Het artikel 'Nederlandse IS-strijders dromen van uitbraak na gevechten tussen Koerden en Syrische regeringstroepen' |
|
Diederik Boomsma (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Nederlandse IS-strijders dromen van uitbraak na gevechten tussen Koerden en Syrische regeringstroepen»?1
Ja.
Kunt u het beschreven risico op massale ontsnappingen door oplopende gevechten bevestigen?
In januari hebben er gevechten plaatsgevonden in Noordoost-Syrië tussen het leger van de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF). In deze regio bevinden zich ook de opvangkampen en detentiecentra waar aan ISIS-gelieerde personen zich bevinden. Het is inmiddels bekend dat aan ISIS-gelieerde personen zijn ontsnapt; een deel zou in de tussentijd ook weer zijn aangehouden door de veiligheidsdiensten van de Syrische overgangsregering, met ondersteuning vanuit de Verenigde Staten. Het is nog niet bevestigd of hier personen met een Nederlandse link onderdeel van uitmaken. Sinds 30 januari geldt een permanent staakt-het-vuren tussen de Syrische overgangsregering en de SDF. Op dit moment zijn er geen indicaties dat vrouwelijke uitreizigers met een Nederlandse link en hun kinderen, die in de kampen verbleven, zich op dit moment buiten de door de Syrische overgangsregering beveiligde kampen bevinden.
Heeft de Nederlandse overheid zicht op hoeveel Nederlandse jihadisten, veroordeelden en geradicaliseerde familieleden zich daar momenteel nog bevinden?
De situatie in Syrië is erg veranderlijk en de ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Dit maakt snelle informatievoorziening en een accuraat beeld van de ontwikkelingen in Syrië moeilijk. Desalniettemin staan de betrokken nationale en internationale partners goed met elkaar in contact en houden zij de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten om een zo compleet mogelijk beeld te vormen. Dit is de afgelopen tijd gebeurd. Zo is uw Kamer op 19 februari jl. geïnformeerd over de aanwezigheid van mannelijke uitreizigers met een Nederlandse link in Irak.2 Voor de meest recente en openbare aantallen uitreizigers, verwijs ik uw Kamer het recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.3
Acht u het scenario reëel dat ontsnapte Nederlandse IS-strijders opnieuw proberen Europa of Nederland te bereiken, en welke concrete maatregelen zijn getroffen om dit te voorkomen?
Dat is inderdaad een scenario waarmee rekening wordt gehouden. Om onopgemerkte terugkeer te voorkomen zijn verschillende maatregelen getroffen. Het openbaar ministerie heeft waar opportuun tegen alle onderkende uitreizigers met een Nederlandse link een strafrechtelijk onderzoek lopen. Daarnaast is ten aanzien van alle onderkende uitreizigers op verschillende momenten bekeken of het Nederlanderschap kon worden ingetrokken op grond van artikel 14, lid 4 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Daar waar mogelijk is het Nederlanderschap ingetrokken en zijn deze personen ongewenst verklaard. Ook zijn de reisdocumenten van uitreizigers waar mogelijk ongeldig verklaard en staan deze personen gesignaleerd. Alle betrokken veiligheidspartners zijn alert en wordt voortdurend onderzocht waar en op welke wijze eventuele aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden.
Kunt u met klem verzekeren dat Nederland op geen enkele wijze actie onderneemt om mannelijke IS-terroristen naar Nederland te halen?
Het kabinet hanteert als uitgangspunt dat berechting van uitreizigers en de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen in de regio moet plaatsvinden. Conform dit standpunt is er intensief contact tussen onder andere het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Iraakse autoriteiten om hierover – binnen de (internationale) wettelijke vereisten – afspraken te maken. Er zijn op dit moment geen voornemens om uitreizigers met een Nederlandse link terug te halen. Indien sprake is van verzoeken tot repatriëring zal het kabinet in iedere casus alle omstandigheden en factoren wegen, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de nationale veiligheid. In algemene zin geldt dat mannelijke uitreizigers, ten opzichte van vrouwelijke uitreizigers, een grotere potentiële geweldsdreiging vormen vanwege hun veelal grotere rol in de strijd en gevechtstraining en -ervaring. Dit maakt vanzelfsprekend onderdeel uit van besluitvorming over repatriëring. Deze afwegingen hebben er tot op heden toe geleid dat, in het kader van strafzaken tegen vrouwelijke uitreizigers, alleen vrouwelijke uitreizigers en hun kinderen zijn gerepatrieerd.
In hoeverre wordt actief ingezet op het intrekken van het Nederlanderschap bij jihadisten met een dubbele nationaliteit, en waarom gebeurt dit niet structureel?
Ja, dit kabinet hanteert als uitgangspunt dat mensen die zich hebben aangesloten bij een terroristische organisatie hun recht op het Nederlanderschap hebben verspeeld. Om die reden is het Nederlanderschap, daar waar mogelijk, van hen afgenomen en zijn zij ongewenst verklaard. Het kabinet zet hier ook in de toekomst onverminderd op in.
Op grond van artikel 14, lid 4 RWN kan het Nederlanderschap worden ingetrokken bij personen die ouder zijn dan 18 jaar, die zich nog in het buitenland bevinden en als uit hun gedragingen is gebleken dat zij zich – na 11 maart 2017 – hebben aangesloten bij een terroristische organisatie die een dreiging vormt voor de nationale veiligheid. In deze gevallen wordt de betreffende persoon tevens ongewenst verklaard op grond van de Vreemdelingenwet en gesignaleerd in SIS III, waardoor legale terugkeer naar Nederland niet mogelijk is.4
Ten aanzien van het intrekken van de Nederlandse nationaliteit geldt dat op verschillende momenten alle dossiers van onderkende uitreizigers zijn doorlopen om te bezien of het Nederlanderschap ingetrokken kon worden op grond van artikel 14, lid 4 RWN. Bij de personen waar dit mogelijk is gebleken is het Nederlanderschap ingetrokken. Gevallen die eerder niet in aanmerking kwamen voor intrekking, kunnen in de toekomst mogelijk wel hiervoor in aanmerking komen als nieuwe informatie beschikbaar komt waarmee aan de juridische voorwaarden wordt voldaan. De betrokken organisaties blijven alert op eventuele nieuwe informatie waardoor intrekking alsnog tot de mogelijkheden kan behoren. Dit heeft in 2024 alsnog geleid tot een intrekking van het Nederlanderschap.5
Bent u bereid als uitgangspunt te hanteren dat personen die zich vrijwillig hebben aangesloten bij IS hun recht op terugkeer naar Nederland hebben verspeeld, en het beleid hier expliciet op aan te scherpen?
Zie antwoord vraag 6.
De overlast en criminaliteit door asielzoekers in het centrum van Emmen |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat ondernemers in het centrum van Emmen afgelopen jaar een forse toename van overlast en criminaliteit door asielzoekers, in de praktijk veiligelanders, uit Ter Apel ervaren?
Ja, dit is bekend. De gemeente Emmen, bewoners en ondernemers hebben signalen gedeeld van toegenomen overlast en criminaliteit waarbij asielzoekers, vaak met kansarme aanvragen, betrokken zijn.
Wat heeft u het afgelopen jaar gedaan om dit tegen te gaan, los van de maatregelen door de gemeente Emmen?
Het Ministerie van Asiel en Migratie heeft in 2025 vanuit de middelen voor de aanpak van overlast circa € 500.000 beschikbaar gesteld aan de gemeente Emmen via de decentralisatie-uitkering «aanpak overlast asielzoekers», waardoor extra handhavingscapaciteit kon worden ingezet. Dit ter preventie van overlast en criminaliteit in verband met de ligging van het azc Ter Apel nabij Nieuw-Weerdinge en de stationsomgeving in Emmen. Ook in 2026 ontvangt de gemeente Emmen een bijdrage.
Tijdens mijn werkbezoek van 15 december jl. is afgesproken te verkennen hoe de inzet van boa’s gericht kan worden versterkt in Nieuw-Weerdinge, het stationsgebied en het centrum van Emmen. In de gesprekken met de gemeente Emmen wordt ook de mogelijkheid verkend voor de inzet van straattoezichtteams die worden gefinancierd door het Ministerie van Asiel en Migratie.
Tot slot wordt met de gemeente gesproken over de wijze waarop ondernemers en bewoners tegemoet gekomen worden bij schade die samenhangt met incidenten veroorzaakt door bewoners van het aanmeldcentrum in Ter Apel. Deze inzet loopt parallel aan de gemeentelijke maatregelen.
Bent u ermee bekend dat ondernemers aangeven dat de overlast en diefstallen nog eens extra piekten gedurende de periode in december dat de pendelbus gratis was en de daders dus gratis werden afgeleverd voor hun criminele activiteiten in het centrum? Wat is uw reactie hierop?
Nee, deze signalen zijn niet bekend. Het is onwenselijk dat reizigers tijdelijk zonder kaartje hebben gereisd met de pendelbus. Dit is hersteld en sinds 30 december 2025 is het kopen van een kaartje weer verplicht.
Welke (politie)cijfers zijn er bekend over criminaliteit door asielzoekers in Emmen? Hoe verhouden de cijfers van afgelopen jaar zich tot die van voorgaande jaren?
De politie beschikt niet over criminaliteitscijfers uitgesplitst naar asielstatus op het niveau van de gemeente Emmen. Voor data over overlast en criminaliteit door asielzoekers verwijs ik u naar de WODC-rapportage1. Deze rapportage beschrijft trends op landelijk niveau en vergelijkt met voorgaande jaren. Hierin staat echter niet specifiek de situatie van Emmen opgenomen.
Wat bedraagt de geschatte jaarlijkse schadepost door criminaliteit door asielzoekers (waaronder maar niet beperkt tot diefstal, vernieling en inzet van beveiliging en veiligheidsmaatregelen) voor ondernemers in het centrum van Emmen? Is hierin ook een stijging waarneembaar ten opzichte van voorgaande jaren?
Voor het centrum van Emmen is op dit moment geen betrouwbare, cijfermatige inschatting beschikbaar van de jaarlijkse schade veroorzaakt door strafbare feiten waarbij asielzoekers betrokken zijn. Bovendien is het schadebeeld onvolledig omdat ondernemers aangeven dat de aangiftebereidheid is afgenomen, onder meer omdat aangifte tijdrovend is, soms (gedeeltelijke) winkelsluiting vergt en omdat ondernemers een beperkte justitiële opvolging ervaren. Een trend ten opzichte van voorgaande jaren is hierdoor niet eenduidig vast te stellen. Wel ontvangt de gemeente signalen vanuit ondernemers in het centrum van Emmen dat de eigen uitgaven aan beveiliging zijn gestegen met circa 60%, wat een substantiële kostenpost vormt.
Kunt u de zaken uit bovenstaande twee vragen tevens specificeren naar de periode waarin de pendelbus gratis reed?
De in de voorgaande vragen genoemde zaken zijn niet specifiek te koppelen aan de periode waarin de pendelbus tijdelijk gratis reed. Het betrof een korte periode waarin geen afzonderlijke, uniforme registratie is bijgehouden. Het overlastbeeld in Emmen hangt samen met verschillende factoren, zoals de instroom van asielzoekers, de functie van Emmen als doorreislocatie naar Ter Apel en de regelmatige reisbewegingen van asielzoekers tussen Ter Apel en Emmen. In samenspraak met de gemeente Emmen wordt dit blijvend gemonitord.
Herkent u de ervaringen van ondernemers dat asielzoekers bij controles door politie en handhaving artikelen terugkrijgen, soms koffers vol, wanneer niet direct onomstotelijk vaststaat dat deze gestolen zijn, terwijl er redelijkerwijs vanuit kan worden gegaan dat deze niet zijn afgerekend? Begrijpt u dat dit enorm frustrerend is?
Deze signalen zijn niet bekend. Mocht dit zich voordoen, dan is dat onwenselijk en is het begrijpelijk dat dit zeer frustrerend is voor ondernemers. Politie en handhaving moeten handelen binnen de geldende wettelijke kaders, waaronder het strafprocesrecht. Artikelen kunnen alleen worden ingenomen wanneer hier voldoende concrete aanwijzingen voor zijn. Bij het ontbreken van die aanwijzingen worden de artikelen teruggegeven. Wel wordt bezien welke mitigerende maatregelen en afspraken binnen de bestaande kaders passend zijn.
Kan bij deze groep niet veel sneller worden overgegaan tot inname van artikelen die onverklaarbaar in bezit zijn en/of waarvan niet kan worden aangetoond dat ze afgerekend zijn? Bent u bereid hiervoor uw steun uit te spreken?
Nee. Het in beslag nemen van artikelen is alleen mogelijk binnen de geldende wettelijke kaders, waaronder het strafprocesrecht, en enkel wanneer er voldoende aanwijzingen zijn die een redelijk vermoeden van schuld opleveren. Onverklaarbaar bezit op zichzelf is daarvoor onvoldoende. Dit geldt voor iedereen en kan niet voor een specifieke doelgroep worden aangepast.
Herkent u tevens het signaal van ondernemers dat gestolen goederen waarmee asielzoekers op het asielzoekerscentrum in Ter Apel aankomen (bijvoorbeeld kleding waar nog beveiligingsclips aan bevestigd zijn) na inname vaak niet worden teruggebracht naar de winkeliers? Zo ja, deelt u de mening dat dit onacceptabele inkomstenderving is?
Dit signaal is niet bekend. Bij evidente aanwijzingen dat goederen gestolen zijn, bijvoorbeeld wanneer een beveiligingsclip nog bevestigd is, dienen de goederen aan de ondernemer te worden teruggegeven. Ondernemers kunnen via de reguliere wijze aangifte doen van winkeldiefstal.
Wat is momenteel de stand van zaken rond de invoering van preventief fouilleren in de omgeving van station Emmen naar aanleiding van het aanwijzen van dit gebied tot veiligheidsrisicogebied? Kunnen dergelijke fouilleeracties zo gericht mogelijk worden ingezet tegen de bekende overlastgevende groepen veiligelanders? Zo nee, waarom niet?
Het stationsgebied in de gemeente Emmen is van 19 december 2025 tot en met 18 juni 2026 aangewezen als veiligheidsrisicogebied. De aanwijzing van dit gebied en de inzet van preventief fouilleren vinden plaats binnen de lokale driehoek. Het bevel tot preventief fouilleren wordt gegeven door de officier van justitie. Fouilleeracties specifiek gericht op veiligelanders zijn niet mogelijk. Selectie op nationaliteit, herkomst of asielstatus is in strijd met het discriminatieverbod.
Bent u ermee bekend dat ondernemers in het centrum van Emmen overwegen er de brui aan te geven of om minder dagen open te gaan, omdat het werkplezier compleet vergald wordt of omdat de kosten en de energie om winkeldiefstallen tegen te gaan simpelweg niet meer zijn op te brengen? Deelt u de mening dat dit onaanvaardbaar is?
De signalen van ondernemers in het centrum van Emmen zijn bekend. Het is zorgelijk dat ondernemers overwegen minder dagen open te gaan of helemaal te sluiten. Winkeldiefstal en de daarmee gepaarde overlast zijn onaanvaardbaar. Daarom wordt samen met de gemeente Emmen bezien welke mitigerende maatregelen en afspraken gemaakt kunnen worden om deze overlast te verminderen en ondernemers te ondersteunen.
Deelt u de mening dat dit, gelet op het verband met het asielzoekerscentrum en aanmeldcentrum in Ter Apel, zeker ook een landelijk probleem is dat om verantwoordelijkheid van het Rijk vraagt? Zo nee, waarom niet?
Ja. Op lokaal niveau worden maatregelen genomen en ook landelijk door het Ministerie van Asiel en Migratie. Zo wordt budget vrijgemaakt en wordt de mogelijkheid van het inzetten van boa’s of straattoezichtteams verkend, evenals de mogelijkheid om schade te verhalen voor ondernemers en bewoners. Daarnaast wordt landelijk ingezet op de nationale aanpak om overlastgevend en crimineel gedrag tegen te gaan, langs de pijlers: sneller beslissen in de asielprocedure, maatwerk in de opvang, lik-op-stuk in de openbare ruimte en inzetten op terugkeer. Zie hiervoor ook de brief2 met informatie over deze aanpak.
Wat gaat u doen om de overlast en criminaliteit door asielzoekers in het centrum van Emmen per direct aan te pakken en in te dammen?
Zie het antwoord vraag 2 en 12.
Bent u bereid om, indien gewenst door en in samenwerking met de gemeente Emmen, vanuit het Rijk te zorgen voor extra handhaving in dit gebied? Zo nee, waarom niet?
Ja, zie het antwoord op vraag 2 en 12.
Mogelijke misstanden binnen het Nederlandse uitzetbeleid voor vreemdelingen |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitzending van Ongehoord Nederland van 13 november jl.1 over het Nederlandse uitzetbeleid met betrekking tot vreemdelingen? Hoe beoordeelt u deze uitzending?1
Ja. Voor een oordeel verwijs ik u naar onderstaande beantwoording.
Hoeveel uitzettingsvluchten, zowel vrijwillig als gedwongen, zijn in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 geannuleerd? Kunt u een volledige uitsplitsing geven per maand, per categorie (vrijwillig of gedwongen) en per reden van annulering?
DTenV registreert niet of een geboekte vlucht ten behoeve van zelfstandig of gedwongen vertrek is aangevraagd.
In 2023 heeft de DTenV in totaal 5.920 vluchten geboekt. Hiervan zijn er 2.710 geannuleerd. De meest voorkomende redenen voor annulering in 2023 waren: onttrekken aan overheidstoezicht (920), het indienen van nieuwe procedures (560) of een omboeking naar een andere vlucht (350), (fysiek) verzet kort voorafgaand aan de vlucht (160).
In 2024 heeft de DTenV in totaal 6.400 vluchten geboekt. Hiervan zijn er 3.240 geannuleerd. De meest voorkomende redenen voor annulering in 2024 waren: onttrekken aan overheidstoezicht (1.520), het indienen van nieuwe procedures (610), een omboeking naar een andere vlucht (360) en (fysiek) verzet kort voorafgaand aan de vlucht (160).
In 2025 zijn tot en met november in totaal 5.590 vluchten geboekt door de DTenV. Hiervan zijn er 2.090 geannuleerd. De meest voorkomende redenen voor annulering waren: onttrekken aan overheidstoezicht (840), het indienen van nieuwe procedures (340), een omboeking naar een andere vlucht (400) en (fysiek) verzet kort voorafgaand aan de vlucht (60).
Klopt het dat in 2024 ongeveer de helft van alle geplande inbewaringstellingen geen doorgang vond, waarvan in 63 procent van de gevallen omdat de vreemdeling niet werd aangetroffen in het asielzoekerscentrum (azc)? Zo ja, hoe verklaart u dat deze vreemdelingen structureel afwezig waren op het geplande moment van uitzetten? Zo nee, welk percentage van de geplande inbewaringstellingen heeft geen doorgang gevonden en hoe verklaart en beoordeelt u dit?
