Bent u bekend met het bericht dat inwoners van Loosdrecht zich door de komst van een asielzoekerscentrum (azc) voor alleenstaande mannelijke asielzoekers diep verdeeld voelen en als racisten worden weggezet?1
Ja.
Heeft u begrip voor de terechte woede en veiligheidszorgen van inwoners, met name vrouwen en gezinnen, over de komst van 70 alleenstaande mannelijke vreemdelingen op een locatie waar kinderen spelen en langsfietsen? Zo ja, waaruit blijkt dat concreet, of laat u hen totaal aan hun lot over?
Ik heb begrip voor de zorgen en gevoelens die inwoners van de gemeente Wijdemeren hebben over de komst van de noodopvanglocatie in Loosdrecht. Het is belangrijk dat inwoners deze zorgen ook kunnen uiten en worden gehoord. Daarom vinden er voorafgaand aan de opening van een locatie inspraakavonden plaats in de betreffende gemeenten en worden er maatregelen getroffen op het gebied van veiligheid, zoals dat altijd gebeurt alvorens nieuwe locaties opengaan. Dit heeft ook plaatsgevonden in Loosdrecht. Uitingen van geweld zijn op geen enkele manier acceptabel.
Klopt het dat bewoners pas enkele dagen van tevoren zijn geïnformeerd over het azc in het voormalige gemeentehuis, zonder veiligheidsplan en zonder enige inspraak?
Het is juist dat de omwonenden enkele dagen van tevoren zijn geïnformeerd. Er hebben inloopavonden plaatsgevonden waarbij de opbrengst van de inloopavonden is gebruikt om het veiligheidsplan verder vorm te geven. Het klopt dan ook niet dat er geen veiligheidsplan voorhanden was. Ook na de inloopavonden zijn er op diverse moment gesprekken gevoerd met omwonenden.
Is dit de toekomstige blauwdruk van uw asielbeleid: de zelf veroorzaakte asielcrisis afwentelen op kleine Nederlandse dorpen als Loosdrecht omdat u weigert de instroom te stoppen?
Ik herken het geschetste beeld over het soort asielbeleid dat het kabinet nastreeft niet. Het kabinet zet zich op verschillende manieren in om de instroom te beperken. Zo wordt uitvoering gegeven aan de Wet Tweestatusstelsel zoals deze is aangenomen in de Eerste Kamer. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan het Europese Migratiepact dat op 12 juni in werking is getreden. Hierin zijn verschillende instroombeperkende maatregelen opgenomen die de instroom van asielzoekers naar Nederland moet verminderen. Daarnaast wordt ook de Spreidingswet in stand gehouden en wordt het interbestuurlijk toezicht uitgevoerd. Van gemeente wordt verwacht dat zij opvang realiseren.
Wat vindt u ervan dat in Loosdrecht op 18 maart 2026 geen gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden, er dus geen democratisch mandaat ligt en onder leiding van een waarnemend VVD-burgemeester desondanks een azc wordt doorgedrukt tegen de wil van een groot deel van de inwoners?
Ik neem afstand van de wijze waarop u de burgemeester van Wijdemeren kwalificeert. Deze burgemeester heeft samen met het college van burgemeester en wethouders en met steun van de gemeenteraad invulling gegeven aan mijn verzoek om voor het acute tekort aan opvangplekken opvangplekken te realiseren. Ik ben de gemeente Wijdemeren daar zeer erkentelijk voor.
Mede op grond van de Wet algemene regels herindeling blijven de gemeenteraadsleden en het college van Wijdemeren volledig in functie tot de officiële fusiedatum met de gemeente Hilversum op 1 januari 2027. Tot 1 januari 2027 beschikt het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren derhalve over een volwaardig democratisch mandaat op basis van de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022. Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren heeft op basis van de wettelijke taken en bevoegdheden het besluit inzake de opvang van asielzoekers genomen en heeft daarover democratische verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad.
Bent u bekend met de uitspraken van de waarnemend burgemeester, ter rechtvaardiging van zijn besluit, dat «er een crisis is» en dat «als we niet uitkijken, er weer mensen op het gras in Ter Apel of in sporthallen moeten slapen»?
Ik ben bekend met deze uitspraken. Op dit moment is de situatie in de asielopvang, dat het COA heeft moeten overgaan tot gecontroleerde toegang in Ter Apel. Op dit moment wachten mensen op het gras in Ter Apel tot er een opvangplek bij het COA beschikbaar is. Voor de korte termijn is er echter met spoed noodopvang nodig. Gemeenten die dit afgelopen periode hebben gerealiseerd ben ik dankbaar gezien de nijpende situatie.
Vindt u dat de belangen van alleenstaande mannelijke asielzoekers zwaarder wegen dan de veiligheid, rust en leefbaarheid van Nederlandse vrouwen, kinderen en gezinnen in Loosdrecht?
Ik hecht belang aan zowel de veiligheid en leefbaarheid van de inwoners van Loosdrecht als de veilige en leefbare opvang van asielzoekers. Dat dit een tegenstelling zou zijn, herken ik niet.
Bent u het eens met de stelling dat hieruit blijkt dat er sprake is van systematische benadeling van Nederlanders en bevoordeling van vreemdelingen?
Nee.
Heeft u de beelden gezien van het politieoptreden tegen demonstrerende inwoners?
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat optreden tegen gewelddadige demonstranten noodzakelijk is, maar dat bruut politieoptreden tegen vreedzame, onschuldige inwoners met terechte zorgen niet bij onze rechtsstaat past? Zo nee, waarom niet?
Demonstreren is een grondrecht. Intimidatie of bedreiging van lokaal bestuur of gezag en vernieling is nooit acceptabel. Hier spreek ik me met klem tegen uit en als kabinet staan we vierkant achter lokaal bestuur en politie als zij optreden tegen intimidatie, geweld en vernieling.
Hoe verklaart u de dubbele maat waarbij honderden klimaatactivisten de A12 mogen blokkeren, door de politie worden begeleid en zonder enige straf wegkomen, terwijl demonstraties van bezorgde burgers in Loosdrecht worden neergeslagen en zij binnen enkele dagen worden veroordeeld?
Demonstreren is een grondrecht, maar dient te gebeuren binnen de grenzen van de wet. Wanneer er sprake is van geweld, intimidatie en bedreigingen dan wel andere overtredingen van de wet wordt er lokaal ingegrepen. Op dat moment wordt door het lokaal gezag bepaald wat de passende manier van handelen is. De inhoud van de boodschap speelt hierbij geen rol.
Bent u bereid de burgemeester tot de orde te roepen wegens het disproportionele politiegeweld, zelf in te grijpen en een streep te zetten door het azc? Zo nee, waarom niet?
De burgemeester heeft het gezag over de politie bij de inzet voor het handhaven van de openbare orde. De burgemeester legt verantwoording af aan de gemeenteraad over de uitoefening van zijn gezag. Ik treed hier niet in. Als kabinet steunen wij het lokale bestuur.
Ten aanzien van de stelling dat er disproportioneel geweld door de politie is gebruikt willen wij opmerken dat de ongeregeldheden in Loosdrecht werden gekenmerkt door geweld tégen de politie. Dat is onacceptabel. Daarnaast merk ik op dat de politie geweld als uiterste redmiddel gebruikt en dat gebruik van geweld door de politie altijd wordt getoetst.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden, doch ten minste ruim vóór de geplande komst van het azc?
Ik heb deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoord.
Het UNRWA-terror-network |
|
Geert Wilders (PVV), Raymond de Roon (PVV) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Kent u het onderzoek van UN-Watch inzake de verwevenheid van UNRWA met terroristische organisaties?1
Ja.
Is het u bekend dat in de VS een verdergaand onderzoek gaande is gericht op ca. 1.500 UNRWA medewerkers en dat wordt onderzocht/overwogen om UNRWA aan te wijzen als terroristische organisatie?2
Ja. Op het moment van schrijven is het onderzoek van de VS nog gaande en is er nog geen rapport gepubliceerd. Volgens UNRWA is vooralsnog geen informatie gedeeld over de aantijgingen jegens de UNRWA-medewerkers. UNRWA heeft daartoe wel verschillende verzoeken gedaan, zodat waar nodig reactie kan worden gegeven en/of actie ondernomen kan worden.
Deelt u de mening dat deze informatie over verwevenheid van een VN-organisatie (waar Nederland veel geld in steekt) met terroristen buitengewoon verontrustend is?
Het kabinet wil onder geen enkel beding dat publieke middelen aangewend worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen zoals Hamas. Berichtgevingen over potentiële banden van UNRWA met Hamas en mogelijke betrokkenheid van enkele individuele UNRWA-medewerkers bij de aanslagen van 7 oktober worden derhalve steeds serieus bekeken. Eerdere internationale, onafhankelijke onderzoeken tonen aan dat er tot op heden onvoldoende bewijs is geleverd ten aanzien van banden tussen UNRWA en Hamas en uit het onafhankelijk onderzoek van OIOS naar mogelijke betrokkenheid van individuele UNRWA medewerkers bleek eveneens dat er onvoldoende bewijs was en het beschikbare bewijs niet kon worden geverifieerd. UNRWA heeft robuuste systemen ontwikkeld om eventuele misstanden te signaleren en gepaste actie te ondernemen, zoals de organisatie in het verleden ook heeft laten zien. Verder heeft UNRWA aangegeven alle aanbevelingen op te volgen uit het Colonna-rapport over de neutraliteit van de organisatie. Tot dusverre heeft UNRWA meer dan de helft van deze aanbevelingen geïmplementeerd en wordt voortgang geboekt op de overige aanbevelingen. Nederland blijft het door de Algemene Vergadering van de VN verleende mandaat van UNRWA daarom steunen. De organisatie biedt belangrijke basisdiensten zoals gezondheidszorg en onderwijs aan Palestijnse vluchtelingen in de regio, inclusief Libanon, Jordanië en Syrië. Door het leveren van dergelijke diensten en het ondersteunen van basisbehoeften van de bevolking helpt UNRWA enig mate van stabiliteit te bieden in een onrustige regio.
Blijft u nog steeds op uw handen zitten of gaat u actie ondernemen? Zo ja, wat gaat u doen?
Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 maart jl.3 benadrukt het kabinet de strikte voorwaarde dat publieke middelen onder geen enkel beding aangewend mogen worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen. Indien hier sprake van zou zijn dan wordt steun heroverwogen. Het kabinet neemt de risico's op onbedoelde financiering altijd serieus en Nederland zal, samen met andere donoren, scherp blijven toezien op de integriteit van de hulpverlening, ook in de toekomst.
De financiële onzekerheid van Iraanse studenten in Nederland |
|
Fatihya Abdi (PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA), Letschert |
|
|
|
|
Kent u het bericht dat Iraanse studenten in Nederland op dit moment in betalingsproblemen komen en mogelijk moeten terugkeren naar Iran als zij, bijvoorbeeld, hun collegegeld niet kunnen betalen? Zo ja, klopt dit bericht?1
Ja, ik ken het bericht. Ik heb signalen ontvangen dat een deel van de Iraanse studenten in Nederland moeite heeft om zich op hun studie te kunnen concentreren door de heftige thuissituatie. In bepaalde gevallen komen daar ook nog eens financiële problemen bij, zoals geen toegang hebben tot je bankrekening.
Wat is precies bekend over de omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven? Zijn u coulanceregelingen bekend voor het treffen van een betalingsregeling als Iraanse studenten in financiële problemen geraken? Zo ja, welke onderwijsinstellingen bieden financiële ondersteuning en waaruit bestaan deze regelingen precies voor wat betreft ondersteuning bij de kosten voor levensonderhoud, studiekosten en dergelijke?
De omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven kunnen per student verschillen. In het algemeen geldt dat Iraanse studenten in Nederland verblijven op basis van een studievisum voor studenten en dat ze zijn ingeschreven bij een hogeschool of universiteit. Net als andere internationale studenten van buiten de Europese Economische Ruimte komen studenten uit Iran niet in aanmerking voor het wettelijke collegegeld of studiefinanciering. Op basis van hun studievisum mogen Iraanse studenten het hele jaar door tot maximaal 16 uur per week werken in loondienst of in plaats daarvan voltijdswerken in de maanden juni, juli en augustus. Hun werkgever moet dan een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Internationale studenten kunnen ook werken als zzp’er.
