Mogelijke corruptie via Nederlandse brievenbusfirma’s bij Albanees resort van schoonzoon Trump |
|
Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA), Julian Bushoff (PvdA) |
|
Sandra Palmen (NSC), Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het corruptieonderzoek naar het Albanese resort dat leidt naar Nederlandse brievenbusfirma’s?1
Deelt u de analyse dat de combinatie van grootschalige buitenlandse investeringen, zwakke institutionele controle en complexe Nederlandse eigendomsstructuren een enorm risico vormt voor de democratische controle?
Deelt u de analyse dat Nederland als leverancier van brievenbusfirma’s een belangrijke spil vormt bij het wegsluizen van buitenlands geld?
Klopt het dat aandeelhouders zich niet bekend hoeven te maken omdat ze minder dan 25% van het project bezitten? Hoeveel beleidsvrijheid heeft Nederland om dit aan te scherpen? Bent u bereid om dit aan te scherpen?
Bent u bereid om proactief mee te werken aan het Albanese anticorruptie onderzoek en te zorgen dat bekend wordt wie alle aandeelhouders zijn in deze constructies?
Kunt u een overzicht geven van de betrokken entiteiten met een Nederlandse link en aangeven onder welke wetgeving zij vallen?
Bent u van mening dat de sector en de zelfregulering op dit moment voldoende functioneert in het algemeen belang? Welke maatregelen heeft u de afgelopen jaren genomen om de trustsector strenger te reguleren? Zijn de beoogde doelen bereikt?
De continuïteit van huisartsenzorg op de Friese Waddeneilanden |
|
Femke Wiersma (BBB) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u net als de indiener signalen ontvangen dat de continuïteit van de huisartsenzorg op de Friese Waddeneilanden onder druk staat doordat er geen structurele vergoeding bestaat voor de beschikbaarheid tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW)?
VWS heeft navraag gedaan bij betrokken partijen en ben ervan op de hoogte dat er uitdagingen zijn bij het organiseren van de huisartsenzorg tijdens avond-, nacht- en weekenduren op de (Friese) Waddeneilanden. Het is bekend dat praktijkhouders zelf aangeven dat de vergoeding voor (bereikbaarheid tijdens) ANW-diensten hier een van de oorzaken van is.
Het is de inzet van het kabinet dat de continuïteit en kwaliteit van huisartsenzorg overal in Nederland, en dus ook op de (Friese) Waddeneilanden, gewaarborgd moet blijven, ook op de lange termijn. In lijn met afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zet het kabinet erop in dat huisartsen, regionale huisartsenorganisaties en zorgverzekeraars in elke regio afspraken maken over continuïteit van huisartsenzorg. Uitkomst van deze afspraken kan zijn dat de preferente zorgverzekeraar naast de reguliere vergoeding van huisartsenzorg ook gericht financieel maatwerk biedt in een bepaalde regio of situatie. De bekostiging biedt hier ruimte voor.
Deelt u de opvatting dat de situatie op de Friese Waddeneilanden wezenlijk verschilt van die op het vasteland, omdat patiënten niet eenvoudig kunnen uitwijken naar een huisartsenpost, spoedeisende hulp of andere vormen van vervolgzorg? Zo nee, waarom niet?
Ja, zowel partijen uit de regio als de NZa en LHV geven aan dat huisartsen op de (Friese) Waddeneilanden breed worden ingezet, breder dan de gemiddelde huisarts in Nederland. Vanwege de door de Kamerleden genoemde factoren vraagt huisartsenzorg op de (Friese) Waddeneilanden om maatwerk.
Bent u ermee bekend dat huisartsen op de Friese Waddeneilanden naast reguliere huisartsenzorg vaak ook taken verrichten op het gebied van spoedzorg, radiologie, traumatologie, apotheekzorg en op sommige eilanden zelfs verloskunde?
Ja, zowel partijen uit de regio als landelijke partijen geven aan dat huisartsen op de (Friese) Waddeneilanden breed worden ingezet, breder dan de gemiddelde huisarts in Nederland.
Hoe beoordeelt u het feit dat huisartsen op de Friese Waddeneilanden tijdens ANW-diensten uitsluitend worden vergoed voor daadwerkelijk geleverde consulten en verrichtingen, terwijl zij gedurende die gehele periode beschikbaar en inzetbaar moeten zijn voor spoedzorg?
Het klopt dat de ANW-huisartsenzorg op de (Friese) Waddeneilanden anders is georganiseerd dan op de meeste plekken op het vasteland en dat hiervoor ook een andere wijze van bekostigen geldt. In de meeste regio’s wordt de ANW-zorg verzorgd via een Huisartsendienstenstructuur (HDS), waarin huisartsen gezamenlijk de avond-, nacht- en weekendzorg organiseren vanuit een of meer huisartsenposten. Op de (Friese) Waddeneilanden ontbreekt deze structuur en zijn geen huisartsenposten gevestigd. In het geval van ANW-zorg die buiten een HDS wordt georganiseerd, zoals op de Waddeneilanden, gelden door de NZa vastgestelde prestaties en tarieven voor ANW-verrichtingen buiten de HDS.
