Het afgelaste optreden van Lenny Kuhr als gevolg van toenemende antisemitische intimidatie |
|
Maikel Boon (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat een optreden van Lenny Kuhr in een zorginstelling is geschrapt omdat de instelling het optreden, na eerdere protesten van intimiderende antisemitische demonstranten bij haar optredens, niet meer aandurfde?1
Tijdens eerdere debatten over antisemitisme stelde het kabinet dat Joden in Nederland vrij en veilig zichtbaar moeten kunnen zijn; hoe rijmt u die uitspraak met het feit dat opnieuw een optreden van Lenny Kuhr wordt geschrapt vanwege angst voor antisemitische intimidatie en protesten?2
Erkent u dat hiermee opnieuw het signaal wordt afgegeven dat antisemitische druk en intimidatie in Nederland effect hebben en dat zichtbaar Joods leven daardoor steeds verder uit het openbare leven verdwijnt?
Deelt u de mening dat Nederland nooit mag buigen voor antisemitische dreiging, intimidatie of geweld, en dat demonstranten nooit mogen bepalen welke Joodse artiesten ergens nog welkom zijn? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat het kabinet nemen om te voorkomen dat Joodse artiesten, Joodse instellingen en pro-Israëlische Nederlanders in de toekomst opnieuw moeten wijken voor antisemitische intimidatie, dreiging of protesten?
Bent u bereid in gesprek te gaan met de betreffende zorginstelling om ervoor te zorgen dat het optreden van Lenny Kuhr alsnog doorgang kan vinden en duidelijk te maken dat het toegeven aan antisemitische intimidatie en protesten een verkeerd en gevaarlijk signaal afgeeft? Zo nee, waarom niet?
Het bericht dat minima noodzakelijke mondzorg mijden vanwege de kosten |
|
Vicky Maeijer (PVV) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Tandarts Ruud ziet wanhoop bij minima, maar straks kunnen zij bij hem terecht: «Iedereen heeft zelfde verhaal»»?1
Ja.
Wat vindt u ervan dat Nederlanders met een smalle beurs noodzakelijke mondzorg uitstellen omdat zij bang zijn de rekening van de tandarts niet te kunnen betalen?
Over het algemeen gaan mensen in Nederland vaak naar de tandarts, 82% bezoekt minimaal een keer per jaar de tandarts. Daar zitten dus ook mensen met een smalle beurs tussen. Voor veel mensen, en ook mensen met een smalle beurs, is mondzorg financieel toegankelijk. Bijvoorbeeld via aanvullende verzekeringen of, specifiek voor minima, een gemeentepolis. Tegelijkertijd is er een groep van naar schatting 640.000 volwassenen die om financiële redenen afzien van mondzorg. Het kabinet vindt dat een pijnlijke situatie.
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat mensen in Nederland met tandpijn rondlopen en uit financiële wanhoop hun toevlucht nemen tot onverantwoorde noodoplossingen, zoals het smeren van sambal op het tandvlees, in plaats van tijdig naar de tandarts te kunnen gaan?
Het is zeer pijnlijk als mensen hun toevlucht nemen tot dergelijke noodoplossingen. Er is helaas geen eenvoudige oplossing voor deze weerbarstige problematiek. Uit een verkenning2 naar gerichte regelingen voor minima blijkt namelijk dat deze allen de nodige uitdagingen kennen in het op een doelmatige manier bereiken van de beoogde doelgroep en ook dat deze regelingen de nodige financiële dekking vragen. Het kabinet heeft, gegeven de beschikbare financiële middelen, dan ook andere beleidskeuzes gemaakt.
Alhoewel het geen structurele en volledige oplossing is, is het kabinet wel voornemens om via de ontwikkelagenda van het AZWA een pilot rondom mondzorg voor minima uit te voeren. Hiervoor is 2 keer 5,5 miljoen euro gereserveerd.
Klopt het dat in 2024 64% van de volwassen verzekerden aanvullend verzekerd was voor mondzorg, maar dat daarmee nog niet duidelijk is hoeveel mensen geen aanvullende tandartsverzekering hebben omdat zij deze niet kunnen betalen? Kunt u dit beter in kaart brengen?
Het klopt dat in 2024 64% van de volwassenen een aanvullende verzekering voor mondzorg had. Dat wil niet zeggen dat de overige 36% van de volwassenen deze verzekering niet kunnen betalen. Er zijn ook mensen die bewust geen aanvullende tandartsverzekering afsluiten, bijvoorbeeld omdat zij weinig mondzorgkosten verwachten en/of de kosten zelf kunnen dragen. Het is niet bekend waarom mensen géén tandartsverzekering afsluiten en in hoeverre betaalbaarheid daar de reden van is. Naar schatting mijden 640.000 volwassenen mondzorg vanwege financiële redenen. Het kabinet ziet geen aanleiding dit verder in kaart te brengen.
Deelt u de mening dat noodzakelijke mondzorg geen luxe is, maar onderdeel is van zorg die voor Nederlanders betaalbaar en toegankelijk moet zijn?
Uiteraard deelt het kabinet het belang van noodzakelijke mondzorg. Over het algemeen gaan mensen in Nederland vaak naar de tandarts en veel mensen kunnen de mondzorg zelf financieren of zich aanvullend hiervoor verzekeren. Voor veel mensen is mondzorg, gelukkig, toegankelijk. Er is helaas ook een groep voor wie dat niet geldt. Voor mensen met een lager inkomen kan de gemeentepolis, een zorgverzekering voor minima die altijd mondzorgdekking biedt, een optie zijn. Niet alle deelnemers van een gemeentepolis weten dat er een vergoeding voor mondzorgdekking in hun verzekerd pakket zit, dat biedt wellicht nog aanknopingspunten om de toegankelijkheid van mondzorg te verbeteren. Ook zijn er verschillende andere lokale regelingen of initiatieven. Deze initiatieven leveren een bijdrage aan het terugdringen van mondzorgmijding en het kabinet is deze partijen dus erkentelijk voor deze initiatieven. Tegelijkertijd ziet het kabinet dat deze initiatieven geen volledige oplossing kunnen bieden.
Hoe beoordeelt u het feit dat in Ridderkerk een lokale regeling nodig is waarbij minima met acute of urgente mondzorg terechtkunnen bij minimatandartsen?
Zie het antwoord op vraag 5.
Vindt u het wenselijk dat noodzakelijke mondzorg voor minima afhankelijk wordt van lokale initiatieven, vrijwilligers, donaties, kerken, ondernemers en een beperkte gemeentelijke subsidie?
Alhoewel het kabinet deelt dat er een groep mensen is die om financiële redenen afzien van mondzorg, wordt de vermeende strekking dat mondzorg voor minima afhankelijk wordt van lokale initiatieven niet gedeeld. Via aanvullende verzekeringen of voor minima via een gemeentepolis is mondzorg voor een grote groep mensen financieel toegankelijk. Een gemeentepolis biedt altijd dekking voor mondzorg, al is dat niet altijd bij alle deelnemers bekend. Tegelijkertijd is er inderdaad een groep volwassenen voor wie mondzorg niet toegankelijk is en het kabinet is de diverse partijen zeer erkentelijk voor hun inspanningen om mondzorg voor deze groep verder toegankelijk te maken.
Wat doet u om te voorkomen dat kleine gebitsproblemen bij mensen met een laag inkomen uitgroeien tot ernstige pijnklachten, ontstekingen of abcessen?
Er is geen eenvoudige oplossing voor deze weerbarstige problematiek. Uit een verkenning3 naar gerichte regelingen voor minima blijkt dat deze allen de nodige uitdagingen kennen in het op een doelmatige manier bereiken van de beoogde doelgroep en ook dat deze regelingen de nodige financiële dekking vragen. Het kabinet heeft, gegeven de beschikbare financiële middelen, andere beleidskeuzes gemaakt.
Alhoewel het geen structurele en volledige oplossing is, is het kabinet wel voornemens om via de ontwikkelagenda van het AZWA een pilot rondom mondzorg voor minima uit te voeren. Hiervoor is 2 maal 5,5 miljoen euro beschikbaar. De invulling van de pilot behoeft nog nadere uitwerking.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel (incl. Pakketbeheer) van 10 juni 2026, zodat de antwoorden bij het debat kunnen worden betrokken?
Ja.
Bescherming van Bonaire tegen de klimaatcrisis |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66), Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het NOS-artikel over het bezoek van premier Jetten aan Bonaire1, bezien in samenhang met het nieuwe rapport van Greenpeace waaruit blijkt dat de kosten van klimaatverandering op Bonaire in de toekomst fors zullen oplopen2?
Hoe beoordeelt u het feit dat u naar Bonaire afreist met niets meer dan woorden, terwijl de inwoners van het eiland al jaren wachten op daadwerkelijke bescherming tegen de gevolgen van de klimaatcrisis?
Welke boodschap denkt u af te geven aan de inwoners van Bonaire door in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak in de klimaatzaak, terwijl diezelfde inwoners juist dringend meer bescherming nodig hebben?
Begrijpt u dat het hoger beroep door veel inwoners van Bonaire zal worden ervaren alsof de Staat hun veiligheid, gezondheid en toekomst nog altijd niet serieus neemt?
Kunt u toelichten hoe u voorkomt dat Caribisch Nederland bij een volgend bezoek opnieuw met lege handen blijft achter in beleid, bescherming en middelen?
Kunt u aangeven welke gesprekken er zijn gevoerd met het Openbaar Lichaam Bonaire over klimaatverandering en klimaatmitigatie en -adaptatie? Hoe zijn deze gesprekken verlopen?
Overweegt u de eilanden nog eens in de zomer te bezoeken, zodat u zelf kunt ervaren hoe ondraaglijk de hitte daar werkelijk kan worden?
Waarom kiest u ervoor om tijd en geld te steken in een hoger beroep, terwijl die energie ook direct kan worden ingezet voor uitvoering, bescherming en financiering van urgente maatregelen op Bonaire?
Deelt u de conclusie van Greenpeace dat de kosten voor bescherming van Bonaire fors kunnen oplopen als nu niet wordt ingegrepen? Zo nee, op welke grond wijkt u daarvan af?
Welke nieuwe feiten of omstandigheden uit het recente rapport van Greenpeace zijn voor u aanleiding geweest om de schade en kosten van uitblijvend beleid op Bonaire opnieuw te beoordelen?
Kunt u aangeven welke concrete aanvullende maatregelen u op korte termijn neemt om Bonaire beter te beschermen tegen zeespiegelstijging, droogte, hittestress en andere klimaatrisico’s?
Bent u bereid om de financiering voor de bescherming van Bonaire structureel te borgen door deze onder te brengen in het Deltafonds of een vergelijkbare systematiek van meerjarige begrotingsreserveringen in plaats van te werken met incidentele bijdragen?