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) biedt ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de specifieke situatie van een student. Ik zie dat instellingen hier ook gebruik van maken. Zo ondersteunen instellingen deze studenten bijvoorbeeld via het treffen van betalingsregelingen, het opstellen van een noodfonds, het tijdelijk opheffen van herinschrijfblokkades, (mentale) begeleiding via studentpsychologen, studentendecanen en social workers voor internationale studenten en het organiseren van bijeenkomsten voor studenten en medewerkers om samen te komen en elkaar te ondersteunen.
Ik heb geen centraal overzicht van welke onderwijsinstellingen financiële ondersteuning bieden en waaruit die getroffen regelingen precies bestaan. De koepelorganisaties VH en UNL beschikken hier ook niet over. De wijze van ondersteuning kan per student verschillen. Instellingen kunnen samen met de student nagaan welke beschikbare oplossing het best past bij de specifieke situatie van de student.
Klopt het dat bij het niet voldoen van het collegegeld automatische uitschrijving bij de onderwijsinstelling volgt en dat dan ook het verblijfsrecht in Nederland vervalt? Zijn u gevallen bekend waarin Iraanse studenten door financiële problematiek hun verblijfsrecht in Nederland dreigen te verliezen? Zo ja, om hoeveel studenten gaat het hier?
Volgens de WHW is betaling van het collegegeld een voorwaarde voor een geldige inschrijving als student. Bij de inschrijving van een student aan een hogeschool of universiteit wordt gevraagd om aan te tonen dat het collegegeld betaald is of zal worden (artikel 7.37 WHW). De afspraken over betaaldata, termijnen en eventuele mogelijkheden voor uitstel van betaling zijn niet wettelijk vastgelegd. Hier kan een instelling zelf afspraken over maken. Instellingen spannen zich waar mogelijk in, zodat studenten ingeschreven blijven staan. Er is geen sprake van een automatische uitschrijving als een student het collegegeld niet heeft voldaan. Wel regelt de WHW dat een instellingsbestuur de inschrijving mag beëindigen indien een student het collegegeld na aanmaning niet heeft voldaan (artikel 7.42 tweede lid WHW).
Wanneer een onderwijsinstelling een student van buiten de EER uitschrijft, voldoet de student niet meer aan het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning voor studie is afgegeven en wordt deze verblijfsvergunning ingetrokken. De EU-richtlijn 2016/801 inzake voorwaarden voor de toelating en het verblijf van onder meer studenten van buiten de EU schrijft dit ook voor (artikel 21, eerste lid, onder a). Wel dient een lidstaat in elk besluit tot intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd (artikel 21, zevende lid). Voordat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken of niet wordt verlengd, beoordeelt de IND per geval of er individuele redenen zijn om van intrekking c.q. niet-verlenging af te zien.
Naast een geldige inschrijving bij een onderwijsinstelling dienen studenten gedurende hun verblijf over voldoende middelen van bestaan te beschikken. Bij de IND zijn signalen bekend dat het voor Iraanse studenten die afhankelijk zijn van sponsorgelden uit het land van herkomst op dit moment lastig is om aan dit middelenvereiste te blijven voldoen. Om hoeveel studenten het gaat is niet bekend.
Intrekking van de verblijfsvergunning voor studie betekent het verval van het verblijfsrecht, tenzij de desbetreffende voormalige student op grond van een andere toelatingsgrond dan studie in aanmerking komt voor verblijf in Nederland.
Bent u bereid om te onderzoeken hoe Iraanse studenten in Nederland financieel kunnen worden ondersteund bij de studiekosten en kosten van het levensonderhoud? Zo nee, waarom niet?
Vooralsnog worden er geen aanvullende algemene maatregelen voor studenten en onderwijsinstellingen overwogen. Wel ben ik met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ik ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Binnen de WHW is ruimte opgenomen voor onderwijsinstellingen om maatwerk te bieden en studenten financieel te ondersteunen, zodat rekening gehouden kan worden met de specifieke omstandigheden van een getroffen student.
Er zijn bijvoorbeeld instellingen die een noodfonds hebben ingesteld, betalingsregelingen hebben getroffen met studenten wanneer zij het collegegeld niet kunnen betalen en herinschrijfblokkades tijdelijk hebben opgeheven. Ook kunnen instellingen het instellingscollegegeldtarief voor bepaalde groepen studenten verlagen tot minimaal het wettelijk collegegeldtarief. Het is aan de instelling zelf om te bepalen of zij van deze mogelijkheid gebruik maken.
Bent u bereid om met onderwijsinstellingen in gesprek te gaan om te voorkomen dat betalingsproblemen leiden tot uitschrijving bij de betreffende onderwijsinstelling? Zo nee, waarom niet?
Hogescholen en universiteiten spannen zich waar mogelijk in om te voorkomen dat betalingsproblemen van Iraanse studenten leiden tot uitschrijving en zij hun verblijfsvergunning verliezen. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Ik ben met onderwijsinstellingen in gesprek over de situatie van Iraanse studenten in Nederland en de problemen die een deel van de Iraanse studenten in Nederland ervaren gaan ons aan het hart. Ik vraag instellingen om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden. Ik zie dat instellingen dit ook doen.
Bent u bereid om bij deze groep Iraanse studenten in Nederland af te zien van het intrekken van studievisa? Zo nee, waarom niet?
Indien een vreemdeling niet meer voldoet aan het verblijfsdoel waarvoor zijn verblijfsvergunning is afgegeven, wordt deze vergunning in beginsel ingetrokken. Op grond van de in antwoord 3 genoemde EU-richtlijn is een categorale regeling voor Iraanse studenten, zoals voorgesteld in de vraag, niet mogelijk.
Bent u bereid om samen met onderwijsinstellingen te bezien hoe onder de huidige omstandigheden materiële en mentale steun aan de groep Iraanse studenten in Nederland geboden kan worden? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2 en 4 biedt de WHW ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om studenten zo goed mogelijk te ondersteunen. Veel instellingen maken daar ook gebruik van.
Zo zijn er instellingen die bijeenkomsten organiseren om Iraanse studenten een hart onder de riem te steken, zoals ook aangehaald wordt in het bericht uit
vraag 1, of die extra inzetten op begeleiding. Daarnaast zijn hogescholen en universiteiten verplicht om bij het hanteren van een bindend studieadvies rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de student. En kunnen studenten zich wenden tot een examencommissie, studieadviseur of de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO), die bekijkt of en in welke mate er sprake is van studievertraging en hoe hiermee om te gaan.
Ik ben met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Bent u bereid om, met het oog op de naderende deadline voor de inschrijving aan onderwijsinstellingen, deze schriftelijke vragen zo snel als mogelijk te beantwoorden?
Ja.
De invloed van FVD op de publieke omroep ON |
|
Mohammed Mohandis (PvdA) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u de berichtgeving in het televisiedocumentaire De duistere kant van Forum voor Democratie over beïnvloeding van de publieke omroep ON door de politieke partij FVD, mede in het licht van onafhankelijke journalistiek bij publieke omroepen in het algemeen en onafhankelijke nieuwsgaring en verslaglegging in het bijzonder?1
De documentaire gaat in op mogelijke beïnvloeding van ON! door Forum voor Democratie. Het is niet aan mij om te vast te stellen of daar daadwerkelijk sprake van is. Ik kan hier wel het volgende over zeggen. De publieke omroep heeft tot taak om op een redactioneel onafhankelijke manier media-aanbod te verzorgen. In dat media-aanbod mogen politieke en maatschappelijke standpunten aan de orde komen, maar politieke beïnvloeding van redactionele keuzes is in strijd met de wettelijke taakopdracht die de publieke omroepen hebben. De maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke visie van waaruit een omroepvereniging werkt, kan overeenkomsten hebben met standpunten van politieke partijen. Maar dat is iets anders dan wanneer een omroepvereniging een spreekbuis of het propagandakanaal van een politieke partij is of wordt. Dat staat de Mediawet logischerwijs niet toe. De redactionele onafhankelijkheid is vastgelegd in de wettelijke taakopdracht van de publieke omroep en in de wettelijk verplichte redactiestatuten van de omroepen. Daarnaast geldt voor journalistiek media-aanbod de Code Journalistiek Handelen die de gezamenlijke landelijke omroepen hebben vastgesteld. Het is aan het Commissariaat voor de Media respectievelijk de ombudsman voor de publieke omroep om te beoordelen of er in strijd met de wet respectievelijk de code is gehandeld.
Klopt het beeld dat de omroep deals heeft gesloten met FVD die invloed hebben op welke gasten deze in zijn uitzendingen uitnodigt? Als dit waar is, is dit dan strijdig met de redactionele onafhankelijkheid van de omroep?
Ik heb geen informatie die duidt op het sluiten van deals. Maar als dat het geval zou zijn, dan geldt wat ik in mijn antwoord op vraag 1 heb gesteld. Een publieke omroep hoort zijn redactionele beslissingen onafhankelijk te maken en daar valt ook de keuze van gasten onder. Overigens heeft ON! in zijn eigen redactiestatuut opgenomen dat de redactie de haar opgedragen programmatische journalistieke taken uitoefent zonder rechtstreekse beïnvloeding door wie dan ook, noch van buitenaf, noch van binnenuit, en dat de redactie geen directe binding heeft met enige politieke of levensbeschouwelijke groepering of met belangengroepen, anders dan een lidmaatschap.
Klopt het dat het ledenbestand van ON is gestolen?
ON! laat desgevraagd weten op de hoogte te zijn geweest van een mogelijk datalek. Daarop heeft de omroep intern onderzoek laten doen en een melding van een mogelijk datalek gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Ik kan slechts constateren dat in de documentaire van PowNed wordt gesteld dat een onbevoegd persoon over het ledenbestand van ON! zou beschikken.
In algemene zin kan toegang tot persoonsgegevens door een onbevoegde als een inbreuk op de vertrouwelijkheid gelden. Op grond van het eerste lid van artikel 33 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) dient een inbreuk in verband met persoonsgegevens (kortweg: datalek) door de verwerkingsverantwoordelijke gemeld te worden, tenzij het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.
Of heeft de omroep het ledenbestand gedeeld met FVD? Mag dit volgens de regelgeving?
Zie het antwoord op vraag 3.
Kunt u uiteen zetten hoeveel sancties de omroep heeft opgelegd gekregen en welke overtredingen deze heeft begaan volgens de NPO, de NPO-ombudsman en het Commissariaat voor de Media?
In 2022 heeft de NPO aan ON! twee sancties opgelegd. De eerste sanctie betrof een inhouding van 2,5% op het budget van ON! en volgde op een rapport van de ombudsman van 7 juni 2022 inzake overtredingen van de Code Journalistiek Handelen. De NPO oordeelde dat ON! daarmee onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de bereidheid tot samenwerking binnen de publieke omroep. De tweede sanctie betrof een inhouding van 1,5% van het budget van ON! omdat naar de mening van de NPO ON! door zijn opstelling en gedrag samenwerking belemmert en daardoor onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de bereidheid tot samenwerking. In 2023 heeft de NPO aan ON! een derde sanctie opgelegd in de vorm van inhouding van 3,5% van het budget van ON!, naar aanleiding van een tweede rapport van de ombudsman van 30 november 2022 waarin deze concludeert dat de Code Journalistiek Handelen door ON! structureel wordt overtreden. Volgens de NPO bleek wederom dat ON! onvoldoende uitvoering geeft aan de bereidheid tot samenwerking. Overigens heeft de NPO in 2024 de eerste twee van de drie sancties om proceseconomische redenen herroepen.
In het jaarverslag van de ombudsman kan men vinden wat de ombudsman binnenkrijgt aan aantallen klachten over de diverse omroepen. Op de website van de ombudsman staan ook de publicaties van de ombudsman naar aanleiding van klachten en vragen van het publiek. Niet elke klacht leidt tot een onderzoek en niet elk onderzoek leidt tot een harde conclusie over het al dan niet schenden van de Code Journalistiek Handelen. In meerdere uitspraken naar aanleiding van klachten over ON! heeft de ombudsman adviezen voor verbetering aangedragen. In een viertal uitspraken heeft de ombudsman scherp geoordeeld dat sprake is van schendingen van de Code. Behalve de reeds genoemde twee onderzoeksrapporten betreft het de volgende twee uitspraken. In de uitspraak van 17 augustus 2023 over de eerste uitzending van het derde seizoen van Ongehoord Nieuws op 31 januari 2023 concludeert de ombudsman onder meer dat presentatoren niet doorvroegen naar onderbouwing van beweringen van sprekers, waardoor voor goed begrip belangrijke context ontbrak en aantoonbaar onjuiste informatie niet werd gecorrigeerd. In een uitspraak van 11 februari 2026 over de uitzending van Ongehoord Nieuws van 14 oktober 2025 concludeert de ombudsman dat op meerdere punten niet aan de Code Journalistiek Handelen is voldaan: feiten, meningen en beweringen liepen door elkaar en belangrijke uitspraken werden niet onderbouwd met controleerbare bronnen. Ik merk hierbij op dat de ombudsman geen bevoegdheden heeft om sancties op te leggen.
