bent u het eens met de stelling dat hieruit blijkt dat er sprake is van systematische benadeling van Nederlanders en bevoordeling van vreemdelingen?
Nee.
Heeft u de beelden gezien van het politieoptreden tegen demonstrerende inwoners?
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat optreden tegen gewelddadige demonstranten noodzakelijk is, maar dat bruut politieoptreden tegen vreedzame, onschuldige inwoners met terechte zorgen niet bij onze rechtsstaat past? Zo nee, waarom niet?
Demonstreren is een grondrecht. Intimidatie of bedreiging van lokaal bestuur of gezag en vernieling is nooit acceptabel. Hier spreek ik me met klem tegen uit en als kabinet staan we vierkant achter lokaal bestuur en politie als zij optreden tegen intimidatie, geweld en vernieling.
Hoe verklaart u de dubbele maat waarbij honderden klimaatactivisten de A12 mogen blokkeren, door de politie worden begeleid en zonder enige straf wegkomen, terwijl demonstraties van bezorgde burgers in Loosdrecht worden neergeslagen en zij binnen enkele dagen worden veroordeeld?
Demonstreren is een grondrecht, maar dient te gebeuren binnen de grenzen van de wet. Wanneer er sprake is van geweld, intimidatie en bedreigingen dan wel andere overtredingen van de wet wordt er lokaal ingegrepen. Op dat moment wordt door het lokaal gezag bepaald wat de passende manier van handelen is. De inhoud van de boodschap speelt hierbij geen rol.
Bent u bereid de burgemeester tot de orde te roepen wegens het disproportionele politiegeweld, zelf in te grijpen en een streep te zetten door het azc? Zo nee, waarom niet?
De burgemeester heeft het gezag over de politie bij de inzet voor het handhaven van de openbare orde. De burgemeester legt verantwoording af aan de gemeenteraad over de uitoefening van zijn gezag. Ik treed hier niet in. Als kabinet steunen wij het lokale bestuur.
Ten aanzien van de stelling dat er disproportioneel geweld door de politie is gebruikt willen wij opmerken dat de ongeregeldheden in Loosdrecht werden gekenmerkt door geweld tégen de politie. Dat is onacceptabel. Daarnaast merk ik op dat de politie geweld als uiterste redmiddel gebruikt en dat gebruik van geweld door de politie altijd wordt getoetst.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden, doch ten minste ruim vóór de geplande komst van het azc?
Ik heb deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoord.
De financiële onzekerheid van Iraanse studenten in Nederland |
|
Fatihya Abdi (PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA), Letschert |
|
|
|
|
Kent u het bericht dat Iraanse studenten in Nederland op dit moment in betalingsproblemen komen en mogelijk moeten terugkeren naar Iran als zij, bijvoorbeeld, hun collegegeld niet kunnen betalen? Zo ja, klopt dit bericht?1
Ja, ik ken het bericht. Ik heb signalen ontvangen dat een deel van de Iraanse studenten in Nederland moeite heeft om zich op hun studie te kunnen concentreren door de heftige thuissituatie. In bepaalde gevallen komen daar ook nog eens financiële problemen bij, zoals geen toegang hebben tot je bankrekening.
Wat is precies bekend over de omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven? Zijn u coulanceregelingen bekend voor het treffen van een betalingsregeling als Iraanse studenten in financiële problemen geraken? Zo ja, welke onderwijsinstellingen bieden financiële ondersteuning en waaruit bestaan deze regelingen precies voor wat betreft ondersteuning bij de kosten voor levensonderhoud, studiekosten en dergelijke?
De omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven kunnen per student verschillen. In het algemeen geldt dat Iraanse studenten in Nederland verblijven op basis van een studievisum voor studenten en dat ze zijn ingeschreven bij een hogeschool of universiteit. Net als andere internationale studenten van buiten de Europese Economische Ruimte komen studenten uit Iran niet in aanmerking voor het wettelijke collegegeld of studiefinanciering. Op basis van hun studievisum mogen Iraanse studenten het hele jaar door tot maximaal 16 uur per week werken in loondienst of in plaats daarvan voltijdswerken in de maanden juni, juli en augustus. Hun werkgever moet dan een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Internationale studenten kunnen ook werken als zzp’er.
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) biedt ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de specifieke situatie van een student. Ik zie dat instellingen hier ook gebruik van maken. Zo ondersteunen instellingen deze studenten bijvoorbeeld via het treffen van betalingsregelingen, het opstellen van een noodfonds, het tijdelijk opheffen van herinschrijfblokkades, (mentale) begeleiding via studentpsychologen, studentendecanen en social workers voor internationale studenten en het organiseren van bijeenkomsten voor studenten en medewerkers om samen te komen en elkaar te ondersteunen.
Ik heb geen centraal overzicht van welke onderwijsinstellingen financiële ondersteuning bieden en waaruit die getroffen regelingen precies bestaan. De koepelorganisaties VH en UNL beschikken hier ook niet over. De wijze van ondersteuning kan per student verschillen. Instellingen kunnen samen met de student nagaan welke beschikbare oplossing het best past bij de specifieke situatie van de student.
Klopt het dat bij het niet voldoen van het collegegeld automatische uitschrijving bij de onderwijsinstelling volgt en dat dan ook het verblijfsrecht in Nederland vervalt? Zijn u gevallen bekend waarin Iraanse studenten door financiële problematiek hun verblijfsrecht in Nederland dreigen te verliezen? Zo ja, om hoeveel studenten gaat het hier?
Volgens de WHW is betaling van het collegegeld een voorwaarde voor een geldige inschrijving als student. Bij de inschrijving van een student aan een hogeschool of universiteit wordt gevraagd om aan te tonen dat het collegegeld betaald is of zal worden (artikel 7.37 WHW). De afspraken over betaaldata, termijnen en eventuele mogelijkheden voor uitstel van betaling zijn niet wettelijk vastgelegd. Hier kan een instelling zelf afspraken over maken. Instellingen spannen zich waar mogelijk in, zodat studenten ingeschreven blijven staan. Er is geen sprake van een automatische uitschrijving als een student het collegegeld niet heeft voldaan. Wel regelt de WHW dat een instellingsbestuur de inschrijving mag beëindigen indien een student het collegegeld na aanmaning niet heeft voldaan (artikel 7.42 tweede lid WHW).
Wanneer een onderwijsinstelling een student van buiten de EER uitschrijft, voldoet de student niet meer aan het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning voor studie is afgegeven en wordt deze verblijfsvergunning ingetrokken. De EU-richtlijn 2016/801 inzake voorwaarden voor de toelating en het verblijf van onder meer studenten van buiten de EU schrijft dit ook voor (artikel 21, eerste lid, onder a). Wel dient een lidstaat in elk besluit tot intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd (artikel 21, zevende lid). Voordat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken of niet wordt verlengd, beoordeelt de IND per geval of er individuele redenen zijn om van intrekking c.q. niet-verlenging af te zien.
Naast een geldige inschrijving bij een onderwijsinstelling dienen studenten gedurende hun verblijf over voldoende middelen van bestaan te beschikken. Bij de IND zijn signalen bekend dat het voor Iraanse studenten die afhankelijk zijn van sponsorgelden uit het land van herkomst op dit moment lastig is om aan dit middelenvereiste te blijven voldoen. Om hoeveel studenten het gaat is niet bekend.
Intrekking van de verblijfsvergunning voor studie betekent het verval van het verblijfsrecht, tenzij de desbetreffende voormalige student op grond van een andere toelatingsgrond dan studie in aanmerking komt voor verblijf in Nederland.
Bent u bereid om te onderzoeken hoe Iraanse studenten in Nederland financieel kunnen worden ondersteund bij de studiekosten en kosten van het levensonderhoud? Zo nee, waarom niet?
Vooralsnog worden er geen aanvullende algemene maatregelen voor studenten en onderwijsinstellingen overwogen. Wel ben ik met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ik ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Binnen de WHW is ruimte opgenomen voor onderwijsinstellingen om maatwerk te bieden en studenten financieel te ondersteunen, zodat rekening gehouden kan worden met de specifieke omstandigheden van een getroffen student.
Er zijn bijvoorbeeld instellingen die een noodfonds hebben ingesteld, betalingsregelingen hebben getroffen met studenten wanneer zij het collegegeld niet kunnen betalen en herinschrijfblokkades tijdelijk hebben opgeheven. Ook kunnen instellingen het instellingscollegegeldtarief voor bepaalde groepen studenten verlagen tot minimaal het wettelijk collegegeldtarief. Het is aan de instelling zelf om te bepalen of zij van deze mogelijkheid gebruik maken.
Bent u bereid om met onderwijsinstellingen in gesprek te gaan om te voorkomen dat betalingsproblemen leiden tot uitschrijving bij de betreffende onderwijsinstelling? Zo nee, waarom niet?
Hogescholen en universiteiten spannen zich waar mogelijk in om te voorkomen dat betalingsproblemen van Iraanse studenten leiden tot uitschrijving en zij hun verblijfsvergunning verliezen. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Ik ben met onderwijsinstellingen in gesprek over de situatie van Iraanse studenten in Nederland en de problemen die een deel van de Iraanse studenten in Nederland ervaren gaan ons aan het hart. Ik vraag instellingen om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden. Ik zie dat instellingen dit ook doen.
Bent u bereid om bij deze groep Iraanse studenten in Nederland af te zien van het intrekken van studievisa? Zo nee, waarom niet?
Indien een vreemdeling niet meer voldoet aan het verblijfsdoel waarvoor zijn verblijfsvergunning is afgegeven, wordt deze vergunning in beginsel ingetrokken. Op grond van de in antwoord 3 genoemde EU-richtlijn is een categorale regeling voor Iraanse studenten, zoals voorgesteld in de vraag, niet mogelijk.
Bent u bereid om samen met onderwijsinstellingen te bezien hoe onder de huidige omstandigheden materiële en mentale steun aan de groep Iraanse studenten in Nederland geboden kan worden? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2 en 4 biedt de WHW ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om studenten zo goed mogelijk te ondersteunen. Veel instellingen maken daar ook gebruik van.
Zo zijn er instellingen die bijeenkomsten organiseren om Iraanse studenten een hart onder de riem te steken, zoals ook aangehaald wordt in het bericht uit
vraag 1, of die extra inzetten op begeleiding. Daarnaast zijn hogescholen en universiteiten verplicht om bij het hanteren van een bindend studieadvies rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de student. En kunnen studenten zich wenden tot een examencommissie, studieadviseur of de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO), die bekijkt of en in welke mate er sprake is van studievertraging en hoe hiermee om te gaan.
Ik ben met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Bent u bereid om, met het oog op de naderende deadline voor de inschrijving aan onderwijsinstellingen, deze schriftelijke vragen zo snel als mogelijk te beantwoorden?
Ja.
Gemeenten die de Spreidingswet moeten uitvoeren |
|
Lisa Westerveld (GL) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Burgemeester van Maassluis steunt voornemen van eigen gemeente om «nul» asielzoekers op te nemen niet en pleit voor solidariteit» en de brief van de burgemeester van Maassluis «Reflectie coalitieakkoord»?1, 2
Ja.
Deelt u de mening van de burgemeester dat ten aanzien van het asielbeleid «het van belang [is] om als gemeenten onderling solidair te zijn. Dat betekent dus gevolg geven aan de spreidingswet»? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja, gemeenten moeten uitvoering geven aan de wet. De actuele situatie in de asielopvang laat eens te meer zien dat het belangrijk is dat gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen om opvang te realiseren en zich solidair tonen met de gemeenten die dit al doen.
Deelt u de mening dat gemeenten uitvoering moeten geven aan de Spreidingswet en dat het voornemen om geen opvangplekken voor asielzoekers te zullen gaan aanbieden in strijd is met het doel van die wet? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja. Gemeenten moeten uitvoering geven aan de Spreidingswet. De wet geeft gemeenten de mogelijkheid om eerst met elkaar in gesprek te gaan aan de provinciale regietafel (PRT) over de precieze invulling van de provinciale opgave. Het is aan gemeenten onderling hoe zij hier invulling aan geven. De wet schrijft voor dat de provinciale opgave sluitend moet zijn. Aan deze tafels deelnemen zonder bereidheid een bijdrage te leveren is wat mij betreft niet aan de orde.
Kent u meer signalen van gemeenten die in nieuwe coalitieakkoorden het voornemen hebben opgenomen om geen opvangplekken voor asielzoekers te zullen gaan aanbieden? Zo ja, hoeveel gemeenten zijn dit en om hoeveel potentieel niet te realiseren opvangplekken gaat het?
Inmiddels hebben meerdere soortgelijke signalen ook mij bereikt. Ik ga echter niet in op de specifieke casuïstiek. Als gemeenten niet voldoen aan hun wettelijke taak, is het rijksbrede kader van interbestuurlijk toezicht van toepassing en zullen gemeenten hierop worden aangesproken. Het ministerie is al in gesprek met een aantal van de gemeenten die niet voldoen aan hun wettelijke taak.
Deelt u de mening dat het voor het lokale draagvlak ten aanzien van het opnemen van asielzoekers uiteindelijk beter is als gemeenten het aan de provinciale regietafels onderling eens worden over de verdeling van provinciale opvangopgaven in plaats van dat u die moet vaststellen of aanvullen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja, deze mening deel ik. De wet geeft expliciet de mogelijkheid dat gemeenten met elkaar in gesprek gaan over hun opgaven. Deze afspraken landen in een provinciaal verslag, dat de CvdK als voorzitter van de PRT bij mij indient. Als het provinciale totaal sluitend is, zal ik het provinciale verslag overnemen in het verdeelbesluit. Lokaal bestuur heeft meer inzicht in de lokale context en weet welke opvangmogelijkheden daarbinnen mogelijk zijn. Ik raad de PRT’s dan ook aan om te komen tot een sluitend provinciaal verslag, zodat zij zelf de regie behouden.
Wat doet u om lokale bestuurders ten aanzien van het uitvoeren van de Spreidingswet te ondersteunen?
Ik breng momenteel een bezoek aan alle PRT’s, waarbij ik ook in gesprek ga met bestuurders over de invulling van de opgave. Daarnaast zijn er vanuit de Spreidingswet verschillende bonusregelingen, waarop gemeenten aanspraak kunnen maken. Ook is het goed te benoemen dat de VNG een ondersteuningsteam heeft opgericht, om gemeenten die een nieuwe opvanglocatie openen te ondersteunen.
Het artikel ‘Te druk in opvang Ter Apel: kwetsbaren krijgen voorrang’ |
|
Jurgen Nobel (VVD) |
|
Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Te druk in opvang Ter Apel: kwetsbaren krijgen voorrang»?1
Ja.
