Gepubliceerd: 16 september 2014
Indiener(s): Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34000-VII-2.html
ID: 34000-VII-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

   

blz.

     

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

     

B.

DE BEGROTINGSTOELICHTING

4

     

1.

Leeswijzer

4

     

2.

Beleidsagenda

5

 

Tabel belangrijkste mutaties

12

 

Tabel beleidsdoorlichtingen

13

     

3.

Beleidsartikelen

14

 

1. Openbaar bestuur en democratie

14

 

2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

20

 

6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

24

 

7. Arbeidszaken overheid

31

     

4.

Niet-beleidsartikelen

37

 

11. Centraal apparaat

37

 

12. Algemeen

40

 

13. Nominaal en onvoorzien

42

 

14. VUT-fonds

43

     

5.

De Baten-lastenagentschappen

44

 

5.1 Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR)

44

     

6.

Bijlagen

51

 

6.1 Verdiepingsbijlage

51

 

6.2 Moties en toezeggingen

58

 

6.3 Specifieke uitkeringen (interdepartementaal)

84

 

6.4 Evaluatie- en overig onderzoek

90

 

6.5 ZBO’s en RWT’s

92

 

6.6 Subsidiebijlage

93

 

6.7 Afkortingen

96

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. Begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten, en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Op 20 april 2011 is de aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam Verantwoord Begroten in de Tweede Kamer behandeld (Kamerstukken II, 31 865, nr. 26). De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de Minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.

Diensten die een baten-lastenstelsel voeren

De begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) kent vanaf 2014 één baten-lastenagentschap, te weten Basisregistratie Persoonsgegevens Reisdocumenten. De paragraaf over de baten-lastenagentschap presenteert de voorgeschreven financiële- en doelmatigheidsoverzichten ter toelichting op de begrotingsstaat van dit agentschap.

De baten-lastenagentschappen Logius, P-direkt, Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk, FMHaaglanden, SSC-ICT, Rijksgebouwendienst, Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf en de Huurcommissie vallen onder de begroting Wonen en Rijksdienst (XVIII).

Specifieke uitkeringen

In paragraaf 6.3 is de bijlage specifieke uitkeringen (interdepartementaal) opgenomen. Hierin geven de departementen aan welke uitkeringen zij doen voor gemeenten en provincies.

Groeiparagraaf

Budgetflexibiliteit

Op grond van CW artikel 5, derde lid, onder c, moet in de begroting per beleidsartikel informatie worden opgenomen over de budgetflexibiliteit.

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt voor de programma-uitgaven vermeld welk deel daarvan juridisch is verplicht voor het jaar 2015.

De peildatum van de gepresenteerde budgetflexibiliteit (juridisch verplicht) is 1 januari 2015.

Voor 2015 wordt voor het eerst de juridische verplichting toegelicht op het niveau van financieel instrument als geheel. Dit komt voort uit de toezegging van de Minister van Financiën tijdens het Algemeen Overleg over Verantwoord Begroten van 6 maart 2013 (Kamerstukken II, 2012–2013, 31 865, nr. 50).

2. BELEIDSAGENDA 2015

INLEIDING

Een goed functionerend openbaar bestuur is van belang voor het welbevinden van burgers, voor het draagvlak voor democratie en als basis voor een duurzame economische groei. BZK stelt zich tot doel om het openbaar bestuur blijvend goed te laten functioneren, ook in een veranderende samenleving en overheid. In 2015 treden de decentralisaties in het openbaar bestuur in werking. Vanaf 1 januari 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp, de langdurige zorg en de begeleiding naar werk. BZK helpt, samen met andere betrokken partijen, gemeenten deze taken goed uit te laten voeren.

Burgers nemen steeds vaker in hun woonomgeving taken over die oorspronkelijk in handen waren van de lokale overheid. Aan de overheid de taak om burgers hiertoe de ruimte te geven en waar nodig en gewenst te helpen. Daarmee verandert de rol van beleidsmakende en uitvoerende organisatie naar een meer vraaggerichte, faciliterende organisatie. De doelstelling is dat burgers en bedrijven in 2017 waar mogelijk hun zaken met de overheid digitaal kunnen afhandelen.

BZK helpt overheden om die nieuwe rol in te vullen door onder meer expertise en informatie te delen en helpt burgers door het wegnemen van knelpunten voor maatschappelijke initiatieven.

Er wordt ruimte gemaakt voor en werk gemaakt van bestuurlijke creativiteit, dynamiek en economische groei in stedelijke gebieden. Het kabinet stelt in 2015 een Agenda Stad op om de concurrentiekracht en leefbaarheid van Nederlandse steden verder te versterken. Bij de veranderende samenleving past ook het experimenteren met andere vormen van democratische legitimatie, zoals de consultatieve democratie. Daarnaast krijgen burgers in Nederland vanaf 2015 de mogelijkheid een raadgevend referendum te organiseren.

Het functioneren van bestuurders speelt een grote rol in de waardering van burgers in onze democratie. Hun integriteit is daarbij een voorwaarde, net als een passende beloning. 2013 was het eerste jaar waarin bestuurders in de (semi)publieke sector aan een salarismaximum gebonden zijn (de WNT-norm: 130% van het ministerssalaris). In 2015 zal de maximale bezoldiging voor topfunctionarissen in de publieke sector worden verlaagd tot het niveau van het ministerssalaris.

Naast een goed functionerend openbaar bestuur staat BZK voor het tijdig onderkennen van risico’s en dreigingen voor onze democratie en rechtsstaat. De Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) is hiervoor mede verantwoordelijk. In 2015 zal het kabinet voorstellen doen om de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) op een aantal punten aan te passen, in reactie op het in 2013 gepresenteerde rapport van de Commissie Dessens die de WIV, stammend uit 2002, heeft geëvalueerd.

GOED OPENBAAR BESTUUR

Ordening openbaar Bestuur

Decentralisaties sociaal domein

Vanaf 1 januari 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp, de langdurige zorg en de begeleiding naar werk. Bij de overdracht van taken naar gemeenten is het van belang dat gemeenten de nieuwe taken goed (kunnen) uitvoeren. De randvoorwaarden voor gemeenten moeten goed zijn. Gemeenten moeten daarom bestuurlijk, financieel en organisatorisch in staat zijn om de drie wetten in het sociaal domein goed uit te kunnen voeren.

  • BZK en de andere betrokken ministeries ondersteunen samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) de gemeenten bij de uitvoering van de gedecentraliseerde taken. Voorop staat dat mensen die het nodig hebben, kunnen blijven rekenen op zorg en ondersteuning door de overheid.

  • Gemeenten die dat nodig hebben kunnen op hun beurt rekenen op de ondersteuning van het Rijk. Gemeenten die achterblijven, krijgen extra bestuurlijke ondersteuning. De in 2014 ingestelde onafhankelijke transitiecommissie sociaal domein heeft als opdracht te signaleren of gemeenten de noodzakelijke bestuurlijke, organisatorische en financiële maatregelen hebben getroffen om in staat te zijn de decentralisaties in samenhang uit te voeren.

  • Voor de bekostiging van de gedecentraliseerde taken worden de middelen voor de uitvoering daarvan overgeheveld naar het Gemeentefonds en «ontschot» aan de gemeenten ter beschikking gesteld.

  • Om te kunnen zien of het nieuwe stelsel in het sociaal domein goed functioneert, hebben het Rijk en de gemeenten een gezamenlijke informatievoorziening voor het sociaal domein ontwikkeld. Gemeenten en het Rijk gebruiken daarbij dezelfde informatie.

Burgers en democratie

Verkiezingen Provinciale Staten 2015

Op woensdag 18 maart 2015 zijn er verkiezingen voor de provinciale staten, de waterschappen en de eilandsraden op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  • Om de opkomst bij de waterschapsverkiezingen te verhogen, vindt deze tegelijk plaats met de verkiezingen voor de provinciale staten. Gemeenten zijn in 2015 voor het eerst verantwoordelijk voor het organiseren van de waterschapsverkiezingen.

Permanente registratie kiezers in het buitenland

Kiezers die vanuit het buitenland mogen stemmen, hoeven zich op termijn niet meer voor elke verkiezing te registreren. Toegewerkt wordt naar een permanente registratie. De Kieswet wordt daarvoor aangepast. In de eerste helft van 2015 wordt het ontwerpwetsvoorstel voor advies aan de Raad van State voorgelegd (zie Kamerstukken II, 2012–2013, 31 142, nr. 35 en 36).

Elektronisch stemmen en tellen in het stemlokaal

De commissie Elektronisch stemmen en tellen in het stemlokaal (commissie Van Beek) heeft geadviseerd om elektronisch stemmen en tellen in te voeren. Het kabinet (Kamerstukken II, 2013–2014, 33 829, nr. 3) zal aan het einde van 2014 een besluit nemen over de haalbaarheid hiervan. De planning is erop gericht om de uitkomsten begin 2015 aan de Tweede Kamer voor te leggen.

Raadgevend referendum

De Wet raadgevend referendum wordt in 2015 van kracht. Burgers kunnen voortaan over nieuw aangenomen wetgeving een referendum aanvragen. Het referendum geeft de mogelijkheid zich voor of tegen een bepaalde wet uit te spreken, maar de uitslag is niet bindend.

Voor het initiatief tot een referendum zijn minimaal 10.000 kiesgerechtigden nodig. Het definitieve verzoek moet worden gesteund door ten minste 300.000 kiesgerechtigden. Een voorgenomen vereiste voor de geldigheid van de uitslag is dat de opkomst bij het referendum ten minste dertig procent van het totale aantal kiesgerechtigden bedraagt (zie initiatiefvoorstel Kamerstukken II, 33 934).

  • Er komt een referendumcommissie die, wanneer een referendum wordt uitgeschreven, informatie geeft over de voorliggende wet en subsidies verstrekt aan organisaties voor het organiseren van het maatschappelijk debat.

Omdat het initiatief voor het referendum bij de burgers ligt, is niet te zeggen hoe vaak een referendum wordt georganiseerd. Het organiseren van een referendum vergt ongeveer dezelfde kosten en inspanning als het organiseren van reguliere verkiezingen.

Herziening Grondwet

Er is een aantal voorstellen ingediend om de Grondwet op een aantal punten te herzien. In 2015 zullen deze voorstellen verder in procedure worden gebracht. Het betreft onder andere:

  • De eerste lezing van het initiatiefvoorstel om het bindend referendum op alle bestuurlijke niveaus in te voeren is afgerond. Het initiatiefvoorstel tot deconstitutionalisering van de aanstellingswijze van de burgemeester en de commissaris van de Koning, is door de Tweede Kamer in eerste lezing aanvaard.

  • Het wetsvoorstel tot modernisering van artikel 13 (onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim) van de Grondwet is in 2014 ingediend bij de Tweede Kamer.

  • Het voorstel om het recht op een eerlijk proces en de toegang tot de rechter in de Grondwet op te nemen, wordt in het eerste kwartaal van 2015 ingediend.

  • In 2014 wordt een voorstel in procedure gebracht om in de Grondwet een algemene bepaling op te nemen dat Nederland een democratische rechtsstaat is.

Scheiding taken Raad van State en vereenvoudiging stelsel hoogste bestuursrechtspraak

Het kabinet is voornemens de adviserende en de rechtsprekende taken van de Raad van State strikt te scheiden om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak verder te versterken. Verder worden de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven opgeheven om de organisatie van de bestuursrechtspraak overzichtelijker te maken en meer eenheid aan te brengen in bestuursrechtelijke uitspraken. Zaken die nu thuishoren bij de Centrale Raad van Beroep zullen worden behandeld door de vier gerechtshoven. Zaken voor rekening van het College van Beroep voor het bedrijfsleven zullen worden behandeld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Deze voornemens zijn uitgewerkt in een brief die op 26 juni 2014 naar de beide Kamers is verzonden (Kamerstukken I, 2013/14, 30 585, L).

Doe-democratie

Het kabinet wil de doe-democratie in 2015 verder ondersteunen en bevorderen door 1) burgers in positie te brengen en 2) overheden meer te laten aansluiten bij maatschappelijke initiatieven.

  • Wegnemen van knelpunten voor maatschappelijke initiatieven, onder andere op het gebied van maatschappelijk aanbesteden, aansprakelijkheid, fiscaliteit en financiering.

  • Uitvoering van de maatschappelijke versnellingsagenda doe-democratie (Kamerstukken II 2012–2013, 33 400 VII, 79), samen met partners uit de maatschappij en andere overheden.

  • Ondersteuning van gemeenteambtenaren en rijksambtenaren en bestuurders bij nieuwe vormen van samenwerking met maatschappelijke initiatieven, via leerkringen en experimenten.

  • De uitbouw van een leernetwerk rondom nieuwe vormen van democratie en nieuwe rollen, houding en gedrag van bestuurders en raadsleden in relatie tot maatschappelijk initiatief.

  • Ondersteunen van experimenten met vormen van consultatieve democratie (vormen als G1000).

Digitale overheid

Digitale dienstverlening

Om de dienstverlening aan burgers en bedrijven beter en efficiënter te maken, wordt het mogelijk om de diensten van de overheid in toenemende mate digitaal af te nemen.

  • Er wordt hierbij gewerkt vanuit de «één overheidsfilosofie»; betere, betrouwbare en betaalbare dienstverlening. Burgers en bedrijven plukken daar direct de vruchten van. Aanvragen, vergunningen en andere vormen van dienstverlening kunnen voortaan digitaal worden geregeld. Dat vergt ook dat alle hiervoor benodigde informatie digitaal beschikbaar is, de digitale processen gebruiksvriendelijk zijn ingericht en dat algemene bekendmakingen digitaal worden gedaan.

  • In 2015 wordt de digitaliseringsagenda verder uitgevoerd. Dit betreft aanpassing van de relevante wetgeving (wetgevingsprogramma EZ-BZK). Daarnaast betreft het de verbetering van de toegang tot digitale dienstverlening (Mijnoverheid.nl) en het berichtenverkeer (berichtenboxen), het verbeteren van de informatieveiligheid binnen de overheid, van de toegankelijkheid van overheidswebsites en van de digivaardigheid van personen die moeite hebben met gebruik te maken van het digitale kanaal.

  • Uiteindelijk moet het er toe leiden dat de overheidsdienstverlening digitaal, effectief, gewaardeerd en efficiënt is. De digitale overheidsdienstverlening wordt dan ervaren als toegankelijk (op maat, herkenbaar, begrijpelijk, makkelijk bruikbaar), betrouwbaar en veilig. Transacties tussen burgers/bedrijven en de overheid die voorheen alleen langs schriftelijke (papieren) weg werden afgewikkeld, kunnen dan ook digitaal worden afgehandeld. Digitale overheidsdienstverlening wordt samengesteld of geïntegreerd aangeboden aan burgers en bedrijven, vanaf één beginlocatie (één overheid).

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

Goede digitale overheidsdienstverlening vereist een uitstekende Generieke Digitale Infrastructuur (Kamerstukken II, 2013–2014, 26 643, 292). Om dat te borgen heeft het kabinet de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO) aangesteld. De NCDO stelt een overheidsbreed meerjarig Digiprogramma op, gericht op een robuuste en toekomstbestendige generieke digitale infrastructuur voor de digitale overheid.

  • De NCDO heeft de opdracht beleidsontwikkeling en vernieuwing aan te jagen, daarmee de totstandkoming van (voorzieningen voor) de digitale overheid te bevorderen, het beheer van essentiële voorzieningen te borgen en het gebruik van die voorzieningen te stimuleren.

  • De NCDO stuurt op het realiseren en op een effectief gebruik van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI), en stelt de GDI samen uit bestaande en in ontwikkeling zijnde voorzieningen, standaarden, basisregistraties en producten die essentieel zijn voor zowel het functioneren van de overheid als voor haar (digitale) dienstverlening aan burgers en bedrijven.

  • De NCDO heeft tevens de opdracht om ten behoeve van de GDI een passend governance- en financieringsarrangement tussen medeoverheden, uitvoeringsorganisaties en het Rijk in te richten. Daartoe brengt hij als regisseur de medeoverheden, uitvoeringsorganisaties en het Rijk bij elkaar om zodoende één digitale infrastructuur te creëren.

Open overheid

Een digitale overheid is ook een open overheid. Het kabinet voert het Actieprogramma Open overheid (Kamerstukken II, 2013–2014, 32 802, nr. 5) uit.

  • Er wordt in 2015 een maatschappelijke kosten/batenanalyse uitgevoerd voor het hele programma Open overheid. De resultaten daarvan ontvangt de Tweede Kamer eind 2015.

  • Momenteel worden al 6.500 (open) datasets actief aangeboden door de (Rijks)overheid. Dat aantal moet verder omhoog. Open datasets hebben maatschappelijke meerwaarde en de beschikbaarheid van data van de departementen wordt vergroot.

  • In 2015 wordt ook actief gestimuleerd dat bijvoorbeeld onderzoeksrapporten en inkoopinformatie actief worden geopenbaard.

Politici, bestuurders en ambtenaren

Beperken topinkomens (semi)publieke sector

Bij een (semi)publieke functie hoort een passende beloning. De Wet normering topinkomens (WNT) regelt dat. In 2015 worden de uitvoering van de WNT en het toezicht op de naleving van de wet verder versterkt.

  • Uitvoering zal worden gegeven aan de afspraak uit het regeerakkoord om het in de WNT vastgelegde bezoldingsmaximum voor topfunctionarissen (130% van een ministerssalaris) te verlagen tot het niveau van 100% van het ministerssalaris (WNT-2).

  • Verder worden in 2015 maatregelen voorbereid om het toepassingsbereik van de WNT-norm (100% van het ministerssalaris) uit te breiden, zodat deze norm geldt voor het gehele personeel in de (semi)publieke sector (WNT-3).

Veilige Publieke Taak

Werknemers met een publieke taak – zoals ambulancemedewerkers, brandweermensen, onderwijzers, medewerkers van de sociale dienst of het UWV, stadswachten en conducteurs – en politieke ambtsdragers moeten hun taak veilig en integer kunnen uitoefenen. Verbaal en fysiek geweld is onacceptabel. In 2015 zijn de speerpunten van het programma Veilige Publieke Taak:

  • De lokaal-bestuurlijke aanpak en het ondersteunen van werkgevers en werknemers. De zogenaamde VPT-regio’s worden voortgezet, het Expertisecentrum Veilige Publieke Taak functioneert goed en zelfstandig. Burgemeesters, wethouders en raadsleden krijgen opleiding en training.

  • Agressie en geweld worden (preventief) bestreden. Er wordt onderzoek gedaan naar frequent slachtofferschap en de rol van omstanders.

  • Daders worden aangepakt. Werkgevers maken daartoe afspraken met de plaatselijke politie en het Openbaar Ministerie voor een spoedige (strafrechtelijke) afhandeling van VPT-zaken.

Integriteit

Integriteit in het openbaar bestuur – zowel bij bestuurders als bij ambtenaren – is een absolute voorwaarde voor een goed werkende overheid en voor het vertrouwen dat burgers in die overheid en in haar bestuurders hebben.

  • In 2015 wordt de professionaliteit van de bestuursorganen bij het verrichten van onderzoek naar integriteitskwesties van politieke ambtsdragers versterkt. Het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) geeft daarbij advies en steun bij vragen over aanpak en afhandeling van signalen van integriteitsschendingen.

NATIONALE VEILIGHEID

BZK staat voor de borging van onze democratie en rechtsstaat, en voor het tijdig onderkennen van risico’s en dreigingen daarvan. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) doet onder andere onderzoek naar organisaties en personen die een (mogelijk) gevaar vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde. Op basis van resultaten van zijn onderzoeksactiviteiten worden bestuurders, beleidsmakers en andere belanghebbenden op lokaal, nationaal en internationaal niveau geïnformeerd, geadviseerd en gemobiliseerd.

