Kamervraag 2026Z11494

De praktische organisatie en naleving rond het Offerfeest 2026

Ingediend 1 juni 2026
Beantwoord 29 juni 2026 (na 28 dagen)
Indiener Renate den Hollander (VVD)
Beantwoord door van Essen
Onderwerpen cultuur en recreatie openbare orde en veiligheid organisatie en beleid religie
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11494.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2412.html
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het bericht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) over het toezicht tijdens het Offerfeest 2026?1

    Ja. Een dergelijk nieuwsbericht wordt iedere jaar voorafgaand aan het Offerfeest gepubliceerd.

  • Vraag 2
    Kunt u toelichten welke lessen uit eerdere edities van het Offerfeest concreet zijn verwerkt in de aanpak voor 2026, zowel ten aanzien van dierenwelzijn als handhaving en preventie van overtredingen?

    Het Offerfeest wordt jaarlijks voorbereid in een samenwerkingsverband van LVVN, NVWA, Vereniging van Zelfslachtende Slagers (VZS), VleesNL, Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) en politie. Na afloop volgt in dit verband een evaluatie, waarbij iedere organisatie de verbeterpunten meeneemt voor het procesverloop van het Offerfeest. Er is gewerkt aan een betere aansluiting tussen het aangeboden aantal te slachten dieren en de planning van de toezichtscapaciteit. Zo wordt voorkomen dat het slachthuis meer dieren aanvoert dan geslacht kunnen worden. Ook heeft de NVWA de afgelopen jaren haar toezicht in algemene zin versterkt door invoering van verscherpt toezicht en three strikes out. Herhaalde overtredingen en ook misdragingen jegens toezichthouders van voorgaande jaren worden beter meegewogen bij de keuze van te nemen maatregelen. Daarnaast zet ik mij in voor een herziening van het boetestelsel, met onder meer hogere en omzetgerelateerde boetes, zoals ik heb aangekondigd in mijn brief van 18 juni 2026 (Kamerstuk 33 835, nr. 262). Tot slot wordt door de NVWA op bedrijfsniveau na elk offerfeest een evaluatie uitgevoerd, die meeweegt in de toestemming en het toezicht voor het jaar erop. Zo kijkt de NVWA elk jaar waar het beter kan.

  • Vraag 3
    Gelet op het feit dat de NVWA meldt dat in 2025 een groter aandeel dieren bedwelmd is geslacht, welke factoren hebben volgens u aan deze ontwikkeling bijgedragen en ziet u mogelijkheden om deze ontwikkeling verder te versnellen?

    In Nederland is bedwelmde slacht de wettelijke standaard. De redenen om een dier onbedwelmd ritueel dan wel bedwelmd te laten slachten zijn divers en niet eenduidig vast te stellen; dit kan samenhangen met keuzes van religieuze gemeenschappen, slachthuizen en afnemers, en met de praktische organisatie rondom het Offerfeest. Mijn inzet blijft gericht op een zorgvuldige uitvoering binnen de geldende wettelijke kaders, met toezicht door de NVWA op dierenwelzijn, diergezondheid, voedselveiligheid en hygiëne. Tegelijk wil ik mij, binnen de huidige wettelijke kaders inzetten om het aandeel onbedwelmde religieuze slacht verder terug te brengen. Ik zal daarover met de betrokken partijen, waaronder het CMO, in gesprek treden.

  • Vraag 4
    Deelt u de opvatting dat het voorkomen van vermijdbaar dierenleed altijd leidend moet zijn bij beleid rondom rituele slacht?

    Dat deel ik. Het verbeteren van dierenwelzijn tijdens de onbedwelmde rituele slacht was in 2012 een belangrijk uitgangspunt van het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten. In de evaluatie van het Convenant door Deloitte uit 2021 (Kamerstuk 28 286, nr. 1232) is geconcludeerd dat het Convenant doelmatig en doeltreffend functioneert in de praktijk en heeft geleid tot een verbetering van het dierenwelzijn ten opzichte van de nulmeting in 2014. Tegelijkertijd geldt dat rituele slacht zonder voorafgaande bedwelming binnen Europese regelgeving onder voorwaarden is toegestaan en beperking hiervan raakt aan de vrijheid van godsdienst. Daarom is de inzet erop gericht om binnen de geldende huidige wettelijke kaders de aantasting van het dierenwelzijn zo veel mogelijk te beperken. Dat gebeurt onder meer via aanvullende voorschriften in het Besluit houders van dieren, permanente aanwezigheid van de NVWA bij onbedwelmde rituele slacht en handhaving wanneer regelgeving niet wordt nageleefd.

  • Vraag 5
    Hoe beoordeelt u vanuit dierenwelzijnsperspectief het feit dat dieren bij onverdoofde slacht aantoonbaar langer bij bewustzijn kunnen blijven en daarbij meer stress en pijn ervaren?

