Het feit dat steeds meer landbouwgrond in Derde Wereldlanden in handen komt van internationale investeerders |
|
Sjoera Dikkers (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het rapport Land and Power van Oxfam Novib waarin deze organisatie rapporteert over de mondiale strijd om vruchtbare landbouwgrond en de gevolgen die dit heeft voor de lokale bevolking?1
Ja.
Wat is uw reactie op de onderzoeksgegevens, waaruit blijkt dat sinds 2001 niet minder dan 227 miljoen hectaren land zijn verkocht of verpacht in grootschalige landverwerving en dat dit vooral ten goede is gekomen aan internationale investeerders?
Ik deel de zorgen die Oxfam naar voren heeft gebracht in het rapport Land and Power en herken dat de mondiale strijd om vruchtbare landbouwgrond en de groeiende wereldwijde handel daarin vaak ten koste van de arme, lokale bevolking gaat. Gevallen waarbij de lokale bevolking zonder enig overleg hun huizen en broodwinning verliezen – soms met geweld – zonder dat daar enige compensatie tegenover staat komen inderdaad nog te vaak voor. Het gaat daarbij niet alleen om relatief machtige internationale investeerders maar ook om binnenlandse landdeals die mogelijk nog schimmiger, onevenwichtiger en nadeliger uitpakken voor de lokale bevolking; de titel Land and Power past dus goed. Tegelijkertijd bevestigt het onderzoek het belang en de mogelijkheden die investeringen in lokale landbouwontwikkeling onder bepaalde voorwaarden kunnen bieden. Immers, de stijgende mondiale vraag naar landbouwproducten biedt kansen voor vergroting van de economische zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden. Slim gebruik maken van buitenlandse kennis en investeringen is daarbij essentieel. Mijn beleid op het gebied van voedselzekerheid, dat u binnenkort in een brief zal worden aangeboden, speelt daar op in.
Deelt u de mening dat het wenselijk is om meer openheid en inzicht te krijgen in harde cijfers van deze landovereenkomsten, bijvoorbeeld door het Land Matrix Partnership? Indien ja, bent u bereid om dit uit te dragen? Op welke wijze wenst u dit te doen? Zo nee, waarom niet?
Ja. Hoewel ruimtelijk beleid en landrechten tot de verantwoordelijkheid en soevereiniteit behoren van landen zelf, vind ik internationale aandacht voor structurele maatregelen die genomen dienen te worden om landgrabbing tegen te gaan zeker op zijn plaats. Dit is dan ook een belangrijk onderdeel van de Nederlandse inzet op internationale samenwerking.
Nederland is al ruim 7 jaar actief in de ondersteuning van de International Land Coalition (ILC) welke 2 jaar terug begonnen is met verdere verdieping en onderzoek naar de oorzaken en omvang van grootschalige landdeals. Oxfam, sinds 2011 ook lid van de International Land Coalition, heeft bij de verdere ontwikkeling van de Land Matrix Partnership een belangrijke rol gespeeld en daarbij zeer transparant met onder meer de Minister van Buitenlandse Zaken (BZ) en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) samengewerkt. Naast de ILC heeft BZ ook ondersteuning gegeven aan de internationale NGO GRAIN, die als eerste organisatie in 2008 de noodklok luidde over landgrabbing.
Deelt u de mening dat de lokale bevolking gesteund moet worden om haar landrechten op te eisen? Zo ja, op welke wijze bent u van plan om dit op te nemen in het Nederlands ontwikkelingssamenwerkingbeleid? Zo nee, waarom niet?
Ja. Nederland zet zich al jaren concreet in om in bepaalde ontwikkelingslanden de lokale bevolking te helpen om landrechten te krijgen dan wel op te eisen. De onder vraag 3 genoemde ILC en GRAIN richten zich specifiek op het bevorderen van rechtszekerheid over, en toegang tot land voor de lokale bevolking. Daarnaast zijn verschillende Nederlandse ambassades met lokale en internationale partners actief bij het tot stand komen en uitvoeren van wet- en regelgeving rond land. In landen als Mozambique, Uganda, Rwanda, Bolivia en Burundi ondersteunt Nederland daartoe bijvoorbeeld het opleiden van zogenaamde paralegals, (districts)magistraten, aanklagers, burgemeesters, politiefunctionarissen, NGO staf en vrouwen- en boerenorganisaties. Ook het beschikbaar maken van kadastrering voor lokale gemeenschappen wordt met Nederlandse ondersteuning in deze landen uitgevoerd. Daarnaast zetten Nederlandse ambassades in op het bevorderen van de verbanden tussen betere land(gebruiks)rechten en voedselzekerheid voor de arme lokale bevolking.
Ook in de geactualiseerde mensenrechtenstrategie, «Verantwoordelijk voor vrijheid», die begin april 2011 de Kamer is toegekomen, is aangegeven dat respect voor mensenrechten en rechtsstaat belangrijke voorwaarden zijn voor economische groei in ontwikkelingslanden. Bij het vergroten van toegang tot global public goods, zoals kennis, een schoon milieu, duurzame energievoorziening, werkgelegenheid, veiligheid en eigendomsrechten, zal Nederland steeds óók opereren vanuit een mensenrechtenperspectief en daarbij bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van eigendoms- en landrechten.
Al met al heeft BZ in de afgelopen 4 jaar in ten minste 15 ontwikkelingslanden bijna € 70 miljoen besteed aan het verbeteren van velerlei aspecten van land governance. Dit heeft onder meer geleid tot minder conflicten rond land, land(gebruiks)rechten voor vrouwen, betere wet- en regelgeving, duurzaam landgebruik en beter beheer van natuurlijke hulpbronnen.
Bent u bereid Nederlandse bedrijven, banken en pensioenfondsen aan te sporen om iedere betrokkenheid bij landdeals te laten toetsen volgens de OESO-richtlijnen? Indien ja, op welke wijze gaat u dat doen? Indien nee, waarom niet?
De regering verwacht van alle Nederlandse bedrijven, inclusief banken en pensioenfondsen, dat zij zich houden aan de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. De OESO-richtlijnen zijn vrijwillig voor bedrijven en kunnen niet door overheden of rechtbanken worden afgedwongen. Het Nationaal Contactpunt (NCP) is verantwoordelijk voor de bevordering van de naleving van de OESO-richtlijnen.
Hiertoe draagt het NCP de OESO-richtlijnen actief uit en spoort bedrijven aan deze te implementeren. Zij biedt hiertoe verschillende instrumenten aan via MVO Nederland, zoals ketenscan, ketensimulator, stappenplan verantwoord inkopen, MVO landentoolkits en de MVO navigator waar gedragscode per sector te vinden zijn.
De OESO-richtlijnen zijn recentelijk herzien. Een belangrijk element van deze herziene OESO-richtlijnen is het concept van zorgplicht (due diligence). Dit houdt in dat van bedrijven wordt verwacht dat zij zich binnen hun mogelijkheden vergewissen van de mogelijke en daadwerkelijke negatieve impact van hun activiteiten op mensenrechten, ook in hun keten, en indien nodig gepaste stappen ondernemen. Essentieel is dat bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor de praktische invulling van deze zorgplicht, en voor het verkrijgen van maatschappelijke acceptatie voor hun beleid. Dit houdt in dat bedrijven om verantwoording kunnen worden gevraagd over hun handelen, zo niet rechtstreeks dan wel door middel van een melding bij het Nationaal Contactpunt (NCP).
Hieronder vallen de gevolgen die aan landdeals verbonden zijn. In hoeverre Nederlandse bedrijven, banken en pensioenfondsen op dit specifieke punt daadwerkelijk meer hulp hierbij willen en kunnen gebruiken wordt op dit moment in kaart gebracht.
Kunt u garanderen dat de diverse subsidie- en kredietinstrumenten (waaronder FMO, PSI, IDH en ORIO), waar bedrijven een beroep op doen voor landbouwinvesteringen in ontwikkelingslanden, de beschreven praktijken uit het rapport niet steunen?
Indien bedrijven financiering van de overheid aanvragen in het kader van het buitenlandinstrumentarium, dienen zij de OESO-richtlijnen te onderschrijven. Nederlandse uitvoerders van de PSD-instrumenten vragen van te voren aan bedrijven een verklaring te ondertekenen dat zij bekend zijn met en zich zullen houden aan de OESO-richtlijnen. Dit betreft een inspanningsverplichting. Monitoring op MVO aspecten is onderdeel van reguliere monitoring via rapportages en projectbezoeken. De uitvoerders houden hierbij rekening met landenspecifieke risico’s op het gebied van mensenrechten, zoals mogelijk kwesties bij landdeals indien van toepassing.
De FMO gebruikt voor het beoordelen van de financieringsaanvragen en de monitoring de zogenaamde Performance Standards van de Wereldbank/IFC. Deze zijn explicieter dan de OESO-richtlijnen, zeker ook waar het over bedrijfsinvesteringen in land gaat.
De website zorgtoeslag.nl |
|
Pierre Heijnen (PvdA), Ed Groot (PvdA) |
|
Frans Weekers (staatssecretaris financiën) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de website www.zorgtoeslag.nl waarop bemiddelingskosten worden gevraagd voor het aanvragen van zorgtoeslag bij de Belastingdienst?
Ja.
Volgens de op de website gepubliceerde gegevens is de website onderdeel van de maatschap JSKS Administratie & Fiscaal Advies. Deze onderneming levert deels gratis, deels tegen betaling diensten op het gebied van het aanvragen van zorg- en huurtoeslag alsmede het verzorgen van de belastingaangifte.
Deelt u de mening dat aanbieders van websites die geld proberen te verdienen aan diensten die kosteloos door de overheid worden aangeboden, streng aangepakt zouden moeten worden?
De diensten die worden aangeboden komen overeen met de diensten die belastingadviseurs aanbieden, zoals bijvoorbeeld het verzorgen van de aangifte inkomstenbelasting tegen betaling.
Indien er sprake is van misleidende mededelingen ben ik met u van mening dat ik zou moeten optreden. Echter uit de analyse van de website blijkt dat op dit moment transparant melding wordt gemaakt van de aard van de aangeboden diensten en de daarvoor verschuldigde kosten.
Daarnaast hebben de vertegenwoordigers van deze website aangegeven dat gebruikers van hun diensten hun aanvraag binnen een week zonder kosten kunnen annuleren.
Is er een wettelijk kader om aanbieders van websites die op deze manier misbruik maken van overheidsdiensten aan te pakken?
Ja. Er is een wettelijk kader.
Zo nee, bent u van plan snel actie te ondernemen om dit soort websites aan te kunnen pakken?
Indien, als eerder aangegeven, sprake is van misleiding of het creëren van verwarring, is er een wettelijk kader om dit aan te pakken. In het verleden is er een enkele keer ten aanzien van websites op het gebied van de belastingen melding geweest van het veroorzaken van verwarring waarbij belastingplichtigen naar mijn mening mogelijk gedupeerd hadden kunnen worden. In die gevallen heb ik dan ook direct maatregelen genomen met als resultaat dat de websites zijn aangepast, zelfs zonder de stap naar de rechter te hoeven maken.
We zijn alert en zullen dat blijven zowel op het gebied van de belastingen als de toeslagen.
Deelt u de mening dat de genoemde website dezelfde stijl als de Belastingdienst gebruikt en daarmee de Belastingdienst na-aapt? Bent u met ons van mening dat dit misleidend is en daarom voorkomen zou moeten worden? Zo ja, welke mogelijkheden heeft de Belastingdienst?