Ontwikkeling dreigingsbeeld

Risico’s en bedreigingen voor de (inter)nationale veiligheidsbelangen van Nederland hebben steeds meer een internationaal karakter gekregen. Dit komt voort uit een in toenemende mate dynamische en onzekere internationale omgeving. Nieuwe terroristische dreigingen kunnen zich op onvoorspelbare wijze, in korte tijd en van buitenaf ontwikkelen.

Daarnaast worden de risico’s en bedreigingen voor de Nederlandse veiligheidsbelangen sterk beïnvloed door de snelle ontwikkelingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie. De nieuwste toepassingen vinden snel hun weg in de maatschappij, en daarmee ook naar de onderzoeksgebieden van de AIVD. Dit leidt er toe dat de buitenlandse en de binnenlandse veiligheid verweven raken en het dreigingsbeeld diffuser wordt.

De belangrijkste ontwikkelingen voor de nationale veiligheid zijn:

  • Jihadistische dreiging, onrust in het Midden-Oosten en radicalisering. Internationale jihadisten die deelnemen aan de strijd in onder andere Syrië en Irak doen ervaringen op en leggen contacten met internationaal opererende jihadistische netwerken. Dit leidt ertoe dat zij met name bij een eventuele terugkeer naar Nederland een dreiging kunnen vormen. Het aantal Nederlandse deelnemers aan de strijd in Syrië en Irak neemt nog steeds toe, evenals het aantal terugkeerders. Terugkeerders vormen niet alleen voor het land van vertrek een risico, maar ook voor andere Europese landen. De aanslag in Brussel dit voorjaar illustreert dit probleem. De AIVD tracht door operationeel onderzoek vroegtijdig voorbereidingen voor aanslagen, ondersteunende en rekruterende activiteiten voor deelname aan de gewelddadige jihad, en pogingen om uit te reizen naar het buitenland teneinde deel te nemen aan de gewelddadige jihad, te onderkennen.

  • Cyberdreiging. Digitale spionageaanvallen nemen de laatste jaren in aantallen sterk toe en winnen aan complexiteit en impact. Digitale spionage is niet langer meer voorbehouden aan grote, geavanceerde inlichtingendiensten; het is ook bereikbaar voor organisaties of personen die vanuit financiële of politiek-ideologische overwegingen inlichtingen willen vergaren over overheden, bedrijven of burgers. Er is een toename van het aantal digitale spionageaanvallen met een economisch motief. Zo blijken de Nederlandse topsectoren het doelwit te zijn van digitale aanvallen. Digitale spionage tast het verdienvermogen van Nederland aan en heeft daarmee gevolgen voor de economische veiligheid. Het kabinet versterkt in 2015 de cybersecurity.

  • Onrust buitengrenzen Europa. De instabiliteit aan de oostgrens van de Europese Unie neemt toe nu Rusland een assertiever buitenland- en veiligheidsbeleid voert. Mede door de annexatie van de Krim is de politieke instabiliteit in Oekraïne toegenomen. Het komende jaar besteedt de AIVD extra aandacht aan de gevolgen voor Nederland (en de Europese Unie) van de Russische opstelling, mede in het licht van de ramp met vlucht MH-17 in Oost-Oekraine.

Overige ontwikkelingen

De bovenstaande ontwikkelingen in het dreigingsbeeld en de potentiële gevolgen daarvan voor de nationale veiligheid maken dat het kabinet heeft besloten vanaf 2015 het budget van de AIVD met structureel € 25 miljoen te verhogen (zie de brief van 30 juni 2014, Kamerstukken II, 30 977, nr. 104).

Eind 2013 presenteerde de Commissie Evaluatie Wiv 2002 (commissie Dessens) haar rapport. In zijn reactie op het rapport heeft het kabinet aangegeven een wijziging van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) uit 2002 te zullen entameren. Dit wijzigingsvoorstel zal in de loop van 2015 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

De samenwerking tussen de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de AIVD wordt verder geïntensiveerd. In 2014 is de gemeenschappelijke eenheid Joint SIGINT Cyber Unit (JSCU) gestart. In 2015 zal vanuit de JSCU gewerkt worden aan het verder integreren van de informatiepositie voor de beide diensten. Dit is gestart vanuit de JSCU, maar heeft op termijn een reikwijdte die op meer vlakken tot samenwerking van de beide diensten zal leiden. Ook wordt in 2015 een gezamenlijke eenheid voor veiligheidsonderzoeken van de MIVD en de AIVD nader onderzocht, conform de kabinetsreactie op het advies van de commissie Dessens. Het is daarnaast de intentie op termijn de AIVD en MIVD op één locatie te huisvesten. In 2015 wordt dit nader uitgewerkt.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar

(ontvangsten, uitgaven en niet-belastingsontvangsten)

Opbouw uitgaven (x € 1.000)
 

art. nr.

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

 

631.396

529.041

489.562

449.129

436.513

 

Mutaties nota van wijziging

 

4.500

4.000

4.000

4.000

4.000

 

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

149.941

14.606

19.100

26.465

28.439

4.529

               

Nieuwe mutaties:

             

Kasschuif taakstelling AIVD

2

– 10.000

– 4.000

   

2.800

2.800

Voorfinanciering taakstelling

2

5.000

         

Toekenning additionele middelen

2

 

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Centrale bekostiging P-Direkt

11

 

65.462

64.387

61.499

60.184

 
               

Overige mutaties

 

7.876

17

1.547

3.213

3.050

525.509

Stand ontwerpbegroting 2015

 

788.713

634.126

603.596

569.306

559.986

557.838

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
 

art. nr.

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

 

383.524

807.224

93.724

42.724

42.724

 

Mutaties nota van wijziging

             

Mutaties 1e suppletoire begroting

             
               

Nieuwe mutaties:

             

Meerontvangsten Centraal apparaat

11

11.000

         

Centrale bekostiging P-Direkt

11

 

2.379

2.340

2.321

2.280

2.246

               

Overige mutaties

 

10.060

– 52.250

– 3.541

– 3.550

– 3.550

39.174

Stand ontwerpbegroting 2015

404.584

757.353

92.523

41.495

41.454

41.420

Uitgaven

Kasschuif taakstelling AIVD

Ten behoeve van de invulling van de restanttaakstelling schuift AIVD de vrijgespeelde middelen vanuit de jaren 2014 en 2015 door de jaren 2018 tot en met 2022.

Voorfinanciering taakstelling

Voorfinanciering van middelen ten behoeve van de invulling van het restant taakstelling AIVD.

Toekenning additionele middelen

Het budget van de AIVD wordt met 25 mln. structureel verhoogd voor de toegenomen dreigingen van «Jihadisten en terugkeerders uit oorlogsgebieden, dreigingen aan de buitengrens van Europa, zoals Oekraïne – en cyberdreiging.

Centrale bekostiging P-Direkt

De toename van de apparaatsuitgaven voor 2015 wordt verklaard doordat de bekostiging van de dienstverlening van P-direkt centraal wordt belegd bij BZK.

Ontvangsten

Meerontvangsten Centraal apparaat

De ontvangsten komen voor 2014 hoger uit doordat in de ramingen voor dat jaar nog geen rekening is gehouden met de ontvangsten voor de huisvesting van de Rgd. De meerontvangsten worden ingezet voor GDI, de taakstelling AIVD en de egalisatieschuld van BZK.

Centrale bekostiging P-Direkt

Mutatie hangt samen met de uitgaven bekostiging P-Direkt.

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Agendering beleidsdoorlichtingen

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Artikel/operationele doelstelling

 

(planning)

         

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

             

1.1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen

           

1.2 Participatie

         

 

Artikel 2. Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst 1

             

Artikel 6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

             

6.1 Verminderen regeldruk

   

       

6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

   

       

6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

   

       

6.4 Burgerschap

       

   

6.5 Reisdocumenten en basisadministratie persoonsgegevens

 

         

Artikel 7. Arbeidszaken overheid

             

7.1 Overheid als werkgever

       

 

7.2 Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen 2

             
X Noot
1

Een beleidsdoorlichting is voor artikel 2 op grond van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten niet mogelijk. Wel heeft de commissie Dessens in 2013 de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten geëvalueerd. Ook wordt uitvoering gegeven aan de motie Van Toorenburg/Schouw (30 977, nr.105).

X Noot
2

Voor beleidsartikel 7.2 geldt dat pensioenen en uitkeringen zich niet laten toetsen op doeltreffendheid en doelmatigheid. Wel worden in 2016 de uitkeringsduur en de sollicitatieplicht APPA geëvalueerd. Voor de pensioenen loopt momenteel een IBO.

3. DE BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

A Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een goed functionerend openbaar bestuur en democratie.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het functioneren van het stelsel van het openbaar bestuur. Die verantwoordelijkheid richt zich op de juiste bestuurlijke verhoudingen, het beheer van het Gemeentefonds en interbestuurlijk toezicht. De Minister is verantwoordelijk voor de bestuurlijke organisatie (de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële verhoudingswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen). In het regeerakkoord zijn op dit vlak ambitieuze beleidsvoornemens geformuleerd. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de decentralisaties in het sociaal domein die door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in hun onderlinge samenhang worden gecoördineerd en onder de verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van SZW, V&J en VWS worden uitgevoerd. In het verlengde hiervan voert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een krachtig beleid gericht op het bewerkstelligen van de aanwezigheid van voldoende uitvoeringskracht bij met name de gemeenten. Een tweede pijler van de legitimatie van het Nederlandse openbaar bestuur betreft het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de publieke besluitvorming en beleidsvoering. In dat kader waarborgt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het functioneren van het constitutionele bestel, daaronder begrepen het stelsel van de representatieve democratie. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkiezingen (de Kieswet) voor vertegenwoordigende lichamen op de verschillende bestuurlijke niveaus. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zorgt tevens voor zodanige toerusting van de Kiesraad dat deze zijn wettelijke taken adequaat kan vervullen. Daarnaast voert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de op 1 mei 2013 in werking getreden Wet financiering politieke partijen (Wfpp) uit en is hij verantwoordelijk voor de procesvoering met betrekking tot het Europees Burgerinitiatief.

C Beleidswijzigingen

De voorgenomen decentralisatie van taken in het sociale domein naar de gemeenten betekent voor de gemeenten een aanzienlijke taakuitbreiding, Het gaat om de formele overheveling van verantwoordelijkheden van het Rijk voor jeugdhulp, ondersteuning en participatie. Van gemeenten wordt gevraagd om integraal te gaan werken in het sociaal domein met het doel een meer samenhangend beleid te voeren en werkprocessen rondom een hulpvraag van mensen efficiënter te organiseren.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in 2014 een onafhankelijke Transitiecommissie Sociaal Domein ingesteld. De Transitiecommissie Sociaal Domein werkt in gezamenlijke opdracht van de regietafel decentralisaties onder voorzitterschap van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze commissie beziet of gemeenten de noodzakelijke bestuurlijke, organisatorische en financiële maatregelen hebben getroffen om de taken in het sociale domein in overeenstemming met de wet uit te kunnen voeren. De commissie wordt voor een periode van twee jaar ingesteld.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bij de decentralisaties verantwoordelijk voor een slagvaardige gemeente waar burgers op kunnen vertrouwen en op de integraliteit van de maatregelen die gemeenten straks gaan uitvoeren. Het afgelopen jaar zijn de kaders geformuleerd waarlangs kabinetsbreed wordt gewerkt om de decentralisaties te laten slagen (Kamerstukken II, 33 400 VII, nr. 59). Deze kaders zijn aanvullend ten opzichte van de decentralisatiewetgeving die door de betreffende departementen aan het Parlement is aangeboden.

Een voorbeeld van een aanvullend kader is de ontschotting van budgetten in een integratie-uitkering sociaal domein. Met ingang van 2015 worden gemeenten op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet integraal verantwoordelijk voor het sociaal domein. De decentralisaties gaan in 2015 gepaard met een toevoeging van middelen aan het gemeentefonds. De uitkering bestaat uit de middelen die per 2015 voor de Wmo 2015 (het nieuwe deel) en voor jeugd naar gemeenten gaan en uit het participatiebudget zoals dat per 2015 voor de Participatiewet beschikbaar komt. De middelen worden voor drie jaar verstrekt via één integratie-uitkering en blijven apart zichtbaar op de gemeentefondsbegroting. Na drie jaar gaan de middelen over naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, tenzij dit om verdeelsysteemtechnische redenen niet mogelijk is.

Verder heeft BZK samen met de gemeenten, de VNG en de betrokken departementen gewerkt aan inrichting van de informatievoorziening binnen het sociaal domein voor de periode na 1 januari 2015. Hierbij is toegewerkt naar één gegevensverzamelpunt waaruit zowel de gemeenten als het Rijk de bij eigen verantwoordelijkheden behorende relevante gegevens kunnen ontvangen. De betrokken departementen van informeren de Tweede Kamer op basis van de gegevens vanuit het gegevensverzamelpunt en de resultaten van bijbehorend verdiepend onderzoek. De «overall monitor sociaal domein brengt de uitkomsten van de monitoring gerelateerd aan de drie decentralisatiewetten bij elkaar en voegt daar de uitkomsten van de bestuurlijke monitoring en de zogenaamde «sociaal domein index», waarin centraal staat wat de effecten van de decentralisaties zijn voor (kwetsbare) burgers, aan toe.

Tot slot geldt dat de decentralisaties vereisen dat er bij gemeenten voldoende bestuurskracht aanwezig is. Veel van de taken zullen door gemeenten lokaal worden uitgevoerd. Er zijn ook taken in het sociaal domein die (boven)regionaal worden opgepakt om op die manier voldoende schaal, expertise en financiële slagklacht te organiseren. BZK ondersteunt, samen met de VNG en de betrokken departementen, gemeenten bij de vorming van deze gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Dit landsdekkende, en zoveel mogelijk congruente, veld van samenwerkingsverbanden versterkt de positie van gemeenten, bijvoorbeeld op het punt van financieel risicoverevening bij de inkoop en uitvoering van de decentralisaties.

De 3D-operatie zorgt voor een uitbreiding van taken, meer gemeentelijke samenwerking en een andere manier van samenwerking met de samenleving. In overleg met de beroepsverenigingen (wethouders, raadsleden, griffiers, gemeentesecretarissen en burgemeesters) en de VNG wordt een ondersteuningsprogramma opgericht met als doel de kwaliteit van het lokaal bestuur te versterken en het bestuurlijk samenspel te bevorderen tussen de gemeentelijke actoren onderling en met de samenleving.

Om de Nederlandse steden op het gebied van concurrentiekracht en leefbaarheid in de wereldtop te houden, is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties samen met de Ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken gestart met de Agenda Stad. De agenda Stad krijgt in 2015 verder vorm en inhoud en loopt parallel aan de Urban Agenda die in Europees verband onder aanvoering van BZK wordt opgesteld, ook met het oog op het EU-voorzitterschap in de eerste helft van 2016.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 1 Openbaar bestuur en democratie

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen:

45.581

43.414

30.383

29.452

29.430

29.395

29.395

                 

Uitgaven:

30.373

43.414

30.383

29.452

29.430

29.395

29.395

 

Waarvan juridisch verplicht

   

90%

       
                 

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

11.947

19.708

10.163

9.849

9.827

9.810

9.810

 

Subsidies

6.794

3.251

3.583

3.583

3.575

3.558

3.558

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

13

28

28

28

28

28

28

 

Diverse subsidies

605

0

332

332

330

330

330

 

Oorlogsgravenstichting (OGS)

6.176

3.223

3.223

3.223

3.217

3.200

3.200

 

Opdrachten

5.016

16.240

6.263

5.949

5.935

5.935

5.935

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

5.016

16.240

6.263

5.949

5.935

5.935

5.935

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

137

217

317

317

317

317

317

 

Bijdragen internationaal

137

217

317

317

317

317

317

                 

1.2

Participatie

18.426

23.706

20.220

19.603

19.603

19.585

19.585

 

Subsidies

15.749

17.021

17.534

17.034

17.034

17.034

17.034

 

Politieke partijen

15.749

17.021

17.534

17.034

17.034

17.034

17.034

 

Opdrachten

2.677

6.685

2.686

2.569

2.569

2.551

2.551

 

Kiesraad

245

420

336

219

219

201

201

 

Verkiezingen

2.432

6.265

2.350

2.350

2.350

2.350

2.350

                 

Ontvangsten:

24.816

24.865

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

D2 Budgetflexibiliteit

Subsidies

De subsidies zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft financiering van de politieke partijen en oorlogsgravenstichting.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten is voor 67% juridisch verplicht. Het betreft hier middelen onder andere voor de verkiezingen, kenniscentra en onderzoeken door derden.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

De bijdragen zijn voor 79% verplicht. Het betreft middelen om uitvoering de kunnen geven aan de EU-verordening nr. 211/2011 over het (Europees) burgerinitiatief.

E Toelichting op de instrumenten

1.1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen

Subsidies

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt subsidies en bijdragen aan onderzoeksinstellingen, universiteiten of particulieren voor verkenningen en onderzoek van het openbaar bestuur.

Diverse subsidies

Het Kenniscentrum Europa Decentraal ontvangt een subsidie. Dit is een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Economische Zaken, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen dat zich richt op toepassing en verspreiding van kennis en expertise over Europees recht bij de decentrale overheden.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan 50 landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de Stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. Daarvoor ontvangt de Oorlogsgravenstichting een subsidie.

Opdrachten

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zet zich in voor kennisdeling en kennisvermeerdering. Verschillende publicaties, congressen en onderzoeken op het terrein van het functioneren van het openbaar bestuur worden gefinancierd. Ook financiert het Ministerie onderzoeken door derden, zoals het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO).

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

Sinds 1 april 2012 is het voor EU-burgers mogelijk om een Europees burgerinitiatief te organiseren en op die wijze een onderwerp op de agenda van de Europese Commissie te plaatsen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een verantwoordelijkheid voor het certificeren van online verzamelsystemen van organisatiecomités en voor het verifiëren en certificeren van ingediende steunbetuigingen.

1.2 Participatie

Subsidies

Politieke partijen

Politieke partijen krijgen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen. Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan een aantal in deze wet genoemde voorwaarden. In 2014 ontvangen elf politieke partijen subsidie.

Tabel 1.2 Subsidies politieke partijen

Prestatie indicator

Subsidies op grond van de Wet subsidiering politieke partijen

   

Partij

Waarde 2011

(in €)

Waarde 2012

(in €)

Te verlenen subsidie 2013

(in €) 1

Te verlenen subsidie 2014

(in €)1

VVD

2.737.052

2.743.998

3.629.949

3.695.138

PvdA

2.769.171

2.780.432

3.538.686

3.592.977

SP

1.696.472

1.666.193

1.606.728

1.635.827

CDA

2.129.837

2.110.184

1.710.428

1.657.960

D66

1.273.866

1.273.909

1.530.066

1.539.011

CU

855.600

849.163

921.981

918.024

GL

1.149.221

1.137.367

833.945

798.546

SGP

737.401

738.740

855.725

882.093

PvdD

538.847

540.732

613.973

616.147

50PLUS

224.936

377.943

441.608

492.688

OSF

377.161

376.975

360.890

366.529

X Noot
1

Het betreft hier voorlopige bedragen voor het uitvoeringsjaar 2014. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd.

Opdrachten

Kiesraad

De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europese Parlement, registreert partijaanduidingen, nummert kandidatenlijsten en stelt de officiële verkiezingsuitslagen voor deze verkiezingen vast. De Kiesraad is daarnaast het adviesorgaan voor het kabinet en parlement op het terrein van het kiesrecht en de organisatie en uitvoering van verkiezingen. Verder verschaft de Kiesraad informatie aan gemeenten, provincies, politieke partijen, burgers en media over kiesrecht en verkiezingen.

De kiesraad krijgt een aanvullende taak voor het verzamelen, tellen en controleren van initiële verzoeken en ondersteuningsverklaringen voor het referendum.

