| Ingediend | 1 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 1 juli 2026 (na 30 dagen) |
| Indiener | Renate den Hollander (VVD) |
| Beantwoord door | Silvio Erkens (VVD) |
| Onderwerpen | dieren landbouw openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11495.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2440.html |
Dat heb ik, ik ben zeer geschokt door dit incident. Mijn gedachten gaan uit naar het slachtoffer en de familie.
Hier zijn helaas geen cijfers van beschikbaar. Dat is de reden waarom het Landelijk Meldpunt Hondenbeten begin dit jaar gelanceerd is om beter inzicht te krijgen in de aard en omvang van de incidenten.
Ik lees deze vraag zo dat u doelt op de meldingen die zijn binnengekomen bij het Landelijk Meldpunt Hondenbeten. Dit meldpunt is in januari 2026 gelanceerd. Een eerste analyse van de data wordt momenteel uitgevoerd. Dan krijg ik een eerste beeld van de meldingen, maar is het nog te vroeg om uitspraken te doen over ontwikkelingen in het aantal meldingen van ernstige incidenten. Ik verwacht de resultaten van deze analyse voor het eerstvolgende debat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven met de Kamer te delen.
Die opvatting deel ik. In het rapport «The Safe Dog project» (2019) en uit internationaal onderzoek komen eigenaar-gerelateerde factoren naar voren als de belangrijkste risicofactor bij het ontstaan van bijtincidenten. Ik vind het dan ook belangrijk dat mensen hun verantwoordelijkheid nemen als het om het houden van een huisdier gaat, en helemaal in het geval van honden die ernstig letsel kunnen veroorzaken.
In Nederland zijn adequate waarborgen ingesteld dat honden die ernstige incidenten veroorzaken niet zomaar terug de maatschappij in gaan. Als er sprake is van een ernstig incident waar de politie bij ingeschakeld is, wordt de hond in beslag genomen. Er volgt dan altijd een beoordeling van de hond en het incident. Op basis daarvan bepaalt de rechter wat er met de hond gebeurt. In ernstige gevallen kan worden besloten de hond in te laten slapen. Ook gemeenten hebben bevoegdheden om in te grijpen wanneer zich gevaarlijke situaties of bijtincidenten voordoen. Zij staan dicht bij de burger en kunnen daardoor inschatten wat in specifieke gevallen nodig is.
Een belangrijk deel van de bevoegdheden bij het opvolgen van bijtincidenten ligt bij de gemeenten. In de Model Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) is bijvoorbeeld de bevoegdheid opgenomen voor de burgemeester om een aanlijn- en muilkorfplicht op te leggen in de openbare ruimte, dan wel op het eigen erf. Er kunnen daarnaast verschillen zijn in de mate waarin binnen gemeenten nadere beleidsregels zijn opgesteld rondom bijtincidenten. Sommige gemeenten hebben bijvoorbeeld een meldpunt opgezet, en/of aanvullende bevoegdheden rondom sancties na inbeslagname opgenomen. Ik kijk waar landelijke kaders eventuele ongewenste verschillen tussen gemeentelijk beleid weg kunnen nemen, zoals met de landelijke aanlijn- en muilkorfplicht. Daarnaast werk ik aan een bevoegdheid van burgermeesters om een aanlijn- en muilkorfplicht op te leggen die ook buiten de gemeentegrenzen van toepassing is.
Hier zijn verschillende mogelijkheden. Bij signalen van gevaarlijk gedrag heeft de burgemeester de bevoegdheid om een aanlijn- en muilkorfplicht of een last onder dwangsom op te leggen om erger te voorkomen. Ook kan lokaal een gedragstest of een verplichting worden opgelegd om een hondencursus te volgen, indien een gemeente dat heeft opgenomen in beleidsregels. Wanneer onverantwoord houderschap leidt tot verwaarlozing of mishandeling kan een houder via het strafrecht strafbaar worden gesteld of kunnen door het OM maatregelen worden opgelegd, zoals een houdverbod voor dieren, om de verwaarlozing aan te pakken. Het aanhitsen van honden is verboden en strafbaar. Wanneer mensen zorgen hebben over gevaarlijk gedrag van een hond in hun omgeving, en vinden dat er opvolging nodig is, kunnen ze daarvan melding doen bij de politie, of de gemeente.