Neen, we hebben, als eerder opgemerkt, de website laten analyseren en komen -met de landsadvocaat- tot de conclusie dat de website zich op dit moment voor wat betreft vormgeving, kleurgebruik en lettertype voldoende onderscheidt van onze eigen website www.toeslagen.nl. Wij komen dan ook tot de conclusie dat de website niet beoogt onze website te imiteren.
Ten aanzien van de naamgeving merk ik als laatste op dat deze naar mijn mening geen direct gevaar voor verwarring bij burgers oplevert. Illustratief in dit verband vind ik het bestaan van de vele websites op het gebied van de belastingen die, naar mij bekend, in het verleden geen problemen voor onze belastingplichtigen hebben opgeleverd. Overigens is door JSKS toegezegd, dat zij de homepage van hun site zodanig zullen aanpassen dat al direct duidelijk wordt dat het om een site van een commerciële dienstverlener gaat.
Het bericht dat de diensten van SOS Arts mogen beginnen |
|
Karen Gerbrands (PVV) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Artsbezoek aan huis eenvoudiger»?1
Ja.
Wat is uw reactie op het besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dat de arts die «zorg op afstand» gaat leveren niet geregistreerd hoeft te staan als huisarts?
Allereerst wil ik opmerken dat de nieuwe beleidsregel van de NZa niet «zorg op afstand» wordt genoemd, maar «zorg op afroep van de patiënt».
De Wet Marktordening Gezondheidszorg stelt geen beperkingen aan personen door wie zorg geleverd mag worden. Wie de zorg mag leveren wordt bepaald door de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De NZa kiest er voor op te nemen dat het moet gaan om een arts die is ingeschreven in het register van de Wet BIG. Daarmee is het leveren van zorg op afroep niet beperkt tot alleen geregistreerde huisartsen. Voordeel hiervan is dat gebruik kan worden gemaakt van een groter potentieel aan artsen die ervaring hebben met huisartsgeneeskundige zorg dan wel spoedeisende zorg.
Vindt u dat een basisarts voldoende kennis en ervaring heeft om deze «zorg op afstand» te leveren?
De eisen die gesteld moeten worden aan de zorgaanbieder waar het gaat om kwaliteiten van de arts en de invulling van verantwoorde zorg, hangen af van de situatie waarin zorg op afroep van de patiënt wordt ingeroepen. Het gaat er om dat een zorgaanbieder zodanig invulling geeft (gaat geven) dat er wordt voldaan aan de voorwaarden van verantwoorde zorg in het kader van de kwaliteitswet. Deze verantwoorde zorg wordt in de praktijk ingevuld met (bestaande) veldnormen. De Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) houdt hier toezicht op.
Wat is de definitie van «zorg op afstand»? Hoe weet een patiënt welke zorg daaronder valt en welke niet?
Ik neem aan dat u de hier bedoelde «Zorg op afroep van de patiënt» bedoelt. Het betreft een vorm van zorg die op afroep van de patiënt in de eigen omgeving van de patiënt wordt geleverd. Van de aanbieder van deze zorg mag worden verwacht dat deze aan patiënten informatie verschaft over de concrete inhoud van de zorg en de kosten die daarvoor in rekening worden gebracht. Van de aanvrager van zorg op afroep mag bovendien worden verwacht dat die zich vooraf heeft georiënteerd.
Welke eisen worden er gesteld aan de arts die deze huisbezoeken gaat leveren? Hoe en door wie wordt dit gecontroleerd?
In de beleidsregel van de NZa staat opgenomen dat deze zorg wordt geleverd door zorgaanbieders die op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) staan ingeschreven als arts. Zie verder mijn antwoord op vragen 2 en 3. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) ziet toe op de kwaliteit van de zorg die geleverd wordt.
Deelt u de mening dat, gezien het feit dat er voor deze huisbezoeken door patiënten extra moet worden betaald, de kwaliteit van deze zorg gegarandeerd moet zijn?
Ja. Ik ben van mening dat voor alle zorg geldt dat deze van een verantwoord niveau moet zijn en derhalve van goede kwaliteit is. Dus ook de zorg geleverd door onder andere SOS-arts.
Het toepassen van de Wet kraken en leegstand |
|
Bas Jan van Bochove (CDA) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Hebt u kennisgenomen van de uitzending van Omroep Gelderland1 over het toepassen van de Wet kraken en leegstand2?
Ja.
Hebt u kennisgenomen van de uitkomst van de peiling onder de gemeente naar het gebruik van deze wet?
Ja.
Klopt het dat veel gemeenten aangeven geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot het maken van een leegstandsverordening? Zo ja, wat is uw oordeel over deze opstelling?
Wat betreft de gemeenten in de provincie Gelderland klopt dat. De in de Leegstandwet aangeboden instrumenten voor het voeren van een leegstandbeleid, zijn met name van belang voor gemeenten waar de leegstand een negatief effect heeft op de leefbaarheid. Dat is in de meerderheid van de Gelderse gemeenten niet het geval. Bovendien zijn er in voorkomende gevallen andere instrumenten dan die uit de Leegstandwet.
Geldt dit ook voor de zogenoemde studentensteden, zoals Wageningen en Nijmegen, waar men meer dan gemiddeld wordt geconfronteerd met kraken? Wat is uw oordeel daarover?
Wageningen geeft aan van andere instrumenten gebruik te maken om leegstand tegen te gaan. Nijmegen geeft aan de leegstand aldaar geen groot probleem te vinden. Dergelijke afwegingen zijn voorbehouden aan de lokale overheid.
Kunt u aangeven of de politie krakers mag aanspreken op een onrechtmatige daad en mag verzoeken om het pand te verlaten? Deelt u de mening dat de krakers zich ten eerste aan de wet hadden dienen te houden voordat ze huisvredebreuk pleegden?
Een ieder dient zich aan de wet te houden. Zowel huisvredebreuk als kraken zijn strafbaar gesteld als misdrijf. De politie kan verdachten van een strafbaar feit altijd aanspreken om de strafbare situatie op te heffen. Een aankondiging en effectuering van een strafrechtelijke ontruiming vereist evenwel een door de officier van justitie gegeven bevel. De politie is hiernaast uitvoerder van een door de rechter bevolen civiele ontruiming.
Is het ontbreken van een leegstandsverordening en/of het ontbreken van de toepassing van een verordening een breekpunt voor het Openbaar Ministerie om over te gaan tot ontruiming van een gekraakt pand?
Nee. Het Openbaar Ministerie is niet afhankelijk van een leegstandsverordening noch van meldingen van een gemeente om op te treden tegen kraken. Ook de eigenaar kan aangifte doen. Het Openbaar Ministerie beziet per geval of strafrechtelijke ontruiming van een kraakpand aangewezen is. Over de inzet van politie worden in de driehoek afspraken gemaakt.
Indien het noodzakelijk is dat er een leegstandsverordening is, bent u dan voornemens om gemeenten te wijzen op het ontbreken van een leegstandsverordening en aansporen deze verordening alsnog in te voeren?
Zie antwoord vraag 6.
De misstanden en de angstcultuur onder het personeel bij het COA |
|
Hans Spekman (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht over de angstcultuur onder het personeel van het COA?1
Welke signalen en aspecten waren u bekend over de problemen en de angstcultuur binnen het COA en onder het personeel van het COA?
Welke signalen en aspecten waren u bekend over het functioneren van de bestuursvoorzitter van het COA, en de onvrede die daarover bij directieleden en onder het personeel bestond?
Waarom is de Kamer niet eerder ingelicht over al deze problemen?
Hoe beoordeelt u het functioneren van de Raad van Toezicht (RvT) van het COA, in het bijzonder bij het toezien op deze problemen? Waarom heeft de RvT geen gehoor gegeven aan signalen die in haar richting zijn afgegeven?
Van hoeveel directieleden van het COA is de afgelopen 7 jaar de functie beëindigd?
Kunt u vanaf 2004 een overzicht geven van de kosten die zijn gemaakt vanwege het vertrek van de verschillende directeuren? Kunt u een overzicht geven van de totale beloning, inclusief bonussen en onkostenvergoedingen van de bestuursvoorzitter en de directeuren vanaf 2004? Wat zijn de totale kosten van de ingehuurde consultants door het COA sinds 2004? Waarom waren deze consultants noodzakelijk?
Voor het antwoord op uw vraag verwijs ik u naar het rapport van Commissie van onderzoek COA. In paragraaf 3.5 wordt ingegaan op de kosten die gepaard zijn gegaan met het vertrek van verschillende directeuren. In paragraaf 5.6 wordt ingegaan op de beloning van de directeuren. In paragraaf 5.3 en 5.4 wordt een compleet overzicht gegeven van de beloningen van de algemeen directeur sinds 2004. In paragraaf 3.7 komt de inhuur van externen aan de orde. Ten aanzien van de inhuur van derden concludeert de Commissie dat een beperkt aantal externen voor zeer lange tijd aan het COA verbonden was.
Wat zijn de totale kosten gemaakt voor overhead bij het COA sinds 2004?
Hoeveel klachten zijn er sinds 2004 bij de klachtencommissies, de vertrouwenspersonen en de RvT van het COA binnengekomen, die zien op de genoemde problematiek?
Wat is de kostprijs per jaar van een opvangplaats voor een asielzoeker? Waaruit is deze kostprijs precies opgebouwd?
Waarom hebben er het laatste jaar meer dan 3 000 plekken in AZC’s, 17% van het totaal, leeggestaan? Klopt het dat dit de gemeenschap zo’n 17 miljoen euro kost?
Welke overtredingen heeft de Arbeidsinspectie geconstateerd, in de brief van april jl. aan het COA?
Klopt het dat gemeenten de opvang van asielzoekers vele malen goedkoper zouden kunnen organiseren dan het COA doet?
Het bericht TNT baas krijgt 2,6 miljoen |
|
Jhim van Bemmel (PVV) |
|
Maxime Verhagen (minister economische zaken, viceminister-president ) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «TNT baas krijgt 2,6 miljoen»?1
Ja.
Deelt u de mening dat 2,6 miljoen euro buitenproportioneel is? Zo ja, wilt u TNT, of nu PostNL, publiekelijk hierop aanspreken?
Ik realiseer me terdege dat een beloning voor een individuele bestuurder van € 2,6 miljoen als zeer fors kan worden opgevat door werknemers en maatschappij. Een eventuele discussie hierover dient echter daar gevoerd te worden waar ook de besluitvorming over de beloning plaatsvindt: binnen de onderneming zelf. Het is de verantwoordelijkheid van de raad van commissarissen om de uitvoering van het beloningsbeleid af te stemmen op de geleverde prestaties van bestuurders, en daarbij aandacht te besteden aan het lange termijn belang van de onderneming en al haar stakeholders en de beloningsverhoudingen binnen de onderneming. De afwegingen voor het toekennen van een vertrekvergoeding moeten binnen de onderneming zelf worden gemaakt op basis van het door de aandeelhoudersvergadering vastgestelde beloningsbeleid, rekening houdend met de feiten en omstandigheden van het concrete geval.
Deelt u de mening dat deze vertrekpremie niet conform de code-Tabaksblat is?
De Nederlandse corporate governance code (de code) werkt volgens het principe «pas toe of leg uit». Dit betekent dat de code wordt nageleefd wanneer een onderneming de code toepast, of uitlegt waarom wordt afgeweken van de code. De code geeft in best practice bepaling II.2.8 aan dat een ontslag- of vertrekvergoeding maximaal 1 jaarsalaris mag bedragen (het «vaste» deel van de bezoldiging), en tijdens vertrek in de eerste zittingstermijn (4 jaar) maximaal 2 jaar salarissen, indien het maximum van 1 jaarsalaris kennelijk onredelijk is. Hiervan mag slechts met een goede motivering worden afgeweken. Uiteindelijk bepalen de aandeelhouders of zij genoegen nemen met een bepaalde uitleg die wordt gegeven als er wordt afgeweken van de code.