Deelt u de opvatting dat de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen in verschillende gemeenten knelt en daarom moet worden afgeschaft zodra er voldoende huisvesting voor statushouders is?
Ik zie dat de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen inderdaad steeds meer knelt, omdat andere woningzoekenden te lang op een wachtlijst staan. Tegelijkertijd is het belangrijk dat statushouders doorstromen uit de asielopvang zodat de opvang wordt ontlast en statushouders kunnen beginnen met integreren, hun leven kunnen gaan opbouwen en bijdragen aan de samenleving. Om daarvoor te zorgen is het van groot belang om aanvullende vormen van huisvesting sneller te realiseren waarin verschillende groepen een start kunnen maken op de woningmarkt. Denk bij deze aanvullende huisvestingvormen aan de inzet van flexwoningen, transformatie en woningdelen.
In het coalitieakkoord is afgesproken dat, zolang er onvoldoende aanvullende huisvesting beschikbaar is, gemeenten ruimte houden om lokaal invulling te geven aan hun taakstelling om statushouders te huisvesten. Tegelijkertijd werk ik aan een uitvoerbaar wetsvoorstel waarmee de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen op termijn wettelijk niet meer mogelijk is, zodra er voldoende aanvullende huisvestingsmogelijkheden beschikbaar zijn.
Deelt u de opvatting dat het uitblijven van voldoende doorstroomlocaties, die ook kunnen worden ingezet voor Oekraïense ontheemden en andere mensen die met spoed behoefte hebben aan tijdelijke huisvesting, direct bijdraagt aan de overbelasting van asielzoekerscentra?
Eén van de oorzaken van de druk op het aanmeldcentrum in Ter Apel is dat gemeenten achterlopen op hun wettelijke taakstelling om statushouders te huisvesten. Hierdoor blijven opvangplekken bezet en ontstaat er extra druk op het asielopvangsysteem. Daarnaast is uitstroom uit de opvang belangrijk omdat statushouders dan ook kunnen starten met hun inburgering en participatie.
Hoeveel doorstroomplekken zijn er in 2026 gerealiseerd? En hoeveel plekken verwacht u voor het zomerreces nog te realiseren?
In totaal zijn er 48 doorstroomlocaties operationeel met 1853 plekken. Hiervan zijn er 557 plekken gerealiseerd in 2026. Voor het zomerreces worden er naar verwachting nog 263 extra plekken gerealiseerd. Ik verwacht dat het aantal aanvragen na het reces verder zal toenemen, omdat gemeenten vanaf 1 juli 2026 de doelgroep flexibele regeling (DFR) kunnen aanvragen.
Deelt u de mening dat het oneerlijk is dat onder andere jongeren momenteel te lang op een sociale huurwoning moeten wachten mede doordat statushouders voorrang krijgen op een sociale huurwoning?
Het is niet behulpzaam om groepen woningzoekenden tegenover elkaar te zetten. De inzet is van dit kabinet is erop gericht om het woningaanbod voor iedereen te vergroten en aanvullende huisvestingsmogelijkheden te realiseren voor een brede doelgroep, zodat de druk op de sociale huurmarkt voor alle woningzoekenden, waaronder jongeren, afneemt.
Deelt u de zorgen dat volgens de Algemene Rekenkamer slechts 17.665 van de begrote 60.000 flexwoningen de afgelopen vier jaar zijn gerealiseerd?
In mijn reactie op het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer over het beleid rond flexwoningen heb ik uitgelegd hoe de ambitieuze doelstelling van 15.000 flexwoningen per jaar is ontstaan. Die ambitie kwam voort uit een motie van de Tweede Kamer, de grote druk op de woningmarkt en de oorlog in Oekraïne, waardoor veel ontheemden naar Nederland kwamen. Samen zorgde dat in 2022 voor een flinke versnelling in de ontwikkeling van flexwoningen.
Met die urgentie is er toen veel in gang gezet om flexwoningen echt een volwaardig onderdeel van de woningmarkt te maken. Ik heb ook aangegeven dat ik me hier volop voor wil blijven inzetten. Tegelijkertijd zien we inmiddels dat een realistischer aantal rond de 5.000 flexwoningen per jaar ligt. Dat beeld komt naar voren uit de toenemende aanvragen voor de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) en positieve signalen uit de markt. Dit aantal sluit ook beter aan bij wat er de afgelopen vier jaar daadwerkelijk is gerealiseerd: 17.665 flexwoningen.
Welke concrete acties onderneemt u op dit moment om de bouw en ingebruikname van sobere doorstroomlocaties aanzienlijk te versnellen?
Het Rijk ondersteunt gemeenten op verschillende manieren bij het realiseren van (tijdelijke) huisvesting en doorstroomlocaties. Zo zijn er financiële regelingen zoals de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) en op korte termijn de doelgroepflexibele regeling (DFR). De SFT ondersteunt onder meer de realisatie van verplaatsbare woningen, transformatiewoningen en het splitsen van bestaande woningen. De DFR, die per 1 juli 2026 in werking treedt, voorziet in meerjarige financiering voor gemeenten voor de opvang en tijdelijke huisvesting van asielzoekers, statushouders en ontheemden.
Daarnaast werk ik op dit moment intensief samen met de VNG, Aedes en het IPO om te komen tot bestuurlijke afspraken over de versnelling en opschaling van aanvullende huisvesting voor een brede doelgroep. Uw Kamer wordt vóór de zomer geïnformeerd over de voortgang.
Kunt u aangeven hoe u invulling heeft gegeven aan de motie Nobel/Flach (Kamerstuk 36 881, nr. 9) over onderzoeken hoe gemeenten die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de realisatie van alternatieve huisvesting zodat de voorrang statushouders kan worden afgeschaft, kunnen worden beloond?
Ik ben voornemens om gemeenten die vooruitlopend op bestuurlijke afspraken al aan de slag zijn gegaan met realisatie van aanvullende huisvesting, op verschillende manieren te ondersteunen. In mijn brief die ik vóór de zomer naar de Kamer stuur, informeer ik u hierover.
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Ja.
Het met hulp van de Nederlandse overheid overbrengen van Palestijnen uit Gaza naar Nederland |
|
Marina Vondeling (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA), Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat 42 Palestijnen uit Gaza met actieve hulp van de Nederlandse overheid naar Nederland zijn overgebracht1?
Waarom acht u het uw taak om Palestijnen uit Gaza naar Nederland te halen, terwijl Nederland al kampt met een ongekende asiel- en migratiecrisis?
Wie heeft aangedrongen op het overbrengen van Palestijnen uit Gaza naar Nederland? Welke non-gouvernementele organisaties (ngo), universiteiten, actiegroepen, ambtenaren, internationale organisaties en andere belanghebbenden hebben hierbij een rol gespeeld en welke kosten zijn er gemaakt?
Waarom staat u het toe dat complete gezinnen meekomen terwijl de verleende visa bedoeld zijn voor studie of werk van individuele personen?
Binnen welke termijn moeten de eerste Palestijnen Nederland weer verlaten? Welke concrete maatregelen worden genomen als zij weigeren terug te keren?
Welke harde garanties bestaan er dat alle 42 Palestijnen Nederland daadwerkelijk verlaten zodra hun visum eindigt?
Kunt u garanderen dat geen van deze Palestijnen na afloop van hun visum een asielaanvraag zal indienen om alsnog permanent verblijf in Nederland af te dwingen? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat het binnenhalen van personen uit een door Hamas bestuurd gebied enorme veiligheidsrisico’s met zich kan brengen? Zo ja, waarom brengt u Nederlanders bewust in gevaar door onze grens open te zetten voor personen uit Gaza?
Zijn alle Palestijnen individueel en uitgebreid gescreend op veiligheidsrisico’s, radicalisering, banden met terroristische organisaties, extremistische activiteiten en identiteitsfraude? Hoeveel van deze personen beschikken niet over volledige of verifieerbare identiteitsdocumenten?
Bent u bereid per direct te stoppen met het actief faciliteren van de komst van Palestijnen naar Nederland en ook geen nieuwe visa meer te verstrekken aan personen uit Gaza? Zo nee, waarom niet?
Wilt u al deze Palestijnen samen met alle andere Palestijnen die in Nederland verblijven direct naar Jordanië sturen, de enige echte legitieme Palestijnse Staat en het verzet vanuit het Hashemitische Koninkrijk de prullenbak in gooien? Zo nee, waarom niet?
De obstakels bij integratie voor de buitenlandse partners van Nederlanders |
|
Wimar Bolhuis (PvdA) |
|
Thierry Aartsen (VVD) |
|
|
|
|
Deelt u de mening dat Nederlanders die een liefdesrelatie hebben met een niet-EU-inwoner en aan de inkomenseisen voldoen, de mogelijkheid zouden moeten hebben om samen met hun geliefde een leven op te bouwen in Nederland, waarbij de niet-Nederlandse partner zo snel mogelijk zou moeten kunnen inburgeren?
Deelt u de mening dat praktische obstakels die de vlotte inburgering van deze liefdespartners in de weg staan, zo veel mogelijk vermeden en opgeheven moeten worden?
Acht u het wenselijk dat liefdespartners van Nederlanders honderden euro’s kwijt zijn louter en alleen aan de reiskosten om het basisexamen inburgering in het buitenland te kunnen afleggen?
Is het mogelijk om buitenlandse partners van Nederlanders het basisexamen inburgering in het buitenland digitaal van op afstand te laten afleggen wanneer er geen examenfaciliteit in hun stad of dorp beschikbaar is? Zo nee, wat is ervoor nodig om dat wel mogelijk te maken?
Wat is de gemiddelde doorlooptijd van het basisexamen inburgering in het buitenland? En wat is de gemiddelde doorlooptijd van de procedure voor een machtiging tot voorlopig verblijf?
Kan de termijn van acht weken waarover DUO beschikt om de examenuitslag bekend te maken, ingekort worden? Zo ja, met hoeveel weken? Zo nee, wat precies staat een inkorting in de weg?
Hoe verhoudt de lange duurtijd van de combinatie van het basisexamen inburgering in het buitenland plus de procedure voor een machtiging tot voorlopig verblijf zich tot het recht op gezinsleven uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), wanneer aan alle inkomens- en huisvestingseisen wordt voldaan, en wanneer de wachttijd in de praktijk samenvalt met perioden waarin echtgenoten elkaar door visumtellingen niet eens fysiek mogen ontmoeten?
Is het mogelijk bij het inplannen van het basisexamen inburgering in het buitenland al het proces voor een machtiging tot voorlopig verblijf op te starten, zodat deze processen parallel lopen en mensen dus niet onnodig lang hoeven te wachten? Zo nee, wat concreet staat dat in de weg?
Op welke objectieve gronden zijn partners uit Australië, Canada, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland, Vaticaanstad, Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, Zuid-Korea of Zwitserland vrijgesteld van het basisexamen buitenland, terwijl partners uit andere landen deze eis wel krijgen opgelegd? Is dit onderscheid nog te rechtvaardigen?
Overweegt u de vrijstelling van het basisexamen inburgering in het buitenland uit te breiden naar andere landen wanneer het gaat om de liefdespartners van Nederlanders? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Is het kabinet bereid te onderzoeken of inburgering in Nederland zelf, onder begeleiding van de Nederlandse echtgenoot en familie, een gelijkwaardig of beter alternatief kan zijn voor het examen in het buitenland? Zo nee, waarom niet?
Hoe weegt het kabinet de mentale en relationele schade van maandenlange gedwongen scheiding mee in de proportionaliteitstoets? Welke maatregelen zal het kabinet nemen om een vlottere inreis en integratie van liefdespartners van Nederlanders te garanderen om dit soort mentale en relationele schade te voorkomen?
Kunt u iedere vraag afzonderlijk beantwoorden?
Het bericht ‘Ook vrouwen en kinderen moeten nu buiten wachten in Ter Apel, dat steeds meer op een tentenkamp lijkt’ |
|
Robert van Asten (D66) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Kunt u aangeven hoeveel personen de afgelopen weken geen toegang hebben gekregen tot het aanmeldcentrum in Ter Apel en daardoor waren aangewezen op noodopvang buiten of in de directe omgeving? Bent u bereid deze cijfers periodiek met de Kamer te delen zolang de huidige situatie voortduurt?1
Klopt het dat ook (zwangere) vrouwen, kinderen, mensen met een beperking en andere kwetsbare personen nu soms buiten moeten wachten? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de wettelijke zorgplicht van de overheid en de verplichtingen onder de EU-Opvangrichtlijn, die bijzondere bescherming van kwetsbare groepen voorschrijft?
Kunt u bevestigen dat het beleid om kwetsbare personen altijd toegang te verlenen tot het aanmeldcentrum per of rond 12 juni jl. is gewijzigd of opgeschort? Zo ja, wat was hiervan de oorzaak?
In hoeverre hangt de verslechterde toegang voor kwetsbare personen samen met de invoering van het nieuwe proces van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) als gevolg van het Europese migratiepact? Welk specifiek onderdeel van dat nieuwe proces veroorzaakt dit knelpunt en wanneer verwacht u dat dit is opgelost?
Bent u in gesprek met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), Vluchtelingenwerk en het Rode Kruis over het waarborgen van de veiligheid en sfeer rondom het terrein? Zien zij de omstandigheden verslechteren?
Hoe wordt op dit moment, in samenwerking met het Rode Kruis, gewerkt aan een nationaal opschalingsplan waarop kan worden teruggevallen? Op welke termijn kan een dergelijk plan naar de Kamer worden gestuurd?
Welke additionele maatregelen worden verkend om op korte termijn verlichting te bieden aan het aanmeldcentrum in Ter Apel?
Bent u bekend met de uitspraak van misdaadjournalist Paul Vugts in de Parool Misdaadpodcast van 11 juni 2026, waarin hij stelt dat Amsterdamse ambtenaren hem zouden hebben benaderd nadat hij had gepubliceerd over Syrische asielzoekers die verantwoordelijk zouden zijn voor een golf van straatroven in Amsterdam, met de boodschap dat dergelijke berichtgeving «rechts in de kaart» zou spelen?1
Deelt u de mening dat het buitengewoon zorgelijk is wanneer ambtenaren feitelijke journalistieke berichtgeving beoordelen aan de hand van de vraag welke politieke stroming daar mogelijk baat bij zou hebben?
Deelt u de mening dat de waarheidsvinding door journalisten nooit ondergeschikt mag worden gemaakt aan de vraag of feiten «links», «rechts» of enig ander politiek kamp in de kaart spelen?