Bent u bereid om, gelet op het bezoek aan Bonaire, het hoger beroep in de klimaatzaak opnieuw te bezien en prioriteit te geven aan snelle uitvoering van beschermende maatregelen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en ruim voor het plenaire debat over de gerechtelijke uitspraak inzake de klimaatzaak Bonaire beantwoorden?
Het artikel dat jongeren vaker betrokken zijn bij gevaarlijke situaties rond spoorwegovergangen |
|
Hidde Heutink (PVV) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Bent u bekend met de inhoud van dit artikel?1
Ja, ik ben bekend met de inhoud van dit artikel en met de campagne die ProRail voert om jongeren bewust te maken van overwegenrisico’s.
Denkt u dat deze campagne wél effect heeft nu blijkt dat, ondanks meerdere campagnes van ProRail in het verleden, het aantal gevaarlijke situaties met jongeren zelfs is toegenomen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Weggebruikers bewust maken van de risico’s van onoplettendheid bij overwegen draagt bij aan de veiligheid van overwegen. Risicogedrag of onoplettendheid op overwegen zijn vaak de oorzaak van overwegongelukken: in de afgelopen vijf jaar waren circa de helft van de ongelukken daaraan te wijten. Deze campagnes hebben als doel om het gedrag van weggebruikers op overwegen positief te beïnvloeden.
ProRail richt deze campagne op jongeren omdat ze zien dat het aandeel jongeren in ongelukken op overwegen stijgt. In absolute zin is het aantal incidenten met jongeren de afgelopen 20 jaar overigens sterk gedaald, net als bij andere leeftijdscategorieën.
Wat zijn de totale kosten voor de aanstaande campagne van ProRail en hoe worden deze bekostigd?
Deze campagne is bekostigd vanuit het communicatiebudget van ProRail, onderdeel van de apparaatskosten. ProRail geeft aan dat deze campagne in totaal ca. € 150.000 kost.
Hoe duur waren de campagnes van ProRail ten aanzien van dit probleem in de afgelopen tien jaar? Kunt u per campagne een kostenplaatje overleggen? Zo nee, waarom niet?
ProRail voert periodiek campagnes om weggebruikers te attenderen op overwegenrisico’s. Sinds 2018 heeft ProRail de volgende campagnes gerealiseerd:
2018 Veiligheidscampagne gericht op senioren: Doelgroep informeren over hoe ze zich veilig moeten gedragen op en rond de overweg en op transferplaatsen op en rond het station.
2018 Meldpunt gevaarlijke situaties rondom het spoor: Oproep om melding te maken van gevaarlijke situaties rondom overwegen.
2019 Jongerencampagne Victim Fashion by accident: jongeren bewust maken van gevaarlijk gedrag en de gevolgen op en rond het spoor.
2020 Spoorlopers campagne: jongeren bewust maken van gevaarlijk gedrag op en rond het spoor.
2021 Jongerencampagne: Oppassen rond het spoor is van levensbelang.
2022 Jongerencampagne: Niets is gevaarlijker dan het spoor.
2023 Beroepschauffeurs, schat de situatie niet verkeerd in: stop altijd voor rood licht, vermijd stilstaan en voorkom filevorming.
2024 Overwegcampagne langzaam wegverkeer: risicogedrag bij overwegen.
2026 Jongerencampagne: risico’s van onoplettendheid bij overwegen.
ProRail geeft aan dat elk van deze campagnes gemiddeld ca. € 150.000 heeft gekost.
Hoeveel onbewaakte spoorwegovergangen (Niet Actief Beveiligde Overweg, hierna: NABO) zijn er nog in Nederland en kan de Staatssecretaris bevestigen dat in verhouding hier de meeste onveilige situaties plaatsvinden?
Elke overweg heeft een intrinsiek risico. Op onbeveiligde overwegen wordt veel van de weggebruiker verwacht: die moet zich vergewissen dat er geen trein nadert. Bij openbare wegen is de weggebruiker niet altijd hier goed van op de hoogte. Met het in 2018 gestarte NABO-programma wordt gewerkt aan het opheffen of beveiligen van de 180 onbeveiligde openbaar toegankelijke overwegen op het gemengde net.2 Per 1 januari 2026 resteren er 9. Over de voortgang van het NABO-programma heeft mijn voorganger de Tweede Kamer in december geïnformeerd.3
Naast openbaar toegankelijke onbeveiligde overwegen, resteren er 391 onbeveiligde overwegen op haven- en industrielijnen en 63 particuliere onbeveiligde overwegen op het gemengde net. Ook deze overwegen hebben risico’s, maar deze zijn relatief lager bijvoorbeeld omdat de snelheden lager zijn of omdat enkel rechthebbenden van die overweg gebruik mogen maken.
Op de circa 1700 beveiligde overwegen op het gemengde net vinden inmiddels naar verhouding de meeste impactvolle incidenten plaats.
Hoeveel van de twaalf omgekomen jongeren, tussen 2021 en 2025, zijn om het leven gekomen bij een onbewaakte overgang (een NABO)?
Van de twaalf omgekomen jonge overweggebruikers tussen 2021 en 2025, kwam er één om op een onbeveiligde overweg. Dit betrof een ongeluk in maart 2021 op een inmiddels door het NABO-programma opgeheven openbaar toegankelijke overweg.
Kunt toelichten hoeveel van de geregistreerde onveilige situaties met jongeren zich hebben afgespeeld bij een onbewaakte overgang (een NABO)?
Van onveilige situaties heeft ProRail geen betrouwbare gegevens over de leeftijd, omdat de leeftijd niet altijd goed ingeschat kan worden. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 resteren er weinig openbaar toegankelijke onbeveiligde overwegen op het gemengde net. De huidige nog resterende onbeveiligde overwegen op het reizigersnet worden voornamelijk gebruikt door agrariërs en niet door studenten of schoolgaande jeugd. Het merendeel van de onveilige situaties doet zich dan ook voor op beveiligde overwegen.
Welke concrete maatregelen zijn er genomen en/of worden er op korte termijn genomen om te voorkomen dat jongeren in gevaarlijke situaties bij spoorwegovergangen terechtkomen?
Het aantal ongelukken op overwegen is relatief laag, dankzij de aanwezigheid van slagbomen, bellen en lichten op de meeste overwegen. Met deze campagne wil ProRail een grote groep jongeren bereiken en attenderen op hun verantwoordelijkheid om veilig over te steken, bijvoorbeeld pas als de rode lichten niet meer knipperen.
Specifiek voor scholieren heeft ProRail een lesprogramma waarmee op scholen voorlichting gegeven wordt over de risico’s op het spoor en rondom overwegen. Deze wordt door ProRail aan scholen aangeboden.4
Kun u deze vragen één voor één beantwoorden voor het commissiedebat Spoorveiligheid en ERTMS op woensdag 27 mei 2026?
Ja.
Het bericht ‘Niet alleen 110 banen weg: waarom het faillissement van Coldenhove heel Eerbeek raakt’ |
|
Jimmy Dijk (SP) |
|
Herbert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Niet alleen 110 banen weg: waarom het faillissement van Coldenhove heel Eerbeek raakt»?1
Wanneer ontving u de eerste signalen dat na het faillissement van De Hoop ook Coldenhove failliet dreigde te gaan?
Welke stappen heeft u na deze signalen genomen? Indien u geen stappen heeft ondernomen, waarom niet?
Welke stappen hebben u of uw voorganger genomen om een faillissement zoals bij Coldenhove te voorkomen, na het plenaire Kamerdebat op 20 maart 2024 over problemen in de papier- en kartonindustrie in Nederland als gevolg van de hoge energieprijzen?2
Hoeveel bedrijven in de Nederlandse maakindustrie dreigen door de opnieuw stijgende energieprijzen binnen het komende jaar ook failliet te gaan?
Wat doet u om dit te voorkomen?
Bent u het ermee eens dat de Nederlandse maakindustrie, waaronder de papier- en kartonproductie, essentieel is voor Nederland? Zo nee, waarom niet?
Welke stappen neemt u om de ontslagen medewerkers van Coldenhove zo snel mogelijk aan nieuw werk te helpen?
Bent u het ermee eens dat een eventuele doorstart voor de medewerkers van Coldenhove een oplossing zou kunnen zijn? Zo ja, welke stappen neemt u om een eventuele doorstart van Coldenhove mogelijk te maken?
Gaat u in gesprek met de provincie Gelderland om eventuele obstakels voor een doorstart van de papier- en kartonindustrie in Eerbeek weg te nemen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Het bericht ‘Moeten we de wc niet meer doorspoelen met drinkwater?’ |
|
Robert van Asten (D66), Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66) |
|
Boekholt-O’Sullivan , Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het gebruik van hoogwaardig drinkwater voor laagwaardige toepassingen zoals toiletspoeling, in het licht van toenemende drinkwaterschaarste door droogte, klimaatverandering en bevolkingsgroei?1
Deelt u de opvatting dat het grootschalig inzetten van grijswater (zoals hergebruikt douchewater) en hemelwater een substantiële bijdrage kan leveren aan het verminderen van de druk op de drinkwatervoorziening?
Kunt u een actuele stand van zaken geven van de uitwerking van de aanbevelingen van het RIVM ten aanzien van het gebruik van grijs- en hemelwater in de gebouwde omgeving?
Gelet op het feit dat u tijdens het wetgevingsoverleg Water van 2 februari 2026 aangaf pilots te willen uitvoeren en dat u binnen een jaar hierop terugkomt bij de Kamer, en in het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing2 wordt bovendien 2035 als jaar genoemd waarin waterbewust bouwen de norm is: kunt u concreet aangeven welke pilots inmiddels zijn gestart, wat de planning is en wanneer de eerste resultaten worden verwacht?
Waarom kiest u ervoor om (opnieuw) pilots uit te voeren terwijl in andere landen en regio’s, zoals Vlaanderen, al uitgebreide ervaring is opgedaan met grijswatersystemen? Welke lessen uit Vlaanderen zijn inmiddels concreet vertaald naar Nederlands beleid en regelgeving?
Welke specifieke belemmeringen staan momenteel grootschalige toepassing van grijswatersystemen in de weg in zowel nieuwbouw als bestaande bouw (bijvoorbeeld op het gebied van NEN-normering, toezicht door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), volksgezondheid of kosten)?
In hoeverre zijn risico’s zoals foutaansluitingen inmiddels voldoende in beeld en beheersbaar, en welke aanvullende maatregelen acht u noodzakelijk om deze risico’s te beperken?
Acht u het noodzakelijk om de norm voor grijswater- en hemelwatersystemen in nieuwbouw uiterlijk in 2035 naar voren te halen gezien de grote urgentie?
Kunt u toelichten waarom een mogelijke opname van grijswatersystemen in het Bouwbesluit (of opvolgende regelgeving) volgens u een tijdslijn van circa twee jaar vergt, en ziet u mogelijkheden om dit proces te versnellen?