De raad van commissarissen heeft na de laatste algemene vergadering van aandeelhouders een persbericht uitgebracht waarin wordt aangegeven dat de voormalig bestuursvoorzitter van TNT in verband met zijn vertrek 2 jaarsalarissen meekrijgt.2 Het persbericht vermeldt tevens dat de heer Bakker een langdurig dienstverband heeft gehad waarvan 14 jaar als bestuurslid.
De uitleg die TNT geeft bij de naleving van bepaling II.2.8, voor zover ook betrekking op de vertrekvergoeding van de heer Bakker, zal te vinden zijn in het jaarverslag van volgend jaar over boekjaar 2011.
De Monitoring Commissie doet dit jaar speciaal onderzoek naar de kwaliteit van de gegeven uitleg bij niet-toepassing, onder andere ten aanzien van bepaling II.2.8.
De uitkomsten van dit onderzoek kunnen voor de Monitoring Commissie aanleiding zijn om individuele ondernemingen aan te spreken op de (niet-) naleving van de code.
Bij een contract van vóór de inwerkingtreding is het aan de onderneming en de bestuurder zelf of zij willen bewerkstelligen dat een contract zo wordt aangepast dat bij vertrek maximaal 1 jaarsalaris meegegeven wordt.
Bij bestuurdersbenoemingen van ná inwerkingtreding van de code wordt onderzocht welke afspraken zijn gemaakt over ontslagvergoedingen.
Ik wil benadrukken dat het kabinet van beursondernemingen verwacht dat zij de code naleven, en dus ook een afwijking van een bepaalde codebepaling goed motiveren.
Vindt u dat dit soort vertrekpremies goed aan banden kan worden gelegd door deze 100% te belasten om zo dit soort bedragen in de toekomst te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Het is, zoals ik hierboven aangeef, een beslissing geweest van de raad van commissarissen en de aandeelhouders om de voormalig bestuursvoorzitter van TNT deze vertrekvergoeding toe te kennen. Ik wijs erop dat de Wet op de loonbelasting 1964 sinds 1 januari 2009 een specifieke regeling kent die tot gevolg heeft dat onder voorwaarden over excessieve vertrekvergoedingen, toegekend door de werkgever in het jaar van vertrek, een heffing van 30% verschuldigd is. Deze heffing vindt plaats bij de werkgever. De werkgeversheffing vindt plaats naast, en dus niet in de plaats van, de normale inhouding van loonbelasting. Omdat het fiscale stelsel reeds een prikkel bevat die excessieve vertrekvergoedingen ontmoedigt, zie ik geen aanleiding om dit type vergoedingen extra te belasten.
Massale fraude |
|
Pieter Omtzigt (CDA) |
|
Frans Weekers (staatssecretaris financiën) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Makkelijker konden ze het niet maken»?1
Ja.
Hoeveel dossiers hadden op 19 september 2011 dossiercode 508888, ofwel het vermoeden van identiteitsfraude? Kunt u ook aangeven hoe dit aantal zich per maand ontwikkeld heeft van 1 januari 2011 tot 1 september 2011?
Tot nu toe zijn er ongeveer 2 000 dossiers met de code 508888. Deze code heeft ook betrekking op fraudegevallen waarbij een burger, wiens identiteitsgegevens ten onrechte worden gebruikt, zelf betrokken is. Hij heeft in dat geval zelf gegevens aan derden verstrekt, zoals zijn DigiD. Het gaat hierbij dus om een andere vorm van fraude dan waarover het NRC berichtte.
Welke alarmsignalen zijn binnen de Belastingdienst/Toeslagen afgegaan bij deze massale fraude en waar hebben deze signalen toe geleid?
Eind 2010 werd duidelijk dat criminelen aanvragen deden met de identiteitsgegevens van derden die daar geen weet van hadden.
Om het hoofd te bieden aan deze ontwikkelingen is het toezicht verscherpt en is begin 2011 de antifraudebox in het leven geroepen die alle acties ter voorkoming en bestrijding van systeemfraude binnen de gehele Belastingdienst coördineert. Daarbij is o.a. te denken aan het in beeld brengen van verdachte burgerservicenummers en bankrekeningnummers. Ook is het toezicht bij de eerste aanvraag verscherpt. Aanvragen kinderopvangtoeslag met terugwerkende kracht bijv. worden vooraf getoetst.
Ook zijn er beheersmaatregelen getroffen die identiteitsfraude tegengaan, met name het proces rond het wijzigen van rekeningnummers is verscherpt en ook is het bij geen enkele toeslag meer mogelijk om met een andere DigiD, dan die van de rechthebbende te ondertekenen. Voor een uitgebreider overzicht verwijs ik naar de Fiscale Agenda2 en mijn brief van 15 september 2011 over toeslagfraude.
Voor hoeveel geld is er, naar uw schatting, in 2008, 2009, 2010 en 2011 gefraudeerd doordat toeslagen, voorlopige teruggaven en andere stortingen van de Belastingdienst op een rekeningnummer zijn gestort, dat niet toebehoorde aan degene die recht had op het geld?
In het huidige stelsel kan de rechthebbende elk rekeningnummer opgeven waarop uitbetaling moet plaatsvinden voor elke belastingteruggaaf en toeslag. In de praktijk leidt dat tot vergissingen en fraude. In het laatste geval gaat het om situaties waarin een fraudeur ervoor zorgt dat hij de rekening die de rechthebbende gebruikt wijzigt in een rekening waar de fraudeur de beschikking over heeft.
In antwoorden op Kamervragen3 is aangegeven dat de schatting van de schade als gevolg van de ontdekte systeemfraude inkomstenbelasting ca. € 45 miljoen was. Het overgrote deel van deze schade heeft betrekking op burgers die frauderen met hun eigen aangifte. De Belastingdienst schat het aandeel van de identiteitsfraude, waarbij burgers slachtoffer zijn van manipulatie van rekeningnummers door criminelen, op ongeveer 10%, € 4,5 miljoen. Dit bedrag wordt verhaald op de criminelen. De ervaringen in 2011 maken duidelijk dat het aandeel van de identiteitsfraude in de systeemfraude niet is gestegen. Het schadebedrag gaat omlaag omdat de Belastingdienst er steeds meer in slaagt om pogingen van fraude te onderkennen en uitbetalingen tegen te houden.
Ten aanzien van de identiteitsfraude bij toeslagen was eind 2010 sprake van een eerste fraudezaak die zodanig van omvang was dat ze voor strafrechtelijke vervolging in aanmerking kwam. Hierbij waren ongeveer 200 slachtoffers betrokken en een fraudebedrag van ca. € 1 miljoen. Hiervan kon € 0,7 miljoen worden tegengehouden. In 2011 gaat het tot nu toe om enkele grote strafzaken waarbij 2 500 slachtoffers betrokken zijn. Het fraudebedrag dat op deze zaken betrekking heeft bedraagt ca. € 3 miljoen, waarvan € 2,2 miljoen kon worden tegengehouden. Het gaat hier, anders dan bij de zogenoemde 508 888 dossiers (zie het antwoord op vraag 2), om zaken waarbij de slachtoffers niet wisten dat er met hun gegevens gefraudeerd werd en daar ook geen aanleiding toe hadden gegeven.
Daarnaast zijn er ook kleinere gevallen van identiteitsfraude. Concrete cijfermatige informatie daarover is niet beschikbaar, aangezien fraudegevallen die bestuurlijk worden afgehandeld niet worden onderverdeeld naar fraudesoort.
In 2011 zijn maatregelen genomen die het manipuleren met rekeningnummers tegengaan: elke wijziging van een rekeningnummer moet schriftelijk worden bevestigd. Het te wijzigen rekeningnummer wordt direct buiten werking gesteld en de betaling op de nieuwe rekening wordt pas gestart nadat de bevestigingsbrief ontvangen en verwerkt is. Hierdoor is de meest gangbare vorm van identiteitsfraude bij toeslagen en belastingaangiften niet meer mogelijk. Alleen het «hengelen» naar poststukken wordt hiermee nog niet ondervangen. Als het voorstel om te komen tot één rekeningnummer dat op naam van belanghebbende moet staan zal zijn gerealiseerd, zal ook deze vorm van identiteitsfraude onmogelijk zijn.
Herinnert u zicht uw antwoorden op Kamervragen2 dat «op grond van de wet is het mogelijk uitbetaling van een belastingteruggaaf of tegemoetkoming te doen plaats vinden op een bankrekening die op naam gesteld is van een derde. Daarvan wordt op grote schaal gebruik gemaakt. ......Wanneer per belastingplichtige in beginsel nog slechts één rekeningnummer in gebruik is, wordt het laten uitbetalen van een teruggaaf of toeslag op rekeningnummer van een derde onmogelijk.»? Wanneer gaat u het wettelijk onmogelijk maken om een toeslag op een andere dan een eigen rekening (of gecontroleerde derdenrekening) uit te betalen?
In het wetsontwerp Overige Fiscale Maatregelen 2012 is het voorstel opgenomen om voor het uitbetalen van belastingteruggaven en toeslagen nog slechts één rekening per belastingplichtige toe te staan die ook op naam van die belastingplichtige staat. Naar aanleiding van mijn voornemen heeft uw Kamer hier vragen over gesteld. Ik zal deze vragen spoedig beantwoorden, omdat pas met de implementatie van dit voorstel kan worden begonnen als er politiek draagvlak voor is. Om die reden is gekozen voor een datum die bij koninklijk besluit zal worden bepaald. Mijn streven is wel om deze maatregel in 2012 te realiseren.
Heeft u al overleg gehad met de banken, zodat zij een naam/nummer-controle kunnen uitvoeren? Zo nee, wanneer zult u dit overleg plannen?
In het Algemeen overleg van 15 juni 2011 heb ik aangegeven dat ik op dit vraagstuk terug zou komen wanneer het ene bankrekeningnummer in de wet regel. Ik heb toen ook aangegeven dat de naam-nummercontrole vervolgens niet een-op-een in 2012 geregeld kan worden. Daar moet eerst de technische mogelijkheden en de uitvoerbaarheid bij betrokken worden.
Hoe vaak is het rekeningnummer veranderd door een derde, zonder dat de betrokkene dat kon beïnvloeden en heeft de Belastingdienst/Toeslagen of de belastingtelefoon het advies gegeven: «wij doen één poging om deze persoon het geld vrijwillig te laten terugstorten. Wil hij of zij dat niet, dan krijgt u zijn of haar gegevens en dan kunt u via een civiele procedure het geld terug proberen te krijgen.»?
In bijna alle gevallen gaat het om situaties waarin het aan de rechthebbende te wijten is dat er op een verkeerde rekening is uitbetaald. Het gaat dan bijvoorbeeld om situaties waarbij de rechthebbende zelf een verkeerd rekeningnummer heeft doorgegeven. In dergelijke gevallen probeert de Belastingdienst, als service naar de rechthebbende, degene die de betaling ten onrechte heeft ontvangen te bewegen tot terugbetaling. Als dit niet lukt voorziet de Belastingdienst de rechthebbende van de nodige informatie, zodat die zelf actie kan ondernemen.
In die gevallen waarin het bankrekeningnummer is gewijzigd terwijl de rechthebbende daarvan niet op de hoogte was krijgt deze rechthebbende alsnog zijn teruggaaf of toeslag uitbetaald. Het gaat dan om situaties waarin gefraudeerd is, of waarbij het de Belastingdienst te wijten is dat er uitbetaald is op een verkeerd rekeningnummer. Uiteraard betreur ik het als een slachtoffer van fraude niet de goede boodschap krijgt.