Preventie maakt onderdeel uit van de maatregelen om bijtincidenten tegen te gaan. Ik werk aan een theoriecursus voor toekomstig hondeneigenaren, waarmee zij getraind worden in het veilig en verantwoord houden van honden. Ik deel de opvatting dat met name houders van honden die een verhoogd risico geven op het veroorzaken van een ernstig bijtincident een extra verantwoordelijkheid hebben. Om hier eventueel gericht actie op te kunnen ondernemen wordt op dit moment door een onderzoeksbureau gekeken naar de fysieke kenmerken, die in de literatuur geassocieerd worden met een verhoogd risico, en of deze kenmerken ook terugkomen in de Nederlandse populatie inbeslaggenomen honden.
Ook de bij het antwoord op vraag 6 genoemde landelijke aanlijn- en muilkorfplicht heeft een preventief karakter. Ik vind het belangrijk dat honden die deze maatregel opgelegd hebben gekregen in hun gemeente ook buiten gemeentegrenzen aangelijnd moeten blijven en een muilkorf moeten dragen.
Er worden op verschillende fronten stappen gezet die zullen bijdragen aan het verantwoord fokken. Met de in vraag 8 genoemde cursus wordt beoogd dat alle hondeneigenaren straks de benodigde kennis hebben over het verantwoord en veilig houden van honden. Denk aan informatie over het veilig uitlaten van honden en hoe te handelen wanneer een incident plaatsvindt.
Voor honden fysieke kenmerken die worden geassocieerd met een verhoogd risico op een ernstig bijtincident is het daarnaast extra belangrijk dat er zorgvuldige fokkerij en goede socialisatie plaatsvindt, omdat dit ook belangrijke factoren zijn die het ontstaan van gevaarlijk gedrag beïnvloeden. Er zijn reeds verschillende nationale initiatieven die zich hiervoor inzetten, zoals Fairdog. Ook in EU-verband worden belangrijke stappen gezet voor betere fokkerijomstandigheden, zie de nieuwe EU-Verordening inzake welzijn en traceerbaarheid van honden en katten die recent is aangenomen en 2028 van toepassing wordt. In deze Verordening staan regels opgenomen die zien op geschikte huisvesting en leefomstandigheden, welzijn en traceerbaarheid. Deze regels gelden voor alle honden die worden gefokt in de EU, maar ook voor alle honden die van buiten de Unie worden geïmporteerd. Maar hoe dan ook: de belangrijkste verantwoordelijkheid ligt bij eigenaren zelf. Zeker bij dit soort honden moet je je van te voren afvragen of een hond past bij je leefomgeving en thuissituatie, en is het belangrijk dat je op zoek gaat naar een verantwoord gefokte hond.
Dat heb ik. Bij het uitwerken van beleid wordt literatuur en ervaringen die reeds zijn opgedaan in het buitenland meegenomen.
De contacten met andere lidstaten inzake hun aanpak van bijtincidenten zijn heel waardevol bij de uitwerking van de voorgestelde maatregelen in Nederland. Ik zie overeenkomsten bij (delen van) lidstaten als Duitsland en Zwitserland die al enige tijd ervaring hebben met een theoriecursus voor toekomstig hondeneigenaren. Ook kennen een aantal lidstaten voorwaarden voor het houden van aangewezen honden. We leren ook dat sommige ras specifieke maatregelen die men in het buitenland neemt, niet zorgen voor een afname in het aantal bijtincidenten zoals het verbieden van rassen.
Dat acht ik effectief, vandaar dat ik mij inzet voor een landelijk geldende aanlijn- en muilkorfplicht voor honden die hebben gebeten of zich gevaarlijk hebben gedragen, en een theoriecursus voor alle toekomstige hondeneigenaren.