Welke rol spelen kostenoverwegingen in uw afweging, en hoe verhouden deze zich tot de maatschappelijke baten van drinkwaterbesparing en het voorkomen van drinkwatertekorten?
Hoe voorkomt u dat Nederland te maken krijgt met «drinkwatercongestie», en welke rol ziet u daarbij voor decentrale wateroplossingen zoals grijswatersystemen?
Op welke wijze wordt het gebruik van grijswater momenteel gestimuleerd via bestaande instrumenten, zoals de MIA/VAMIL-regeling, en acht u deze stimulansen voldoende?
Bent u bereid om, vooruitlopend op eventuele aanpassing van het Bouwbesluit, al concrete maatregelen te nemen om de toepassing van grijswater in de bouwpraktijk te versnellen? Zo ja, welke?
Kunt u toezeggen dat de Kamer vóór het commissiedebat over ruimtelijke ordening wordt geïnformeerd over de voortgang en mogelijke beleidsopties, zodat hierover gericht besluitvorming kan plaatsvinden?
De transparantie bij de Nederlandse Loterij en de publieke verantwoordelijkheid van de Staat in relatie tot gokschade |
|
Joost Eerdmans (JA21) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u ermee bekend dat de Nederlandse Loterij – exploitant van o.a. Staatsloterij, Lotto, Eurojackpot, Miljoenenspel, Krasloten, Lucky Day en Toto – geen inzicht geeft in de verhouding tussen online en fysieke winnaars bij deze spellen, terwijl deze gegevens technisch eenvoudig beschikbaar zijn?
Waarom publiceert de Nederlandse Loterij geen basisinformatie over het aantal online verkochte loten en deelnames, het aantal winnende online loten en deelnames, en de verdeling van grote prijzen per verkoopkanaal voor al deze kansspelen?
Bent u bereid de Nederlandse Loterij te verplichten dergelijke transparantie-indicatoren jaarlijks openbaar te maken voor alle door haar geëxploiteerde kansspelen? Zo nee, waarom niet?
Hoe verhoudt het actief stimuleren van deelname aan kansspelen door een staatsbedrijf zich tot de verantwoordelijkheid van de overheid om gokschade te beperken, zeker gezien de groei van online deelname bij spellen als Lucky Day, Toto en Eurojackpot?
Erkent u dat deze dubbele rol bestuurlijk onzuiver is en vergelijkbaar met een overheid die zelf alcohol produceert, consumptie stimuleert en tegelijkertijd waarschuwt voor de schadelijke gevolgen?
Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat omzetdoelen van de Nederlandse Loterij zwaarder wegen dan het beperken van maatschappelijke schade, gezien de sterke commerciële promotie van o.a. Toto en Eurojackpot?
Hoeveel bedragen de maatschappelijke kosten van gokverslaving jaarlijks, en hoe verhouden deze zich tot de totale afdracht van de Nederlandse Loterij aan de Staat?
Waarom vindt er geen structurele monitoring plaats van de relatie tussen online deelname aan loterijen en kansspelen (zoals Lucky Day en Toto) en problematisch speelgedrag, terwijl de risico’s van online kansspelen breed worden erkend?
Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de maatschappelijke effecten van de groei van online deelname aan alle kansspelen van de Nederlandse Loterij? Zo nee, waarom niet?
Welke onafhankelijke instantie controleert of de kansverdeling tussen online en fysieke loten en deelnames identiek is bij alle spellen, en waarom worden deze auditbevindingen niet openbaar gemaakt?
Bent u bereid deze audits voortaan te publiceren, zodat burgers kunnen controleren of het systeem eerlijk functioneert?
Waarom gelden voor online loterijen en kansspelen van de Nederlandse Loterij niet dezelfde zorgplichten als voor andere online kansspelen, terwijl de drempelloze beschikbaarheid van online deelname vergelijkbare risico’s met zich meebrengt?
Het artikel 'Freedom of scientific inquiry: reclaiming space for controversy' |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Freedom of scientific inquiry: reclaiming space for controversy» van professor Akiko Iwasaki in Nature Reviews Immunology (1 mei 2026), waarin zij pleit voor een open wetenschappelijk debat over vaccinatieschade en expliciet verwijst naar nieuw onderzoek naar het Post-Vaccinatie Syndroom (PVS)?
Hoe weegt u de oproep van deze vooraanstaande immunoloog om «onhandige vragen» over vaccinatie-bijwerkingen met wetenschappelijke integriteit te behandelen, in het licht van het huidige Nederlandse beleid waarin de specifieke ondersteuning voor deze groep (C-support) juist wordt afgebouwd?
Deelt u de visie van professor Iwasaki dat het ontkennen van de noodzaak voor gespecialiseerd onderzoek en debat de wetenschappelijke vooruitgang en het publieke vertrouwen schaadt, zeker nu preprints van onder andere de Yale LISTEN-studie duiden op unieke symptoomprofielen bij PVS-patiënten?
Erkent u dat de transitie van PVS-zorg naar het «reguliere veld» indruist tegen de internationale roep om juist meer specialistische aandacht en onderzoek naar de pathofysiologie van deze aandoening, zoals bepleit in Nature Reviews Immunology?
Bent u bereid om, in de geest van «vrijheid van wetenschappelijk onderzoek», de subsidie voor C-support te handhaven als de centrale plek waar in Nederland deze internationale nog volop in ontwikkeling zijnde kennis wordt verzameld en vertaald naar de Nederlandse patiëntenzorg?
Welke acties onderneemt u om te waarborgen dat Nederlandse zorgverleners niet vervallen in wat professor Iwasaki beschrijft als «politiek gekleurde evaluaties», maar patiënten met klachten na vaccinatie serieus nemen op basis van de meest recente, onafhankelijke internationale data?
Kunt u toezeggen dat u, conform de aanbevelingen in het genoemde artikel, ruimte creëert voor een structureel expertisecentrum waar ook «controversiële» post-acute aandoeningen zoals PVS zonder vooroordelen onderzocht en behandeld kunnen worden?
Het bericht dat archieffragmenten van Pim Fortuyn zijn geblokkeerd en niet mogen worden uitgezonden |
|
Mona Keijzer |
|
Letschert |
|
Klopt de bewering in de uitzending van Nieuws van de Dag van 6 mei 2026 dat een groot aantal archieffragmenten van Pim Fortuyn in televisiesystemen wel kan worden teruggevonden, maar niet (meer) mag worden uitgezonden?
Klopt het dat redacties bij het raadplegen van deze archieven worden geconfronteerd met een technische blokkade, waardoor uitzending van deze fragmenten slechts mogelijk is na aanvullende toestemming of helemaal niet is toegestaan?
Is het waar dat deze blokkades zijn aangebracht binnen systemen waarvan omroepen gebruikmaken, zoals het archiefsysteem van de NPO en/of het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid? Zo niet, om welk systeem gaat het dan?
Welke instanties of partijen hebben besloten tot het aanbrengen van deze blokkades bij archieffragmenten van Pim Fortuyn?
Is het waar dat het hierbij (mede) gaat om fragmenten met aantoonbare historische en politieke betekenis, waaronder interviews en debatmomenten uit de periode rond de opkomst van Pim Fortuyn?
Met welke reden of redenen zijn deze fragmenten geblokkeerd, en op basis van welk juridisch, beleidsmatig of contractueel kader is deze beslissing genomen?
Zijn er naast de in de uitzending genoemde fragmenten nog meer archiefbeelden van Pim Fortuyn die (gedeeltelijk) zijn geblokkeerd, en zo ja, kunt u aangeven om hoeveel fragmenten het gaat en op welke gronden deze zijn geblokkeerd?
Klopt het dat betrokkenen die in deze fragmenten voorkomen, via een systeem kunnen aangeven dat zij niet wensen dat bepaalde beelden opnieuw worden uitgezonden?
Indien de publieke omroep verantwoordelijk is voor het blokkeren van deze archieffragmenten, acht u deze handelwijze verenigbaar met de publieke taak van de publieke omroep om de Nederlandse politieke en maatschappelijke geschiedenis toegankelijk en inzichtelijk te maken?
Deelt u de mening dat historisch-politieke archieffragmenten die met publieke middelen zijn vervaardigd of beheerd, in beginsel vrij beschikbaar moeten zijn voor journalistieke en maatschappelijke duiding?
Deelt u de mening dat het structureel blokkeren van dergelijke fragmenten neerkomt op het beperken van het zicht op de Nederlandse politieke geschiedenis?
Kunt u toezeggen dat u zich actief zal inzetten om ervoor te zorgen dat archieffragmenten van Pim Fortuyn met historische en politieke betekenis weer zonder belemmeringen kunnen worden uitgezonden? Zo niet, waarom niet?
De overnames van vakantieparken en de stand van zaken van de nieuwe Kampeerwet |
|
Sandra Beckerman (SP) |
|
Boekholt-O’Sullivan , Herbert |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Markt voor vakantiehuizen koelt in hoog tempo af»?1 Wat is u reactie op het feit dat er op makelaarssite Funda nu 4.979 recreatiewoningen te koop staan, 32% meer dan in maart 2025?
Herkent u de door makelaarsvereniging NVM geconstateerde trend dat steeds meer eigenaren van vakantiewoningen deze willen verkopen?
Onderschrijft u de woorden van recreatieadviseur Hans van Leeuwen dat straks 75% van de vakantiehuizen in Nederland geen rendement meer oplevert? Voorziet u net als hij een grote verkoopgolf?
De SP heeft jarenlang gewaarschuwd dat de overname van campings en de bouw van veel nieuwe vakantiewoningen ertoe zou leiden dat deze markt ook op een moment weer zou afkoelen, met grote gevolgen voor alle betrokkenen, erkent u dat dit nu gebeurt?
Ondanks de snel afkoelende markt voor vakantiehuizen, worden er nog steeds campings opgekocht en geherstructureerd voor de bouw van (luxe) vakantiewoningen, deelt u onze mening dat dit zeer onverstandig is?
Nog steeds verliezen recreanten hun vaste kampeerplek omdat ze moeten wijken voor de komst van duurdere vakantiewoningen, ondanks dat er een groter tekort is aan betaalbare vakantieplekken dan aan luxere vakantiewoningen, wat gaat u doen om deze trend te keren?
Kent u de oproep van Veluwse gemeenten «Overnamegolf vakantieparken baart gemeenten op Veluwe zorgen: «Voor veel mensen onbetaalbaar»»?2
Begrijpt u de zorgen van de Veluwse gemeenten dat steeds meer vakantieparken in handen komen van grote ketens?
Begrijpt u de zorgen van de Veluwse gemeenten dat vakanties daardoor te duur worden?
De Veluwse gemeenten spreken nu de, ook door de SP vaak geuite zorg uit, dat vakantieparken eenheidsworst worden en vakantie straks alleen nog te betalen is voor mensen met veel geld, deelt u deze zorg nu eveneens?
