Gepubliceerd: 17 september 2019
Indiener(s): Hugo de Jonge (viceminister-president , minister volksgezondheid, welzijn en sport) (CDA), Bruno Bruins (minister zonder portefeuille volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35300-XVI-2.html
ID: 35300-XVI-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL

3

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

     
 

1.

LEESWIJZER

4

       
 

2.

BELEIDSAGENDA

5

   

Beleidsagenda

5

   

De Staat van Volksgezondheid en Zorg en de VWS monitor

38

   

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar

39

   

Pilot Lerend evalueren

46

   

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

48

   

Overzicht van risicoregelingen

51

       
 

3.

BELEIDSARTIKELEN

55

   

Artikel 1 Volksgezondheid

55

   

Artikel 2 Curatieve zorg

71

   

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

84

   

Artikel 4 Zorgbreed beleid

98

   

Artikel 5 Jeugd

113

   

Artikel 6 Sport en bewegen

121

   

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog

131

   

Artikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

138

       
 

4.

NIET-BELEIDSARTIKELEN

142

   

Artikel 9 Algemeen

142

   

Artikel 10 Apparaatsuitgaven

146

   

Artikel 11 Nog onverdeeld

154

       
 

5.

BEGROTING AGENTSCHAPPEN

155

   

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

155

   

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

162

   

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

170

       
 

6.

FINANCIEEL BEELD ZORG

176

       
 

7.

BIJLAGEN

258

   

Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

258

   

Bijlage 2: Verdiepingshoofdstuk

264

   

Bijlage 3: Moties en toezeggingen

276

   

Bijlage 4: Subsidies

369

   

Bijlage 5: Overzicht evaluaties- en overig onderzoek

374

   

Bijlage 6: Afkortingen

380

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Onder het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ressorteren de volgende agentschappen die een baten-lastenstelsel voeren: het Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Inleiding

Voor u ligt de begroting 2020 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Beleidsagenda

  • Beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen

  • Begroting agentschappen

  • Financieel Beeld Zorg

  • Diverse bijlagen

De beleidsprioriteiten met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg worden vermeld in het Financieel Beeld Zorg.

Groeiparagraaf

De VWS-monitor, zoals de afgelopen jaren opgenomen in zowel de begroting als het jaarverslag, wordt naar aanleiding van het wetgevingsoverleg d.d. 18 juni 2019 over het jaarverslag 2018 van VWS niet opgenomen in de begroting, maar wordt separaat aan de Tweede Kamer verzonden tegelijk met de stukken van de ontwerpbegroting van VWS.

Voorts wordt invulling gegeven aan de motie van de leden Van den Berg en Kerstens uit datzelfde wetgevingsoverleg. Met de indicatoren die in die beleidsagenda en de beleidsartikelen zijn toegevoegd voldoen wij aan het verzoek om de begroting 2020 conform het verzoek van de vaste Kamercommissie VWS van 2015 op te stellen.

In deze begroting zijn de budgettaire tabellen bij de beleidsartikelen gewijzigd zodat de budgettaire gevolgen van beleid meer aansluiten bij de beoogde beleidsdoelen en in samenhang worden gepresenteerd. Bij de diverse artikelen wordt een nadere toelichting gegeven op de wijzigingen.

Afzonderlijke posten in de budgettaire tabellen in de beleidsartikelen worden toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag voor de uitgaven en ontvangsten hoger is dan € 2,5 miljoen. Daar waar het kleinere bedragen betreft worden deze alleen toegelicht indien deze politiek relevant zijn.

VWS is in 2018 met de pilot Lerend evalueren gestart. Het doel van de pilot is het verbeteren van het inzicht in de kwaliteit van het beleid door de evaluaties op te nemen in de beleidscyclus en zodoende te leren van de resultaten van de evaluatie.

2. BELEIDSAGENDA

1. Inleiding: zorg voor de toekomst

In de afgelopen twee jaar zijn we samen met ziekenhuizen, zorginstellingen, brancheorganisaties, patiëntenverenigingen, professionals en al die andere partijen die aan een gezond Nederland werken, voortvarend aan de slag gegaan met het uitwerken van het regeerakkoord. Met een reeks van programma’s, vijf afgesloten hoofdlijnenakkoorden, het Nationaal Preventieakkoord, het Sportakkoord en diverse andere trajecten blijven we werken aan toegankelijke en betaalbare zorg die merkbaar beter wordt voor mensen, nu en in de toekomst. Hierbij hoort ook een verschuiving van de focus op ziekte en zorg naar een focus op gezondheid en gedrag. Van medicalisering en hospitalisering naar zorg en ondersteuning dichtbij mensen. Van denken in eerste-, tweede- en derdelijnszorg naar samenhangende zorg rondom mensen. Van complexiteit, regeldruk en offline, naar anders en slimmer werken, datagedreven en digitaal.

Daarbij staan de mogelijkheden voor mensen om zo goed mogelijk te functioneren centraal, of dat lichamelijk, psychisch of sociaal is, bij voorkeur in hun eigen leefomgeving. En anders dan vroeger, hebben mensen als het even kan, zelf de regie in handen, samen met naasten en professionals. Want wat passende zorg en ondersteuning is, is voor ieder mens anders, en dus moeten zij zelf kunnen beslissen hoe zij zorg en ondersteuning het liefste ontvangen.

Ons uitgangspunt is daarom dat we niet óver patiënten praten zonder hen daarbij te betrekken. We zorgen dat we ervaringsdeskundigen, patiënten, cliënten en/of hun familieleden en mantelzorgers aan tafel hebben bij het bedenken van nieuw beleid. Zo willen we bereiken dat de zorg aansluit bij wat mensen echt nodig hebben.

Zorg waarin de mens centraal staat, vraagt om een andere organisatie van de zorg en ondersteuning. Het vraagt om een beweging naar de juiste (voor)zorg op de juiste plek: het voorkomen van (duurdere) zorg, het verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis) en het vervangen van zorg (door andere zorg zoals e-health). Deze beweging is in gang gezet op veel terreinen en plekken in Nederland, en vraagt nu om verbreding, versterking en versnelling. Dit vraagt actieve inzet van alle betrokkenen (paragraaf 2).

De opdracht om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, is onverminderd urgent. Uit studies van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP, 2019) blijkt dat mensen over het geheel genomen tevreden zijn over de kwaliteit van zorg, maar tegelijkertijd ook bezorgd zijn over oplopende hoge kosten, toenemende personeelstekorten en mogelijk groeiende wachtlijsten. Er zijn dus zorgen over de zorg in de toekomst. En die bezorgdheid is terecht.

In 2018 hadden ongeveer 5,4 miljoen mensen in Nederland meerdere chronische aandoeningen tegelijk. Naar verwachting groeit dit aantal naar bijna 6,5 miljoen in 2040, hetgeen een toename van 21% betekent. Het gaat met name om artrose, diabetes, COPD, hartfalen en (jeugd-) reuma, waarbij het aantal mensen met dementie zal verdubbelen. De kans op het krijgen van één of meer chronische aandoeningen neemt toe met de leeftijd, maar sommige aandoeningen komen steeds vroeger in het leven voor. Bovendien hebben mensen vaak meerdere chronische aandoeningen. Medische vooruitgang leidt ertoe dat mensen langer en beter met ziekten kunnen leven. Dat is een groot goed, maar het vraagt ook veel van mensen zelf, van hun omgeving en van de professionele hulp die nodig is. Dit onderstreept het belang om de mogelijkheden om chronische aandoeningen te voorkomen, beter te benutten.

Een tweede, deels samenhangende, ontwikkeling is de vergrijzing van Nederland. Met een relatief jonge bevolking moet de echte groei van het aantal 75-plussers nog komen: van ongeveer 1,4 miljoen begin 2019 (8,1% van de bevolking) tot naar verwachting bijna 2,6 miljoen over 20 jaar (14,2% van de bevolking). In vergelijking met andere OESO-landen is deze stijging zeer sterk, terwijl onze uitgaven aan ouderen nu al op een hoog niveau liggen. Trekken we de demografische lijnen uit het verleden door, dan zien we dat het aantal mensen ouder dan 75 verdubbelt tot aan 2040, dat het aantal mensen boven de 90 bijna wel verdrievoudigt en het aantal mensen boven de 100 jaar bijna verviervoudigt.

Waar de zorgkosten de afgelopen jaren minder stegen dan de economische groei, is het beeld naar de toekomst dus minder rooskleurig. Onderzoekers van het RIVM verwachten zelfs dat, als we niets doen, de zorgkosten in 2040 twee keer zo hoog zijn als in 2015. De betaalbaarheid van de zorg en daarmee de solidariteit van het stelsel staan dus sterk onder druk (paragraaf 3). Maar we lopen ook aan tegen de grenzen van de organiseerbaarheid. We staan samen voor goede en toegankelijke zorg, betaalbaar voor iedereen, maar kunnen we dat echt waar maken?

Tegenover de groeiende zorgvraag staat dat het aantal potentiële mantelzorgers voor een hoogbejaarde met twee derde afneemt terwijl de totale beroepsbevolking krimpt. Nu werkt één op de zeven mensen in de zorg, in 2040 zou dat één op de vier moeten zijn. Een dergelijk beroep op de arbeidsmarkt is volstrekt onrealistisch. Doorgaan op de huidige voet betekent dat we vastlopen. Dat merken we vandaag al. Bijvoorbeeld in de acute zorg, waar de krapte op de arbeidsmarkt op verschillende plekken in het land voelbaar is.

De Juiste Zorg Op de Juiste Plek is dus niet alleen gewenst om mensen in hun functioneren te ondersteunen en te versterken, het is ook een harde noodzaak om de zorg organiseerbaar en betaalbaar te houden. Die urgentie vraagt om aanspreekbaarheid van alle betrokken partijen, inclusief de overheid, om de zorg en ondersteuning beter te maken. Het vraagt om regie op resultaat. Niet alleen op ieders eigen domein, maar juist ook op domeinoverstijgende samenwerking.

We willen daarom in samenspraak met betrokken partijen verkennen hoe de governance binnen ons zorgstelsel kan en moet worden versterkt om de (toekomstige) zorgvraag in de regio in te kunnen vullen. Als de urgentie («het waarom») steeds duidelijker wordt, de richting («het wat») steeds breder gedragen, dan is het aangewezen te bepalen «hoe» we de transformatie verder brengen en wat daarvoor nodig is op nationaal en regionaal niveau en op het gebied van het toezicht. Dat kan ook aanpassingen binnen het stelsel vergen. Daartoe brengen we voor het zomerreces van 2020 een contourennota uit om in het parlement te bespreken. Hierbij maken we gebruik van de inzichten en ontwikkelingen uit de beweging de Juiste Zorg Op de Juiste Plek. De nota gaat vervolgens in op wat er bestuurlijk nodig is om de organiseerbaarheid en betaalbaarheid van de (voor)zorg en ondersteuning te verbeteren. Daarbij wordt ook bezien welke aanpassingen in wet- en regelgeving nodig zijn om dit te realiseren (paragraaf 4).

Het vervolg van deze beleidsagenda staat in het teken van de uitvoering van programma’s, akkoorden en andere trajecten rondom de volgende thema’s: werken in de zorg (paragraaf 5), preventie (paragraaf 6), gezondheidsbescherming (paragraaf 7), sporten en bewegen (paragraaf 8), jeugd en gezin (paragraaf 9), waardig ouder worden (paragraaf 10), meedoen met een beperking (paragraaf 11), psychische gezondheid (paragraaf 12) en medische ethiek (paragraaf 13). Steeds worden beleidsdoelen geformuleerd, acties neergezet en de voortgang in beeld gebracht.

Tot slot: in 2019 en 2020 herdenken en vieren we dat we 75 jaar geleden werden bevrijd. Het bewustzijn van de cruciale betekenis van vrijheid, recht, democratie en internationale samenwerking verbindt ons. Ook in het besef dat deze waarden geenszins vanzelfsprekend zijn, onderhouden moeten worden, soms zelfs weerloos zijn. Ons stilstaan bij 75 jaar vrijheid wordt afgesloten met de viering van de oprichting van de Verenigde Naties (paragraaf 14).

2. De beweging naar de Juiste Zorg Op de Juiste Plek

De beweging van de Juiste Zorg Op de Juiste Plek is vorig jaar verwoord door de gelijknamige Taskforce en bestuurlijk verankerd in de hoofdlijnenakkoorden, het preventieakkoord en wordt ook praktisch handen en voeten gegeven in de diverse programma’s. De inzichten van het rapport van de Taskforce bouwden voort op een beweging die al gaande is in de praktijk, waar we al vele voorbeelden zien. Als we de mogelijkheden en wensen van mensen om zo goed mogelijk te functioneren echt als vertrekpunt nemen, dan vraagt dat om een andere manier van organiseren en verlenen van zorg. Een ingrijpend en complex transformatieproces, maar met perspectief voor ons allemaal. Het vraagt om een cultuuromslag en leiderschap, want we kunnen dit niet aan het toeval overlaten. We hebben alle partijen nodig om de zorg klaar voor de toekomst te maken.

Een betere organisatie van zorg is in het belang van alle patiënten en verzekerden. Tegelijkertijd laat zich de onvolkomenheid van de huidige organisatie het meest voelen wanneer mensen kwetsbaar zijn en problematiek zich stapelt, wanneer mensen verschillende vormen van zorg ontvangen of hobbels ondervinden als ze van het ene naar het ander domein overstappen omdat hun behoefte aan zorg en ondersteuning verandert. Zulke patiënten vragen om flexibele zorgprofessionals, bestuurders en inkopers. Het systeem staat die flexibiliteit meestal niet in de weg, maar prikkelt daartoe vaak onvoldoende. Het vraagt ook om leiderschap om tot een andere organisatie te komen.

We zien in de praktijk bijvoorbeeld dat de samenwerking tussen en over domeinen (Zorgverzekeringswet (Zvw), Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz)) te wensen overlaat, waardoor mensen in de knel komen en professionals onbedoeld langs elkaar heen werken. Denk aan mensen die bij een huisarts komen voor problemen die eigenlijk bij de gemeente thuishoren, zoals problematische schulden of eenzaamheid. Aan ouderen die in het weekend noodgedwongen op de spoedeisende hulp terecht komen en onnodig lang in het ziekenhuis liggen bij gebrek aan een alternatief. Of aan personen met verward gedrag die meer gebaat zijn bij opvang en huisvesting met goede begeleiding dan bij een opname in een instelling. Of aan jongeren die hun intensieve zorg onderbroken zien worden na hun achttiende verjaardag. Als je zorg nodig hebt, ben je er niet mee bezig of je onder de Jeugdwet, Zvw, Wmo of Wlz valt. Je hebt de juiste zorg nodig, op het juiste moment, op de juiste plek, van de juiste professional. Liefst dichtbij huis als dat kan. Of verder weg, als dat vanwege kwaliteit nodig is. Het kan immers beter zijn om bepaalde complexe zorg te concentreren in instellingen waar ervaren teams de beste zorg aan de patiënt leveren.

De beste manier om mensen te helpen in hun dagelijks functioneren is door het voorkomen van (duurdere) zorg. Meer aandacht voor preventie voorkomt dat zwaardere zorg in de toekomst nodig is of kan zelfs een aandoening omkeren, zoals dat bij diabetes type 2 mogelijk is via aanpassingen in de leefstijl. Door (duurdere) zorg te voorkomen wordt de grootste bijdrage geleverd aan het welbevinden en functioneren van mensen. Om duurdere zorg te voorkomen, is het essentieel om te evalueren wat werkt en niet werkt. Zorgevaluatie moet daarom onderdeel zijn van het zorgproces. Daardoor krijgt de patiënt de bewezen beste zorg en wordt ook bijgedragen aan het betaalbaar houden van de zorg. Dat is de kern van het gezamenlijke programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG).

Als mensen zorg nodig hebben, kan het dan zo dichtbij als mogelijk, door de zorg te verplaatsen naar de thuissituatie of werkplek? Want hoe prettig is het om geen middag vrij te hoeven nemen voor een afspraak op de poli, maar via een beeldconsult te overleggen met je medisch specialist? Of niet je kind te hoeven vragen om je naar de huisartsenpraktijk te rijden voor periodieke controle, maar via de app op afstand te worden gemonitord? Mensen krijgen bijvoorbeeld wel medicatie voor de behandeling van hun psychiatrische aandoening, maar er is beperkt aandacht voor het opbouwen van sociale contacten. De zorg zou minder in hokjes moeten plaatsvinden, meer met en rond mensen, met ruimte voor verschillen tussen mensen.

Tot slot zal, mede ingegeven door de enorme druk op de arbeidsmarkt die de aankomende jaren ontstaat, meer reguliere zorg moeten worden vervangen door e-health of andere innovaties. Er kan veel vaker dan nu gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden die de techniek biedt. We kennen al mooie voorbeelden van toepassingen. Zoals de Luchtbrug voor COPD-patiënten, waarbij ze van de app ook feedback krijgt om hun gedrag aan te passen en een opname te voorkomen. E-health bevordert preventie en zelfmanagement. Het monitoren op afstand in plaats van standaardcontroles op de poli stelt mensen in staat om hun dagelijks leven voort te zetten, geeft de arts meer tijd voor mensen als dat echt nodig is en stelt beide partijen in staat om de gezondheidssituatie op basis van de verzamelde data te beoordelen in plaats van een algemeen beeld van de voorgaande periode zoals men het zich herinnert.

We spannen ons in om de opschaling van innovatieve toepassingen van gezondheids-technologie te versnellen. Veel technologieën met low tech, high impact, zoals contact op afstand, gebruik van slimme sensoren en zelfmetingen, zijn ook steeds meer zichtbaar in de zorg. Op deze manier kunnen we zorg verplaatsen (dichtbij huis), vervangen of voorkomen. Samenwerking binnen de zorg bij het invoeren van innovatieve toepassingen is cruciaal. We hebben met partijen afspraken gemaakt hoe te komen tot meer uniforme toepassing en financiering, die het makkelijk en lonend maakt voor zorgaanbieders om slimme zorg thuis actief aan te bieden aan patiënten/burgers.1

Ondanks de goede intenties waarmee mensen in de zorg hun werk dagelijks doen, kunnen de resultaten beter. De zorg is sterk gefragmenteerd, waardoor professionals niet altijd van elkaar weten wat hun bijdrage is aan het geheel. De fragmentatie leidt ertoe dat de patiënt zich vaak moet voegen naar de aanbieders van de zorg. Idealiter is de zorg samen met, maar minimaal rond, de patiënt georganiseerd, wisselen zorgaanbieders informatie uit en weten zij van elkaar wat zij doen. De beschikking als patiënt over een persoonlijke gezondheidsomgeving ondersteunt daarin. Hiermee voeren mensen regie over hun eigen gegevens en kunnen op basis van die gegevens en op basis van (verwachte) uitkomsten samen met het zorgnetwerk beslissen over de voor hen juiste zorg. De patiënt heeft daarbij zeggenschap over zijn eigen informatie en beslist zelf met wie hij of zij de informatie deelt. Daarom moet digitaal het «nieuwe normaal» worden en gaan we in concrete stappen elektronische gegevensuitwisseling wettelijk verplicht stellen. Zorgverleners en zorginstellingen worden verplicht tot digitale dossiervoering en tot de elektronische uitwisseling van gegevens en moeten daarbij voldoen aan voorschriften voor taal en techniek. Met het Programma Elektronische gegevensuitwisseling in de Zorg biedt VWS hierbij concrete ondersteuning.

In de hoofdlijnenakkoorden is afgesproken dat partijen in de regio verantwoordelijkheid nemen om de ontwikkeling van de zorgbehoefte in beeld te brengen en deze af te zetten tegen het huidige aanbod om zo een gezamenlijke opgave te bepalen. Diverse regio’s zijn hier al volop mee bezig, al dan niet op basis van de data die regiobeeld.nl hen biedt. Het RIVM heeft deze data-website samen met andere partijen opgezet en heeft ook een informatieloket geopend. De knelpunten van regio’s verschillen vaak te sterk van elkaar om dat in een blauwdruk te vatten. Oplossingen moeten daarom op maat beschikbaar komen.

De gezamenlijk bepaalde opgave in de regio vraagt vervolgens om een vertaling in de inkoopafspraken die gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren met zorgorganisaties maken. Zij hebben dus een belangrijke taak om de beweging naar de Juiste Zorg Op de Juiste Plek te versterken en lonend te maken. Daartoe zijn in het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg aparte transformatiemiddelen beschikbaar gesteld, bijvoorbeeld om minder zorg tussen de muren van het ziekenhuis te verlenen maar dichterbij bij mensen thuis. Nemen we de financiële kaders van de akkoorden samen, dan vindt de komende jaren een verschuiving plaats van ziekenhuiszorg naar wijkverpleging en de eerste lijn, met meer tijd voor patiënten. Het richten van financiële afspraken op de transformatie kan overwegend binnen de huidige bekostigingssystematiek. Voor vragen kunnen partijen terecht bij het loket zorgvoorinnoveren.nl.

Er worden vaak meer beperkingen in het systeem gezien dan terecht is, zo blijkt uit de ervaring van veel koplopers. Dit neemt niet weg dat op specifieke onderdelen aanpassingen in de bekostiging nodig kunnen zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor e-health en digitaal ondersteunde zorg, de gecombineerde leefstijlinterventie en het belonen van coördinatie en samenwerking tussen zorg- en hulpverleners. VWS, het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben deze punten opgepakt of werken met partijen aan (praktische) oplossingen.

VWS ondersteunt ook initiatieven waarbij financiële afspraken over de domeinen van de Zvw, Wlz, Jeugdwet en Wmo heen worden gemaakt. In de gemeenten Ede, Dongen en Hollandscheveld werken zorgverzekeraars, Wlz-uitvoerders, gemeenten en zorgaanbieder(s) samen onder de noemer «experiment domeinoverstijgend werken». Met als doel dat kwetsbare ouderen (en hun naasten) langer het leven kunnen blijven leven zoals ze dat willen, in hun eigen vertrouwde omgeving. Eén professional is hierbij als arrangeur (ook wel leefcoach) verantwoordelijk voor het organiseren van alle ondersteuning en zorg van de oudere. Om dat te kunnen doen verlenen de gemeente en de zorgverzekeraar mandaat aan de arrangeur om zowel voor de Zvw (wijkverpleging) als de Wmo te kunnen optreden. Het experiment loopt tot eind 2020 en wordt dan geëvalueerd. VWS is bereid ook andere mogelijkheden voor domeinoverstijgende financiering te bekijken als daaraan behoefte bestaat. De verschillende initiatieven voor een sociale benadering van dementie zijn ook een goede vorm van domeinoverstijgend werken.

Naast wettelijke aanpassingen voor elektronische gegevensuitwisseling, het opzetten van regiobeeld.nl en hulp en ondersteuning bij contractering en bekostiging, ontplooit VWS samen met het Zorginstituut, de NZa, ZonMw en het RIVM een reeks van praktische activiteiten ter ondersteuning van de Juiste Zorg Op de Juiste Plek. Zo zijn er vouchers voor regionale samenwerking, data-analyses en de vergoeding voor de betrokkenheid van de patiënten. De grote belangstelling voor deze vouchers getuigt van veel energie op dit punt. Partijen leveren zelf goede voorbeelden aan op dejuistezorgopdejuisteplek.nl, waar mensen de juiste collega’s kunnen vinden om van elkaar te leren en niet onnodig het wiel opnieuw uit te vinden. Zo ontstaat een community van voorlopers en aanhakers. Regionale en thema-workshops bieden handvatten om een begin te maken met het toepassen van onderdelen van de Juiste Zorg Op de Juiste Plek, zoals een bijeenkomst over samenwerken tussen de eerste lijn en het sociaal domein. Ook willen we met de oprichting van een kennisplatform tot meer inzicht komen: welke vormen van de Juiste Zorg Op de Juiste Plek werken wel en welke niet? En onder welke voorwaarden is opschaling mogelijk? Het kennisplatform zal een kennisagenda opstellen met thema’s waar verder onderzoek nodig is en die richting kan geven aan VWS en kennisinstellingen.

Last but not least, haakt VWS actief aan bij de ontwikkelingen in de regio om te weten wat er speelt, wat er nodig is, wie daarbij aan zet is en wat VWS verder kan doen ter ondersteuning. Zo is VWS betrokken bij initiatieven in Flevoland, Land van Cuijk, Drenthe, Zeeland en Den Haag. De komende tijd zal die betrokkenheid in meerdere regio’s vorm krijgen. Ook de NZa denkt en werkt mee met regionale initiatieven.2

In juni is de rapportage over de voortgang van de Juiste Zorg Op de Juiste Plek en de rol van VWS naar de Kamer gestuurd.3 De voortgang wordt ook met regelmaat met bestuurlijke partijen van de hoofdlijnenakkoorden besproken en is onderwerp van de beleidsevaluatie in het kader van de pilot «Lerend evalueren». Gaandeweg wordt steeds meer duidelijk dat de beweging alleen tot stand komt als veldpartijen en overheid samen in beweging komen, of sterker nog: samen de beweging vormen. Er zijn voorlopers en steeds meer partijen haken aan, achterblijven mag geen optie meer zijn. Daarbij heeft ieder zijn kracht en verantwoordelijkheid, maar met hetzelfde doel: om de terechte zorgen over de betaalbaarheid en organiseerbaarheid van de zorg te verminderen.

We willen dat mensen de juiste zorg en ondersteuning op de juiste plek krijgen. Als het kan in de eigen omgeving. Het liefst gewoon thuis.

We willen dat in 2030 zorg 50% meer (of vaker) in de eigen leefomgeving (in plaats van in zorginstellingen) wordt georganiseerd, samen met het netwerk van mensen.4

 

0-meting

Actuele stand

Doelstelling

Zorg meer (of vaker) in de eigen leefomgeving (in plaats van in zorginstellingen)

+ 50% (2030)

3. De betaalbaarheid van de zorg onder druk

Als je zorg nodig hebt, dan kun je maar het beste in Nederland wonen. Onze zorg is goed, al gaat dat gepaard met hoge kosten. We willen de zorg voor iedereen toegankelijk, maar ook betaalbaar houden. Gelukkig delen we de kosten in belangrijke mate met elkaar. Voor mensen met lage inkomens is er de zorgtoeslag en we hebben ervoor gekozen om het eigen risico niet verder te laten stijgen. Daarnaast pakken we de stapeling van eigen bijdragen aan.

Als gevolg van onder andere demografische ontwikkelingen zullen de zorgkosten blijven stijgen. In het Jaarverslag 2018 hebben we echter laten zien dat de groei van de zorguitgaven voor het zesde jaar op rij onder de economische groei is uitgekomen. Dit is een significante trendbreuk met het verleden en laat zien dat het beleid gericht op kostenbeheersing zijn vruchten afwerpt.

Dit betekent niet dat we op onze handen kunnen gaan zitten. De verwachting is dat de zorgkosten in de toekomst zullen blijven stijgen. Onderzoekers van het RIVM verwachten zelfs dat, als we niets doen, de zorgkosten in 2040 twee keer zo hoog zijn als in 2015. Een dergelijke groei is niet alleen onwenselijk; het leveren van zoveel extra zorg is ook niet realistisch en niet organiseerbaar. Er zijn simpelweg niet voldoende mensen om het werk te doen. Daarom moet de zorg beter georganiseerd worden.

De afgesloten hoofdlijnenakkoorden met de medisch-specialistische sector, de geestelijke gezondheidszorg, wijkverpleegkundigen en huisartsen leveren door middel van volume- en kwaliteitsafspraken tot en met 2022 een belangrijke bijdrage aan het beheersen van de zorguitgaven. Dit gaat telkens hand in hand met nadenken over de Juiste Zorg Op de Juiste Plek. Zo mag in 2020 het volume in de medisch-specialistische zorg met maximaal 0,6% toenemen en in de geestelijke gezondheidszorg met maximaal 1,1%. Om de verplaatsing van zorg naar de eerste lijn mogelijk te maken, mag het volume in de huisartsenzorg in 2020 met 2,5% groeien en in de wijkverpleging met 2,4%. Ook gemeenten hebben zich recent gecommitteerd aan de ambulantisering in het ggz-domein, zodat mensen hun ggz-zorg zoveel mogelijk in hun eigen woonomgeving kunnen krijgen en zoveel mogelijk mee kunnen doen in de maatschappij. Hiermee worden weer belangrijke stappen gezet in het verbeteren van de kwaliteit, toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg. In de akkoorden hebben de betrokken partijen bovendien de ambitie afgesproken de zorguitgaven op termijn niet sneller te laten stijgen dan de economische groei.

Ook de bestuurlijke afspraken over de paramedische zorg leveren een belangrijke bijdrage aan het realiseren van de Juiste Zorg Op de Juiste Plek en daarmee aan de betaalbaarheid van de zorg. In de bestuurlijke afspraken is vastgelegd dat partijen een plan van aanpak opstellen om de organisatie van de paramedische zorg te verbeteren en dat zij blijven investeren in de kwaliteitsverbetering van de paramedische zorg. Denk aan wetenschappelijk onderzoek, richtlijnontwikkeling, toepassing van kennis en dataverzameling.

Ook in 2020 nemen we maatregelen om de stapeling van eigen betalingen voor zorg en ondersteuning te beperken. Met de invoering van het abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen is een eerste stap gezet. Vanaf 2020 wordt de invoering van het abonnementstarief voor Wmo-voorzieningen via een wetswijziging volledig gerealiseerd. Het abonnementstarief gaat dan gelden voor zowel de maatwerkvoorzieningen als voor een belangrijk deel van de algemene voorzieningen (waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie). Dit leidt ertoe dat voorzieningen als begeleiding en huishoudelijke hulp onder het abonnementstarief komen te vallen, ongeacht of het algemene of maatwerkvoorzieningen zijn.

Ook in de volgende kabinetsperiode moet de zorg betaalbaar blijven. Ter voorbereiding daarvan lopen er verschillende trajecten. Zo voert de Sociaal-Economische Raad (SER) een verkenning uit naar de gevolgen van de stijging van de zorgkosten. Daarnaast zal de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een advies uitbrengen over de beheersing van de zorgkosten op de langere termijn. De commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen adviseert over de organisatie en betaalbaarheid van de zorg thuis. Zorgkeuzes in Kaart zal een breed scala aan beleidsopties op verzoek van politieke partijen doorrekenen. Tot slot is de Brede Maatschappelijke Heroverweging «Een toekomstbestendig zorgstelsel» gestart.

