Handhaving monogamie |
|
Diederik van Dijk (SGP) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Bijzonder huwelijk: Natasja (51) trouwt niet alleen met Erik (51), maar óók met Berlinda (55)»?1
Zijn u meer situaties bekend van een schijnhuwelijk met meer dan twee personen waarbij een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs) een rol vervult?
Ziet u het belang om het huwelijk als een uniek verbond van twee personen te beschermen, mede gezien de problemen die bij polygamie bestaan en die de overheid door middel van beleid probeert te bestrijden?
Wat vindt u, gelet op de wettelijke norm van monogamie en de strafbepaling inzake bigamie, van situaties waarin bewust de schijn wordt gecreëerd dat sprake is van een huwelijk met meer dan twee personen?
In hoeverre wordt in de informatievoorziening richting de babs en bij hun beëdiging aandacht besteed aan de wettelijke norm van monogamie en de betekenis ervan voor de verantwoordelijkheid van de babs?
Vindt u het te verenigen met de verantwoordelijkheid van de babs in het naleven van de wettelijke normen dat hij bewust meewerkt aan situaties waarin de schijn van bigamie wordt gewekt, bijvoorbeeld door in de ceremonie een plaats te geven aan het gebruik van aktes en getuigen? Zo ja, waarom? Zo nee, in hoeverre wordt het handelen van de babs meegewogen bij een nieuwe beëdiging?
In hoeverre is bij de beëdiging van een babs voor een enkele dag bekend op welke situatie de beëdiging betrekking heeft? Vindt u ook dat een beëdiging voor situaties van schijnhuwelijken, waaronder bigame schijnhuwelijken, niet aan de orde kan zijn?
Bent u bereid in overleg te treden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Raad voor de rechtspraak om meer duidelijkheid te creëren over de rol van de babs in het bewaken van de wettelijke positie van het monogame huwelijk?
Het bericht: ‘Trump administration probes UNRWA over alleged employment of 1,500 terrorists’ |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat de regering-Trump een onderzoek is gestart naar de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees (UNRWA) vanwege beschuldigingen dat duizenden medewerkers banden zouden hebben met terroristische organisaties, zoals Hamas?
Ja.
Hoe beoordeelt u deze nieuwe beschuldigingen tegen UNRWA?
Op het moment van schrijven is het onderzoek van de VS nog gaande en is er nog geen rapport gepubliceerd. Ik wil dan ook niet vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek. Navraag bij UNRWA levert op dat vooralsnog geen informatie is gedeeld over dit lopende onderzoek jegens de UNRWA-medewerkers. UNRWA heeft daartoe wel verschillende verzoeken gedaan, zodat waar nodig reactie kan worden gegeven en/of actie ondernomen kan worden.
Deelt u de opvatting dat ook de schijn dat Nederlands belastinggeld direct of indirect terechtkomt bij personen met banden met terroristische organisaties volstrekt onacceptabel is?
Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 maart jl.1 benadrukt het kabinet de strikte voorwaarde dat publieke middelen onder geen enkel beding aangewend mogen worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen.
Welke garanties kunt u geven dat geen enkele euro Nederlands belastinggeld via UNRWA terechtkomt bij personen of organisaties die betrokken zijn bij terrorisme of terrorisme ondersteunen?
Het kabinet wil onder geen enkel beding dat publieke middelen aangewend worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen zoals Hamas. Berichtgevingen over potentiële banden van UNRWA met Hamas en mogelijke betrokkenheid van enkele individuele UNRWA-medewerkers bij de aanslagen van 7 oktober worden derhalve steeds serieus bekeken. Internationale, onafhankelijke onderzoeken tonen aan dat er tot op heden onvoldoende bewijs is geleverd ten aanzien van banden tussen UNRWA en Hamas. Uit het onafhankelijk onderzoek van Office of Internal Oversight Services (OIOS) naar mogelijke betrokkenheid van individuele UNRWA-medewerkers blijkt eveneens dat er onvoldoende bewijs was en het beschikbare bewijs niet kon worden geverifieerd. UNRWA heeft robuuste systemen ontwikkeld om eventuele misstanden te signaleren en gepaste actie te ondernemen, zoals de organisatie in het verleden ook heeft laten zien. Verder heeft UNRWA aangegeven alle aanbevelingen op te volgen uit het Colonna-rapport2 over de neutraliteit van de organisatie. Tot dusverre heeft UNRWA meer dan de helft van deze aanbevelingen geïmplementeerd en wordt voortgang geboekt op de overige aanbevelingen. Daarnaast neemt Nederland deel aan de werkgroep over neutraliteit en integriteit. Deze groep ziet nauw toe op de implementatie van de aanbevelingen.
Bent u bereid alle Nederlandse financiële bijdragen aan UNRWA onmiddellijk op te schorten? Zo nee, waarom niet?
Nederland blijft het door de Algemene Vergadering van de VN verleende mandaat van UNRWA steunen. De organisatie biedt belangrijke basisdiensten conform dit mandaat, zoals gezondheidszorg en onderwijs, aan Palestijnse vluchtelingen in de regio, inclusief Libanon, Jordanië en Syrië. Op deze manier draagt UNRWA bij aan de stabiliteit in een onrustige regio. Verder is UNRWA essentieel in het bieden van humanitaire hulp in zowel Gaza als Libanon.
Hoeveel Nederlands belastinggeld is sinds 7 oktober 2023 aan UNRWA verstrekt of toegezegd?
In totaal heeft Nederland in de periode sinds 7 oktober 2023 tot nu 63 miljoen euro bijgedragen aan UNRWA. Na 7 oktober heeft Nederland in 2023 een extra 18 miljoen euro bijgedragen gezien de hoge noden in de regio. In 2024, 2025 en 2026 heeft Nederland de jaarlijkse bijdrage aan UNRWA overgemaakt, waarvan 2025 en 2026 conform amendement Stoffer/Eerdmans3.
Welke concrete controles voert Nederland uit om te voorkomen dat Nederlands belastinggeld indirect ten goede komt aan terroristische organisaties?
Nederland werkt samen met professionele en betrouwbare maatschappelijke organisaties, die beleid en gedegen procedures hebben om risico’s van malversaties te verkleinen, en die adequaat optreden in geval van zowel aantijgingen als bewezen malversaties.
Besluiten om bepaalde organisaties te financieren worden altijd zorgvuldig genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Organisaties met wie Nederland samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluatie en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Indien uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andere malversaties, zal het ministerie daartegen optreden.
Ook is Nederland lid van de verschillende bestuursorganen van VN-organisaties, waarbij wordt toegezien op het effectief functioneren van de organisaties.
Eveneens bestaat het Multilateral Organisation Performance Assessment Network (MOPAN), waar Nederland ook lid van is en in 2025 voorzitter van was. Dit netwerk ziet toe op de effectiviteit, transparantie en resultaten van multilaterale organisaties, zoals de VN en de Wereldbank, middels onafhankelijke doorlichtingen.
Bent u bereid toekomstige Nederlandse bijdragen aan UNRWA definitief af te schaffen indien de ernstige beschuldigingen (gedeeltelijk) worden bevestigd? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 maart jl.4 benadrukt het kabinet de strikte voorwaarde dat publieke middelen onder geen enkel beding aangewend mogen worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen. Indien hier sprake van zou zijn dan wordt steun heroverwogen. Het kabinet neemt de risico's op onbedoelde financiering altijd serieus en Nederland zal, samen met andere donoren, scherp blijven toezien op de integriteit van de hulpverlening, ook in de toekomst.
Bent u bereid zich er in Europees- en internationaal verband voor in te zetten dat geen belastinggeld meer terechtkomt bij organisaties waarvan de neutraliteit ernstig ter discussie staat? Zo nee, waarom niet?
Nederland is voortdurend in contact met partners en andere lidstaten om te blijven toezien op de integriteit en neutraliteit van de hulpverlening.
Beschikt u of het kabinet over aanwijzingen dat sinds 7 oktober 2023 Nederlands overheidsgeld, direct of indirect, terecht is gekomen bij Hamas of aan Hamas gelieerde personen of organisaties, dan wel dat door Nederland gefinancierde humanitaire- of ontwikkelingshulp door Hamas is verduisterd, omgeleid of in beslag genomen? Zo ja, om welke bedragen, gevallen en maatregelen gaat het? Zo nee, op basis van welke informatie concludeert het kabinet dat hiervan geen sprake is?
Na de gebeurtenissen op 7 oktober 2023 zijn de due diligence-processen die ervoor moeten waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties tegen het licht gehouden. Daaruit bleek dat er geen signalen zijn dat geld voor Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse gebieden terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen en dat de processen op orde zijn, zoals gesteld in de brief die met de kamer op 11 oktober 2023 gedeeld is.5
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Ja.
De veroordeling van Mert P. en de aanhoudende veiligheidsproblemen rond de Fivoor-klinieken in Den Dolder |
|
Shanna Schilder (PVV) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving over de veroordeling van Mert P., die tijdens verlof in januari 2025 een 76-jarige vrouw in Den Dolder om het leven bracht?1
Ja.
Hoe kijkt u, ruim anderhalf jaar na deze afschuwelijke moord, terug op de veiligheidssituatie rond de Fivoor-klinieken in Den Dolder? Deelt u de conclusie dat de maatregelen die na de moord op Anne Faber in 2017 zijn genomen onvoldoende zijn gebleken om de veiligheid van omwonenden te waarborgen? Zo nee, waarom niet?
De moord van 2 januari 2025 is afschuwelijk en heeft een enorme impact gehad. Het heeft geleid tot groot verdriet bij de nabestaanden en tot gevoelens van onveiligheid onder omwonenden. De veiligheid rondom forensische zorginstellingen heeft continu onze aandacht. Dit is in het belang van omwonenden en medewerkers, maar ook van de cliënten zelf.
Op 12 februari 2025 heeft mijn ambtsvoorganger in de beantwoording van Kamervragen van de leden Thiadens en Van Dijk (beiden PVV) antwoord gegeven op de vraag welke maatregelen er zijn genomen na de moord op Anne Faber in 2017.2 Dit betreft onder andere om wijziging in de aanpak van verdachten van een ernstig misdrijf die niet meewerken aan een gedragsdeskundig onderzoek (weigerende observandi), het wegnemen van belemmeringen bij informatie-uitwisseling en een beter zicht op risico’s; bij uitplaatsing naar een instelling voor forensische zorg is naast een professioneel oordeel, een gestructureerde risicotaxatie en een delictsanalyse verplicht gesteld.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft onderzocht of de zorg aan de dader van de steekpartij op niveau was. In haar rapport concludeerde de IGJ dat de zorg op onderdelen beter en meer volgens protocol had gekund.3 Tegelijkertijd concludeert de IGJ dat wanneer was voldaan aan alle protocollen het dodelijke steekincident niet voorkomen had kunnen worden. Voor de volledige reactie op het rapport verwijs ik u naar de Voortgangsbrief forensische zorg die ik op 26 maart jl. met uw Kamer heb gedeeld.4
Naar aanleiding van het steekincident in januari 2025 hebben de burgemeester van Zeist en de Commissaris van Koning van Utrecht een beroep gedaan op mijn ambtsvoorganger. Daarop volgend zijn er (aanvullende) maatregelen genomen om het veiligheidsgevoel van omwonenden te vergroten en maatschappelijke rust en verbinding te creëren.5 Het gaat onder andere om het aanstellen van een omgevingsmanager, de inzet van extra BOA’s en het plaatsen van camera’s op de looproute van het terrein van Fivoor naar het dorp Den Dolder. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) ondersteunt de gemeente Zeist hierbij financieel.
Ondanks de veiligheidsmaatregelen kunnen incidenten nooit volledig worden uitgesloten. Een ernstig incident geeft altijd aanleiding om kritisch te bezien of er aanvullende maatregelen nodig zijn. De veiligheid van omwonenden, burgers in het algemeen, medewerkers en cliënten staat daarbij voorop.
Wie heeft destijds besloten Mert P. onbegeleid verlof te verlenen? Welke functionarissen waren betrokken bij die beslissing? Zijn deze mensen inmiddels ontslagen? Zo nee, waarom niet?
Vanwege het belang van resocialisatie en een veilige terugkeer in de samenleving, maakt verlof een onlosmakelijk deel uit van de behandeling van deze cliënten. In de kliniek van Fivoor – waar de dader van het dodelijke steekincident destijds verbleef – worden cliënten behandeld met een licht verstandelijke beperking (LVB) in combinatie met psychiatrische stoornissen en/of gedragsproblemen.
Als onderdeel van de behandeling en wanneer dat als verantwoord wordt ingeschat, kunnen de cliënten in deze kliniek op begeleid of onbegeleid verlof gaan. Het verlof wordt stapsgewijs opgebouwd. Op basis van het dossier en de observaties tijdens de behandeling wordt multidisciplinair gekeken naar de risico’s van de cliënt in de betreffende verloffase. betrokken cliënt ontving op dat moment geen zorg in het kader van een strafrechtelijke maatregel of voorwaarde.
Kunt u toezeggen dat nooit meer gevaarlijke gekken zoals deze moordenaar met verlof, laat staan onbegeleid verlof, op de maatschappij worden losgelaten?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe beoordeelt u de aanhoudende signalen van bewoners en de gemeenteraad van Zeist dat de veiligheid rond de klinieken nog steeds onvoldoende is gewaarborgd en dat het vertrouwen in de situatie volledig is verdwenen? Welke lessen trekt u daaruit?