Deelt u de zorg dat het ontbreken van een vergoeding voor beschikbaarheid en bereikbaarheid het voeren van een huisartsenpraktijk op de Friese Waddeneilanden minder aantrekkelijk maakt en daarmee een risico vormt voor de continuïteit van zorg voor zowel inwoners als bezoekers van de eilanden? Zo nee, waarom niet?
Zoals afgesproken in het AZWA, is het aan huisartsen en zorgverzekeraars om samen tot plannen te komen voor continuïteit van huisartsenzorg in een regio. Bij uitstek op de (Friese) Waddeneilanden vraagt dat om maatwerk. De afspraak in het AZWA is dan ook dat zorgverzekeraars financieel maatwerk bieden in regio’s waar de toegankelijkheid van huisartsenzorg nu of in de toekomst in gevaar dreigt te komen. In algemene zin is het daarvoor wel van belang dat huisartsen transparant zijn over de financiële knelpunten waarvoor zij maatwerk behoeven, zodat verzekeraars passende en doelmatige financiering kunnen organiseren. De bekostigingssystematiek biedt zorgverzekeraars de ruimte om het benodigde maatwerk te bieden en de preferente zorgverzekeraar heeft mij aangegeven dat dat in dit geval ook gebeurt. Het is mij bekend dat dat nog niet tot tevredenheid van alle betrokken partijen is, maar het is in principe aan partijen zelf om daar uit te komen. De NZa houdt hierbij toezicht op de zorgplicht van de zorgverzekeraar.
Acht u het op de langere termijn houdbaar dat een zeer beperkte groep huisartsen verantwoordelijk is voor een groot aantal ANW-diensten per jaar, terwijl de werkdruk hoog is en het door de gebrekkige financiering van deze diensten steeds moeilijker wordt om waarnemers en huisartsen in dienstverband te vinden en te behouden?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 5, zet het kabinet in op continuïteit van huisartsenzorg in elke regio en is het aan huisartsen en zorgverzekeraars om samen tot plannen te komen voor continuïteit van huisartsenzorg in een regio. De bekostigingssystematiek biedt zorgverzekeraars de ruimte om het benodigde maatwerk te bieden en zij hebben mij aangegeven dat dat in dit geval ook gebeurt. Het is mij bekend dat dat nog niet tot tevredenheid van alle betrokken partijen is, maar het is in principe aan partijen zelf om daar uit te komen. De NZa houdt hierbij toezicht op de zorgplicht van de zorgverzekeraar.
Welke mogelijkheden ziet u om, samen met de Nederlandse Zorgautoriteit en zorgverzekeraars, te komen tot een structurele oplossing waarbij de bijzondere omstandigheden van de Friese Waddeneilanden worden meegewogen en ook de beschikbaarheid van huisartsenzorg tijdens ANW-diensten passend wordt bekostigd?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 5 en 6, is het aan huisartsen en zorgverzekeraars om samen tot plannen te komen voor continuïteit van huisartsenzorg in een regio. De bekostigingssystematiek biedt preferente zorgverzekeraars de ruimte om het benodigde maatwerk te bieden en zij hebben mij aangegeven dat dat in dit geval ook gebeurt. Het is mij bekend dat dat nog niet tot tevredenheid van alle betrokken partijen is, maar het is in principe aan partijen zelf om daar uit te komen. De NZa houdt hierbij toezicht op de zorgplicht van de zorgverzekeraar.
Bent u bereid hierover op korte termijn in gesprek te gaan met de betrokken huisartsenpraktijken, de Nederlandse Zorgautoriteit en de zorgverzekeraar, en de Kamer te informeren over de uitkomsten daarvan? Zo nee, waarom niet?
Het is, zoals in het antwoord op vraag 5, 6 en 7 aangegeven, aan partijen zelf om vanuit hun rollen en verantwoordelijkheden de hen toegereikte instrumenten in te zetten om de continuïteit van huisartsenzorg op de (Friese) Waddeneilanden te borgen.
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het tweeminutendebat Eerstelijnszorg?
Ja.
Het bericht ‘Isolatiebedrijven in nood’ |
|
Robin van Leijen (D66), Felix Klos (D66) |
|
Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten «Isolatiebedrijven in nood» van de Telegraaf1 en «Isolatiebedrijven in zwaar weer» van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)?2
Herkent u de signalen uit de isolatiesector over de gevolgen van versnipperd lokaal, regionaal en nationaal beleid?
Herkent u tevens signalen over de gevolgen van de uit 2 augustus 2023 stammende uitspraak van de Raad van State inzake toepassing van de Wet natuurbescherming, en de zorgplicht?
Wat zijn volgens u de gevolgen van de delegatie van de voor het Nationaal Isolatieprogramma beschikbare subsidies naar gemeentelijk niveau op de voortgang van het Nationaal Isolatieoffensief?