Betaalbare geneesmiddelen dragen bij aan betaalbare, toegankelijke zorg. Dat is in het belang van ons allemaal, en vooral in het belang van patiënten. Bij nieuwe, dure medicijnen blijven we onderhandelen over de prijs. Het gaat daarbij om geneesmiddelen die jaarlijks meer dan 50.000 euro per patiënt kosten, of voor alle patiënten samen meer dan € 40 miljoen euro per jaar.

Vanaf 2020 wordt de Wet geneesmiddelenprijzen aangepast. Hiermee worden de maximumprijzen van geneesmiddelen lager vastgesteld. Dit levert een forse besparing op. Via het Programma Goed Gebruik worden er ook besparingen gerealiseerd. We zien dat het geneesmiddelenbeleid steeds meer op Europees niveau wordt geregeld. We blijven daarom met andere Europese landen internationale horizonscans uitvoeren, zodat we ons kunnen voorbereiden op de komst van medicijnen die een grote impact hebben op het zorgbudget. Dat helpt om in een vroeg stadium onderhandelingen over prijzen te starten. We willen dat verantwoorde geneesmiddelenuitgaven hand in hand gaan met een gunstig klimaat voor innovatieve middelen. Daarvoor is het nodig dat fabrikanten transparanter worden over de totstandkoming van de prijzen van hun geneesmiddelen. We gaan daarom aandringen op meer openheid over de opbouw van medicijnprijzen en zullen zowel nationale als internationale farmaceutische bedrijven blijven aanspreken op hun verantwoordelijkheid.

De directe, beïnvloedbare indicator voor de betaalbaarheid is de plafondtoets voor de zorg, omdat die aangeeft of de zorguitgaven binnen het door het kabinet gestelde maximum blijven. Daarmee is dit een streefcijfer. Zoals in het Financieel Beeld Zorg (VWS-begroting 2020) beschreven blijven de netto-zorguitgaven jaarlijks meer dan € 1 miljard onder dat gestelde plafond. De bruto-zorguitgaven inclusief de uitgaven aan de Wmo en jeugdzorg en die op de VWS-begroting lopen op naar € 92 miljard in 2021.

Twee bredere en meer maatschappelijk relevante indicatoren voor de betaalbaarheid van de zorg betreffen het aandeel van het BBP dat besteed wordt aan zorg en de gemiddelde lasten per volwassene. De eerste laat tussen 2013 en 2018 een dalende trend zien en bedraagt in 2018 9,9% (OESO-definitie). De lasten per volwassene stijgen naar verwachting tussen 2017 (€ 5.047) en 2021 (€ 5.924) met gemiddeld 4,1% per jaar. Ter vergelijking: de contractlonen stijgen in diezelfde periode met gemiddeld 2,3% per jaar.

 

2018

2019

2020

2021

Plafond zorguitgaven (€ mld.)

72,51

71,2

74,7

78,4

Zorguitgaven onder plafond (€ mld.)

70,71

70,2

73,4

77,2

Zorguitgaven brede definitie (€ mld.)

78,4

84,9

88,2

91,9

% BBP besteed aan zorg

9,9%

Zorglasten per volwassene

€ 5.178

€ 5.458

€ 5.528

€ 5.924

X Noot
1

niet gecorrigeerd voor Wmo/jeugd

4. Naar een betere organiseerbaarheid van de zorg

Gelet op de toekomstige zorgvraag die op ons afkomt en het feit dat we tegen de grenzen aanlopen van de organiseerbaarheid van de zorg moeten we op tijd gaan verkennen over hoe we de zorg organiseerbaar houden. Dat doen we in samenspraak met betrokken partijen.

De overtuiging is dat dit vraagstuk vanuit de regio moet worden bezien. Daar moet de samenwerking plaatsvinden, tussen zorg- en hulpverleners, tussen hun organisaties, en tussen gemeenten, verzekeraars en zorgkantoren als inkopende partijen. Het primaat ligt immers in de praktijk, en de ene regio is de andere niet. Dat blijkt ook als in een regio een beeld wordt gemaakt waarbij de ontwikkelingen in de zorgbehoefte worden afgezet tegen het aanbod. In de praktijk zien we dat de vraag en het aanbod per regio verschillend is. Ook de samenstelling en de ontwikkeling van de bevolking en de bevolkingsdichtheid varieert per regio, denk bijvoorbeeld aan krimpregio’s versus groeiende steden. De geografie, infrastructuur en openbaar vervoer zijn ook verschillend. Hierdoor heeft elke regio zijn eigen mogelijkheden om de zorg te organiseren rond de mensen in een regio, waarbij sommige voorzieningen op bovenregionaal georganiseerd moeten worden.

De opgaven in regio’s komen op een aantal punten overeen. Denk aan het belang meer in te zetten op preventie voor risicogroepen, betere zorg voor kwetsbare ouderen in de wijk, adequate jeugdhulp en ondersteuning aan mensen met verward gedrag. Maar ze verschillen ook. Het is van belang dat elke regio in beeld krijgt wat nodig is. Dat kan vervolgens de samenwerking voeden en richting geven: wat is hier nodig, hoe gaan we dat bereiken, welke verantwoordelijkheid pakt eenieder op, hoe maken we het samen waar? In sommige regio’s komt de gewenste samenwerking van de grond en werken partijen hard aan het organiseren van de Juiste Zorg Op de Juiste Plek. Vaak is dat door urgentie gedreven, bijvoorbeeld in krimpgebieden of wanneer schaarste aan personeel dwingt tot keuzes. Dat is echter lang niet overal het geval. De urgentie wordt niet overal gevoeld of het ontbreekt aan visie hoe de (voor)zorg en ondersteuning in de regio slimmer en beter te organiseren. We kunnen de voortgang echter niet aan omstandigheden of toeval overlaten. Omwille van de betaalbaarheid en de organiseerbaarheid van de zorg is er meer nodig. Het vraagt erom dat partijen in beweging komen, de beweging vormen. De vrijblijvendheid voorbij.

Het is daarom zaak de aanspreekbaarheid van partijen te vergroten. We verwachten van partijen dus dat ze het gedeelde beeld maken en de daaruit voortkomende opgave oppakken. We verwachten dat ze bepalen of in de regio een brede basis van preventie, ondersteuning en zorg op orde is en dat er actie wordt ondernomen als dat onvoldoende het geval blijkt te zijn. We verwachten dat ze afspraken maken over de samenwerking op en rond de grensvlakken van de verschillende zorgdomeinen, om te beginnen voor kwetsbare groepen.

De samenwerking in de regio kan op initiatief van verschillende partijen plaatsvinden. De afspraak in de hoofdlijnenakkoorden is dat de inkopende partijen de rol op zich nemen om tot dat gedeelde beeld te komen als het initiatief ontbreekt. Dat beeld voedt vervolgens in elke regio het gezamenlijke gesprek over de opgave in de regio, en die opgave zal zich vervolgens moeten vertalen in de praktijk van de zorgverleners en het inkoopbeleid van gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren. Deze partijen hebben aangegeven dat de zorgkantoorregio’s daarvoor de geëigende regio-indeling vormen, maar flexibiliteit is mogelijk.

VWS heeft een datasite en vouchers beschikbaar gesteld om tot een goed regiobeeld te komen, het proces in de regio te ondersteunen en de betrokkenheid van patiënten mogelijk te maken. De bestuurlijke afspraak is ook dat een bestuurlijke interventie door key players van de hoofdlijnenakkoorden geboden is als de samenwerking in een regio niet op gang komt. Ook kunnen op dat niveau ervaringen worden gedeeld over wat regionaal werkt en wat niet, en wat op nationaal niveau moet worden geregeld.

VWS wil meer inzicht in wat er in de regio’s gebeurt. Een eerste inventarisatie van de gemaakte regiobeelden wordt begin 2020 opgemaakt. Om partijen samen te brengen en de samenwerking verder te brengen als dat nodig is. Om hulp te bieden bij concrete knelpunten, op regionaal niveau als het kan, op nationaal niveau als het moet, waaronder in wet- en regelgeving. Daarmee is het Rijk onderdeel van de beweging en ook aanspreekbaar op de voortgang.

De transformatie van fragmentatie en ondoelmatigheid naar zorg en ondersteuning in samenhang, vraagt veel van verschillende partijen. Het komt neer op het repareren van een schip, niet in het droge dok, maar op volle zee. Want elke dag moet goede zorg en ondersteuning verleend worden. Bovendien duldt actuele problematiek, in het bijzonder bij de spoedeisende zorg, in de jeugdzorg en de zorg aan mensen met psychische problematiek, geen uitstel. Daar gaat – terecht – veel energie in zitten van veel betrokken partijen.

Het is belangrijk om het organiserend vermogen in de regio te versterken, zodat toekomstige uitdagingen tijdig worden gesignaleerd en aangepakt. Het is belangrijk dat patiënten en verzekerden een stevige stem hebben in de noodzakelijke verandering; zorg is alleen juist als het mensen verder helpt in hun functioneren. We ondersteunen patiënten daarom in hun betrokkenheid in de regio en versterken de invloed van verzekerden bij verzekeraars. Het organiserend vermogen van zorgorganisaties moet worden versterkt om de samenwerking op te zoeken, zodat patiënten de goede, samenhangende zorg krijgen die zij nodig hebben. We zouden bijvoorbeeld niet meer moeten spreken van ontslag uit het ziekenhuis, maar van overdracht. We zien dat koepelorganisaties en partijen in het veld hiervoor veel goede initiatieven ontwikkelen.

De omslag naar samenhangende zorg en ondersteuning vereist ook organiserend vermogen van gemeenten, verzekeraars en zorgkantoren om via hun inkoop koers en regie aan te brengen; hun zorgplicht kan niet beperkt blijven tot één domein, de plicht tot goede zorg overstijgt de domeinen. Het gaat er om dat in elke regio een brede basis van preventie, ondersteuning en zorg op orde is. Dat mensen de garantie hebben dat ze niet tussen wal en schip vallen, dat de structuren staan en stevig zijn. En dat we beter omgaan met schaarste aan middelen en mensen. Zorginkopers zijn veroordeeld tot elkaar om dat de komende tijd waar te maken. In de brief die Zorgverzekeraars Nederland (ZN) in aanloop naar het Algemeen Overleg Ziekenhuiszorg van 13 februari jl. aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, hebben zorgverzekeraars aangegeven hoe ze dit gaan invullen op regionaal niveau en dat ze elkaar in de praktijk meer gaan volgen als er goede initiatieven plaatsvinden.

Bovendien hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en ZN afgesproken toe te werken naar een sluitend samenwerkingsnetwerk waardoor inwoners in elke regio verzekerd zijn van een goede samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars op zorg en ondersteuning. Deze samenwerking is de afgelopen jaren sterk uitgebreid, met name ten aanzien van ouderenzorg, preventie en geestelijke gezondheidszorg. Waar verzekeraars meer bij elkaar aansluiten, zal dat ook aan de kant van gemeenten in de regio’s moeten gebeuren. In het najaar van 2019 presenteren de partijen een concrete en landelijk dekkende invulling. In het eerste kwartaal van 2020 nemen ze de stand op van het samenwerkingsproces.

Als we vinden dat goede zorg alleen zorg is die in samenhang moet worden verleend en de Juiste Zorg Op de Juiste Plek onderdeel is van de zorgplicht van de inkopende partijen, dan vraagt dat ook om een herbezinning op de inhoud en organisatie van het toezicht. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op zorginstellingen, de NZa op zorgkantoren en zorgverzekeraars, en in gemeenten zijn toezichthouders actief en leggen colleges verantwoording af aan de gemeenteraad (Wmo en Jeugdwet). Vanuit dit bredere perspectief houdt de IGJ nu meer toezicht op netwerken dichtbij de patiënt, bijvoorbeeld specialistische verpleging en zorg bij kinderen thuis. Ook hanteert de IGJ een toetsingskader e-health en kijkt ze bij toezicht meer naar de regionale samenhang. Voor de drie toezichthouders geldt dat het toezicht verbreed zal moeten worden en de samenwerking opgezocht moet worden. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) brengt in het najaar een leidraad uit over de ruimte binnen de Mededingingswet voor samenwerking in het kader van de Juiste Zorg Op de Juiste Plek.5

De komende periode gaan we verder met de uitvoering van de programma’s, akkoorden en andere trajecten. Parallel daaraan willen we met betrokken partijen verkennen hoe de governance binnen ons zorgstelsel kan en moet worden versterkt om aan de (toekomstige) zorgvraag in de regio tegemoet te kunnen komen gegeven de toenemende schaarste aan personeel en middelen. Als de urgentie («het waarom») steeds duidelijker wordt, de richting («het wat») steeds breder gedragen, dan is het aangewezen te bepalen «hoe» we de transformatie verder brengen en wat daarvoor nationaal en regionaal in bestuurlijke zin en ten aanzien van toezicht nodig is.

Daartoe brengen we voor het zomerreces van 2020 een contourennota uit om in het parlement te bespreken. Hierbij maken we gebruik van de inzichten en ontwikkelingen uit de beweging de Juiste Zorg Op de Juiste Plek. Daartoe wordt in beeld gebracht in welke mate de genoemde verwachtingen ten aanzien van wat er in de regio moet gebeuren, gerealiseerd worden:

  • Is er een gedeeld regiobeeld met een daaruit voorkomende opgave voor de regio?

  • Is een brede basis van preventie, ondersteuning en zorg in de regio op orde of niet?

  • Zijn er afspraken gemaakt over samenwerking, in elk geval op domeinoverstijgende onderwerpen?

Vervolgens verkent de contourennota wat er in de regio (nog meer) nodig is om de organisatie van de (voor)zorg en ondersteuning te verbeteren om aan de (toekomstige) zorgvraag in de regio te voldoen en welke aanpassingen in de governance dit vraagt. Zo moet duidelijk worden waarover zorgpartijen in de regio’s (nadere) afspraken moeten maken, welke regio-indeling daarbij wordt gehanteerd, welke partij het aanspreekpunt is in de regio en wat er in bestuurlijke zin nog meer nodig om de organiseerbaarheid te verbeteren.6 Vanuit de wenselijkheid om de huidige zorgplicht van inkopende partijen breder in te vullen, gaat het ook om de vraag hoe een regionaal opdrachtgeverschap (sterker) kan worden vormgegeven.

Daarbij adresseert de contourennota de mogelijkheden die wet- en regelgeving kan bieden om de verschillende partijen verantwoordelijk en aanspreekbaar te maken op het realiseren van samenhang tussen de domeinen. We kijken ook naar de prikkels, de ruimte en het toezicht die nodig kunnen zijn voor de verschillende partijen om hun rol te pakken bij de domeinoverstijgende samenwerking en tastbare resultaten te boeken. Denk aan prikkels van gemeenten om de instroom in de langdurige zorg te verminderen en aan mogelijkheden om vanuit de langdurige zorg te investeren in het sociale domein. Op deze en andere wijze gaan we na hoe wet- en regelgeving kan bijdragen aan een betere organiseerbaarheid en betaalbaarheid van de zorg.

5. Werken in de zorg

Zonder mensen die in de zorg willen werken, staat de zorg stil. Het is daarom belangrijk het dreigende tekort aan arbeidskrachten in de zorg terug te dringen. We willen niet alleen meer mensen aantrekken, maar vooral ook de mensen behouden die nu in de zorg werken. De uitstroom van mensen is nu te hoog. Met goed werkgeverschap, het terugdringen van overbodige administratie en een lagere werkdruk willen we die uitstroom stoppen.

Met een andere manier van werken, inclusief meer gebruik van technologische mogelijkheden en ontwikkelingen op het gebied van e-health en andere innovaties, kunnen zorgprofessionals zich concentreren op waar het in de zorg écht om draait: zorg voor mensen. Daarvoor is wel vernieuwing in het onderwijs nodig, met meer aandacht voor innovatie en technologie en meer modulair en flexibel opleiden, rekening houdend met wat iemand al kan. Alleen zo houden we de zorg goed georganiseerd, van hoog niveau, en betaalbaar. We intensiveren het actieprogramma Werken in de Zorg.

Voldoende medewerkers die goed toegerust en tevreden zijn met het werk dat zij doen: dát is onze doelstelling. We ondersteunen deze doelstelling met extra middelen voor zorginstellingen vanuit SectorplanPlus om nieuwe medewerkers te scholen, door loopbaanoriëntatie via Sterk in je Werk, via de sociale partners met een bijdrage voor marktconforme loonontwikkeling in de zorg, de wervingscampagne Ik Zorg en een nieuw regioteam om in de regio extra ondersteuning te geven.

We monitoren de voortgang van onze aanpak via een aantal kernindicatoren.7 We rapporteren tweemaal per jaar in de vorm van een voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer. In de tabel met indicatoren is de stand van zaken weergegeven met betrekking tot de hoofdambitie van voldoende, goed toegeruste en tevreden medewerkers.

Taakherschikking is de komende jaren belangrijk om in te spelen op de veranderende en stijgende zorgvraag. Door taakherschikking doen professionals werkzaamheden die echt tot hun kerntaken en specialisme behoren. Dit komt het werkplezier en daarmee het behoud van medewerkers, de kwaliteit én de doelmatigheid van professionals ten goede en daarmee de effectiviteit van de zorg. In 2020 start het experiment met taakverschuiving van tandartsen naar mondhygiënisten. Middelen uit de bestuurlijke akkoorden medisch-specialistische zorg en huisartsenzorg en de bestuurlijke afspraken paramedische zorg ondersteunen de taakherschikking.

Naast taakherschikking kan ook jobcarving en jobcrafting gerichter worden ingezet door werkgevers. Dit betekent dat veel meer naar de persoon met zijn of haar talenten wordt gekeken en niet alleen naar wat een concrete vacature vraagt. Taakherschikking, jobcarving en jobcrafting leveren een positieve bijdrage aan het actieprogramma Werken in de Zorg en daarmee aan het terugdringen van de personeelstekorten.

Het zwaartepunt van de aanpak ligt ook hier in de regio. Overal zijn regionale actieplannen aanpak tekorten (RAAT) gemaakt met een beeld van de regionale opgave, duidelijke ambities en concrete afspraken. Zaken die niet in de regio kunnen worden opgelost, pakken we samen met landelijke partijen op. Bijvoorbeeld via sectorale tafels en de hoofdlijnenakkoorden voor de medisch specialistische zorg en de wijkverpleging. Concrete ondersteuning van de regio’s, door het delen van voorbeelden en het aanpakken van knelpunten, is er vanuit het Actie Leer Netwerk. De Commissie Werken in de Zorg volgt de voortgang in de regio’s en adviseert de partijen en VWS.

Het verwachte personeelstekort in 2022 pakt op basis van de meest actuele prognoses lager uit en het aantal werknemers stijgt sinds de start van het actieprogramma. Over medewerkerstevredenheid en de mate waarin zij vinden dat ze goed zijn toegerust komen in het najaar van 2019 de eerste meetresultaten tijdens het actieprogramma (meetmoment voorjaar 2019) beschikbaar. Een actuele visuele weergave van alle kernindicatoren van het actieprogramma is te vinden op https://dashboards.cbs.nl/v1/AZWDashboard/ onder het kopje «Werken in de Zorg».

 

0-meting

Actuele stand

Verwachte personeelstekort in 2022

100–125 dzd (2018)

80 dzd. (2019)

Aantal werknemers, seizoensgecorrigeerd

1.172 dzd. (Q4 2017)

1.214 dzd. (Q1 2019)

Percentage medewerkers binnen zorg en welzijn1 dat (zeer) tevreden is

67% (2017)

Percentage medewerkers binnen zorg en welzijn1 dat vindt dat ze goed toegerust zijn

89% (2017)

X Noot
1

inclusief kinderopvang

6. Preventie

Wie gezonde keuzes maakt, heeft minder kans om ziek te worden en kan zo lang mogelijk meedoen aan de samenleving. Wie gezonde keuzes maakt, heeft een grotere kans om zo lang mogelijk in goede gezondheid van het leven te kunnen genieten. Als minder mensen ziek worden, scheelt dat bovendien in de zorgkosten. Preventie is daarom een belangrijk onderdeel van onze agenda.

Samen met zo’n 70 partijen hebben we het Nationaal Preventieakkoord gesloten. Dit zijn onder andere patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en sportbonden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Met elkaar hebben we stevige ambities geformuleerd en worden meer dan 200 acties uitgevoerd om roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht terug te dringen. We hebben voor deze drie thema’s gekozen, omdat ze van grote invloed zijn op de gezondheid en vitaliteit van mensen en dus op de kwaliteit van leven en van invloed zijn op het verschil in levensverwachting tussen hoger en lager opgeleiden.

De eerste gezamenlijke ambitie is een rookvrije generatie. Dit betekent dat in 2040 geen jongere meer begint met roken en dat van de volwassenen minder dan 5% rookt. We hebben in het preventieakkoord verschillende maatregelen afgesproken. Onder meer: een pakje sigaretten wordt in 2020 één euro duurder, verpakkingen van sigaretten en shag krijgen in 2020 een neutraal uiterlijk, rookwaren worden uit het zicht verkocht vanaf 2020 bij supermarkten, alle schoolterreinen zijn vanaf schooljaar 2020/2021 rookvrij, het rookverbod wordt uitgebreid met de e-sigaret en in 2020 worden regels ingevoerd om illegale handel tegen te gaan. Daarbij loopt de meerjarige massamediale campagne gericht op stoppen met roken en rookvrij opgroeien (met aandacht voor roken in de auto) door in 2020. Verder worden zorgprofessionals (van huisarts tot verloskundige) gestimuleerd tot gesprekken over stoppen met roken en krijgen organisaties uit de zorg-, sport-, speel-, school- en kinderopvangsector ondersteuning bij het rookvrij maken van hun instelling. Ook is er in 2020 ondersteuning voor gemeenten die een rookvrije generatie nastreven. Het RIVM heeft berekend dat met dit pakket de ambitie voor volwassenen realiseerbaar lijkt.

De tweede ambitie is dat het aantal mensen met overgewicht en obesitas in 2040 is gedaald tot het niveau van 22 jaar geleden. Dat is een ingewikkelde opgave omdat de oorzaken en invloeden zowel op persoonlijk vlak als in de omgeving liggen. Voeding, bewegen, slapen, de sociale en fysieke omgeving, ze spelen allemaal mee. We maken het daarom in 2020 voor mensen makkelijker om gezond te kiezen. In de supermarkt, in de kantine op school, bij de sportclub en in het ziekenhuis. We stimuleren dit via subsidies waardoor deze omgevingen gezonder worden. Eveneens wordt gestimuleerd meer te bewegen en heeft straks de helft van alle kinderopvanglocaties een geschoolde medewerker voor gezondheid. Er wordt geïnvesteerd in betere ondersteuning en zorg voor volwassenen of gezinnen die kampen met obesitas. Steeds meer gemeenten worden JOGG-gemeente (Jongeren op Gezond Gewicht) en een kwart van alle scholen in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs de aanpak Gezonde School gebruiken. Bij 1.000 scholen is een watertappunt geplaatst.

De derde ambitie is een samenleving waarin volwassenen zich bewust zijn van de risico’s van alcohol en er minder problematische alcoholgebruikers zijn. Dit betekent dat geen jongeren onder de 18 jaar en zwangeren alcohol drinken. Ook daalt het percentage overmatige drinkers en zware drinkers. Hiervoor zetten we in 2020 in op de uitvoering van de acties uit het Preventieakkoord met opdrachten en subsidies. Zo zijn er e-learnings ontwikkeld die verstrekkers helpen bij een betere naleving van de wet. Ook zijn er pilotgemeenten en pilothoreca die zich extra gaan inspannen voor een betere naleving en toezicht, aan de hand van opgestelde protocollen. Zorgprofessionals en scholen worden ondersteund met nieuwe effectieve interventies. De sportsector krijgt middelen om zich in te zetten voor een gezondere sportomgeving. En er worden onderzoeken gedaan om alcoholmarketing beter te reguleren, zoals door de evaluatie van de Alcoholcode.

Met de afspraken, acties en maatregelen in het Nationaal Preventieakkoord willen we alle goede initiatieven die al bestaan in ons land, ondersteunen. Zoals Jongeren op Gezond Gewicht en rookvrije gemeenten. Ook in 2020 worden gemeenten – met ondersteuning van de VNG – gestimuleerd om de afspraken te vertalen naar een lokale aanpak.

Ook snelle opsporing van ziekten kan vaak erger voorkomen. Het is daarom goed dat ouders ervoor kiezen hun pasgeboren baby te laten onderzoeken op 19 zeldzame aandoeningen via de hielprik. Vanaf 2019 is de hielprik uitgebreid met onderzoek naar nieuwe aandoeningen.

In 2019 is het bevolkingsonderzoek darmkanker volledig ingevoerd. Vanaf dat jaar krijgen jaarlijks naar schatting bijna 2,3 miljoen mensen een uitnodiging om mee te doen.

Om gemeenten en zorgverzekeraars te stimuleren gezamenlijk werk te maken van preventie voor risicogroepen, zoals mensen met overgewicht en kwetsbare ouderen, voeren we het programma Preventie in het zorgstelsel uit. Wij willen kansrijke, effectieve (leefstijl)interventies verder brengen. Daarvoor is samenwerking tussen het medische en het sociale domein nodig.

Tevens willen wij in 2020 zorgen dat de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI) in het hele land beschikbaar is voor iedereen die hier aanspraak op maakt.

We willen ons harddrugspreventiebeleid verder versterken, om het gebruik van harddrugs en de normalisering van gebruik tijdens het uitgaan tegen te gaan. Hiertoe worden – bovenop onze huidige inspanningen – extra maatregelen genomen. Deze staan in de beleidsvisie drugspreventie 2019.

Tegelijkertijd willen wij de ondersteuning aan ouders van verslaafde jongeren uitbreiden, effecten van maatregelen beter monitoren en de maatregelen aanpassen als dat de effectiviteit ten goede komt. Ook gaan we de registratie van druggerelateerde sterfte verbeteren.

De afgelopen jaren is hard gewerkt om de medische zorg in Caribisch Nederland te verbeteren. Nu gaan we aan de slag met jeugdhulp, welzijn en sport. Toegesneden op de gezondheidsuitdagingen op de eilanden gaan we ook investeren in preventie. Zo zijn er in 2019 voor de eilanden Sport- en Preventieakkoorden Caribisch Nederland ondertekend. Tevens zetten we in op het voorkomen van en ondersteunen bij onbedoelde (tiener)zwangerschappen.

De uitvoering van het zevenpuntenplan onbedoelde zwangerschappen wordt in 2020 voortgezet. Thema’s in dit plan zijn onder meer: preventie op scholen, voorlichtingscampagnes, kennisontwikkeling, specifiek beleid op hoog-risicogroepen en keuzehulpgesprekken.

Het voorkomen van «vermijdbare sterfte» heeft onverminderd onze aandacht. Ook in 2020 spant het kabinet zich extra in voor het verbeteren van de patiëntveiligheid. Vooral het stellen van diagnoses, het toepassen van medische technologie en de zorg na een operatie krijgen meer aandacht.

In onderstaande tabel zijn diverse indicatoren op dit gebied opgenomen. Alle indicatoren zijn opgenomen in de Staat van VenZ; de indicatoren die betrekking hebben op jongeren en zwangere vrouwen zijn ook in de VWS-monitor opgenomen. Het gaat om gedragsveranderingen waarbij het enige tijd vergt voordat de effecten van beleid zich materialiseren. Voorts is van belang dat de langjarige trend met betrekking tot roken dalend is. De langjarige trend met betrekking tot overmatig drinken onder volwassenen en overgewicht is vlak.

Daarnaast is in het kader van het missie-gedreven topsectorenbeleid de volgende missie geformuleerd: in 2040 leven alle Nederlanders ten minste vijf jaar langer in goede gezondheid, en zijn de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaaleconomische groepen met 30% afgenomen. Zie voor een nadere toelichting de box bij het thema «De beweging naar de juiste zorg op de juiste plek» in deze beleidsagenda.

 

0-meting

Actuele stand

Doelstelling

Roken (volwassenen)

23% (2017)

22% (2018)

< 5% (2040)

Roken (jongeren)

8% (2017)

0% (2040)

Roken (zwangere vrouwen)

9% (2017)

0% (2040)

Overmatig drinken (volwassenen)

9% (2017)

8% (2018)

5% (2040)

Overgewicht (volwassenen)

49% (2017)

50% (2018)

< 38% (2040)

Overgewicht (jongeren)

13% (2017)

12% (2018)

< 9,1% (2040)

Levensverwachting in goed ervaren gezondheid

64,4 jaar (2017)

63,5 jaar (2018)

+ 5 jaar (2040)

Verschil in levensverwachting in goede gezondheid tussen hoge en lage SES

14,7 jaar (2015–2018)

– 30% (2040)

7. Gezondheidsbescherming

Vaccinaties bieden de belangrijkste en meest effectieve bescherming tegen ernstige infectieziekten. Het RIVM liet aan het begin van de zomer weten dat de vaccinatiegraad in ons land is gestabiliseerd na een paar jaren van daling. Dat betekent zeker niet dat de vlag uit kan. We blijven er bovenop zitten. Hierbij worden we gesteund door partijen uit de hele maatschappij (verschillende beroepsgroepen, medeoverheden, patiëntenorganisaties en ouderenorganisaties) die met elkaar zijn verbonden in de vaccinatie-alliantie die sinds maart 2019 actief is. Recente gevallen van mazelen in Nederland, maar ook in een aantal andere Europese lidstaten, onderstrepen het belang van nationale vaccinatieprogramma’s. Ook de commissie Vermeij heeft zich voor de zomer uitgesproken over het belang van vaccinatiebeleid in relatie tot kinderopvang en doet een aantal aanbevelingen.