De regievoerders van DTenV gaan na afwijzing van een asielaanvraag in gesprek met een vreemdeling. Indien de vertrektermijn (doorgaans is deze 28 dagen) is verstreken, en de vreemdeling niet meewerkt aan vertrek, kan bewaring aan de orde zijn. Dublinclaimanten krijgen geen vertrektermijn, maar hebben wel een verplichting om mee te werken aan overdracht. Indien in het dossier aanknopingspunten zijn dat de vreemdeling niet zal meewerken aan overdracht, wordt door de regievoerder een voorstel tot inbewaringstelling ingediend bij de ambtenaar van de DTenV die de inbewaringstelling uitvoert, de uitvoerend ambtenaar (UA). De inbewaringstelling van vreemdelingen die op een COA-locatie verblijven worden door de DTenV uitgevoerd. DV&O verricht de staandehouding op de COA-locatie en regelt de overbrenging naar een locatie voor gehoor. Daar wordt de vreemdeling door de UA van de DTenV in bewaring gesteld. De tenuitvoerlegging van bewaring vindt plaats in een detentiecentrum.
In 2024 zijn er 1.670 inbewaringstellingen gepland door de DTenV. Bij het grootste deel van deze inbewaringstellingen gaat het om Dublinclaimanten die in het kader van hun gedwongen overdracht in bewaring worden gesteld. 50% van deze geplande inbewaringstellingen heeft geen doorgang gevonden. De voornaamste reden voor het niet doorgaan van inbewaringstellingen is dat de vreemdeling niet is aangetroffen bij de staandehouding/met onbekende bestemming is vertrokken. Dit was aan de orde in 63% van het totaal aantal geannuleerde inbewaringstellingen in 2024.
Over de reden dat deze vreemdelingen niet werden aangetroffen op het geplande moment van staandehouding kan in zijn algemeenheid het volgende worden gezegd. Uit de Europese wetgeving en de daaruit voortvloeiende jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie volgen juridische vereisten voor inbewaringstelling. Bewaring is een laatste redmiddel (ultimum remedium) waarvoor strenge (motiverings)eisen gelden. Om vreemdelingen in bewaring te stellen moet er juridisch gezien altijd een (significant) risico op onderduiken aanwezig zijn. De doelgroep die dus voor inbewaringstelling in aanmerking komt heeft naar zijn aard dus altijd al een hoog risico om zich te onttrekken aan het toezicht. Om de kans op een succesvolle inbewaringstelling te vergroten wordt onder andere het tijdstip van een staandehouding nooit van te voren aangezegd en wordt getracht om de staandehouding vroeg op de dag in te plannen. Desondanks komt het helaas regelmatig voor dat vreemdelingen zich onttrekken aan het toezicht.
Kunt u uitsluiten dat medewerkers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vreemdelingen vooraf informeren over geplande uitzettingen door de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) of de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V)? Zo ja, hoe controleert u dat dit niet gebeurt? Zo nee, hoe beoordeelt u deze gang van zaken en hoe gaat u deze in de toekomst voorkomen?
Ik deel de zorg over het grote aantal geannuleerde inbewaringstellingen door toedoen van de vreemdeling. Echter, de suggestie dat COA medewerkers vreemdelingen in azc’s vooraf informeren wanneer ze worden opgehaald in het kader van hun gedwongen vertrekprocedure zodat deze vreemdelingen zich aan bewaring te kunnen onttrekken, is niet onderbouwd en herken ik niet.
Er wordt binnen de migratieketen voortdurend getracht om te voorkomen dat inbewaringstellingen moeten worden geannuleerd. Zoals in het antwoord op vraag 3 reeds is aangekaart, wordt het tijdstip van een staandehouding nooit van te voren gecommuniceerd met de vreemdeling en wordt getracht om de staandehouding vroeg op de dag in te plannen om de kans op een succesvolle inbewaringstelling te vergroten. Tevens worden ambtelijk aanvullende maatregelen verkend om inbewaringstelling breder toe te passen op specifieke doelgroepen – bijvoorbeeld op Dublinclaimanten die eerder in het kader van Dublin zijn overgedragen aan een EU-lidstaat, en opnieuw Nederland inreizen. Ook is in 2025 de capaciteit voor vreemdelingenbewaring uitgebreid – zodat meer vertrekplichtige vreemdelingen in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld.
Hoeveel gevallen zijn bekend van vreemdelingen die niet in het azc werden aangetroffen op het geplande moment van uitzetten, maar later weer opdoken op dezelfde locatie of zich elders opnieuw meldden voor opvang?
Hier zijn geen cijfers over beschikbaar. Dit wordt niet geregistreerd.
Vertrekplichtige vreemdelingen die een azc verlaten voor het moment dat zij gedwongen zouden worden uitgezet, kunnen zich in de regel niet zomaar weer melden voor opvang op een azc. In de regel hebben vertrekplichtige vreemdelingen immers geen wettelijk recht meer op opvang. Wanneer een vreemdeling zich in een dergelijke situatie weer meldt bij het COA heeft het COA dan ook geen wettelijke verplichting meer op opvang te bieden. Van belang hieraan toe te voegen is dat de vreemdeling zich niet (weer) kan melden bij ieder willekeurig azc (of bij zijn of haar «laatste» azc). De vreemdeling moet zich melden in Ter Apel. Daar wordt bekeken of er een nieuw recht op opvang is ontstaan.
Nieuw recht op opvang kan bijvoorbeeld ontstaan bij een herhaalde asielaanvraag. Een vreemdeling heeft het recht een nieuwe asielaanvraag in te dienen. Er zijn afspraken en procedureregels die ervoor moeten zorgen dat de behandeling van herhaalde asielaanvragen snel plaatsvindt. Voorts meld ik wellicht ten overvloede dat met de asielnoodmaatregelenwet, die thans voorligt bij de Eerste Kamer, drie extra maatregelen worden ingevoerd die een efficiëntere behandeling van herhaalde aanvragen mogelijk maken.
Hoeveel vreemdelingen zijn in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 uit het zicht van de overheid verdwenen? Kunt u deze gegevens uitsplitsen naar nationaliteit en inreisroute?
In 2023 vertrokken ketenbreed 9.190 vreemdelingen zelfstandig zonder toezicht, in 2024 9.870 vreemdelingen en in 2025 tot en met november 6.990. De nationaliteiten van de vreemdelingen die zelfstandig zonder toezicht zijn vertrokken zijn als volgt.
1
Algerijnse
1.810
2
Marokkaanse
1.300
3
Syrische
540
4
Nigeriaanse
490
5
Moldavische
450
6
Tunesische
430
7
Somalische
280
8
Turkse
220
9
Iraakse
220
10
Eritrese
170
Overige nationaliteiten
3.270
1
Algerijnse
1.390
2
Syrische
920
3
Marokkaanse
910
4
Moldavische
590
5
Nigeriaanse
480
6
Oekraïense
450
7
Tunesische
440
8
Somalische
350
9
Turkse
330
10
Jemenitische
270
Overige nationaliteiten
3.720
1
Algerijnse
830
2
Syrische
740
3
Marokkaanse
580
4
Nigeriaanse
550
5
Turkse
400
6
Somalische
280
7
Moldavische
220
8
Iraakse
170
9
Tunesische
170
10
Eritrese
160
Overige nationaliteiten
2.900
Er vindt geen gestructureerde registratie plaats op basis waarvan gegevens kunnen worden gegeneerd over de inreisroute van vreemdelingen die zelfstandig zonder toezicht vertrekken
Hoe vaak komt het voor dat uit Nederland uitgezette vreemdelingen binnen enkele dagen of weken opnieuw in Nederland of bij Ter Apel verschijnen, al dan niet onder een nieuwe identiteit of met nieuwe reden voor een asielaanvraag?
Deze gegevens zijn niet beschikbaar. Uit de ervaringspraktijk van de migratieketen blijken geen signalen dat dit zich vaak voordoet bij vreemdelingen die zijn uitgezet naar hun land van herkomst, zijnde een derde land. Het kan echter niet worden uitgesloten dat dit op incidentele basis gebeurt.
Daarbij geldt dat het voor vreemdelingen doorgaans erg moeilijk is om opnieuw Nederland in te reizen nadat ze gedwongen zijn uitgezet naar hun land van herkomst. Deze vreemdelingen krijgen een inreisverbod opgelegd, waardoor zij voor de duur van het inreisverbod de Europese Unie niet meer legaal kunnen inreizen. Bovendien is inreis niet mogelijk als er niet voldaan wordt aan de overige toegangsvoorwaarden, zoals een visum.
Daarnaast is het zo dat ook na een initiële terugkeer naar een land van herkomst nieuwe feiten en omstandigheden zich kunnen voordoen waardoor iemand opnieuw bescherming nodig heeft. Het recht om asiel aan te vragen vervalt dan ook niet na uitzetting. Dat volgt ook zo uit internationale wet- en regelgeving. Echter, dit zal zich niet snel kunnen voordoen in het (theoretische) geval de vreemdeling zich binnen enkele dagen of weken ná terugkeer opnieuw in Nederland meldt.
Herhaalde uitzetting na een Dublinoverdracht binnen het Schengengebied en uitzetting van EU-onderdanen komt wel voor. Hiertoe wordt verwezen naar het antwoord op vraag 9.
Over de mogelijkheid om met een nieuwe identiteit weer in Nederland te verschijnen kan ik in zijn algemeenheid het volgende zeggen. Om te voorkomen dat vreemdelingen na een uitzetting opnieuw Nederland in kunnen reizen en een nieuwe asielaanvraag kunnen doen, gebruikmakend van een nieuwe identiteit, wordt onder andere Eurodac geraadpleegd bij registratie van vreemdelingen door de autoriteiten. In Eurodac worden vingerafdrukken en het geslacht van vreemdelingen die een asielaanvraag doen opgeslagen. Op basis van Eurodac kan dus worden vastgesteld of een vreemdeling al eerder in Nederland of een andere EU-lidstaat of Schengenland asiel heeft aangevraagd. Onder de nieuwe Eurodac-verordening, die per 12 juni 2029 van toepassing zal zijn, zullen nieuwe categorieën van persoonsgegevens in Eurodac worden opgeslagen, zoals naam, geboorteplaats en -datum, nationaliteit, nummers of kopieën van identiteitsbewijzen en reisdocumenten en ook gezichtsopnames.
Op welke gegevens baseert u uw antwoord op vraag 7?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u aangeven hoeveel vreemdelingen in de afgelopen vijf jaar meermaals zijn uitgezet? Bij hoeveel personen was dit meer dan twee keer? Wat zijn de vijf meest voorkomende nationaliteiten in deze situatie?
In de periode 2021 tot en met november 2025 hebben 11.110 gedwongen vertrekken plaatsgevonden vanuit de caseload van de DTenV. Dit betrof 9.660 unieke personen.
530 personen zijn twee maal in de betreffende periode gedwongen vertrokken. 280 personen zijn drie keer of meer gedwongen vertrokken.
Top 5 nationaliteiten drie keer of meer gedwongen vertrek in de betreffende periode:
Deze aantallen zijn inclusief de gedwongen overdrachten van Dublinclaimanten naar andere lidstaten en gedwongen terugkeer naar EU-landen of Schengenlanden. Voor deze categorieen vreemdelingen geldt dat vanwege het vrij verkeer van personen binnen Schengen niet uitgesloten kan worden dat zij terugkeren naar Nederland.
Kijkend naar uitzettingen exclusief de gedwongen overdrachten van Dublinclaimanten, en gedwongen terugkeer naar EU-landen en Schengenlanden ontstaat er een ander beeld.
In de periode 2021 tot en met november 2025 hebben 2.570 gedwongen vertrekken plaatsgevonden vanuit de caseload van de DTenV naar derde landen. Er vonden dus in deze periode 2.570 gedwongen vertrekken plaats, niet zijnde overdrachten van Dublinclaimanten, gedwongen vertrekken naar EU-landen of gedwongen vertrekken naar Schengenlanden. Dit betrof 2.550 unieke personen.
20 personen zijn twee maal in de betreffende periode gedwongen vertrokken. <5 personen zijn drie keer of meer gedwongen vertrokken.
Top 3 nationaliteiten twee keer of meer gedwongen vertrek in de betreffende periode:
Welke maatregelen neemt u om misbruik van de Dublinverordening te voorkomen, gelet op signalen dat vreemdelingen die naar bijvoorbeeld Kroatië, Bulgarije of Italië worden teruggestuurd, vrijwel direct weer naar Nederland terugkeren? Kunt u bevestigen dan wel ontkennen dat deze signalen kloppen?
We herkennen deze signalen en delen de zorgen die hierover bestaan. Als blijkt dat vreemdelingen eerder in het kader van Dublin zijn overgedragen aan een EU-lidstaat, en opnieuw Nederland inreizen, kan opnieuw worden gewerkt aan hun overdracht naar de EU-lidstaat. De IND moet dan een nieuw claimverzoek naar de betreffende EU-lidstaat sturen. Bij akkoord van de EU-lidstaat kan de vreemdeling opnieuw worden overgedragen. Tot die tijd heeft de vreemdeling recht op opvang. Dit recht vloeit voort uit de opvangrichtlijn. Tevens wordt op dit moment ingezet op de mogelijkheid om Dublinclaimanten, die al eerder gedwongen zijn overgedragen aan een andere lidstaat en opnieuw Nederland inreizen, eerder in bewaring te stellen.
Klopt het bericht dat Duitsland de afgelopen drie maanden meer dan 150 personen bij de Nederlandse grens heeft gezet zonder formele overdracht aan de Koninklijke Marechaussee?2 Zo ja, wat doet Nederland met deze personen? Hoeveel van deze personen verblijven op dit moment in Nederland?
Alle overdrachten van vreemdelingen door Duitsland aan Nederland vinden plaats middels formele overdracht. Een formele overdracht kan plaatsvinden middels een overdracht waarbij een persoon fysiek wordt overgedragen door de Duitse autoriteiten aan de Nederlandse autoriteiten, of een overdracht waarbij deze fysieke overdracht niet plaatsvindt. De Koninklijke Marechaussee (KMar) registreert enkel of er een overdracht plaatsvindt, en niet of de door Duitsland geweigerde personen met of zonder fysieke overdracht worden overgedragen. In de periode van 9 december 2024 tot en met 8 september 2025 zijn in totaal 690 vreemdelingen door Duitsland aan Nederland overgedragen.
Personen die worden overgedragen door Duitsland aan Nederland – ook de personen die niet fysiek worden overgedragen – kunnen zich na overdracht veelal vrij in Nederland bewegen. Er wordt niet bijhouden hoeveel personen, die niet fysiek zijn overgedragen aan Nederland, op dit moment nog in Nederland verblijven.
Kunt u een overzicht verstrekken van de totale kosten voor mislukte uitzettingen in de jaren 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025? Kunt u hierbij alle kosten meenemen, waaronder de inzet van AVIM, DV&O, DT&V, tolken en medische begeleiding, maar ook geboekte vluchten, hotelovernachtingen, retourtickets van begeleiders en juridische kosten? Kunt u deze kosten volledig uitsplitsen?
De kosten van annuleringen hangen nauw samen met individuele eigenschappen van een zaak en raken diverse uitvoeringsorganisaties zoals DTenV, KMar en de Dienst Vervoer en Ondersteuning. Er is daarom geen overkoepelend beeld van deze kosten en uitsplitsing is niet mogelijk.
Gezien de weerbarstigheid van terugkeerprocedures werkt DTenV in de regel met tickets die gewijzigd of geannuleerd kunnen worden, zodat kosten bespaard worden in het geval een uitzetting niet doorgaat. De keuze voor het soort ticket wordt door experts in de uitvoering gemaakt op basis van de individuele omstandigheden van de zaak.
Hoeveel vreemdelingen hebben zich in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 daadwerkelijk gemeld op het moment dat zij een vrijwillige terugkeer hadden afgesproken? Hoeveel vreemdelingen kwamen niet opdagen?
DTenV registreert niet of een geboekte vlucht ten behoeve van zelfstandig of gedwongen vertrek is aangevraagd.
In 2023 is 54% van de geboekte vluchten voor zowel zelfstandig als gedwongen terugkeer doorgegaan en 16% van alle geboekte vluchten is geannuleerd vanwege onttrekken aan overheidstoezicht.
In 2024 is 49% van de geboekte vluchten doorgegaan en 24% van alle geboekte vluchten is geannuleerd vanwege onttrekken aan overheidstoezicht.
In 2025 t/m november is 63% van de geboekte vluchten doorgegaan en 15% van alle geboekte vluchten is geannuleerd vanwege onttrekken aan overheidstoezicht.
Hoe vaak zijn uitzettingen in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 afgebroken vanwege een vermeende medische noodsituatie, een lastminute-interventie van een advocaat, weigering van de gezagvoerder om te vliegen of verstoringen door medepassagiers of activisten? Kunt u deze cijfers volledig uitsplitsen?
De reden van annulering van een vlucht wordt niet zodanig specifiek geregistreerd. In bredere zin kan het volgende aangegeven worden omtrent de reden van annulering:
Kunt u aangeven waarom Rotterdam The Hague Airport, dat naast het uitzetcentrum in Rotterdam ligt, niet wordt gebruikt voor uitzetvluchten? Welke logistieke en financiële voordelen zou het gebruik hiervan opleveren?
Vanuit de Luchthaven Schiphol wordt er frequent op meerdere bestemmingen gevlogen in landen waarnaar wordt uitgezet of overgedragen. Momenteel zijn er daarom geen financiële of logistieke voordelen om deze vluchten vanuit Rotterdam The Hague Airport te faciliteren. Om die reden is Rotterdam The Hague airport, in tegenstelling tot Schiphol, qua faciliteiten niet ingericht om uitzetvluchten te faciliteren. In incidentele gevallen, kan een uitzetting of overdracht mogelijk ook plaatsvinden op een ander in Nederland gelegen luchthaven.
Deelt u de mening dat Nederland fungeert als magneet voor asielzoekers als uitzettingen in de praktijk nauwelijks worden uitgevoerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u concreet doen om het uitzetbeleid te verbeteren?
Ik deel de mening dat succesvol (vrijwillig dan wel gedwongen) vertrek van uitgeprocedeerde vreemdelingen een groot belang heeft. In Nederland maar ook in de rest van de EU zijn de aantallen van gerealiseerd vertrek lager dan gewenst. Ik zie dat er in de uitvoeringspraktijk hard wordt gewerkt om meer gerealiseerd vertrek te realiseren en dat de keten hier ook succes op boekt.
In de voorgaande jaren is ketenbreed ook een stijging te zien in het aantal vreemdelingen dat gedwongen is uitgezet. In 2023 werden 5.130 vreemdelingen gedwongen uitgezet. In 2024 waren dit er 5.870. In 2025 tot en met november waren dit er 5.210.
Zoals bij uw Kamer bekend, zet dit kabinet in op het beperken van migratie naar Nederland. De buitengrensprocedures uit het Asiel- en Migratiepact bieden hiertoe handvatten en het versterken van de Europese buitengrenzen is voor Nederland een belangrijke prioriteit. Tevens vormt de nieuwe terugkeerverordening – die zich op dit moment in de onderhandelingsfase in de EU bevindt – het sluitstuk van het Europese migratiebeleid. In de nieuwe terugkeerverordening krijgen lidstaten meer mogelijkheden om terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen te realiseren.