    De algemene wetenschappelijke opvatting is dat de halssnede bij een dier dat bij bewustzijn is pijn veroorzaakt en dat het dier stress ervaart in de periode tot het als gevolg van het verbloeden het bewustzijn verliest. Om die reden zijn in het convenant onbedwelmde slacht volgens religieuze riten concrete afspraken gemaakt om het welzijn van deze dieren te verbeteren. De normen uit het convenant die betrekking hebben op dierenwelzijn zijn opgenomen in het Besluit houders van dieren. De NVWA houdt toezicht op de naleving van deze regelgeving en grijpt waar nodig in om het dierenwelzijn te waarborgen. Bij de totstandkoming van het convenant is ook een afweging gemaakt tussen dierenwelzijn en godsdienstvrijheid.

  • Vraag 6
    Bent u bekend met signalen van dierenartsen en dierenwelzijnsorganisaties dat dieren tijdens onverdoofde slacht langdurig worden gefixeerd, worden gekanteld in zogenoemde kantelboxen en in sommige gevallen herhaaldelijk moeten worden aangesneden voordat bewustzijnsverlies optreedt?2

    Ik ben bekend met deze signalen. Het beeld dat dieren bij de onbedwelmde rituele slacht structureel langdurig worden gefixeerd, onjuist worden gekanteld of herhaaldelijk moeten worden aangesneden, herken ik echter niet. Fixatie en het gebruik van kantelapparatuur zijn aan strikte dierenwelzijnsvoorschriften gebonden en bij deze slacht is sprake van permanent toezicht door de NVWA. De NVWA ziet daarbij toe op de duur en wijze van fixatie, het gebruik van de apparatuur en een correcte uitvoering van de halssnede. Wanneer een handeling niet overeenkomstig de geldende voorschriften wordt uitgevoerd, grijpt de NVWA direct in en wordt waar nodig handhavend opgetreden. Er zijn geen aanwijzingen dat de dierenwelzijnsvoorschriften hierbij structureel niet worden nageleefd.

  • Vraag 7
    Hoe wordt tijdens het Offerfeest gecontroleerd dat dieren direct na de halssnede voldoende bewustzijnsverlies vertonen en welke maatregelen worden genomen wanneer dat niet het geval is?

    Tijdens het Offerfeest worden niet alle dieren onbedwelmd geslacht. Uit de voorlopige cijfers blijkt dat tijdens het Offerfeest dit jaar 32% van de geslachte dieren onbedwelmd is geslacht en 68% van de dieren bedwelmd is geslacht. Bij bedwelmde slacht is er sprake van bewustzijnsverlies voordat de halssnede gezet wordt.
    De NVWA ziet erop toe dat medewerkers van het slachthuis de controle op tekenen van bewustzijn of gevoeligheid bij alle dieren die onbedwelmd geslacht worden, correct uitvoeren. De afwezigheid van corneareflex en ooglidreflex zijn betrouwbare indicatoren om te controleren op tekenen van bewustzijn of gevoeligheid. Andere tekenen zijn de afwezigheid van ademhaling, een negatieve dreigtest of reactie op een toegediende pijnprikkel.3 De controle op tekenen van bewustzijn of gevoeligheid vindt plaats voordat het dier de fixatie verlaat, of in ieder geval na 35 seconden waarbij in geval van tekenen van bewustzijn de dieren bedwelmd moeten worden binnen 40 seconden na de halssnede.
    Zoals in antwoord op vraag 6 aangegeven, wordt bij geconstateerde overtredingen handhavend opgetreden. Ook worden corrigerende maatregelen genomen zoals een directe aanwijzing tot nabedwelmen en/of het niet meer toestaan van onbedwelmd ritueel slachten.

  • Vraag 8
    Bent u bekend met wetenschappelijke kritiek op de zogenoemde waterbadmethode bij pluimvee, waarbij dieren wel bewegingsloos maar niet volledig buiten bewustzijn zouden zijn?3

    Ik ben bekend met de wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp en de risico’s die worden geschetst ten aanzien van de waterbadmethode.

  • Vraag 9
    Hoe beoordeelt u het risico dat dieren bij toepassing van de waterbadmethode alsnog bij bewustzijn de halssnede ondergaan of levend in verdere slachtprocessen, zoals de broeibak, terechtkomen?

    Het bedwelmen met de waterbadmethode is toegestaan op grond van Verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden. Voor het gebruik van het waterbad als bedwelmingsmethode zijn in deze verordening specifieke voorschriften vastgelegd.
    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op de naleving van deze voorschriften tijdens de slacht. Een verbod op of beperking van een toegestane bedwelmings- of dodingsmethode kan alleen in Europees verband worden gerealiseerd. Ik heb mij eerder in Europees verband ingezet voor een verbod op de waterbadmethode, mede naar aanleiding van de aangekondigde herziening van Verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden. Ik zal mij hiervoor op daartoe geschikte momenten blijven inzetten. Ook wil ik na de zomer in gesprek met de sector om te kijken of er afspraken gemaakt kunnen worden om zaken op het gebied van dierenwelzijn in slachthuizen te verbeteren. Daarbij wil ik ook kijken naar bedwelmingsmethodes.