Verkiezingen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de inrichting van het verkiezingsproces en voor de daarbij behorende wet- en regelgeving. Dit heeft betrekking op de verkiezingen die in Nederland worden gehouden (dit is inclusief de verkiezingen in Caribisch Nederland). Op 18 maart 2015 vindt de verkiezing plaats van de leden van provinciale staten. Op die datum vindt gelijktijdig ook de waterschapsverkiezing plaats. Het Ministerie van BZK is voor deze verkiezingen verantwoordelijk voor de uitvoering van de landelijke voorlichtingscampagne en het faciliteren van de gemeenten bij de uitvoering van de verkiezingen.

In vervolg op het standpunt 1 over het rapport van de commissie Van Beek zal eind 2014 het traject worden afgerond om de haalbaarheid te onderzoeken van het stemmen met een stemprinter en het elektronisch tellen van de papieren stembiljetten. Definitieve besluitvorming over de invoering van elektronisch stemmen en tellen in het stemlokaal zal plaatsvinden aan de hand van de uitkomsten omtrent de haalbaarheid, ook van de financiering. Bij een positieve uitkomst kan een volgende stap bijvoorbeeld zijn het voorbereiden van testen in de tweede helft van 2015.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen de bijdragen van de waterschappen ten behoeve van de Waarderingskamer.

Artikel 2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

A Algemene doelstelling

Tijdige onderkenning van niet direct waarneembare dreigingen en risico’s voor de (inter)nationale veiligheidsbelangen van de Nederlandse staat en samenleving, en daarop gebaseerde informatieverstrekking aan de partners van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), die daardoor worden aangezet om passende maatregelen te nemen.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De AIVD staat voor de nationale veiligheid door tijdig dreigingen, politieke ontwikkelingen en risico’s te onderkennen die niet direct zichtbaar zijn. De AIVD verricht onderzoek in binnen- en buitenland met behulp van algemene inlichtingenmiddelen (open bronnen) en bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD zijn afnemers met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties) en door gericht relatiemanagement.

De Minister legt zo veel als mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudingsnoodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

Tabel 2.1 Kengetallen
 

Waarde 2012

Waarde 2013

Aantal openbare publicaties

6

3

Aantal ambtsberichten exportcontroles 1

38

30

Aantal ambtsberichten aan het Openbaar Ministerie

42

42

Aantal ambtsberichten (overige afnemers)

23

35

Aantal dreigingsinformatie-producten ten behoeve van stelsel bewaken en beveiligen (art 6.2.e Wiv 2002) 2

163

115

Aantal dreigingsinformatie-producten ten behoeve van beveiligingsbevorderende taak (art 6.2.c Wiv 2002)

12

13

Aantal inlichtingenproducten over ontwikkelingen in de landen van het aanwijzingsbesluit buitenland

530

427

Aantal aangewezen vertrouwensfuncties

63.948

61.417

Aantal door AIVD in behandeling genomen veiligheidsonderzoeken

8.497

7.929

Aantal geweigerde Verklaringen van Geen Bezwaar (VGB)

990

716

Bron: AIVD

X Noot
1

Dit zijn berichten in het kader van exportcontrole op strategische goederen (o.a. dual use) aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Directoraat-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen DGBEB.

X Noot
2

De gerapporteerde stelselproducten bewaken en beveiligen zijn: dreigingsinschatting, dreigingsanalyse, risicoanalyse en mededelingen.

C Beleidswijzigingen

Reorganisatie en invulling taakstelling

Met het Herfstakkoord is de taakstelling op de AIVD bijgesteld naar € 34 mln. structureel vanaf 2018. Van deze taakstelling is reeds € 23 mln. ingevuld met een combinatie van efficiencymaatregelen, versobering en een beperkte taakbijstelling op het primaire proces. Daarmee wordt € 23 mln. van de in totaal € 34 mln. bezuiniging gerealiseerd en neemt de formatie van de dienst met circa 200 fte af. Voor de dekking van de resterende € 11 mln. is de intentie uitgesproken te komen tot een co-locatie van de AIVD en de MIVD. Naar de exacte omvang van de opbrengst en het moment waarop deze beschikbaar kan komen wordt op dit moment onderzoek verricht.

Voor het beperkte deel van de taakstelling dat niet wordt afgedekt door de opbrengst van de co-locatie, wordt een deel van de € 25 mln. ingezet, die het kabinet vanaf 2015 structureel heeft toegevoegd aan het budget van de AIVD. Dit betekent dat de geplande operationele taakbijstelling niet hoeft te worden doorgevoerd. Deze aanvullend beschikbaar gestelde middelen zijn in de eerste plaats voor de ontwikkelingen zoals benoemd in de beleidsagenda, en zullen onder andere gebruikt worden voor extra onderzoekscapaciteit (analisten en bewerkers), operationele inzet (zoals bijvoorbeeld extra mensen en middelen voor observatie- en de volgploegen) en technische middelen.

Cyber Security

In de beleidsagenda zijn de drie belangrijkste ontwikkelingen voor het dreigingsbeeld uiteenzet, waaronder digitale aanvallen. De AIVD draagt bij aan een actueel cyber dreigingsbeeld door onderzoek naar digitale aanvallen, heeft een alerterende rol en geeft daarnaast advies over informatiebeveiliging en beveiligingsproducten. Daarnaast draagt de AIVD bij aan de uitvoering van de Nationale Cyber Security Strategie 2, de totstandkoming van het Cyber Security Beeld Nederland en nationale samenwerking via een liaisonconstructie met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). De komende jaren zet de AIVD in op een betere detectie van digitale aanvallen en een betere informatie-uitwisseling. Daartoe participeert de AIVD in het Nationaal Detectie Netwerk, waarbij de AIVD zich met name richt op de meer geavanceerde aanvallen en aanvallen door statelijke actoren. Door het internationale netwerk en bijzondere bevoegdheden beschikt de AIVD over informatie die slechts in zeer beperkte kring bekend zijn. Ook werkt de AIVD met het NCSC, de Nationale Politie (NP) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) aan een veilige en betrouwbare omgeving om informatie over digitale aanvallen te kunnen uitwisselen en opvolging te kunnen afstemmen.

De activiteiten van de dienst op het gebied van cybersecurity richten zich zowel op de (rijks)overheid als op de vitale sectoren, omdat deze door de afhankelijkheid van ICT-netwerken en internetgekoppelde systemen ernstig verstoord of beschadigd worden. Het verstoren van bijvoorbeeld de financiële –, telecom- en energiesector, kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting en grote schade. Nederland is een belangrijk fysiek (Schiphol, Rotterdamse haven) en digitaal (Ams-IX) knooppunt voor Europa. Dat maakt Nederland niet alleen een aantrekkelijk doelwit, maar ook een belangrijke doorvoerhaven voor digitale aanvallen elders.

Veiligheidsonderzoeken

Op het gebied van de veiligheidsonderzoeken worden in 2015, conform de resultaten van de herijking, de aangevraagde veiligheidsonderzoeken voor het private domein getarifeerd. Hiervoor is een wijziging van de Wet Veiligheidsonderzoeken in 2014 noodzakelijk (Kamerstukken II, vergaderjaar 2012–2013, 33 673, nr. 1). De samenwerking met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) op het terrein van veiligheidsonderzoeken, staat in 2015 in het teken van de adviezen van de Commissie Dessens (Kamerstukken II, vergaderjaar 2013–2014, 33 820, nr. 2). In de «Verkenning Unit Veiligheidsonderzoeken» worden de mogelijkheden van een gezamenlijke AIVD/MIVD-unit Veiligheidsonderzoeken onderzocht.

Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

In de loop van 2015 zal het wijzigingsvoorstel voor de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Een belangrijk onderdeel van dit wetsvoorstel is de versterking van het toezicht op de AIVD en de MIVD. De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) zal de bevoegdheid krijgen om bindende oordelen in de klachtprocedure uit te spreken. Tevens zal bij de inzet van bijzondere bevoegdheden de mogelijkheid van onmiddellijk toezicht en een bijbehorende heroverwegingsplicht van de Minister(s) worden geïntroduceerd. Een ander onderdeel is het vastleggen in de wet van de waarborgen inzake de samenwerking met buitenlandse collegadiensten. Criteria als het mensenrechtenbeleid van het desbetreffende land, de democratische inbedding van de collegadienst krijgen een plek in de nieuwe Wiv. Ook zal in het wetsvoorstel aandacht uitgaan naar het volgens de Commissie Dessens niet langer relevante onderscheid tussen wel- versus niet-kabelgebonden ongerichte interceptie. Het kabinet bestudeert nog hoe bij de grote technische veranderingen dit onderscheid kan worden vervangen door een nieuwe norm, waarbij de privacy van Nederlandse burgers blijft gewaarborgd. Het kabinet zal de Tweede Kamer hierover eind 2014 berichten.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 2 Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen:

197.486

197.774

212.743

200.157

189.370

189.744

189.744

                 

Uitgaven:

195.142

197.774

212.743

200.157

189.370

189.744

189.744

 

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       
                 

2.1

Apparaat

185.758

188.548

203.644

191.057

180.270

180.644

180.644

 

Apparaat

185.758

188.548

203.644

191.057

180.270

180.644

180.644

 

Apparaat

185.758

188.548

203.644

191.057

180.270

180.644

180.644

                 

2.2

Geheim

9.384

9.226

9.099

9.100

9.100

9.100

9.100

 

Apparaat

9.384

9.226

9.099

9.100

9.100

9.100

9.100

 

Apparaat

9.384

9.226

9.099

9.100

9.100

9.100

9.100

                 

Ontvangsten:

7.440

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

D2 Budgetflexibiliteit

Omdat het budget als apparaat wordt aangemerkt, is het gehele budget juridisch verplicht verondersteld.

E Toelichting op de instrumenten

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.

Ontvangsten

De ontvangsten van de AIVD hebben grotendeels betrekking op de tarifering van de veiligheidsonderzoeken.

Artikel 6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

A Algemene doelstelling

Een zo goed, eenvoudig en betrouwbaar mogelijke dienstverlening aan burgers door te zorgen voor veilige en betrouwbare voorzieningen voor efficiënt gebruik van overheidsinformatie en -gegevens, verbeteren van de informatiepositie van de burger, minder regeldruk en het bevorderen van maatschappelijk initiatief (actief burgerschap).

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een belangrijke rol als het gaat om de relatie tussen samenleving en overheid. Deze rol komt op verschillende manieren tot uitdrukking.

Zo heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een regisserende rol voor het verminderen van administratieve lasten en regeldruk voor burgers en professionals. Voor het verankeren van het burgerperspectief (rechten en plichten) in het informatiebeleid heeft de Minister een coördinerende rol ten aanzien van de verschillende overheden en de relatie tussen overheden en burgers. Tevens heeft de Minister een stimulerende rol bij het bevorderen van de doe-democratie (programma burgerschap) en ten aanzien van open overheid en (her)gebruik van open overheidsdata.

De Minister stelt voor de Basisregistratie Personen (BRP) het beleid vast en is verantwoordelijk voor de uitvoering. De Minister is verantwoordelijk voor een goed functionerende Wet Basisregistratie Personen (BRP) en verantwoordelijk voor betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten.

Net als voor de fysieke infrastructuur heeft de overheid de verantwoordelijkheid voor een beschikbare en veilige digitale infrastructuur waarvan burgers en bedrijven gebruik maken en die randvoorwaardelijk is voor het functioneren van de overheid zelf. In de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) moeten basisregistraties, digitaal berichtenverkeer, identificatie en authentificatie een plaats krijgen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is beleidsverantwoordelijk voor deze digitale voorzieningen.

C Beleidswijzigingen

Nationaal Commissaris Digitale Overheid

Eind 2014 is de implementatie van het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid (kortweg i-NUP), het fundament van de generieke digitale infrastructuur, afgerond. In 2015 worden de generieke voorzieningen en bijbehorende kennis die binnen i-NUP zijn ontwikkeld, in beheer genomen.

Om de digitale overheid structureel te bevorderen, heeft het kabinet in 2014 besloten tot de aanstelling van de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO). De NCDO heeft de opdracht beleidsontwikkeling en vernieuwing aan te jagen en daarmee de totstandkoming van (voorzieningen voor) de digitale overheid te bevorderen, het beheer van essentiële voorzieningen te borgen en het gebruik van die voorzieningen te stimuleren. De NCDO geeft dit vorm door het leggen van verbindingen met en tussen alle betrokken partijen (Rijk, decentrale overheden, uitvoeringsorganisaties, beheerorganisaties en private partijen).

De NCDO stuurt op het realiseren en op een effectief gebruik (baten) van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). De Nationaal Commissaris stelt de GDI samen uit bestaande en in ontwikkeling zijnde voorzieningen, standaarden, basisregistraties en producten die essentieel zijn voor zowel het functioneren van de overheid als voor haar (digitale) dienstverlening aan burgers en bedrijven.

De NCDO organiseert en regisseert hiervoor de interbestuurlijke besluitvorming. Dit betreft onder andere de bijbehorende governance- en financieringsarrangementen tussen medeoverheden, uitvoeringsorganisaties en het Rijk, met als doel een solide en toekomstbestendige digitale overheid.

eID

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt (in overleg met de Minister van Economische Zaken en de Minister voor Wonen en Rijksdienst) samen met het bedrijfsleven aan een mogelijke standaard voor toegang tot online dienstverlening: het eID Stelsel. Dit eID stelsel moet het mogelijk maken dat burgers, consumenten en ondernemers online zaken kunnen doen met de overheid en het bedrijfsleven, met één of meer inlogmiddelen. Het kabinet besluit eind 2014 over de invoering en bekostiging van het eID stelsel. In 2015 zal het kabinet de Tweede Kamer daarover informeren.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 6 Dienstverlenende en innovatieve overheid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen:

102.722

118.634

88.885

85.786

82.269

80.769

80.770

                 

Uitgaven:

125.526

118.634

88.885

85.786

82.269

80.769

80.770

 

Waarvan juridisch verplicht

   

93%

       
                 

6.1

Verminderen regeldruk

2.849

1.984

2.439

0

0

0

0

 

Opdrachten

2.004

1.641

2.279

0

0

0

0

 

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

2.004

1.641

2.279

0

0

0

0

 

Bijdragen aan baten-lastenagentschappen

845

343

160

0

0

0

0

 

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

845

343

160

0

0

0

0

                 

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

31.562

34.109

18.351

20.137

20.115

20.098

20.098

 

Opdrachten

27.429

33.009

17.001

19.037

19.015

18.998

18.998

 

(door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen

15.065

20.964

14.251

16.037

16.015

15.998

15.998

 

Aanpak fraudebestrijding

5.270

3.000

2.750

3.000

3.000

3.000

3.000

 

Implementatie NUP (VNG)

7.094

9.045

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan baten-lastenagentschappen

4.133

1.100

1.350

1.100

1.100

1.100

1.100

 

(door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen (Logius)

58

0

0

0

0

0

0

 

Aanpak fraudebestrijding

0

1.100

1.350

1.100

1.100

1.100

1.100

 

Baten-lastenagentschap Logius

4.075

0

0

0

0

0

0

                 

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

52.073

58.139

44.959

43.188

40.962

39.988

39.989

 

Opdrachten

7.270

2.218

4.824

4.775

4.741

4.579

4.579

 

Beheer e-overheidsvoorzieningen

3.630

0

2.606

2.557

2.523

2.361

2.361

 

Officiële publicaties en wettenbank

3.640

2.218

2.218

2.218

2.218

2.218

2.218

 

Bijdragen aan baten-lastenagentschappen

44.803

55.921

40.135

38.413

36.221

35.409

35.410

 

Baten-lastenagentschap BPR

7.393

10.512

5.446

5.446

5.433

5.434

5.435

 

Baten-lastenagentschap Logius

32.897

40.107

30.420

28.868

26.905

26.177

26.177

 

Baten-lastenagentschap Werkmaatschappij

4.513

5.302

4.269

4.099

3.883

3.798

3.798

                 

6.4

Burgerschap

6.324

5.596

5.036

4.786

4.786

4.786

4.786

 

Subsidies

5.533

5.132

4.286

4.286

4.286

4.286

4.286

 

Comité 4/5 mei

109

107

106

106

106

106

106

 

ProDemos

5.019

4.792

4.180

4.180

4.180

4.180

4.180

 

Programma burgerschap

405

233

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

791

464

750

500

500

500

500

 

Programma burgerschap

791

464

750

500

500

500

500

                 

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

32.718

18.806

18.100

17.675

16.406

15.897

15.897

 

Subsidies

40

10

0

0

0

0

0

 

Beleid GBA en reisdocumenten

40

10

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

20.581

6.394

6.065

4.520

3.251

2.759

2.759

 

Beleid GBA en reisdocumenten

5.840

2.128

2.128

1.908

1.908

1.908

1.908

 

Modernisering GBA

14.741

4.266

3.937

2.612

1.343

851

851

 

Bijdragen aan baten-lastenagentschappen

12.097

12.402

12.035

13.155

13.155

13.138

13.138

 

Baten-lastenagentschap BPR

12.097

12.402

12.035

13.155

13.155

13.138

13.138

                 

Ontvangsten:

17.480

4.588

0

0

0

0

0

D2 Budgetflexibiliteit

Opdrachten

Van de opdrachten is 74% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2014 zijn aangegaan.

Bijdragen aan baten-lastendiensten

De bijdragen aan baten-lastendiensten zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft verplichtingen die aangegaan zijn voor het beheren en doorontwikkelen van diverse voorzieningen, zoals DigiD, BSN, GBA, wettenbank.

Subsidies

De subsidies zijn 100% verplicht. Het gaat om subsidies aan ProDemos en comite 4/5 mei.

E Toelichting op de instrumenten

6.1 Verminderen regeldruk

Opdrachten

Vermindering regelruk en administratieve lasten

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan de vermindering van regeldruk en administratieve lasten voor burgers en professionals. De doelstelling is om de rijksbrede regeldruk voor bedrijven, burgers en professionals in de periode tot 2017 te verminderen met € 2,5 miljard. Dit is een rijksbrede opgave. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een coördinerende rol richting andere departementen om deze doelstelling voor wat betreft burgers en professionals te realiseren. Deze kwantitatieve doelstelling wordt gerealiseerd door het vereenvoudigen en afschaffen van overbodige regels, door de vermindering van toezichtlasten en door een merkbare vermindering van regeldruk in die domeinen waar er een stapeling is van wet- en regelgeving (zogenaamde «domeinaanpak»).

6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Opdrachten

(door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Onder het credo «de burger centraal, de kosten minimaal, de overheid digitaal» geeft het kabinet invulling aan de ambitie uit het Regeerakkoord om de digitale dienstverlening aan bedrijven en voor burgers te versterken. De Tweede Kamer is in 2013 geïnformeerd over de visie van het kabinet over beleidsontwikkelingen om tot een digitale overheid te komen (Kamerstukken II, 26 643 VII, nr. 280). In 2015 zal in dit kader uitvoering gegeven worden aan de Roadmap, zoals gemeld aan de Tweede Kamer. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Economische Zaken zullen als coördinerende departementen waar nodig (beleids)kaders en randvoorwaarden meegeven voor de invoering van de digitalisering. Tevens wordt de ontwikkeling van een hulpstructuur gefaciliteerd voor burgers die minder digivaardig zijn.

Met het Ministerie van Economische Zaken wordt samengewerkt aan de wettelijke basis van de e-overheid.