De Belastingdienst heeft geen informatie over het aantal gevallen van het wijzigen van rekeningnummers zonder dat de rechthebbende daarvan afwist.
Klopt het dat de politie weigert om de aangifte op te nemen in deze gevallen?
Als er oplichting of verduistering is gepleegd, is er sprake van een vermoeden van een misdrijf waarvan aangifte kan worden gedaan bij de politie. De politie behoort een dergelijke aangifte op te nemen. Het is mogelijk dat niet duidelijk is of er sprake is van een vermoeden van een misdrijf en dat de politie zich daarom terughoudend opstelt. Om die reden heeft de Belastingdienst ook de mogelijkheid gecreëerd om aangifte te doen bij de balie van de Belastingdienst. De buitengewoon opsporingsambtenaren van de Belastingdienst zijn nl. ook bevoegd tot het opnemen van dergelijke aangiften van strafbare feiten.
Op welke wijze gaat u ervoor zorgen dan betrokkenen een oprecht excuus krijgen voor de gang van zaken bij de Belastingdienst en dat dit nooit, maar dan ook helemaal nooit, meer kan voorkomen?
Naar aanleiding van de fraudegevallen die in het nieuws zijn gekomen heeft de Belastingdienst de betreffende burgers, zijn excuses aangeboden.
Zoals ik in mijn brief van 15 september 2011 heb aangegeven is het – naast het voorkómen van fraude – zeer belangrijk om ook goede aandacht te hebben voor de slachtoffers van (pogingen tot) fraude. De betrokkenen weten niet altijd dat zij slachtoffer zijn van een poging tot fraude en ontvangen van de Belastingdienst voor hen onbegrijpelijke mededelingen. Het is dan een zeer verontrustende periode.
Bij de afhandeling van de fraudezaken is aan het licht gekomen dat het proces om slachtoffers te helpen verbeterd kan en moet worden. Daarom heeft Belastingdienst per direct een aantal maatregelen getroffen.
Burgers ten aanzien van wie duidelijk is dat zij slachtoffer zijn, worden door de Belastingdienst per brief geïnformeerd. In deze brief wordt aangegeven wat er is gebeurd en wat de Belastingdienst gaat doen om het te herstellen. Ook krijgen deze burgers een apart telefoonnummer waar zij naar toe kunnen bellen voor meer informatie.
Burgers die vermoeden dat er fraude met hun toeslagen wordt gepleegd kunnen daarvoor een apart fraudemeldpunt bellen. Op de internetpagina www.toeslagen.nl is dat meldpunt te vinden.
Verder kunnen burgers – zoals bij vraag 8 is aangegeven – zowel aangifte doen bij de politie als bij de Belastingdienst.
Tenslotte herstelt de Belastingdienst de ontstane schade. In het geval dat er invordering van de onterecht aangevraagde toeslagen wordt ingesteld bij het slachtoffer, wordt deze ongedaan gemaakt. In gevallen dat er een toeslag liep die is ontvreemd, krijgt het slachtoffer de misgelopen toeslag alsnog uitgekeerd. Het totaal van de ontstane schade wordt verhaald op de dader.
De arrestatie van dertig dissidenten in Cuba |
|
Frans Timmermans (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft het Cubaanse regime dertig dissidenten gearresteerd omdat deze van plan waren een demonstratie te organiseren?1
De afgelopen periode hebben verschillende kortstondige arrestaties van vreedzame activisten plaatsgevonden. Gevangenen worden vaak na enkele uren of dagen weer vrijgelaten.
Zo ja, bent u bereid hiertegen bilateraal en in EU verband onverwijld en duidelijk protest aan te tekenen bij de Cubaanse autoriteiten en de vrijlating van de dissidenten te bepleiten? Zo nee, waarom niet?
Ik heb de EU verzocht om in Havana te demarcheren, om de zorg van de EU over te brengen en op te roepen tot onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen.
Bent u bereid de aanscherping van EU-sancties te bepleiten indien Cuba geen gehoor wil geven aan dit pleidooi en de dissidenten niet vrijlaat? Zo nee, waarom niet?
De EU zal binnen afzienbare tijd haar gemeenschappelijke positie ten aanzien van Cuba evalueren. Daarbij zullen alle relevante ontwikkelingen, ook deze, worden meegenomen. Dan zal ook worden bezien of er reden is de betrekkingen met Cuba verder te beperken.
Fraude met DigiD |
|
Hero Brinkman (PVV), André Elissen (PVV) |
|
Frans Weekers (staatssecretaris financiën) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u de berichten «Honderden burgers zijn slachtoffer van DigiD-fraude»1 en «Minister Donner: weinig fraude met DigiD»2 ?
Ja.
Was de eerdere uitspraak dat er slechts sprake was van «enkele gevallen» een onzorgvuldige uitspraak? Zo nee, vindt u dat uitspraken van ministers over de omvang van veiligheidsproblemen gebaseerd moeten zijn op het aantal klagende burgers of de resultaten van een onderzoeksrapport?
Nee, er is nooit ontkend dat er sprake was van fraude met toeslagen. Er is in deze casus echter geen sprake van DigiD-fraude in de zin van het ontvreemden van DigiD’s van de rechthebbende (zie de antwoorden op vragen van uw Kamer van 4 augustus 2011). De hier bedoelde fraude, die ook in het AD artikel van begin augustus aan de orde kwam, heeft plaats kunnen vinden doordat de Belastingdienst – uit dienstverleningsoogpunt – niet controleerde of de DigiD bij de rechthebbende hoorde.
De Belastingdienst heeft dit inmiddels aangepast, de rechthebbende kan voortaan alleen voor zichzelf – met zijn eigen DigiD – een aanvraag doen. Verder verwijs ik u naar de antwoorden van de staatssecretaris van Financiën in zijn brief van 15 september 2011.
Wat is het precieze aantal fraudezaken dat is geconstateerd? Welke misdrijven zijn er naast fraude nog meer gepleegd met de verkregen gegevens? Wat is het totale schadebedrag? Verwacht u dat dit verder toe zal nemen? Indien u geen exacte cijfers kunt noemen, waarom kan dit niet en wanneer verwacht u wel exacte cijfers te kunnen noemen?
Zie het antwoord op vraag 2. Het betrof in casu toeslagfraude.
Dit laat onverlet dat het niet onmogelijk is een DigiD te ontvreemden (zie het antwoord op vragen van uw Kamer van 4 augustus en 9 mei 2011). Sinds de invoering van DigiD in 2005 zijn door de beheerder van DigiD enkele honderden DigiD’s onderzocht vanwege een vermoeden van DigiD-fraude. Daarnaast zijn bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten enkele tientallen gevallen van vermoeden van misbruik gemeld. Niet in alle gevallen is er ook daadwerkelijk sprake van misbruik. Wanneer er wèl meer aan de hand blijkt te zijn wordt een DigiD opgeheven. Dat is dit jaar acht maal gebeurd, zoals aan uw Kamer gemeld.
Worden er aanvullende maatregelen genomen om fraude met DigiD in de toekomst te voorkomen?
Er worden doorlopend maatregelen genomen om fraude met DigiD te voorkomen. Het tegengaan van fraude is een continue wedloop tussen het nemen van beveiligingsmaatregelen en fraudeurs. In dat kader onderzoek ik momenteel de wenselijkheid en haalbaarheid van de invoering van een geheel nieuw (hoger) zekerheidsniveau binnen DigiD, de zogeheten eID/eNIK. Op 17 februari 2011 heb ik de Tweede Kamer tijdens het Algemeen overleg Grote ICT projecten toegezegd rond de zomer een besluit te willen nemen over de invoering daarvan. Er is echter meer tijd nodig om tot een afgewogen oordeel te komen. Eén van de nog openstaande punten betreft de financiering. Graag informeer ik u daarover voor het einde van dit jaar verder.
Beschouwt u DigiD als een veilig systeem? Zo nee, waarom niet?
Ja. DigiD biedt proportionele beveiliging, door meerdere betrouwbaarheidsniveaus te bieden. Of het betrouwbaarheidsniveau van DigiD voldoende veilig is, hangt af van het doel en de elektronische dienst waarbij het wordt ingezet.
Overigens is dat steeds een afweging van de overheidsinstantie die de elektronische dienst aanbiedt. Binnen deze overheidsinstanties worden in de eigen processen, al naar gelang de belangen van de transacties of geconstateerde fraudemogelijkheden, ook eigen maatregelen genomen (bijvoorbeeld de notificatie op het GBA-adres bij donorregistratie; en de maatregelen van de staatssecretaris van Financiën in zijn brief van 15 september 2011).
Hoe beoordeelt u de uitspraken van de Nationale ombudsman dat «de overheid het probleem bij burgers neerlegt terwijl slachtoffers van DigiD-fraude niet goed worden geholpen» en dat «slachtoffers van het kastje naar de muur worden gestuurd en dat dienstverlening te traag zou verlopen»?
Om dat te voorkomen zijn verschillende maatregelen getroffen. Over de opvang van de slachtoffers van de toeslagfraude verwijs ik u naar de brief van de Staatssecretaris van Financiën over dat onderwerp van 15 september 2011.
Om te voorkomen dat verontruste burgers die misbruik van hun DigiD vermoeden van het kastje naar de muur gestuurd worden, krijgen zij één aanspreekpunt als zij contact opnemen met de DigiD-helpdesk. Met de Belastingdienst is ook afgesproken dat meldingen niet worden afgesloten, totdat vanuit beide kanten zeker is gesteld, dat deze daadwerkelijk zijn opgepakt.
In het algemeen kunnen mensen die slachtoffer zijn van identiteitsfraude – en er met de betrokken partijen niet uitkomen – terecht bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI), voor ondersteuning en advies.
Wat gaat u doen om slachtoffers van DigiD-fraude tegemoet te komen?
Zie het antwoord op vraag 6.
De betrokkenheid van het regime van de Islamitische Republiek Pakistan bij de recente terreuraanval op de Amerikaanse ambassade in Kabul |
|
Wim Kortenoeven (PVV), Marcial Hernandez (PVV) |
|
|
|
|
Kent u het artikel «U.S. links Pakistan to group it blames for Kabul attack»?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de Amerikaanse beschuldigingen?
Ik beschik niet over de precieze informatie waarop de uitspraken van Admiraal Mullen, toenmalig voorzitter van de Joint Chiefs of Staff, zijn gebaseerd. President Obama heeft in aanvulling op de uitspraken van Mullen aangegeven dat harde bewijzen voor een connectie tussen Pakistaanse veiligheidsdiensten en terroristische groeperingen ontbreken.
Hoe ziet u de Pakistaanse regering, nu deze ernstige beschuldigingen officieel door de Verenigde Staten zijn gedaan? Hebben de beschuldigingen ook invloed op de Nederlands-Pakistaanse relaties?
Berichten over mogelijke steun van Pakistaanse overheidsdiensten aan terroristische groepen neem ik uiterst serieus. Nederland beschouwt Pakistan evenwel nog steeds als een belangrijke partner in de strijd tegen het terrorisme.
De Pakistaanse regering heeft in 2009 en 2010 in de grensgebieden met Afghanistan grootschalige militaire acties uitgevoerd tegen terroristische organisaties die in Pakistan aanslagen plegen. Nederland blijft er net als andere bondgenoten bij de Pakistaanse regering op aandringen dat effectief wordt opgetreden tegen alle terroristische groeperingen die zich op Pakistaans grondgebied bevinden.
Hoe typeert u de veiligheidssituatie in Kabul met het oog op Nederlandse belangen aldaar?