Met vaccineren beschermen we onze eigen kinderen én de kinderen van anderen. Het is ook een daad van naastenliefde. We blijven in 2020 werken aan een hogere vaccinatiegraad met een effectief vaccinatiebeleid, waarin onder andere vaccinaties worden toegevoegd en aangepast. Zo is dit jaar het griepvaccin vervangen door een betere variant en beginnen we in 2020 met het aanbieden van de vaccinatie tegen pneumokokken aan ouderen.

Infectie-uitbraken houden geen rekening met landsgrenzen. Daarom moeten we ook op Europees niveau samenwerken. Nederland neemt deel aan de «Joint Action on vaccination» waarin Europese lidstaten samenwerken en zich gezamenlijk inzetten om de vaccinatiegraad in Europa te verbeteren.

Antibioticaresistentie kan de volksgezondheid in gevaar brengen. Bacteriën worden wereldwijd in toenemende mate ongevoelig voor antibiotica, mede als gevolg van onnodig en verkeerd gebruik. Dit maakt het behandelen van infecties lastiger, met hogere kosten, ziekte of zelfs sterfte tot gevolg. Antibioticaresistentie is een wereldwijde zorg. De aanpak van dit grensoverschrijdende probleem vereist dan ook een samenhangende visie. We gaan door met het internationaal onder de aandacht brengen van antibioticaresistentie. Verder zetten we in op het voortzetten en verder versterken van de 10 Regionale Zorgnetwerken Antibioticaresistentie die zich bezighouden met tegengaan van antibioticaresistentie en samenwerking in de regio stimuleren.

We willen het voedselvertrouwen van consumenten verbeteren. We meten dit aan de hand van cijfers uit de NVWA-monitor over de mate van vertrouwen in voedsel door consumenten. Voedsel in Nederland is over het algemeen veilig. Daar kunnen we op vertrouwen. Een goed functionerend systeem van wetgeving en toezicht op de voedselveiligheid blijft daarom van groot belang. In 2020 willen we het systeem verder versterken door uitvoering van de acties uit het Actieplan Voedselveiligheid en de opvolging van aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) over opkomende voedselveiligheidsrisico’s.

We willen het voedsel van consumenten verbeteren. We kijken daarom onder andere naar het aantal verloren gezonde levensjaren uitgedrukt in DALY’s ten gevolge van voedselinfecties in Nederland. Daarnaast meten we dit aan de hand van cijfers over de mate van vertrouwen in voedsel. Uit onderzoek van de NVWA8 blijkt dat het consumentenvertrouwen in de veiligheid van voedingsmiddelen is gestegen. In 2018 vond 68% van de consumenten dat voedingsmiddelen over het algemeen veilig zijn ten opzichte van 61% in 2015.

Daarnaast spannen we ons in om de vaccinatiegraad te bevorderen. Uit het Vaccinatiegraadrapport 2018 lijkt het erop dat er een einde is gekomen aan de daling van de vaccinatiegraad. Van de kinderen die in 2016 geboren zijn, heeft 90,2% vóór het bereiken van de tweejarige leeftijd alle vaccinaties volgens het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) ontvangen, net zo veel als een jaar eerder. In de VWS-monitor is ook de ontwikkeling voor de diverse onderdelen van het RVP weergegeven.

 

0-meting

Actuele stand

Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties

4.200 (2017)

4.300 (2018)

Voedselvertrouwen

61% (2015)

68% (2018)

Vaccinatiegraad

90,2% (2017)

90,2% (2018)

8. Sporten en bewegen

Iedereen moet plezier kunnen beleven aan sport: als sporter, vrijwilliger of als toeschouwer. In een veilige en gezonde omgeving. Een leven lang. Ongeacht inkomen, met of zonder een beperking, man, vrouw, oud en jong.

Door sport ontmoeten we elkaar. Sport leert ons onuitwisbare levenslessen. Over doorzetten, samenwerken, eerlijkheid, respect voor elkaar en omgaan met verlies. Sport verbindt en verbroedert. Onze topsporters maken ons trots. En natuurlijk: door te sporten en te bewegen blijven we gezond en fit.

Ruim 9,4 miljoen Nederlanders sporten wekelijks. Er zijn 25.000 sportverenigingen. Op meer dan 1.000 locaties zijn sport- en beweegaanbieders actief en honderdduizenden vrijwilligers helpen in de sport. Nederland heeft veel goede en moderne accommodaties. We organiseren fantastische sportevenementen en doen het goed tijdens internationale toernooien.

Ondanks deze indrukwekkende gegevens zijn er groepen mensen die te weinig bewegen en nemen de motorische vaardigheden van veel kinderen af. Bovendien weet niet iedereen zich respectvol te gedragen op het veld of langs de lijn en krijgen verenigingen steeds minder leden en vrijwilligers. Deze ontwikkelingen willen we ombuigen. Daarom hebben we het Nationaal Sportakkoord «Sport verenigt Nederland» gesloten met de sport, gemeenten, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Het akkoord is erop gericht om sport zo leuk en toegankelijk mogelijk te maken voor álle Nederlanders, in álle levensfasen.

Dit wordt niet landelijk voor alle 355 Nederlandse gemeenten georganiseerd. Het moderniseren en versterken van de sport moet lokaal gebeuren. Daar waar mensen sporten, vrijwilligers actief zijn en sportaanbieders werkzaam zijn. Al 174 gemeenten zijn gestart met een lokaal Sportakkoord. Om dit mogelijk te maken stelt het kabinet geld beschikbaar voor elke gemeente of regio om een sportformateur aan te stellen. Dat is een onafhankelijk persoon die helpt met het opzetten van het sportakkoord. Ook is er subsidie beschikbaar om het lokale sportakkoord uit te voeren.

Tevens krijgen sportaanbieders ondersteuning van adviseurs lokale sport en buurtsportcoaches zodat ze als gelijkwaardig gesprekspartner kunnen deelnemen aan de gesprekken over het akkoord. Intussen investeren we ook in het moderniseren en verduurzamen van sportaccommodaties. Dat is niet alleen goed voor het klimaat, maar ook voor de financiële positie van clubs doordat de energierekening flink kan dalen. We streven naar een CO2 neutrale sector in 2050.

Via diverse challenges worden daarnaast partijen uitgedaagd om met innovatieve oplossingen te komen om onder andere kinderen weer meer te laten buitenspelen, de sport inclusiever te maken en het onderhoud van de sportvelden milieuvriendelijker te maken.

Momenteel werken we aan deelakkoord 6 van het Nationaal Sportakkoord: Topsport die Inspireert! Samen met de sport, gemeenten, provincies, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties worden afspraken gemaakt waardoor de waarde van topsport de komende jaren nog beter benut kunnen worden.

Onze doelstelling is het aantal buurtsportcoaches te verhogen van 2.900 in 2016 naar 3.665 in 2021. In 2018 lag het aantal op 3.016. Daarnaast willen we dat mensen voldoende sportfaciliteiten in de buurt hebben, het aandeel van de bevolking dat sport, dat voldoet aan de beweegrichtlijn en het aandeel dat actief is als vrijwilliger in de sport verhogen.

In 2016 was 86% van de personen van 12 jaar en ouder tevreden met het sport- en beweegaanbod in hun omgeving. In 2018 deed, net als in 2017, 53% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder wekelijks aan sport. Dit percentage is relatief stabiel. In beide jaren voldeed 47% van de Nederlanders aan de beweegrichtlijn. Over de tijd is er een licht stijgende trend te zien. In de VWS-monitor (en www.sportenbewegenincijfers.nl) zijn deze percentages uitgesplitst naar verschillende leeftijdscategorieën. Omdat de sportdeelname van jongeren hoger is dan van ouderen heeft vergrijzing een drukkend effect op beide indicatoren.

Tot slot was in 2016 10% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder maandelijks of vaker actief als vrijwilliger in de sport.

 

0-meting

Actuele stand

Aantal buurtsportcoaches

2.900 (2016)

3.016 (2018)

Tevreden met sportfaciliteiten in de buurt

86% (2016)

Sporten wekelijks > 4 jaar

53% (2017)

53% (2018)

Voldoet aan beweegrichtlijn > 4 jaar

47% (2017)

47% (2018)

Vrijwilligers in de sport

10% (2016)

9. Jeugd en gezin

Elk kind heeft het recht om gezond, kansrijk en veilig op te groeien. Om zich te kunnen scholen en ontwikkelen en zich veilig en geliefd te voelen. En elke jongvolwassene verdient het om goed op weg te worden geholpen naar een zeker en zelfstandig bestaan.

In de afgelopen jaren is het stelsel voor de jeugdzorg flink gewijzigd. Gemeenten zijn nu primair verantwoordelijk voor goede zorg voor de jeugd. Uit onderzoek is gebleken dat de gewenste transformatie van de jeugdzorg nog niet goed op gang is gekomen. Gemeenten lopen aan tegen tekorten op het budget voor jeugdhulp onder meer doordat meer kinderen en ouders in beeld komen die hulp nodig hebben. We investeren daarom 1 miljard euro in 2019, 2020 en 2021 extra in de jeugdzorg om gemeenten in staat te stellen om goede zorg te blijven leveren.

Alleen geld is niet de oplossing om de jeugdzorg te verbeteren. In het kader van de extra middelen maken we afspraken met gemeenten om de jeugdhulp te verbeteren. Die afspraken gaan over een betere ordening van het jeugdhulplandschap. Zo is het de vraag op welk niveau (lokaal, regionaal, bovenregionaal en landelijk) jeugdhulp het best kan worden georganiseerd. We gaan onderzoeken waaraan gemeenten het geld besteden dat ze voor jeugdhulp ontvangen. Daarnaast willen we dat administratieve lasten omlaaggaan zodat er meer geld voor hulp en ondersteuning overblijft. Een belangrijke vraag is ook: wat hoort bij normaal opvoeden en waar begint de jeugdhulpplicht? Naast het extra budget dat we beschikbaar stellen voor jeugdhulp ondersteunen we gemeenten met het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd, het Transformatiebudget en de Jeugdautoriteit om de beschikbaarheid van essentiële jeugdhulp te borgen.

Met het programma Zorg voor de Jeugd werken we aan merkbaar betere jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering voor kinderen, jongeren en gezinnen, zodat ze op tijd de hulp krijgen die ze nodig hebben. Dit doen we samen met gemeenten, zorgaanbieders, professionals en cliënten. We willen dat kinderen en ouders betere toegang tot jeugdhulp krijgen en weten waar ze voor hulp terecht kunnen. We willen dat kinderen met ernstige problemen, waaronder eetstoornissen, tijdig de zorg krijgen die ze nodig hebben.

Kinderen hebben het recht zo thuis mogelijk op te groeien. Het liefst bij de eigen ouders, of als dat niet kan bij een liefdevol pleeggezin of in een gezinshuis. We zijn samen met de sector de hulp via pleegzorg, gezinshuizen en gesloten jeugdhulp aan het verbeteren. We verlengen naast de pleegzorg ook de zorg in gezinshuizen naar 21 jaar. We investeren in het vakmanschap van jeugdprofessionals. Daarvoor is het ook nodig dat ze niet belemmerd worden door onnodig papierwerk.

De eerste 1.000 dagen van een kind zijn cruciaal om een goede start te kunnen maken. De ontwikkeling van een kind gaat in de eerste 1.000 dagen razendsnel, en wat er fout gaat, heeft vaak levenslange gevolgen. Daarom is het van fundamenteel belang dat die eerste 1.000 dagen goed verlopen. Er is tenslotte maar één kans op een goede start. Het actieprogramma Kansrijke Start richt zich op extra ondersteuning voor kwetsbare gezinnen rondom bewust zwanger worden, een gezonde zwangerschap en veilig ouderschap. Het gaat daarbij ook om een goede koppeling tussen het medische en het sociale domein inclusief de publieke gezondheid. Een belangrijke bouwsteen om daadwerkelijk resultaten te bereiken is het vormen van en werken vanuit lokale coalities Kansrijke Start. Het gaat daarbij om lokale coalities waarbij alle organisaties die een rol spelen rondom de geboorte en de eerste levensjaren van kinderen bindende samenwerkingsafspraken maken en het resultaat van deze afspraken ook monitoren. Het komend jaar zetten we samen met alle samenwerkingspartners in op uitvoering van het actieprogramma met als doel meer kinderen een kansrijke start geven.

We willen dat alle kinderen een goede start maken en dat jongeren en gezinnen zich in de jeugdhulp merkbaar beter ondersteund voelen.

Van de pasgeboren kinderen had in 2017 16,5% geen goede start door vroeggeboorte, een te laag geboortegewicht of een combinatie daarvan. Deze indicator wordt gevolgd op de Staat van VenZ. Onder andere om dit percentage terug te dringen zetten we in op lokale coalities. Inmiddels hebben zich 127 gemeenten aangemeld om lokale coalities te gaan vormen.

In onderstaande tabel zijn daarnaast diverse indicatoren opgenomen uit het programma «Zorg voor de jeugd». In de voortgangsrapportage in het najaar van 2019 zal, daar waar dit nog niet in onderstaande tabel is gebeurd, de balans over 2018 worden opgemaakt. Merkbaar beter betekent dat we in 2021 streven naar een hogere tevredenheid dan in 2017.

 

0-meting

Actuele stand

% kinderen vroeggeboorte en/of laaggeboortegewicht (BIG2)

16,5% (2017)

Aantal lokale coalities Kansrijke Start

0 (2017)

127 (2019)

Ik weet waar ik terecht kan als ik hulp nodig heb

87% (2017)

Ik ben snel geholpen

65% (2017)

Passende jeugdhulp (Traject eenzijdig door cliënt beëindigd)

3,4% (2017)

3,9% (2018)

% herhaald beroep bij start traject

25,1% (2017)

27,5% (2018)

Percentage medewerkers binnen jeugdzorg dat (zeer) tevreden is

69% (2017)

Geweld hoort nergens thuis. Helaas zijn huiselijk geweld en kindermishandeling de meest voorkomende gevallen van geweld in Nederland. Dat moet stoppen. Geweld binnen het gezin wordt vaak van generatie op generatie overgedragen. We moeten die cirkel van geweld doorbreken zodat we huiselijk geweld en kindermishandeling kunnen terugdringen. Dit gebeurt in een programmatische aanpak langs 3 actielijnen:

  • 1) Huiselijk Geweld en Kindermishandeling moet eerder en beter in beeld zijn.

  • 2) Geweld moet stoppen en duurzaam worden opgelost.

  • 3) Het eerder en beter in beeld brengen en duurzaam oplossen van specifieke groepen zoals kinderen in kwetsbare opvoedsituaties, slachtoffers van seksueel geweld en schadelijke traditionele praktijken.

De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is met het programma Geweld hoort nergens thuis, gericht op de regio’s (Veilig Thuis-regio’s). De inhoudelijke ambities moeten op regionale schaal worden ontwikkeld en geconsolideerd. De doelstelling voor 2020 is dat alle regio’s een aanpak hebben, dat alle regio’s verder gaan met de implementatie van de eigen aanpak en hierbij prioriteren om merkbare effecten te realiseren. Het Rijk ondersteunt de aanpak door extra middelen beschikbaar te stellen voor het aanstellen van een projectleider in elke regio die de uitvoering van de programmalijnen ter hand neemt. Tevens ondersteunt het Rijk de aanpak door extra middelen beschikbaar te stellen voor regionale of lokale initiatieven met de Projectenpool «Van-Denken-naar-Doen».

Een onafhankelijke onderzoekscommissie ontwikkelt een monitor om de effecten bij de mensen die het verschil moeten merken in beeld te brengen; een onderzoeksprogramma en kennissynthese voor het programma Geweld hoort nergens thuis.

De maatschappelijke diensttijd (MDT) is de ontdekkingsreis voor jongeren naar de beste versie van henzelf. Een kans voor jongeren om hun talenten te ontdekken, van betekenis te zijn, nieuwe mensen te ontmoeten en keuzes te maken voor de toekomst. Hun persoonlijke ontwikkeling en vrijwillige inzet voor anderen maakt onze samenleving sterker. MDT is nieuw. Partijen doen hieraan vrijwillig mee. Daarom is ervoor gekozen om dit programma gezamenlijk via proeftuinen in de praktijk te ontwerpen. Deelnemende jongeren zijn verdeeld over verschillende achtergronden, leeftijdscategorieën, onderwijsniveaus en arbeidssituaties. Er is duidelijk sprake van diversiteit. En van ontmoetingen buiten de eigen omgeving.

Begin 2020 gaat MDT een nieuwe fase in. We gaan dan van experiment naar de officiële start van MDT. De inzet is om per 2020 MDT flink op te schalen, zodat overal in het land MDT-plekken worden aangeboden en er een goede balans is in de verscheidenheid van deelnemende jongeren en maatschappelijke organisaties. MDT schaalt op door te versterken wat werkt en hetgeen dat werkt met elkaar te verbinden, richting meer samenwerking tussen de deelnemende organisaties. Dit gebeurt door middel van een 4e subsidieoproep, die is uitgezet door ZonMw.

In deze fase wordt ook het evaluatieprogramma uitgebreid, waardoor zoveel mogelijk inzicht ontstaat in de doelmatigheid en doelbereik van het instrument. Via onderzoek worden gegevens verzameld over onder andere het aantal deelnemende jongeren, de talentonwikkeling van jongeren, het ontmoeten van jongeren die elkaar dagelijks niet tegenkomen en de maatschappelijke betrokkenheid en bijdrage van jongeren aan de organisaties en de samenleving.

Er zal een verkenning worden gedaan naar een duurzame inrichting van MDT. Het gaat hierbij om het toekomstbestendig inrichten van de beheerorganisatie achter MDT – via een alliantie – en het toewerken naar een duurzame financiering.

10. Waardig ouder worden

Ouderen blijven steeds langer thuis wonen, in hun eigen omgeving. Daar moet de zorg en onze samenleving zich beter op inrichten. Eenzaamheid komt onder ouderen meer voor en vraagt onze volle aandacht. Als iemand toch is aangewezen op een verpleeghuis, bijvoorbeeld door een combinatie van toenemende medische problemen en het wegvallen van een partner, moet men erop kunnen vertrouwen dat het verpleeghuis van hun keuze de aandacht en zorg biedt die nodig is.

In het Pact voor de ouderenzorg werkt een groeiende groep van inmiddels meer dan 240 organisaties (ondernemingen, maatschappelijke organisaties, medeoverheden en zorgorganisaties) aan de ambities van Waardig ouder worden. Om de maatschappelijke beweging te ondersteunen, organiseren we op thema’s als voeding en zingeving ontmoetingen tussen partijen. We doen dit samen met ouderen. De Raad van ouderen brengt gevraagd en ongevraagd advies uit en heeft een actieve bijdrage in de bijeenkomsten die we organiseren.

Onder de vlag van «Waardig Ouder Worden» start een publiekscampagnes rond de thema’s Beeldvorming Ouderen, gericht op het schetsen van de veelzijdigheid en waarde van onze bevolking, ook in deze levensfase. In 2020 is er aandacht voor Bewustwording, gericht op het beter voorbereiden van de hele samenleving op zo waardevol mogelijk functioneren, ook op hogere leeftijd. In drie programma’s worden bovenstaande thema’s aangepakt.

Het programma Thuis in het Verpleeghuis streeft naar voldoende tijd, aandacht en goede zorg voor alle bewoners in elk verpleeghuis. Om deze doelstelling te bereiken, wordt ook in 2020 ingezet op het aantrekken en behouden van voldoende, gemotiveerde en gekwalificeerde zorgverleners. Zorgaanbieders kunnen gebruik maken van het ondersteuningsprogramma «Waardigheid en Trots op locatie», waarmee zij inzicht krijgen in de mate waarin zij voldoen aan het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Zij kunnen ondersteuning ontvangen om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren.

Binnen het programma Langer Thuis werkt VWS samen met 23 partijen om ouderen te helpen in hun vertrouwde omgeving zelfstandig oud te worden met een goede kwaliteit van leven. Het programma bevat maatregelen voor de verbetering van goede ondersteuning en zorg thuis, ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers en voor meer geschikte woonsituaties voor ouderen. Ook in 2020 zetten we via diverse acties in op communicatie, leren en kennis verspreiden, stimuleren en ondersteunen van regionale partijen en het praktisch oplossen van knelpunten, bijvoorbeeld in regelgeving.

De doelstelling van het programma Eén tegen eenzaamheid is de trend van eenzaamheid onder ouderen te doorbreken, door het signaleren en bespreekbaar maken van eenzaamheid en dit vervolgens duurzaam aanpakken. De publiekscampagne wordt in 2020 voortgezet. Dit wordt gekoppeld met het verzamelen van inspirerende voorbeelden op www.eentegeneenzaamheid.nl. Bedrijven en organisaties uit uiteenlopende sectoren zijn vertegenwoordigd in de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid. Het werven en ondersteunen van gemeenten met hun lokale coalities wordt uitgebreid met als streven dat eind 2020 200 gemeenten actief aan de slag zijn. In 2020 worden initiatieven gestimuleerd om hun aanpak goed te beschrijven, te onderbouwen en te meten op effectiviteit. Zo wordt het leereffect versterkt. Ook worden nieuwe initiatieven gefaciliteerd om hun impact of reikwijdte te vergroten; initiatieven kunnen via ZonMw subsidie aanvragen.

In het regeerakkoord is € 35 miljoen euro opgenomen voor de inzet van geestelijk verzorgers of levensbegeleiders in de thuissituatie, zodat er op middellange termijn een landelijk dekkend en kwalitatief goed aanbod is van levensbegeleiding voor ouderen en hun naasten, ongeacht of iemand nu thuis of in een instelling woont. In 2020 wordt geïnvesteerd op de inzet van geestelijke verzorgers door een ophoging van 7 miljoen euro van de regeling Palliatieve Terminale Zorg. Dit geld is bedoeld voor inzet in de thuissituatie bij mensen in de palliatieve fase en voor mensen vanaf 50 jaar. De verwachting is dat hiermee ongeveer 200 geestelijk verzorgers aanvullend kunnen worden ingezet.

We willen dat er meer tijd en aandacht is voor bewoners van verpleeghuizen en dat er voldoende, gemotiveerde en deskundige zorgverleners zijn. Dit meten we onder andere aan de hand van cijfers over cliënttevredenheid en medewerkerstevredenheid. De NPS is een instrument om cliënttevredenheid in beeld te brengen. De meest recente NPS-score (over 2017) is 83%. Deze is gepubliceerd in de voortgangsrapportage die in oktober 2018 naar de Tweede Kamer is verzonden. Daarnaast is in mei 2019 in de voortgangsrapportage van het actieprogramma Werken in de Zorg gemeld dat in 2017 59% van de medewerkers in de verpleeghuiszorg (zeer) tevreden was met het werk dat ze doen. In de voortgangsrapportage die dit najaar aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, zullen geactualiseerde percentages worden vermeld.

Ook willen we dat het aandeel ouderen dat zich eenzaam voelt (in 2016: 55%, waarvan 12% ernstig) afneemt en dat zij een goede kwaliteit van leven ervaren. Het RIVM rapporteert in de Monitor Langer thuis dat het percentage 75-plussers dat een goede kwaliteit van leven ervaart in de periode 2014–2019 65% bedroeg. De monitor zal in de zomers van 2020 en 2021 herhaald worden.

 

0-meting

Actuele stand

Cliënttevredenheid verpleeghuiszorg

83% (2017)

Medewerkerstevredenheid verpleeghuiszorg

59% (2017)

% 75-plussers dat zich eenzaam voelt

55% (2016)

% 75-plussers met een goede kwaliteit van leven

65% (2014–2019)

11. Meedoen met een beperking

Meedoen in de samenleving is lang niet voor iedereen vanzelfsprekend. Mensen met een beperking of chronische ziekte – en dat zijn er 2 miljoen – kunnen vaak minder goed deelnemen aan het gewone leven. Sporten, naar school gaan, boodschappen doen, het gaat allemaal niet vanzelf. Ze lopen letterlijk en figuurlijk tegen drempels op. Dat moet en kan anders. Door het weghalen van hobbels, van de fysieke drempels in winkels en horeca tot de figuurlijke drempels op school en op de werkvloer.

Met het programma Onbeperkt Meedoen! willen we de maatschappelijke participatie van personen met een beperking of chronische ziekte verhogen. Iedereen moet mee kunnen doen, ongeacht talenten of beperkingen.

Een toegankelijke samenleving bereik je niet met één druk op de knop vanuit Den Haag. Daarvoor werken we samen met gemeenten, maatschappelijke organisaties, betrokken ministeries en natuurlijk met mensen met een beperking zelf, aan concrete verbeterpunten. Dat moet onder meer leiden tot beter toegankelijke gebouwen, meer aangepaste woningen, meer kansen op een reguliere baan, eenvoudiger zelfstandig reizen met het openbaar vervoer en onderwijs voor alle kinderen. En natuurlijk moet iedereen kunnen meedoen met leuke dingen. Van het bezoeken van poppodia en musea tot het genieten van de natuur.

Mensen met een beperking die een intensieve zorgvraag hebben, zijn vaak levenslang afhankelijk van ondersteuning en zorg. Het is daarom voor deze groep mensen – en hun naasten – extra belangrijk dat zorg en ondersteuning goed geregeld zijn. Helaas is dat nog niet altijd zo. De gezinnen van deze mensen komen daardoor soms in de knel, omdat er een te groot beroep op hen wordt gedaan.

We willen mensen met een beperking die een intensieve zorgvraag hebben, en hun naasten, beter passende zorg en ondersteuning van hogere kwaliteit aanbieden. Hierdoor zal hun gevoel van afhankelijkheid verminderen en zullen zij meer kwaliteit van leven ervaren.

Met het programma Volwaardig Leven gaan wij hiermee aan de slag door te stimuleren dat het aanbod van de zorg zich aanpast aan de veranderende zorgvraag. De focus ligt hierbij op het organiseren van passende zorg voor mensen met complexe langdurige zorgvragen. Een deel van deze mensen verblijft noodgedwongen bij ouders of familie na een soms jarenlange zoektocht naar een passende zorgplek. En de cliënten die wel zorg krijgen, worden soms overgeplaatst van instelling naar instelling omdat zorgteams «opbranden» vanwege de intensieve zorg.

Ten slotte richten we ons op het ontzorgen van naasten; dit is vaak een onzichtbare groep, die al onze aandacht verdient. We meten de tevredenheid van cliënten, hun naasten en dat van medewerkers om te kijken of we op het goede pad zitten.

Het pgb is een belangrijk instrument om de zorg in te kopen die mensen nodig hebben en waarmee zij de regie kunnen blijven voeren over hun leven. Helaas zijn in de loop der tijd een aantal uitdagingen ontstaan ten aanzien van dit instrument. Daarom stellen we samen met partijen een actieagenda pgb op met als doel: een toekomstbestendig pgb. De invoering van een nieuw PGB2.0-systeem vanaf 2019 voorkomt administratieve rompslomp en helpt budgethouders om hun zaken makkelijker af te doen en hun budget beter te beheren. Ook kent het systeem ingebouwde controles waardoor de rechtmatigheid zal worden verhoogd en fouten en misbruik meer kunnen worden voorkomen.

We beogen mensen met een beperking die een complexe zorgvraag hebben, beter passende zorg en ondersteuning te bieden en de maatschappelijke participatie van personen met een beperking of chronische ziekte te verhogen. In de komende voortgangsrapportages van de programma’s Volwaardig Leven en Onbeperkt Meedoen! wordt dit verder geoperationaliseerd.

Daarnaast is in het kader van het missie-gedreven topsectorenbeleid als missie geformuleerd dat in 2030 van de mensen met een chronische ziekte of levenslange beperking het deel dat naar wens en vermogen kan meedoen in de samenleving met 25% is toegenomen. Zie voor een nadere toelichting de box bij het thema «De beweging naar de juiste zorg op de juiste plek» in deze beleidsagenda.

12. Psychische gezondheid en maatschappelijk opvang

Meer dan 40% van de Nederlanders krijgt ooit in het leven een psychische stoornis. Bij psychische problemen is het van belang dat iemand de hulp krijgt die nodig is, zowel zorg als ondersteuning, bij voorkeur in de vertrouwde thuisomgeving en alleen als het écht niet anders kan met opname in een instelling. De hulpverlening moet erop gericht zijn dat iemand zoveel mogelijk het gewone leven kan blijven leiden, kan blijven meedoen in de samenleving en het gevoel heeft ertoe te doen. Omdat mensen met psychische problemen soms ook grote problemen hebben op andere levensgebieden, moet de hulpverlening niet alleen gericht zijn op medische behandeling en diagnostiek, maar moet er bijvoorbeeld ook aandacht zijn voor het behouden of vinden van werk en woonruimte, het aanpakken van schulden en het aangaan en onderhouden van sociale contacten.

Om de mens in de hulpverlening meer centraal te stellen, is samenwerking tussen het zorgdomein en het sociaal domein essentieel. Het is dan ook heel positief dat gemeenten partij zijn geworden in het hoofdlijnenakkoord ggz 2019–2022, waardoor we de samenwerking verder kunnen brengen. Voor het realiseren van de gemeentelijke ambities uit het hoofdlijnenakkoord is extra geld beschikbaar gesteld.

Bij een hulpvraag voor een psychisch probleem is het belangrijk dat iemand niet lang hoeft te wachten op de juist zorg. Helaas is het zo dat mensen in sommige regio’s en bij sommige aandoeningen langer op een behandeling moeten wachten dan volgens de normen acceptabel is. Daardoor kunnen problemen erger worden. Daarom hebben we in het hoofdlijnenakkoord de ambitie opgenomen om de wachttijden terug te dringen. Zorgaanbieders, verzekeraars, patiënten en gemeenten maken in regionale taskforces afspraken om de wachttijden samen aan te pakken.

Ggz-aanbieders moeten informatie over hun wachttijden aanleveren en patiënten eventueel doorverwijzen naar een andere ggz-instelling. De informatie over wachttijden wordt onder andere gepubliceerd op www.kiezenindeggz.nl, waar patiënten en verwijzers snel kunnen zien waar de wachttijd het kortst is. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd neemt wachttijden mee in haar reguliere toezicht op ggz-aanbieders. Zorgverzekeraars moeten voldoende zorg inkopen en in de contractering met zorgaanbieders afspraken maken over het aanpakken van wachttijden en mensen die wachten op een behandeling bemiddelen naar een andere hulpverlener. De Nederlandse Zorgautoriteit ziet erop toe dat zorgverzekeraars hun verantwoordelijkheid nemen.

