Door de IND uitbetaalde dwangsommen |
|
Diederik Boomsma (CDA), Simon Ceulemans (JA21) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Kunt u bevestigen dat de IND in 2025 circa 79 miljoen euro aan dwangsommen heeft uitbetaald, tegenover circa 36,8 miljoen euro in 2024 (waarvan circa 27,8 miljoen euro rechterlijke dwangsommen)? Zo nee, wat zijn de juiste bedragen?
Ja.
Wat is het totaalbedrag aan door de IND uitbetaalde dwangsommen in 2026 tot en met de meest recente peildatum, inclusief vermelding van die peildatum?
In de periode januari tot en met juli 2026 heeft de IND ca. € 99,– miljoen aan dwangsommen uitgekeerd (peildatum 7 augustus 2026).
Wat is uw actuele raming van het totaal uit te betalen dwangsommen over heel 2026, en op welke aannames (instroom, voorraad, doorlooptijden) is die raming gebaseerd?
In de periode januari tot en met juli 2026 heeft de IND ca. € 99,– miljoen aan dwangsommen uitgekeerd. De vraag hoe dit zich in de rest van het jaar gaat ontwikkelen is afhankelijk van vele factoren, dus laat zich moeilijk beantwoorden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:
Wat is de gemiddelde hoogte van de bedragen die per vreemdeling zijn uitgekeerd? Hoe vaak worden bedragen uitgekeerd hoger dan 3.000 euro?
Het gemiddelde per vreemdeling is afhankelijk van of de vreemdeling wel of geen (opvolgende) «beroep niet tijdig beslissen (BNTB)» indient en wat de rechter in de individuele zaak aan dwangsom oplegt.
Voor wat betreft de zaken waarin de IND nog een bestuurlijke dwangsom moet uitbetalen, bedraagt dit € 1.442,– per zaak. Voor wat betreft de rechterlijke dwangsom heeft de rechter de vrijheid om te bepalen hoe hoog de dwangsommen zijn, maar volgt daarbij normaliter de beleidslijnen1 die binnen de rechtspraak zijn afgesproken waarbij de volgende uitgangspunten zijn gehanteerd:
Wanneer na een eerdere BNTB-uitspraak nog steeds niet is beslist op de aanvraag, kan de vreemdeling een opvolgende BNTB indienen bij de rechtbank. Het aantal keer dat een vreemdeling een opvolgend BNTB kan indienen is – zolang niet is beslist op de aanvraag – niet aan een maximum gebonden.
858
3.652
6.368
5.442
Wat is tot op heden het hoogste totaalbedrag aan dwangsommen dat aan één vreemdeling is uitbetaald, opgebouwd uit opeenvolgende procedures?
Sinds 2024 tot aan peildatum 11 mei 2026 hebben 143.190 personen een BNTB ingediend. Daarvan zijn 16.570 personen twee keer of meer in het gelijkgesteld door de rechter.
In 2026 (peildatum 29 juli 2026) heeft de IND in totaal 46 keer een totale dwangsom opgelegd gekregen van meer dan € 80.000,–. In 9 gevallen was de dwangsom hoger dan € 100.000,–. In beginsel betaalt de IND dwangsommen uit na het besluit op de aanvraag. Er zijn drie groepen zaken: in een deel van de zaken hebben de dwangsommen het maximaal opgelegde bedrag aan dwangsommen bereikt en zijn deze al uitbetaald, in een ander deel van de zaken hebben de dwangsommen gedeeltelijk het maximaal opgelegde bedrag bereikt en zijn deze al uitbetaald en tot slot is in een deel van de zaken de aanvraag nog in behandeling en zullen de dwangsommen nog uitbetaald moeten worden.
Op welke datum verwacht u dat het door de Tweede Kamer aangenomen amendement van het lid Diederik van Dijk c.s. (Kamerstuk 35 501, nr. 13) tot afschaffing van de rechterlijke dwangsommen in vreemdelingenzaken in werking treedt, en welk bedrag aan dwangsommen verwacht u tussen nu en die datum, mede gelet op mogelijk overgangsrecht voor reeds lopende niet-tijdig-beslissen-beroepen, nog te moeten uitbetalen?
Het wetsvoorstel is op dit moment aanhangig bij de Eerste Kamer en de datum voor plenaire behandeling is nog niet bekend. Om die reden kan geen uitspraak gedaan worden over een verwacht bedrag aan uit te betalen dwangsommen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en één-voor-één beantwoorden?
Ja.
Het publiceren van tien gemeenten op trede 3 van de interventieladder met betrekking tot de Spreidingswet |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Op grond waarvan zijn specifiek deze tien gemeenten nu op trede 3 van de interventieladder binnen het interbestuurlijk toezicht geplaatst?
Naar aanleiding van de tot nu toe gevoerde ambtelijke gesprekken is een aantal gemeenten inmiddels op trede 3 van de interventieladder geplaatst. Deze gemeenten voldoen niet aan de wettelijke taak die voortkomt uit de verdeelbesluiten. Dit zijn de eerste gemeenten waarmee ambtelijke gesprekken zijn gevoerd en afgerond.
Waarin wijken deze gemeenten af van andere gemeenten die eveneens op 9 april jl. een brief (en op 26 mei jl. een vervolgbrief) van u hebben gehad over interbestuurlijk toezicht naar aanleiding van het verdeelbesluit inzake de eerste cyclus van de Spreidingswet?
Er wordt gestart met de gemeenten die nog geen opvangplekken hebben. Het gaat in totaal om veel gemeenten waarmee gesprekken gevoerd moeten worden. Er vinden de komende maanden nog meer ambtelijke gesprekken plaats.
Hoeveel gemeenten verwacht u nog meer op trede 3 te gaan plaatsen en op welke termijn? Kunt u het proces schetsen dat hieraan ten grondslag ligt?
Op 28 mei voldeden 107 gemeenten niet en 116 gemeenten gedeeltelijk. Met al deze gemeenten zullen de komende maanden ambtelijke gesprekken gevoerd worden waarbij gestart wordt met de gemeenten die niet voldoen. Parallel zullen ook de bestuurlijke gesprekken gevoerd worden.
Aan de gemeenten wordt bij de stappen van het interbestuurlijk toezicht maximaal de gelegenheid geboden zelf alsnog de benodigde opvangplekken te realiseren. Ik hoop vanzelfsprekend er met gemeenten uit te komen.
Op grond waarvan wordt bepaald of bij gemeenten sprake is van «voldoende voortgang» om plaatsing op trede 3 te voorkomen, zoals o.a. in de vervolgbrief interbestuurlijk toezicht van 26 mei jl. wordt vermeld? Kunt u dit zo concreet mogelijk toelichten?
Naar aanleiding van de tot nu toe gevoerde ambtelijke gesprekken is een aantal gemeenten inmiddels op trede 3 van de interventieladder geplaatst. Deze gemeenten voldoen niet aan de wettelijke taak en er is geen concreet zicht op de realisatie van opvangplekken dit jaar. Deze gemeenten zijn geselecteerd op basis van de volgorde waarin de gesprekken zijn gevoerd en afgerond.
Doel van het gesprek in trede 3 is het maken van afspraken over de realisatie van voldoende opvangplekken en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren.
Klopt het dat u heeft aangegeven van de nu aangewezen gemeenten «nul op rekest» heeft gekregen naar aanleiding van uw brief van 9 april jl.? Zo ja, wat is uw reactie op het feit dat in ieder geval de gemeente Beverwijk aangeeft wel degelijk een bestuurlijke reactie op deze brief te hebben gegeven en daarop ook een reactie van het ministerie teruggekregen te hebben?1
Op 9 april jl. hebben gemeenten een brief ontvangen in het kader van het interbestuurlijk toezicht. In deze brief is, mede vanwege de actuele opvangsituatie, urgentie kenbaar gemaakt van het voldoen aan de wettelijke taak. Ook in de brief van 26 mei jl. is de urgentie van de opgave nogmaals onderstreept. De gemeente Beverwijk, alsook de andere gemeenten die geplaatst zijn op trede 3 van het interbestuurlijk toezicht, voldoen niet aan de wettelijke opgave die voortkomt vanuit het verdeelbesluit.
Klopt het tevens dat één of meerdere van deze gemeenten de plaatsing op trede 3 uit de media moest(en) vernemen? Zo ja, vindt u dit een gepaste manier om met gemeenten om te gaan?
Wanneer opschaling naar trede 3 plaatsvindt worden gemeenten hierover vooraf door mijn ministerie per brief geïnformeerd. Aan de betreffende gemeenten is een bericht verstuurd over de opschaling naar trede 3. Dit vond plaats voordat externe berichtgeving hierover plaatsvond. In het vervolg zal zo vroeg mogelijk duidelijkheid aan de gemeenten worden geboden alvorens externe communicatie zal plaatsvinden.
Bent u bereid deze verdere escalatie binnen een operatie waar toch al geen maatschappelijk draagvlak voor bestaat te staken? Zo nee, waarom niet?
De wet wordt uitgevoerd zo lang deze nodig is. Daarbij blijft de opgave op dit moment groot, zoals de actuele situatie in Ter Apel laat zien. Deze hoge opvangdruk toont de noodzaak van deze wet aan. Daarom benadrukt dit kabinet de volledige uitvoering en toepassing van de Spreidingswet om hiermee voldoende duurzame opvangplekken te realiseren. Het interbestuurlijk toezicht is onderdeel van de uitvoering van de wet.
De veroordeling van Syriër Rafiq al-Q |
|
Tom Russcher (FVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het vonnis van de rechtbank Den Haag waarbij de Syriër Rafiq al-Q. is veroordeeld tot 26 jaar gevangenisstraf wegens negentien misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder foltering, mishandeling en verkrachting, gepleegd in dienst van het Assad-regime?1
Ja.
Hoe heeft het kunnen gebeuren dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in 2021 asiel heeft verleend aan iemand die aantoonbaar betrokken was bij mensenrechtenschendingen?
Allereerst is het belangrijk om te benadrukken dat ik geen mededelingen kan doen in individuele zaken. In zijn algemeenheid kan ik het volgende delen.
In elke asielzaak besteedt de IND op meerdere momenten binnen de asielprocedure gerichte aandacht aan signalen die kunnen wijzen op betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid, misdrijven tegen de vrede of ernstige niet-politieke misdrijven. Signalering vindt plaats op meerdere momenten: vanaf het moment dat het OVA-proces2 start bij de IND en de asielaanvraag formeel is ingediend, bij raadpleging van nationale en internationale politie- en justitiële databases, en tijdens contacten met de vreemdeling – waaronder gehoren, verblijf bij het COA en contacten met DTenV. Ook vindt er een check op de openbare sociale media-accounts plaats en er wordt gekeken welke relevante informatie op internet over de vreemdeling te vinden is. Wanneer zich specifieke 1F-signalen of nationale veiligheidsrisico’s voordoen kan de behandeling worden belegd bij respectievelijk de 1F Unit of het Team Speciale Zaken van de IND en worden signalen binnen de wettelijke kaders gedeeld met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Ondanks alle inspanningen, betrachte zorgvuldigheid en alertheid kan het voorkomen dat ten tijde van de besluitvorming informatie nog niet beschikbaar of verifieerbaar is. Wanneer relevante informatie over mogelijke strafbare feiten of 1F-indicaties pas later naar boven komt, kan de IND, waar aan de voorwaarden is voldaan, de vergunning intrekken.
Welke screening heeft de IND uitgevoerd voorafgaand aan de asielvergunning van Rafiq al-Q.?
Zie antwoord vraag 2.
Wat zegt het feit dat Al-Q. en zijn gezin zich voordeden als oorlogsvluchtelingen die uiteindelijk niet opgespoord werden door overheidsinstanties maar door andere Syriërs die hem herkenden, over de effectiviteit van het huidige screeningsproces en over de capaciteiten van onze eigen instanties?
Zoals uiteengezet in antwoord op vraag 2, besteden organisaties binnen de vreemdelingenketen doorlopend aandacht aan signalen die wijzen op betrokkenheid bij 1F-misdrijven. Signalen kunnen ook later worden opgevangen, bijvoorbeeld door meldingen van burgers of slachtoffers en kunnen dan worden opgevolgd. Op basis van deze signalen kan de IND bepalen welk handelingsperspectief mogelijk is, en indien passend overgaan tot intrekking van het verblijfsrecht. Tevens wordt bekeken of een inreisverbod, een ongewenstverklaring of een besluit tot signalering mogelijk is. Het onderkennen van 1F-signalen in de asielprocedure is echter een doorlopend proces dat continue ketenbrede alertheid vereist.
Hoeveel asielaanvragen van Syrische onderdanen zijn sinds 2013 ingewilligd zonder systematische toetsing aan internationale opsporingsregisters en databases van oorlogsmisdadigers, zoals die van het Internationaal Strafhof, Interpol of de VN-commissie voor Syrië?
De standaardwerkwijze is dat in elke asielprocedure relevante internationale en nationale politie/justitiële databases worden geraadpleegd.
Kunt u een onafhankelijk onderzoek instellen naar de vraag hoe Al-Q. door de asielprocedure is gekomen?