Acht u het verenigbaar met de persvrijheid wanneer overheidsfunctionarissen journalisten benaderen met de suggestie dat bepaalde feiten beter niet gepubliceerd kunnen worden omdat deze een politiek onwenselijk effect zouden kunnen hebben?
Deelt u de mening dat het kwalificeren van feitelijke berichtgeving als iets wat «rechts in de kaart speelt» een vorm van politieke framing is die niet thuishoort in het contact tussen overheid en journalistiek?
Deelt u de mening dat een overheid die journalisten probeert te bewegen om feiten niet of minder prominent te publiceren uit angst voor electorale of ideologische gevolgen, zich begeeft op een hellend vlak richting politieke beïnvloeding van de pers?
Vindt u het acceptabel dat ambtenaren kennelijk niet primair bezwaar zouden hebben tegen de feitelijke juistheid van berichtgeving, maar tegen de mogelijke politieke interpretatie daarvan?
Deelt u de mening dat de taak van journalisten is om relevante feiten boven tafel te krijgen en te publiceren en niet om bij iedere publicatie af te wegen of die publicatie «rechts in de kaart» zou kunnen spelen?
Bent u bereid uit te spreken dat feiten over criminaliteit, migratie, asiel en openbare veiligheid niet mogen worden verzwegen of afgezwakt omdat de politieke consequenties daarvan bepaalde partijen of stromingen zouden kunnen bevoordelen?
Deelt u de mening dat het bestrijden van «rechtse» politieke duiding nooit een taak kan is van gemeentelijke ambtenaren in hun contact met journalisten?
Bent u bereid bij de gemeente Amsterdam na te vragen of de term «rechts in de kaart spelen», of woorden van gelijke strekking, daadwerkelijk is gebruikt in contact met Paul Vugts of met andere journalisten?
Bent u bereid daarbij ook na te gaan of binnen de gemeente Amsterdam interne richtlijnen, instructies of communicatiestrategieën bestaan waarin wordt gesproken over het voorkomen van berichtgeving die «rechts», «populistisch», «extreemrechts» of andere politieke stromingen in de kaart zou kunnen spelen?
Kunt u uitsluiten dat er binnen de gemeente Amsterdam of andere overheidslagen beleid, instructies of informele werkwijzen bestaan om berichtgeving over asielzoekers, statushouders, migranten of criminaliteit te ontmoedigen wanneer deze politiek ongewenst wordt geacht?
Bent u bereid te onderzoeken of overheidscommunicatieafdelingen journalisten vaker benaderen met politieke argumenten over de mogelijke impact van hun berichtgeving, in plaats van met feitelijke correcties of wederhoor?
Bent u bereid heldere richtlijnen op te stellen of aan te scherpen waarin wordt vastgelegd dat overheidsfunctionarissen journalisten niet mogen aanzetten tot het achterwege laten van berichtgeving op grond van het argument dat deze «rechts in de kaart» zou spelen?
Deelt u de mening dat juist het achterhouden of ontmoedigen van feitelijke berichtgeving over gevoelige onderwerpen het wantrouwen in overheid en media voedt?
Bent u bereid publiekelijk afstand te nemen van iedere vorm van overheidsdruk op journalisten die is gebaseerd op de politieke gevolgen van hun berichtgeving?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
De veroordeling van Syriër Rafiq al-Q |
|
Tom Russcher (FVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het vonnis van de rechtbank Den Haag waarbij de Syriër Rafiq al-Q. is veroordeeld tot 26 jaar gevangenisstraf wegens negentien misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder foltering, mishandeling en verkrachting, gepleegd in dienst van het Assad-regime?1
Hoe heeft het kunnen gebeuren dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in 2021 asiel heeft verleend aan iemand die aantoonbaar betrokken was bij mensenrechtenschendingen?
Welke screening heeft de IND uitgevoerd voorafgaand aan de asielvergunning van Rafiq al-Q.?
Wat zegt het feit dat Al-Q. en zijn gezin zich voordeden als oorlogsvluchtelingen die uiteindelijk niet opgespoord werden door overheidsinstanties maar door andere Syriërs die hem herkenden, over de effectiviteit van het huidige screeningsproces en over de capaciteiten van onze eigen instanties?
Hoeveel asielaanvragen van Syrische onderdanen zijn sinds 2013 ingewilligd zonder systematische toetsing aan internationale opsporingsregisters en databases van oorlogsmisdadigers, zoals die van het Internationaal Strafhof, Interpol of de VN-commissie voor Syrië?
Kunt u een onafhankelijk onderzoek instellen naar de vraag hoe Al-Q. door de asielprocedure is gekomen?
Hoeveel vergelijkbare gevallen zijn er mogelijk, waarbij personen die betrokken waren bij staatsterrorisme, etnische zuivering of andere zware misdrijven in conflictlanden in Nederland verblijven met een geldige asielvergunning?
Wat is er na de aanhouding van Al-Q. in december 2023 gebeurd met zijn asielvergunning, en op welk moment is deze ingetrokken?
Bent u bereid de verblijfsstatus van de gezinsleden van Al-Q., die eveneens in Nederland verblijven op basis van een afgeleide asielvergunning, te heroverwegen?
Hoe gaat u in de toekomst voorkomen dat mensen zoals Rafiq al-Q. ons land in kunnen komen?
Welke lessen trekt u uit deze zaak voor de inrichting van de asielprocedure en welke concrete beleidswijzigingen overweegt u naar aanleiding van deze veroordeling?
Hoeveel kost de gevangenisstraf die Rafiq al-Q. in Nederland zal uitzitten de Nederlandse belastingbetaler, inclusief het proces, bewaking en zorgkosten?
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat buitenlandse oorlogsmisdadigers hun celstraf uitzitten op kosten van de Nederlandse belastingbetaler?
Wanneer haalt uw kabinet de banden aan met Syrië, zodat dit soort criminelen hun celstraf daar kunnen uitzitten, zodat de Nederlandse belastingbetaler niet meer het levensonderhoud hoeft te voorzien van buitenlandse misdadigers en criminelen?
Het bericht ‘Zweden krijgt omstreden wet voor snellere uitzetting overlastgevende migranten’ |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat het Zweedse parlement op maandag 15 juni 2026 heeft ingestemd met de zogenoemde «goed-gedragwet», op grond waarvan autoriteiten verblijfsvergunningen kunnen intrekken wegens wangedrag?1
Bent u het eens met de stelling dat dit een goed en voorbeeldwaardig voorstel is? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat vreemdelingen die zich misdragen, schulden veroorzaken, zwart werken, belasting ontduiken of banden onderhouden met extremistische organisaties hun verblijfsrecht in geen geval mogen behouden? Zo nee, waarom niet?
Kunt u exact uiteenzetten op welke punten deze Zweedse wet verder gaat dan de huidige Nederlandse wet- en regelgeving en daarbij per onderdeel aangeven waarom Nederland op dit punt achterblijft?
Kunt u aangeven waarom landen als België, Duitsland en Zweden veel verdergaande maatregelen kunnen nemen, terwijl de partijleider van het CDA, de heer Bontebal, stelt: «Je kunt niet veel meer doen dan wij als Nederland nu hebben gedaan»?
Kunt u aangeven hoeveel vreemdelingen in Nederland onder een regeling naar Zweeds voorbeeld zouden vallen, uitgesplitst naar lopende vergunningsaanvragen en reeds verleende verblijfsvergunningen?
Indien exacte cijfers ontbreken, kunt u dan een onderbouwde inschatting geven en toelichten waarom deze cijfers niet beschikbaar zijn?
Welke reden heeft u om een vergelijkbaar wetsvoorstel niet op de kortst mogelijke termijn naar de Kamer te sturen?
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Asielzoeker is dure zorgklant; Kosten zijn in vijf jaar tijd ruimschoots verdubbeld: «waarschijnlijk inhaalslag te maken»»?1
Klopt het dat de medische kosten voor asielzoekers en statushouders op COA-locaties zijn gestegen van € 105 miljoen in 2020 naar € 268 miljoen in 2024? Zo nee, wat zijn de juiste cijfers?
Hoe legt u aan Nederlanders die een beroep moeten doen op zorg uit dat zij te maken krijgen met een enorme stapeling van zorgkosten door de bezuinigingen van dit kabinet terwijl asielzoekers geen eigen risico en geen eigen bijdrage hoeven te betalen? Bent u bereid onmiddellijk een asielstop in te voeren zodat er geen zorgkosten meer gemaakt worden voor asielzoekers? Zo nee, waarom niet?
Wat wordt er voor asielzoekers nu aan zorg vergoed zonder dat zij eraan hoeven mee te betalen?
Kunt u de zorguitgaven voor asielzoekers en statushouders uitsplitsen naar huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, tandheelkundige zorg, geneesmiddelen en tolkdiensten? Zo nee, waarom niet?
Waarom weigert het COA inzicht te geven in de verschillende onderdelen van deze zorguitgaven?
Klopt het dat de gemiddelde zorgkosten per asielzoeker circa € 3.900 per jaar bedragen? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot de gemiddelde zorgkosten van Nederlanders in dezelfde leeftijdscategorie?
Hoeveel is in 2024 en 2025 uitgegeven aan tolkdiensten binnen de zorg voor asielzoekers en statushouders?
Hoeveel asielzoekers en statushouders maakten in 2024 gebruik van geestelijke gezondheidszorg en wat waren hiervan de totale kosten?
Welke gevolgen hebben de stijgende zorguitgaven voor asielzoekers en statushouders voor de capaciteit en toegankelijkheid van de Nederlandse gezondheidszorg?
Het bericht 'Medische kosten asielzoekers ruimschoots verdubbeld: ’Door achterstallige zorg kunnen ziektes zijn verergerd' |
|
Hilde Wendel (VVD), Ulysse Ellian (VVD) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Medische kosten asielzoekers ruimschoots verdubbeld: «Door achterstallige zorg kunnen ziektes zijn verergerd»»?1
Herkent u het beeld dat de uitgaven aan medische kosten voor asielzoekers exponentieel groeit?
Kunt u aangeven hoeveel geld er in 2025 is uitgegeven binnen de verschillende zorgposten voor asielzoekers? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot 2024?
Hoe apprecieert u de stelling van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) dat deze informatie niet gedeeld kan worden vanwege de AVG? Waarom zou het niet mogelijk zijn om deze informatie te delen op een manier waarop de bescherming van persoonsgegevens geborgd blijft?
Deelt u het beeld dat de stijging aan kosten minstens voor een deel door fraude wordt veroorzaakt? Zo ja, hoe denkt u dat dit veroorzaakt wordt? Zo nee, waarom niet?
In welke mate schat u dat de toename aan uitgaven hieraan veroorzaakt wordt doordat meer zorg geleverd wordt en in welke mate denkt u dat deze toename veroorzaakt wordt door fraude?
In welke mate komt de stijging aan uitgaven aan zorg voor onverzekerden door asielzoekers?
Neemt u als expliciet doel mee bij de nieuwe regeling om de kosten van deze zorg op hetzelfde of lager niveau te krijgen dan voor andere zorg? Zo ja, hoe bent u dat van plan? Zo nee, waarom niet?
Hoe verhoudt de eigen bijdrage die statushouders met een maandsalaris van € 2.000,– kwijt zijn aan huisvesting, maaltijden, kleding en zorg zich tot de vaste lasten die de gemiddelde Nederlander met zo’n salaris per maand heeft?
Deelt u de mening dat statushouders met dit salaris die verblijven op COA-locaties niet gunstiger af mogen zijn qua vaste lasten dan de gemiddelde Nederlander met hetzelfde salaris?
Gaan kansrijke asielzoekers die als gevolg van de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact binnen drie maanden na het indienen van hun aanvraag in Nederland mogen werken ook een eigen bijdrage betalen? Zo nee, waarom niet?
Het bericht ‘Politie vertelt waarom zo lang is gewacht met tonen video van schokkende aanval in Albert Heijn’ |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de brute mishandeling van een 19-jarige jongen door Syrische terreurgroepen in de Albert Heijn Groningen op 21 januari 2026, waarbij circa tien mannen hem achtervolgden, tegen de grond werkten en bleven schoppen en slaan, ook nadat hij bewusteloos was?1
Waarom heeft de politie de herkenbare beelden van de daders pas na een half jaar vrijgegeven via Opsporing Verzocht, terwijl twee verdachten al vroeg waren aangehouden en de overige daders maandenlang vrij rondliepen?
Deelt u de mening dat deze onacceptabele vertraging de daders de kans heeft gegeven om te vluchten of opnieuw geweld te plegen, en dat een directe publicatie van de beelden veel eerder tot arrestaties had geleid?
Waarom weigert de politie standaard bij geweld direct herkenbare beelden openbaar te maken, in plaats van de privacy van gewelddadige daders boven de veiligheid van burgers en winkelpersoneel te stellen?
Deelt u de mening dat beelden van geweldsincidenten onmiddellijk, het liefst dezelfde dag nog, vrijgegeven moeten worden?
Bent u bereid dit naar de politie te communiceren?
Wat gaat u doen tegen de groep Syriërs die al jaren Groningen en andere steden terroriseert?
Bent u bereid om ongenadig hard op te treden tegen deze mensen, in plaats van de in het verleden opgelegde gebiedsverboden? Zo ja, waar laat u dat uit blijken?
Deelt u de mening dat Syriërs in Syrië horen, helemaal nu, gezien het feit dat Syrië veilig is, en dat zij terug moeten naar hun eigen land in plaats van de veiligheid van Nederlanders te verzieken?
Hoeveel Syriërs heeft u reeds begeleid naar de terugkeervliegtuigen in de eerste 100 dagen van dit kabinet?
Gemeenten die de Spreidingswet moeten uitvoeren |
|
Lisa Westerveld (GL) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Burgemeester van Maassluis steunt voornemen van eigen gemeente om «nul» asielzoekers op te nemen niet en pleit voor solidariteit» en de brief van de burgemeester van Maassluis «Reflectie coalitieakkoord»?1, 2
Ja.
Deelt u de mening van de burgemeester dat ten aanzien van het asielbeleid «het van belang [is] om als gemeenten onderling solidair te zijn. Dat betekent dus gevolg geven aan de spreidingswet»? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja, gemeenten moeten uitvoering geven aan de wet. De actuele situatie in de asielopvang laat eens te meer zien dat het belangrijk is dat gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen om opvang te realiseren en zich solidair tonen met de gemeenten die dit al doen.