Bij de beantwoording van vraag 2 ben ik ingegaan op de veiligheidsmaatregelen die eerder zijn getroffen. Dat neemt niet weg dat ik de zorgen van de inwoners van Den Dolder over de lokale veiligheid serieus neem.
Acht u het acceptabel dat inwoners van Den Dolder na alles wat er is gebeurd opnieuw moeten vrezen voor jarenlang uitstel, gezien de Fivoor-klinieken uiterlijk 1 januari 2027 uit Den Dolder zouden vertrekken, maar dat de bestuurder van Fivoor heeft aangegeven dat deze planning waarschijnlijk niet haalbaar is en dat een verhuizing mogelijk nog jaren op zich laat wachten?
Fivoor is een particuliere aanbieder van forensische en reguliere zorg aan cliënten met complexe psychiatrische ziektebeelden. De kliniek is zelf verantwoordelijk voor het vinden van een nieuwe locatie.Dat neemt niet weg dat ik op verzoek van de burgemeester van Zeist en de commissaris van de Koning van Utrecht de zoektocht naar een nieuwe locatie voor Fivoor ondersteun, omdat ik de zorgen van de inwoners begrijp. In de beantwoording van de Kamervragen van het lid Ellian (VVD) van 25 maart 2026 heb ik antwoord gegeven op de vraag welke rol JenV speelt in deze zoektocht.6 JenV heeft als voorzitter een bijdrage geleverd aan de Regionale Regietafel. Aan deze tafel zitten burgemeesters uit de regio en de commissaris van de Koning van de provincie Utrecht vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid om voldoende reguliere én forensische zorg beschikbaar te houden in de regio. Daarnaast is JenV betrokken bij de Stuurgroep Reallocatie Fivoor die concrete locaties voor herhuisvesting onderzoekt.
Fivoor heeft het streven geuit om 1 januari 2027 te willen verhuizen maar heeft daarbij aangegeven dat de verhuisdatum afhankelijk is van het vinden van een alternatieve locatie in de regio. Vanaf het moment dat er een geschikte locatie voor de herhuisvesting is gevonden, duurt het doorgaans een aantal jaren om daadwerkelijk te kunnen verhuizen.
Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat de klinieken uiterlijk op 1 januari 2027 zoals afgesproken, en nog liever morgen, uit Den Dolder zijn verdwenen? Kunt u de inwoners van Den Dolder op zijn minst de harde garantie geven dat deze datum niet opnieuw zal opschuiven? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Deelt u de mening dat inwoners van Den Dolder na jaren van incidenten, waarschuwingen en uitgestelde verhuizingen recht hebben op duidelijkheid en dat de veiligheid van omwonenden niet opnieuw ondergeschikt mag worden gemaakt aan bestuurlijke en praktische problemen rond de herhuisvesting van Fivoor? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Kunt u de Kamer zo spoedig mogelijk informeren over de voortgang van de verhuizing, de concrete planning, de eventuele knelpunten en de maatregelen die u neemt om te voorkomen dat de vertrekdatum opnieuw opschuift?
Ik heb uw Kamer in de meest recente Voortgangsbrief forensische zorg geïnformeerd over de stand van zaken.7 In deze brief staat dat er drie locaties in beeld zijn voor de herhuisvesting van Fivoor. Met het oog op lokaal draagvlak voor de nieuwe locatie, verloopt de herhuisvesting volgens een zorgvuldig proces dat op dit moment wordt uitgewerkt. Het doorkruisen van dit proces roept risico’s op voor de herhuisvesting. De betreffende locaties worden daarom op dit moment niet gedeeld. Ik houd uw Kamer op de hoogte van relevante ontwikkelingen.
De grootschalige handel in designerdrugs |
|
Mirjam Bikker (CU) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Nederlandse bedrijven voor bijna twee miljard euro aan gevaarlijke designerdrugs uit India hebben geïmporteerd?1, 2
Ja, ik ben hiermee bekend.
Deelt u de ernstige zorgen over de omvang van deze handel, waarbij circa 153.000 kilo aan middelen is ingevoerd en met zeer hoge winstmarges wordt doorverkocht?
Ik ben geschrokken van de omvang van de handel in designerdrugs zoals geschetst in het artikel. Deze handel is enorm en zeer kwalijk en ik veroordeel deze handel ten zeerste. Het is uitermate schokkend dat er partijen zijn die dit soort – mogelijk levensgevaarlijke Í middelen aanbieden voor eigen financieel gewin. Ik zet mij ten volle in om politie en justitie in staat te stellen dit te bestrijden. Een belangrijke maatregel in deze strijd is de invoering van lijst IA op 1 juli 2025, een verbod op een drietal stofgroepen die zijn afgeleid van middelen die op lijst I van de Opiumwet staan. Binnenkort wordt via een AMvB een vierde stofgroep, de nitazenen, toegevoegd aan lijst IA.
In het door de media genoemde onderzoek wordt voornamelijk gerefereerd aan handel in middelen gedurende de periode van vóór de invoering van dit stofgroepenverbod. Deze middelen vielen destijds nog niet onder de Opiumwet, waardoor politie en justitie toen nog niet konden ingrijpen. Sinds de invoering van het stofgroepenverbod (lijst IA bij de Opiumwet) per 1 juli 2025 kunnen zij dit wél en is het aanbod in designerdrugs via websites als Funcaps.nl sterk afgenomen. Dat aanbod betrof voornamelijk stoffen voor recreatief gebruik zoals varianten van partydrug 3-mmc. We zien nu helaas een verschuiving van het aanbod naar namaak geneesmiddelen zoals designerbenzodiazepinen (namaak slaap- en kalmeringsmiddelen) of namaak pijnstillers. Deze middelen vallen niet onder de Opiumwet. Het is een grote uitdaging om dit aanbod effectief te bestrijden. Verkopers zoeken de randen van de wet op om hun verdienmodel in stand te houden.
De Minister van VWS en ik werken samen met de NVWA, IGJ, Politie en het OM aan een integrale aanpak om de online verkoop van (namaak) geneesmiddelen en (designer)drugs effectiever te bestrijden. In deze aanpak is aandacht voor wet- en regelgeving, maar ook voor bevoegdheden, capaciteit en (internationale) samenwerking. Uw Kamer is hierover recent geïnformeerd met de brief over (namaak) geneesmiddelen en (designer)drugs.3
Hoe beoordeelt u het morele aspect van deze handel, waarbij willens en wetens middelen worden verhandeld die in verband worden gebracht met verslaving, hersenschade en sterfte? Kunt u toezeggen dat u er van uw kant alles aan doet om politie en justitie in staat te stellen dit krachtig te bestrijden? Zo ja, wat bent u van plan om aanvullend te doen?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de zorg dat de handel in designerdrugs mede wordt gefaciliteerd door het gebruik van bv-constructies die persoonlijke aansprakelijkheid afschermen, en welke mogelijkheden ziet u om natuurlijke personen achter deze constructies directer aansprakelijk te stellen en hun crimineel verkregen vermogen af te pakken?
Ik deel uw zorgen over de import van en handel in designerdrugs. Mede daarom is recent de Opiumwet aangescherpt, zodat meer middelen dan voorheen verboden zijn en verboden kunnen worden, en dat ook productie en handel daarin kan worden aangepakt. Het gebruik van bv-constructies voor legale handel, zoals de handel in deze middelen grotendeels was tot en met 1 juli 2025, is toegestaan.
Het overtreden van de Opiumwet en aanpalende wet- en regelgeving is een serieus misdrijf, waar het OM stevig tegen optreedt. In dit kader kunnen behalve natuurlijke personen ook rechtspersonen en hun bestuurders strafrechtelijk worden vervolgd. Dat kan leiden tot gevangenisstraffen, geldboetes en/of het ontnemen van vermogen.
Met de implementatie van de Europese Confiscatierichtlijn worden de mogelijkheden voor het afpakken van het crimineel verkregen vermogen verruimd. Zo kan vermogen straks ook worden afgepakt zonder strafrechtelijke veroordeling (NCBC-procedure4).
Zoals ook in het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland5 (DON) en in de Koersbrief6 beschreven is, worden legale infrastructuren misbruikt door criminelen om crimineel geld te verkrijgen, criminele activiteiten te verhullen of het criminele businessmodel te ondersteunen. Samen met verschillende partners, waaronder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) kijken we naar systeemkwetsbaarheden in onze economie, en wordt er door EZK gewerkt aan een (wets)voorstel om de (poortwachters)rol van de Kamer van Koophandel te versterken.
In hoeverre acht u het huidige instrumentarium toereikend om te voorkomen dat producenten via kleine chemische aanpassingen de Opiumwet blijven omzeilen? Kunt u reflecteren op de effectiviteit van het per 1 juli 2025 ingevoerde groepenverbod en in hoeverre dit het «kat-en-muisspel» daadwerkelijk heeft doorbroken?
Het (online) aanbod van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) is de afgelopen periode aanzienlijk versmald. Tientallen stoffen die voorheen legaal konden worden verhandeld, zijn inmiddels strafbaar gesteld en daarmee uit het aanbod verdwenen. Zoals reeds benoemd blijven verkopers echter creatief in het vinden van manieren om hun verdienmodel in stand te houden. Er is sinds de invoering van het stofgroepenverbod wel een toename zichtbaar in het aanbod van namaak geneesmiddelen zoals de designerbenzodiazepinen (namaak slaap- en kalmeringsmiddelen) en namaak-pijnstillers.
Het op 1 juli 2025 ingevoerde stofgroepenverbod wordt binnen drie jaar na de inwerkingtreding uitgebreid geëvalueerd. Bij die evaluatie worden zowel de effecten op de volksgezondheid als de effecten op de productie en handel in kaart gebracht.
Deelt u de zorg dat nog altijd risicovolle middelen buiten het bereik van het groepenverbod vallen? Welke aanvullende aanscherpingen zijn wat u betreft nodig, en bent u bereid hier met spoed werk van te maken?
Binnenkort treedt een AMvB in werking waarmee een extra stofgroep, de nitazenen, wordt toegevoegd aan lijst IA van de Opiumwet. Nitazenen zijn een stofgroep synthetische opioïden die zeer potent en dus gevaarlijk zijn.
Zoals in het antwoord op vraag 3 toegelicht, blijft er een aanbod van middelen dat buiten het stofgroepenverbod valt. Dat betreft voornamelijk varianten van geneesmiddelen die onder de Geneesmiddelenwet vallen (zoals een variant van Tramadol) en van geneesmiddelen die al onder lijst II van de Opiumwet vallen (varianten van slaap- en kalmeringsmiddelen, designer benzo’s). De Kamer is over de aanpak van illegale handel in (namaak)geneesmiddelen en (designer)drugs geïnformeerd met een Kamerbrief.
Hoe beoordeelt u het dat na het sluiten van 43 websites de handel grotendeels doorgaat via buitenlandse websites en besloten kanalen, en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om dat een halt toe stoppen?
Vanwege het grensoverschrijdende karakter van het internet wordt de aanpak van criminaliteitsfenomenen, zoals de illegale handel in drugs, bemoeilijkt. Het sluiten van websites is een belangrijke maatregel voor de korte termijn, maar biedt voor de lange termijn geen structurele oplossing omdat eigenaren van dit soort websites op andere domeinextensies of besloten kanalen doorgaan. De focus van de aanpak moet zich toespitsen op het oprollen van de netwerken achter deze websites. Dat is tijdrovend en arbeidsintensief opsporingsonderzoek.
Voor zover websites kwalificeren als tussenhandeldiensten waarop gebruikers online content kunnen plaatsen, zoals online platforms en online marktplaatsen, blijft de Digitale Services Act (DSA) van toepassing. De DSA hanteert een brede definitie van «illegale inhoud». Daaronder vallen naast illegale producten, bijvoorbeeld ook diensten en activiteiten die in strijd zijn met het Unierecht of het recht van een lidstaat. Hieronder valt ook de handel in illegale drugs. Op grond van de DSA zijn hostingdiensten, waaronder online platforms en online marktplaatsen, gehouden illegale content te verwijderen zodra zij hier kennis van krijgen. Doen zij dit niet, dan kunnen zij geen beroep doen op de beperking van aansprakelijkheid die zij in beginsel genieten. Ook moeten online platforms gebruikers die frequent illegale inhoud plaatsen, schorsen. Online marktplaatsen moeten verder aan verschillende verplichtingen voldoen om ervoor te zorgen dat handelaren op hun platform traceerbaar zijn en dat zij hij het toepasselijke Unierecht naleven. Op de DSA wordt toezicht gehouden. De lidstaat van (Europese) vestiging bepaalt welke toezichthouder bevoegd is. Deze toezichthouders hebben evenwel niet de bevoegdheid om content offline te halen. Besloten kanalen en groepen vallen buiten de reikwijdte van de DSA. Er is sprake van beslotenheid als er effectief deurbeleid wordt gehanteerd.
Wanneer aangifte of melding wordt gedaan van strafbare online content, dan kunnen het Openbaar Ministerie en de politie een verwijderverzoek richten aan aanbieders van communicatiediensten om de betreffende online content offline te halen. Dit verzoek kan alleen worden gedaan als bekend is wie de aanbieder is van de content en waar die aanbieder is gevestigd, dat kan ook in het buitenland zijn. Soms komt het voor dat niet bekend is waar de illegale content precies staat. In die gevallen is het niet mogelijk een verwijderverzoek te doen. Indien een verwijderverzoek niet het gewenste effect heeft, kan de officier van justitie, bij een verdenking van een misdrijf als bedoeld in artikel 67, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) (feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is), met machtiging van de rechter-commissaris, op grond van artikel 125p Sv een (dwingend) bevel uitvaardigen om de content ontoegankelijk te (laten) maken om een strafbaar feit te beëindigen of nieuwe feiten te voorkomen. In die gevallen waarin de content niet in Nederland staat maar in het buitenland, dan is het Openbaar Ministerie afhankelijk van samenwerking en medewerking van de daartoe bevoegde buitenlandse autoriteiten. Deze route leidt niet altijd tot het gewenste resultaat omdat niet met ieder land een rechtshulprelatie bestaat en het doen van dergelijke verzoeken vaak ook enige tijd vergt.