Voor die diagnosegroepen waar de wachttijden hardnekkig het langst zijn gebleken, zoals pervasieve stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen, gaan we met de sector meer gerichte acties ondernemen.

In het hoofdlijnenakkoord ggz zijn meer afspraken gemaakt. Zo gaan partijen met elkaar de regeldruk binnen de zorg verminderen en ervoor zorgen dat personeel op de juiste plek wordt ingezet. Tevens zijn afspraken gemaakt over het stimuleren van contractering en de organisatie van de beveiligde zorg. Op al deze thema’s worden in 2020 vervolgstappen gezet. Daarnaast worden ook in 2020 weer extra zorgverleners opgeleid om de arbeidsmarktproblematiek te lijf te gaan.

We willen dat mensen die gebruik maken van beschermd wonen en maatschappelijke opvang zoveel mogelijk in de eigen wijk worden ondersteund zodat ze op eigen wijze deel kunnen blijven nemen aan de samenleving. De Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang is hierop gericht en stimuleert betrokken partijen er invulling aan te geven. Prioriteiten zijn: doorstroom uit beschermd wonen, voldoende geschikte woningen, voorkomen van dakloosheid, sneller signaleren van beginnende problemen zoals schulden en goede toegang tot voorzieningen.

ZonMw start het programma Beschermd thuis, waarmee met name de regio’s, maar ook de landelijke partijen, worden ondersteund om de prioriteiten van de Meerjarenagenda een impuls te geven.

Binnen de Meerjarenagenda gaat met het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren 2019–2021 aandacht uit naar jongeren van 18 tot 27 jaar. Doel is een forse vermindering van het aantal dak- en thuisloze jongeren in Nederland. Hierbij is maatwerkondersteuning op alle levensgebieden essentieel, evenals een vast aanspreekpunt – iemand die de jongere niet loslaat – en laagdrempelige hulpverlening. Het belangrijkste is dat goed wordt geluisterd naar de behoeften van de jongeren. In pilotgemeenten testen we de nieuwe manier van werken.

De publiekscampagne Hey het is oké, maak depressie bespreekbaar is verbreed naar angst- en paniekstoornissen en zal zich uiteindelijk op alle psychische aandoeningen richten. Doel is de schaamte over psychische aandoeningen terug te dringen en openheid te bevorderen. Met de publiekscampagne en door mensen met elkaar in contact brengen die op gemeentelijk niveau ijveren voor acceptatie en openheid, willen we het stigma op psychische aandoeningen verminderen en het contact tussen mensen bevorderen.

In het kader van suïcidepreventie gaat extra aandacht uit naar de kwetsbare groep lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en interseksuele jongeren (LHBTI). We spreken geregeld met mensen uit deze groep over wat hen kan helpen.

Per 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) in werking. Samen met de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd) is dit de opvolger van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De Wet Bopz is een opnamewet. De Wvggz en de Wzd zijn behandelwetten.

Als iemand met een ernstige psychische stoornis in de problemen dreigt te komen, willen we hem of haar zo snel mogelijk helpen. Als het kan op vrijwillige basis, maar als dat niet mogelijk is, met verplichte zorg. Maar dan het liefst ambulant: poliklinisch of gewoon bij iemand thuis. Hierdoor kun je contact blijven houden met familie en vrienden en zo goed mogelijk blijven deelnemen aan de samenleving. In de nieuwe wet krijgen familie en betrokkenen ook meer inspraak op de zorg en ondersteuning.

Komend jaar bereiden we de invoering voor van de wet waarmee mensen met een psychische stoornis die voldoen aan de criteria van de Wlz, ook toegang krijgen tot de Wlz. Dit betekent dat deze mensen zekerheid hebben van samenhangende zorg voor de lange termijn. Zorgpartijen gaan met elkaar afspraken maken om de overgang naar de Wlz zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Als vervolg op het Schakelteam Personen met Verward Gedrag is het Verbindend Landelijk Ondersteuningsteam (VLOT) van start gegaan. VLOT bestaat uit een klein kernteam van de vier landelijke opdrachtgevers (BZK, VWS, JenV en de VNG) en een ondersteuningsteam met 10 regioadviseurs. Tot eind 2020 ondersteunt VLOT gemeenten en ketenpartners in de regio bij het realiseren van een persoonsgerichte aanpak voor kwetsbare personen (waaronder personen met verward gedrag) en verbindt VLOT landelijke programma’s met elkaar.

We willen dat zorg en ondersteuning voor psychisch ongezonde personen tijdig en zoveel mogelijk in de eigen omgeving plaatsvindt. Een steeds groter deel van de ggz-uitgaven betreft daarom zorg zonder verblijf. De gemiddelde wachttijd lag medio 2018 in de basis ggz onder en in de gespecialiseerde ggz rond de Treeknorm van 14 weken. Omdat de berekenmethodiek is gewijzigd is er geen vergelijkbare nulmeting beschikbaar. De NZa, het RIVM en het consortium van de Staat van VenZ werken er samen aan om de «NZa-wachttijdcijfers» op landelijk en regionaal niveau met betrekking tot de ggz structureel te ontsluiten via www.volggezondheidenzorg.info en www.destaatvenz.nl. Daarnaast is de verwachting dat eind 2020 via de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein meer informatie beschikbaar is over beschermd wonen.

Uiteindelijk willen we dat minder mensen zich psychisch ongezond voelen. Alle indicatoren, met uitzondering van de eerste, zijn opgenomen in de Staat van VenZ.

 

0-meting

Actuele stand

Uitgaven ggz zonder verblijf als percentage van totale ggz-uitgaven1

51% (2015–2017)

54% (2018)

Basis ggz: gemiddelde wachttijd in weken (vrijgevestigden)

8 (sept-okt 2018)

Basis ggz: gemiddelde wachttijd in weken (instellingen)

9 (sept-okt 2018)

Gespecialiseerde ggz: gemiddelde wachttijd in weken (vrijgevestigden)

13 (sept-okt 2018)

Gespecialiseerde ggz: gemiddelde wachttijd in weken (instellingen)

14 (sept-okt 2018)

Aantal wachtenden op Wlz-zorg in de ggz

2 (oktober 2017)

5 (juni 2019)

% personen dat zich psychisch ongezond voelt

11% (2017)

12% (2018)

X Noot
1

Betreft de uitgaven binnen de Zvw en de Wlz

13. Medische ethiek

Het doel van het kabinet is om bij medisch-ethische vraagstukken te komen tot beleid dat kan rekenen op breed draagvlak binnen onze samenleving en dat aansluit bij ons moreel kompas. Het kabinet hanteert daarbij drie vragen. Een vraag naar de medisch-wetenschappelijke noodzaak, naar de medisch-ethische dimensie en naar maatschappelijke discussie en politieke bezinning.

In 2020 verwacht het kabinet de resultaten van diverse in 2018 en 2019 ingezette onderzoeken en maatschappelijke dialogen, zoals aangekondigd in de nota medische ethiek die op 6 juli 2018 aan de Tweede is aangeboden (TK 34 990, nr. 1). Jaarlijks wordt de Tweede Kamer voor de zomer over de voortgang van de in de nota genoemde onderwerpen geïnformeerd.

14. Viering 75 jaar vrijheid

In 2019 en 2020 herdenken en vieren wij dat Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd. In 2020 is het 75 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog tot een einde kwam na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945. Sindsdien leven wij in vrijheid en weten we ons beschermd in een democratische rechtsstaat.

Het bewustzijn van de cruciale betekenis van vrijheid, recht, democratie en internationale samenwerking, verbindt ons. En wij moeten ons blijven realiseren dat deze waarden niet vanzelfsprekend zijn. Daarom zullen er vanaf 31 augustus 2019 bij de herdenking van de Slag om de Schelde tot en met 24 oktober 2020 tal van lokale, regionale, nationale en internationale activiteiten worden georganiseerd om dit lustrum te herdenken en te vieren. Deze activiteiten volgen het spoor van de bevrijding door heel Nederland. Uiteraard zal ook worden stilgestaan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in de (destijds) overzeese gebiedsdelen.

Het kabinet investeert in educatieve projecten in 2019 en 2020 zodat op scholen en daarbuiten kinderen en jongeren leren over het verhaal van de Tweede Wereldoorlog en de verbinding kunnen maken met het grote belang om in vrijheid te kunnen leven in een democratische rechtsstaat.

Daarnaast investeert het kabinet in 2020 in musea die een directe relatie hebben met de Tweede Wereldoorlog, in onderzoek en in digitalisering. De aanvragen hiervoor zullen voor een deel in 2019 starten. Met deze eenmalige impuls kan de sector voor de komende jaren het verhaal blijven vertellen over de Tweede Wereldoorlog, gerelateerd aan democratie en rechtsstaat en op een indringende manier, die komende generaties aanspreekt.

Met de viering van 75 jaar vrijheid zullen er in deze periode onder andere vrijheidslezingen gehouden worden, wordt er stilgestaan bij de holocaustslachtoffers en wordt de vrijheid gevierd. Op 24 oktober 2020 sluiten we af met de viering van de oprichting van de Verenigde Naties.

De Staat van Volksgezondheid en Zorg en de VWS-monitor

Staat van Volksgezondheid en Zorg

De Staat van Volksgezondheid en Zorg (www.staatvenz.nl) presenteert sinds 2016 actuele en eenduidige cijfers over de verschillende domeinen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS): volksgezondheid, zorg, maatschappelijke ondersteuning en jeugd. Ook sport komt aan bod, voor zover het samenhangt met volksgezondheid en zorg. Hiermee kan het beleid van VWS worden gevolgd en verantwoord. De Staat van Volksgezondheid en Zorg wordt gemaakt door een kennis-consortium met onder andere Nivel, SCP en CBS, onder regie van het RIVM en met VWS als opdrachtgever. Het maken van de Staat van VenZ is een dynamisch proces. De kerncijfers van de Staat VenZ vormen een dynamische basis en kunnen worden aangevuld om duiding, een goed beeld en meer inzicht te krijgen.

Een aanbeveling van het RIVM is om naast de huidige maatschappelijke doelstellingen ook specifieke doelen met een directere link naar het bestaande beleid op te nemen. Op die manier voldoet de monitor beter aan de verantwoordingsfunctie richting de Tweede Kamer. Het is ook onze nadrukkelijke wens om de resultaten van de regeerakkoordprioriteiten te monitoren en hierover verantwoording af te leggen. De regeerakkoordprioriteiten vinden hun weerslag in de beleidsagenda als onderdeel van deze begroting. Die bestaat uit diverse beleidsthema’s, programma’s en akkoorden. Een deel daarvan is reeds uitgewerkt en aan de Kamer gestuurd, een deel is nog in ontwikkeling. De uitgewerkte programma’s zijn waar mogelijk reeds van concrete indicatoren voorzien. Deze worden waar relevant ook aangehaald in de beleidsagenda. Voor overige programma’s geldt dat hiervoor nog een monitoringsinstrument in ontwikkeling is of dat hierover nog afspraken moeten worden gemaakt met het veld. Ten aanzien hiervan zal nog nadere duidelijkheid komen van de wijze van monitoring.

De monitor van onze beleidsprioriteiten vormt de basis voor de beleidsagenda’s en beleidsverslagen voor de komende kabinetsperiode.

De beleidsprioriteiten zullen de komende periode worden gevolgd in de begrotings- en verantwoordingsstukken van VWS. Rapportage hiervoor vindt plaats parallel aan overige voortgangsinformatie die door het jaar heen per programma of per akkoord aan de Tweede Kamer wordt gestuurd.

VWS-monitor

De VWS-monitor bevat (maatschappelijke) doelstellingen met indicatoren voor de verschillende levensfasen en heeft een signalerende werking. Het doel van de monitor is meer inzicht te krijgen in de gesteldheid van de Nederlandse gezondheidszorg. Via https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/kerncijfers-gezondheidszorg is het overzicht te vinden met daarin de meest actuele cijfers en tijdreeksen van de gekozen indicatoren. De bron voor deze indicatoren is in de meeste gevallen de Staat van Volksgezondheid en Zorg.

Met ingang van deze begroting wordt ervoor gekozen de geactualiseerde VWS-monitor twee keer per jaar (bij begroting en jaarverslag) apart aan te bieden aan de Tweede Kamer. In de begeleidende brief staat welke indicatoren (eventueel) zijn toegevoegd dan wel geschrapt. Het overzicht van de doelstellingen en de indicatoren wordt daarom niet langer opgenomen in de begroting en het jaarverslag.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (uitgaven) bedragen x € 1.000
 

artikelnummer

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019 (inclusief NvW)

 

16.471.358

19.019.146

21.439.875

22.763.987

24.185.324

0

Belangrijkste mutaties:

             
               

Dit betreft een overboeking vanaf de aanvullende post. In het regeerakkoord is afgesproken om het dierenwelzijn en de voedselveiligheid te borgen en de reputatie van de Nederlandse agro-foodsector te beschermen. Deze middelen zijn bedoeld om het toezicht van de NVWA aan te scherpen en de organisatie te versterken.

01

0

5.800

6.200

5.000

5.000

5.000

Op basis van de huidige aanvragen worden de uitgaven voor de NIPT neerwaarts bijgesteld.

01

– 6.900

– 6.600

– 6.500

– 7.200

– 6.400

– 6.400

De financiele tegemoetkoming voor Q-koortspatienten wordt grotendeels in 2019 uitgekeerd. Daarom is een kasschuif nodig van 2020 naar 2019.

01

5.834

– 5.834

0

0

0

0

Op advies van de Gezondheidsraad wordt vanaf 2020 gestart met het aanbieden van de vaccinatie aan ouderen tegen pneumokokken.

01

1.500

15.300

14.700

14.700

14.700

14.700

Op basis van het advies van het Bestuurlijk Adviesoverleg (BAO) is besloten om het quadrivalentvaccin aan te bieden aan zorgverleners en de doelgroepen van het NPG, vanwege de hogere effectiviteit die wordt verwacht tegen de griep. RIVM heeft aangegeven dat de extra kosten € 7 miljoen bedragen.

01

7.030

7.030

7.030

7.030

7.030

7.030

Op basis van de uitgaven in de laatste jaren zijn de ramingen voor een aantal programma's die worden uitgevoerd door het RIVM (RVP, PSIE, NHS en NPG) aangepast en meer in lijn gebracht met de beoogde uitgaven van het RIVM.

01

– 5.500

– 5.200

– 5.100

– 5.000

– 5.000

– 5.000

Partijen van het bestuurlijk akkoord MSZ hebben een plan van aanpak patiëntveiligheid opgesteld om potentieel vermijdbare schade en sterfte de komende vier jaar betekenisvol te laten dalen. De daarmee gemoeide kosten bedragen € 5 miljoen per jaar voor de periode 2020–2023.

02

0

5.000

5.000

5.000

5.000

0

Voor het gezamenlijk programma OPEN (Ontsluiten van Patiëntengegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland) is in de jaren 2019–2022 in totaal € 75 miljoen beschikbaar gesteld. Deze middelen worden deels via de VWS-begroting en deels via de premie (afspraken tussen verzekeraars en aanbieders) uitgegeven. Met het oog daarop vindt een schuif van begroting naar premie plaats.

02

0

– 11.238

– 19.019

– 17.199

0

0

Op basis van actuele informatie van het CAK maken meer zorgverleners gebruik van de subsidieregeling onverzekerde personen. Het gaat om een tegenvaller van incidenteel € 14 miljoen en structureel € 7 miljoen.

02

14.000

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

Dit betreft de bijstelling van de uitgavenraming rijksbijdrage 18- naar aanleiding van de actuele ramingen van het CPB.

02

0

– 129.500

– 93.500

– 120.100

– 96.300

5.200

De huidige regeling voorwaardelijke toelating wordt vervangen door nieuwe regelingen. De gereserveerde middelen binnen het UPZ zullen worden overgeheveld naar de VWS-begroting. Het gaat om de programmakosten voor de regelingen veelbelovende zorg en zorgevaluatie en gepast gebruik en de uitvoeringskosten.

02

0

27.000

46.000

65.000

78.000

82.000

Voor de nabetalingen bij de vaststelling van subsidies in het kader van de subsidieregeling integrale tarieven MSZ 2016 in 2020 is een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar, terwijl voor de verwachte feitelijke nabetalingen niet meer dan € 0,28 miljoen nodig is. Aangezien de middelen voor de subsidieregeling indertijd zijn onttrokken aan het kader MSZ vloeit het niet benodigde bedrag terug.

02

0

– 9.720

0

0

0

0

Kasschuif voor HLA middelen ggz: De VIPP regeling voor de ontsluiting van de informatie tussen zorgverleners en patiënten komt later tot besteding omdat het programma later van start is gegaan dan voorzien.

02

– 28.990

8.231

10.658

10.101

0

0

Aan de Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) wordt in 2019 minder besteed dan verwacht. Het aantal aanvragen in 2019 blijft achter bij de verwachtingen doordat: (1) de regeling later is opengesteld,(2) de regeling nog bekendheid moest genereren binnen het veld en (3) het aanvraag- en beoordelingsproces tijd vraagt. De toename in de aanvraagstroom wijst erop dat de regeling nu aansluiting heeft binnen het veld en de middelen in latere jaren wel tot besteding komen.

03

– 21.300

– 10.000

– 2.500

19.800

12.000

2.000

Dit betreft de bijstelling van de uitgavenraming rijksbijdrage WLZ naar aanleiding van actuele ramingen van het CPB.

03

950.000

– 250.000

1.600.000

500.000

250.000

250.000

Dit betreft de bijstelling van de regeling BIKK WLZ naar aanleiding van de actuele ramingen van het CPB.

03

22.000

– 17.000

– 17.600

– 17.800

– 18.000

– 18.200

Door Staatssecretaris van Rijn is besloten tot de ontwikkeling van een nieuw gebruikersportaal door ZN/DSW. In combinatie met het betaalsysteem van de SVB vormt dit het PGB2.0-systeem. Het PGB2.0-systeem ondersteunt budgethouders, verstrekkers en de SVB bij het beheren van budgetten en het verzekeren van de rechtmatigheid van de besteding daarvan. In de Kamerbrief van 19 november 2018 (kst-25657–302) is aangekondigd dat VWS vanaf 2019 de verantwoordelijkheid voor de doorontwikkeling en het tijdelijk beheer van het PGB2.0-systeem op zich neemt. De middelen zijn benodigd voor de doorontwikkeling en het beheer van het PGB2.0-systeem en voor de inzet van het PGB2.0-team dat het opdrachtgeverschap voert.

03

14.712

18.279

1.078

100

200

0

Om de continuïteit van gehandicaptenzorg in Zeeland te waarborgen wordt op basis van een onderliggend, breed gedragen continuïteitsplan een subsidie verstrekt aan Arduin. In de periode 2019–2024 wordt via deze route maximaal € 20 miljoen beschikbaar gesteld.

03

5.000

5.000

5.000

5.000

0

0

De middelen die in 2021 en 2022 beschikbaar zijn voor Waardigheid & Trots op Locatie worden doorgeschoven naar 2019 en 2020. De middelen worden aangewend voor een ondersteuningsprogramma dat zorgaanbieders helpt om de doelen uit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg te realiseren.

03

4.092

11.246

– 7.669

– 7.669

0

0

De Wet zorg en dwang treedt op 1 januari 2020 in werking. Hier vloeien nieuwe taken uit voort voor het CIZ, waaronder de uitvoering van de verzoekersrol bij een (voorwaardelijke) rechterlijke machtiging (RM) of Inbewaringstelling (IBS). Het CIZ zal hier vanaf 2019 extra capaciteit voor aan moeten trekken. Aangezien het een nieuwe activiteit betreft zijn alleen de uitvoeringskosten voor 2019 en 2020 opgevoerd. Medio 2020 volgt een nieuwe uitvoeringstoets waarna de structurele reeks wordt ingeboekt.

03

3.900

8.600

600

600

0

0

Voor de uitvoeringskosten van het trekkingsrecht voor het sociaal domein wordt 26,188 miljoen overgeheveld vanuit het gemeentefonds.

03

0

26.188

0

0

0

0

Voor tijdvak 4 (2020–2021) van het Sectorplan Plus resteren uitsluitend nog arbeidsmarkmiddelen voor de verpleeghuissector. Om ook dit tijdvak breed open te kunnen stellen zijn ook middelen voor de overige sectoren nodig. Dit is niet alleen wenselijk om het enthousiasme ook voor die sectoren vast te houden en daarmee ook de samenwerking in de regio's te stutten, maar vooral nodig om ook in de overige sectoren mensen de zorg in te laten stromen en worden opgeleid. Deze kunnen uiteindelijk ook in de verpleeghuissector aan de slag gaan, maar zijn los daarvan, gezien de arbeidsmarktopgave waar we met zijn allen voor staan, sowieso allemaal hard nodig.

04

0

13.650

63.650

0

0

0

Dit betreft het borgen voor innovatie en zorgvernieuwing op VWS-terrein, diverse actieprogramma's en het voornemen uit het regeerakkoord om extra in te zetten op de inzet vandigitale toepassingen in zorg en ondersteuning.

04

0

8.895

0

0

0

0

Dit betreffen middelen voor kwaliteitsgelden curatieve zorg. De grootste post (€ 26,5 miljoen) betreft kwaliteitsmiddelen die op grond van de Bestuurlijke akkoorden voor de huisartsenzorg, MSZ en ggz beschikbaar zijn gesteld. De middelen die bij begroting 2019 zijn toegevoegd aan de sector Overig curatieve zorg, worden vanaf 2020 via ZonMw gefinancierd en worden daarom vanaf dat jaar overgeheveld naar de begroting. Daarnaast gaat het om kwaliteitsmiddelen Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) (€ 2,2 miljoen vanaf 2020), kwaliteitsmiddelen GRZ, ELV en aanvullende geneeskundige zorg (AGZ) (circa € 1 miljoen vanaf 2020), alsmede uitvoeringskosten van ZonMw (€ 1,0 miljoen vanaf 2020).

04

500

29.700

29.700

29.700

29.700

29.700

Dit betreft een overboeking vanaf de aanvullende post ten behoeve van Maatschappelijke Diensttijd.

04

0

39.600

27.400

6.900

1.100

0

Belangrijkste oorzaak van de schuif is dat de bevoorschotting van de projecten die per 1-1-2020 zullen starten, in januari 2020 zal plaats vinden.

04

– 33.741

13.050

13.050

2.900

0

0

In 2019 wordt gewerkt aan de vormgeving van de gebruikersregeling voor MedMij. Het betreft een regeling die burgers in staat stelt om kosteloos een persoonlijke gezondheidsomgeving te kiezen en gebruiken die voldoet aan de eisen van MedMij. Dit om te voldoen aan de eHealth-doelstelling uit het Regeerakkoord. De verwachte ingangsdatum van de regeling is 1 oktober 2019. De looptijd is tot 31 december 2020. De gereserveerde RA-middelen komen door de late inwerkingtreding van de regeling in 2019 niet geheel tot besteding, maar zijn in 2020 wel nodig.

04

– 9.000

9.000

0

0

0

0

Herschikking tussen de jaren 2019 t/m 2024 om de beschikbare budgetten voor de programma’s Regionale Kenniswerkplaatsen Jeugd 2020–2024, Programma Kwaliteitsgelden en Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap aan te laten sluiten bij de liquiditeitsbehoefte van ZonMw. Voor een specificatie per programma zie bijlage. De opdrachten aan ZonMw voor de uitvoering van deze programma's zijn al verstrekt

04

– 4.091

– 7.885

– 1.341

1.398

5.538

6.381

In 2018 zijn concrete afspraken gemaakt over acties en activiteiten in het Hoofdlijnenakkoord Medisch-specialistische Zorg (HLZ MSZ) over samen beslissen en het werken met uitkomsten. In de eerste maanden van 2019 zijn met de HLA-partners afspraken gemaakt over de uitwerking van deze afspraken. In 2019 is voor het programma Uitkomstgerichte Zorg nog € 9,7 miljoen beschikbaar, waarvan naar verwachting € 2,5 miljoen in het lopende jaar wordt besteed. De overige € 7,2 miljoen wordt naar verwachting voor het grootste deel in 2020 besteedt, doordat de uitvoering van de werkplannen (gereed september 2019) versneld wordt ingezet om de beleidsdoelstellingen van het programma Uitkomstgerichte Zorg in 2022 te kunnen realiseren.

04

– 7.200

7.200

0

0

0

0

Het budget is verhoogd als gevolg van de toedeling van de loonbijstelling.

07

7.325

6.826

6.352

5.897

5.447

4.861

Dit betreft de bijstelling van de uitgavenraming zorgtoeslag naar aanleiding van actuele ramingen van het CPB.

08

– 174.600

– 332.900

– 211.400

– 350.800

– 324.700

– 382.200

Dit betreft de middelen voor de invoering van het Individueel Keuzebudget CAO Rijk.

11

0

8.386

0

0

0

0

Deze mutatie betreft de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2019.

11

10.776

10.214

9.882

9.502

9.367

9.362

               

Overige mutaties

 

290.355

158.437

75.037

– 7.966

– 150.347

24.553.921

Stand ontwerpbegroting 2020

 

17.428.330

18.908.595

20.054.657

23.216.779

24.271.979

24.832.799

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten) bedragen x € 1.000
 

artikelnummer

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019 (inclusief NvW)

 

87.563

82.886

82.877

82.877

82.877

0

Belangrijkste mutaties:

             
               

Eind 2018 zijn er voor de TAJ-regeling nog een aantal herziene 2b-(subsidie) en 2c-(tijdelijke liquiditeitssteun) aanvragen ingediend door diverse jeugdinstellingen. Voor zover deze aanvragen aan de voorwaarden van de TAJ-regeling voldoen, moeten deze worden toegekend. Het meerjarig subsidieplafond is nog niet bereikt. Het bedrag betreft een zo goed mogelijke raming maar kan op grond van nadere beoordeling nog anders uitvallen. De middelen voor liquiditeitssteun moeten door de instellingen worden terugbetaald.

5

 

24.000

7.097

     
               

Overige mutaties

 

56.431

26.745

24.745

22.745

22.745

105.622

Stand ontwerpbegroting 2020

 

143.994

133.631

114.719

105.622

105.622

105.622

Pilot Lerend evalueren

VWS is de pilot Lerend evalueren gestart met als doel het werkendeweg verbeteren van het inzicht in de kwaliteit van het beleid en het effect hiervan op de samenleving. Belangrijk hierbij is dat evaluaties onderdeel uitmaken van de beleidscyclus van VWS en zodoende alle betrokkenen actief leren van de resultaten van de evaluaties. De pilot maakt onderdeel uit van de Rijksbrede Operatie Inzicht in Kwaliteit om het inzicht in de maatschappelijke impact van beleid te vergroten.9

Voor de te evalueren thema’s in de pilot is een planning voor vijf jaar gemaakt. De thema’s zijn complexe beleidsvraagstukken op het brede terrein van VWS. De inhoud staat centraal en wordt niet begrensd door de begrotingsindeling van VWS. Anders dan bij beleidsdoorlichtingen van voor 2018 worden naast de betreffende uitgaven op de VWS-begroting ook – waar dat aan de orde is – de betreffende uitgaven die vallen onder het gehele Uitgavenplafond Zorg betrokken in de evaluatieonderzoeken.

In de pilot wordt geëxperimenteerd met innovatieve onderzoeksmethoden. Hierbij wordt zoveel mogelijk in de geest van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) gewerkt, maar er kan gemotiveerd van worden afgeweken.

Om de pilot goed te kunnen evalueren is in 2019 een startevaluatie uitgevoerd.10 Het doel van deze startevaluatie is inzicht te krijgen in de kwaliteit van de beleidsdoorlichtingen van VWS van de afgelopen jaren en wat er wordt geleerd van evalueren om zodoende in 2022 te kunnen bepalen of het inzicht in de kwaliteit en het leren van evalueren is verbeterd door het uitvoeren van de pilot. De beleidsdoorlichtingen van de afgelopen jaren zijn de basis om de juiste indicatoren te ontwikkelen. Er komt een ex durante evaluatie in 2020/2021 en een eindevaluatie in 2022.

De Kamer is in mei jl.11 en met een brief voorafgaande aan Prinsjesdag nader geïnformeerd over de voortgang van de pilot in 2019 en over de taakopdrachten voor de evaluaties die in 2020 zullen starten.

Overzicht pilot lerend evalueren

Nr

Beleidsthema voor evaluatie

2018

2019

2020

2021

2022

Volksgezondheid en Jeugd

         

01

Maatschappelijke Diensttijd

   

ED1

   

03

Preventie w.o.

 

ED2

 

EP

 
 

a) Alles is gezondheid...

         
 

b) Aanpak overgewicht jeugd

         
 

c) Sport en bewegen in de buurt – BSC

         
 

d) Gezond, veilig en kansrijk opgroeien

         

04

Rijksvaccinatieprogramma

       

EP

 

Jeugdwet

EP3

       

05

Transitie Autoriteit Jeugd

 

EP

   

06

Topsport

 

EP

   

Curatieve zorg

         

07

De juiste zorg op de juiste plek

   

ED

 

EP

08

Bestuurlijke afspraken zorg

       

EP

09

Geneesmiddelenvisie

ED4

   

EP

10

Zvw-pgb 2017

EP5

       

11

Wanbetalers Zvw-premie

 

EP

     

12

Uitkomstgerichte zorg

EA6

ED

EP

Langdurige zorg

         

13

(Onafhankelijke) cliëntondersteuning

 

EA

ED

EP

 

14

Langer thuiswonende ouderen

EA7

   

EP

15

Experimenten persoonsvolgende zorg

ED8

EP9

     

16

Goed bestuur

   

EP

   

17

Arbeidsmarkt en opleiden

   

ED

 
 

Evaluatie Hervorming Langdurige Zorg

EP10

       

18

Eenzaamheid

 

ED

EP

VWS-breed

         

02

Kennisfunctie VWS

 

ED

 

EP

 

19

Evaluatie subsidies

EP11

     

Interdepartementaal: resultaten pilot

         

20

Evaluatie pilot Lerend evalueren

EA12

ED

EP

X Noot
1

TK 35 034, nr. 5, Resultaten van het begeleidend onderzoek naar de werkzame elementen van de maatschappelijke diensttijd.