Het kabinet heeft in september 2013 (Kamerstukken II, 32 802 VII, nr. 5) besloten om openheid in te zetten om openbaar bestuur en publieke dienstverlening te verbeteren. In 2014 is gestart met de acties, zoals beschreven in het bijbehorende actieplan. Deze acties beslaan 2 jaar en in 2015 zal dat voortgezet worden. De initiatieven gaan onder andere over meer open (financiële) verantwoording afleggen en het geven van een impuls aan de open data-praktijk, onder andere middels het opgezette Leer- en expertisecentrum Open Overheid. In 2015 komt het accent bij open data te liggen op het gebruik van de data om zo ook de economische en maatschappelijke meerwaarde aan te tonen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt netwerkgericht samen ten behoeve van het op gang brengen van deze beweging met een aanzienlijk aantal andere overheden, uitvoeringsinstanties en maatschappelijke organisaties. Nederland heeft zich aangesloten bij het Open Government Partnership.

Een derde belangrijke pijler bij de (door)ontwikkeling van eOverheidsvoorzieningen betreft de (informatie)veiligheid. De verankering van het bestuurlijke en operationele besef van het belang van informatieveiligheid is onderdeel van de maatregelen die getroffen worden om de veiligheid en betrouwbaarheid van de vitale digitale infrastructuur te kunnen blijven waarborgen, zeker gezien de toename van (dreiging van) digitale aanvallen en inbraakpogingen op de voorzieningen binnen de digitale infrastructuur. Een belangrijk middel hierbij zijn de DigiDassessments, die in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgevoerd worden.

Aanpak fraudebestrijding

Het kabinet heeft in december 2013 de Tweede Kamer geïnformeerd over de rijksbrede aanpak van fraude. Daarbij wordt de nadruk gelegd op gemeenschappelijke aanpak over de grenzen van de departementen heen van het verschijnsel fraude. Door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt de komende jaren een extra inspanning gepleegd om er aan bij te dragen dat identiteitsproducten zoals DigiD, de basisregistratie personen en de identiteitsdocumenten (paspoort en Nederlandse Identiteitskaart) in de keten niet bijdragen aan het mogelijk plegen van fraude. Deze inspanningen vormen een aanvulling op de lopende activiteiten gericht op verdere verhoging van de kwaliteit van de basisregistratie personen en de andere identiteitsproducten. Dit wordt gerealiseerd door het mogelijk maken van adresonderzoeken en huisbezoeken door gemeenten, het verhogen van het aantal en de bruikbaarheid van de terugmeldingen door gebruikers van de gegevens, het terugdringen van het aantal zogenaamde «spookburgers», betere inzage voor burgers in de registratie en gebruik van hun gegevens en de deskundigheidsbevordering van de burgerzaken-ambtenaren.

6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

Opdrachten

Beheer e-overheidsvoorzieningen

Overheidsorganisaties maken steeds meer gebruik van de generieke voorzieningen van de infrastructuur van de e-overheid en daarmee zijn zij ook meer afhankelijk van de levering van verschillende e-overheidsvoorzieningen. Er is voor alle overheden een bruikbare, veilige en efficiënte generieke digitale infrastructuur nodig.

Net als voor de fysieke infrastructuur heeft de overheid de verantwoordelijkheid voor een continu beschikbare en veilige digitale infrastructuur van de overheid, waarvan burgers en bedrijven gebruik maken en die randvoorwaardelijk is voor het functioneren van de overheid en de maatschappij zelf.

Met de inwerkingtreding van de Wet Basisregistratie personen (Wet BRP) per 6 januari 2014 verstrekt BPR jaarlijks, namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een vergoeding aan de RNI-loketgemeenten voor de inschrijving van niet-ingezetenen.

Officiële publicaties en wettenbank

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor verschillende elektronische publicaties waaronder Wetten.nl en de Staatscourant alsmede voor de coördinatie van alle officiële publicaties. Dit betreft een wettelijke taak. De productie vindt plaats bij Sdu en het strategisch beheer wordt verricht door het baten-lastenagentschap UBR.

Bijdragen aan baten- en lastenagentschappen

Baten-lastenagentschap BPR

Baten-lastenagentschap BPR (Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten) ontvangt voor de beheervoorziening Burgerservicenummer een bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met de inwerkingtreding van de Wet Basisregistratie personen (Wet BRP) per 6 januari 2014 ontvangt BPR van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een bijdrage voor het beheer van de registratie niet-ingezetenen (RNI).

Baten-lastenagentschap Uitvoering Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

UBR ontvangt een bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het beheer van diverse elektronische publicaties op overheid.nl (Staatscourant, centrale en decentrale wettenbank, tuchtrecht, open data) en voor de standaard van metadata voor de overheid. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is tevens verantwoordelijk voor het publiek openbaar stellen van open data van de overheid. Dit gebeurt via de open data portal bij KOOP, onderdeel van UBR.

Baten-lastenagentschap Logius

Logius ontvangt een bijdrage welke aangewend wordt voor het beheer en exploitatie van essentiële e-overheidvoorzieningen, die onderdeel uitmaken van de GDI. Dit betreft onder andere DigiD en DigiD Machtigen (inclusief DigiD-buitenland), de stelselvoorzieningen Digikoppeling, Digimelding, Digilevering en Stelselcatalogus, Public Key Infrastructure voor de overheid (PKI overheid), webrichtlijnen, Samenwerkende Catalogi, Overheidsorganisaties, Overheid.nl en het ten uitvoer brengen van DDOS-maatregelen.

De meetbare gegevens zijn opgenomen in de bijlage baten- en lastenagentschappen van BPR en Logius (H XVIII).

6.4 Burgerschap

Subsidies

Comité 4/5 mei en ProDemos

Voor het bevorderen van burgerschap, democratie en rechtsstaat worden subsidies gegeven aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei en ProDemos. Beide stichtingen wenden de subsidie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan voor het bevorderen van kennis en debat over democratie en burgerschap.

Opdrachten

Doe-democratie (Programma burgerschap)

Burgerschap is van de samenleving. Voor de realisatie van «meer burger, minder overheid» is het noodzakelijk dat overheden en maatschappelijke instellingen meer ruimte geven aan maatschappelijk initiatief en daar beter bij aansluiten (Kamerstukken II, 33 400 VII, nr. 79).

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt in het kader van de transitie naar meer doe-democratie samen met tal van netwerken die zich middenin de samenleving inzetten voor maatschappelijke vernieuwing en sociaal ondernemerschap. Om het aansluitingsvermogen van overheden te vergroten, werkt het Ministerie tevens samen met de andere departementen, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het KwaliteitsInstituut Nederlandse Gemeenten (KING), de provincies en met netwerken van professionals zoals de Vereniging van Gemeentesecretarissen en van Raadsgriffiers.

6.5 Reisdocumenten en basisadministratie personen

Opdrachten

Beleid GBA en reisdocumenten

Voor burgers zijn reisdocumenten belangrijke documenten voor het vaststellen van hun identiteit en bevatten privacygevoelige gegevens. Belangrijk aandachtspunt in dit kader is het voorkomen van fraude. Dit krijgt vorm in het kader van de kabinetsvisie Identiteitsfraude «slim voorkomen, vlot herstellen» (Kamerstukken II, 2013–2014, nr. 26 643, 301). Daarnaast zet de Minister zich in om de administratieve lasten voor burgers op dit gebied te verlagen middels een tweetal proeftuinen rondom de aangifte van vermissingen en thuisbezorgen. Daarnaast wordt het in steeds meer (grens) gemeenten voor niet-ingezetenen mogelijk om een reisdocument aan te vragen.

In 2015 wordt verder gewerkt aan de kwaliteit van de PIVA bevolkingsadministraties in Caribisch Nederland. Wat betreft de beoogde overgang van de openbare lichamen naar onder andere de BRP, worden in 2015 de vervolgstappen bepaald voor de invoering van de nieuwbouw van de BRP.

Modernisering GBA (Operatie BRP)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opdrachtgever voor Operatie BRP. Doel is de realisatie van het 24 uur per dag online beschikbaar maken van actuele en betrouwbare persoonsgegevens voor geautoriseerde gebruikers. Dit levert een gestandaardiseerde en moderne uitwisseling van de persoonsgegevens op en een betere controle op de kwaliteit van de gegevens. Dit is vastgelegd in het bestuurlijk akkoord met de VNG op 5 maart 2009 (Kamerstukken II, 27 859 VII, nr. 17).

Bijdragen aan baten-lastenagentschap

Baten-lastenagentschap BPR

Aan het baten-lastenagentschap BPR wordt een bijdrage verstrekt voor het gebruik van de Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten door afnemers die onder het in 2008 afgesproken systeem van budgetfinanciering vallen en voor het beheer van de PIVA-V en de sédula.

Artikel 7. Arbeidszaken overheid

A Algemene doelstelling

Een (compacte) overheid met voldoende en goed gekwalificeerde, integere medewerkers en politieke ambtsdragers tegen verantwoorde kosten.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheids- en onderwijssectoren afspraken over de collectieve arbeidsvoorwaarden maken. Dit is vastgelegd in de Ambtenarenwet, de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers en de Wet privatisering ABP. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stimuleert de doorvertaling van kabinetsbeleid naar afspraken over arbeidsvoorwaarden in en tussen de sectoren. De Minister is tevens verantwoordelijk voor het arbeidsmarktbeleid in de publieke sector en werkt aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever, het vergroten van de participatie en het vergroten van de productiviteit.

De Minister wil een aantrekkelijke werkgever zijn en goede medewerkers aantrekken. De kwaliteit van de publieke sector valt of staat met de input en inzet van haar medewerkers, de bestuurders en ambtenaren, die binnen de publieke sector hun werk doen. Tegelijkertijd is het werken voor de overheid bijzonder, want de overheid heeft bijzondere taken. Dit vraagt om een bijzonder soort medewerkers, namelijk medewerkers die goed kunnen omgaan met de publieke taak en verantwoordelijkheid van de overheid. De publieke verantwoordelijkheid van de overheid vraagt om het tegengaan van excessieve beloningen in de publieke en semi-publieke sector. Bij goed werkgeverschap hoort het beschermen van het personeel. De Minister voert daarom de regie over de landelijke aanpak van agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak. De Minister creëert ook voorwaarden ter bescherming van klokkenluiders binnen de publieke sector en gaat excessieve beloningen in de publieke en semi-publieke sector tegen.

De Minister is uitvoeringsverantwoordelijk voor de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers, de pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen, de (her-)benoemingen en ontslagen van onder andere burgemeesters, commissarissen der Koning en leden van de Raad van State, het decoratiestelsel en voor de toekenning van Koninklijke onderscheidingen.

C Beleidswijzigingen

Ambtelijke rechtspositie

Het initiatiefvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren (Kamerstukken II, 32 550) is op 4 februari 2014 in de Tweede Kamer aanvaard. Door dit initiatiefwetsvoorstel wordt – conform het regeerakkoord (pagina 41) – het ontslagrecht van ambtenaren in overeenstemming gebracht met het ontslagrecht van werknemers buiten de overheid. Het wetsvoorstel is nu in behandeling bij de Eerste Kamer. Indien dit wetsvoorstel ook in de Eerste Kamer wordt aanvaard, duurt het ongeveer 2,5 jaar voor het initiatiefvoorstel daadwerkelijk in werking kan treden. Er zal de nodige aanpassings- en invoeringswetgeving tot stand moeten worden gebracht. Daarnaast moeten er nog veel meer implementatieactiviteiten worden verricht om een verantwoorde inwerkingtreding mogelijk te maken. Te denken valt aan:

  • het afsluiten van echte cao’s ter vervanging van de huidige rechtspositieregelingen;

  • communicatie en voorlichting, opleiding van personeelsfunctionarissen;

  • aanpassing van hrm-systemen;

  • voorbereiding op de stelselovergang door het UWV en de rechterlijke macht.

Vanwege het initiatiefvoorstel wordt het huidige stelsel waarbinnen collectieve arbeidsvoorwaarden in de publieke sector tot stand komen – het zogenaamde sectorenmodel – opnieuw bezien.

De overheid is een bijzondere werkgever. Dat heeft ook zijn weerslag op de mensen die er werken. Zij moeten hun werk integer, objectief en zonder persoonlijke voorkeur uitoefenen. Aan de Tweede Kamer is het ambtenarenstatuut toegezegd waarin de aspecten van het ambtelijk vakmanschap worden vastgelegd. Het opschrijven van kernwaarden is één ding, het gaat erom dat het in de praktijk wordt gebracht. Dat is een verantwoordelijkheid voor werkgevers en werknemers samen. Instrumenten zoals de ambtseed, het hrm-traject en opleidingsmodules spelen hierbij een rol.

Uitvoering WNT

Naast de intensiveringen op het vlak van het topinkomensbeleid, ter uitvoering van het regeerakkoord (zie de Kamerbrief ter zake van 10 juli 2013, Kamerstukken 30 111, nr. 64), geeft de Minister algemene voorlichting over de bestaande wet- en regelgeving inzake inkomens van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (WNT). Het Ministerie oefent daarnaast daadwerkelijk toezicht uit op de naleving van de WNT en treedt zo nodig ook handhavend op.

In 2014 is een gespecialiseerd bureau ingericht om de naleving van de WNT te versterken. Ten behoeve van de verbeterde uitvoering van de WNT wordt in 2015 bovendien de toerusting van instellingen die onder de wet vallen, verder verbeterd met heldere regelgeving en uitvoeringskaders. Ook accountants worden tijdig voor de jaarcontroles geïnformeerd en beter toegerust om hun controletaken in het kader van de uitvoering van de wet te vervullen. In 2015 zal met een verduidelijkt, juridisch verbeterd en aangescherpt normenkader beter kunnen worden opgetreden tegen overtredingen van de wet.

Appa

Een politieke ambtsdrager komt nu op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) voor een voortgezette uitkering van maximaal tien jaar in aanmerking. Dit is het geval als hij of zij gedurende een periode van twaalf jaar die direct aan het ontslag of aftreden voorafgaat ten minste tien jaar een politiek ambt als bedoeld in de Appa heeft bekleed. Bedoeling is de duur van de voortgezette uitkering terug te brengen tot een maximale duur van vijf jaar tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Daardoor komt ook de ingangsleeftijd voor de voortgezette uitkering op maximaal vijf jaar vóór de pensioengerechtigde leeftijd te liggen.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 7 Arbeidszaken overheid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen:

32.136

36.202

35.546

34.420

35.042

34.958

34.958

                 

Uitgaven:

40.146

36.202

35.546

34.420

35.042

34.958

34.958

 

Waarvan juridisch verplicht

   

94%

       
                 

7.1

Overheid als werkgever

14.099

11.764

12.460

10.498

10.295

10.278

10.278

 

Subsidies

9.534

5.894

7.192

5.737

5.657

5.657

5.657

 

Diverse subsidies

2.634

2.984

2.854

2.779

2.779

2.779

2.779

 

Programma Veilige Publieke Taak

1.175

1.065

860

80

0

0

0

 

Subsidies Overlegstelsel

5.541

1.660

3.295

2.695

2.695

2.695

2.695

 

Subsidies internationaal

184

185

183

183

183

183

183

 

Opdrachten

4.200

5.870

5.268

4.761

4.638

4.621

4.621

 

Arbeidsmarktbeleid

3.338

4.184

3.841

3.445

3.345

3.345

3.345

 

Programma Veilige Publieke Taak

102

300

200

80

0

0

0

 

Zorg voor politieke ambtsdragers

760

1.386

1.227

1.236

1.293

1.276

1.276

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

365

0

0

0

0

0

0

 

bijdrage aan de NOM

365

0

0

0

0

0

0

                 

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

26.047

24.438

23.086

23.922

24.747

24.680

24.680

 

Inkomensoverdracht

8.214

8.544

8.944

8.744

8.744

8.744

8.744

 

Pensioenen en uitkeringen Politieke ambtsdragers

8.214

8.544

8.944

8.744

8.744

8.744

8.744

 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

17.833

15.894

14.142

15.178

16.003

15.936

15.936

 

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen (SAIP)

17.833

15.894

14.142

15.178

16.003

15.936

15.936

                 

Ontvangsten:

1.769

1.465

820

820

820

820

820

D2 Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget is 97% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van tot en met 2014 aangegane verplichtingen op subsidieregelingen en incidentele subsidies.

Opdrachten

Van het beschikbare budget is 70% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van verplichtingen die tot en met 2014 zijn aangegaan.

Inkomensoverdracht

Van het beschikbare budget 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers.

Bijdragen ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de pensioenregelingen van (voormalige) Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

E Toelichting op de instrumenten

7.1 Overheid als werkgever

Subsidies

Diverse subsidies

Integriteit en professionalisering

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan de bevordering van integriteit en professionalisering binnen de overheid. In dat kader worden het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) en het Professionaliseringsfonds voor burgemeesters gesubsidieerd. BIOS richt zich op het versterken van het integriteitsbesef en het bevorderen van een evenwichtig en samenhangend integriteitsbeleid bij publieke organisaties door nationale en internationale kennisdeling en -uitwisseling. Dit krijgt vorm door het organiseren van integriteitsbijeenkomsten, het geven van presentaties, het ontwikkelen van instrumenten en leidraden en het faciliteren van diverse opleidingen en workshops.

Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters dat het Professionaliseringsfonds voor burgemeesters uitvoert, ontvangt jaarlijks een bijdrage voor diverse activiteiten ten behoeve van de verdere professionalisering van de uitoefening van de burgemeestersfunctie. Een deel van de bijdrage is afkomstig uit de arbeidsvoorwaardenruimte voor burgemeesters.

Arbeidsmarktbeleid

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevordert modern en goed werkgeverschap binnen de publieke sector. Voor het openbaar bestuur (rijk, gemeenten, provincies, waterschappen) vervult het Ministerie hierin een verbindende rol: met de afzonderlijke sectoren wordt bezien waar gemeenschappelijk optrekken meerwaarde biedt.

Programma Veilige Publieke Taak

Publieke taken moeten goed en veilig uitgevoerd kunnen worden. Een goede werkgever treft maatregelen om veilig werken mogelijk te maken. Het programma Veilige Publieke Taak draagt hieraan bij door enerzijds de preventie van agressie en geweld en anderzijds het versterken van de bestuurlijke regierol van gemeenten. Het expertisecentrum Veilige Publieke Taak levert diensten en instrumenten aan werkgevers en werknemers met een publieke taak, om hen te ondersteunen in hun aanpak van agressie en geweld.

Subsidies overlegstelsel

Door het subsidiëren van de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen (SVO), het Verbond Sector-werkgevers Overheid (VSO) en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel wordt bijgedragen aan het in stand houden van een adequaat overlegstelsel inzake arbeidsmarktbeleid.

Subsidies internationaal

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt onder andere een subsidie aan het European Institute of Public Administration, die wordt aangewend ter bevordering van de vaardigheden van overheidsfunctionarissen bij het afhandelen van zaken van de Europese Unie.

Opdrachten

Arbeidsmarktbeleid

De Minister heeft op het gebied van arbeidsmarktbeleid een regisserende rol met een formele basis. Een excellente kennispositie is noodzakelijk voor het vergroten van de gezaghebbendheid om zo effectieve beleidsinterventies te plegen. Essentiële informatie is bijvoorbeeld: «wie werken er in de publieke sector» en «wat vinden zij». De Minister ondersteunt hiermee werkgevers en werknemers in het voeren van een toekomstbestendig arbeidsmarktbeleid.

De Minister werkt aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever, het vergroten van de participatie en het vergroten van de productiviteit. Mobiliteit is een belangrijk thema, en er wordt bezien of belemmeringen voor mobiliteit kunnen worden opgelost.

De kennisbasis wordt ook gebruikt voor het uitwerken van scenario’s van de toekomst van het overlegstelsel. Actuele ontwikkelingen, zoals de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren, vragen om een heldere en gedragen visie op de totstandkoming van arbeidsvoorwaarden in de toekomst. Ook de arbeidsvoorwaarden van bestuurders worden toekomstbestendig ingevuld. Aan de topinkomens van de publieke sector is een maximum verbonden. De informatie over de topinkomens in de publieke sector wordt verzameld en gerapporteerd aan de Kamer.