Welke impact heeft de maximering van prijzen, zoals vastgelegd in de maatregelencatalogus binnen het programma Nij Begun op de mogelijkheid om maatwerk te leveren dat nodig is in verschillende situaties?
Wat is de huidige stand van zaken in de uitvoering van de doelstelling om tot 2030 2,5 miljoen woningen te verduurzamen?
Acht u aanvullende maatregelen noodzakelijk om deze doelstelling te halen?
Zo ja, welke maatregelen overweegt u?
Ziet u daarbij kansen voor het uniformeren van voorwaarden voor subsidieverstrekking binnen het Nationaal Isolatieprogramma?
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Asielzoeker is dure zorgklant; Kosten zijn in vijf jaar tijd ruimschoots verdubbeld: «waarschijnlijk inhaalslag te maken»»?1
Klopt het dat de medische kosten voor asielzoekers en statushouders op COA-locaties zijn gestegen van € 105 miljoen in 2020 naar € 268 miljoen in 2024? Zo nee, wat zijn de juiste cijfers?
Hoe legt u aan Nederlanders die een beroep moeten doen op zorg uit dat zij te maken krijgen met een enorme stapeling van zorgkosten door de bezuinigingen van dit kabinet terwijl asielzoekers geen eigen risico en geen eigen bijdrage hoeven te betalen? Bent u bereid onmiddellijk een asielstop in te voeren zodat er geen zorgkosten meer gemaakt worden voor asielzoekers? Zo nee, waarom niet?
Wat wordt er voor asielzoekers nu aan zorg vergoed zonder dat zij eraan hoeven mee te betalen?
Kunt u de zorguitgaven voor asielzoekers en statushouders uitsplitsen naar huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, tandheelkundige zorg, geneesmiddelen en tolkdiensten? Zo nee, waarom niet?
Waarom weigert het COA inzicht te geven in de verschillende onderdelen van deze zorguitgaven?
Klopt het dat de gemiddelde zorgkosten per asielzoeker circa € 3.900 per jaar bedragen? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot de gemiddelde zorgkosten van Nederlanders in dezelfde leeftijdscategorie?
Hoeveel is in 2024 en 2025 uitgegeven aan tolkdiensten binnen de zorg voor asielzoekers en statushouders?
Hoeveel asielzoekers en statushouders maakten in 2024 gebruik van geestelijke gezondheidszorg en wat waren hiervan de totale kosten?
Welke gevolgen hebben de stijgende zorguitgaven voor asielzoekers en statushouders voor de capaciteit en toegankelijkheid van de Nederlandse gezondheidszorg?
Het bericht 'Medische kosten asielzoekers ruimschoots verdubbeld: ’Door achterstallige zorg kunnen ziektes zijn verergerd' |
|
Hilde Wendel (VVD), Ulysse Ellian (VVD) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Medische kosten asielzoekers ruimschoots verdubbeld: «Door achterstallige zorg kunnen ziektes zijn verergerd»»?1
Herkent u het beeld dat de uitgaven aan medische kosten voor asielzoekers exponentieel groeit?
Kunt u aangeven hoeveel geld er in 2025 is uitgegeven binnen de verschillende zorgposten voor asielzoekers? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot 2024?
Hoe apprecieert u de stelling van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) dat deze informatie niet gedeeld kan worden vanwege de AVG? Waarom zou het niet mogelijk zijn om deze informatie te delen op een manier waarop de bescherming van persoonsgegevens geborgd blijft?
Deelt u het beeld dat de stijging aan kosten minstens voor een deel door fraude wordt veroorzaakt? Zo ja, hoe denkt u dat dit veroorzaakt wordt? Zo nee, waarom niet?
In welke mate schat u dat de toename aan uitgaven hieraan veroorzaakt wordt doordat meer zorg geleverd wordt en in welke mate denkt u dat deze toename veroorzaakt wordt door fraude?
In welke mate komt de stijging aan uitgaven aan zorg voor onverzekerden door asielzoekers?
Neemt u als expliciet doel mee bij de nieuwe regeling om de kosten van deze zorg op hetzelfde of lager niveau te krijgen dan voor andere zorg? Zo ja, hoe bent u dat van plan? Zo nee, waarom niet?
Hoe verhoudt de eigen bijdrage die statushouders met een maandsalaris van € 2.000,– kwijt zijn aan huisvesting, maaltijden, kleding en zorg zich tot de vaste lasten die de gemiddelde Nederlander met zo’n salaris per maand heeft?
Deelt u de mening dat statushouders met dit salaris die verblijven op COA-locaties niet gunstiger af mogen zijn qua vaste lasten dan de gemiddelde Nederlander met hetzelfde salaris?
Gaan kansrijke asielzoekers die als gevolg van de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact binnen drie maanden na het indienen van hun aanvraag in Nederland mogen werken ook een eigen bijdrage betalen? Zo nee, waarom niet?