De hoofdstad Kabul is voor de opstandelingen van specifiek belang, vooral vanwege zijn symbolische waarde als zetel van de centrale overheid en internationale vertegenwoordigingen. De recente aanslagen in Kabul, waaronder die op het Amerikaanse ambassadegebouw, onderstrepen dit. De Afghaanse autoriteiten in Kabul zijn primair verantwoordelijk voor het waarborgen van de veiligheid in de stad. Zij hebben tijdens dit incident aangetoond met beperkte internationale steun effectief te kunnen optreden tegen complexe aanvallen.
Is het veiligheidsbeleid van de Nederlandse ambassade in Kabul na de terreuraanval op de Amerikaanse ambassade aangescherpt? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Nederland volgt en analyseert de ontwikkelingen van de veiligheidssituatie nauwgezet. Op basis van die informatie wordt voortdurend de afweging gemaakt om het veiligheidsbeleid van de ambassade al dan niet aan te scherpen en worden adequate beveiligingsmaatregelen genomen. Om veiligheidsredenen worden geen uitspraken gedaan over specifieke maatregelen.
Bent u eventueel bereid de Nederlandse ambassade in Kabul door bewapende Nederlandse militairen te laten beveiligen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Heeft een Pakistaanse betrokkenheid bij terroristische groepen in Afghanistan gevolgen voor de militaire operaties van de NAVO in Afghanistan en voor de logistieke operaties van de NAVO in Pakistan? Zo ja, welke?
Om veiligheidsredenen en uit operationeel oogpunt worden geen uitspraken gedaan over operaties van de NAVO.
Het bericht dat een hoogbejaarde mevrouw uit een verpleeghuis wordt gezet omdat haar zoon klaagde over de kwaliteit van zorg |
|
Fleur Agema (PVV) |
|
|
|
|
Klopt het bericht1 dat een hoogbejaarde mevrouw gedwongen moet verhuizen uit verpleeghuis Vivaldi te Zoetermeer omdat haar zoon geklaagd heeft over de kwaliteit van zorg?
Het bericht dat betreffende mevrouw uit het verpleeghuis moet verhuizen klopt. Over de oorzaak daarvan kan het volgende worden gesteld. In verpleeghuis Vivaldi is een situatie ontstaan, waarbij er sprake is van een verstoorde relatie tussen de zoon van een bewoonster en de medewerkers van het verpleeghuis. Door deze verstoorde relatie is het voor beide partijen onmogelijk geworden om tot een goede samenwerking te komen. Het wederzijds respect is verdwenen. De rechter heeft in deze zaak, aangespannen door de zoon, geoordeeld dat Vivaldi gewichtige redenen heeft om de zorgovereenkomst op te zeggen.
Deelt u de mening dat, wanneer er sprake is van klachten over de kwaliteit van zorg, het verpleeghuis deze klachten moet oplossen in plaats van de klager op straat te zetten?
Ja, ik ben van mening dat iedere zorginstelling alle klachten die zij ontvangt, serieus moet nemen en oplossen. Ik vind het zeer belangrijk dat er wordt geluisterd naar de wensen, maar ook naar de klachten van de cliënt. In de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz) staat dat elke zorgaanbieder een regeling moet treffen voor de behandeling van klachten over een gedraging van hem of van voor hem werkzame personen jegens een cliënt. In de voorliggende zaak is klager niet zomaar op staat gezet. Ik verwijs u daarvoor graag naar mijn antwoord op uw eerste vraag en naar het antwoord op vraag 3.
Welke maatregelen heeft dit verpleeghuis genomen om de kwaliteit van zorg voor deze mevrouw te verbeteren?
Ik heb me laten informeren door mijn Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), die bij Vivaldi is geweest. De IGZ heeft een onaangekondigd bezoek afgelegd, waarin specifiek naar de situatie van de bewoonster is gekeken. De IGZ constateert dat Vivaldi verschillende acties heeft ondernomen om tot een betere samenwerking te komen met de zoon. Er zijn regelmatig gesprekken geweest met de zoon en de medewerkers, er is psychologische begeleiding voor het team ingeschakeld en Vivaldi heeft advies gevraagd bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).
Bent u bekend met de eerdere vragen over dit verpleeghuis?2 Waarom blijft dit verpleeghuis het nieuws halen met misstanden?
Ja daar ben ik bekend mee. Zowel de IGZ als de Rechtbank heeft geoordeeld dat hier geen sprake is van misstanden.
Vindt u het recente opheffen van het verscherpt toezicht op Vivaldi ook raar?
Verpleeghuis Vivaldi is nooit onder verscherpt toezicht gesteld.
Wordt het niet eens hoog tijd dat de gehele directie van Vivaldi zelf eens aan verhuizen denkt? Hoe kunt u dat bewerkstellingen?
Ik begrijp uit uw vraag dat u geen vertrouwen meer hebt in de directie. Het is – mits opportuun – primair aan anderen om in te grijpen in de bestuursstructuur van zorginstellingen. De Raad van Toezicht kan alsdan extra toezicht op het bestuur houden en als uiterste middel het bestuur ontslaan of schorsen. Cliëntenraden, ondernemingsraden en zorgkantoren kunnen kritische vragen stellen en naar de Ondernemingskamer stappen.
Hoe kunnen mensen in verpleeghuizen beter worden beschermd tegen represailles wanneer zij klagen over de kwaliteit van zorg?
Onder verwijzing naar het antwoord op uw vragen 1 en 3 lijkt het woord «represailles» in dezen niet aan de orde.
In algemene zin is het zo dat met de komst van de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) er een onafhankelijke geschilleninstantie wordt ingesteld, die de cliënt een extra bescherming biedt. Als een cliënt of familielid een klacht indient bij de zorginstelling en deze handelt de klacht niet naar tevredenheid af, dan kan de klager bij de geschilleninstantie terecht voor een onafhankelijke bindende uitspraak.
In de Beginselenwet zorginstellingen wil ik, zoals ook afgesproken in het Regeer- en het Gedoogakkoord, gaan regelen dat de IGZ bij zeer ernstige individuele klachten op het gebied van verzorging en bejegening onmiddellijk kan optreden. In casu heeft dit IGZ dit ook gedaan.
Ophoging van de Palestijnse VN-status |
|
Alexander Pechtold (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht «Netanyahu: Israel will agree to upgrade of Palestinian status, not statehood», waaruit blijkt dat de Israelische premier Netanyahu bereid is te praten over een hogere VN-status voor de Palestijnen? Klopt de naar voren gebrachte informatie over deze vermeende Israelische bereidheid?1
Het kabinet zal voorstellen steunen die de hervatting van de onderhandelingen dichterbij brengen en dus op medewerking van alle betrokken partijen kunnen rekenen.
Bent u bereid dit plan in EU-verband te steunen en voor te stemmen of u van stemming te onthouden wanneer het in stemming komt bij de Verenigde Naties? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u van plan, wanneer er consensus is over steun voor een bepaalde variant van Palestijnse VN-status onder de overige 26 EU-lidstaten zonder Israelische steun voor die variant, consensus van de hele EU te blokkeren door tegen te zijn?
Het kabinet zal handelen in het belang van het vredesproces. Ook de HV Ashton zet in op spoedige hervatting van directe vredesbesprekingen. Om dit mogelijk te maken moedigt zij alle partijen aan alleen stappen te zetten die voor de andere betrokkenen acceptabel zijn.
Deelt u de mening dat Nederland een constructievere rol had kunnen spelen door zich in eerdere stadia niet direct en louter uit te spreken tegen eenzijdig uitroepen van een Palestijnse staat, maar in plaats daarvan te pleitten voor oplossingen die mogelijk door alle partijen in het Midden-Oosten Vredesproces gedragen konden worden, zoals het ophogen van de Palestijnse status?
Nederland speelt een constructieve rol, heeft beide partijen ook afgelopen dagen opnieuw opgeroepen hervatting van de onderhandelingen mogelijk te maken. Nederland heeft in bilaterale contacten met partijen suggesties gedaan hoe deze onderhandelingen dichterbij te brengen. Het kabinet blijft deze rol spelen.
Bent u bereid deze vragen binnen een week te beantwoorden, gezien de aankondiging van president Abbas om 23 september aanstaande een resolutie in stemming te brengen?
Deze vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Het Nederlandse veto tegen de toetreding van Roemenie en Bulgarije tot Schengen |
|
Gerard Schouw (D66) |
|
|
|
|
Nu tijdens het algemene overleg JBZ in de Tweede Kamer op 15 september 2011 de minister voor Immigratie en Asiel heeft aangegeven dat Nederland een veto zal uitspreken tegen de toetreding van Roemenie en Bulgarije tot het Schengengebied, is dit het definitieve standpunt van de Nederlandse regering of staat Nederland nog open voor alternatieve voorstellen die tijdens de aanstaande JBZ-Raad op tafel worden gelegd?
Tijdens de JBZ-raad van 22 september jl. heeft de regering het standpunt uitgedragen dat zij op dit moment onvoldoende vertrouwen heeft om in te kunnen stemmen met toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Schengenzone. Zij is van mening dat enkel het voldoen aan de technische criteria niet voldoende is voor de toetreding van Roemenië en Bulgarije. Nederland wil dat beide landen de noodzakelijke hervormingen doorvoeren op het terrein van een effectief en efficiënt functionerend justitieel stelsel en de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit en dat ze deze hervormingen ook implementeren. De Commissie heeft in de CVM-rapporten van juli 2011 nog serieuze tekortkomingen geconstateerd op het gebied van de hervorming van de rechtsstaat.
Tijdens het AO JBZ-Raad van 15 september jl. heb ik dit standpunt toegelicht en middels het verslag van de JBZ-Raad bent u ingelicht over het verloop van de discussie in de Raad waarbij de Nederlandse inbreng ook is weergegeven.
Wat is uw reactie op het feit dat een grote meerderheid in het Europees Parlement voor de volgende stap in het toetredingsproces heeft gestemd?
Het EP is van mening dat enkel de technische criteria van het Schengenacquis moeten worden gewogen. Het kabinet is het daar niet mee eens. Afgaande op de inbreng van verschillende fracties in de Tweede Kamer tijdens het AO JBZ-Raad van 15 september is de conclusie gerechtvaardigd dat het standpunt van het kabinet wordt gesteund door een brede meerderheid in de Tweede Kamer.
Hoe verklaart Nederland, dat als enige land waarschijnlijk tegen zal stemmen, dat de meeste andere lidstaten wel voor toetreding van Bulgarije en Roemenië zijn? Op welke punten verschilt Nederland feitelijk met hen van mening?
Nederland en Finland zijn momenteel dezelfde mening toegedaan.
Ook Frankrijk en Duitsland zijn van mening dat Bulgarije en Roemenië meer moeten doen op het terrein van de hervorming van de rechtsstaat. Zij vinden daarom ook dat van volledige toetreding nog geen sprake kan zijn, maar zien mogelijkheden voor een gedeeltelijke toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Schengenzone.
Herinnert u zich uw antwoord op de vragen over de link tussen toetreding tot Schengen en de afspraken in het Coöperatie en Verificatie Mechanisme (CVM), waarin u aangeeft dat een structureel verband tussen beiden de goedkeuring van de toetredende landen behoeft en niet haalbaar lijkt?1
Ja, dat antwoord geldt nog steeds.
Op basis van welke rechtsgrondslag meent u nu dat het mogelijk is om de afspraken van het CVM wel in verband te brengen met toetreding en zelfs doorslaggevend te laten zijn voor de besluitvorming over de toetreding van beide landen?