De normalisering van de rechtspositie van ambtenaren heeft impact op het arbeidsmarktbeleid in de publieke sector. Met name van werkgevers wordt inspanning verwacht voor de implementatie.

Aan de Tweede Kamer is toegezegd een statuut te maken waarin de aspecten van het ambtelijk vakmanschap worden vastgelegd. De Minister legt daartoe samen met werkgevers en werknemers de gemeenschappelijke kernwaarden vast van vakmanschap in de publieke sector.

Programma Veilige Publieke Taak

Publieke taken moeten goed en veilig uitgevoerd kunnen worden. Een goede werkgever treft maatregelen om veilig werken mogelijk te maken. Het programma Veilige Publieke Taak draagt hieraan bij door enerzijds de preventie van agressie en geweld en anderzijds het versterken van de bestuurlijke regierol van gemeenten. Meer dan voorheen zal het accent liggen op de implementatie en borging van de aanpak op landelijk, regionaal en lokaal niveau en de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever.

Zorg voor politieke ambtsdragers

De kwaliteit van het openbaar bestuur is onlosmakelijk verbonden met de kwaliteit van de functievervulling door politieke ambtsdragers. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties faciliteert de hiervoor benodigde activiteiten onder andere op het gebied van de professionalisering.

Tabel 7.1 Overheid als werkgever
 

Waarde 2008

Waarde 2009

Waarde 2010

Waarde 2011

Waarde 2012

Waarde 2013

Waarde 2014

1. Jaarlijkse afwijking in loonontwikkeling overheid t.o.v. de markt.

0,10%

0,00%

0,40%

– 1,40%

– 0,90%

– 1,00%

– 1,05%

2. Percentage af te dragen pensioenpremies ten opzichte van de bruto loonsom.

21,1%

21,6%

21,4%

22,0%

23,5%

25,0%

22,0%

3. Gemiddelde uitstroomleeftijd naar pensioen

61,7

62,3

62,6

63,0

63,2

63,3

1

Bronnen:

– voor de indicator 1 CPB (bewerking BZK);

– voor indicatoren 2 en 3 ABP (bewerking BZK).

X Noot
1

Bij het opleveren van de begroting was dit cijfer niet bekend.

Een belangrijk uitgangspunt voor de beleidsinspanning binnen dit begrotingsartikel is – binnen de budgettaire mogelijkeden – de gelijkwaardigheid van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling in de marktsectoren en bij de overheid. Omdat er de afgelopen jaren sprake is geweest van een nullijn voor de overheidssectoren is in die jaren de jaarlijkse afwijking in contractloonontwikkeling tussen markt en overheid negatief geweest.

Op het gebied van pensioenen worden de komende jaren aanzienlijke veranderingen doorgevoerd. Onder andere betreft dit de versobering van de pensioenopbouw (versobering Witteveenkader) en de doorvoering van het nieuw financieel toezichtskader (nFTK). De als tweede genoemde indicator, het percentage af te dragen pensioenpremies ten opzichte van het bruto loon, laat zien dat na jaren van stijgende pensioenpremies er in 2014 een daling optreedt als gevolg van voor dat jaar voor de ABP-regeling afgesproken versobering van de pensioenopbouw. De versobering van de pensioenopbouw hangt samen met het door het kabinet wenselijk geachte langer doorwerken van ondere andere overheidswerknemers. De derde indicator, gemiddelde uitstroomleeftijd naar pensioen, laat zien dat overheidswerkenemers gemiddeld inderdaad later met pensioen gaan.

7.2 Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

Inkomensoverdracht

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

Uit deze middelen worden de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers gefinancierd.

Bijdragen aan ZBO’s / RWT’s

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen (SAIP)

Dit betreft de pensioenregelingen van (voormalige) Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen de gelden de Garantiewet Surinaamse Pensioenen van de SAIP. BZK verrekent jaarlijks een deel van dit bedrag met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

4. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 11. Centraal apparaat

11.1 Apparaatsuitgaven kerndepartement

Op dit artikel worden naast alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement ook de apparaatsuitgaven van de AIVD (zie artikel 2) en de baten-lasten agentschappen gepresenteerd. Aanvullend wordt de taakstelling op de apparaatsbudgetten nader onderverdeeld naar het kerndepartement, de batenlasten-agentschappen en de Zelfstandige Bestuursorganen.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 11 Centraal apparaat

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen:

270.261

271.207

253.792

241.221

226.989

220.640

218.401

                 

Uitgaven:

272.083

270.553

252.326

241.221

226.989

220.640

218.401

                 

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

272.083

270.553

252.326

241.221

226.989

220.640

218.401

 

Personele uitgaven

150.878

155.431

135.145

127.857

118.122

114.397

108.190

 

Eigen personeel

141.399

144.354

126.622

120.219

111.658

108.483

102.099

 

Externe inhuur

4.396

6.968

5.633

4.996

4.099

3.597

3.774

 

Overig personeel

0

4.109

2.890

2.642

2.365

2.317

2.317

 

Materiële uitgaven

121.205

115.122

117.181

113.364

108.867

106.243

110.211

 

Bijdrage SSO P-direkt

0

0

64.937

63.342

62.007

60.480

59.229

 

Bijdrage SSO`s

80.022

79.024

35.619

33.973

32.026

31.305

31.317

 

ICT

298

2.900

0

0

0

0

0

 

Overig materieel

0

33.198

16.625

16.049

14.834

14.458

19.665

                 

Ontvangsten:

91.404

85.452

6.054

6.024

5.996

5.955

5.921

In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement opgenomen, inclusief de Kiesraad. De reeks is exclusief de apparaatsuitgaven van de AIVD. Deze zijn vanwege het specifieke karakter begroot op het beleidsartikel 2. Op de apparaatsuitgaven is als gevolg van de verwerking van de taakstellingen vanaf 2015 een sterke daling te zien. Deze neerwaartse beweging weerspiegelt de voortgaande afslanking van het kerndepartement.

De uitgaven voor materieel dalen net als de uitgaven voor personeel als gevolg van taakstellingen.

In het kader van het programma Herinrichting Governance Bedrijfsvoering worden voorstellen uitgewerkt voor een effectieve aansturing van de SSO’s. Een van de voorstellen is om vanaf 2015 de dienstverlening door P-Direkt centraal te bekostigen. Het centrale opdrachtgeverschap, inclusief budget, wordt belegd bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

11.2 Totaal overzicht Apparaatsuitgaven en -kosten BZK

De apparaatskosten van Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties bestaan uit de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de AIVD en negen baten- en lasten agentschappen. In tabel 11.2 staan de structurele apparaatsuitgaven van het kerndepartement en de AIVD aangegeven.

Tabel 11.2 Totaal apparaatsuitgaven ministerie

(x € 1.000)

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal apparaatsuitgaven ministerie BZK

457.841

459.101

455.970

432.278

407.259

401.284

399.045

Kerndepartement

272.083

270.553

252.326

241.221

226.989

220.640

218.401

AIVD

185.758

188.548

203.644

191.057

180.270

180.644

180.644

Tabel 11.3 geeft een overzicht van de apparaatskosten van de baten-lasten agentschappen, de Zelfstandige BestuursOrganen (ZBO’s) en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s).

Tabel 11.3 Totaal apparaatskosten agentschappen en ZBO’s/RWT’s

(x € 1.000)

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal apparaatskosten BLA's

658.198

722.947

724.322

720.483

709.681

697.049

660.653

Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten

93.226

98.951

97.448

107.138

106.201

94.871

62.477

Logius

96.650

92.864

101.057

98.076

95.339

96.656

99.755

P-Direkt

56.524

58.145

58.088

56.626

55.434

54.053

52.960

UBR (voorheen De Werkmaatschappij)

106.761

106.805

107.626

107.810

107.997

108.437

108.474

FMHaaglanden

111.887

104.343

108.135

108.186

106.337

106.388

106.438

SSC-ICT 1

90.668

157.788

149.000

143.000

143.000

143.000

143.000

Rijksgebouwendienst

68.531

70.916

70.981

70.389

68.104

67.215

61.119

Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf

20.852

21.949

21.663

20.621

19.337

18.878

18.878

Dienst van de Huurcommissie

13.099

11.186

10.324

8.637

7.932

7.551

7.552

               

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's 2

694

771

         

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen 3

694

771

         
X Noot
1

GDI is per 1 januari overgekomen en geïntegreerd bij de stand van SSC-ICT.

X Noot
2

De apparaatskosten van de ZBO’s Kiesraad en Huurcommissie zijn niet opgenomen, omdat ze worden bekostigd vanuit het secreatriaat van de Kiesraad (artikel 1) en baten-lastendienst Dienst van de Huurcommissie.

X Noot
3

De apparaatskosten zijn alleen voor 2013 en 2014 opgenomen omdat over verdere jaren de informatie ontbreekt.

Om de Tweede Kamer inzicht te bieden in de apparaatsuitgaven per beleidsterrein wordt in tabel 11.4 weergegeven wat de apparaatsuitgaven zijn per onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Tabel 11.4 Apparaatsuitgaven per beleidsonderdeel (x 1 000 euro)

Directoraat-Generaal

2015

Beleidsartikelen

Totaal apparaat

252.326

 

Kiesraad

1.477

1

Bestuur en Koninkrijksrelaties

29.303

1, 6 en 7

Dienst concernstaf en bedrijfsvoering

82.388

Niet-beleidsartikel 11

     

Wonen en Bouwen

23.683

1, 2 (H18)

Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk

88.957

3 (H18)

Bureau Algemene Bestuursdienst (inclusief Top Management Groep (TMG) van het Rijk

25.839

3 (H18)

Rijksvastgoedbedrijf

729

6 (H18)

11.3 Invulling departementale taakstelling

De totale opgave voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (begrotingshoofdstukken IV, VII en XVIII) loopt op tot ruim € 64 mln. structureel vanaf 2018. De taakstelling is als volgt verdeeld.

Tabel 11.5 Totaal overzicht taakstelling BZK (HIV, HVII en HXVIII)

(x € 1.000)

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling (Totaal)

23.582

53.110

64.563

64.563

         

Kerndepartement 1

17.634

39.556

47.037

47.037

         

Baten-lastenagentschappen

       

AGNL (opdrachtgever BZK)

   

1.000

1.000

Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten

984

2.235

2.727

2.727

Dienst van de Huurcommissie

427

970

1.183

1.183

FMHaaglanden

333

759

926

926

Logius

1.456

3.305

4.033

4.033

P-Direkt

67

153

186

186

SSC-ICT

427

973

1.187

1.187

Rijksgebouwendienst

688

1.604

1.950

1.950

Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf

980

2.223

2.710

2.710

UBR (voorheen De Werkmaatschappij)

586

1.332

1.624

1.624

Totaal Agentschappen

5.948

13.554

17.526

17.526

         

ZBO's 2

       

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

0

0

0

0

Totaal ZBO's

0

0

0

0

X Noot
1

De taakstelling ZBO Kiesraad is opgenomen bij het kerndepartement, omdat de kiesraad wordt bekostigd vanuit het secretariaat van de Kiesraad (artikel 1). Daarnaast maakt ook de generieke taakstelling AIVD onderdeel uit van de taakstelling kerndepartement.

X Noot
2

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen is overgekomen naar het kerndepartement. Dit resulteert in een neerwaartse bijstelling van de ZBO bijdrage en een verhoging van de departementale taakstelling.

Een deel van de taakstelling op het kerndepartement betreft Koninkrijksrelaties (€ 1,2 mln.) en de invulling van dit deel van de taakstelling is in begrotingshoofdstuk IV opgenomen.

De invulling van de taakstelling wordt op het ogenblik uitgewerkt langs de lijnen zoals verwoord in de begroting van 2014.

  • De taakstelling op het kerndepartement wordt naast continuering van de efficiencykorting van 1,5% per jaar in de jaren 2016,2017 en 2018 ingevuld met onder andere de resultaten van het programma’s Complacte Rijksdienst en Governance en sourcing van de bedrijfsvoering en door verlaging van de loonkosten en kosten voor externe inhuur en inbesteding.

  • De taakstelling van de baten-lastenagenstchappen is ingeboekt op de budgetten van de opdrachtgevers (bij het betreffende DG). De invulling vindt plaast in de driehoek van eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer.

  • De taakstelling op de huisvesting is ingeboekt bij de budgetten van de opdrachtgevers en is onderdeel van de Rijksbrede taakstelling op huisvesting. Onder regie van de Rgd wordt in overleg met alle departementen, deze taakstelling ingevuld.

Artikel 12. Algemeen

Beleidsartikel 12 Algemeen

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen:

331

119.842

1.304

4.017

4.045

4.045

4.017

                 

Uitgaven:

2.870

120.556

3.689

4.031

4.017

4.017

4.017

                 

12.1

Algemeen

627

119.856

1.510

1.496

1.482

1.482

1.482

 

Subsidies

334

427

373

373

373

373

373

 

Diverse subsidies

155

250

200

200

200

200

200

 

Koninklijk Paleis Amsterdam

179

177

173

173

173

173

173

 

Opdrachten

293

1.047

1.137

1.123

1.109

1.109

1.109

 

Internationale Samenwerking

0

374

374

360

346

346

346

 

Opdrachten

293

673

763

763

763

763

763

 

Bijdragen aan baten-lastenagentschappen

0

118.382

0

0

0

0

0

 

Apparaatsgeld bestemd voor Egalisatievordering Rijk IenM

0

25.003

0

0

0

0

0

 

Apparaatsgeld bestemd voor Egalisatievordering Rijk BZK

0

11.329

0

0

0

0

0

 

Apparaatsgeld bestemd voor Egalisatievordering Rijk FIN

0

41.441

0

0

0

0

0

 

Apparaatsgeld bestemd voor Egalisatievordering Rijk SZW

0

498

0

0

0

0

0

 

Apparaatsgeld bestemd voor Egalisatievordering Rijk VWS

0

426

0

0

0

0

0

 

Apparaatsgeld bestemd voor Egalisatievordering Rijk VenJ

0

39.685

0

0

0

0

0

                 

12.2

Verzameluitkeringen

2.243

700

2.179

2.535

2.535

2.535

2.535

 

Bijdragen aan medeoverheden

2.243

700

0

0

0

0

0

 

IPSV en impulsbudget

2.243

700

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

2.179

2.535

2.535

2.535

2.535

 

IPSV en impulsbudget

0

0

2.179

2.535

2.535

2.535

2.535

12.1 Algemeen

Subsidies

Diverse subsidies

In navolging van het besluit van het presidium van de Tweede Kamer om een subsidie te verstrekken aan de Stichting Parlementaire Geschiedenis, stelt BZK een aanvullende subsidie beschikbaar voor exploitatie van het Centrum Parlementaire Geschiedenis (CPG).

Koninklijk Paleis Amsterdam

Jaarlijkse subsidie ten behoeve van het onderhoud van het Koninklijk Paleis.

Opdrachten

Internationale Samenwerking en opdrachten

Het budget wordt aangewend voor kennis, onderzoek en internationale zaken. Het gaat om strategisch, beleidsondersteunend en evaluatief onderzoek dat raakvlakken heeft met meerdere beleidsterreinen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De vier kerntaken hierbij zijn:

  • strategisch onderzoek en advies;

  • guidance en coördinatie van onderzoek bij de decentrale eenheden;

  • kennismanagement;

  • ontwikkelen sturingsinformatie.

Verder zijn hier de budgetten opgenomen voor het onderhouden en uitbreiden van internationale relaties op de beleidsterreinen van het Ministerie. Het betreffen de uitgaven voor:

  • het coördineren en voorbereiden van Europese besluitvorming op de beleidsterreinen van het Ministerie;

  • gevolg geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen;

  • het opstellen en (mede) implementeren van besluiten, programma’s en projecten in het kader van in het bijzonder de samenwerking binnen de Europese Unie;

  • Voorbereiding en coördinatie EU-voorzitterschap 2016.

Bijdrage aan baten-lastenagentschappen

Apparaatsgeld bestemd voor Egalisatievordering

Het kabinet heeft besloten tot een nieuwe vormgeving van het Rijkshuisvestingsstelsel per 1-1-2016 (Kamerstukken II, 2011–2012, 31 490 nr. 75). Onderdeel van dit nieuwe Rijkshuisvestingstelsel is bijvoorbeeld een vaste gebruikersvergoeding voor departementen per m2 en het voorkomen van leegstand door centrale sturing. De een-op-een relatie uit het oude huisvestingstelsel tussen de (huur)prijs van het pand en het behuizen van een pand wordt met het nieuwe Rijkshuisvestingsstelsel losgelaten, waardoor de huidige huurcontracten voortijdig worden opengebroken. Gedurende de looptijd van het huurcontract heeft de Rijksgebouwendienst (RGD) een vordering op de balans (zogenaamde egalisatievordering). Deze werd in de loop der tijd afgelost door het departement. Doordat de huurcontracten voortijdig moeten worden opengebroken vanwege de overgang naar het nieuwe huisvestingsstelsel, dienen departementen deze egalisatievordering voortijdig af te lossen.

12.2 Verzameluitkeringen

Bijdragen aan medeoverheden

IPSV en impulsbudget

De verzameluitkering kent zijn wettelijke grondslag in de Financiële verhoudingswet en keert uit aan de decentrale overheden. Aanleiding voor de invoering van de verzameluitkering is de behoefte aan een wijze van middelenverstrekking aan de medeoverheden die ruimte biedt voor lokaal maatwerk en onnodige administratieve lasten voorkomt. Dit te meer gezien de geringe omvang van de middelen.

De in de tabel opgenomen reeks betreft de uitfinanciering van in het verleden aangegane verplichtingen om een impuls te geven aan de stedelijke vernieuwing, ondermeer in de vorm van innovatieve projecten.

Artikel 13. Nominaal en onvoorzien

Beleidsartikel 13 Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen:

0

1.580

10.554

8.529

2.189

463

553

                 

Uitgaven:

0

1.580

10.554

8.529

2.189

463

553

                 

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

 

Algemeen

0

0

0

0

0

0

0

 

Apparaat

0

0

0

0

0

0

0

                 

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

 

Algemeen

0

0

0

0

0

0

0

 

Apparaat

0

0

0

0

0

0

0

                 

13.3

Onvoorzien

0

1.580

10.554

8.529

2.189

463

553

 

Algemeen

0

1.580

10.554

8.529

2.189

463

553

 

Apparaat

0

1.580

10.554

8.529

2.189

463

553

13.3 Onvoorzien

Algemeen

Apparaat

Deze middelen worden op een later moment toegekend aan de relevante beleidsartikelen. De toename van het budget in 2015 en 2016 wordt deels verklaard door de overheveling van het resterende deel aan loon- en de prijsbijstelling naar Onvoorzien.

Artikel 14. VUT-fonds

In de zomer van 2005 hebben de sociale partners bij de overheid een akkoord gesloten over VUT/prepensioen/levensloop (VPL). Een belangrijke afspraak uit dit akkoord vormde het gegeven dat de toekomstige premie van het VUT-fonds zoveel mogelijk stabiel zou moeten blijven. Hierdoor ontstond een liquiditeitsbehoefte bij het fonds voor de periode van de looptijd van het fonds. Hiervoor is een leenovereenkomst tussen de Staat en het fonds gesloten die voor het laatst is herzien in 2009. De overeenkomst bevat een leningplafond van maximaal € 1,8 mld. Het fonds kan op ieder gewenst moment een beroep doen op uitbetaling van een tranche van deze lening. Daarnaast is zij bevoegd een tranche geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen. Deze werkwijze stelt het fonds in staat in te spelen op actuele liquiditeitsbehoeften. In 2016 dient VUT volledig terugbetaald te zijn. In onderstaande tabel zijn de huidige ramingen opgenomen.