De huisartsenzorg op de Waddeneilanden |
|
Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66), Marc Vervuurt (D66) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitdagingen en problemen rondom de organisatie van de huisartsenzorg op de Waddeneilanden?
Ja, VWS heeft navraag gedaan bij betrokken partijen en wij zijn op de hoogte van deze uitdagingen.
Deelt u de opvatting dat de continuïteit en kwaliteit van zorg ook op de Waddeneilanden gewaarborgd moet blijven worden, ook op de lange termijn?
Ja, het kabinet deelt de opvatting dat de continuïteit en kwaliteit van zorg niet alleen op de (Friese) Waddeneilanden, maar overal in Nederland gewaarborgd moet blijven, ook op de lange termijn. In lijn met afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zet het kabinet erop in dat huisartsen, regionale huisartsenorganisaties en zorgverzekeraars in elke regio afspraken maken over continuïteit van huisartsenzorg. Uitkomst van deze afspraken kan zijn dat de zorgverzekeraar naast de reguliere vergoeding van huisartsenzorg ook gericht financieel maatwerk biedt in een bepaalde regio of situatie. De bekostiging biedt hier ruimte voor.
Deelt u de opvatting dat de geïsoleerde ligging en de variabele bevolkingsopbouw van de (Friese) Waddeneilanden ervoor zorgt dat huisartsenzorg daar wezenlijk verschilt van huisartsenzorg op het vasteland? En dat dit zich onder andere uit in het leveren van meer en andere zorg dan huisartsen op het vasteland (onder andere verloskunde, passantenzorg, SEH, apotheekzorg en verplaatste tweedelijnszorg zoals traumatologie) en het dragen van meer verantwoordelijkheid?
Ja, zowel partijen uit de regio als landelijke partijen geven aan dat huisartsen op de (Friese) Waddeneilanden breed worden ingezet, breder dan de gemiddelde huisarts in Nederland. Vanwege de door de leden genoemde factoren vraagt huisartsenzorg op de (Friese) Waddeneilanden om maatwerk.
Hoe beoordeelt u het feit dat huisartsen op de Waddeneilanden tot wel 6.136 ANW-uren per jaar draaien, tegenover circa 200 uur op het vasteland, maar daar naar rato minder voor vergoed krijgen?
Het klopt dat de ANW-huisartsenzorg op de (Friese) Waddeneilanden anders is georganiseerd dan op de meeste plekken op het vasteland. In de meeste regio’s wordt de ANW-zorg verzorgd via een Huisartsendienstenstructuur (HDS), waarin huisartsen gezamenlijk de avond-, nacht- en weekendzorg organiseren vanuit een of meer huisartsenposten. Op de (Friese) Waddeneilanden ontbreekt deze structuur en zijn geen huisartsenposten gevestigd. Daardoor blijft de individuele praktijkhouder verantwoordelijk voor de continuïteit van spoedzorg voor de ingeschreven patiënten, ook tijdens ANW-uren. Deze verantwoordelijkheid geldt dus voor het aantal uren dat in deze vraag genoemd is.
Die verantwoordelijkheid kan in de praktijk een aanzienlijk beroep doen op de betreffende huisartsen. Tegelijkertijd betekent dit niet noodzakelijk dat de praktijkhouder al deze uren zelf beschikbaar of bereikbaar moet zijn, omdat de zorg ook kan worden georganiseerd met waarnemers of collega-huisartsen. Ook verschilt de aard en omvang van de zorgvraag van die op een gemiddelde huisartsenpost op het vasteland.
Het klopt ook dat de vergoeding verschilt voor ANW-uren binnen en buiten een HDS. In het geval van ANW-zorg die buiten een HDS wordt georganiseerd, zoals op de (Friese) Waddeneilanden, gelden door de NZa vastgestelde prestaties en tarieven voor ANW-verrichtingen buiten de HDS.
Bent u ermee bekend dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de tarieven voor ANW-diensten op het vasteland in 2023 heeft verhoogd, maar voor huisartsen op de Wadden die zelf de ANW-diensten moeten doen dit niet is gebeurd? En dat een huisartsenpost zijn tarieven mag aanpassen aan stijgende kosten, maar dat dat niet mag voor huisartsen op de Wadden omdat die buiten de huisartsenpost (HAP) werken?
Sinds 1 januari 2023 is het maximum uurtarief voor de spoedeisende huisartsenzorg in de ANW-uren door de NZa is aangepast. Deze tariefsverhoging en -differentiatie per 1 januari 2023 vloeit voort uit afspraken die het kabinet met huisartsenpartijen heeft gemaakt in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en zijn gekoppeld aan aansluiting bij een huisartsenpost. Het betreft de tarieven die de NZa vaststelt voor ANW-zorg binnen een HDS. Doel was om huisartsen de ruimte te geven om binnen een HDS de diensten onderling beter te verdelen tussen praktijkhouders en waarnemend huisartsen en daarmee de werkdruk te verlagen.
