Gepubliceerd: 20 september 2016
Indiener(s): Stef Blok (minister zonder portefeuille binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34550-VII-2.html
ID: 34550-VII-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

3

1.

Leeswijzer

3

     

2.

Beleidsagenda

5

 

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

13

 

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

15

 

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

16

     

3.

Beleidsartikelen

17

 

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

17

 

Artikel 2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

24

 

Artikel 6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

26

 

Artikel 7. Arbeidszaken overheid

34

     

4.

Niet-beleidsartikelen

39

 

Artikel 11. Centraal apparaat

39

 

Artikel 12. Algemeen

42

 

Artikel 13. Nominaal en onvoorzien

44

 

Artikel 14. VUT-fonds

44

     

5.

Begroting agentschap

45

 

5.1. Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

45

     

6.

Bijlagen

52

 

6.1 ZBO’s en RWT’s

52

 

6.2 Verdiepingsbijlage

53

 

6.3 Moties en toezeggingen

62

 

6.4 Subsidieoverzicht

98

 

6.5 Evaluatie- en overig onderzoek

101

 

6.6 Specifieke uitkeringen (interdepartementaal)

107

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet (CW) 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten, en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, S.A. Blok

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt het beleid voor het komende jaar uiteengezet.

Na de beleidsagenda volgen drie overzichten:

  • Belangrijkste beleidsmatige mutaties;

  • Overzicht niet juridisch verplichte uitgaven;

  • Meerjarenplanning beleidsdoorlichting

De beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opgebouwd uit 4 beleidsartikelen: Openbaar bestuur en democratie, Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), Dienstverlenende en innovatieve overheid, Arbeidszaken overheid.

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A Algemene doelstelling

  • B Rol en verantwoordelijkheid

  • C Beleidswijzigingen

  • D1 Budgettaire gevolgen van beleid

  • D2 Budgetflexibiliteit

  • E Toelichting op de instrumenten

De niet-beleidsartikelen

De begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opgebouwd uit 4 niet-beleidsartikelen: Centraal apparaat, Algemeen, Nominaal en onvoorzien, VUT-fonds.

Budgetflexibiliteit

De peildatum van de gepresenteerde budgetflexibiliteit (juridisch verplicht) is 1 januari 2017.

Begroting agentschap

De begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kent één baten-lastenagentschap, te weten Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG).

Specifieke uitkeringen

In paragraaf 6.6 is de bijlage specifieke uitkeringen (interdepartementaal) opgenomen. Hierin geven de departementen aan welke uitkeringen zij doen voor gemeenten en provincies.

Groeiparagraaf

Op verzoek van de Tweede Kamer wordt met ingang van de begroting 2017 inzicht gegeven in de niet-juridische verplichtingen. Het overzicht en de toelichting hierop is te vinden in de tabel «Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven» in de beleidsagenda.

2. BELEIDSAGENDA 2017

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) staat voor een actieve democratie, waarin mensen in vrijheid leven, gelijke rechten hebben, samen initiatieven nemen en problemen oplossen. Daarbij past een slagvaardig en adaptief bestuur en een overheid waar burgers op kunnen vertrouwen. Een overheid die mensen vlot helpt en vooral niet in de weg zit of op de vingers kijkt.

Internationaal vergelijkend onderzoek laat zien dat Nederland trots kan zijn op de kwaliteit van ons overheidsapparaat en de mensen die er werken. Het vertrouwen in onze democratie is groot, en in diverse internationale ranglijsten1 heeft Nederland een leidende positie op het gebied van effectiviteit, kwaliteit en geloofwaardigheid.

De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet om democratie en bestuur aan te passen aan de eisen van de nieuwe tijd; dichter bij burgers en in samenspraak met burgers, medeoverheden en andere betrokkenen. In 2017 wordt de democratie op lokaal niveau verder versterkt en wordt hard gewerkt om belemmeringen die burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties in de praktijk ervaren, weg te nemen. Onder de vlag van Agenda Stad investeert BZK samen met andere ministeries en steden in de economische kracht en leefbaarheid van de steden.

Mensen die ondersteuning nodig hebben om aan de slag te komen of zorg en begeleiding nodig hebben kunnen door de decentralisaties van dit kabinet dichterbij huis, in de eigen gemeente, terecht. In 2017 spant BZK zich in om samen met gemeenten de werkzaamheden van gemeenten in het sociaal domein verder te integreren en innoveren. Ook andere maatschappelijke uitdagingen worden steeds dichter bij de burger opgepakt. In landelijke regietafels staat de rijksoverheid schouder aan schouder met medeoverheden om verder uitwerking te geven aan het bestuursakkoord en het uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom. Die werkwijze is goed bevallen.

Met het oog op nieuwe kansen die nieuwe technologieën bieden wordt verder gebouwd aan een open en transparante overheid. Onder het motto «Digitaal 2017» werkt BZK met veel overheidsinstanties samen aan digitalisering van heel de dienstverlening van de overheid en versterking van de digitale infrastructuur. Mensen die minder digitaal vaardig zijn, krijgen extra aandacht. Bij een veranderde rol van de overheid past eveneens modern werkgeverschap, zoals de herziene rechtspositie van ambtenaren en beperking van topinkomens.

Onze open en vrije samenleving verdient bescherming, waarbij belangrijke grondrechten van burgers worden gerespecteerd. In de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt de balans gezocht tussen modernisering van de benodigde onderzoeksmogelijkheden enerzijds en de verankering van de waarborgen op het gebied van privacy anderzijds, zodat oude waarden in een nieuwe tijd onverminderd sterk geborgd worden.

Burgers en democratie

Agenda Lokale Democratie

De verhouding tussen de lokale overheid en de burger is de afgelopen jaren veranderd. Veel burgers willen en kunnen veel meer dan eens in de 4 jaar stemmen, proberen op diverse manieren de politieke besluitvorming te beïnvloeden en nemen zelf initiatieven op lokaal niveau. Ook is de lokale overheid belangrijker geworden voor de burger. Waar de gemeente voorheen vooral over ruimte, wonen en verkeer ging, is daar het hele sociaal domein bijgekomen. Bovendien wordt in deze participatiesamenleving meer van burgers verwacht. Om de democratie mee te laten groeien met de vereisten van deze tijd heeft de Minister van BZK de Agenda Lokale Democratie opgestart. De rol van BZK is om de lokale democratie ruim baan te geven, samenwerking te creëren, na te gaan wat wel en wat niet werkt, en blokkades zoals hinderende regels op te ruimen. BZK werkt daarnaast samen met de beroepsgroepen van politieke ambtsdragers, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Interprovinciaal Overleg (IPO) aan de programma’s «Versterking aanzien en aantrekkelijkheid van het politieke ambt» en «Lokale democratie in beweging», om te bevorderen dat er kwalitatief goede politieke ambtsdragers beschikbaar blijven. Deze activiteiten houden nauw verband met de inzet ten aanzien van politici, bestuurders en ambtenaren, en met name raadsleden (zie Politici, bestuurders en ambtenaren).

Burgerschap

Juist in deze tijd, waarin de relatie tussen overheid en burgers zo verandert, is het goed om in debat te gaan over burgerschap. In een reeks burgerconferenties geeft BZK burgers de mogelijkheid om mee te denken over vernieuwing van de verbindende en democratische waarden die Nederland kent.

Verkiezingsproces

De haalbaarheid van de invoering van elektronisch stemmen en tellen in het stemlokaal wordt onderzocht. In augustus 2016 is een marktuitvraag gestart om meer duidelijk te krijgen over de (technische) haalbaarheid en de kosten. De marktuitvraag wordt voor het einde van 2016 afgerond. Parallel hieraan wordt overleg gevoerd met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de zienswijze van de gemeenten. Het kabinet zal daarna een besluit nemen over de haalbaarheid van de invoering van de stemprinter en stemmenteller.

De Kieswet wordt gewijzigd om het stemmen makkelijker te maken voor Nederlanders die in het buitenland wonen. Permanente registratie wordt mogelijk, waardoor Nederlanders in het buitenland zich niet voor elke verkiezing opnieuw hoeven te registreren. Daarnaast stemmen Nederlanders in het buitenland bij de komende verkiezing voor de Tweede Kamer, bij wijze van experiment, met een nieuw model stembiljet dat per mail aan de kiezers kan worden gezonden.

Landelijke Aanpak Adreskwaliteit

Omdat de Basisregistratie Personen (BRP) mede de basis vormt van de uitvoering van overheidsdienstverlening, is de aanpak van adresfraude en verbetering van de kwaliteit van de adresgegevens één van de speerpunten van dit kabinet. Om de kwaliteit van de BRP te verhogen en adresfraude op te sporen, leggen gemeenten adresbezoeken af en wisselen ketenpartners gegevens beter uit. Deze Landelijke Aanpak Adreskwaliteit heeft in 2016 tussen de € 7 en € 14 mln. aan potentiële fraudebaten opgeleverd; hiermee overstijgt het de kosten. De landelijke aanpak wordt vanwege goede ervaringen structureel voortgezet.

Bestuur

Agenda Stad

Stedelijke gebieden zijn steeds meer motoren voor de economie. De Agenda Stad versterkt de groei, leefbaarheid en innovatie in steden. Concreet doen we dat door het sluiten van City Deals. In City Deals maken steden, Rijk, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties afspraken over (innovatieve) oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. In 2017 gaan we op de ingeslagen weg voort.

De Europese Agenda Stad richt zich op een steviger stem van steden in Europees verband. Thematische partnerschappen van steden, lidstaten en Europese Commissie en relevante experts, werken ook in 2017 aan concrete voorstellen gericht op betere regelgeving, betere toegang tot fondsen en betere kennisuitwisseling. Het in 2016 vastgestelde Pact van Amsterdam en de hierop aansluitende Raadsconclusies, borgen dat de uitkomsten van deze partnerschappen niet in een la verdwijnen.

Sociaal domein, Omgevingswet en verhoogde asielinstroom

Bij een aantal grote maatschappelijke dossiers heeft BZK een faciliterende rol gericht op goede samenwerking tussen Rijk en gemeenten. Drie thema’s die daarbij het komende jaar specifieke aandacht behoeven zijn het sociaal domein, de omgevingswet en de verhoogde asielinstroom.

Voor wat betreft het sociaal domein geldt dat gemeenten in 2017 voor het derde jaar verantwoordelijk zijn voor de jeugdhulp, de maatschappelijke ondersteuning en de begeleiding naar werk. De Minister van BZK heeft de afgelopen jaren vanuit zijn verantwoordelijkheid voor goed openbaar bestuur een coördinerende rol gehad in het sociaal domein en zich ingezet voor het creëren van belangrijke randvoorwaarden als regionalisering, goede lokale verantwoording en het ontschotten van de financiering. Na de transitie, de fase van overdracht van taken, volgt nu de transformatiefase, de fase waarin de gemeenten vorm geven aan een nieuwe manier van werken. In de huidige transformatie fase staat onder meer het integraler oppakken van de verschillende verantwoordelijkheden in het sociaal domein, het verder innoveren van de gemeentelijke aanpak en het meer betrekken van burgers bij zowel uitvoering als besluitvorming centraal. Ook daarbij wil het Rijk gemeenten ondersteunen. De Minister van BZK volgt de ontwikkelingen scherp en zoekt samen met andere departementen, gemeenten en de VNG naar passende oplossingen voor knelpunten die in de praktijk ervaren worden. Deze aanpak is vormgegeven in de transformatieagenda.

Daarnaast wordt in het sociaal domein in 2017 ingezet op verbetering van de verantwoording- en rechtmatigheidprocessen, vanwege de problemen in 2016 met een deel van de controleverklaringen over de gemeentelijke jaarrekeningen. Verder wordt in 2017 de tweede overall rapportage sociaal domein naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze rapportage geeft de stand van zaken weer in het sociaal domein inclusief aanpalende beleidsterreinen zoals passend onderwijs en schuldhulpverlening. De komende jaren wordt de informatievoorziening stapsgewijs verder geïntegreerd, aangescherpt en waar mogelijk vereenvoudigd.

Vergelijkbaar met de transformatie in het sociaal domein is de invoering van de Omgevingswet. Deze opgave vraagt veel van de decentrale overheden. Ook hier ondersteunt de Minister van BZK decentrale overheden bij het implementeren van de nieuwe manier van werken (de veranderopgave) aan de hand van de opgedane kennis en expertise in het sociaal domein.

Een derde voorbeeld van een grote maatschappelijke (en interbestuurlijke) opgave is de verhoogde asielinstroom. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor goede samenwerking tussen Rijk en gemeenten rondom opvang en huisvesting, scholing en integratie van vluchtelingen en vergunninghouders en het (lokaal) betrekken van burgers bij besluitvorming. Ook in 2017 zit de Minister van BZK de landelijke regietafel verhoogde asielinstroom voor, en houdt hij op basis van het bestuursakkoord van november 2015, het uitwerkingsakkoord van april 2016 en het via de VNG ingestelde Ondersteuning Team Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV) de vinger aan de pols.

Financiële verhoudingen, gemeentefonds/provinciefonds en precario

De veranderingen in het openbaar bestuur vragen om modernisering van de financiële verhoudingen. Het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) heeft op 28 april 2016 een stuur- en expertgroep gevraagd om een probleemanalyse te maken van de toekomstbestendigheid van het huidige stelsel (specifiek het gemeentefonds). Verder is gevraagd verschillende oplossingsvarianten van verdeelsystematiek te verkennen. In de stuur- en expertgroep zijn het Ministerie van BZK, Ministerie van Financiën, de VNG en de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) vertegenwoordigd. In het voorjaar van 2017 worden de voorlopige bevindingen in het BOFv gerapporteerd, gevolgd door de oplevering van de rapportage.

Begin 2015 heeft het IPO een externe commissie ingesteld die zich heeft gebogen over verdeelvraagstukken binnen het provinciefonds. In december 2015 is het eindrapport «Redelijk Verdeeld» van de commissie Jansen aangeboden aan de Minister van BZK. Om het nieuwe verdeelmodel, zoals opgenomen in het eindrapport, formeel te kunnen doorvoeren, is het nodig de Financiële-verhoudingswet (Fvw) te wijzigen. Het wetswijzigingtraject is gestart.

Het streven is om het nieuwe verdeelmodel voor het uitkeringsjaar 2017 in te voeren.

Ook bij de lokale belastingen zijn ontwikkelingen. Op 24 juni 20162 is een brief naar het parlement gestuurd met bouwstenen voor een hervorming van het gemeentelijk belastinggebied. De keuzes hieromtrent worden overgelaten aan een volgend kabinet. Daarnaast is op 22 juni 20163 een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat er toe moet leiden dat decentrale overheden geen precariobelasting meer heffen over nutsnetwerken. In dit wetsvoorstel zit een overgangsregeling die mogelijk maakt dat decentrale overheden die reeds in 2015 precariobelasting hieven tot 1 januari 2027 nog mogen doorheffen, om geleidelijke afbouw mogelijk te maken.

Politici, bestuurders en ambtenaren

Beperken Topinkomens

De Minister van BZK zet in 2017 in op de invoering van maatregelen, waaronder zowel aangescherpte als vereenvoudigde regelgeving, gericht op het tegengaan van bovenmatige beloningen in de semipublieke sector. De regels worden verder vereenvoudigd en verscherpt om schijnconstructies en andere vormen van ontduiking tegen te gaan. Hiermee wordt het regeerakkoord volledig geïmplementeerd. Als gevolg van het overgangsrecht uitgezonderde beloningen boven de norm van de Wet normering topinkomens (WNT) wordt 2017 het eerste jaar dat de beloningen daadwerkelijk stapsgewijs – in drie jaar – moeten worden verlaagd. De Minister van BZK zorgt voor adequate voorlichting en een helder controleprotocol voor accountants met het oog op een goede wetstoepassing. Als sluitstuk wordt, na de uitvoering van het regeerakkoord, in 2017 ingezet op scherp toezicht op de naleving om verlaging van inkomens boven de norm daadwerkelijk te realiseren.

Modern werkgeverschap/ambtelijke rechtspositie

Ook voor ambtenaren verandert het nodige. De plenaire behandeling van het initiatiefwetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren wordt eind september 2016 in de Eerste Kamer voortgezet. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, wordt de rechtspositie van de meeste ambtenaren over enkele jaren gelijk aan die van de ruim zes miljoen werknemers in de marktsector. Hiermee wordt een onderdeel van het regeerakkoord gerealiseerd, waarin staat dat het ontslagrecht van ambtenaren in overeenstemming wordt gebracht met het ontslagrecht van werknemers buiten de overheid. Aanneming van het initiatiefvoorstel leidt tot een fundamentele stelselwijziging. In de jaren voor de inwerkingtreding van het initiatiefvoorstel moet veel wet- en regelgeving van de verschillende publieke sectoren worden aangepast. Daarnaast moeten zowel werkgevers als ook werknemers goed geïnformeerd worden over de wijzigingen van het stelsel. Hiernaast is de aandacht gericht op versterking van het ambtelijk vakmanschap, waarbij instrumenten als de ambtseed worden gemoderniseerd.