Beleidsartikel 14 VUT-fonds

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen:

140.000

0

0

0

0

0

0

                 

Uitgaven:

140.000

0

0

0

0

0

0

                 

14.1

VUT-fonds

140.000

0

0

0

0

0

0

 

Algemeen

140.000

0

0

0

0

0

0

 

Algemeen

140.000

0

0

0

0

0

0

                 

Ontvangsten:

18.816

275.500

715.800

51.000

0

0

0

5. DE BATEN-LASTENAGENTSCHAPPEN

5.1 Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR)

Inleiding

BPR beheert de stelsels van de identiteitsgegevens en zorgt daarmee voor een betrouwbare levering van persoonsgegevens en reisdocumenten.

BPR is verantwoordelijk voor de volgende stelsels:

  • de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP);

  • de beheervoorziening burgerservicenummer (BV-BSN);

  • het systeem van aanvraag, productie en distributie van reisdocumenten;

  • de persoonsinformatievoorziening van het Caribisch gebied (PIVA);

  • het Register Niet Ingezetenen (RNI) met ingang van eind 2013.

Verder beheert BPR de volgende registers:

  • het register Paspoortsignalering (RPS),

  • het Basisregister Reisdocumenten (BRR) en

  • het Verificatieregister Reisdocumenten (VR).

Begin 2014 is een geheel vernieuwde technische infrastructuur in gebruik genomen bij het Rijksdatacenter (ODC Noord) met als doel te komen tot een generieke infrastructuur waarbij housing, hosting en technisch beheer voor alle stelselsystemen op eenduidige wijze ingericht wordt. Met deze vernieuwde infrastructuur is BPR ook in de toekomst in staat op een zeer hoog niveau van informatiebeveiliging, performance en schaalbaarheid diensten te leveren. In 2014 is er een hernieuwde sourcingsstrategie opgesteld, eind 2014 zullen diverse (applicatie) contracten opnieuw worden aanbesteed en in 2015 worden geïmplementeerd.

BRP

Op 6 januari 2014 is de Wet Basisregistratie Personen (Wet BRP) in werking getreden. De Wet BRP vervangt de Wet Gemeentelijke Basisadministratie (Wet GBA), waardoor het GBA-stelsel opgevolgd wordt door het BRP-stelsel. Deze overgang betekent niet dat alle onderdelen van het GBA-stelsel vanaf dat moment vervangen zijn. De invoering vindt gefaseerd plaats. Direct met de inwerkingtreding van de Wet BRP zijn de loketten van de Registratie niet-ingezetenen (RNI) geopend.

Onderstaand de speerpunten van de BPR werkzaamheden in het kader van de BRP.

  • De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de Registratie niet-ingezetenen. Het beheer van de RNI is in 2014 ondergebracht bij BPR. Voor de benodigde uitvoeringskosten van de RNI zal door de opdrachtgever gezocht worden naar meerjarige financieringsmogelijkheden. De registratie van niet-ingezetenen is één van de basisregistraties en vormt samen met de registratie van ingezetenen de Basis Registratie Personen (BRP) en is daarmee een kernproduct uit de BPR-productportfolio.

  • BPR participeert met kennis en expertise en levert daarnaast ondersteuning bij de voorbereiding op de implementatie en integratie van het Programma Operatie BRP. Met de komst van het Operatie BRP vinden er aanpassingen van het systeemlandschap plaats waaronder het uitfaseren van bestaande systemen en moeten er voorbereidingen getroffen worden voor de overname van de beheertaken. Door de opdrachtgever (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) is BPR aangewezen als beoogd beheerder van de BRP.

  • In 2015 voorziet BPR een transitie van verschillende applicaties en zal gestart worden met het uitfaseren van aanpalende systemen.

  • In 2014 is de kwaliteitsmonitor BRP in gebruik genomen. Het betreft een jaarlijkse kwaliteitsmeting die deels uit een zelfevaluatie en deels uit een bestandscontrole bestaat. Ook in 2015 dienen alle gemeenten deze kwaliteitsmeting onder toezicht van BPR uit te voeren.

Reisdocumenten

Het Nederlandse paspoort en de Nederlandse identiteitskaart (NIK) heeft met ingang van maart 2014 een geldigheidsduur van 10 jaar indien de aanvrager 18 jaar of ouder is. De financiële consequenties van dit besluit zijn in kaart gebracht. Met het Ministerie van Financiën is overeenstemming over het opstellen van een egalisatierekening ter opbouw van een reserve voor de jaren waarin de aanvragen reisdocumenten sterk zullen teruglopen.

  • De taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot het toezicht op het aanvraag- en uitgifte proces en de productie van het paspoort en de NIK zullen onder verantwoordelijkheid van BPR worden uitgevoerd. In 2015 start de aanbesteding van de biometrische aanvraagstations en wordt een begin gemaakt met de nieuwe infrastructuur voor reisdocumenten. Gemeenten zijn verplicht een jaarlijkse kwaliteitsmeting voor hun reisdocumententaak uit te voeren. Daar waar gemeenten beneden de gestelde norm scoren oefent BPR een verscherpt toezicht uit.

  • Het project Check ID- Stop ID zal in 2015 bijdragen aan de fraudebestrijding van reisdocumenten door het, door de burger, sneller als vermist of gestolen kunnen opgeven van het reisdocument (StopID) en ook het online kunnen controleren of een reisdocument in omloop mag zijn (CheckID).

Caribisch gebied

Ter voorbereiding van de beoogde overgang van het Caribisch gebied van PIVA naar BRP wordt een kwaliteitsverbeteringsprogramma uitgevoerd. Er wordt aandacht geschonken aan de bestuurlijke verankering, organisatorische-, technische- en kwalitatieve verbeteringen. Tevens wordt in 2014 gezamenlijk gewerkt aan de verdere kwaliteitsverbetering van de bevolkingsadministratie. Doel is om meer rijksdiensten op PIVA-V aan te sluiten.

Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI)

Het CMI begeleidt slachtoffers van identiteitsfraude. Tevens begeleidt het CMI burgers met fouten in hun persoonsgegevens. Het aantal meldingen neemt jaarlijks gestaag toe. Er is een plan opgesteld voor doorontwikkeling van het Meldpunt. In 2015 zal een keuze gemaakt worden over de toekomst van het Meldpunt. Het CMI is tot eind 2015 bij BPR ondergebracht.

BPR vervult een centrale rol in de Hervormingsagenda Rijkdienst. Hierbij wordt samengewerkt met betrokken overheidsinstanties en koepelorganisaties. Daarnaast functioneert BPR als de uitvraag organisatie voor de identiteitsinfrastructuur.

Staat van baten en lasten

Baten-lastenagentschap BPR
Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2015 (Bedragen x € 1.000)
 

2013 Stand Slotwet

2014 Vastgestelde begroting

2015

2016

2017

2018

2019

Baten

             

Omzet moederdepartement

19.468

25.121

17.731

17.482

17.469

17.557

17.454

Omzet overige departementen

0

0

0

0

0

0

0

Omzet derden

79.456

75.334

82.843

90.303

89.831

78.245

38.462

Rentebaten

41

50

50

50

50

50

50

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

98.965

100.505

100.624

107.835

107.350

95.852

55.966

               

Lasten

             

Apparaatskosten

93.226

97.455

97.448

104.571

103.630

92.283

52.846

– personele kosten

9.419

11.980

12.493

12.746

13.005

13.269

13.538

– waarvan eigen personeel

6.525

9.280

9.273

9.461

9.653

9.849

10.049

– waarvan externe inhuur

2.894

2.563

3.220

3.284

3.351

3.419

3.489

– materiële kosten

83.807

85.475

84.955

91.825

90.625

79.014

39.308

– waarvan apparaat ICT

134

0

150

150

150

150

150

– waarvan bijdrage SSO's

131

0

150

150

150

150

150

Rentelasten

1

450

376

264

120

120

120

Afschrijvingskosten

322

2.600

2.800

3.000

3.600

3.450

3.000

– materieel

322

2.600

2.800

3.000

3.600

3.450

3.000

– waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

– immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

– dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

– bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

93.549

100.505

100.624

107.835

107.350

95.852

55.966

               

Saldo van baten en lasten

5.416

0

0

0

0

0

0

De kosten voor het beheren van de BRP worden doorberekend aan de gebruikers door middel van een kostendekkend tarief in de vorm van een abonnementsprijs. In het kader van financiering basisregistraties 2016 zal deze financieringsmethodiek mogelijk worden aangepast. In het programma van stelsel basisregistraties (PSB) wordt namelijk gesproken over een rijksbrede financiering van alle basisregistraties. De kosten voor het beheren van de reisdocumentenketen, innovatie, investering en de kosten van de productie en distributie worden gedekt uit het tarief dat BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties. De overige opdrachten worden betaald door de opdrachtgever, namelijk het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Toelichting op baten en lasten

Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van BPR is een kostendekkende exploitatie.

Voor het jaar 2015 zijn de lasten van de voorzieningen die in beheer zijn bij BZK gelijk gemaakt aan de beschikbare begroting. Als gevolg hiervan wordt een rem gezet op zowel het beheer en de doorontwikkeling van de huidige voorzieningen (RNI, CNL), als nieuwe ontwikkelingen.

De baten en lasten bedragen in 2015 € 101 mln. Het grootste gedeelte van de lasten (€ 85 mln.) betreft de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten, het in stand houden van het BRP-netwerk, het beheer van de centrale verstrekkingvoorziening van de BRP (GBA-V) en de beheervoorziening BSN, RNI, CMI, PIVA-V en Sedula. De personele lasten bedragen zo’n € 12 mln. in 2015. Hierin is rekening gehouden met de rijksbrede doelmatigheidskorting van 1,5%, de additionele taakstelling van € 0,1 mln. De taakstelling Rutte-II zal door de opdrachtgevers worden ingevuld en is meegenomen in de cijfers. Voor de uitvoering van de taken maakt BPR gebruik van geautomatiseerde systemen die werken op een technische infrastructuur. De technische infrastructuur en het beheer daarvan zijn vervangen en uitgebreid. Hiermee sluit BPR aan op de doelstellingen van de compacte rijksdienst en de informatiestrategie (I-strategie). Op de materiële activa wordt in 2015 € 2,8 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op de investering van de vernieuwde BPR-infrastructuur.

De omzet van het moederdepartement (€ 17,7 mln.) bestaat uit:

  • de abonnementen voor het gebruik van de BRP door de afnemers die met ingang van 1 januari 2008 onder de budgetfinanciering vallen (€ 11 mln.);

  • de bijdrage in de kosten van de BV-BSN (€ 2,6 mln.);

  • de bijdrage in de kosten voor de voorziening PIVA-V en Sedula (€ 0,9 mln.);

  • de bijdrage voor het beheer van de RNI (€ 2,9 mln.);

  • de bijdrage CMI (€ 0,25 mln.).

De omzet van derden (€ 83 mln. In 2015) bestaat voornamelijk uit:

  • de opbrengsten van de afnemers van de BRP die niet onder budgetfinanciering vallen (€ 7 mln.);

  • de leges voor de reisdocumenten die de uitgevende instanties aan BPR afdragen (€ 76 mln.).

Om te voorkomen dat er grote fluctuaties in de kostprijs van reisdocumenten ontstaan als gevolg van de invoering van de 10-jarige geldigheid, maakt BPR gebruik van een egalisatierekening. Dit maakt realisatie van kostendekkendheid over 10 jaar mogelijk. Het vullen van deze rekening vindt plaats in de jaren voor 2019. Hierdoor kunnen vanaf 2019 de baten vanuit de egalisatierekening worden aangevuld. Dit betreft voor 2019 € 15,9 mln.

Kasstroomoverzicht

Baten-lastenagentschap BPR
Kasstroomoverzicht over het jaar 2015 (Bedragen x € 1.000)
   

2013 Stand Slotwet

2014 Vastgestelde begroting

2015

2016

2017

2018

2019

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2015 + depositorekeningen

45.710

30.047

30.447

30.447

30.447

30.447

30.447

2.

Totaal operationele kasstroom

– 2.765

4.000

2.800

3.000

3.600

3.450

3.300

 

– /– totaal investeringen

– 9.553

– 1.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

 

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 9.553

– 1.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

0

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

0

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

0

– 2.600

– 2.800

– 3.000

– 3.600

– 3.450

– 3.300

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

10.000

0

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

4.

Totaal financieringskasstroom

10.000

– 2.600

200

0

– 600

– 450

– 300

5.

Rekening courant RHB 1 januari 2015 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) (noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro)

43.392

30.447

30.447

30.447

30.447

30.447

30.447

Toelichting bij het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

Het operationele kasstroomoverzicht toont de meerjarige ontwikkeling van de rekening courant. De kasstroom wordt bepaald door het jaarlijkse bedrijfsresultaat, de investeringen, aflossingen op leningen en overige financiële transacties.

Investeringskasstroom

Voor 2015 wordt de omvang van de investeringen geraamd op € 3 mln. Het grootste deel van de investeringen betreft investeringen ten behoeve van de technische infrastructuur. Desinvesteringen worden niet verwacht.

Aflossingen op leningen

Deze bedragen betreffen de aflossingen van de aangegane leningen om investeringen te financieren.

Beroep op leenfaciliteit

Het beroep op leenfaciliteit omvat de door BPR bij het Ministerie van Financiën geleende bedragen. Het beroep op de leenfaciliteit wordt gedaan ter financiering van investeringen.

Doelmatigheid

Baten-lastenagentschap BPR
Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Omschrijving Generiek Deel

             

Kostprijzen per product (groep)

             

*BRP tarief klasse B

1.100

1.200

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

*Reisdocumenten

             

– Paspoort 18+ (in euro’s)

20,80

20,05

37,11

37,11

37,11

37,11

37,11

– Identiteitskaart 18+ (in euro’s)

15,35

14,21

29,89

29,89

29,89

29,89

29,89

               

Omzet per productgroep

             

*BRP

17.369

17.025

18.500

18.500

18.500

18.500

18.500

*Reisdocumenten

65.175

73.379

75.448

82.908

82.436

70.850

15.172

               

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

95

119

109

109

109

109

109

Saldo van baten en lasten (%)

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Omschrijving Specifiek Deel ICT diensten

             

Kwaliteitsindicatoren

             

Beschikbaarheid GBA netwerk

100%

99,9%

100%

100%

100%

100%

100%

Beschikbaarheid GBA -V

99,9%

99,0%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Responstijd GBA-V

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

Beschikbaarheid Basisregister

99,9%

99,3%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid Verificatieregister

99,9%

99,7%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid BSN

99,9%

99,8%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Klanttevredenheid

7,4

7,4

7,4

Nvt

7,4

Nvt

7,4

Doorlichting

2014

Toelichting op de doelmatigheidsindicatoren

De doelmatigheid van BPR wordt inzichtelijk gemaakt door het opnemen van de tarieven voor de reisdocumenten en de BRP en indicatoren met betrekking tot de kwaliteit van deze producten.

Kostprijs per product

De hoogte van de leges is gelijk aan de kostprijs van de documenten die BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten, de buitenlandse posten en de Caribische gemeenten (Bonaire, Eustatius en Saba). De gepresenteerde kostprijs is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen. In de stijgingen van de kosten voor de komende jaren is rekening gehouden met een prijsindexcijfer.

Het BRP-tarief is onder andere door doelmatigheidsresultaten uit efficiëntere inkoop en aanbesteding stabiel. Het maximale tarief opgenomen in de abonnementen voor 2015 is € 0,12 per bericht. Gebruik binnen de bandbreedte van het abonnement leidt tot een lagere prijs per bericht (staffel). De bandbreedte van het meest gebruikte abonnement B bedraagt 10.000 – 100.000 berichten (maximale tarief € 12 cent minimaal € 1,2 cent).

FTE-totaal

De verwachting voor het aantal fte vanaf 2015 is stabiel en de impact van het in beheer nemen van de BRP en andere opdrachten zou kunnen leiden tot een aanpassing van de benodigde fte de komende jaren.

Beschikbaarheid

De doelstelling in 2015 voor de beschikbaarheid van de netwerken is het halen van de gestelde normen.

Klanttevredenheid

Tweejaarlijks vindt er een klanttevredenheidsonderzoek plaats.

6. BIJLAGEN

6.1 Verdiepingsbijlage

In de onderstaande tabellen is bij de nieuwe mutaties voor het jaar 2019 tevens de extrapolatiestand voor het artikelonderdeel meegenomen.

Verdiepingsbijlage Hoofdstuk VII

Artikel 1 Openbaar bestuur en democratie

Uitgaven (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

32.629

29.963

29.032

29.010

28.975

0

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

11.938

9.743

9.429

9.407

9.390

0

1.2

Participatie

20.691

20.220

19.603

19.603

19.585

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

12.588

488

488

488

488

488

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

8.488

488

488

488

488

488

1.2

Participatie

4.100

0

0

0

0

0

               

Nieuwe mutaties

– 1.803

– 68

– 68

– 68

– 68

28.907

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

– 718

– 68

– 68

– 68

– 68

9.322

               

1.2

Participatie

– 1.085

0

0

0

0

19.585

Stand ontwerpbegroting 2015

43.414

30.383

29.452

29.430

29.395

29.395

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

19.708

10.163

9.849

9.827

9.810

9.810

1.2

Participatie

23.706

20.220

19.603

19.603

19.585

19.585

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

24.865

21.965

21.965

21.965

21.965

0

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

21.965

Stand ontwerpbegroting 2015

24.865

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

Uitgaven (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

198.892

187.553

160.967

140.180

135.754

0

2.1

Apparaat

189.666

178.454

151.867

131.080

126.654

0

2.2

Geheim

9.226

9.099

9.100

9.100

9.100

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

3.882

4.190

14.190

24.190

26.190

2.190

2.1

Apparaat

3.882

4.190

14.190

24.190

26.190

2.190

               

Nieuwe mutaties

– 5.000

21.000

25.000

25.000

27.800

187.554

2.1

Apparaat

– 5.000

21.000

25.000

25.000

27.800

178.454

               
 

waarvan

           
 

a. Kasschuif taakstelling AIVD

– 10.000

– 4.000

   

2.800

2.800

 

b. Voorfinanciering taakstelling

5.000

         
 

c. Toekenning additionele middelen

 

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

2.2

Geheim

0

0

0

0

0

9.100

Stand ontwerpbegroting 2015

197.774

212.743

200.157

189.370

189.744

189.744

2.1

Apparaat

188.548

203.644

191.057

180.270

180.644

180.644

2.2

Geheim

9.226

9.099

9.100

9.100

9.100

9.100

Ontvangsten (x €1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

0

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

12.714

Stand ontwerpbegroting 2015

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

Toelichting

  • a. Kasschuif taakstelling AIVD

    Ten behoeve van de invulling van de restanttaakstelling schuift AIVD de vrijgespeelde middelen vanuit de jaren 2014 en 2015 door de jaren 2018 tot en met 2022.

  • b. Voorfinanciering taakstelling

    Voorfinanciering van middelen ten behoeve van de invulling van het restant taakstelling AIVD.

  • c. Toekenning additionele middelen

    Het budget van de AIVD wordt met 25 mln. structureel verhoogd voor de toegenomen dreigingen van «Jihadisten en terugkeerders uit oorlogsgebieden, dreigingen aan de buitengrens van Europa, zoals Oekraïne – en cyberdreiging.

