Kamervraag 2026Z13388

De aanpak van complexe omgangsproblemen

Ingediend 17 juni 2026
Beantwoord 9 september 2026 (na 84 dagen)
Indiener Lisa Westerveld (GL)
Beantwoord door van Bruggen , Mirjam Sterk (CDA)
Onderwerpen bestuur organisatie en beleid parlement ziekten en behandelingen zorg en gezondheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z13388.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3009.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het artikel «Hoe een omstreden concept kinderen van hun ouders scheidt: «Zolang ik niet leuk doe met mijn moeder, mag ik mijn vader niet zien»»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Hoe reflecteert u op de in het artikel beschreven zaken waarin kinderen tegen hun uitdrukkelijke wens langdurig worden gescheiden van een ouder op basis van aannames over ouderverstoting? Hoe wordt toezicht gehouden op de (mogelijke) schade en effectiviteit van de maatregel?

    In het algemeen geldt dat beslissingen over gezag en omgang en kinderbeschermingsmaatregelen niet op aannames of een omstreden theorie mogen rusten, maar op professionele standaarden en de best beschikbare kennis, een zorgvuldige casusafweging en met een toets door de kinderrechter waarbij het kind zelf ook gehoord wordt. Alle door de gemeente gecontracteerde aanbieders moeten voldoen aan kwaliteitseisen en professionals werken volgens richtlijnen van de beroepsgroep. De gecertificeerde instelling volgt de voortgang en effecten en stuurt zo nodig bij, de kinderrechter toetst de maatregel en de verlenging en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op de werkwijze van gecertificeerde instellingen. Hierbij baseert de Inspectie zich op de geldende wetten, regels en veldnormen.
    Verder leert de praktijk dat sommige casussen zeer complex zijn, waarbij diverse belangen en perspectieven soms scherp tegenover elkaar staan en er sprake is van stevige dilemma’s, wat beslissingen in dergelijke casuïstiek zeer ingewikkeld maakt. Dat maakt een oordeel van afstand – zonder directe professionele betrokkenheid – niet goed mogelijk.
    Naar aanleiding van het artikel ga ik met Jeugdzorg Nederland en de betrokken gecertificeerde instelling in gesprek.

  • Vraag 3
    In hoeverre sluiten de in het artikel beschreven maatregelen aan bij de uitgangspunten van het programma Scheiden zonder Schade en Een Goed Begin, met name de punten omtrent het beperken van schade aan kinderen en het voorkomen van escalatie centraal staan? Welke lessen uit het programma Scheiden zonder Schade en Een Goed Begin zijn inmiddels verwerkt in de werkwijze van de jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming en de rechtspraak?

    In Scheiden zonder Schade en opvolgend Een Goed Begin is er gewerkt aan kennisontwikkeling over (complexe) scheidingen.2 Het uitgangspunt van beide programma’s is het voorkomen van escalatie rond een scheiding en het centraal stellen van het kind. Dit wordt gedaan door vroegtijdige en laagdrempelige steun aan ouders, stimuleren van verantwoordelijkheid en duurzame samenwerking tussen ouders en inzet van passende en zo min mogelijk juridiserende oplossingen. Tijdens Een Goed Begin is de werkwijze «Duurzaam Ouderschap na Scheiding» ontwikkeld, waarbij ouders worden begeleid door zogeheten Gezinsvertegenwoordigers. Deze werkwijze is ontworpen om escalatie te voorkomen en de rust voor het kind terug te brengen. De werkwijze is getoetst door TNO.3
    De lessen van het programma Scheiden zonder Schade en Een Goed Begin worden meegenomen in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, waar onder andere de gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en lokale teams gezamenlijk werken aan het versterken van de aanpak van onveiligheid in gezinnen. Om in de kind- en gezinsbescherming tot meer eenduidige werkwijzen te komen wordt, samen met proeftuinen en betrokken organisaties een handelingskader ontwikkeld. Binnen dit handelingskader wordt ook een module specifiek gericht op complexe scheidingen ontwikkeld door en met professionals.

  • Vraag 4
    Welke mogelijkheden hebben kinderen zelf om bezwaar te maken tegen beslissingen die hun woonplaats of contact met ouders ingrijpend veranderen? Vindt u de bestaande mogelijkheden voldoende toegankelijk en effectief?