Het Commissariaat voor de Media heeft op 18 september 2025 een bestuurlijke boete opgelegd aan ON! van in totaal € 40.000 omdat ON! op twee manieren de Mediawet 2008 heeft overtreden. Allereerst doordat in twee gevallen (de schijn van) belangenverstrengeling is ontstaan, namelijk doordat een bestuurder van ON! verantwoordelijk is geweest voor personeelsaangelegenheden van een familielid en doordat er vermenging van redactionele en (privé) politieke belangen van een medewerker heeft plaatsgevonden. Ten tweede heeft het Commissariaat geconstateerd dat ON! haar eigen redactiestatuut niet heeft nageleefd omdat een lid van de redactie van ON! directe binding had met een politieke partij (verdergaand dan alleen een lidmaatschap). Verder heeft het Commissariaat nog een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet voldoen aan de informatieverplichting. Deze last is door ON! opgevolgd en de dwangsom is niet geïnd.
Klopt het dat u volgens de Mediawet als enige bevoegd bent om de licentie van een publieke omroep in te trekken?
Het klopt dat op grond van artikel 2.33 van de Mediawet 2008 alleen de Minister bevoegd is om een (voorlopige) erkenning van een publieke omroep in te trekken.
Hoeveel van zulke «gele kaarten» kan ON zich uws inziens nog permitteren, voordat u het gepast vindt de zendmachtiging in te trekken?
Intrekken van een (voorlopige) erkenning is een zeer ingrijpende beslissing waarvoor een zeer zware motiveringsplicht geldt. Een (voorlopige) erkenning kan dan ook alleen ingetrokken worden op in de wet vastgelegde limitatieve gronden (artikel 2.33 Mediawet 2008). De wet onderscheidt daarbij gevallen waarbij er geen afwegingsruimte voor de Minister is en een (voorlopige) erkenning moet worden ingetrokken (artikel 2.33, lid 1) en gevallen waarin een (voorlopige) erkenning kan worden ingetrokken en er dus afwegingsruimte voor de Minister is (artikel 2.33, lid 2 tot en met 4). In die laatste gevallen heeft de Minister een belangenafweging te maken, waarbij in elk geval het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) toepassing vindt. Dit betekent dat de Minister moet beoordelen of intrekking van de erkenning, gelet op het doel van de Mediawet 2008, een geschikt, noodzakelijk en proportioneel middel zou zijn. In 2023 heeft toenmalig Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onvoldoende juridische grond gezien om tegemoet te komen aan een verzoek van de raad van bestuur van de NPO om op grond van artikel 2.33, lid 4, Mediawet 2008 de voorlopige erkenning van ON! in te trekken.
Bij de vraag of de opgelegde sancties van het Commissariaat inmiddels voldoende grondslag zijn om de voorlopige erkenning in te trekken, moeten de aard en ernst van de overtredingen en de overwegingen van het Commissariaat daarbij worden meegewogen. Ook de overwegingen en conclusies van de evaluatiecommissie NPO kunnen in de afwegingen worden betrokken. Naar aanleiding van het rapport van de evaluatiecommissie, hebben omroepen de NPO verzocht mij te vragen passende maatregelen te nemen. De NPO beraadt zich nu op dat verzoek.
Kunt u deze vragen voor het commissiedebat over de landelijke publieke omroep van 24 september 2026 beantwoorden?
Ja.
Racistisch en seksistisch geweld en intimidatie tegen mensen die asiel zoeken en inwoners die zich uitspreken voor opvang |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Heeft u gezien dat inwoners van Engelen en Bokhoven die steun hebben uitgesproken voor vreedzaam samenleven door middel van een poster slachtoffer zijn geworden van intimidatie, bedreigingen en bekladdingen van woningen en andere eigendommen? Wat is uw reactie daarop?1
Heeft u gezien dat in Geesteren de auto van een Syrisch gezin in brand is gestoken, nadat eerder tot drie keer toe stenen met intimiderende en bedreigende briefjes door de ruiten van hun woning waren gegooid? Wat is uw reactie daarop?2
Heeft u gezien dat in Engelen de auto van mensen die een «Samen Leven»-poster hadden opgehangen in het water is geduwd? Wat is uw reactie daarop?3
Wat vindt u ervan dat inwoners van Engelen zich de afgelopen maanden al niet vrij voelden om hun mening te geven over een opvanglocatie voor kinderen die asiel zoeken in Nederland, omdat ze geïntimideerd werden door tegenstanders, waarbij onder meer hakenkruizen in appgroepen werden verspreid?4
Deelt u de analyse van onder andere Jelle Postma, voormalig AIVD'er en expert op het gebied van maatschappelijke manipulatie, dat hiermee een nieuwe, zorgelijke fase ingaat, waarbij geweld en intimidatie zich nu niet alleen maar richten op de overheid, maar ook op gewone burgers? Deelt u zijn analyse dat er «blijkbaar een gevoel is ontstaan dat je anderen straffeloos mag intimideren om je zin door te drijven»? Zo nee, wat is dan uw analyse?5
Erkent u dat een klimaat waarin inwoners zich niet meer vrij voelen zich publiekelijk uit te spreken over de opvang van asielzoekers, uit angst voor intimidatie of geweld, een bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat? Zo ja, welke verantwoordelijkheid ziet u daarin voor het kabinet?
Erkent u dat u als Minister-President een belangrijke verantwoordelijkheid heeft om u steeds tijdig en duidelijk uit te spreken tegen niet alleen haat en ophitsing richting mensen die asiel zoeken, maar ook tegen het geweld en de intimidatie die steeds meer plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?
Waarom heeft u of een lid van uw kabinet zich tot nu toe niet helder uitgesproken over wat er in Engelen, Bokhoven en Geesteren heeft plaatsgevonden en waarom heeft het kabinet nog geen actie ondernomen? Gaat u het Syrische gezin en de inwoners van Engelen en Bokhoven die slachtoffer zijn geworden van haat en geweld bezoeken om uw steun en medeleven te betuigen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om te (laten) onderzoeken of de doelgerichte intimidatie, bedreigingen, brandstichting en vernielingen die in Engelen, Bokhoven en Geesteren hebben plaatsgevonden, mede gelet op het kennelijke doel om angst aan te jagen en maatschappelijke of politieke besluitvorming over de opvang van asielzoekers te beïnvloeden, gedreven zijn door terroristische motieven? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen in elk geval beantwoorden voor de aankomende Algemene Politieke Beschouwingen?
Het artikel Schatting RIVM: honderden sterfgevallen meer dan verwacht tijdens hitte vorige week |
|
Jimmy Dijk (SP) |
|
Sophie Hermans (VVD), Vincent Karremans (VVD), Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de schatting van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat tijdens de hittegolf van eind juni 2026 ongeveer 480 mensen meer zijn overleden dan verwacht?1
Hoe beoordeelt u het feit dat er in één week honderden mensen, voornamelijk mensen van 80 jaar en ouder, zijn overleden als gevolg van extreme hitte? Deelt u de mening dat dit geen natuurverschijnsel is waar we ons bij neer moeten leggen, maar een falen van de bescherming van kwetsbare mensen?
Kunt u aangeven waarom de oversterfte juist in het oosten en zuiden van het land het hoogst was? In hoeverre speelt hierbij mee dat de zorg en het welzijnswerk in deze regio's onder druk staan door bezuinigingen en personeelstekorten?
Hoeveel van de overleden ouderen woonden zelfstandig thuis, en hoeveel in een verpleeghuis of andere zorginstelling? Bent u bereid dit door het RIVM te laten uitzoeken?
Erkent u dat het jarenlange beleid om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, in combinatie met het sluiten van verzorgingshuizen, ertoe heeft geleid dat veel kwetsbare ouderen tijdens een hittegolf alleen thuis zitten zonder toezicht, koeling of hulp bij het drinken? Zo nee, waarom niet?
Hoeveel verpleeghuizen en zorginstellingen in Nederland beschikken op dit moment niet over airconditioning of andere adequate koeling in de verblijfsruimten van bewoners? Bent u bereid hier een landelijke inventarisatie naar te doen?
Welke rol speelt de kwaliteit van woningen bij hittesterfte? Erkent u dat mensen met een laag inkomen vaker in slecht geïsoleerde woningen wonen die in de zomer veel te heet worden en dat hitte daarmee ook een kwestie van ongelijkheid is?
Bent u bereid om verhuurders te verplichten maatregelen tegen hitte te nemen?
Erkent u dat hittegolven door klimaatverandering vaker en heviger zullen voorkomen en dat structurele maatregelen dus noodzakelijk zijn?
Bent u bekend met onderzoeken waaruit blijkt dat wijken met lagere inkomens gemiddeld aanzienlijk warmer zijn dan rijkere wijken, doordat er minder groen, meer steen en asfalt en dichtere bebouwing is? Hoe beoordeelt u het feit dat juist de mensen met de minste middelen in de heetste wijken wonen?
Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat je portemonnee bepaalt hoe heet je wijk wordt en daarmee hoe groot je gezondheidsrisico is tijdens een hittegolf? Zo nee, waarom niet?
Is bekend of de oversterfte tijdens de afgelopen hittegolf hoger was in wijken met een lagere sociaaleconomische status? Bent u bereid het RIVM opdracht te geven de oversterfte uit te splitsen naar wijk en inkomensniveau, zodat duidelijk wordt waar de klappen vallen?
Welke gerichte rijkssteun is er op dit moment beschikbaar om de armste en heetste wijken af te koelen, bijvoorbeeld door vergroening, het planten van bomen, het vervangen van steen door groen en het aanleggen van schaduw en waterpartijen? Kunt u een overzicht geven van de beschikbare middelen en waar deze terechtkomen?
Erkent u dat gemeenten met veel kwetsbare wijken vaak juist de gemeenten zijn met de minste financiële ruimte, en dat zonder extra rijksmiddelen de vergroening van deze wijken niet van de grond komt? Bent u bereid een gericht fonds in te stellen voor het hittebestendig maken van de heetste, armste wijken, waarbij de wijken met de grootste hitteproblemen als eerste aan de beurt komen?
Hoeveel procent van de woningen in de armste wijken heeft toegang tot een koele buitenruimte, zoals een park of schaduwrijk plein, binnen loopafstand? Bent u bereid een norm in te voeren voor de maximale afstand tot koele, groene openbare ruimte, zoals ook wordt bepleit voor groennormen in de stad?
Bent u bereid om samen met gemeenten tijdens hittegolven gekoelde publieke ruimtes open te stellen in de heetste wijken zodat bewoners zonder airconditioning ergens terechtkunnen? Ziet u hierbij ook een rol voor de heropening van buurthuizen die de afgelopen jaren zijn wegbezuinigd?
Het bericht dat tanken in Nederland veel duurder is dan in de rest van Europa |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Eerenberg |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Pijn aan de pomp: waarom is tanken in Nederland toch zo veel duurder dan in de rest van Europa?»1
Hoe verhouden de Nederlandse brandstofprijzen aan de pomp zich tot de rest van Europa? Kunt u daarbij een onderscheid maken tussen benzine, diesel en lpg?
Kunt u een geheel overzicht verstrekken van de brandstofaccijnzen per EU-land en daarbij een onderscheid maken tussen benzine, diesel en lpg? Graag een toelichting hierop.
Klopt het dat de verschillen tussen de brandstofprijzen in Nederland en de rest van de EU voornamelijk worden verklaard door belastingen? Zo ja, deelt u de mening dat de Nederlandse belastingen op brandstoffen doorgeschoten zijn? Zo nee, hoe verklaart u dan deze verschillen?
Klopt het dat óók over de brandstofaccijns belasting over de toegevoegde waarde (btw) wordt geheven? Zo ja, beschouwt u accijnzen als toegevoegde waarde? Zo nee, waarom heft u dan belasting over belasting? Graag een toelichting op uw antwoord.
Hoeveel belastinginkomsten haalt de overheid jaarlijks op met belastingen op benzine, diesel en lpg? Graag een overzicht van de laatste 15 jaar, uitgesplitst naar accijns en btw.
Klopt het dat hogere brandstofprijzen leiden tot hogere belastinginkomsten voor de Nederlandse overheid en vervolgens leiden tot hogere EU-afdrachten? Graag een toelichting.
