| Ingediend | 9 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 28 augustus 2026 (na 80 dagen) |
| Indiener | Tom Russcher (FVD) |
| Beantwoord door | Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z12403.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2801.html |
Ja.
Ja. De burgemeester van Zandvoort heeft op 29 mei tot en met 31 mei jl. en op 20 juni tot en met 22 juni jl. een noodverordening afgekondigd wegens incidenten zoals bedreigingen, mishandeling en openlijke geweldpleging. Het strand van Nesselande is door de burgemeester van Rotterdam aangewezen als veiligheidsrisicogebied voor de periode van 12 juni tot 1 oktober 2026.
De overlast en incidenten in Zandvoort en in andere strandgebieden hebben impact op de hele gemeenschap. Op donderdag 4 juni jl. ben ik op het strand van Zandvoort in gesprek gegaan met de burgemeester, ondernemers, politie, boa’s en het OM over de situatie. De strandpachters vertelden mij dat personeel is geïntimideerd, bespuugd of uitgescholden. De verhalen zijn indringend. Strandpachters voelden zich genoodzaakt eerder dicht te gaan of zelfs dicht te blijven, omdat de situatie niet meer veilig voelde. Dat is niet normaal. Zandvoort moet veilig en toegankelijk blijven.
Op basis van politieregistraties kunnen hier geen uitspraken over worden gedaan.
Ja. Het lastigvallen of intimideren van vrouwen, om welke reden dan ook en waar dan ook, is onaanvaardbaar.
Handhaving van de openbare orde is aan het lokaal gezag. Bestaande maatregelen die hiertoe kunnen bijdragen zijn zichtbare aanwezigheid van politie, boa’s, toezicht- en handhavingsteams, toepassing van Algemene Plaatselijke Verordening (APV)-instrumenten en gebiedsverboden, Halt-trajecten voor minderjarigen, lokale preventie (jeugdwerk, voorlichting, afspraken met strandexploitanten) en in het uiterste geval de inzet van de noodbevoegdheden. De afweging wat effectief en proportioneel is vindt plaats in de lokale driehoek.
Zie antwoord vraag 14.
Het is belangrijk dat de politie en het lokale gezag in staat zijn om de openbare orde op straat en in onze wijken goed te handhaven. En dat het gezag wordt gerespecteerd en dat we ons veilig voelen op straat en in onze buurt. De signalering dat overlastgevende groepen steeds jonger zijn, onderstreept het belang van een vroegere en integrale preventieve en doortastende inzet; een goede samenwerking tussen gemeenten, onderwijs, justitie, zorg en jongerenwerk. Het is daarbij aan de burgemeester om in samenwerking met andere (gemeentelijke) partners en het OM (voor zover het om strafbare feiten gaat) om (jeugd-)overlast aan te pakken. Vanuit het Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid zijn hiervoor verschillende handreikingen beschikbaar.
Aanhoudingen en gebiedsverboden in de context van strand- en uitgaansoverlast worden niet apart geregistreerd.
Ik heb geen signalen dat de huidige bevoegdheden niet toereikend zijn om dit soort overlast aan te pakken. Strafrechtelijk kan worden opgetreden tegen o.a. openlijke geweldpleging, mishandeling en bedreiging. Bestuursrechtelijk staan onder andere het noodbevel en de noodverordening, gebiedsverboden, cameratoezicht en aanwijzing van een veiligheidsrisicogebied ter beschikking. Waar het minderjarigen betreft kan handhaving tevens bestaan uit het opleggen van Halt-trajecten en de inzet van het jeugdstrafrecht. De afweging wat nodig en proportioneel is vindt plaats in de lokale driehoek.
Zie antwoord vraag 18.
Ouders kunnen niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor het gedrag van hun kinderen. Als het gaat om civiele aansprakelijkheid voor veroorzaakte schade zijn ouders aansprakelijk voor veroorzaakte schade door hun kinderen tot en met 13 jaar.5 Hierbij kunnen benadeelden een schadeclaim voegen in een eventuele strafzaak.
Ten aanzien van ouders of gezagsdragers van kinderen onder de 12 jaar heeft de burgemeester de bevoegdheid om rechtstreeks aan ouders het bevel te geven ervoor te zorgen dat kun kind zich niet onbegeleid op bepaalde plaatsen bevindt.6 De burgemeester kan in geval van overtreding van de APV een last onder dwangsom opleggen ter voorkoming van herhaalde overtreding.
Het Europees Unierecht vereist dat, als een vreemdeling internationale bescherming nodig heeft, er sprake moet zijn van een ernstig misdrijf of een bijzonder ernstig misdrijf om de verblijfsvergunning te weigeren of in te trekken.
Wanneer vreemdelingen misdrijven plegen en hiervoor onherroepelijk veroordeeld zijn, beoordeelt de IND altijd of dit ook verblijfsrechtelijke gevolgen heeft. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verblijfsduur van de vreemdeling en de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Na een weigering of intrekking van de verblijfsvergunning door de IND start de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) het terugkeerproces.
De in de vraag genoemde analyse en de bijbehorende feitelijke onderbouwing zijn niet bekend. Het is daarom niet mogelijk de genoemde analyse te duiden.
Zie antwoord vraag 22.
Ik deel de mening dat iedere burger die het strand bezoekt dat veilig en onbezorgd moet kunnen doen. Ik heb geen signalen dat de huidige bevoegdheden van het lokaal gezag niet toereikend zijn om overlast aan te pakken.
Dat is helaas niet gelukt.
Hierbij deel ik u, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, mede dat de schriftelijke vragen van het lid Russcher (FVD), van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over de noodverordening in Zandvoort en de overlast, intimidatie en geweldsincidenten op Nederlandse stranden (ingezonden 9 juni 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.