Het ontoegankelijk maken van online content en het gebruik van notice-and-actionmechanismen zijn belangrijke instrumenten, maar moeten worden gezien als onderdeel van een bredere aanpak. Omdat aanbieders kunnen uitwijken naar buitenlandse domeinen, besloten kanalen of nieuwe webshops, blijft het van belang om daarnaast in te zetten op strafrechtelijk onderzoek naar de aanbieders achter deze handel, financiële stromen, logistieke schakels en internationale aanvoerroutes.
Welke inzet pleegt u om deze handel internationaal, met name richting India, bij de bron aan te pakken? Wat gaan u en uw collega van Buitenlandse Zaken aanvullend doen om dit aan te pakken?
De internationale banden die zijn aangehaald bij de SYNDEC7 en de Commission on Narcotic Drugs van de VN worden actief gebruikt om het gesprek aan te gaan over de problematiek rondom de verkoop van designerdrugs. Hiermee wordt getracht een betere samenwerking te faciliteren tussen India en Nederland. Dit zal helpen met het in kaart brengen van de grootschalige legale en illegale aanvoerroutes van de chemische en farmaceutische industrie.
Deelt u de opvatting dat naast repressie ook een krachtige norm nodig is tegen drugsgebruik, en welke concrete maatregelen neemt u om het gebruik van designerdrugs actief te ontmoedigen, met name onder jongeren?
Ja, die opvatting deel ik. De sociale norm rondom een bepaalde gedraging is één van de belangrijkste voorspellers voor zo’n gedraging. Als we het gebruik van (designer-)drugs willen verminderen, is het van belang daarop in te zetten. De Minister van VWS en ik dragen deze norm vaak uit, in Kamerbrieven en debatten. Daarnaast werk ik met de Minister van VWS aan een voortzetting van de campagne die jongeren bewust moet maken van de negatieve gevolgen op de maatschappij en gezondheid van drugsgebruik. Hierover bent u door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geïnformeerd via de recente Verzamelbrief ontwikkeling drugsbeleid.
De veiligheid van kinderen in gezinshuizen |
|
Marijke Synhaeve (D66) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Kinderen uit Fries gezinshuis gehaald na veroordeling gezinshuisvader voor kindermisbruik»?1
Hoe kijkt u naar het feit dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft aangegeven geen veiligheidsrisico’s te zien voor kinderen die nog in het gezin verbleven zoals beschreven in bovenstaand artikel, terwijl de betrokken jeugdbeschermer hier – naar oordeel van de kinderrechter – terecht veel zorgen over had?
Onderschrijft u de oproep van onder andere de IGJ dat er beter toezicht moet komen op de inmiddels meer dan duizend gezinshuizen waar zorg wordt geboden aan kinderen die vaak zwaar getraumatiseerd zijn en ernstige opvoed- en/of gedragsproblemen hebben?
Bent u het met de indiener eens dat de kwaliteitscriteria voor gezinshuizen minimaal zo streng, maar bij voorkeur nog strenger moeten zijn dan de kwaliteitscriteria voor pleegzorg, aangezien de complexiteit van de problematiek waar kinderen die in gezinshuizen worden opgevangen complexer is dan bij pleegzorg?
Hoe beoordeelt u de huidige situatie waarbij bovenstaande niet het geval is?
Bent u het met de indiener eens dat dit ernstige veiligheidsrisico’s kan opleveren voor de kinderen die op dit moment in gezinshuizen verblijven?
Kunt u toelichten of het klopt dat bij de screening van gezinshuisouders alleen een Verklaring Omtrent Gedrag opgevraagd kan worden, terwijl pleegouders een Verklaring van geen bezwaar moeten aanleveren, een zwaarder instrument waar ook onderzoeken zonder veroordelingen in staan?
Hoe beoordeelt u de signalen over aspirant pleegouders die afgewezen worden vanwege een negatieve Verklaring van geen bezwaar, maar zij dus wel op een andere plek in Nederland door de screening van gezinshuisouder kunnen komen omdat ze wel een Verklaring Omtrent Gedrag kunnen voorleggen?
Bent u het met de indiener eens dat dit hoogst onwenselijk is en tot hoge veiligheidsrisico’s voor kinderen kan leiden?
Wanneer verwacht u dat de herziening van de huidige kwaliteitscriteria voor gezinshuizen afgerond zal zijn en vanaf wanneer zullen deze herziene kwaliteitscriteria van kracht zijn?
Bent u het met de indiener eens dat de inzet gericht moet zijn op het strenger maken van deze kwaliteitscriteria, juist ook gezien de misstanden die aan het licht komen?
Kunt u garanderen dat in de kwaliteitscriteria die worden herzien minimaal wordt opgenomen dat vanaf de start van het gezinshuis een relevant hbo-diploma én een SKJ-registratie vereist is?
Bent u het met de indiener eens dat er in de herziening van de kwaliteitscriteria ook een maximumaantal kinderen vastgesteld moet worden die in een gezinshuis mogen verblijven?
Kunt u aangeven hoeveel gezinshuizen momenteel meer dan zes kinderen (inclusief biologische kinderen) opvangen?
Hoe kijkt u naar de signalen dat er momenteel gezinshuizen zijn waar tien of meer kinderen worden opgevangen, soms zelfs allemaal vanuit een crisisplaatsing?
Op welke wijze kan kwalitatief goede zorg gegarandeerd worden door twee gezinshuisouders wanneer zij zorg dienen te leveren aan tien kinderen in crisis?
Hoe beoordeelt u het feit dat we in de kinderopvang in de wet een beroepskracht-kindratio vastleggen en we momenteel geen beroepskracht-kindratio vastleggen voor gezinshuizen?
Bent u het met de indiener eens dat er grote risico’s bestaan in de bedragen die gezinshuisouders ontvangen voor de zorg voor deze kinderen waardoor ook foute aanbieders en criminelen aangetrokken worden die primair geld willen verdienen ten koste van kwetsbare kinderen?
Bent u het met de indiener eens dat het wenselijk zou zijn om één erkend keurmerk en één landelijk kwaliteitsregister te hebben van gezinshuizen die aan kwaliteitscriteria voldoen?
Bent u het met de indiener eens dat het onwenselijk zou zijn als deze toetsing op kwaliteit zou gebeuren door een branchevereniging die (ook financieel) baat heeft bij een stijging van het aantal gezinshuizen?
Kunt u garanderen dat, ook in lijn met de eerder aangenomen motie Synhaeve c.s. om jeugdaanbieders en hun medewerkers altijd vooraf te screenen, ook voor gezinshuizen geldt?2
Kunt u garanderen dat deze screening wordt gedaan door een onafhankelijk instituut zoals de IGJ?
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het Jeugddebat van 30 september aanstaande?
Wat is uw reactie op het bericht «Verplichte rijhulpsystemen zitten ambulances in de weg: «Onnodige noodstop kan levensgevaarlijk zijn»»?1
Hoe reageert u op de kritiek op de verplichting van Advanced Driver Distraction Warning systemen voor ambulances?
Deelt u de analyse dat automatische rijhulpsystemen, die bijvoorbeeld automatisch remmen of bijsturen, ongeschikt zijn voor ambulances, omdat die in spoedgevallen juist vaak harder en op ongebruikelijke manieren moeten rijden? Zo ja, bent u bereid ervoor te zorgen dat deze systemen niet in ambulances worden ingezet? Zo nee, waarom niet?
Hoe moeten ambulances omgaan met dit soort systemen in drukke verkeerssituaties, zoals in binnensteden, waar al snel automatisch kan worden ingegrepen wanneer er bijvoorbeeld voetgangers in de buurt zijn?
Heeft u signalen ontvangen dat er vergelijkbare problemen spelen bij andere hulpdiensten, zoals de brandweer en de politie? Zo ja, hoe wordt er daarbij omgegaan met dit soort systemen? Zo nee, bent u bereid om na te gaan in hoeverre dit daar ook speelt?
Bent u bereid om u in te zetten voor uitzonderingen voor ambulances als het gaat om verplichtingen voor dit soort systemen?
Bent u bereid om in gesprek te treden met ambulancepersoneel over welke problemen zij ervaren met verplichte waarschuwings- en rijhulpsystemen?
Het bericht van een man met 7 oktober shirt in de Albert Heijn in Amsterdam |
|
Geert Wilders (PVV) |
|
Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht en de foto gepubliceerd op 9 augustus 2026 door onder andere het Centrum Informatie- en Documentatie Israel (CIDI),waaruit blijkt dat een man in een rood shirt, met daarop aan de achterzijde duidelijk bedrukt «October 7», ongemoeid door de Albert Heijn aan de Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West kon wandelen en winkelen en zo openlijk steun kon betuigen aan de Hamas-terreuraanslag van 7 oktober 2023, waarbij 1.200 onschuldige Israëlische burgers werden gemarteld, verkracht en vermoord?1
Bent u het ermee eens dat deze openlijke steun voor de grootste moord op Joden sinds de Holocaust, dan wel verheerlijking van de betrokken islamitische terreurgroepen walgelijk, schandalig en volstrekt ontoelaatbaar is en dat dergelijk virulent islamitisch antisemitisme niet thuishoort in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Kunt u uitleggen hoe het kan dat de dader zich blijkbaar onaantastbaar waant en denkt deze daad straffeloos te kunnen plegen? Waarom heeft Albert Heijn niet ingegrepen? Wat zegt dit over Albert Heijn in het algemeen en het betreffende Amsterdamse filiaal in het bijzonder? Waarom hebben de autoriteiten niet onmiddellijk tegen deze islamitische provocatie opgetreden? Zijn ze bereid dat alsnog binnen 24 uur te doen nu?
Bent u bereid om alle middelen die de Nederlandse staat tot zijn beschikking heeft tegen de dader aan te wenden en om, als dat nog niet is gebeurd, alles op alles te zetten om de dader onmiddellijk te identificeren, op te sporen, te arresteren en te vervolgen? Zo nee, waarom niet?
Bent u het ermee eens dat er voor de dader, die op zo’n schaamteloze wijze de Nederlandse waarden vertrapt, islamitische terreur viert en zich daarmee onmiskenbaar tegen de Nederlandse samenleving keert, geen plek in Nederland is én dat hij na veroordeling onmiddellijk dient te worden gedenaturaliseerd en het land uit moet worden gezet? Zo nee, waarom niet?
Bent u het ermee eens dat de integratie en de opvoeding van dit sujet evident hopeloos is mislukt en dat dit ook onvermijdelijk consequenties moet hebben voor het gezin en familie waar deze dader uit afkomstig is, bestaande uit het deporteren van zijn familie? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om bij naturalisatie en/of verblijfsrecht steun aan terrorisme of verheerlijking van 7 oktober als absolute uitsluitingsgrond te hanteren en bestaande verblijfsvergunningen op grond daarvan in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid met Albert Heijn in gesprek te gaan en dit bedrijf mede te delen dat er in Nederland geen plaats is voor bedrijven die niet optreden tegen dit soort walgelijke vormen van terreurverheerlijking
Welke maatregelen neemt u verder om te voorkomen dat dergelijke openlijke steunbetuigingen aan Hamas en haar terreur in Nederlandse openbare ruimten zich blijven voordoen? Bent u bereid om gerichte instructies te geven aan politie, Openbaar Ministerie (OM), gemeenten en andere autoriteiten om hierop onmiddellijk en hard op te treden, inclusief arrestatie, denaturalisatie en deportatie van dader én gezin? Zo nee, waarom niet?
Bent u ook Minister-President van de joodse Nederlanders? Zo ja, kunt u, mede gelet op het gestelde in de vragen 3 en 4 en het urgente karakter hiervan, deze vragen als Minister-President binnen 48 uur beantwoorden?
Racistisch en seksistisch geweld en intimidatie tegen mensen die asiel zoeken en inwoners die zich uitspreken voor opvang |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Heeft u gezien dat inwoners van Engelen en Bokhoven die steun hebben uitgesproken voor vreedzaam samenleven door middel van een poster slachtoffer zijn geworden van intimidatie, bedreigingen en bekladdingen van woningen en andere eigendommen? Wat is uw reactie daarop?1
Heeft u gezien dat in Geesteren de auto van een Syrisch gezin in brand is gestoken, nadat eerder tot drie keer toe stenen met intimiderende en bedreigende briefjes door de ruiten van hun woning waren gegooid? Wat is uw reactie daarop?2
Heeft u gezien dat in Engelen de auto van mensen die een «Samen Leven»-poster hadden opgehangen in het water is geduwd? Wat is uw reactie daarop?3
Wat vindt u ervan dat inwoners van Engelen zich de afgelopen maanden al niet vrij voelden om hun mening te geven over een opvanglocatie voor kinderen die asiel zoeken in Nederland, omdat ze geïntimideerd werden door tegenstanders, waarbij onder meer hakenkruizen in appgroepen werden verspreid?4
Deelt u de analyse van onder andere Jelle Postma, voormalig AIVD'er en expert op het gebied van maatschappelijke manipulatie, dat hiermee een nieuwe, zorgelijke fase ingaat, waarbij geweld en intimidatie zich nu niet alleen maar richten op de overheid, maar ook op gewone burgers? Deelt u zijn analyse dat er «blijkbaar een gevoel is ontstaan dat je anderen straffeloos mag intimideren om je zin door te drijven»? Zo nee, wat is dan uw analyse?5
Erkent u dat een klimaat waarin inwoners zich niet meer vrij voelen zich publiekelijk uit te spreken over de opvang van asielzoekers, uit angst voor intimidatie of geweld, een bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat? Zo ja, welke verantwoordelijkheid ziet u daarin voor het kabinet?