Het Nederlandse asielstelsel hanteert een zorgvuldige toetsing om te voorkomen dat plegers van internationale misdrijven in Nederland een veilige haven hebben. Voortdurende versterking van procedures, informatie-uitwisseling en screening zijn altijd noodzakelijk om tijdig signalen van mogelijke betrokkenheid bij internationale misdrijven te onderkennen en dit proces heeft dan ook standaard de aandacht van het kabinet. Het kan echter nooit volledig worden voorkomen dat informatie pas later of niet volledig aan het licht komt. Tegen die achtergrond zie ik geen aanleiding om een onafhankelijk onderzoek in te stellen.
Hoeveel vergelijkbare gevallen zijn er mogelijk, waarbij personen die betrokken waren bij staatsterrorisme, etnische zuivering of andere zware misdrijven in conflictlanden in Nederland verblijven met een geldige asielvergunning?
Het aantal vergelijkbare gevallen van personen die betrokken waren bij zware misdrijven en met een vergunning in Nederland verblijven wordt niet bijgehouden. Wel wordt geregistreerd in welke gevallen 1F is tegengeworpen, waar uitsluiting van verblijfsrecht uit volgt. Zoals volgt uit de Rapportagebrief Internationale Misdrijven3, liepen er in 2025 in totaal 102 1F-onderzoeken, waarvan in 38 gevallen 1F is tegengeworpen en geen verblijfsvergunning is verleend of deze is ingetrokken.
Wat is er na de aanhouding van Al-Q. in december 2023 gebeurd met zijn asielvergunning, en op welk moment is deze ingetrokken?
Ik ga niet in op individuele casuïstiek. In algemene zin geldt: indien betrokkene zijn vergunning verliest en het verblijfsrecht van gezinsleden uitsluitend is afgeleid van het verblijfsrecht van de hoofdpersoon, dan heroverweegt de IND deze besluiten.
Bent u bereid de verblijfsstatus van de gezinsleden van Al-Q., die eveneens in Nederland verblijven op basis van een afgeleide asielvergunning, te heroverwegen?
Zie antwoord vraag 8.
Hoe gaat u in de toekomst voorkomen dat mensen zoals Rafiq al-Q. ons land in kunnen komen?
Uw Kamer is in 20234 en 20245 geïnformeerd over evaluaties en verbetermaatregelen rondom het onderkennen van signalen van mogelijke betrokkenheid bij internationale of terroristische misdrijven. Naar aanleiding daarvan zijn reeds maatregelen genomen, waaronder het eerder positioneren van de screening en prioriteit op snelle screening van de nieuwe instroom direct tijdens en na het OVA-proces, met tijdelijke extra capaciteit om doorlooptijden te verkorten. Het Nederlandse asielstelsel hanteert een zorgvuldige toetsing om te voorkomen dat plegers van internationale misdrijven in Nederland een veilige haven hebben. Daarbij is, zoals aangegeven bij vraag zes, voortdurende versterking van procedures, informatie-uitwisseling en screening altijd noodzakelijk om tijdig signalen van mogelijke betrokkenheid bij internationale misdrijven te onderkennen en daarom heeft dit ook standaard de aandacht van het kabinet.
Welke lessen trekt u uit deze zaak voor de inrichting van de asielprocedure en welke concrete beleidswijzigingen overweegt u naar aanleiding van deze veroordeling?
Zie antwoord vraag 10.
Hoeveel kost de gevangenisstraf die Rafiq al-Q. in Nederland zal uitzitten de Nederlandse belastingbetaler, inclusief het proces, bewaking en zorgkosten?
Over de kosten van individuele gevallen kunnen geen uitspraken worden gedaan. Daarnaast wordt opgemerkt dat in deze zaak nog geen sprake is van een onherroepelijk vonnis. De procedure is daarmee nog niet tot een einde gekomen.
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat buitenlandse oorlogsmisdadigers hun celstraf uitzitten op kosten van de Nederlandse belastingbetaler?
Uitgangspunt blijft dat opsporing en vervolging zoveel mogelijk plaatsvinden in het land waar de misdrijven zijn gepleegd. Dat is echter niet altijd mogelijk of voor de hand liggend. Wanneer opsporing, vervolging en berechting van internationale misdrijven in Nederland plaatsvindt, wordt een opgelegde gevangenisstraf in beginsel in Nederland ondergaan. De daarmee gemoeide kosten zijn gerechtvaardigd vanuit het fundamentele belang om straffeloosheid te voorkomen bij dergelijke ernstige schendingen van het internationale recht.
In 2023 is – mede dankzij Nederland – het Verdrag van Ljubljana – Den Haag voor internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven tot stand gekomen. Dit verdrag is niet alleen relevant voor rechtshulp en uitlevering, maar voorziet ook in mogelijkheden voor strafoverdracht. Nederland blijft zich wereldwijd inzetten voor brede aansluiting bij dit verdrag. Op dit moment is Syrië niet aangesloten bij enig verdrag op basis waarvan er strafoverdracht met Nederland kan plaatsvinden.
Wanneer haalt uw kabinet de banden aan met Syrië, zodat dit soort criminelen hun celstraf daar kunnen uitzitten, zodat de Nederlandse belastingbetaler niet meer het levensonderhoud hoeft te voorzien van buitenlandse misdadigers en criminelen?
Het kabinet investeert in de bilaterale relatie met Syrië, onder andere door bezoeken op politiek en ambtelijk niveau. Tijdens deze bezoeken wordt onder meer gesproken over de verdieping van de brede samenwerkingsrelatie. Vanuit Nederland wordt daarbij ook aandacht gevraagd voor het multilaterale Verdrag van Ljubljana – Den Haag. Daarnaast wordt gesproken over de terugkeer van Syriërs vanuit Nederland vanuit vreemdelingrechtelijk perspectief.
Het bericht ‘Zweden krijgt omstreden wet voor snellere uitzetting overlastgevende migranten’ |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat het Zweedse parlement op maandag 15 juni 2026 heeft ingestemd met de zogenoemde «goed-gedragwet», op grond waarvan autoriteiten verblijfsvergunningen kunnen intrekken wegens wangedrag?1
Ja. Ik ben bekend met het bericht over de Zweedse regeling waarbij het gedrag of de levenswijze van vreemdelingen zwaarder kan worden betrokken bij de beoordeling van verblijfsvergunningen.
Bent u het eens met de stelling dat dit een goed en voorbeeldwaardig voorstel is? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet volgt ontwikkelingen in andere landen, maar ziet in de Zweedse regeling geen aanleiding om in Nederland een algemene gedragstoets of levenswijzetoets in te voeren. Nederland beschikt reeds over instrumenten om in vreemdelingrechtelijke context opvolging te geven aan criminaliteit, ernstige overlast, fraude, misbruik en risico’s voor de nationale veiligheid. Een brede toets op levenswijze, schulden of algemene normnaleving past niet goed binnen de Nederlandse verblijfsrechtelijke systematiek. Van belang is bovendien dat de Zweedse regeling niet ziet op alle verblijfsrechten. Zover thans bekend ziet de regeling enkel op nationale verblijfsvergunningen; EU-gerelateerde verblijfsrechten en verblijfsrechten die voortvloeien uit internationale verplichtingen, waaronder asielvergunningen, vallen daarbuiten. De reikwijdte is daarmee beperkter dan in de vraagstelling wordt gesuggereerd.
Deelt u de opvatting dat vreemdelingen die zich misdragen, schulden veroorzaken, zwart werken, belasting ontduiken of banden onderhouden met extremistische organisaties hun verblijfsrecht in geen geval mogen behouden? Zo nee, waarom niet?
Iedereen die zich in Nederland bevindt moet zich aan de wet houden. Wanneer een vreemdeling onherroepelijk is veroordeeld voor een misdrijf, kan dat reden zijn om de verblijfsvergunning in te trekken.
Ik verwijs verder naar mijn brief van 9 juni jl., waarin ik heb aangekondigd om het beleid inzake de zogenoemde «glijdende schaal» aan te passen.2
De Zweedse regeling lijkt slechts op één punt aanvullend te zijn op de Nederlandse systematiek: bij specifiek nationale verblijfsvergunningen zouden ook niet-strafrechtelijke gedragingen, zoals structurele schulden, oneerlijke inkomstenverwerving of het niet naleven van besluiten van autoriteiten, explicieter kunnen meewegen bij de verblijfsbeoordeling. Ook in die gevallen geldt in Zweden echter geen automatische verblijfsbeëindiging.
In Nederland bestaat geen algemene levenswijzetoets, maar is een onherroepelijke veroordeling wegens een misdrijf het aanknopingspunt voor verblijfsbeëindiging. Voor EU-gerelateerde verblijfsrechten en internationale bescherming gelden bovendien dwingende EU-kaders en verdragsverplichtingen. Louter «schulden» of algemene normnaleving kwalificeren in dat kader niet als zelfstandige grond voor beëindiging van verblijf. Het kabinet acht een algemene levenswijzetoets naar Zweeds voorbeeld, wat aanzienlijk subjectiever is dan de Nederlandse toets op openbare orde, daarom niet aangewezen.
Kunt u exact uiteenzetten op welke punten deze Zweedse wet verder gaat dan de huidige Nederlandse wet- en regelgeving en daarbij per onderdeel aangeven waarom Nederland op dit punt achterblijft?
Zie antwoord vraag 3.
Kunt u aangeven waarom landen als België, Duitsland en Zweden veel verdergaande maatregelen kunnen nemen, terwijl de partijleider van het CDA, de heer Bontebal, stelt: «Je kunt niet veel meer doen dan wij als Nederland nu hebben gedaan»?
Vergelijkingen met België, Duitsland, Zweden of andere EU-landen moeten zorgvuldig worden gemaakt. Nationale stelsels verschillen en maatregelen die in een ander land worden getroffen kunnen niet zonder meer worden overgenomen in de Nederlandse rechtsorde. Het kabinet herkent daarenboven niet dat andere EU-landen op relevante onderdelen verder gaan als het gaat om het weigeren of intrekken van verblijfsrecht. Nederland beschikt onder meer over mogelijkheden tot afwijzing en intrekking van verblijfsrecht, ongewenstverklaring en het opleggen van een besluit tot signalering of een inreisverbod, met inachtneming van EU-recht en internationale verplichtingen.
Kunt u aangeven hoeveel vreemdelingen in Nederland onder een regeling naar Zweeds voorbeeld zouden vallen, uitgesplitst naar lopende vergunningsaanvragen en reeds verleende verblijfsvergunningen?
Nee, dit is niet mogelijk. Als aangegeven geldt de betreffende levenswijzetoets enkel voor specifiek nationale Zweedse verblijfsvergunningen en is daarnaast altijd sprake van een individuele weging. Zie ook de beantwoording bij vraag 5.
De Nederlandse registratie is ingericht op bestaande Nederlandse wettelijke gronden, zoals openbare orde, nationale veiligheid, fraude, misbruik en het niet voldoen aan verblijfsvoorwaarden. Er wordt niet geregistreerd op een categorie als «levenswijze».
Indien exacte cijfers ontbreken, kunt u dan een onderbouwde inschatting geven en toelichten waarom deze cijfers niet beschikbaar zijn?
Zie antwoord vraag 6.
Welke reden heeft u om een vergelijkbaar wetsvoorstel niet op de kortst mogelijke termijn naar de Kamer te sturen?
Ik verwijs u hiervoor naar het antwoord op vraag 2 en de verdere uiteenzettingen in deze vragenset.
De publicatie ‘’Becoming a refugee during your studies’’ van de Universiteit Maastricht |
|
Martin de Beer (VVD), Ulysse Ellian (VVD) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met de ELPEEDA-publicatie «Becoming a refugee during your studies» van de Universiteit Maastricht?
Klopt het dat de universiteit in kwestie actief verschillende ondersteunende diensten aanbiedt voor studenten die asiel zoeken en voor degenen die al een vluchtelingenstatus hebben en wat houdt dat concreet in?
Klopt het voorts dat de Universiteit Maastricht een stap-voor-stap handleiding aanbiedt voor het aanvragen van asiel en acht u deze diensten passend bij de wettelijke taken van een universiteit en haar verantwoordelijkheid als erkend referent?
Kunt u reflecteren op de inhoud van deze stap-voor-stap handleiding?
Hoeveel geld en capaciteit besteedt de Universiteit Maastricht aan advisering en begeleiding bij asielaanvragen en welke middelen worden hiervoor ingezet en vindt u dat een wenselijke besteding?
Klopt het dat de webpagina over deze ondersteunende diensten eerder expliciet vermeldde dat de universiteit adviseert over of en wanneer studenten asiel moeten aanvragen en daarbij ook verwees naar deze stap-voor-stap handleiding? Klopt het voorts dat deze pagina’s op de huidige website ontbreken en wanneer en waarom is deze informatie aangepast?
Is er de afgelopen tijd contact geweest over dit onderwerp tussen uw ministerie en de Universiteit Maastricht naar aanleiding van de recente casus van een Gazaanse student en zijn de bovengenoemde aanpassingen het gevolg van dat contact?