X Noot
2

Evaluaties jeugdpreventie, deze worden naar verwachting in september 2019 aangeboden.

X Noot
3

TK 34 880, nr. A, Eerste evaluatie Jeugdwet.

X Noot
4

TK 29 477, nr. 601, Beleidsreactie «ex durante evaluatie geneesmiddelenvisie».

X Noot
5

TK 25 657, nr. 299, Evaluatie Zvw-pgb 2017.

X Noot
6

TK 31 476, nr. 28, Nulmeting beleidsevaluatie Programma Uitkomstgerichte Zorg 2018–2022.

X Noot
7

TK 31 765, nr. 412, Resultaten vooronderzoek Langer Thuis in het kader van de pilot Lerend evalueren.

X Noot
8

TK 34 104, nr. 234, Tussenevaluatie persoonsvolgende zorg.

X Noot
9

TK 34 104, nr. 255, Eindevaluatie experiment persoonsvolgende zorg.

X Noot
10

TK 34 104, nr. N en nr. 231, Eindrapport van de evaluatie van de hervorming van de langdurige zorg.

X Noot
11

TK 31 865, nr. 147, Evaluatie subsidies, Verantwoordelijkheid nemen en delen.

X Noot
12

TK 31 865, nr. 150, Startevaluatie pilot Lerend evalueren.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000)

Art.

Naam artikel

Artikeltotaal

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-juridische verplichte uitgaven

 

Bestemming van de niet juridisch verplichte uitgaven

1

Volksgezondheid

1.039.958

990.658

95,3%

49.300

4,7%

1.000

voor subsidieregeling Preventiecoalities

             

500

voor subsidieregeling Nader onderzoek naar de doodsoorzaak van kinderen (NODOK

             

200

voor depressiepreventie

             

1.500

voor Kansrijke start

             

2.500

voor antibioticaresistentie

             

14.500

voor de uitvoering van het Preventieakkoord

             

7.800

voor het bevorderen van de seksuele gezondheid en de preventie en ondersteuning bij onbedoelde (tiener) zwangerschappen

             

2.100

voor uitvoering maatregelen vaccinatiebrief

             

1.500

voor de uitvoering van het Preventieakkoord

             

700

Opdrachten gezondheidsbeleid

             

17.000

voor ZonMw programma's Maatschappelijke Diensttijd, Topzorg, Priority Medicines Zeldzame aandoeningen en Voorwaardelijk toelating

                 

2

Curatieve zorg

3.124.356

3.105.238

99,4%

19.118

0,6%

3.090

Richtlijnontwikkeling als onderdeel van het hoofdlijnenakkoord Wijkverpleging

             

1.311

Digitale gegevens uitwisseling geboortezorg (Babyconnect)

             

2.988

Voor bestrijding van antibioticaresistentie

             

2.000

Voor werkzaamheden ten behoeve van de implementatie Wet verplichte ggz.

             

2.500

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg: OPEN

             

2.000

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord GGZ: projecten gericht op destigmatisering en zelfmanagement en herstel.

             

1.000

Voor de uitvoering nationale onderzoeksagenda als onderdeel va het hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg

             

555

Voor overig bestuurlijk gebonden opdrachten: Opdrachten Risicoverevening, opdrachten wanbetalers onverzekerden, uitvoering zorgverzekeringstelsel

             

3.674

Voor het overgangsrecht FLO/VUT ouderenregeling

                 

3

Langdurige zorg en ondersteuning

7.259.805

7.212.194

99,3%

47.611

0,7%

23.364

Diverse voornemens van de verschillende programma’s.

             

24.247

Diverse voornemens van de verschillende programma’s.

                 

4

Zorgbreed beleid

1.072.559

1.054.480

98,3%

18.079

1,7%

700

Transparantie kwaliteit van zorg

             

7.200

kasschuif Uitkomstgerichte zorg

             

2.000

bijdragen onderzoeksprogramma SCP/CPB/Staaat van VWS/RvS

             

2.000

Innovatie beroepen en opleidingen arbeidsmarkt

             

3.179

voor samenwerking, verbinding zorgveld tbv outcomedoelen informatieberaad

             

3.000

Oprichting Informatie Knooppunt Zorgfraude

                 

5

Jeugd

95.773

89.559

93,5%

6.214

6,5%

3.218

Voor subsidies, met name voor; JZ+, Zorg voor Jeugd, Kindermishandeling,Vakmanschap, Arbeidsmarkt

             

2.996

Voor opdrachten met name voor; Vakmanschap, Arbeidsmarkt, kindermishandeling, kinderrechten, onderwijs-zorg

                 

6

Sport en bewegen

436.166

430.170

98,6%

5.996

1,4%

5.299

Compensatie NLO-organisaties i.v.m. wijziging afdrachtspercentage loterijen, subsidies aan sportevenementen, projecten m.b.t. speelplaatsen, organiseren bijeenkomsten en MBO sportverenigingen

             

697

Uitzetten van challenges op innovatie en energiebesparing, sportpark toekomst en divers kleine opdrachten.

                 

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII

254.599

252.490

99,2%

2.109

0,8%

2.000

Diverse voornemens op het gebied van Herinnering WOII, Collectieve erkenning indisch Nederland en het project 75jaar vrijheid

             

84

opdrachten op het gebied van Herinnering WOII en project 75 jaar vrijheid

             

25

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

                 

8

Tegemoetkoming specifieke zorgkosten

5.238.449

5.238.449

100%

0

0%

 

Niet van toepassing

                 

Totaal aan niet verplichte uitgaven

     

148.427

     

Overzicht van risicoregelingen

In reactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen heeft het kabinet in 2013 voor nieuwe en bestaande risicoregelingen een garantiekader opgesteld (TK 33 750, nr. 13). In lijn met het kabinetsbeleid gaat VWS terughoudend om met het gebruik van risicoregelingen. Conform de afspraken binnen het kabinet worden in deze paragraaf de garanties en achterborgstelling van VWS uitgebreid toegelicht.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

 

Uitstaande garanties 2018

Geraamd te verlenen 2019

Geraamd te vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Geraamd te verlenen 2020

Geraamd te vervallen 2020

Uitstaande garanties 2020

Garantie plafond 2020

Totaal plafond

2

Voorzieningen t.b.v. De Hoogstraat

begrotingswet

8.440

0

397

8.043

0

833

7.210

 

8.043

2

Voorzieningen t.b.v. ziekenhuizen

1958

200.183

0

30.596

169.587

0

27.398

142.189

 

169.587

3

Voorzieningen t.b.v. verpleeghuizen

financiering

8.901

0

1.889

7.012

0

1.558

5.454

 

7.012

3

Voorzieningen t.b.v. psychiatrische instellingen

1958

18.424

0

2.536

15.888

0

2.480

13.408

 

15.888

3

Voorzieningen t.b.v. zwakzinnigen inrichtingen

1958

4.407

0

918

3.489

0

757

2.732

 

3.489

3

Voorzieningen t.b.v. overige instellingen

1958

193

0

42

151

0

43

108

 

151

3

Voorzieningen t.b.v. instellingen gehandicapten

1958

18.214

0

2.105

16.109

0

2.106

14.003

 

16.109

3

Voorzieningen t.b.v. zwakzinnigeninrichtingen

rijksregeling

4.128

0

434

3.694

0

434

3.260

 

3.694

3

Voorzieningen t.b.v. instellingen gehandicapten

rijksregeling

53.195

0

5.353

47.842

0

4.640

43.202

 

47.842

2

Voorzieningen t.b.v. ziekenhuizen

rijksregeling

235

0

34

201

0

33

168

 

201

3

Niet sedentaire personen

 

590

0

127

463

0

127

336

 

463

9

Garantie eigen risico IJsselmeer ziekenhuizen/Slotervaart

 

3.087

0

0

3.087

0

0

3.087

 

3.087

TOTAAL

 

319.997

0

44.431

275.566

0

40.409

235.157

 

275.566

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De in de tabel vermelde verstrekte garanties op artikel 2 en 3 komen voort uit drie aparte regelingen: de Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring, verlening van garanties en toezicht uit 1971 en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten, ook uit 1971. De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen. Door het afgeven van de garanties was het voor zorginstellingen eenvoudiger om via institutionele beleggers, en in latere jaren door banken, financiering te krijgen voor investeringen in hun vastgoed.

Het Ministerie van VWS staat garant voor eventuele claims die vallen binnen het eigen risico van de medische aansprakelijkheidsverzekering van MC IJsselmeerziekenhuizen en MC Slotervaart (TK 31 016, nr. 112). Met de afwikkeling van het eigen risico is een bedrag van maximaal € 3,1 miljoen gemoeid.

Beheersing risico’s en versobering

De Rijksgarantieregelingen zijn rond de eeuwwisseling gesloten voor nieuwe gevallen waardoor het financiële risico van het Ministerie van VWS door reguliere en vervroegde aflossing van de uitstaande leningen geleidelijk wordt afgebouwd. De laatste rijksgegarandeerde lening loopt af in 2043. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen, wordt sinds 2004 in mandaat uitgevoerd door het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) namens de Minister van VWS (Besluit van 17 december 2003, Stcrt. 2004, nr. 7, blz. 11).

Instellingen die financieel in de gevarenzone dreigen te komen, worden door het WFZ onder verscherpte bewaking gesteld waarbij onder meer frequent informatie wordt ingewonnen. Indien een zorginstelling met een geborgde lening niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen dan neemt het Ministerie van VWS in een dergelijk geval de betalingsverplichting van de zorginstelling over. Dit betekent dat een schade niet ineens hoeft te worden uitgekeerd, maar ook verspreid over de resterende looptijd van de lening kan worden betaald.

Premiestelling en kostendekkendheid

Voor de afgegeven garanties worden geen risicopremies doorberekend en dit is op basis van de afgesloten contracten ook niet mogelijk.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2018

Geraamd te verlenen 2019

Geraamd te vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Geraamd te verlenen 2020

Geraamd te vervallen 2020

Uitstaande garanties 2020

Garantieplafond 2020

Totaal plafond

2

GO Cure

2.128

0

656

1.472

0

1.472

0

 

1.472

Toelichting

Garantie ondernemingsfinanciering cure

De tijdelijke regeling Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg (GO Cure) is in het kader van de kredietcrisis ingesteld om de bouw in de curatieve gezondheidszorg te stimuleren. Ziekenhuizen, categorale instellingen, geestelijke gezondheidszorg en zelfstandige behandelcentra hebben tot en met 2012 gebruik kunnen maken van de regeling. Bij de GO Cure heeft de overheid garanties verstrekt voor 50% van een nieuwe banklening vanaf € 1,5 tot € 50 miljoen, met een maximale looptijd van 8 jaar. De verstrekte garanties lopen af in 2020. De GO Cure maakt deel uit van de bredere Garantieregeling Ondernemingsfinanciering (GO) die wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken. De cijfermatige gegevens van de GO Cure zijn daarom tevens opgenomen onder de GO in de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1.000.000)

Omschrijving

2018

2019

2020

Achterborgstelling

7.099,90

6.737,40

6.392,90

Bufferkapitaal

285,6

287,9

292,7

Obligo

213,0

201,5

191,2

Stand begrotingsreserve

5

10

15

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De bovenstaande tabel is gebaseerd op gegevens van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het WFZ verstrekt garanties aan financiële instellingen voor leningen van de bij het WFZ aangesloten leden. De Staat is achterborg voor het WFZ. Het WFZ is voortgekomen uit de financieringsproblemen voor zorginstellingen die ontstonden begin jaren 90 van de vorige eeuw. Het WFZ is door de koepels in de sector opgericht om de financiering voor zorginstellingen te vergemakkelijken en daarmee de continuïteit van de zorg veilig te stellen. Het totaalbedrag aan uitstaande verplichtingen is volgens de raming van het WFZ € 6,4 miljard in 2020.

Beheersing risico’s en versobering

De risico’s voor het Ministerie van VWS van de achterborg worden beperkt door een aantal maatregelen. Allereerst kent het WFZ een selectieve toelating. Voor deelname aan het WFZ moeten zorginstellingen hun financiële situatie voldoende op orde hebben. Daarnaast worden garanties alleen verstrekt aan vertrouwenwekkende investeringen. Te risicovolle projecten worden niet geborgd. Verder zijn aangesloten leden gebonden aan het reglement van het WFZ en de daarin omschreven risicobeperkende bepalingen. Een deelnemer mag bijvoorbeeld niet zonder toestemming van het WFZ gebruik maken van rentederivaten. In het kader van het kabinetsbeleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het WFZ plaatsgevonden. Dit onderzoek is in maart 2015 afgerond (TK 34 000 XVI, nr. 108). Het onderzoek laat zien dat de doelstellingen van het WFZ nog steeds actueel zijn: bevorderen van de continuïteit van financiering, beperken van de macrorentekosten en stimuleren van goed financieel management bij zorginstellingen. Het WFZ, met het Rijk als achterborg, speelt kortom nog steeds een waardevolle rol bij de financierbaarheid van investeringen in zorgvastgoed.

Premiestelling en kostendekkendheid

Het Ministerie van VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. Zorginstellingen betalen een eenmalige premie (disagio) voor de garantstelling aan het WFZ. Hiermee bouwt het WFZ een risicovermogen op waarmee eventuele claims kunnen worden gedekt. Als dit risicovermogen onvoldoende zou zijn om eventuele schades te dekken, kunnen de deelnemers aan het WFZ via de zogenaamde obligo worden verplicht een financiële bijdrage te leveren van maximaal 3% van de uitstaande garanties van de instelling. Als het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van de deelnemers tezamen niet voldoende zijn voor het WFZ om aan zijn verplichtingen richting geldverstrekkers te kunnen voldoen, kan het WFZ zich richting VWS beroepen op de achterborg. Dit houdt in dat op dat moment VWS het WFZ van een lening zal voorzien zodat het WFZ aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het WFZ heeft nog nooit een beroep hoeven doen op de obligoverplichting van de WFZ-deelnemers.

Begrotingsreserve

Het is nog nooit nodig geweest voor het WFZ om de achterborg van het Rijk in te roepen. Niettemin is besloten om in het kader van de verdere beperking van de risico’s vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg. Deze begrotingsreserve is opgenomen onder artikel 9.

3. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1 Volksgezondheid

A. Algemene doelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij in gezondheid leven.

 

1981

2005

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

1. Absolute levensverwachting in jaren:

                     

– mannen

72,7

77,2

78,8

79,2

79,1

79,4

79,9

79,7

79,9

80,1

80,21

– vrouwen

79,3

81,6

82,7

82,9

82,8

83,0

83,3

83,1

83,1

83,3

83,31

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:

                     

– mannen

59,9

62,5

63,9

63,7

64,7

64,6

64,9

64,6

64,9

65,0

64,2

– vrouwen

62,4

61,8

63,0

63,3

62,6

63,5

64,0

63,2

63,3

63,8

62,7

Bron

1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen in 2018 bedroeg 83,3 jaar. Dat is 3,1 jaar hoger dan die van mannen (80,2 jaar). Sinds 1981 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1981 een winst van 7,5 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 4,0 jaar ouder geworden.

2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:

1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid?

2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon?

Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.

X Noot
1

Voorlopige cijfers

B. Rol en verantwoordelijkheid

Een belangrijke beleidsopgave voor de Minister van VWS is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Mensen zijn in eerste instantie echter wel zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en dienen zichzelf – indien mogelijk – te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. De verantwoordelijkheid voor veilig voedsel en veilige producten ligt primair bij het bedrijfsleven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), een agentschap van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), ziet namens VWS onder meer toe op de naleving van de Warenwet en de Tabakswet. Op het gebied van voedselveiligheid en consumenteninformatie zijn vrijwel uitsluitend Europese Verordeningen rechtstreeks van toepassing.

De Minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren:

  • Bevorderen dat mensen gezonder leven door gezonde keuzes makkelijker te maken en te zorgen voor betrouwbare informatie over een gezonde leefstijl.

  • Inzetten op een gezonder aanbod van voeding (Akkoord Verbetering Productsamenstelling).

Financieren:

  • Financieren van doelmatige, kwalitatieve en toegankelijke bevolkingsonderzoeken ter voorkoming en vroegtijdige opsporing van levensbedreigende ziekten, zoals borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.

  • Financiering Nationaal Programma Grieppreventie.

  • Financiering van de neonatale hielprikscreening, de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) de prenatale screeningen en de Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT).

  • Vroegtijdige opsporing en bestrijding van infectieziekten. Dit betreft onder andere het Rijksvaccinatieprogramma.

  • Financiering voor het uitvoeren van wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed door het RIVM. Dit betreft onder andere infectieziektebestrijding en medische milieukunde.

  • Financiering van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting.

  • Financiering van de abortusklinieken.

  • Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur ten behoeve van de kwaliteit en doelmatigheid van zorg.

  • Het financieren van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg (ZonMw).

Regisseren:

  • Het opstellen van wettelijke kaders voor de:

    • Bescherming van consumenten tegen onveilige producten en levensmiddelen en het handhaven ervan door de NVWA.

    • Bescherming van de gezondheid van burgers tegen de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak en doen handhaven ervan door gemeenten respectievelijk de NVWA.

    • Bescherming van proefpersonen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek zonder de voortgang van de medische wetenschap onnodig te belemmeren en het toezicht houden op de toetsing en uitvoering van het onderzoek.

    • Jeugdgezondheidszorg en het doen handhaven van de kwaliteit van deze zorg door de IGJ.

  • Aandacht voor een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is.

  • Het tegengaan van ontstaan en verspreiding van resistentie tegen antibiotica en andere middelen in de gezondheidszorg, voedsel, milieu en binnen de dierhouderij, in nauwe samenwerking met het Ministerie van LNV, onder meer door het beter schoonmaken en het beperken van het gebruik van desinfectantia.

  • In het geval van A-ziekten (Wet publieke gezondheid) geeft de Minister leiding aan de bestrijding van deze infectieziekten.

  • Coördinatie van het interdepartementaal drugsbeleid en zorgen voor het wettelijk kader (Opiumwet) en voor de gezondheidsaspecten van het drugsbeleid.

  • Het formuleren van wet- en regelgeving en beleid op het terrein van medisch-ethische vraagstukken.

  • Het bevorderen van de seksuele gezondheid en de preventie en ondersteuning bij onbedoelde (tiener) zwangerschappen.

C. Beleidswijzigingen

Verlenging subsidieregeling NIPT

Zwangere vrouwen kunnen ervoor kiezen hun ongeboren kind te laten screenen op de syndromen van Down, Edwards en Patau. De niet-invasieve prenatale test (NIPT) wordt op dit moment alleen aangeboden vanuit een wetenschappelijk onderzoek. In de beleidsreactie op het Gezondheidsraadadvies over deze prenatale screening van 23 november 2018 geeft de Minister van VWS aan dat het RIVM de opdracht krijgt een uitvoeringstoets te doen om in kaart te brengen hoe de NIPT na afloop van de onderzoeksperiode kan worden opgenomen in de prenatale screening. Om in de tussentijd de NIPT te kunnen blijven aanbieden wordt de subsidieregeling NIPT verlengd tot 1 april 2023. Vrouwen betalen hiervoor een eigen bijdrage van € 175 en de resterende kosten van de test worden gedekt door de subsidieregeling NIPT. Hiermee voert VWS het regeerakkoord uit waarin stond dat de NIPT beschikbaar moest blijven.

Vaccinaties

Beschikbaarheid van nieuwe vaccins of nieuwe wetenschappelijke informatie, kan aanleiding zijn voor een advies van de Gezondheidsraad over een vaccinatiestrategie voor een bepaalde doelgroep. Dit om gezondheidswinst te behalen door het zoveel als mogelijk voorkómen van infectieziekten door bepaalde doelgroepen te vaccineren. In 2020 gaan we de kinkhoestvaccinatie voor zwangeren, de rotavirusvaccinatie voor kwetsbare pasgeborenen, meningokokkenvaccinatie voor 14-jarigen en de pneumokokkenvaccinatie voor ouderen aanbieden.

Nationaal Preventie Akkoord

Eind 2018 is met meer dan 70 maatschappelijke partijen het Nationaal Preventieakkoord getekend met als doel roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht terug te dringen. Er zijn ambities voor 2040 geformuleerd en doelen voor 2020 afgesproken (TK 32 793, nr. 339), zoals bij roken dat er in 2020 geen 9% van de zwangeren rookt maar minder dan 5% en dat het aantal rokende volwassenen is gedaald naar 19%. Ook het aantal jongeren dat start met roken moet van 75 per dag naar minder dan 40 per dag. Om dit te bereiken wordt ingezet op een rookvrije omgeving, hulp bij stoppen en rookvrije organisaties. Waarbij wordt begonnen met van de 100 grootste organisaties in Nederland er 10 rookvrij te maken. Een ander voorbeeld is overgewicht waarbij het doel is om in 2020 in 75 gemeenten een stijging van het gezond gewicht bij kinderen te bereiken. Ook wordt er ingezet op 50% gezonde schoolkantines en 25% gezonde scholen. De bijdrage van VWS bestaat hierbij uit meer voorlichting te laten geven en subsidie verstrekken.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Ten opzichte van de begroting 2019 is ervoor gekozen om in de begroting 2020 de budgettaire tabel enigszins te wijzigen zodat de budgettaire gevolgen van beleid meer in samenhang worden gepresenteerd en aansluiten bij de beoogde beleidsdoelen.

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Verplichtingen

650.342

784.527

841.380

835.580

833.857

865.932

899.990

                   

Uitgaven

651.562

780.985

1.039.958

989.759

921.776

931.273

915.134

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

95,3%

       
                   

1. Gezondheidsbeleid

112.102

128.565

433.821

405.714

348.803

356.380

332.981

                   
 

Subsidies

6.927

17.230

25.107

24.092

21.944

17.841

17.841

   

(Lokaal) gezondheidsbeleid

6.577

16.743

24.620

23.733

21.688

17.585

17.585

   

Overige

350

487

487

359

256

256

256

 

Opdrachten

1.730

2.226

2.080

2.288

2.372

2.371

2.372

   

(Lokaal) gezondheidsbeleid

1.730

2.226

2.080

2.288

2.372

2.371

2.372

 

Bijdragen aan agentschappen

103.373

109.096

108.907

108.792

107.785

107.782

107.784

   

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

83.474

87.351

90.474

91.038

90.302

90.300

90.302

   

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

19.429

21.388

17.846

16.954

16.683

16.682

16.682

   

Overige

470

357

587

800

800

800

800

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

38

0

297.590

270.412

196.572

208.256

184.853

   

ZonMw: programmering

0

0

297.590

270.412

196.572

208.256

184.853

   

Overige

38

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

34

13

137

130

20.130

20.130

20.131

   

Aanpak Gezondheidsachterstanden

34

0

0

0

20.000

20.000

20.001

   

Overige

0

13

137

130

130

130

130

                   

2. Ziektepreventie

460.874

533.342

439.164

437.141

437.457

439.502

446.630

                   
 

Subsidies

236.639

276.295

206.085

203.977

203.379

203.101

203.881

   

Ziektepreventie

7.691

40.725

9.069

8.421

6.776

6.776

6.776

   

Bevolkingsonderzoeken

   

147.196

145.030

143.578

142.583

142.833

   

RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid

211.943

217.224

         
   

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

17.005

18.346

         
   

Vaccinaties

   

49.820

50.526

53.025

53.742

54.272

   

Overige

0

0

0

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

394

4.546

10.355

10.587

10.588

11.132

11.133

   

Ziektepreventie

394

4.546

10.355

10.587

10.588

11.132

11.133

   

Overige

0

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

222.927

251.457

221.680

221.532

222.445

224.224

230.571

   

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

222.927

251.457

93.396

83.319

78.763

78.602

84.348

   

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

0

0

37.631

39.710

43.315

44.191

44.191

   

RIVM: Vaccinaties

0

0

89.640

98.490

100.354

101.418

102.019

   

Overige

0

0

1.013

13

13

13

13

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

914

1.044

1.044

1.045

1.045

1.045

1.045

   

Overige

914

1.044

1.044

1.045

1.045

1.045

1.045

                   

3. Gezondheidsbevordering

59.549

96.023

140.318

121.190

109.808

109.680

109.812

                   
 

Subsidies

42.550

72.258

116.037

97.929

88.468

88.611

88.511

   

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

9.968

21.761

19.114

11.951

8.053

8.052

8.053

   

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

17.644

23.822

23.857

16.727

13.640

13.639

13.568

   

Letselpreventie

4.297

4.306

4.301

4.301

4.344

4.485

4.344

   

Bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg

5.111

4.754

         
   

Bevordering van seksuele gezondheid

4.133

16.402

67.788

64.084

61.284

61.288

61.416

   

Overige

1.397

1.213

977

866

1.147

1.147

1.130

                   
 

Opdrachten

3.365

9.721

9.029

7.464

5.264

5.264

5.265

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

2.518

3.295

         
   

Gezondheidsbevordering

   

9.029

7.464

5.264

5.264

5.265

   

Overige

847

6.426

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

0

74

1.242

1.230

660

493

483

   

Overige

0

74

1.242

1.230

660

493

483

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

100

114

747

747

747

747

   

Overige

0

100

114

747

747

747

747

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

13.634

13.870

13.896

13.820

14.669

14.565

14.806

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

13.634

13.870

13.896

13.820

14.669

14.565

14.806

   

Overige

0

0

0

0

0

0

0

                   

4. Ethiek

19.037

23.055

26.655

25.714

25.708

25.711

25.711

                   
 

Subsidies

17.383

20.244

24.374

23.858

23.852

23.855

23.855

   

Abortusklinieken

15.675

17.468

17.482

17.486

17.480

17.483

17.483

   

Medische Ethiek

1.708

2.776

6.892

6.372

6.372

6.372

6.372

                   
 

Opdrachten

41

1.302

772

347

347

347

347

   

Medische Ethiek

41

1.302

772

347

347

347

347

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

1.613

1.509

1.509

1.509

1.509

1.509

1.509

   

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

1.613

1.509

1.509

1.509

1.509

1.509

1.509

                   

Ontvangsten

35.248

11.903

13.903

13.903

13.903

13.903

13.903

   

Overige

35.248

11.903

13.903

13.903

13.903

13.903

13.903

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2020 van € 371,6 miljoen is 93% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de tot en met 2020 aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, de beleidsregels subsidiëring regionale centra prenatale screening én de Subsidieregelingen publieke gezondheid, NIPT, Kunstmatige inseminatie donorkinderen en Abortusklinieken.

Opdrachten

Van het budget voor 2020 van € 22,2 miljoen is 81% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van verplichtingen die tot en met 2019 zijn aangegaan voor 2020.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2020 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject is het budget 2020 van € 333,3 miljoen voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Dit betreft de financiering van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg via ZonMw en de Afgifte van Schengenverklaringen via het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het budget voor 2020 van € 297,7 miljoen is voor 94% juridisch verplicht.

Bijdragen aan medeoverheden

Dit betreft de heroïneverstrekking door gemeenten op medisch voorschrift via een toevoeging aan het gemeentefonds, de bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de bijdrage aan Caribisch Nederland inzake de Tijdelijke Regeling Publieke Gezondheid. Het budget voor 2020 van € 15,1 miljoen is voor 100% juridisch verplicht.

E. Toelichting op de instrumenten

1. Gezondheidsbeleid

Subsidies

(lokaal) gezondheidsbeleid

De naam van deze post is gewijzigd in de begroting 2020. Ten opzichte van de begroting 2019 zijn hierin de uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie en bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg samengevoegd.

In 2020 geven wij verdere uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de landelijke nota gezondheidsbeleid die begin 2020 verschijnt. De landelijke nota gezondheidsbeleid die vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) iedere vier jaar wordt opgesteld12 beschrijft de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid en is richtinggevend voor het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten. Om dit te bereiken worden de volgende uitgaven gedaan:

  • Nationaal Programma Preventie (€ 3 miljoen)

    Het Nationaal Programma Preventie (NPP) wordt tot 2021 voortgezet (TK 32 793, nr. 245). Via het programmabureau «Alles is gezondheid» worden maatschappelijke initiatieven gestimuleerd die bijdragen aan een gezonder Nederland en aansluiten bij de gestelde doelen in het NPP. Maatschappelijke organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het resultaat. Netwerkvorming en kennisdeling worden daarbij benut om het bereik en de impact van deze initiatieven te vergroten.

  • Preventiecoalities (€ 2 miljoen)

    Dit betreft het faciliteren van samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars door middel van bijdragen in de kosten van de procescoördinatie. Hiermee ondersteunen we effectieve preventieactiviteiten voor risicogroepen met als doel de gezondheid van deze risicogroepen te verbeteren.

  • Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg (€ 4,6 miljoen)

    Deze post is binnen artikel 1 verplaatst. In de begroting 2019 was deze ondergebracht onder het instrument subsidies van artikelonderdeel Gezondheidsbevordering. De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk voor de verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Vanuit de Stichting Pharos en platform 31 wordt kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen samengebracht en gedeeld (TK 32 793, nr. 267).

  • Kansrijke start (€ 4,4 miljoen)

    Met het programma Kansrijke Start willen we ervoor zorgen dat kinderen die stevige basis tijdens die cruciale eerste 1.000 dagen van het leven geboden krijgen. Dat doen we door voorlichting te geven aan risicogroepen over zwangerschap en passende begeleiding tijdens de zwangerschap. Daarvoor moeten de professionals in de geboortezorg, de jeugdgezondheidszorg en de jeugdzorg goed met elkaar samenwerken (TK 32 279, nr. 124).

  • Veenkoloniën (€ 1,3 miljoen)

    Het amendement Wolbert (TK 34 000, nr. 43) vraagt om een regionale aanpak van gezondheidsachterstanden in de Veenkoloniën waar meerdere gemeenten en regionale (zorg)organisaties bij betrokken zijn. VWS financiert deze regionale aanpak. Het programma besteedt nadrukkelijk aandacht aan de wensen, behoefte en participatie van bewoners.