Erkent u dat u als Minister-President een belangrijke verantwoordelijkheid heeft om u steeds tijdig en duidelijk uit te spreken tegen niet alleen haat en ophitsing richting mensen die asiel zoeken, maar ook tegen het geweld en de intimidatie die steeds meer plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?
Waarom heeft u of een lid van uw kabinet zich tot nu toe niet helder uitgesproken over wat er in Engelen, Bokhoven en Geesteren heeft plaatsgevonden en waarom heeft het kabinet nog geen actie ondernomen? Gaat u het Syrische gezin en de inwoners van Engelen en Bokhoven die slachtoffer zijn geworden van haat en geweld bezoeken om uw steun en medeleven te betuigen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om te (laten) onderzoeken of de doelgerichte intimidatie, bedreigingen, brandstichting en vernielingen die in Engelen, Bokhoven en Geesteren hebben plaatsgevonden, mede gelet op het kennelijke doel om angst aan te jagen en maatschappelijke of politieke besluitvorming over de opvang van asielzoekers te beïnvloeden, gedreven zijn door terroristische motieven? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen in elk geval beantwoorden voor de aankomende Algemene Politieke Beschouwingen?
Fraude met stages en EVC-certificaten in zorgopleidingen |
|
René Claassen (PVV) |
|
Sophie Hermans (VVD), Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over zogeheten «aftekenstages» in mbo-zorgopleidingen, waarbij studenten praktijkopleiders betalen om stage-uren af te tekenen zonder daadwerkelijk aanwezig te zijn geweest op de stageplek?1
Kunt u aangeven hoeveel gevallen van aftekenstages en vergelijkbare stagefraude er sinds het verkennend onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) van juni 2024 zijn geconstateerd, uitgesplitst per opleidingsniveau en -richting?
Deelt u de zorg dat door deze vorm van fraude ongekwalificeerde personen met een mbo-diploma aan de slag kunnen gaan in de zorg, met directe risico’s voor de veiligheid van kwetsbare patiënten zoals ouderen en mensen met een beperking? Zo ja, welke aanvullende maatregelen bent u voornemens te nemen?
Welke concrete voortgang is geboekt met de aanbevelingen uit het rapport «Er is meer aan de hand' (juni 2024) en de daaropvolgende Kamerbrief, met name ten aanzien van de bevoegdheden van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) en de erkenningscriteria voor leerbedrijven?
Kunt u een actueel overzicht geven van de omvang van fraude met EVC-certificaten (Erkenning van Verworven Competenties) in de zorgsector, mede in het licht van het strafrechtelijk onderzoek naar het EVC-bureau F&P Educatie en de recente aanhoudingen in die zaak?
Bent u bereid te onderzoeken of de mogelijkheid voor commerciële EVC-bureaus om ervaringscertificaten af te geven voor zorggerelateerde beroepen (tijdelijk) aan strengere voorwaarden moet worden gebonden of aan onafhankelijker toezicht moet worden onderworpen, gezien de kwetsbaarheid van dit systeem voor fraude?
Op welke wijze wordt geborgd dat zorginstellingen die een medewerker aannemen op basis van een mbo-diploma of EVC-certificaat, dit diploma of certificaat op eenvoudige en betrouwbare wijze kunnen verifiëren, en acht u de huidige verificatiemogelijkheden (bijvoorbeeld via DUO) toereikend?
Bent u bereid, gelet op de aanhoudende signalen en de kennelijke toename van deze fraudevormen sinds 2024, de Kamer op korte termijn een geactualiseerde stand-van-zakenbrief te sturen met daarin concrete, meetbare doelstellingen en een tijdpad om stage- en EVC-fraude in de zorgopleidingen terug te dringen?
De veroordeling van Mert P. en de aanhoudende veiligheidsproblemen rond de Fivoor-klinieken in Den Dolder |
|
Shanna Schilder (PVV) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving over de veroordeling van Mert P., die tijdens verlof in januari 2025 een 76-jarige vrouw in Den Dolder om het leven bracht?1
Ja.
Hoe kijkt u, ruim anderhalf jaar na deze afschuwelijke moord, terug op de veiligheidssituatie rond de Fivoor-klinieken in Den Dolder? Deelt u de conclusie dat de maatregelen die na de moord op Anne Faber in 2017 zijn genomen onvoldoende zijn gebleken om de veiligheid van omwonenden te waarborgen? Zo nee, waarom niet?
De moord van 2 januari 2025 is afschuwelijk en heeft een enorme impact gehad. Het heeft geleid tot groot verdriet bij de nabestaanden en tot gevoelens van onveiligheid onder omwonenden. De veiligheid rondom forensische zorginstellingen heeft continu onze aandacht. Dit is in het belang van omwonenden en medewerkers, maar ook van de cliënten zelf.
Op 12 februari 2025 heeft mijn ambtsvoorganger in de beantwoording van Kamervragen van de leden Thiadens en Van Dijk (beiden PVV) antwoord gegeven op de vraag welke maatregelen er zijn genomen na de moord op Anne Faber in 2017.2 Dit betreft onder andere om wijziging in de aanpak van verdachten van een ernstig misdrijf die niet meewerken aan een gedragsdeskundig onderzoek (weigerende observandi), het wegnemen van belemmeringen bij informatie-uitwisseling en een beter zicht op risico’s; bij uitplaatsing naar een instelling voor forensische zorg is naast een professioneel oordeel, een gestructureerde risicotaxatie en een delictsanalyse verplicht gesteld.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft onderzocht of de zorg aan de dader van de steekpartij op niveau was. In haar rapport concludeerde de IGJ dat de zorg op onderdelen beter en meer volgens protocol had gekund.3 Tegelijkertijd concludeert de IGJ dat wanneer was voldaan aan alle protocollen het dodelijke steekincident niet voorkomen had kunnen worden. Voor de volledige reactie op het rapport verwijs ik u naar de Voortgangsbrief forensische zorg die ik op 26 maart jl. met uw Kamer heb gedeeld.4
Naar aanleiding van het steekincident in januari 2025 hebben de burgemeester van Zeist en de Commissaris van Koning van Utrecht een beroep gedaan op mijn ambtsvoorganger. Daarop volgend zijn er (aanvullende) maatregelen genomen om het veiligheidsgevoel van omwonenden te vergroten en maatschappelijke rust en verbinding te creëren.5 Het gaat onder andere om het aanstellen van een omgevingsmanager, de inzet van extra BOA’s en het plaatsen van camera’s op de looproute van het terrein van Fivoor naar het dorp Den Dolder. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) ondersteunt de gemeente Zeist hierbij financieel.
Ondanks de veiligheidsmaatregelen kunnen incidenten nooit volledig worden uitgesloten. Een ernstig incident geeft altijd aanleiding om kritisch te bezien of er aanvullende maatregelen nodig zijn. De veiligheid van omwonenden, burgers in het algemeen, medewerkers en cliënten staat daarbij voorop.
Wie heeft destijds besloten Mert P. onbegeleid verlof te verlenen? Welke functionarissen waren betrokken bij die beslissing? Zijn deze mensen inmiddels ontslagen? Zo nee, waarom niet?
Vanwege het belang van resocialisatie en een veilige terugkeer in de samenleving, maakt verlof een onlosmakelijk deel uit van de behandeling van deze cliënten. In de kliniek van Fivoor – waar de dader van het dodelijke steekincident destijds verbleef – worden cliënten behandeld met een licht verstandelijke beperking (LVB) in combinatie met psychiatrische stoornissen en/of gedragsproblemen.
Als onderdeel van de behandeling en wanneer dat als verantwoord wordt ingeschat, kunnen de cliënten in deze kliniek op begeleid of onbegeleid verlof gaan. Het verlof wordt stapsgewijs opgebouwd. Op basis van het dossier en de observaties tijdens de behandeling wordt multidisciplinair gekeken naar de risico’s van de cliënt in de betreffende verloffase. betrokken cliënt ontving op dat moment geen zorg in het kader van een strafrechtelijke maatregel of voorwaarde.
Kunt u toezeggen dat nooit meer gevaarlijke gekken zoals deze moordenaar met verlof, laat staan onbegeleid verlof, op de maatschappij worden losgelaten?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe beoordeelt u de aanhoudende signalen van bewoners en de gemeenteraad van Zeist dat de veiligheid rond de klinieken nog steeds onvoldoende is gewaarborgd en dat het vertrouwen in de situatie volledig is verdwenen? Welke lessen trekt u daaruit?
Bij de beantwoording van vraag 2 ben ik ingegaan op de veiligheidsmaatregelen die eerder zijn getroffen. Dat neemt niet weg dat ik de zorgen van de inwoners van Den Dolder over de lokale veiligheid serieus neem.
Acht u het acceptabel dat inwoners van Den Dolder na alles wat er is gebeurd opnieuw moeten vrezen voor jarenlang uitstel, gezien de Fivoor-klinieken uiterlijk 1 januari 2027 uit Den Dolder zouden vertrekken, maar dat de bestuurder van Fivoor heeft aangegeven dat deze planning waarschijnlijk niet haalbaar is en dat een verhuizing mogelijk nog jaren op zich laat wachten?
Fivoor is een particuliere aanbieder van forensische en reguliere zorg aan cliënten met complexe psychiatrische ziektebeelden. De kliniek is zelf verantwoordelijk voor het vinden van een nieuwe locatie.Dat neemt niet weg dat ik op verzoek van de burgemeester van Zeist en de commissaris van de Koning van Utrecht de zoektocht naar een nieuwe locatie voor Fivoor ondersteun, omdat ik de zorgen van de inwoners begrijp. In de beantwoording van de Kamervragen van het lid Ellian (VVD) van 25 maart 2026 heb ik antwoord gegeven op de vraag welke rol JenV speelt in deze zoektocht.6 JenV heeft als voorzitter een bijdrage geleverd aan de Regionale Regietafel. Aan deze tafel zitten burgemeesters uit de regio en de commissaris van de Koning van de provincie Utrecht vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid om voldoende reguliere én forensische zorg beschikbaar te houden in de regio. Daarnaast is JenV betrokken bij de Stuurgroep Reallocatie Fivoor die concrete locaties voor herhuisvesting onderzoekt.
Fivoor heeft het streven geuit om 1 januari 2027 te willen verhuizen maar heeft daarbij aangegeven dat de verhuisdatum afhankelijk is van het vinden van een alternatieve locatie in de regio. Vanaf het moment dat er een geschikte locatie voor de herhuisvesting is gevonden, duurt het doorgaans een aantal jaren om daadwerkelijk te kunnen verhuizen.
Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat de klinieken uiterlijk op 1 januari 2027 zoals afgesproken, en nog liever morgen, uit Den Dolder zijn verdwenen? Kunt u de inwoners van Den Dolder op zijn minst de harde garantie geven dat deze datum niet opnieuw zal opschuiven? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Deelt u de mening dat inwoners van Den Dolder na jaren van incidenten, waarschuwingen en uitgestelde verhuizingen recht hebben op duidelijkheid en dat de veiligheid van omwonenden niet opnieuw ondergeschikt mag worden gemaakt aan bestuurlijke en praktische problemen rond de herhuisvesting van Fivoor? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Kunt u de Kamer zo spoedig mogelijk informeren over de voortgang van de verhuizing, de concrete planning, de eventuele knelpunten en de maatregelen die u neemt om te voorkomen dat de vertrekdatum opnieuw opschuift?
Ik heb uw Kamer in de meest recente Voortgangsbrief forensische zorg geïnformeerd over de stand van zaken.7 In deze brief staat dat er drie locaties in beeld zijn voor de herhuisvesting van Fivoor. Met het oog op lokaal draagvlak voor de nieuwe locatie, verloopt de herhuisvesting volgens een zorgvuldig proces dat op dit moment wordt uitgewerkt. Het doorkruisen van dit proces roept risico’s op voor de herhuisvesting. De betreffende locaties worden daarom op dit moment niet gedeeld. Ik houd uw Kamer op de hoogte van relevante ontwikkelingen.
Handhaving monogamie |
|
Diederik van Dijk (SGP) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Bijzonder huwelijk: Natasja (51) trouwt niet alleen met Erik (51), maar óók met Berlinda (55)»?1
Zijn u meer situaties bekend van een schijnhuwelijk met meer dan twee personen waarbij een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs) een rol vervult?
Ziet u het belang om het huwelijk als een uniek verbond van twee personen te beschermen, mede gezien de problemen die bij polygamie bestaan en die de overheid door middel van beleid probeert te bestrijden?
Wat vindt u, gelet op de wettelijke norm van monogamie en de strafbepaling inzake bigamie, van situaties waarin bewust de schijn wordt gecreëerd dat sprake is van een huwelijk met meer dan twee personen?
In hoeverre wordt in de informatievoorziening richting de babs en bij hun beëdiging aandacht besteed aan de wettelijke norm van monogamie en de betekenis ervan voor de verantwoordelijkheid van de babs?