In hoeverre acht u het wenselijk dat de Universiteit Maastricht tot recent nog actieve hulp aanbood aan studenten die «overwegen om asiel aan te vragen» en in hoeverre kan dit worden gezien als het faciliteren van en/of actief aanmoedigen van asielaanvragen?
In hoeverre passen de diensten die de Universiteit Maastricht kennelijk aanbiedt rond het faciliteren van asielaanvragen zich tot het kabinetsbeleid dat juist gericht is op meer controle en een verminderde instroom van asielmigranten?
Hoeveel asielaanvragen zijn er door studenten die «overwegen om asiel aan te vragen» ingediend naar aanleiding van gesprekken met medewerkers van de Universiteit Maastricht?
Wat zijn de nationaliteiten van de studenten die naar aanleiding van deze gesprekken asiel hebben aangevraagd?
Bent u bereid om in contact te treden met de Universiteit van Maastricht om opheldering te vragen over de diensten die zij aanbieden en de Kamer over deze contacten te informeren?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Het succesvolle Amsterdamse proefproject waarbij asielzoekers sneller beginnen werken |
|
Wimar Bolhuis (GroenLinks-PvdA) |
|
Thierry Aartsen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de succesvolle proef in Amsterdam om asielzoekers sneller aan een baan te helpen?1
Welke lessen trekt u uit deze succesvolle proef om breder in Nederland uit te rollen?
Bent u in gesprek met het COA en UWV over hun betrokkenheid in dit proefproject en wat zij eruit leren? Zullen zij op basis hiervan actie ondernemen in samenwerking met andere gemeenten?
Wat leert u uit de Amsterdamse aanpak in de ondersteuning van werkgevers om asielzoekers aan een baan te helpen? Zal u op basis hiervan landelijke initiatieven uitrollen om het voor werkgevers makkelijker te maken asielzoekers aan te nemen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Moeten werkgevers buiten de tewerkstellingsvergunningen nog aan andere administratieve vereisten voldoen om een asielzoeker in dienst te nemen? Zo ja, welke?
Gezien het feit dat de Nederlandse economie in 2024 een boost van 3,5 miljard euro kreeg dankzij werkende Oekraïense vluchtelingen, kunt u inzichtelijk maken wat de economische en maatschappelijke meerwaarde zou zijn als alle asielzoekers die kunnen, en niet studeren, zouden werken?
Hoeveel zouden de uitgaven aan de bijstand dalen indien het Amsterdamse proefproject met gelijkaardige resultaten over heel Nederland uitgerold zou worden?
Hoe bewaakt u de kwaliteit van het werk waarin asielzoekers terechtkomen om uitbuiting te vermijden?
Kunt u meer middelen vrijmaken voor gemeenten om dergelijke projecten uit te rollen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk kunnen beantwoorden ruim voor het wetgevingsoverleg Integratie & Inburgering?
De lang aanslepende asielaanvragen die werk in de weg staan |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA), Wimar Bolhuis (GroenLinks-PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA), Thierry Aartsen (VVD) |
|
|
|
|
Wat wordt de gemiddelde en de maximale wachttijd van een aanvraag van de ruim 50.000 asielzoekers die al wachtten op een besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en door het migratiepact onderaan de stapel zijn beland?1
Herkent u de frustratie die dit veroorzaakt bij mensen die al lang aan het wachten zijn op een besluit van de IND?
Erkent u dat Nederland er absoluut niet bij gebaat is dat deze mensen langer in onzekerheid zitten en daardoor niet kunnen werken of studeren, hetgeen zou bijdragen aan de Nederlandse samenleving?
Wat kunt u doen om deze mensen tijdens hun wachttijd alsnog de kans te geven om bij te dragen aan de Nederlandse samenleving?
Welke mogelijkheden hebben deze mensen om de Nederlandse taal te leren nu zij langer moeten wachten op een besluit?
Bent u het eens met de stelling dat er sprake is van een gemiste kans dat mensen die hier zijn niet kunnen bijdragen aan de samenleving door de onzekerheid waar zij zich in bevinden?
Zijn er mogelijkheden – wanneer deze mensen niet mogen werken – voor mensen om vrijwilligerswerk te doen, ofwel te werken voor een loon wat pas wordt uitbetaald wanneer zij een beslissing van de IND krijgen?
Wat gaat u doen aan het grote aantal verhuisbewegingen dat voor (potentiële) werknemers en werkgevers een sta-in-de-weg is te beperken?
Hoeveel extra FTE's zouden er nodig zijn om alle lopende aanvragen van asielzoekers binnen de zes maanden af te ronden?
Bent u bereid uw strategie om 50.000 al wachtende asielzoekers na drie jaar pas van een eerste besluit te voorzien te heroverwegen? Zo nee, waarom niet?
Bent u het eens met de stelling dat het jarenlange wachten van mensen niet bijdraagt aan een gevoel van nut en zingeving en juist voor meer overlast van deze mensen kan zorgen?
Heeft u cijfers over de psychische klachten en het aantal suïcides of suïcidepogingen onder asielzoekers die wachten op een besluit van de IND? Zo ja, kunt u deze cijfers delen? Zo nee, kunt u dit in kaart brengen?
Kinderen die in Nederland moeten integreren en Nederlands moeten leren, geen Turks of Arabisch |
|
Maikel Boon (PVV), Annette Raijer (PVV) |
|
Letschert , Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Vindt u het ook onbestaanbaar dat prinses Laurentien ouders in Nederland oproept om met hun kinderen de «taal van het hart» te spreken, waaronder Turks1, terwijl deze kinderen juist zo vroeg mogelijk de Nederlandse taal zouden moeten leren? Zo nee, waarom niet?
Waarom financiert de Nederlandse overheid het programma Taalschatten2, waarin het gebruik van de zogenoemde «taal van het hart» wordt aangemoedigd, terwijl prinses Laurentien daaronder expliciet ook niet-Nederlandse talen zoals het Turks verstaat, en waarom wordt dit belastinggeld niet volledig ingezet voor het zo vroeg mogelijk leren van de Nederlandse taal?
Hoeveel belastinggeld is de afgelopen vijf jaar besteed aan Taalschatten en andere projecten3 die het gebruik van Turks en Arabisch onder kinderen stimuleren?
Bent u bereid onmiddellijk te stoppen met het uitgeven van belastinggeld aan projecten die het spreken van Turks en Arabisch onder kinderen stimuleren en dit geld voortaan te besteden aan het leren van de Nederlandse taal? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat wanneer Turks of Arabisch werkelijk de «taal van je hart» is en je ervoor kiest je kinderen in die taal op te voeden, je beter in Turkije of een Arabisch land kunt wonen dan in Nederland? Zo nee, waarom niet?
De actuele situatie in Ter Apel |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Klopt het dat er op 24 september 2026 weer asielzoekers op het grasveld moesten verblijven?1
Hoe lang hebben zij daardoor geen toegang gehad tot basisbehoeften zoals eten, drinken en toiletten?
Zijn zij uiteindelijk toch ‘s avonds opgevangen en zo ja, hoe en door wie?
Wat is uw plan om deze situatie met mensen die op het gras moeten verblijven en de gecontroleerde toegang duurzaam op te lossen? Welke concrete stappen zijn er in de afgelopen weken genomen?
Hoe gaat u op korte termijn zorgen dat er geen mensen op het grasveld hoeven te verblijven?
Hoe is er gereageerd op de waarschuwingen die het Rode Kruis en VluchtelingenWerk Nederland al maanden afgeven?
Wat gaat u doen om kwetsbare mensen veilig te houden en ervoor te zorgen dat zij niet uit beeld raken?
Worden er nog stappen gezet om Rijksvastgoed in te zetten als (tijdelijke) opvanglocaties? Wat is hiervan de stand van zaken?
Is er geen enkele gemeente die wil meewerken aan het inzetten van Rijksvastgoed? Zo nee, wat zijn de andere knelpunten?
Worden er nog gesprekken gevoerd met het Ministerie van Defensie om kazernes tijdelijk in te zetten voor opvang? Is er één enkele mogelijkheid uit de gesprekken gekomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zijn de vervolgstappen?
Kunt u deze vragen onafhankelijk van elkaar en binnen een week (uiterlijk 7 oktober 2026) beantwoorden?
De taaleis voor naturalisatie |
|
Claire Martens-America (VVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de afspraak uit het coalitieakkoord om de taaleis voor naturalisatie te verhogen naar niveau B1?
Wanneer bent u van plan om het benodigde wetgevingstraject om de taaleis voor naturalisatie te verhogen op te starten?
Deelt u de mening dat, om de integratie van nieuwkomers zoveel mogelijk te bespoedigen, deze maatregel zo snel mogelijk doorgevoerd dient te worden?
Indien het antwoord op vraag drie positief is, deelt u de mening dat «zo snel mogelijk» op zijn minst inhoud dat het wetsvoorstel voor het einde van 2026 naar de Raad van State gestuurd dient te worden?
Bent u bereid om alle vragen afzonderlijk te beantwoorden?
De beloofde jaarlijkse rapportage over de Wet Vaststellingsprocedure Staatloosheid. |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Wat is er gebeurd met de toezegging aan de Eerste Kamer van één van uw voorgangers dat er jaarlijks een rapportage zou komen over het aantal vastgestelde staatloze personen, uitgesplitst naar onder meer leeftijd, geslacht en waar mogelijk herkomst evenals knelpunten in de uitvoering?1
Bent u het eens met de stelling dat het zonder actuele gegevens onduidelijk blijft hoe de Wet Vaststellingsprocedure Staatloosheid in de praktijk uitwerkt en of het beleid goed werkt?
Bent u bereid om in tegenstelling tot het kabinet Schoof wel werk te maken van deze rapportage? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn?
Hoeveel mensen staan op dit moment geregistreerd als «onbekende nationaliteit»? Hoe verklaart u dat er nog steeds veel mensen onder deze noemer worden geregistreerd?
Het bericht ‘Onderzoeksraad: 7000 kinderen in asielnoodopvang structureel verwaarloosd’ |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA), Robert van Asten (D66) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Onderzoeksraad: 7000 kinderen in de asielnoodopvang structureel verwaarloosd?»1
Deelt u de mening dat het ontoelaatbaar dat kinderen in Nederland mogelijk permanente schade oplopen door een tekort aan opvangplekken? Zo nee, wat gaat u op korte termijn doen om dit te voorkomen?
Wat vindt u ervan dat Nederland zich niet houdt aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind?
Kunt u toelichten binnen welke termijn kinderen uit de noodopvang kunnen worden gehaald en kunnen worden geplaatst in reguliere opvang bestemd voor kinderen? Welk doel stelt u uzelf om dit voor elkaar te krijgen?
Wat is er in de afgelopen twee jaar, sinds voorzitter van het Kinderrechtencollectief Marc Dullaert aan de bel trok, gebeurd om kinderen uit de noodopvang te krijgen?
Hoe staat het met de uitvoering van aangenomen motie Westerveld om geen nieuwe kinderen meer te plaatsen op (crisis)noodopvangplekken (Kamerstuk 19 637, nr. 3513)?
Kunt u toezeggen dat er op korte termijn een overzicht wordt gemaakt van alle onveilige plekken in noodopvanglocaties en deze worden verholpen om de veiligheidssituatie voor kinderen te verbeteren? Zo ja, binnen welke termijn wordt dit opgepakt?
Kunt u toezeggen het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid ook te betrekken bij de gesprekken met gemeenten die onder bestuurlijk toezicht staan om de noodzaak van het realiseren van reguliere opvang voor kinderen te benadrukken en hen expliciet te vragen om opvang voor kinderen en gezinnen te realiseren?
Kunt u aangeven wat de voortgang is van de uitvoering van de motie Podt over psychosociale ondersteuning voor kinderen in de noodopvang (Kamerstuk 19 637, nr. 2486)? Waarom is dit programma nog niet uitgerold en binnen welke termijn verwacht u dit alsnog te kunnen doen?
Kunt u toelichten hoeveel kinderen in de noodopvang op dit moment geen toegang hebben tot onderwijs? Kunt u toezeggen dat deze kinderen alsnog een vorm van (tussentijds) onderwijs krijgen om te voorkomen dat zij een achterstand oplopen?
Kunt u reageren op elk van de aanbevelingen uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, waarbij u in ieder geval aangeeft hoe u opvolging geeft aan de aanbevelingen?
Kunt u reflecteren op de constatering van de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat er «robuust bestuur» nodig is om de veiligheid in de noodopvang te herstellen? Hoe bent u voornemens hier gehoor aan te geven?
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het volgende debat over vreemdelingen- en asielbeleid?
Twee meisjes die kerkasiel aanvragen en zeggen bang te zijn voor hun vader en de jeugdzorg |
|
Nicole Moinat (PVV) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Meisjes van 11 en 14 vragen kerkasiel aan «omdat we bang zijn voor onze vader en de jeugdzorg»» van Trouw van 20 september 2026?1
Wat vindt u ervan dat twee meisjes van 11 en 14 jaar weglopen, zeggen bang te zijn voor hun vader én de jeugdzorg, om kerkasiel vragen en vervolgens weer bij hun vader terechtkomen?