Dit kabinet zet zich sterk in voor het intensiveren van terugkeer van vreemdelingen zonder verblijfsrecht. Dit doet het kabinet langs verschillende sporen. Zo wordt ingezet op het verbeteren van de terugkeersamenwerking met belangrijke landen van herkomst. Ook wordt gewerkt aan het strafbaar maken van niet meewerken aan vertrek. Daarnaast is in 2025 de capaciteit voor vreemdelingenbewaring uitgebreid – zodat meer vertrekplichtige vreemdelingen in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk, zo volledig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja. Enkel waar dat dienstig was voor de beantwoording zijn vragen samengevoegd.
Het bericht 'Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië' |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië»?1
Ja.
Zijn er los van de verbeterde situatie in Syrië meer redenen dat het inwilligingspercentage van eerste asielaanvragen gedaald is tot rond het Europese gemiddelde?
Het inwilligingspercentage laat zich niet makkelijk verklaren. De gemiddelde uitkomst van asielaanvragen wordt gevormd door een samenhang van allerlei relevante variabelen, zoals de samenstelling van de instroom en de actuele situatie in landen van herkomst. Ook beleidswijzigingen zijn van invloed.
In 2024 is een nieuw beoordelingskader geïntroduceerd. In dit beoordelingskader is de geloofwaardigheidsbeoordeling meer in lijn gebracht met de Europese richtlijn en is er voor de beoordeling van de vrees een meer individuele beoordeling geïntroduceerd.
Sinds juni 2025 wordt beleidsmatig voor Syrië niet langer in het algemeen uitgegaan van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer, zoals voorheen. Verder is het landenbeleid Jemen in 2024 wezenlijk veranderd. Eerder gold een generiek beschermingsbeleid voor personen uit Jemen, dat is inmiddels niet meer zo. Het betreft nu een meer individuele beoordeling. Dat het inwilligingspercentage daardoor is gezakt, is een gevolg van deze veranderde veiligheidssituatie in dat land. In 2023 en 2024 zijn nog een groot aantal Syrische en Jemenitische zaken afgedaan onder het oude beleid, in het project Bespoediging Afdoening Asiel (BAA). Dit project liep halverwege 2024 af. Vanwege het grote aantal en hoge inwilligingspercentage van deze zaken heeft dat invloed op de ontwikkelingen in de inwilligingscijfers.
Tot slot hebben er ook andere wijzigingen in het landenbeleid plaatsgevonden, bijvoorbeeld ten aanzien van Irak. Ook dit kan van invloed zijn op de inwilligingspercentages, omdat het relatief grote groepen betreft.
In hoeverre heeft de daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen geleid tot kortere doorlooptijden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)?
Er is in het algemeen geen sprake van kortere doorlooptijden. De oplopende doorlooptijden worden veroorzaakt doordat er de afgelopen jaren meer asielaanvragen zijn binnengekomen dan waar de IND op is ingericht.
Het afwijzen van een aanvraag kost in beginsel ook meer tijd dan het inwilligen ervan. Dat komt doordat er op dit moment bij een afwijzing eerst een voornemen geschreven moet worden waarin kenbaar gemotiveerd moet worden waarom de IND voornemens is de aanvraag af te wijzen. De advocaat kan hier middels een zienswijze op reageren, waarna de IND een definitief besluit neemt waarbij de IND ook inhoudelijk in gaat op de zienswijze. In het geval van een inwilliging is een voornemen niet nodig en hoeft de beslissing in het besluit slechts kort gemotiveerd te worden. Daarom kost een afwijzing in de regel meer tijd dan een inwilliging.
Wat was in 2025 het inwilligingspercentage als Syrische asielzoekers niet worden meegerekend en hoe staat dit in verhouding tot het Europese gemiddelde?
Gemiddeld EU-27 landen
37%
37%
Nederland
48%
48%
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026. De gegevens van kwartaal 4 2025 zijn nog niet volledig beschikbaar.
Gemiddeld EU-27 landen
51%
42%
Nederland
75%
55%
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026.
Omdat een vergelijk wordt gevraagd naar het Europees gemiddelde is gebruik gemaakt van de gegevens in Eurostat over beslissingen in eerste aanleg, ook voor Nederland. De definities over beslissingen in eerste aanleg in Eurostat verschillen van de gebruikelijke nationale definities. De tabellen in Eurostat zien op het totaal aantal afdoeningen van eerste asielaanvragen, herhaalde asielaanvragen en herplaatsing (relocatie). Daarnaast zijn Dublinafdoeningen niet in de Eurostat-cijfers opgenomen.
Volgens de gebruikelijke Nederlandse definities wordt het inwilligingspercentage berekend als het aantal ingewilligde eerste asielaanvragen t.o.v. het totaal aantal beslissingen op eerste asielaanvragen.
De inwilligingspercentages, berekend op basis van Eurostat, vallen daardoor hoger uit dan wanneer wordt gekeken naar rapportages volgens de gebruikelijke Nederlandse definities.
Wat is het effect van de verbeterde situatie in Syrië op het aantal Syrische asielzoekers in de locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)?
Het aantal Syrische asielzoekers dat verblijft in de opvanglocaties van het COA is de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het aantal Syriërs in de opvang wordt niet alleen bepaald door de actuele situatie in het land van herkomst en het bijbehorende toelatingsbeleid, maar ook door factoren zoals eerdere instroom, de duur van asielprocedures, en de beperkte uitstroom naar huisvesting. Eventuele veranderingen in de veiligheidssituatie in Syrië vertalen zich daarom niet onmiddellijk in lagere aantallen asielzoekers in de opvang. Het kabinet blijft de ontwikkelingen in Syrië nauwlettend volgen en betrekt deze bij het landenbeleid.
Verwacht u dat een daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen zal leiden tot verlichting van de druk op het COA?
Een daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen kan, zeker gecombineerd met effectief terugkeerbeleid, verlichting bieden op de opvangdruk. Vanwege de vele factoren die invloed hebben is echter niet te zeggen dat of wanneer dit zich vertaalt naar een verminderde vraag voor opvangplekken. Het kabinet investeert op alle mogelijke manieren in een veilig, stabiel Syrië waar terugkeer van Syriërs mogelijk is inclusief beleid voor terugkeerondersteuning.
Kunt u een overzicht geven van de doorlooptijden bij de IND van de verschillende stromen zoals deze zich in de periode 2021–2025 hebben ontwikkeld?
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 1 bedroeg in 2021 97 dagen, in 2022 182 dagen, in 2023 160 dagen, in 2024 126 dagen en in 2025 92 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 2 bedroeg in 2021 50 dagen, in 2022 70 dagen, in 2023 83 dagen, in 2024 95 dagen en in 2025 117 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 4bedroeg in 2021 335 dagen, in 2022 222 dagen, in 2023 349 dagen, in 2024 429 dagen en in 2025 582 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd is niet hetzelfde als de tijd die daadwerkelijk nodig is om tot een beslissing te komen, omdat daaronder vooral de tijd wordt begrepen dat een aanvraag moet wachten op behandeling. De doorlooptijden zijn dan ook slechts in beperkte mate relevant voor beantwoording van de vraag naar de verhouding tussen behandelduur en uitkomst van de aanvraag.
Kunt u de meest recente cijfers geven over het jaar 2025 op het gebied van de instroom van asielzoekers in Nederland?
Eerste asielaanvragen per jaar
2015
43.090
2016
18.170
2017
14.720
2018
20.350
2019
22.530
2020
13.670
2021
24.690
2022
35.540
2023
38.380
2024
32.180
Kunt u de cijfers van 2025 afzetten tegen de cijfers van de instroom van asielzoekers van de afgelopen 10 jaren?
Zie antwoord vraag 8.
Heeft u een overzicht van dezelfde instroomcijfers van de landen om ons heen, zoals Frankrijk, België, Duitsland en Denemarken?
In de tabel staan de eerste asielaanvragen van België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Nederland.
2015
39.065
20.855
441.900
70.570
43.035
2016
14.290
6.070
722.365
76.790
19.285
2017
14.055
3.140
198.310
91.965
16.090
2018
18.160
3.495
161.930
126.580
20.465
2019
23.140
2.645
142.510
138.290
22.540
2020
12.930
1.435
102.580
81.735
13.720
2021
19.605
2.015
148.235
103.810
24.755
2022
32.140
4.505
217.775
137.605
35.530
2023
29.305
2.380
329.120
145.160
38.370
2024
32.710
2.210
229.750
129.910
32.000
Welke maatregelen zijn er genomen of gaat u nog nemen om de doorlooptijden bij de IND de komende tijd te verbeteren?
De nieuwe asielprocedure volgend uit het Asiel- en Migratiepact treedt op 12 juni 2026 in werking. Dit is gericht op een goede doorstroom van nieuwe aanvragen en biedt kansen voor een efficiëntere inrichting van de procedure. Dit kan de IND helpen om de doorlooptijden van nieuwe asielaanvragen te verbeteren. De procedure wordt vereenvoudigd en zorgt voor meer flexibiliteit in de procedure. Daardoor verwacht de IND op basis van de huidige inzichten de nieuwe termijnen te kunnen naleven en de instroom te kunnen bijhouden.
Kunt u aangeven hoeveel COA-locaties op dit moment volledig bezet zijn en hoeveel noodopvanglocaties nog in gebruik zijn, uitgesplitst naar reguliere opvang en crisisnoodopvang?
Op 1 januari 2026 waren 362 opvanglocaties operationeel. Uitgesplitst zijn dit 111 reguliere locaties, 215 noodopvanglocaties en 43 Tijdelijke Gemeentelijke Opvanglocaties (TGO’s). COA kampt al tijden met hoge druk op de asielopvang. De bezettingsgraad ligt rond de 101%. Dat betekent dat veel opvanglocaties (over)vol zitten en er beperkte bewegingsvrijheid is. Ook de doorstroom vanuit Ter Apel wordt hierdoor bemoeilijkt. Het COA en het kabinet zetten zich er dagelijks voor in om de bezettingsdruk te doen afnemen en de bestaande capaciteit maximaal uit te blijven nutten.
Is de bezetting van bewoners in COA-locaties in 2025 toegenomen? Hoeveel van deze bewoners zijn statushouders die wachten op een doorstroomwoning?
De bezetting is toegenomen. Op 1 januari 2025 was de bezetting ca 72.500 bewoners op COA-locaties en op 1 januari 2026 ca 79.830. Dit is een toename van ca 7.320 bewoners. Het aantal statushouders in de COA-opvang was op peildatum 1 januari 2026 ca 18.420 (waarvan ca 12.310 bewoners al langer dan 14 weken in de opvang zitten).
Wat is nu al het effect van de genomen maatregel om nareizigers niet langer in COA-locaties onder te brengen?
Het aantal nareizigers dat in de opvang verblijft blijft erg hoog. Op 23 september jl.2 is een tijdelijke actie aangekondigd om nareizigers van wie de referent reeds gehuisvest was direct bij de referent onder te brengen. In de praktijk was dit mogelijk bij kleinere gezinnen. Grote gezinnen konden alleen in overleg met betreffende gemeente worden uitgeplaatst. Door toepassing van deze maatregel zijn er circa 500 nareizigers versneld uitgestroomd. Het effect van deze maatregel is nog niet zichtbaar in de bezettingscijfers omdat er eerst enige aanlooptijd noodzakelijk is voordat nareizigers daadwerkelijk uitgeplaatst konden worden.
Daarnaast is de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2026 (HAR+) op 27 januari jl. gepubliceerd.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de behandeling van de begroting van Asiel en Migratie?
Dit is helaas niet gelukt.
De ongewenste vreemdeling S.A. (34) uit Hoorn die verdacht wordt van huiselijk geweld en verkrachting en mogelijk snel vrijkomt |
|
Marina Vondeling (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ongewenste vreemdeling (34), verdacht van huiselijk geweld en verkrachting, komt mogelijk snel vrij: «Meerdere vrouwen zijn Hoorn ontvlucht en elders gaan wonen»»?1
Hoe is het mogelijk dat deze 34-jarige S.A. uit Irak al sinds 2023 door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is aangemerkt als ongewenste vreemdeling, maar al die tijd gewoon vrij in Nederland heeft kunnen rondlopen en nu zelfs terechtstaat voor meerdere gevallen van huiselijk geweld en verkrachting? Waarom is deze man na de ongewenstverklaring in 2023 niet onmiddellijk uitgezet?
Wat gaat u concreet doen om S.A. zo snel mogelijk uit Nederland te verwijderen?
Klopt het dat meerdere vrouwen uit Hoorn hun woonplaats hebben moeten ontvluchten en elders in Nederland zijn gaan wonen uit angst voor deze verdachte? Hoeveel vrouwen hebben aangifte gedaan?
Wat is uw reactie op de angst en onveiligheid onder de vrouwen in Hoorn en omstreken?
Bent u het eens met de stelling dat Nederlandse vrouwen niet langer de dupe mogen worden van het falende vreemdelingenbeleid waarbij seksuele roofdieren jarenlang vrij kunnen rondlopen?
Hoeveel ongewenste vreemdelingen met een strafblad of serieuze verdenkingen van zedendelicten lopen er op dit moment vrij rond in Nederland? Kunt u dit per jaar en per nationaliteit specificeren?
Bent u bereid om per direct een volledige asielstop in te voeren, zodat er geen nieuwe seksuele roofdieren meer ons land worden binnen gelaten en Nederlandse vrouwen en meisjes eindelijk weer veilig kunnen zijn?
Het bericht dat omwonenden van het azc in Lochem geld krijgen om hun eigen veiligheid te regelen |
|
Shanna Schilder (PVV), Annelotte Lammers (PVV), Tamara ten Hove (PVV) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), Rijkaart , David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het dat de gemeente Lochem omwonenden en ondernemers rond het geplande asielzoekerscentrum (azc) € 1.000 wil geven om hun «gevoel van veiligheid en leefbaarheid» te vergroten?1
Bent u het eens met de stelling dat veiligheid geen taak is van burgers, maar van de overheid en dus de verantwoordelijkheid van de burgemeester?
Erkent u dat dit voorstel een impliciete erkenning is dat de komst van het azc grote veiligheidsrisico’s met zich meebrengt die de gemeente schijnbaar niet onder controle heeft? Zo nee, waarom niet?
Bent u het eens met de stelling dat dit azc er dan nooit mag komen, omdat de veiligheid van de inwoners op één moet staan?
Bent u bereidt een streep door de komst van dit azc te zetten? Zo nee, bent u bereid om desnoods, in overleg met de Minister van Defensie, militairen in te zetten om de veiligheid van de inwoners te garanderen?
Het onderbrengen van nareizigers in hotels door het COA. |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Kunt u nauwgezet aangeven welke stappen er gezet zijn door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en u sinds uw aankondiging in december rond het onderbrengen van nareizigers in hotels?1
Klopt het dat het COA voornemens is om deze of volgende week de eerste lichting nareizigers gaat onderbrengen in een hotel in de gemeente Schouwen-Duiveland?2 Zo nee, wanneer dan wel?
Kunt u de Kamer voorzien van een overzicht van voorgenomen plaatsingen die op dit moment bekend zijn en/of reeds verricht zijn? Zo nee, waarom niet?
Kunt u de Kamer tevens voorzien van alle communicatie vanuit het Rijk en/of het COA richting gemeenten over deze regeling?
Klopt het dat gemeenten hooguit geïnformeerd worden door het COA wanneer er nareizigers in een hotel worden ondergebracht, maar verder geen zeggenschap hebben?
Bij hoeveel procent van de nareizigers die u voornemens bent in hotels te plaatsen is er sprake van dat het nagereisde familielid al wel huisvesting heeft in de koppelgemeente, maar dat deze niet geschikt wordt geacht voor meerdere bewoners?
Wat wordt in dezen verstaan onder al dan niet geschikt voor meerdere bewoners? Welke criteria gelden hiervoor en wie bepaalt deze?
Deelt u de mening dat het onuitlegbaar is om nareizigers op kosten van de belastingbetaler onder te brengen in hotels wanneer hun familielid al huisvesting in diezelfde gemeente heeft, ook als die misschien niet ideaal is voor meerdere bewoners? Zo nee, waarom niet?
Waarom geeft u het COA expliciet de opdracht om nareizigers in hotels in of nabij de koppelgemeente te plaatsen, terwijl u op 23 september jl. in uw Kamerbrief nog sprak over intrekken door de nareizigers bij hun familielid of het samen met de gemeente zoeken naar andere huisvesting in de buurt (Kamerstuk 19 637, nr. 3476)? Deelt u de conclusie dat uw Kamerbrief op essentiële onderdelen afwijkt van de manier waarop deze regeling vervolgens is uitgerold?
Wat heeft u doen besluiten om de koers te verleggen naar onderbrengen van nareizigers in hotels buiten gemeenten om?
Wat is uw reactie geweest op gemeenten, waaronder in ieder geval de gemeente Castricum, die u hebben aangesproken op deze koerswijziging en de onduidelijkheid daaromtrent?
Wat zijn de totale voorziene kosten van deze hele operatie, inclusief het financieren van het hotelverblijf gedurende de eerste zes maanden door het COA?
Kunt u nauwgezet uiteenzetten hoe het semipermanent (ten minste een half jaar) huisvesten van nareizigers in hotels zich verhoudt tot landelijke en lokale wet- en regelgeving?
Wat is uw inschatting van de economische schade voor ondernemers in gemeenten waar hotelkamers worden gehuurd voor nareizigers in plaats van door toeristen en andere bezoekers?
Wat verwacht u van gemeenten met betrekking tot de financiering van de huisvesting van nareizigers in hotels wanneer het hen niet lukt om binnen zes maanden vervangende huisvesting voor hen te regelen?
Hoe verhoudt het onderbrengen van nareizigers in hotels zich tot de reguliere wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders? Deelt u de conclusie dat u met deze werkwijze de reguliere interventieladder omzeilt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke gronden denkt u dit te kunnen doen?
Deelt u de conclusie dat het buiten de gemeente om huisvesten van nareizigers in hotels een maatregel is die feitelijk neerkomt op indeplaatsstelling conform de hoogste trede op de interventieladder? Zo nee, waarom niet en wat is het verschil?
Indien u ook voornemens bent nareizigers te plaatsen in hotels in gemeenten die zich op een lagere trede van de interventieladder bevinden, erkent u dan dat u dergelijke gemeenten hiermee opzadelt met een bovenwettelijke last? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat deze maatregel opnieuw een schoolvoorbeeld is van dweilen met de kraan open? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de conclusie dat Nederland de 53.000 verzoeken om nareis die momenteel in de pijplijn zitten simpelweg niet aankan? Zo ja, bent u bereid om in navolging van Oostenrijk alle mogelijkheden aan te grijpen om nareis te stoppen, in plaats van de hotelbranche voor astronomische bedragen om te vormen tot onderdeel van het COA?
De miljoenen euro’s aan dwangsommen die worden uitgekeerd aan asielzoekers |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel van NOS van 14 januari jl., waaruit blijkt dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in 2024 in totaal 36,8 miljoen euro aan dwangsommen heeft uitgekeerd aan asielzoekers?1
Hoe beoordeelt u het feit dat voor miljoenen euro’s aan dwangsommen worden uitgekeerd aan asielzoekers en dat deze dwangsommen per zaak kunnen oplopen tot 37.000 euro?