Deelt u de mening dat gemeenten uitvoering moeten geven aan de Spreidingswet en dat het voornemen om geen opvangplekken voor asielzoekers te zullen gaan aanbieden in strijd is met het doel van die wet? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja. Gemeenten moeten uitvoering geven aan de Spreidingswet. De wet geeft gemeenten de mogelijkheid om eerst met elkaar in gesprek te gaan aan de provinciale regietafel (PRT) over de precieze invulling van de provinciale opgave. Het is aan gemeenten onderling hoe zij hier invulling aan geven. De wet schrijft voor dat de provinciale opgave sluitend moet zijn. Aan deze tafels deelnemen zonder bereidheid een bijdrage te leveren is wat mij betreft niet aan de orde.
Kent u meer signalen van gemeenten die in nieuwe coalitieakkoorden het voornemen hebben opgenomen om geen opvangplekken voor asielzoekers te zullen gaan aanbieden? Zo ja, hoeveel gemeenten zijn dit en om hoeveel potentieel niet te realiseren opvangplekken gaat het?
Inmiddels hebben meerdere soortgelijke signalen ook mij bereikt. Ik ga echter niet in op de specifieke casuïstiek. Als gemeenten niet voldoen aan hun wettelijke taak, is het rijksbrede kader van interbestuurlijk toezicht van toepassing en zullen gemeenten hierop worden aangesproken. Het ministerie is al in gesprek met een aantal van de gemeenten die niet voldoen aan hun wettelijke taak.
Deelt u de mening dat het voor het lokale draagvlak ten aanzien van het opnemen van asielzoekers uiteindelijk beter is als gemeenten het aan de provinciale regietafels onderling eens worden over de verdeling van provinciale opvangopgaven in plaats van dat u die moet vaststellen of aanvullen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja, deze mening deel ik. De wet geeft expliciet de mogelijkheid dat gemeenten met elkaar in gesprek gaan over hun opgaven. Deze afspraken landen in een provinciaal verslag, dat de CvdK als voorzitter van de PRT bij mij indient. Als het provinciale totaal sluitend is, zal ik het provinciale verslag overnemen in het verdeelbesluit. Lokaal bestuur heeft meer inzicht in de lokale context en weet welke opvangmogelijkheden daarbinnen mogelijk zijn. Ik raad de PRT’s dan ook aan om te komen tot een sluitend provinciaal verslag, zodat zij zelf de regie behouden.
Wat doet u om lokale bestuurders ten aanzien van het uitvoeren van de Spreidingswet te ondersteunen?
Ik breng momenteel een bezoek aan alle PRT’s, waarbij ik ook in gesprek ga met bestuurders over de invulling van de opgave. Daarnaast zijn er vanuit de Spreidingswet verschillende bonusregelingen, waarop gemeenten aanspraak kunnen maken. Ook is het goed te benoemen dat de VNG een ondersteuningsteam heeft opgericht, om gemeenten die een nieuwe opvanglocatie openen te ondersteunen.
De financiële onzekerheid van Iraanse studenten in Nederland |
|
Fatihya Abdi (PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA), Letschert |
|
|
|
|
Kent u het bericht dat Iraanse studenten in Nederland op dit moment in betalingsproblemen komen en mogelijk moeten terugkeren naar Iran als zij, bijvoorbeeld, hun collegegeld niet kunnen betalen? Zo ja, klopt dit bericht?1
Ja, ik ken het bericht. Ik heb signalen ontvangen dat een deel van de Iraanse studenten in Nederland moeite heeft om zich op hun studie te kunnen concentreren door de heftige thuissituatie. In bepaalde gevallen komen daar ook nog eens financiële problemen bij, zoals geen toegang hebben tot je bankrekening.
Wat is precies bekend over de omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven? Zijn u coulanceregelingen bekend voor het treffen van een betalingsregeling als Iraanse studenten in financiële problemen geraken? Zo ja, welke onderwijsinstellingen bieden financiële ondersteuning en waaruit bestaan deze regelingen precies voor wat betreft ondersteuning bij de kosten voor levensonderhoud, studiekosten en dergelijke?
De omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven kunnen per student verschillen. In het algemeen geldt dat Iraanse studenten in Nederland verblijven op basis van een studievisum voor studenten en dat ze zijn ingeschreven bij een hogeschool of universiteit. Net als andere internationale studenten van buiten de Europese Economische Ruimte komen studenten uit Iran niet in aanmerking voor het wettelijke collegegeld of studiefinanciering. Op basis van hun studievisum mogen Iraanse studenten het hele jaar door tot maximaal 16 uur per week werken in loondienst of in plaats daarvan voltijdswerken in de maanden juni, juli en augustus. Hun werkgever moet dan een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Internationale studenten kunnen ook werken als zzp’er.
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) biedt ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de specifieke situatie van een student. Ik zie dat instellingen hier ook gebruik van maken. Zo ondersteunen instellingen deze studenten bijvoorbeeld via het treffen van betalingsregelingen, het opstellen van een noodfonds, het tijdelijk opheffen van herinschrijfblokkades, (mentale) begeleiding via studentpsychologen, studentendecanen en social workers voor internationale studenten en het organiseren van bijeenkomsten voor studenten en medewerkers om samen te komen en elkaar te ondersteunen.
Ik heb geen centraal overzicht van welke onderwijsinstellingen financiële ondersteuning bieden en waaruit die getroffen regelingen precies bestaan. De koepelorganisaties VH en UNL beschikken hier ook niet over. De wijze van ondersteuning kan per student verschillen. Instellingen kunnen samen met de student nagaan welke beschikbare oplossing het best past bij de specifieke situatie van de student.
Klopt het dat bij het niet voldoen van het collegegeld automatische uitschrijving bij de onderwijsinstelling volgt en dat dan ook het verblijfsrecht in Nederland vervalt? Zijn u gevallen bekend waarin Iraanse studenten door financiële problematiek hun verblijfsrecht in Nederland dreigen te verliezen? Zo ja, om hoeveel studenten gaat het hier?
Volgens de WHW is betaling van het collegegeld een voorwaarde voor een geldige inschrijving als student. Bij de inschrijving van een student aan een hogeschool of universiteit wordt gevraagd om aan te tonen dat het collegegeld betaald is of zal worden (artikel 7.37 WHW). De afspraken over betaaldata, termijnen en eventuele mogelijkheden voor uitstel van betaling zijn niet wettelijk vastgelegd. Hier kan een instelling zelf afspraken over maken. Instellingen spannen zich waar mogelijk in, zodat studenten ingeschreven blijven staan. Er is geen sprake van een automatische uitschrijving als een student het collegegeld niet heeft voldaan. Wel regelt de WHW dat een instellingsbestuur de inschrijving mag beëindigen indien een student het collegegeld na aanmaning niet heeft voldaan (artikel 7.42 tweede lid WHW).
Wanneer een onderwijsinstelling een student van buiten de EER uitschrijft, voldoet de student niet meer aan het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning voor studie is afgegeven en wordt deze verblijfsvergunning ingetrokken. De EU-richtlijn 2016/801 inzake voorwaarden voor de toelating en het verblijf van onder meer studenten van buiten de EU schrijft dit ook voor (artikel 21, eerste lid, onder a). Wel dient een lidstaat in elk besluit tot intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd (artikel 21, zevende lid). Voordat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken of niet wordt verlengd, beoordeelt de IND per geval of er individuele redenen zijn om van intrekking c.q. niet-verlenging af te zien.
Naast een geldige inschrijving bij een onderwijsinstelling dienen studenten gedurende hun verblijf over voldoende middelen van bestaan te beschikken. Bij de IND zijn signalen bekend dat het voor Iraanse studenten die afhankelijk zijn van sponsorgelden uit het land van herkomst op dit moment lastig is om aan dit middelenvereiste te blijven voldoen. Om hoeveel studenten het gaat is niet bekend.
Intrekking van de verblijfsvergunning voor studie betekent het verval van het verblijfsrecht, tenzij de desbetreffende voormalige student op grond van een andere toelatingsgrond dan studie in aanmerking komt voor verblijf in Nederland.
Bent u bereid om te onderzoeken hoe Iraanse studenten in Nederland financieel kunnen worden ondersteund bij de studiekosten en kosten van het levensonderhoud? Zo nee, waarom niet?
Vooralsnog worden er geen aanvullende algemene maatregelen voor studenten en onderwijsinstellingen overwogen. Wel ben ik met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ik ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Binnen de WHW is ruimte opgenomen voor onderwijsinstellingen om maatwerk te bieden en studenten financieel te ondersteunen, zodat rekening gehouden kan worden met de specifieke omstandigheden van een getroffen student.
Er zijn bijvoorbeeld instellingen die een noodfonds hebben ingesteld, betalingsregelingen hebben getroffen met studenten wanneer zij het collegegeld niet kunnen betalen en herinschrijfblokkades tijdelijk hebben opgeheven. Ook kunnen instellingen het instellingscollegegeldtarief voor bepaalde groepen studenten verlagen tot minimaal het wettelijk collegegeldtarief. Het is aan de instelling zelf om te bepalen of zij van deze mogelijkheid gebruik maken.
Bent u bereid om met onderwijsinstellingen in gesprek te gaan om te voorkomen dat betalingsproblemen leiden tot uitschrijving bij de betreffende onderwijsinstelling? Zo nee, waarom niet?
Hogescholen en universiteiten spannen zich waar mogelijk in om te voorkomen dat betalingsproblemen van Iraanse studenten leiden tot uitschrijving en zij hun verblijfsvergunning verliezen. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Ik ben met onderwijsinstellingen in gesprek over de situatie van Iraanse studenten in Nederland en de problemen die een deel van de Iraanse studenten in Nederland ervaren gaan ons aan het hart. Ik vraag instellingen om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden. Ik zie dat instellingen dit ook doen.
Bent u bereid om bij deze groep Iraanse studenten in Nederland af te zien van het intrekken van studievisa? Zo nee, waarom niet?
Indien een vreemdeling niet meer voldoet aan het verblijfsdoel waarvoor zijn verblijfsvergunning is afgegeven, wordt deze vergunning in beginsel ingetrokken. Op grond van de in antwoord 3 genoemde EU-richtlijn is een categorale regeling voor Iraanse studenten, zoals voorgesteld in de vraag, niet mogelijk.
Bent u bereid om samen met onderwijsinstellingen te bezien hoe onder de huidige omstandigheden materiële en mentale steun aan de groep Iraanse studenten in Nederland geboden kan worden? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2 en 4 biedt de WHW ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om studenten zo goed mogelijk te ondersteunen. Veel instellingen maken daar ook gebruik van.
Zo zijn er instellingen die bijeenkomsten organiseren om Iraanse studenten een hart onder de riem te steken, zoals ook aangehaald wordt in het bericht uit
vraag 1, of die extra inzetten op begeleiding. Daarnaast zijn hogescholen en universiteiten verplicht om bij het hanteren van een bindend studieadvies rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de student. En kunnen studenten zich wenden tot een examencommissie, studieadviseur of de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO), die bekijkt of en in welke mate er sprake is van studievertraging en hoe hiermee om te gaan.
Ik ben met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Bent u bereid om, met het oog op de naderende deadline voor de inschrijving aan onderwijsinstellingen, deze schriftelijke vragen zo snel als mogelijk te beantwoorden?
Ja.
Het artikel ‘Te druk in opvang Ter Apel: kwetsbaren krijgen voorrang’ |
|
Jurgen Nobel (VVD) |
|
Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Te druk in opvang Ter Apel: kwetsbaren krijgen voorrang»?1
Ja.
Deelt u de opvatting dat de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen in verschillende gemeenten knelt en daarom moet worden afgeschaft zodra er voldoende huisvesting voor statushouders is?
Ik zie dat de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen inderdaad steeds meer knelt, omdat andere woningzoekenden te lang op een wachtlijst staan. Tegelijkertijd is het belangrijk dat statushouders doorstromen uit de asielopvang zodat de opvang wordt ontlast en statushouders kunnen beginnen met integreren, hun leven kunnen gaan opbouwen en bijdragen aan de samenleving. Om daarvoor te zorgen is het van groot belang om aanvullende vormen van huisvesting sneller te realiseren waarin verschillende groepen een start kunnen maken op de woningmarkt. Denk bij deze aanvullende huisvestingvormen aan de inzet van flexwoningen, transformatie en woningdelen.
In het coalitieakkoord is afgesproken dat, zolang er onvoldoende aanvullende huisvesting beschikbaar is, gemeenten ruimte houden om lokaal invulling te geven aan hun taakstelling om statushouders te huisvesten. Tegelijkertijd werk ik aan een uitvoerbaar wetsvoorstel waarmee de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen op termijn wettelijk niet meer mogelijk is, zodra er voldoende aanvullende huisvestingsmogelijkheden beschikbaar zijn.
Deelt u de opvatting dat het uitblijven van voldoende doorstroomlocaties, die ook kunnen worden ingezet voor Oekraïense ontheemden en andere mensen die met spoed behoefte hebben aan tijdelijke huisvesting, direct bijdraagt aan de overbelasting van asielzoekerscentra?
Eén van de oorzaken van de druk op het aanmeldcentrum in Ter Apel is dat gemeenten achterlopen op hun wettelijke taakstelling om statushouders te huisvesten. Hierdoor blijven opvangplekken bezet en ontstaat er extra druk op het asielopvangsysteem. Daarnaast is uitstroom uit de opvang belangrijk omdat statushouders dan ook kunnen starten met hun inburgering en participatie.
Hoeveel doorstroomplekken zijn er in 2026 gerealiseerd? En hoeveel plekken verwacht u voor het zomerreces nog te realiseren?
In totaal zijn er 48 doorstroomlocaties operationeel met 1853 plekken. Hiervan zijn er 557 plekken gerealiseerd in 2026. Voor het zomerreces worden er naar verwachting nog 263 extra plekken gerealiseerd. Ik verwacht dat het aantal aanvragen na het reces verder zal toenemen, omdat gemeenten vanaf 1 juli 2026 de doelgroep flexibele regeling (DFR) kunnen aanvragen.
Deelt u de mening dat het oneerlijk is dat onder andere jongeren momenteel te lang op een sociale huurwoning moeten wachten mede doordat statushouders voorrang krijgen op een sociale huurwoning?
Het is niet behulpzaam om groepen woningzoekenden tegenover elkaar te zetten. De inzet is van dit kabinet is erop gericht om het woningaanbod voor iedereen te vergroten en aanvullende huisvestingsmogelijkheden te realiseren voor een brede doelgroep, zodat de druk op de sociale huurmarkt voor alle woningzoekenden, waaronder jongeren, afneemt.
Deelt u de zorgen dat volgens de Algemene Rekenkamer slechts 17.665 van de begrote 60.000 flexwoningen de afgelopen vier jaar zijn gerealiseerd?