Bent u het eens met de conclusie dat hogere brandstofprijzen leiden tot een verslechtering van de koopkracht van burgers en dat lagere accijnzen deze verslechtering van de koopkracht dempen? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat het Kwartje van Kok in 1991 als tijdelijke en niet als permanente maatregel is ingevoerd? En klopt het dat deze accijns nog steeds wordt geheven? Zo ja, bent u van mening dat de Nederlandse overheid hiermee de burger al 35 jaar heeft voorgelogen en dat hierdoor de betrouwbaarheid van de overheid ernstig wordt aangetast? Graag een toelichting op uw antwoord.
Bent u het ermee eens dat een verlaging van de brandstofaccijns met 25 cent per liter leidt tot een koopkrachtverbetering van de Nederlandse burger? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid de brandstofaccijnzen met 25 cent per liter te verlagen, zodat Nederlanders niet in de knel komen?
Fraude met stages en EVC-certificaten in zorgopleidingen |
|
René Claassen (PVV) |
|
Sophie Hermans (VVD), Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over zogeheten «aftekenstages» in mbo-zorgopleidingen, waarbij studenten praktijkopleiders betalen om stage-uren af te tekenen zonder daadwerkelijk aanwezig te zijn geweest op de stageplek?1
Kunt u aangeven hoeveel gevallen van aftekenstages en vergelijkbare stagefraude er sinds het verkennend onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) van juni 2024 zijn geconstateerd, uitgesplitst per opleidingsniveau en -richting?
Deelt u de zorg dat door deze vorm van fraude ongekwalificeerde personen met een mbo-diploma aan de slag kunnen gaan in de zorg, met directe risico’s voor de veiligheid van kwetsbare patiënten zoals ouderen en mensen met een beperking? Zo ja, welke aanvullende maatregelen bent u voornemens te nemen?
Welke concrete voortgang is geboekt met de aanbevelingen uit het rapport «Er is meer aan de hand' (juni 2024) en de daaropvolgende Kamerbrief, met name ten aanzien van de bevoegdheden van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) en de erkenningscriteria voor leerbedrijven?
Kunt u een actueel overzicht geven van de omvang van fraude met EVC-certificaten (Erkenning van Verworven Competenties) in de zorgsector, mede in het licht van het strafrechtelijk onderzoek naar het EVC-bureau F&P Educatie en de recente aanhoudingen in die zaak?
Bent u bereid te onderzoeken of de mogelijkheid voor commerciële EVC-bureaus om ervaringscertificaten af te geven voor zorggerelateerde beroepen (tijdelijk) aan strengere voorwaarden moet worden gebonden of aan onafhankelijker toezicht moet worden onderworpen, gezien de kwetsbaarheid van dit systeem voor fraude?
Op welke wijze wordt geborgd dat zorginstellingen die een medewerker aannemen op basis van een mbo-diploma of EVC-certificaat, dit diploma of certificaat op eenvoudige en betrouwbare wijze kunnen verifiëren, en acht u de huidige verificatiemogelijkheden (bijvoorbeeld via DUO) toereikend?
Bent u bereid, gelet op de aanhoudende signalen en de kennelijke toename van deze fraudevormen sinds 2024, de Kamer op korte termijn een geactualiseerde stand-van-zakenbrief te sturen met daarin concrete, meetbare doelstellingen en een tijdpad om stage- en EVC-fraude in de zorgopleidingen terug te dringen?
Oliebedrijven en raffinaderijen die extra winsten (overwinsten) maken tijdens de Iran-oorlog |
|
Jimmy Dijk (SP) |
|
Eerenberg , Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel van het AD, gepubliceerd op 20 juli 2026: «Marktwaakhond zet prijsopbouw van benzine en diesel online, zoveel verdienen raffinaderijen per liter»?1
Volgens de Autoriteit Consument en Markt (ACM) hebben de hogere brandstofprijzen geleid tot overwinsten bij olieproducenten. Vindt u deze overwinsten acceptabel? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
De ACM geeft aan dat de winstmarge van oliebedrijven en raffinaderijen hoger ligt dan vóór de oorlog in Iran. Hoe verklaart u dit?
Bent u het ermee eens dat de automobilist en consumenten via hogere transportkosten de prijs betalen voor de hoge winsten van oliebedrijven en raffinaderijen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Bent u het ermee eens dat de automobilist lagere prijzen aan de pomp zou kunnen betalen, mits daar politiek toe wordt besloten? Zo ja, hoe zou dit volgens u het beste kunnen? Zo nee, waarom niet?
Wat maakt dat u deze overwinsten van oliebedrijven en raffinaderijen niet méér belast dan nu het geval is? Wat maakt dat u nog niet over bent gegaan tot het invoeren van een overwinstbelasting zoals u eerder aangaf te overwegen wanneer onderzoek zou uitwijzen dat er sprake zou zijn van overwinsten?
Deelt u de mening dat de belasting op de overwinsten van oliebedrijven en raffinaderijen omhoog moet om voor financiële verlichting te zorgen aan de pomp? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vindt u het belangrijker dat oliebedrijven gigantische winsten maken of dat de automobilist een acceptabele prijs aan de pomp betaalt?
Op 13 juli 2026 kostte een liter benzine aan een Nederlandse pomp gemiddeld 2,27 euro. Daarvan ging 0,40 euro naar btw en 0,85 euro naar accijns. Vindt u het rechtvaardig dat een automobilist in Nederland veel meer btw en accijns aan de pomp betaalt dan in andere Europese landen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om de komende weken een overwinstbelasting voor oliebedrijven en raffinaderijen in te voeren? Zo ja, per wanneer? Zo niet, waarom niet?
Wilt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
Oxfam Novib |
|
Ingrid Coenradie (PVV), Mona Keijzer |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitlatingen van Oxfam Novib waarin wordt gesteld dat bepaalde moties of voorstellen van politieke partijen en Kamerleden racistisch zouden zijn?
Klopt het dat Oxfam Novib de afgelopen jaren subsidies, bijdragen en/of opdrachten heeft ontvangen van de rijksoverheid?
Kunt u een overzicht verstrekken van alle directe en indirecte financiële bijdragen die Oxfam Novib sinds 2020 heeft ontvangen van het Rijk?
Kunt u een overzicht verstrekken van alle directe en indirecte financiële bijdragen die Oxfam Novib verwacht te gaan ontvangen tot 2030 van het Rijk?
Welke voorwaarden gelden voor organisaties die overheidssubsidies ontvangen ten aanzien van lobbyactiviteiten, publieke campagnes en politieke beïnvloeding?
Acht u het wenselijk dat een door de overheid gesubsidieerde organisatie democratisch gekozen volksvertegenwoordigers publiekelijk associeert met racisme?
Deelt u de opvatting dat politieke meningsverschillen in een democratische rechtsstaat niet lichtvaardig als racistisch dienen te worden bestempeld?
Bent u van mening dat organisaties die met belastinggeld worden ondersteund een bijzondere verantwoordelijkheid hebben om zorgvuldig om te gaan met kwalificaties richting Kamerleden en politieke partijen?
Kunt u toelichten wat de corebusiness van Oxfam Novib was ten tijde van de oprichting van de organisatie en in hoeverre de huidige activiteiten nog aansluiten bij het oorspronkelijke doel waarvoor zij is opgericht?
Hoe beoordeelt u het feit dat Oxfam Novib zich niet beperkt tot ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp, maar ook actief campagne voert rond politieke thema's zoals klimaatbeleid, vermogensverdeling en het Israëlisch-Palestijnse conflict?
Deelt u de mening dat belastinggeld primair bedoeld is voor ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp, en niet voor activistische campagnes gericht op het beïnvloeden van het Nederlandse politieke debat?
Hoe rechtvaardigt u dat organisaties die aanzienlijke publieke middelen ontvangen deze positie gebruiken om gekozen volksvertegenwoordigers en hun voorstellen in verband te brengen met racisme, terwijl zij geacht worden bij te dragen aan een open democratisch debat?
Hoe beoordeelt u het risico dat overheidssubsidies worden gebruikt om via maatschappelijke organisaties draagvlak te creëren voor politieke opvattingen en beleidsdoelen die u zelf voorstaat?
Deelt u de mening dat publiek geld hier absoluut niet voor bedoeld is en dat het de democratische rechtsstaat ondermijnt?
'Aanstelling Judith Kuypers als Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld' |
|
Ingrid Coenradie (PVV) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Hoe is de selectie van de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld tot stand gekomen?
Hoeveel kandidaten waren er voor de rol als Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld?
Wat was de afweging van het kabinet om iemand te kiezen met ervaring uit de praktijk van een bepaalde instelling, ten opzichte van iemand die geen directe verbintenis heeft gehad met een specifieke instelling?
Deelt u de mening dat er beter voor een onafhankelijk persoon gekozen kon worden, in plaats van iemand met een groot verleden met het stelsel van de zorg voor vrouwen en huiselijk geweld?
Gezien het verleden van mevrouw Kuypers, hoe voorkomt u bepaalde vooroordelen en vooringenomenheid over met name Veilig Thuis bij de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld?
Op basis waarvan is er vertrouwen in haar onafhankelijke rol en welke maatregelen worden genomen om (de schijn van) belangenverstrengeling tegen te gaan?
Hoe kijkt u naar het feit dat de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld het stelsel juist kritisch moet kunnen beoordelen, maar tegelijktijdig zelf jarenlang onderdeel is geweest van dat huidige stelsel?
Op het moment dat er een kritisch onderzoek nodig is naar de prestaties van Veilig Thuis van de afgelopen jaren, is de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld dan ook bereid om dit te onderzoeken over de periode waarin zij zelf betrokken was?
Kunt u zich voorstellen dat er veel slachtoffers zich niet gehoord voelen door instanties als Veilig Thuis en zich nu wederom weer niet gehoord voelen door de overheid met deze keuze voor de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld?
Hoe worden slachtoffers en ervaringsdeskundigen de komende periode betrokken bij de hervorming van het stelsel en het werk van de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld?
Onderschrijft u dat één van de belangrijke punten van de aanpak een betere samenwerking is tussen de verschillende partijen? Hoe borgt u dat er veel meer gezamenlijk wordt opgepakt en wordt behandeld vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid?
Hoe zorgt u ervoor dat de rol van de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld ook echt het verschil kan maken en doorbraken kan forceren?
Het bericht “Daratumumab ter beoordeling opnieuw bij ZIN” |
|
René Claassen (PVV) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Daratumumab ter beoordeling opnieuw bij ZIN» en kunt u een appreciatie geven van de daarin geschetste gang van zaken rond de beoordeling van daratumumab voor de indicatie AL-amyloïdose?1
Kunt u een volledig en gedetailleerd tijdspad geven van de beoordelingsprocedure van daratumumab voor AL-amyloïdose bij het Zorginstituut Nederland, inclusief alle momenten waarop aanvullende gegevens zijn opgevraagd bij de fabrikant, en kunt u toelichten waarom dit traject, mede gelet op de Europese goedkeuring vijf jaar geleden, nog altijd niet tot een definitief besluit heeft geleid?
Hoe beoordeelt u de uitspraak van medisch specialist prof. dr. Monique Minnema (UMC Utrecht), die tijdens de vergadering van de Adviescommissie Pakket (ACP) heeft ingesproken en heeft aangegeven niet te begrijpen waarom de beoordeling van dit dossier zo lang duurt, en die stelt dat een gerandomiseerde fase III-studie op alle punten voordeel voor de patiënt laat zien?
Klopt het dat, zoals gesteld wordt door de patiëntenorganisatie, ieder jaar uitstel van toelating van daratumumab voor AL-amyloïdose naar schatting 16 tot 20 patiënten het leven kost? Welke afweging maakt u tussen de tijd die gemoeid is met de beoordelings- en onderhandelingsprocedure en dit door patiëntenorganisaties en behandelaren gestelde gezondheidsverlies?
Bent u van mening dat het proces van beoordeling, besluitvorming en prijsonderhandeling voor weesgeneesmiddelen zoals daratumumab bij een zeldzame, ernstige aandoening als AL-amyloïdose sneller kan en moet verlopen dan nu het geval is? Welke concrete stappen bent u bereid te zetten om het Zorginstituut Nederland en/of de onderhandelingen met de fabrikant te versnellen?
Bent u bereid om, gelet op de urgentie die door zowel de patiëntenorganisatie als de behandelend specialisten wordt benadrukt, op korte termijn in overleg te treden met het Zorginstituut Nederland en de fabrikant om te bezien of het besluitvormingsproces over daratumumab voor AL-amyloïdose kan worden versneld en de Kamer daarover zo spoedig mogelijk te informeren?