Vindt u het te verenigen met de verantwoordelijkheid van de babs in het naleven van de wettelijke normen dat hij bewust meewerkt aan situaties waarin de schijn van bigamie wordt gewekt, bijvoorbeeld door in de ceremonie een plaats te geven aan het gebruik van aktes en getuigen? Zo ja, waarom? Zo nee, in hoeverre wordt het handelen van de babs meegewogen bij een nieuwe beëdiging?
In hoeverre is bij de beëdiging van een babs voor een enkele dag bekend op welke situatie de beëdiging betrekking heeft? Vindt u ook dat een beëdiging voor situaties van schijnhuwelijken, waaronder bigame schijnhuwelijken, niet aan de orde kan zijn?
Bent u bereid in overleg te treden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Raad voor de rechtspraak om meer duidelijkheid te creëren over de rol van de babs in het bewaken van de wettelijke positie van het monogame huwelijk?
Het bericht: ‘Trump administration probes UNRWA over alleged employment of 1,500 terrorists’ |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat de regering-Trump een onderzoek is gestart naar de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees (UNRWA) vanwege beschuldigingen dat duizenden medewerkers banden zouden hebben met terroristische organisaties, zoals Hamas?
Ja.
Hoe beoordeelt u deze nieuwe beschuldigingen tegen UNRWA?
Op het moment van schrijven is het onderzoek van de VS nog gaande en is er nog geen rapport gepubliceerd. Ik wil dan ook niet vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek. Navraag bij UNRWA levert op dat vooralsnog geen informatie is gedeeld over dit lopende onderzoek jegens de UNRWA-medewerkers. UNRWA heeft daartoe wel verschillende verzoeken gedaan, zodat waar nodig reactie kan worden gegeven en/of actie ondernomen kan worden.
Deelt u de opvatting dat ook de schijn dat Nederlands belastinggeld direct of indirect terechtkomt bij personen met banden met terroristische organisaties volstrekt onacceptabel is?
Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 maart jl.1 benadrukt het kabinet de strikte voorwaarde dat publieke middelen onder geen enkel beding aangewend mogen worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen.
Welke garanties kunt u geven dat geen enkele euro Nederlands belastinggeld via UNRWA terechtkomt bij personen of organisaties die betrokken zijn bij terrorisme of terrorisme ondersteunen?
Het kabinet wil onder geen enkel beding dat publieke middelen aangewend worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen zoals Hamas. Berichtgevingen over potentiële banden van UNRWA met Hamas en mogelijke betrokkenheid van enkele individuele UNRWA-medewerkers bij de aanslagen van 7 oktober worden derhalve steeds serieus bekeken. Internationale, onafhankelijke onderzoeken tonen aan dat er tot op heden onvoldoende bewijs is geleverd ten aanzien van banden tussen UNRWA en Hamas. Uit het onafhankelijk onderzoek van Office of Internal Oversight Services (OIOS) naar mogelijke betrokkenheid van individuele UNRWA-medewerkers blijkt eveneens dat er onvoldoende bewijs was en het beschikbare bewijs niet kon worden geverifieerd. UNRWA heeft robuuste systemen ontwikkeld om eventuele misstanden te signaleren en gepaste actie te ondernemen, zoals de organisatie in het verleden ook heeft laten zien. Verder heeft UNRWA aangegeven alle aanbevelingen op te volgen uit het Colonna-rapport2 over de neutraliteit van de organisatie. Tot dusverre heeft UNRWA meer dan de helft van deze aanbevelingen geïmplementeerd en wordt voortgang geboekt op de overige aanbevelingen. Daarnaast neemt Nederland deel aan de werkgroep over neutraliteit en integriteit. Deze groep ziet nauw toe op de implementatie van de aanbevelingen.
Bent u bereid alle Nederlandse financiële bijdragen aan UNRWA onmiddellijk op te schorten? Zo nee, waarom niet?
Nederland blijft het door de Algemene Vergadering van de VN verleende mandaat van UNRWA steunen. De organisatie biedt belangrijke basisdiensten conform dit mandaat, zoals gezondheidszorg en onderwijs, aan Palestijnse vluchtelingen in de regio, inclusief Libanon, Jordanië en Syrië. Op deze manier draagt UNRWA bij aan de stabiliteit in een onrustige regio. Verder is UNRWA essentieel in het bieden van humanitaire hulp in zowel Gaza als Libanon.
Hoeveel Nederlands belastinggeld is sinds 7 oktober 2023 aan UNRWA verstrekt of toegezegd?
In totaal heeft Nederland in de periode sinds 7 oktober 2023 tot nu 63 miljoen euro bijgedragen aan UNRWA. Na 7 oktober heeft Nederland in 2023 een extra 18 miljoen euro bijgedragen gezien de hoge noden in de regio. In 2024, 2025 en 2026 heeft Nederland de jaarlijkse bijdrage aan UNRWA overgemaakt, waarvan 2025 en 2026 conform amendement Stoffer/Eerdmans3.
Welke concrete controles voert Nederland uit om te voorkomen dat Nederlands belastinggeld indirect ten goede komt aan terroristische organisaties?
Nederland werkt samen met professionele en betrouwbare maatschappelijke organisaties, die beleid en gedegen procedures hebben om risico’s van malversaties te verkleinen, en die adequaat optreden in geval van zowel aantijgingen als bewezen malversaties.
Besluiten om bepaalde organisaties te financieren worden altijd zorgvuldig genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Organisaties met wie Nederland samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluatie en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Indien uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andere malversaties, zal het ministerie daartegen optreden.
Ook is Nederland lid van de verschillende bestuursorganen van VN-organisaties, waarbij wordt toegezien op het effectief functioneren van de organisaties.
Eveneens bestaat het Multilateral Organisation Performance Assessment Network (MOPAN), waar Nederland ook lid van is en in 2025 voorzitter van was. Dit netwerk ziet toe op de effectiviteit, transparantie en resultaten van multilaterale organisaties, zoals de VN en de Wereldbank, middels onafhankelijke doorlichtingen.
Bent u bereid toekomstige Nederlandse bijdragen aan UNRWA definitief af te schaffen indien de ernstige beschuldigingen (gedeeltelijk) worden bevestigd? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 maart jl.4 benadrukt het kabinet de strikte voorwaarde dat publieke middelen onder geen enkel beding aangewend mogen worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen. Indien hier sprake van zou zijn dan wordt steun heroverwogen. Het kabinet neemt de risico's op onbedoelde financiering altijd serieus en Nederland zal, samen met andere donoren, scherp blijven toezien op de integriteit van de hulpverlening, ook in de toekomst.
Bent u bereid zich er in Europees- en internationaal verband voor in te zetten dat geen belastinggeld meer terechtkomt bij organisaties waarvan de neutraliteit ernstig ter discussie staat? Zo nee, waarom niet?
Nederland is voortdurend in contact met partners en andere lidstaten om te blijven toezien op de integriteit en neutraliteit van de hulpverlening.
Beschikt u of het kabinet over aanwijzingen dat sinds 7 oktober 2023 Nederlands overheidsgeld, direct of indirect, terecht is gekomen bij Hamas of aan Hamas gelieerde personen of organisaties, dan wel dat door Nederland gefinancierde humanitaire- of ontwikkelingshulp door Hamas is verduisterd, omgeleid of in beslag genomen? Zo ja, om welke bedragen, gevallen en maatregelen gaat het? Zo nee, op basis van welke informatie concludeert het kabinet dat hiervan geen sprake is?
Na de gebeurtenissen op 7 oktober 2023 zijn de due diligence-processen die ervoor moeten waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties tegen het licht gehouden. Daaruit bleek dat er geen signalen zijn dat geld voor Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse gebieden terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen en dat de processen op orde zijn, zoals gesteld in de brief die met de kamer op 11 oktober 2023 gedeeld is.5
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Ja.
Het aanstaande onbegeleid verlof van Appie A |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Herinnert u zich de antwoorden op Kamervragen over de kennelijk aanstaande vrijlating van Appie A. en het daaropvolgende commissiedebat Strafrechtelijke onderwerpen van 5 oktober 2022?1
Bent u bekend met het bericht «Nabestaanden in shock omdat Appie A. vrij rond mag lopen in de samenleving?»2
Kunt u toelichten waarom u heeft besloten Appie A. met onbegeleid verlof te sturen?
Waarom is de Kamer niet geïnformeerd over deze verlofbeslissing?
Klopt het dat uw ambtsvoorganger excuses heeft aangeboden aan de nabestaanden in deze zaak voor de gebrekkige communicatie in aanloop naar het besluit tot toelating tot de re-integratiefase in 2022 en concrete toezeggingen heeft gedaan over hoe de nabestaanden zouden worden gehoord over verlof?
Zijn in tegenstelling tot 2022 nu wel alle nabestaanden in deze zaak gehoord voordat de beslissing werd genomen om Appie A. met onbegeleid verlof te sturen? Zo nee, waarom niet?
Op grond van welke adviezen over de veiligheidsrisico’s heeft u dit besluit genomen?
Hoe heeft u de positie van de nabestaanden betrokken in het besluit om Appie A. met onbegeleid verlof te sturen?
Welke voorwaarden zijn verbonden aan het verlof van Appie A. en hoe is het toezicht op de naleving van deze voorwaarden georganiseerd?
Bent u voornemens Appie A. gratie te verlenen? Zo ja/nee, waarom?
Bent u voornemens de Kamer te informeren bij een positieve voordracht tot gratie in deze zaak net als uw ambtsvoorganger? Zo ja/nee, waarom?
Bent u bereid net als uw ambtsvoorganger om in gesprek te gaan met de nabestaanden?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor de voorziene verlofdatum van 22 juli 2026 beantwoorden?
De veiligheidssituatie in Ter Apel |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk de veiligheidssituatie op het voorterrein van het asielzoekerscentrum in Ter Apel zo ernstig inschatten dat zij hun medewerkers hebben teruggetrokken?1
Ja.
Heeft u kennisgenomen van het feit dat dit gebeurde nadat vorige week onder andere (minimaal) twee steekpartijen plaatsvonden in het asielzoekerscentrum?
Ja.
Heeft u kennisgenomen van het feit dat op de eerste avond dat medewerkers van het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk afwezig waren opnieuw meerdere vechtpartijen plaatsvonden bij het asielzoekerscentrum?2 3
Ja.
Klopt het dat ook buiten de hekken van het asielzoekerscentrum incidenten hebben plaatsgevonden, zoals het Rode Kruis heeft aangegeven?4 Kunt u uw antwoord toelichten?
Ja, zie in dit verband ook mijn nadere toelichting bij brief aan uw Kamer van 13 juli jl.5
Zijn naar aanleiding van de steek- en vechtpartijen in en rondom het asielzoekerscentrum gedurende de afgelopen twee weken aanhoudingen verricht en zo ja, hoeveel? Zo nee, hoe beoordeelt u dit?
In de eerste twee weken van juli zijn elf aanhoudingen verricht. Een deel van de verdachten waren eerder bekend bij de politie.
Wat betekent het voor de veiligheid van omwonenden dat in zo’n korte tijd zoveel geweldsdelicten plaatsvinden? Kunt u uw antwoord toelichten?
De overlastproblematiek en incidenten op het voorterrein zetten de veiligheid van medebewoners, medewerkers en vrijwilligers en dorpsbewoners nog verder onder druk. Dat vind ik onacceptabel. Daarom heb ik bij brief aan uw Kamer van 13 juli jl. extra maatregelen aangekondigd.6
Erkent u dat asielzoekers nog altijd vrij Ter Apel in kunnen en de veiligheid van omwonenden dus op geen enkele wijze kan worden gegarandeerd? Kunt u uw antwoord toelichten?
Overlast en crimineel gedrag wordt niet getolereerd. Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om overlastgevers te sanctioneren. Dat betekent dat bij overlastgevend gedrag met zware impact, waar mogelijk aanvullend op strafrechtelijke maatregelen, ook vanuit de vreemdelingenketen een vrijheidsbeperkende maatregel kan worden opgelegd.
Hoe beoordeelt u het feit dat er volgens inwoners van het asielzoekerscentrum «elke dag wordt gevochten»?5
Overlast, intimidatie, bedreiging en criminaliteit door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet om de druk op de opvang te verkleinen. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang. Het is hierbij cruciaal dat eenieder in veiligheid het werk uit kan voeren.
Wat vindt u ervan dat inwoners van Ter Apel nachtelijke onrust en een gevoel van onveiligheid ervaren?6
Zie antwoord vraag 8.
Welke veiligheidsmaatregelen – denk aan het vastzetten van overlastgevers, preventief fouilleren, invoering van een avondklok voor asielzoekers, enzovoort – bent u bereid te nemen teneinde de veiligheid van omwonenden per direct te verbeteren? Kunt u uw antwoord toelichten?
Het is onaanvaardbaar dat inwoners van Ter Apel, maar ook medebewonershulpverleners en medewerkers op het azc, zich onveilig voelen door incidenten. Daarom heb ik zoals toegelicht bij brief van 13 juli jl.9 extra maatregelen genomen om de veiligheidssituatie in Ter Apel te versterken.
Bent u tijdens uw afgelopen bezoek aan Ter Apel ook daadwerkelijk in het asielzoekerscentrum geweest?7 Zo ja, wat was uw indruk van de situatie? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik heb een bezoek gebracht aan de boa’s van de flexpool boa, waarmee ik naar het centrum van Ter Apel en het voorterrein bij het AZC ben geweest. Verder ben ik in gesprek gegaan met de burgemeesters van Westerwolde en Emmen. Ook heb ik besprekingen gevoerd met de verschillende ondernemers in het centrum van Ter Apel en Nieuw- Weerdinge en heb ik gesproken met inwoners.