Wie heeft in deze zaak vastgesteld dat het voor deze meisjes veilig was om terug te keren naar hun vader en op basis waarvan is dat vastgesteld?
Deelt u de mening dat wanneer kinderen van 11 en 14 jaar weglopen en aangeven bang te zijn voor de ouder bij wie zij verblijven, dit een zeer serieus veiligheidssignaal is dat zorgvuldig moet worden onderzocht voordat zij worden teruggebracht? Zo nee, waarom niet?
Hoe wordt ervoor gezorgd dat kinderen vrijuit hun verhaal kunnen doen wanneer zij aangeven óók bang te zijn voor de jeugdbescherming die bij hun situatie betrokken is? Wie komt er in zo’n situatie onafhankelijk voor deze kinderen op?
Kunt u aangeven in hoeveel gevallen SAVE de afgelopen vijf jaar betrokken is geweest bij situaties waarin een kind bij een ouder verbleef of werd geplaatst terwijl het kind nadrukkelijk aangaf daar niet te willen verblijven of geen contact met die ouder te willen? Indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, bent u bereid dit te laten onderzoeken?
Klopt het dat SAVE bij ouder-kindcontactproblemen gebruik heeft gemaakt van kennis of expertise van professionals die werken vanuit ideeën over ouderverstoting? Zo ja, welke rol speelt deze kennis binnen de huidige werkwijze van SAVE en op welke wetenschappelijke onderbouwing is deze werkwijze gebaseerd?
Hoe wordt voorkomen dat signalen van mishandeling, misbruik of andere onveiligheid ten onrechte worden gezien als beïnvloeding door de andere ouder, met het risico dat een kind terechtkomt bij een ouder voor wie het zegt bang te zijn?
Hoe beoordeelt u deze nieuwe signalen in samenhang met de eerdere problemen rond SAVE, waaronder de plaatsingen van Nederlandse kinderen in Spanje waarbij de vereiste procedure niet in alle gevallen is gevolgd? Ziet u aanleiding om, naast het reeds aangekondigde onderzoek naar de buitenlandse plaatsingen, ook breder naar de werkwijze van SAVE te kijken?
Bent u bereid bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) aandacht te vragen voor deze signalen en te bezien of nader toezicht op de werkwijze van SAVE nodig is, in het bijzonder waar het gaat om veiligheidssignalen en het horen van kinderen? Wilt u de Kamer hierover informeren?
De toets die de IND uitvoert op de politieke en maatschappelijke activiteiten van tolken bij de afgifte van inpasbaarheidsverklaringen |
|
Diederik Boomsma (CDA) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Kunt u uiteenzetten hoe de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beoordeelt of een beëdigde tolk die in het Register is ingeschreven voor de IND inzetbaar is en een zogeheten inpasbaarheidsverklaring krijgt? Hoe wordt hun geschiktheid beoordeeld? Wie neemt die beslissing, op basis van welke stukken, en worden daarbij ook openbare bronnen zoals sociale media geraadpleegd?
Welke criteria hanteert de IND bij die beoordeling? Zijn deze criteria schriftelijk vastgelegd en openbaar, anders dan de algemeen geformuleerde bepalingen in de Gedragscode tolken en vertalers van de IND? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat de gedragscode van de IND van tolken verlangt dat zij hun werk «politiek neutraal» verrichten en geen functies bekleden of activiteiten verrichten «die tot belangenverstrengeling kunnen leiden», maar dat niet is uitgewerkt welke functies, lidmaatschappen, nevenactiviteiten of uitingen daar concreet onder vallen? Hoe wordt voorkomen dat zulke normen van geval tot geval verschillend worden toegepast?
Deelt u de opvatting dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen enerzijds de eis dat een tolk tijdens het gehoor onpartijdig, nauwkeurig en zonder eigen mening vertaalt, en anderzijds het toetsen van de politieke en maatschappelijke opvattingen en activiteiten van een tolk buiten het werk? Hoe verhoudt dat laatste zich tot het verbod op onderscheid op grond van politieke gezindheid in de Algemene wet gelijke behandeling, dat ook geldt voor de toegang tot het vrije beroep?
Is lidmaatschap van- of kandidaatstelling voor een politieke partij een omstandigheid die bij die beoordeling meeweegt? Zo ja, op welke grondslag?
Acht u het aanvaardbaar dat een beëdigde tolk die aan alle kwaliteits- en integriteitseisen van de Wet beëdigde tolken en vertalers voldoet, door de IND wordt geweigerd vanwege lidmaatschap van of kandidatuur voor een politieke partij, medewerking aan een verkiezingsprogramma, of publieke inzet voor mensenrechten of voor een bepaalde bevolkingsgroep? Zo ja, op welke wettelijke grondslag berust dat?
Kunt u aangeven welke soorten nevenactiviteiten, lidmaatschappen en uitingen naar het oordeel van de IND wél en niet verenigbaar zijn met tolkwerk voor de IND? Geldt daarbij dezelfde maatstaf voor bijvoorbeeld vrijwilligerswerk voor VluchtelingenWerk, werkzaamheden voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), betrokkenheid bij een religieuze organisatie of het dragen van religieuze kleding, dat de gedragscode uitdrukkelijk toestaat?
Hoeveel aanvragen voor een inpasbaarheidsverklaring zijn in elk van de jaren 2021 tot en met 2026 (tot heden) ingediend, en hoeveel daarvan zijn toegewezen, afgewezen of later ingetrokken? Kunt u de afwijzingen en intrekkingen uitsplitsen naar reden, bijvoorbeeld taalvaardigheid, Verklaring Omtrent het Gedrag, integriteit, neutraliteit of belangenverstrengeling, en overig?
In hoeveel gevallen was een vermeend gebrek aan (politieke) neutraliteit, dan wel politieke of maatschappelijke activiteit van de tolk, een reden of medereden om een inpasbaarheidsverklaring te weigeren of in te trek ken?
Wat zijn de gevolgen van een weigering door de IND voor de betrokken tolk, gelet op het aandeel van de IND in de vraag naar tolkdiensten in bepaalde talen? Werkt een weigering door de IND, bijvoorbeeld via de bemiddelaars (intermediairs) waarmee de IND werkt, ook door in de inzetbaarheid van de tolk bij andere overheidsorganisaties zoals de politie, de rechtspraak of het COA?
Is in de afgelopen jaren door een rechter, een klachtinstantie of een toezichthouder geoordeeld over de wijze waarop de IND potentiële tolken beoordeelt op neutraliteit? Zo ja, welke conclusies heeft u daaraan verbonden en welke aanpassingen zijn sindsdien in de werkwijze doorgevoerd?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Bent u bekend met het bericht «Maandenlange zoektocht van Defensie naar opvanglocatie voor asielzoekers levert nul plaatsen op. «We zijn teleurgesteld»»?1
Kunt u toelichten hoe de zoektocht naar overheidsgrond voor asielopvang sinds deze zomer is verlopen? Welke gebieden zijn hiervoor in kaart gebracht, zowel locaties in bezit van defensie als andere locaties in bezit van het Rijksvastgoedbedrijf?
Klopt het dat locaties zijn afgevallen op basis van «lokaal draagvlak»? Zo ja, bij hoeveel locaties was dit het geval en welke argumenten werden daarbij aangedragen?
Kunt u toelichten waarom locaties die eerder beschikbaar zijn gesteld voor asielopvang nu zijn afgevallen?
Zijn er nog opties in beeld voor een opvanglocatie, die niet in bezit zijn van defensie? Bijvoorbeeld ander grondgebied dat in bezit is van het Rijksvastgoedbedrijf? Zo ja, hoeveel locaties zijn hiervoor nog in beeld?
Kunt u toelichten welke andere opties u nog heeft om op korte termijn een opvanglocatie te vinden om te voorkomen dat personen in Ter Apel buiten moeten slapen?
Kunt u bevestigen dat defensie op dit moment enkel is betrokken bij «overleg» over asielopvang maar geen formeel steunverzoek heeft ontvangen? Wordt een dergelijk steunverzoek alsnog overwogen?
Welke concrete gevolgen heeft het uitblijven van deze opvangplekken voor de beschikbare opvangcapaciteit de komende maanden en het blijvende tekort aan plekken in Ter Apel?
Kunt u toelichten hoeveel plekken er nodig zijn om het aanmeldcentrum in Ter Apel te ontlasten? Kunt u toelichten waarom er vanuit het Rijk niet een (paar) grootschalige noodopvang komt voor deze personen totdat uitvoering van de Spreidingswet deze noodopvang overbodig maakt?
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het eerstvolgende commissiedebat over vreemdelingen- en asielbeleid?
De veiligheid van lhbtiq+-personen en andere minderheden in opvangcentra |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel uit de Volkskrant «Lhbti-vluchtelingen leven in angst in de asielopvang van Ter Apel» en de brandbrieven van LGBT Asylum support en andere organisaties die opkomen voor lhbtiq+ asielzoekers?1
Deze signalen zijn niet nieuw, wat heeft u recent gedaan om de veiligheid van lhbtiq+ asielzoekers te verbeteren? Wat heeft u gedaan om zware geweldsincidenten en seksueel geweld tegen lhbtqi+ asielzoekers en andere minderheden op opvanglocaties te verbeteren? Wat kan er nog meer gedaan worden en wat is daarvoor nodig?
Wordt op dit moment nog steeds gebruik gemaakt van de lhbtiq+ units? Kan iedereen die hier behoefte aan heeft hiernaar worden overgeplaatst? Zo nee, hoe gaat u zorgen dat de veiligheid wordt gewaarborgd en niet verder in het geding komt door een tekort aan capaciteit?
Herkent u de oplopende spanningen door de onzekerheid rondom de invoering van het migratiepact die worden beschreven in het artikel in de Volkskrant en die de spanningen in azc’s voeden? Deelt u de mening dat dit niet alleen voor asielzoekers, maar ook het werk van coa-medewerkers en vrijwilligers zwaarder maakt? Zo ja, wat gaat u daaraan doen?
Op hoeveel locaties is er op dit moment geen lhbtiq+ contactpersoon?
Herkent u de signalen over de barrières die asielzoekers ervaren, door nare ervaringen uit het verleden en hen weerhouden om aangifte te doen? Op welke manier kunt u bijdragen aan het vertrouwen in de politie en aangifte stimuleren?
Zijn er stappen genomen om de opvang veiliger te maken voor lhbtiq+ asielzoekers na het overleiden van een minderjarige asielzoeker in april 2025 zoals uw voorganger heeft toegezegd? Zo ja, welke?2
Bent u het eens met de analyse dat het zo lastig is om genoeg veilige plekken voor kwetsbare asielzoekers op te zetten doordat veel gemeenten zich nog altijd niet aan de spreidingswet houden?
Zou dit wat u betreft een reden mogen zijn dat er onvoldoende plekken zijn voor asielzoekers die door hun afkomst, geloof of wie ze zijn in een kwetsbare positie zitten?
Hoe gaat u ervoor zorgen asielzoekers die acuut risico of gevaar lopen per direct een veilige plek krijgen?
Op welke manier steunt u belangenorganisaties die opkomen voor deze groep? Bent u bereid hen financieel of anderszins te steunen, zodat zij gerichte ondersteuning kunnen geven, maar ook voorlichting kunnen geven en activiteiten kunnen organiseren die in het kader staan van acceptatie en ontmoeting?
Het ontslag van een Vlaamse lerares vanwege haar hoofddoek |
|
Doğukan Ergin (DENK) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het ontslag van een Vlaamse lerares van de Kiempunt Campus Assenede, die haar baan heeft verloren omdat zij tijdens haar werk haar hoofddoek niet wil afdoen?1 2 Wat vindt u ervan dat een bevoegde en goed functionerende lerares niet vanwege haar functioneren, maar vanwege haar hoofddoek wordt ontslagen? Keurt u dit af?
Wilt u deze zaak op korte termijn bespreken met uw Vlaamse ambtsgenoot en daarbij ook de positie van moslimvrouwen in Vlaanderen onder de aandacht brengen?
Wilt u deze zaak bespreken tijdens de informele bijeenkomst van Europese onderwijsministers op 15 en 16 oktober 2026 en/of andere relevante samenkomsten met uw Belgische evenknie en de Kamer informeren?
Het spreekexamen Nederlands voor inburgeraars |
|
Wimar Bolhuis (GroenLinks-PvdA) |
|
Thierry Aartsen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat inburgeraars en hun docenten last ondervinden van de luidruchtige omgeving waarin inburgeraars hun examen Spreken Nederlands moeten afleggen?1
Hoe beoordeelt u de inschatting dat er een verband is tussen het lage slaagpercentage voor het examen Spreken (minder dan 60%) en de luidruchtige omgeving waarin het examen afgelegd moet worden doordat iedereen tegelijk praat?
Bij welk aandeel van de mensen die na de vooropgestelde termijn van drie jaar hun inburgeringstraject nog niet afgerond hebben, is dat toe te schrijven aan het niet slagen voor het examen Spreken? Bij welk aandeel is dat toe te schrijven aan het falen voor meerdere onderdelen, waaronder examen Spreken?