Het bericht dat het kabinet wel bouwstenen, maar nog geen plan heeft voor de huisvesting van mensen in de knel |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Boekholt-O’Sullivan , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Wel de «bouwstenen», nog geen plan voor huisvesting mensen in de knel»?1
Klopt het dat het kabinet bij de huisvesting van aandachtsgroepen, waaronder statushouders, ook nadrukkelijk kijkt naar woningdeling binnen de sociale woningvoorraad?
Klopt het dat er gemeenten en woningcorporaties zijn die sociale huurwoningen beschikbaar stellen als «doorstroomlocatie»?
Waarom kiest het kabinet er niet voor om, conform het coalitieakkoord, als uitgangspunt te hanteren dat alternatieve huisvestingsvormen voor statushouders zoveel mogelijk buiten de bestaande sociale woningvoorraad worden gerealiseerd?
Welke alternatieven buiten de sociale woningvoorraad onderzoekt u om invulling te geven aan de taakstelling voor de huisvesting van statushouders, zonder de druk op de reguliere sociale huurmarkt verder te vergroten?
In hoeverre deelt u de opvatting dat het oneerlijk is dat woningzoekenden soms pas na 10 jaar in aanmerking komen voor een sociale huurwoning terwijl statushouders voorrang krijgen op sociale huurwoningen? Zo niet, waarom niet?
In hoeverre deelt u de opvatting dat statushouders daarom zoveel mogelijk in sobere alternatieve huisvesting buiten de sociale woningvoorraad moeten worden gehuisvest?
Welke maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat gemeenten en woningcorporaties reguliere sociale huurwoningen inzetten als doorstroomlocatie voor statushouders?
Welke mogelijkheden tot inspraak hebben omwonenden wanneer een sociale huurwoning wordt aangewezen als doorstroomlocatie?
Hoeveel statushouders zijn de afgelopen drie jaar gehuisvest in een zelfstandige sociale huurwoning? Welk aandeel van de jaarlijkse toewijzingen aan corporatiewoningen betreft dit? Welk effect verwacht u dat de beschreven plannen zullen hebben op dit aandeel?
Bent u het eens dat woningdelen voor statushouders binnen de bestaande voorraad strijdig is met het voornemen om te komen tot een wetsvoorstel waarmee de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen wettelijk niet meer mogelijk is? Zo niet, waarom niet?
In antwoord op eerdere schriftelijke vragen gaf u aan dat er slechts 48 doorstroomlocaties met 1.853 plekken zijn gerealiseerd. De verwachting was dat er nog voor het zomerreces 263 extra plekken gerealiseerd zouden worden. Zijn deze plekken ook daadwerkelijk voor het zomerreces gerealiseerd?
Hoeveel plekken moeten volgens u nog worden gerealiseerd voordat u een wetsvoorstel naar de Kamer kunt sturen waarmee de wettelijke voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen wordt beëindigd? Wanneer verwacht u dit wetsvoorstel naar de Kamer te sturen?
In uw brief «Bouwstenen: versnelde realisatie aanvullende vormen van huisvesting» heeft mijn fractie niet kunnen opmaken op welke wijze u invulling heeft gegeven aan de motie Nobel/Flach (Kamerstuk 36 881, nr. 9) over onderzoeken hoe gemeenten die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de realisatie van alternatieve huisvesting zodat de voorrang statushouders kan worden afgeschaft, kunnen worden beloond. Kunt u hier alsnog antwoord op geven?
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Nieuwe EU-belastingen en de voorgenomen verhoging van de EU-meerjarenbegroting 2028-2034 |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Eelco Heinen (VVD), Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Europese belastingen op komst»?1
Kunt u aangeven hoeveel Nederland in 2024 bruto heeft afgedragen aan de EU-begroting en hoeveel Nederland aan Europese Unie (EU)-gelden heeft terugontvangen, en kunt u dit omrekenen naar een bedrag per Nederlands huishouden?2 3 Kunt u daarbij bevestigen dat dit neerkomt op circa € 7,5 miljard bruto afdracht en € 3,15 miljard aan ontvangsten (netto circa € 4,35 miljard), oftewel omgerekend over de ruim 8,4 miljoen Nederlandse huishoudens ongeveer € 890 bruto en € 520 netto per huishouden per jaar?4 5
Kunt u een inschatting geven van wat de Nederlandse afdracht aan de EU per huishouden zou worden als het voorstel van de Europese Commissie (EC) voor het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034 wordt aangenomen? Kunt u daarbij ingaan op de eigen schatting van het kabinet dat alleen al de Bruto Nationaal Inkomen (BNI)-afdracht voor 2028 kan oplopen tot circa € 9 miljard per jaar – zo’n € 4,5 miljard hoger dan in 2024 – wat, nog exclusief douanerechten, btw-afdracht en de nieuwe EU-belastingen, neerkomt op ruim € 1.070 per huishouden per jaar alleen al voor het BNI-deel?6 7 Kunt u bevestigen dat de grove inschatting, waarbij de overige afdrachtscomponenten (douanerechten, btw-afdracht, plasticheffing) op het huidige niveau van circa € 3 miljard per jaar worden verondersteld, uitkomt op een totale afdracht van ruim € 12 à 13 miljard per jaar, oftewel circa € 1.450 tot € 1.550 per huishouden per jaar? Kunt u een volledige, officiële raming geven van de totale afdracht per huishouden inclusief alle afdrachtscomponenten en de nieuwe eigen middelen en aangeven of mijn hierboven genoemde inschatting in de juiste orde van grootte zit?
Bent u bekend met de berichtgeving over de plannen van de EC en het Europees Parlement (EP) voor het MFK 2028–2034, waarin de begroting bijna wordt verdubbeld naar circa € 2.000 miljard en het EP zelfs inzet op € 2.200 miljard, een verhoging van 10 procent ten opzichte van het Commissievoorstel?8 9
Deelt u de opvatting dat een verdubbeling van de EU-begroting, in een tijd waarin Nederlandse huishoudens de broekriem moeten aanhalen, onaanvaardbaar is? Zo nee, waarom niet?
Kunt u bevestigen dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 heeft aangegeven in te zetten op «een verlaging van het voorgestelde MFK», omdat de voorziene stijging van de EU-afdrachten niet past bij de budgettaire kaders uit het Hoofdlijnenakkoord?10 Deelt u de opvatting dat het huidige niveau van de EU-begroting van bijna € 1.200 miljard over zeven jaar al belachelijk hoog en volstrekt onnodig is?11 Bent u bereid deze kabinetsinzet radicaal aan te scherpen, niet tot een verlaging ten opzichte van het Commissievoorstel, maar tot een forse verlaging van de EU-begroting tot ruim onder het huidige niveau van € 1.200 miljard en tot een structureel veel kleinere EU-begroting dan nu het geval is? Zo nee, waarom niet? Kunt u dan puntsgewijs onderbouwen waarom een EU-begroting van bijna € 1.200 miljard over zeven jaar wél gerechtvaardigd zou zijn?
Bent u bekend met het feit dat de EC ter dekking van deze begroting vijf nieuwe «eigen middelen» (EU-belastingen) heeft voorgesteld: een vennootschapsheffing voor bedrijven met een jaaromzet boven € 100 miljoen, een tabaksaccijnsafdracht (TEDOR), een heffing op elektronisch afval en aanpassingen in de inkomsten uit het Emission Trading System (ETS) en het CO2-grenscorrectiemechanisme (CBAM), die samen circa € 58,5 miljard per jaar zouden moeten opleveren?12
Onderschrijft u de positie dat het heffen van belastingen een kernbevoegdheid van soevereine lidstaten is en moet blijven en dat de EU nooit de bevoegdheid mag krijgen om eigenstandig belasting te heffen bij Nederlandse burgers of bedrijven? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 heeft aangegeven nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat af te wijzen maar «op eigen merites» te beoordelen en daarbij al in beginsel opening heeft gegeven voor een nieuw eigen middel op basis van ETS-1-inkomsten en een nieuw eigen middel op basis van CBAM?13 Bent u bereid deze opening alsnog in te trekken en categorisch af te wijzen dat de EU eigenstandig belasting heft, in welke vorm dan ook? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid toe te zeggen dat Nederland in de Raad zijn veto zal gebruiken tegen ieder onderdeel van het Eigenmiddelenbesluit dat voorziet in nieuwe EU-belastingen én tegen een MFK 2028–2034 dat een verhoging van het totale EU-budget en/of een verhoging van de Nederlandse afdracht inhoudt ten opzichte van het huidige MFK, aangezien zowel het MFK als het Eigenmiddelenbesluit unanimiteit in de Raad vereisen?14 Kunt u daarbij bevestigen dat het Eigenmiddelenbesluit bovendien pas in werking treedt nadat alle lidstaten het hebben goedgekeurd overeenkomstig hun eigen grondwettelijke bepalingen en dat dit voor Nederland op grond van Artikel 91 van de Grondwet parlementaire goedkeuring door beide Kamers vereist, via een goedkeuringswet conform de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen? Zo nee, waarom niet? (Kamerstuk 22 112, nr. 3760) (Kamerstuk 35 711, nr. 3)
Kunt u bevestigen dat het bestaande Eigenmiddelenbesluit de Commissie nu al de mogelijkheid geeft om lidstaten te verzoeken om aanvullende, op het BNI gebaseerde bijdragen als de opbrengst van de nieuwe EU-belastingen achterblijft bij de verwachtingen, zodat Nederland via een omweg alsnog voor de rekening kan opdraaien? Wat is uw inzet om dit vangnetmechanisme voor Nederland uit te sluiten?
Klopt het dat Nederland zich tijdens de Raad Algemene Zaken van 17 november 2025 al heeft uitgesproken tegen gemeenschappelijke schuld voor het verstrekken van NRPP-leningen aan lidstaten, en dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 al heeft aangegeven geen voorstander te zijn van gemeenschappelijke leningen voor een nieuw crisisinstrument?15 16 Bent u bereid deze lijn te verbreden en categorisch af te wijzen dat de EU nieuwe schulden aangaat of nieuwe EU-gedekte leningen verstrekt – zoals het door de Commissie voorgestelde «Catalyst Europe»-instrument – en dat Nederland daar in de Raad ook op zal inzetten? Zo nee, waarom niet?
Bent u bekend met het bericht dat Spanje bij de Eurogroep van 9 juli 2026 een voorstel heeft gepresenteerd voor een «European Sovereign Facility», waarbij de EC tot wel € 850 miljard per jaar aan gemeenschappelijke schuld zou kunnen uitgeven namens de lidstaten en dat dit voorstel – zoals verwacht – op weerstand stuit van met name Duitsland en Nederland, de twee landen die zich het meest consistent hebben verzet tegen verdere gemeenschappelijke schuld?17 18 19
Bent u bereid dit Spaanse voorstel en iedere vergelijkbare poging om een permanent EU-mechanisme voor gemeenschappelijke schuld (een «Europees veilig actief») te creëren, resoluut en publiekelijk af te wijzen en dit standpunt uit te dragen bij zowel de onderhandelingen over het MFK 2028–2034 als bij de Eurogroep? Zo nee, waarom niet?
Kunt u bevestigen dat er nog altijd geen besluit is genomen over de wijze waarop de circa € 750 miljard aan gemeenschappelijke schuld uit het coronaherstelfonds NextGenerationEU wordt terugbetaald en dat landen als Frankrijk en Griekenland pleiten voor het doorrollen van deze schuld in plaats van aflossing, terwijl de Franse president Macron oproept tot vervroegde terugbetaling «idioot» noemde? Deelt u de opvatting dat Nederland zich niet door dergelijke uitspraken uit andere lidstaten moet laten weerhouden van een strikt aflossingsschema? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om, ook voor wat betreft de resterende aflossing en rentebetaling van de bestaande NextGenerationEU-schuld, aan te sturen op versnelde afbouw in plaats van het doorschuiven van deze lasten binnen de MFK-plafonds tot 2058? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid in de onderhandelingen in te zetten op een Nederland dat per saldo geen netto-betaler meer is aan de EU-begroting, maar netto-ontvanger wordt? Zo nee, kunt u toelichten waarom Nederland structureel meer aan de EU zou moeten blijven afdragen dan het terugkrijgt?
Hoe beoordeelt u het feit dat verschillende ingewijden in Brussel de onderhandelingen willen afronden vóór de Franse presidentsverkiezingen van april 2027, uit vrees dat een eurosceptische regering het akkoord zou kunnen blokkeren? Deelt u de opvatting dat dit geen reden mag zijn voor Nederland om onder tijdsdruk in te stemmen met een voor Nederland ongunstig akkoord?