In juridisch opzicht wordt er geen directe koppeling gelegd tussen artikel 4 van de Toetredingsakte van Roemenië en Bulgarije en het CVM. Het juridisch kader (artikel 4) bestaat uit twee hoofdelementen: het voldoen aan de technische voorwaarden, overeenkomstig de Schengenevaluatieprocedures, en een appreciatie door de Raad. In de Toetredingsakte is daartoe in de voorwaarde van een unaniem Raadsbesluit voorzien. Inherent daaraan is de mogelijkheid dat, op basis van appreciatie, de unanimiteit niet wordt bereikt. Nederland heeft juridisch gezien dus de ruimte om een eigen afweging te maken op basis van de vraag of er voldoende vertrouwen is om de binnengrenscontroles met Roemenië en Bulgarije op te heffen.
Kunt u uiteenzetten wat feitelijk uw bezwaren zijn tegen een alternatieve gedeeltelijke toetreding van beide landen?
Nederland moet kunnen vertrouwen op een goede implementatie en naleving van reeds aangenomen wetgeving en op het goed functioneren van de instituties die het Schengenaquis toepassen. Vooral corruptie moet consequent worden aangepakt om de integriteit van de grenscontroles te kunnen waarborgen. Hoewel Roemenië en Bulgarije vooruitgang hebben geboekt bij de aanpak van de corruptie, de werking van de rechtelijke macht en de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, maken de meest recente rapporten ook duidelijk dat er meer vooruitgang nodig is.
Het kabinet meent dan ook dat het nog te vroeg is onomkeerbare stappen te zetten in dit proces. Daarmee is partiële toetreding van Roemenië en Bulgarije op dit moment geen goede optie.
Zijn er alternatieve waarborgen / mechanismen voor u denkbaar die gedeeltelijke toetreding wel mogelijk zouden maken? Indien ja, welke? Indien nee, heeft u de mogelijkheden hiertoe verkend?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u bereid om, als partiële toetreding in de JBZ-Raad wordt voorgesteld, in ieder geval de mogelijkheden ervan te bezien alvorens u definitief uw standpunt verwoordt?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u ervan op de hoogte dat Nederland al jaren een goede handelsrelatie met Roemenië en Bulgarije onderhoudt?
De Nederlandse relaties met Bulgarije en Roemenië zijn zeer breed, goed en intensief. Dat geldt in het bijzonder voor de economische relaties. Roemeense en Bulgaarse politici erkennen dat handhaving van deze goede relaties in Nederlands maar ook in Bulgaars en Roemeens belang zijn. Hoewel het principiële Nederlandse standpunt over Schengen voor hen een teleurstelling is, verwachten wij geen verschuiving in de Roemeense en Bulgaarse positie tegenover Nederland.
Welke gevolgen verwacht u van een Nederlands nee-stem, voor de diplomatieke verhoudingen tussen Nederland en Roemenië en tussen Nederland en Bulgarije?
Zie antwoord vraag 9.
Kunt u uiteenzetten wat de feitelijke gevolgen (weergegeven in cijfers) voor de Nederlandse export zullen zijn als deze landen nu niet kunnen toetreden tot Schengen?
Zie antwoord vraag 9.
Bent u bereid om de bovenstaande vragen binnen drie dagen en nog voor de aanstaande JBZ-Raad van 22 september 2011 te beantwoorden?
Tijdens het AO JBZ-Raad van 15 september jl. heeft een uitgebreide gedachtewisseling plaatsgevonden over dit onderwerp. De inbreng van de verschillende fracties is meegenomen bij het definitief vaststellen van het standpunt tijdens de JBZ-Raad. Deze vragen zijn derhalve niet beantwoord voor 22 september 2011.
Grootschalige fraude door middel van DigiD met kinderopvang-, huur- of zorgtoeslagen |
|
Pierre Heijnen (PvdA), Ed Groot (PvdA) |
|
Frans Weekers (staatssecretaris financiën) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Makkelijker konden ze het niet maken»?1
Ja.
Is het waar dat er sprake is van «massafraude» met toeslagen die de Belastingdienst uitkeert? Zo ja, hoe groot is de fraude, uitgedrukt in euro’s en aantal slachtoffers, naar schatting? Zo nee, wat is dan niet waar?
Ten aanzien van de fraude bij toeslagen was eind 2010 sprake van een eerste fraudezaak die zodanig van omvang was dat ze voor strafrechtelijke vervolging in aanmerking kwam. Hierbij waren ongeveer 200 slachtoffers betrokken met een fraudebedrag van ca. € 1 miljoen. Hiervan kon € 0,7 miljoen worden tegengehouden. In 2011 gaat het tot nu toe om enkele grote strafzaken waarbij ongeveer 2 500 slachtoffers betrokken zijn. Van een potentieel fraudebedrag van ca. € 3 miljoen kon de uitbetaling van € 2,2 miljoen worden tegengehouden. Het gaat hier om zaken waarbij de slachtoffers niet wisten dat er met hun gegevens gefraudeerd werd.
Daarnaast zijn er ook kleinere gevallen van fraude waarbij de schade beneden de aanmeldgrens voor strafrechtelijke vervolging (€ 10 000) blijft. Concrete cijfermatige informatie daarover is niet beschikbaar, aangezien fraudegevallen die bestuurlijk worden afgehandeld niet worden onderverdeeld naar fraudesoort.
Kende u al eerder berichten over dergelijke fraude? Zo ja, waarom hebt u er dan niet eerder iets aan gedaan? Zo nee, hoe kan dat?
In de Fiscale Agenda2 en in de 8e halfjaarsrapportage Belastingdienst3 heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven welke maatregelen de Belastingdienst heeft genomen en welke maatregelen de Belastingdienst voor de nabije toekomst voorbereidt om de fraude te voorkomen en te bestrijden. De aanleiding voor deze maatregelen was het feit dat de Belastingdienst in 2010 signalen kreeg van fraude.
Zoals de staatssecretaris van Financiën in zijn brief van 15 september 2011 heeft aangegeven, zijn er gedurende 2011 twee specifieke maatregelen gerealiseerd die de fraude, zoals gemeld in het NRC-artikel, tegen moeten gaan. Het gaat om het onmogelijk maken van het doen van aanvragen bij de Belastingdienst voor een ander en om het schriftelijk bevestigen van een wijziging van een rekeningnummer.
In eerste instantie zijn deze maatregelen getroffen bij de kinderopvangtoeslag en bij de verzoeken tot wijziging van rekeningnummers die op papier worden ingediend. Vanaf 15 augustus 2011 zijn de maatregelen van toepassing op alle toeslagen en geldt dat alle verzoeken (op papier of digitaal) van het wijzigen van een rekeningnummer door de burger schriftelijk bevestigd moet worden.
Is het waar dat de Belastingdienst de DigiD bewust niet controleerde? Zo ja, deelt u dan de mening dat dit in het licht van deze fraude zeer ongewenst is en wat gaat u hier aan doen? Zo nee, wat is dan niet waar aan dat bericht?
Vanuit dienstverleningsoptiek is het inderdaad mogelijk geweest om voor een ander een aanvraag of wijziging van een toeslag van een ander door te geven aan de Belastingdienst. De Belastingdienst had het proces zo ingericht, dat er niet werd gevraagd werd naar de DigiD van de rechthebbende. Zonder deze mogelijkheid was het, vanaf het begin van toeslagen, niet mogelijk geweest om hulpbehoevenden door derden te laten helpen bij het aanvragen of wijzigen van toeslagen. Tot het einde van 2010 waren er geen signalen dat er hier veel fraude mee werd gepleegd. Vanaf het eind van 2010 is dat beeld veranderd.
Daarom is het nu niet meer mogelijk om namens een ander aanvragen of wijzigingen van toeslagen door te geven.
Deelt u de mening dat de mogelijkheid om met een vreemde DigiD te ondertekenen, moet verdwijnen? Zo ja, hoe en wanneer gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?
De Belastingdienst heeft het proces inmiddels zo ingericht dat de indiener van de aanvraag voortaan alleen voor zichzelf – met zijn eigen DigiD – een aanvraag kan doen.
Wat gaat u doen om de gedupeerden te compenseren?
Gedupeerden krijgen van de Belastingdienst een brief waarin wordt aangegeven dat zij slachtoffers zijn van een fraude. In de brief wordt verder aangegeven wat dit voor hen betekent. Voor gedupeerden die geen recht op toeslag hebben, worden de onterecht uitgekeerde toeslagen kwijtgescholden. Deze bedragen worden verhaald op de fraudeur.
Gedupeerden die wel recht op een toeslag hadden, maar die de toeslag als gevolg van de fraude niet hebben gekregen, krijgen dit alsnog.
Wat gaat u doen om de fraudeurs aan te pakken? Heeft dit al resultaat gehad en zo ja, welk resultaat?
Ten aanzien van de thans lopende zaken geldt dat er een strafrechtelijk onderzoek loopt, daarom kan ik niet concreet op deze zaken ingaan.
Daarnaast geldt dat – zoals ik hiervoor heb aangegeven – de Belastingdienst ten aanzien van fraude met toeslagen de nodige maatregelen heeft getroffen. Dit wil evenwel niet zeggen dat er geen fraudegevallen meer aan het licht zullen komen. Fraudeurs zullen immers blijven zoeken naar fraudemogelijkheden.
Daarom heeft de Belastingdienst de antifraude box opgericht, die Belastingdienstbreed analyses maakt en daarop gerichte acties initieert en bewaakt. Daarnaast besteedt ook de FIOD meer capaciteit aan het actief opsporen en bestrijden van fraude. Tenslotte zal eind dit jaar een interdepartementale werkgroep rapporteren over hoe de fraudeaanpak verder geïntensiveerd kan worden. Op basis daarvan zal het kabinet dan met voorstellen komen.
Elektronische terreur tegen Syrische oppositie in Nederland |
|
Harry van Bommel |
|
Herinnert u zich uw bezoek aan «het Jasmijnplein», een actiecentrum in Rotterdam van Syriërs in Nederland?
Ja.
Is het u bekend dat de Facebook-pagina van «Jasmijnplein» evenals een aantal andere Facebook-pagina’s van Syrische oppositie in Nederland dinsdag 13 september jl. zijn gehackt?1
Ja.
Is het u bekend dat de afsluiting van het Arabisch filmfestival, mede-georganiseerd door betrokkenen bij «Jasmijnplein», is verstoord door medestanders van president Assad en dat zij daarbij beeldopnamen maakten van opposanten van het bewind van president Assad?2
Ja.
Bent u op de hoogte van het bestaan van een speciale eenheid van de Syrische overheid, «the Syrian Electronic Army», die zich bezighoudt met het hacken van Facebook-pagina’s en websites van opposanten van het Syrische regime in binnen- en buitenland?3
Ik ben op de hoogte van het bestaan van een «Syrian Electronic Army», maar kan niet bevestigen dat dit een Syrisch overheidsorgaan is.
Kent u verklaring 117 van het Syrian Electronic Army, waarin wordt gemeld dat het Syrische leger erkent een aantal Facebook-pagina’s en -groepen te hebben gestopt?4
Ja.
Deelt u de mening dat het zeer waarschijnlijk is dat de Syrische overheid achter deze elektronische terreur zit met als doel de oppositie tegen het bewind van Assad op het internet te intimideren en monddood te maken? Indien neen, waarom niet?
Het is waarschijnlijk dat het bewind van Assad ook op internet met alle mogelijke middelen probeert tegenstanders het zwijgen op te leggen.Het toenemend aantal signalen dat hierop wijst, wordt door de Nederlandse regering buitengewoon serieus genomen.
Wat kunt u doen om deze elektronische terreur van democratisch gezinde kranten tegen te gaan en de vrijheid van meningsuiting van de Syrische oppositie, ook op het internet, te garanderen?