Erkent u dat het voor gemeentes nu vaak lastig is om de komst van vakantieketens te voorkomen? Kunt u in uw antwoord meenemen welke mogelijkheden gemeenten volgens u hebben om deze trend te keren?
Erkent u dat wanneer het voor gemeenten al lastig is om hier iets aan te doen, het voor recreanten die hun vaste plek dreigen te verliezen nog veel lastiger is?
Erkent u dat gemeenten bestaande instrumenten om recreatiebestemmingen te beschermen in de praktijk lang niet altijd benutten of handhaven?
Wat gaat u doen om te voorkomen dat gemeenten recreatief gebruik laten verdwijnen zonder duidelijke ruimtelijke afweging over de gevolgen voor betaalbare recreatie, leefbaarheid en toerisme?
Erkent u dat recreanten nu niet of nauwelijks beschermd zijn bij overnames en herstructureringen?
Wat vindt u ervan dat sommige recreanten niet eens precies weten wie de nieuwe eigenaar is omdat deze verscholen zit in een reeks bv’s? Zo is Metanoia, de nieuwe eigenaar van camping de Fontein, met 25 bv’s ingeschreven op één adres en staan er 60 bv’s op één adres in Zandvoort waaronder de nieuwe eigenaar van camping Sandevoerde, ziet u dit als onwenselijk?
Hoeveel campings en vakantieparken zijn sinds 2020 overgenomen door investeringsmaatschappijen, grote recreatieketens of vastgoedpartijen?
Heeft het kabinet zicht op hoeveel vaste kampeerplaatsen de afgelopen vijf jaar zijn verdwenen?
Hoeveel nieuwe recreatiewoningen, waaronder luxe recreatiewoningen, zijn de afgelopen vijf jaar vergund, en hoeveel betaalbare kampeerplaatsen zijn in dezelfde periode verdwenen?
Heeft u inzicht in het aantal overnames van campings en vakantieparken dat gepaard gaat met opzegging van vaste standplaatsen, herstructurering of omzetting naar recreatiewoningen?
Bent u bereid landelijk inzichtelijk te maken hoeveel vaste kampeerplaatsen de afgelopen jaren zijn verdwenen door overnames, herstructurering en transformatie van vakantieparken?
Erkent u dat recreatiewoningen en vakantieparken in toenemende mate worden gebruikt door bedrijven die vakantiewoningen opkopen voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waardoor recreatiebestemmingen feitelijk verdwijnen?
Heeft u inzicht in hoeveel recreatieparken momenteel geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten?
Deelt u de mening dat recreatieparken primair bedoeld moeten blijven voor recreatie en betaalbare vakanties, en niet sluipenderwijs moeten veranderen in grootschalige huisvestingslocaties?
Erkent u dat de combinatie van grootschalige opkoop van vakantieparken, herstructurering en huisvesting van arbeidsmigranten leidt tot verdere afname van betaalbare recreatiemogelijkheden voor Nederlandse gezinnen?
Hoe verklaart u dat woningbouwprojecten in heel Nederland geregeld stilvallen vanwege stikstofregels, terwijl de uitbreiding of herstructurering van vakantieparken en de bouw van recreatiewoningen vaak wel doorgaan, óók nabij kwetsbare natuurgebieden?
Deelt u de mening dat het wringt dat betaalbare woningbouw regelmatig wordt tegengehouden vanwege stikstof, terwijl recreatieve vastgoedontwikkeling veelal wel mogelijk blijkt?
Erkent u dat stikstofberekeningen bij de herstructurering van vakantieparken doorgaans gebaseerd zijn op door initiatiefnemers zelf aangeleverde gegevens en berekeningen?
Hoe wordt gecontroleerd of de aangeleverde stikstofberekeningen, verkeersprognoses en natuuronderzoeken bij recreatieve herstructureringsprojecten daadwerkelijk volledig en realistisch zijn?
Heeft u signalen dat herstructureringen van vakantieparken gefaseerd worden uitgevoerd om stikstofeffecten of vergunningplichten te beperken of te omzeilen?
Wordt bij gefaseerde herstructurering van campings en vakantieparken altijd gekeken naar de totale cumulatieve stikstof- en natuureffecten van het volledige project?
Deelt u de mening dat voorkomen moet worden dat grootschalige recreatieve vastgoedontwikkeling via deelprojecten of gefaseerde aanvragen onder natuur- en stikstofregels uitkomt?
Voorjaar 2025 werd ons voorstel aangenomen om te komen tot een nieuwe Kampeerwet om recreanten, natuur en omgeving beter te beschermen (motie Kamerstuk 36 452, nr. 4), hoe staat het met de uitvoering van deze motie?
Op 21 januari 2026, bij de behandeling van de begroting van Economische Zaken, schreef u aan de Kamer «de uitvoering van de motie heeft mijn aandacht» en «naar verwachting wordt de reactie de binnenkort aan de Kamer gestuurd», wat is uw definitie van binnenkort?
Wanneer kunnen we de reactie op de aangenomen motie verwachten? Kunt u al zeggen welke maatregelen u gaat nemen om recreanten, natuur en omgeving beter te beschermen?
Welke maatregelen gaat u opnemen in de nota Ruimte om te borgen dat Nederland een divers recreatieaanbod heeft met mogelijkheden voor elk budget?
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de «eerste verjaardag» van onze aangenomen motie om te komen tot een nieuwe Kampeerwet (binnen de termijn van drie weken)?
Het bericht ‘Excuses, maar geen geld. Waarom Nederland de slachtoffers in Hawija niet compenseert’ |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht van de Groene Amsterdammer, Investico en BOOS over het gebrek aan compensatie in Hawija?1
Op 14 april 2026 publiceerde BNN-VARA programma BOOS een online aflevering, in samenwerking met onderzoek platform Investico en de Groene Amsterdammer, over de gevolgen van de Nederlandse wapeninzet in Hawija op 2-3 juni 2015. Tijdens het ordedebat van 15 april 2026 verzocht de Kamer om een aanvullende reactie van de regering op de uitzending van BOOS. Op 19 mei heeft het kabinet als reactie hierop de brief «Reactie BOOS-uitzending over Hawija, april 2026» gestuurd.2 In deze brief wordt ingegaan op de overwegingen ten aanzien van vrijwillige tegemoetkomingen inzake de luchtaanval in Hawija en het algemeen beleid van Defensie ten aanzien van vrijwillige tegemoetkomingen.
Welke stappen zijn gezet om te komen tot de gemaakte excuses in Hawija en hoe zijn slachtoffers daarbij betrokken?
Naar aanleiding van de uitkomsten van het rapport van de commissie Sorgdrager bood het kabinet in 2025 excuses aan voor de onbedoelde gevolgen van de Nederlandse luchtaanval in 2015. Toenmalig Minister van Defensie bracht deze excuses ook over aan de burgemeester van Hawija. Op 15 januari 2026 bracht de toenmalig Minister van Defensie een bezoek aan Hawija om in gesprek te gaan met slachtoffers en nabestaanden, de gouverneur van de provincie Kirkuk en de burgemeester van Hawija. Tijdens dit bezoek heeft hij persoonlijk de excuses overgebracht. Daarbij is gesproken met lokale autoriteiten, betrokkenen en inwoners van het getroffen gebied.
Waarom is er geen contact opgenomen met het compensatiekantoor in Kirkuk om informatie te achterhalen over wie de slachtoffers zijn van het bombardement?
Het kabinet heeft in 2020 besloten niet over te gaan tot het uitkeren van vrijwillige vergoedingen op individueel niveau. Uw Kamer is de afgelopen jaren meermaals geïnformeerd over de overwegingen hieromtrent, zoals ook recent uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending over Hawija, april 2026».3 Gelet op dit besluit, zijn er geen stappen ondernomen om tot concrete vormgeving of uitvoering van een individueel tegemoetkomingstraject te komen.
Waarom is er nooit doorgevraagd naar het dossier van PAX, de Universiteit Utrecht en Ashor om informatie te achterhalen wie de slachtoffers zijn van het bombardement?
Zie het antwoord op vraag 3.
Hoe kijkt u zelf naar uw uitspraken over dat individuele compensatie van slachtoffers niet mogelijk zou zijn, omdat individueel slachtofferschap en schade niet te achterhalen zouden zijn? Kunt u expliciet maken welke stappen er dan wel zijn gezet om te achterhalen wie de slachtoffers zijn van het bombardement in Hawija?
De vraag wat Defensie voor de slachtoffers en nabestaanden kan doen is een belangrijk en terugkerend onderdeel geweest van de inspanningen van Defensie. Ten aanzien van de overwegingen om niet over te gaan tot individuele tegemoetkoming is uw Kamer de afgelopen jaren meermaals geïnformeerd, zoals ook uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending over Hawija, april 2026».4
Waarom stelt u, zonder navraag naar de informatie te hebben gedaan, dat de informatie van PAX, Ashor en de Universiteit Utrecht niet voldoet aan de «juridische lat»? Kunt u dat onderbouwen?
Het kabinet heeft in 2020 besloten niet over te gaan tot vrijwillige compensatie op individueel niveau.
In generieke zin geldt dat bij iedere vorm van compensatie (of die nu vrijwillig is of verplicht) zal moeten worden vastgesteld onder welke voorwaarden en op basis van welk bewijs (c.q. juridische lat) iemand in aanmerking komt voor een vergoeding.
Waar zal de 10 miljoen euro aan compensatie voor de gemeenschap in Hawija aan worden besteed? Wie is betrokken bij het besluit waar dit geld aan zal worden besteed en hoe zijn of worden slachtoffers betrokken?
In het debat over het rapport van de commissie Sorgdrager op 15 mei 2025 heeft Defensie toegezegd circa 10 miljoen euro beschikbaar te maken voor aanvullende projecten. De invulling hiervan wordt op dit moment vormgegeven door het Ministerie van Defensie in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Tijdens het bezoek van de voormalig Minister van Defensie aan Hawija in januari jl., heeft hij met verschillende belanghebbenden gesproken over de noden en wensen van de gemeenschap. Deze behoeften zullen in de besteding worden meegenomen.
Deelt u de mening van advocaat Zegveld die stelt dat er geen verschil in slachtofferregeling zou hoeven zijn tussen Mosul en Hawija? Zo niet, kunt u dat beargumenteren?
Zoals uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending over Hawija, april 2026» is het beleid van Defensie ten aanzien van vrijwillige financiële compensatie (zogenoemde ex-gratiabetalingen) het leveren van maatwerk.5 Vrijwillige compensatie kan verschillende vormen aannemen en dient telkens nauwkeurig te worden afgestemd op de aard van de wapeninzet en geleden schade, binnen de context van het desbetreffende conflict. Deze variabelen zijn in elke situatie anders.