  • Vraag 10
    Deelt u de opvatting dat technieken waarbij dieren langdurig bij bewustzijn blijven, zichtbaar stress ervaren of hun eigen slachtproces meemaken, zo veel mogelijk moeten worden uitgebannen?

    Ja. Ik vind dat dieren tijdens het houden, transporteren en doden zo min mogelijk stress, pijn en vermijdbaar lijden mogen ondervinden. Tegelijkertijd geldt dat de beoordeling van specifieke slacht- en bedwelmingsmethoden plaatsvindt binnen de bestaande nationale en Europese wettelijke kaders. Voor toegestane methoden gelden voorschriften die erop gericht zijn de aantasting van het dierenwelzijn zo veel mogelijk te beperken. De NVWA ziet toe op de naleving daarvan. Waar uit nieuwe wetenschappelijke inzichten of praktijkervaring blijkt dat verdere verbeteringen mogelijk zijn, ben ik bereid deze te betrekken bij de verdere ontwikkeling van het dierenwelzijnsbeleid, zowel nationaal als in Europees verband.

  • Vraag 11
    In hoeverre acht u het wenselijk dat uitzonderingen voor religieuze slachtmethoden telkens opnieuw worden verlengd, terwijl het maatschappelijke en politieke draagvlak voor verdere verbetering van dierenwelzijn groeit?

    Ik onderken dat over dit onderwerp maatschappelijk en politiek debat bestaat. Dat debat over de wenselijkheid en reikwijdte van de uitzondering voor religieuze slachtmethoden kan vanzelfsprekend in de Kamer worden gevoerd. Zolang de huidige wettelijke kaders gelden, richt ik mij op een zorgvuldige uitvoering daarvan, het minimaliseren van dierenleed, de naleving van de voorschriften en toezicht door de NVWA.

  • Vraag 12
    Deelt u de opvatting dat de overheid een duidelijke norm moet uitdragen dat bedwelmde slacht de standaard is en het onverdoofd slachten of koken van dieren verboden hoort te zijn?

    Dit wordt uitgedragen. In Nederland is namelijk bedwelmde slacht de wettelijke standaard. De mogelijkheid om, voor religieuze doeleinden, dieren zonder voorafgaande bedwelming aan te snijden vormt daarop een uitzondering die rechtstreeks voortvloeit uit de Verordening 1099/2009. Het aantal dieren dat in Nederland onbedwelmd ritueel wordt geslacht is beperkt in verhouding tot het totaal aantal geslachte dieren. Uiteraard zullen we blijven uitdragen dat bedwelmde slacht de norm is.

  • Vraag 13
    Welke aanvullende mogelijkheden ziet u om dierenwelzijn tijdens het Offerfeest verder te verbeteren en het aandeel onverdoofde slacht verder terug te dringen, bijvoorbeeld via reversibele bedwelming of strengere voorwaarden aan slachtmethoden?

    De bestaande regelgeving, de gezamenlijke voorbereiding van het Offerfeest en het permanente toezicht door de NVWA hebben de afgelopen jaren tot verbeteringen ten aanzien van dierenwelzijn geleid. Tegelijk wil ik mij, binnen de huidige wettelijke kaders, inzetten om het aandeel onbedwelmde religieuze slacht verder terug te brengen. Ik zal daarover met de betrokken partijen, waaronder het CMO, in gesprek treden. Daarbij kan worden gedacht aan het in overleg met de betrokken partijen verder bevorderen van het gebruik van bedwelming bij religieuze slacht.

  • Vraag 14
    Bent u bereid om na afloop van het Offerfeest 2026 de aanpak te evalueren met de NVWA, gemeenten, slachthuizen en betrokken maatschappelijke en religieuze organisaties en de Kamer daarbij expliciet te informeren over mogelijkheden om het aandeel onverdoofde slacht verder terug te dringen?

    Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, vindt jaarlijks overleg plaats tussen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), vertegenwoordigers van slachthuizen en vertegenwoordigers van de betrokken religieuze gemeenschappen over het verloop van het Offerfeest. Tijdens deze evaluaties, maar ook in de overleggen in aanloop naar het Offerfeest, staat primair de correcte uitvoering van de geldende wettelijke voorschriften centraal ten aanzien van dierenwelzijn, diergezondheid en voedselveiligheid, evenals de capaciteit voor toezicht en communicatie rondom het Offerfeest. Daarbij wordt niet gesproken over het actief terugbrengen van het aandeel onbedwelmde rituele slacht. De cijfers over onbedwelmd ritueel geslachte dieren, waaronder aantallen per diercategorie en gegevens over nabedwelming, worden jaarlijks aan de Tweede Kamer verstrekt en, conform de toezegging T03706 van 11 juli 2023, ook aan de Eerste Kamer toegezonden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z11494
Volledige titel: De praktische organisatie en naleving rond het Offerfeest 2026
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2412
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Den Hollander over de praktische organisatie en naleving rond het Offerfeest 2026