Kamerstuk 34854-17

Gewijzigd amendement van het lid Özütok c.s. ter vervanging van nr. 9 over de referendabiliteit

Dossier: Intrekking van de Wet raadgevend referendum


47,3 %
49,3 %
Voor: Mahir Alkaya, Nevin Özütok, Corinne Ellemeet, Suzanne Kröger, Nine Kooiman, Liesbeth van Tongeren, Jasper van Dijk, Gidi Markuszower, Kirsten van den Hul, Lodewijk Asscher, Tunahan Kuzu, Harm Beertema, Lisa Westerveld, Khadija Arib, Bram van Ojik, Lilian Marijnissen, Lilian Helder, Esther Ouwehand, Bart Snels, Jesse Klaver, Isabelle Diks, Lilianne Ploumen, Corrie van Brenk, Danai van Weerdenburg, Kees van der Staaij, Sadet Karabulut, Karen Gerbrands, Vicky Maeijer, Gijs van Dijk, Machiel de Graaf, Renske Leijten, Peter Kwint, Kathalijne Buitenweg, Léon de Jong, Barry Madlener, Sandra Beckerman, Edgar Mulder, Femke Merel Arissen, Sietse Fritsma, Roy van Aalst, Sharon Dijksma, Bart van Kent, Henk Nijboer, Henk Krol, Thierry Baudet, Gabriëlle Popken, Cem Laçin, Geert Wilders, Marianne Thieme, Selçuk Öztürk, Frank Futselaar, Roelof Bisschop, Dion Graus, Lammert van Raan, Martin van Rooijen, Farid Azarkan, Maarten Hijink, Fleur Agema, Tom van der Lee, Alexander Kops, Frank Wassenberg, Theo Hiddema, Ronald van Raak, Rik Grashoff, Léonie Sazias, William Moorlag, Attje Kuiken, Michiel van Nispen, Martin Bosma, Raymond de Roon, onbekend kamerlid
Tegen: Alexander Pechtold, Wybren van Haga, Arne Weverling, Jessica van Eijs, Remco Dijkstra, Martijn van Helvert, Michel Rog, Jeanine Hennis-Plasschaert, Tjeerd de Groot, Pieter Omtzigt, Jaco Geurts, Rob Jetten, Achraf Bouali, Carla Dik-Faber, Hanke Bruins Slot, Matthijs Sienot, Rens Raemakers, Paul van Meenen, Mustafa Amhaouch, Hayke Veldman, Lenny Geluk-Poortvliet, Aukje de Vries, Judith Tielen, Malik Azmani, Joba van den Berg-Jansen, René Peters, Gert-Jan Segers, Sven Koopmans, Agnes Mulder, Erik Ronnes, Anne Kuik, Vera Bergkamp, Dilan Yeşilgöz-Zegerius, Harry van der Molen, Evert Jan Slootweg, André Bosman, Antje Diertens, Maarten Groothuizen, Eppo Bruins, Maurits von Martels, Pieter Heerma, Chantal Nijkerken-de Haan, Steven van Weyenberg, Daniel Koerhuis, Joël Voordewind, Sjoerd Sjoerdsma, Salima Belhaj, Pia Dijkstra, Ockje Tellegen, Rudmer Heerema, Chris van Dam, Zohair El Yassini, Bente Becker, Jan Middendorp, Monica den Boer, Albert van den Bosch, Martin Wörsdörfer, Arno Rutte, Dennis Wiersma, onbekend kamerlid, onbekend kamerlid, Helma Lodders, Roald van der Linde, Sybrand van Haersma Buma, Antoinette Laan-Geselschap, Erik Ziengs, Madeleine van Toorenburg, Sophie Hermans, Leendert de Lange, Foort van Oosten, Bas van 't Wout, Jan Paternotte, Kees Verhoeven, Joost Sneller
Niet gestemd: Zihni Özdil, Elbert Dijkgraaf, Linda Voortman, Han ten Broeke, Klaas Dijkhoff

Nr. 17 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ÖZÜTOK C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 91

Ontvangen 21 februari 2018

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel V vervalt.

II

In artikel VI wordt «met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met het tijdstip van de bekrachtiging van het voorstel van deze wet» vervangen door «op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip».

Toelichting

De indieners beogen met dit amendement dat alle twijfel wordt weggenomen over de vraag of de Intrekking van de Wet raadgevend referendum wel referendabel zal zijn op grond van de Wet raadgevend referendum (Wrr). Wetstechnisch is de intrekkingswet niet uitgezonderd van de mogelijkheid tot het houden van een referendum. Met het wetsvoorstel wordt echter beoogd dat de intrekkingswet niet referendabel is, door dat in die wet op te nemen en te kiezen voor een van de Wrr afwijkende inwerkingtredingsbepaling. Er heerst echter grote twijfel over de vraag of deze werkwijze juridisch toelaatbaar is. Zo wijst bijvoorbeeld hoogleraar staatsrecht Wim Voermans erop dat de wijze waarop het voorstel de referendabiliteit van de intrekkingswet probeert uit te sluiten, ondeugdelijk is.2 Met dit amendement worden derhalve onnodige juridische procedures die er mogelijk aan zitten te komen over de totstandkoming van de intrekkingswet voorkomen.

Naast de wetstechnische kant hebben de indieners ook een maatschappelijk doel voor ogen met dit amendement. Uit onderzoek blijkt dat er relatief veel draagvlak is voor het behoud van het raadgevend referendum. Het intrekken van de Wet raadgevend referendum zonder overtuigende inhoudelijke motivatie waarom de intrekkingswet niet referendabel is, draagt alleen maar meer bij aan het reeds bestaande wantrouwen jegens de politiek.

Özütok Van Raak Krol Bosma Baudet Kuiken Kuzu Arissen