    Hoewel kinderen niet zelfstandig bezwaar kunnen maken, hebben kinderen wel verschillende mogelijkheden om hun mening kenbaar te maken in procedures die hun woonplaats of het contact met hun ouders betreffen. In de praktijk worden kinderen vanaf 8 jaar uitgenodigd voor een gesprek met de (kinder)rechter. In de wet staat nu nog een leeftijdsgrens van 12 jaar. In het wetsvoorstel «Versterken rechtsbescherming in de jeugdbescherming» wordt de grens van 8 jaar wettelijk verankerd.
    Daarnaast wordt in het wetsvoorstel de procespositie van minderjarigen op andere onderdelen verbeterd. Voorgesteld wordt dat minderjarigen van 12 jaar en ouder in sommige gevallen zélf een verzoek kunnen doen aan de rechter, net als hun ouders. Daarnaast wordt voorgesteld om in die gevallen waarin de minderjarige van twaalf jaar of ouder zelf een verzoek kunnen doen, een informele rechtsingang open te stellen voor minderjarigen die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt. Hiermee kan het kind zich zonder formele procedure wenden tot de rechter, bijvoorbeeld met een brief. Hiermee wordt toegankelijkheid van kinderen tot de juridische procedure verder verbeterd.

  • Vraag 5
    Hoe verhoudt de aanpak zoals beschreven in dit artikel zich tot artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag, waarin het recht van kinderen om gehoord te worden in procedures die hen raken vastgelegd staat? Hoe wordt geborgd dat kinderen daadwerkelijk worden gehoord en dat hun verklaringen niet op voorhand terzijde worden geschoven vanuit de veronderstelling dat zij gemanipuleerd zouden zijn?

    Artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK) verplicht staten te waarborgen dat een kind dat in staat is zijn of haar mening te vormen, de gelegenheid krijgt deze vrij te uiten in gerechtelijke en bestuurlijke procedures die het kind raken. Daarnaast moet aan die mening passend gewicht worden toegekend, in overeenstemming met de leeftijd en rijpheid van het kind. Dit betekent dat de visie van het kind serieus moet worden betrokken bij de besluitvorming, maar niet zonder meer doorslaggevend is.
    In Nederland wordt hieraan onder meer uitvoering gegeven doordat de kinderrechter kinderen vanaf 8 jaar standaard uitnodigt voor een gesprek. De kinderrechter betrekt de informatie uit dit gesprek, naast de standpunten van de ouders en de informatie van de gecertificeerde instelling of andere betrokken professionals, bij de beoordeling van de zaak en maakt een zorgvuldige afweging.
    Indien nodig kan de kinderrechter de Raad voor de Kinderbescherming om advies vragen, een bijzondere curator benoemen of een onafhankelijk deskundige inschakelen om de belangen en de stem van het kind beter in beeld te brengen.

  • Vraag 6
    Welke lessen trekt u bij de aanpak van complexe omgangsproblemen uit de ervaringen van organisaties zoals Villa Pinedo, die de belangen en ervaringen van kinderen van gescheiden ouders centraal stellen?

    Ik onderschrijf het belang van organisaties als Villa Pinedo die zich inzetten voor de belangen van kinderen, waarvan de ouders uit elkaar gaan. Een van de punten die Villa Pinedo benadrukt is hoe belangrijk de stem en de beleving van het kind zijn, onder meer bij het maken van omgangsregelingen tussen ouders. Daarnaast toont Villa Pinedo aan hoe krachtig de stem van het kind zelf is en de meerwaarde van ervaringsdeskundigheid. Een voorbeeld waarbij dit zichtbaar werd is de plek die jongeren hadden tijdens het landelijk congres «Een goed begin na scheiding», dat in 2025 door mijn voorganger werd georganiseerd, waarin zij met veel succes hun ervaringen met professionals op het gebied van complexe scheidingen konden delen. Door de inzet van Villa Pinedo zagen professionals, beleidsmakers en betrokkenen zelf wat een scheiding met een kind doet en hoe je daar als professional mee kan omgaan.

  • Vraag 7
    Hoe reflecteert u op de internationale ontwikkelingen op het gebied van complexe omgangsproblemen, zoals bijvoorbeeld de keuze van het hooggerechtshof in Italië om het gebruik van de theorie omtrent ouderverstoring als onwettelijk te bestempelen en de keuze van Spanje om een verbod in te stellen op het gebruik van het concept ouderverstoting in familierechtzaken? Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich tot de Nederlandse praktijk?