Zoals aangegeven bij vraag 6 ligt een belangrijk deel van de handhavende bevoegdheid bij bijtincidenten bij gemeenten. Ik denk dat het goed is dat dit bij gemeenten ligt, omdat zij het beste kunnen inschatten wat er lokaal speelt en in specifieke gevallen nodig is. Dat kan niet op landelijk niveau. Ik zie echter wel op dit moment een praktische beperking, omdat de bevoegdheid om een aanlijn- en muilkorfplicht op te leggen bij een hond die heeft gebeten of zich gevaarlijk gedraagt alleen geldt binnen de grenzen van een gemeente. Daarom werk ik aan de invoering van een wettelijke bevoegdheid voor burgemeesters om deze plicht op te leggen die vervolgens, voor de betreffende hond, in heel Nederland van toepassing is.
Om te bezien óf en waar er eventuele tekortkomingen zijn in wet- of regelgeving is echter een beter beeld van de aard en omvang van het probleem nodig. Het in januari gelanceerde Landelijk Meldpunt Hondenbeten is hiervoor ingericht.
De meldingen uit dit meldpunt worden alleen gebruikt voor analyse. Hoe meer bij het landelijk meldpunt wordt gemeld, hoe beter het beeld van de problematiek wordt. Ik roep dan ook iedereen op om gevaarlijke situaties of incidenten – naast melding bij de politie of gemeente voor meldingen die opvolging nodig hebben – te melden bij het landelijk meldpunt.
Zoals aangegeven bij vraag 13 is het van belang dat er eerst een beter beeld komt van de aard en omvang van het probleem. Ook noem ik de aangekondigde wettelijke bevoegdheid van burgermeesters om een landelijke aanlijn- en muilkorfplicht op te leggen.
Uit die maatregel blijkt ook hoe belangrijk het is dat gemeenten samenwerken en informatie met elkaar delen. Met dit doel is een aantal jaar geleden in opdracht van LVVN het Landelijk Honden Dossier opgericht, waar gemeenten gratis gebruik van kunnen maken. In dit systeem kunnen gemeentelijke handhavers informatie met elkaar delen en inzien of een bepaalde hond een maatregel opgelegd heeft gekregen in een naburige gemeente. Ook het samenwerkingsverband DierVizier biedt gemeenten een platform waarin het uitwisselen van ervaringen op dit vlak mogelijk is.
Het huidige systeem biedt verschillende mogelijkheden om op te treden tegen eigenaren van honden die ernstig letsel veroorzaken of betrokken zijn bij dodelijke incidenten. Vanuit het strafrecht kan een eigenaar worden bestraft wanneer hij of zij onvoldoende controle houdt over een gevaarlijke hond. Hiervoor kan bijvoorbeeld een geldboete of een gevangenisstraf van maximaal zes maanden worden opgelegd. Daarnaast zijn sinds 1 januari 2024 de mogelijkheden uitgebreid door wetgeving, waardoor in ernstige gevallen ook een zelfstandig houdverbod kan worden opgelegd. Dit betekent dat iemand tijdelijk of langdurig geen dieren meer mag houden. Vanuit het bestuursrecht kunnen gemeenten daarnaast maatregelen nemen, zoals het in beslag nemen van de hond.
Die opvatting deel ik. Zie hiervoor het antwoord op vraag 15.
De Kamer wordt hierover geïnformeerd in de Verzamelbrief Dieren buiten de Veehouderij, die u voor het Commissiedebat «dieren buiten de veehouderij en dierproeven» van 3 september ontvangt.
Dit zal worden meegenomen als onderdeel van de Verzamelbrief Dieren buiten de Veehouderij, die u voor het Commissiedebat «dieren buiten de veehouderij en dierproeven» van 3 september ontvangt.
Elk bijtincident is er één teveel. Het staat dan ook voorop dat veiligheid van mens én dier het primaire doel van beleid rond bijtincidenten is. Het terugdringen van bijtincidenten kan echter niet alleen met het opleggen van strengere maatregelen. Ik blijf benadrukken dat mensen zich goed moeten realiseren wat voor hond ze in huis halen.
De vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over ernstige bijtincidenten met honden en preventieve maatregelen rond hoog-risicohonden (ingezonden 1 juni 2026, 2026Z11495) kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De afstemming met de NVWA, het OM, de politie en verschillende gemeenten moet eerst worden afgerond. Dit vergt meer tijd dan de gestelde termijn. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de vragen doen toekomen.