Inzake Mosul is de Kamer op 25 maart 2026 geïnformeerd over de hoofdconclusies van het interne onderzoek naar de luchtaanval op 22 maart 2016 te Mosul (Irak). Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden van de Nederlandse wapeninzet in Mosul, heeft Defensie besloten de nabestaanden een vrijwillige financiële tegemoetkoming aan te bieden. Er was, met de kennis van nu, geen sprake van een legitiem militair doelwit. Bovendien heeft Defensie de geleden schade met grote waarschijnlijkheid eigenstandig in kaart kunnen brengen. Een tegemoetkoming is daarom gepast en uitvoerbaar.
In Hawija is daarentegen het standpunt van Defensie dat de aanval rechtmatig was. Het kabinet heeft destijds besloten niet over te gaan tot het uitkeren van vrijwillige vergoedingen op individueel niveau, om de redenen uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending over Hawija, april 2026».6
Tot slot, wijs ik u op de lopende rechtszaak die slachtoffers en nabestaanden van de wapeninzet in Hawija hebben aangespannen tegen de Nederlandse Staat. In deze zaak buigt de rechtbank zich over de vraag of de gevolgen van de wapeninzet in Hawija te wijten zijn aan onrechtmatig handelen door de Staat. Defensie wacht de uitspraak van de rechtbank af.
Waarom was het bij andere oorlogen met burgerslachtoffers wel mogelijk om individuele schadevergoedingen uit te keren, en bij de slachtoffers van Hawija niet? Kunt u in uw antwoord ingaan op de voorbeelden die genoemd worden in het artikel van de Groene Amsterdammer, Investico en BOOS?
Zie het antwoord op de bovenstaande vraag. In het specifieke geval van Afghanistan heeft Nederland, net als meerdere partnerlanden, in de periode 2002–2021 vrijwillige betalingen uitgekeerd.7 De aard van de inzet in Afghanistan was een andere dan die in Irak tegen ISIS. In Afghanistan was sprake van een wederopbouwmissie, terwijl de inzet in Irak gericht was op het bestrijding van ISIS. Dit verschil in karakter van de missie is van invloed op de overwegingen ten aanzien van vrijwillige tegemoetkomingen.
Het is tevens voorgekomen dat na een rechterlijke uitspraak Nederland alsnog individuele schadevergoedingen heeft toegekend, zoals eerder is gedaan naar aanleiding van rechtszaken die zijn aangespannen door slachtoffers en/of nabestaanden uit Srebrenica (Bosnië) en Chora (Afghanistan).
Bent u bereid om alsnog te onderzoeken op welke manier individuele compensatie van slachtoffers van het bombardement in Hawija uitgekeerd kan worden met de beschikbare informatie over slachtoffers van het bombardement die tot nu toe nog niet is betrokken?
Nee. Zie het antwoord op vraag 3.
Kunt u deze vragen in ieder geval beantwoorden voor het plenaire debat over het addendum op het rapport van de Commissie onderzoek wapeninzet Hawija?
Ja.
Kunt u elke vraag afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
Bent u bekend met het bericht «Opgepakte verdachte steekpartij Winschoten is dief van knuffels voor Jeffrey en Emma»?1
Ja.
Deelt u de mening dat het schandalig en onacceptabel is dat deze Syriër, na zijn veroordeling voor diefstal op een herdenkingsplek van vermoorde Nederlandse kinderen, nog steeds in Nederland verblijft en opnieuw strafbare feiten pleegt?
Hoewel ik niet op deze individuele casuïstiek kan ingaan, hecht ik eraan te benadrukken dat ik crimineel gedrag veroordeel en dat dit kabinet in de aanpak van overlast en crimineel gedrag van asielzoekers strenger wil optreden bij recidive.
Hoeveel keer moet een Syriër in Nederland een misdrijf plegen voordat u hem het land uit zet? Is er voor u überhaupt nog een grens?
Een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling is reden voor de IND om te onderzoeken of naast strafrechtelijke consequenties, ook verblijfsrechtelijke consequenties kunnen worden toegepast. Dat kan ook betekenen dat een afgegeven asielvergunning wordt ingetrokken. Daarbij moet wel worden voldaan aan hoge eisen van Europees Unierecht. De Kwalificatierichtlijn vereist dat, als een vreemdeling internationale bescherming nodig heeft, er voor het weigeren of intrekken van een asielvergunning sprake moet zijn van veroordeling wegens een (bijzonder) ernstig misdrijf.
Na een afwijzend besluit of een intrekking van de IND start de DTenV het terugkeerproces. Dit kan, afhankelijk van de situatie, vanuit strafdetentie of (aansluitend in) vreemdelingenbewaring plaatsvinden.
Op 18 december 2024 heeft toenmalig Minister Faber uw Kamer geïnformeerd over aanscherping van het openbare-ordebeleid in asielzaken.2 Die beleidsaanscherping is onverkort van kracht en betekent dat we in asielzaken het maximale doen.
Het is aan de officier van justitie om te bepalen of in individuele gevallen vervolging wordt ingesteld en voor welke afdoening wordt gekozen.
Kunt u aangeven waarom deze en andere criminele Syriërs nog steeds niet zijn uitgezet, ondanks de overduidelijke overlast en criminaliteit die zij veroorzaken? Gaat u dit alsnog doen?
Zie antwoord vraag 3.
Begrijpt u, gelet op dit soort weerzinwekkende incidenten en de vele andere misdrijven door asielzoekers en statushouders, waarom de opstand onder de Nederlandse bevolking steeds groter wordt? Zo ja, waarom voert u dan nog steeds geen onmiddellijke, volledige asielstop in en waarom zet u niet massaal criminele vreemdelingen uit?
Tegen de achtergrond van de recente asielrellen, herhaal ik op dit punt wat ik ook in het Commissiedebat van 13 mei jl. met uw Kamer heb gewisseld. Onze rechtstaat mag niet worden ondermijnd door intimidatie, bedreiging en geweld. Het Nederlandse toelatingsbeleid is gebaseerd op individuele toetsing en rechtsstatelijke uitgangspunten. Dit kabinet kiest voor meer grip op migratie door de instroom te verlagen en vertrek van uitgeprocedeerde asielzoekers te verhogen. Daarbij ben ik bereid om alle juridische ruimte te gebruiken, maar zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop.
Zo geeft dit kabinet nu prioriteit aan het implementeren van het Europese Migratiepact, waarmee meer grip op de Europese instroom wordt verkregen.
Om effectieve terugkeer en vertrek van niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen te bevorderen is het streven van het kabinet om met de nieuwe Terugkeerverordening de terugkeerprocedure simpeler, efficiënter en doeltreffender te maken en de samenwerking met landen buiten de Europese Unie te versterken, onder andere via migratiepartnerschappen.
Om de geïntensiveerde inzet op brede, strategische partnerschappen en de samenwerking met derde landen vorm te geven wordt er in een ambtelijke taskforce internationale migratie samengewerkt met betrokken departementen waaronder Buitenlandse Zaken en uitvoeringsorganisaties.
Ten slotte komt het kabinet met een nieuw wetsvoorstel voor de strafbaarstelling van de terugkeerfrustreerders op basis van een zorgvuldige procedure, advisering en gesprekken met maatschappelijke organisaties.
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het commissiedebat Vreemdelingen- en Asielbeleid op 13 mei aanstaande?
Ik heb ernaar gestreefd uw vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Het intrekken en verdwijnen van Zivver-bestanden binnen dossiers in de jeugdbescherming |
|
Nicole Moinat (PVV) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met signalen dat Zivver-bestanden en gedeelde documenten binnen dossiers van de jeugdbescherming achteraf worden ingetrokken, verwijderd of ontoegankelijk gemaakt?1
Klopt het dat bestanden die via Zivver zijn verzonden door de verzender kunnen worden ingetrokken of verwijderd nadat deze reeds beschikbaar zijn gesteld aan betrokkenen?
Hoe vaak is de afgelopen vijf jaar gebruikgemaakt van het intrekken of verwijderen van Zivver-bestanden binnen de jeugdbescherming, gecertificeerde instellingen of aanverwante organisaties?
Wordt geregistreerd welke documenten zijn ingetrokken, op welk moment dit is gebeurd en door wie daarvoor opdracht is gegeven?
Hoe wordt voorkomen dat relevante stukken uit dossiers verdwijnen terwijl ouders, kinderen, advocaten of rechters juist afhankelijk zijn van volledige dossierinzage?
Acht u het wenselijk dat documenten die onderdeel uitmaken van een dossier achteraf kunnen worden ingetrokken zonder onafhankelijke toetsing of kennisgeving aan alle betrokken partijen?
Welke wettelijke grondslag bestaat er voor het achteraf ontoegankelijk maken van reeds gedeelde dossierstukken?
Kunt u uitsluiten dat het intrekken van Zivver-bestanden wordt gebruikt om fouten, onvolledigheden of belastende informatie buiten beeld te houden?
Zijn er signalen bekend waarbij ouders of advocaten melding hebben gemaakt van verdwenen, gewijzigde of ingetrokken stukken binnen jeugdbeschermingsdossiers?
Hoe wordt de integriteit en volledigheid van digitale dossiers binnen de jeugdbescherming momenteel gewaarborgd?
Bestaat er een audittrail waaruit blijkt welke documenten zijn gedeeld, geopend, gewijzigd of ingetrokken? Zo ja, wie heeft toegang tot deze gegevens?
Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten doen naar het gebruik van Zivver en andere digitale systemen binnen de jeugdbescherming, specifiek gericht op dossierintegriteit en rechtsbescherming?
Deelt u de mening dat het achteraf verdwijnen van dossierstukken het vertrouwen in de jeugdbescherming ernstig schaadt en mogelijk gevolgen heeft voor eerlijke rechtsgang?
Welke maatregelen gaat u nemen om te garanderen dat eenmaal verstrekte dossierstukken niet ongemerkt kunnen verdwijnen uit procedures die ingrijpende gevolgen hebben voor kinderen en ouders?
Op basis van welke wettelijke bevoegdheid kunnen dossierstukken of gedeelde Zivver-bestanden binnen de jeugdbescherming worden ingetrokken, verwijderd of ontoegankelijk gemaakt zonder toestemming van alle procesbetrokkenen?
Hoe wordt gewaarborgd dat het intrekken of verwijderen van digitale dossierstukken geen afbreuk doet aan de bewijspositie, rechtsbescherming en het recht op volledige dossierinzage van ouders, kinderen en hun advocaten?
Het bericht 'Omroep Zwart gered door gift van zes ton ondanks ledenverlies' |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Is publiek bekend welke donateur een gift van meer dan zes ton aan Omroep Zwart heeft geschonken?1
Nee.
Weet u wellicht wie deze gift van meer dan zes ton aan Omroep Zwart heeft geschonken?
Nee.
Vindt u het zorgelijk dat (anonieme) donateurs door middel van dergelijke grote giften mogelijk in het geheim invloed kunnen uitoefenen op de programmering van de publieke omroep?