Bestuur en veiligheid

Het lokaal bestuur heeft een sleutelrol in de aanpak van sociale veiligheidsproblematiek waartoe bijvoorbeeld de thema’s ondermijning door georganiseerde criminaliteit, leefbaarheid en maatschappelijke spanningen en polarisatie behoren. Tegelijkertijd vormen politieke ambtsdragers zelf in toenemende mate het doelwit van deze problematiek en is de rol die het lokaal bestuur toebedeeld heeft gekregen niet altijd in evenwicht met het instrumentarium van dat bestuur. In dit kader heeft het Ministerie van BZK een programma Bestuur en Veiligheid ingericht. Het programma beoogt de regierol van het lokaal bestuur te versterken, opdat het lokaal bestuur beter in staat wordt gesteld een bijdrage te leveren aan het indammen van de sociale veiligheidsproblematiek en daarmee ondermijning van het democratisch bestel tegen te gaan.

Positie Raadsleden

In overleg met de VNG, Raadslid.nu en de Vereniging van Griffiers is, conform de motie Wolbert, een actieplan opgesteld om de positie van raadsleden te versterken. Het actieplan omvat acties zoals een structureel regionaal scholingsaanbod voor raadsleden inclusief een Digitaal Leerplatform en ondersteuning aan griffiers om raadsleden meer werk uit handen te nemen. Verder wordt in overleg met VNG gekeken of de raadsvergoeding verbeterd kan worden. Om bij te dragen aan instroom van nieuwe kandidaat raadsleden is het actieplan ook gericht op activiteiten om de aantrekkelijkheid van politieke functies te vergroten. Het actieplan is op 20 juni 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden4. Samen met de genoemde partijen wordt het plan verder uitgewerkt.

Digitale dienstverlening overheid

Digitaal 2017

In het regeerakkoord is afgesproken dat de dienstverlening door de overheid beter moet. Steeds meer burgers en ondernemers geven de voorkeur aan een digitaal contactkanaal met de overheid. Door middel van wijziging van de Algemene wet bestuursrecht wordt daarom geregeld dat burgers en bedrijven aanvragen van bijvoorbeeld een vergunning digitaal bij de overheid kunnen indienen indien dat ook schriftelijk kan. Dat is voor de gebruiker gemakkelijk en past in de tijd waarin veel diensten online worden afgehandeld. Het streven is het wetsvoorstel begin 2017 in te dienen.

Overheidorganisaties moeten zich hierop voorbereiden. In de implementatieagenda van het programma Digitaal 2017 hebben diverse overheidsorganisaties opgenomen welke activiteiten zij uiterlijk eind 2017 zullen ondernemen op het gebied van de digitale dienstverlening, zoals het verbeteren van de vindbaarheid en toegankelijkheid. Het programma Digitaal 2017 stimuleert overheidsorganisaties om de implementatieagenda te realiseren, monitort de voortgang en rapporteert periodiek. Door het programma wordt extra aandacht besteed aan digitaal minder vaardige mensen.

Wet Generieke Digitale Infrastructuur

Meer gemak voor burgers en bedrijven in hun contact met de digitale overheid is als uitgangspunt vertaald in de Wet Generieke Digitale Infrastructuur (Wet GDI). De Ministers van BZK en Economische Zaken (EZ) streven ernaar deze wet in 2017 af te ronden. De wet is nodig om de digitalisering van de dienstverlening van de overheid te harmoniseren en deze van waarborgen te voorzien op het gebied van toegankelijkheid, veiligheid, betrouwbaarheid en privacybescherming. De Generieke Digitale Infrastructuur bestaat uit verschillende generieke voorzieningen voor identificatie en authenticatie, informatievoorziening en gegevensuitwisseling die gezamenlijk gebruikt worden door vrijwel alle overheden, vele publieke organisaties en in een aantal gevallen ook door private partijen. In de Wet GDI worden bestuursorganen in beginsel verplicht om op – in de Wet GDI geregelde – voorzieningen aan te sluiten. Daarnaast worden in de Wet GDI de bevoegdheden van de Minister van BZK om standaarden verplicht te stellen geregeld.

eID

Het Ministerie van BZK werkt aan het moderniseren van identificeren en authenticeren bij publieke dienstverleners door over te gaan op een hogere beveiliging voor officiële online identificatie en het uitbreiden van het aantal inlogmiddelen binnen het Burgerservicenummer-domein. Met het laatste wordt een multimiddelenstrategie ingezet. Dat betekent dat burgers niet alleen met het bestaande DigiD-middel, maar met meerdere publieke en private middelen kunnen inloggen in het BSN-domein. BZK stelt de voorwaarden voor toelating van deze middelen in het BSN-domein en houdt toezicht. De gefaseerde uitrol van nieuwe inlogmethoden start dit najaar na overleg met de Kamer, daarbij deels voortbouwend op reeds gehouden pilots.

Open overheid, open data en persoonlijk datamanagement

In tijden waarin de relatie tussen burgers en overheid verandert streeft het kabinet naar een overheid die open en transparant is, verantwoording aflegt, actief informatie deelt en open staat voor initiatief vanuit de samenleving. Daarmee draagt een open overheid bij aan een democratische samenleving, het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en het creëren van economische waarde. Burgers komen daardoor in een betere informatiepositie en bedrijven kunnen data hergebruiken waarmee innovatie wordt gestimuleerd.

Het (tweede) Actieplan open overheid 2016–2017 geeft hieraan met negen actiepunten concreet invulling. Met de actiepunten Nationale Open Data Agenda, actieve openbaarmaking van informatie, de informele aanpak van Wob-verzoeken worden overheidsdata toegankelijk voor maatschappelijk gebruik en verbetert de communicatie richting burgers en bedrijven. Ook medeoverheden hebben een plek in het Actieplan. Zo wordt raadsinformatie als open data ontsloten, waardoor raadsleden, inwoners en journalisten de besluitvorming gerichter kunnen volgen. Verder worden proefprojecten gestart om financiële informatie van gemeenten op detailniveau geschikt te maken voor hergebruik.

In 2017 wordt ook persoonlijk datamanagement verder vormgegeven, waarmee de burger regie krijgt over zijn gegevens.

VN-dag

Nederland treedt in 2017 op als gastheer van de UN Public Service Day, een tweedaagse conferentie waarin de internationale gemeenschap zich inzet voor een betere publieke dienstverlening en waar ervaringen worden gedeeld.

Nationale Veiligheid

De openheid en vrijheid die de Nederlandse samenleving kenmerken zijn het meer dan waard om te beschermen. Zeker als er krachten zijn die deze waarden bedreigen. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) doet onder andere onderzoek naar organisaties, personen en andere landen die een (mogelijk) gevaar vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde en andere gewichtige belangen van de staat. Op basis van de resultaten van deze onderzoeksactiviteiten worden bestuurders, beleidsmakers en andere belanghebbenden op lokaal, nationaal en internationaal niveau geïnformeerd, geadviseerd en aangezet tot handelen.

Ontwikkeling dreigingsbeeld

Drie grote thema’s domineren al geruime tijd zowel nationaal als internationaal het dreigingsbeeld: het jihadistische terrorisme, de instabiliteit aan de buitengrenzen van Europa en cyberdreiging. Naar verwachting zal dit gedurende een langere periode aanhouden.

Jihadistisch terrorisme

Verschillende jihadistische groeperingen hebben zich ten doel gesteld het Westen, en daarmee mogelijk ook Nederland, met aanslagen te treffen. Achtereenvolgende aanslagen in Europa in 2014, 2015 en 2016 illustreren op indringende wijze de dreiging die daar momenteel vanuit gaat. Met name ISIS blijkt in staat om operatives vanuit Syrië naar Europa te sturen om hier aanslagen te plegen. Gebleken is dat daarbij ook gebruik gemaakt wordt van de vluchtelingenstroom om op heimelijke wijze naar Europa te reizen. Een fors aantal jongeren uit Nederland is in de afgelopen jaren naar Syrië en Irak afgereisd om zich aan te sluiten bij ISIS of Jabhat al Nusra om deel te nemen aan de jihadistische strijd. Bij terugkeer in Nederland kunnen deze jongeren een veiligheidsrisico vormen. Dit risico neemt toe bij toekomstige terugkeerders, omdat zij veelal beter getraind zijn, meer gevechtservaring hebben opgedaan en mogelijk ook getraumatiseerd terugkeren. Bovendien kunnen zij als operative met een opdracht voor het plegen van aanslagen, naar Nederland worden teruggestuurd. Jihadistische dreiging kan ook uitgaan van geradicaliseerde mensen van eigen bodem, eenlingen, sympathisanten en veteranen, al dan niet georganiseerd in groepen en/of aangestuurd vanuit (inter)nationale netwerken. De ontwikkeling van het dreigingsbeeld is zorgelijk en houdt naar verwachting langere tijd aan. Omdat de dreiging meerdere facetten kent, is er sprake van een complex en diffuus dreigingsbeeld. De inspanningen van de AIVD zijn gericht op het onderkennen van deze dreigingen, waarbij intensief wordt samengewerkt met onder andere de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie en gemeenten.

Instabiliteit aan de buitengrenzen van Europa

De politieke instabiliteit van diverse landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten leidt tot onderlinge strijd tussen groeperingen, het verdwijnen van grenzen en het ontstaan van machtsvacuüms, waardoor vrijplaatsen voor terroristische organisaties ontstaan. De gewelddadigheden die gepaard gaan met de instabiele situatie in het Midden-Oosten leiden daarnaast tot grote migratiestromen, wat druk zet op Europese grenzen en solidariteit. Ook aan de oostgrens van Europa is er sprake van instabiliteit. De relatie tussen Rusland en het Westen blijft gespannen en er is nog altijd sprake van een fragiele situatie in Oost-Oekraïne. De instabiliteit aan de buitengrenzen van Europa heeft gevolgen voor onze nationale veiligheid, de Nederlandse buitenlandpolitiek, de handelsbelangen en energievoorzieningszekerheid in Europa en voor de migrantengemeenschappen in Europa.

Cyberdreiging

In het jaar 2015 is een recordaantal digitale spionageaanvallen op Nederlandse overheidsinstellingen onderkend die een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. Er is daarnaast sprake van misbruik van de Nederlandse ICT-infrastructuur en van structurele digitale aanvallen op bedrijven. Een groot deel van deze aanvallen blijft onopgemerkt, waardoor het werkelijke aantal veel hoger is. Deze cyberdreiging kan de integriteit van politiek-bestuurlijke en democratische besluitvorming, het functioneren van de vitale infrastructuur en het verdienvermogen van de Nederlandse samenleving ernstig aantasten. Ook in 2017 doet de AIVD onderzoek naar de dreiging en zet daarbij zonodig unieke en bijzondere inlichtingenmiddelen in. Op basis van detectie en het onderzoek naar digitale aanvallen informeert de AIVD de mogelijk getroffen organisaties binnen en buiten de overheid. Daarnaast adviseert de AIVD organisaties over schade, schadeherstel en preventie na digitale aanvallen.

Internationale samenwerking

Terrorisme is een grensoverschrijdend probleem dat gezamenlijk dient te worden aangepakt. Via het Europese samenwerkingsverband Counter Terrorism Group (CTG) krijgt het verder intensiveren, verdiepen en verbreden van de samenwerking tussen Europese veiligheidsdiensten op het gebied van contraterrorisme prioriteit. In 2016 is, onder voorzitterschap van de AIVD, een database met een interactief platform opgericht ter bevordering van de uitwisseling van operationele inlichtingen tussen de betrokken veiligheidsdiensten. Deze inzet wordt in 2017 gecontinueerd en waar mogelijk uitgebreid. De AIVD blijft in de komende jaren investeren in het opbouwen en het onderhouden van een extern netwerk.

Modernisering Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is gericht op de modernisering van de benodigde onderzoeksmogelijkheden enerzijds en de verankering van de waarborgen op het gebied van privacy anderzijds. De wet stelt extra voorwaarden om de privacy van Nederlandse burgers zo goed mogelijk te beschermen. De nieuwe bevoegdheid om kabelgestuurde telecommunicatie te onderzoeken, gaat gepaard met een uitbreiding van de controle. Inzet van de bevoegdheden vindt doelgericht plaats, met een onafhankelijke bindende toetsing vooraf en toezicht tijdens de inzet en achteraf. Het eventuele gebruik van verkregen data is aan strikte regels en bewaar- en vernietigingstermijnen gebonden. Met de nieuwe wet wordt invulling gegeven aan de nieuwe bevoegdheid voor het onderzoeken van kabelgestuurde telecommunicatie. Ten behoeve van de implementatie van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) maakt het kabinet € 20 mln. vrij.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten, uitgaven en niet-belastingontvangsten)

Opbouw uitgaven (x € 1.000)
 

art. nr.

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

 

683.228

592.393

584.748

587.661

588.155

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

176.739

67.840

59.869

58.574

56.185

57.921

               

Nieuwe mutaties:

 

42.661

82.013

7.326

25.980

53.054

597.007

waarvan:

             

a. Amendement fractiekosten (Arib)

1

   

– 2.600

– 2.600

– 2.600

– 2.600

b. Kasschuif egalisatieschuld

2

14.040

– 2.340

– 2.340

– 2.340

– 2.340

– 2.340

c. Landelijke aanpak adresfraude

6

7.930

10.700

10.700

10.700

10.700

10.700

d. GDI/eID

6

14.670

66.832

       
               

Overige mutaties

 

6.021

6.821

1.566

20.220

47.294

591.247

Stand ontwerpbegroting 2017

902.628

742.246

651.943

672.215

697.394

654.928

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
 

art. nr.

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

 

42.048

56.970

56.868

56.744

56.744

0

               

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

95.747

2.900

0

0

0

0

               

Nieuwe mutaties:

 

66.292

10.059

8.002

7.963

7.948

64.356

waarvan:

             

e. Herfasering VUT-fonds

14

51.007

         
               

Overige mutaties

 

15.285

10.059

8.002

7.963

7.948

64.356

Stand ontwerpbegroting 2017

 

204.087

69.929

64.870

64.707

64.692

64.356

Toelichting

a. Amendement fractiekosten (Arib)

Het amendement van het Tweede Kamerlid Arib (Kamerstukken II 2015–2016 34 485 VII, nr. 3) beoogt te voorkomen dat een noodzakelijke structurele ramingsbijstelling bij de fractiekostenregeling ten kosten zou gaan van de controlerende en wetgevende taak van de Staten-Generaal. De geraamde kosten van € 2,6 mln. zijn met ingang van 2018 ten laste gebracht van de uitgaven op artikel 1.

b. Kasschuif egalisatieschuld

Als gevolg van de veranderingen in het huisvestingsstelsel zal in 2016 de resterende egalisatieschuld buiten de gebruiksvergoeding om worden afgelost aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Om deze schuld af te lossen wordt gebruik gemaakt van een technische meerjarige kasschuif.

c. Landelijke Aanpak Adreskwaliteit

Dit betreft de bijdrage van de departementen voor de landelijke aanpak adresfraude.

d. GDI/eID

Dit betreft onder andere de overboeking vanuit de aanvullende post voor de voorzieningen die onderdeel uitmaken van de generieke digitale infrastructuur (GDI) waar BZK het opdrachtgeverschap voor vervult.

e. Herfasering VUT-fonds

De raming voor de VUT-lening wordt verhoogd op basis van de meest actuele inzichten in de liquiditeitenplanning. Conform de leenovereenkomst worden hiermee de laatste ontvangsten gerealiseerd.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bijdragen x € 1.000)

Art.nr.

Naam artikel (€ totaal uitgaven artikel)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-juridisch verplichte uitgaven

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1

Openbaar bestuur en democratie (30.567)

25.592 (84%)

4.975 (16%)

• Verschillende publicaties, congressen en onderzoeken op het terrein van het functioneren van het openbaar bestuur (4.338).

       

• Faciliteren en uitvoering van de landelijk informerende campagne en het ondersteunen van de gemeenten bij de uitvoering van verkiezingen (220)

       

• Overig (417)

         

6

Dienstverlenende en innovatieve overheid (161.709)

152.694 (94%)

9.015 (6%)

• Digitale dienstverlening (Programma Digitaal 2017) en Nationale Opendata Agenda (zorg voor officiële publicaties) (3.373)

       

• Digitaal 2017 inclusief Wet GDI (2.000)

       

• Informatiepositie burger (2.000)

       

• Informatiebeleid en -veiligheid (1.500)

       

• Ontwikkeling voorzieningen (1.000)

       

• Overig (1.272)

         

7

Arbeidszaken overheid (30.340)

27.859 (92%)

2.481 (8%)

• Twee samenhangende programma’s aan interventies om het politieke ambt te versterken (633)

       

• Kennisinfrastructuur (1.000)

       

• Arbeidsmarktbeleid publieke sector (300)

       

• Topinkomens (200)

       

• Overig (348)

         

Totaal aan niet verplichte uitgaven

 

18.601

 

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Geheel artikel-onderdeel?