Bent u bereid om een fundamenteel andere onderhandelingsinzet naar de Kamer te sturen waarin wordt uitgegaan van een substantieel lagere EU-begroting, een substantieel lagere Nederlandse afdracht, categorische afwijzing van alle nieuwe EU-belastingen, en categorische afwijzing van nieuwe EU-schulden of EU-gedekte leningen – inclusief het Spaanse voorstel voor een European Sovereign Facility? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
De inclusie van mensen met een beperking en van kinderen bij ontwikkelingssamenwerking |
|
Don Ceder (CU) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Op welke manier geeft u uitvoering aan de aangenomen motie-Ceder/Bamenga over toegang voor mensen met een beperking tot door Nederland gefinancierde interventies garanderen?1
Kunt u per sector specificeren hoe u de toegang voor mensen met een beperking tot door Nederland gefinancierde interventies onder respectievelijk de sectoren water, voedsel en gezondheid aantoonbaar garandeert, zoals de motie vraagt (en er dus niet enkel aandacht voor heeft)? Welke eventuele aanpassingen heeft u daarvoor doorgevoerd sinds het aannemen van de motie?
Kunt u toezeggen ook in deze kabinetsperiode doorlopend in gesprek te zijn met relevante organisaties over de aantoonbare en gegarandeerde toegang van mensen met een beperking tot door Nederland gefinancierde interventies? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om periodiek de Kamer te informeren over (de verbetering van) toegang voor mensen met een beperking tot door Nederland gefinancierde interventies? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om de inclusie van mensen met een beperking expliciet op te nemen in uw aangekondigde visie op ontwikkelingssamenwerking en daartoe te spreken met organisaties die deze mensen vertegenwoordigen? Zo nee, waarom niet?
Op welke manier geeft u uitvoering aan de aangenomen motie van het lid Ceder c.s. over inzichtelijk maken in hoeverre de sectorale beleidsprioriteiten het welzijn van kinderen ten goede komen?2
Kunt u inzichtelijk maken hoeveel van de investeringen in ontwikkelingssamenwerking de komende jaren ten goede komen aan kinderen en onderwijs? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat het mandaat van de jongerenambassadeur op het Ministerie van Buitenlandse Zaken afloopt en diverse programma’s rond jongeren en onderwijs niet worden voortgezet? Hoe verhoudt dat zich tot de passage in het coalitieakkoord «We vergroten perspectief door te investeren in jongeren, onderwijs (…)»?
Bent u bereid om het mandaat van de jongerenambassadeur te verlengen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om aandacht voor het welzijn en de belangen van kinderen expliciet op te nemen in uw aangekondigde visie op ontwikkelingssamenwerking en daartoe te spreken met organisaties die kinderen vertegenwoordigen? Zo nee, waarom niet?
De antwoorden op vragen van het lid Keijzer over de uitspraken van de Minister tijdens het commissiedebat Ouderenzorg (incl. ouderenhuisvesting) |
|
Mona Keijzer |
|
Boekholt-O’Sullivan , Mirjam Sterk (CDA) |
|
Klopt het dat zorggeschikte woningen en geclusterde woonvormen met ontmoetingsruimten duurder zijn dan reguliere sociale huurwoningen vanwege onder meer bredere gangen, ruimere badkamers, rolstoeltoegankelijkheid en extra ruimte voor zorgverlening (2026D35525)? Zo nee, waarom niet?
Waarop is uw verwachting gebaseerd dat de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen gehaald kan worden, terwijl tegelijkertijd uit kabinetsstukken blijkt dat voor de meest complexe categorieën ouderenhuisvesting sprake is van hogere bouwkosten, een onrendabele top en een achterblijvende planvoorraad?
Klopt het dat in de bijlage bij uw beantwoording tot en met 2030 in totaal 758 miljoen euro beschikbaar is voor ouderenhuisvesting via de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW), de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO) en de opslag voor geclusterde en zorggeschikte woningen binnen de Realisatiestimulans? Zo ja, hoe is de onderverdeling? Zo nee, welk totaalbedrag is volgens u dan tot en met 2030 specifiek beschikbaar voor ouderenhuisvesting en hoe is dat bedrag precies opgebouwd?
Klopt het dat voor de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen tot en met 2028 in totaal 294,6 miljoen euro beschikbaar is? Hoeveel ouderenwoningen kunnen hiermee maximaal worden gerealiseerd, uitgaande van de subsidiebedragen van 17.500 euro, 15.000 euro, 7.500 euro, 5.000 euro, 7.000 euro, 5.000 euro, 3.000 euro en 2.000 euro per wooneenheid? Kunt u deze berekening met de Kamer delen?1
Waarop baseert u de verwachting dat de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen haalbaar is, als met de specifiek voor zorggeschikte woningen beschikbare middelen slechts een beperkt deel van die totale opgave kan worden ondersteund?
Klopt het dat de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) beschikbaar is in 2027 en 2029? En klopt het dat voor deze regeling in totaal 43,8 miljoen euro beschikbaar is?
Hoeveel ontmoetingsruimten kunnen hiermee maximaal worden gerealiseerd, uitgaande van de maximale subsidiebedragen van 100.000 euro, 150.000 euro en 175.000 euro per aanvraag? Kunt u deze berekening met de Kamer delen?2
Acht u de hoeveelheid ontmoetingsruimten in uw berekening voldoende in verhouding tot de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen? Zo ja, waarop baseert u dat? Zo nee, welke aanvullende maatregelen neemt u en acht u dit voldoende om de door het kabinet beoogde sociale effecten, waaronder ontmoeting, gemeenschapsvorming en het tegengaan van eenzaamheid, te realiseren?
Klopt het dat de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO) uitsluitend voorziet in investeringen in vastgoed en fysieke ontmoetingsruimten? Zo ja, op welke wijze wordt voorzien in de structurele personele inzet die nodig is om deze ontmoetingsruimten daadwerkelijk te laten functioneren? Welke middelen waren hiervoor onder het vorige kabinet voorzien?
Heeft het kabinet onderzocht in hoeverre het beschikbaar stellen van ontmoetingsruimten zonder aanvullende financiering voor begeleiding, activiteiten of coördinatie het beoogde sociale effect kan beperken? Zo ja, wat waren daarvan de conclusies? Zo nee, waarom is dat niet onderzocht voordat deze regeling als oplossing werd gepresenteerd?
Klopt het dat de Realisatiestimulans beschikbaar is in 2028, 2029 en 2030? En klopt het dat voor de Realisatiestimulans in totaal 420 miljoen euro beschikbaar is?3
Klopt het dat binnen de Realisatiestimulans een post is opgenomen voor opslagen voor diverse doeleinden, waaronder extra ondersteuning voor geclusterde en zorggeschikte woningen voor alle aandachtsgroepen? Welk bedrag van de hiervoor gereserveerde 420 miljoen euro is specifiek bestemd voor ouderenhuisvesting, welk bedrag voor andere aandachtsgroepen en om welke aandachtsgroepen gaat het?
Klopt het dat hiervoor eveneens de vaste bijdrage van 7.000 euro per woning geldt? Zo ja, hoe reflecteert u op het feit dat er slechts 60.000 woningen kunnen worden gerealiseerd voor alle aandachtsgroepen met de beschikbare 420 miljoen euro en welk deel daarvan betreft volgens u ouderenhuisvesting?
Klopt het dat er vanaf 2029 t/m 2030 alleen nog maar een Realisatiestimulans voor alle aandachtsgroepen is en geen specifieke stimuleringsregeling meer voor ouderen? Is het gezien deze constatering juist om te concluderen dat de door u tijdens het commissiedebat genoemde 7 miljard euro niet specifiek bestemd is voor ouderenhuisvesting, maar voor de algemene woningbouwopgave in Nederland voor iedereen en alle aandachtsgroepen?
Waarom geeft u in de beantwoording over de uitspraken tijdens het commissiedebat Ouderenzorg aan dat u heeft aangegeven dat in het coalitieakkoord van kabinet-Jetten van 2029 tot en met 2035 7 miljard euro beschikbaar is gesteld voor de woningbouwopgave in Nederland en dat ouderenhuisvesting hier ook onder valt terwijl dit niet als specifiek ouderenhuisvestingsbudget4 terugkomt in de door u verstrekte kasreeks in 2029 en 2030?5
Waarop baseert u de verwachting dat de specifieke investering van 758 miljoen euro voldoende is, terwijl van dit bedrag slechts 294,6 miljoen euro beschikbaar is voor zorggeschikte ouderenwoningen en een aanzienlijk deel van de overige middelen beschikbaar is voor andere aandachtsgroepen? Vindt u dit verdedigbaar gezien de opgave van 290.000 ouderenwoningen en de vergrijzing die ons land treft?
Heeft u doorgerekend hoeveel geclusterde en zorggeschikte ouderenwoningen met de beschikbare middelen voor ouderenhuisvesting, dus exclusief het deel van de Realisatiestimulans dat naar andere aandachtsgroepen gaat, daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden? Zo ja, kunt u die berekening met de Kamer delen? Zo nee, waarop baseert u dan de verwachting dat de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen haalbaar is?
Is het volgens u, gezien bovenstaande en eerdere antwoorden, juist om te concluderen dat dit kabinet de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen wel in stand laat, maar de financiële onderbouwing daarvan juist heeft verzwakt? Zo niet, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen alleen geloofwaardig is indien daar een toereikende financiële onderbouwing specifiek voor ouderen tegenover staat? Zo ja, waaruit blijkt die financiële onderbouwing? Zo nee, waarom niet?
Kunt u toezeggen om bij de beantwoording van deze schriftelijke vragen een bijlage te voegen waarin alle middelen voor ouderenhuisvesting en moderne verzorgingshuizen van het kabinet-Schoof inzichtelijk worden gemaakt, inclusief hun tijdpad en bestemming tot en met 2030? Betrof dit meer of minder middelen dan de bedragen die momenteel specifiek beschikbaar zijn voor ouderenhuisvesting via de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW), de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO) en het onderdeel ouderenhuisvesting binnen de Realisatiestimulans voor alle aandachtsgroepen?
Indien uit de gevraagde vergelijking blijkt dat voor ouderenhuisvesting en moderne verzorgingshuizen onder het kabinet-Schoof meer middelen beschikbaar waren dan onder het huidige kabinet, welke beleidsmatige afwegingen liggen hieraan ten grondslag? Hoe geloofwaardig acht u dan nog de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen?
Indien middelen die voorheen waren voorzien voor ouderenhuisvesting, geclusterde woonvormen of moderne verzorgingshuizen inmiddels een andere bestemming hebben gekregen, om welke middelen gaat het dan, naar welke beleidsdoelen zijn deze middelen verschoven en waarom?
Heeft het kabinet in kaart gebracht welke effecten een eventuele afname van beschikbare middelen voor ouderenhuisvesting en het stopzetten van het plan rondom moderne verzorgingshuizen heeft op het realiseren van de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen? Zo ja, kunt u deze analyse met de Kamer delen? Zo nee, hoe kan het kabinet dan verantwoord vasthouden aan de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen?
Het herziene rijksbrede cloudbeleid 2026 |
|
Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) |
|
Eric van der Burg (VVD), Aerdts |
|
|
|
|
Is het duidelijk voor alle relevante rijksorganisaties wat de gevolgen zijn van het herziene cloudbeleid? (Kamerstuk 26 643, nr. 1541) Kunt u aangeven of er organisaties zijn die bij voorbaat aangeven niet aan het herziene beleid te kunnen of zullen voldoen?
Hebben rijksorganisaties voldoende beeld op hun eigen cloudgebruik om de herziene regels effectief na te leven? Op welke delen van het cloudlandschap van de overheid ontbreekt er nog overzicht?
Welke rol krijgt de veelbelovende Nederlandse Digitale Dienst om zeker te stellen dat alle rijksorganisaties aan het herziene cloudbeleid kunnen en zullen voldoen? Bent u bereid de organisatie hiertoe de nodige capaciteit en instrumenten te geven?
Kunt u een schematisch overzicht geven van maatregelen die ook overwogen zijn voor het herziene cloudbeleid, met een onderbouwing waarom deze uiteindelijk niet zijn opgenomen?
Welke concrete doelen heeft het kabinet om digitaal onafhankelijk te worden? Wordt het doel vastgesteld op 30% digitaal onafhankelijk per 2029, zoals gevraagd in de motie-Thijssen/Bruyning (Kamerstuk 36 574, nr. 5) en de initiatiefnota Wolken aan de Horizon (Kamerstuk 36 574, nr. 2)?