Alle omroepen moeten voldoen aan de eisen op het gebied van transparantie en verantwoording. Het Commissariaat voor de Media houdt hier toezicht op. Het is een omroep toegestaan om donaties te ontvangen zolang er sprake is van een onvoorwaardelijke gift, hier geen inhoudelijke voorwaarden aan verbonden zijn en daarmee de onafhankelijkheid van het media-aanbod volledig gewaarborgd is. Het Commissariaat zal dit onderwerp in het kader van de reguliere rechtmatigheidstoetsing over boekjaar 2025 opvolgen.
Onthullingen in Nieuws van de Dag betreffende de mogelijkheid bij de NPO om tv-fragmenten met Pim Fortuyn te blokkeren zodat deze niet uitgezonden kunnen worden. |
|
Annabel Nanninga (JA21) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitzending van Nieuws van de Dag van 6 mei 2026 waarin presentator Thomas van Groningen onthulde dat personen die figureren in tv-fragmenten met Pim Fortuyn, de mogelijkheid hebben om in het archief van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid aan te geven dat voor hen pijnlijke passages niet uitgezonden mogen worden en dit dan ook niet gebeurt?
Klopt volgens u de bewering van Van Groningen dat het fragment waarin oud-politicus Marcel van Dam tegen Pim Fortuyn zegt dat hij een «buitengewoon minderwaardig mens» is, is geblokkeerd en dat dit het geval is met «heel veel van dit soort fragmenten» met Pim Fortuyn?
Deelt u de mening dat als dit fragment (of welk fragment dan ook) inderdaad op verzoek van Marcel van Dam (of van wie dan ook) niet meer mag worden uitgezonden, dit vanuit journalistiek oogpunt bijzonder ongewenst is?
Meent u dat er een einde zou moeten komen aan de praktijk van een veto uitspreken over het uitzenden van tv-fragmenten, door personen die liever niet herinnerd worden aan een optreden in relatie tot Fortuyn of eventuele andere persoonlijkheden/onderwerpen, en zo ja, bent u bereid dit aan de orde te stellen bij de NPO?
Zijn er volgens u situaties denkbaar waarbij een persoon met recht bezwaar zou kunnen maken tegen het herhalen van fragmenten die zich in het archief bevinden van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid?
Aangezien iedere Nederlander onvrijwillig meebetaalt aan de NPO, acht u het gepast om dan materiaal dat van ons allemaal is, te cureren, censureren, blokkeren of anderszins niet publiek beschikbaar te maken danwel houden?
Kunt u inzichtelijk maken hoeveel fragmenten uit het archief van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid op verzoek van betrokkenen zijn geblokkeerd, afgeschermd of anderszins beperkt in hergebruik, en in hoeveel gevallen dit politiek of maatschappelijk relevante uitzendingen betreft?
Kunt u inzichtelijk maken welk orgaan binnen de NPO verantwoordelijk is voor dergelijke censuur en welke overwegingen en criteria gehanteerd worden bij het inwilligen van verzoeken tot moderatie dan wel censuur?
Het blokkeren van historische archiefbeelden van Pim Fortuyn |
|
Caroline van der Plas (BBB) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met signalen dat historische televisiefragmenten van Pim Fortuyn in omroeparchieven zijn gemarkeerd als niet-uitzendbaar of beperkt toegankelijk zijn gemaakt?1
Klopt het dat binnen omroeparchieven of het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid systemen bestaan waarmee betrokken personen bezwaar kunnen maken tegen heruitzending van historische fragmenten?
Hoe beoordeelt u het voorbeeld waarbij voormalig politicus Marcel van Dam bezwaar zou hebben gemaakt tegen heruitzending van het historisch bekende fragment waarin hij Pim Fortuyn in Het Lagerhuis een «buitengewoon minderwaardig mens» noemt, en vindt u dat dergelijke politiek-historische fragmenten beschikbaar en uitzendbaar moeten blijven?
Op basis van welke criteria kunnen historische televisiebeelden worden geblokkeerd, beperkt of «uitgezet» voor hergebruik?
Deelt u de mening dat censuur of het achterhouden van historisch uitgezonden beeldmateriaal zoveel mogelijk moet worden uitgesloten en dat publiek uitgezonden politieke fragmenten in beginsel beschikbaar en uitzendbaar moeten blijven?
Hoe wordt voorkomen dat politiek gevoelige of maatschappelijk ongemakkelijke fragmenten selectief uit het publieke geheugen verdwijnen?
Kunt u inzicht geven in hoeveel historische politieke fragmenten momenteel beperkt beschikbaar zijn, wie daarover beslist, en welke bezwaarprocedures daarbij gelden?
Deelt u de mening dat juist de periode rond de opkomst van Pim Fortuyn van groot historisch belang is voor het begrijpen van het huidige maatschappelijke en politieke debat in Nederland?
Bent u bereid in overleg te treden met de publieke omroep en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid om te waarborgen dat historisch relevante politieke archieven toegankelijk en uitzendbaar blijven voor journalistieke en documentaire doeleinden?
De motie Veltman (Kamerstuk 36563, nr. 11) |
|
Björn Schutz (VVD) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Bent u bekend met motie-Veltman over het aanpassen van het Besluit capaciteitsverdeling om juridisch bindende kaderovereenkomsten mogelijk te maken die spoorvervoerders meerjarige zekerheid bieden, voor nationale én internationale treinverbindingen?1
Ja.
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van deze motie? Welke concrete stappen zijn inmiddels gezet richting ProRail en wanneer verwacht u uitgewerkte voorstellen en een concreet tijdpad met de Kamer te kunnen delen?
ProRail heeft een onderzoek uitgevoerd waarin zij enkele aanbevelingen doet om juridisch bindende kaderovereenkomsten mogelijk te maken. Het onderzoeksrapport is half mei opgeleverd en 2 juni aan de Tweede Kamer verstuurd. ProRail is, zoals zij in het rapport stelt, reeds aan de slag gegaan met de uitkomsten van het rapport. IenW is in gesprek met ProRail over de vervolgstappen die samen gezet kunnen worden.
Welke mogelijkheden bestaan binnen de huidige Nederlandse regelgeving om spoorvervoerders meerjarige zekerheid te bieden over toegang tot capaciteit op het spoor? Acht u deze mogelijkheden toereikend voor investeringen in nationale én internationale treinverbindingen?
Er bestaan binnen de huidige Nederlandse wet- en regelgeving mogelijkheden om spoorvervoerders meerjarige zekerheid te bieden over toegang tot capaciteit op het spoor, voornamelijk voor internationaal personenvervoer. Het is echter aan geldverstrekkers om te beoordelen of de zekerheid over toegang tot capaciteit toereikend is voor investeringen. Ook bedrijfseconomische aspecten, vervoersprognoses of macro-economische omstandigheden kunnen meespelen bij het al dan niet doen van een investering.
Deelt u de opvatting dat meerjarige zekerheid over spoorcapaciteit van groot belang is voor investeringen in (inter)nationaal spoorvervoer, mede gezien de lange levertijden van nieuw treinmaterieel? Zo nee, waarom niet?
Ja.
In hoeverre klopt het dat in andere Europese landen, waaronder Frankrijk, reeds wordt gewerkt met zogenoemde framework agreements of vergelijkbare meerjarige capaciteitsafspraken? Welke lessen kunnen daaruit worden getrokken voor Nederland?
Meerdere Europese infrastructuurbeheerders werken met framework agreements of meerjarige capaciteitsafspraken. Lessen die daaruit getrokken kunnen worden voor Nederland heeft ProRail in haar rapport opgenomen. In het algemeen geldt dat de karakteristieken van het Nederlandse spoornet ertoe leiden dat de Nederlandse situatie niet een-op-een te vergelijken is met een land als Spanje, Frankrijk of Duitsland. Desalniettemin kan geleerd worden van onder meer de manier waarop de kaderovereenkomsten vormgegeven worden en hoe de overeenkomsten in de markt worden gezet. Ook kan geleerd worden van de manier hoe wordt toegezien op de naleving van de overeenkomsten.
Hoe beoordeelt u het huidige systeem van capaciteitsverdeling als het gaat om het bieden van voldoende zekerheid aan nieuwe toetreders en private aanbieders van (inter)nationale treinverbindingen? Waar zitten volgens u de belangrijkste knelpunten?
ProRail doet in haar rapport enkele constateringen en aanbevelingen op het gebied van capaciteitsverdeling. Deze aanbevelingen worden meegenomen bij de implementatie van de verordening spoorweginfrastructuurcapaciteit en het opstellen van de nationale beleidssturing («strategic guidance») die onder die verordening aan ProRail kan worden gegeven.
In hoeverre kunnen kaderovereenkomsten bijdragen aan een beter gebruik van bestaande infrastructuur, waaronder de HSL-Zuid (hogesnelheidslijn), en aan het versterken van internationale treinverbindingen als alternatief voor korteafstandsvluchten?
Kaderovereenkomsten kunnen op internationale verbindingen een positieve bijdrage leveren aan een beter gebruik van bestaande infrastructuur en het versterken van internationale treinverbindingen als alternatief voor korteafstandsvluchten.
Hoe verhoudt de ontwikkeling van kaderovereenkomsten zich tot de ambitie om ruimte te bieden aan innovatieve en nieuwe aanbieders op het spoor?
Kaderovereenkomsten zouden voor innovatieve en nieuwe aanbieders mogelijk een positieve bijdrage kunnen leveren in het verkrijgen van financiering en het afdekken van een deel van het bedrijfsrisico.
Deelt u de opvatting dat verdere Europese harmonisatie van capaciteitsverdeling kan bijdragen aan betrouwbaardere en eenvoudiger te organiseren internationale treinverbindingen? Welke inzet kiest Nederland hierin richting Europa?
Ja, die opvatting deel ik. In Europa pleit Nederland voor een harmonisering van wet- en regelgeving aangaande internationale kaderovereenkomsten. Dit gebeurt onder andere in de EU SERAF-werkgroep aangaande kaderovereenkomsten en in gesprekken met mijn buitenlandse collega’s. Ook wordt met de verordening capaciteitsmanagement de harmonisering van capaciteitsverdelingsregels beoogd. Hierover is de Kamer 2 juni per brief geïnformeerd.
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het commissiedebat Spoor van 3 juni 2026?
Ja.
Hogere CO₂-uitstoot door de export van Nederlandse elektriciteit |
|
Daniël van den Berg (JA21) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Nederland exporteert voor miljard euro naar buren dankzij zonnepanelen en gascentrales»1?
Ja.
Klopt het dat Nederland in 2025 voor het vierde jaar op rij netto-exporteur van elektriciteit was?
Ja. Dit blijkt uit de recent gepubliceerde Annual Market Update 2025 door TenneT.2
Klopt het dat de netto-export van elektriciteit in 2025 circa 14 TWh bedroeg en een waarde vertegenwoordigde van meer dan één miljard euro? Zo nee, welke cijfers hanteert het kabinet?
Ja.
Kunt u aangeven welk deel van de in 2025 geëxporteerde elektriciteit is opgewekt met welke energiebron?