Kunt u een inschatting geven van de schaal van het probleem? Hoeveel testcentra zijn er waar mensen het examen Spreken kunnen afleggen? In hoeveel daarvan dienen inburgeraars met meerdere mensen tegelijk in een open zaal met een koptelefoon tegen een computer te spreken? In hoeveel centra leidt dat tot luidruchtige omgevingen?
Wat is de reden dat het examen Spreken nu op deze manier is georganiseerd met luidruchtige omgevingen tot gevolg? Is de situatie verslechterd?
Zijn er examencentra die het examen Spreken bewust anders organiseren met aandacht voor het creëren van een rustige omgeving? Zo ja, wat is ervoor nodig om die aanpak op te schalen naar alle centra?
Welke opties ziet u om het examen Spreken anders te organiseren zodat er een rustige examenomgeving gecreëerd kan worden? Wat is ervoor nodig om die opties te implementeren?
Zou u deze vragen elk afzonderlijk kunnen beantwoorden?
Verspreide berichten van burgerwachten in verschillende gemeenten |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA), Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA), Aerdts |
|
|
|
|
Hoe gaat u ervoor zorgen dat er landelijk zicht komt op burgerwachten die overgaan tot intimidatie, bedreiging, stalking, laster, bekladding of doxing?1
Wat gaat u eraan doen dat er meerdere groepen door het land heen worden opgericht die overgaan tot bovengenoemde strafbare feiten om opvangbewoners, voorstanders van opvang en vrijwilligers in opvanglocaties te intimideren en online mensen oproepen om hieraan mee te doen?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat mensen bij opvanglocaties hun (vrijwilligers)werk kunnen blijven doen, veilig kunnen wonen en zich kunnen en durven uit te spreken voor een opvanglocatie?
Hoe zorgt u ervoor dat mensen die geïntimideerd zijn in hun dorp door anti-azc groeperingen veilig genoeg zijn en zich veilig genoeg voelen om zich wel nog uit te spreken tijdens bijvoorbeeld inspraakavonden?
Hoe zijn inspraakavonden nog een nuttig instrument als een groot deel van de bewoners niet meer durft te komen?
Bent u bereid te monitoren hoe vaak er strafbare feiten worden gepleegd door dit soort burgerwachten zodat u beleid kunt opstellen om deze tegen te gaan?
Bent u van mening dat het eenmalig voeren van een rechten- en plichtengesprek voldoende is om opvangbewoners op de hoogte te brengen van waar zij aangifte kunnen doen nu er op zoveel plekken in het land intimidatie, stalking en soms zelfs brandstichting plaatsvindt? Bent u bereid ervoor te zorgen dat opvangbewoners gericht geïnformeerd worden over wanneer er een strafbaar feit tegen hen wordt gepleegd gezien de huidige situatie? Zo nee, waarom niet?
Worden opvangbewoners ook gewezen op meldmogelijkheden bij de Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument & Markt, zodat zij zich kunnen beroepen op hun online- en privacyrechten?
Kunt u afspraken maken met deze autoriteiten om de bestaande meldmogelijkheden toegankelijk te maken voor opvangbewoners?
Bent u bereid om proactief gemeenten aan te bieden een gesprek te voeren wanneer er zulke groepen gevormd zijn om een gezamenlijke aanpak te formuleren? Zo nee, waarom niet?
Wat vindt u van het feit dat raadsleden in Tholen niet naar buiten konden na de raadsvergadering dinsdagavond 1 september j.l. vanwege de veiligheid bij een anti-azc-demonstratie?
Maakt u zich zorgen dat intimidatie van raadsleden en wethouders rondom azc-besluiten kan leiden tot schade aan de veiligheid van deze mensen en aan onze lokale democratie?
Wat gaat u doen om dit soort escalaties in de toekomst te voorkomen en raadsleden en wethouders die een beslissing moeten maken over de komst van een azc te steunen – waartoe zij ook besluiten?
Wat vindt u van het feit dat in de nacht van 10 augustus j.l. 28 asielzoekers in Surhuisterveen werden tegengehouden om naar de nachtopvang te gaan om te slapen?
Zijn er meer van dit soort incidenten bij u bekend? Hoe vaak is dit voorgekomen?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat asielzoekers in het vervolg niet worden tegengehouden en geïntimideerd worden als zij onderweg zijn naar hun aangewezen slaapplek?
Bent u bekend met de berichten over «Defend Den Bosch» en de intimidatie van Syrische jongeren op de Kermis in Den Bosch?
Wat vindt u van het feit dat een groep die linken lijkt te hebben met rechts-extremisme jonge Syriërs lastigvalt op de kermis in Den Bosch en online berichten verspreidt die hiertoe oproepen? Hoe gaat u helpen optreden tegen dit soort groepen?
Wordt er toezicht gehouden op de online oproepen die groeperingen zoals «Defend Den Bosch» online verspreiden om met groepen mensen jongeren te belagen op de kermis, of om bijvoorbeeld huizen te bekladden? Op welke manier wordt hiertegen opgetreden? Hoe wordt hierin samengewerkt met de lokale driehoek?
Is bij u bekend of en hoe vaak er melding wordt gemaakt van online oproepen die leiden tot strafbare feiten door groeperingen als «Defend Den Bosch»? Heeft u indicaties dat hier tijdig en effectief tegen wordt opgetreden?
Is bekend of «Defend Den Bosch» ook betrokken was bij de bekladdingen en intimidatie bij gemeente Engelen?
Gaat u zich inzetten om de inspraak over de komst van een azc rustiger te laten verlopen zodat zowel voor- als tegenstanders zonder angst en intimidatie zich kunnen laten horen?
Wat is uw reactie op de brandstichting bij het gebouw in Valkenswaard waar in de toekomst alleenstaande minderjarige vluchtelingen zouden worden opgevangen?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze intimidatie stopt en niet de reden mag zijn dat er al dan niet een azc komt?
Kunt u nader ingaan op de rol van sociale media in het aanjagen van intimidatie van voor- en tegenstanders van een azc? In hoeveel gevallen zijn intimiderende acties aangesticht via online kanalen?
Bent u van mening dat grote online platforms hier voldoende tegen optreden, gezien u in eerdere beantwoording beschrijft dat er tegen meerdere bedrijven al aanwijzingen zijn gepubliceerd dat zij wet- en regelgeving niet naleven?2
Welke maatregelen kunt u nemen om intimidatie (aangejaagd) via sociale media tegen te gaan, bijvoorbeeld door bestaande wet- en regelgeving strenger te handhaven, met behoud van de vrijheid van meningsuiting?
Kunt u deze vragen binnen de geldende termijn beantwoorden?
De gezinshereniging van een verdachte met 114 politieregistraties |
|
Diederik Boomsma (CDA), Simon Ceulemans (JA21) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de 18-jarige Syrische verdachte van een gewelddadige woningoverval in Amsterdam-Oost, die sinds zijn komst naar Nederland op veertienjarige leeftijd volgens het Openbaar Ministerie en de berichtgeving 114 politieregistraties heeft opgebouwd, en wiens ouders en broertjes desondanks naar Nederland zouden mogen komen in het kader van gezinshereniging?1
Klopt het dat de rechtbank overwoog dat de «samenleving er beroerd van zou zijn» als de hechtenis van deze persoon zou worden geschorst?
Klopt het dat deze verdachte rechtmatig verblijf in Nederland heeft? Zo ja, op grond van welke verblijfstitel, sinds wanneer beschikt hij daarover en op welke datum is deze verblijfstitel voor het laatst door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beoordeeld of verlengd?
Klopt het dat op naam van deze verdachte 114 politieregistraties staan? Zo ja, over welke periode zijn deze opgebouwd, op hoeveel afzonderlijke incidenten hebben deze betrekking, om welke categorieën strafbare feiten gaat het en hoeveel daarvan hebben geleid tot respectievelijk een sepot, strafbeschikking, veroordeling of nog lopende strafzaak?
Op welk moment is de IND voor het eerst geïnformeerd over strafrechtelijke antecedenten of politieregistraties van deze vreemdeling? Hoe vaak heeft sindsdien informatie-uitwisseling tussen politie, Openbaar Ministerie en IND over betrokkene plaatsgevonden?
Is naar aanleiding van deze registraties, vervolgingen of eventuele veroordelingen onderzocht of zijn verblijfsrecht kon worden ingetrokken of niet verlengd wegens gevaar voor de openbare orde? Zo ja, wanneer en met welke uitkomst? Zo nee, waarom niet?
Zijn er volgens u wettelijke, Unierechtelijke of verdragsrechtelijke bepalingen die verhinderen dat bij een vreemdeling die in vier jaar tijd zoveel politieregistraties heeft opgebouwd, eerder wordt beoordeeld of voortzetting van zijn verblijf verenigbaar is met de bescherming van de openbare orde?
Klopt het dat deze verdachte als referent optreedt of heeft opgetreden voor de gezinshereniging van zijn ouders en broertjes? Zo ja, wanneer is deze aanvraag ingediend, wanneer is daarop beslist en op welke juridische grondslag is de gezinshereniging toegestaan?
Was de IND bij de behandeling van die nareisaanvraag op de hoogte van de politieregistraties, strafrechtelijke antecedenten en/of lopende strafzaken van de referent? Zo ja, welke betekenis is daaraan bij de beslissing gegeven? Zo nee, hoe is het mogelijk dat dergelijke informatie de IND niet heeft bereikt?
Klopt het dat bij de openbare-ordetoets in een nareisprocedure in beginsel wordt beoordeeld of de nareizende gezinsleden zelf een gevaar vormen voor de openbare orde, maar dat ernstig of stelselmatig crimineel gedrag van de in Nederland verblijvende referent op dit moment niet zonder meer een grond vormt om de gezinshereniging te weigeren?
Zo ja, acht u het wenselijk dat iemand die in Nederland in korte tijd een zeer groot aantal politieregistraties heeft opgebouwd en wordt verdacht van een ernstig geweldsmisdrijf, desondanks aanspraak kan blijven maken op facilitering door de Nederlandse staat van de overkomst van zijn gezin?
Welke mogelijkheden biedt het huidige nationale, Europese en internationale recht om een aanvraag voor gezinshereniging af te wijzen, aan te houden of opnieuw te beoordelen wanneer de referent een ernstig gevaar voor de openbare orde vormt of wordt verdacht van ernstige strafbare feiten?
Bestaat er op dit moment überhaupt een grens aan het aantal of de ernst van de strafbare feiten dat een referent kan plegen voordat zijn gedrag gevolgen heeft voor een lopende of reeds toegewezen aanvraag voor gezinshereniging? Zo ja, waar ligt die grens precies? Zo nee, acht u dat verdedigbaar?
Deelt u de opvatting dat het maatschappelijk niet uit te leggen is wanneer de Staat enerzijds een vreemdeling wegens een lange reeks strafbare gedragingen als gevaar voor de samenleving beschouwt, maar anderzijds tegelijkertijd actief zijn gezinshereniging faciliteert?
Bent u bereid het beleid en, indien noodzakelijk, de Vreemdelingenwet zodanig aan te passen dat stelselmatig crimineel gedrag van een referent uitdrukkelijk kan worden betrokken bij de beoordeling van een aanvraag voor gezinshereniging? Zo nee, welke concrete bepaling van Europees of internationaal recht verhindert dit?
Hoeveel vreemdelingen met rechtmatig verblijf in Nederland hebben op dit moment respectievelijk meer dan 10, meer dan 50 en meer dan 100 politieregistraties op hun naam staan, en bij hoeveel van hen is naar aanleiding daarvan een verblijfsrechtelijke maatregel onderzocht of genomen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en één voor één beantwoorden?
De gezondheidszorg voor arbeidsmigranten |
|
Jimmy Dijk (SP), Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) |
|
Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de problematiek rond de toegang tot gezondheidszorg van arbeidsmigranten, zoals onder andere geschetst door de artsenwerkgroep Arbeidsmigranten Veilig en Gezond?1
Hoeveel arbeidsmigranten zijn er op dit moment onverzekerd aan het werk in Nederland? Als u dit niet weet, welke stappen gaat u nemen om hier wel achter te komen?
Klopt het dat veel arbeidsmigranten een zorgverzekering krijgen aangeboden door het uitzendbureau waar ze in dienst zijn, maar dat deze regelmatig stopt zodra ze uit dienst treden? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
Klopt het dat dit voor veel problemen zorgt omdat arbeidsmigranten onverzekerd zijn zodra zij ziek uit dienst treden? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
Klopt het dat arbeidsmigranten die niet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) zich meestal niet kunnen inschrijven bij een huisarts en daardoor zijn overgeleverd aan de spoedeisende hulp? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
Waarom is er geen opvolging gegeven aan het advies van de commissie Roemer om arbeidsmigranten die uit dienst treden de toegang tot zorg te laten behouden? Wat gaat u doen om dit advies alsnog uit te voeren?
Wat doet u, en vraagt u van uitzendbureaus, om arbeidsmigranten zo goed mogelijk te informeren over hun rechten en plichten rond de toegang tot gezondheidszorg?