Hoeveel digitaal onafhankelijker wordt de Rijksoverheid door het herziene cloudbeleid in de komende jaren? Wordt het doel van 30% in 2029 gehaald?
Kunt u heel concreet uitleggen welke rol u heeft, als coördinerend Staatssecretaris (EZK) en als Staatssecretaris verantwoordelijk voor uitvoeringsdiensten (BZK), om dit beleid te handhaven?
Welke instrumenten heeft u om het herziene cloudbeleid daadwerkelijk uit te voeren? Met hoeveel zekerheid kunt u zeggen dat dit beleid zal leiden tot een digitaal onafhankelijke Rijksoverheid?
Heeft u overwogen om het coördinatiebesluit, waarin de bevoegdheden van bewindspersonen zijn vastgelegd, uit te breiden zodat u dwingender kan optreden om het herziene cloudbeleid uit te voeren? Waarom heeft u dit niet gedaan, cf. de motie-Six Dijkstra (Kamerstuk 26 643, nr. 1294)?
Waarom is er, ondanks de hoge ambities in het coalitieakkoord, geen budget beschikbaar gesteld voor de herziening van het cloudbeleid?
Wat bedoelt u met de «scherpe keuzes» en «herprioritering» die nodig zijn omdat het kabinet geen middelen reserveert voor haar eigen digitale ambities?
Met welke investeringen zou het herziene cloudbeleid sneller en effectiever toegepast kunnen worden? Hoe kan voorkomen worden dat door «scherpe keuzes» en «herprioritering» geen vaart wordt gemaakt met de nodige maatregelen om digitaal onafhankelijk te worden?
Kunt u de overgangstermijn van vier jaar onderbouwen? In welke gevallen wordt hier van afgeweken? Hoe voorkomt u dat migraties van bestaand cloudgebruik allemaal vertraagd worden wegens «hoge kosten of risico’s»?
Wat bedoelt u ermee dat het «afgeraden» wordt om e-mail- en documentbeheer in de publieke cloud te zetten? Betekent dit dat binnen vier jaar alle mailservers en documentbeheer daadwerkelijk uit de publieke cloud worden gehaald?
Welke aanpassingen in het IT-inkoopbeleid zijn nodig om het herziene cloudbeleid verder te ondersteunen? Heeft u plannen om het inkoopbeleid aan te scherpen, en zo ja, welke?1
Waarom wordt een generiek cloud-tenzij beleid enkel «afgeraden»? Waarom formuleert u dit niet dwingender?
Hoe wordt er op toegezien dat rijksorganisaties binnen 12 maanden een exitplan opstellen voor bestaand cloudgebruik?2 Bent u van plan dit per organisatie te monitoren en met de Kamer te delen? Welke gevolgen zijn er als een organisatie niet op tijd een exitplan aanlevert?
Worden organisaties verplicht om opvolging te geven aan de «aanwijzingen» van de Chief Information Security Officer (CISO) Rijk, als blijkt dat aangeleverde cloudplannen, de risicoanalyse en/of het exitplan niet in lijn zijn met het beleid?
Waarom is er niet voor gekozen om de CISO Rijk of de Staatssecretaris belast met Digitale Zaken de bevoegdheid te geven om cloudplannen, de risicoanalyse en/of het exitplan als geheel af te wijzen, als deze niet voldoen aan het herziene cloudbeleid?
Hoe verwacht u dat rijksorganisaties de «geopolitieke risico’s» van cloudgebruik in hun risicoanalyse in kaart brengen? Welke criteria worden hiervoor gebruikt?
Hoe bent u van plan aan de Kamer te rapporteren over de opgestelde risicoanalyses en exitplannen van rijksorganisaties?
Wat bedoelt u met het gegeven dat overheidsdocumenten en mailberichten «bij voorkeur» niet in de publieke cloud worden ondergebracht? Waarom bent u hier niet dwingender in, gezien de gevoeligheid van deze gegevens en de erkende risico’s van de publieke cloud?
Kunt u concreet maken wanneer aan de drie uitzonderingsgronden is voldaan om tóch mailverkeer en documenten in de publieke cloud te mogen houden? Na hoeveel tijd wordt bezien of deze uitzonderingsgronden nog steeds gelden?
Wat bedoelt u met het gegeven dat het sleutelbeheer van versleutelde vertrouwelijke gegevens «bij voorkeur» niet bij de cloudleverancier wordt neergelegd? Waarom belegt u het niet per definitie in eigen beheer?
Onder welke voorwaarden is het volgens u acceptabel om bijzondere persoonsgegevens alsnog in de publieke cloud te verwerken? Hoe wordt vastgesteld dat de mitigerende maatregelen afdoende zijn?
Wat bedoelt u ermee dat het rijksbrede cloudbeleid «waar mogelijk» toegepast zal worden bij uitgezonderde organisaties? Worden de uitgezonderde organisaties wel geacht om hun eigen cloudbeleid aan te scherpen?
Kunt u «kleinschalige doelen» noemen waarvoor het rijksbrede cloudbeleid een uitzondering zou maken? Hoe en door wie wordt bepaald of iets wel of niet uitgezonderd wordt?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en vooraf aan het commissiedebat «Digitaliserende overheid en toezicht» van 30 september 2026 beantwoorden?
Bent u bekend met het rapport «The Netherlands-Israël Investment Files» van SOMO?1
Waarom denkt u dat de financiële stromen tussen Nederland en Israël zoveel groter zijn dan tussen Israël en andere Europese landen?
In hoeverre is Nederland volgens u aantrekkelijk voor brievenbusmaatschappijen? Hoe komt dat? Vindt u dit wenselijk?
Bestaat volgens u het risico dat Israëlische wapenbedrijven via Nederland belasting ontwijken en dat Nederland zo indirect bijdraagt aan de financiering van deze bedrijven? In hoeverre vindt u het dat wenselijk?
Klopt het dat Nederland via een Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)-kantoor in Tel Aviv de handel met Israël bevordert? Spreekt dat kantoor ook met Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza? Zo ja, waarom?
Is het een doelstelling van de NFIA dat deze bedrijven zich in Nederland vestigen dan wel in Nederland actief worden? Zo ja, waarom?
Klopt het dat het Internationaal Gerechtshof (IGH) in zijn Advisory Opinion van 19 juli 2024 heeft uitgesproken dat derde landen zouden moeten afzien van economische of handelsrelaties met Israël die de illegale bezetting kunnen verstevigen?
Op welke manier verhoudt het bevorderen van economische betrekkingen met Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza door de NFIA zich tot de uitspraak van het IGH?
Op welke manier verhoudt het juridisch faciliteren van Nederlands fiscaal en financieel advies door Nederlandse belastingadviseurs en trustkantoren aan Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza, zich tot de uitspraak van het IGH?
Klopt het dat het voor Nederlandse belastingadviseurs en trustkantoren verboden is om diensten te verstrekken aan Russische bedrijven?
Bent u bereid om, in navolging van de Ruslandsancties, te pleiten voor een Europees verbod op fiscale en financiële dienstverlening aan Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza?
Het bezoek van Minister Sjoerdsma aan China |
|
Stephan van Baarle (DENK) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Kunt u verslag doen van de wijze waarop u tijdens uw bezoek aan China het thema mensenrechten heeft opgebracht bij de Chinese autoriteiten? Bij wie heeft u dit opgebracht en wat heeft u precies opgebracht?
Kunt u verslag doen van de wijze waarop u tijdens uw bezoek de behandeling van minderheden door China, zoals de Oeigoeren, de Tibetanen en christenen, heeft opgebracht bij de Chinese autoriteiten?
Op welke wijze heeft u uitvoering gegeven aan de aangenomen motie van het lid Van Baarle, onder Kamerstuk 21 501-02 nr. 3409, waarin aan u gevraagd is om tijdens het bezoek expliciet aandacht te vragen voor de mensenrechten van de Oeigoeren en het opleggen van dwangarbeid aan het Oeigoerse volk?
Op welke wijze heeft u de culturele en religieuze onderdrukking, het opsluiten in kampen en de politieke onderdrukking van de Oeigoeren bij de Chinese autoriteiten opgebracht?
Op welke wijze heeft u de dwangarbeid die aan het Oeigoerse volk wordt opgelegd bij de Chinese autoriteiten opgebracht?
Heeft u de behandeling van de Oeigoeren door de Chinese overheid tijdens het bezoek expliciet veroordeeld en geclassificeerd als mensenrechtenschendingen? Zo neen, waarom niet?
Heeft u al een leidende bevoegde autoriteit aangesteld in het kader van de Europese Anti- dwangarbeidverordening? Wanneer is deze aangesteld en waarom is hiervoor gekozen?
Kunt aangeven op welke wijze u de concrete inzet van deze verordening tegen Oeigoerse dwangarbeid in Europees verband bepleit, ook ter uitvoering van de motie Van Baarle (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3408)? Brengt u dit onderwerp consequent op bij andere lidstaten en bij de Europese Commissie?
Welke stappen heeft u reeds gezet ter uitvoering van de motie Van Baarle (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3410), die u vraagt de Anti- dwangarbeidverordening nationaal zo streng en doelgericht mogelijk te implementeren om dwangarbeid door Oeigoeren tegen te gaan?
De ondersteuning van pleegouders en gezinshuisouders |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Deelt u de mening dat het zorgelijk is dat uit de factsheet van Jeugdzorg Nederland1 blijkt dat het aantal pleegouders sinds 2015 aan het dalen is en ook het aantal belangstellenden dat informatie opvraagt afgelopen jaar flink is gedaald?
Hoeveel kinderen staan er momenteel op de wachtlijst voor pleegzorg? Hoe lang moeten zij gemiddeld wachten?
In de afgelopen jaren zijn verschillende wervingsacties opgezet, door jeugd- en pleegzorgorganisaties en door het ministerie, is duidelijk wat deze campagnes hebben opgeleverd? Worden de resultaten gebruikt om de jeugd- en pleegzorgorganisaties verder te helpen in het werven van nieuwe pleegouders, en vooral ook met het behouden van huidige pleegouders?
Herkent u het beeld uit de factsheet waarbij wordt gesteld dat de ondersteuning van pleeggezinnen niet altijd aansluit bij wat nodig is, zoals vergoedingen voor kosten en inzet van passende hulp en ondersteuning bij complexe opvoedsituaties? Zo ja, hoe kan het dat deze redenen bij ongeveer ieder onderzoek naar voren komt en er ogenschijnlijk te weinig gebeurt om dit soort praktische belemmeringen weg te nemen?
Bent u bekend met signalen van pleegouders die aangeven dat er vaak een wisseling van jeugdbeschermers is, maar ook gedoe en onduidelijkheid over onder meer ondersteuningsplannen in het onderwijs en de financiering daarvan? Deelt u de mening dat dit voor pleegouders demotiverend werkt? Wat kunt u doen om pleegouders hiermee te helpen? Welke gemeente is, wie is binnen gemeenten, verantwoordelijk als het bijvoorbeeld gaat over het financieren van een ondersteuningsplan? Wie helpt pleegouders die er tegenaan lopen dat gemeenten naar elkaar wijzen?
Hoe kunt u pleegouders ondersteunen in het (herstellen van) contact met de biologische ouders indien deze in beeld zijn? Herkent u het beeld dat dit soms moeizaam gaat en zowel biologische ouders als pleegouders soms gebaat zijn bij extra ondersteuning, en waar nodig een reiskostenvergoeding? Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Kunt u aangeven hoe de op 7 december 2021 breed gesteunde motie Westerveld cs is uitgevoerd, die de regering verzoekt om met pleegzorgorganisaties en de VNG afspraken te maken over de bijzondere kosten en de naleving ervan «en hierin verder te gaan dan een handreiking en samen richtlijnen op te stellen, en daarin te expliciteren welke zaken betaald moeten worden uit de pleegvergoeding en welke zaken en bedragen vallen onder de toeslag en de vergoeding voor bijzondere kosten, met behoud van de mogelijkheid tot maatwerk.»? Heeft dit voldoende opgeleverd of bent u het met ons eens dat een verdere aanscherping kan helpen om meer pleegouders te behouden?
Herkent u ook het door de VNG geschetste beeld2 over de onduidelijkheid die er bij veel gemeenten is als het gaat over de uitvoering van de regeling voor de compensatie van pleegouders bij kinderopvang?
Klopt het dat het bedrag van 10,7 miljoen euro niet geoormerkt is? Zo ja, is dit bedrag besteedt aan het beoogde doel?