Hoeveel heeft de IND in 2025 uitgekeerd aan dwangsommen en wat was het maximum per zaak?
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat asielzoekers tienduizenden euro’s kunnen ontvangen via dwangsommen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Deelt u de opvatting, van zowel het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de dwangsomregeling is bedoeld als bestuurlijke prikkel voor tijdige besluitvorming en niet als financiële tegemoetkoming of inkomensbron voor asielzoekers? Kunt u uw antwoord toelichten?
Deelt u de mening van de indiener dat de huidige dwangsomregeling een perverse prikkel kan vormen, waarbij het voor asielzoekers aantrekkelijk wordt om hun procedure zo veel mogelijk te dwarsbomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, vindt u dit wenselijk?
Bent u bereid onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden om dwangsommen aan asielzoekers af te schaffen of in elk geval te verlagen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Bent u bereid onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden om dwangsommen niet langer uit te keren aan asielzoekers, maar aan werkende Nederlanders in de vorm van een jaarlijkse belastingkorting? Kunt u uw antwoord toelichten?
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Het bericht dat omwonenden van azc Lochem 1000 euro krijgen om hun eigen veiligheid te regelen. |
|
Geert Wilders (PVV), Marina Vondeling (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het bericht dat omwonenden van het asielzoekerscentrum (azc) in Lochem maximaal 1.000 euro per huishouden krijgen van de gemeente om zelf «preventieve maatregelen» te nemen voor hun veiligheid, zoals camera’s en hekken, vanwege de onrust en onveiligheid veroorzaakt door asielzoekers?1
Erkent u dat dit het keiharde bewijs is dat asielzoekers structureel zorgen voor overlast, intimidatie, bedreigingen en onveiligheid in Nederland, en dat omwonenden nu letterlijk met hun eigen portemonnee (via belastinggeld) hun bescherming moeten regelen tegen deze asielwaanzin? Zo nee, waarom ontkent u de verschrikkelijke realiteit die talloze Nederlanders dagelijks ervaren?
Kunt u exact uiteenzetten hoeveel incidenten van geweld, diefstal, bedreigingen, aanrandingen en andere overlast door asielzoekers in en rond het azc Lochem zijn gemeld bij de politie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en hoeveel van deze meldingen zijn verzwegen of niet serieus zijn genomen?
Deelt u de mening dat het volstrekt absurd en schandalig is dat belastinggeld wordt verspild om omwonenden te «compenseren» voor de onveiligheid die dit kabinet veroorzaakt door overlastgevers niet uit te zetten, de Spreidingswet te handhaven en geen asielstop in te voeren?
Bent u het ermee eens dat de enige oplossing het sluiten van het azc is? Zo nee, hoeveel slachtoffers van intimidatie, diefstal of geweld moeten er nog bijkomen?
Bent u bereid om alsnog de Spreidingswet per direct in te trekken en een volledige asielstop in te stellen? Zo nee, waarom prioriteert u asielzoekers boven de veiligheid van de eigen bevolking?
De oproep van MiGreat tot het aangaan van schijnhuwelijken |
|
Shanna Schilder (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de oproep van niet-gouvernementele organisatie (ngo) MiGreat om schijnhuwelijken aan te gaan om een verblijfsvergunning te krijgen?1
Bent u het eens met de stelling dat het aangaan van een schijnhuwelijk met het oog op verblijfsrecht huwelijksfraude is en dus strafbaar is?
Bent u bereid alles op alles te zetten om huwelijksfraude tegen te gaan en, als hiervan sprake is, verblijfsvergunningen en/of paspoorten onmiddellijk met terugwerkende kracht in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Bent u het eens met de stelling dat het publiekelijk oproepen tot het plegen van een strafbaar feit strafbaar is? Zo ja, doet het Openbaar Ministerie onderzoek naar deze oproep?
Hoe beoordeelt u de ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling) die deze ngo geniet, gelet op de strafbare oproep en het nalaten van het voldoen aan de wettelijk verplichte jaarverslagen, zoals beschreven in het artikel van NieuwRechts?2
Bent u bereid om, in overleg met de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, de ANBI-status te onderzoeken en deze in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Het bericht dat linkse activisten oproepen tot schijnhuwelijk. |
|
Marina Vondeling (PVV), Elmar Vlottes (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD), Heijnen , David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het schandalige Instagram-bericht van de pro-migratieorganisatie MiGreat, waarin zij personen met een Nederlands paspoort oproepen om schijnhuwelijken aan te gaan met illegale migranten die geen verblijfsvergunning hebben of geen visum kunnen krijgen?1
Erkent u dat MiGreat hiermee aanzet tot het plegen van een strafbaar feit? Zo ja, bent u bereid om het Openbaar Ministerie (OM) onmiddellijk op te dragen een strafrechtelijk onderzoek te starten tegen MiGreat? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat MiGreat al sinds 2022 de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI-status) heeft? Zo ja, bent u bereid de ANBI-status per direct en met terugwerkende kracht in te trekken?
Kunt u onderbouwen, aan de hand van cumulatieve eisen voor het verkrijgen van een ANBI-status, hoe het mogelijk is dat MiGreat überhaupt een ANBI-status heeft verkregen?
Deelt u de mening dat organisaties als MiGreat deel uitmaken van een bredere asielindustrie die het terugkeerbeleid saboteren en onze grenzen nog verder open willen zetten en bent u bereid alle subsidies en fiscale voordelen voor dergelijke pro-migratiegroepen te schrappen?
Het bericht 'Vier Afghaanse vrouwen mogen nu in Nederland blijven. ‘Maar voor duizenden anderen verandert dit niets’' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het nieuws dat duizenden Afghaanse vrouwen worden gedeporteerd terwijl het land onveilig is?1
Hoe is het mogelijk dat personen met dezelfde omstandigheden, andere visum-beoordelingen krijgen, zoals Lafita aangeeft?
Kunt u inzage geven in het proces van het verlenen van de verblijfsvergunning van de betreffende vier vrouwen?2
Op welke oordelen baseert u de veiligheid van Afghanistan voor Afghaanse vrouwen, als blijkt dat er geen westerse soldaten, camera’s of opvang is, zoals Fawzia Koofi aangeeft?
Bent u bereid Afghanistan als onveilig land te bestempelen, nu het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het laatste ambtsbericht de positie van vrouwen onder de Taliban ziet verslechteren? Zo nee, waarom niet?
Als blijkt dat Afghanistan het Vrouwenverdrag blijft schenden en niet in onderhandeling gaat, ondanks het aansprakelijk stellen door Australië, Canada, Duitsland en Nederland, is dat dan reden om alle Afghaanse vrouwen standaard asiel te verlenen? Zo nee, waarom niet?
Als zowel de UNHCR, het Ministerie van Buitenlandse zaken als uzelf3 onderkent dat de positie van Afghaanse vrouwen en meisjes ernstig onder druk staat, is het dan niet gegrond om alle asielaanvragen van deze groep goed te keuren? Zo niet, hoe kunt u dit verantwoorden?
Op welke manier gaat u druk uitoefenen op de Europese ambassade in Afghanistan om de hulpvragen van vrouwen serieuzer te nemen en beter te behandelen, gezien de schendingen van het VN-Vrouwenverdrag door de Taliban?
Erkent u het oordeel van de VN dat we aan de vooravond staan van een hongersnood in Afghanistan? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
Deelt u de mening dat Nederland, als de op één na grootste landbouwexporteur ter wereld, een bijzondere rol heeft in het ondersteunen van het Wereldvoedselprogramma? Zo ja, hoe gaat u bijdragen aan de tekorten? Zo nee, waarom niet?
Het bericht ‘Asielzoekers en Oekraïners uitgebuit bij Ibis Hotel, meer misstanden in de branche’. |
|
Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Asielzoekers en Oekraïners uitgebuit bij Ibis Hotel, meer misstanden in de branche»?1
Kunt u zich vinden in de lezing van deskundigen dat hier sprake is van mensenhandel en uitbuiting?
Vindt u het ook Nederland onwaardig dat asielzoekers en Oekraïners op deze manier worden uitgebuit zonder geldige werkpapieren en tegen zeer lage vergoedingen?
Heeft u zicht op hoe wijdverspreid de problemen met illegale tewerkstelling en onderbetaling zijn in de schoonmaaksector en of dit ook in andere sectoren is gesignaleerd? Zo niet, bent u bereid dit uit te zoeken?
Hoe gaat u erop toezien dat deze schoonmakers alsnog de betaling krijgen waar zij recht op hebben?
Bent u het eens dat deze situatie kon ontstaan doordat constructies met schimmige tussenpersonen op onze arbeidsmarkt worden toegestaan? Zo niet, waarom niet?
Hoe weegt u het feit dat de inhurende hotelketen wijst naar het Duitse schoonmaakbedrijf, en ook zij weer wijzen naar een volgend ingehuurd bedrijf?
Bent u het eens dat zolang het bedrijf waar de werkzaamheden uiteindelijk plaatsvinden – en waar de werknemers mee te maken krijgen – niet hoofdverantwoordelijk wordt gehouden voor uitbuiting er steeds met vingers gewezen zal worden? Zo nee, waarom niet?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de verantwoordelijkheid voor correcte tewerkstelling en fatsoenlijke betaling meer bij de inhuren bedrijven komt te liggen?
Bent u het eens dat gezien deze uitbuiting waar uitzendbureaus een grote rol in speelden, en gezien de eerdere signalen vanuit de arbeidsinspectie over de schoonmaaksector2, het passend zou zijn om in deze sector een verbod op uitzendbureaus in te stellen? Of bent u op zijn minst bereid dit te onderzoeken? Zo nee, waarom niet?
Hoe ziet u een verbod op onderaanneming in de schoonmaaksector? Wat zijn hier de mogelijkheden voor?
Mensonterend en vernederend optreden door beveiligingspersoneel in AZC Budel |
|
Ismail El Abassi (DENK), Stephan van Baarle (DENK) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u bekend met dit bericht en deelt u de opvatting dat dit gedrag vernederend, mensonterend en volstrekt onacceptabel is, ongeacht het moment waarop het heeft plaatsgevonden?1
Welke concrete sancties zijn destijds opgelegd aan de betrokken beveiligingsmedewerker naar aanleiding van dit incident, en kunt u bevestigen of sprake is geweest van ontslag, melding bij de werkgever, aangifte of andere disciplinaire maatregelen?
Deelt u de zorg dat het feit dat deze beelden pas jaren later publiek worden, erop wijst dat vluchtelingen zich mogelijk niet veilig voelen om misstanden te melden? Zo nee, waarom niet?
Welke verantwoordelijkheid draagt u voor het toezicht op beveiligingsbedrijven die werkzaam zijn in locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en acht u dit toezicht momenteel voldoende om machtsmisbruik en intimidatie te voorkomen?
Hoeveel meldingen van grensoverschrijdend, vernederend of intimiderend gedrag door beveiligingspersoneel in asielzoekerscentra (azc’s) zijn in de afgelopen vijf jaar bekend bij het COA of bij u en welke structurele lessen zijn hieruit getrokken?
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat vluchtelingen die bescherming zoeken in Nederland worden blootgesteld aan machtsmisbruik, vernedering of racistische bejegening door personeel dat juist hun veiligheid zou moeten waarborgen?
Bent u bereid om te onderzoeken of de opleiding, screening en begeleiding van beveiligingspersoneel in azc’s aangescherpt moet worden, en zo ja, op welke termijn kan de Kamer hierover worden geïnformeerd?
Het artikel 'Nederlandse IS-strijders dromen van uitbraak na gevechten tussen Koerden en Syrische regeringstroepen' |
|
Diederik Boomsma (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Nederlandse IS-strijders dromen van uitbraak na gevechten tussen Koerden en Syrische regeringstroepen»?1
Ja.
Kunt u het beschreven risico op massale ontsnappingen door oplopende gevechten bevestigen?
In januari hebben er gevechten plaatsgevonden in Noordoost-Syrië tussen het leger van de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF). In deze regio bevinden zich ook de opvangkampen en detentiecentra waar aan ISIS-gelieerde personen zich bevinden. Het is inmiddels bekend dat aan ISIS-gelieerde personen zijn ontsnapt; een deel zou in de tussentijd ook weer zijn aangehouden door de veiligheidsdiensten van de Syrische overgangsregering, met ondersteuning vanuit de Verenigde Staten. Het is nog niet bevestigd of hier personen met een Nederlandse link onderdeel van uitmaken. Sinds 30 januari geldt een permanent staakt-het-vuren tussen de Syrische overgangsregering en de SDF. Op dit moment zijn er geen indicaties dat vrouwelijke uitreizigers met een Nederlandse link en hun kinderen, die in de kampen verbleven, zich op dit moment buiten de door de Syrische overgangsregering beveiligde kampen bevinden.
Heeft de Nederlandse overheid zicht op hoeveel Nederlandse jihadisten, veroordeelden en geradicaliseerde familieleden zich daar momenteel nog bevinden?
De situatie in Syrië is erg veranderlijk en de ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Dit maakt snelle informatievoorziening en een accuraat beeld van de ontwikkelingen in Syrië moeilijk. Desalniettemin staan de betrokken nationale en internationale partners goed met elkaar in contact en houden zij de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten om een zo compleet mogelijk beeld te vormen. Dit is de afgelopen tijd gebeurd. Zo is uw Kamer op 19 februari jl. geïnformeerd over de aanwezigheid van mannelijke uitreizigers met een Nederlandse link in Irak.2 Voor de meest recente en openbare aantallen uitreizigers, verwijs ik uw Kamer het recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.3
Acht u het scenario reëel dat ontsnapte Nederlandse IS-strijders opnieuw proberen Europa of Nederland te bereiken, en welke concrete maatregelen zijn getroffen om dit te voorkomen?
Dat is inderdaad een scenario waarmee rekening wordt gehouden. Om onopgemerkte terugkeer te voorkomen zijn verschillende maatregelen getroffen. Het openbaar ministerie heeft waar opportuun tegen alle onderkende uitreizigers met een Nederlandse link een strafrechtelijk onderzoek lopen. Daarnaast is ten aanzien van alle onderkende uitreizigers op verschillende momenten bekeken of het Nederlanderschap kon worden ingetrokken op grond van artikel 14, lid 4 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Daar waar mogelijk is het Nederlanderschap ingetrokken en zijn deze personen ongewenst verklaard. Ook zijn de reisdocumenten van uitreizigers waar mogelijk ongeldig verklaard en staan deze personen gesignaleerd. Alle betrokken veiligheidspartners zijn alert en wordt voortdurend onderzocht waar en op welke wijze eventuele aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden.
Kunt u met klem verzekeren dat Nederland op geen enkele wijze actie onderneemt om mannelijke IS-terroristen naar Nederland te halen?
Het kabinet hanteert als uitgangspunt dat berechting van uitreizigers en de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen in de regio moet plaatsvinden. Conform dit standpunt is er intensief contact tussen onder andere het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Iraakse autoriteiten om hierover – binnen de (internationale) wettelijke vereisten – afspraken te maken. Er zijn op dit moment geen voornemens om uitreizigers met een Nederlandse link terug te halen. Indien sprake is van verzoeken tot repatriëring zal het kabinet in iedere casus alle omstandigheden en factoren wegen, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de nationale veiligheid. In algemene zin geldt dat mannelijke uitreizigers, ten opzichte van vrouwelijke uitreizigers, een grotere potentiële geweldsdreiging vormen vanwege hun veelal grotere rol in de strijd en gevechtstraining en -ervaring. Dit maakt vanzelfsprekend onderdeel uit van besluitvorming over repatriëring. Deze afwegingen hebben er tot op heden toe geleid dat, in het kader van strafzaken tegen vrouwelijke uitreizigers, alleen vrouwelijke uitreizigers en hun kinderen zijn gerepatrieerd.
In hoeverre wordt actief ingezet op het intrekken van het Nederlanderschap bij jihadisten met een dubbele nationaliteit, en waarom gebeurt dit niet structureel?
Ja, dit kabinet hanteert als uitgangspunt dat mensen die zich hebben aangesloten bij een terroristische organisatie hun recht op het Nederlanderschap hebben verspeeld. Om die reden is het Nederlanderschap, daar waar mogelijk, van hen afgenomen en zijn zij ongewenst verklaard. Het kabinet zet hier ook in de toekomst onverminderd op in.
Op grond van artikel 14, lid 4 RWN kan het Nederlanderschap worden ingetrokken bij personen die ouder zijn dan 18 jaar, die zich nog in het buitenland bevinden en als uit hun gedragingen is gebleken dat zij zich – na 11 maart 2017 – hebben aangesloten bij een terroristische organisatie die een dreiging vormt voor de nationale veiligheid. In deze gevallen wordt de betreffende persoon tevens ongewenst verklaard op grond van de Vreemdelingenwet en gesignaleerd in SIS III, waardoor legale terugkeer naar Nederland niet mogelijk is.4
Ten aanzien van het intrekken van de Nederlandse nationaliteit geldt dat op verschillende momenten alle dossiers van onderkende uitreizigers zijn doorlopen om te bezien of het Nederlanderschap ingetrokken kon worden op grond van artikel 14, lid 4 RWN. Bij de personen waar dit mogelijk is gebleken is het Nederlanderschap ingetrokken. Gevallen die eerder niet in aanmerking kwamen voor intrekking, kunnen in de toekomst mogelijk wel hiervoor in aanmerking komen als nieuwe informatie beschikbaar komt waarmee aan de juridische voorwaarden wordt voldaan. De betrokken organisaties blijven alert op eventuele nieuwe informatie waardoor intrekking alsnog tot de mogelijkheden kan behoren. Dit heeft in 2024 alsnog geleid tot een intrekking van het Nederlanderschap.5
Bent u bereid als uitgangspunt te hanteren dat personen die zich vrijwillig hebben aangesloten bij IS hun recht op terugkeer naar Nederland hebben verspeeld, en het beleid hier expliciet op aan te scherpen?
Zie antwoord vraag 6.
De misstanden en onveiligheid in het wooncomplex Stek Oost met statushouders |
|
Simon Ceulemans (JA21), Ranjith Clemminck (JA21) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over Stek Oost, waaronder de artikelen in het Parool en op AT5 waaruit blijkt dat woningcorporatie Stadgenoot al jaren wil stoppen met het gemengd wonen van statushouders en jongeren in Stek Oost vanwege ernstige onveiligheid, maar dat de gemeente Amsterdam dit heeft tegengehouden?1 2
Kunt u een volledig feitenrelaas geven over de situatie in Stek Oost sinds de start in 2018, inclusief het aantal bewoners (onderscheid statushouders/jongeren) per jaar, de aard en ernst van de incidenten, het aantal meldingen bij politie, het aantal aangiften en het aantal huisuitzettingen?
Klopt het dat er in een periode van circa anderhalf jaar minimaal twintig aangiften zijn gedaan door bewoners en oud-bewoners, onder meer wegens aanranding, geweld, steek- en vechtpartijen, stalking, diefstal, LHBTIQ+-gerelateerde intimidatie en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag? Zo nee, wat zijn dan de exacte aantallen per delictcategorie sinds de start van het project?
