Kamervraag 2026Z12601

Het bericht dat Diergaarde Blijdorp zeven stokstaartjes heeft laten inslapen vanwege spanningen binnen de groep

Ingediend 10 juni 2026
Beantwoord 2 juli 2026 (na 22 dagen)
Indiener Renate den Hollander (VVD)
Beantwoord door Silvio Erkens (VVD)
Onderwerpen dieren landbouw
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z12601.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2459.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht dat Diergaarde Blijdorp zeven stokstaartjes heeft laten inslapen nadat een overschot aan mannetjes in de groep tot spanningen had geleid?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Kunt u uiteenzetten welke nationale en Europese regels, richtlijnen en afspraken van toepassing zijn op het beheer van dierpopulaties in Nederlandse dierentuinen, waaronder het beheer van dieren binnen Europese fok- en instandhoudingsprogramma’s?

    Het wettelijk kader voor dierentuinen bestaat uit de Europese dierentuinrichtlijn (Richtlijn 1999/22/EG), die in Nederland is geïmplementeerd in paragraaf 1 van hoofdstuk 4 van het Besluit houders van dieren (Bhvd). De Europese richtlijn heeft als doelstelling de bescherming van wilde dieren en de instandhouding van de biodiversiteit. Iedere dierentuin in Nederland is vergunningplichtig. In artikel 4.10 van het Bhvd geldt als vergunningsvoorwaarde dat dierentuinen een bijdrage moeten leveren aan de instandhouding van diersoorten onder andere door middel van het deelnemen aan programma’s met betrekking tot het fokken van dieren in gevangenschap, het herstel van de populatie of het herintroduceren van soorten in hun natuurlijke omgeving. In Nederland zijn geen regels voor populatiemanagement. Dat ligt bij de dierentuinen zelf en dit gebeurt veelal in internationaal verband. Buiten de publiekrechtelijke voorschriften kunnen dierentuinen ook onderling afspraken maken, bijvoorbeeld via de Europese brancheorganisatie voor dierentuinen, EAZA.

  • Vraag 3
    Deelt u de opvatting dat het welzijn van individuele dieren en het welzijn van de populatie als geheel, beide zwaarwegende belangen zijn bij beslissingen over populatiebeheer? Hoe worden deze belangen in de praktijk tegen elkaar afgewogen?

    Ja. Dierentuinen moeten continue de balans vinden tussen de intrinsieke waarde van een individueel dier en het belang van de populatie als geheel in het kader van soortbehoud. In de praktijk betekent dit dat dierentuinen soms moeilijke keuzes moeten maken. De Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD) geeft aan dat in de praktijk het welzijn van individuele dieren en het welzijn en de levensvatbaarheid van de groep en populatie als geheel zwaarwegende belangen zijn bij beslissingen over populatiebeheer. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging per soort, per groep en per situatie.

  • Vraag 4
    Welke mogelijkheden hebben dierentuinen wanneer sprake is van spanningen binnen diergroepen of van een overschot aan dieren binnen een populatie? Welke rol spelen daarbij onder meer herplaatsing, aanpassing van groepssamenstellingen en andere maatregelen?

    De mogelijkheden zijn afhankelijk van de diersoort en per situatie. Herplaatsing en aanpassing van groepssamenstellingen zijn hierbij twee van de mogelijkheden, maar zijn niet altijd mogelijk. Andere opties zijn tijdelijke of structurele scheiding, aanpassing van huisvesting, en het voorkomen of beperken van voortplanting via anticonceptie. Deze opties hebben ieder consequenties voor dierenwelzijn en diergezondheid. Samenwerking binnen de sector is belangrijk om de kansen op succesvolle herplaatsing te vergroten. Daarom is er ook veel sprake van internationale samenwerking.

  • Vraag 5
    In hoeverre wordt binnen nationale en Europese fok- en instandhoudingsprogramma’s rekening gehouden met de beschikbare huisvestings- en plaatsingsmogelijkheden voor dieren, alsmede met de sociale groepsdynamiek van diersoorten?

    Binnen de Europese fok- en instandhoudingsprogramma's van EAZA, zogenoemde EEP's (EAZA Ex situ Programmes), houden dierentuinen rekening met beschikbare plekken voor nakomelingen in de toekomst. Elk EEP heeft een coördinator. Er wordt ook rekening gehouden met genetische diversiteit, leeftijdsopbouw, geslachtsverhouding en sociale groepsdynamiek van diersoorten. Toch is niet alles te plannen of te voorspellen. Vooraf weet je vaak niet hoeveel nakomelingen geboren zullen worden en ook weet je niet of de nakomelingen mannetjes of vrouwtjes zullen zijn, terwijl groepen vaak specifieke verhoudingen tussen mannen en vrouwen vereisen. Ook kan de groepsdynamiek veranderen waardoor het noodzakelijk kan zijn om dieren van elkaar te scheiden. Het is niet zomaar mogelijk om afgesplitste dieren te herplaatsen in bestaande groepen. Dit kan de dynamiek namelijk verstoren. Daarom is het onmogelijk om vooraf met zekerheid plekken voor alle dieren te regelen.