1

Openbaar bestuur en democratie

               

1.1

Bestuurlijke en financiële verhoudingen

     

     

Ja1

1.2

Participatie

     

     

Ja1

2

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

             

Nee2

6

Dienstverlenende en innovatieve overheid

               

6.1

Verminderen regeldruk

           

Ja3

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

       

 

Ja

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

       

 

Ja

6.4

Burgerschap

   

       

Ja

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie persoonsgegevens

       

   

Ja

7

Arbeidszaken overheid

               

7.1

Overheid als werkgever

     

     

Ja

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

     

     

Ja4

X Noot
1

Noot 1: Artikel 1 wordt integraal doorgelicht.

X Noot
2

Noot 2: Een beleidsdoorlichting is voor artikel 2 op grond van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten niet mogelijk. In dit kader wordt ook verwezen naar de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), artikel 8 lid 3 en artikel 15. Wel heeft de commissie Dessens in 2013 de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten geëvalueerd. Ook wordt uitvoering gegeven aan de motie Van Toorenburg/Schouw (30 977, nr. 105) en is in 2015 door de Algemene Rekenkamer het rapport Bezuinigingen en intensiveringen bij de AIVD gepubliceerd.

X Noot
3

Noot 3: De doelstelling voor vermindering regeldruk voor professionals en burgers is in 2015 gerealiseerd. Na 2015 staat er geen budget op dit artikelonderdeel.

X Noot
4

Noot 4: Artikel 7 wordt integraal doorgelicht. Voor beleidsartikel 7.2 geldt dat pensioenen en uitkeringen zich niet laten toetsen op doeltreffendheid en ten dele op doelmatigheid.

Voor een overzicht van de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de meest recente jaarverslagen en/of de site van het Ministerie van Financiën: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties.

Voor de meerjaren planning van de beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de bijlage bij deze begroting: «Evaluatie- en overig onderzoek». Voor de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en overige evaluaties zijn hyperlinks opgenomen die meteen verwijzen naar de betreffende documenten.

3. DE BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

A Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een goed functionerend openbaar bestuur en democratie.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het functioneren van het stelsel van het openbaar bestuur. Die verantwoordelijkheid richt zich op de bestuurlijke verhoudingen, het medebeheer van het Gemeentefonds en het Provinciefonds, en interbestuurlijk toezicht. De Minister is verantwoordelijk voor de bestuurlijke organisatie (de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële verhoudingswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen). In het regeerakkoord zijn op dit vlak ambitieuze beleidsvoornemens geformuleerd. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de decentralisaties in het sociaal domein die door de Minister van BZK in hun onderlinge samenhang worden gecoördineerd en onder de verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Veiligheid en Justitie (VenJ) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) worden uitgevoerd. In het verlengde hiervan voert de Minister van BZK een krachtig beleid gericht op het bewerkstelligen van voldoende uitvoeringskracht bij met name de gemeenten. Een tweede pijler van de legitimatie van het Nederlandse openbaar bestuur betreft het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de publieke besluitvorming en beleidsvoering. In dat kader waarborgt de Minister van BZK het functioneren van het constitutionele bestel, waaronder het stelsel van de representatieve democratie. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkiezingen (de Kieswet) voor vertegenwoordigende lichamen op de verschillende bestuurlijke niveaus. De Minister van BZK zorgt er tevens voor dat de Kiesraad zijn wettelijke taken adequaat kan vervullen. Daarnaast voert de Minister van BZK de op 1 mei 2013 in werking getreden Wet financiering politieke partijen (Wfpp) uit en is hij sinds 1 april 2012 verantwoordelijk voor de procesvoering met betrekking tot het Europees Burgerinitiatief. Sinds 1 juli 2015 is de Wet raadgevend referendum van kracht; voor de uitvoering van deze wet is de Minister van BZK verantwoordelijk.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van de interbestuurlijke Agenda Stad. Deze agenda is gericht op (het bevorderen van) groei, leefbaarheid en innovatie in Nederlandse steden. Daartoe wordt in 2017 via City Deals, samen met mede-overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en vakdepartementen, op een innovatieve en resultaatgerichte manier samengewerkt aan complexe stedelijke transitievraagstukken.

De Minister van BZK was als voorzitter van de EU mede verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van (de Nederlandse bijdrage aan) de Europese Agenda Stad. Deze agenda geeft Europese steden een stevige vinger in de pap bij EU-regelgeving, toegang tot fondsen en kennisuitwisseling. Nederlandse steden en Nederland als lidstaat participeren in 2017 in enkele thematische partnerschappen die in dit kader verbetervoorstellen voor EU-beleid ontwikkelen.

C Beleidswijzigingen

Politieke ambtsdragers

De aanpak van het gebruik van geweld en de intimidatie en bedreiging van politieke ambtsdragers wordt in de komende jaren steviger verbonden aan de beleidsinzet op het terrein van integriteit en ondermijning. Daarmee wordt de aanpak verder versterkt, gericht en geborgd (Kamerstukken II, 2015–2016, 28 684 nr. 455).

Toekomst financiële verhoudingen

Herziening financiële verhoudingen Gemeentefonds

Op 28 april 2016 is in het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) de taakopdracht vastgesteld die aan de basis ligt van de beoogde herziening. De herziening richt zich op de financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten en specifiek op de verdeling van het gemeentefonds. Het traject heeft tot doel een probleemanalyse te maken van de toekomstbestendigheid van het stelsel van financiële verhoudingen en het verkennen van mogelijke oplossingsrichtingen in verschillende varianten. De focus ligt op verkenning van aanpassingen van de uitgangspunten en verdeelsystematiek, zoals deze nu gelden volgens de Financiële-verhoudingswet (Fvw).

De herziening start met het in kaart brengen van varianten voor verdeelsystematieken van het gemeentefonds. Het streven is om te komen tot realistische varianten met verschillende uitgangspunten die inzicht geven in de consequenties van keuzes. De voor- en nadelen van deze varianten worden in kaart gebracht (zowel kwalitatief als kwantitatief) zonder hieraan een politiek waardeoordeel te koppelen. In het voorjaar van 2017 worden de voorlopige bevindingen in het BOFv gerapporteerd, gevolgd door de oplevering van de rapportage.

Commissie Jansen/ herziening provinciefonds

Begin 2015 heeft het IPO een externe commissie ingesteld die zich heeft gebogen over verdeelvraagstukken binnen het provinciefonds. In december 2015 is het eindrapport «Redelijk Verdeeld» van de commissie Jansen aangeboden aan de Minister van BZK. Om het nieuwe verdeelmodel, zoals opgenomen in het eindrapport, formeel te kunnen doorvoeren, is het nodig de Financiële-verhoudingswet (Fvw) te wijzigen. Het wetswijzigingtraject is gestart.

Het streven is om het nieuwe verdeelmodel voor het uitkeringsjaar 2017 in te voeren.

Precariobelasting

Er is in 2016 een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat er toe moet leiden dat decentrale overheden geen precariobelasting meer heffen over nutsnetwerken. In dit wetsvoorstel zit een overgangsregeling die mogelijk maakt dat decentrale overheden die reeds in 2015 precariobelasting hieven tot 1 januari 2027 nog mogen doorheffen, om geleidelijke afbouw mogelijk te maken.

Sociaal domein

Het jaar 2017 is het derde jaar van de decentralisaties in het sociaal domein. Na de transitie, de fase van overdracht van taken, zitten we nu in de transformatiefase, de fase waarin de gemeenten vorm geven aan een nieuwe manier van werken met aandacht voor integraliteit, innovatie en burgerbetrokkenheid. Ook in deze fase is veel aandacht en inzet nodig om van deze nieuwe manier van werken een succes te maken. De Minister van BZK blijft de ontwikkelingen volgen, stimuleert vernieuwing en zoekt waar nodig in partnerschap met andere departementen, gemeenten en de VNG naar passende oplossingen voor knelpunten die in de praktijk ervaren worden.

Voor de Minister van BZK gaat het daarbij om de verantwoordelijkheid voor goed openbaar bestuur en het creëren van de voorwaarden waarbinnen de gemeenten de transformatieopdracht effectief kunnen vervullen. Voorts heeft de Minister van BZK vanuit zijn coördinerende functie een rol te vervullen in het bewaken van de samenhang van het optreden van de rijksoverheid in deze fase.

In 2018 zullen de budgetten ten behoeve van het sociaal domein, die nu nog in een integratie-uitkering binnen het gemeentefonds zijn ondergebracht, worden overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, tenzij verdeeltechnische redenen dat beletten (Kamerstukken II 2013–2014 33 935, nr. 7).

De jaarlijkse «overall rapportage sociaal domein» geeft inzicht in de stand van zaken in het gedecentraliseerde sociaal domein. In 2017 zal de tweede rapportage naar de Tweede Kamer worden gestuurd. In deze rapportage zullen ook beleidsterreinen als passend onderwijs en schuldhulpverlening worden opgenomen.

De informatievoorziening wordt doorontwikkeld waarbij deze stapsgewijs verder wordt geïntegreerd, aangescherpt en waar mogelijk vereenvoudigd. In 2017 is blijvend aandacht voor het terugdringen van de monitorlasten van gemeenten door «enkelvoudige uitvraag en meervoudig gebruik van informatie».

Aanpak en instrumentarium regionale governance

Economische opgaven spelen zich steeds meer af op regionaal niveau. De administratieve grenzen van gemeenten en provincies sluiten daar vaak niet op aan. Om opgaven toch effectief aan te kunnen pakken werken publieke en – in toenemende mate ook – private partijen regionaal met elkaar samen. In het rapport «Maak verschil» doet de Studiegroep Openbaar Bestuur aanbevelingen om regionale samenwerking te versterken en vooral ruimte te bieden voor maatwerk (verschillende oplossingen) per regio. Samen met gemeenten en provincies start het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2017 in drie tot vier regio’s met pilots. Deze werkwijze sluit aan op de aanbevelingen van de Studiegroep Openbaar Bestuur.

Door met concrete situaties aan de slag te gaan, ontstaat meer inzicht in bijvoorbeeld het belang van aanpassing van (organieke) wetgeving, herziening van de financiële verhoudingen alsook de competentieontwikkeling van bestuurders en andere professionals in het openbaar bestuur.

Evaluatie revitalisering interbestuurlijk toezicht

Op 1 januari 2012 is de Wet revitalisering generiek toezicht (RGT) in werking getreden. Afgesproken is dat de wet vijf jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd. In 2017 wordt deze evaluatie opgeleverd. Doel van de evaluatie is onderzoeken of de RGT voorziet in een toereikend en effectief stelsel van interbestuurlijk toezicht. De evaluatie wordt samen met VNG en IPO uitgevoerd. Ook wordt gekeken naar de kaders waarbinnen het financieel toezicht wordt uitgevoerd.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Art.nr.

Verplichtingen:

49.536

39.799

30.567

25.331

25.334

25.369

25.369

                 
 

Uitgaven:

33.112

39.799

30.567

25.331

25.334

25.369

25.369

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

84%

       
                 

1.1

Bestuurlijke en financiële verhouding

11.426

11.220

10.328

7.711

7.714

7.749

7.749

 

Subsidies

5.323

4.987

4.042

3.761

3.761

3.761

3.761

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

1.630

0

0

0

0

0

0

 

Diverse subsidies

518

1.776

832

551

551

551

551

 

Oorlogsgravenstichting (OGS)

3.175

3.211

3.210

3.210

3.210

3.210

3.210

 

Opdrachten

5.997

6.168

6.221

3.885

3.888

3.923

3.923

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

5.997

6.168

6.221

3.885

3.888

3.923

3.923

 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

106

65

65

65

65

65

65

 

Bijdragen internationaal

106

65

65

65

65

65

65

                 

1.2

Participatie

21.686

28.579

20.239

17.620

17.620

17.620

17.620

 

Subsidies

16.653

18.417

17.267

14.667

14.667

14.667

14.667

 

Politieke partijen

16.653

18.417

17.267

14.667

14.667

14.667

14.667

 

Opdrachten

4.047

7.714

2.972

2.953

2.953

2.953

2.953

 

Kiesraad

2.558

764

622

603

603

603

603

 

Raadgevend referendum

147

2.800

0

0

0

0

0

 

Verkiezingen

1.342

4.150

2.350

2.350

2.350

2.350

2.350

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

2.000

0

0

0

0

0

 

Raadgevend referendum

0

2.000

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan medeoverheden

943

0

0

0

0

0

0

 

Experiment centrale stemopneming

943

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

43

448

0

0

0

0

0

 

Kiesraad

43

448

0

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten:

25.768

25.665

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

D2 Budgetflexibiliteit

Subsidies

De subsidies zijn voor 98% juridisch verplicht. Het betreft financiering van de politieke partijen en oorlogsgravenstichting.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten is 49% juridisch verplicht. Het betreft hier middelen onder andere voor de verkiezingen, kenniscentra en onderzoeken door derden.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De bijdrage aan (inter)nationale organisaties is voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft financiële ondersteuning aan organisaties die actief Europees burgerschap bevorderen.

E Toelichting op de instrumenten

1.1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen

Subsidies

Diverse subsidies

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) ontvangt een subsidie voor informatieverstrekking over lokale lasten aan burgers.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. De Oorlogsgravenstichting ontvangt een subsidie voor de uitvoering hiervan op basis van de Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013.

De Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013 vervalt per 01-01-2017 en daarom is de subsidieregeling geëvalueerd. Bij deze evaluatie is ingegaan op de positie van de Oorlogsgravenstichting, de wijze van besteding van de ontvangen middelen, de bereikte resultaten en de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette subsidie. Daar waar nodig worden de resultaten van deze evaluatie verwerkt in de nieuw op te stellen subsidieregeling over de periode 2017 t/m 2020.

Opdrachten

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zet zich in voor kennisdeling en kennisvermeerdering. Verschillende publicaties, congressen en onderzoeken op het terrein van het functioneren van het openbaar bestuur worden gefinancierd. Ook financiert het Ministerie onderzoeken door derden.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

Het programma «Europa voor de burger» biedt financiële ondersteuning aan burgers en organisaties die een actief Europees burgerschap bevorderen om zo het proces van Europese integratie te stimuleren en de kloof tussen de burger en de Europese Unie te verkleinen. Om het programma bekendheid te geven en belangstellenden bij te staan bij het indienen van subsidieaanvragen, faciliteert de Europese Commissie in samenwerking met de lidstaten Europe for Citizens Points (ECP). In Nederland is het ECP belegd bij Dutch Culture, waarvoor een jaarlijkse bijdrage wordt verstrekt.

1.2 Participatie

Subsidies

Politieke partijen

Politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen. Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan de in deze wet genoemde voorwaarden. De voor 15 maart 2017 voorziene Tweede Kamerverkiezingen hebben derhalve invloed op de verdeling van de subsidies tussen de politieke partijen en mogelijk op de totale hoogte van de subsidies aan de politieke partijen.

Partij

Waarde 2013 (in €)

Waarde 2014 (in €)

Waarde 2015 (in €)1

Waarde 2016 (in €)1

VVD

3.712.977

3.754.370

3.686.713

3.606.842

PvdA

3.592.723

3.614.965

3.570.609

3.400.247

SP

1.632.647

1.619.794

1.595.392

1.600.936

CDA

1.744.143

1.675.014

1.659.175

1.652.742

D66

1.528.924

1.566.367

1.570.742

1.586.014

CU

950.877

943.888

924.943

932.776

GL

867.114

823.649

804.193

810.649

SGP

903.878

908.918

891.067

903.874

PvdD

626.276

620.441

618.780

623.345

DENK

0

0

0

159.695

VNL

0

0

0

428.421

50PLUS

444.674

392.531

456.749

395.916

OSF

371.848

370.360

365.097

366.050

Totaal

16.376.082

16.290.297

16.143.461

16.467.508

X Noot
1

Het betreft hier voorlopige bedragen. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd.

Wijziging fractiekostenregeling

Het amendement van het Tweede Kamerlid Arib (Kamerstukken II 2015–2016 34 485 VII, nr. 3) beoogt te voorkomen dat een noodzakelijke structurele ramingsbijstelling bij de fractiekostenregeling ten kosten zou gaan van de controlerende en wetgevende taak van de Staten-Generaal. De geraamde kosten van € 2,6 mln. zijn met ingang van 2018 ten laste gebracht van de uitgaven op artikel 1.