In mijn reactie op het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer over het beleid rond flexwoningen heb ik uitgelegd hoe de ambitieuze doelstelling van 15.000 flexwoningen per jaar is ontstaan. Die ambitie kwam voort uit een motie van de Tweede Kamer, de grote druk op de woningmarkt en de oorlog in Oekraïne, waardoor veel ontheemden naar Nederland kwamen. Samen zorgde dat in 2022 voor een flinke versnelling in de ontwikkeling van flexwoningen.
Met die urgentie is er toen veel in gang gezet om flexwoningen echt een volwaardig onderdeel van de woningmarkt te maken. Ik heb ook aangegeven dat ik me hier volop voor wil blijven inzetten. Tegelijkertijd zien we inmiddels dat een realistischer aantal rond de 5.000 flexwoningen per jaar ligt. Dat beeld komt naar voren uit de toenemende aanvragen voor de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) en positieve signalen uit de markt. Dit aantal sluit ook beter aan bij wat er de afgelopen vier jaar daadwerkelijk is gerealiseerd: 17.665 flexwoningen.
Welke concrete acties onderneemt u op dit moment om de bouw en ingebruikname van sobere doorstroomlocaties aanzienlijk te versnellen?
Het Rijk ondersteunt gemeenten op verschillende manieren bij het realiseren van (tijdelijke) huisvesting en doorstroomlocaties. Zo zijn er financiële regelingen zoals de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) en op korte termijn de doelgroepflexibele regeling (DFR). De SFT ondersteunt onder meer de realisatie van verplaatsbare woningen, transformatiewoningen en het splitsen van bestaande woningen. De DFR, die per 1 juli 2026 in werking treedt, voorziet in meerjarige financiering voor gemeenten voor de opvang en tijdelijke huisvesting van asielzoekers, statushouders en ontheemden.
Daarnaast werk ik op dit moment intensief samen met de VNG, Aedes en het IPO om te komen tot bestuurlijke afspraken over de versnelling en opschaling van aanvullende huisvesting voor een brede doelgroep. Uw Kamer wordt vóór de zomer geïnformeerd over de voortgang.
Kunt u aangeven hoe u invulling heeft gegeven aan de motie Nobel/Flach (Kamerstuk 36 881, nr. 9) over onderzoeken hoe gemeenten die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de realisatie van alternatieve huisvesting zodat de voorrang statushouders kan worden afgeschaft, kunnen worden beloond?
Ik ben voornemens om gemeenten die vooruitlopend op bestuurlijke afspraken al aan de slag zijn gegaan met realisatie van aanvullende huisvesting, op verschillende manieren te ondersteunen. In mijn brief die ik vóór de zomer naar de Kamer stuur, informeer ik u hierover.
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Ja.
De oproep tot geweld tegen Palestijnse vluchtelingen door Gidi Markuszower |
|
Esther Ouwehand (PvdD) |
|
Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de uitspraken van Gidi Markuszower, fractievoorzitter van de Groep Markuszower, die in een interview met Left Laser onder meer heeft gezegd: «De Nederlandse overheid moet ze [Palestijnse vluchtelingen] met geweld – misschien met nog meer geweld dan waar ze vandaan zijn gekomen – met geweld tegenhouden», «Die mensen moet je met geweld – echt met geweld, desnoods maximaal geweld – die moet je tegenhouden», «Israël heeft nog nooit wat ergs gedaan» en «Het Israëlische leger is het meest morele leger ter wereld»?
Ja.
Heeft u gezien dat dhr. Markuszower een paar dagen later hierover bij een interview op Radio 1 heeft bevestigd dat «de inhoud staat»?1
Ja.
Hoe beoordeelt u deze uitspraken?
De Minister-President gaat in de Kamer in debat met Kamerleden en reageert niet op individuele uitspraken van Kamerleden, gedaan in de pers. Maar laat helder zijn dat Nederland nooit geweld zal gebruiken tegen mensen die op de vlucht zijn en een veilige haven zoeken. Elke oproep daartoe is verwerpelijk en gaat alle perken te buiten.
Waarom heeft u geweigerd deze uitspraken ondubbelzinnig te veroordelen in uw reactie op 15 mei jl.?2 Vindt u dit verstandig in tijden waarin gewelddadig extreemrechts duidelijk groeit en Palestijnen structureel worden gedehumaniseerd?
Zie het antwoord op vraag 3.
Bent u alsnog bereid te normeren en te begrenzen en deze uitspraken van dhr. Markuszower ondubbelzinnig te veroordelen?
Zie het antwoord op vraag 3.
Vindt u dat uw kabinet kan samenwerken met een fractie waarvan de leider dit gedachtegoed aanhangt en dit soort uitspraken doet? Bent u nog steeds van mening dat een samenwerking met de Groep Markuszower kansen biedt, zoals u in januari 2026 hebt aangegeven?
Het kabinet is aan de slag op basis van het coalitieakkoord, en zal daarbij altijd streven naar zo breed mogelijke steun binnen de Tweede Kamer. Laat echter helder zijn dat het kabinet nooit zal meegaan in oproepen tot geweld tegen mensen die op de vlucht zijn. Het kabinet zal altijd in de meest stellige bewoordingen afstand nemen van opvattingen die strijdig zijn met de democratisch-rechtsstatelijke waarden.
Dergelijke uitingen – zeker wanneer daar niet eenduidig van teruggekomen wordt of wanneer herhaaldelijk gedaan – maken het moeilijker om tot een constructieve samenwerking te komen.
Kunt u deze vragen één voor één en uiterlijk voor dinsdag 19 mei om 10.00 uur in de ochtend beantwoorden?
Ja.
Bent u bekend met het bericht dat inwoners van Loosdrecht zich door de komst van een asielzoekerscentrum (azc) voor alleenstaande mannelijke asielzoekers diep verdeeld voelen en als racisten worden weggezet?1
Ja.
Heeft u begrip voor de terechte woede en veiligheidszorgen van inwoners, met name vrouwen en gezinnen, over de komst van 70 alleenstaande mannelijke vreemdelingen op een locatie waar kinderen spelen en langsfietsen? Zo ja, waaruit blijkt dat concreet, of laat u hen totaal aan hun lot over?
Ik heb begrip voor de zorgen en gevoelens die inwoners van de gemeente Wijdemeren hebben over de komst van de noodopvanglocatie in Loosdrecht. Het is belangrijk dat inwoners deze zorgen ook kunnen uiten en worden gehoord. Daarom vinden er voorafgaand aan de opening van een locatie inspraakavonden plaats in de betreffende gemeenten en worden er maatregelen getroffen op het gebied van veiligheid, zoals dat altijd gebeurt alvorens nieuwe locaties opengaan. Dit heeft ook plaatsgevonden in Loosdrecht. Uitingen van geweld zijn op geen enkele manier acceptabel.
Klopt het dat bewoners pas enkele dagen van tevoren zijn geïnformeerd over het azc in het voormalige gemeentehuis, zonder veiligheidsplan en zonder enige inspraak?
Het is juist dat de omwonenden enkele dagen van tevoren zijn geïnformeerd. Er hebben inloopavonden plaatsgevonden waarbij de opbrengst van de inloopavonden is gebruikt om het veiligheidsplan verder vorm te geven. Het klopt dan ook niet dat er geen veiligheidsplan voorhanden was. Ook na de inloopavonden zijn er op diverse moment gesprekken gevoerd met omwonenden.
Is dit de toekomstige blauwdruk van uw asielbeleid: de zelf veroorzaakte asielcrisis afwentelen op kleine Nederlandse dorpen als Loosdrecht omdat u weigert de instroom te stoppen?
Ik herken het geschetste beeld over het soort asielbeleid dat het kabinet nastreeft niet. Het kabinet zet zich op verschillende manieren in om de instroom te beperken. Zo wordt uitvoering gegeven aan de Wet Tweestatusstelsel zoals deze is aangenomen in de Eerste Kamer. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan het Europese Migratiepact dat op 12 juni in werking is getreden. Hierin zijn verschillende instroombeperkende maatregelen opgenomen die de instroom van asielzoekers naar Nederland moet verminderen. Daarnaast wordt ook de Spreidingswet in stand gehouden en wordt het interbestuurlijk toezicht uitgevoerd. Van gemeente wordt verwacht dat zij opvang realiseren.
Wat vindt u ervan dat in Loosdrecht op 18 maart 2026 geen gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden, er dus geen democratisch mandaat ligt en onder leiding van een waarnemend VVD-burgemeester desondanks een azc wordt doorgedrukt tegen de wil van een groot deel van de inwoners?
Ik neem afstand van de wijze waarop u de burgemeester van Wijdemeren kwalificeert. Deze burgemeester heeft samen met het college van burgemeester en wethouders en met steun van de gemeenteraad invulling gegeven aan mijn verzoek om voor het acute tekort aan opvangplekken opvangplekken te realiseren. Ik ben de gemeente Wijdemeren daar zeer erkentelijk voor.
Mede op grond van de Wet algemene regels herindeling blijven de gemeenteraadsleden en het college van Wijdemeren volledig in functie tot de officiële fusiedatum met de gemeente Hilversum op 1 januari 2027. Tot 1 januari 2027 beschikt het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren derhalve over een volwaardig democratisch mandaat op basis van de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022. Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren heeft op basis van de wettelijke taken en bevoegdheden het besluit inzake de opvang van asielzoekers genomen en heeft daarover democratische verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad.
Bent u bekend met de uitspraken van de waarnemend burgemeester, ter rechtvaardiging van zijn besluit, dat «er een crisis is» en dat «als we niet uitkijken, er weer mensen op het gras in Ter Apel of in sporthallen moeten slapen»?
Ik ben bekend met deze uitspraken. Op dit moment is de situatie in de asielopvang, dat het COA heeft moeten overgaan tot gecontroleerde toegang in Ter Apel. Op dit moment wachten mensen op het gras in Ter Apel tot er een opvangplek bij het COA beschikbaar is. Voor de korte termijn is er echter met spoed noodopvang nodig. Gemeenten die dit afgelopen periode hebben gerealiseerd ben ik dankbaar gezien de nijpende situatie.
Vindt u dat de belangen van alleenstaande mannelijke asielzoekers zwaarder wegen dan de veiligheid, rust en leefbaarheid van Nederlandse vrouwen, kinderen en gezinnen in Loosdrecht?
Ik hecht belang aan zowel de veiligheid en leefbaarheid van de inwoners van Loosdrecht als de veilige en leefbare opvang van asielzoekers. Dat dit een tegenstelling zou zijn, herken ik niet.
Bent u het eens met de stelling dat hieruit blijkt dat er sprake is van systematische benadeling van Nederlanders en bevoordeling van vreemdelingen?
Nee.
Heeft u de beelden gezien van het politieoptreden tegen demonstrerende inwoners?
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat optreden tegen gewelddadige demonstranten noodzakelijk is, maar dat bruut politieoptreden tegen vreedzame, onschuldige inwoners met terechte zorgen niet bij onze rechtsstaat past? Zo nee, waarom niet?
Demonstreren is een grondrecht. Intimidatie of bedreiging van lokaal bestuur of gezag en vernieling is nooit acceptabel. Hier spreek ik me met klem tegen uit en als kabinet staan we vierkant achter lokaal bestuur en politie als zij optreden tegen intimidatie, geweld en vernieling.
Hoe verklaart u de dubbele maat waarbij honderden klimaatactivisten de A12 mogen blokkeren, door de politie worden begeleid en zonder enige straf wegkomen, terwijl demonstraties van bezorgde burgers in Loosdrecht worden neergeslagen en zij binnen enkele dagen worden veroordeeld?
Demonstreren is een grondrecht, maar dient te gebeuren binnen de grenzen van de wet. Wanneer er sprake is van geweld, intimidatie en bedreigingen dan wel andere overtredingen van de wet wordt er lokaal ingegrepen. Op dat moment wordt door het lokaal gezag bepaald wat de passende manier van handelen is. De inhoud van de boodschap speelt hierbij geen rol.
Bent u bereid de burgemeester tot de orde te roepen wegens het disproportionele politiegeweld, zelf in te grijpen en een streep te zetten door het azc? Zo nee, waarom niet?
De burgemeester heeft het gezag over de politie bij de inzet voor het handhaven van de openbare orde. De burgemeester legt verantwoording af aan de gemeenteraad over de uitoefening van zijn gezag. Ik treed hier niet in. Als kabinet steunen wij het lokale bestuur.
Ten aanzien van de stelling dat er disproportioneel geweld door de politie is gebruikt willen wij opmerken dat de ongeregeldheden in Loosdrecht werden gekenmerkt door geweld tégen de politie. Dat is onacceptabel. Daarnaast merk ik op dat de politie geweld als uiterste redmiddel gebruikt en dat gebruik van geweld door de politie altijd wordt getoetst.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden, doch ten minste ruim vóór de geplande komst van het azc?
Ik heb deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoord.
Het bericht 'Legal advisers help migrants pose as gay to get asylum, undercover BBC investigation finds' |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Legal advisers help migrants pose as gay to get asylum, undercover BBC investigation finds»?1
Ja.
Zijn er in Nederland signalen dat adviseurs, tussenpersonen of organisaties asielzoekers helpen bij het construeren van valse verklaringen of bewijsstukken op grond van seksuele gerichtheid? Acht u het risico reëel dat dit ook in Nederland voorkomt?
Het is niet uit te sluiten dat vreemdelingen ook in Nederland hulp krijgen bij het construeren van een asielrelaas op grond van seksuele gerichtheid. Daarbij zijn verschillende varianten denkbaar en deze vorm van fraude is lastig te onderkennen. Op dit moment zijn echter geen concrete signalen dat adviseurs, tussenpersonen of organisaties asielzoekers helpen bij het opstellen van valse verklaringen of bewijsstukken.
Komt het in Nederland voor dat de aanvraag van asielzoekers wordt ingewilligd omdat zij claimen te behoren tot een (vervolgde) lhbtiq+-gemeenschap, om vervolgens na inwilliging een heteroseksuele partner over te laten komen? Zo ja, hoe vaak kwam dit voor in 2025 en 2024?
Vooropgesteld: een asielzoeker hoort geen verblijfstitel te verkrijgen door
valse verklaringen af te leggen over de seksuele gerichtheid. Dit is misleiding van de autoriteiten en mag niet worden beloond. Waar mogelijk zal in zulke gevallen de verleende verblijfsvergunning worden ingetrokken.
De IND registreert momenteel asielmotieven niet op gestructureerde, telbare wijze en daarmee kan niet worden bepaald hoeveel vreemdelingen een vergunning asiel hebben verkregen op basis van de seksuele gerichtheid. De seksuele gerichtheid van vreemdelingen wordt ook niet op gestructureerde wijze in de systemen geregistreerd.