    Ik volg de internationale ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten op dit terrein met interesse. In Italië heeft het hooggerechtshof geoordeeld dat de theorie van ouderverstoting geen zelfstandige grondslag mag vormen voor rechterlijke beslissingen. Daarnaast is het gebruik van het concept ouderverstoting in familierechtelijke procedures in Spanje wettelijk uitgesloten. Deze ontwikkelingen hangen samen met de discussie over contactverlies in de rechtspraktijk.
    In Nederland vormen theorieën over ouderverstoting ook geen wettelijk criterium of zelfstandige juridische grondslag voor beslissingen in familierechtelijke procedures. De rechter beoordeelt iedere zaak aan de hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval, waarbij het belang van het kind leidend is. Daarbij worden alle relevante omstandigheden, waaronder de visie van het kind en de informatie van betrokken professionals, in onderlinge samenhang gewogen.

  • Vraag 8
    Hoe reflecteert u op het feit dat een omstreden en wetenschappelijk betwiste theorie over ouderverstoting ten grondslag ligt aan methoden en interventies die diep ingrijpen in het gezinsleven en kinder- en mensenrechten? Welke eisen stelt u aan de wetenschappelijke onderbouwing van dergelijke interventies?

    In het algemeen vind ik het onwenselijk dat bij interventies die ingrijpen in het gezinsleven, bijvoorbeeld uithuisplaatsing, een omstreden theorie de basis vormt voor een beslissing. Beslissingen moeten rusten op professionele standaarden en zorgvuldige casusafweging, met transparante motivering en rechterlijke toetsing. Voor beslissingen is maatwerk vereist, waarbij dient te worden gekeken naar de omstandigheden van het geval en het belang van het kind altijd vooropstaat. Een goede onderbouwing van de beslissing is essentieel. Van professionals mag worden verwacht dat zij werken volgens professionele standaarden en richtlijnen en kwaliteitskaders en dat zij interventies toepassen die steunen op de best beschikbare en toetsbare onderbouwing: aantoonbare effectiviteit en veiligheid en peer-reviewed onderzoek. Besluiten zijn per casus proportioneel, helder gemotiveerd, met weging van de stem en veiligheid van het kind.

  • Vraag 9
    Wat is momenteel de stand van zaken van de uitvoering van elk van de aanbevelingen uit het Adviesrapport van het Expertteam Ouderverstoting? Kunt u per aanbeveling aangeven welke acties zijn ondernemen en of ze volledig, gedeeltelijk of nog niet zijn uitgevoerd? Wat zijn de concrete opbrengsten van de implementatie van elk van de aanbevelingen?

    Het Expertteam heeft in haar advies verschillende aanbevelingen gedaan. In de reactie hierop is richting uw Kamer aangekondigd met de aanbevelingen aan de slag te gaan door in te zetten op preventie, naleving en kennisbevordering.4 In de afgelopen jaren is door mijn voorgangers, in samenwerking met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, op verschillende manieren uitvoering gegeven aan deze aanbevelingen.
    Voor wat betreft preventie en het herstellen van contactverlies, is in 2021 geëxperimenteerd met de Specialist Contactverlies in het Programma Scheiden zonder Schade (2018–2022). De opbrengsten hiervan waren kansrijk, zoals is te lezen in de opgeleverde rapporten.5 De kansrijke elementen waarmee was geëxperimenteerd binnen het programma, onder andere het Scheidingsadviesteam (in navolging van de specialist contactverlies), zijn doorontwikkeld tot een werkwijze (Duurzaam Ouderschap na Scheiding) en getoetst en wetenschappelijk onderzocht in Een Goed Begin (2022–2025).6 Opvolgend is ingezet op het verspreiden van informatie over deze werkwijze en het bevorderen van kennisdeling onder gemeenten (bijvoorbeeld door het organiseren van inspiratiesessies en regionale sessies verspreid door het hele land). Kennisdeling over complexe scheidingen wordt daarnaast meegenomen het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming zoals beschreven in het antwoord op vraag 3.
    In het kader van naleving van omgangsregelingen is aan het WODC gevraagd om onderzoek te doen naar de effectiviteit van de huidige sanctiemogelijkheden voor handhaving en naleving van omgangsregelingen. Het WODC-onderzoek concludeert dat juridische sanctiemiddelen bij omgangsproblematiek (zoals dwangsom, gijzeling en strafrechtelijke handhaving) slechts beperkt en vaak tijdelijk effect sorteren.7 Als er onderliggende problemen spelen (veiligheidszorgen, hoge-conflict, psychische problematiek) werken sancties op zichzelf meestal niet. Het rapport adviseert daarom terughoudend en selectief gebruik van sancties. Maatwerk, laagdrempelige hulpverlening, duidelijke regie en goede informatievoorziening aan ouders blijken belangrijkere voorspellers dan straffen.
    Tot slot is de afgelopen jaren ingezet op bevordering van kennis voor professionals en gemeenten rondom een complexe scheiding. In onderzoek van Significant uit 2025, in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, is terug te zien dat driekwart van de ondervraagde gemeenten inmiddels werken aan een aanpak voor complexe scheidingen.8 Het belang van een goede aanpak voor complexe situaties is steeds vaker onder de aandacht van gemeenten. Complexe scheidingen, met name waarin sprake is van contactverlies blijven ingewikkeld en maatwerk is nodig. Dit kwam ook terug in recente gesprekken met belangengroepen en uitvoeringspartners over dit thema.