Wat ik kan doen is de ambassadeur zeggen dat het intimideren van Syriërs ontoelaatbaar is. Verder bekijkt de Nederlandse regering de mogelijkheden voor preventieve actie, maar ik kan daarover op dit moment niet in detail treden.
Zoals ik uw Kamer heb gemeld in de brief over mijn inzet op internetvrijheid (32 500 V, nr. 191) is de bevordering van vrijheid van meningsuiting – en in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting op internet – één van de prioriteiten van mijn mensenrechtenbeleid. In bilateraal en multilateraal kader zet ik mij ervoor in om bloggers en cyberdissidenten te beschermen en om de uitvoer van technologie die internetvrijheid belemmert vanuit EU-landen naar landen als Syrië tegen te gaan.
Bent u bereid om te bezien of vanuit het mensenrechtenfonds initiatieven op het gebied van de (nieuwe) media, gericht op democratisering van landen in de Arabische regio, kunnen worden gesteund? Indien neen, waarom niet?
Ja, het mensenrechtenfonds en het MATRA-Zuidfonds staan open voor projectvoorstellen die ontwikkeling van vrije media in landen in de Arabische regio bevorderen.
De verheerlijking van geweld en terreur door de Palestijnse Autoriteit |
|
Wim Kortenoeven (PVV), Raymond de Roon (PVV), Joël Voordewind (CU), Kees van der Staaij (SGP) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het in september 2011 uitgebrachte Palestinian Media Watch (PMW) Rapport: «Palestinian Authority glorification of terrorists and paying salaries to terrorists and Dutch funding»?1
Ja.
Herinnert u zich de motie Van der Staaij/Voordewind2 omtrent het stopzetten van subsidie aan de Palestijnse Autoriteit (PA) indien er geen concrete en effectieve maatregelen worden genomen om verheerlijken en vergoelijken van terrorisme tegen te gaan? Herinnert u zich bovendien uw antwoorden op eerder gestelde schriftelijke vragen omtrent het verheerlijken van geweld en terrorisme door de Palestijnse Autoriteit?3
Ja.
Heeft u tevens kennisgenomen van het artikel: «Ramadan in the PA – A time for glorifying terror»4 waarin duidelijk wordt dat de Palestijnse Autoriteit expliciet terreur verheerlijkte tijdens de Ramadan?
Ja.
Heeft u kennisgenomen van de artikelen verschenen in het staatsblad van de PA5 van respectievelijk 4 januari, 15 april & 19 juni jl?
Ja.
Bent u bekend met de volgende (media)observaties uit het bovengenoemde rapport van het Palestinian Media Watch instituut omtrent het verheerlijken van terreur door de Palestijnse Autoriteit: 2 januari 2011 (eveneens 24 augustus 2011): PA TV eert in haar uitzending de terroristen die in 1978 37 Israëli’s om het leven brachten. Tijdens de uitzending verheerlijkt PA TV de dood van terrorist Mughrabi; 25 januari 2011: President Abbas verleent de nabestaanden van een martelaar € 2 000,–. De terrorist trachtte met twee pijpbommen Israëlische militairen om het leven te brengen. De aanslag werd verkomen; 21–24 februari 2011: PA TV betoont eer aan diverse terroristen die drie Israëli’s om het leven brachten. De uitzending betreft een fotocollage met als titel: «Helden van de speciale operaties in noordelijk Palestina»; 4 maart 2011: PA TV eert autobestuurder Mashara. Mashara reed in 2001 een zelfmoordterrorist naar het centrum van Jeruzalem. Bij deze daad kwamen 19 mensen om. PA TV stelt naar de dochter van de gevangen bestuurder: «Eergroeten en (onze) bewondering voor jouw heldhaftige vader in de gevangenis»; 4 maart 2011: Fatah herdenkt de verjaardagen van diverse «Shahid» martelaren en prees de «Shahid» martelaren die zelfmoordaanslagen pleegden in Jeruzalem. Bij die aanslagen kwamen negen mensen om; 10 maart 2011: de adviseur van President Abbas stelt het volgende: «De wapens moeten worden gericht tegen onze primaire vijand (Israël). Terrorist Mughrabi moet worden geëerd middels het vernoemen van een plein naar Mughrabi»; 10 maart 2011: PA TV eert een vrouw die een zelfmoordterrorist vervoerde. Bij deze aanslag op een pizza restaurant kwamen 15 mensen om. PA TV bezoekt de familie van de vrouwelijke bestuurder en deelde een onderscheiding uit. PA TV stelt bij het uitreiken: «Aan de heldhaftige gevangene, hierbij uw onderscheiding als een waardering voor uw offers en voor uw heldendaden»; 24 maart 2011: de minister-president van de Palestijnse Autoriteit Salam Fayyad eert vrouwelijke gevangen in Israëlische cellen, in bijzonder die gevangenen die moeder zijn. De bewindsman noemt expliciet de namen van vrouwelijke terroristen; 29 maart 2011: de Palestijnse minister van Gevangenen Zaken, Karake, bezoekt de familie van terrorist Al-Sayid die een zelfmoordaanslag plande in 2002. Bij die aanslag kwam 30 Israëli’s om. De minister overhandigt de familie een bewijs van eer; 13 april 2011: het officiële dagblad van de Palestijnse Autoriteit refereert aan vier terroristen die gezamenlijk 117 Israëli’s om het leven brachten. Het dagblad noemt ze helden; 18 april 2011: ambtenaren van de Palestijnse Autoriteit bezoeken de woningen van terroristen die levenslang vastzitten. Eén ambtenaar overhandigt cadeaus en geeft enkele foto’s van de gevangen; 20 april 2011: de Palestijnse minister van Gevangenen Zaken, Karake, plant een boom (genaamd: Vrijheidsboom voor Gevangenen) die gevangenen herdenkt in Israëlische gevangenissen; Mei–juli 2011: PA TV zendt herhaaldelijk video’s uit over terrorist Mughrabi. In deze video’s wordt de terrorist geëerd als een symbool van het martelaarschap; 20 juli 2011: een opgezet zomerkamp voor kinderen, georganiseerd door de Palestijnse Autoriteit en tevens gesponsord bij de Palestijnse minister-president, deelt de campers (waarin de kinderen slapen) in drie verschillende groepen. Deze groepen krijgen elk de naam van verschillende terroristen die aanslagen pleegden; 2 augustus 2011: PA TV eert de bommenmaker van Fatah’s militaire vleugel. PA TV overhandigt een poster die de bommenmaker eert en prijst zijn martelaarschap; 2 augustus 2011: PA TV bezoekt het huis van terrorist Sarhan. Sarhan is gevangen en wordt verdacht van het doodsteken van drie Israëli’s in 1990. De gouverneur van Bethlehem eert Sarhan en brengt een groet aan Sarhan; 3 augustus 2011: PA TV eert een zelfmoordterrorist en bezoekt het huis van de moeder van de terrorist. In het PA TV programma wordt de moeder van de terrorist als heldhaftig omschreven; 3 augustus 2011: PA TV eert de terrorist Jaradat en bezoekt het huis van de terrorist. Jaradat was verantwoordelijk voor het organiseren van drie aanslagen waarbij bijna 30 Israëli’s de dood vonden; 8 augustus 2011: de Palestijnse minister van Gevangenen Zaken, Karake, en de gouverneur van Hebron, eren terrorist Al-Sharbati. De twee bewindslieden overhandigen een cadeau van president Abbas; 10 augustus 2011: PA TV zendt speciale groeten (en bewijst haar eer) naar terrorist Tamini. Tamini plande een bomaanslag en begeleidde de uitvoerder van de aanslag naar de Sbarro pizza hut. Bij de aanslag in augustus 2001 kwamen vijftien mensen om; 11 augustus 2011: PA TV eert de gevangen terrorist Hajja. Verder bezoekt het programma de familie van Hajja. Hajja zit een levenslange gevangenisstraf uit voor betrokkenheid bij drie zelfmoordaanslagen waarbij 51 mensen de dood vonden; 15 augustus 2011: de Palestijnse minister van Gevangenen Zaken, Karake, en de gouverneur van Hebron eren nogmaals de gevangen terrorist Al-Sharbati. De twee bewindslieden bezoeken daarbij het huis van de familie van Al-Sharbati; 16 augustus 2011: PA TV eert de gevangen terrorist Daragmeh. Het programma bezoekt tevens zijn familie in aanwezigheid van de Palestijnse minister van Gevangenen Zaken; Karake; 18 augustus 2011: de speciale vertegenwoordiger van de Palestijnse president Abbas, Al-Ifranji, eert het brein van de aanslagen in München (1972). De vertegenwoordiger legt een krans bij het graf van het brein; 18 augustus 2011: PA TV eert twee gevangenen die verantwoordelijk waren voor diverse aanslagen.
Ik ben bekend met deze passage uit het rapport.
Hoe verhouden bovenstaande voorbeelden zich tot uw beantwoording van genoemde eerdere vragen waarin u het volgende stelt: «Wanneer blijkt dat de PA geweld structureel goedkeurt, verheerlijkt en/of aanzet tot geweld zal dat consequenties moeten hebben voor de internationale steun voor de PA. Hiervoor heb ik echter geen indicatie» en «De PA voert beleid om verheerlijking van geweld en haatzaaien te ontmoedigen»? Bent u van mening dat de bovengenoemde, niet uitputtende, lijst van voorbeelden aangeeft dat de PA een actieve bijdrage levert aan het verheerlijken en vergoelijken van geweld en terrorisme? Bent u tevens van mening dat de PA heeft verzaakt effectieve maatregelen te treffen om het verheerlijken en vergoelijken van geweld en terrorisme tegen te gaan? Zo nee, kunt u aangeven, met inbegrip van bovengenoemde voorbeelden, hoe u tot deze conclusie komt?
Een deel van de Palestijnse bevolking sympathiseert met terroristische acties tegen Israël en uit dat ook in woord en geschrift. Dit keur ik ten zeerste af. Dit neemt niet weg dat de belangrijkste vertegenwoordigers van de PA ondubbelzinnig afstand nemen van terrorisme en terrorismeverheerlijking. Het anti-terrorismebeleid van president Abbas kan rekenen op steun van zowel Israël als de VS. Waar dit beleid zwaktes vertoont, worden die in de dialoog tussen partijen aan de orde gesteld. Desgevraagd geeft de PA aan bereid te zijn de beschuldigingen van Palestinian Media Watch aan haar adres inzake terrorismeverheerlijking te bespreken in de trilaterale commissie (PA, Israël en de VS).
Kunt u bevestigen dat 2,5% van het PA budget wordt uitgegeven aan veroordeelde Palestijnse terroristen in Israëlische gevangenissen en 3,5% van het budget opgaat aan het uitbetalen aan de nabestaanden van zelfmoordterroristen? Hoe verhoudt zich dit tot de Nederlandse bijdrage aan de betaling van de salarissen van PA ambtenaren van ca. € 25 miljoen per jaar? Kan men stellen dat dit geld ook gebruikt is voor het uitbetalen van veroordeelde Palestijnse terroristen en nabestaanden van zelfmoordterroristen? Hoe verhoudt dit zich tot het eerder genoemde standpunt van de minister dat het verheerlijken en vergoelijken van geweld en terrorisme door de PA geen structurele zaak is? Hoe verhoudt dit zich tevens tot het eerder genoemde standpunt van de minister dat de PA beleid voert om dit actief tegen te gaan? Welke consequenties trekt u uit de bevindingen van PMW ten aanzien van de financiële middelen (ca. € 50 miljoen) welke Nederland jaarlijks overmaakt aan de PA? Bent u bereid, indien de PA niet bereid is om te stoppen met dergelijke uitbetalingen, deze bijdragen in mindering te brengen van de middelen die de PA jaarlijks ontvangt van Nederland? Bent u bereid van de PA te eisen dat ze met onmiddellijke ingang stopt met deze uitbetalingen en resoluties 21 & 23, die deze regeling hebben ingesteld, intrekken?