  • Depressiepreventie (€ 0,6 miljoen)

    VWS financiert de uitvoering van een meerjarenprogramma zodat er meer aandacht is voor depressiepreventie (TK 32 93, nr. 259). In het meerjarenprogramma wordt toegewerkt naar een sluitende keten van «nuldelijn» (wat kunnen mensen zelf doen) tot «tweedelijn» (wat kunnen professionals doen) bij de zes hoogrisicogroepen: jongeren, jonge vrouwen, huisartsenpatiënten, werknemers in stressvolle beroepen, chronisch zieken en mantelzorgers.

  • Lifelines (€ 4 miljoen)

    Lifelines wil zoveel mogelijk wetenschappelijk onderzoek naar gezonder oud worden mogelijk maken door het gebruik van via Lifelines beschikbare data en samples voor beleid en onderzoek op het terrein van gezonder oud worden, te maximaliseren.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De Minister van MZS is opdrachtgever voor het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA heeft een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van wettelijke normen. Hiervoor is in 2020 € 90,4 miljoen beschikbaar. Dit is inclusief de middelen uit het regeerakkoord voor capaciteit NVWA. Van deze regeerakkoordmiddelen is 2/3 beschikbaar voor LNV en 1/3 voor VWS.

De extra middelen worden ingezet voor meer capaciteit voor het toezicht op voedselveiligheid en dierenwelzijn. De intensivering bij de NVWA vindt onder andere plaats door te investeren in digitaal toezicht, het versterken van de Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) en door een pilot te starten met cameratoezicht in slachthuizen.

Ook wordt het toezicht op productveiligheid vanaf 2020 versterkt. Dit is in 2020 met name gericht op attracties en speeltoestellen.

De voortgang van de aanpak om voedselinfecties te voorkomen, wordt door het RIVM gemonitord via de vaststelling van zogenoemde DALYs (disability adjusted life year). In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties, veroorzaakt door de verschillende pathogenen, zich ontwikkelt.

Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland; gegevens 2018 (Source: R. Pijnacker et al. 2019. RIVM Letter Report 2019-xxxx)

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren1

(DALY=Disability Adjusted Life Year)

 

20132

20142

20152

2016

2017

2018

Toxoplasma gondii

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Campylobacter spp.

1.900

1.900

1.700

1.500

1.300

1.300

Salmonella spp.

670

650

640

760

680

620

S. aureus toxine

190

190

190

190

190

190

C. perfringens toxine

180

180

180

180

180

180

Norovirus

290

280

300

380

270

320

Rotavirus

190

78

170

88

140

150

B. cereus toxine

28

28

28

28

29

29

Listeria monocytogenes

68

190

170

310

190

180

STEC O157

61

61

61

61

61

61

Giardia spp.

29

29

29

29

29

28

Hepatitis-A virus

7

6

5

5

6

8

Cryptosporidium spp.

11

11

19

22

14

19

Hepatitis-E virus

30

73

100

100

70

71

Totaal

4.700

4.700

4.600

4.700

4.200

4.300

X Noot
1

De hier gepresenteerde getallen zijn schattingen en worden daarom als ronde getallen weergegeven. De getallen zijn gebaseerd op het aantal jaarlijks gerapporteerde gevallen en de daarmee gepaarde ziektelast gecorrigeerd voor: i) de dekkingsgraad (indien van toepassing); ii) onderdiagnose en onderrapportage; en iii) het feit dat niet elke zieke medische zorg nodig heeft.

X Noot
2

Door de noodzakelijke modelaanpassingen in 2017 en nieuwere incidentie schattingen voor hepatitis-E virus, Cryptosporidium spp. en Giardia spp. wijken de getallen over 2012 t/m 2015 af van de getallen die eerder zijn gerapporteerd.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM vormt voorts samen met een zevental kennisinstellingen een consortium, dat verantwoordelijk is voor de Staat van Volksgezondheid en Zorg (www.staatvenz.nl). De Staat van Volksgezondheid en Zorg bevat kerncijfers voor het zorgbeleid. Via deze webportal worden actuele en eenduidige cijfers beschikbaar gesteld over de domeinen van het Ministerie van VWS. De VWS-monitor is hier een uitsnede van. Verder voert het RIVM de opdrachten uit op terrein van Sport, Geneesmiddelen en Medische Technologie en Risicoschatting en -beoordeling voor Beleid. In totaal is voor het RIVM voor deze taken in 2020 € 17,8 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw: Uitvoeren van projecten en onderzoek

Deze post is verplaatst binnen de begroting. In de begroting 2019 was deze ondergebracht onder artikel 4.3.3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling.

ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben:

Overzichtstabel geraamde programma-uitgaven ZonMw 2020–2024 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2020

2021

2022

2023

2024

Totaal ZonMw

297,6

270,4

196,6

208,3

184,9

Artikel 1 Volksgezondheid: onder andere programma's Preventie, Antibioticaresistentie, Infectieziektebestrijding, Jeugdgezondheidszorg, Onbedoelde zwangerschappen en kwetsbaar (jong) ouderschap

29,6

32,6

31,2

30,1

29,2

Artikel 2 Curatieve zorg: onder andere programma's Doelmatigheidsonderzoek, Goed Gebruik Geneesmiddelen, Topzorg, Citrienfonds, Mensen met verward gedrag, Gender en gezondheid, Zwangerschap en geboorte, Expertisefunctie Zintuigelijk Gehandicapten, Translationeel Onderzoek, Personalized medicine, Oncode, Kwaliteitsrichtlijnen wijkverpleging, Kwaliteitsgelden en onderzoeksprogramma GGz

156,3

141,0

114,5

143,7

121,7

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning: onder andere programma's Palliantie, meer dan Zorg, Memorabel, Academische werkplaatsen ter versterking kennisinfrastructuur langdurige zorg en langdurige zorg en ondersteuning en academische werkplaatsen verstandelijke beperking

33,0

33,4

24,8

23,3

23,5

Artikel 4 Zorgbreed beleid: Maatschappelijke diensttijd, Juiste zorg op de juiste plek en Voor elkaar!

65,6

53,2

18,4

6,6

4,4

Artikel 5 Jeugd: onder andere programma's Wat werkt voor de jeugd en Regionale Kenniswerkplaatsen Jeugd

4,3

3,3

3,7

4,0

5,6

Artikel 6 Sport en bewegen: onder andere programma's, Kennis- en innovatieagenda sport, Topteam sport, Sportimpuls en het Onderzoeksprogramma Sport en Bewegen

8,9

7,0

4,0

0,5

0,6

Bijdragen aan medeoverheden

Aanpak gezondheidsachterstanden

De naam van deze post is gewijzigd van lokaal verbinden naar aanpak gezondheidsachterstanden ten opzichte van de begroting 2019.

Vanuit deze bijdrage wordt in de financiering van het programma «Gezond in de Stad (GIDS)» (TK 32 793, nr. 267) voorzien. Het beschikbare budget van jaarlijks € 20 miljoen is voor de periode 2018 tot en met 2021 overgeheveld naar het gemeentefonds en wordt via een decentralisatie-uitkering aan de gemeenten beschikbaar gesteld. Voor de periode 2019–2021 is het budget verhoogd met jaarlijks € 3 miljoen voor financiering van gemeenten die een lokale coalitie willen vormen rondom de eerste 1.000 dagen van kinderen, als onderdeel van het programma Kansrijke start.

2. Ziektepreventie

Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten
 

2005

2010

2015

2016

2017

2018

2019

1. Percentage deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

95,8%

95,0%

94,8%

93,1%

91,2%

90,2%

90,2%

2. Percentage deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

76,9%

68,9%

50,1%

53,5%

49,9%

n.n.b.

 

3. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

81,7%

80,7%

77,6%

77,3%

n.n.b.

n.n.b.

 

4. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

65,5%

64,3%

64,4%

60,3%

56,9%

n.n.b.

 

5. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek darmkanker

73,0%

73,0%

72,7%

n.n.b.

 

6. Percentage deelname aan hielprik

99,6%

99,7%

99,3%

99,2%

99,2%

n.n.b.

 

7. Percentage deelname aan NIPT

39,2%

n.n.b.

 

Bron:

1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Voor het verslagjaar 2019 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2018) is dit percentage 90,2%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2015 dat alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen vóór het bereiken van de leeftijd van 2 jaar. Zie ook de brief Verder met vaccineren van 19 november 2018 (TK 32 793, nr. 338 ) voor actielijnen om de vaccinatiebereidheid te vergroten.

2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza. Zie ook de brief Maatregelen griep van 10 oktober griep (TK 32 793, nr. 332 ) en Verder met vaccineren van 19 november 2018 (TK 32 793, nr. 338 ).

3. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek bestaat uit vrouwen van 50 tot 75 jaar.

4. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30–60 jarige vrouwen.

5. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek dikke darmkanker.

6. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

7. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Deelname NIPT vanaf april 2017. Dit kerncijfer betreft het percentage zwangere vrouwen dat deelneemt aan de NIPT ter bepaling van een eventuele verhoogde kans op een kind met het downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom.

In de tabel zijn de meest actuele kengetallen uit de staat van Volksgezondheid en Zorg opgenomen. Deze worden jaarlijks geactualiseerd.

Deze cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. Hierbij moet in acht worden genomen dat de beschermingsgraad in de praktijk hoger ligt dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Subsidies

Ziektepreventie

De Minister zorgt op het terrein van de ziektepreventie subsidies (€ 9,1 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten, preventie van chronische ziekten en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) door onder andere te zorgen voor:

  • Een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden. De ontwikkeling en bevordering van een integrale bestrijding van vectoren van infectieziekten (o.a. teken, invasieve exotische muggen).

  • Het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.

  • Subsidiëring van het Nederlands Lymeziekte-expertisecentrum dat zich inzet om de preventie, diagnostiek en behandeling van de ziekte van Lyme te verbeteren, waarbij alle betrokken partijen hun eigen inbreng leveren.

  • Subsidiëring van de stichting Q-support om patiënten, die na de Q-koorts-epidemie te maken hebben met langdurige klachten te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden.

  • Het in internationaal verband initiëren en implementeren van doelgerichte acties om antibioticaresistentie te voorkomen en te verminderen.

  • Financiering van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk.

Bevolkingsonderzoeken

In de begroting 2020 worden alle subsidies voor bevolkingsonderzoeken samengevoegd. In de begroting 2019 was dit nog niet het geval. Onder deze post vallen: (1) het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker (€ 125,4 miljoen), (2) het financieren van de Regionale centra prenatale screening (€ 4,2 miljoen) en (3) het financieren van de niet-invasieve prenatale test (NIPT) (€ 15,4 miljoen).

Vaccinaties

Met het budget wordt het Nationaal Programma Grieppreventie gefinancierd. Doel van dit programma is om kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie, zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) te beschermen tegen (de ernstige gevolgen van) griep. Tevens worden 60-plussers vanaf 2020 gevaccineerd tegen pneumokokken (TK 32 793, nr. 331) om hen te beschermen. Ook worden rotavirusvaccinatie aangeboden aan kinderen die te vroeg zijn geboren, een laag geboortegewicht hebben of een andere medische indicatie (TK 32 793, nr. 389). In totaal gaat het hierbij om € 49,8 miljoen.

Opdrachten

Ziektepreventie

De naam van deze post is gewijzigd. In de begroting 2019 was er nog sprake van (vaccin) onderzoek en overig. Beide hebben tot doel ziektepreventie te bevorderen, daarom is er nu gekozen om beide samen te voegen onder dezelfde naam.

Er is in totaal € 7,4 miljoen gereserveerd voor vaccinonderzoek (circa € 5,8 miljoen) en onderzoek naar alternatieven voor dierproeven (circa € 1,7 miljoen). Voorts is € 2,9 miljoen beschikbaar voor onder andere de (voorbereiding van de) uitbreiding van vaccinaties en preventieve medicatie.

Bijdragen aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

In de begroting 2019 was er sprake van één post met betrekking tot de bijdrage aan het RIVM. Om het inzicht in de activiteiten te vergroten zijn deze uitgesplitst in deze begroting.

Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM doet dit door middel van het (doen) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Binnen het RIVM zijn hiertoe verschillende centra actief, zoals:

  • Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten. Daarbij is specifiek aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie.

  • Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CVB) ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen.

  • Het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) ontvangt financiële middelen om het Ministerie van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek en risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders.

  • De Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins, antisera en slecht verkrijgbare medicijnen beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten.

  • Het Centrum Gezond Leven (CGL) ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen. Daarnaast voert het CGL het programma «Structurele versterking Gezondeschool.nl» uit.

In totaal gaat het hierbij om € 95,6 miljoen.

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

Betreft de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE) en de neonatale hielprikscreening. In totaal gaat het hierbij om € 37,6 miljoen.

RIVM: Vaccinaties

Het RIVM draagt onder andere door de aanschaf van vaccins en medicatie zorg voor een goede uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma inclusief de uitbreiding met Meningokokken ACWY-vaccinatie, het Nationaal Programma Grieppreventie, de Pneumokkokkenvaccinatie en de Maternale kinkhoestvaccinatie. In totaal gaat het hierbij om € 89,6 miljoen.

3. Gezondheidsbevordering

Subsidies

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

Organisaties zoals het Trimbos-instituut ontvangen instellings- en projectsubsidies voor het uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik en voor andere VWS-beleidsterreinen, zoals de geestelijke gezondheidszorg. Het Trimbos-instituut zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Nationale Drug Monitor (NDM), het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), het Nationaal Expertisecentrum Tabak (NET) en ondersteuning van de Taskforce Rookvrije Start. Voor 2020 gaat het om projectsubsidies van circa € 3,4 miljoen en bij de instellingssubsidies gaat het in totaal om circa € 6,7 miljoen.

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

De inzet op gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht krijgt in 2020 extra aandacht via het Nationaal Preventieakkoord. Hierbij sluiten wij zo veel mogelijk aan bij effectieve en bestaande programmalijnen. Dit zijn onder andere:

  • Subsidie aan het Voedingscentrum om te voorzien in de juiste informatie over gezonde en veilige voeding voor burgers en professionals.

  • Subsidie aan de Stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) (TK 34 080 A, nr. 1) om in gemeenten een gezonde(re) omgeving te creëren en in te zetten op een stijging van het aantal jongeren op een gezond gewicht in minimaal 75 (JOGG-) gemeenten in 2020. Hierbij werkt de stichting samen met diverse partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Vanuit Care for Obesity wordt ingezet op de doorontwikkeling en implementatie van het landelijk model voor een sluitende ketenaanpak op obesitas voor kinderen.

  • De brede programma’s Gezonde School en Gezonde Kinderopvang. Hierin worden in nauwe samenwerking met de Ministeries van OCW, LNV en SZW de kinderen in voorschoolse voorzieningen, het basis- en voortgezet onderwijs en mbo gestimuleerd tot een gezonde leefstijl. Onderdeel daarvan is het streven dat alle schoolkantines beschikken over een gezond aanbod volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum. Specifiek op het domein van voeding is een intensieve samenwerking met het programma Jong Leren Eten van het Ministerie van LNV.

Letselpreventie

Voor letselpreventie is € 4,2 miljoen beschikbaar voor onder andere een instellingssubsidie aan de Stichting VeiligheidNL voor het uitvoeren en monitoren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie. Zij doen dit door middel van het ontwikkelen van interventies en programma’s voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen.

Bevordering van de seksuele gezondheid

Een deel van deze middelen (€ 51,5 miljoen) was in de begroting 2019 ondergebracht bij RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid.

In 2020 geven wij verdere uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de beleidsbrief seksuele gezondheid (TK 32 239, nr. 8). Het gaat hierbij om de voortzetting van het zevenpuntenplan onbedoelde zwangerschappen (TK 32 279, nr. 123). Thema’s die in dit plan onder andere worden benoemd zijn: preventie op scholen, keuzehulpgesprekken, campagnes, kennisontwikkeling en specifiek beleid op hoogrisicogroepen.

Om de seksuele gezondheid te bevorderen worden subsidies verstrekt aan diverse instellingen die zich bezighouden met gezondheidsbevordering. Dit betreft onder andere FIOM, Rutgers, Soa-Aids Nederland, Stichting hiv-monitoring en de hiv-vereniging Nederland.

Tevens wordt soa-onderzoek, aanvullende seksuele gezondheidszorg, het aanbieden van hiv-remmers, Pre Expositie Profylaxe (PrEP) aan de hoogrisicogroep van mannen die seks hebben met mannen (MSM), gefinancierd. In totaal gaat het hierbij om € 67,8 miljoen.

Opdrachten

Gezondheidsbevordering

Zowel heroïnebehandeling op medisch voorschrift als communicatie over de verhoging van de leeftijdsgrenzen voor alcohol en tabak worden in de begroting 2020 samengevoegd tot de post gezondheidsbevordering.

De geraamde kosten voor de medicatie voor de medische heroïnebehandeling zijn € 2,7 miljoen; zie verder onder Bijdragen aan medeoverheden.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

VWS verstrekt een financiële bijdrage (circa € 13,4 miljoen) aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling van een beperkte groep langdurige opiaatverslaafden, waarbij naast methadon medicinale heroïne wordt verstrekt.

Kengetallen Gezondheidsbevordering (in procenten)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Rokers 18 jaar e.o.1

28,6

26,9

27,0

24,5

24,7

25,7

26,3

24,1

23,1

 

Rokers laatste maand, 12–16 jaar2

   

16,9

     

10,6

     

Alcoholgebruik laatste maand, 12–16 jaar2

   

37,8

     

25,5

     

Cannabisgebruik laatste jaar, 12–16 jaar2

   

6,0

     

9,7

     

Cannabisgebruik laatste jaar 18 jaar e.o.3

6,8

       

7,6

6,7

6,6

7,2

 

Overgewicht 18 jaar e.o. 4

46,4

47,3

47,3

47,1

47,1

49,4

49,3

49,2

48,7

50,2

Overgewicht 4–18 jaar4

13,2

13,3

12,5

12,3

11,7

11,9

11,6

13,6

13,5

11,7

Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen i.v.m. ernstig letsel door privéongevallen en sportblessures (x 1.000)5

225

225

222

231

213

210

218

218

228

238

Bronnen:

1: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM

2: Jeugd en Riskant Gedrag 2015, Trimbos-instituut

3: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden na 2009 zijn de cijfers met 2014 en 2015 beperkt vergelijkbaar.

4: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden tussen 2009–2010 en 2013–2015 zijn de cijfers vóór en na deze perioden slechts in beperkte mate te vergelijken.

5: Letsel Informatie Systeem 2009–2018, VeiligheidNL. Op basis van onderzoek van VeiligheidNL (Stam en Blatter, 2018) zal vanaf dit jaar «het aantal SEH-behandelingen i.v.m. ernstig letsel door privéongevallen en sportblessures» als letselindicator worden gehanteerd: door veranderingen in het spoedzorgbeleid en daarmee gepaard gaande verschuivingen van lichte letselbehandelingen van de tweede- naar de eerstelijn, is het verloop in de tijd van het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel een betere indicator voor de trend in het aantal letselgevallen. Het is aannemelijk dat ernstig letsel altijd op de SEH-afdeling behandeld wordt en dat beleid gericht op verbetering van efficiëntie van de spoedzorg geen invloed heeft op het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel. Ernstig letsel is gedefinieerd als letsel met een letselernst uitgedrukt in een MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2 (Stam en Blatter, Letsels 2017, kerncijfers LIS, VeiligheidNL rapport 716, 2018/ zie ook Staat van Volksgezondheid en Zorg, RIVM).

4. Ethiek

Subsidies

Abortusklinieken

Sinds de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg vindt de financiering van de abortusklinieken plaats via een subsidieregeling. In totaal gaat het hierbij om € 17,5 miljoen.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

Het CIBG verzorgt het secretariaat van de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. In totaal gaat het hierbij om € 1,5 miljoen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

CCMO is een bij wet (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en de Embryowet) ingestelde commissie en waarborgt de bescherming van proefpersonen betrokken bij medisch-wetenschappelijk onderzoek, via toetsing aan de daarvoor vastgestelde wettelijke bepalingen en met inachtneming van de voortgang van de medische wetenschap. Vanwege de implementatie van EU-verordening 536/2014 voor klinisch geneesmiddelenonderzoek krijgt de CCMO een aantal extra taken en bevoegdheden. De daarmee samenhangende middelen staan geraamd op artikel 10 onder Personele en materiële uitgaven SCP en raden.

Overige

De secretariaten van de regionale toetsingscommissies euthanasie en de beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen zijn bij een uitvoeringseenheid van het Ministerie van VWS ondergebracht. De daarmee samenhangende middelen staan geraamd op artikel 10 onder Personele en materiële uitgaven kerndepartement.

Ontvangsten

Overige

De posten bestuurlijke boetes en overig uit de begroting 2019 worden in de begroting 2020 vermeld onder ontvangsten artikel 1.

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. Hieruit vloeien ontvangsten voort. Deze worden voor 2020 geraamd op € 5,4 miljoen. Verder worden ontvangsten geraamde als gevolg van in eerdere jaren te hoog verstrekte (subsidie)voorschotten (€ 8,5 miljoen).

Artikel 2 Curatieve zorg

A. Algemene doelstelling

Een kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar aanbod voor curatieve zorg.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister voor Medische Zorg is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) de wettelijke basis van dit stelsel.

Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de Minister de volgende rollen:

Stimuleren:

  • Het bevorderen van de kwaliteit, (patiënt)veiligheid en innovatie in de curatieve zorg.

  • Het bevorderen van voldoende beschikbaarheid van medische producten en lichaamsmateriaal.

  • Het ondersteunen van initiatieven om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve zorg te garanderen en/of te verbeteren. Belangrijk daarin zijn de initiatieven om te komen tot een betrouwbare en veilige informatie-uitwisseling. Het ondersteunen van initiatieven om fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen.

  • Het bevorderen van de werking van het stelsel door het systeem van risicoverevening.

  • Het bevorderen dat verzekerden beschikken over de juiste en begrijpelijke informatie om een keuze te kunnen maken voor een zorgverzekering.

  • Het stimuleren van regionale samenwerking tussen zorgaanbieders in de eerste- en de tweedelijn om antibioticaresistentie aan te pakken.

  • Het faciliteren en ondersteunen van gemeenten en regio’s in het realiseren van een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag.

Financieren:

  • Het bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar.

  • Het bevorderen van kwalitatief goede zorg door medefinanciering van hoogwaardig oncologisch onderzoek.

  • Het financieren van onderzoek dat gericht is op een snellere ontwikkeling van waarde toevoegende medische producten en behandelwijzen tegen aanvaardbare prijzen.

  • Het financieren van onderzoek dat bijdraagt aan kwalitatief goed en gepast gebruik van genees- en hulpmiddelen.

  • Het financieren van initiatieven voor het ontwikkelen van alternatieve verdienmodellen voor de ontwikkeling van toekomstige geneesmiddelen therapieën.

  • Het verbeteren van de kwaliteit van de zorg door financiering van de familie- en vertrouwenspersonen in ggz-instellingen.

  • Het financieren van diverse initiatieven gericht op suïcidepreventie waaronder 24/7 beschikbaarheid van acute anonieme psychische hulp.

  • Het (mede)financieren van het digitale communicatiesysteem voor de zwaailichtsector.

  • Het financieren van initiatieven die bijdragen aan een zorgvuldige orgaan- en weefseldonorwerving in de ziekenhuizen, het onderhouden van het donorregister en het geven van publieksvoorlichting over orgaan- en weefseldonatie.

  • Het financieren van onderzoek ten behoeve van het monitoren van de productveiligheid.

  • Het bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het (deels) compenseren van de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan onverzekerde (verwarde) personen, illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

  • Het compenseren van kostencomponenten die een gelijk speelveld verstoren (risicoverevening).

  • Het financieren van initiatieven op het gebied van ICT-infrastructuur ten behoeve van innovatieve zorgverlening en toegankelijkheid van gegevens voor patiënten.

Regisseren:

  • Het onderhouden van wet- en regelgeving op het gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen en bloedvoorziening.

  • Het (door)ontwikkelen van productstructuren op basis waarvan onderhandelingen over bekostiging plaatsvinden.

  • Het bepalen van de normen/criteria, waaraan de registers (bijvoorbeeld het BIG-register) die worden bijgehouden om de werking van het stelsel te bevorderen, moeten voldoen.

C. Beleidswijzigingen

Bevorderen contracteren

Basis van het zorgverzekeringsstelsel is dat zorgverzekeraars afspraken maken over de kwaliteit van geleverde zorg en de bijbehorende prijzen met de zorgaanbieders. Dat is in het belang van patiënten en premiebetalers. Uit onderzoek (Arteria, 2018) blijkt dat (vooral) in de wijkverpleging en (deelsectoren van) de ggz het aandeel niet-gecontracteerde zorg stijgt. Dit is zorgelijk omdat contractering hèt vehikel is om de kwaliteit van de zorg te verbeteren, de betaalbaarheid te vergroten en de toegankelijkheid te waarborgen. In de hoofdlijnenakkoorden (HLA) ggz en wijkverpleging hebben partijen diverse maatregelen afgesproken om de contractering te bevorderen. De NZa monitort gedurende de looptijd van de hoofdlijnenakkoorden of de afspraken die partijen hebben gemaakt, leiden tot verbeteringen in het contracteerproces en ook Vektis voert onderzoek uit in opdracht van VWS die zowel in 2020 als in 2021 (voor de ggz) beschikbaar komen. Indien uit deze onderzoeken blijkt dat het aandeel niet-gecontracteerde zorg verder stijgt, kan na een bestuurlijke weging van deze uitkomsten, de hoogte van de vergoeding van de niet-gecontracteerde zorg in (nadere) regelgeving vastgelegd worden. Om dit mogelijk te maken, bereidt VWS, conform de afspraken uit de HLA, het wetsvoorstel bevorderen zorgcontractering voor. Dit wetsvoorstel wordt in het najaar 2019 aan de Tweede Kamer aangeboden en zal in 2020 worden behandeld. Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen moet besloten worden of de vergoeding voor een bepaalde sector kan worden vastgelegd in nadere wet- en regelgeving.

HLA paramedische zorg

In 2020 krijgen de bestuurlijke afspraken uit 2019 verder vorm. Paramedische zorg kan een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van «De juiste Zorg op de Juiste Plek» en daarmee aan de betaalbaarheid van de zorg. In de bestuurlijke afspraken is onder meer afgesproken dat partijen een plan van aanpak opstellen om de organisatiegraad van de paramedische zorg te verbeteren. Dit plan van aanpak moet in 2020 gereed zijn. Het gaat om meer tijd voor de patiënt, de zorg in avond-, nacht-, en weekenduren en benodigde ICT-infrastructuur. Ook is het van belang dat partijen blijven investeren in de kwaliteitsverbetering van de paramedische zorg. Hiervoor kan wetenschappelijk onderzoek, richtlijnontwikkeling, implementatie van kennis, en dataverzameling worden benut.

Wettelijke verankering verzekerdeninvloed

Om de invloed van verzekerden op het beleid van hun zorgverzekeraar te versterken, worden meer wettelijke waarborgen vastgelegd. Doel van de wetswijziging is om de betrokkenheid van verzekerden bij het beleid van de zorgverzekeraar te vergroten. Individuele verzekerden krijgen de mogelijkheid om hun meningen en wensen kenbaar te maken over het zorginkoop- en het klantcommunicatiebeleid van zorgverzekeraars (verzekerdeninspraak). Zorgverzekeraars moeten hiervoor een schriftelijke inspraakregeling vastleggen. Ook versterken we de invloed van een representatieve, deskundige en onafhankelijke verzekerdenvertegenwoordiging. Hiertoe is een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer, die vóór de zomer 2019 wordt behandeld. Naar verwachting treedt de wet in 2020 in werking, tenminste zes maanden na de aanvaarding van de wet door de Eerste Kamer. Op die manier hebben zorgverzekeraars voldoende tijd om aan de wettelijke eisen te voldoen. Bestuurlijk zal in voorbereiding op het inwerkingtreden van de wet overleg met verzekeraars plaatsvinden.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Ten opzichte van de begroting 2019 is ervoor gekozen om in de begroting 2020 de budgettaire tabel enigszins te wijzigen zodat de budgettaire gevolgen van beleid meer in samenhang worden gepresenteerd en aansluiten bij de beoogde beleidsdoelen.

