| Ingediend | 12 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 25 juni 2026 (na 13 dagen) |
| Indiener | Laura Bromet (GL) |
| Beantwoord door | Vincent Karremans (VVD) |
| Onderwerpen | natuur en milieu organisatie en beleid ruimte en infrastructuur waterkeringen en waterbeheer |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z12988.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2356.html |
Ja.
Het onderzoek geeft aan dat de frequentie van hoge waterstanden voor de Nederlandse kust viermaal hoger is dan in 1900. Dit onderzoek is een analyse van bestaande data. Diezelfde data worden gebruikt in onze modellen en analyses voor belastingen van waterkeringen en actualisaties daarvan. Daarbij gaat het in het onderzoek en het artikel om events met een kans van voorkomen van eens in de honderd jaar. De Nederlandse kust is bestand tegen veel extremere events. De uitkomsten van dit onderzoek leiden daarom niet tot een (extra) dreiging voor onze waterkeringen langs de kust.
Langs de Noordzeekust zijn wij goed voorbereid op de waterstanden en golfbelastingen die kunnen volgen uit stormomstandigheden. Periodiek worden de databases voor hydraulische belasting van de waterkeringen geactualiseerd. Dat gebeurt op basis van voortschrijdend inzicht, waaronder de actuele wind- en waterstandstatistieken en de meest recente KNMI-klimaatscenario’s.
Het Rijk zorgt er samen met de waterschappen voor dat de kustverdediging op orde is. Dat wordt onder meer gedaan door instandhouding en voorbereiding van vernieuwing van de stormvloedkeringen en door uitvoering van de kustlijnzorg zodat de zandige Noordzeekust kan meegroeien met de zeespiegelstijgingen. Daarnaast vindt monitoring plaats en wordt ervoor gezorgd dat kennis en instrumenten beschikbaar zijn om tijdig te kunnen anticiperen op klimaatverandering. Een voorbeeld hiervan is het Kennisprogramma Zeespiegelstijging dat de afgelopen jaren gelopen heeft: de Kamer heeft op 19 juni jl. een brief ontvangen over de stand van dit Kennisprogramma (Kamerstukken 36 800 J, nr. 28).
Zoals bij antwoord 3 aangegeven, worden alle nieuwe inzichten die invloed hebben op de kans op mogelijke waterstanden periodiek verwerkt in een database met zgn. hydraulische belastingen op de waterkeringen. Keringbeheerders beoordelen met behulp van die hydraulische belastingen of de verwachte overstromingskans van de keringen voldoet aan de normen die daarvoor gelden. Dat leidt dan tot een geactualiseerd beeld in de huidige beoordelingsronde van waterkeringen die loopt tot 2035. Zie ook het antwoord op vraag 6.
De meest risicovolle plekken zijn de plekken waar de kust niet zelf kan meegroeien met de zeespiegelstijging, zoals bij kustplaatsen. Deze zwakke schakels zijn in de periode 2007–2016 versterkt. De waterschappen beoordelen als keringbeheerders iedere 12 jaar of de waterkering langs de kust blijft voldoen aan de waterveiligheidsnormen. Momenteel voldoet vrijwel de hele Noordzeekust al aan de strenge waterveiligheidsnormen. Waar voorzien wordt dat deze niet meer voldoen, worden deze keringen aangepakt in het kader van het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). De HWBP-programmering wordt jaarlijks bij de begroting en in het Deltaprogramma gepubliceerd. Met deze systematiek werken we voortdurend aan het op tijd versterken van de keringen (dijken, duinen, dammen) en daarmee aan het op orde houden van de waterveiligheid, ook aan de kust.
Ja. Voor de eilanden is voor de kustgebieden via risicoprofielen in beeld gebracht waar ze het meest kwetsbaar zijn voor overstromingen vanuit zee. Voor Bonaire gaat het met name om laaggelegen kustdelen, waaronder delen van Kralendijk, die bij zeespiegelstijging, stormopzet en kusterosie kwetsbaar kunnen zijn.
Voor Saba en Sint Eustatius ligt de opgave vooral bij kust- en haveninfrastructuur en erosiegevoelige locaties.
De verdere prioritering en uitwerking van maatregelen vindt plaats via de eilandelijke klimaatplannen en het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie.
Ja.