Huisartsen op de (Friese) Waddeneilanden zijn niet aangesloten bij een HDS en vallen zoals toegelicht in het antwoord op vraag 4 buiten de reikwijdte van de betreffende tarieven. De ANW-zorg voor deze huisartsen wordt gereguleerd via prestaties en tarieven voor ANW-verrichtingen buiten de HDS. Daarnaast biedt de bekostiging ruimte om maatwerkafspraken te maken tussen zorgverzekeraars en huisartsenpraktijken, bijvoorbeeld als de continuïteit van huisartsenzorg nu of in de toekomst in de knel dreigt te komen.
Bent u bekend met het «Actieplan werkdruk in de ANW» van de LHV, VPH, InEen en NHG en het feit dat dit actieplan aansluiting bij een huisartsenpost expliciet niet verplicht stelt wanneer de dienststructuur lokaal wordt geregeld, en dat huisartsen op de Wadden hier dus aan voldoen?
Ja, het kabinet is bekend met het ANW-actieplan. Het plan beoogt een eerlijkere verdeling van diensten onder alle huisartsen en richt zich daarbij primair op ANW-zorg die via HDS’en is georganiseerd.
Hoe legt u uit dat de NZa de aangepaste ANW-tarieven toch niet uitkeert aan huisartsen op de Wadden, terwijl zij precies doen wat het actieplan toestaat?
De gedifferentieerde ANW-prestaties en tarieven gelden alleen voor huisartsen die aangesloten zijn bij de HDS-structuur. Huisartsenpraktijken op de Wadden kunnen hier dus geen gebruik van maken, omdat de ANW-zorg in hun situatie wordt bekostigd via prestaties en tarieven voor ANW-zorg buiten een HDS. Wel is er – zoals aangegeven in antwoord op vraag 5 – de mogelijkheid voor huisartsen om met de preferente zorgverzekeraar tot passende maatwerkafspraken te komen.
De preferente zorgverzekeraar heeft mij aangegeven dat er in dit geval ook maatwerkafspraken zijn gemaakt. Ik heb van betrokken partijen begrepen dat dit nog niet naar tevredenheid is van de betreffende huisartsen.
Bent u bereid de NZa te vragen de aangepaste ANW-tarieven alsnog toe te passen op huisartsen die de diensten lokaal regelen, zoals op de Waddeneilanden?
De aangepaste ANW-tarieven hebben alleen betrekking op ANW zorg die via HDS’en wordt georganiseerd. Dat gaat het kabinet niet aanpassen. Deze systematiek past niet bij huisartsenpraktijken die zelf de ANW-zorg organiseren. Zoals afgesproken in het AZWA, is het aan huisartsen en zorgverzekeraars om samen tot plannen te komen voor continuïteit van huisartsenzorg in een regio. Bij uitstek op de (Friese) Waddeneilanden vraagt dat om maatwerk. De afspraak in het AZWA is dan ook dat zorgverzekeraars financieel maatwerk bieden in regio’s waar de toegankelijkheid van huisartsenzorg nu of in de toekomst in gevaar dreigt te komen. In algemene zin is het daarvoor van belang dat huisartsen transparant zijn over de financiële knelpunten waarvoor zij maatwerk behoeven, zodat de preferente verzekeraar passende en doelmatige financiering kan organiseren. De bekostigingssystematiek biedt zorgverzekeraars de ruimte om het benodigde maatwerk te bieden en zij hebben mij aangegeven dat dat in dit geval ook gebeurt. Het is dit kabinet bekend dat dat nog niet tot tevredenheid van alle betrokken partijen is, maar het is in principe aan partijen zelf om daar uit te komen. De NZa houdt hierbij toezicht op de zorgplicht van de zorgverzekeraar.
Deelt u de zorgen van eilandbewoners en -artsen dat aansluiting bij Dokterswacht Friesland kan leiden tot meer onnodige doorverwijzingen naar duurdere zorg op het vasteland, met hogere kosten en extra belasting voor patiënten tot gevolg?
Ik heb inderdaad begrepen dat verschillende partijen aansluiting bij Dokterswacht Friesland geen passende oplossing vinden. Een van de zorgen van partijen is dat dit leidt tot een minder efficiënte organisatie van zorg, onder meer vanwege de extra reisbewegingen die artsen en patiënten in dat geval moeten maken. Het is niet aan het kabinet om hier een oordeel te vellen over de weging van voor- en nadelen van aansluiting bij Dokterswacht Friesland. Het kabinet verwacht van huisartsen, de regionale huisartsenorganisaties en zorgverzekeraars dat zij met elkaar blijven zoeken naar een oplossing die passend en toekomstbestendig is. De NZa houdt hierbij toezicht op de zorgplicht van de zorgverzekeraar.