Opdrachten

Kiesraad

De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europese parlement. De Kiesraad registreert partijaanduidingen, nummert kandidatenlijsten en stelt de officiële verkiezingsuitslagen voor deze verkiezingen vast. Daarnaast is de Kiesraad het adviesorgaan voor het kabinet en parlement op het terrein van het kiesrecht en de organisatie en uitvoering van verkiezingen. Verder verschaft de Kiesraad informatie aan gemeenten, provincies, politieke partijen, burgers en media over kiesrecht en verkiezingen.

De Kiesraad heeft sinds de inwerkingtreding van de Wet raadgevend referendum in 2015 een aanvullende taak voor het verzamelen, tellen en controleren van inleidende verzoeken en ondersteuningsverklaringen voor het raadgevend referendum, en het vaststellen van de uitslag ervan.

Verkiezingen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de inrichting van het verkiezingsproces, waaronder het raadgevend referendum en voor de daarbij behorende wet- en regelgeving. Dit heeft betrekking op de verkiezingen die in Nederland worden gehouden (dit is inclusief de verkiezingen in Caribisch Nederland). In maart 2017 worden Tweede Kamerverkiezingen gehouden. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de uitvoering van de landelijke informerende campagne en het faciliteren van de gemeenten bij de uitvoering van de verkiezingen.

Tevens moet er vanwege de Wet raadgevend referendum, rekening mee worden gehouden dat er in 2017 referendumverkiezingen kunnen plaatsvinden. Indien dat het geval is, heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dezelfde verantwoordelijkheden als bij een «reguliere» verkiezing.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen de bijdragen van de waterschappen ten behoeve van de Waarderingskamer.

Artikel 2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

A Algemene doelstelling

De AIVD staat voor de nationale veiligheid door tijdig dreigingen, internationale politieke ontwikkelingen en risico’s te onderkennen die niet direct zichtbaar zijn en doet daartoe onderzoek in binnen- en buitenland. De AIVD signaleert, adviseert en deelt gericht informatie met zijn samenwerkingspartners zodat deze de dreiging en risico’s kunnen reduceren. Waar nodig reduceert de AIVD bovendien zelfstandig risico’s.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De AIVD verricht onderzoek in binnen- en buitenland met behulp van algemene inlichtingenmiddelen (open bronnen) en bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD zijn afnemers met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties) en door gericht relatiemanagement. De Minister legt zo veel als mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudings-noodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

Tabel kengetallen
 

Waarde 2014

Waarde 2015

Aantal openbare publicaties

8

5

Aantal ambtsberichten1 aan het OM

50

45

Aantal ambtsberichten aan Economische Zaken (EZ)

30

36

Aantal dreigingsinformatie-producten ten behoeve van stelsel bewaken en beveiligen (art 6.2.e Wiv 2002)2

144

90

Aantal dreigingsinformatie-producten ten behoeve van beveiligingsbevorderende taak (art 6.2.c Wiv 2002)

12

24

Aantal door AIVD in behandeling genomen veiligheidsonderzoeken3

8.710

8.650

Aantal herhaalonderzoeken

1.249

1.351

Aantal geweigerde Verklaringen van Geen Bezwaar (VGB)

958

900

X Noot
1

Noot 1: De AIVD brengt ambtsberichten uit aan het Openbaar Ministerie, het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het kader van exportcontroles en overige afnemers.

X Noot
2

Noot 2: De gerapporteerde stelselproducten bewaken en beveiligen zijn: dreigingsinschatting, dreigingsanalyse, risicoanalyse en mededelingen.

X Noot
3

Noot 3: In het Jaarverslag AIVD 2015 staan de definitieve aantallen nadat mandaathouders Koninklijke Marechaussee (KMAR) en Politie lopende aanvragen met een startdatum 2014 hebben doorgestuurd naar de AIVD.

C Beleidswijzigingen

Versterking veiligheidsketen

In 2014 (€ 25 mln.) en 2015 (€ 40 mln.) zijn middelen voor versterking van de veiligheidsketen aan de begroting van AIVD toegevoegd. Reden hiervoor is het sterk verslechterde dreigingsbeeld dat naar verwachting lang zal aanhouden. De begroting van de AIVD bedraagt na deze toevoegingen € 215 mln. in 2017 en loopt daarna gefaseerd op tot € 230 mln. per jaar vanaf 2020.

Opvolging aanbevelingen Algemene Rekenkamer

In 2015 is door de Algemene Rekenkamer op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar de effecten van opeenvolgende taakstellingen op de organisatie en het werk van de AIVD (Kamerstukken 2014Z14886 van 27 augustus 2014). Bij de invulling van de versterkingen van het AIVD-budget is er aandacht voor de opvolging van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. De aanbeveling om een organisatorisch meerjarenperspectief te borgen, waarin opleiding, informatisering en permanente innovatie een plek moeten krijgen, heeft vorm gekregen in een meerjarig visiedocument van de AIVD. Dit geeft richting aan de verdere doorontwikkeling van de organisatie in de komende jaren.

Gezamenlijke unit Veiligheidsonderzoeken van de AIVD en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD)

In 2015 zijn de mogelijkheden van een gezamenlijke AIVD/MIVD-unit Veiligheidsonderzoeken onderzocht en zijn de contouren geschetst voor een gezamenlijke unit veiligheidsonderzoeken. Het streven is om deze gezamenlijke unit in 2017 te starten. Een aantal van de implementatie- en integratiemaatregelen zal daarna nog doorlopen.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Art.nr.

Verplichtingen:

242.487

228.132

212.670

213.404

218.404

227.404

227.404

                 
 

Uitgaven:

207.693

228.132

212.670

213.404

218.404

227.404

227.404

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

100%

       
                 

2.1

Apparaat

196.794

217.782

202.320

203.054

208.054

217.054

217.054

                 

2.2

Geheim

10.899

10.350

10.350

10.350

10.350

10.350

10.350

                 
 

Ontvangsten:

6.199

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

D2 Budgetflexibiliteit

Omdat het budget als apparaat wordt aangemerkt, is het gehele budget juridisch verplicht verondersteld.

E Toelichting op de instrumenten

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.

Ontvangsten

De ontvangsten van de AIVD hebben grotendeels betrekking op de tarifering van de veiligheidsonderzoeken.

Artikel 6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

A Algemene doelstelling

Het verbeteren van de informatiepositie van de burger in zijn relatie met de overheid, het bevorderen van maatschappelijk initiatief (actief burgerschap) en het bijdragen aan een adequate dienstverlening voor burgers door het zorgen voor:

  • veilige en betrouwbare digitale voorzieningen voor efficiënt gebruik van overheidsinformatie en -gegevens;

  • de bescherming van de rechten van burgers tegen ongewenste aspecten van digitalisering;

  • het waarborgen van toegankelijke en veilige dienstverlening.

B Rol en verantwoordelijkheid

Vanuit de verantwoordelijkheid voor goed openbaar bestuur maakt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werk van openbaarheid van bestuur en toegang tot overheidsinformatie. Dit is enerzijds van belang voor burgers om zo mee te kunnen doen in de samenleving, anderzijds voor verantwoording en legitimatie van de overheid naar de burger. De Minister heeft een stimulerende rol bij het bevorderen van de participatieve democratie en een agenderende rol op het terrein van de relatie tussen de informatiesamenleving en openbaar bestuur. De informatiesamenleving vraagt om open data en digitale transparantie van de overheid, rekening houdend met het gebruikersperspectief. De Minister pakt, samen met de Minister van Economische Zaken de rol om voortdurend de beleidsagenda op het terrein van de informatiesamenleving en overheid te herijken aan de eisen van de tijd.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor een doelmatig, doeltreffend en democratisch openbaar bestuur en een goede organisatie daarvan, met het oog op een adequate dienstverlening. Het burgerperspectief is daarbij het vertrekpunt. Burgers dienen veilig en betrouwbaar zaken te kunnen doen met de overheid. Hierbij wordt fraude tegengegaan en wordt niet onnodig naar bij de overheid bekende gegevens gevraagd. De Minister is stelselverantwoordelijk voor de inrichting en governance van de generieke onderdelen van de digitale overheid en organiseert een aantal voorzieningen. Samen met de Minister van Economische Zaken zorgt hij er als coördinator voor dat er samenhang is tussen digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven. Daarbij coördineert hij door overheidsbreed afspraken te maken over de generieke digitale infrastructuur. In het verlengde van de verantwoordelijkheid een adequate digitale dienstverlening te bevorderen, ligt de verantwoordelijkheid te zorgen voor maatregelen die burgers rechten geven en beschermen tegen ongewenste aspecten van digitalisering. Innovaties en ontwikkelingen op ICT-gebied van voorzieningen, uiteraard met oog voor degene die minder of niet digivaardig zijn, zijn daarbij essentieel.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een kaderstellende rol op het gebied van de e-overheid. Kaderstellen gebeurt in de vorm van wetgeving, standaarden, architectuurkaders en richtlijnen. Hierbij worden vanuit het belang van een goed informatiebeleid en adequate dienstverlening regels gesteld. Onder deze verantwoordelijkheid valt de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van voorzieningen voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing, alsmede van voorzieningen voor elektronische authenticatie en registratie van machtigingen in het burgerservicenummer (BSN)-domein5.

De Minister is verantwoordelijk voor het beleid rondom het vaststellen van de identiteit alsmede de verstrekking van reisdocumenten op basis daarvan. Ook is de Minister verantwoordelijk voor de vastlegging van persoons- en adresgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP). In dat kader houdt de Minister toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet, monitort de uitvoering van de wet BRP en ondersteunt de gemeenten die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wetten. De Minister faciliteert hiermee het juiste gebruik van persoons- en adresgegevens door andere overheidsinstanties. Het tegengaan van fraude met persoons- en adresgegevens en reisdocumenten vormt hiervan een integraal onderdeel.

C Beleidswijzigingen

Beleidsdoorlichting begrotingsartikelen 6.2 en 6.3

In deze begroting is een eerste stap gezet met het herijken van de doelen in 6.2 en 6.3, conform de toezegging aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2015–2016, 30 985, nr. 19). Het algemene doel is zoveel mogelijk vanuit het perspectief van de burger, herschreven. Onder 6.2 zijn de doelen op het niveau van de programma’s benoemd. In de monitoring zullen de effecten concreter vanuit de gestelde doelen inzichtelijk worden gemaakt. Voor het leeuwendeel van artikel 6.3 wordt in de begroting van agentschap Logius6 een uitwerking gegeven ten aanzien van (meetbare) doelen.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Art.nr.

Verplichtingen:

242.013

184.861

161.709

88.109

90.108

90.146

90.068

                 
 

Uitgaven:

178.095

184.861

161.709

88.109

90.108

90.146

90.068

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

94%

       
                 

6.1

Verminderen regeldruk

1.799

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies

190

0

0

0

0

0

0

 

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

190

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

1.109

0

0

0

0

0

0

 

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

1.109

0

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan agentschappen

388

0

0

0

0

0

0

 

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

388

0

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

112

0

0

0

0

0

0

 

Bijdragen internationaal

112

0

0

0

0

0

0

                 

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

43.812

36.033

44.851

28.422

28.420

28.458

28.380

 

Subsidies

741

19

0

0

0

0

0

 

(Door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen

741

19

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

29.008

30.397

44.421

27.992

27.990

28.028

27.950

 

(Door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen

17.702

20.392

33.121

16.692

16.690

16.728

16.650

 

Aanpak fraudebestrijding

11.306

10.005

11.300

11.300

11.300

11.300

11.300

 

Bijdrage aan agentschappen

13.838

5.617

430

430

430

430

430

 

Aanpak fraudebestrijding

3.049

0

0

0

0

0

0

 

Aanpak fraudebestrijding (Logius)

0

1.100

0

0

0

0

0

 

Aanpak fraudebestrijding (RvIG)

0

955

430

430

430

430

430

 

Agentschap Logius

5.209

3.212

0

0

0

0

0

 

Agentschap RvIG

5.365

350

0

0

0

0

0

 

Agentschap UBR

215

0

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan medeoverheden

225

0

0

0

0

0

0

 

Loketkosten gemeenten

225

0

0

0

0

0

0

                 

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

89.800

95.037

84.761

35.995

35.995

35.995

35.995

 

Opdrachten

2.052

2.398

2.195

2.195

2.195

2.195

2.195

 

Beheer e-overheidvoorzieningen

0

600

415

415

415

415

415

 

Officiële publicaties en wettenbank

2.052

1.798

1.780

1.780

1.780

1.780

1.780

 

Bijdrage aan agentschappen

87.748

92.639

82.566

33.800

33.800

33.800

33.800

 

Agentschap Logius

75.009

89.932

79.935

31.170

31.170

31.170

31.170

 

Agentschap RvIG

6.165

2.707

2.631

2.630

2.630

2.630

2.630

 

Agentschap UBR

6.574

0

0

0

0

0

0

                 

6.4

Burgerschap

5.581

6.054

4.844

4.844

4.844

4.844

4.844

 

Subsidies

4.846

4.344

4.344

4.344

4.344

4.344

4.344

 

Comité 4/5 mei

106

106

106

106

106

106

106

 

ProDemos

4.188

4.238

4.238

4.238

4.238

4.238

4.238

 

Programma burgerschap

552

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

735

1.710

500

500

500

500

500

 

Democratie

0

1.200

0

0

0

0

0

 

Programma burgerschap

735

510

500

500

500

500

500

                 

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

37.103

47.737

27.253

18.848

20.849

20.849

20.849

 

Opdrachten

15.493

16.746

9.151

759

2.759

2.759

2.759

 

Beleid BRP en reisdocumenten

4.335

7.926

0

0

0

0

0

 

Operatie BRP

11.158

8.820

9.151

759

2.759

2.759

2.759

 

Bijdrage aan agentschappen

21.610

29.896

18.102

18.089

18.090

18.090

18.090

 

Agentschap RvIG

21.610

29.896

18.102

18.089

18.090

18.090

18.090

 

Bijdragen aan medeoverheden

0

1.095

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan gemeenten

0

1.095

0

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten:

13.053

4.924

5.374

513

423

423

423

D2 Budgetflexibiliteit

Subsidies

De subsidies zijn 100% verplicht. Het gaat om subsidies aan ProDemos en Nationaal Comité 4/5 mei.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten is 81% juridisch verplicht. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor het beheer van voorzieningen zoals de NORA en voor de productie van officiële publicaties, Regie op gegevens, de EU-monitor digitale overheid, ENSIA (Eenduidige Normatiek en Single Informatie Audit), Gebruiker Centraal en aanpak fraudebestrijding.

Van het budget voor opdrachten is € 18,6 mln. bestuurlijk gebonden. Dit betreft de middelen van de aanvullende post GDI voor het programma eID.

Bijdragen aan agentschappen

De bijdragen aan agentschappen zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft verplichtingen die aangegaan zijn voor het beheren en doorontwikkelen van diverse voorzieningen, zoals DigiD, BSN, BRP, MijnOverheid en de Wettenbank.

E Toelichting op de instrumenten

6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Opdrachten

(Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Digitale dienstverlening (Programma Digitaal 2017)

Burgers en ondernemers kunnen vanaf 2017 digitaal zaken doen met de overheid. Dat houdt in dat in ieder geval voor zaken die schriftelijk afgedaan kunnen worden ook een digitaal kanaal beschikbaar komt. De Minister onderzoekt welke voorzieningen hiertoe geschikt zijn en welke kaders nodig zijn voor regie op gegevens door burgers zelf, zodat zij toegang hebben tot hun gegevens en daar zelf gebruik van kunnen maken. Dat betekent dat de diensten steeds meer rondom de burger worden georganiseerd. Onder het credo «digitaliseren met verstand» geeft het kabinet invulling aan de ambitie uit het Regeerakkoord om de digitale dienstverlening aan burgers en ondernemers te versterken. Het programma Digitaal 2017 vervult een agendazettende en faciliterende rol richting overheidorganisaties die zelf verantwoordelijk zijn voor de implementatie.

Informatiebeleid en Informatiepositie burger

Het doel, als onderdeel van goed openbaar bestuur, is om de informatiepositie van de burger te verbeteren zodat hij vervolgens mee kan doen in de maatschappij. Hiertoe stimuleert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties open data met een Nationale Opendata Agenda, draagt hij zorg voor officiële publicaties (overheid.nl) en draagt hij bij aan een toegankelijke digitale overheid. Het kabinet en zijn partners hebben hun ambities en concrete acties die bijdragen aan het bevorderen van een open overheid in Nederland beschreven in het Actieplan open overheid 2016–2017 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 802, nr. 21). Ook stimuleert de Minister het hergebruik van gegevens tussen overheden waardoor de administratieve lasten beperkt worden en de kwaliteit van dienstverlening en de fraudebestrijding verbetert. In 2017 zal de Minister onderzoeken of de huidige inzage- en correctiemogelijkheden voor burgers kunnen worden verbeterd.