Welke stappen neemt u om het informeren van arbeidsmigranten rond hun toegang tot gezondheidszorg te verbeteren? Wat vraagt u daarbij van uitzendbureaus?
Bent u het ermee eens dat het onacceptabel is dat arbeidsmigranten de weg naar goede gezondheidszorg in Nederland zo weinig weten te vinden en onderweg zoveel hobbels tegenkomen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
De massale bestorming van de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla en de gevolgen daarvan voor Nederland |
|
Ralf Dekker (FVD), Tom Russcher (FVD) |
|
Bart van den Brink (CDA), Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat volgens schattingen van het Spaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken in 24 uur tijd circa 49.000 migranten vanuit Marokko de Spaanse exclave Ceuta zijn binnengedrongen, zowel over land als via zee?1 2
Ja.
Deelt u de opvatting dat de grens van Ceuta geen louter Spaanse aangelegenheid is, maar een gemeenschappelijke buitengrens van de Europese Unie en het Schengengebied, waarvan het bezwijken directe gevolgen heeft voor Nederland?
Met de eerder toegelichte inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden en zijn er dus geen directe gevolgen voor Nederland geconstateerd.
De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa van groot belang is. Nederland heeft in de extra JBZ-Raad van 4 februari onderstreept dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken. De EU moet in onderlinge solidariteit blijven investeren in het versterken van de buitengrenzen, het tegengaan van irreguliere migratie en de terugkeer van vertrekplichtige migranten. Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente implementatie van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. Een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoeder van de Verdragen, is daarbij onmisbaar. Tegelijkertijd vraagt het ook, meer dan voorheen, dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenevaluaties opvolgen om hun implementatie te versterken. Ook pleit het kabinet onverminderd voor het transparant maken en open bespreken van de tekortkomingen en het bespreken hiervan tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Erkent u dat migranten Ceuta beschouwen als toegangspoort tot de Europese Unie en dat een aanzienlijk deel van hen zal trachten door te reizen naar Noordwest-Europese lidstaten, waaronder Nederland?
Zie antwoord hierboven. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa en het tegengaan van irreguliere migratie van groot belang is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken.
Welke lessen heeft de Europese Unie volgens u getrokken uit de bestorming van de Spaanse exclave Melilla in juni 2022 en Ceuta in mei 2021, waarbij eveneens duizenden migranten binnenkwamen?3
De situatie bij Ceuta van vorige week is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Dit incident was van een compleet andere ordegrootte dan de situaties waar de vraagsteller naar verwijst, waarbij het respectievelijk ging om 2000 en 8000 migranten. Tijdens de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000 irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over te steken. De Spaanse autoriteiten hebben voor het overgroote deel van deze migranten de terug naar Marokkaans grondgebied bewerkstelligd.
In de afgelopen jaren heeft de EU geïnvesteerd in het verder versterken van het Europese asiel- en migratiesysteem, alsook het versterken van de buitengrenzen. In het algemeen zijn daardoor de irreguliere grensoverschrijdingen in de EU de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Ook lijkt het erop dat het Spanje met het huidige instrumentarium is gelukt om te zorgen dat het Schengengebied niet is geschonden.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat Marokkaanse grenswachters kort voor de massale oversteek plotseling van hun posten verdwenen?4 5
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit. Wel ziet het kabinet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. Er is op dit moment daarom geen aanleiding voor maatregelen, des te meer omdat Marokko constructief heeft meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van verdere irreguliere migratie.
Verder is het kabinet van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Deelt u de analyse dat Marokko migratie doelbewust inzet als diplomatiek drukmiddel jegens Spanje en de Europese Unie?6
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om, bilateraal dan wel in EU-verband, consequenties te verbinden aan dit Marokkaanse handelen, bijvoorbeeld op het terrein van visumverlening, handelspreferenties of ontwikkelingssamenwerking?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bekend met de uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof van begin juli 2026, waarin is geoordeeld dat migranten die zwemmend of per boot Ceuta bereiken niet zonder procedure mogen worden teruggestuurd?
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat volgens de Spaanse regering mensensmokkelbendes van deze uitspraak misbruik maken om de huidige massale oversteek te organiseren?
Nederland heeft, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen opgeroepen om samen met Spanje te onderzoeken hoe dit tot stand heeft kunnen komen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Erkent u dat hiermee opnieuw is aangetoond dat juridische waarborgen die uitzetting zonder procedure onmogelijk maken, een aanzuigende werking op illegale migratie hebben?
Nee. Juridische waarborgen zijn de basis van een goed werkende rechtsstaat. Wel is het van belang om dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen te onderzoeken hoe de situatie bij Ceuta tot stand is gekomen. Nederland heeft daarom in de iJBZ-raad van 4 augustus, gevraagd om een onderzoek naar de oorzaken en de tekortkomingen uitgevoerd door de Europese Commissie en de relevant EU-agentschappen, in samenwerking met Spanje, om hierover meer helderheid te krijgen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bekend met het arrest N.D. en N.T. tegen Spanje, waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat Spanje migranten die massaal het grenshek bij Melilla bestormden direct mocht terugleiden, zonder daarmee het verbod op collectieve uitzetting te schenden?7
Ja, ik ben bekend met de uitspraak van het EHRM.
Bent u bereid om in Europees verband te bepleiten dat de ruimte die dit arrest biedt voor het direct terugleiden van migranten die de buitengrens massaal bestormen, door de lidstaten maximaal wordt benut?
Op 15 mei jl. heeft de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring aangenomen. Hierin wordt verwezen naar een situatie van massale aankomsten. De verklaring bevestigt de soevereiniteit van lidstaten in het beschermen van nationale grenzen en het besluiten over wie op het grondgebied mag verblijven, in overeenstemming met de verplichtingen onder het EVRM. Het kabinet heeft, samen met andere lidstaten, opgeroepen tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring. Het EHRM oordeelde overigens in genoemde zaak dat er geen schending was van het verbod op collectieve uitzetting omdat de verzoekers geen gebruik hadden gemaakt van bestaande juridische procedures om legaal toegang te krijgen tot Spaans grondgebied.
Bent u bekend met de buitengewone regularisatieregeling van de regering-Sánchez, op grond waarvan illegaal in Spanje verblijvende migranten tussen 16 april en 30 juni 2026 een verblijfs- en werkvergunning konden aanvragen, en waarvoor blijkens mededelingen van de Spaanse regering ruim één miljoen aanvragen zijn ingediend?8 9
Ja, daarmee ben ik bekend.
Bent u tevens bekend met het door premier Sánchez op 30 juni 2026 gepresenteerde «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030», waarin deze massale regularisatie uitdrukkelijk wordt gepresenteerd als eerste stap op weg naar volwaardig burgerschap?
Het kabinet is bekend met het Spaanse «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030»
Wat zegt de huidige explosieve toestroom richting Ceuta, die kort volgt op de afronding van de Spaanse regularisatieronde en de presentatie van het genoemde plan, volgens u over de aanzuigende werking van dergelijke versoepelingen?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de informele JBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Indien u van oordeel bent dat er geen verband bestaat tussen het Spaanse regularisatiebeleid en de huidige toestroom, kunt u die opvatting dan onderbouwen met een alternatieve verklaring voor het feit dat juist nu tienduizenden Marokkanen de oversteek naar Spaans grondgebied wagen?
Zie antwoord vraag 15.
Erkent u dat een door Spanje afgegeven verblijfsvergunning de houder het recht geeft om vrij door het Schengengebied, en dus ook door Nederland, te reizen?
De door Spanje afgegeven vergunning geeft recht op verblijf en werk in Spanje. Op grond van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst mag de houder van een dergelijke vergunning maximaal 90 dagen in andere Schengenlanden verblijven, voor zover aan de toepasselijke voorwaarden voor binnenkomst wordt voldaan. Iemand met een dergelijke vergunning heeft geen recht om zich in Nederland te vestigen. Uiteraard houdt Nederland in nauw contact met Spanje de situatie in de gaten.
Erkent u dat geregulariseerde migranten na vijf jaar legaal verblijf in Spanje de status van langdurig ingezetene kunnen verkrijgen, die hun onder voorwaarden het recht geeft zich in andere lidstaten, waaronder Nederland, te vestigen?
Op grond van de Richtlijn Langdurig Ingezeten (richtlijn 2003/109/EG) kunnen onderdanen uit derde landen de status van langdurig ingezetene krijgen wanneer zij legaal en ononderbroken vijf jaar op het grondgebied van een lidstaat verblijven en voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze status geeft hen onder voorwaarden het recht om langer dan drie maanden in een andere lidstaat te verblijven. In die andere lidstaat moet dan wel een verblijfsvergunning worden aangevraagd, waarbij getoetst wordt op onder meer een gevaar voor openbare orde en het middelenvereiste. Komt de langdurig ingezetene derdelander voor arbeid naar Nederland, dan geldt in Nederland in het eerste jaar een arbeidsmarkttoets.
Deelt u dan ook de conclusie dat het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid daarmee de facto mede Nederlands migratiebeleid is, zonder dat de Staten-Generaal of de Nederlandse kiezer daarover enige zeggenschap heeft gehad?
Nee, de richtlijn langdurig ingezetenen heeft geen betrekking op naturalisatie. Daarover gaan de lidstaten zelf.
Bent u bekend met het bericht dat Italië ermee heeft gedreigd Spanje tijdelijk uit het Schengengebied te weren vanwege deze crisis, en deelt u de daaraan ten grondslag liggende zorg dat via Spanje toegelaten migranten zich vervolgens ongehinderd over het Schengengebied kunnen verspreiden?
Ja, ik ben bekend met het bericht. Die zorg deelt het kabinet niet, want doorreizen vanuit Ceuta kan enkel gecontroleerd. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied.
Bent u bereid om in het licht van deze crisis de controles aan de Nederlandse landsgrens te intensiveren?
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid – en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Kunt u uitsluiten dat Nederland op grond van het solidariteitsmechanisme van de per 12 juni 2026 van toepassing geworden Asiel- en Migratiebeheerverordening zal worden verplicht om naar aanleiding van deze crisis asielzoekers uit Spanje over te nemen dan wel financiële solidariteitsbijdragen te leveren?10
De berekening van welke lidstaten solidariteit ontvangen onder het solidariteitsmechanisme is gebaseerd op verschillende factoren waaronder de bevolkingsomvang, BBP en de irreguliere asielaankomsten en asielprocedures, van de afgelopen vijf jaar. Vervolgens is het aan de Europese Commissie om tot een voorstel te komen van de verdeling en daarmee hoeveel solidariteit lidstaten ontvangen. Hier moet overeenstemming over bereikt worden binnen de EU. Het kabinet kan daar geen berekening van maken.
Indien het antwoord op vraag 22 ontkennend luidt, kunt u dan aangeven met de overname van hoeveel asielzoekers of met welke financiële bijdragen Nederland in het uiterste geval rekening moet houden?
Zie antwoord vraag 22.
Deelt u de opvatting dat de inzet van slechts zestig Spaanse militairen tegenover een toestroom van tienduizenden migranten volstrekt ontoereikend is om deze buitengrens van de Europese Unie te verdedigen?
Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan daar moeten ook een analyse bij zitten over de mogelijke tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens bij Ceuta. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Daarbij is het cruciaal dat Spanje, in samenwerking met Marokko en ondersteund door de Europese Commissie, beziet hoe de buitengrens bij Ceuta versterkt kan worden en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De Commissie moet, als hoeder van de verdragen, hierin een leidende rol hebben en rapporteren aan de lidstaten over de uitkomsten van deze evaluatie.
Heeft de Nederlandse regering Spanje personele of materiële steun aangeboden voor de bewaking van de buitengrens bij Ceuta?
Er is op dit moment geen concrete steun toegezegd of gevraagd door Spanje. In algemene zin zal Nederland lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken waar mogelijk steunen als zij daarom vragen.
Indien het antwoord op vraag 25 ontkennend luidt, bent u dan bereid een dergelijk aanbod, in overleg met de Minister van Defensie, alsnog te doen?
Zie antwoord vraag 25.
Bent u bereid deze crisis en de grensoverschrijdende gevolgen van het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid te agenderen voor de eerstvolgende JBZ-Raad en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welke effect deze ontwikkelingen precies hebben gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de iJBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van dit incident te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Aanvullende berichtgeving over de situatie in Ceuta. |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Veel migranten verlaten Ceuta, maar duizenden willen Europese droom niet opgeven: winkels op slot en boten richting Spanje gestopt»?1
Ja.
Welke informatie heeft het kabinet ontvangen van de Spaanse autoriteiten over het aantal migranten dat Ceuta daadwerkelijk heeft verlaten en hoeveel personen zich op dit moment nog in de Spaanse exclave bevinden?
Tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000 irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over te steken waarvan zij, in samenwerking met Marokko, rond de 70.000 irreguliere migranten naar Marokko heeft laten terug keren.
Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst van Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daarom onduidelijkheid over het precieze aantal resterende irreguliere migranten dat zich nog in Ceuta bevindt. Het is daarom van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom, samen met andere gelijkgezinden lidstaten, hierop blijven aandringen.