Artikel 6 Dienstverlenende en innovatieve overheid

Uitgaven (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

100.258

87.690

84.591

81.073

79.572

0

6.1

Verminderen regeldruk

2.500

2.439

0

0

0

0

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

25.983

18.351

20.137

20.115

20.098

0

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

45.391

40.914

39.143

36.916

35.941

0

6.4

Burgerschap

5.106

5.036

4.786

4.786

4.786

0

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

21.278

20.950

20.525

19.256

18.747

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

7.293

– 950

– 950

– 950

– 950

– 950

6.1

Verminderen regeldruk

– 400

0

0

0

0

0

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

7.301

0

0

0

0

0

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

2.448

1.900

1.900

1.900

1.900

1.900

6.4

Burgerschap

420

0

0

0

0

0

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

– 2.476

– 2.850

– 2.850

– 2.850

– 2.850

– 2.850

               

Nieuwe mutaties

11.083

2.145

2.145

2.146

2.147

81.720

6.1

Verminderen regeldruk

– 116

0

0

0

0

0

               

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

825

0

0

0

0

20.098

               

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

10.300

2.145

2.145

2.146

2.147

38.089

               
 

waarvan

           
 

a. Loketkosten RNI

 

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

6.4

Burgerschap

70

0

0

0

0

4.786

               

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

4

0

0

0

0

18.747

Stand ontwerpbegroting 2015

118.634

88.885

85.786

82.269

80.769

80.770

6.1

Verminderen regeldruk

1.984

2.439

0

0

0

0

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

34.109

18.351

20.137

20.115

20.098

20.098

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

58.139

44.959

43.188

40.962

39.988

39.989

6.4

Burgerschap

5.596

5.036

4.786

4.786

4.786

4.786

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

18.806

18.100

17.675

16.406

15.897

15.897

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

3.350

3.350

3.350

3.350

3.350

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

1.738

– 2.850

– 2.850

– 2.850

– 2.850

– 2.850

               

Nieuwe mutaties

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

2.850

Stand ontwerpbegroting 2015

4.588

0

0

0

0

0

Toelichting

  • a. Loketkosten RNI

    Betreft bijdrage voor de vergoeding aan loketgemeenten RNI in het kader van het Register Niet-ingezetenen (RNI).

Artikel 7 Arbeidszaken overheid

Uitgaven (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

37.897

34.944

34.823

33.126

32.939

0

7.1

Overheid als werkgever

12.471

12.370

10.418

10.240

10.223

0

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

25.426

22.574

24.405

22.886

22.716

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

– 761

602

– 1.408

– 433

– 433

– 433

7.1

Overheid als werkgever

– 273

90

80

55

55

55

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

– 488

512

– 1.488

– 488

– 488

– 488

               

Nieuwe mutaties

– 910

0

1.005

2.349

2.452

35.391

7.1

Overheid als werkgever

– 410

0

0

0

0

10.223

               

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

– 500

0

1.005

2.349

2.452

25.168

Stand ontwerpbegroting 2015

36.226

35.546

34.420

35.042

34.958

34.958

7.1

Overheid als werkgever

11.788

12.460

10.498

10.295

10.278

10.278

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

24.438

23.086

23.922

24.747

24.680

24.680

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

820

820

820

820

820

0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

600

0

0

0

0

0

               

Nieuwe mutaties

45

0

0

0

0

820

Stand ontwerpbegroting 2015

1.465

820

820

820

820

820

NIET BELEIDSARTIKELEN

Artikel 11 Centraal apparaat

Uitgaven (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

192.827

183.912

174.012

162.898

157.864

0

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

192.827

183.912

174.012

162.898

157.864

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

78.919

2.952

2.822

2.592

2.592

2.769

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

78.919

2.952

2.822

2.592

2.592

2.769

               

Nieuwe mutaties

– 1.193

65.462

64.387

61.499

60.184

215.632

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

– 1.193

65.462

64.387

61.499

60.184

215.632

               
 

waarvan

           
 

a. Centrale bekostiging P-Direkt

 

65.462

64.387

61.499

60.184

 

Stand ontwerpbegroting 2015

270.553

252.326

241.221

226.989

220.640

218.401

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

270.553

252.326

241.221

226.989

220.640

218.401

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

3.875

3.875

3.875

3.875

3.875

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

70.577

– 200

– 200

– 200

– 200

– 200

               

Nieuwe mutaties

11.000

2.379

2.349

2.321

2.280

6.121

Stand ontwerpbegroting 2015

85.452

6.054

6.024

5.996

5.955

5.921

Toelichting

a. Centrale bekostiging P-Direkt

De toename van de apparaatsuitgaven voor 2015, in vergelijking tot de stand zoals gepresenteerd in de ontwerpbegroting van 2014, wordt verklaard doordat de bekostiging van de dienstverlening van P-direkt centraal wordt belegd bij BZK.

Artikel 12 Algemeen

Uitgaven (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

2.164

3.639

3.981

3.967

3.967

0

12.1

Algemeen

1.464

1.460

1.446

1.432

1.432

0

12.2

Verzameluitkeringen

700

2.179

2.535

2.535

2.535

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

107.063

50

50

50

50

50

12.1

Algemeen

107.063

50

50

50

50

50

               

Nieuwe mutaties

11.329

0

0

0

0

3.967

12.1

Algemeen

11.329

0

0

0

0

1.432

               

12.2

Verzameluitkeringen

0

0

0

0

0

2.535

Stand ontwerpbegroting 2015

120.556

3.689

4.031

4.017

4.017

4.017

12.1

Algemeen

119.856

1.510

1.496

1.482

1.482

1.482

12.2

Verzameluitkeringen

700

2.179

2.535

2.535

2.535

2.535

Artikel 13 Nominaal en onvoorzien

Uitgaven (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

1.229

5.340

6.156

2.875

1.442

0

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.3

Onvoorzien

1.229

5.340

6.156

2.875

1.442

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

10.957

7.274

3.908

528

502

592

13.1

Loonbijstelling

645

629

562

508

491

491

13.2

Prijsbijstelling

1.003

418

305

303

294

384

13.3

Onvoorzien

9.309

6.227

3.041

– 283

– 283

– 283

               

Nieuwe mutaties

– 10.606

– 2.060

– 1.535

– 1.214

– 1.481

– 39

13.1

Loonbijstelling

– 645

– 629

– 562

– 508

– 491

– 491

               

13.2

Prijsbijstelling

– 1.003

– 418

– 305

– 303

– 294

– 384

               

13.3

Onvoorzien

– 8.958

– 1.013

– 668

– 403

– 696

836

Stand ontwerpbegroting 2015

1.580

10.554

8.529

2.189

463

553

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.3

Onvoorzien

1.580

10.554

8.529

2.189

463

553

Artikel 14 VUT-fonds

Uitgaven (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

70.000

0

0

0

0

0

14.1

VUT-fonds

70.000

0

0

0

0

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

– 70.000

0

0

0

0

0

14.1

VUT-fonds

– 70.000

0

0

0

0

0

               

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

14.1

VUT-fonds

0

0

0

0

0

0

               

Stand ontwerpbegroting 2015

0

0

0

0

0

0

14.1

VUT-fonds

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

337.900

764.500

51.000

0

0

0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

– 62.400

– 48.700

0

0

0

0

               

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2015

275.500

715.800

51.000

0

0

0

6.2 Moties en toezeggingen

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

A.1 In behandeling zijnde moties

Omschrijving motie

Vindplaats

Stand van zaken

Motie Recourt en Schouw; Verzoekt de regering de mogelijkheden voor internationale procedures ter bescherming van internationale klokkenluiders te onderzoeken

Parlementair agenda punt [07-11-2013] – AIVD (AO d.d. 6/11)

De Tweede Kamer zal voor het Herfstreces worden geïnformeerd.

Gewijzigde motie Segers c.s.; Verzoekt de regering, in overleg te treden met de decentrale overheden en spoedig met een voorstel te komen dat het mogelijk maakt dat decentrale overheden eigen normen stellen met betrekking tot het bezoldigingsmaximum, waar het gaat om door deze overheden (mede)gefinancierde instellingen

Parlementair agenda punt [30-01-2014] – Aanpassingswet Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (33 715)

De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2014 geïnformeerd.

Motie Tanamal c.s.: Verzoekt de regering bij de evaluatie van deze wet nadrukkelijk aandacht te besteden aan: de verhouding tussen de advies- en de onderzoeksfunctie van het Huis voor klokkenluiders; de voor- en nadelen van het onderbrengen van het Huis voor klokkenluiders bij de Nationale ombudsman

Parlementair agenda punt [11-12-2013] – Voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Schouw, Voortman, Segers, Ouwehand en Klein, houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders (Wet Huis voor klokkenluiders (33 258) tweede termijn

De behandeling van het wetsvoorstel is geschorst. Een novelle is in voorbereiding. Na het zomerreces vindt overleg plaats tussen initiatiefnemers en de Minister. Vervolgens gaat het ontwerp naar de Raad van State.

Motie Recourt en Gesthuizen: Verzoekt de regering, een digitaal paspoort te ontwikkelen opdat het contact op internet tussen burger en overheid optimaal beveiligd is.Verzoekt de regering tevens, te onderzoeken voor welke toepassingen dit digitale paspoort eveneens kan worden gebruikt over de ontwikkeling van een digitaal paspoort

Parlementair agenda punt [26-04-2012] – Cyber security en veiligheid overheidswebsites (AO d.d. 10/04)

De afhandeling van de motie hangt samen met de besluitvorming over het publieke eID-middel, die is voorzien voor het najaar 2014.

Motie Szabo c.s; Verzoekt de regering over te gaan tot introductie van 1 uniforme elektronische identiteitskaart voor alle overheidsdiensten waarvoor authenticatie is vereist, invoering en gebruik van deze kaart voor burgers en bedrijven dient niet later plaats te vinden dan 1 januari 2007

Parlementair agenda punt [04-02-2004] – Modernisering van de overheid (brief van 1-12-2003); visie en actieprogramma «Andere Overheid» (29 362, nr. 1)

De afhandeling van de motie hangt samen met de besluitvorming over het publieke eID-middel, die is voorzien voor het najaar 2014.

Motie Toorenburg en Schouw; Verzoekt de regering in de afzonderlijke wetsvoorstellen voor de decentralisatieoperaties uitdrukkelijk in te gaan op de samenhang met elk van de beide andere wetsvoorstellen

Parlementair agenda punt [28-11-2013] – Begrotingsbehandeling BZK (hoofdstuk VII, IIA en IIB antwoord, re- en dupliek)

De Tweede Kamer wordt eind augustus 2014 geïnformeerd.

Motie Schouw en Taverne; Verzoekt de regering bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel in te dienen om de Zondagswet in te trekken

Parlementair agenda punt [19-12-2012] – Begroting BZK rest

Kabinet is in beraad over de uitvoering van de motie.

Motie Engels c.s.; Verzoekt de Minister een of meer modellen voor een stelsel van financiële verhoudingen tussen rijk en gemeenten te ontwikkelen waarin rekening wordt gehouden met zowel de effecten van de voorgenomen decentrali-saties als met voortgaande processen van gemeentelijke herindeling

Parlementair agenda punt [18-06-2013] – Inrichting openbaar bestuur

In de kabinetsreactie op de vervolgnotitie motie Schouw van het CPB is ingegaan op de financiering van gemeenten. Het Kabinet beraadt zich over toekomstige financieringsmodellen voor decentrale overheden.

A.2 Uitgevoerde moties

Omschrijving motie

Vindplaats

Stand van zaken

Motie Heijnen c.s.; Verzoekt de regering de mogelijkheid te verkennen van een onafhankelijke instelling voor onderzoek naar mogelijke integriteitsschendingen in het openbaar bestuur

Kamerdebat 19-12-2012 Begroting BZK rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 november 2013 per brief geïnformeerd (TK 2013–2014, 28 844 nr. 75).

Motie Bosma; Verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat bij bedreiging dan wel agressie en/of geweld tegen ambtenaren altijd aangifte wordt gedaan door de werkgever

Kamerdebat 12-02-2013

Agressie en geweld tegen publieke ambtsdragers (AO d.d. 30/1)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 27 juni 2013 per brief door min BZK en min V&J geïnformeerd (TK 2012–2013, 28 684 nr. 388).

Motie Schouw en Klein; Verzoekt de regering om een bestuurlijke afspraak te maken met de waterschappen, provincies en gemeenten om ten minste een keer per jaar het onderwerp integriteit te agenderen en hierover in het jaarverslag te rapporteren

Kamerdebat 06-03-2013

VAO Integriteit in het openbaar bestuur

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 november 2013 per brief geïnformeerd (TK 2013–2014, 28 844 nr. 75).

De motie Heijnen; Verzoekt de regering, uiterlijk 1 januari 2014 een wetsvoorstel te presenteren dat voorziet in deze aanscherping (zodat WNT-norm 100% van een ministersalaris wordt en zodat alle medewerkers en niet alleen topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector onder de WNT vallen)

Kamerdebat 19-06-2013 Jaarverslag ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2012

Afgedaan. MBZK heeft de motie mondeling uitgevoerd tijdens het AO over de WNT d.d. 6 maart 2014

Motie Elissen; Verzoekt de regering, om te zorgen voor wetgeving waarmee gemeenten verplicht worden om alle gegevens in de Gemeentelijke Basisadministratie van een verstrekkingsbeperking te voorzien, zodat uitsluitend rechthebbenden deze gegevens kunnen inzien

Kamerdebat 26-04-2012

VAO Cyber security en veiligheid overheidswebsites

Afgedaan. De wet BRP is op 6 januari 2014 in werking getreden (Staatsblad 2013–494)

Motie Heijnen c.s.; Verzoekt de regering om nut en noodzaak, de effectiviteit, van genoemde normen op Europees niveau aan de orde te stellen

Kamerdebat 07-06-2012

VAO Geldigheid kinderbijschrijvingen in het paspoort van de ouder(s) cq de voogd

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 april 2014 per brief geïnformeerd (TK 2013–2014, 25 764 nr. 77).

Motie Voortman c.s.; Verzoekt de regering het principe dat de burger in beginsel toegang heeft tot overheidsinformatie («ja, tenzij») als uitgangspunt te nemen in dit actieplan

Kamerdebat 19-12-2012 Begroting BZK rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 27 september 2013 per brief geïnformeerd (TK 2013–2014, 32 802 nr. 5).

Motie Schouw c.s.; Verzoekt de regering in kaart te brengen en af te wegen of deze automatische verstrekking (van gegevens uit GBA aan derden) niet moet worden vervangen door een vorm van expliciete toestemming vooraf door de betrokken burgers en hierover voor het zomerreces 2013 aan de Kamer te rapporteren

Kamerdebat 10-04-2013

Wet basisregistratie personen (33 219) rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 juli 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 219 nr. 27).

Motie Voortman c.s.; Verzoekt de regering in haar reactie te concretiseren of en zo ja, op welke manier zij van plan is zeggenschap over te dragen aan burgers en hoe zij deze overdracht wil bevorderen op lokaal niveau

Kamerdebat 19-12-2012

Begroting BZK rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 juli 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 400-VII nr. 79).

Motie Oosenbrug en Van der Linde; Verzoekt de regering- voor nieuwe zzp'ers een btw-identificatienummer te gebruiken dat niet gekoppeld is aan het burgerservicenummer; – bestaande zzp'ers de mogelijkheid te bieden, een nieuw btw-identificatienummer aan te vragen

Kamerdebat 28-11-2013 Begrotingsbehandeling BZK (hoofdstuk VII, IIA en IIB antwoord, re- en dupliek)

Afgedaan. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering is op 31 maart 2014 overgedragen aan min FIN.

Gewijzigde motie Voortman c.s.; Verzoekt de Minister van BZK, na ruggespraak met zijn collega’s bij voorjaarsnota met een visie op de decentralisaties en de inclusieve samenleving te komen vanuit de uitgangspunten participatie, toegankelijkheid, zelfstandigheid en kwaliteit van bestaan

Kamerdebat 19-12-2012 Begroting BZK rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 oktober 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 750-VII nr. 12).

Motie Koopmans en Heijnen; Verzoekt de regering een overzicht op te stellen van de aan te passen wetgeving op alle beleidsterreinen met een planning voor de realisatie daarvan en de Kamer daarover voor 1 januari 2012 te informeren.

Kamerdebat 14-09-2011

VAO Bestuursakkoord

Afgedaan. Acties die nodig waren voor uitvoering van deze motie zijn inmiddels achterhaald door de bestuurlijke hervorming van het huidige kabinet

Motie Schouw; Verzoekt de regering voor het zomerreces 2013 in kaart te brengen welke alternatieven, bijvoorbeeld het uitstellen van de verkiezingen voor de provinciale staten in de drie betrokken provincies, mogelijk zijn voor de dubbele verkiezingen en de Kamer hierover te infomeren

Kamerdebat 21-05-2013

Debat over de visie op de bestuurlijke inrichting van Nederland

Afgedaan. De Eerste Kamer en Tweede Kamer zijn op 4 juli 2013 per brief geïnformeerd (EK 2012–2013, CII nr. F en TK 2012–2013, 33 047 nr. 20)

Motie Vliegenthart c.s.; Roept de regering op om met een nadere analyse te komen over nut, noodzaak en democratische wenselijkheid van de door haar publiek gemaakte voornemens (op korte termijn de bestuurlijke inrichting van Nederland op lokaal, regionaal en provinciaal niveau ingrijpend te veranderenen), (een analyse van) het voorziene tijdpad en verzoekt de regering tot dan op dit terrein geen onomkeerbare stappen te zetten

Kamerdebat 18-06-2013 Inrichting openbaar bestuur

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 14 november 2013 per brief geïnformeerd (EK 2013–2014, CII, H).

Motie Van Toorenburg c.s.; Verzoekt de regering voorstellen te doen om de bevoegdheden van rekenkamers en rekenkamercommissies voor samenwerkingsverbanden (anders dan op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen) uit te breiden en daarbij het gezamenlijk belang van de deelnemende gemeenten als uitgangspunt te nemen

Kamerdebat 28-11-2013 Begrotingsbehandeling BZK (hoofdstuk VII, IIA en IIB antwoord, re- en dupliek)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 31 januari 2014 per brief geïnformeerd (TK 2013–2014, 33 597 nr. 9).

Motie Lokin-Sassen c.s.; Dringt er bij de regering op aan om in de Grondwet een artikel op te nemen, waarbij een algemeen recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter wordt opgenomen

Kamerdebat 07-02-2012 Kabinetsreactie van 24 oktober 2011 (TK 31 570, nr. 20) op het advies van de Staatscommissie Grondwet (31.570)

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 7 juni 2013, mede namens min V&J, per brief geïnformeerd (EK 2012–2013, 31 570 nr. G)

Motie Engels c.s.; Verzoekt de regering, met inachtneming van het advies van de Staatscommissie en van de kabinetsreactie, vóór 1 oktober 2012 een voorstel te (doen) ontwikkelen voor de formulering van een algemene bepaling in de Grondwet, waarin wordt uitgedrukt dat Nederland een democratische rechtsstaat is, zo mogelijk uitgewerkt dan wel aangevuld met nadere voorschriften

Kamerdebat 07-02-2012 Kabinetsreactie van 24 oktober 2011 (TK 31 570, nr. 20) op het advies van de Staatscommissie Grondwet (31 570)

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 7 juni 2013, mede namens min V&J, per brief geïnformeerd (EK 2012–2013, 31 570 nr. G)

Motie Heijnen; Verzoekt de regering jaarlijks binnen een termijn van uiterlijk 60 dagen de Kamer een reactie op de jaarrapportage van het college te doen toekomen, die als basis voor debat tussen Kamer en regering kan dienen

Kamerdebat 12-04-2011

Vervolg plenair debat behandeling wetsvoorstel oprichting College rechten van de mens

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 10 september 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 400-VII nr. 83)

Motie Schouw c.s.; Verzoekt de regering de CTIVD opdracht te geven in volgende rapportages een precies oordeel te vellen over de rechtmatigheid van de informatiewinning van de AIVD en de MIVD, en de nodige maatregelen te treffen om dat oordeel mogelijk te maken

Kamerdebat 28-11-2013 Begrotingsbehandeling BZK (hoofdstuk VII, IIA en IIB antwoord, re- en dupliek)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 maart 2014 per brief geïnformeerd (TK 2013–2014, 33 820, nr. 2).