Wordt binnen de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) of andere ketenpartners bijgehouden of sprake is van patronen van gecoachte verklaringen, laat opgeworpen asielmotieven of opgebouwd steunbewijs bij dit type aanvragen? Zo nee, waarom niet?
De IND is alert op fraude. Daarvoor is een informatieknooppunt2 ingericht waar signalen van buitenaf maar ook door IND medewerkers zelf kunnen worden doorgegeven. Hier worden deze signalen verzameld, geregistreerd en wordt de informatie waar mogelijk verrijkt. Vervolgens wordt beoordeeld of dit aanleiding geeft om verder onderzoek te doen en/of kenbaar binnen de organisatie te delen zodat ook medewerkers hierop kunnen acteren.
De IND houdt niet bij hoe vaak specifiek gecoachte verklaringen, laat opgeworpen asielmotieven of opgebouwd steunbewijs zijn aangevoerd in aanvragen waarin LHBTIQ+ is aangevoerd als motief. De IND onderkent dat fraudesignalen rond dit motief kunnen binnenkomen en is hier zeer alert op. Indien deze signalen reden genoeg vormen om daarop te handelen, zal de IND dat doen. De mogelijkheden daarvoor zijn het doen van aangifte, het betrekken van de signalen (en dus mogelijk valse of fraudeleuze stukken) bij de beoordeling (afwijzing) van de aanvraag en/of het opnieuw beoordelen van een reeds verleende vergunning.
Wat gebeurt er als na inwilliging blijkt dat een asielzoeker heeft gelogen over zijn geaardheid om meer kans te krijgen op een verblijfsstatus? Hoe vaak werd dit in 2025 en in 2024 geconstateerd?
Wanneer de IND na inwilliging van de asielaanvraag een fraudesignaal ontvangt zal hier verder onderzoek naar gedaan worden en kan dit leiden tot een mogelijke intrekking van de verblijfsvergunning.
Om tot een intrekking over te kunnen gaan dient de IND aan te tonen dat er sprake is van een intrekkingsgrond. De bewijslast rust op de IND wat betekent dat de IND zal moeten bewijzen dat er zowel nu als destijds sprake is geweest van een onterecht beroep op asielbescherming. Het toetsingskader ten behoeve van een intrekking is daarmee complex.
Zoals toegelicht in antwoord op vraag 3, wordt de (seksuele) gerichtheid niet gestructureerd geregistreerd.
Hoe wordt in de Nederlandse implementatie van het EU Asiel- en Migratiepact geborgd dat screening, identificatie en registratie beter helpen om dit soort misbruik vroegtijdig te herkennen?
Met invoering van het Migratiepact wordt de screening van vreemdelingen die in Ter Apel asiel aanvragen bij de IND ondergebracht. Tijdens de screening wordt ook informatie opgehaald ter voorbereiding van de behandeling van de asielaanvraag. Met deze informatie worden direct alle relevante onderzoeken gestart. Vervolgens vindt zo snel mogelijk het gehoor plaats. Het streven is dat dit binnen twee maanden plaatsvindt. Hierdoor heeft de IND snel alle informatie om de asielaanvraag te beoordelen maar ook om signalen van fraude te herkennen.
Bent u bereid in kaart te brengen of binnen de implementatie van het Pact aanvullende maatregelen nodig zijn om misbruik van asielgronden tegen te gaan, zonder afbreuk te doen aan de bescherming van daadwerkelijk vervolgde lhbtiq+-personen?
Zoals reeds aangegeven, is er reeds een systeem ingericht om fraude te signaleren en tijdig op signalen van fraude te acteren. Dit systeem blijft onverminderd van kracht, zowel voor asielzaken (waar het Pact op van toepassing is), als ook reguliere en nareiszaken. Voor nu zie ik geen aanleiding om hierop nog aanvullende maatregelen in kaart te brengen.
De gedane toezegging bij het plenair debat over 4 jaar oorlog in Oekraïne |
|
Chris Stoffer (SGP), Fatihya Abdi (PvdA) |
|
Letschert , Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Herinnert u zich uw toezegging uit het plenair debat over 4 jaar oorlog in Oekraïne van 24 maart 2026, om de Kamer te informeren over het langetermijnbeleid richting de Oekraïense studenten die zich vóór 1 mei a.s. moeten inschrijven bij een studie en geen recht hebben om alleen het wettelijk collegegeld te betalen?
Bij het debat over 4 jaar oorlog in Oekraïne heeft de Minister-President toegezegd voor het komend collegejaar nog één keer te kijken naar de mogelijkheden om Oekraïense studenten tegen het wettelijk collegegeld toegang te geven tot het hoger onderwijs, in lijn met het verzoek van het lid Stoffer mede namens het lid Abdi.
Ik wil allereerst benadrukken dat ik goed begrijp dat Oekraïense ontheemden graag duidelijkheid willen hebben. De omstandigheden die hen naar Nederland hebben gebracht zijn vreselijk, en ik begrijp dat zij zorgen hebben over hun toekomst.
We zijn op dit moment bezig om de mogelijkheden te bekijken voor Oekraïense studenten die willen studeren in het collegejaar 2026–2027. Daarbij zijn wij ervan bewust dat de inschrijvingsdatum van 1 mei a.s. nadert. Tegelijkertijd willen wij ook geen onjuiste verwachtingen wekken bij een kwetsbare doelgroep.
Om hoeveel studenten gaat het hierbij en welk bedrag zou voor dit studiejaar gemoeid zijn om voor dit aantal Oekraïense studenten het lagere wettelijk collegegeld te berekenen? En hoe staat het met de regeling voor de studiejaren hierna?
Zoals met uw Kamer gedeeld in de brief Appreciaties van amendementen op de OCW-begroting (VIII) van 20 maart jl. (kenmerk: Kamerstukken II 2025/2026, 36 800 VII, nr. 136) gaat het om een geraamd aantal van 9.908 ontheemden uit Oekraïne die mogelijk in aanmerking zouden komen voor hbo- en wo-onderwijs in collegejaar 2026–2027. De verwachting is dat deze groep, als het wettelijk verlaagd collegegeld gaat gelden, de komende jaren gaat studeren – al is niet op voorhand te zeggen welk deel van de groep dat komend jaar al zou doen. Voor die gehele groep zou € 100.253.100 exclusief uitvoeringskosten nodig zijn.
Ik begrijp de wens van uw Kamer om iets te willen betekenen voor deze doelgroep en zie ook zeker de urgentie daarvan. Tegelijkertijd is het ook zo dat het inperken van deze doelgroep, bijvoorbeeld via het door u gevraagde maatwerk voor scholieren die komend jaar hun diploma halen en verder willen in een hbo- of wo-opleiding, kan leiden tot een juridisch onhoudbare ongelijke behandeling ten opzichte van andere Oekraïense ontheemden die ook zouden kunnen en willen studeren. Binnen deze kaders span ik mij in om een oplossing te vinden.
Kunt u, met het oog op de beperkte periode waarbinnen Oekraïense studenten moeten beslissen om zich al dan niet in te schrijven aan een Nederlandse onderwijsinstelling, de Kamer voorafgaand aan het commissiedebat Hoger onderwijs, studiefinanciering en DUO van woensdag 8 april a.s. informeren over het bedoelde langetermijnbeleid? Zo nee, waarom niet?
Wat het langetermijnbeleid betreft waar in de vraag aan gerefereerd wordt, is het kabinet voornemens om u bij Miljoenennota nader te informeren over de rechten, plichten en voorzieningen voor ontheemden uit Oekraïne vanaf maart 2027 en daarmee dus ook over de mogelijke introductie van het wettelijke collegegeld vanaf 1 september 2027. Dit onderwerp staat hoog op de agenda van de ministeriële Taskforce Asiel en Migratie. Hier wordt nader richting gegeven voor de verdere uitwerking van het ingezette beleid.
Het tegen de afspraken in openhouden van de asielopvang in Hardenberg door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het besluit van het COA om het asielzoekerscentrum (azc) in Hardenberg en de noodopvanglocatie in Loozen voorlopig alsnog open te houden, ondanks de al jaren geldende afspraak dat deze per 8 maart van dit jaar gesloten zouden worden?1
Het besluit om het azc Hardenberg voorlopig open te houden is onwenselijk, maar ingegeven door acute krapte in de opvang. Op 24 maart 2026 is de noodopvang in Loozen gesloten. Landelijk zijn er onvoldoende vervangende opvangplekken beschikbaar om alle mensen uit de locatie in Hardenberg elders onder te brengen. Wel is de bezetting van het azc Hardenberg gedaald. Het gebrek aan voldoende opvangplekken komt mede doordat niet alle plaatsen uit de verdeelbesluiten van de Spreidingswet zijn gerealiseerd en daarnaast een achterstand op de taakstelling huisvesting is van 9.760 (d.d. 20 maart 2026). Onder deze omstandigheden is het noodzakelijk om asielzoekers langer op deze locatie te laten verblijven om zo te voorkomen dat mensen geen onderdak meer hebben.
Wat is uw oordeel over het feit dat het COA twee weken voor de overeengekomen sluitingsdatum nog per brief aan omwonenden van het azc liet weten dat het op 8 maart leeg zou zijn?
Ik begrijp de teleurstelling over de brief aan omwonenden waarin de beoogde sluiting per 8 maart aangekondigd werd. Er is vanuit het COA maar ook het departement veelvuldig gesproken met de gemeente over het langer openhouden van de locatie. Daarnaast heeft het COA ingezet op het verlengen van andere locaties en het versnellen van openingen van nieuwe locaties. Ook is ingezet op het ontlasten van het COA door nareizigers tijdelijk te huisvesten in hotels. Ondanks deze inzet was het op 8 maart niet verantwoord om de locatie te sluiten.
Op grond waarvan is het COA in deze tussentijd van slechts twee weken van gedachten veranderd? Welke stappen zijn er vóór deze periode en sinds het versturen van de brief gezet om ervoor te zorgen dat de asielopvanglocaties wel op de afgesproken datum konden sluiten?
Zie antwoord vraag 2.
Wat denkt u dat dit alles doet met het vertrouwen van de inwoners van Hardenberg in de landelijke overheid? Kunt u zich voorstellen dat deze gang van zaken tot grote onrust en frustratie heeft geleid?
Ik begrijp dat deze gang van zaken het vertrouwen kan schaden en lokaal tot teleurstelling en frustratie leidt. Dat is uiterst ongewenst. Door met gemeenten en provincies in gesprek te blijven wil ik ervoor zorgen dat onderling vertrouwen weer wordt versterkt.
Deelt u de mening dat hier sprake is van onbehoorlijk bestuur richting de gemeente Hardenberg? Zo nee, waarom niet?
De gang van zaken in Hardenberg is onfortuinlijk geweest. Het streven is altijd om bestuursovereenkomsten na te leven. Tegelijkertijd heeft het COA een wettelijke taak om asielzoekers op te vangen. Om dit mogelijk te maken heeft het kabinet onder meer afgesproken uitvoering te geven aan de Spreidingswet en de geldende verdeelbesluiten van mijn ambtsvoorganger. Ondanks de inspanning van veel gemeenten zijn helaas nog niet alle plekken uit de verdeelbesluiten van de Spreidingswet gerealiseerd. Mede hierdoor is er een tekort aan opvangplekken en konden de locaties in de gemeente Hardenberg niet tijdig sluiten. Voorafgaand hieraan is uitvoerig contact geweest tussen de gemeente, het COA en het departement.
Hoe kan het COA überhaupt asielopvang blijven verrichten op deze twee locaties nu de bestuursovereenkomst en de omgevingsvergunning zijn verlopen? Op welke (juridische) gronden doet het COA dit?
Er is momenteel geen juridische grondslag voor verblijf op deze locaties. In de jurisprudentie is wel ruimte om onder bijzondere omstandigheden van handhaving af te zien. Het COA doet er alles aan om zo snel mogelijk de bewoners van de locatie in Hardenberg een nieuwe opvangplek te geven.
Hoe kunt u van gemeenten verwachten dat zij nog meewerken aan verzoeken voor nieuwe asielopvanglocaties wanneer het COA keiharde afspraken en voorwaarden daaromtrent op deze manier eenzijdig schendt?
Ik verwacht dat alle gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van het realiseren van asielopvang. Tegelijkertijd besef ik mij dat het niet nakomen van afspraken het vertrouwen kan schaden. Daarom hecht het kabinet er veel belang aan dat overheden een betrouwbare partner zijn en afspraken nakomen. Door met gemeenten in gesprek te blijven wil ik, samen met het COA, ervoor zorgen dat onderling vertrouwen weer wordt versterkt en er goed wordt samengewerkt. Hierin is het werken aan structurele oplossingen waarin zowel een rol voor het kabinet als medeoverheden ligt, van belang. Eén van deze oplossingen is het uitvoeren van de Spreidingswet. Zoals ook in het coalitieakkoord beschreven zet het kabinet hierop in. Hierom zijn op 9 april de brieven in het kader van het interbestuurlijk toezicht op de uitvoering van wet aan gemeenten verzonden.
Hoe kunt u van gemeenten verwachten dat zij opvolging geven aan verplichtingen in de Spreidingswet wanneer het COA zich zelf niet aan een overeenkomst met een gemeente houdt?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u zich voorstellen dat deze gang van zaken in veel plaatsen leidt tot nog grotere zorgen over het nakomen van afgesproken sluitingsdata door het COA, zoals in Albergen waar eerder al een azc werd doorgedrukt door het COA en het kabinet? Wat gaat u doen om die zorgen weg te nemen en te zorgen voor harde garanties?
Zie antwoord vraag 7.
Wanneer treedt de dwangsom van 81.000,– per dag die de gemeente Hardenberg aan het COA heeft opgelegd in werking en welke juridische stappen (zoals de zienswijze die vandaag door het COA is ingediend) worden tot die tijd doorlopen?
Het College van burgemeester & Wethouders van de gemeente Hardenberg heeft bij besluit van 17 maart jl. het COA een last onder dwangsom opgelegd. In het besluit is een hersteltermijn verstrekt van een week. Dit betekent dat de dwangsom per 24 maart j.l. in werking is getreden omdat het azc Hardenberg nog niet is gesloten. Overigens heeft het College de dwangsommen verlaagd naar in totaal € 62.500,- voor beide locaties. Zoals eerder aangegeven, is de noodopvang in Loozen gesloten.
Wanneer denkt het COA zelf het azc en de noodopvanglocatie te kunnen sluiten en welke stappen worden daartoe gezet?