Klopt het dat u tijdens uw afgelopen bezoek aan Ter Apel hebt gesproken met ondernemers? Zo ja, wat zeiden zij tegen u?
Ik heb tijdens mijn werkbezoek een wandeling gemaakt door het centrum van Ter Apel en een bezoek gebracht aan de ondernemers. Zij gaven mij inzage in de overlast die zij ervaren door een relatief kleine groep overlastgevers van het azc.
Heeft u ook gesproken met omwonenden van het asielzoekerscentrum? Zo ja, wat gaven zij aan? Zo nee, waarom bent u niet met hen in gesprek geweest?
Ik heb gesproken met een aantal ondernemers, maar ook inwoners tijdens mijn wandeling met de boa’s van de flexpool boa’s in het centrum van Ter Apel. De inwoners hebben hun zorgen geuit en ook met hen heb ik gesproken over extra maatregelen om de veiligheidssituatie in Ter Apel te verbeteren.
Erkent u dat de belangen van asielzoekers ten koste gaan van de belangen van (de veiligheid van) Nederlanders (en vice versa)? Kunt u uw antwoord toelichten?
Mensen die in Nederland asiel aanvragen hebben recht op opvang. Daarnaast is het bieden van bescherming aan vreemdelingen op de vlucht voor oorlog en geweld een wettelijke en humanitaire verplichting. Dit mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en veiligheid.
Welke belangen hebben voor u prioriteit: de belangen van asielzoekers of de belangen van (de veiligheid van) Nederlanders? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 14.
Bent u het eens met de stelling dat geweldplegers in en rondom het asielzoekerscentrum in Ter Apel geen plek verdienen in Nederland en (na eventuele berechting) zo snel mogelijk moeten worden teruggestuurd naar hun landen van herkomst? Zo ja, hoe gaat u dat regelen? Zo nee, waarom niet?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Lijkt het u verstandig om asielzoekers, onder wie zich ernstige bedreigingen voor de openbare orde en veiligheid bevinden, te verspreiden over Nederland? Zo ja, waarom wel? Zo nee, bent u dan bereid om de Spreidingswet in te trekken?
Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen, is het van belang dat de straf- en
vreemdelingrechtelijke consequenties hiervan worden bezien. Het uitgangspunt van het openbare-ordebeleid is dat vreemdelingen die (ernstige) misdrijven plegen niet in aanmerking komen voor verblijf in Nederland. Na een afwijzend besluit of een intrekking van de IND start de DTenV het terugkeerproces. Dit kan, afhankelijk van de situatie, vanuit strafdetentie of (aansluitend in) vreemdelingenbewaring plaatsvinden. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Hoe beoordeelt u het feit dat de asielinstroom in de week van 29 juni tot en met 5 juli 890 personen bedroeg en dit aantal weinig tot niet afwijkt van de wekelijkse asielinstroom in de afgelopen maanden?
Het aantal van 890 personen asielinstroom is in lijn met de actuele prognoses binnen de Migratieketen. Deze aantallen omvatten naast nieuwe eerste asielaanvragen ook nareizigers en herhaalde aanvragen. De directe effecten van de inwerkingtreding van het Europees Asiel- en Migratiepact op de asielinstroom zijn nog niet in concrete cijfers uit te drukken omdat de wetgeving pas een maand geleden in werking is getreden.
Wat gaat u doen om de asielinstroom te beperken? Kunt u uw antwoord toelichten?
Het kabinet zet zich op verschillende manieren in om de instroom te beperken. Zo wordt uitvoering gegeven aan de Wet Tweestatusstelsel en wordt uitvoering gegeven aan het Europese Migratiepact dat op 12 juni jl. in werking is getreden. Hierin zijn verschillende instroombeperkende maatregelen opgenomen die de instroom van asielzoekers en nareizigers naar Nederland moet verminderen. Hierbij kan gedacht worden aan strengere controles aan de buitengrenzen en strengere eisen die gesteld worden aan de mogelijkheid om na te reizen. Binnen de EU wordt nareis tegengegaan door het Europees Asiel- en Migratiepact. Door intensievere samenwerking met derde landen worden asielprocedures sneller afgehandeld en het «veilig derde land»-concept verruimd, waardoor nareis vaker kan worden geweigerd of behandeld in landen buiten Europa.
Bent u bereid om per direct een asielstop in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop.
Dit kabinet kiest voor meer grip op migratie door de instroom te verlagen en vertrek van uitgeprocedeerde asielzoekers te verhogen.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja, ik heb het zo snel mogelijk beantwoord. Omwille van de leesbaarheid heb ik soms de beantwoording van vragen samengetrokken.
Het nieuwsbericht “Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Deelt u de opvatting dat asielzoekers in Nederland te gast zijn en dat van gasten mag worden verwacht dat zij zich gedragen, zich aan onze regels houden en de veiligheid van anderen niet in gevaar brengen? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Deelt u de opvatting dat mensen die werkelijk op de vlucht zijn voor oorlog en geweld dankbaar behoren te zijn voor de bescherming en opvang die Nederland hun biedt en dat de dagelijkse vechtpartijen, intimidatie en wapengeweld rond Ter Apel daar volstrekt haaks op staan? Zo nee, waarom niet?
Mensen die in Nederland asiel aanvragen hebben recht op opvang. Daarnaast is het bieden van bescherming aan vreemdelingen op de vlucht voor oorlog en geweld een wettelijke en humanitaire verplichting. Dit mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en veiligheid. Overlast, in welke vorm dan ook, wordt niet getolereerd.
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»1, waarin een asielzoeker die zelf in de opvang verblijft verklaart dat er élke dag wordt gevochten? Erkent u dat dit geen incident is, maar de dagelijkse realiteit van de asielopvang is geworden? Zo nee, waarom niet?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd2. In de afgelopen periode is de druk op de opvang verder toegenomen door een landelijk tekort aan opvangplekken. Om die reden heeft het COA op 20 mei jl. moeten besluiten over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel. Door deze gecontroleerde toegang is de situatie ontstaan dat asielzoekers die niet in aanmerking komen voor opvang op grond van de kwetsbaarheidstoets tijdelijk op het voorterrein bij de opvanglocatie verblijven. Zij worden wel geregistreerd. Op het voorterrein hebben zich in de afgelopen periode verschillende incidenten voorgedaan, de maatregelen die werden genomen hebben niet gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterde. Om die reden heb ik aanvullende maatregelen genomen. Over deze maatregelen heb ik uw Kamer op 13 juli per brief geïnformeerd.
Wat is uw reactie op het feit dat de politie de afgelopen week meerdere steekincidenten in Ter Apel meldde en dat er volgens het Rode Kruis ook buiten de hekken opstootjes zijn geweest?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen.
Beseft u dat het Rode Kruis – een organisatie die normaal juist actief is in ramp- en oorlogsgebieden – zich vanwege de onveiligheid heeft teruggetrokken van het voorterrein, en dat kort daarna ook VluchtelingenWerk vertrok? Wat zegt het volgens u over de staat van het Nederlandse asielsysteem dat zelfs een noodhulporganisatie de opvang hier te gevaarlijk vindt? Zo u dit niet veelzeggend acht, waarom niet?
Ik betreur het feit dat de situatie is ontstaan dat de hulpverleners van het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk Nederland zich niet langer veilig voelden en hun werk op het voorterrein tijdelijk moesten stopzetten. Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen om de veiligheid van hulpverleners, medewerkers en bewoners te borgen. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Kunt u aangeven of soortgelijke veiligheidsproblemen – dagelijks geweld, steekincidenten en het terugtrekken van hulporganisaties wegens onveiligheid – zich ook voordoen bij aanmeld- en opvangcentra in andere Europese landen, of is de situatie in Ter Apel uitzonderlijk? Kunt u dit onderbouwen met concrete voorbeelden en cijfers uit vergelijkbare landen?
Overlast en daarmee samenhangende veiligheidsproblemen zijn niet uniek voor Nederland.3 Exacte cijfers per land zijn niet te geven, onder meer vanwege de verschillende wijze van registreren en openbaar rapporteren.
Indien blijkt dat andere landen met een strenger toelatings-, screenings- en terugkeerbeleid minder van dit soort geweld en overlast kennen, welke conclusie verbindt u daaraan voor het Nederlandse beleid? Zo u daaraan geen conclusie verbindt, waarom niet?
Met de ingang van het Europees Asiel – en Migratiepact op 12 juni jl. zijn nieuwe regels in werking getreden. Het pact is opgesteld om op eenduidige wijze illegale immigratie tegen te gaan en bestaat uit verschillende verordeningen en een richtlijn die zorgen voor een strenger toelatings-, screenings- en terugkeerbeleid binnen de EU-lidstaten. Ik ben ervan overtuigd dat dit meehelpt om te komen tot meer grip op migratie door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen.
Deelt u de analyse dat het volledig ontsporen van de veiligheid het directe gevolg is van de massale, ongecontroleerde instroom en dat het aanmeldcentrum sinds half mei zó overvol is dat mensen buiten op het voorterrein moeten verblijven? Zo nee, waarom niet?
Nee, het COA heeft op 20 mei jl. het besluit moeten nemen om over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel, vanwege de aanhoudende druk op deze locatie door het tekort aan opvangplekken. Hierdoor is het niet mogelijk om asielzoekers vanuit Ter Apel voldoende door te laten stromen naar locaties elders in Nederland. Tegelijkertijd blijf ik me inzetten om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen.
Klopt het dat een deel van de aanwezigen kampt met zware mentale problematiek, zoals in het artikel wordt beschreven, en dat deze personen tussen de overige bewoners worden geplaatst? Kunt u aangeven welke screening op psychische gesteldheid plaatsvindt vóórdat iemand tot de opvang en de asielprocedure wordt toegelaten en hoe vaak dergelijke personen betrokken zijn bij geweld?
Zoals ik heb aangegeven in mijn brief van maandag 13 juli jl. worden asielzoekers die net aankomen in Ter Apel overdag opgevangen in het (voormalig) DISA-pand van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) op het aanmeldterrein4 5. Hiermee wordt voorkomen dat zij in onveiligheid verkeren vanwege overlast door anderen. Deze dagopvang is daarmee bedoeld voor asielzoekers die als gevolg van de gecontroleerde toegang in Ter Apel nog geen opvangplek bij het COA krijgen. Dit heeft als resultaat dat asielzoekers die aankomen in Ter Apel niet op het voorterrein zullen verblijven, maar in- en bij het DISA-pand dat op een apart deel van het terrein gevestigd is.
Bij aankomst in Nederland vindt, voor de toelating tot de asielprocedure en opvang, geen uitgebreide screening op de algemene psychische gesteldheid plaats. Er wordt wel gescreend op openbare orde/veiligheid (door de IND) en op specifieke infectieziekten zoals tuberculose. Na toelating tot de opvang beoordeelt het COA of acute medische of psychische zorg noodzakelijk is. Er wordt niet bijgehouden hoeveel mensen met een psychische aandoening overlast veroorzaken.
Wat voor mensen laat Nederland op dit moment eigenlijk binnen? Is er, voordat iemand wordt opgevangen, deugdelijk zicht op identiteit, achtergrond, strafblad en psychische gesteldheid, of gebeurt toelating grotendeels op vertrouwen en op basis van niet-verifieerbare verklaringen? Zo er onvoldoende zicht is, acht u dat aanvaardbaar, en waarom?
De screening van asielzoekers bestaat uit vier hoofdonderdelen: een identiteitsvaststelling en registratie, een veiligheids- en antecedentenonderzoek, een gezondheidscheck en een beoordeling op kwetsbaarheid. De gezondheidscheck wordt uitgevoerd door de Geneeskundige Zorg Asielzoekers (GZA) om de volksgezondheid te beschermen, hierbij valt te denken aan een TBC-onderzoek. Bij de beoordeling op kwetsbaarheid wordt gekeken of de asielzoeker extra zorg of begeleiding nodig heeft tijdens de procedure en opvang. Dit kan gelden voor minderjarigen (alleenstaand of met familie), zwangere vrouwen, slachtoffers van mensenhandel of mensen met zware gezondheidsproblemen. Na toelating tot de opvang beoordeelt het COA of acute medische of psychische zorg noodzakelijk is.
Met invoering van het Migratiepact is de screening van vreemdelingen die in Ter Apel asiel aanvragen bij de IND ondergebracht. Tijdens de screening wordt ook informatie opgehaald ter voorbereiding van de behandeling van de asielaanvraag.
Wat is uw reactie op de verklaring van een voormalige beveiliger van Ter Apel, die vertelt dat hij aanvankelijk medelijden had, maar na enkele weken concludeerde «dit hoort hier niet thuis», en tijdens een nachtdienst alleen tegenover vijf agressieve bewoners stond? Deelt u de opvatting dat de overheid volstrekt tekortschiet in de bescherming van haar eigen personeel en hulpverleners? Zo nee, waarom niet?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Juist om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Uw Kamer is hierover op maandag 13 juli jl. geïnformeerd.
Als asielzoekers zich nú al, in de allereerste fase van hun verblijf, structureel misdragen met geweld en wapens, wat is dan uw verwachting voor hun gedrag wanneer zij straks in gemeenten en wijken worden gehuisvest? Deelt u de vrees dat dit een voorbode is van problemen die zich via de Spreidingswet over heel Nederland zullen verspreiden? Zo nee, waarom niet?