Motie Segers c.s.; Verzoekt de regering met een brief te komen met haar visie op de fundamentele vraagstukken rondom het werk van onze inlichtingendiensten en specifiek op de verhouding tussen de overheidsverantwoordelijkheid voor veiligheid en het recht van burgers op privacy

Kamerdebat 28-11-2013 Begrotingsbehandeling BZK (hoofdstuk VII, IIA en IIB antwoord, re- en dupliek)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 maart 2014 per brief geïnformeerd (TK 2013–2014, 33 820, nr. 2).

B.1 In behandeling zijnde toezeggingen

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

De Minister zegt toe met CdK’s te zullen spreken over agressie en geweld tegen burgemeesters en de Kamer daarover te informeren

Parlementair agenda punt [04-06-2014] – Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Waterschapswet (institutionele bepalingen) (33 691)

De Minister zal in zijn regulier overleg met CdK’s in september 2014 de aanpak van agressie en geweld tegen burgemeesters bespreken. De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2014 geïnformeerd.

De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Koole (PvdA) en Huijbregts-Schiedon (VVD), toe om in overleg te treden met de VNG over eigen maximumsalarissen van lokale overheden en de uitkomst van dat overleg per brief aan de Eerste Kamer mede te delen (T01605)

Parlementair agenda punt [06-11-2012] – Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (32 600)

De Eerste Kamer wordt verzocht de deadline te verschuiven naar 18 december 2014.

De Minister zegt toe, nav motie Segers c.s., met in overleg te treden met de decentrale overheden en spoedig met een voorstel te komen dat het mogelijk maakt dat decentrale overheden eigen normen kunnen stellen met betrekking tot het bezoldigingsmaximum. Er moet echter wel ruimte zijn om open met de decentrale overheden te overleggen. Daarnaast zullen Justitie en VWS bij dit overleg betrokken worden.

Parlementair agenda punt [30-01-2014] – Aanpassingswet Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (33 715)

De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2014 geïnformeerd.

De Minister zegt toe dat als uit nieuwe voorbeelden blijkt dat het minimumbedrag van 500.000 euro ontoereikend is, dit bedrag zou kunnen worden herzien bij de behandeling van de Wnt 2 (normverlaging).

Parlementair agenda punt [30-01-2014] – Aanpassingswet Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (33 715)

De toezegging zal tijdens de behandeling van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT, sinds 1 juli aanhangig bij de Tweede Kamer, worden behandeld.

De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Van Bijsterveld, Ester, Engels en De Boer, toe dat hij binnen twee jaar met de evaluatie van de effecten van de wet zal komen, en daarbij aandacht zal besteden aan:

- de effecten op de zorgsector;

- het sanctieregime;

- de kwaliteit van nieuw aangetrokken topfunctionarissen;

- het effect op het loongebouw.(T01603)

Parlementair agenda punt [06-11-2012] – Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (32 600)

De toezegging zal naar verwachting worden ingepast in de jaarlijkse WNT-rapportage die de Minister uitbrengt, te beginnen met de WNT-rapportage over 2013 die voor het einde van 2014 zal verschijnen.

De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe de werknemersorganisaties te betrekken bij de uitvoering van de onderdelen van het regeerakkoord over maximering van salarissen (T01604)

Parlementair agenda punt [06-11-2012] – Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (32 600)

Het nog niet voldane deel heeft betrekking op een wetsvoorstel waarmee de WNT wordt uitgebreid naar alle werknemers. Dit tweede wetsvoorstel is nog niet in procedure en heeft een beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2017. De Eerste Kamer wordt verzocht de deadline te verschuiven naar 1 juli 2016.

De Minister zegt de Eerste Kamer een integrale evaluatie in 2016 toe, naar aanleiding van een vraag van het lid Lokin-Sassen, van de effecten van de eerdere wijzigingen van de Appa-uitkeringsaanspraken uit 2010 (verkorting uitkeringsduur en invoering sollicitatieplicht) voor alle Appa-gerechtigden (T01602)

Parlementair agenda punt [11-09-2012] – Wet aanpassing uitkeringsduur Appa (33.298)

De evaluatie van de Appa maatregelen vindt plaats eind 2015. De Kamer zal in het voorjaar van 2016 worden geïnformeerd.

De Minister zegt toe over 3 jaar (in 2016) weer een Metamonitor uit voeren, waarbij gegevens uit de sectoren centraal komen te staan, aangevuld met gegevens uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden

Brief TK d.d. 12 december 2013 «Aanbieding Rapport Metamonitor Veilige Publieke Taak 2013»

De Metamonitor VPT vindt eens per drie jaar plaats. In oktober 2016 wordt de volgende Metamonitor uitgevoerd.

De Tweede Kamer wordt eind 2016 geïnformeerd.

De Minister zegt toe op het daartoe geëigende moment, dus na een eventuele aanvaarding van dit wetsvoorstel door de Staten-Generaal, over de wijze van invoering en uitvoering van die wet in overleg treden met de bonden

Parlementair agenda punt [23-01-2014] – Initiatiefvoorstel Van Weyenberg/Van Hijum; Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (32 550) 2e termijn antwoord

Het initiatief wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste Kamer.

De Minister zegt toe dat er gelijktijdig met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel een ambtenarenstatuut met flankerend beleid zal worden ingevoerd

Parlementair agenda punt [23-01-2014] – Initiatiefvoorstel Van Weyenberg/Van Hijum; Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (32 550) 2e termijn antwoord

Het initiatief wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste Kamer.

De Minister zegt toe dat de invoeringskosten die gepaard gaan met het initiatiefwetsvoorstel niet ten koste zullen gaan van de arbeidsvoorwaarden van de ambtenaren

Parlementair agenda punt [23-01-2014] – Initiatiefvoorstel Van Weyenberg/Van Hijum; Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (32 550) 2e termijn antwoord

Het initiatief wetsvoorstel is in behandeling bij de Eerste Kamer.

Op de vraag van de heer Heijnen over een protocol voor ambtenaren, stelt de Minister dat als het gaat om een code of een andere nog nader te vinden vorm, hij dat toezegt.

Parlementair agenda punt [19-12-2012] – Begroting BZK rest

In februari 2014 is het wetsvoorstel aanvaard in de Tweede Kamer. Het voorstel is in behandeling bij de Eerste Kamer.

De Minister zegt toe om jaarlijks, tot en met 2016, de gegevens uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden te gebruiken om de Tweede Kamer te informeren over het algemene beeld mbt ontwikkelingen op het gebied van de Veilige Publieke Taak

Brief TK d.d. 12 december 2012 «Aanbieding Rapport Metamonitor Veilige Publieke Taak 2013»

De Minister zal de Tweede Kamer in het najaar 2014 informeren over de ontwikkelingen op het gebied van Veilige Publieke Taak aan de hand van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden.

De Minister zegt toe de aard en omvang van de mogelijke publieke beschikbaarheid van de persoonskaarten in de archieven van FamilySearch in Utah nader te verifiëren, en op basis daarvan, indien nodig, tot een duurzame oplossing te komen om veilig te stellen dat toegang tot deze persoonsgegevens ook in de toekomst beperkt blijft. De Tweede Kamer zal hierover begin 2013 worden geïnformeerd.

Antwoorden op Kamervragen van lid Oosenbrug (PvdA) d.d. 10 december 2012

BZK is in gesprek met de mormonen over de definitieve tekst van de overeenkomst.

Na afronding volgt ondertekening.

Het kabinet zoekt – samen me de ARK – naar de wijze waarop het beschikbaar stellen van open data kan worden versneld en vergroot. Het kabinet zal in de Miljoenennota 2015 concrete stappen zetten bij het onsluiten van informatie, ook informatie die is verbonden met de begroting (Van Hijum houdt hierop zijn motie 33 930, nr. 7 aan)

Parlementair agenda punt [28-05-2014] – Verantwoordingsdebat 2013

De interdepartementale afstemming vindt plaats op financieel en inhoudelijk vlak. De Tweede Kamer zal in het najaar van 2014 worden geïnformeerd.

De Minister zegt toe alle beschikbare relevante informatie, waaronder jurisprudentie, over het doorberekenen van de kosten van de WOB aan de Tweede Kamer beschikbaar te stellen. Dit zal gebeuren voorafgaand aan de bespreking van de nieuwe voorstellen WOB

Parlementair agenda punt [14-11-2011] – BZK Begroting (33 000-VII)

Ofschoon de Hoge Raad de langlopende discussie over het heffen van leges heeft beslecht, zal naar de strekking van de toezegging de relevante informatie voorafgaand aan de plenaire behandeling van het initiatiefwetvoorstel de relevante informatie aan de Kamer worden toegezonden. De plenaire behandeling van het initiatiefwetsvoorstel wordt niet voor september/oktober 2014 verwacht.

De Minister zegt toe bij de Begrotingsbehandeling 2015 de voortgang van de webrichtlijnen te melden

Parlementair agenda punt [25-06-2014] – Digitale overheid

In aanloop naar de begrotingsbehandeling 2015 zal de Tweede Kamer nader geïnformeerd worden over de toepassingen van de webrichtlijnen van websites van de overheid.

De Minister zegt toe eind 2014 de Tweede Kamer de voortgang te rapporteren over de website www.wiekrijgtmijngegevens.nl

Parlementair agenda punt [25-06-2014] – Digitale overheid

De Tweede Kamer wordt voor 31 december 2014 per brief geïnformeerd over de voortgang van de website wiekrijgtmijngegevens.nl.

Daarnaast wordt de Tweede Kamer vóór het AO van 10 september 2014 geïnformeerd over de digitale inzage (van verstrekkingsgegevens uit de BRP) bij gemeenten.

De Minister zegt toe de Tweede Kamer in het najaar 2014 te rapporteren over gesprekken met de markt over de ontwikkeling van eID, incl. een internationale vergelijking

Parlementair agenda punt [25-06-2014] – Digitale overheid

De Tweede Kamer wordt in het najaar 2014 gerapporteerd over de stand van zaken.

De Minister zegt toe de Tweede Kamer in mei 2015 te rapporteren over de broncode en gebleken interesse

Parlementair agenda punt [25-06-2014] – Digitale overheid

De Minister zal de Tweede Kamer in mei 2015 rapporteren over de ervaringen met de beschikbaarstelling van de broncode BRP.

De Minister zegt toe de Tweede Kamer regelmatig te informeren gedurende het programma dat de BRP bouwt en voorwaarde is voor het slagen van de modernisering GBA. Dit informeren gebeurt in ieder geval bij alle faseovergangen en minimaal twee maal per jaar.

Brief TK d.d. 28 oktober 2013

De toezegging – regelmatig informeren van de Tweede Kamer – wordt meegenomen in het reguliere BZK-beleid. De eerste rapportage is op 16 april 2014 naar de TK verzonden. Er volgt in 2014 minstens nog één rapportage.

De Minister van Binnenlandse Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Engels (D66), toe dat hij in zijn aan de Kamer te sturen beschouwing over een aantal elementen uit de visienota ook aandacht zal besteden aan heel Hoofdstuk 7 van de Grondwet, met name aan de in de motie-Engels c.s. genoemde elementen (T01721)

Parlementair agenda punt [18-06-2013] – Inrichting openbaar bestuur

Reactie op toezegging hangt samen met de aan de Tweede Kamer toegezegde notitie over tussentijdse raadsontbinding. Beide Kamers zullen eind 2014 worden geïnformeerd.

De Minister zegt toe door middel van halfjaarlijkse rapportages de Kamer te informeren over de voortgang van de voorbereiding op de decentralisaties in het sociale domein tot aan invoering per 2015. Deze voortgang geschiedt in samenhang met inhoudsspecifieke informatie van de betrokken departementen en de rapportage van het CPB.

Brief TK d.d. 18 oktober 2013

Met de brief aan de Kamer d.d. 2 juli 2014 inzake de Transitiecommissie Sociaal Domein is deels invulling gegeven aan deze toezegging. Na het zomerreces zal de Kamer verder worden geïnformeerd over de voortgang door middel van een vervolg-voortgangsrapportage.

De Minister zegt toe bij de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014 het onderzoek naar de toegankelijkheid van stemlokalen te herhalen om te meten wat de vorderingen zijn

Brief aan TK d.d. 17 januari 2013

Begin september 2014 wordt de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen en de Europees Parlementsverkiezingen aan de Tweede Kamer gestuurd.

De Minister zegt toe in september een evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen en de Europese verkiezingen 2014 aan de Tweede Kamer te sturen. In de evaluatie zal specifiek aandacht worden besteed aan het commissieverzoek over de verhouding tussen de omvang van gemeenten en het opkomstpercentage en aan de relatie tussen opkomstpercentage en gemeentelijke herindelingen.

Brief min BZK d.d. 4 april 2014 «Uw verzoek naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen»

De evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen en van de verkiezingen voor het Europees parlement zal voor het herfstreces aan de Kamer worden toegezonden, inclusief een korte toelichting op de opkomstcijfers. De gevraagde analyse van de opkomst(cijfers) zal worden gecombineerd met de toezegging om de Kamer in het najaar te berichten over de mogelijkheden om in samenwerking met betrokken partijen te komen tot een versterking van de lokale democratie.

De Minister zegt toe, vanwege de uitbreiding van de gemeentelijke taken voor het sociaal domein per begrotingsjaar 2015, de komende jaren opnieuw in kaart te laten brengen wat de aard van de afgegeven accountantsverklaringen is. De Tweede Kamer zal over de uitkomsten dit najaar, wanneer de resultaten over begrotingsjaar 2013 beschikbaar zijn, worden geïnformeerd.

Brief MBZK d.d. 24 april 2014 «Beantwoording Kamervragen over de berichten «Stadsbestuur let onvoldoende op de centen» en «We zijn geen applausmachine van het college»

De Tweede Kamer zal voor het Herfstreces 2014 per brief worden geïnformeerd over de uitkomsten van de inventarisatie van afgegeven controleverklaringen door de accountant bij de jaarrekening 2013.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe de mogelijkheid van een instrumentondersteuning voor lokale politieke partijen ten behoeve van financiële rapportage te betrekken bij de voorbereiding van het wetsvoorstel dat de financiering van deze partijen regelt (T01688)

Parlementair agenda punt [26-02-2013] – 32 752 Regels inzake de subsidiëring en het toezicht op de financiën van politieke partijen (Wet financiering politieke partijen)

De Eerste Kamer is bij brief van 18 december 2013 (EK 2013–2014, 32 752, nr. J) gemeld dat de zij hierover nader geïnformeerd wordt op het moment dat het wetsvoorstel wordt ingediend bij de Kamer. De streefdatum daarvoor is 1 november 2014.

De Minister zegt toe voor het eind van 2013 de Kamer informeren over de uitkomsten van het empirisch onderzoek naar de ontwikkeling van het burgemeesterschap en daarbij verslag doen van- Overleg met het NGB over de ondersteuning van (ook ervaren) burgemeesters bij crisissituaties;- Overleg met de CdK’s over het benoemen van waarnemers en de inbreng van gemeenteraden daarbij;- Overleg met het NGB en de CdK’s over de ontwikkeling van herbenoemingprocedures

Parlementair agenda punt [06-06-2013] – Taken en verantwoordelijkheden burgemeesters

De Kamer wordt in het najaar van 2014 geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek.

De Minister zegt toe twee jaar na inwerkingtreding een eerste tussenevaluatie van de wet uit te zullen voeren en de Tweede Kamer daarover te informeren

Parlementair agenda punt [14-09-2011] – Wet revitalisering generiek toezicht (32 389)

De Tweede Kamer zal, na de inwerkingtreding per 1 oktober 2012, een tussenevaluatie ontvangen ca. twee jaar na de inwerkingtreding

De Minister zegt toe voor het einde van 2014 de aanbevelingen van de commissie uit te werken en waar nodig verder te onderzoeken, waarbij ook externe experts worden betrokken en de Kamer hierover te informeren

Brief min BZK d.d. 21 maart 2014 «Kabinetsstandpunt over rapport elektronisch stemmen in het stemlokaal en internetstemmen voor kiezers in het buitenland»

De uitvoering van het kabinetsstandpunt is gaande. De planning is erop gericht dat het kabinet eind 2014 een besluit neemt over de haalbaarheid van de invoering van de stemprinter en elektronisch tellen. De Tweede Kamer wordt over de uitkomsten van de besluitvorming geïnformeerd.

De Minister zegt toe nieuwe informatie met betrekking tot gemeenten die de artikel 12 – status hebben of hebben aangevraagd, of onder preventief toezicht staan of komen te staan aan de Kamer zenden. Tevens wordt nader onderzoek gedaan naar de grondposities van gemeenten, de risico's en PPS – constructies waarover de Tweede Kamer in het najaar van 2014 zal worden geïnformeerd

Parlementair agenda punt [16-04-2014] – Ruimtelijke Ordening

In december zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over of en welke nieuwe gemeenten een aanvraag hebben ingediend voor een aanvullende uitkering artikel 12.

In het najaar zal de Tweede Kamer ook worden geïnformeerd over de resultaten van het vervolg onderzoek naar de financiële situatie bij de gemeentelijke grondbedrijven alsook over het onderzoek naar grondexploitatie in geval van PPS-constructies.

De Minister zegt toe CdK’s en burgemeesters van handelingsperspectief inzake bestuurlijke integriteit te voorzien en de Kamer hierover te informeren

Parlementair agenda punt [04-06-2014] – Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Waterschapswet (institutionele bepalingen) (33 691)

De wet waarop de toezegging aan de Tweede Kamer berust, moet dit najaar eerst nog door de EK worden aangenomen.

De Minister zegt toe de Tweede Kamer een notitie over de mogelijkheden voor tussentijdse raadsontbinding te sturen

Parlementair agenda punt [12-03-2009] – Staat van dualisering

De beschouwing inzake H 7 Grondwet is nog niet gereed, vergt meer tijd alsook bestuurlijke consultatie/afstemming.

De Minister zegt toe de Kamer in het najaar te berichten over de mogelijkheden om in samenwerking met alle betrokken partijen de lokale democratie te versterken. Hierin wordt ook ingegaan op de interpretatie van opkomstcijfers voor het vertrouwen in de democratie, en op de vraag welke factoren van invloed zijn op de opkomst bij lokale verkiezingen.

Brief min BZK d.d. 4 april 2014 «Uw verzoek naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen»

De Kamer zal in het najaar 2014 een agenda ter versterking van de lokale democratie worden toegezonden. Hierin zal de gevraagde nadere informatie en duiding over de opkomst(cijfers) bij de gemeenteraadsverkiezingen worden verstrekt.

De Minister zegt toe onderzoek te doen naar de relatie tussen schaalgrootte (bijvoorbeeld als gevolg van een herindeling) en het opkomstpercentage bij verkiezingen en de Kamer hierover te informeren

Parlementair agenda punt [15-04-2014] – Herindeling van de gemeenten 's-Hertogenbosch, Maasdonk en Oss (33 786) + Samenvoeging van de gemeenten Groesbeek, Millingen aan de Rijn en Ubbergen (33 787) + Samenvoeging van de gemeenten Bernisse en Spijkenisse (33 789) + Samenvoeging van de gemeenten Alkmaar, Graft-De Rijp en Schermer (33 790) + Samenvoeging van de gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist (33 788)

De Tweede Kamer is op 2 juli jl. geïnformeerd over de adviesaanvraag aan het CPB. Op basis hiervan zal een vervolgbrief aan de Kamer volgen in het najaar van 2014.

De Minister neemt zich voor de waterschapsverkiezingen te organiseren op basis van de Kieswet. Aangezien deze verkiezingen nu plaatsvinden op grond van de Waterschapswet, dient de Kieswet veranderd te worden.

Parlementair agenda punt [19-12-2012] – Begroting BZK rest

De Kieswet is per 1 juli 2014 gewijzigd in verband met de uitvoering van de Waterschapsverkiezingen door de gemeenten (