Hoe beoordeelt u het oordeel van Stadgenoot dat de veiligheid in Stek Oost niet gegarandeerd kon worden en dat de corporatie daarom heeft willen stoppen met het gemengd wonen op deze locatie?
Deelt u de zorg dat de gemeente Amsterdam, door beëindiging van het gemengd wonen in Stek Oost tegen te houden, de veiligheid van (met name vrouwelijke en LHBTIQ+-) Nederlandse bewoners en andere omwonenden ondergeschikt heeft gemaakt aan haar eigen beleidsdoel om statushouders gemengd te huisvesten?
Heeft u of uw voorgangers signalen ontvangen van Stadgenoot, bewoners, politie, de Arbeidsinspectie of andere instanties over structurele onveiligheid en overlast in Stek Oost en vergelijkbare projecten? Zo ja, om welke signalen ging het concreet, op welke data zijn deze signalen ontvangen en welke acties zijn daarop door het Rijk ondernomen?
Kunt u een overzicht geven van alle gemengde wooncomplexen in Nederland waar statushouders samen met Nederlandse jongeren of andere doelgroepen wonen, uitgesplitst naar gemeente, omvang (aantal bewoners) en samenstelling (percentage statushouders)?
In hoeveel van deze complexen zijn de afgelopen vijf jaar incidenten geregistreerd die betrekking hebben op geweld, zedendelicten, intimidatie/stalking, drugshandel, ernstige overlast en LHBTIQ+-gerelateerde discriminatie of geweld? Kunt u dit per complex en per delictcategorie specificeren, inclusief aantallen meldingen en, voor zover bekend, het aantal incidenten waarbij LHBTIQ+-bewoners betrokken waren als slachtoffer?
Erkent u dat de combinatie van een grote schaal, een hoge concentratie statushouders (circa 50% of meer) en een relatief homogene groep statushouders (zelfde herkomstlanden, leeftijd, alleenstaande mannen) een belangrijke risicofactor is voor onveiligheid en mislukte integratie, zoals onder meer door Stadgenoot is geschetst? Zo nee, waarom niet?
Hoe waarborgt u dat Nederlandse jongeren, studenten en starters niet opnieuw in feitelijk onveilige pilotprojecten of experimenten terechtkomen, waarbij zij als het ware proefpersonen zijn voor integratiebeleid en de nadelige gevolgen van verkeerde beleidskeuzes dragen?
Bent u, gelet op de jarenlange signalen over ernstige onveiligheid in Stek Oost en andere gemengde wooncomplexen en de waarschuwingen van woningcorporaties, bereid bewoners, in het bijzonder vrouwelijke en LHBTIQ+-bewoners, die daar slachtoffer zijn geworden van zedenmisdrijven, geweld, stalking of andere ernstige feiten te compenseren en/of hen prioritaire toegang tot andere, wél veilige huisvesting te geven, bijvoorbeeld door hen een vorm van urgentie of voorrang bij herhuisvesting toe te kennen?
Hoe verhouden de ervaringen en incidenten bij gemengde complexen zoals Stek Oost zich tot het wetsvoorstel om de voorrang voor statushouders in de sociale huur te schrappen en gemeenten te stimuleren om «doorstroomlocaties' te openen waar ook andere woningzoekenden een plek kunnen krijgen? Acht u het, in het licht van de misstanden in Stek Oost en andere projecten, verantwoord om juist dit type gemengde, tijdelijke woonvormen als oplossing te presenteren en welke extra waarborgen voor veiligheid, in het bijzonder voor vrouwen en LHBTIQ+-bewoners, bent u voornemens hierin wettelijk vast te leggen?
Bent u bereid een onafhankelijke, landelijke evaluatie te laten uitvoeren van alle gemengde woonprojecten met statushouders, inclusief de veiligheidssituatie en ervaringen van bewoners, op basis daarvan scenario’s uit te werken waarin met gemengde projecten wordt gestopt of deze drastisch worden beperkt tot kleinschalige, strikt gereguleerde initiatieven en de Kamer hierover uiterlijk vóór het zomerreces 2026 te informeren?
Wilt u deze vragen uiterlijk maandag 2 februari 2026, één voor één beantwoorden?
Het bericht 'Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië' |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië»?1
Ja.
Zijn er los van de verbeterde situatie in Syrië meer redenen dat het inwilligingspercentage van eerste asielaanvragen gedaald is tot rond het Europese gemiddelde?
Het inwilligingspercentage laat zich niet makkelijk verklaren. De gemiddelde uitkomst van asielaanvragen wordt gevormd door een samenhang van allerlei relevante variabelen, zoals de samenstelling van de instroom en de actuele situatie in landen van herkomst. Ook beleidswijzigingen zijn van invloed.
In 2024 is een nieuw beoordelingskader geïntroduceerd. In dit beoordelingskader is de geloofwaardigheidsbeoordeling meer in lijn gebracht met de Europese richtlijn en is er voor de beoordeling van de vrees een meer individuele beoordeling geïntroduceerd.
Sinds juni 2025 wordt beleidsmatig voor Syrië niet langer in het algemeen uitgegaan van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer, zoals voorheen. Verder is het landenbeleid Jemen in 2024 wezenlijk veranderd. Eerder gold een generiek beschermingsbeleid voor personen uit Jemen, dat is inmiddels niet meer zo. Het betreft nu een meer individuele beoordeling. Dat het inwilligingspercentage daardoor is gezakt, is een gevolg van deze veranderde veiligheidssituatie in dat land. In 2023 en 2024 zijn nog een groot aantal Syrische en Jemenitische zaken afgedaan onder het oude beleid, in het project Bespoediging Afdoening Asiel (BAA). Dit project liep halverwege 2024 af. Vanwege het grote aantal en hoge inwilligingspercentage van deze zaken heeft dat invloed op de ontwikkelingen in de inwilligingscijfers.
Tot slot hebben er ook andere wijzigingen in het landenbeleid plaatsgevonden, bijvoorbeeld ten aanzien van Irak. Ook dit kan van invloed zijn op de inwilligingspercentages, omdat het relatief grote groepen betreft.
In hoeverre heeft de daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen geleid tot kortere doorlooptijden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)?
Er is in het algemeen geen sprake van kortere doorlooptijden. De oplopende doorlooptijden worden veroorzaakt doordat er de afgelopen jaren meer asielaanvragen zijn binnengekomen dan waar de IND op is ingericht.
Het afwijzen van een aanvraag kost in beginsel ook meer tijd dan het inwilligen ervan. Dat komt doordat er op dit moment bij een afwijzing eerst een voornemen geschreven moet worden waarin kenbaar gemotiveerd moet worden waarom de IND voornemens is de aanvraag af te wijzen. De advocaat kan hier middels een zienswijze op reageren, waarna de IND een definitief besluit neemt waarbij de IND ook inhoudelijk in gaat op de zienswijze. In het geval van een inwilliging is een voornemen niet nodig en hoeft de beslissing in het besluit slechts kort gemotiveerd te worden. Daarom kost een afwijzing in de regel meer tijd dan een inwilliging.
Wat was in 2025 het inwilligingspercentage als Syrische asielzoekers niet worden meegerekend en hoe staat dit in verhouding tot het Europese gemiddelde?
Gemiddeld EU-27 landen
37%
37%
Nederland
48%
48%
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026. De gegevens van kwartaal 4 2025 zijn nog niet volledig beschikbaar.
Gemiddeld EU-27 landen
51%
42%
Nederland
75%
55%
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026.
Omdat een vergelijk wordt gevraagd naar het Europees gemiddelde is gebruik gemaakt van de gegevens in Eurostat over beslissingen in eerste aanleg, ook voor Nederland. De definities over beslissingen in eerste aanleg in Eurostat verschillen van de gebruikelijke nationale definities. De tabellen in Eurostat zien op het totaal aantal afdoeningen van eerste asielaanvragen, herhaalde asielaanvragen en herplaatsing (relocatie). Daarnaast zijn Dublinafdoeningen niet in de Eurostat-cijfers opgenomen.
Volgens de gebruikelijke Nederlandse definities wordt het inwilligingspercentage berekend als het aantal ingewilligde eerste asielaanvragen t.o.v. het totaal aantal beslissingen op eerste asielaanvragen.
De inwilligingspercentages, berekend op basis van Eurostat, vallen daardoor hoger uit dan wanneer wordt gekeken naar rapportages volgens de gebruikelijke Nederlandse definities.
Wat is het effect van de verbeterde situatie in Syrië op het aantal Syrische asielzoekers in de locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)?
Het aantal Syrische asielzoekers dat verblijft in de opvanglocaties van het COA is de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het aantal Syriërs in de opvang wordt niet alleen bepaald door de actuele situatie in het land van herkomst en het bijbehorende toelatingsbeleid, maar ook door factoren zoals eerdere instroom, de duur van asielprocedures, en de beperkte uitstroom naar huisvesting. Eventuele veranderingen in de veiligheidssituatie in Syrië vertalen zich daarom niet onmiddellijk in lagere aantallen asielzoekers in de opvang. Het kabinet blijft de ontwikkelingen in Syrië nauwlettend volgen en betrekt deze bij het landenbeleid.
Verwacht u dat een daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen zal leiden tot verlichting van de druk op het COA?
Een daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen kan, zeker gecombineerd met effectief terugkeerbeleid, verlichting bieden op de opvangdruk. Vanwege de vele factoren die invloed hebben is echter niet te zeggen dat of wanneer dit zich vertaalt naar een verminderde vraag voor opvangplekken. Het kabinet investeert op alle mogelijke manieren in een veilig, stabiel Syrië waar terugkeer van Syriërs mogelijk is inclusief beleid voor terugkeerondersteuning.
Kunt u een overzicht geven van de doorlooptijden bij de IND van de verschillende stromen zoals deze zich in de periode 2021–2025 hebben ontwikkeld?
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 1 bedroeg in 2021 97 dagen, in 2022 182 dagen, in 2023 160 dagen, in 2024 126 dagen en in 2025 92 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 2 bedroeg in 2021 50 dagen, in 2022 70 dagen, in 2023 83 dagen, in 2024 95 dagen en in 2025 117 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 4bedroeg in 2021 335 dagen, in 2022 222 dagen, in 2023 349 dagen, in 2024 429 dagen en in 2025 582 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd is niet hetzelfde als de tijd die daadwerkelijk nodig is om tot een beslissing te komen, omdat daaronder vooral de tijd wordt begrepen dat een aanvraag moet wachten op behandeling. De doorlooptijden zijn dan ook slechts in beperkte mate relevant voor beantwoording van de vraag naar de verhouding tussen behandelduur en uitkomst van de aanvraag.
Kunt u de meest recente cijfers geven over het jaar 2025 op het gebied van de instroom van asielzoekers in Nederland?
Eerste asielaanvragen per jaar
2015
43.090
2016
18.170
2017
14.720
2018
20.350
2019
22.530
2020
13.670
2021
24.690
2022
35.540
2023
38.380
2024
32.180
Kunt u de cijfers van 2025 afzetten tegen de cijfers van de instroom van asielzoekers van de afgelopen 10 jaren?
Zie antwoord vraag 8.
Heeft u een overzicht van dezelfde instroomcijfers van de landen om ons heen, zoals Frankrijk, België, Duitsland en Denemarken?
In de tabel staan de eerste asielaanvragen van België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Nederland.
2015
39.065
20.855
441.900
70.570
43.035
2016
14.290
6.070
722.365
76.790
19.285
2017
14.055
3.140
198.310
91.965
16.090
2018
18.160
3.495
161.930
126.580
20.465
2019
23.140
2.645
142.510
138.290
22.540
2020
12.930
1.435
102.580
81.735
13.720
2021
19.605
2.015
148.235
103.810
24.755
2022
32.140
4.505
217.775
137.605
35.530
2023
29.305
2.380
329.120
145.160
38.370
2024
32.710
2.210
229.750
129.910
32.000
Welke maatregelen zijn er genomen of gaat u nog nemen om de doorlooptijden bij de IND de komende tijd te verbeteren?
De nieuwe asielprocedure volgend uit het Asiel- en Migratiepact treedt op 12 juni 2026 in werking. Dit is gericht op een goede doorstroom van nieuwe aanvragen en biedt kansen voor een efficiëntere inrichting van de procedure. Dit kan de IND helpen om de doorlooptijden van nieuwe asielaanvragen te verbeteren. De procedure wordt vereenvoudigd en zorgt voor meer flexibiliteit in de procedure. Daardoor verwacht de IND op basis van de huidige inzichten de nieuwe termijnen te kunnen naleven en de instroom te kunnen bijhouden.
Kunt u aangeven hoeveel COA-locaties op dit moment volledig bezet zijn en hoeveel noodopvanglocaties nog in gebruik zijn, uitgesplitst naar reguliere opvang en crisisnoodopvang?
Op 1 januari 2026 waren 362 opvanglocaties operationeel. Uitgesplitst zijn dit 111 reguliere locaties, 215 noodopvanglocaties en 43 Tijdelijke Gemeentelijke Opvanglocaties (TGO’s). COA kampt al tijden met hoge druk op de asielopvang. De bezettingsgraad ligt rond de 101%. Dat betekent dat veel opvanglocaties (over)vol zitten en er beperkte bewegingsvrijheid is. Ook de doorstroom vanuit Ter Apel wordt hierdoor bemoeilijkt. Het COA en het kabinet zetten zich er dagelijks voor in om de bezettingsdruk te doen afnemen en de bestaande capaciteit maximaal uit te blijven nutten.
Is de bezetting van bewoners in COA-locaties in 2025 toegenomen? Hoeveel van deze bewoners zijn statushouders die wachten op een doorstroomwoning?
De bezetting is toegenomen. Op 1 januari 2025 was de bezetting ca 72.500 bewoners op COA-locaties en op 1 januari 2026 ca 79.830. Dit is een toename van ca 7.320 bewoners. Het aantal statushouders in de COA-opvang was op peildatum 1 januari 2026 ca 18.420 (waarvan ca 12.310 bewoners al langer dan 14 weken in de opvang zitten).
Wat is nu al het effect van de genomen maatregel om nareizigers niet langer in COA-locaties onder te brengen?
Het aantal nareizigers dat in de opvang verblijft blijft erg hoog. Op 23 september jl.2 is een tijdelijke actie aangekondigd om nareizigers van wie de referent reeds gehuisvest was direct bij de referent onder te brengen. In de praktijk was dit mogelijk bij kleinere gezinnen. Grote gezinnen konden alleen in overleg met betreffende gemeente worden uitgeplaatst. Door toepassing van deze maatregel zijn er circa 500 nareizigers versneld uitgestroomd. Het effect van deze maatregel is nog niet zichtbaar in de bezettingscijfers omdat er eerst enige aanlooptijd noodzakelijk is voordat nareizigers daadwerkelijk uitgeplaatst konden worden.
Daarnaast is de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2026 (HAR+) op 27 januari jl. gepubliceerd.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de behandeling van de begroting van Asiel en Migratie?
Dit is helaas niet gelukt.
Het belasten arbeidsmigranten door gemeenten |
|
Tijs van den Brink (CDA), Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA) |
|
Mariëlle Paul (VVD), Rijkaart |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Belasting voor arbeidsmigranten: «Betalen niet mee aan schoonmaak en groen»», van Omroep Brabant, d.d. 08 januari 2026?1
Ja.
Deelt u de opvatting zoals die door de gemeente Helmond geschetst wordt dat arbeidsmigranten moeten bijdragen aan de openbare voorzieningen waar zij gebruik van maken, zoals openbaar groen en afvaldiensten, als ze tijdelijk woonachtig zijn in een gemeente?
Het kabinet deelt de opvatting dat arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in Nederland verblijven, net als andere inwoners van Nederlandse gemeenten, verplicht zijn zich in te schrijven als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) en moeten meebetalen aan gemeentelijke voorzieningen via lokale belastingen.
Kunt u aangeven in hoeverre het niet-inschrijven van arbeidsmigranten bij gemeenten in beeld is als een probleem? En hoe plaatst u dit in een bredere context van gemeenten die geen zicht hebben op de aantallen arbeidsmigranten die zich binnen hun gemeentegrenzen begeven?
Het is zeker een bekend probleem. Het kabinet werkt aan maatregelen naar aanleiding van het advies van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten2. Een van de onderwerpen daarin is het verbeteren van de registratie van arbeidsmigranten om het zicht op hun verblijf in Nederland te vergroten. Op 9 september 2025 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in een Kamerbrief gerapporteerd over hoe de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en SZW samen met gemeenten werken aan de maatregelen3.
Kunt u aangeven in hoeverre de aanwezigheid van arbeidsmigranten die geen lokale belasting betalen een financiële last is voor gemeenten die bovengemiddeld veel arbeidsmigranten hebben?
Het kabinet heeft hier geen goed zicht op. Zoals bij vraag 3 aangegeven is het kabinet bekend met het probleem van het niet-inschrijven van arbeidsmigranten. In dat kader wordt gewerkt aan het verbeteren van de registratie van arbeidsmigranten om het zicht op hun verblijf in Nederland te vergroten.
Welke maatregelen neemt u om het niet-inschrijven van arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in Nederland verblijven tegen te gaan?
Al sinds het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten is er aandacht voor het beter zicht krijgen op arbeidsmigratie via betere registratie. De Tweede Kamer is in november geïnformeerd over de voortgang van alle maatregelen, waaronder de maatregelen op het verbeteren van de registratie4. Zoals bij vraag 3 aangegeven heeft de Minister van SZW op 9 september 2025 in een Kamerbrief gerapporteerd over hoe de ministeries van BZK en SZW momenteel samen met gemeenten werken aan deze en mogelijk aanvullende maatregelen.5
Welke mogelijkheden ziet u om, naast de bestaande initiatieven waarin ingezet wordt op de verantwoordelijkheid van werkgevers om zorg te dragen voor de huisvesting van hun werknemers, ook in te zetten op een verantwoordelijkheid van de werkgevers om erop toe te zien dat arbeidsmigranten die zijn naar Nederland halen ook ingeschreven worden?
In 2025 is de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) aangenomen door beide Kamers. In deze wet is een zorgplicht voor uitleners bij de registratie van arbeidskrachten opgenomen. Met deze zorgplicht worden uitleners verantwoordelijk om de registratie van arbeidskrachten te bevorderen en vervolgens te controleren of de persoon zich daadwerkelijk heeft laten inschrijven als ingezetene in de BRP. Ook komt er mogelijk een meldplicht. De zorgplicht wordt momenteel verder uitgewerkt in lagere regelgeving. Dit wordt samen met onder meer uitleners, vakbonden, gemeenten en uitvoeringsorganisaties gedaan. Het streven is de zorgplicht per 1 januari 2027 in werking te laten treden. Op termijn wordt toezicht en handhaving op de plicht georganiseerd via het normenkader van de Wtta.
Bent u van mening dat een dergelijke relatief hoge verblijfsbelasting een geschikte methode is om arbeidsmigranten te stimuleren om zich in te schrijven bij gemeenten?
Het is aan gemeenten om te bepalen welke methode voor hen het meest passend is. Zij zijn zowel verantwoordelijk voor de registratie in de BRP als voor het heffen van lokale belastingen.