De overlast op het voorterrein in Ter Apel werd veroorzaakt door een relatief kleine groep mensen, vaak met een kansarme asielaanvraag, die op de locatie Ter Apel verbleef of mensen van elders zonder een asielaanvraag. Het is niet de verwachting dat deze mensen in aanmerking komen voor een inwilliging van de asielaanvraag. Asielzoekers met een afwijzing van de asielaanvraag dienen terug te keren naar het land van herkomst en zullen niet gehuisvest worden in de gemeenten. Asielzoekers met een kansarme aanvraag worden met voorrang afgehandeld in de versnelde asielprocedure.
Deelt u de conclusie dat de politie er niet in is geslaagd de veiligheid rond Ter Apel te waarborgen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid onmiddellijk extra ME (Mobiele Eenheid), marechaussee en beveiliging permanent te stationeren? Zo nee, waarom niet?
In de afgelopen zeven weken hebben verschillende incidenten plaatsgevonden op het voorterrein in Ter Apel. De overlast werd veroorzaakt door een kleine groep mensen, vaak met een kansarme asielaanvraag, die op de locatie Ter Apel verbleef of mensen van elders zonder een asielaanvraag.
Er zijn verschillende maatregelen genomen om de veiligheid van de hulpverleners, medewerkers en asielzoekers te kunnen borgen.Dit heeft er helaas niet voor gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterd is. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Uw Kamer is hierover op maandag 13 juli jl. geïnformeerd. Vanzelfsprekend blijf ik hier strak op toezien en staat mijn departement in nauw contact met alle ketenpartners.
Bent u bereid onmiddellijk een asielstop in te voeren, te beginnen bij Ter Apel, totdat de veiligheid volledig is gegarandeerd en er deugdelijke screening plaatsvindt van wie hier wordt toegelaten? Zo nee, waarom niet?
Bij brief van 13 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de extra maatregelen naar aanleiding van de situatie in Ter Apel. Wanneer asielzoekers onherroepelijk veroordeeld zijn voor een misdrijf, beoordeelt de IND altijd of dit ook verblijfsrechtelijke gevolgen heeft. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verblijfsduur van de vreemdeling en de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Na een weigering of intrekking van de verblijfsvergunning door de IND start de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) het terugkeerproces. Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarnaast blijf ik mij inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Bent u bereid asielzoekers die betrokken zijn bij geweld, wapenbezit of vechtpartijen per direct in vreemdelingenbewaring te plaatsen, hun aanvraag af te wijzen op grond van openbare orde, en hen versneld uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Hoeveel van de betrokkenen bij deze incidenten verblijven illegaal in Nederland, hebben al een afwijzing gehad, of hadden allang uitgezet moeten zijn? Kunt u dit exact per categorie uitsplitsen?
Die gegevens worden niet als zodanig categorisch geregistreerd bij de aanhouding voor een strafbaar feit en zijn daarom niet systematisch te herleiden. De politie registreert bij een strafbaar feit in de regel identiteitsgegevens (zoals naam, geboortedatum, nationaliteit) en zaakgegevens. De politie registreert hierbij niet of de betreffende persoon een asielzoeker is. Verblijfsrechtelijke informatie wordt geraadpleegd en vastgelegd als dat noodzakelijk is voor het doel van het onderzoek of voor vreemdelingentoezicht. In zulke gevallen wordt de AVIM betrokken en kan afstemming met IND plaatsvinden.
Bent u bereid deze vragen, gezien de acute veiligheidsdreiging, binnen een week te beantwoorden en op zeer korte termijn een spoeddebat met de Kamer te voeren over de ineenstorting van de openbare orde rond Ter Apel? Zo nee, waarom niet?
De gestelde vragen in deze set zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Berichtgeving dat voormalig minister Brekelmans een operatie tegen Jos Leijdekkers heeft tegengehouden |
|
Maikel Boon (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Waarom geeft u wel een algemeen antwoord1 over het belang van de aanhouding van Jos Leijdekkers, maar weigert u in te gaan op de concrete beschuldigingen2 dat voormalig Minister Brekelmans vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid een rol heeft gespeeld bij de besluitvorming over de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers?
Waarom beroept u zich op operationele vertrouwelijkheid om geen antwoord te geven op vragen over de politieke verantwoordelijkheid van voormalig Minister Brekelmans? Welk concreet operationeel of veiligheidsbelang wordt volgens u geschaad door te bevestigen of te ontkennen of voormalig Minister Brekelmans vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers heeft tegengehouden?
Deelt u de mening dat, indien voormalig Minister Brekelmans vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers heeft tegengehouden en daarmee zijn eigen belang boven het landsbelang heeft gesteld, de Kamer en de Nederlandse samenleving het recht hebben dit te weten? Zo nee, waarom niet?
Aangezien u deze vraag in de beantwoording van de eerdere Kamervragen onbeantwoord heeft gelaten, verzoek ik u nogmaals het volgende aan te geven: welke rol heeft voormalig Minister Brekelmans gespeeld bij de besluitvorming over de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers en heeft hij daarbij vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid bezwaar gemaakt tegen de uitvoering van die voorgenomen operatie?
Het nieuwsbericht “Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»?1
Ja
Heeft u kennisgenomen van de eerdere schriftelijke vragen die ik over de situatie rond Ter Apel heb gesteld?
Ja
Waarom moet de Kamer via de media vernemen dat de situatie in Ter Apel zo ernstig is dat zelfs het Rode Kruis en VluchtelingenWerk zich hebben teruggetrokken? Waarom bent u hierover niet uit eigen beweging naar de Kamer gekomen?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd.2 In de afgelopen periode is de druk op de opvang verder toegenomen door een landelijk tekort aan opvangplekken. Om die reden heeft het COA op 20 mei jl. moeten besluiten over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel. Door deze gecontroleerde toegang is de situatie ontstaan dat asielzoekers die niet in aanmerking komen voor opvang op grond van de kwetsbaarheidstoets tijdelijk op het voorterrein bij de opvanglocatie verblijven. Zij worden wel geregistreerd. Op het voorterrein hebben zich in de afgelopen periode verschillende incidenten voorgedaan, de maatregelen die werden genomen hebben niet gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterde. Om die reden heb ik aanvullende maatregelen genomen. Over deze maatregelen heb ik uw Kamer op maandag 13 juli jl. geïnformeerd.
Hoe lang bent u er al mee bekend dat er dit soort ernstige incidenten – geweld, steekpartijen, wapenbezit – spelen in en rond Ter Apel? Sinds welk moment precies?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd.3
Kunt u een volledig overzicht geven van alle geweld- en overlastincidenten in en rond het aanmeldcentrum Ter Apel in 2026, uitgesplitst naar aard van het incident (mishandeling, bedreiging, wapenbezit, steekincident, vernieling, et cetera)?
Jaarlijks publiceert het COA een overzicht van alle incidenten in de opvanglocaties, waaronder Ter Apel Voor een cijfermatig overzicht van het aantal verdachtenregistraties van COA-bewoners en de strafrechtelijke afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwijs ik naar de zogeheten Incidentenmonitor van het WODC. Op 2 juli jl. is de rapportage over 2019–2025 door het WODC gepubliceerd en naar de Kamer gestuurd.4
Hoe is de situatie bij de overige asielzoekerscentra in Nederland? Kunt u per locatie een overzicht geven van het aantal geweld- en overlastincidenten in 2026?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid ervoor te zorgen dat voortaan bij álle strafbare feiten die door asielzoekers worden gepleegd aangifte wordt gedaan en vervolging plaatsvindt? Zo nee, waarom niet?
Indien sprake is van strafbare feiten of vermoedens daarvan, doet het COA melding en/of aangifte bij de politie, of adviseert bewoners zelf om melding en/of aangifte te doen. COA blijft het doen van aangifte stimuleren zodat daadwerkelijk strafrechtelijke opvolging kan plaatsvinden.
Hoe vaak worden op dit moment strafbare feiten door asielzoekers gepleegd zonder dat daarvan aangifte wordt gedaan? Kunt u dit in cijfers uitdrukken, en zo nee, waarom houdt u dit niet bij?
Voor een cijfermatig overzicht van het aantal verdachtenregistraties van COA-bewoners en de strafrechtelijke afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwijs ik naar de zogeheten Incidentenmonitor van het WODC. Op 2 juli jl. is de rapportage over 2019–2025 door het WODC gepubliceerd.5
Bent u bereid de Kamer voortaan proactief en periodiek te informeren over strafbare feiten die door asielzoekers worden gepleegd? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 8.
De vechtpartijen op het voorterrein van Ter Apel na het vertrek van het Rode Kruis |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten over de vechtpartijen op voorterrein Ter Apel op de eerste avond zonder Rode Kruis?1 2 3
Ja.
Kunt u bevestigen dat er op de eerste avond nadat het Rode Kruis en VluchtelingenWerk hun hulpverlening op het voorterrein van Ter Apel hebben gestaakt, meerdere opstootjes en vechtpartijen hebben plaatsgevonden tussen een groep mannen en vluchtelingen uit het aanmeldcentrum?
De afgelopen weken, ook voordat het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk op vrijdagavond 10 juli hun hulpverlening op het voorterrein van Ter Apel tijdelijk hebben neergelegd, hebben zich helaas verschillende incidenten voorgedaan.
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen om te komen tot een situatie waarin iedereen op een veilige manier zijn werk en taken kan uitvoeren, waar ik uw Kamer bij brief van 13 juli over heb geïnformeerd.4
Bent u het eens met de stelling dat het feit dat er, direct na het vertrek van hulporganisaties, al vechtpartijen uitbreken, precies bevestigt waarvoor al langer werd gewaarschuwd, namelijk dat de veiligheidssituatie in Ter Apel volstrekt onhoudbaar is geworden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u bevestigen of beveiligers en agenten bij elke confrontatie hebben ingegrepen, en zo niet, waarom niet in alle gevallen is ingegrepen?
In de eerste twee weken van juli zijn elf aanhoudingen verricht. Een deel van de verdachten waren eerder bekend bij de politie.
Zijn er naar aanleiding van deze vechtpartijen arrestaties verricht? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit alsnog te (laten) onderzoeken?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u het eens met de stelling dat de beslissing van het Rode Kruis en VluchtelingenWerk om zich terug te trekken, na twee steekincidenten in twee dagen tijd, een ernstig signaal is dat het kabinet al veel eerder had moeten oppakken? Zo nee, waarom niet?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Om te komen tot structurele oplossingen zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang. Het is hierbij cruciaal dat eenieder in veiligheid het werk uit kan voeren.
Kunt u aangeven welke concrete maatregelen er sinds het vertrek van deze hulporganisaties zijn genomen om de veiligheid van medewerkers, beveiligers en asielzoekers op het voorterrein te waarborgen?
Voor wat betreft de concrete maateregelen die ik heb genomen verwijs ik naar mijn brief5 aan uw Kamer van 13 juli jl. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet.
Bent u het eens met de stelling dat het onacceptabel is dat een kleine groep mensen met weinig kans op asiel, zoals VluchtelingenWerk zelf aangeeft, verantwoordelijk is voor een dusdanig onveilige situatie dat hulporganisaties zich genoodzaakt zien te vertrekken? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Bent u bereid deze groep overlastgevers met voorrang uit te zetten of in vreemdelingenbewaring te plaatsen, in plaats van het probleem te laten voortduren op kosten van de veiligheid van al het personeel op het voorterrein?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Erkent u nu eindelijk dat er sprake is van een asielcrisis, en bent u bereid de grenzen te sluiten? Zo nee, waarom niet?
De inzet van de aanpak van overlast is helder: negatief gedrag niet tolereren en normerend optreden. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarbij ben ik bereid om alle juridische ruimte te gebruiken, maar zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte om de grenzen te sluiten.
Het bericht Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»?1
Ja.
Heeft u kennisgenomen van de eerdere schriftelijke vragen die ik over de situatie rond Ter Apel heb gesteld?
Ja.
Bent u bereid direct in te grijpen, alle misdragende asielzoekers onmiddellijk op te pakken, vast te zetten en uit te zetten, de orde te handhaven bij alle asielzoekerscentra en per direct een totale asielstop in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Bij brief van 13 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de extra maatregelen naar aanleiding van de situatie in Ter Apel.2 Wanneer asielzoekers onherroepelijk veroordeeld zijn voor een misdrijf, beoordeelt de IND altijd of dit ook verblijfsrechtelijke gevolgen heeft. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verblijfsduur van de vreemdeling en de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Na een weigering of intrekking van de verblijfsvergunning door de IND start de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) het terugkeerproces. Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarnaast blijf ik mij inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
De dood van Karin in Nieuw-Vennep en de gevaren van open grenzen |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de gewelddadige dood van Karin (59), medewerkster van ABN AMRO, die op 30 maart jl. is omgekomen op een parkeerplaats bij het station in Nieuw-Vennep?1
Klopt het dat de verdachte, Adil Q. (36), de Italiaanse nationaliteit heeft, dat hij al eerder – rond 12 maart – is aangehouden voor winkeldiefstal, en dat hij ook betrokken was bij een mishandelingszaak in Amsterdam?
Deelt u de mening dat het volstrekt onbegrijpelijk is dat iemand die al meerdere keren met justitie in aanraking is gekomen en kampt met ernstige psychiatrische problematiek, gewoon vrij door Nederland kon blijven rondlopen totdat hij een vrouw het leven benam? Zo nee, waarom niet?