De PA verstrekt vergoedingen aan Palestijnen in Israëlische gevangenissen. De gemiddelde maandelijkse bijdrage ligt op 3,5 miljoen NIS. Daarmee ligt het percentage van het PA-budget dat hieraan besteed wordt significant lager dan geschat door PMW. De Nederlandse bijdrage aan de betaling van PA-ambtenaren is niet gebruikt voor dit doel. De Nederlandse financiële bijdrage via Pegase was specifiek geoormerkt voor de salarissen van civil defense en politie in de maand januari van het jaar 2010. Het doel van de financiële regeling is tegemoetkoming in de kosten van basislevensbehoeften. Ik zie geen aanleiding om de PA op te roepen deze regeling te herzien. Evenmin zie ik reden de Nederlandse OS-bijdrage aan de PA te heroverwegen.
Amerikaans beleid dat hulp bij veilige abortus onmogelijk maakt |
|
Wassila Hachchi (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht «Humanitarian Aid for Rape Victims», waaruit blijkt dat de Amerikaanse regering beleid in stand houdt om de inzet van buitenlands hulpgeld voor abortus te verbieden, ook als het gaat om het redden van vrouwenlevens of om verkrachting in oorlogsgebieden?1
Amerikaans OS-beleid maakt onderscheid tussen abortus als methode van gezinsplanning en abortus in gevallen van ernstige medische nood, verkrachting en incest. In het eerste geval is het Amerikaanse organisaties door het zgn. Helms amendment en het zgn. Hyde amendement, verboden financiële steun te verlenen. In geval van verkrachting, incest of ernstige medische nood is het verlenen van financiële steun voor abortus geoorloofd. Dit is geformaliseerd in de United States Agency for International Development (USAID) policy en door uitspraken van de Office of the legal council in het Ministerie van Justitie.
Deelt u de mening dat het bijstaan van vrouwen die levensgevaar lopen, of vrouwen die verkracht zijn in oorlogsgebieden, door middel van veilige abortus bijdraagt aan de autonome ontwikkeling en vrijheid van deze vrouwen? Zo neen, waarom niet?
Ja.
Betekent dit ook dat er geen Amerikaans budget beschikbaar is voor organisaties die het onderwerp van abortus ter sprake brengen als zich een ongewenste zwangerschap voordoet, waardoor veel hulporganisaties, voornamelijk op het gebied van familieplanning, geen aanspraak maken op Amerikaanse ontwikkelingsgelden? Om hoeveel geld en organisaties gaat het?
Conform het officiële Amerikaanse OS-beleid is financiële steun voor abortus mogelijk mits het gaat om levensbedreigende omstandigheden voor de vrouw of er sprake is van verkrachting of incest; abortus als methode van familieplanning valt hier niet onder en komt als zodanig niet in aanmerking voor steun vanuit Amerikaans OS budget. Er is geen overzicht van het aantal hulporganisaties dat door dit beleid geen aanspraak maakt op Amerikaanse ontwikkelingsgelden, noch van het bedrag dat daarmee gemoeid is.
Houdt de Amerikaanse overheid zich hiermee aan de Geneefse Conventies?
De Geneefse Conventies hebben betrekking op slachtoffers van oorlogsgeweld. Hieronder worden ook slachtoffers van verkrachtingen begaan tijdens oorlog of conflict verstaan. De Geneefse conventies hebben geen betrekking op familieplanning. Het OS-beleid van de Verenigde Staten staat hulp aan slachtoffers van oorlogsgeweld niet in de weg en is in principe niet strijdig met de Geneefse Conventies.
Hoe verhoudt de verklaring die de minister van Buitenlandse Zaken met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Clinton in april jl. gaf over vrouwenrechten zich met het in stand houden van het beleid dat de inzet van buitenlands hulpgeld voor abortus verbiedt?2
Vrouwenrechten staan centraal in het mensenrechtenbeleid van Nederland en de Verenigde Staten. Nederland zal blijven optrekken met de VS als gelijkgestemde partner, waarbij vrouwenrechten een centraal thema zullen blijven. In contacten met de VS komen ook verschillen in beleid aan de orde.
Bent u bereid, in overeenstemming met de motie-Hachchi3, in uw contacten met de Amerikaanse overheid over vrouwenrechten de onwenselijkheid van dit beleid te bespreken?
Zie antwoord vraag 5.
Het voornemen van de Amerikaanse procureur-generaal de gerechtelijke bewijsvoering van ruim honderd CIA-zaken te staken |
|
Frans Timmermans (PvdA) |
|
|
|
|
Kunt u aangeven op basis waarvan u tot de conclusie bent gekomen dat de onderzoeken door de Amerikaanse procureur-generaal Eric Holder voldoende onafhankelijk zijn?1
Ik heb geen reden te twijfelen aan de onafhankelijkheid van de Amerikaanse procureur-generaal en de onderzoeken uitgevoerd door de Assistent U.S. Attorney John Durham, die als openbaar aanklager een lange staat van dienst heeft en bovendien niet door de politiek is benoemd.
De uitkomsten van onafhankelijke onderzoeken zijn door Assistent U.S. Attorney Durham bij diens onderzoek betrokken.
Deelt u de mening dat er discrepantie zit tussen de uitkomsten van het onderzoek door Eric Holder en de uitkomsten van onderzoeken die andere onafhankelijke organisaties hebben gedaan in de betreffende zaken, aangezien deze tot verschillende uitkomsten hebben geleid?
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de mening dat het merkwaardig is dat de Amerikaanse overheid zelf om een onafhankelijk oordeel te waarborgen in afwijking van gangbare procedures juist de Assistent U.S. Attorney John Durham heeft aangewezen en dat uitgerekend in deze zaken wél tot een diepgaand strafrechtelijk onderzoek is besloten?
Alle 101 onderzoeken waren belegd bij de Assistent U.S. Attorney John Durham. Uitkomst van deze 101 onderzoeken was als volgt: in 99 gevallen is geconstateerd dat er geen grond was voor vervolging, in twee gevallen bleek er aanleiding te zijn voor diepgaand strafrechtelijk onderzoek.
Bent u bereid de Amerikaanse autoriteiten blijvend aan te spreken over de internationaalrechtelijke verplichtingen die zij zijn aangegaan op het gebied van het eerbiedigen van mensenrechten? Zo ja, op welke wijze gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?
In deze zaak houden de Verenigde Staten zich aan internationale verplichtingen. Er is dan ook geen reden de VS op dit punt aan te spreken.
De verslechterende mensenrechtensituatie voor mensenrechtenverdedigers in Mexico |
|
Frans Timmermans (PvdA) |
|
|
|
|
Kent u de brief van Protection International, waarin een uiterst somber beeld wordt geschetst van de mensenrechtensituatie in Mexico, in het bijzonder de verslechterende positie van mensenrechtenactivisten?1
Ja.
Deelt u de analyse en conclusies van Protection International, met name de conclusie dat de Mexicaanse autoriteiten een betere bescherming van mensenrechtenactivisten bewust lijken te dwarsbomen? Zo nee, waarom niet?
De Mexicaanse president Calderón heeft expliciet zijn steun voor het werk van mensenrechtenverdedigers uitgesproken en heeft per decreet een mechanisme ter bescherming van mensenrechtenverdedigers in het leven geroepen. Positief zijn ook de recente uitspraken van het inter-Amerikaanse hof voor rechten van de mens en het Mexicaanse hooggerechtshof betreffende de ontvankelijkheid van civiele gerechtshoven in gevallen van mensenrechtenschendingen door het leger. Dit neemt niet weg dat de situatie van mensenrechtenverdedigers in Mexico in het algemeen zorgen baart.
Bent u bereid bilateraal en in EU-verband steun te verlenen aan het voorstel van Mexicaanse NGO’s dat ertoe moet leiden dat diegenen die zich inzetten voor de bevordering van mensenrechten beter worden beschermd? Zo ja, bent u bereid bij de Mexicaanse autoriteiten te bepleiten dat zij dit voorstel steunen? Zo nee, waarom niet?
Nederlandse inzet in Mexico is tweeledig; bilaterale steun vanuit het Mensenrechtenfonds aan mensenrechtenverdedigers en in EU-verband aan de hand van de EU-richtsnoeren en het EU-actieplan voor mensenrechtenverdedigers. Nederland heeft zitting in een EU-werkgroep die de situatie van mensenrechtenverdedigers in Mexico monitort en hierover spreekt met de Mexicaanse autoriteiten. Voorts hanteert de EU een lijst van mensenrechtenverdedigers die bijzondere aandacht verdienen. Nederland heeft de zaak Cererzo onder de aandacht gebracht van de relevante EU-werkgroep.
Bent u voorts bereid de Mexicaanse autoriteiten aan te sporen de zaak van mensenrechtenactivist Alejandro Cererzo volledig te laten onderzoeken en hen te verzoeken te reageren op de harde beschuldiging dat het National Security and Investigation Centre (CISEN) hem heeft laten mishandelen? Zo nee, waarom niet?2
Zie antwoord vraag 3.
Deelt u de mening dat er alle aanleiding is de dialoog tussen de EU en Mexico over mensenrechten te intensiveren? Zo ja, bent u bereid Hoge Vertegenwoordiger Ashton hiertoe aan te sporen en het onderwerp ook op de agenda te plaatsen voor overleg met uw EU-collega’s? Zo nee, waarom niet?
De EU en Mexico voeren een intensieve dialoog over de mensenrechten, waarbinnen ook individuele gevallen van mensenrechtenverdedigers worden besproken. Nederland zal zich, conform de speerpunten uit de mensenrechtenstrategie en de EU-richtsnoeren, blijven inzetten voor verbeterde bescherming van mensenrechtenverdedigers in Mexico. Hiertoe zal Nederland de situatie van mensenrechtenverdedigers bij de diensten van HV Ashton aan de orde blijven stellen.
Ecologische braaklegging |
|
Richard de Mos (PVV), Karen Gerbrands (PVV) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel: «Landbouw: Grond braakleggen is nu niet gewenst»?1
Ja.
Deelt u de mening dat 5% braaklegging irreëel en onnodig is? Zo nee, waarom niet?
In het artikel dat u aanhaalt, wordt gerefereerd aan de vergroening van het toekomstige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Op 12 oktober heeft de Europese Commissie concrete wetgevingsvoorstellen gepresenteerd voor het nieuwe GLB in de periode 2014–2020. Daaronder vallen ook voorstellen voor de vergroening van directe betalingen. Ik ben voornemens om uw Kamer voor het einde van de maand de kabinetsreactie op de Commissievoorstellen aan te bieden.
Bent u bereid om juist méér in te zetten op particulier beheer, zodat hier zo snel mogelijk winst geboekt kan worden? Zo nee, waarom niet?
Ja. Speerpunt van mijn beleid is particulieren en boeren zo veel mogelijk te betrekken bij de realisatie van het natuurbeheer. In september jl. heeft de Europese Commissie nog een door het ministerie, samen met de provincies opgestelde modelsubsidieregeling voor de aankoop van grond voor de (herijkte) EHS, goedgekeurd.
In die regeling hebben particulieren, in tegenstelling tot de vigerende regeling, gelijke kansen om gronden te verwerven. Na de decentralisatie is het aan de provincies om meer particulieren te betrekken bij het natuurbeheer.