Beschikt u over een overzicht van welke gemeenten in Nederland reeds een dergelijke verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten ingevoerd hebben?
Nee, een dergelijk overzicht heb ik niet. Wel is er openbare informatie over toeristenbelasting beschikbaar in de Atlas lokale lasten 2025 van het COELO6. Daaruit blijkt dat 93% van de gemeenten in 2025 toeristenbelasting hief.
De overlast en criminaliteit door asielzoekers in het centrum van Emmen |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat ondernemers in het centrum van Emmen afgelopen jaar een forse toename van overlast en criminaliteit door asielzoekers, in de praktijk veiligelanders, uit Ter Apel ervaren?
Ja, dit is bekend. De gemeente Emmen, bewoners en ondernemers hebben signalen gedeeld van toegenomen overlast en criminaliteit waarbij asielzoekers, vaak met kansarme aanvragen, betrokken zijn.
Wat heeft u het afgelopen jaar gedaan om dit tegen te gaan, los van de maatregelen door de gemeente Emmen?
Het Ministerie van Asiel en Migratie heeft in 2025 vanuit de middelen voor de aanpak van overlast circa € 500.000 beschikbaar gesteld aan de gemeente Emmen via de decentralisatie-uitkering «aanpak overlast asielzoekers», waardoor extra handhavingscapaciteit kon worden ingezet. Dit ter preventie van overlast en criminaliteit in verband met de ligging van het azc Ter Apel nabij Nieuw-Weerdinge en de stationsomgeving in Emmen. Ook in 2026 ontvangt de gemeente Emmen een bijdrage.
Tijdens mijn werkbezoek van 15 december jl. is afgesproken te verkennen hoe de inzet van boa’s gericht kan worden versterkt in Nieuw-Weerdinge, het stationsgebied en het centrum van Emmen. In de gesprekken met de gemeente Emmen wordt ook de mogelijkheid verkend voor de inzet van straattoezichtteams die worden gefinancierd door het Ministerie van Asiel en Migratie.
Tot slot wordt met de gemeente gesproken over de wijze waarop ondernemers en bewoners tegemoet gekomen worden bij schade die samenhangt met incidenten veroorzaakt door bewoners van het aanmeldcentrum in Ter Apel. Deze inzet loopt parallel aan de gemeentelijke maatregelen.
Bent u ermee bekend dat ondernemers aangeven dat de overlast en diefstallen nog eens extra piekten gedurende de periode in december dat de pendelbus gratis was en de daders dus gratis werden afgeleverd voor hun criminele activiteiten in het centrum? Wat is uw reactie hierop?
Nee, deze signalen zijn niet bekend. Het is onwenselijk dat reizigers tijdelijk zonder kaartje hebben gereisd met de pendelbus. Dit is hersteld en sinds 30 december 2025 is het kopen van een kaartje weer verplicht.
Welke (politie)cijfers zijn er bekend over criminaliteit door asielzoekers in Emmen? Hoe verhouden de cijfers van afgelopen jaar zich tot die van voorgaande jaren?
De politie beschikt niet over criminaliteitscijfers uitgesplitst naar asielstatus op het niveau van de gemeente Emmen. Voor data over overlast en criminaliteit door asielzoekers verwijs ik u naar de WODC-rapportage1. Deze rapportage beschrijft trends op landelijk niveau en vergelijkt met voorgaande jaren. Hierin staat echter niet specifiek de situatie van Emmen opgenomen.
Wat bedraagt de geschatte jaarlijkse schadepost door criminaliteit door asielzoekers (waaronder maar niet beperkt tot diefstal, vernieling en inzet van beveiliging en veiligheidsmaatregelen) voor ondernemers in het centrum van Emmen? Is hierin ook een stijging waarneembaar ten opzichte van voorgaande jaren?
Voor het centrum van Emmen is op dit moment geen betrouwbare, cijfermatige inschatting beschikbaar van de jaarlijkse schade veroorzaakt door strafbare feiten waarbij asielzoekers betrokken zijn. Bovendien is het schadebeeld onvolledig omdat ondernemers aangeven dat de aangiftebereidheid is afgenomen, onder meer omdat aangifte tijdrovend is, soms (gedeeltelijke) winkelsluiting vergt en omdat ondernemers een beperkte justitiële opvolging ervaren. Een trend ten opzichte van voorgaande jaren is hierdoor niet eenduidig vast te stellen. Wel ontvangt de gemeente signalen vanuit ondernemers in het centrum van Emmen dat de eigen uitgaven aan beveiliging zijn gestegen met circa 60%, wat een substantiële kostenpost vormt.
Kunt u de zaken uit bovenstaande twee vragen tevens specificeren naar de periode waarin de pendelbus gratis reed?
De in de voorgaande vragen genoemde zaken zijn niet specifiek te koppelen aan de periode waarin de pendelbus tijdelijk gratis reed. Het betrof een korte periode waarin geen afzonderlijke, uniforme registratie is bijgehouden. Het overlastbeeld in Emmen hangt samen met verschillende factoren, zoals de instroom van asielzoekers, de functie van Emmen als doorreislocatie naar Ter Apel en de regelmatige reisbewegingen van asielzoekers tussen Ter Apel en Emmen. In samenspraak met de gemeente Emmen wordt dit blijvend gemonitord.
Herkent u de ervaringen van ondernemers dat asielzoekers bij controles door politie en handhaving artikelen terugkrijgen, soms koffers vol, wanneer niet direct onomstotelijk vaststaat dat deze gestolen zijn, terwijl er redelijkerwijs vanuit kan worden gegaan dat deze niet zijn afgerekend? Begrijpt u dat dit enorm frustrerend is?
Deze signalen zijn niet bekend. Mocht dit zich voordoen, dan is dat onwenselijk en is het begrijpelijk dat dit zeer frustrerend is voor ondernemers. Politie en handhaving moeten handelen binnen de geldende wettelijke kaders, waaronder het strafprocesrecht. Artikelen kunnen alleen worden ingenomen wanneer hier voldoende concrete aanwijzingen voor zijn. Bij het ontbreken van die aanwijzingen worden de artikelen teruggegeven. Wel wordt bezien welke mitigerende maatregelen en afspraken binnen de bestaande kaders passend zijn.
Kan bij deze groep niet veel sneller worden overgegaan tot inname van artikelen die onverklaarbaar in bezit zijn en/of waarvan niet kan worden aangetoond dat ze afgerekend zijn? Bent u bereid hiervoor uw steun uit te spreken?
Nee. Het in beslag nemen van artikelen is alleen mogelijk binnen de geldende wettelijke kaders, waaronder het strafprocesrecht, en enkel wanneer er voldoende aanwijzingen zijn die een redelijk vermoeden van schuld opleveren. Onverklaarbaar bezit op zichzelf is daarvoor onvoldoende. Dit geldt voor iedereen en kan niet voor een specifieke doelgroep worden aangepast.
Herkent u tevens het signaal van ondernemers dat gestolen goederen waarmee asielzoekers op het asielzoekerscentrum in Ter Apel aankomen (bijvoorbeeld kleding waar nog beveiligingsclips aan bevestigd zijn) na inname vaak niet worden teruggebracht naar de winkeliers? Zo ja, deelt u de mening dat dit onacceptabele inkomstenderving is?
Dit signaal is niet bekend. Bij evidente aanwijzingen dat goederen gestolen zijn, bijvoorbeeld wanneer een beveiligingsclip nog bevestigd is, dienen de goederen aan de ondernemer te worden teruggegeven. Ondernemers kunnen via de reguliere wijze aangifte doen van winkeldiefstal.
Wat is momenteel de stand van zaken rond de invoering van preventief fouilleren in de omgeving van station Emmen naar aanleiding van het aanwijzen van dit gebied tot veiligheidsrisicogebied? Kunnen dergelijke fouilleeracties zo gericht mogelijk worden ingezet tegen de bekende overlastgevende groepen veiligelanders? Zo nee, waarom niet?
Het stationsgebied in de gemeente Emmen is van 19 december 2025 tot en met 18 juni 2026 aangewezen als veiligheidsrisicogebied. De aanwijzing van dit gebied en de inzet van preventief fouilleren vinden plaats binnen de lokale driehoek. Het bevel tot preventief fouilleren wordt gegeven door de officier van justitie. Fouilleeracties specifiek gericht op veiligelanders zijn niet mogelijk. Selectie op nationaliteit, herkomst of asielstatus is in strijd met het discriminatieverbod.
Bent u ermee bekend dat ondernemers in het centrum van Emmen overwegen er de brui aan te geven of om minder dagen open te gaan, omdat het werkplezier compleet vergald wordt of omdat de kosten en de energie om winkeldiefstallen tegen te gaan simpelweg niet meer zijn op te brengen? Deelt u de mening dat dit onaanvaardbaar is?
De signalen van ondernemers in het centrum van Emmen zijn bekend. Het is zorgelijk dat ondernemers overwegen minder dagen open te gaan of helemaal te sluiten. Winkeldiefstal en de daarmee gepaarde overlast zijn onaanvaardbaar. Daarom wordt samen met de gemeente Emmen bezien welke mitigerende maatregelen en afspraken gemaakt kunnen worden om deze overlast te verminderen en ondernemers te ondersteunen.
Deelt u de mening dat dit, gelet op het verband met het asielzoekerscentrum en aanmeldcentrum in Ter Apel, zeker ook een landelijk probleem is dat om verantwoordelijkheid van het Rijk vraagt? Zo nee, waarom niet?
Ja. Op lokaal niveau worden maatregelen genomen en ook landelijk door het Ministerie van Asiel en Migratie. Zo wordt budget vrijgemaakt en wordt de mogelijkheid van het inzetten van boa’s of straattoezichtteams verkend, evenals de mogelijkheid om schade te verhalen voor ondernemers en bewoners. Daarnaast wordt landelijk ingezet op de nationale aanpak om overlastgevend en crimineel gedrag tegen te gaan, langs de pijlers: sneller beslissen in de asielprocedure, maatwerk in de opvang, lik-op-stuk in de openbare ruimte en inzetten op terugkeer. Zie hiervoor ook de brief2 met informatie over deze aanpak.
Wat gaat u doen om de overlast en criminaliteit door asielzoekers in het centrum van Emmen per direct aan te pakken en in te dammen?
Zie het antwoord vraag 2 en 12.
Bent u bereid om, indien gewenst door en in samenwerking met de gemeente Emmen, vanuit het Rijk te zorgen voor extra handhaving in dit gebied? Zo nee, waarom niet?
Ja, zie het antwoord op vraag 2 en 12.
De pendelbus en de aanhoudende onveiligheid op de reguliere buslijnen naar Ter Apel. |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Klopt het dat door een woordvoerder van u in aanvulling op uw brief van 19 december is aangegeven dat het «nog een paar dagen» kan duren voordat geregeld is dat er weer betaald moet worden voor de pendelbus?1 Vanaf wanneer gaat er weer betaald worden en waarom moet dit zo lang duren?
Op 19 december 2025 is de tijdelijke opschorting van de kaartverkoop opgeheven. De Kamer is daarover per brief geïnformeerd2. Op 22 december 2025 is door de gemeente gemeld dat de verkoop van buskaarten op 30 december 2025 zou worden hervat. In reactie op vragen van journalisten is diezelfde dag toegelicht dat de gemeente, mede vanwege de kerstperiode, extra tijd nodig had om de kaartverkoop organisatorisch en logistiek te herstarten. De hervatting vond op 30 december 2025 plaats.
Bent u ervan op de hoogte dat de onvrede en zorgen over de veiligheidssituatie onder chauffeurs op de reguliere buslijnen die Ter Apel aandoen (met name de lijnen 72, 73) inmiddels dermate zijn opgelopen dat zij voornemens zijn de halte(s) nabij het asielzoekerscentrum (azc) over te slaan indien de afspraken over het in 2022 afgesloten veiligheidsconvenant tussen het ministerie, Qbuzz, vakbond FNV en de provincies Drenthe en Groningen niet worden nageleefd? Wat is uw reactie hierop?
De onvrede en zorgen over de veiligheidssituatie onder chauffeurs op reguliere buslijnen die Ter Apel aandoen, zijn bekend. Om die reden is in 2019 gestart met de pendelbus, met als doel de overlast op de reguliere buslijnen tussen Emmen en Ter Apel te verminderen. Het is van belang dat de gemaakte afspraken uit het convenant worden nageleefd en buschauffeurs veilig hun werk kunnen doen.
Bent u ermee bekend dat de FNV vandaag opnieuw de noodklok luidt richting vervoerder Qbuzz en u over het niet nakomen van de afspraken in dit convenant, met name het gebrek aan toezichthouders op station Emmen en bij de haltes van de lijnen 72 en 73 en het gebrek aan directe communicatie tussen deze toezichthouders en de chauffeurs? Wat is uw reactie hierop?
Ja, de signalen vanuit de FNV en de zorgen van de chauffeurs zij bekend. Tijdens het werkbezoek aan het asielzoekerscentrum en het centrum van Ter Apel, op 15 december jl., en tijdens eerdere gesprekken, zijn verschillende afspraken gemaakt die betrekking hebben op de veiligheid. Zo is met de gemeente Emmen de afspraak gemaakt om te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor de inzet van boa’s uit de flexpool boa in Nieuw-Weerdinge, het stationsgebied en in het centrum van Emmen. Zie hiervoor ook de brief3 waarin uw Kamer wordt geïnformeerd. In alle gesprekken staat de veiligheid van chauffeurs en de onderlinge communicatie centraal.
Bent u er tevens van op de hoogte dat de FNV aangeeft al maanden aandacht te vragen voor de toegenomen overlast en verslechterde veiligheidssituatie op deze lijnen maar dat dit tot op heden niet tot verbetering heeft geleid?
Ja. De herhaalde signalen van de FNV over toegenomen overlast en een verslechterde veiligheidssituatie zijn bekend. Naar aanleiding van de zorgen van buschauffeurs vinden gesprekken plaats tussen FNV en Qbuzz. Deze signalen worden ook meegenomen in het overleg met de betrokken overheden. In dit kader worden maatregelen getroffen en voorbereid om de veiligheid op de reguliere lijnen te verbeteren.
Wat heeft u dit jaar ondernomen om de veiligheidssituatie te verbeteren op de reguliere buslijnen in Ter Apel?
Om de overlast en veiligheidssituatie te verbeteren zijn verschillende afspraken gemaakt4 tijdens het werkbezoek 15 december jl. Zo worden asielzoekers met een kansarme aanvraag over meerdere locaties verdeeld en worden meer vreemdelingrechtelijke maatregelen mogelijk voor de groep die voor overlast zorgt. Daarnaast worden er gesprekken gevoerd over de inzet van AVIM in Ter Apel. Daarnaast wordt met de gemeente Emmen verkend wat de mogelijkheden zijn voor het inzetten van boa’s uit de flexpool boa. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 3.
Hoeveel incidenten hebben zich dit jaar voorgedaan op reguliere buslijnen die Ter Apel aandoen en hoe verhoudt dit aantal zich tot dat van voorgaande jaren waarin het convenant van kracht was?
Uit de registratie van Qbuzz volgt dat van 1 januari 2025 tot en met 12 oktober 2025 181 incidenten zijn geregistreerd op buslijn 73. Ten opzichte van 2024 is dit aantal hoger.
Deelt u de mening dat het in 2022 gesloten convenant momenteel onvoldoende wordt nageleefd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waar stokt het, wie is hiervoor verantwoordelijk en wat gaat u eraan doen om dit recht te zetten?
Het is betreurenswaardig dat het veiligheidsconvenant niet volledig de gewenste zekerheid biedt. Zoals benoemd in de beantwoording van vraag 3 en 4, worden mitigerende maatregelen genomen die zullen bijdragen aan de veiligheid van chauffeurs.
Welke partijen zijn verantwoordelijk voor het naleven van het convenant en wie kunnen hier door chauffeurs op worden aangesproken?
De betrokken verantwoordelijke partijen voor het naleven van het convenant zijn Qbuzz, vakbond FNV, de provincies Drenthe en Groningen en het Ministerie van Asiel en Migratie. Chauffeurs kunnen zich primair wenden tot hun werkgever en, indien van toepassing, hun vakbond. Signalen die zij aandragen worden meegenomen in overleggen met provincies, de gemeente Westerwolde en het Ministerie van Asiel en Migratie.
Deelt u de mening dat het totaal onaanvaardbaar is dat buschauffeurs en medereizigers op de buslijnen door Ter Apel na al die jaren nog steeds, en weer in toenemende mate, te maken hebben met overlast en agressie door een groep kansloze asielzoekers?
Het is onacceptabel dat buschauffeurs en reizigers te maken hebben met overlast op buslijnen richting Ter Apel. Alle betrokken partijen nemen deze signalen serieus en treffen mitigerende maatregelen om de veiligheid te verbeteren.
Welke maatregelen gaat u per direct treffen om deze wantoestanden keihard de kop in te drukken?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u, naast zorgen voor voldoende toezichthouders op station Emmen en de haltes in Ter Apel, bereid om per direct (particuliere) beveiligers op zowel de pendelbus als de reguliere buslijnen te laten meereizen en hiervoor indien nodig als Minister de portemonnee te trekken? Zo nee, waarom niet?
Op dit moment lopen gesprekken met betrokken partijen over de aanpak van overlast. Hierbij wordt ook de mogelijkheid van de inzet van extra beveiligers als mogelijke maatregel betrokken.
De massale demonstratie tegen de plannen voor een AZC in Papendrecht. |
|
Marina Vondeling (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de massale demonstratie die op zaterdag 13 december plaatsvond in Papendrecht?1
Ik ben bekend met het bezoek van Dhr. Wilders aan de gemeente Papendrecht.
Heeft u enig idee hoeveel weerstand er vanuit de samenleving is tegen het onzalige plan om asielzoekers midden in een levendig winkelcentrum te plaatsen? Zo ja, bent u bereid om de overeenkomst tussen het COA en de gemeente te heroverwegen of te ontbinden? Zo nee, waarom niet?
Ik ben bekend met de vragen en zorgen in de gemeente Papendrecht. Daar het hier gaat om een overeenkomst tussen de gemeente Papendrecht en het COA, past het mij niet om mij hierin te mengen.
Wat vindt u ervan dat dit besluit zonder enig overleg met de bewoners en ondernemers is doorgedrukt door de gemeenteraad?
Het is voor mij van groot belang dat omwonenden en ondernemers in de omgeving goed worden betrokken voorafgaand aan de komst van een opvanglocatie. Het COA deelt dit belang en de organisatie van bewonersavonden is daarom standaardpraktijk. Ook na de komst van een opvanglocatie blijft het COA in gesprek met omwonenden via het omwonendenoverleg. De wijze waarop de gemeente Papendrecht handelt is aan de gemeente.
Navraag bij de gemeente Papendrecht leert dat de gemeente grondig vooronderzoek heeft verricht. Met het besluit is opvolging gegeven aan de langetermijnvisie huisvesting vluchtelingen. Deze is unaniem door de Papendrechtse raad vastgesteld. Na dit besluit hebben openbare bijeenkomsten voor inwoners en ondernemers plaatsgevonden. Sindsdien worden deze twee groepen belanghebbenden door middel van klankbordgroepen betrokken in de verdere aanloop naar de opening van de opvanglocatie.