Ziet u een manier om dit makkelijker te regelen, zoals het direct compenseren van de kosten van pleegkinderen door het Rijk of de gemeente? Deelt u de mening dat dit een manier kan zijn om pleegouders te ontzien en bureaucratie te verminderen, en zou u dit daarom willen onderzoeken?
Kunt u de actuele stand van zaken schetsen van de uitvoering van de motie Westerveld-Van Nispen waarin wordt gevraagd om een wettelijke verankering van het recht op samenplaatsing bij uithuisplaatsing? Wat is de voorgenomen ingangsdatum van de wet waarin dit wordt geregeld? Op welke manier worden pleegouders en gezinshuisouders ondersteund zodat zij in staat zijn om kinderen uit één gezin gezamenlijk op te vangen? Wordt daarin ook voorzien in deze wet?
Welke aanvullende hulp is er voor pleegouders wanneer een kind een beperking of ziekte heeft? Wie is er dan verantwoordelijk voor de levensonderhoud van een kind, of de noodzakelijke hulpmiddelen of aanpassingen aan een huis? Hoe is dit geregeld als het gaat over deeltijd pleegzorg? Bent u bereid om met gemeenten en pleegzorgorganisaties de afspraak te maken dat ook bij deeltijdpleegzorg de aanvullende kosten die noodzakelijk zijn voor een pleegkind met een beperking, niet bij de pleegouders terecht komen?
Wat gebeurt er als een kind in een wlz-instelling of een PGB-gefinancierde woonvorm gaat wonen? Kunnen pleegouders (die zich vaak verantwoordelijk zullen blijven voelen) de kosten voor persoonlijke spullen en andere benodigdheden en vrijetijdsbesteding dan ergens declareren? Zo nee, deelt u de mening dat hiermee zowel pleegouders als pleegkind te kort worden gedaan?
Is het mogelijk om pleegouders en gezinshuisouders te ondersteunen bij jongeren die 21 worden en voor wie de vergoeding vervalt, wanneer zij geen andere plek hebben of woning kunnen vinden? Zo ja, op welke manier? Hoe kunnen pleegouders en gezinshuisouders deze ondersteuning aanvragen?
Klopt het dat er voor gezinshuizen geen duidelijk wettelijk kader en zij slechts beperkt worden genoemd in de Jeugdwet, waardoor er regelmatig onduidelijkheid bestaat tussen het verschil tussen vrijheidsbeperkende maatregelen en pedagogische opvoedtaken, zoals bijvoorbeeld bedtijden of het gebruik van mobiele telefoons? Herkent u signalen van gezinshuisouders die hier tegenaan lopen?
Deelt u de mening dat de landelijke Kwaliteitscriteria Gezinshuizen3 zoals opgesteld door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI), deskundigen en belangenorganisatie, weliswaar duidelijke veldnormen bevatten, maar logischerwijs niet ingaan op veel praktische situaties waar gezinshuisouders tegenaan lopen, die vergelijkbaar zijn met situaties in reguliere gezinnen en waarbij soms ook professionele normen op gespannen voet kunnen staan met pedagogisch handelen zoals gebruikelijk in een ouder-kind situatie?
Waar kunnen gezinshuisouders naartoe als hierover onduidelijkheid bestaat?
Wat kunt u verder nog doen om jeugd- en pleegzorgorganisaties te helpen in de ondersteuning van pleegouders?
Het aanstaande onbegeleid verlof van Appie A |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Herinnert u zich de antwoorden op Kamervragen over de kennelijk aanstaande vrijlating van Appie A. en het daaropvolgende commissiedebat Strafrechtelijke onderwerpen van 5 oktober 2022?1
Bent u bekend met het bericht «Nabestaanden in shock omdat Appie A. vrij rond mag lopen in de samenleving?»2
Kunt u toelichten waarom u heeft besloten Appie A. met onbegeleid verlof te sturen?
Waarom is de Kamer niet geïnformeerd over deze verlofbeslissing?
Klopt het dat uw ambtsvoorganger excuses heeft aangeboden aan de nabestaanden in deze zaak voor de gebrekkige communicatie in aanloop naar het besluit tot toelating tot de re-integratiefase in 2022 en concrete toezeggingen heeft gedaan over hoe de nabestaanden zouden worden gehoord over verlof?
Zijn in tegenstelling tot 2022 nu wel alle nabestaanden in deze zaak gehoord voordat de beslissing werd genomen om Appie A. met onbegeleid verlof te sturen? Zo nee, waarom niet?
Op grond van welke adviezen over de veiligheidsrisico’s heeft u dit besluit genomen?
Hoe heeft u de positie van de nabestaanden betrokken in het besluit om Appie A. met onbegeleid verlof te sturen?
Welke voorwaarden zijn verbonden aan het verlof van Appie A. en hoe is het toezicht op de naleving van deze voorwaarden georganiseerd?
Bent u voornemens Appie A. gratie te verlenen? Zo ja/nee, waarom?
Bent u voornemens de Kamer te informeren bij een positieve voordracht tot gratie in deze zaak net als uw ambtsvoorganger? Zo ja/nee, waarom?
Bent u bereid net als uw ambtsvoorganger om in gesprek te gaan met de nabestaanden?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor de voorziene verlofdatum van 22 juli 2026 beantwoorden?
De gevolgen van de wachtlijsten voor de specialistische (jeugd-)GGZ |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Mirjam Sterk (CDA), Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Is bekend hoeveel jongeren en volwassenen die in het afgelopen jaar overleden door suïcide of door te stoppen met eten en drinken, op dat moment in behandeling waren bij de jeugdzorg of ggz of in het (recente) verleden een behandeling kregen? Kunt u de aantal weergeven vanaf 2018?
Hoe vaak heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) casusonderzoek uitgevoerd naar de suïcide van een jongere of volwassene in zorg? Hoe vaak heeft de IGJ hierbij geoordeeld dat er tekortkomingen zijn in het zorgaanbod?
Erkent u dat het tekort aan gespecialiseerde hulp, de wachtlijsten en andere problemen in de jeugdzorg en ggz, verergering van klachten als gevolg kan hebben en dit kan leiden tot suïcidale gedachten of uiteindelijk suïcide? Zo ja, deelt u de mening dat een aanpak van alle problemen veel meer urgentie verdient?
Kent u het rapport van de IGJ over de suïcide van de 17-jarige Roos, waarna de Inspectie constateert dat er voor jongeren zoals zij geen passende gespecialiseerde hulp is in de regio? Hoe kan het dat in de hele regio niet de juiste hulp voorhanden was? Hoeveel regio's bieden geen passende langdurige specialistische behandeling aan jongeren met complexe problematiek en wie houdt hier toezicht op?1
Herkent u het beeld dat er vaak een tekort is aan acute crisisplekken? Deelt u de mening dat dit te belangrijk is om aan de markt over te laten en er een vastgesteld aantal plekken moet zijn voor situaties die van levensbelang zijn?
Hoe vaak gebeurt het dat jongeren en volwassenen met complexe psychische problemen worden weggestuurd bij ggz-instellingen? Wordt dit bijgehouden of gemeld bij de IGJ?
Hoe wordt gecontroleerd of het verbod op exclusiecriteria ook in praktijk wordt nageleefd?
Kent u de uitvraag die MIND heeft gedaan, waaruit blijkt dat tachtig procent van de respondenten vertelt geweigerd of niet in behandeling te zijn genomen door een ggz-aanbieder? Hoe beoordeelt u deze uitvragen in het licht van de gemaakte afspraken?2
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de aangenomen motie-Dobbe/Westerveld over beschikbaarheidsfinanciering? Wanneer verwacht u het onderzoek met de Kamer te kunnen delen?3
Hoe beoordeelt u de constatering van zorgprofessionals en experts dat ook de tekortkomingen in de ggz gevolgen heeft voor het aantal euthanasieverzoeken, zoals blijkt uit het RISE-onderzoek van ZonMw?4
Wanneer komt u met een kabinetsreactie op het IBO-rapport «Uit Balans» uit oktober 2025 waarin een heel aantal aanbevelingen staan om de cruciale ggz, waaronder ook de acute ggz te verbeteren en ook wordt voorgesteld de marktwerking aan te pakken? Deelt u de mening dat maatregelen haast hebben en kunt u uitleggen waarom het zo lang duurt voor het kabinet hier besluiten over neemt?5
Het bericht dat een huurder met twee koopappartementen in een sociale huurwoning mag blijven |
|
Jurgen Nobel (VVD) |
|
Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Rechter zet streep door ontruiming: man met twee koopappartementen mag in sociale huurwoning blijven»?1
Hoe beoordeelt u deze situatie waarin een huurder die eigenaar is van twee koopappartementen toch in zijn sociale huurwoning kan blijven wonen, terwijl honderdduizenden woningzoekenden jarenlang niet aanmerking komen voor een (sociale huur-) woning?
In hoeverre deelt u de opvatting dat sociale huurwoningen in de eerste plaats bedoeld zijn voor huishoudens die (financieel) niet in staat zijn zelfstandig in hun huisvesting te voorzien en dat het onwenselijk is dat personen met een substantieel vermogen een sociale huurwoning bezet houden? Zo nee, waarom niet?
Weet u hoeveel sociale huurwoningen worden bewoond door mensen die daarnaast eigenaar zijn van één of meerdere woningen of beschikken over vermogen dat ruim boven de nog in te voeren vermogensgrens ligt? Zo ja, hoe veel woningen zijn dit? Zo niet, bent u bereid dit in kaart te brengen?
Klopt het dat woningcorporaties in dergelijke gevallen op dit moment slechts beperkt mogelijkheden hebben om een huurovereenkomst te beëindigen? Hoe beoordeelt u deze situatie?
Wat is de stand van zaken van de in het coalitieakkoord aangekondigde invoering van de eenmalige vermogenstoets en de jaarlijkse inkomenstoets bij sociale huurwoningen? Indien sprake is van vertraging, wat is daarvan de oorzaak?
Bent u bereid in de toekomst een herhaaldelijke vermogenstoets te verkennen voor sociale huurders die na intrekking in de woning aanzienlijk vermogen opbouwen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid te bezien of woningcorporaties een expliciete wettelijke grondslag kunnen krijgen om de huur te beëindigen indien een huurder beschikt over voldoende vermogen en daarmee redelijkerwijs zelf in zijn huisvesting kan voorzien?
Welke andere maatregelen acht u noodzakelijk om ervoor te zorgen dat sociale huurwoningen daadwerkelijk beschikbaar blijven voor huishoudens die daarop zijn aangewezen en niet worden bezet door mensen die over aanzienlijke vermogens beschikken?
Bent u bereid de Kamer vóór de begrotingsbehandeling Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening te informeren over de voortgang van de invoering van de vermogenstoets en andere maatregelen om scheefwonen effectiever tegen te gaan?
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
De uitzending van Argos "Kleuter zonder klas" |
|
Sarath Hamstra (CDA), Etkin Armut (CDA) |
|
Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitzending van Argos «Kleuter zonder klas»?1 Zo ja, hoe beoordeelt u de daarin geschetste problematiek?
Klopt het dat het aantal kinderen dat aangewezen is op het speciaal onderwijs en dat thuiszit, de afgelopen jaren is toegenomen? Zo ja, welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag?
Kunt u voor de jaren 2024 en 2025 aangeven hoeveel kinderen onderwijs volgden in het speciaal onderwijs en hoeveel kinderen gedurende die jaren thuiszaten?
Hoeveel kleuters staan momenteel op een wachtlijst voor plaatsing in het speciaal onderwijs?
Klopt het dat een toenemend aantal kleuters niet start in het regulier basisonderwijs, omdat zij worden geweigerd of direct worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs?
Is het basisscholen toegestaan om uitsluitingsgronden te hanteren voordat zij hebben onderzocht of een passende onderwijsplek kan worden geboden? Zo nee, welke mogelijkheden hebben ouders wanneer hiervan toch sprake is?
Is bekend hoe groot de groep kinderen is die zich aanmeldt bij een basisschool, maar al vóór aanvang van het onderzoek naar een passende plaatsing wordt afgewezen?
Kunt u toelichten hoe de zorgplicht, mede in het licht van de in de uitzending geschetste situaties, dient te worden ingevuld?
Bent u van oordeel dat de zorgplicht in het door Argos aangehaalde voorbeeld op juiste wijze is nageleefd? Kunt u uw antwoord toelichten?
Wordt in het onderzoek naar de groei van het gespecialiseerd onderwijs ook gekeken naar het bestaan van een mogelijke onderliggende ontwikkeling of zogenoemde «onderstroom» en de oorzaken daarvan?
Wanneer verwacht u de resultaten van dit onderzoek met de Kamer te kunnen delen?