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Verplichtingen

2.953.820

3.256.268

3.087.725

3.360.241

3.422.807

3.420.331

3.525.952

                   

Uitgaven

3.449.505

3.139.871

3.124.356

3.226.920

3.309.947

3.421.289

3.526.226

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,4%

       
                   

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

163.187

205.943

193.330

167.574

162.355

162.446

158.630

                   
 

Subsidies

145.017

173.802

141.236

140.647

138.666

139.233

136.018

   

Medisch specialistische zorg

96.759

81.682

80.533

80.946

81.553

81.434

77.934

   

Curatieve ggz

22.783

20.678

18.909

19.420

16.171

16.016

15.016

   

Eerste lijnszorg

1.243

3.320

9.893

10.982

11.928

12.718

14.202

   

Lichaamsmateriaal

10.036

17.385

20.608

20.282

20.110

20.163

20.063

   

Medische producten

0

50.737

11.293

9.017

8.904

8.902

8.803

   

Overige

14.196

0

0

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

5.917

17.006

17.692

11.476

11.963

11.657

11.256

   

Medisch specialistische zorg

286

1.134

1.157

658

658

658

274

   

Curatieve ggz

657

3.050

4.887

4.602

3.852

3.534

3.517

   

Eerste lijnszorg

578

633

153

88

88

100

100

   

Lichaamsmateriaal

1.841

8.480

8.335

3.432

2.185

2.185

2.185

   

Medische producten

308

3.709

3.160

2.696

5.180

5.180

5.180

   

Overige

2.247

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

10.883

12.603

32.208

10.462

6.551

5.637

5.637

   

aCBG

1.769

3.154

3.894

3.128

671

371

371

   

CIBG

6.809

9.449

28.314

7.334

5.880

5.266

5.266

   

Overige

2.305

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

1.370

2.032

2.126

4.853

5.039

5.783

5.583

   

Overige

1.370

2.032

2.126

4.853

5.039

5.783

5.583

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

68

136

136

136

136

   

Overige

0

0

68

136

136

136

136

                   
 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

500

0

0

0

0

0

   

Overige

0

500

0

0

0

0

0

                   

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

3.286.318

2.933.928

2.931.026

3.059.346

3.147.592

3.258.843

3.367.596

                   
 

Subsidies

50.499

97.758

125.719

123.677

133.450

103.901

108.480

   

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.206

1.303

1.303

1.303

1.303

1.303

1.303

   

Medisch-specialistische zorg

46.486

55.379

65.531

41.070

32.558

4.947

2.307

   

Curatieve ggz

0

12.089

8.981

11.308

12.101

2.874

9.047

   

Eerste lijnszorg

2.000

8.348

8.702

9.909

8.541

2.900

2.000

   

Overige

807

20.639

41.202

60.087

78.947

91.877

93.823

                   
 

Bekostiging

3.184.380

2.788.712

2.762.515

2.900.518

2.982.322

3.123.121

3.227.122

   

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.695.900

2.749.100

2.722.900

2.860.900

2.942.700

3.083.500

3.187.500

   

Rijksbijdrage dempen premie ten gevolgen van HLZ

451.000

0

0

0

0

0

0

   

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

37.480

39.612

39.615

39.618

39.622

39.621

39.622

                   
 

Inkomensoverdrachten

29.328

23.203

18.523

11.261

7.981

7.290

6.674

   

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

24.469

23.077

18.397

11.135

7.855

7.164

6.548

   

Schadevergoeding Erasmus MC

4.749

0

0

0

0

0

0

   

Overige

110

126

126

126

126

126

126

                   
 

Opdrachten

3.199

7.114

5.618

5.240

5.189

5.880

6.588

   

Risicoverevening

1.400

1.986

1.986

1.986

1.986

1.986

1.986

   

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

524

920

1.201

901

901

901

901

   

Medisch-specialistische zorg

537

406

118

118

438

1.198

1.903

   

Curatieve ggz

444

441

417

417

30

30

33

   

Eerste lijnszorg

35

921

100

100

100

100

100

   

Overige

259

2.440

1.796

1.718

1.734

1.665

1.665

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

14.187

11.847

13.846

13.845

13.845

13.846

13.846

   

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

14.187

11.847

13.846

13.845

13.845

13.846

13.846

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

4.725

5.292

4.803

4.803

4.803

4.803

4.803

   

SVB: Onverzekerden

3.225

3.778

3.778

3.778

3.778

3.778

3.778

   

Overige

1.500

1.514

1.025

1.025

1.025

1.025

1.025

                   
 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

2

2

2

2

2

83

   

VenJ: Bijdrage C2000

0

2

2

2

2

2

83

                   

Ontvangsten

5.701

3.353

5.053

5.053

5.053

5.053

5.053

   

Overige

5.701

3.353

5.053

5.053

5.053

5.053

5.053

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2020 van € 267 miljoen is 94% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid, subsidies ter bevordering van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en subsidies die de werking van het stelsel bevorderen.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2020 van € 23,3 miljoen is 94% juridisch verplicht. Het betreft diverse opdrachten op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid en opdrachten die de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en de werking van het stelsel moeten bevorderen.

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2020 van € 2,8 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden jonger dan 18 jaar en de bekostiging van de compensatie van (een deel van) de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget 2020 van € 18,5 miljoen is 80% juridisch verplicht. Het betreft de overgangsregeling FLO/VUT voor het ambulancepersoneel.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget voor 2020 van € 46,1 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het CJIB voor de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget voor 2020 van € 6,9 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het Zorginstituut Nederland voor de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet en de bijdrage aan ZonMw voor het programma goed gebruik hulpmiddelen.

Bijdragen aan ander begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget 2020 van € 2.000 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan C2000. Het communicatienetwerk voor hulp en veiligheidsdiensten

E. Toelichting op de instrumenten

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid

Subsidies

Medisch-specialistische zorg

VWS stelt in 2020 € 80,5 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de medisch specialistische zorg. Hieronder valt een aantal zorggebieden, zoals: oncologie, geboortezorg, acute zorg en antibioticaresistente.

Voor het oncologie is in 2020 in totaal € 59,2 miljoen beschikbaar voor:

  • Het bevorderen van fundamenteel, translationeel en klinisch kankeronderzoek ten behoeve van verbetering van de overleving van kanker en het bevorderen van kwaliteit van leven van de patiënt;

  • Het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het opstellen van richtlijnen, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing;

  • De eenmalige registratie van alle pathologie-uitslagen, het beheer hiervan in een landelijke databank en het computernetwerk voor de gegevensuitwisseling met alle pathologielaboratoria in Nederland. Deze gegevens vormen de basis voor de landelijke kankerregistratie, zijn onmisbaar voor de evaluatie en monitoring van de bevolkingsonderzoeken, ondersteunen de patiëntenzorg en worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

Voor de geboortezorg is in 2020 in totaal € 3,7 miljoen beschikbaar voor het doorvoeren van verdere verbeteringen met als doel het terugdringen van de perinatale sterfte en het bevorderen van een goede start van moeder en kind.

Met deze middelen wordt ingezet op:

  • Het koppelen van afzonderlijke registraties (van de verschillende beroepsgroepen) waardoor een sectorbrede perinatale registratie ontstaat, die mogelijkheden biedt voor onderzoek, vergelijkingen en indicatoren op basis waarvan verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.

  • Visieontwikkeling, verbinden, agenderen, adresseren, faciliteren en regievoeren op het gebied van preventie, kwaliteitsontwikkeling, zwangere centraal en verbeteren integrale geboortezorg op basis van de adviezen van de stuurgroep Zwangerschap en Geboorte Een goed begin(2010) en de agenda geboortezorg 2018–2022 (TK 32 279, nr. 119).

  • Voortzetting van het ZonMw-programma Zwangerschap en geboorte op basis van de nieuwe onderzoeksagenda Een gezonde start voor moeder en kind; Integrale zorg rondom zwangerschap.

Voor de acute zorg is in 2020 in totaal € 0,7 miljoen beschikbaar. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor de uitvoering van de afspraken uit het Actieplan ambulancezorg (TK 29 247, nr. 263). Op 12 november 2018 heeft Minister Bruins het actieplan ambulancezorg gepresenteerd. Het actieplan loopt 3 jaar en moet mogelijk maken dat de ambulancesector nu en in de toekomst goede ambulancezorg kan blijven bieden. Doel van het actieplan is:

  • Verbeteren van de responstijden voor spoedeisende ambulancezorg.

  • Zorg dragen voor een efficiëntere inzet van spoedeisende en planbare ambulancezorg: alleen een ambulance waar het echt moet, andere zorg waar het kan. Met als uitgangspunt dat de patiënt minimaal even goede of zelfs betere zorg ontvangt.

  • Het expliciteren van de kwaliteitseisen waaraan de ambulancezorg moet voldoen.

  • Zorg dragen voor voldoende ambulancezorgprofessionals, die zijn toegerust voor het belangrijke werk dat zij doen.

  • Daarnaast willen partijen met dit actieplan een bijdrage leveren aan het oplossen van de druk op de acute zorg, door binnen de acute zorg de samenwerking te intensiveren en werkwijzen te uniformeren.

Voor het thema patiëntveiligheid is in de jaren 2020–2023 in totaal € 20 miljoen beschikbaar voor het plan van aanpak «Tijd voor verbinding» dat op 1 oktober 2018 is aangeboden aan de Minister van VWS (bijlage bij TK 31 016, nr. 111). Het doel van het plan is in vier jaar tijd te komen tot een aanmerkelijke en betekenisvolle daling van de potentieel vermijdbare schade en sterfte in de ziekenhuiszorg. Kern van het plan van aanpak is de inrichting en uitvoering van een «Netwerkorganisatie Patiënt veiligheid». De opdracht aan de netwerkorganisatie is een beweging van professionals, bestuurders en patiënten op gang te brengen die gezamenlijk in alle ziekenhuizen de patiëntveiligheid verder verbetert.

Voor transgenderzorg is in 2020 € 4,2 miljoen en structureel € 2,8 miljoen beschikbaar. Deze middelen zijn bestemd voor een subsidieregeling die het voor transgendervrouwen eenmalig mogelijk maakt om een subsidie aan te vragen voor het operatief plaatsen van borstprothesen.

Voor de aanpak van antibioticaresistentie in de zorg is in 2020 een bedrag van € 10,6 miljoen beschikbaar. Op 13 februari 2019 zijn de beleidsregels subsidiëring regionale zorgnetwerken antibiotica resistentie (ABR) gepubliceerd. Op grond van deze beleidsregels kunnen de tien regionale zorgnetwerken ABR subsidie aanvragen voor activiteiten om antibioticaresistentie tegen te gaan. Het Centrum Infectiebestrijding van het RIVM (RIVM-CIb) verstrekt de subsidies in opdracht van het Ministerie van VWS. De zorgnetwerken worden georganiseerd door tien aangewezen partijen: acht universitaire medisch centra, het Amphia ziekenhuis en het Isala ziekenhuis.

Voor het doen van onderzoek naar genderverschillen in de gezondheidszorg, en het beter verspreiden van kennis voert ZonMw van 2016 tot en met 2022 het programma Gender en gezondheid uit. VWS heeft hiervoor in totaal € 12 miljoen ter beschikking gesteld. De middelen hiervoor zijn overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Voor het vervolg op het ZonMw-onderzoeksprogramma Memorabel is in totaal € 32 miljoen beschikbaar voor de periode 2017–2020. Met dit programma wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het onderzoek naar de oorzaken, preventie, diagnostiek en behandeling van dementie en de zorg voor mensen met dementie. Voor de curatieve zorg is hier jaarlijks € 3 miljoen voor beschikbaar gesteld, die zijn overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Curatieve geestelijke gezondheidszorg

VWS stelt in 2020 € 18,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve geestelijke gezondheidszorg.

Voor de sluitende aanpak voor personen met verward gedrag wordt een samenhangend pakket aan maatregelen genomen waarvoor in 2020 € 41 miljoen en vanaf 2021 jaarlijks ruim € 30 miljoen beschikbaar is. Van de € 41 miljoen voor 2020 staat € 4 miljoen op artikel 2; € 1,4 miljoen voor het Verbindend Landelijk Ondersteuningsteam (VLOT) en € 2,5 miljoen voor de opzet en exploitatie van een landelijk meldnummer (zie bij opdrachten).

Er is € 15 miljoen beschikbaar op artikel 4 om ervoor te zorgen dat iedereen in Nederland de zorg krijgt die hij/zij nodig heeft. Hiertoe is een subsidieregeling opgesteld waar zorgaanbieders – onder strikte voorwaarden – de kosten kunnen declareren voor zorg aan mensen die onverzekerd zijn. Circa € 19 miljoen staat op artikel 1 voor projecten en pilots via ZonMw. Hiervan is een bedrag van € 12 miljoen beschikbaar voor een meerjarig ZonMw-programma om gemeentelijke projecten en initiatieven te faciliteren die bijdragen aan het realiseren van een regionale sluitende aanpak voor personen met verward gedrag. Daarnaast is er ruim € 4 miljoen voor: Regionale meldpunten, de inzet van ggz-expertise in de wijk en flexibele inzet van zorg en begeleiding. In 2020 is voor pilots (via ZonMw) met vervoer van personen met verward gedrag door regionale ambulancevoorzieningen € 3 miljoen beschikbaar.

Voor het vervoer van personen met verward gedrag is in totaal € 6 miljoen beschikbaar; de overige € 3 miljoen is beschikbaar binnen het Uitgavenplafond Zorg.

Voor suïcidepreventie is in 2020 in totaal € 8,2 miljoen beschikbaar voor:

  • Het verlenen van concrete hulp en interventies als ook voor de verspreiding van kennis via voorlichting, bewustwording en advisering over het terugdringen van suïcide;

  • De coördinatie en het aanjagen van de uitvoering van de landelijke agenda suïcidepreventie;

  • Het realiseren van een lokale aanpak binnen zeven regio’s om het aantal suïcides terug te dringen.

Voor vertrouwenspersonen in de ggz is er in 2020 € 7 miljoen beschikbaar. Deze middelen maken het mogelijk dat er in de ggz een beroep kan worden gedaan op de patiëntvertrouwenspersoon (pvp) en de familievertrouwenspersoon (fvp). Met ingang van 2020 hebben de werkzaamheden van de pvp en fvp hun wettelijke basis in de wet verplichte ggz.

Eerstelijnszorg

VWS stelt in 2020 € 9,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de eerstelijnszorg.

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord paramedische zorg is voor de periode 2019–2022 in totaal € 15 miljoen beschikbaar. Van dit bedrag zal € 10 miljoen worden weggezet via ZonMW voor het bevorderen van kwaliteit (zorgstandaarden en richtlijnen), transparantie en kennis en onderzoek. De overige € 5 miljoen zullen worden ingezet voor het verbeteren van de informatievoorziening voor de patiënt, het verhogen van de organisatiegraad in de sector en digitalisering.

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging is voor de periode 2019–2022 jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar. Van dit bedrag zal jaarlijks € 2 miljoen worden ingezet voor realisatie en uitbreiding van het richtlijnenprogramma wijkverpleging inclusief patiëntenparticipatie.

Lichaamsmateriaal

VWS stelt in 2020 voor subidies Lichaamsmateriaal € 20,6 miljoen beschikbaar. De Nederlandse Transplantatiestichting (NTS) ontvangt een instellingssubsidie van € 8,8 miljoen. Deze subsidie is onder meer bestemd voor het fungeren als orgaancentrum voor de weefsels, het geven van publieksvoorlichting met als doel de kennis over orgaandonatie te vergroten en het ondersteunen van donatie in ziekenhuizen. De NTS verzamelt en analyseert daartoe data die ziekenhuizen kunnen helpen in het donatie- en transplantatieproces. In 2020 zullen veel van de niet-wettelijke activiteiten in het teken staan van de implementatie van de nieuwe Donorwet, waaronder de implementatie van de kwaliteitsstandaard Donatiezorg en het ondersteunen van het agentschap CIBG bij het aanschrijvingsproces van ingezetenen vanaf 1 juli 2020.

Binnen de zeven orgaandonatieregio’s (Groningen, Nijmegen, Maastricht, Utrecht, Amsterdam, Leiden en Rotterdam) werken ziekenhuizen samen aan orgaandonatie. Door subsidies (€ 4,4 miljoen) voor het aanstellen van extra personeel is het mogelijk extra aandacht te besteden aan het donatieproces. Doel is het aantal donaties te vergroten.

Een aantal academische centra ontvangt sinds een aantal jaren subsidies van in totaal € 2,7 miljoen voor pilotstudies om te onderzoeken of perfusie van organen bijdraagt aan een grotere geschiktheid en grotere slagingskans voor transplantatie. De resultaten van de pilots lijken positief. Het voornemen bestaat om na afronding van de pilots deze op te nemen in de reguliere financiering van de zorg.

Medische producten

Voor subsidies Medische producten is in 2020; € 11,3 miljoen beschikbaar. De KNMP ontvangt sinds 2015 subsidie om een programma uit te voeren waardoor het apotheekhouders en hun praktijkondersteuners mogelijk wordt gemaakt hun competenties als zorgverlener te vergroten. Hiervoor is in 2020 € 2,8 miljoen gereserveerd. Deze subsidie wordt in 2019–2020 geëvalueerd. Zorgprofessionals worden ondersteund met onafhankelijke informatie over geneesmiddelen. Naast de bijdrage aan het Zorginstituut voor het Farmacotherapeutisch Kompas (verantwoord op beleidsartikel 4) worden jaarlijks subsidies verstrekt aan de stichting Nederlands Kinderformularium (€ 0,3 miljoen), de stichting Lareb (€ 0,8 miljoen, de stichting Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (€ 0,5 miljoen) en het Geneesmiddelenbulletin (€ 0,6 miljoen). Ook deze subsidies worden in 2019–2020 geëvalueerd. Vilans ontvangt een subsidie van € 0,8 miljoen voor informatievoorziening aan gebruikers van hulpmiddelen en het ontwikkelen van kwaliteitsstandaarden. Aan het internationale samenwerkingsverband the Global Antiobiotic Research and Development Partnership (GARDP) wordt een meerjarige subsidie verstrekt. In 2020 is hiervoor € 1 miljoen gereserveerd.

Opdrachten

Curatieve geestelijke gezondheidszorg

In 2020 is € 4,9 miljoen beschikbaar voor het uitvoeren van opdrachten ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid in de geestelijke curatieve gezondheidszorg, waaronder € 2,5 miljoen voor het opzetten en de exploitatie van een landelijk meldnummer personen met verward gedrag en € 2,1 miljoen voor campagnes gericht op depressie, stigmatisering en LHBTI.

Lichaamsmateriaal

Dit betreft onder meer de kosten geraamd voor de publieksvoorlichting rond orgaandonatie. In 2020–2021 zal deze in het teken staan van de nieuwe Donorwet. Specifieke aandacht gaat uit naar doelgroepen waaronder die met beperkte gezondheidsvaardigheden, deze moeite om informatie en kennis over gezondheid te verkrijgen en toe te passen. In 2020 is hiervoor € 8,3 miljoen beschikbaar.

Bijdrage aan agentschappen

aCBG

Het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG) ontvangt bijdragen (€ 1,4 miljoen) om de informatie over geneesmiddelen voor patiënten op een begrijpelijke wijze te ontsluiten. In het kader van de komst van de European Medicines Agency (EMA) naar Nederland wordt een meerjarige bijdrage (in 2020 € 2,1 miljoen) geleverd aan de Europese samenwerking bij de toelatingsprocedure van nieuwe geneesmiddelen.

CIBG

Het agentschap CIBG is bezig met de ontwikkeling van een nieuw Donorregister en verzorgt de aanschrijving en registratie van de niet-geregistreerden in het Donorregister in 2020 in verband met het invoeren van de nieuwe Donorwet. Hiervoor is in 2020 € 20,6 miljoen geraamd. Daarnaast voert het CIBG onder meer taken uit in het kader van het implantatenregister, van de Wet op de Geneesmiddelenprijzen en het Geneesmiddelenvergoedingensysteem.

3. Ondersteuning stelsel

Subsidies

Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen

De Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen (SKGZ) ontvangt voor het project «Zorgverzekeringslijn» een instellingssubsidie. In 2020 gaat het om een bedrag van € 1,3 miljoen. De activiteiten van de Zorgverzekeringslijn voorzien in informatie en advies over de zorgverzekering, de verzekeringsplicht, wat te doen bij betalingsproblemen of onverzekerdheid en biedt zo nodig en gewenst een doorverwijzing naar lokaal welzijnswerk of schuldbemiddeling.

Medisch-specialistische zorg

VWS stelt in 2020 € 65,5 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de medisch-specialistische zorg.

Voor het ontsluiten van patiëntgegevens in de medisch-specialistische zorg is er in 2020 in totaal € 45,7 miljoen beschikbaar waarvan € 3,7 miljoen voor de geboortezorg (Babyconnect) en € 42 miljoen voor ziekenhuizen en zelfstandige behandelklinieken (VIPP).

Voor vrijgevestigde medisch specialisten is een subsidieregeling ingesteld om de financiële belemmeringen voor een overstap naar loondienst te verminderen. Dit is een uitvloeisel van het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg 2014–2017 en de invoering van integrale tarieven in de medisch-specialistische zorg. De uitgaven voor deze regeling in 2020 worden geraamd op € 8,3 miljoen. De inzet van de middelen die zijn toegekend in het kader van het regeerakkoord om de gelijkgerichtheid tussen medisch specialistische bedrijven en de besturen van ziekenhuizen te verbeteren wordt in 2020 verder uitgewerkt.

Curatieve geestelijke gezondheidszorg

VWS stelt in 2020 € 8,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de curatieve geestelijke gezondheidszorg.

In de nieuwe afspraken aanpak wachttijden ggz (TK 25 424, nr. 369) is afgesproken om de inzet van e-health in de ggz te stimuleren en te investeren in informatievoorziening zoals een verbeterde uitwisseling tussen zorgverleners en hun patiënten. Dit draagt eraan bij dat de patiënt veilig en gestandaardiseerd over zijn medische gegevens kan beschikken in een persoonlijke gezondheidsomgeving en kan kiezen met welke zorgverleners hij deze wil delen. De inzet van e-health is belangrijk om patiënten meer steun te kunnen bieden als zij op de wachtlijst staan, en ervoor te zorgen dat de patiënt eerder bij de juiste zorgverlener terecht kan. Hierdoor kan er doelmatiger worden behandeld wat op termijn bijdraagt aan kortere wachttijden. Hiervoor is in de periode 2018–2020 in totaal € 50 

In het kader van de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord geestelijke gezondheidszorg is gedurende de looptijd van het akkoord (2019–2022) jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar voor projecten gericht op destigmatisering en zelfmanagement en herstel.

In het hoofdlijnenakkoord 2019–2022 hebben partijen afgesproken dat het Onderzoeksprogramma ggz bij ZonMW wederom gedurende de looptijd van het akkoord bestendigd wordt met jaarlijks € 5 miljoen. Belangrijke thema’s binnen het programma zijn «vroege herkenning en behandeling» en «gepersonaliseerde zorg», naast het stimuleren van kwaliteit en doelmatigheid. Gedurende de looptijd worden verdere inhoudelijke prioriteiten gesteld in afstemming met de ggz-partijen van de Agenda voor gepast gebruik en transparantie.

Eerstelijnszorg

VWS stelt in 2020 € 8,7 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de eerstelijnszorg.

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg zijn de volgende middelen gereserveerd:

  • Voor het programma OPEN ontsluiten van patiëntengegevens uit eerstelijnszorg is in 2019 € 15 miljoen en in de jaren 2020–2022 € 20 miljoen beschikbaar.

  • Het NHG heeft de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde opgesteld. Voor deze onderzoeksagenda wordt voor de looptijd van dit akkoord jaarlijks € 2 miljoen extra beschikbaar gesteld via een programma van ZonMw.

  • Voor de uitvoering van landelijke projecten die ondersteunend zijn aan de afspraken in dit akkoord is jaarlijks een bedrag van maximaal € 1 miljoen beschikbaar uit het budgettair kader huisartsenzorg. Alle ondertekenaars van dit akkoord kunnen projectvoorstellen aandragen en gezamenlijk wordt besloten over de inzet van de middelen.

Bekostiging

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie Zvw. De rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds (circa € 2,7 miljard) voorziet in de financiering van deze premie.

Zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Zorgaanbieders kunnen een bijdrage vragen aan het CAK als zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen en de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet (Zvw, art. 122a) gestelde voorwaarden. Voor compensatie aan de zorgaanbieders is in 2020 € 39,6 miljoen beschikbaar. De uitvoeringskosten van deze regeling zijn opgenomen in artikel 4 Zorgbreed beleid.

Inkomensoverdrachten

Overgangsrecht FLO/VUT-ouderenregeling

Bij de afschaffing van de regelingen rond Functioneel Leeftijdsontslag/Vervoegde Uittreding (FLO/VUT) zijn afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen voor de verschillende diensten om de continuïteit van ambulancezorg te garanderen en om een ongelijk speelveld tussen de verschillende soorten ambulancediensten (publiek, B3 en particulier) te voorkomen. De kosten van het overgangsrecht zijn in de tarieven voor de ambulancediensten verwerkt. Met de ambulancediensten is een overeenkomst gesloten, waarin is geregeld dat een groot deel van de kosten bij VWS gedeclareerd kan worden. Om verschillen in de tariefstelling ten gevolge van de ouderenregelingen te voorkomen, is ervoor gekozen de betalingen van alle drie deze regelingen via de begroting van VWS te laten verlopen. In 2020 is hiervoor een bedrag beschikbaar van € 18,4 miljoen.

Opdrachten

Risicoverevening

In 2020 zullen diverse onderzoeken worden gedaan. Het onderzoeksprogramma is besproken met de Werkgroep Ontwikkeling Risicoverevening (WOR). Het accent van het onderzoek ligt op onderhoud van het vereveningsmodel. Daarnaast is onderzoek nodig om de verevening blijvend aan te laten sluiten op mogelijke nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld nieuwe behandelingen of nieuwe databronnen). Bovendien dienen de gegevens waarmee onderzoek gedaan wordt op een passende manier beveiligd te worden, onder andere via pseudonimisatie. De kosten van het onderzoeksprogramma voor 2020 worden geraamd op € 2 miljoen.

Bijdragen aan agentschappen

CJIB: onverzekerden en wanbetalers

Het kabinet vindt het ongewenst dat mensen zich aan de solidariteit van de Zorgverzekeringswet onttrekken door zich niet te verzekeren. Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (Wet Ovoz) worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het CAK in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). De uitvoeringskosten van het CAK (zie artikel 4 Zorgbreed beleid), de SVB en het CJIB worden door VWS betaald. Voor het CJIB is in 2020 € 13,9 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

SVB: Onverzekerden

Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (Wet Ovoz) worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het CAK in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) (zie hierboven). De uitvoeringskosten van de SVB worden door VWS betaald. In totaliteit is voor de uitvoeringskosten van de SVB in 2020 een bedrag van € 3,8 miljoen geraamd.

Ontvangsten

Voor 2020 worden de totale ontvangsten geraamd op € 5,05 miljoen. De ontvangsten hebben hoofdzakelijk betrekking op afrekening van eerder verstrekte subsidievoorschotten en de afrekening van de uitvoeringskosten in het kader van de aanpak van zowel wanbetalers als onverzekerden.

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

A. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg geboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • En aanjagen van een adequate uitvoering van betreffende wetten en vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.

  • Van de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

  • Zorgdragen voor het financieren van de Wmo 2015 en de Wlz.

  • (mede)financieren door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

Regisseren:

  • Vaststellen van de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz en sturen door het maken van bestuurlijke afspraken en door gebruik te maken van de bevoegdheid van interbestuurlijk toezicht.

  • Monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

C. Beleidswijzigingen

Ouderen zijn de toekomst

Programma Thuis in het Verpleeghuis

Het programma Thuis in het Verpleeghuis moet er voor zorgen dat er voldoende tijd, aandacht en goede zorg is voor alle bewoners in het verpleeghuis. Om deze doelstelling te bereiken, wordt ook in 2020 ingezet op het aantrekken en behouden van voldoende, gemotiveerde en gekwalificeerde zorgverleners. Hiertoe lopen de extra kwaliteitsmiddelen in 2020 op tot € 1,8 miljard van de totaal beschikbaar gestelde € 2,1 miljard. Ondersteuning voor de uitvoering van het kwaliteitskader komt vanuit «Waardigheid en Trots op locatie», waarmee instellingen inzicht krijgen in de mate waarin zij voldoen aan de thema’s van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. De ondersteuning van zorgaanbieders en het extra personeel moeten uiteindelijk leiden tot een hogere cliënttevredenheid. Uw Kamer wordt door middel van separate voortgangsrapportages geïnformeerd over de voortgang.

Programma Eén tegen eenzaamheid

De doelstelling van het programma «Eén tegen eenzaamheid» is het signaleren en bespreekbaar maken alsmede het doorbreken en duurzaam aanpakken van eenzaamheid teneinde de trend van eenzaamheid onder ouderen te doorbreken. Om het taboe op eenzaamheid te verminderen en het algemeen publiek bewust te maken wat zij kunnen doen om iemands eenzaamheid te doorbreken, wordt de publiekscampagne in 2020 voortgezet. In 2020 worden initiatieven, zoals het in contact brengen van jongeren met ouderen door het koppelen van een student aan een oudere, (financieel) gestimuleerd en kunnen zij ondersteuning krijgen om hun aanpak goed te beschrijven, te onderbouwen en te meten op effectiviteit. Zo wordt het leereffect versterkt. ZonMw is gevraagd een subsidieregeling in te richten. Geïnteresseerde kunnen een projectplan voor hun initiatieven indienen om in aanmerking voor een subsidie te komen.

Programma Langer thuis

Het doel van het programma is dat mensen thuis kunnen blijven wonen met een goede kwaliteit van leven, zolang dat veilig en verantwoord kan. Het programma bestaat uit drie actielijnen: goede ondersteuning en zorg thuis, mantelzorg en vrijwilligers in zorg & welzijn en wonen. In 2020 wordt ingezet op het beter in beeld brengen van de effecten van de maatregelen uit het «Programma Langer Thuis». Het programma zet erop in dat er merkbaar verschil wordt gemaakt voor ouderen, mantelzorgers en professionals. Ervaring van ouderen en mantelzorgers staan centraal, ook in de effectmeting. Een voorbeeld van een indicator is het aandeel ouderen dat aangeeft geschikt te wonen.

Dit merkbare verschil wordt bereikt door de inzet van verschillende regelingen, zoals de Stimuleringsregeling e-health Thuis (SET), de stimuleringsregeling Inzicht, de stimuleringsregeling Wonen en Zorg en het onderzoeksprogramma Langdurige Zorg en Ondersteuning van ZonMW voort te zetten en waar nodig bij te stellen in 2020. Daarnaast zijn en worden diverse pilots opgezet, zoals logeerzorg, waarbij de partner van de zorgverlenende enige tijd op locatie zorgt ontvangt om zo de mantelzorger te tijd te geven weer op adem te komen.

Verder komen er in het Platform31 in 2020 10 projecten bij onder het Experimentenprogramma Wonen en zorg met voorbeeldprojecten van gemeenschappelijk wonen voor ouderen.

Inzicht

InZicht is een versnellingsprogramma voor de digitale gegevensuitwisseling in de langdurige zorg die nu onvoldoende tot stand komt. Dit leidt tot onnodige registratielast, fouten in de overdracht en onvoldoende informatie voor cliënten en diens naasten. InZicht richt zich op gegevensuitwisseling tussen cliënt en zorgprofessional en tussen zorgprofessionals onderling. Het programma voorziet in de implementatie van drie modules: persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO), het zorgen voor uitwisseling van verpleegkundige informatie door het inbouwen van de standaard eOverdracht en het zorgen van uitwisseling van medicatiegegevens, door het aansluiten op het Medicatieproces.