Op welke wijze verifieert Nederland de juistheid van informatie die door de Spaanse autoriteiten wordt verstrekt over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten en de beveiliging van de buitengrens van de Europese Unie?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bekend met signalen dat de feitelijke situatie in Ceuta mogelijk afwijkt van de officiële lezing van de Spaanse autoriteiten? Zo ja, welke signalen zijn dat en welke conclusies verbindt het kabinet daaraan?
Zie antwoord vraag 2.
Indien zou blijken dat de Spaanse autoriteiten bewust een ander beeld hebben geschetst van de situatie in Ceuta of onjuiste informatie hebben verstrekt over het aantal teruggekeerde migranten, welke gevolgen zou dat volgens u moeten hebben voor de samenwerking met Spanje binnen de Europese Unie?
Het kabinet heeft geen aanwijzingen dat de Spaanse autoriteiten onjuiste informatie hebben verstrekt. Het kabinet heeft tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. Frontex opgeroepen om de situatie aan de grens, het aantal irreguliere migranten in Ceuta en eventuele bewegingen nauw te blijven monitoren en hierover te rapporteren.
Deelt u de opvatting dat betrouwbare en controleerbare informatie van lidstaten essentieel is voor een goed functionerend Europees migratiebeleid? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Wanneer zou voor u de grens bereikt zijn waarop geconcludeerd moet worden dat Spanje onvoldoende invulling geeft aan zijn verplichtingen als bewaker van de Europese buitengrens?
Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente toepassing en naleving van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. In dat kader is een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoedster van de Verdragen onmisbaar. Via Schengenevaluaties wordt getoetst of lidstaten voldoen aan het Schengen acquis. Op basis van deze evaluaties worden aanbevelingen geformuleerd die lidstaten moeten uitvoeren. Daarnaast rapporteert de Commissie over de integriteit van het Schengengebied via de Schengen barometer en het Staat van Schengenrapport. Het is, meer dan voorheen, extra van belang dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenvaluaties opvolgen om adequate toepassing en naleving van de Schengenregels te waarborgen. Het kabinet pleit er daarom voor dat tekortkomingen in de toepassing voor alle lidstaten inzichtelijk worden en politiek besproken worden tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Acht u Spanje, gelet op de huidige ontwikkelingen, nog steeds een volledig betrouwbare partner bij de uitvoering van het Europese migratiebeleid? Zo ja, waarop baseert u dat oordeel?
Het kabinet acht Spanje nog steeds een betrouwbare partner bij de uitvoering van het Europese migratiebeleid. Spanje heeft, mede op aandringen van Nederland, stappen genomen om de buitengrens verder te versterken en op korte termijn grootschalige terugkeeroperaties gestart, wat ertoe heeft geleid dat een groot aantal van de irreguliere migranten reeds zijn teruggekeerd. Het kabinet spreekt erkenning uit voor de snelle acties van Spanje. Ook ten aanzien van de uitvoering van het Pact werkt Nederland goed met Spanje samen. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Bent u bereid binnen de Raad van de Europese Unie aan te dringen op een onafhankelijke verificatie van de feiten rondom de gebeurtenissen in Ceuta, zodat lidstaten kunnen beschikken over objectieve informatie over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten en de daadwerkelijke grensbewaking? Zo nee, waarom niet?
Ja, dat heeft het kabinet tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus j.l. gedaan.
Indien zou blijken dat Spanje de Europese asiel- en terugkeerregels structureel onjuist toepast of onvoldoende handhaaft, bent u dan bereid de Europese Commissie te verzoeken een inbreukprocedure tegen Spanje te starten? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet zet er stelselmatig op in dat lidstaten het asielacquis en terugkeeracquis naleven. De Commissie ziet hierop toe, als hoedster van de verdragen. Het kabinet ziet geen reden om aan te nemen dat Spanje de verplichtingen die voortvloeien uit het asiel- en terugkeer acquis niet nakomt.
Ten aanzien van de verantwoordelijkheidsregels als bedoeld in artikel 60, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1351 geldt dat de Nederlandse ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert. Ook de Europese Commissie heeft op op 15 juli 2026 een mededeling gepubliceerd over eventuele structurele tekortkomingen in lidstaten. Daarin concludeert de Commissie, in lijn met de Nederlandse ervaring, dat er ten aanzien van Spanje geen signalen zijn voor structurele tekortkomingen bij de uitvoering van de overdrachten onder AMbV
Bent u bereid de Europese Commissie te verzoeken onderzoek te doen naar mogelijke systematische tekortkomingen in de toepassing van de verantwoordelijkheidsregels door Spanje als bedoeld in Artikel 60, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1351? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 10.
Deelt u de opvatting dat, indien de Europese Commissie dergelijke systematische tekortkomingen vaststelt, andere lidstaten niet gehouden zouden moeten zijn solidariteitsbijdragen – waaronder herplaatsingen of financiële bijdragen – aan Spanje te leveren? Bent u bereid dit standpunt in Europees verband uit te dragen?
Indien de Europese Commissie systemische tekortkomingen vaststelt bij een lidstaat die solidariteit ontvangt bij het uitvoeren van de AMbV overdrachten, dan zijn de andere lidstaten niet meer verplicht om solidariteit aan deze lidstaat te geven. Op basis van de laatste evaluatie van de Commissie, in lijn met de Nederlandse ervaring, is dit voor Spanje niet aan de orde.
Bent u bereid de Spaanse ambassadeur te ontbieden indien blijkt dat de Spaanse autoriteiten de Europese partners onjuist of onvolledig hebben geïnformeerd over de migratiesituatie in Ceuta? Zo nee, waarom niet en wanneer zou u dit wel aan de orde zijn?
Dit is niet aan de orde. het kabinet heeft geen aanwijzingen dat de Spaanse autoriteiten onjuiste informatie hebben verstrekt. Spanje heeft snel, proactief en continu informatie gedeeld over de situatie in Ceuta.
Welke diplomatieke stappen acht u passend indien zou blijken dat Spanje bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten of de naleving van Europese verplichtingen?
Zie antwoord vraag 13.
Bent u bereid, indien Spanje de buitengrens aantoonbaar onvoldoende bewaakt en daardoor een ernstig risico ontstaat voor de openbare orde en de werking van het Schengengebied, tijdelijke maatregelen te treffen ten aanzien van het personenverkeer van en naar Spanje, waaronder intensivering van grenscontroles op lucht- en zeeverbindingen, voor zover het Unierecht daarvoor ruimte biedt? Zo nee, waarom niet?
Omdat het Schengengebied niet geschonden is en het overgrote deel van de irreguliere migranten weer is teruggekeerd is dit nu niet in beeld.
Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er controles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Heeft u kennisgenomen van maatregelen van andere lidstaten om het personenverkeer met Spanje tijdelijk aan aanvullende controles te onderwerpen naar aanleiding van de huidige migratiesituatie? Zo ja, hoe beoordeelt u deze maatregelen?
Ja. Het is niet aan het kabinet om de maatregelen van andere lidstaten te beoordelen.
Onder welke omstandigheden acht u het gerechtvaardigd om, met een beroep op de Schengengrenscode, tijdelijke grenscontroles ten aanzien van reizigers vanuit Spanje in te voeren indien sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid?
Zie antwoorden hierboven. Op dit moment is er geen additioneel risico voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid geconstateerd, mede vanwege het feit dat er tot op heden geen secundaire bewegingen naar het Europese vasteland zijn geconstateerd. Het kabinet blijft de situatie nauw monitoren. Mocht de situatie wijzingen en additionele maatregelen nodig blijken zal het kabinet uw Kamer daarover informeren.
Bent u bekend met de Spaanse wetgeving op grond waarvan de Spaanse regering alleenstaande minderjarige migranten die illegaal Ceuta zijn binnengekomen niet zal terugsturen, maar deze minderjarige migranten in de procedure zal opnemen en eventueel naar andere autonome regio’s binnen Spanje zal sturen? Zo ja, kunt u aangeven of er informatie bekend is dat deze illegaal binnengekomen amv’ers reeds in de procedure zijn opgenomen dan wel verplaatst zijn naar andere autonome regio’s in Spanje?
Het kabinet heeft geen geverifieerde informatie waaruit blijkt dat de amv’ers al zijn opgenomen in een procedure dan wel zijn overgeplaatst naar andere autonome regio’s.
Op welke juridische grondslag baseert Spanje dit beleid en acht u dit in overeenstemming met de het Europese migratiebeleid?
Het is niet aan het kabinet om te beoordelen of het handelen van Spanje in lijn is met de Europese wetgeving. Het is aan de Europese Commissie als hoeder van de verdragen om hier op toe te zien.
Deelt u de opvatting dat het vooruitzicht op opvang en herverdeling binnen Europa een aanzuigende werking kan hebben op alleenstaande minderjarige migranten en mensensmokkelaars? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft duidelijk gemaakt, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen.
In algemene zin is het, om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, van belang dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Migranten die geen recht hebben om asiel moeten snel afgewezen worden, en de terugkeer geeffectueerd. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie van het Asiel- en Migratiepact en de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhub.
Bestaat het risico dat deze minderjarigen zich, nadat zij binnen Spanje zijn verdeeld, vrij binnen het Schengengebied kunnen verplaatsen en uiteindelijk ook Nederland bereiken? Hoe beoordeelt u dit risico?
Voor de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die asiel hebben aangevraagd in Spanje geldt conform EU-regelgeving dat de lidstaat van eerste aanvraag, in dit geval Spanje, verantwoordelijk is voor de beoordeling van het asielverzoek. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Hoe beoordeelt u het Spaanse beleid in het licht van de noodzaak om irreguliere migratie en mensensmokkel tegen te gaan?
Het is niet aan het kabinet om het beleid van Spanje te beoordelen. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met Spanje te onderzoeken. Hen is gevraagd hierin in ieder geval de oorzaken, inclusief de rol van mensensmokkelaars en tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens, mee te nemen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bereid binnen de Raad van de Europese Unie aan te dringen op een eenduidig Europees beleid waarbij ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen dat erop ziet dat ook zij, bij illegale grensoverschrijding, direct teruggestuurd worden?
Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) zonder verblijfsvergunning op het grondgebied van een lidstaat verkeert, kan een lidstaat een terugkeerbesluit nemen en is de amv daarmee vertrekplichtig. Hier zijn wel voorwaardes aan verbonden om de amv te beschermen en niet zonder adequate opvang naar het land van herkomst te sturen. De amv heeft ook, net zoals iedereen, het recht om asiel aan te vragen. Zodra de asielprocedure loopt heeft de amv, net zoals ieder ander, het recht om deze af te wachten op het territorium van de lidstaat waar de asielprocedure is aangevraagd.
Het beleid en de bijzondere waarborgen en uitzonderingen inzake de procedure en beoordeling van asielverzoeken van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen is op Europees niveau vastgelegd in onder andere de Asielprocedureverordening. Daarmee is er reeds eenduidig Europees beleid.
Bent u het eens met de uitspraak van de Minister-President op X waarin hij stelt dat de invasie te wijten is aan mensensmokkelaars?2
Het is een gegeven dat mensensmokkelaars een kwalijke rol spelen in de migratieroutes tussen Noord-Afrika en Europa. Het kabinet heeft de rol van mensensmokkelaars, het misbruik dat zij maken van kwetsbare personen en de rol die zij hebben gespeeld in dit incident veroordeeld. Het kabinet vindt het van belang dat het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars doorbroken wordt.
Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord, kunt u onderbouwen op basis van welke concrete informatie de Minister-President stelt dat de gebeurtenissen in Ceuta zijn veroorzaakt door mensensmokkelaars? Beschikt het kabinet over bevestigde inlichtingen of strafrechtelijke onderzoeken waaruit dit blijkt, of betreft dit een aanname? Indien die onderbouwing ontbreekt, waarom presenteert de Minister-President deze lezing, welke u volgt, dan als een vaststaand feit, terwijl er ook andere verklaringen voor de massale grensbestorming worden genoemd?
Zoals hierboven aangegeven veroordeelt het kabinet de rol die mensensmokkelaars hebben gespeeld. Om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen is het van belang dat er verder onderzoek wordt gedaan naar de totstandkoming van dit incident, het samenspel tussen de verschillende factoren waaronder mogelijke tekortkomingen aan de buitengrens en de rol van mensensmokkelaars is hierbij van belang. Nederland heeft hiertoe tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus jl. opgeroepen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bekend met het bericht «Online werd massale overtocht naar Ceuta wekenlang voorbereid en gepromoot»?3 Zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?
Ja. Het is op dit moment is moeilijk te kwantificeren welke factoren allemaal een rol hebben gespeeld en in welke omvang. Het kabinet loopt niet vooruit op de uitkomsten van het eerdergenoemde onderzoek.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat de Spaanse inlichtingendiensten, volgens de Spaanse krant ABC, op de hoogte waren van de dreiging van de invasie in Ceuta? En hoe beoordeelt u het optreden van de Spaanse inlichtingendienst?
Het is niet aan het kabinet om het optreden van de Spaanse inlichtingdiensten te beoordelen.