Deelt u de mening dat het van de gekke is om 80 alleenstaande minderjarige asielzoekers midden in een winkelcentrum op te vangen? Zo nee, wat bezielt u?
Het vinden van locaties voor het realiseren van asielopvang is aan de gemeenten en het COA. Ik ga er van uit dat hierbij alle belangen worden afgewogen alvorens over te gaan tot een besluit tot het openen van een locatie.
Wat gaat u doen om te voorkomen dat het winkelcentrum verpaupert, dat oudere mensen hun boodschappen niet meer durven te doen en dat de ondernemers weggepest worden terwijl vrouwen niet meer alleen over straat durven?
Bij het opvangen van asielzoekers zorgt het COA ook voor adequate begeleiding van de doelgroepen die op de locatie verblijven. Het COA begeleidt alleenstaande minderjarigen intensief en werkt daarin samen met Nidos.
Overlast wordt door het COA direct aangepakt met passende maatregelen en doet dit waar nodig in samenwerking met politie en gemeente. Indien overlast zich voordoet in de openbare ruimte dan ligt de verantwoordelijkheid tot handhaven bij de lokale driehoek. Het Ministerie van AenM stelt jaarlijks middelen beschikbaar in de vorm van een decentrale uitkering voor maatregelen in de aanpak van overlast door asielzoekers.
Het bericht dat de IND de komende jaren 70.000 naturalisaties per jaar verwacht |
|
Marina Vondeling (PVV) |
|
Arno Rutte (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verwacht dat er de komende jaren bijna 70.000 Nederlandse paspoorten worden weggeven aan vreemdelingen?1
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat het massaal uitgeven van Nederlandse paspoorten aan vreemdelingen die vaak een cultuur aanhangen die haaks staat op de Nederlandse, leidt tot onomkeerbare demografische veranderingen en extra druk op onze samenleving?
Het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit is gebonden aan strikte voorwaarden en verankerd in wettelijke kaders zoals langdurig legaal verblijf, inburgering en kennis van de Nederlandse taal en samenleving. Naturalisatie heeft daarmee nauwelijks demografische impact, omdat zij geen nieuwe instroom creëert maar betrekking heeft op reeds langdurig in Nederland verblijvende personen. Het is dus geen massaal of vrijblijvend proces. Demografische veranderingen zijn een breed maatschappelijk proces dat door meerdere factoren wordt beïnvloed, zoals migratie, vergrijzing en economische ontwikkelingen. In hoeverre deze veranderingen leiden tot extra druk op de samenleving hangt sterk af van de mate van integratie en participatie, en de inrichting van publieke voorzieningen en beleidskeuzes.
Deelt u de mening dat Syrië veilig is en Syriërs terug naar huis moeten in plaats van dat zij een Nederlands paspoort krijgen? Zo ja, gaat u per direct alle tijdelijke statussen van Syriërs intrekken?
Hoewel de algemene situatie in Syrië is verbeterd ten opzichte van de periode onder het Assad-regime, kan niet gesteld worden dat Syrië zonder meer veilig is voor iedereen. Om op deze situatie te reflecteren zijn in het landenbeleid momenteel risicoprofielen aangemerkt en is er sprake van een zogeheten 15c-situatie in de laagste gradatie. Zoals het geval is voor alle asielzoekers worden ook Syrische aanvragen daarom individueel beoordeeld tegen de achtergrond van de meest actuele landeninformatie. Voor een volledige toelichting op het landenbeleid Syrië verwijs ik u gemakshalve naar mijn Kamerbrief d.d. 10 juni jl.2
In deze brief heb ik aangegeven dat nog niet kon worden geconcludeerd dat de positieve wijzigingen in Syrië reeds voldoende ingrijpend en van niet-voorbijgaande aard waren. De situatie was daarom nog niet voldoende bestendig om conform de voorwaarden van het Unierecht tot herbeoordelingen voor statushouders met een verblijfsvergunning over te gaan. Op 30 januari jl. is het nieuwe ambtsbericht Syrië verschenen. Aan de hand van dit ambtsbericht wordt opnieuw bezien of herbeoordelen kan plaatsvinden.
Hoeveel Syriërs zijn er sinds 2020 genaturaliseerd en hoeveel hebben hierbij geen paspoort of geboorteakte overlegd?
Volgens de gegevens van het CBS zijn in de periode 2020 t/m 2024 in totaal 77.200 personen met de Syrische nationaliteit genaturaliseerd tot Nederlander. De gegevens over 2025 zijn nog niet beschikbaar. De IND beschikt niet over gegevens hoeveel Syriërs geen paspoort of geboorteakte hebben overgelegd bij hun naturalisatieverzoek.
De hoofdregel is dat bij het indienen van een naturalisatieverzoek in beginsel een paspoort en geboorteakte moet worden overgelegd. Op deze hoofdregel bestaan enkele uitzonderingen. Toegelaten asielzoekers zijn in principe vrijgesteld van het overleggen van een paspoort en een geboorteakte. Daarnaast bestaat er een specifieke uitzondering voor vreemdelingen die de Syrische nationaliteit bezitten. Zij hoeven bij een naturalisatieverzoek geen Syrisch paspoort noch een uit Syrië afkomstige geboorteakte te overleggen. Zij zijn hiervan vrijgesteld vanwege de instabiele situatie in het land. Dit is vastgelegd in de Handleiding voor toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003. Naar aanleiding van het aankomende ambtsbericht van eind januari wordt geïnventariseerd of dit beleid moet worden herzien. Volledigheidshalve merk ik nog op dat van Syriërs die buiten Syrië zijn geboren in beginsel nog wel verlangd wordt dat zij een geboorteakte overleggen van het land waarin zij geboren zijn.
Bent u bereid om absolute prioriteit te geven aan het intrekken van verblijfsvergunningen van vreemdelingen uit landen waar de situatie is verbeterd, en aan het stimuleren van vertrek, in plaats van het massaal uitdelen van Nederlandse paspoorten?
Vooropgesteld dient de wijziging in een situatie in een land van herkomst dermate bestendigd te zijn dat er op basis van het Unierecht overgegaan kan worden tot herbeoordelen. Het intrekken van een vergunning waarmee asielrechtelijk bescherming is verleend is immers een besluit dat niet lichtvaardig genomen dient te worden en dat met rechtswaarborgen is omkleed. Het herbeoordelen en vervolgens intrekken van verleende vergunningen is verder een bewerkelijk proces waarbij de bewijslast bij de IND ligt. Daarbij geldt dat er reeds een grote voorraad aan zaken in eerste aanleg ligt waarvoor de IND aan de lat staat. Indien er zich situaties voordoen die zich lenen voor grootschalige herbeoordeling zal er daarom altijd gekeken moeten worden naar de balans die geslagen wordt tussen de inzet op eerste asielaanvragen enerzijds en de inzet op herbeoordelingen anderzijds. Daar kan ik nu niet op vooruitlopen.
Kunt u nog voor het einde van dit jaar een wetsvoorstel naar de Kamer sturen om de naturalisatietermijn te verhogen naar ten minste tien jaar? Bent u ook bereid om, totdat deze wet is aangenomen, een moratorium in te stellen op naturalisaties van asielstatushouders uit landen die als veilig worden beschouwd of waar de situatie aanzienlijk is verbeterd, zoals Syrië? Zo nee, waarom niet?
Het verhogen van de naturalisatietermijn naar ten minste tien jaar vereist een wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Een wetsvoorstel hiertoe is thans in voorbereiding. Een dergelijke wijziging vergt een zorgvuldige voorbereiding, waaronder juridische toetsing aan internationale en Europese verplichtingen, interdepartementale afstemming en een beoordeling van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Het wetsvoorstel is tot 2 december 2025 in (internet)consultatie gegeven. De reacties daarop worden nu verwerkt. Voorts is de IND bezig met een uitvoeringstoets. Het rapport van deze toets zal naar verwachting eind februari 2026 gereed zijn. Daarna wordt het wetsvoorstel aangeboden voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk. Op dit moment wordt gestreefd naar indiening in de Tweede Kamer in het derde kwartaal van 2026.
Ik geen aanleiding om een moratorium in te stellen op naturalisaties van specifieke groepen asielstatushouders. Naturalisatie is een individuele rechtsgang met een individuele beoordeling die uitsluitend plaatsvindt nadat betrokkene duurzaam rechtmatig verblijf heeft gehad en aan alle wettelijke voorwaarden heeft voldaan. Het instellen van een generieke opschorting op basis van herkomstland acht ik onverenigbaar met het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en geldende internationale verplichtingen.
Ik hecht eraan vast te houden aan een zorgvuldig en individueel beoordeeld naturalisatieproces en zie op dit moment geen aanleiding om hiervan af te wijken.
De gratis pendelbus voor asielzoekers tussen Ter Apel en Emmen |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Hoe is de besluitvorming rond het niet meer hoeven kopen van een kaartje voor de pendelbus tussen het aanmeldcentrum in Ter Apel en Emmen exact verlopen? Welke partijen zijn hierbij betrokken en wie is eindverantwoordelijk voor het besluit?
Het besluit dat gebruikers geen kaartjes hoeven te kopen voor de pendelbus is lokaal genomen door vervoersorganisaties in samenspraak met de provincies en gemeenten in de regio. Het Ministerie van Asiel en Migratie was hier niet bij betrokken. De concessieverlener voor het regionale busvervoer was eindverantwoordelijk voor dit besluit.
Wanneer en via wie hoorde u voor het eerst van dit voornemen? Heeft u hier vervolgens op geacteerd? Zo ja, hoe?
Voorafgaand aan het werkbezoek aan Ter Apel op 15 december jl. ben ik in een gesprek met de burgemeester en de commissaris van de Koning geïnformeerd over dit voornemen. In die gesprekken is direct aangegeven dat dit voornemen niet acceptabel is. Overlast wordt niet beloond met gratis vervoer. Van het daadwerkelijke besluit om de kaartverkoop op te schorten heb ik vervolgens via berichtgeving in de media kennisgenomen.
Wanneer en door wie bent u op de hoogte gebracht van het besluit?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat u op maandag 15 december in Ter Apel over deze kwestie onder andere heeft gezegd dat «van een gratis pendelbus geen sprake [kan] zijn. In Nederland koop je een kaartje als je de bus instapt. Dat geldt voor iedereen, zeker ook voor mensen die hier te gast zijn.»1 en «Ik vind dat als mensen zich misdragen, je het niet gratis voor ze moet maken, maar moet zorgen dat het misdragen stopt. Dat is wat ik aan het doen ben.»?2
Dat klopt.
Deelt u de mening dat u hiermee nadrukkelijk de indruk heeft gewekt dat u het besluit terug zou draaien, zeker aangezien de pendelbus als initiatief vanuit het (toenmalige) Ministerie van Justitie en Veiligheid is gestart? Zo nee, waarom niet?
Nee. Die indruk wordt niet gedeeld. Op 19 december jl. is vanuit het Ministerie van Asiel en Migratie een brief verstuurd naar de gemeente Westerwolde met het nadrukkelijke verzoek om de kaartverkoop voor de pendelbus te hervatten. Op 30 december jl. is de kaartverkoop weer hervat.
Welke zeggenschap heeft u momenteel over deze pendelbus en de beleidskeuzes die hieromtrent gemaakt worden?
Het Ministerie van Asiel en Migratie financiert de pendelbus en kan daarmee randvoorwaarden stellen aan de pendelbus. Dat reizigers kaartjes moeten kopen voor de bus is een randvoorwaarde die al geldt sinds de start van de pendelbus in 2019.
Wat is uw reactie op het feit dat, ondanks uw woorden in Ter Apel, asielzoekers vanochtend al niet meer hoefden te betalen voor de bus?
Er is een korte periode sprake geweest van het feit dat gebruikers geen kaartje hoefden te kopen voor de pendelbus. Na het nadrukkelijke verzoek om de kaartverkoop te hervatten, werden per 30 december jl. weer kaartjes verplicht gesteld. De daadwerkelijke hervatting van de kaartverkoop vergde voor de gemeente enige tijd vanwege de organisatorische en logistieke voorbereiding, mede vanwege de kerstperiode.
Wie draait er op dit moment voor de kosten van het gratis reizen op?
De opbrengst van de kaartjes gaat naar het OV-bureau van Groningen en Drenthe. Zij hebben gedurende deze periode geen opbrengst ontvangen.
Welke organisaties en/of personen bedoelt u met «andere organisaties die het wél prima vinden om crimineel gedrag te belonen» en «iemand die blijkbaar een andere mening is toegedaan» waarnaar u als verantwoordelijken voor het besluit verwees in een interview met GeenStijl?3
De besluitvorming van het aanbieden van gratis vervoer met de pendelbus is lokaal genomen door vervoersorganisaties in samenspraak met de provincies en gemeenten in de regio. Het Ministerie van Asiel en Migratie is niet betrokken geweest bij deze besluitvorming en staat niet achter het destijds genomen besluit.
Wie of wat bedoelt u met «dan is de rekening voor die persoon zelf»?. Bij wie wilt u de rekening neerleggen?
Reizigers die gebruikmaken van de pendelbus dienen een kaartje te betalen voor hun reis.
Gaat u er alles aan doen om per direct een einde te maken aan het gratis reizen met deze pendelbus? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe?
Het Ministerie van Asiel en Migratie heeft op 19 december jl. een brief gestuurd naar de gemeente Westerwolde met het nadrukkelijk verzoek de kaartverkoop voor de pendelbus te hervatten. Inmiddels moet iedereen die reist met de pendelbus weer een kaartje aanschaffen.
Wilt u deze vragen nog deze week beantwoorden?
Het is niet gelukt de vragen voor het kerstreces te beantwoorden.
Verschillende berichten over de handhaving op misstanden rond arbeidsmigranten |
|
Stephan Neijenhuis (D66) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de artikelen in De Groene Amsterdammer van 24 november jl.1 en het Financieele Dagblad van 11 december jl.2 over de handhaving door de Arbeidsinspectie op misstanden rond arbeidsmigranten en kunt u daar in het algemeen een reactie op geven?
Ja. In de artikelen gaat het over de positie van illegaal in Nederland verblijvende werknemers, de inzet van de Arbeidsinspectie en samenwerking van de Arbeidsinspectie en de AVIM (afdeling vreemdelingenpolitie, identificatie en mensenhandel).
Illegaal verblijf en illegale tewerkstelling zijn twee afzonderlijke situaties. In de praktijk zijn beide situaties echter nauw met elkaar verweven. Een vorm van inkomen, bijvoorbeeld door arbeid, is vaak nodig om het illegaal verblijf in stand te houden of aanleiding om illegaal in Nederland te verblijven. Door de verwevenheid van de situaties is het voor de Arbeidsinspectie noodzakelijk om met de AVIM samen te werken vanuit de eigen wettelijke taak. Net zoals die organisaties ook samenwerken met gemeenten vanwege gemeentelijke taken voor (exploitatie) vergunningen en huisvestiging en met de IND en het UWV vanwege de verstrekking van vergunningen voor verblijf en tewerkstelling.
De Arbeidsinspectie is, op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), verantwoordelijk voor de aanpak van illegale tewerkstelling door werkgevers. De AVIM houdt toezicht op de naleving van de Vreemdelingenwet, waaronder op de aanpak van illegaal verblijf. Voor effectief overheidsoptreden is voor de Arbeidsinspectie samenwerking een noodzakelijke voorwaarde.
Bij de aanpak van illegale tewerkstelling en illegaal verblijf is zichtbaar dat het algemeen belang dat wettelijke bepalingen worden nageleefd op gespannen voet kan staan met het individuele belang van werknemers.
Het is in het algemene belang dat illegale tewerkstelling en illegaal verblijf wordt voorkomen en beëindigd. Het betreft over het algemeen mensen van buiten de EU die qua redzaamheid (taal, integratie in de samenleving, sociaal netwerk) meestal kwetsbaar zijn. Illegale tewerkstelling brengt hen dan ook nog eens in een arbeidsrelatie die risicovol is omdat er sprake is van een zeer scheve machtsbalans met de werkgever.
Collectief hebben werknemers, burgers en bedrijven belang bij die wettelijke normen en de naleving ervan. Dat algemene belang kan echter op gespannen voet staan met het individuele belang van illegaal verblijvende werknemer. Namelijk het belang van individuele werknemers dat de illegale tewerkstelling onopgemerkt blijft en voortduurt, net als het illegaal verblijf. Een effectieve handhaving van de Wav, door samenwerking met AVIM, kan spanning opleveren met het doel om de werknemer te beschermen.
Dit zou gevolgen kunnen hebben voor de bereidheid van werknemers om meldingen van arbeidsmisstanden te doen bij de Arbeidsinspectie3.
In het algemeen zien we in situaties dat de terughoudendheid om met overheidsdiensten in contact te treden groter is dan wenselijk, bijvoorbeeld vanwege culturele verschillen of ervaringen in het herkomstland. Het kabinetsbeleid is erop gericht door voorlichting (workinnl.nl), en handhaving (Arbeidsinspectie en meerdere andere overheidsinstanties) die verschillen in behandeling weg te nemen of in ieder geval te verkleinen.
Klopt het dat ongedocumenteerden na een melding bij de Arbeidsinspectie in een uitzettingsprocedure belanden? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot het feit dat zij zich ook moeten kunnen melden bij diezelfde Arbeidsinspectie naar aanleiding van misstanden op het werk?
Nee, de Arbeidsinspectie houdt geen toezicht op het vreemdelingenrecht, dat is aan de AVIM. Een melding van de Arbeidsinspectie leidt daarom niet (direct) tot een uitzettingsprocedure.
Meldingen bij de Arbeidsinspectie kunnen worden gedaan door iedereen en vanuit meerdere perspectieven of belangen. Meldingen komen van werkenden, burgers, bedrijven, andere (overheids)organisaties etc. En dat kan hun eigen situatie of die van anderen betreffen. Er is een veelheid aan redenen waarom mensen arbeidsmisstanden wel of niet melden. Ook daarbij kunnen belangen met elkaar op gespannen voet staan waardoor het juist wel of niet tot melden komt.
Betrokkenheid van de politie of de AVIM betekent ook niet automatisch een uitzettingsprocedure. Het kan ook leiden tot een (hernieuwde) aanvraag voor verblijf c.q. asielprocedure. Ook kan er sprake zijn van verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat waardoor terugkeer naar dat land aan de orde is.
De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de arbeidswetten door werkgevers en doet strafrechtelijke onderzoeken naar mensenhandel, georganiseerde fraude met uitkeringen en subsidies, en zorgfraude.
De Arbeidsinspectie voert haar taken uit binnen een spanningsveld tussen belangen van de individuele werknemer en het meer algemene belang, in dit geval om illegale tewerkstelling te bestrijden. Vaak lopen het individuele en algemene belang gelijk op. De Inspectie pakt overtreding van de bestuursrechtelijke arbeidswetten door werkgevers aan en beschermt daarmee werknemers, ongeacht hun verblijfsstatus. En als na contact tussen een illegaal verblijvende werknemer en de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie blijkt dat geen sprake is van (mogelijke) arbeidsuitbuiting, dan is deze vreemdeling vrij om zijn weg te vervolgen.