  • Vraag 6
    Welke ontwikkelingen en innovaties ziet u die dierentuinen kunnen ondersteunen bij een zorgvuldig beheer van dierpopulaties, met oog voor zowel dierenwelzijn als soortenbehoud?

    Het behouden van een gezonde populatie kan een dierentuin niet alleen. Daarom is intensieve (internationale) samenwerking en het opdoen van meer kennis en innoveren belangrijk. Dierentuinen geven zelf aan dat onder andere data uitwisseling, verdere ontwikkeling van stamboeken en registratiesystemen, en meer kennis over de gevolgen van anticonceptie hierin een rol spelen.

  • Vraag 7
    Hoe kunnen dierentuinen volgens u het maatschappelijk begrip en draagvlak voor hun werkzaamheden op het gebied van soortenbehoud, educatie, onderzoek en dierenwelzijn verder versterken? Welke rol speelt transparantie over afwegingen rondom populatiebeheer daarbij?

    Dierentuinen vervullen een belangrijke rol in onze maatschappij en kunnen rekenen op een groot draagvlak. Uit onderzoek van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) blijkt dat de meerderheid van de Nederlanders (70%) positief tegenover dierentuinen staat. Slechts een klein deel (7%) heeft een afwijzende houding. Mensen vinden het fokken met bedreigde diersoorten en het (financieel) ondersteunen van programma’s die diersoorten beschermen en voorkomen dat diersoorten uitsterven de belangrijkste taken van een dierentuin.2
    Mogelijke maatschappelijke kritiek speelt een rol in de terughoudendheid vanuit de sector om informatie rondom populatiebeheer te delen. Ik begrijp die zorgen. Toch is het belangrijk voor de toekomstbestendigheid van dierentuinen, dat ze zorgvuldige, transparante en navolgbare keuzes maken. Transparantie over de onderzochte alternatieven en context van het bredere doel kunnen hieraan bijdragen.

  • Vraag 8
    Deelt u de opvatting dat dierentuinen een belangrijke rol vervullen op het gebied van soortenbehoud, educatie, onderzoek en het vergroten van de betrokkenheid van mensen bij natuur en biodiversiteit?

    Ja.

  • Vraag 9
    Bent u van mening dat de huidige kaders voor populatiebeheer in dierentuinen voldoende ruimte bieden om zowel dierenwelzijn als soortenbehoud zorgvuldig te borgen? Kunt u uw antwoord toelichten?

    Ik ben van mening dat de huidige kaders voor populatiebeheer in dierentuinen grotendeels voldoende ruimte bieden om zowel dierenwelzijn als soortenbehoud zorgvuldig te borgen. Het is voor dieren in gevangenschap belangrijk dat ze de mogelijkheid hebben om soorteigen gedrag te vertonen. Het krijgen van jongen heeft niet alleen een positief effect op het welzijn en de gezondheid van het moederdier, maar heeft bij sociale diersoorten ook een positieve impact op de andere individuen in de groep. Het doden van surplus dieren kan in sommige gevallen noodzakelijk zijn voor populatiemanagement, om vergrijzing binnen een populatie tegen te gaan en genetische variatie te behouden. De huidige kaders maken dit mogelijk.
    Tegelijkertijd zie ik ook dat de huidige situatie maatschappelijk veel vragen en emoties oproept. Op dit moment werk ik maatregelen uit om uitvoering te geven aan de motie-Kostić c.s. (Kamerstuk 36 410-XIV, nr. 69). De Kamer wordt hierover vóór het commissiedebat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven over geïnformeerd.

  • Vraag 10
    Ziet u aanleiding om samen met dierentuinen, fokprogramma’s en dierenwelzijnsorganisaties te bezien welke aandachtspunten deze casus naar voren brengt voor de verdere ontwikkeling van populatiebeheer en dierenwelzijn binnen dierentuinen?

    In het kader van de uitvoering van de motie-Kostić c.s. (Kamerstuk 36 410-XIV, nr. 69) zijn er meerdere gesprekken gevoerd met de sector en een aantal stakeholders, zoals EAZA, de Europese dierentuinorganisatie die de instandhoudingsprogramma’s in dierentuinen coördineert. Uit deze gesprekken zijn een aantal aandachtspunten naar voren gekomen die mee worden genomen in de uitvoering van de motie. Ook deze casus zal ik daarin meenemen.

  • Vraag 11
    Bent u bereid de Kamer na het zomerreces te informeren over de wijze waarop deze casus wordt betrokken bij de verdere ontwikkeling van beleid en praktijk rondom dierenwelzijn, populatiebeheer en het behoud van maatschappelijk draagvlak voor dierentuinen?

    Ik zal de Kamer vóór het commissiedebat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven informeren over de uitvoering van de motie-Kostić c.s. (Kamerstuk 36 410-XIV, nr. 69). Deze casus zal ik daarin meenemen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z12601
Volledige titel: Het bericht dat Diergaarde Blijdorp zeven stokstaartjes heeft laten inslapen vanwege spanningen binnen de groep
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2459
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Den Hollander over het bericht dat Diergaarde Blijdorp zeven stokstaartjes heeft laten inslapen vanwege spanningen binnen de groep