Heeft u kennisgenomen van het eindrapport van de Staatscommissie tegen Racisme en Discriminatie waarin politici, bewindspersonen en media worden opgeroepen zich minder terughoudend op te stellen tegenover volgens de commissie discriminerende of racistische uitlatingen?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het niet aan een staatscommissie is, die onder leiding van voormalig Partij van de Arbeid (PvdA)-senator Joyce Sylvester opereert, om te bepalen welke politieke opvattingen binnen het democratische debat wel of niet voldoende geaccepteerd zijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Hoe verhoudt de oproep van de staatscommissie om politieke uitingen actiever te «normeren» zich tot de vrijheid van meningsuiting en het vrije politieke debat?
Vraag 4
Deelt u de mening dat het niet de taak van een staatscommissie is om Kamerleden, Ministers en media aanwijzingen te geven over welke politieke uitingen wel of niet genormeerd dienen te worden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Acht u het wenselijk dat een door de overheid ingestelde commissie, onder leiding van voormalig PvdA-senator Joyce Sylvester, zich uitlaat over de wijze waarop Kamerleden, Ministers en media zouden moeten reageren op politieke standpunten van gekozen volksvertegenwoordigers? Zo ja, waarom?
Vraag 6
Hoe verklaart u dat de staatscommissie zich wel uitspreekt over bepaalde rechtspolitieke uitlatingen, maar geen aandacht lijkt te besteden aan polariserende, demoniserende of andere vergaande uitlatingen uit het linkerdeel van het politieke spectrum? Acht u dit een voorbeeld van selectieve verontwaardiging? Speelt de politieke achtergrond van de leiding van de commissie hierin een rol en kunt u hier uitgebreide toelichting op geven?
Vraag 7
Hoe beoordeelt u verder de aanbeveling van de staatscommissie om een «vlekkeloze beheersing van de Nederlandse taal» niet langer als functie-eis te stellen wanneer dit volgens de commissie niet strikt noodzakelijk is?
Vraag 8
Deelt u de mening dat een goede beheersing van de Nederlandse taal binnen de overheid juist van groot belang is voor de kwaliteit van de dienstverlening, de communicatie met burgers en het functioneren van de overheid? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Waarom blijft de overheid bij de werving van personeel onderscheid maken op basis van afkomst, geslacht en andere identiteitskenmerken in plaats van uitsluitend te selecteren op geschiktheid, ervaring en kwaliteiten?
Vraag 10
Bent u bereid de financiering van deze staatscommissie stop te zetten en de stekker eruit te trekken nu zij aanbevelingen doet die neerkomen op het maken van onderscheid tussen mensen op basis van afkomst en identiteit en zich bovendien actief mengt in het politieke debat? Zo nee, waarom niet? Hoe ver kan deze commissie dan wél gaan?
Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z12600
Volledige titel: Het eindrapport van de Staatscommissie tegen Racisme en Discriminatie