Nee, dat onderscheid is niet te maken.
Kunt u uitsplitsen hoe de kosten en baten van elektriciteitsexport zijn verdeeld over de verschillende stakeholders, waaronder netbeheerders, producenten, de industrie, huishoudens en de Staat? Kortom, wat is de totale (maatschappelijke) balans van de export van elektriciteit?
Nee, een dergelijke uitsplitsing en het geven van een totale (maatschappelijke) balans is niet mogelijk. Voor zover de elektriciteitsexport opwek uit gas- of kolencentrales zou betreffen, staan in de totale (maatschappelijke) balans voor de producent tegenover de inkomsten uit de verkoop van elektriciteit, ook de kosten van de inkoop van gas of kolen voor die opwek en de kosten van de benodigde emissierechten. Die totale kosten worden bij export doorberekend aan de klanten in het buitenland.
Klopt het dat de toegenomen elektriciteitsexport niet alleen samenhangt met extra zonneproductie, maar juist ook met extra productie uit gascentrales en kolencentrales?
Zoals in het antwoord op vraag 4 is aangegeven, is het onderscheid naar energiebron van de export niet te maken. Wel weten we dat de toename van de gehele productie ten opzichte van 2024 bestaat uit opwekking via gascentrales (+4.7 TWh), zonne-energie (+3.7 TWh) en kolencentrales (+2.4 TWh).
Klopt het dat de CO2-uitstoot van de Nederlandse stroomproductie is gestegen van circa 23 megaton naar circa 25 megaton? Zo ja, welk deel van deze stijging is toe te rekenen aan elektriciteitsproductie voor export?
Ja, dat klopt. De in het antwoord op vraag 2 genoemde Annual Market Update van TenneT verklaart de toename in CO2-uitstoot vooral door meer opwek uit kolen. Tegelijk is, zoals in het antwoord op vraag 4 aangegeven, het onderscheid naar energiebron van de geëxporteerde elektriciteit en daarmee naar CO2-uitstoot niet te maken. Het is daarmee niet duidelijk welk deel van de stijging in CO2-uitstoot is toe te rekenen aan elektriciteitsproductie voor export
Telt de CO2-uitstoot van in Nederland opgewekte elektriciteit die vervolgens wordt geëxporteerd volledig mee in de Nederlandse emissiecijfers en bij de Nederlandse klimaatdoelen?
Ja.
Acht u het wenselijk dat Nederland de CO2-uitstoot draagt van elektriciteitsproductie die uiteindelijk in het buitenland wordt verbruikt?
Dit is een inherent onderdeel van het Europese systeem en de wijze waarop de elektriciteitsmarkt is ingericht. Deze geïntegreerde elektriciteitsmarkt zorgt voor meer zekerheid op energievoorziening, lagere prijzen voor consumenten en bedrijven, en efficiënter gebruik van infrastructuur en investeringen. In dit geval kan het ook zorgen voor uiteindelijk minder CO2-uitstoot in Europa als geheel, omdat hierbij geldt dat de Nederlandse centrales over het algemeen minder uitstoten dan de inefficiëntere kolen- of gascentrales uit andere Europese landen.
Wie betaalt uiteindelijk de extra kosten van de CO2-uitstoot die ontstaat doordat Nederlandse gas- en kolencentrales elektriciteit produceren voor export naar het buitenland?
Alle gas- en kolencentrales in de EU betalen zelf voor hun CO2-uitstoot. Omdat gas- en kolencentrales dit doorberekenen in de prijs waartegen zij elektriciteit verkopen, betalen dus uiteindelijk de elektriciteitsverbruikers in andere landen voor de CO2 van de productie die wordt geëxporteerd.
Klopt het dat de gemiddelde Nederlandse stroomprijs in 2025 is gestegen naar circa 87 euro per MWh, mede door hogere CO2-prijzen en hogere gasprijzen? Welk aandeel van deze prijsstijging is toe te rekenen aan CO2-kosten voor geëxporteerde elektriciteit?
Ja, het klopt dat de Nederlandse stroomprijs in 2025 is gestegen tot ca. 87 euro per MWh. Omdat de elektriciteitsprijzen in Nederland op een Europese elektriciteitsmarkt tot stand komen, zijn de CO2-kosten voor geëxporteerde elektriciteit niet specifiek aan deze prijsstijging toe te rekenen. De CO2-prijs varieert door het jaar heen, maar was gemiddeld in 2025 € 74 per ton CO2. Deze gemiddelde CO2-prijs verhoogt de elektriciteitsprijs op de Europese elektriciteitsmarkt met circa € 30 per MWh als gascentrales de prijs zetten en met circa € 60 per ton als kolencentrales dit doen. Zoals in het antwoord op vraag 10 is aangegeven, betalen de elektriciteitsverbruikers in andere landen voor de ETS-kosten van elektriciteit die wordt geëxporteerd naar hun land.
Kunt u uitsluiten dat Nederlandse huishoudens en bedrijven via hogere elektriciteitsprijzen, nettarieven, belastingen, heffingen of indirecte ETS-kosten meebetalen aan de productie van elektriciteit die naar het buitenland wordt geëxporteerd?
Via de SDE++ is subsidie beschikbaar voor de opwek van elektriciteit. Hier betalen Nederlandse gebruikers via belastingen aan mee. Een deel van deze elektriciteit kan ook worden geëxporteerd. Daartegenover staat dat Nederland op veel momenten ook stroom uit andere landen importeert die soms daar gesubsidieerd is. Het systeem werkt dus beide kanten op. Voor de ETS kosten op het gebruik van fossiele brandstoffen geldt dat die, zoals hierboven in het antwoord op vraag 10 is geschetst, worden doorberekend aan de gebruiker, waar die zich ook bevindt.
Kunt u inzichtelijk maken hoe de ETS-kosten bij elektriciteitsproductie voor export precies worden doorberekend?
Gas- en kolencentrales zullen de ETS-kosten meenemen bij de prijs waarvoor zij bereid zijn elektriciteit te verkopen. Bij verkoop op de beurs van de zogenoemde day ahead market weten deze producenten niet aan wie zij de elektriciteit verkopen en dus ook niet of de elektriciteit in Nederland of daarbuiten verbruikt wordt.
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
Toezeggingen over omzetplafonds in de GGZ. |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Wat is de voortgang van de gedane toezegging in de Kamerbrief van 15 december 2025 waarin de toenmalig Staatssecretaris stelde dat er een scenario zou worden verkend waarin het gebruik van omzetplafonds voor het deel van de cliëntenpopulatie die cruciale ggz nodig heeft, door zorgverzekeraars op termijn volledig of gedeeltelijk kan worden beëindigd en dat de Kamer hierover in voorjaar 2026 over zou worden geïnformeerd?1
Er wordt momenteel verkend op welke wijze de afhankelijkheid van omzetplafonds in de ggz kan worden verminderd. Deze verkenning wordt uitgewerkt in een routekaart voor passende ggz, waarbij de afbouw van omzetplafonds in samenhang wordt bezien met het ontwikkelen en verbeteren van alternatieve sturingsinstrumenten.
De routekaart moet daarmee de afhankelijkheid van omzetplafonds verkleinen en de sturing van zorgverzekeraars op de beweging van lichte naar zwaardere ggz versterken. Dit gebeurt onder andere door het verbeteren van belangrijke randvoorwaarden op het gebied van informatievoorziening, kwaliteit en aanspraken. In aansluiting op de afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) moet dit er uiteindelijk toe bijdragen dat het zorgaanbod beter aansluit op de zorgvraag. Voor de zomer zal het kabinet de Kamer informeren over de stand van zaken.
Wat is de voortgang van de gedane toezegging in de Kamerbrief van 15 december 2025 met betrekking tot het actief toetsen door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wat de effecten van omzetplafonds zijn op zorgaanbieders die er mogelijk toe leiden dat beschikbare behandelcapaciteit in de cruciale ggz onbenut blijft en hier cijfermatige duiding bij te geven?
VWS en de NZa kiezen ervoor het toegezegde onderzoek naar de effecten van omzetplafonds in de ggz breed en grondig vorm te geven, zodat inzicht wordt verkregen in de samenhang tussen bijcontractering, zorgbemiddeling, behandelcapaciteit en wachtlijsten. Ook wordt hierbij gekeken of er sprake is van eventuele signalen over beschikbare maar mogelijk onbenutte capaciteit bij zorgaanbieders, bijvoorbeeld wanneer aanbieders via bijcontractering aangeven meer patiënten te kunnen behandelen. Wanneer een verzoek tot bijcontractering wordt afgewezen, moet immers aannemelijk zijn dat de zorgverzekeraar van oordeel is dat binnen de regio al voldoende passende zorg is ingekocht of beschikbaar is via zorgbemiddeling.
Juist omdat het onderzoek ziet op de feitelijke werking van bijcontractering en zorgbemiddeling in de praktijk, vraagt dit om een zorgvuldige analyse van data en processen bij alle zorgverzekeraars. Deze bredere aanpak vraagt aanvullende inzet en capaciteit, waarover VWS en de NZa momenteel in gesprek zijn. Het onderzoek zal naar verwachting binnenkort van start gaan.
Hebt u een overzicht bij welke aanbieders van GGZ-zorg er op dit moment voor 2026 reeds een opnamestop is of op korte termijn zal zijn voor verzekerden bij een of meer verzekeraars, omdat het omzetplafond reeds is bereikt? Kunt u aangeven welke verzekeraars, aanbieders en regio’s dit betreft?
Nee, het kabinet beschikt niet over een dergelijk landelijk overzicht van ggz-aanbieders met (dreigende) opnamestops in 2026 als gevolg van bereikte omzetplafonds, uitgesplitst naar verzekeraars, aanbieders en regio’s. Contractering en afspraken over omzetplafonds vinden plaats tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders, waarbij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) toeziet op de naleving van de zorgplicht. Het kabinet merkt hierbij op dat zorgverzekeraars, indien de door hen gecontracteerde capaciteit onvoldoende blijkt om aan hun zorgplicht te voldoen, verplicht zijn om aanvullende capaciteit te contracteren om alsnog aan deze zorgplicht te voldoen, voor zover dit mogelijk is gegeven de schaarste in de ggz. Daarnaast is de betreffende aanbieder verplicht de patiënt te wijzen op mogelijkheid van zorgbemiddeling in het geval dat een omzetplafond is bereik. De zorgverzekeraar kan de patiënt dan een alternatieve plek binnen de treeknorm aanbieden. Kan de zorgverzekeraar dat alternatief niet bieden, dan moet er worden bijgecontracteerd bij de oorspronkelijke aanbieder. Als het alternatief buiten het gecontracteerde aanbod van de polis valt, is de zorgverzekeraar verplicht volledige vergoeding te geven en geen eigen bijdrage voor de ongecontracteerde zorg in rekening te brengen.