Was bij de Nederlandse autoriteiten bekend dat de verdachte in zijn land van herkomst behandeling voor zijn psychiatrische problematiek heeft geweigerd? Zo ja, waarom is hier destijds niets mee gedaan? Zo nee, hoe kan het dat zulke cruciale informatie niet beschikbaar was?
Is naar aanleiding van de aanhouding voor winkeldiefstal begin maart een risico-inschatting gemaakt over mogelijk gevaar voor de openbare orde en veiligheid? Zo ja, wat was de uitkomst en waarom is deze man dan niet direct aangepakt? Zo nee, deelt u de mening dat dit een ernstig gebrek aan alertheid van politie en justitie blootlegt?
Deelt u de conclusie dat dit drama een zoveelste voorbeeld is van hoe het vrije verkeer van personen binnen de EU – zonder verplichte, uniforme uitwisseling van strafrechtelijke en psychiatrische gegevens – de veiligheid van Nederlanders in gevaar brengt? Zo nee, hoe verklaart u dan dat deze man ondanks een strafblad gewoon in Nederland kon wonen en werken?
Bent u bereid zich in Brussel hard te maken voor een verplichte uitwisseling van strafrechtelijke gegevens tussen EU-lidstaten, zodat dit soort zaken niet buiten beeld blijven van de Nederlandse autoriteiten? Zo nee, hoe lang moeten Nederlandse vrouwen als Karin nog de prijs betalen voor dit gebrek aan grip op onze grenzen?
Deelt u de mening dat politie en Openbaar Ministerie in hun eigen berichtgeving open en duidelijk moeten zijn over relevante achtergrondkenmerken van verdachten, zoals nationaliteit en strafrechtelijk verleden, in plaats van dit te verhullen achter algemene termen als «arbeidsmigrant»? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om buitenlanders, inclusief EU-burgers, met criminele antecedenten direct na hun (laatste) veroordeling of aanhouding ons land uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Kunt u een overzicht geven van het aantal geweldsmisdrijven in de afgelopen vijf jaar waarbij EU-arbeidsmigranten met een strafblad en/of bekende psychiatrische problematiek betrokken waren? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit alsnog in kaart te brengen?
Op welke termijn kunt u de Kamer nader informeren over deze zaak en over concrete maatregelen om herhaling te voorkomen?
Het bericht “Grote meerderheid Nederlanders vindt dat politie gezagsprobleem heeft” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Grote meerderheid Nederlanders vindt dat politie gezagsprobleem heeft», waaruit blijkt dat 84% van de Nederlanders vindt dat de politie een gezagsprobleem heeft en 87% vindt dat harder moet worden opgetreden bij overtredingen en misdrijven?1
Hoe beoordeelt u deze cijfers, mede in het licht van de recente ongeregeldheden na voetbalwedstrijden van Marokko, waarbij de politie moest ingrijpen?
Deelt u de conclusie dat het overgrote deel van de bevolking het gezag van de politie in het geding ziet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit gezag te herstellen?
Kunt u aangeven in hoeverre eerdere incidenten van openbare-ordeverstoringen na voetbalinterlands zijn geëvalueerd, en welke lessen daaruit zijn getrokken voor de aanpak van vergelijkbare ongeregeldheden in de toekomst?
Klopt het dat de politie in bepaalde wijken en steden terughoudend is met optreden of bepaalde gebieden mijdt? Zo ja, in welke steden en gebieden? Sinds wanneer is dit beleid of deze praktijk aan de orde, en op welke schaal komt dit in Nederland voor?
Bent u van mening dat het mijden van wijken door de politie bijdraagt aan het door de bevolking ervaren gezagsprobleem?
Welke stappen heeft u sinds uw aantreden ondernomen en welke stappen onderneemt u om te voorkomen dat er in de praktijk sprake is van gebieden waar de rechtsstaat minder hard geldt?
Bent u bereid te onderzoeken welke rol de handhavingscapaciteit, het sanctiebeleid en de strafmaat spelen in het gevoel van straffeloosheid dat aan dit gezagsprobleem lijkt bij te dragen?
Bent u bereid, gelet op de wens van 87% van de Nederlanders om harder op te treden tegen overtredingen en misdrijven, op korte termijn met concrete voorstellen te komen om de handhaving en het gezag van de politie te versterken? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer deze voorstellen verwachten?
Bent u zich ervan bewust dat het nu primair aan u is om het gezag van de politie te herstellen?
Bent u bekend met het rapport «Regeren is vooruitzien» van Offlimits en met de steunbetuigingen van de Politie, het Centrum Seksueel Geweld, Fonds Slachtofferhulp en De Waag Nederland?1
Deelt u de conclusie van de Politie dat Offlimits «voorziet in een behoefte waarin een andere organisatie niet kan voorzien» en dat er «geen alternatief» is voor deze laagdrempelige meldvoorziening? Zo nee, welke andere partijen kunnen het meldpunt, de hulplijn en de preventielijn dan wel op vergelijkbare schaal, snelheid en expertise overnemen en hoe wordt dat bekostigd?
Kunt u bevestigen dat het aantal meldingen van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik bij het Team Bestrijding Kindermisbruik en Kindersekstoerisme (TBKK) van de Politie is gestegen van 26.000 in 2020 naar 70.000 in 2024 en dat het aantal door Offlimits verwerkte URL’s is gestegen van 60.062 in 2024 naar bijna een miljoen (927.581) in 2025? Hoe verklaart u deze stijging?
Hoe beoordeelt u de snelle toename van AI-gegenereerd misbruikmateriaal, waarbij de analisten van Offlimits in 2025 al 2.200 met AI gegenereerde beelden analyseerden en het National Center for Missing & Exploited Children een stijging zag van 700 meldingen in 2023 naar 67.000 in 2024? Welke stappen onderneemt u om deze specifieke, snelgroeiende vorm van materiaal aan te pakken?
Bent u bekend met de omvang van de verspreiding van niet-consensueel beeldmateriaal, zoals naaktbeelden die zonder toestemming worden gedeeld en via zogenoemde «nudify»-technologie worden gemaakt, waarbij onderzoek van Rutgers laat zien dat 18% van de jongeren ongewenst een naaktbeeld ontving, 3% gedwongen werd een naaktbeeld te maken en 1% te maken kreeg met een zonder toestemming doorgestuurd naaktbeeld? Deelt u de zorg van Fonds Slachtofferhulp dat dit probleem, mede door AI-deepfakes, kan uitgroeien tot «epidemische proporties»?
Klopt het dat de Europese Unie dit jaar al € 400.000,- bezuinigt op de financiering van Offlimits en dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid vanaf 2027 structureel € 450.000,- gaat bezuinigen? Kunt u dit bevestigen en toelichten, gezien het jaarlijks sterk groeiende aantal meldingen en de sterk groeiende hulpvraag?
Wordt de incidentele bijdrage van € 500.000,- vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de aanpak van zogenoemde «harmful but lawful»-content na 2027 al dan niet gecontinueerd? Zo nee, waarom niet?
Wat is volgens u de verwachte groei van het aantal meldingen en hulpvragen in de komende twee jaar? Hoe verhoudt een dergelijke verwachting, door Offlimits geraamd op circa 30% groei per jaar, zich tot de voorgenomen bezuinigingen vanaf 2027?
Deelt u de analyse dat Offlimits vanaf 2027 structureel circa € 1.000.000,- (ongeveer 20% van haar begroting) tekortkomt en dat dit zou betekenen dat jaarlijks circa 200.000 gemelde misbruikbeelden niet beoordeeld worden, 400 hulpvragers bij de preventielijn niet geholpen worden en 2.000 slachtoffers bij de hulplijn geen hulp krijgen? Zo nee, van welke cijfers gaat u dan uit?
Is voorzien welke partij de taken van Offlimits overneemt indien deze bezuinigingen doorgaan en Offlimits genoodzaakt is af te schalen? Wat is de verwachte impact hiervan op de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal, op de Politie (met name het TBKK) en op andere hulporganisaties zoals Stichting 113 Zelfmoordpreventie en het Centrum Seksueel Geweld, die nu mede afhankelijk zijn van de doorverwijzing en triage door Offlimits?
Bent u bereid te voorkomen dat de Kamer, zoals de afgelopen twee jaar toen dat via een Kamerbreed aangenomen amendement gebeurde, voor de derde keer op rij zelf het financieringstekort van Offlimits moet repareren en in plaats daarvan te komen tot een structureel financieringsmodel?
Bent u bereid de Kamer, tijdig voor de behandeling van de begroting voor 2027, te informeren over hoe u de financiering van Offlimits gaat borgen?
Kunt u de vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Bent u bekend met het bericht dat de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft geoordeeld dat de AIVD en MIVD niet zorgvuldig zijn omgegaan met verzamelde persoonsgegevens? (Kamerstuk 36 263, nr. 50)
Onderschrijft u dat juist van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), gelet op de aard en gevoeligheid van de gegevens die zij verwerken, mag worden verwacht dat zij de wettelijke waarborgen voor gegevensverwerking strikt naleven? Zo nee, waarom niet?
Welke concrete tekortkomingen heeft de CTIVD vastgesteld in de wijze waarop de AIVD en MIVD-persoonsgegevens verwerken, bewaren en toegankelijk maken?
Hoe heeft het kunnen gebeuren dat deze tekortkomingen zijn ontstaan, terwijl de diensten beschikken over uitgebreide interne controlemechanismen en extern toezicht?
Zijn de geconstateerde tekortkomingen het gevolg van onvoldoende capaciteit, onvoldoende deskundigheid, tekortschietende sturing of een andere oorzaak? Kunt u dit toelichten?
Heeft de CTIVD eerder vergelijkbare tekortkomingen gesignaleerd? Zo ja, welke aanbevelingen zijn destijds gedaan en waarom hebben deze kennelijk niet voorkomen dat de huidige situatie is ontstaan?
Is naar uw oordeel sprake van tekortschietende uitvoering van bestaande wettelijke regels, of acht u de huidige wettelijke kaders onvoldoende duidelijk, vaag, uitvoerbaar of te strict? Kunt u uw antwoord toelichten?
Welke organisatorische en technische maatregelen zijn inmiddels getroffen om ervoor te zorgen dat wettelijke waarborgen, waaronder autorisatiebeheer, bewaartermijnen en interne controles, structureel worden nageleefd?
Wanneer zijn de geconstateerde tekortkomingen voor het eerst ontstaan en sinds wanneer was u hiervan op de hoogte?
Hoe wordt periodiek gecontroleerd of deze maatregelen daadwerkelijk functioneren en hoe wordt de Kamer hierover geïnformeerd, voor zover de staatsveiligheid zich daar niet tegen verzet?
Wordt bij de ontwikkeling of aanbesteding van nieuwe informatiesystemen standaard getoetst of wettelijke bewaartermijnen, autorisaties en logging automatisch worden afgedwongen?
Bent u van oordeel dat de huidige systemen van de AIVD en MIVD zodanig zijn ingericht dat wettelijke waarborgen technisch worden afgedwongen («security by design» en «privacy by design»)? Zo nee, waarom niet?
Kunt u uitsluiten dat vergelijkbare tekortkomingen zich ook voordoen bij andere overheidsorganisaties die grote hoeveelheden gevoelige persoonsgegevens verwerken? Zo nee, bent u bereid hiernaar onderzoek te laten verrichten?
Deelt u de opvatting dat de bescherming van gevoelige persoonsgegevens in de eerste plaats afhankelijk is van een zorgvuldige uitvoering van wettelijke waarborgen, goed ingerichte processen en deugdelijk toezicht, ongeacht de herkomst van de gebruikte technologie of leveranciers? Zo nee, waarom niet?
Welke lessen trekt u uit deze bevindingen om te voorkomen dat vergelijkbare tekortkomingen zich in de toekomst opnieuw voordoen?
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden?
De medische inzetbaarheid binnen de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) |
|
Ingrid Coenradie (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving van Nieuwsuur over tekortkomingen binnen de medische ondersteuning van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB)?1
Klopt het dat medisch opgeleide persoonsbeveiligers gedurende langere tijd onvoldoende konden trainen en daardoor niet langer voldeden aan de vereiste medische bevoegdheden en bekwaamheidseisen? Zo ja, hoeveel medewerkers betrof dit?
Klopt het dat sinds eind 2025 trainingen, opleidingen of hercertificeringen voor medische persoonsbeveiligers niet of onvoldoende hebben plaatsgevonden? Zo ja, wat waren hiervan de oorzaken?
Wanneer zijn de korpsleiding, de leiding van de DKDB en het ministerie voor het eerst geïnformeerd over deze problemen en welke maatregelen zijn sindsdien genomen?
Klopt het dat het ontbreken van voldoende trainers, opleidingscapaciteit of organisatorische aansturing heeft bijgedragen aan het ontstaan van deze situatie? Zo ja, hoe heeft dit kunnen gebeuren?
In hoeverre hebben personeelstekorten, capaciteitsproblemen of organisatorische keuzes binnen de politie een rol gespeeld bij het uitblijven van trainingen en het vervallen van medische bevoegdheden?
Kunt u uitsluiten dat de beveiliging van bewindspersonen, leden van het Koninklijk Huis of andere zwaar beveiligde personen door deze tekortkomingen in het gedrang is gekomen? Zo nee, waarom niet?
Acht u het aanvaardbaar dat juist de dienst die verantwoordelijk is voor de beveiliging van de meest bedreigde personen van Nederland kampt met tekortkomingen op het gebied van opleiding, training en medische inzetbaarheid? Zo ja, waarom?