De druk op de opvang is hoog. Er is een bezettingsgraad van 103%. Alle bedden zijn bezet. Dit heeft er helaas toe geleid dat de locaties in Hardenberg niet tijdig zijn gesloten. Mensen die recht hebben op opvang op straat zetten is nooit een oplossing. Een stabiel opvanglandschap is wel een oplossing, vandaar dat het kabinet hierop inzet. Onder andere door het uitvoeren van de Spreidingswet en door het realiseren van een stabiele financiering voor het COA.
Deelt u de mening dat ongeacht de logistieke problemen van het COA één ding voorop moet staan, namelijk dat het COA haar belofte aan de gemeente Hardenberg en haar inwoners gewoon moet nakomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat het azc en de noodopvanglocatie alsnog per direct dicht gaan?
Zie antwoord vraag 11.
Hoe gaat u voorkomen dat er een precedentwerking ontstaat en dat het COA gemaakte afspraken vaker niet gaat nakomen?
Het COA streeft ernaar alle gemaakte afspraken na te komen. Het is geenszins de intentie van het COA om afspraken vaker niet na te komen. Onder deze omstandigheden is het tijdelijk noodzakelijk om de asielzoekers langer op de locatie te laten verblijven om zo te kunnen voldoen aan de wettelijke opvangtaak. Het uitvoeren van de Spreidingswet en de stabiele financiering van het COA zullen op termijn ervoor zorgen dat COA haar afspraken kan nakomen.
Bent u bekend met het bericht dat tussen Wit-Rusland en Polen tunnels zijn aangetroffen die mogelijk zijn gegraven door terroristische organisaties zoals Hamas, Islamitische Staat (IS), Hezbollah of Iran-gelieerde groeperingen om illegale migranten Europa binnen te smokkelen?1
Ja.
Erkent u dat, als deze tunnels daadwerkelijk zijn gebruikt, er duizenden terroristen via deze route Europa en mogelijk dus ook Nederland kunnen zijn binnengekomen?
Nederland en de EU werken nauw samen om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. Een onderdeel van deze samenwerking is de intensieve informatie-uitwisseling tussen de verschillende veiligheidspartners. Alle betrokken veiligheidspartners blijven zowel nationaal als internationaal alert op mogelijke dreigingen en zetten zich onverminderd in om risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren.
Hoewel het bekend is dat terroristen mogelijk misbruik kunnen maken van migratiestromen is het overgrote deel van de migranten niet betrokken bij terrorisme. Dat dergelijke door de Poolse grensautoriteiten onderkende tunnels door migranten kunnen zijn benut is hoe dan ook een kwalijke zaak. Het kabinet onderstreept dan ook het belang van de inzet door landen aan de Europese buitengrens, in samenwerking met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), om mogelijke irreguliere grenspassages tegen te gaan en de integriteit van de Europese buitengrens te beschermen. Lidstaten zijn daarbij verplicht om iedere persoon die zich aan de buitengrens van de Europese Unie (EU) meldt, aan een grenscontrole te onderwerpen.
Realiseert u zich dat één doorgelaten jihadist al voldoende is voor een bloedige aanslag op Nederlandse bodem?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe ziet u deze ontwikkeling in het licht van de oplopende spanningen met Iran en de angst voor de inzet van terroristische netwerken om aanslagen in Europa te plegen?
Het is bekend dat Iran en aan Iran gelieerde groepen in Europa doorgaans via clandestiene netwerken, terroristische of criminele proxy’s en (online) gerekruteerde individuen opereren, maar niet via logistiek complexe infrastructuur zoals tunnels. De oplopende spanningen hebben de hoogste aandacht van alle veiligheidsdiensten.
Kunt u ons garanderen dat via deze route géén personen met banden met jihadistische organisaties Nederland zijn binnengekomen? Zo nee, erkent u dat alle Nederlanders dus ernstig gevaar lopen?
Ondanks de strenge procedure en inspanningen kan er nooit een absolute garantie worden gegeven dat er geen personen Nederland binnenkomen die veiligheidsrisico’s met zich mee brengen. Nederland heeft een sterke en brede aanpak om signalen van terrorisme tijdig te onderkennen en personen die worden verdacht van misdrijven met een terroristisch oogmerk op te sporen, te vervolgen en, indien toepasselijk, te bestraffen.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 en 3 blijft het kabinet zich onverminderd inzetten om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. De bescherming van de nationale veiligheid vergt constante inspanning, nauwe samenwerking en gerichte implementatie van maatregelen.
Binnen de asiel- en nareisprocedure bestaan daarnaast verschillende maatregelen om eventuele risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren. Hier worden besluiten over toelating en verblijf per casus zorgvuldig afgewogen op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar is, binnen de nationale en Europese wettelijke kaders en met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen. Onder de coördinatie van de NCTV is in 2023 een systeemcheck uitgevoerd over het tijdig onderkennen van signalen die de nationale veiligheid kunnen raken binnen de migratie- en veiligheidsketen. Uw Kamer is over de bevindingen en maatregelen geïnformeerd door middel van de Kamerbrief «Stand van zaken bestrijding misbruik asiel- en migratiestromen door terroristen».2
Hoeveel illegale migranten zijn in 2024 en 2025 via de oostelijke buitengrens de EU binnengekomen, hoeveel daarvan zijn in Nederland terechtgekomen en hoeveel van deze groep zijn daadwerkelijk uitgezet?
Volgens cijfers van Frontex werden in 2025 10.846 irreguliere grenspassages aan de oostelijke landgrens van de EU waargenomen, dit is 37% minder dan in 2024.3 Over het aantal migranten dat vervolgens doorreist naar Nederland, en het aantal daarvan dat (al dan niet gedwongen) terugkeert zijn geen cijfers beschikbaar. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de afgelegde reisroute niet in de cijfers wordt geregistreerd, en er voorts ook geen koppeling mogelijk is met de terugkeercijfers.
Bent u het eens dat, als Europa en Nederland overspoeld worden met miljoenen illegale migranten, miljoenen mensen moeten worden uitgezet en bent u bereid daartoe een massief uitzetprogramma te starten? Zo nee, waarom niet?
In algemene zin is het kabinet van mening dat de omvang van migratie naar Nederland ingeperkt moet worden. Dat geldt ook voor asielmigratie. Binnen de geldende internationale en Europese juridische kaders doet het kabinet dan ook wat kan om dit te bewerkstelligen. Een belangrijk sluitstuk van het migratiebeleid richt zich reeds op het bewerkstelligen van effectieve terugkeer, al dan niet door gefaciliteerde zelfstandige terugkeer middels terugkeer- en herintegratieondersteuning van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) of via gedwongen vertrek indien vreemdelingen vertrekplichtig zijn en niet meewerken aan zelfstandig vertrek. Zoals u ook kunt lezen in het regeerakkoord steunt het kabinet de nieuwe EU-terugkeerverordening waarmee onder andere de mogelijkheden voor gesloten opvang voorafgaand aan gedwongen vertrek worden verruimd. Het kabinet is hierbij tevens voorstander van het verruimen van het zogeheten bandencriterium, waardoor het gemakkelijker wordt op EU-niveau terugkeerafspraken te maken met landen buiten Europa. Bij afspraken over terugkeer- en transithubs waarborgt Nederland dat migranten nooit terug worden gestuurd naar een land waar zij het risico lopen om vervolgd te worden.4
Bent u het eens dat Wit-Rusland migratie inzet als hybride oorlogsvoering tegen Europa, dat dit bewuste ondermijning is van onze nationale veiligheid en dat daartegen harde tegenmaatregelen moeten volgen?
Het kabinet vindt de hybride dreiging door instrumentalisering van migratiestromen door Belarus onaanvaardbaar en heeft zich dan ook altijd voorstander getoond voor het sanctioneren van het Belarussische regime in Europees verband. Zo sprak de Europese Raad zich gezamenlijk al in 2021 uit tegen de hybride aanvallen aan de grenzen van de EU, en stelde daar gepast op te reageren richting het Belarussische regime.5 Zo werd de sanctieregeling aangepast waardoor ook opgetreden kan worden wanneer migranten worden ingezet voor politieke doeleinden, en zijn er om deze reden Europese sancties uitgevaardigd tegen Belarus. Sindsdien zijn er – mede in relatie tot de oorlog in Oekraïne – reeds verscheidene sanctiepakketten uitgevaardigd tegen het Belarussische regime en andere betrokkenen, ook in reactie op de hybride aanvallen tegen EU-landen.6
Bent u het eens dat dit precies laat zien waarom Nederland per direct een asielstop moet invoeren en weer volledige controle moet nemen over wie ons land binnenkomt? Zo nee, waarom niet?
Vreemdelingen die asielbescherming behoeven moeten die conform Europese en internationale verplichtingen ook kunnen krijgen. Een algehele asielstop is dus niet de juiste oplossing. Het kabinet staat voor een nieuw modern migratiemodel met meer grip migratie, een verlaging van de instroom en verhoging van de terugkeer van asielmigranten, fatsoenlijke opvang en sneller meedoen, en sturing op arbeidsmigranten. Het EU-migratiepact dat op 12 juni in werking treedt is een grote stap om meer grip te krijgen over wie er naar Nederland komt. Zoals toegelicht onder vraag 7 vormt een effectief terugkeerbeleid een sluitstuk van ons migratiebeleid, en zal de nieuwe EU-terugkeerverordening het Europese terugkeerbeleid effectiever maken en de nationale autoriteiten meer opties geven om terugkeer te effectueren. Daarnaast zet het kabinet onverkort in op nationale maatregelen en brengen we de asielketen op orde, spant het kabinet zich internationaal in voor de modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht, en werkt het kabinet – zowel billateraal als in Europees verband – intensief samen met landen langs de migratieroutes met als doel het beperken van irreguliere migratie en het tegengaan van mensensmokkel, het bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf en het bieden van bescherming aan migranten.
Kunt u deze vragen vóór vrijdag 6 maart om 12.00 uur beantwoorden?
Dit is helaas niet gelukt.
Het bericht 'Vier Afghaanse vrouwen mogen nu in Nederland blijven. ‘Maar voor duizenden anderen verandert dit niets’' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het nieuws dat duizenden Afghaanse vrouwen worden gedeporteerd terwijl het land onveilig is?1
De berichten over de deportatie uit Pakistan en Iran van duizenden Afghaanse vrouwen zijn zeer zorgwekkend. De situatie in Afghanistan is onverminderd ernstig, in het bijzonder voor vrouwen en meisjes, die te maken hebben met vergaande beperkingen van hun rechten en vrijheden.
Sinds 2022 zet Nederland zich in voor opvang van Afghaanse vluchtelingen in de regio Afghanistan, in Pakistan en Iran, overeenkomstig de motie-Piri en Van der Lee (Kamerstuk 27 925, nr. 906). Deze programmering richt zich onder andere op de bescherming van Afghaanse vluchtelingen.
Daarnaast bekleedt Nederland sinds 2024 het voorzitterschap van het internationale platform Solution Strategy for Afghan Refugees (SSAR). Dit platform fungeert als het voornaamste gremium om, samen met verschillende partijen en met UNHCR als secretariaat, duurzame oplossingen te bereiken voor de Afghaanse vluchtelingensituatie. Pakistan en Iran behoren tot de grootste opvanglanden ter wereld en krijgen binnen dit platform ook de gelegenheid om hun prioriteiten te formuleren. Ook deportaties vanuit Iran en Pakistan worden in dit verband regelmatig aan de orde gesteld.
Hoe is het mogelijk dat personen met dezelfde omstandigheden, andere visum-beoordelingen krijgen, zoals Lafita aangeeft?
In het artikel gaat het om de visumbeoordeling door de Duitse autoriteiten. Nederland heeft geen inzicht in de achterliggende redenen waarom een persoon wel of niet in aanmerking komt voor visumverlening in Duitsland. Voor Nederland geldt dat elke visumaanvraag op basis van de individuele omstandigheden wordt beoordeeld. Personen in exact dezelfde omstandigheden zouden dan in de regel ook dezelfde beoordeling moeten krijgen. Tegelijkertijd geldt dat de individuele omstandigheden wel degelijk kunnen verschillen hoewel de zaken oppervlakkig bezien hetzelfde lijken.
Kunt u inzage geven in het proces van het verlenen van de verblijfsvergunning van de betreffende vier vrouwen?2
Zoals uw Kamer bekend ga ik niet in op individuele zaken. Op 4 december 2025 is tevens gereageerd op de ingediende Kamervragen (kenmerken 2025Z192697 en 2025Z19541) over het asielbeleid ten aanzien van vrouwen uit Afghanistan.
Op welke oordelen baseert u de veiligheid van Afghanistan voor Afghaanse vrouwen, als blijkt dat er geen westerse soldaten, camera’s of opvang is, zoals Fawzia Koofi aangeeft?
Het landenbeleid Afghanistan gaat in op de positie van verschillende categorieën, waaronder Afghaanse vrouwen. Dit is gebaseerd op het algemeen ambtsbericht over Afghanistan. In het beleid is rekening gehouden met de slechte positie van vrouwen en meisjes in Afghanistan. Op 19 december 2025 is het nieuwe algemene ambtsbericht over Afghanistan gepubliceerd. Op basis van de informatie in het ambtsbericht wordt momenteel gekeken welke beleidsconsequenties dit met zich meebrengt. Uw Kamer zal hierover binnenkort worden geïnformeerd.
Bent u bereid Afghanistan als onveilig land te bestempelen, nu het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het laatste ambtsbericht de positie van vrouwen onder de Taliban ziet verslechteren? Zo nee, waarom niet?
In de systematiek van het tot stand komen van landgebonden asielbeleid wordt er op basis van de informatie uit het door Buitenlandse Zaken gepubliceerde ambtsbericht gekeken welke (groepen) personen risico lopen op vervolging of ernstige schade. Afhankelijk van de mate van vervolging kan er worden geoordeeld dat er sprake is van groepsvervolging of kan een risicoprofiel worden aangewezen. Uiteindelijk gaat het om een individuele beoordeling waarbij geldt dat ook personen die niet onder groepsvervolging vallen of niet zijn aangemerkt als risicoprofiel nog steeds in aanmerking kunnen komen voor bescherming. In het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan is rekening gehouden met de zeer kwetsbare positie van vrouwen en meisjes.
Als blijkt dat Afghanistan het Vrouwenverdrag blijft schenden en niet in onderhandeling gaat, ondanks het aansprakelijk stellen door Australië, Canada, Duitsland en Nederland, is dat dan reden om alle Afghaanse vrouwen standaard asiel te verlenen? Zo nee, waarom niet?