Hoe beoordeelt u het feit dat geen van de drie onderzochte oplossingsrichtingen, aansluiting bij Dokterswacht Friesland, een eigen huisartsenpost en aanpassing van de ANW-vergoeding, tot een passende oplossing heeft geleid? Wat gaat u hier concreet aan doen?
Het kabinet zet met afspraken uit het AZWA en het regeerakkoord in op toegankelijke huisartsenzorg voor iedere inwoner, ook op de (Friese) Waddeneilanden. Daarbij past dat partijen in deze bijzondere regio samen zoeken naar oplossingen voor dit vraagstuk. Het is positief dat partijen verschillende opties hebben verkend, maar jammer dat deze verkenning tot op heden nog niet heeft geleid tot een richting die voor alle betrokkenen acceptabel is. Het kabinet verwacht van partijen dat zij elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid met elkaar blijven werken aan continuïteit van huisartsenzorg op de (Friese) Wadden.
De verhoogde kans op extreem hoog water voor de Nederlandse kust |
|
Laura Bromet (GL) |
|
Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek en berichtgeving inzake de verhoogde kans op extreem hoog water voor de Nederlandse kust?1
Ja.
Wat is uw reactie op het onderzoek waaruit blijkt dat als gevolg van de klimaatverandering het risico op extreem hoge waterstanden is toegenomen?
Het onderzoek geeft aan dat de frequentie van hoge waterstanden voor de Nederlandse kust viermaal hoger is dan in 1900. Dit onderzoek is een analyse van bestaande data. Diezelfde data worden gebruikt in onze modellen en analyses voor belastingen van waterkeringen en actualisaties daarvan. Daarbij gaat het in het onderzoek en het artikel om events met een kans van voorkomen van eens in de honderd jaar. De Nederlandse kust is bestand tegen veel extremere events. De uitkomsten van dit onderzoek leiden daarom niet tot een (extra) dreiging voor onze waterkeringen langs de kust.
Vindt u het ook zorgelijk dat, terwijl de verwachting is dat de gevolgen van de klimaatverandering de komende decennia alleen maar groter zullen worden, extreem hoge waterstanden nu al zoveel vaker voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Langs de Noordzeekust zijn wij goed voorbereid op de waterstanden en golfbelastingen die kunnen volgen uit stormomstandigheden. Periodiek worden de databases voor hydraulische belasting van de waterkeringen geactualiseerd. Dat gebeurt op basis van voortschrijdend inzicht, waaronder de actuele wind- en waterstandstatistieken en de meest recente KNMI-klimaatscenario’s.
Wat doet u om de risico’s, dat de kans op extreem hoog water nog verder en sneller toe zal nemen, te beperken?
Het Rijk zorgt er samen met de waterschappen voor dat de kustverdediging op orde is. Dat wordt onder meer gedaan door instandhouding en voorbereiding van vernieuwing van de stormvloedkeringen en door uitvoering van de kustlijnzorg zodat de zandige Noordzeekust kan meegroeien met de zeespiegelstijgingen. Daarnaast vindt monitoring plaats en wordt ervoor gezorgd dat kennis en instrumenten beschikbaar zijn om tijdig te kunnen anticiperen op klimaatverandering. Een voorbeeld hiervan is het Kennisprogramma Zeespiegelstijging dat de afgelopen jaren gelopen heeft: de Kamer heeft op 19 juni jl. een brief ontvangen over de stand van dit Kennisprogramma (Kamerstukken 36 800 J, nr. 28).
Welke consequenties hebben deze nieuwe berekeningen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)?
Zoals bij antwoord 3 aangegeven, worden alle nieuwe inzichten die invloed hebben op de kans op mogelijke waterstanden periodiek verwerkt in een database met zgn. hydraulische belastingen op de waterkeringen. Keringbeheerders beoordelen met behulp van die hydraulische belastingen of de verwachte overstromingskans van de keringen voldoet aan de normen die daarvoor gelden. Dat leidt dan tot een geactualiseerd beeld in de huidige beoordelingsronde van waterkeringen die loopt tot 2035. Zie ook het antwoord op vraag 6.
Heeft u goed in beeld waar langs de Europees-Nederlandse kust de meest risicovolle plekken in de zeewering zijn? Wat zijn de geplande versterkingsopgaven?
De meest risicovolle plekken zijn de plekken waar de kust niet zelf kan meegroeien met de zeespiegelstijging, zoals bij kustplaatsen. Deze zwakke schakels zijn in de periode 2007–2016 versterkt. De waterschappen beoordelen als keringbeheerders iedere 12 jaar of de waterkering langs de kust blijft voldoen aan de waterveiligheidsnormen. Momenteel voldoet vrijwel de hele Noordzeekust al aan de strenge waterveiligheidsnormen. Waar voorzien wordt dat deze niet meer voldoen, worden deze keringen aangepakt in het kader van het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). De HWBP-programmering wordt jaarlijks bij de begroting en in het Deltaprogramma gepubliceerd. Met deze systematiek werken we voortdurend aan het op tijd versterken van de keringen (dijken, duinen, dammen) en daarmee aan het op orde houden van de waterveiligheid, ook aan de kust.