Regie en kaderstelling digitale overheid

Om voor de burger een goede informatiepositie en een adequate dienstverlening te bevorderen werkt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de wet Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) en de wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Awb). De wet GDI verplicht overheden om een aantal componenten van de GDI te gebruiken. Het doel van de wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer is om burgers het recht te geven om berichten langs elektronische weg aan de overheid te sturen. Tevens wordt de rechtspositie van de burger bij elektronische communicatie met de overheid versterkt.

Digitale identiteit en authenticatievoorzieningen (eID)

Randvoorwaardelijk voor goede digitale dienstverlening is één regime voor digitale identificatie en authenticatie die voor de burger veilig en betrouwbaar is. Omdat het daarbij te kwetsbaar is om afhankelijk te zijn van één middel, te weten DigiD, implementeert het kabinet een zogenaamde multimiddelen-benadering. Dat wil zeggen dat in het BSN-domein niet alleen met DigiD ingelogd kan worden, maar ook met andere door de Minister van BZK erkende publieke en private middelen. Met de uitrol van deze middelen wordt in 2017 gestart. Hiervoor en voor de ontwikkeling van eID is in 2017 € 15,4 mln. beschikbaar gesteld. Met deze middelen worden de systemen in gereedheid gebracht om de veiligheid en betrouwbaarheid van transacties in het BSN-domein te waarborgen.

Informatieveiligheid

Het doel is te komen tot een integrale benadering voor informatiebeveiliging in het openbaar bestuur en het inregelen van een goede beveiliging van de digitale middelen waarmee burgers en overheden over en weer communiceren met elkaar. Iedere organisatie is zelf verantwoordelijk voor informatieveiligheid. Dit betreft een continu proces. Hiertoe is een Baseline Informatiebeveiliging een belangrijk instrument. Iedere overheidssector heeft zich gecommitteerd aan de baseline die voor die sector geldt. De Minister van BZK blijft informatieveiligheid onder de aandacht brengen van bestuurders. Om toe te werken naar een integrale benadering voor informatiebeveiliging is het uitgangspunt dat de overheid één basisnormenkader hanteert voor haar informatiebeveiliging. Een concrete stap in deze richting is het project ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). In dit samenwerkingsverband van BZK, SZW, IenM, VNG, ADR en een aantal individuele gemeenten worden de normenkaders voor zes verschillende informatiesystemen geïntegreerd en verantwoordingsafspraken geharmoniseerd.

Aanpak fraudebestrijding

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijft zich inzetten om te voorkomen dat er in de keten ruimte wordt gelaten voor het plegen van fraude en het niet juist gebruiken van persoonsgegevens. Deze inspanningen zijn gericht op verdere verhoging van de kwaliteit van de basisregistratie personen en van de identiteitsproducten. Dit wordt mede gerealiseerd in het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA).

Bijdragen aan agentschappen

Agentschap RvIG

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een bijdrage voor het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten, waar mensen terecht kunnen die tussen instanties klem komen te zitten als gevolg van identiteitsfraude of van fouten in identiteitsgegevens bij overheidsorganisaties.

6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

Om digitale dienstverlening aan burgers blijvend te kunnen garanderen, maken overheidsorganisaties steeds meer gebruik van de generieke voorzieningen van de e-overheid en zijn daarmee ook meer afhankelijk van betrouwbare levering van verschillende e-overheidsvoorzieningen. Voor alle overheden is een bruikbare, veilige en efficiënte generieke digitale infrastructuur (GDI) nodig. Het gebruik hiervan door burgers, bedrijven en overheden is randvoorwaardelijk voor het functioneren van de digitale overheid.

Opdrachten

Beheer e-overheidsvoorzieningen

Een samenhangend informatiebeleid van de overheid dat voldoet aan veranderende maatschappelijke eisen maakt gemeenschappelijke afspraken noodzakelijk. In de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) zijn de vigerende, breed geldende afspraken van de digitale overheid opgenomen. NORA maakt deel uit van de GDI en wordt door ICTU beheerd en doorontwikkeld.

Officiële publicaties en wettenbank

Digitale openbaarmaking van overheidsinformatie draagt bij aan het versterken van de informatiepositie van de burger en bevordert de participatie aan de democratische processen en besluitvorming. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor verschillende elektronische publicaties waaronder Wetten.nl en de Staatscourant, alsmede voor de coördinatie van alle officiële publicaties. Dit betreft een wettelijke taak. De productie vindt plaats bij de Sdu en het strategisch beheer wordt verricht door het agentschap Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR).

Bijdragen aan agentschappen

Agentschap Logius

Logius is voor samenhangende digitale infrastructuur die past in de beleidsmatige kaders en randvoorwaarden. Betrouwbare en klantvriendelijke producten die aansluiten bij wensen van de gebruiker (veelal burgers) en de overheidsorganisaties (als afnemer van producten van Logius) is daarbij het doel.

Logius ontvangt een bijdrage die aangewend wordt voor het beheer en de exploitatie, de ondersteuning van de (aansluiting van) afnemers en de doorontwikkeling van e-overheidvoorzieningen die onderdeel uitmaken van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Dit betreft onder andere DigiD en DigiD Machtigen, de Stelselvoorzieningen, Webrichtlijnen en MijnOverheid. De meetbare gegevens zijn opgenomen in de begroting van agentschap Logius1.

Agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Agentschap RvIG ontvangt voor de beheervoorziening Burgerservicenummer een bijdrage van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Agentschap Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

UBR ontvangt een bijdrage van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het beheer van diverse elektronische publicaties op overheid.nl (Staatscourant, centrale en decentrale wettenbank, tuchtrecht, open data) en voor de standaard van metadata voor de overheid. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is tevens verantwoordelijk voor het publiek openbaar stellen van open data van de overheid. Dit gebeurt via de open data portal bij Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP), onderdeel van UBR.

6.4 Burgerschap

Subsidies

Nationaal Comité 4/5 mei en ProDemos

Voor het bevorderen van burgerschap, democratie en rechtsstaat worden subsidies gegeven aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei en ProDemos. Beide stichtingen wenden deze subsidie aan voor het bevorderen van de kennis en het debat over democratie en burgerschap.

Opdrachten

Programma burgerschap

Burgerschap is van de samenleving. Voor de realisatie van «meer burger, minder overheid» is het noodzakelijk dat overheden en maatschappelijke instellingen meer ruimte geven aan maatschappelijk initiatief en daar beter bij aansluiten (Kamerstukken II, 33 400 VII, nr. 79).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt met tal van overheden en maatschappelijke netwerken aan het versterken van de participatieve democratie. Hiervoor wordt – onder andere via de Agenda Lokale Democratie – gewerkt aan vernieuwende vormen van participatieve democratie, overheidsparticipatie bij maatschappelijke waardecreatie, en het opruimen van allerlei knelpunten voor maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap.

6.5 Reisdocumenten en basisadministratie personen

Opdrachten

Operatie Basisregistratie personen (BRP)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opdrachtgever voor Operatie BRP. Doel is de realisatie van het 24 uur per dag online beschikbaar maken van actuele en betrouwbare persoonsgegevens voor geautoriseerde gebruikers. Dit levert een gestandaardiseerde en moderne uitwisseling van de persoonsgegevens op en een betere controle op de kwaliteit van de gegevens.

Bijdragen aan agentschappen

Agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

De Basisregistratie Personen (de bevolkingsadministratie) bevat persoonsgegevens van ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen met een band met de Nederlandse overheid. Deze gegevens worden door circa 800 overheidsorganisaties en derden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van hun wettelijke taken.

Sinds de inwerkingtreding van de Wet Basisregistratie personen (Wet BRP) per 6 januari 2014 ontvangt RvIG eveneens een bijdrage voor het beheer van de registratie niet-ingezetenen (RNI). Daarnaast verstrekt het agentschap RvIG jaarlijks, namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een vergoeding aan de RNI-loketgemeenten voor de inschrijving van niet-ingezetenen.

Voor het beheer van het stelsel Basisregistratie Personen, het gebruik door afnemers, voorbereidingen voor de komst van de nieuwe technische voorzieningen voor de BRP en voor het beheer van de PIVA-V en de sédula ontvangt het agentschap RvIG een bijdrage.

Ontvangsten

Dit betreft onder andere de ontvangsten vanuit de afrekening ICTU, het resultaat reisdocumenten dat wordt ingezet voor dekking van Operatie BRP en de bijdrage van de Unie van Waterschappen ten behoeve van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI).

Artikel 7. Arbeidszaken overheid

A Algemene doelstelling

Een (compacte) overheid met voldoende en goed gekwalificeerde, integere medewerkers en politieke ambtsdragers tegen verantwoorde kosten.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheids- en onderwijssectoren afspraken over de collectieve arbeidsvoorwaarden maken. Dit is vastgelegd in de Ambtenarenwet, de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers en de Wet privatisering ABP. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stimuleert de doorvertaling van kabinetsbeleid naar afspraken over arbeidsvoorwaarden in en tussen de sectoren. De Minister is tevens verantwoordelijk voor het arbeidsmarktbeleid in de publieke sector en werkt aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever alsmede het vergroten van de productiviteit.

De Minister staat voor een overheid die een aantrekkelijke werkgever is en goede medewerkers aantrekt. De kwaliteit van de publieke sector valt of staat met de input en inzet van haar medewerkers, de bestuurders en ambtenaren, die binnen de publieke sector hun werk doen. Tegelijkertijd is het werken voor de overheid bijzonder, want de overheid heeft bijzondere taken. Dit vraagt om medewerkers die goed kunnen omgaan met de publieke taak en verantwoordelijkheid van de overheid. De publieke verantwoordelijkheid van de overheid vraagt om het tegengaan van bovenmatige topbeloningen in de (semi-)publieke sector. De Minister is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het op de Wet normering topinkomens (WNT) gebaseerde stelsel dat hiervoor de grondslag biedt. De Minister creëert voorwaarden ter bescherming van klokkenluiders binnen de publieke sector. De coördinerende rol van de Minister ten aanzien van beleid ter bescherming van klokkenluiders strekt zich – als gevolg van de Wet Huis voor klokkenluiders – mede uit tot de private sector.

De Minister is uitvoeringsverantwoordelijk voor de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers, de pensioen-regelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen, de (her-)benoemingen en ontslagen van onder andere burgemeesters, commissarissen der Koning en leden van de Raad van State, het decoratiestelsel en voor de toekenning van Koninklijke onderscheidingen.

C Beleidswijzigingen

Goede uitvoering Wet normering topinkomens (WNT)

Naast de intensivering op het vlak van het topinkomensbeleid, ter uitvoering van het regeerakkoord, bevordert de Minister de goede uitvoering en de naleving van de WNT. Daartoe wordt algemene voorlichting gegeven en daadwerkelijk (planmatig en risicogericht) toezicht gehouden op de naleving van de WNT. Zo nodig wordt ook handhavend opgetreden of worden de andere ministers geadviseerd over handhavingsmaatregelen. In 2017 wordt het risicogerichte toezicht op de naleving verder ontwikkeld.

Rechtsbescherming klokkenluiders «Huis voor klokkenluiders»

Op 1 maart 2016 heeft de Eerste Kamer de wet Huis voor klokkenluiders aangenomen. Het Huis is per 1 juli 2016 van start gegaan. Het Huis voor klokkenluiders is wettelijk vormgegeven als een ZBO (zonder eigen rechtspersoonlijkheid). Het Huis heeft zowel een adviestaak als een onderzoekstaak in de publieke en de private sector. Daarnaast zijn taken op het terrein van kennis en preventie (zoals tot voor kort goeddeels uitgevoerd door het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector) in het Huis ondergebracht. Eveneens zijn activiteiten met betrekking tot het verlenen van psychosociale bijstand aan klokkenluiders in het Huis ingepast. Naar aanleiding van de vormgeving van het Huis zijn subsidies voor het Adviespunt Klokkenluiders (APKL), de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO) en het Bureau Integriteit Openbare Sector (BIOS) per ultimo 2016 stopgezet.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Art.nr.

Verplichtingen:

33.972

33.349

30.340

29.434

27.534

26.810

26.855

                 
 

Uitgaven:

35.019

33.349

30.340

29.434

27.534

26.810

26.855

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

92%

       
                 

7.1

Overheid als werkgever

12.997

12.455

12.551

12.534

11.734

11.809

11.809

 

Subsidies

7.914

5.376

5.386

5.353

5.303

5.153

5.153

 

Diverse subsidies

2.498

2.143

2.273

2.275

2.225

2.075

2.075

 

Programma Veilige Publieke Taak

729

80

0

0

0

0

0

 

Subsidies Overlegstelsel

4.422

2.895

2.895

2.895

2.895

2.895

2.895

 

Subsidies internationaal

265

258

218

183

183

183

183

 

Opdrachten

5.084

7.079

7.165

7.181

6.431

6.656

6.656

 

Arbeidsmarktbeleid

4.427

4.607

3.503

3.519

2.769

2.994

2.994

 

Huis voor klokkenluiders

0

1.500

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

 

Programma Veilige Publieke Taak

152

235

0

0

0

0

0

 

Zorg voor politieke ambtsdragers

505

737

662

662

662

662

662

                 

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

22.022

20.894

17.789

16.900

15.800

15.001

15.046

 

Inkomensoverdracht

7.920

7.644

7.644

7.644

7.644

7.644

7.644

 

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

7.920

7.644

7.644

7.644

7.644

7.644

7.644

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

14.101

13.250

10.145

9.256

8.156

7.357

7.402

 

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen (SAIP)

14.101

13.250

10.145

9.256

8.156

7.357

7.402

                 
 

Ontvangsten:

1.919

1.317

820

820

820

820

484

D2 Budgetflexibiliteit

Subsidies

De subsidies zijn voor 94% juridisch verplicht. Een overzicht van de subsidies is te vinden in de subsidiebijlage.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten is 70% juridisch verplicht. Het betreft verplichten die zijn aangegaan voor de Internetspiegel, Huis voor klokkenluiders, de helpdesk WNT, arbeidsmarktpanels en bijdragen aan twee programma’s om het politieke ambt te versterken en de positie van raadsleden te verbeteren.

Inkomensoverdracht

Van het beschikbare budget is 100% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

De bijdragen aan ZBO’s/RWT’s zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP).

E Toelichting op de instrumenten

7.1 Overheid als werkgever

Subsidies

Diverse subsidies

Integriteit en professionalisering

De Minister subsidieert de beroepsverenigingen van politieke ambtsdragers (NGB, Wethoudersvereniging, Raadslid.nu), opdat politieke ambtsdragers in positie worden gebracht en investeren in professionalisering, kwaliteiten en vaardigheden.

Arbeidsmarktbeleid

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevordert modern en goed werkgeverschap binnen de publieke sector. Hierbij hoort ook de opgave banen te scheppen voor mensen vanuit de doelgroep van de Participatiewet. Voor het openbaar bestuur (Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen) gaat het om een verbindende rol: met de afzonderlijke sectoren wordt bezien waar gemeenschappelijk optrekken meerwaarde biedt.

Subsidies Overlegstelsel

Door het subsidiëren van de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen (SVO), het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel wordt bijgedragen aan het in stand houden van een adequaat overlegstelsel inzake arbeidsmarktbeleid.

Subsidies internationaal

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt een subsidie aan het European Institute of Public Administration, die wordt aangewend ter bevordering van de vaardigheden van overheidsfunctionarissen bij het afhandelen van zaken van de Europese Unie.

Opdrachten

Arbeidsmarktbeleid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op het gebied van arbeidsmarktbeleid een regisserende rol met een formele basis. Om die rol goed uit te kunnen oefenen is een goede kennisbasis nodig. Hiertoe zijn onder andere het kennisprogramma ICTU en het personeels- en mobiliteitsonderzoek (POMO) ingericht. Daarnaast worden onderzoeken rond de WNT, arbeidsvoorwaarden en pensioenen uitgevoerd.

Het gaat hierbij om het vergaren van kennis over de omvang en samenstelling van het werknemersbestand in de publieke sector, over de drijfveren en betrokkenheid van de medewerkers, de mate van tevredenheid over de organisatie en de leidinggevende en personele mobiliteit. Hiermee ondersteunt de Minister het werkgeverschap op landelijk en lokaal niveau binnen de overheid.

Bijdrage Huis voor klokkenluiders

Op 1 maart 2016 heeft de Eerste Kamer de wet Huis voor klokkenluiders aangenomen. Het Huis is per 1 juli 2016 van start gegaan. Het Huis heeft zowel een adviestaak als een onderzoekstaak in de publieke en de private sector. Daarnaast zijn taken op het terrein van kennis en preventie in het Huis ondergebracht. Eveneens zijn activiteiten met betrekking tot het verlenen van psychosociale bijstand aan klokkenluiders in het Huis ingepast.