Op 25 september 2024 heeft Nederland – samen met Australië, Canada en Duitsland – Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het Vrouwenverdrag. Door Afghanistan aansprakelijk te stellen, zet Nederland zich samen met de bovengenoemde staten in om naleving van de internationale verplichtingen van Afghanistan onder het Vrouwenverdrag af te dwingen en toekomstige schendingen te voorkomen. Afghaanse vrouwen en meisjes moeten hun rechten op grond van het Vrouwenverdrag kunnen uitoefenen. In het bijzonder moet het recht op onderwijs en deelname aan het openbare leven voor Afghaanse vrouwen en meisjes worden gerespecteerd en gewaarborgd.
Op basis van het geldende beleid komen vrouwen uit Afghanistan in vrijwel alle gevallen in aanmerking voor bescherming en een verblijfsvergunning. Er is daarnaast altijd sprake van een individuele beslissing waarbij gekeken wordt naar de specifieke omstandigheden van het geval, met oog op de situatie in Afghanistan. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 wordt uw Kamer binnenkort geïnformeerd over de beleidsconsequenties van het op 19 december 2025 gepubliceerde algemene ambtsbericht over Afghanistan.
Als zowel de UNHCR, het Ministerie van Buitenlandse zaken als uzelf3 onderkent dat de positie van Afghaanse vrouwen en meisjes ernstig onder druk staat, is het dan niet gegrond om alle asielaanvragen van deze groep goed te keuren? Zo niet, hoe kunt u dit verantwoorden?
De situatie in Afghanistan is onverminderd ernstig, in het bijzonder voor vrouwen en meisjes, die te maken hebben met vergaande beperkingen van hun rechten en vrijheden. Het niet naleven van deze leefregels kan voor vrouwen en meisjes verstrekkende gevolgen hebben voor hun veiligheid, bewegingsvrijheid, toegang tot onderwijs, werk en maatschappelijke participatie. Tegelijkertijd geldt binnen het Nederlandse en Europese asielrecht dat iedere asielaanvraag individueel wordt beoordeeld aan de hand van de criteria uit het Vluchtelingenverdrag en de relevante EU-richtlijnen. In vrijwel alle gevallen zal dit voor Afghaanse vrouwen en meisjes leiden tot vergunningverlening, maar een individuele toets blijft juridisch noodzakelijk. Nederland blijft zich in EU- en VN-verband inzetten voor het beschermen van mensenrechten, en roept in deze gremia de Taliban op om mensenrechten te beschermen, in het bijzonder de rechten van vrouwen en meisjes, te respecteren in overeenstemming met internationale verdragsverplichtingen.
Op welke manier gaat u druk uitoefenen op de Europese ambassade in Afghanistan om de hulpvragen van vrouwen serieuzer te nemen en beter te behandelen, gezien de schendingen van het VN-Vrouwenverdrag door de Taliban?
Nederland zet zich actief in voor de bescherming van vrouwen en meisjes in Afghanistan. In contacten met de Delegatie van de Europese Unie in Kaboel worden consequent mogelijkheden onderzocht om de positie van vrouwen en meisjes in Afghanistan te verbeteren. De Europese Unie steunt meerdere organisaties die zich in Afghanistan inzetten voor vrouwen en meisjes.
De behandeling van hulp- en beschermingsverzoeken vindt plaats binnen de geldende Europese en internationale juridische kaders.
Erkent u het oordeel van de VN dat we aan de vooravond staan van een hongersnood in Afghanistan? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
De humanitaire noden in Afghanistan blijven onverminderd hoog. Daarom maakt Nederland humanitaire hulpverlening in Afghanistan mogelijk door flexibele financiering via meerdere kanalen: VN-organisaties, de Rode Kruis en Rode Halve Maanbeweging, en de Dutch Relief Alliance. Deze vorm van financieren stelt organisaties in staat om hulp te leveren in geval van (verergering van) crises, zoals in Afghanistan. Daarnaast is Nederland een van de grootste donoren van het humanitaire landenfonds van de VN voor Afghanistan en het VN-noodhulpfonds CERF. Deze fondsen maken, mede dankzij onze financiering, regelmatig geld vrij voor hulpverlening in Afghanistan, waarmee o.a. voedselhulp aan hulpbehoevende Afghanen kan worden geleverd, of hulp na de aardbevingen.
Deelt u de mening dat Nederland, als de op één na grootste landbouwexporteur ter wereld, een bijzondere rol heeft in het ondersteunen van het Wereldvoedselprogramma? Zo ja, hoe gaat u bijdragen aan de tekorten? Zo nee, waarom niet?
De Nederlandse humanitaire inzet blijft, conform de Kamerbrief over de financiële invulling van humanitaire hulp in 2026 d.d. 12 januari 2026 (Kamerstuk 36 180, nr. 189), voornamelijk gestoeld op meerjarige, flexibele financiering. Nederland staat met deze vorm van financiële steun te boek als een betrouwbare donor die organisaties in staat stelt snel en efficiënt te reageren bij crises. Dat wil zeggen dat Nederland onder andere een aantal humanitaire VN-organisaties dat reeds betrokken is bij de hulpverlening in Afghanistan, waaronder WFP, UNICEF en UNHCR, ondersteunt via deze vorm van financiering. WFP is Nederland zeer erkentelijk voor de voorspelbaarheid en efficiëntie van deze manier van financieren.
Het bericht ‘Asielzoekers en Oekraïners uitgebuit bij Ibis Hotel, meer misstanden in de branche’. |
|
Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Asielzoekers en Oekraïners uitgebuit bij Ibis Hotel, meer misstanden in de branche»?1
Ja.
Kunt u zich vinden in de lezing van deskundigen dat hier sprake is van mensenhandel en uitbuiting?
Het onderzoek van de Arbeidsinspectie loopt nog. Over de inhoud en voortgang van lopende onderzoeken kan de Arbeidsinspectie geen uitspraken doen.
Vindt u het ook Nederland onwaardig dat asielzoekers en Oekraïners op deze manier worden uitgebuit zonder geldige werkpapieren en tegen zeer lage vergoedingen?
Misstanden en uitbuiting van asielzoekers en mensen die zijn gevlucht uit Oekraïne, zijn onacceptabel.
Iedereen die in Nederland werkt heeft recht op eerlijk, gezond en veilig werk. Zij moeten – conform wet- en regelgeving en cao’s – tegen goede arbeidsvoorwaarden en onder goede arbeidsomstandigheden kunnen werken.
Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van werkgevers om werknemers onder goede arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden te laten werken.
Heeft u zicht op hoe wijdverspreid de problemen met illegale tewerkstelling en onderbetaling zijn in de schoonmaaksector en of dit ook in andere sectoren is gesignaleerd? Zo niet, bent u bereid dit uit te zoeken?
In de technische verkenning naar een sectoraal in- en uitleenverbod en verplicht percentage indiensttreding is geconstateerd dat er in onderdelen van de schoonmaak-, transport-, en teeltsector verhoogde arbeidsrisico’s zijn. Ook is er op sommige plekken in deze sectoren een hoog percentage overtredingen geconstateerd. Op dit moment wordt nader onderzoek gedaan naar deze sectoren. Dit betreft de arbeidsrisico’s en de overtredingen en misstanden, en waar deze zich voordoen in de sector.
In de vleessector zijn de grootste risico’s geconstateerd. De analyse in de genoemde verkenning laat zien dat dit zich vertaalt in een relatief hoog aantal overtredingen van arbeidswetten in de gehele sector.
Hoe gaat u erop toezien dat deze schoonmakers alsnog de betaling krijgen waar zij recht op hebben?
De Arbeidsinspectie houdt toezicht op naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Als er indicaties zijn dat werknemers niet het wettelijk minimumuurloon krijgen, dan wordt hierop gecontroleerd ongeacht de verblijfsstatus van de werknemers. Indien er onderbetaling wordt vastgesteld door de inspecteur, dan wordt er een nabetalingsbrief gestuurd aan de werkgever. De werkgever krijgt vier weken de tijd om een nabetaling te doen. Er kan een last onder dwangsom worden opgelegd als er niet is nabetaald. De werknemer ontvangt een brief, waarin wordt aangegeven dat onderbetaling is geconstateerd. Deze werknemersbrief is in verschillende talen beschikbaar. Omdat de Arbeidsinspectie alleen controleert op het bruto minimumuurloon, wordt in deze brief naar het Juridisch Loket verwezen voor het eventuele problemen met het ontvangen cao-loon.
De Arbeidsinspectie heeft geen bevoegdheid om loon te vorderen namens de werknemer, ongeacht of het een vreemdeling is die illegaal is tewerkgesteld. Op grond van artikel 23 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kan de illegaal tewerkgestelde vreemdeling door middel van een rechtsvermoeden zelf een loonvordering instellen tegen zijn werkgever. Dit betreft enkel een civielrechtelijke mogelijkheid. De Arbeidsinspectie informeert de werknemer over diens rechten en plichten door tijdens controles een visitekaartje uit te delen van de website workinnl.nl. Daarnaast worden de overtredingen van de Wav met bedrijfsnamen openbaar gemaakt via de website «inspectieresultaten» van de Arbeidsinspectie. Daarmee is ook voor een (voormalig) werknemer zichtbaar dat de werkgever is beboet en kan deze gedupeerde en/of diens gemachtigde een civielrechtelijke procedure starten.
Bent u het eens dat deze situatie kon ontstaan doordat constructies met schimmige tussenpersonen op onze arbeidsmarkt worden toegestaan? Zo niet, waarom niet?
Het staat partijen vrij om arbeidskrachten in te huren zolang de wet daarbij wordt nageleefd. Bij het ontstaan van lange doorleenketens wordt onduidelijk wie de werkgever is van de werknemer. Om naleving te bevorderen is er een fiscale ketenaansprakelijkheid en een civiele ketenaansprakelijkheid voor betaling van het juiste loon. Dit betekent dat naast de werkgever ook de directe opdrachtgever aangesproken kan worden op het voldoen van volgens de wet en cao verschuldigde loon. Dit is met de invoering van de Wet aanpak schijnconstructies per 1 juli 2015 geregeld. Als een werknemer de directe opdrachtgever niet kan aanspreken, dan kan de werknemer naar alle volgende schakels in de keten gaan. Dit is erop gericht om onderbetaling en (ander) misbruik van ketenconstructies tegen te gaan.
Daarnaast geldt de Wet terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) ook bij doorleenketens. De Wtta zorgt ervoor dat uitleners alleen nog werknemers mogen uitlenen als ze worden toegelaten op de uitleenmarkt. Ook mogen ondernemingen die werknemers inlenen alleen nog samenwerken met uitleners die zijn toegelaten tot de uitleenmarkt. Hierdoor kunnen de verschillende schakels in de keten worden aangesproken op naleving van wet- en regelgeving.
Hoe weegt u het feit dat de inhurende hotelketen wijst naar het Duitse schoonmaakbedrijf, en ook zij weer wijzen naar een volgend ingehuurd bedrijf?
Het is onwenselijk als partijen naar elkaar wijzen en niemand verantwoordelijkheid neemt voor het juist naleven van wet- en regelgeving. Zoals beschreven in het antwoord op vraag 6 is er in verschillende wetten een ketenaansprakelijkheid opgenomen waardoor ook inhurende partijen aangesproken kunnen worden.
Bent u het eens dat zolang het bedrijf waar de werkzaamheden uiteindelijk plaatsvinden – en waar de werknemers mee te maken krijgen – niet hoofdverantwoordelijk wordt gehouden voor uitbuiting er steeds met vingers gewezen zal worden? Zo nee, waarom niet?
In de eerste plaats is de werkgever met wie de arbeidskracht het dienstverband is overeengekomen verantwoordelijk. Indien nodig biedt de wet, zie het antwoord bij vraag 6 en 7, de mogelijkheid om ook de hoofdopdrachtgever aan te spreken voor betaling van het juiste loon.
Het vereiste van het hebben van een tewerkstellingsvergunning ligt bij de werkgever op grond van de Wet arbeid vreemdelingen. Iedere werkgever in de keten is verantwoordelijk voor de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen. Onder het begrip «werkgever» in de zin van de Wet arbeid vreemdeling valt o.a. degene die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf een ander arbeid laat verrichten. De inlener wordt dus ook als werkgever gezien.
Voor Oekraïense burgers die in Nederland onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen, geldt dat zij in Nederland arbeid in loondienst mogen verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. De werkgever moet hen wel melden bij het UWV2. Voor mensen in de asielprocedure geldt dat zij mogen werken indien hun werkgever een tewerkstellingsvergunning heeft gekregen van het UWV3.
Daarnaast wordt er met het wetsvoorstel modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel4 de strafrechtelijke aansprakelijkheid van arbeidsuitbuiting verruimd. In de beoogde nieuwe wetgeving richt de strafbaarstelling zich ook tot inleenconstructies. Wanneer een persoon of bedrijf via een uitzendbureau arbeidsmigranten tewerkstelt en weet of hele duidelijke signalen krijgt dat de betreffende persoon door het uitzendbureau ernstig wordt benadeeld of wordt uitgebuit, dan kan de inlener strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de verantwoordelijkheid voor correcte tewerkstelling en fatsoenlijke betaling meer bij de inhuren bedrijven komt te liggen?
Zie antwoord vraag 8.
Bent u het eens dat gezien deze uitbuiting waar uitzendbureaus een grote rol in speelden, en gezien de eerdere signalen vanuit de arbeidsinspectie over de schoonmaaksector2, het passend zou zijn om in deze sector een verbod op uitzendbureaus in te stellen? Of bent u op zijn minst bereid dit te onderzoeken? Zo nee, waarom niet?
Zoals beantwoord bij vraag 4 wordt op dit moment nader onderzoek gedaan naar de schoonmaaksector. Ook ben ik in gesprek met de sector over wat de partijen zelf kunnen doen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek en de opbrengsten van deze gesprekken ga ik mij beraden op de verdere te nemen stappen.
In de vleessector zijn de grootste risico’s geconstateerd. Door het vorige kabinet is daarom besloten een in- en uitleenverbod voor te bereiden als stok achter de deur voor de vleessector. De standaarden om te bepalen of een in- en uitleenverbod nodig is, gelden voor alle sectoren. Op dit moment wordt de impact en effectiviteit van een verbod verder ondergezocht. Dit kabinet zal vervolgens besluiten of verdere stappen, bijvoorbeeld het daadwerkelijk invoeren van een verbod, gepast en evenredig is. Ook zullen we bezien of in alle sectoren met verhoogde arbeidsrisico’s voldoende voortgang is geboekt.
Hoe ziet u een verbod op onderaanneming in de schoonmaaksector? Wat zijn hier de mogelijkheden voor?
Zie antwoord vraag 10.