Het huidige bezoek van de minister aan Egypte. |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Sarah Dobbe (SP) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Welke doelen heeft u gesteld aan uw bezoek aan Egypte?
Egypte is een belangrijke strategische partner voor Nederland in de regio. Mijn bezoek bood de gelegenheid voor verdieping van onze bilaterale relatie op thema’s als handel, migratiesamenwerking en humanitaire hulp.
Onderdeel van mijn bezoek was o.a. een succesvolle handelsmissie op tuin- en akkerbouw die bijdroeg aan kansen voor het Nederlands bedrijfsleven, maar ook als doel had nader inzicht te krijgen in de economische en maatschappelijke uitdagingen waar Egypte momenteel voor staat. Ook bood mijn bezoek de gelegenheid de samenwerking op het gebied van water verder te verdiepen, o.a. door betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven een impuls te geven. Nederland en Egypte vieren dit jaar 50 jaar watersamenwerking.
Mijn bezoek was ook een goede gelegenheid voor het bevestigen van de goede bilaterale migratiesamenwerking met Egypte als migratiepartnerland. Egypte is een belangrijk herkomst- en transitland voor migranten en vangt veel vluchtelingen op.
Een ander doel van dit bezoek was steun uitspreken voor de rol die Egypte speelt bij het leveren van humanitaire hulp aan Gaza. Ik heb ook de Nederlandse bijdrage aan humanitaire hulp in Gaza en het belang van humanitaire toegang benadrukt.
Spreekt u tijdens uw bezoek ook over de situatie van Soedanese en Palestijnse vluchtelingen waaronder medische evacuees en andere vluchtelingen die in Egypte verblijven? Zo ja, met welke insteek en doel?
Tijdens mijn bezoek heb ik met verschillende partijen gesproken over de situatie van vluchtelingen in Egypte. Egypte speelt een belangrijke rol bij de opvang van vluchtelingen uit de regio. Onderwerpen hierbij waren onder andere de impact van de recente ontwikkelingen in Soedan en het Midden-Oosten en de visie en verwachtingen van Egypte ten aanzien van de vluchtelingenrespons. Ik heb in die gesprekken ook de kwetsbare positie van vluchtelingen aan de orde gesteld. Tevens heb ik besproken hoe de Nederlandse inzet bijdraagt aan de situatie van vluchtelingen in Egypte, waar er momenteel nog uitdagingen liggen, en hoe we de samenwerking kunnen versterken. Een voorbeeld van deze Nederlandse inzet is het PROSPECTS partnerschap, dat beoogt onder meer Soedanese vluchtelingen en hun gastgemeenschappen in Egypte toegang te geven tot bescherming en basisdiensten zoals onderwijs. Daarnaast steunt Nederland Save the Children, dat in Egypte werkt aan de bescherming van kinderen van vluchtelingen en behandeling van ongeveer 600 patiënten, voornamelijk kinderen, uit Gaza. Deze patiënten en hun begeleiders krijgen medische behandeling in private klinieken, inclusief noodzakelijke nazorg voor psychosociale zorg, prothesen en fysiotherapie. Ik heb de Palestijnse medische evacuees uit Gaza en hun begeleiders gesproken om inzicht te krijgen in hun ervaringen.
Is aan u bevestigd dat er Palestijnse kinderen zijn die om medische redenen naar Egypte zijn geëvacueerd maar daar geen hoog-specialistische zorg kunnen ontvangen? Bent u voornemens extra hulp(inzet) voor deze kinderen en hun families beschikbaar te stellen, en indien dat niet in de mogelijk is, medische evacuatie naar Nederland als optie toe te voegen?
Tijdens mijn bezoek aan Egypte heb ik een beter eigen inzicht gekregen van de situatie van patiënten, waaronder kinderen, uit Gaza die voor een medische behandeling in Egypte verblijven. Duidelijk is dat Egypte een essentiële rol speelt in de medische hulpverlening aan patiënten uit Gaza. Van alle landen uit de regio vangt Egypte het grootste aantal medische evacuees uit Gaza op.
Nederland draagt middels diplomatieke inzet en een additionele bijdrage van EUR 25 miljoen bij aan de versterking van de medische capaciteit in Gaza en de regio. Financiële middelen worden via onze vaste humanitaire partners, zoals de Rode Kruis en Rode Halve Maanbeweging, de Dutch Relief Alliance en VN-organisaties, ingezet ter ondersteuning van zowel de acute als structurele medische capaciteit in Gaza en de regio.
Samen met deze organisaties blijft het kabinet kijken welke stappen het verder kan nemen ter versterking van de medische capaciteit in Gaza en de regio. De observaties tijdens mijn bezoek aan Egypte neem ik daarin mee. In lijn met mijn inbreng hierover tijdens het Commissiedebat Humanitaire Hulp van 9 april jl. is uw Kamer toegezegd dat in deze afweging de optie van een medische evacuatie van patiënten net buiten Gaza ook meegenomen kan worden.
Aangezien het een groep kwetsbare patiënten betreft, wil het kabinet deze afweging in alle zorgvuldigheid doen. U wordt hierover zo snel als mogelijk geïnformeerd.
Bent u bekend met de kritiek van de Verenigde Naties (VN) en verschillende humanitaire organisaties op de opvang en behandeling van vluchtelingen uit onder meer Soedan in Egypte? Zo ja, wat is uw reactie? Bent u het met ons eens dat opvang van vluchtelingen humaan moet zijn en hoe verhoudt zich dat tot deze kritiek?1
Ja. Tijdens mijn bezoek heb ik met verschillende organisaties gesproken over de opvang en behandeling van vluchtelingen in Egypte. Deze organisaties hebben hun zorgen met mij gedeeld. In mijn gesprekken met de Egyptische autoriteiten heb ik waardering uitgesproken voor het feit dat Egypte zoveel vluchtelingen langdurig opvangt. Daarbij heb ik echter ook opgeroepen tot een humane aanpak, met name waar het gaat om detentie of uitzetting van kinderen. De autoriteiten zegden toe naar schrijnende situaties, zoals het scheiden van gezinnen, te zullen kijken. Onze PROSPECTS partners zijn goed gepositioneerd om hierbij te ondersteunen, ondermeer bij de ontwikkeling van het Egyptische asielsysteem.
Bent u bereid de Europese Commissie op te roepen om de resterende miljarden uit het Europese financiële steunpakket voor Egypte pas vrij te geven als wordt toegezegd dat de rechten van Soedanese vluchtelingen zullen worden gerespecteerd?
Egypte ligt in een regio getekend door conflict en vangt al jaren heel veel vluchtelingen op, terwijl het land zelf vele uitdagingen kent. Tegelijkertijd maken wij ons zorgen over de positie van vluchtelingen bij aanhoudende conflicten en toenemende noden. Nederland ondersteunt Egypte om het waardig opvangen van vluchtelingen mogelijk te maken door o.a. het PROSPECTS programma. Dit gaat gepaard met de verwachting dat Egypte vluchtelingen daadwerkelijk bescherming biedt.
Nederland benadrukt, zowel bilateraal als in multilateraal en EU verband, richting Egypte dat behandeling van migranten en vluchtelingen in lijn met internationaal recht en mensenrechten moet plaatsvinden. In lijn met motie Piri (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3199) bepleit Nederland dat een deel van de EUR 200 miljoen onder het EU partnerschap die is gereserveerd voor migratiesamenwerking besteed moet worden aan de verbetering van bescherming en opvang van asielzoekers en vluchtelingen. Ook in de verdere uitwerking van het EU partnerschap met Egypte zal Nederland aandacht blijven vragen voor de meest kwetsbaren, zoals vluchtelingen.
Bent u het eens met de vraagstellers dat het onacceptabel is dat Egypte steun geeft aan de strijdende partijen in Soedan?
Het conflict in Soedan is buitengewoon complex. Er zijn vele Soedanese én niet-Soedanese actoren betrokken, met uiteenlopende en vaak wisselende belangen.
Egypte heeft sterke historische, politieke, economische, militaire en maatschappelijke banden met Soedan. Vanwege deze banden vervult Egypte een sleutelpositie bij het vinden van een politieke oplossing voor het conflict in Soedan. Om die reden is Egypte ook onderdeel van de Quad. De Quad is een samenwerkingsverband tussen de Verenigde Staten, Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Egypte dat zich momenteel inspant om een staakt-het-vuren te bereiken. Nederland spreekt Egypte, net als andere landen in de regio, aan op zijn verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de-escalatie en een politieke oplossing, en benadrukt daarbij het belang van het naleven van internationaal recht en een staakt het vuren.
Bent u het met ons eens dat de oorlog in Soedan door steun van buitenaf in stand wordt gehouden of in ieder geval langer duurt en heviger is dan het zou zijn zonder steun van buitenaf?
Het kabinet deelt de zorg van de vragenstellers over de impact van buitenlandse steun op het verloop van het conflict in Soedan. Nederland spreekt met alle landen in de regio over de situatie in Soedan. In deze gesprekken brengt Nederland stelselmatig zorgen over de humanitaire situatie naar voren, benadrukt het belang van het stoppen van de wapentoevoer naar Soedan in algemene zin, en onderstreept het de noodzaak van een staakt-het-vuren als eerste stap richting een politieke oplossing.
Daarnaast pleit Nederland binnen de Europese Unie voor een versterkte diplomatieke inzet richting relevante regionale actoren en multilaterale organisaties die betrokken zijn bij het conflict in Soedan (de VN, AU, IGAD en de League of Arab States).
Bent u bereid om tijdens uw bezoek Egypte op te roepen de steun aan de SAF te stoppen en om mee te helpen andere landen ook op te roepen de steun aan de RSF of de SAF te stoppen?
Ik heb tijdens mijn contacten met Egypte de crisis in Soedan en de noodzaak tot beëindiging van het geweld aan de orde gesteld. Egypte vervult, mede gezien zijn nauwe banden met Soedan, een belangrijke rol bij het bevorderen van een politieke oplossing voor het conflict en kan in Quad-verband een belangrijke bijdrage leveren aan het tot stand komen van een mogelijk staakt-het-vuren.
Nederland zal Egypte, evenals andere landen in de regio, blijven aanspreken op zijn verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de-escalatie en een politieke oplossing. Dat geldt voor alle vormen van steun die het conflict verlengen of verhevigen, aan zowel de RSF en gelieerde milities als de SAF.
Hoe zet u (handels)relaties met Egypte in om de druk op het stoppen van steun aan de strijdende partijen in Soedan op te voeren?
De goede bilaterale relatie met Egypte, onder andere op het gebied van handel en onze watersamenwerking, biedt de mogelijkheid in gesprekken ook zaken aan te kaarten waar de Nederlandse en Egyptische standpunten uiteenlopen.
Bent u bereid deze vragen met spoed en een voor een te beantwoorden?
De vragen zijn zo spoedig mogelijk en binnen de gestelde termijn beantwoord.