De Arbeidsinspectie vindt dat haar taakuitoefening met zich meebrengt dat zij als onderdeel van de overheid bijdraagt aan het structureel aanpakken van de praktijken van illegale tewerkstelling. Dit sluit ook aan bij de bredere behoefte in de samenleving en politiek aan overheidsorganisaties die samenwerken, bijvoorbeeld om ondermijning tegen te gaan. Binnen dit soort samenwerkingen, zoals ook met gemeenten en het UWV, gaat het om het gezamenlijk overheidsoptreden zoals het uitvoeren van inspecties en om het onderling delen van meldingen die relevant zijn voor de uitoefening van de taken door de verschillende organisaties. Deze organisaties bepalen vervolgens zelf, vanuit de eigen wettelijke taak, wat zij met de ontvangen meldingen doen.
Klopt het dat achterstallig loon of eventuele mishandeling geen onderdeel is van de werkplekcontrole? Zo ja, waarom niet?
Nee, dit klopt niet. Achterstallig loon, slapen op de werkplek of vormen van eventuele mishandeling zijn signalen van arbeidsuitbuiting. De Arbeidsinspectie neemt deze signalen mee bij een inspectie. Daarnaast kan de werknemer in geval van mishandeling zelf aangifte bij de politie doen. De Arbeidsinspectie kan daarbij adviseren en doorverwijzen. Dit doet zij ook in de praktijk.4
De Arbeidsinspectie houdt risicogericht toezicht op naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Als er indicaties zijn dat werknemers niet het wettelijk minimumloon krijgen, dan wordt hierop gecontroleerd ongeacht de verblijfsstatus van de werknemers. Indien er onderbetaling wordt vastgesteld door de inspecteur, dan wordt er een nabetalingsbrief gestuurd aan de werkgever. De werkgever krijgt vier weken de tijd om een nabetaling te doen. Er kan een last onder dwangsom worden opgelegd als er niet is nabetaald. De werknemer ontvangt een brief, waarin wordt aangegeven dat onderbetaling is geconstateerd. Deze werknemersbrief is in verschillende talen beschikbaar. Omdat de Arbeidsinspectie alleen controleert op het bruto minimumuurloon, wordt in deze brief naar het Juridisch Loket verwezen voor het eventuele problemen met het ontvangen cao-loon.
De Arbeidsinspectie heeft geen bevoegdheid om loon terug te vorderen namens de werknemer, ongeacht of het een vreemdeling is die illegaal is tewerkgesteld. Op grond van artikel 23 van de Wet arbeid vreemdelingen kan de illegaal tewerkgestelde vreemdeling door middel van een rechtsvermoeden zelf een loonvordering instellen tegen zijn werkgever. Dit betreft enkel een civielrechtelijke mogelijkheid. De Arbeidsinspectie informeert de werknemer over diens rechten en plichten door tijdens controles een visitekaartje uit te delen van de website workinnl.nl. Daarnaast worden de overtredingen van de Wav mét bedrijfsnamen openbaar gemaakt via de website «inspectieresultaten» van de Arbeidsinspectie. Daarmee is ook voor een (voormalig) werknemer zichtbaar dat de werkgever is beboet en kan deze gedupeerde en/of diens gemachtigde een civielrechtelijke procedure starten.
Waarom houdt de Arbeidsinspectie geen cijfers bij van collegiale meldingen? Kunnen deze cijfers alsnog inzichtelijk gemaakt worden voor de Kamer?
De Arbeidsinspectie kan uit haar systemen informatie over gezamenlijke inspecties met andere organisaties opmaken. In 2024 hebben er 123 inspecties plaatsgevonden waaraan de Arbeidsinspectie en de AVIM deelnamen. Dat geeft een indicatie van het aantal keren dat er sprake was van (mogelijke) samenloop van illegale tewerkstelling en illegaal verblijf. Het is niet mogelijk specifiek cijfers over de collegiale meldingen te verstrekken. Dat komt door het volgende.
Het Meldingen Informatie Centrum (MIC) is het centraal loket van de Arbeidsinspectie voor alle meldingen en verzoeken over ongezond, onveilig en oneerlijk werk. Alle meldingen worden geregistreerd, beoordeeld en – indien ze in aanmerking komen voor opvolging – doorgeleid naar het team van inspecteurs in de desbetreffende regio of naar een actief programma. Ontvangen meldingen die buiten het werkterrein van de Arbeidsinspectie vallen, worden doorgestuurd naar relevante organisaties. Bij dit meldingenproces geldt de Nationale Politie als zendende of ontvangende partij; zij bepaalt vervolgens zelf of en naar wie binnen de politie (zoals de AVIM) een melding wordt doorgestuurd. De Arbeidsinspectie heeft zodoende geen gegevens over meldingen die specifiek naar de AVIM worden gestuurd. Naast dit centrale loket hebben inspecteurs veel contacten met gemeenten, de politie en de AVIM bij verzoeken voor gezamenlijke inspecties. Die verzoeken worden ook gedaan door lokale of regionale informatie- en expertisecentra (RIEC’s) met als doel om ondermijning tegen te gaan. Deze contacten worden niet altijd vastgelegd of niet op een manier die voor statistische doeleinden te ontsluiten is, omdat dat heel vaak niet nodig is voor de voorliggende zaak.
Erkent u dat de dubbele taak van de Arbeidsinspectie, beschermen van werknemers en het handhaven op verblijfsstatus, onwerkbaar is? Zo nee, waarom niet?
Zoals bij vraag 2 aangegeven, is de toezichtstaak op het vreemdelingenrecht bij de AVIM belegd, niet bij de Arbeidsinspectie. Er is zodoende geen sprake van een dubbele taak voor de Arbeidsinspectie. Dit laat onverlet dat de Arbeidsinspectie bij haar taakuitoefening in een spanningsveld van belangen werkt.
Hoe duidt u de samenwerking tussen de Arbeidsinspectie en de Vreemdelingenpolitie? Hoe verhoudt zich dit tot (inter)nationale verdragen en afspraken?
Samenwerking tussen de Arbeidsinspectie, de politie waaronder de AVIM vindt plaats zodat deze organisaties beter in staat zijn om hun wettelijke taak uit te voeren. Dit is in overeenstemming met de maatschappelijke en politieke wens dat overheidsorganisaties samenwerken.
De politie gaat geregeld met inspecties, ook van andere diensten, mee om de veiligheid van inspecteurs te waarborgen. Ook helpt de politie om voertuigen van de openbare weg te halen en naar locaties te begeleiden waar naleving van de arbeidswetten kan worden gecontroleerd, bijvoorbeeld voor chauffeurs van vrachtwagens en voor maaltijdbezorgers.
Inspecteurs van de Arbeidsinspectie worden opgeleid om mensen te kunnen identificeren en om documenten op echtheid te kunnen verifiëren. Als dit in de praktijk te complex blijkt, dan kunnen zij een beroep op specialistische expertise van de AVIM doen. Omdat de politie ook voor de Wav als toezichthouder is aangewezen, kan de Arbeidsinspectie via processen-verbaal van de politie acteren op hun bevindingen. Ook de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie heeft de AVIM nodig bij haar taken. De Opsporingsdienst doet onderzoek naar mensensmokkel als er een vermoeden is dat arbeidsmigranten gefaciliteerd worden bij illegale tewerkstelling. Dan moet de identiteit van een vreemdeling, waaronder diens verblijfsstatus, worden vastgesteld voor bewijsvoering. Dit doet de AVIM, omdat de Arbeidsinspectie geen toezicht op de Vreemdelingenwet houdt. In onderzoeken naar arbeidsuitbuiting kan conform de B8/3-regeling uit de Vreemdelingencirculaire een bedenktijd worden aangeboden aan een mogelijk slachtoffer, die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Tijdens de bedenktijd wordt de plicht tot vertrek uit Nederland opgeschort en kan het slachtoffer opvang en ondersteuning krijgen. Op voorspraak van de Arbeidsinspectie dient de AVIM middels het M55-formulier deze aanvraag in bij de IND en stelt daartoe de identiteit van de vreemdeling vast. Als het mogelijke slachtoffer na de bedenktijd besluit om aangifte van arbeidsuitbuiting bij de Arbeidsinspectie te doen, is er opnieuw contact met de AVIM om een tijdelijke verblijfsvergunning aan te vragen, welke verblijfsrecht geeft gedurende het strafrechtproces.
In ILO-verdrag 81 betreffende de Arbeidsinspectie in de industrie en de handel (hierna: ILO-verdrag) zijn taken van inspecties beschreven. Hier staat dat de taak van de Arbeidsinspectie is om te verzekeren dat de arbeidsvoorwaarden en bescherming van werknemers worden gewaarborgd. Daarbij is aangegeven dat aan de Arbeidsinspectie op nationaal niveau ook andere taken kunnen worden opgedragen, maar dat de andere functie niet mag hinderen in de uitoefening van de voornaamste functies en geen afbreuk mag doen aan het gezag of de onpartijdigheid van de inspecteurs. Daarnaast heeft het Verdragscomité bij het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) in oktober 2025 aanbevelingen aan Nederland gedaan.
Op het terrein van Arbeidsinspectie heeft het comité aanbevolen om inspecties te verstevigen en deze te scheiden van migratie controle functies en effectieve monitoring en sancties te waarborgen tegen misstanden jegens arbeidsmigranten.5 Het Verdragscomité baseert deze aanbeveling op artikelen 2, 6 en 7 van IVESCR.
Artikel 6 en 7 zien respectievelijk op het «right to work» en «right to just and favourable conditions of work,» op basis van artikel 2 (2) non-discriminatie brengt het Verdragscomité dit in relatie tot arbeidsmigranten/vreemdelingen.
In lijn met de internationale verdragen en aanbevelingen zijn de taken met betrekking tot de arbeidswetten en het vreemdelingenrecht in Nederland bij twee separate organisaties belegd. Zoals eerder aangegeven kan bij de Wav het belang van individuele werknemers op gespannen voet staan met het algemeen belang en kan er spanning ontstaan met het doel de individuele werknemer te beschermen. In concrete situaties waar zich dat voordoet, wordt afhankelijk van de feiten en omstandigheden binnen de taken van de Arbeidsinspectie een afweging gemaakt tussen bescherming van individuele werknemers en het algemeen belang van het aanpakken van illegale tewerkstelling en daarmee verweven illegaal verblijf.
Volgens de ILO moet er een zogenaamde «firewall» zijn tussen handhaving van arbeidswetten en vreemdelingenrecht, waarom is dit in Nederland niet toegepast?
Het opzetten van «firewalls» tussen de arbeidsinspectie en de handhaving van vreemdelingenrecht wordt door de ILO genoemd als goede praktijk om de rechten van arbeidsmigranten in de praktijk te waarborgen.6 In Nederland vindt het toezicht op deze rechtsgebieden door verschillende organisaties plaats. Overigens betekent deze «firewall» niet dat er geen samenwerking tussen deze organisaties kan en mag zijn, mits deze de primaire taken van de Arbeidsinspectie namelijk het beschermen van werknemers, zoals gedefinieerd in het ILO-verdrag, niet in de weg staan. De ILO benoemt deze samenwerking ook. In de «Guidelines on general principles of labour inspection»7 wordt bijvoorbeeld aangegeven dat arbeidsinspecties samenwerkingsafspraken behoren te maken met organisaties met wie zij doelen en taken delen, waaronder de politie en immigratiediensten. In de Technical brief bij «Labour inspection and monitoring of recruitment of migrant workers»8 wordt benoemd dat dit soort samenwerkingen effect laten zien, o.a. in het Verenigd Koninkrijk, België en Nederland.
Hoe plaatst u de hoogte van de boetes van illegale tewerkstelling in relatie tot het financiële voordeel van werkgevers? Vindt u deze in verhouding?
Eerder heeft de Arbeidsinspectie een signaal over de snelle terugverdientijd van boetes opgesteld dat door de Minister van SZW aan de Tweede Kamer is gestuurd. Mede hierop is onderzoek door SEO verricht naar de effectiviteit van boeteverhogingen, voor alle eerlijk werk wetten. Uit dit onderzoek genaamd «Hard waar het moet, zacht waar het kan»9 volgt dat de afgelopen jaren, door het achterwege laten van indexering, de reële waarde van boetes door welvaartsstijging en inflatie is gedaald. Dit ondermijnt zowel de preventieve werking (het ontmoedigen van overtredingen) als de reactieve werking (het voorkomen van herhaling) van boetes. In juli 2025 heeft het kabinet daarom aangekondigd deze boetes eenmalig te verhogen door rekening te houden met een fictieve indexatie over de afgelopen jaren en hierna jaarlijks te gaan indexeren. Aan het einde van het eerste kwartaal 2026 wordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd.
Onderschrijft u het beeld van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel dat de bescherming van ongedocumenteerden onder druk staat door de taak van de Arbeidsinspectie om illegale tewerkstelling te bestrijden?
De signalen van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel zijn belangrijk. In de opsporingspraktijk beoordelen gecertificeerde rechercheurs mensenhandel of sprake is van de geringste aanwijzing van arbeidsuitbuiting tijdens het intakeproces.10 Indien daarvan sprake is, wordt de bedenktijd aangeboden. Vervolgens komen op basis van de B8/3-regeling slachtoffers en getuigen van mensenhandel die aangifte doen of op een andere manier meewerken aan het strafproces in aanmerking voor een tijdelijke verblijfsvergunning en de daaraan verbonden voorzieningen zoals opvang en onderdak. Dit wordt beoordeeld tegen de achtergrond van het delict mensenhandel, omdat het in het verlengde van de taakopdracht van de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie ligt om dit strafbare feit te stoppen en de verdachte daarvan op te sporen. Het slachtoffer- en opsporingsperspectief botsen hier soms met elkaar. De Arbeidsinspectie heeft geen hulpverleningstaken en dat is ook logisch, het past ook niet bij toezicht en opsporing. Voor de Arbeidsinspectie staat het toezichts- en opsporingsbelang voorop. Indien het politiek wenselijk zou zijn dat het hulpverleningsperspectief primaat krijgt, dan zal dat logischerwijs niet bij de Arbeidsinspectie moeten liggen.
Hoe kan het dat de Arbeidsinspectie verwijst naar FairWork voor verantwoordelijkheden die bij het takenpakket van de Arbeidsinspectie zelf horen?
Het is goed dat de Inspectie verwijst naar NGO’s voor hulp en empowerment. Het is niet correct dat ze dit zou doen voor haar eigen taken. De ILO beveelt zo’n samenwerking juist aan.11 Concreet gaat het hier om loon dat de werkgever aan vreemdelingen moet betalen.
Deze verplichting is neergelegd in art. 23 van de Wav. Uit de wet volgt dat dit civielrechtelijk kan worden afgedwongen en NGO’s, zoals FairWork, kunnen cliënten daar eventueel bij bijstaan. Deze bepaling geeft dus geen mogelijkheden voor bestuursrechtelijke handhaving.
Bent u het eens dat het nutteloos is de loonadministratie alleen als basis te nemen voor een potentiële loonvordering bij de werkgever voor een ongedocumenteerde werknemer? Ziet u ook dat het de loonadministratie juist aan deze gegevens ontbreekt in deze context?
Zoals in antwoord 10 is aangegeven, gaat het hier om een rechtsvermoeden dat civielrechtelijk moet worden afgedwongen. Daarbij kan de werkende bij de rechter alle informatie aandragen die hij hiervoor relevant vindt, dus ook ontvangen bedragen, digitale kwitanties of facturen.
Hoe stuurt u op de prioritering van de taken bij de Arbeidsinspectie? Bent u het eens dat de veiligheid en bescherming van ongedocumenteerde mensen voorop staat en de controle op de vreemdelingenwet daarop volgt, en niet andersom?
De Arbeidsinspectie houdt geen toezicht op de naleving van het vreemdelingenrecht.
Prioritering van de Arbeidsinspectie vindt plaats in haar meerjarenprogramma en de jaarplannen. Deze plannen worden door de Minister van SZW aan de Kamer aangeboden. In verband met de noodzakelijke onafhankelijke taakuitvoering overeenkomstig de aanwijzingen van de Minister-President inzake Rijksinspecties12, vindt input en sturing transparant en openbaar plaats. Binnen de regelgevende kaders is de Arbeidsinspectie onafhankelijk bij de uitvoering van het toezicht, de selectie van zaken en prioritering.
Klopt het dat boetes voor illegale tewerkstelling vaak binnen een jaar kunnen worden terugverdiend? Zo ja, is dat al eerder gesignaleerd en welke actie wordt hierop ondernomen?
Dit blijkt inderdaad uit de onderzochte gevallen zoals opgenomen in het signaal van de Arbeidsinspectie (april 2024). Het boetebeleid van de Wet arbeid vreemdelingen 2022 (Wav) is per 1 februari 2025 aangepast. Hierdoor moet bij het bepalen van de hoogte van de boete voor overtredingen van de Wav rekening worden gehouden met de verschillende gradaties van verwijtbaarheid en de ernst van de overtreding. Zoals in het antwoord op vraag 8 is aangegeven, werkt het kabinet aan verhoging van de boetes van de arbeidswetten naar aanleiding van het SEO-onderzoek «Hard waar het moet, zacht waar het kan». U wordt daarover aan het einde van het eerste kwartaal 2026 nader geïnformeerd.
Welke oplossing wordt opgesteld voor uitzendbureaus die medewerkers op staande voet ontslaan waardoor zij geen aanspraak meer maken op achterstallig loon en vakantiegeld?
Zoals mijn voorganger eerder in reactie op Kamervragen heeft aangegeven, kunnen werknemers bij vermeend onterecht ontslag op staande voet dit zelf civielrechtelijk aanvechten. Het is begrijpelijk dat dit voor sommige mensen, zoals arbeidsmigranten, lastig te organiseren is. Met het project Work in NL wordt de toegang tot het recht vergemakkelijkt, onder andere door betere dienstverlening vanuit het Juridisch Loket.13 Het Juridisch Loket heeft een specifiek team ingericht waarin 35 native-speakerjuristen eerstelijns rechtshulp aan arbeidsmigranten bieden. Sinds de start in mei 2024 heeft dit team reeds aan ruim 1.500 mensen hulp geboden. Die hulp betrof voornamelijk advies en doorverwijzing in arbeidsrechtelijke kwesties zoals ontslag op staande voet en geen of nauwelijks uitbetaald loon. Recent oordeelde de civiele rechter dat een slachterij een aantal Hongaarse arbeidsmigranten alsnog moet nabetalen, waarbij de arbeidsmigranten ondersteund zijn door het Juridisch Loket.14 Zij zullen dit jaar verder groeien in capaciteit waardoor ook het aantal geholpen arbeidsmigranten zal toenemen. Daarnaast informeren vakbonden vanuit hun rol arbeidsmigranten en staan zij hen bij in hun eigen taal.
Verder gebruiken de Belastingdienst en Arbeidsinspectie informatie over grootschalig ontslag op staande voet bij werkgevers als risico-indicator voor het toezicht op hun taakgebieden. Recent heeft de Arbeidsinspectie een boete voor overtreding van de Wml opgelegd aan een uitzendbureau, voornamelijk vanwege ontslag op staande voet.