Zorg voor politieke ambtsdragers

Om te zorgen dat er voldoende kwalitatief goede politieke ambtsdragers beschikbaar zijn en beschikbaar blijven, werkt het Ministerie van BZK samen met de beroepsgroepen van politieke ambtsdragers, de VNG, IPO en UvW aan een tweetal samenhangende programma’s aan interventies om het politieke ambt te versterken. Deze programma’s richten zich op het in positie brengen van capabele politieke ambtsdragers en het versterken van zichtbaarheid en de aansprekendheid van politieke functies. Met de programma’s wordt een extra impuls gegeven aan de kwaliteit van goed opgave gestuurd samenspel, binnen een gemeente (intern) en met inwoners en partners (extern).

Daarbij is er extra aandacht voor de positie van raden en raadsleden. Acties worden ondernomen omtrent verlichting van werkdruk van raadsleden èn versterking van de volksvertegenwoordigende rol, opdat de politieke cultuur en omgeving zo is, dat raadsleden in hun beperkte tijd in positie worden gebracht. Ook wordt aandacht besteed aan arbeidsvoorwaarden en raadslidvriendelijk personeelsbeleid (motie Wolbert). Daarnaast wordt extra inzet gepleegd op het verbreden van het animo voor politiek en politieke functies. Dit door het zichtbaar maken wat politieke functies inhouden en wat hun waarde is voor de samenleving en door burgers gelegenheid te geven kennis te maken met (lokale) politiek en de mensen achter de politiek.

Kengetallen

Tabel 7.1 Overheid als werkgever
 

Waarde 2010

Waarde 2011

Waarde 2012

Waarde 2013

Waarde 2014

Waarde 2015

Waarde 2016

1. Jaarlijkse afwijking in loonontwikkeling overheid t.o.v. de markt

0,40%

– 1,40%

– 0,90%

– 0,8%

– 0,6%

0,7%

0,8%

2. Percentage af te dragen pensioenpremies ten opzichte van de bruto loonsom

21,4%

22,0%

23,5%

25,0%

22,0%

18,8%

17,5%

3. Gemiddelde uitstroomleeftijd naar pensioen

62,6

63,0

63,2

63,3

63,6

63,9

1

Bronnen:

voor de indicator 1 CPB (bewerking BZK);

voor indicatoren 2 en 3 ABP (bewerking BZK).

X Noot
1

Bij het opleveren van de begroting was dit cijfer niet bekend.

Een belangrijk uitgangspunt voor de beleidsinspanning binnen dit begrotingsartikel is – binnen de budgettaire mogelijkheden – de gelijkwaardigheid van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling tussen de marktsectoren en de overheid. Omdat er in de jaren 2010 tot en met 2014 sprake is geweest van een nullijn voor de overheidssectoren is in die jaren de jaarlijkse afwijking in contractloonontwikkeling tussen markt en overheid negatief geweest. Sinds 2015 geldt er geen nullijn meer voor de overheid. In 2015 en 2016 is er sprake van een inhaaleffect, de loonontwikkeling bij de overheid pakt gemiddeld iets gunstiger uit dan in de markt.

Het percentage af te dragen pensioenpremies ten opzichte van het bruto loon, laat zien dat na jaren van stijgende pensioenpremies er in 2014, 2015 en 2016 een daling optreedt als gevolg van voor die jaren voor de ABP-regeling afgesproken versobering van de pensioenopbouw. De versobering van de pensioenopbouw hangt samen met het door het kabinet wenselijk geachte langer doorwerken van – onder andere – overheidswerknemers. De derde indicator, gemiddelde uitstroomleeftijd naar pensioen, laat zien dat overheidswerknemers gemiddeld inderdaad later met pensioen gaan.

7.2 Pensioenen, uitkering en benoemingsregelingen

Inkomensoverdracht

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

Uit deze middelen worden de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers gefinancierd.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen (SAIP)

Dit betreft de pensioenregelingen van (voormalige) Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op de Garantiewet Surinaamse Pensioenen van de SAIP. BZK verrekent jaarlijks een deel van dit bedrag met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

4. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 11. Centraal apparaat

11.1 Apparaatsuitgaven kerndepartement

Op dit artikel worden naast alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement ook de apparaatsuitgaven van de agentschappen gepresenteerd. Aanvullend wordt de taakstelling op de apparaatsbudgetten nader onderverdeeld naar het kerndepartement, de baten-lastenagentschappen en de Zelfstandige Bestuursorganen.

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Art.nr.

Verplichtingen:

347.673

415.316

305.640

294.345

292.415

282.295

284.027

                 
 

Uitgaven:

343.635

415.316

305.640

294.345

292.415

282.295

284.027

                 

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

343.635

415.316

305.640

294.345

292.415

282.295

284.027

 

Personele uitgaven

153.539

167.435

141.449

134.060

134.484

126.156

127.392

 

Eigen personeel

144.658

154.639

132.091

125.145

125.569

118.691

119.927

 

Externe inhuur

6.043

8.645

5.312

4.912

4.912

3.462

3.462

 

Overig personeel

2.838

4.151

4.046

4.003

4.003

4.003

4.003

 

Materiële uitgaven

190.096

247.881

164.191

160.285

157.931

156.139

156.635

 

Bijdrage SSO's

155.495

214.281

150.746

147.191

145.422

144.921

144.926

 

Waarvan: P-direkt

67.019

0

0

0

0

0

0

 

ICT

357

3.630

0

0

0

0

0

 

Overig materieel

34.244

29.970

13.445

13.094

12.509

11.218

11.709

                 
 

Ontvangsten:

95.921

108.460

14.056

13.858

13.785

13.770

13.770

In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement opgenomen, inclusief de Kiesraad. De reeks is exclusief de apparaatsuitgaven van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Deze zijn vanwege het specifieke karakter begroot op beleidsartikel 2.

11.2 Totaal overzicht Apparaatsuitgaven en -kosten BZK

De apparaatskosten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bestaan uit de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de AIVD en de apparaatskosten voor acht baten-lastenagentschappen. In tabel 11.2 staan de structurele apparaatsuitgaven van het kerndepartement en de AIVD aangegeven.

Tabel 11.2 Totaal apparaatsuitgaven ministerie (x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Totaal apparaatsuitgaven ministerie BZK

540.429

633.098

507.960

497.399

500.469

449.349

501.081

Kerndepartement

343.635

415.316

305.640

294.345

292.415

282.295

284.027

AIVD

196.794

217.782

202.320

203.054

208.054

217.054

217.054

Tabel 11.3 geeft een overzicht van de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen, de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s).

Tabel 11.3 Totaal apparaatskosten agentschappen en ZBO’s/RWT’s (x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Totaal apparaatskosten BLA's

978.763

1.025.892

1.110.690

1.077.472

1.048.508

1.033.065

1.035.756

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

121.637

135.144

137.035

127.526

104.803

96.151

100.143

Logius

143.099

154.512

187.923

176.378

181.559

181.259

181.259

P-Direkt

63.187

70.670

72.790

69.088

67.733

67.733

67.733

Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

133.926

165.790

187.221

189.778

192.288

195.458

195.458

FMHaaglanden

110.509

101.401

100.647

99.448

99.182

99.042

98.932

SSC-ICT

197.552

173.553

199.500

198.600

196.800

196.800

196.800

Rijksgebouwendienst (Rgd)

115.722

Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB)

22.212

Dienst Vastgoed Defensie (DVD)

58.657

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)1

211.492

213.326

204.406

193.895

184.375

183.183

Dienst van de Huurcommissie (DHC)

12.262

13.330

12.248

12.248

12.248

12.248

12.248

               

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's2

2.205

1.950

1.892

1.833

1.847

1.860

1.860

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

1.281

1.120

1.050

980

980

980

980

Bureau Architectenregister

794

830

842

853

867

880

880

Referendumcommissie

130

0

0

0

0

0

0

X Noot
1

Met de 1e suppletoire begroting 2016 zijn de agentschappen Rgd, RVOB en DVD overgegaan in het agentschap RVB.

X Noot
2

BZK/Wonen en Rijksdienst (WenR) verstrekt bijdragen aan vijf begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s: SAIP, Bureau Architectenregister, Kiesraad, Referendumcommissie en Huurcommissie. De apparaatskosten van de ZBO’s Kiesraad en Huurcommissie zijn hier niet vermeld, omdat ze worden bekostigd vanuit de apparaatskosten van het secretariaat van de Kiesraad (artikel 11, zie tabel 11.4) en de apparaatskosten van het agentschap DHC. De apparaatsuitgaven voor het ZBO Referendumcommissie worden geraamd op nihil, tenzij in een jaar een referendum wordt voorzien. Bij de ZBO's SAIP en Bureau Architectenregister worden de apparaatskosten niet alleen door BZK/WenR gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. Voor meer informatie over ZBO’s en RWT’s van BZK en WenR zie de bijlage ZBO’s en RWT’s van deze begroting en van de begroting voor WenR.

Om de Tweede Kamer inzicht te bieden in de apparaatsuitgaven per beleidsterrein wordt in tabel 11.4 weergegeven wat de apparaatsuitgaven zijn per onderdeel van het Ministerie van BZK.

Tabel 11.4 Apparaatsuitgaven per beleidsonderdeel (x 1.000 euro)

Directoraat-generaal

2017

Beleidsartikelen

Totaal apparaat

305.640

 

Secretariaat Kiesraad

1.485

H7: 1

Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO)

3.010

H7: 6

Bestuur en Wonen

2.644

H7: 1,6,7 en H18: 1,2

Overheidsorganisatie

133.806

H7: 6,7 en H18: 3

Vastgoed en bedrijfsvoering rijk

9.748

H18: 6

Bureau Algemeen Bestuursdienst

24.718

H18: 3

Cluster SG

130.229

H7: 1 en H4: 1,4,5

11.3 Invulling departementale taakstelling

De totale opgave voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (begrotingshoofdstukken VII en XVIII) loopt op tot bijna € 65 mln. structureel vanaf 2018. De taakstelling is als volgt verdeeld:

Tabel 11.5 Totaal overzicht taakstelling BZK (HIV, HVII en HXVIII) (x € 1.000)
 

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling (Totaal)

23.582

53.110

64.563

64.563

         

Kerndepartement1

17.634

39.556

47.037

47.037

         

Baten-lastenagentschappen

       

AGNL (opdrachtgever BZK)

   

1.000

1.000

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

984

2.235

2.727

2.727

Dienst van de Huurcommissie (DHC)

427

970

1.183

1.183

FMHaaglanden (FMH)

333

759

926

926

Logius

1.456

3.305

4.033

4.033

P-Direkt

67

153

186

186

SSC-ICT

427

973

1.187

1.187

Rijksgebouwendienst (Rgd)

688

1.604

1.950

1.950

Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf

980

2.223

2.710

2.710

UBR (voorheen De Werkmaatschappij)

586

1.332

1.624

1.624

Totaal Agentschappen

5.948

13.554

17.526

17.526

         

ZBO's2

       

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

0

0

0

0

Totaal ZBO's

0

0

0

0

X Noot
1

De taakstelling ZBO Kiesraad is opgenomen bij het kerndepartement, omdat de kiesraad wordt bekostigd vanuit het secretariaat van de Kiesraad (artikel 1). Daarnaast maakt ook de generieke taakstelling AIVD onderdeel uit van de taakstelling kerndepartement.

X Noot
2

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen is overgekomen naar het kerndepartement. Dit resulteert in een neerwaartse bijstelling van de ZBO bijdrage en een verhoging van de departementale taakstelling.

Artikel 12. Algemeen

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Art.nr.

Verplichtingen:

952

1.171

1.320

1.320

1.320

1.170

1.205

                 
 

Uitgaven:

824

1.171

1.320

1.320

1.320

1.170

1.205

                 

12.1

Algemeen

824

1.171

1.320

1.320

1.320

1.170

1.170

 

Subsidies

539

433

433

373

373

373

373

 

Diverse subsidies

366

260

260

373

373

373

373

 

Koninklijk Paleis Amsterdam

173

173

173

0

0

0

0

 

Opdrachten

285

738

887

947

947

797

797

 

Internationale Samenwerking

222

315

530

590

590

365

346

 

Opdrachten

63

423

357

357

357

432

451

                 

12.2

Verzameluitkeringen

0

0

0

0

0

0

35

 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

35

 

IPSV en impulsbudget

0

0

0

0

0

0

35

                 
 

Ontvangsten:

0

0

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

Toelichting

12.1 Algemeen

Subsidies

Diverse subsidies

Dit betreft voornamelijk de subsidie aan de Stichting Parlementaire Geschiedenis voor exploitatie van het Centrum Parlementaire Geschiedenis (CPG).

Koninklijk Paleis Amsterdam

Jaarlijkse subsidie ten behoeve van het openstellen van het Koninklijk Paleis als museum.

Opdrachten

Internationale Samenwerking/Opdrachten

Budget is opgenomen voor het versterken van de strategische, constitutionele en wetgevende, en economische advisering voor BZK breed. Daarbij is een veilige informatievoorziening en verbetering van de ICT prioriteit. Hier zorgt de CIO-office voor samenhang in de informatie-voorziening en voor de verdere versterking van de beheersing van de projecten met een ICT-component, waaronder het meehelpen bij het doorvertalen van beleidsdoelen naar ICT. Het budget voor de CIO-office wordt aangewend om bij te dragen aan de verdere inrichting van strategische advisering en toezicht, IT-governance en securitygovernance, informatievoorziening en professionalisering. Voorts zijn middelen bestemd voor de inrichting van de crisisbeheersingsorganisatie bij BZK en voor fysieke- en informatiebeveiliging van de organisatie op basis van risicomanagement. Naast bovenstaande zal bijzondere aandacht uitgaan naar de verdere versterking en inrichting van de adviescapaciteit op het gebied van Openbare Orde, Inlichtingen en Veiligheid.

12.2 Verzameluitkeringen

Ontvangsten

Het kabinet heeft in 2014 besloten tot de benoeming van de Digicommissaris (Nationaal Commissaris Digitale Overheid), die onder andere de taak heeft om de financiering van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) structureel van een oplossing te voorzien. Onder regie van de Digicommissaris is een voorstel tot stand gebracht dat onder andere interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI behelst; dit voorstel is bij Voorjaarsnota 2015 budgettair verwerkt. Onderdeel van het voorstel is een doorbelastingsopgave vanaf 2017 op de verschillende GDI-voorzieningen. Onder regie van de Digicommissaris zullen de verantwoordelijke partijen met een voorstel komen hoe deze opgave te realiseren. In afwachting hiervan worden te realiseren ontvangsten voorlopig geboekt op de begroting van BZK.

Artikel 13. Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Art.nr.

Verplichtingen:

0

0

0

0

0

0

0

                 
 

Uitgaven:

0

0

0

0

0

0

0

                 

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

                 

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

                 

13.3

Onvoorzien

0

0

0

0

17.100

44.200

0

Artikel 14. Vut-fonds

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Art.nr.

Verplichtingen:

0

0

0

0

0

0

0

                 
 

Uitgaven:

0

0

0

0

0

0

0

                 

14.1

Vut-fonds

0

0

0

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten:

741.290

51.007

0

0

0

0

0

Toelichting

In de zomer van 2005 hebben de sociale partners bij de overheid een akkoord gesloten over VUT/prepensioen/levensloop (VPL). Een belangrijke afspraak uit dit akkoord vormde het gegeven dat de toekomstige premie van het VUT-fonds zoveel mogelijk stabiel zou moeten blijven. Hierdoor ontstond een liquiditeitsbehoefte bij het fonds voor de periode van de looptijd van het fonds. Hiervoor is een leenovereenkomst tussen de Staat en het fonds gesloten die voor het laatst is herzien in 2009. De overeenkomst bevat een leningplafond van maximaal € 1,8 mld. Het fonds kan op ieder gewenst moment een beroep doen op uitbetaling van een tranche van deze lening. Daarnaast is hij bevoegd een tranche geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen. Deze werkwijze stelt het fonds in staat in te spelen op actuele liquiditeitsbehoeften. In 2016 is het VUT-fonds volledig terugbetaald en is gezamenlijk geconcludeerd dat de contractspartijen over en weer geen verplichtingen meer hebben.

5. BEGROTING AGENTSCHAP

5.1 Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Inleiding

RvIG is de uitvoeringsorganisatie op het gebied van persoonsgegevens en reisdocumenten voor het Koninkrijk der Nederlanden en is verantwoordelijk voor de volgende stelsels:

  • de Basisregistratie Personen (BRP);

  • de beheervoorziening burgerservicenummer (BV-BSN);

  • het systeem van aanvraag, productie en distributie van reisdocumenten;

  • de persoonsinformatievoorziening van het Caribisch gebied (PIVA).

Verder beheert RvIG de volgende registers:

  • het register Paspoortsignalering (RPS);

  • het Basisregister Reisdocumenten (BRR);

  • het Verificatieregister Reisdocumenten (VR).