Bent u bekend met de aanwijzingen dat Marokkaanse autoriteiten onvoldoende hebben opgetreden tegen mensensmokkel, georganiseerde migratiestromen of online oproepen om de oversteek naar Ceuta te maken? Zo ja, hoe beoordeelt u deze?
Het kabinet gaat nu niet in op dit soort analyses over het ontstaan van de situatie. Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
In hoeverre deelt u de zorgen van de Spaanse autoriteiten dat migratie opnieuw als politiek drukmiddel zou kunnen worden ingezet? En welke maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat dit gaat gebeuren?
De Raad heeft in 2024 een Verordening vastgesteld met maatregelen in geval van instrumentalisering van migratie. Daarnaast is een gezamenlijke inzet op de versterking van buitengrenzen en de andere maatregelen zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 7 essentieel.
Welke rol speelt de samenwerking tussen de Europese Unie en Marokko bij grensbewaking en het tegengaan van illegale migratie, en voldoet Marokko volgens u momenteel aan de gemaakte afspraken?
Zowel de Europese Unie als EU-lidstaten onderhouden nauwe betrekkingen met Marokko op het gebied van migratie en werken samen op verschillende terreinen, waaronder grensmanagement en het verbeteren van terugkeersamenwerking. Marokko heeft voorts constructief meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van verdere irreguliere bewegingen.
Een massale grensoversteek bij Ceuta |
|
Diederik Boomsma (CDA), Simon Ceulemans (JA21) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Wat is het meest recente bekende aantal illegale migranten dat sinds 30 juli 2026 vanuit Marokko de grens met de Spaanse exclave Ceuta is overgestoken? Hoeveel potentiële illegale migranten zijn nog onderweg? En wat is de meest recente situatie in Melilla?
Tijdens de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. schatte Spanje dat er 72.000 mensen op irreguliere wijze bij Ceuta de grens zijn overgestoken en een paar honderd bij Melilla en dat 70.000 personen ook weer zijn vertrokken uit Ceuta. Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst in Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daarom onduidelijkheid over het precieze aantal resterende irreguliere migranten dat zich nog in Ceuta bevindt. Het is daarom van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom, samen met andere gelijkgezinden lidstaten, hierop blijven aandringen.
Deelt u de opvatting dat een lidstaat die zijn buitengrens niet effectief bewaakt en die illegale migranten niet tegenhoudt en terugstuurt niet alleen zijn eigen grens opent, maar die van alle lidstaten, Nederland inbegrepen? Welke consequentie verbindt het kabinet daaraan voor de Nederlandse opstelling jegens Spanje?
Spanje heeft, in samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de migranten bewerkstelligd en nieuwe aankomsten voorkomen door de grens te versterken. Daarbij is van belang dat voor de gebieden Ceuta en Melilla speciale Schengenregels gelden (die Spanje heeft uitgevoerd). Er zijn standaard controles tussen Ceuta en Melilla en het vasteland van Spanje (en andere Schengenstaten). Doorreizen vanuit Ceuta naar de rest van Schengen gaat enkel gecontroleerd. Hierdoor is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft tijdens de extra informele JBZ-Raad opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is noodzakelijk dat Spanje haar inzet op het terug laten keren van de resterende irreguliere migranten blijft voortzetten. Spanje heeft tijdens de JBZ-raad bevestigd dat zij dit zal doen. Het kabinet blijft hier aandacht voor vragen.
Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met Spanje te onderzoeken. Hen is gevraagd hierin in ieder geval de oorzaken, inclusief de rol van mensensmokkelaars en tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens, mee te nemen. Hoe sociale media in dit verband zijn gebruikt, is ook een belangrijk aandachtspunt. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u ermee bekend dat de Italiaanse regering naar aanleiding van deze gebeurtenissen heeft bepleit Spanje tijdelijk uit het Schengengebied te weren? Deelt u de conclusie dat de massale illegale grensoversteek bij de Spaanse exclaves (en eerder al het massale generale pardon voor illegalen) een onaanvaardbaar risico voor andere lidstaten, inclusief Nederland, vormt en bent u bereid de Italianen te steunen in hun inzet? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet is bekend met de reactie van Italië. Daarbij verwijst het kabinet naar het antwoord op vraag 2 over de aanvullende Schengenregels en de constatering dat het Schengengebied niet geschonden lijkt.
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid – en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), waarmee extra druk op ons asielstelsel door de situatie in Ceuta wordt voorkomen. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert. Indien een lidstaat aan de buitengrens de grens onvoldoende beheert zijn er afhankelijk van de situatie verschillende mogelijkheden tot ingrijpen. Dit is nu niet aan de orde.
Welke andere instrumenten staan lidstaten dan ter beschikking wanneer een medelidstaat zijn buitengrens structureel niet effectief bewaakt, en is het kabinet bereid die instrumenten in te zetten? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Wat is u bekend over de wegkijkende en/of zelfs faciliterende rol van Marokko in deze massale illegale grensoversteek? Welke financiële, diplomatieke, visumgerelateerde consequenties, etc. bepleit en verbindt u hieraan richting Marokko?
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit. Het kabinet ziet voorts dat de samenwerking met Marokko cruciaal is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere EU-lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. Het kabinet spreekt waardering uit voor de samenwerking en optreden met en van Marokko.
Deelt u de opvatting dat een Pact waarvan de verplichte grensprocedure niet werkt voor een groot deel van de groep die nu de buitengrens overschrijdt, zijn belangrijkste belofte niet waarmaakt? Indien u die opvatting niet deelt, waaruit blijkt dan dat het Pact in deze eerste praktijktest wel werkt?
Zie beantwoording op voorgaande vragen. De situatie zoals we vorige week zagen is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Tegelijkertijd heeft Spanje, in samenwerking met Marokko, de nodige stappen gezet om de situatie weer onder controle te krijgen en is het grootste deel van deze irreguliere migranten teruggekeerd.
In algemene zin is het, om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, van belang dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie en toepassing van het Asiel- en Migratiepact, dat sinds juni in werking is, de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhubs.
Hoe beoordeelt u de beslissing van het Spaanse Tribunal Supremo dat grensweigering niet mag worden toegepast op migranten die zwemmend Ceuta of Melilla willen bereiken, maar dat die dus niet mogen worden terugoverhandigd aan Marokko en in Spanje in procedure moeten worden genomen?1 Ziet u een verband met de recente toestroom van pogingen van migranten om zwemmend, soms met wetsuit en andere voorwerpen, die enclaves te bereiken?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, het Voorzitterschap en de Voorzitter van de Europese Raad is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de JBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek. Daarop gaat het kabinet niet vooruitlopen.
In deze uitspraak wordt verwezen naar de uitspraak van het EVRM-Hof in Straatsburg Hirsi-Jamaa tegen Italië? Deelt u de mening dat dit andermaal aantoont dat deze jurisprudentie moet worden teruggedraaid? Kunt u dit toelichten?
Het kabinet respecteert de taak van het EHRM om, middels zijn jurisprudentie, erop toe te zien dat Staten die partij zijn bij het EVRM hun verdragsverplichtingen nakomen.
Op 15 mei jl. is door de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring aangenomen. In de Chisinau-verklaring wordt de ruimte van Staten binnen het systeem van de Raad van Europa en het EVRM om hun eigen asiel- en migratiebeleid te voeren, waaronder innovatieve oplossingen, ook benadrukt. Onderdeel van deze ruimte zijn bijvoorbeeld ook de beginselen van subsidiariteit en de beoordelingsruimte die lidstaten hebben. Het kabinet heeft samen met 21 andere EU-lidstaten in een brief aan de Europese Commissie, het Voorzitterschap en de Voorzitter van de Europese Raad opgeroepen tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring.
Deelt u de opvatting dat het onaanvaardbaar is dat de gevolgen van een grens die elders niet wordt bewaakt uiteindelijk neerslaan in Nederlandse gemeenten? Welke concrete en aanvullende instroombeperkende maatregelen neemt het kabinet nog deze zomer om dat te voorkomen?
Zoals in eerdere antwoorden reeds aangegeven, kan doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd. Hierdoor is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Zie ook het antwoord op vraag 3–4 over het informatiegestuurd optreden van de Koninklijke Marechaussee aan de binnengrens van Nederland.
Bent u tevens bereid om, gelet op deze ontwikkelingen in combinatie met de enorme druk op de Nederlandse samenleving en opvangcapaciteit, alsnog over te gaan tot invoering van het noodrecht met betrekking tot asiel? Zo nee, waarom niet?
Nee,het overgrote deel van de irreguliere migranten is teruggekeerd en het Schengengebied lijkt niet geschonden. Het kabinet monitort de situatie nauw. Indien nodig kan het kabinet aanvullende maatregelen nemen in het kader van grensbeheer. Nationale maatregelen op asiel zijn niet aan de orde.
Kunt u bevestigen dat de binnengrenscontroles thans lopen tot uiterlijk 30 september 2026? Bent u bereid deze tenminste te verlengen en te intensiveren zolang de druk op de zuidelijke buitengrens aanhoudt en de Kamer daarover zo snel mogelijk te informeren?
Zoals het kabinet op 8 mei jl. aan uw Kamer heeft gemeld, loopt de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode tot eind september. Deze controles worden informatie- en risicogestuurd uitgevoerd. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de Marechaussee de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Bent u ermee bekend dat UNHCR op zijn publieksvoorlichting voor Spanje, beschikbaar in het Spaans, Arabisch, Engels, Frans en Oekraiens en voorzien van een instructievideo, uitlegt hoe men aan de grensposten van Ceuta en Melilla asiel aanvraagt? Deelt u de conclusie dat dit neerkomt op het stimuleren van illegale migratie?
UNHCR is de VN-organisatie gemandateerd met de bescherming van vluchtelingen en ontheemden, waarbij het waarborgen van het recht op asiel als een kerntaak wordt beschouwd. Onderdeel hiervan is ook het verschaffen van informatie waaronder over asielprocedures in verschillende landen.
Kunt u aangeven welk deel van de Nederlandse bijdrage aan UNHCR in 2025 en 2026 aan voorlichting van dit type is besteed?
Nederland doet geen gerichte bijdrage aan de activiteiten van UNHCR in Spanje. Daarmee wordt er dus ook niet specifiek aan deze voorlichting bijgedragen. Wel doet Nederland jaarlijks een ongeoormerkte bijdrage aan de centrale begroting van UNHCR, zodat de organisatie dit kan besteden, vanuit hun mandaat, op de meest effectieve en (kosten-)efficiënte manier en waar de noden het hoogst zijn. Details worden door UNHCR weergegeven in hun jaarlijkse rapporten2. Het Nederlandse aandeel in deze middelen valt niet volledig te herleiden.
Bent u ermee bekend dat sinds 12 juni 2026 de Europese lijst van veilige landen van herkomst geldt, waarop Marokko is opgenomen? Kunt u bevestigen dat het inwilligingspercentage voor Marokkaanse onderdanen onder de twintig procent ligt, en dat daarmee de verplichte asielgrensprocedure van toepassing is op Marokkaanse verzoekers die na 12 juni 2026 aan de buitengrens een verzoek indienen?
Ja, daar is het kabinet mee bekend. Er is in beginsel een verplichting tot het toepassen van de asielgrensprocedure indien de vreemdeling aan de buitengrens een aanvraag indient en afkomstig is uit een land waarvoor het inwilligingspercentage blijkens de EUROSTAT-gegevens 20% of minder is. Het inwilligingspercentage van aanvragen van Marokkaanse onderdanen was volgens de cijfers van Eurostat 4,5%. De verplichting geldt dus in het geval van Marokkaanse onderdanen, behoudens de algemeen geldende uitzonderingen. Indien de asielgrensprocedure niet van toepassing is, dan vallen deze aanvragen, onder andere omdat Marokko is opgenomen op de Europese lijst van veilige landen van herkomst (Bijlage II van de Procedureverordening (Verordening (EU) 2024/1348), onder een versnelde asielprocedure.
Deelt u de mening dat dergelijke bestormingen vanuit een veilig land als Marokko niet mogen worden «beloond» met een asielprocedure en dat de groep die op deze manier Ceuta heeft bereikt dus direct moet worden teruggestuurd? Zo nee, waarom niet? Is het kabinet bereid dit standpunt over te brengen aan de Spaanse en Marokkaanse overheden?
Het kabinet is van mening dat Spanje en Marokko hun volle inzet moeten richten op de terugkeer van de resterende irreguliere migranten om daarmee secundaire migratie tegen te gaan. Dat standpunt heeft Nederland ook overgebracht tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl.
Op welke manier gaat u voorkomen en monitoren of deze migranten naar Nederland doorreizen?
Zoals in voorgaande antwoorden aangegeven heeft Spanje, in goede samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de migranten bewerkstelligd en nieuwe aankomsten voorkomen door de grens te versterken. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden.
Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, dan worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de Asiel- en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op het asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Wilt u deze vragen één-voor-één en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Het kabinet heeft getracht de beantwoording van de vragen zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te doen toekomen. Daarbij is rekening gehouden met de laatste relevante ontwikkelingen, zoals de extra informele JBZ-Raad. Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.