Met InZicht moet worden bereikt dat zorginstellingen de standaarden hebben ingebouwd waardoor er sprake is van betere digitale gegevensuitwisseling. In 2019 is gestart met 15 proeftuinen (samenwerkende zorginstellingen) waarin gegevens daadwerkelijk worden uitgewisseld. In 2020 worden de eerste implementaties bij zorginstellingen verwacht van eOverdracht en PGO. Professionals ontvangen dan verpleegkundige informatie digitaal (actueel en compleet) en cliënten kunnen hun zorginformatie inzien in een eigen PGO.

Geestelijke verzorging

In 2020 wordt geïnvesteerd om de inzet van geestelijke verzorgers te vergroten door een verhoging met € 7 miljoen van de regeling Palliatieve Terminale Zorg. Deze middelen komen vanuit het regeerakkoord (waardig ouder worden). De middelen zijn bedoeld consulten voor de omgeving van mensen die in de thuissituatie in de palliatieve fase zijn en voor de omgeving van mensen vanaf 50 jaar met een zingevingsvraagstuk. De verwachting is dat hiermee ongeveer 200 verzorgers aanvullend kunnen worden ingezet (in totaal 50 fte).

Leven met een beperking

Programma Volwaardig Leven

Mensen met een beperking en een langdurige intensieve zorgvraag zijn vaak levenslang en levensbreed afhankelijk van ondersteuning en zorg. Om ervoor te zorgen dat de zorgbehoefte en de beschikbare zorg en ondersteuning op elkaar aansluiten is het programma Volwaardig Leven geïnitieerd. In 2020 werken ongeveer 35 aanbieders in het tweejarige vernieuwingstraject «Begeleiding a la Carte» aan verschillende thema’s die voortkomen uit de kwaliteitsrapportages. Een verbijzondering van dit traject is de Innovatie-Impuls. Een traject waarin nog eens 35 aanbieders in 2020 van start gaan om intensiever te werken aan het verstevigen van de implementatie van technologie. Daarnaast wordt in 2020 samen met zorgkantoren ingezet op het realiseren van 100 extra plekken en ambulante teams voor zeer complexe zorg. Dit moet ervoor zorgen dat teams van zorgmedewerkers worden ondersteund als zij het in zeer complexe zorgsituaties niet redden. Uiteindelijk moeten er voldoende passende plekken voor specifieke cliëntgroepen beschikbaar zijn. Naasten van mensen met een beperking verdienen in het programma speciale aandacht. In vijf pilots wordt daarom voor 450 cliënten en gezinnen specialistische cliëntondersteuning beschikbaar gesteld om zo te leren hoe we hen in complexe zorgsituaties beter kunnen ondersteunen. In 2020 worden de eerste resultaten van de pilots en de resultaten van het programma in beeld gebracht. Cliënttevredenheid en medewerkerstevredenheid zijn daarbij de kernindicatoren. De (tussen)resultaten van het programma worden jaarlijks in september gerapporteerd aan de Tweede Kamer.

Programma Onbeperkt meedoen

Het programma «Onbeperkt meedoen» geeft in de periode 2018–2021 een gerichte impuls aan de uitvoering van het VN-verdrag voor mensen met een handicap. Samen met maatschappelijke organisaties, bedrijven, ministeries (OCW, SZW, BZK en I&W) en gemeenten wordt dit programma uitgevoerd. In 2020 worden verschillende activiteiten verwacht. In 2020 worden verschillende activiteiten uitgevoerd, zoals op het terrein van de ontwikkeling van eenduidige richtlijnen voor toegankelijk (ver)bouwen, verbetering van de overgang van school naar werk, een dialoog over inclusiever onderwijs, ondersteuning van initiatieven die mensen helpen bij het reizen met het openbaar vervoer, een wetsvoorstel dat experimenten met een wetsvoorstel dat bij verkiezingen experimenten met «early voting» en hulp bij het stemmen voor kiezers met een verstandelijke beperking mogelijk maakt en hulp bij het stemmen voor kiezers met een verstandelijke beperking mogelijk maakt en het verbeteren van de toegankelijkheid van de meest recente overheidswebsites en apps. Jaarlijks zal voor de zomer aan de Tweede Kamer worden gerapporteerd over de voortgang van het programma. De voortgang van het programma wordt gemonitord en gemeten door middel van procesindicatoren en op basis van ervaringen van mensen met een beperking zelf. De Tweede Kamer heeft hiernaast, op grond van de motie Dijksma c.s. (TK 24 170, nr. 170), afgesproken jaarlijks een debat te voeren over de voortgang van de implementatie van het Verdrag.

Toegang tot de Wlz voor mensen met een psychische stoornis

In het regeerakkoord is het voornemen opgenomen om mensen met een psychische stoornis die voldoen aan de criteria van de Wlz, ook toegang te geven tot de Wlz. Op 2 juli 2019 is het wetsvoorstel aanvaard door de Tweede Kamer (TK 35 146, nr. 2) en op 9 juli 2019 door de Eerste Kamer. Het CIZ zal in 2020 het beoordelingsproces in gang zetten, zodat naar verwachting 9.250 cliënten vanuit de Wmo en Zvw op 1 januari 2021 overgaan naar de Wlz. In de voorbereiding op de wetswijziging maken zorgkantoren afspraken met gemeenten, CIZ, zorgaanbieders, cliëntenraden en zorgverzekeraars om vanaf 1 januari 2021 passende zorg te verlenen en de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Overige beleidswijzigingen

Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten

Per 1 januari 2020 treedt de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd) in werking. De Wzd regelt de rechten van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie) die onvrijwillige zorg krijgen. Kern van de Wzd is het «Nee, tenzij» principe: onvrijwillige zorg kan alleen in een uiterste situatie worden toegepast. Dit wordt zo beperkt mogelijk gedaan en vervolgens zo snel mogelijk afgebouwd. In dat geval moet altijd het in de wet geregelde stappenplan worden doorlopen. Daarnaast regelt deze wet ook de onvrijwillige opname. Na invoering van de wet zal de werking worden bewaakt. In 2020 is er ook sprake van de evaluatie van de drie gezamenlijke wetten, Wzd, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet forensische zorg. De evaluatie wordt per 1 januari 2022 afgerond.

Onafhankelijke cliëntondersteuning

In het regeerakkoord zijn middelen gereserveerd voor de versterking van onafhankelijke cliëntondersteuning. Om de opgaven te realiseren en uitvoering te geven worden in 2020 verschillende activiteiten ondernomen. Zo wordt het meerjarige koplopertraject voortgezet met een grotere groep gemeenten. Het doel hiervan is dat meer gemeenten intensief aan de slag gaan met de functie cliëntondersteuning. Movisie gaat de uitvoering door de koplopergemeenten monitoren en zorgt dat de leerervaringen en goede praktijken van gemeenten worden opgehaald en gedeeld met alle gemeenten in Nederland. Dit wordt toegankelijk gemaakt bijvoorbeeld in de vorm van diverse handreikingen cliëntondersteuning. Daarnaast gaat een aantal gemeenten in pilots aan de slag om voor vier doelgroepen in het sociaal domein ervaring op te doen met hoe (gespecialiseerde) cliëntondersteuning kan worden ingericht. Binnen de Wlz zijn pilots gestart om de kwaliteit en waarde van goede cliëntondersteuning te onderzoeken voor vijf doelgroepen met complexe zorg. Deze pilots lopen door in 2020. De leereffecten van al deze pilots worden gebundeld binnen de aanpak cliëntondersteuning. De Kamer wordt jaarlijks voor de zomer geïnformeerd over de voortgang.

Eigen bijdragen Wmo 2015

Dit kabinet heeft een pakket aan maatregelen genomen om de stapeling van eigen betalingen voor zorg en ondersteuning te beperken. Eén van deze maatregelen betreft de invoering van het abonnementstarief voor Wmo-voorzieningen. Vanaf 2020 wordt de invoering hiervan via een wetswijziging volledig gerealiseerd. Het tarief gaat dan gelden voor zowel de maatwerkvoorzieningen als een belangrijk deel van de algemene voorzieningen (waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie). Dit leidt ertoe dat voorzieningen als begeleiding en huishoudelijke hulp onder het abonnementstarief komen te vallen, ongeacht of het algemene voorzieningen of maatwerkvoorzieningen zijn.

Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren (2019–2021)

Met het actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren (TK 29 325, nr. 97) wordt in de periode 2019–2021 extra ingezet op een forse vermindering van het huidige aantal dak- en thuisloze jongeren en op voorkoming van nieuwe instroom. Het uitgangspunt is dat elke dak- en thuisloze jongere er één te veel is. In dertien gemeenten lopen de komende 2,5 jaar pilots waarbij wordt gestreefd naar 100% terugdringing. Succesvolle acties worden gebundeld, zodat alle gemeenten in staat worden gesteld van de opgedane lessen te leren en zelf toe te passen. Daarnaast wordt maatwerk advisering geboden aan gemeenten ten aanzien van de terugdringing van dak- en thuisloosheid onder jongeren en worden verschillende type stakeholders gestimuleerd om bij te dragen aan het gezamenlijk werken aan betere ondersteuning van en hulp aan deze jongeren.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Ten opzichte van de begroting 2019 is ervoor gekozen om in de begroting 2020 de budgettaire tabel enigszins te wijzigen zodat de budgettaire gevolgen van beleid meer in samenhang worden gepresenteerd en aansluiten bij de beoogde beleidsdoelen.

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Verplichtingen

4.981.713

5.155.144

7.423.429

8.092.135

11.094.317

11.517.637

11.563.225

                   

Uitgaven

3.908.966

6.143.095

7.259.805

7.968.075

10.926.857

11.517.637

11.563.225

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,3%

       
                   

1. Participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare groepen

105.411

184.872

214.662

200.859

150.094

138.114

128.162

                   
 

Subsidies

24.134

40.945

70.054

62.004

45.052

33.607

23.654

   

Toegang tot zorg en ondersteuning

943

10.609

18.668

14.203

5.634

5.634

5.634

   

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

5.407

9.387

20.415

28.228

21.000

14.400

4.400

   

Inclusieve samenleving

250

10.102

15.256

6.528

5.759

5.227

5.150

   

Kennis en informatiebeleid

10.084

10.300

10.300

10.300

10.300

7.800

7.800

   

Overige

7.450

547

5.415

2.745

2.359

546

670

                   
 

Opdrachten

81.277

100.581

101.761

95.774

91.720

91.185

91.186

   

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

57.187

63.718

63.721

63.725

63.729

63.728

63.729

   

Toegang tot zorg en ondersteuning

19.198

7.450

6.950

6.330

6.350

6.350

6.350

   

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

0

1.200

3.200

3.100

1.525

1.000

1.000

   

Inclusiviteit

925

13.252

12.056

6.678

5.509

4.977

5.150

   

Kennis, informatie en innovatiebeleid

 

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

   

Aanbesteden Sociaal Domein

3.093

3.925

3.495

       
   

Overige

874

9.536

10.840

14.441

13.108

13.630

13.457

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

13.346

12.847

13.081

13.322

13.322

13.322

   

Doventolkvoorzieningen

0

13.346

12.847

13.081

13.322

13.322

13.322

                   
 

Storting/onttrekking begrotingsreserve

0

30.000

30.000

30.000

0

0

0

   

Stimulerings regeling wonen en zorg

0

30.000

30.000

30.000

0

0

0

                   

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

3.803.555

5.958.223

7.045.143

7.767.216

10.776.763

11.379.523

11.345.063

                   
 

Subsidies

88.693

138.442

160.389

165.065

117.080

116.694

116.075

   

Zorg merkbaar beter maken

47.898

79.092

74.933

56.664

55.205

57.054

55.235

   

Kennis, informatie en innovatiebeleid

10.804

16.851

40.924

62.609

14.871

14.036

14.036

   

Palliatieve zorg en ondersteuning

29.991

42.499

44.532

45.792

47.004

45.604

46.804

                   
 

Bekostiging

3.602.000

5.660.000

6.741.800

7.523.600

10.581.200

11.185.100

11.242.400

   

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

3.602.000

3.710.000

3.691.000

3.823.600

3.881.200

3.935.100

3.992.400

   

Bijdrage Wlz

0

1.950.000

3.050.000

3.700.000

6.700.000

7.250.000

7.250.000

                   
 

Opdrachten

7.064

32.912

19.472

4.819

6.441

6.389

6.184

   

Zorgdragen voor langdurige zorg

7.064

32.912

19.472

4.819

6.441

6.389

6.184

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

105.798

126.869

123.482

73.732

72.042

71.340

70.404

   

Uitvoeringskosten Sociale Verzekerings Bank

40.098

45.179

34.306

2.114

936

936

0

   

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

65.700

81.690

89.176

71.618

71.106

70.404

70.404

                   

Ontvangsten

5.694

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

   

Overige

5.694

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van € 230,4 miljoen is 90% juridisch verplicht. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van € 6,8 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK).

Opdrachten

Van het beschikbare budget van € 121,2 miljoen is 80% reeds juridisch verplicht. Het betreft met name bovenregionaal gehandicaptenvervoer van circa € 63,7 miljoen.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget van € 136,3 miljoen is 100% reeds juridisch verplicht. Het betreft met name de bijdrage aan het CIZ en aan de SVB.

E. Toelichting op de instrumenten

1. Participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare groepen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2018 (percentages)

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2018 (percentages)

Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008–2018

Bovenstaand kengetal geeft inzicht in de participatie van mensen met beperkingen, ouderen en de algemene bevolking op negen deelgebieden in 2018 op basis van de Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008–2018. Het overkoepelende beeld dat uit deze figuur naar voren komt is in 2018 hetzelfde als in de jaren ervoor: op alle deelgebieden van participatie zijn verschillen tussen mensen met beperkingen en de algemene bevolking. Vooral op het gebied van betaald werk zijn de verschillen groot. Over het algemeen kunnen we de volgende verschillen tussen de doelgroepen waarnemen. De participatie van mensen met een lichamelijke beperking en van mensen met een verstandelijke beperking is op alle gebieden lager dan in de algemene bevolking. De participatie van ouderen (≥65 jaar) is vergelijkbaar met die van de algemene bevolking (met uitzondering van betaald werk en opleiding, deze deelgebieden worden niet gerapporteerd voor ouderen).

Subsidies

In de begroting 2019 is er onder subsidies een uitsplitsing gemaakt naar instellingen, programma’s en doelen. In de begroting 2020 wordt er in de budgettaire tabel een uitsplitsing gemaakt naar vier meer algemene posten, waaruit het doel van de subsidie blijkt.

Toegang tot zorg en ondersteuning

Deze post is in de begroting 2020 samengevoegd uit drie posten in de begroting 2019, namelijk onafhankelijke cliëntondersteuning, gratis VOG en de Landelijke Luisterlijn (voorheen: dove tolkvoorziening en luisterend oor).

In juli 2018 is de aanpak cliëntondersteuning 2018–2021 naar de Tweede Kamer gestuurd (TK 31 476, nr. 22). De aanpak richt zich via verschillende activiteiten op de volgende opgaven (a) meer inzicht krijgen in de behoefte naar cliëntondersteuning, (b) het dichtbij «de toegang» organiseren van cliëntondersteuning, (b) het beter bekend maken onder cliënten en professionals van dit gratis recht, (d) het bevorderen van kwaliteit en deskundigheid van de ondersteuning, in bijzonder waar het gaat om specifieke groepen nog beter te bedienen. Hiervoor is in 2020 € 12,2 miljoen beschikbaar.

Voor het verstrekken van een gratis VOG is in 2020 is voor subsidies € 1,5 miljoen beschikbaar. In het regeerakkoord is als ambitie opgenomen dat alle vrijwilligers, die werken met mensen in een afhankelijkheidssituatie, gratis een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen aanvragen. Vrijwilligers die werken met kwetsbare mensen kunnen in aanmerking komen voor een kosteloze VOG-aanvraag. De organisatie waar zij werkzaam zijn dient dan te beschikken over een actief en gedegen preventie- en integriteitsbeleid. Organisaties kunnen zich voor de regeling Gratis VOG voor vrijwilligers aanmelden via de website www.gratisvog.nl. Op deze website staat tevens een beschrijving van (andere) voorwaarden en toelatingscriteria. De koepelorganisaties NOV, NOC*NSF en CIO hebben een actieve rol bij de uitvoering van de regeling en bij het informeren en activeren van hun achterban.

Het doel van de Landelijke Luisterlijn is dat personen in 2020 op ieder moment van de dag kosteloos en anoniem een telefonisch of elektronisch gesprek kunnen voeren over hun persoonlijke situatie en daarover advies kunnen krijgen. Dit betekent een centralisering van de functie een luisterend oor. De Landelijke Luisterlijn voert de functie van het luisterend oor in Nederland al geruime tijd uit. In 2020 is € 5 miljoen beschikbaar ten behoeve van de financiering van de Landelijke luisterlijn.

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

In deze post in de begroting 2020 zijn vier posten uit de begroting 2019 samengenomen, dit zijn: Mezzo, brede aanpak LVB, daklozen en zwerfjongeren, Stimulering e-health thuis en opvang mensenhandel.

MantelzorgNL ontvangt in 2020 instellingssubsidie vanwege hun kennis en activiteiten gericht op het versterken en verlichten van mantelzorgers en vrijwilligers (€ 2,4 miljoen). In het Regeerakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor mensen met een lichtverstandelijke beperking (LVB) die steeds moeilijker aansluiting vinden in onze samenleving. De resultaten van het Interdepartementaal beleidsonderzoek «Mensen met een LVB» komen eind 2019 beschikbaar met een kabinetsreactie. In dit onderzoek is levensbreed gekeken naar de ondersteuning van mensen met een LVB. Mensen met een LVB waren betrokken bij het onderzoek. In de kabinetsreactie wordt duidelijk wat er voor 2020 wordt voorzien. De beschikbare middelen (€ 0,5 miljoen) zullen worden ingezet aan de hand van de kabinetsreactie. Met het actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren (TK 29 325, nr. 97) wordt in de periode 2020–2021 extra ingezet op een forse vermindering van het huidige aantal dak- en thuisloze jongeren en op voorkoming van nieuwe instroom. Voor subsidies is € 1,4 miljoen beschikbaar.

De nieuwe Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) geeft in 2020 een impuls aan de opschaling en borging van e-health-toepassingen die mensen thuis ondersteuning en zorg bieden. Het gaat hierbij om digitale toepassingen die de kwaliteit van leven van mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag verbeteren, die door de cliënt (of door zijn naasten) kan worden bediend dan wel (deels) in zijn directe omgeving wordt geplaatst. De ambitie van VWS is dat cliënten mede door het beschikbaar zijn en gebruik van e-health langer thuis kunnen blijven wonen. In 2020 is € 19,2 miljoen beschikbaar.

Inclusieve samenleving

Onder de post vallen in de begroting 2020 het programma onbeperkt meedoen en waardig ouder worden uit de begroting 2019. Voor het programma onbeperkt meedoen is in 2020 € 5 miljoen beschikbaar voor subsidies en opdrachten. Het Programma Eén tegen eenzaamheid en het Programma Langer thuis is in 2020 € 26,5 miljoen beschikbaar voor subsidies en opdrachten.

Kennis, informatie en innovatiebeleid

In deze post in de begroting 2020 zijn twee posten uit de begroting 2019 samengenomen namelijk: Movisie en sociale werkplaatsen.

Het kennisinstituut Movisie ontvangt in 2020 € 7,6 miljoen subsidie voor het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis voor de ondersteuning van gemeenten en instellingen ten behoeve van een adequate uitvoering van de Wmo 2015 en aanpalende terreinen. In 2020 worden de Werkplaatsen Sociaal Domein voor € 2,6 miljoen gesubsidieerd. Dit zijn regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten, instellingen, hogescholen en cliëntorganisaties, met als doel een goed functionerend en vraag gestuurd regionaal kennisnetwerk sociaal domein, waarin wordt gewerkt op basis van een door de betrokken partijen gedragen meerjarige kennisagenda. Het programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein richt zich op de ambitie om de praktijk van de inkoop beter aan te laten sluiten bij de aard van het sociale domein en de praktijk van de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Daartoe is met gemeenten en aanbieders een ondersteuningsprogramma van en voor gemeenten en aanbieders ingericht. Daarnaast wordt gezocht naar meer ruimte op Europees niveau. Over de aanpak is uw Kamer op 24 januari 2019 geïnformeerd (TK 34 477, nr. 54). Voor dit meerjarige programma (2019–2021) is in 2020 € 3,9 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen gebruik maken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi (€ 63,7 miljoen in 2020). Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaand overzicht).

Valys indexcijfers

Valys indexcijfers

Bron en toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2018, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Toegang tot zorg en ondersteuning

Voor het verstrekken van een gratis VOG is in 2020 is voor opdrachten € 7 miljoen beschikbaar. In het Regeerakkoord staat als ambitie opgenomen dat alle vrijwilligers, die werken met mensen in een afhankelijkheidssituatie, gratis een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen aanvragen. Vrijwilligers die werken met kwetsbare mensen kunnen in aanmerking komen voor een kosteloze VOG-aanvraag. De organisatie waar zij werkzaam zijn dient dan te beschikken over een actief en gedegen preventie- en integriteitsbeleid. Organisaties kunnen zich voor de regeling Gratis VOG voor vrijwilligers aanmelden via de website www.gratisvog.nl. Op deze website staat tevens een beschrijving van (andere) voorwaarden en toelatingscriteria. De koepelorganisaties NOV, NOC*NSF en CIO hebben een actieve rol bij de uitvoering van de regeling en bij het informeren en activeren van hun achterban.

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

Met het actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren (TK 29 325, nr. 97) wordt in de periode 2020–2021 extra ingezet op een forse vermindering van het huidige aantal dak- en thuisloze jongeren en op voorkoming van nieuwe instroom. Voor opdrachten is € 1,6 miljoen beschikbaar. Tevens is voor de opvang van slachtoffers van mensenhandel in 2020 € 1 miljoen beschikbaar.

Inclusieve samenleving

Onder de post vallen in de begroting 2020 het programma onbeperkt meedoen en waardig ouder worden uit de begroting 2019. Voor het programma onbeperkt meedoen is in 2020 € 5 miljoen beschikbaar voor subsidies en opdrachten. Voor het programma Eén tegen eenzaamheid en het programma Langer thuis is in 2020 € 26,5 miljoen beschikbaar voor subsidies en opdrachten.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Doventolkvoorziening

De tolkvoorziening voor mensen met een auditieve beperking wordt in het leefdomein geregeld door Tolkcontact. Mensen met een auditieve beperking hebben recht op 30 uur tolk in het leefdomein per jaar, voor bijvoorbeeld begrafenissen of doktersbezoek. Aanvullend kunnen meeruren worden aangevraagd. Voor mensen die daarbij ook een visuele beperking hebben, geldt het recht op 168 uur per jaar. Het UWV is aangewezen als uitvoerder van de voorziening. In 2020 is voor de doventolkvoorziening € 12,8 miljoen beschikbaar.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Stimuleringsregeling wonen en zorg

Om nieuwe woonzorginitiatieven te ontwikkelen kan gebruik gemaakt worden van de stimuleringsregeling wonen en zorg, speciaal voor vernieuwende huisvesting. Hiervoor is in 2020 € 30 miljoen beschikbaar. In de begroting 2019 was dit nog opgenomen als subsidie bij de woonzorgarrangementen.

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

In de begroting 2019 is er onder subsidies een uitsplitsing gemaakt naar instellingen, programma’s en doelen. In de begroting 2020 wordt er in de budgettaire tabel een uitsplitsing gemaakt naar 3 algemenere posten, waaruit het doel van de subsidie blijkt.

Zorg merkbaar beter maken

Kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening die 24 uur per dag zorg en toezicht nodig hebben, krijgen dat op basis van de Wet langdurige zorg. Het CIZ bepaalt door middel van een indicatiestelling of iemand recht heeft op zorg. Op het moment dat mensen een indicatie voor langdurige zorg hebben is het belangrijk dat deze zorg van hoge kwaliteit is. Het kabinet streeft er naar deze zorg merkbaar beter te maken. Hiervoor is in totaal € 74,9 miljoen beschikbaar. De speerpunten zijn de ouderenzorg en gehandicaptenzorg.

Voor ouderen (samen met hun naasten) die naar een verpleeghuis verhuizen, is het belangrijk dat zij weten wat ze van een verpleeghuis mogen verwachten. Er moet meer tijd en aandacht voor de bewoners zijn, er moeten voldoende gemotiveerde en deskundige zorgverleners op de vloer werken, die blijvend leren, verbeteren en innoveren. Het Zorginstituut Nederland heeft in 2017 voor dit doel het kwaliteitskader verpleeghuiszorg opgesteld. Om de verpleeghuizen te ondersteunen bij de implementatie hiervan is in april 2018 het programma Thuis in het Verpleeghuis – Waardigheid en Trots op elke locatie gepresenteerd. Hiervoor is € 35,9 miljoen beschikbaar.

Voor mensen met een beperking en een intensieve zorgvraag (en hun naasten) is het extra belangrijk dat de zorg van hoge kwaliteit is. Hun gevoel van afhankelijkheid zal door goede zorg verminderen en ze zullen meer kwaliteit van leven ervaren. Ter verbetering van deze zorg is in 2018 het programma Volwaardig Leven opgesteld. Hiervoor is in 2020 € 18,2 miljoen beschikbaar. Voor expertise over ernstig probleemgedrag kunnen zorgverleners terecht bij het CCE. Zij richt zich op de meest complexe zorgvragen bij deze groep, waarbij de zorgverleners vastlopen en de kwaliteit van bestaan van de cliënt ernstig onder druk staat. Met deze expertise krijgen zorgaanbieders meer zicht hoe ze probleemgedrag kunnen voorkomen. Hier is € 12,6 miljoen voor beschikbaar.

Daarnaast wordt onder andere ingezet op dementie, antibioticaresistentie, het terugdringen van de administratieve lasten, hersenletselteams en de inzet van vrijwillige mentoren bij kwetsbare cliënten (totaal € 8,2 miljoen).

Kennis, informatie en innovatiebeleid

Kennis, informatie en innovatiebeleid moet uiteindelijk leiden tot juiste, passende en efficiënte zorg. In 2020 is hiervoor € 37,6 miljoen beschikbaar. Het doel is om de kwaliteit van de geboden zorg te verbeteren door continu het kennisniveau bij zorgverleners en cliënten te vergroten. Tevens investeert het kabinet in wetenschappelijk onderzoek in langdurige zorg. ZonMw ontvangt hiervoor jaarlijks een bijdrage. Deze financieringsstroom loopt via artikel 1.

Digitale gegevensuitwisseling tussen cliënt en zorgprofessional, zorgprofessionals onderling moet veilig en eenduidig plaatsvinden. Mensen moeten er op kunnen vertrouwen dat partijen in de zorgketen zorgvuldig omgaan met hun gegevens. Om dit te kunnen realiseren, moeten zorginstellingen hun ICT-infrastructuur en de technologie van hun systemen aanpassen. InZicht is de stimuleringsregeling uit het kennis, informatie en innovatiebeleid die dit mogelijk maakt voor de langdurige zorg. Hiervoor is in 2020 € 26,4 miljoen beschikbaar.

Palliatieve zorg en ondersteuning

Voor mensen die door ziekte en kwetsbaarheid in hun laatste levensfase verkeren is palliatieve zorg voorhanden. Deze zorg is gericht op de verlichting en het verzachten van de ervaren pijn, psychische hulp of thuiszorg. Het kabinet ondersteunt vrijwilligers en netwerken die deze zorg verlenen met subsidie. Voor mensen die in deze fase ook behoefte hebben aan geestelijke verzorging is in 2020 extra ondersteuning beschikbaar. In totaal is in 2020 € 44,5 miljoen beschikbaar voor deze onderdelen.

Bekostiging

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001. Bij die belastingherziening werden aftrekposten (die de heffing drukte over de hoogste schijf waaronder een belastingplichtige viel) omgezet in heffingskortingen (die bij iedereen neerslaan in de eerste schijf). Hierdoor hebben personen met hoge inkomens geen voordeel boven personen met lage inkomens. Het gevolg hiervan was dat de opbrengst van de premies volksverzekeringen daalde en de opbrengst van de belasting steeg. De BIKK is een rijksbijdrage die het Wlz fonds (en het AOW-fonds en het ANW-fonds) compenseert voor deze systematiekverandering. De raming voor 2020 bedraagt circa € 3,7 miljard.

Bijdrage Wlz

Met ingang van 2019 wordt het (verwachte) negatieve saldo van het Fonds Langdurige Zorg (FLZ) jaarlijks weggewerkt door een even grote Rijksbijdrage Wlz in het fonds te storten. Een negatief saldo roept het onbedoelde en onjuiste beeld op dat er onvoldoende budget is om zorg te leveren. De Rijksbijdrage heeft een puur administratief karakter en dus geen materiële betekenis. De raming voor 2020 bedraagt € 3,1 miljard en loopt in latere jaren op vanwege de oploop van de Wlz-uitgaven, waar slechts een kleinere toename van de overige Wlz-ontvangsten tegenover staat. Zie voorts paragraaf 4.3.2 van het Financieel Beeld Zorg over de financiering van de Wet Langdurige Zorg.

Opdrachten

Zorgdragen voor langdurige zorg

De naam van deze post is gewijzigd. In de begroting 2019 was dit de post overig.

Voor opdrachten is in 2020 € 19,5 miljoen beschikbaar. Hieronder vallen onder meer kosten voor de eerdergenoemde programma’s, Volwaardig Leven en de stimuleringsregeling InZicht.

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

De toegang tot de zorg moet goed en onafhankelijk georganiseerd zijn. Het CIZ heeft de opdracht om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor deze zorg in de vorm van indicatiestelling. Het kabinet stelt € 89,2 miljoen beschikbaar voor deze taakuitvoering.

Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank

Dit betreft € 26,2 miljoen die in mindering is gebracht op het gemeentefonds voor de bekostiging van de SVB voor de uitvoeringskosten van de pgb-trekkingsrecht voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet tezamen, voor uitvoering van het trekkingsrecht voor het Zvw-domein is € 1,8 miljoen beschikbaar. Daarnaast bedragen de ontwikkelkosten van het Financieel Domein als onderdeel van het PGB2.0-systeem € 6,3 miljoen.

Artikel 4 Zorgbreed beleid

A. Algemene doelstelling

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel verder te optimaliseren zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger gewaarborgd blijft.