Begin 2014 is een geheel vernieuwde technische infrastructuur in gebruik genomen bij het Rijksdatacenter (Overheidsdatacenter Noord). Dit heeft als doel te komen tot een generieke infrastructuur waarbij housing, hosting en technisch beheer voor alle stelselsystemen op eenduidige wijze ingericht wordt. Met deze vernieuwde infrastructuur is RvIG ook in de toekomst in staat op een zeer hoog niveau van informatiebeveiliging, performance en schaalbaarheid diensten te leveren. In 2017–2018 worden nieuwe investeringen en implementaties gedaan, gerelateerd aan nieuwe ontwikkelingen binnen het takenpakket van RvIG. In het kader van de gekozen sourcingsstrategie zal er gebruik worden gemaakt van dienstverlening binnen de rijksoverheid.

Basisregistratie Personen

Op 6 januari 2014 is de Wet Basisregistratie Personen (Wet BRP) in werking getreden. De Wet BRP heeft de Wet Gemeentelijke Basisadministratie (Wet GBA) vervangen, waardoor het GBA-stelsel opgevolgd wordt door het BRP-stelsel. Deze overgang betekent niet dat alle onderdelen van het GBA-stelsel vanaf dat moment vervangen zijn. De invoering vindt gefaseerd plaats. Met de inwerkingtreding van de Wet BRP zijn de loketten voor de registratie van niet-ingezetenen (RNI) geopend.

Onderstaand de speerpunten van RvIG werkzaamheden in het kader van de BRP.

  • RvIG participeert met kennis en expertise en levert ondersteuning bij de voorbereiding op de implementatie en integratie van opgeleverde producten van het Programma Operatie BRP. Met de komst van de Operatie BRP vinden er aanpassingen plaats binnen het systeemlandschap waaronder het uitfaseren van bestaande systemen. Ook moeten er voorbereidingen getroffen worden voor de overname van de beheertaken. Door de opdrachtgever (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) is RvIG aangewezen als beoogd beheerder van de nieuwe voorzieningen voor de BRP.

  • De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het deel van de BRP dat de registratie van niet-ingezetenen betreft (de RNI). Het beheer van de RNI is in 2015 ondergebracht bij RvIG.

  • In 2017 voorziet RvIG een transitie van verschillende applicaties en zullen de werkzaamheden aan de aanpalende systemen worden voortgezet. Met «aanpalende systemen» worden de systemen aangeduid die afhankelijk zijn van GBA-Verstrekkingsvoorziening (GBA-V) of het GBA-berichtenverkeer. Gedurende de migratie van de GBA-voorzieningen naar de nieuwe BRP-voorzieningen zal eerst GBA-V uitgefaseerd worden, op een later moment gevolgd door het gehele GBA-stelsel. Ook de aanpalende systemen moeten hierop worden afgestemd.

  • Na 2017 vind de duale beheerperiode plaats. In deze periode zullen de nieuwe BRP-voorzieningen en de huidige systemen naast elkaar uitgevoerd worden.

  • In 2014 is de kwaliteitsmonitor BRP in gebruik genomen. Dit is een jaarlijkse kwaliteitsmeting die deels uit een zelfevaluatie en deels uit een bestandscontrole bestaat. Ook in 2017 dienen alle gemeenten deze kwaliteitsmeting onder aansturing van RvIG en onder toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens uit te voeren. In 2017 zal de Kwaliteitsmonitor worden aangevuld en geactualiseerd om fraude bij Burgerzaken van de gemeenten in kaart te brengen.

Reisdocumenten

In 2017 werkt RvIG verder aan een toekomstbestendig reisdocumentenstelsel dat zowel robuust als flexibel is. Hiervoor gaat RvIG verscheidene wensen van paspoort uitgevende instanties in het aanvraag- en uitgifteproces uitwerken en testen.

Het reisdocumentenstelsel omvat de volgende onderdelen:

  • de productie van paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten (NIK);

  • het toezicht op het aanvraag- en uitgifte proces van paspoorten en NIK’s bij uitgevende instanties;

  • het beheer van drie registers;

  • het voeden van de egalisatierekening ter opbouw van een reserve voor de jaren waarin de aanvragen reisdocumenten sterk zullen teruglopen, vanwege de 10 jaar geldigheid van de documenten.

Onderstaand de speerpunten van de RvIG werkzaamheden in het kader van de reisdocumenten:

  • in 2015 is de aanbesteding gestart van de biometrische aanvraagstations en is een begin gemaakt met de nieuwe infrastructuur voor reisdocumenten. Deze werkzaamheden worden in 2017 voortgezet;

  • gemeenten zijn verplicht een jaarlijkse kwaliteitsmeting over hun reisdocumententaak uit te voeren. Daar waar gemeenten beneden de gestelde norm scoren oefent RvIG een verscherpt toezicht uit;

  • het inspelen op innovaties binnen het reisdocumentendomein en de strategische visie hierop.

Caribisch gebied

In 2017 wordt door BZK verder ingezet op versterking van het ambtelijk apparaat bij de afdelingen Burgerzaken in Caribisch Nederland. De versterking is ondermeer noodzakelijk om de beoogde overgang van PIVA naar BRP vorm te geven. Het gezamenlijk doel van BZK en de openbare lichamen is vooralsnog duurzame kwaliteitsverbetering van de afdelingen Burgerzaken waarbij de Nederlandse standaard zo dicht mogelijk wordt benaderd. In 2017 wordt aandacht geschonken aan de bestuurlijke verankering, organisatorische-, technische- en kwalitatieve verbeteringen. Tevens wordt in 2017 gezamenlijk met het Caribisch gebied gewerkt aan een strategische agenda waarin concrete stappen worden opgenomen om te komen tot een gezamenlijke infrastructuur binnen het Koninkrijk.

Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI)

Het CMI begeleidt slachtoffers van identiteitsfraude. Tevens begeleidt het CMI burgers met fouten in hun persoonsgegevens. Het aantal meldingen neemt jaarlijks gestaag toe. Er is een plan opgesteld voor doorontwikkeling van het Meldpunt. In 2015 is besloten het CMI definitief bij RvIG onder te brengen.

RvIG vervult een belangrijke rol in de strategische Digitale agenda Rijksdienst (Digitaal 2017 en dergelijke). Hierbij wordt samengewerkt met betrokken overheidsinstanties en koepelorganisaties. Daarnaast functioneert RvIG als de uitvraag organisatie voor de identiteitsinfrastructuur.

Begroting van baten-lastenagentschap RvIG voor het jaar 2017 (Bedragen x € 1.000)
 

2015

Stand Slotwet

2016

Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting

2017

2018

2019

2020

2021

Baten

             

Omzet moederdepartement

30.128

27.673

24.990

24.990

24.990

24.990

24.990

Omzet overige departementen

             

Omzet derden

120.852

129.487

138.749

125.944

72.882

51.307

53.950

Rentebaten

30

           

Vrijval voorzieningen

       

10.831

23.754

25.103

Bijzondere baten

1.738

           

Totaal baten

152.748

157.160

163.739

150.934

108.703

100.051

104.043

               

Lasten

             

Apparaatskosten

121.637

135.144

137.035

127.526

104.803

96.151

100.143

– personele kosten

14.989

12.291

16.221

15.669

15.423

15.681

15.945

– waarvan eigen personeel

8.828

8.074

12.421

12.669

12.923

13.181

13.445

– waarvan externe inhuur

6.161

4.217

3.800

3.000

2.500

2.500

2.500

– waarvan overige personele kosten

             

– materiële kosten

106.648

122.853

120.814

111.857

89.380

80.470

84.198

– waarvan apparaat ICT

176

150

150

150

150

150

150

– waarvan bijdrage aan SSO's

208

150

150

150

150

150

150

– waarvan overige materiele kosten

106.264

122.553

120.514

111.557

89.080

80.170

83.898

Rentelasten

55

264

270

300

300

300

300

Afschrijvingskosten

3.445

2.400

2.200

2.900

3.600

3.600

3.600

– materieel

3.406

2.400

2.200

2.900

3.600

3.600

3.600

– waarvan apparaat ICT

             

– immaterieel

39

           

Overige kosten

26.688

19.352

24.234

20.208

0

0

0

– dotaties voorzieningen

26.688

19.352

24.234

20.208

     

– bijzondere lasten

             

Totaal lasten

151.825

157.160

163.739

150.934

108.703

100.051

104.043

               

Saldo van baten en lasten

923

0

0

0

0

0

0

Op dit moment worden de kosten voor het beheren van de BRP doorberekend aan de gebruikers met een kostendekkend tarief in de vorm van een abonnementsprijs. De kosten voor het beheren van de reisdocumentenketen, innovatie, investering en de kosten van de productie en distributie worden in de huidige systematiek gedekt uit het tarief dat RvIG in rekening brengt bij de uitgevende instanties. De overige opdrachten worden betaald door de opdrachtgever, namelijk het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Toelichting op baten en lasten

Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van RvIG is een kostendekkende exploitatie. Voor het jaar 2017 zijn de lasten van de voorzieningen die in beheer zijn gelijk aan de beschikbare begroting. Als gevolg hiervan is eerder een rem gezet op zowel het beheer en de doorontwikkeling van de huidige voorzieningen (RNI, CNL), als op nieuwe ontwikkelingen.

De baten en lasten bedragen in 2017 € 164 mln. De fluctuatie in de aanvraag van reisdocumenten heeft invloed op de opbrengsten van derden en de (overige) materiële kosten. Het grootste gedeelte van de lasten betreft de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten, het in stand houden van het BRP-netwerk, het beheer van de centrale verstrekkingvoorziening van de BRP (GBA-V en RNI) en de beheervoorziening BSN, CMI, PIVA-V en Sedula. De personele lasten bedragen circa € 16 mln. in 2017. De stijging van de personele kosten heeft te maken met de geaccordeerde verambtelijking. Het betreft een aanvulling op het O&F rapport uit 2012. Tevens is in de personele kosten rekening gehouden met de rijksbrede doelmatigheidskorting van 1,5%, de additionele taakstelling van € 0,1 mln. De taakstelling Rutte-II zal door de opdrachtgevers worden ingevuld en is meegenomen in de cijfers. Op de materiële activa wordt in 2017 € 2,2 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op de investering van de RvIG-infrastructuur. Vanaf 2018 verwacht RvIG weer herinvesteringen in de infrastructuur te doen.

De omzet van het moederdepartement (€ 25 mln.) bestaat uit:

  • de abonnementen voor het gebruik van de BRP door de afnemers die met ingang van 1 januari 2008 onder de budgetfinanciering vallen;

  • de bijdrage in de kosten van de BV-BSN;

  • de bijdrage in de kosten voor de voorziening PIVA-V en Sedula;

  • de bijdrage CMI.

De omzet van derden (€ 139 mln. in 2017) bestaat voornamelijk uit:

  • de leges voor de reisdocumenten die de uitgevende instanties aan RvIG afdragen.

  • de opbrengsten van de afnemers van de BRP die niet onder budgetfinanciering vallen;

Om te voorkomen dat er grote fluctuaties in de kostprijs van reisdocumenten ontstaan als gevolg van de invoering van de 10-jarige geldigheid, maakt RvIG gebruik van een egalisatierekening. Dit maakt realisatie van kostendekkendheid over 10 jaar mogelijk. Het vullen van deze rekening vindt plaats in de jaren voor 2019.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RvIG voor het jaar 2017 (Bedragen x € 1.000)
   

2015

Stand Slotwet

2016 Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting

2017

2018

2019

2020

2021

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2017 + depositorekeningen

51.590

51.590

51.590

72.324

92.532

78.202

50.948

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

27.707

 

163.739

150.934

97.872

76.298

78.940

 

–/– totaal uitgaven operationele kasstroom

– 787

 

– 132.505

– 127.826

– 105.103

– 96.451

– 100.443

2.

Totaal operationele kasstroom

26.920

0

31.234

23.108

– 7.230

– 20.154

– 21.503

 

–/– totaal investeringen

– 1.943

– 8.605

– 6.500

– 7.000

– 3.500

– 3.500

– 3.500

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 1.943

– 8.605

– 6.500

– 7.000

– 3.500

– 3.500

– 3.500

 

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

– 4.800

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door het moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

–/– aflossingen op leningen

– 2.500

1.694

– 2.200

– 2.900

– 3.600

– 3.600

– 3.600

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

3.000

7.000

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

– 2.500

1.694

– 4.000

4.100

– 3.600

– 3.600

– 3.600

5.

Rekening courant RHB 31 december 2017 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

74.067

51.590

72.324

92.532

78.202

50.948

22.345

Toelichting

Operationele kasstroom

Het operationele kasstroomoverzicht toont de meerjarige ontwikkeling van de rekening courant. De kasstroom wordt bepaald door het jaarlijkse bedrijfsresultaat, de investeringen, aflossingen op leningen en overige financiële transacties.

Investeringskasstroom

Voor 2017 wordt de omvang van de investeringen geraamd op € 6,5 mln. Het grootste deel van de investeringen betreft investeringen ten behoeve van de technische infrastructuur. Desinvesteringen worden niet verwacht. Omvang van de investeringen aan de technische infrastructuur zullen ook afhankelijk zijn van de keuzes die we moeten maken ten aanzien van dienstverlening van andere organisaties binnen het Rijk, bijvoorbeeld Dienst ICT Uitvoering (DICTU) Cloud services.

Aflossingen op leningen

Deze bedragen betreffen de aflossingen van de aangegane leningen om investeringen te financieren.

Beroep op leenfaciliteit

Het beroep op de leenfaciliteit omvat de door RvIG bij het Ministerie van Financiën geleende bedragen. Het beroep op de leenfaciliteit wordt gedaan ter financiering van een deel van investeringen. Het restant kan naar verwachting worden gefinancierd met eigen liquide middelen.

Doelmatigheid (indicatoren)

Begroting van baten-lastenagentschap RvIG voor het jaar 2017 (Bedragen x € 1.000)
 

2015 Slotwet

2016 Vastgestelde begroting

2017

2018

2019

2020

2021

Omschrijving Generiek Deel

             

Kostprijzen per product:

             

Abonnementsstructuur (B) in €

1.100

1.700

2.430

2.430

2.430

2.430

2.430

Reisdocumenten: Paspoort 5 jaar (in €)

21,20

21,20

21,56

21,93

22,30

22,68

23,06

Reisdocumenten: Paspoort 10 jaar (in €)

37,11

34,44

35,03

35,62

36,23

36,85

37,47

Identiteitskaart (in €) 5 jaar

5,30

5,30

5,39

5,48

5,57

5,67

5,77

Identiteitskaart (in €) 10 jaar

29,89

27,22

27,69

28,16

28,63

29,12

29,62

               

Omzet per productgroep:

             

*BRP

23.672

25.995

28.037

28.598

29.170

29.753

30.348

*Reisdocumenten

114.017

118.537

103.719

90.354

36.720

14.562

16.609

               

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

116

109

166

166

166

166

166

               

Saldo van baten en lasten (%)

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Omschrijving Specifiek Deel

             

ICT diensten

             

Kwaliteitsindicatoren

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Beschikbaarheid GBA netwerk

99,9%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Beschikbaarheid GBA -V

100,0%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Responstijd GBA-V

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

Beschikbaarheid Basisregister

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid Verificatieregister

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid BSN

99,6%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Klanttevredenheid

7,4

nvt

7,4

nvt

7,4

nvt

7,4

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in: 2020

             

Toelichting op de doelmatigheidsindicatoren

De doelmatigheid van RvIG wordt inzichtelijk gemaakt door het opnemen van de tarieven voor de reisdocumenten en de BRP en indicatoren met betrekking tot de kwaliteit van deze producten.

Kostprijs per product

De hoogte van de leges die RvIG in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten, de buitenlandse posten en de Caribische gemeenten (Bonaire, Eustatius en Saba), is gelijk aan de kostprijs van de documenten. De gepresenteerde kostprijs is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen. In de stijgingen van de kosten voor de komende jaren is rekening gehouden met een prijsindexcijfer.

Het BRP-tarief is onder andere door doelmatigheidsresultaten uit efficiëntere inkoop en aanbesteding stabiel. Het maximale tarief opgenomen in de abonnementen voor 2017 is € 0,24 per bericht. Gebruik binnen de bandbreedte van het abonnement leidt tot een lagere prijs per bericht (staffel). De bandbreedte van het meest gebruikte abonnement B bedraagt 10.000 – 100.000 berichten (maximale tarief).

FTE-totaal

De stijging van het aantal fte van RvIG in 2017 heeft te maken met een goedgekeurd addendum op het O&F rapport. Het O&F rapport van RvIG wordt in 2016 verhoogd en in 2016–2017 vindt opvulling van de openstaande formatieplekken plaats. De impact van het in beheer nemen van de BRP en andere opdrachten kan leiden tot een nadere aanpassing van de benodigde fte de komende jaren.

Beschikbaarheid

De doelstelling in 2017 voor de beschikbaarheid van de netwerken is het halen van de gestelde normen.