  • Vraag 10
    Zijn het aantal gevallen van contactverlies teruggedrongen sinds de start van Scheiden zonder Schade en Een Goed Begin, zoals uw ambtsvoorganger aangaf te verwachten?2 Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, hoe verklaart u dit?

    Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal kinderen dat één van beide ouders niet meer ziet. Wel blijkt uit cijfers dat er veel kinderen zijn die te maken hebben met de situatie dat hun ouders uit elkaar gaan.10 Hoewel dit in de meeste gevallen goed verloopt, blijven er ook zeer complexe situaties bestaan, waar onder andere ook contactverlies optreedt. Er is blijvend aandacht nodig om juridische procedures rond gezag en omgang kindvriendelijk en de-escalerend te laten verlopen. Hier zal ik uw Kamer binnenkort nader over informeren.

  • Vraag 11
    Wat is momenteel de stand van zaken van de implementatie van Scheiden zonder Schade en Een Goed Begin? Kunt u per onderdeel aangeven welke maatregelen ingevoerd zijn en welke concrete opbrengsten deze programma’s hebben (gehad) voor kinderen en ouders?

    In de afgelopen jaren is gewerkt aan kennisontwikkeling over (complexe) scheidingen.11 Graag verwijs ik u naar de kamerbrief van oktober 2025 waarin uitgebreid is ingegaan op de opbrengsten. Binnen het project Een Goed Begin is, in het verlengde van Scheiden zonder Schade, de werkwijze «Duurzaam Ouderschap na Scheiding» ontwikkeld en opgeleverd. Het doel van de werkwijze is dat ouders na een scheiding duurzaam samenwerken met het welzijn en de ontwikkelkansen van het kind centraal, waarbij zij verantwoordelijkheid nemen voor hun aandeel in het ouderschap.
    Uit onderzoek van TNO is gebleken dat de werkwijze Duurzaam Ouderschap na Scheiding werkzame elementen bevat.12 Het onderliggende denkkader Duurzaam Samenwerken na Scheiding is daarnaast behulpzaam voor gemeenten, organisaties en professionals die te maken hebben met ouders in scheiding.13 Om professionals met het denkkader al laagdrempelig kennis te laten maken, zijn 28 inspiratiesessies georganiseerd voor jeugd- en wijkteams, jeugdzorgorganisaties, gemeenten en regionale samenwerkingsverbanden. Daarnaast is in samenwerking met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 18 september 2025 een landelijk congres georganiseerd. Het congres diende als plek voor kennisdeling en aandacht voor het onderwerp (complexe) scheidingen breed in het land. Hierop volgend zijn in het voorjaar van 2026 vijf regionale bijeenkomsten georganiseerd om het denkkader en de werkwijze verder toe te lichten, maar ook om kennisdeling onder jeugd- en wijkteamprofessionals en beleidsmakers te bevorderen.

  • Mededeling - 8 juli 2026

    Hierbij deel ik u, mede namens de de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, mede dat de schriftelijke vragen van het lid Westerveld (PRO), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de aanpak van complexe omgangsproblemen (ingezonden 17 juni 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z13388
Volledige titel: De aanpak van complexe omgangsproblemen
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-3009
Volledige titel: Antwoorden op vragen van het lid Westerveld over de aanpak van complexe omgangsproblemen