Heeft u goed in beeld waar langs de kust in Caribisch Nederland de meest risicovolle plekken in de zeewering zijn? Wat zijn de geplande versterkingsopgaven?
Ja. Voor de eilanden is voor de kustgebieden via risicoprofielen in beeld gebracht waar ze het meest kwetsbaar zijn voor overstromingen vanuit zee. Voor Bonaire gaat het met name om laaggelegen kustdelen, waaronder delen van Kralendijk, die bij zeespiegelstijging, stormopzet en kusterosie kwetsbaar kunnen zijn.
Voor Saba en Sint Eustatius ligt de opgave vooral bij kust- en haveninfrastructuur en erosiegevoelige locaties.
De verdere prioritering en uitwerking van maatregelen vindt plaats via de eilandelijke klimaatplannen en het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie.
Kunt u bovenstaande vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden voorafgaand aan het aankomende commissiedebat Water d.d. 25 juni 2026?
Ja.
Het Tennet Rapport: Monitor Voorzieningszekerheid, gepubliceerd op 10 juni 2026 |
|
Daniël van den Berg (JA21) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de Monitor Voorzieningszekerheid 2026 van TenneT?
Ja.
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat Nederland vanaf 2030 niet langer voldoet aan de geldende norm voor voorzieningszekerheid van maximaal 4 uur en onder de wettelijke norm terechtkomt?
Het kabinet gaat een marktbreed capaciteitsmechanisme implementeren dat in de winter 2029/2030 operationeel zal zijn om de voorzieningszekerheid van elektriciteit ook op de langere termijn te waarborgen. De eerste contouren daarvan worden geschetst in de Kamerbrief voorzieningszekerheid van elektriciteit die op 19 juni met de Tweede Kamer is gedeeld1.
Welke economische schade verwacht u wanneer de voorzieningszekerheidsnorm gedurende meerdere jaren wordt overschreden, en zijn hierover risicoanalyses uitgevoerd?
Een overschrijding van de norm geeft aan dat de kans op situaties waarin de elektriciteitsvraag niet volledig kan worden gedekt, groter is dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Een overschrijding van de norm leidt niet één-op-één tot daadwerkelijke stroomuitval of economische schade, maar wel tot een grotere kans daarop. De economische schade die eventueel ontstaat als gevolg van elektriciteitstekorten hangt af van de duur, het moment, de omvang en de getroffen gebruikers. Vanwege onzekerheid over het optreden, de omvang van uitval en de waarde daarvan, is deze schade niet eenduidig vast te stellen.
Waarom acht u elektriciteitsimport uit omringende landen een voldoende betrouwbare pijler onder het Nederlandse beleid voor voorzieningszekerheid, terwijl hier ook sprake is van schaarste?
De Monitor Voorzieningszekerheid (MVZ) 2026 van TenneT houdt reeds rekening met schaarste in andere landen. Omdat schaarste echter niet altijd gelijktijdig in verschillende landen optreedt, blijft interconnectie één van de pijlers onder het Nederlandse beleid voor voorzieningszekerheid, naast vraagrespons, batterijen en regelbaar vermogen in Nederland.
Deelt u de opvatting dat uiterlijk in de winter van 2029–2030 een capaciteitsmechanisme operationeel moet zijn? Zo nee, waarom niet?
Ja, zoals in de Kamerbrief2 is aangegeven werkt het kabinet toe naar een capaciteitsmechanisme dat in de winter van 2029–2030 operationeel is.
Wanneer verwacht u de formele voorzieningszekerheidsstandaard conform Europese regelgeving vast te stellen, zodat de invoering van een capaciteitsmechanisme juridisch mogelijk wordt?
Het kabinet verwacht de formele standaard in 2027 vast te stellen, ruim voordat het capaciteitsmechanisme vanaf de winter 2029/2030 operationeel zal zijn.
Welke concrete stappen moeten tussen nu en 2029 nog worden gezet voor invoering van een capaciteitsmechanisme, en welke risico’s ziet u voor vertraging?
Voor de implementatie van het capaciteitsmechanisme is onder andere een uitwerking van het ontwerp van het mechanisme nodig, waar de focus voor dit jaar op ligt, waarna in 2027 consultatie plaatsvindt en de benodigde wet- en regelgeving moet worden vastgesteld en in werking treden, de Europese Commissie moet haar goedkeuring verlenen en de uitvoering dient te worden voorbereid, met als doel de eerste veilingen in 2028 te organiseren. Het kabinet zet zich hiervoor, samen met betrokken partijen zoals TenneT en de ACM, met maximale inzet in. Zo wordt al gewerkt aan de nadere vormgeving van het mechanisme, de juridische inbedding en de voorbereiding van de uitvoering.Een element dat mogelijke risico’s op vertraging met zich meebrengt is de doorlooptijd van nationale en Europese procedures, waaronder een nationale wettelijke basis voor een marktbreed capaciteitsmechanisme via het Electricity Market Design (EMD)-wetsvoorstel3 en het verkrijgen van staatssteungoedkeuring van de Europese Commissie. Het kabinet hoopt op een spoedige behandeling van het Electricity Market Design (EMD)-wetsvoorstel.