Klanttevredenheid

Tweejaarlijks vindt er een klanttevredenheidsonderzoek plaats, deze staan gepland voor 2017 en 2019.

6. BIJLAGEN

6.1 ZBO’s en RWT’s

Bijlage Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Naam organisatie

RWT

ZBO

Functie

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

(x € 1.000)

Verwijzing (URL-link)

naar website RWT/ZBO

Kiesraad

x

Adviseren van de regering en de beide Kamers der Staten-Generaal in uitvoeringstechnische aangelegenheden die het kiesrecht of de verkiezingen betreffen (artikel A 2 Kieswet)

Optreden als centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van: a. de Tweede Kamer (artikel E II, tweede lid, Kieswet); b. de Eerste Kamer (artikel S I, eerste lid, Kieswet); c. het Europees Parlement (artikel Y 9, eerste lid, Kieswet).

1. Openbaar bestuur en democratie

620

http://www.kiesraad.nl/

11. Centraal apparaat

1.391

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

x

x

Zorg dragen voor de uitvoering van de verplichting tot voldoening van de weduwepensioenen en wezenonderstanden aan de nagelaten betrekkingen van gewezen overheidspersoneel van Indonesië. Namens de Minister nemen van beslissingen ter uitvoering van de regelingen en aangelegenheden welke verband houden met zogenaamde overzeese pensioenen en uitkeringen.

7. Arbeidszaken overheid

10.990

http://www.saip.nl/

Referendumcommissie

x

De referendumcommissie verstrekt informatie aan de kiezer over een aan een referendum onderworpen wet. Daarnaast verstrekt de referendumcommissie subsidies ten behoeve van maatschappelijke initiatieven die zich ten doel stellen het publieke debat in Nederland over de aan het referendum onderworpen wet te bevorderen. De referendumcommissie stelt ter uitvoering van de taak, genoemd het tweede lid, een regeling vast. In deze regeling wordt in ieder geval een subsidieplafond vastgesteld. Het subsidieplafond bedraagt ten hoogste € 2 miljoen per referendum.

1. Openbaar bestuur en democratie

0

http://www.referendum-commissie.nl/

11. Centraal apparaat

3

6.2 Verdiepingsbijlage

In de onderstaande tabellen is bij de nieuwe mutaties voor het jaar 2021 tevens de extrapolatiestand voor het artikelonderdeel meegenomen.

Artikel 1 Openbaar bestuur en democratie

Uitgaven (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

29.154

29.131

29.096

29.096

29.096

0

1.1

Bestuurlijke en financiële verhouding

9.524

9.501

9.484

9.484

9.484

0

1.2

Participatie

19.630

19.630

19.612

19.612

19.612

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

8.671

1.389

– 1.211

– 1.211

– 1.211

– 1.211

1.1

Bestuurlijke en financiële verhouding

1.081

989

– 1.611

– 1.611

– 1.611

– 1.611

1.2

Participatie

7.590

400

400

400

400

400

               

Mutatie amendement 2016

           

1.2

Participatie

– 2.600

–  2.600

– 2.600

– 2.600

– 2.600

– 2.600

 

Nieuwe mutaties

4.574

2.647

46

49

84

29.180

1.1

Bestuurlijke en financiële verhouding

615

– 162

– 162

– 159

– 124

9.360

1.2

Participatie

1.359

209

– 2.392

– 2.392

– 2.392

17.220

 

waarvan:

           
 

a. Matra

1.150

         
 

b. Amendement fractiekosten (Arib)

2.600

2.600

       
 

Stand ontwerpbegroting 2017

39.799

30.567

25.331

25.334

25.369

25.369

1.1

Bestuurlijke en financiële verhouding

11.220

10.328

7.711

7.714

7.749

7.749

1.2

Participatie

28.579

20.239

17.620

17.620

17.620

17.620

Ontvangsten (x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

3.700

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

21.965

 

Stand ontwerpbegroting 2017

25.665

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

Toelichting

a. Matra

Dit betreft een overboeking in het kader van Matra Politieke Partijen Programma.

b. Amendement fractiekosten (Arib)

Het amendement van het Tweede Kamerlid Arib (Kamerstukken II 2015–2016 34 485 VII, nr. 3) beoogt te voorkomen dat een noodzakelijke structurele ramingsbijstelling bij de fractiekostenregeling ten kosten zou gaan van de controlerende en wetgevende taak van de Staten-Generaal. Voor de geraamde kosten van € 2,6 mln. is in 2016 en 2017 dekking gevonden en met ingang van 2018 zijn ze ten laste gebracht van de uitgaven op artikelonderdeel 1.2 Participatie.

Artikel 2 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Uitgaven (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

213.713

215.370

215.744

220.744

229.744

0

2.1

Apparaat

204.613

206.270

206.644

211.644

220.644

0

2.2

Geheim

9.100

9.100

9.100

9.100

9.100

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

– 360

– 360

0

0

0

0

2.1

Apparaat

– 1.610

– 1.610

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

2.2

Geheim

1.250

1.250

1.250

1.250

1.250

1.250

 

Nieuwe mutaties

14.779

– 2.340

– 2.340

– 2.340

– 2.340

227.404

2.1

Apparaat

14.779

– 2.340

– 2.340

– 2.340

– 2.340

218.304

 

waarvan:

           
 

a. Kasschuif egalisatieschuld

14.040

– 2.340

– 2.340

– 2.340

– 2.340

– 2.340

2.2

Geheim

0

0

0

0

0

9.100

               

Stand ontwerpbegroting 2017

228.132

212.670

213.404

218.404

227.404

227.404

2.1

Apparaat

217.782

202.320

203.054

208.054

217.054

217.054

2.2

Geheim

10.350

10.350

10.350

10.350

10.350

10.350

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

0

 

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

12.714

 

Stand ontwerpbegroting 2017

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

Toelichting

a. Kasschuif egalisatieschuld

Als gevolg van de veranderingen in het huisvestingsstelsel zal in 2016 de resterende egalisatieschuld buiten de gebruiksvergoeding om worden afgelost aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Om deze schuld af te lossen wordt gebruik gemaakt van een technische meerjarige kasschuif.

Artikel 6 Dienstverlenende en innovatieve overheid

Uitgaven (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

151.477

81.583

81.078

81.079

81.079

0

6.1

Verminderen regeldruk

0

0

0

0

0

0

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

28.333

20.307

20.288

20.288

20.288

0

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

87.358

38.234

37.256

37.256

37.256

0

6.4

Burgerschap

4.794

4.794

4.794

4.794

4.794

0

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

30.992

18.248

18.740

18.741

18.741

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

17.433

5.498

798

798

798

798

6.1

Verminderen regeldruk

0

0

0

0

0

0

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

– 5.591

– 2.102

98

98

98

98

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

– 1.227

– 1.300

– 1.300

– 1.300

– 1.300

– 1.300

6.4

Burgerschap

1.200

0

0

0

0

0

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

23.051

8.900

2.000

2.000

2.000

2.000

 

Nieuwe mutaties

15.951

74.628

6.233

8.231

8.269

89.270

6.1

Verminderen regeldruk

0

0

0

0

0

0

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

13.291

26.646

8.036

8.034

8.072

28.282

 

waarvan:

           
 

a. Landelijke Aanpak Adreskwaliteit

7.930

10.700

10.700

10.700

10.700

10.700

 

b. GDI/eID

5.870

18.600

       
 

c. Ruilvoetproblematiek

 

– 3.100

– 3.100

– 3.100

– 3.100

– 3.100

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

8.906

47.827

39

39

39

37.295

 

waarvan:

           
 

d. GDI/eID

8.800

48.232

       

6.4

Burgerschap

60

50

50

50

50

4.844

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

– 5.906

105

– 1.892

108

108

18.849

 

waarvan:

           
 

e. BRP straat

– 6.877

         
 

Stand ontwerpbegroting 2017

184.861

161.709

88.109

90.108

90.146

90.068

6.1

Verminderen regeldruk

0

0

0

0

0

0

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

36.033

44.851

28.422

28.420

28.458

28.380

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

95.037

84.761

35.995

35.995

35.995

35.995

6.4

Burgerschap

6.054

4.844

4.844

4.844

4.844

4.844

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

47.737

27.253

18.848

20.849

20.849

20.849

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

624

574

513

423

423

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

4.300

2.900

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

0

1.900

0

0

0

423

 

Stand ontwerpbegroting 2017

4.924

5.374

513

423

423

423

Toelichting

a. Landelijke Aanpak Adreskwaliteit

Dit betreft de bijdrage van de departementen voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA).

b. en d. GDI/eID

Dit betreft onder andere de overboeking vanuit de aanvullende post voor de voorzieningen die onderdeel uitmaken van de generieke digitale infrastructuur (GDI) waar BZK het opdrachtgeverschap voor vervult.

c. Ruilvoetproblematiek

BZK levert een bijdrage aan de ruilvoetproblematiek door een aantal middelen vrij te maken.

Deze middelen betreffen instrumenten die samenhangen met het brede beleid omtrent fraudebestrijding.

d. BRP straat

Dit betreft de overboeking aan Veiligheid en Justitie (VenJ) voor de BRP straat in het kader van de migratieproblematiek.

Artikel 7 Arbeidszaken overheid

Uitgaven (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

32.911

29.102

28.996

28.996

28.997

0

7.1

Overheid als werkgever

10.517

10.313

10.296

10.296

10.296

0

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

22.394

18.789

18.700

18.700

18.701

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

563

2.913

2.113

1.013

213

258

7.1

Overheid als werkgever

963

2.313

2.313

2.313

2.313

2.313

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

– 400

600

– 200

– 1.300

– 2.100

– 2.055

 

Nieuwe mutaties

– 125

– 1.675

– 1.675

– 2.475

– 2.400

26.597

7.1

Overheid als werkgever

975

– 75

– 75

– 875

– 800

9.496

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

– 1.100

– 1.600

– 1.600

– 1.600

– 1.600

17.101

 

waarvan:

           
 

a. Uitkeringen NA en BES

– 1.100

– 1.100

– 1.100

– 1.100

– 1.100

– 1.100

 

Stand ontwerpbegroting 2017

33.349

30.340

29.434

27.534

26.810

26.855

7.1

Overheid als werkgever

12.455

12.551

12.534

11.734

11.809

11.809

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

20.894

17.789

16.900

15.800

15.001

15.046

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

820

820

820

820

820

0

 

Nieuwe mutaties

497

0

0

0

0

484

 

Stand ontwerpbegroting 2017

1.317

820

820

820

820

484

Toelichting

a. Uitkeringen NA en BES

De uitgaven voor de uitkeringen voor (voormalig) politiek gezagsdragers in Caribisch Nederland worden verantwoord op begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties.

Artikel 11 Centraal apparaat

Uitgaven (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

254.767

236.002

228.629

226.541

218.034

0

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

254.767

236.002

228.629

226.541

218.034

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

133.692

44.076

42.309

42.038

42.171

43.768

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

133.692

44.076

42.309

42.038

42.171

43.768

 

Nieuwe mutaties

26.857

25.562

23.407

23.836

22.090

240.259

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

26.857

25.562

23.407

23.836

22.090

240.259

 

waarvan:

           
 

a. LPO

8.786

7.707

7.604

7.655

7.786

7.821

 

b. Overheveling vanuit KR

3.937

3.259

2.920

2.920

2.920

2.920

 

Stand ontwerpbegroting 2017

415.316

305.640

294.345

292.415

282.295

284.027

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

415.316

305.640

294.345

292.415

282.295

284.027

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

5.925

5.897

5.856

5.822

5.822

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

87.747

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

14.788

8.159

8.002

7.963

7.948

13.770

 

waarvan:

           
 

c. Centralisatie FMH

10.556

8.805

8.648

8.609

8.594

8.594

 

Stand ontwerpbegroting 2017

108.460

14.056

13.858

13.785

13.770

13.770

Toelichting

a. LPO

Dit betreft de loon- en prijsbijstelling.

b. Overheveling vanuit KR

Een klein gedeelte van de medewerkers van BZK (de directie Koninkrijksrelaties) valt onder een ander begrotingshoofdstuk (H IV: Koninkrijksrelaties in plaats van H VII: Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Dit beperkt de gewenste flexibiliteit voor de inzet van medewerkers binnen BZK. Daarom is deze post overgeboekt naar H VII.

c. Centralisatie FMH

Dit betreft de centralisatiekosten FMHaaglanden.

Artikel 12 Algemeen

Uitgaven (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

1.206

1.205

1.205

1.205

1.205

0

12.1

Algemeen

1.171

1.170

1.170

1.170

1.170

0

12.2

Verzameluitkeringen

35

35

35

35

35

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

– 35

– 35

– 35

– 35

– 35

0

12.1

Algemeen

0

0

0

0

0

0

12.2

Verzameluitkeringen

– 35

– 35

– 35

– 35

– 35

0

 

Nieuwe mutaties

0

150

150

150

0

1.205

12.1

Algemeen

0

150

150

150

0

1.170

12.2

Verzameluitkeringen

0

0

0

0

0

35

 

Stand ontwerpbegroting 2017

1.171

1.320

1.320

1.320

1.170

1.205

12.1

Algemeen

1.171

1.320

1.320

1.320

1.170

1.170

12.2

Verzameluitkeringen

0

0

0

0

0

35

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

0

15.000

15.000

15.000

15.000

0

 

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

15.000

 

Stand ontwerpbegroting 2017

0

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

Artikel 13 Nominaal en onvoorzien

Uitgaven (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

0

0

0

0

0

0

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.3

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

16.775

14.359

15.895

15.971

14.249

14.308

13.1

Loonbijstelling

13.570

11.576

11.450

11.498

11.450

11.493

13.2

Prijsbijstelling

3.205

2.783

4.445

4.473

2.799

2.815

13.3

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

– 16.775

– 14.359

– 15.895

– 1.129

29.951

– 14.308

13.1

Loonbijstelling

– 13.570

– 11.576

– 11.450

– 11.498

– 11.450

– 11.493

13.2

Prijsbijstelling

– 3.205

– 2.783

– 4.445

– 4.473

– 2.799

– 2.815

13.3

Onvoorzien

0

0

0

17.100

44.200

0

 

Waarvan:

           
 

a. Reservering wetsvoorstel Stroomlijnen invordering

0

0

0

17.100

44.200

0

 

Stand ontwerpbegroting 2017

0

0

0

0

0

0

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.3

Onvoorzien

0

0

0

17.100

44.200

0

Toelichting

a. Reservering wetsvoorstel stroomlijnen invordering

De incidentele budgettaire effecten voor de huurtoeslag (ontvangsten) als gevolg van het wetsvoorstel Stroomlijnen Invordering worden gereserveerd op de begroting. Omdat de begroting van WenR (XVIII) geen artikel Nominaal en onvoorzien kent, worden deze middelen overgeheveld van de begroting van WenR (XVIII), artikel 1 Woningmarkt.

Artikel 14 VUT-fonds

Uitgaven (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

0

0

0

0

0

0

14.1

VUT-fonds

0

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

14.1

VUT-fonds

0

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2017

0

0

0

0

0

0

14.1

VUT-fonds

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten (x € 1.000)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

0

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

51.007

0

0

0

0

0

 

waarvan:

           
 

a. Herfasering VUT-fonds

51.007

         
 

Stand ontwerpbegroting 2017

51.007

0

0

0

0

0

Toelichting

a. Herfasering VUT-fonds

De raming voor de VUT-lening wordt verhoogd op basis van de meest actuele inzichten in de liquiditeitenplanning. Conform de leenovereenkomst worden hiermee de laatste ontvangsten gerealiseerd.

6.3 Moties en toezeggingen

A.1 In behandeling zijnde moties

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

De motie van het lid Bikker c.s.; Verzoekt de regering spoedig vorm te geven aan een aanvulling op het wetsvoorstel, zodat degene die anders dan uit dienstbetrekking arbeid verricht of heeft verricht en melding doet van een vermoeden van een misstand eveneens wettelijk beschermd wordt tegen benadeling.

Kamerdebat 01-03-2016

34 105 Novelle Initiatiefvoorstel-Van Raak, Fokke, Koser Kaya, Segers, Thieme, Klein en Voortman Wet Huis voor klokkenluiders (3e termijn) inclusief hoofdelijke stemmingen.

In het kader van een goede voorbereiding van de verdere uitvoering van de motie-Bikker, worden de reacties van de aangeschreven koepelorganisaties afgewacht. Zodra die zijn ontvangen, wordt de Eerste Kamer over het standpunt ter zake en het vervolgtraject geïnformeerd.

De motie van het lid Engels c.s.; Verzoekt de Minister een of meer modellen voor een stelsel van financiële verhoudingen tussen rijk en gemeenten te ontwikkelen waarin rekening wordt gehouden met zowel de effecten van de voorgenomen decentralisaties als met voortgaande processen van gemeentelijke herindeling.

Kamerdebat 18-06-2013

Inrichting openbaar bestuur.