Kunt u uitsluiten dat bestaande gascentrales vóór invoering van een capaciteitsmechanisme economisch onrendabel worden en daardoor sluiten?
Nee, in de Europese elektriciteitsmarkt beslissen marktpartijen over investeringen en eventuele sluiting van productiecapaciteit. Het kabinet heeft geen directe invloed op deze commerciële afwegingen. Daarom werkt het kabinet toe naar een tijdige invoering van een capaciteitsmechanisme om de voorzieningszekerheid te waarborgen door (behoud van) voldoende (maar niet noodzakelijk alle) centrales in combinatie met vraagrespons, batterijen en import.
Bent u bereid om vooruitlopend op een definitief capaciteitsmechanisme tijdelijke maatregelen te treffen om bestaand regelbaar vermogen beschikbaar te houden?
Op basis van de huidige inzichten, onder meer gepresenteerd in de MVZ 2026, ziet het kabinet naast de introductie van een tijdig operationeel marktbreed capaciteitsmechanisme geen aanleiding voor aanvullende tijdelijke maatregelen.
Acht u de verwachte omvang van het Nederlandse kernvermogen van circa 0,5 GW tot 2035 voldoende om bij te dragen aan de voorzieningszekerheid ondanks dat TenneT aangeeft dat er een behoefte bestaat aan extra regelbaar vermgen? Zo ja, waarop baseert u dat oordeel?
Met de huidige verwachtingen voor vraag naar en aanbod van elektriciteit uit de MVZ 2026 van TenneT, waarbij reeds rekening is gehouden met 0,5 GW kernvermogen in 2035, is de voorzieningszekerheid ook met dit aandeel van kernvermogen onvoldoende geborgd.
Welke bijdrage verwacht u dat nieuwe kerncentrales vóór 2040 daadwerkelijk kunnen leveren aan de voorzieningszekerheid?
De MVZ 2026 ziet op de periode tot en met 2035. Binnen die periode wordt geen bijdrage van nieuwe kerncentrales aan de voorzieningszekerheid verwacht, aangezien deze naar huidige inzichten niet vóór 2035 beschikbaar zullen zijn.
Hoeveel gigawatt aan gascentrales, batterijen of andere regelbare capaciteit zou volgens u kunnen worden vervangen door de geplande uitbreiding van kernenergie?
Dan hangt er sterk vanaf hoe de elektriciteitsmix er tegen die tijd uit ziet en hoe technieken als vraagrespons, opslag en centrales zich ontwikkelen. Bij meer kernenergie zal minder capaciteit van de andere technieken nodig zijn.
Heeft u onderzocht of versnelling van kernenergieprojecten kan bijdragen aan het verminderen van verwachte tekorten in de elektriciteitsvoorziening? Zo ja, wat waren daarvan de uitkomsten?
De MVZ kijkt maximaal tien jaar vooruit en brengt dit jaar de voorzieningszekerheidsrisico’s in beeld voor de periode tot en met 2035. Nieuwe grootschalige kerncentrales zullen, ook bij een zo voortvarend mogelijke uitvoering van het huidige traject, naar huidige inzichten op zijn vroegst eind jaren ’30 beschikbaar komen. Zij kunnen daarom geen bijdrage leveren aan het adresseren van de voorzieningszekerheidsrisico’s die de monitor identificeert.
Hoe wordt het wegvallen van circa 4 GW regelbaar kolenvermogen vóór 2030 vervangen?
Het is in de Europese elektriciteitsmarkt aan marktpartijen om te beslissen over investeringen in of behoud van vraagrespons, batterijen en regelbaar vermogen. Het kabinet ziet geen noodzaak om het wegvallende kolenvermogen één-op-één te vervangen.
Welke hoeveelheid nieuw regelbaar vermogen moet volgens u vóór 2030 beschikbaar komen om het wegvallen van kolencentrales volledig te compenseren?
Zie antwoord vraag 14.
Bent u bereid te onderzoeken of bestaande kolencentrales tijdelijk kunnen worden aangehouden als strategische reserve voor noodsituaties?
Met de Kamerbrief van 19 juni jl. heeft het kabinet aangegeven te kiezen voor een zo spoedig mogelijke implementatie van een marktbreed capaciteitsmechanisme.
In deze brief is aangegeven dat een strategische reserve minder geschikt is om de risico’s uit de MVZ 2026 te mitigeren, omdat deze risico’s voor de voorzieningszekerheid het gevolg zijn van structurele veranderingen op de elektriciteitsmarkt. De implementatie van een strategische reserve voorafgaand aan een capaciteitsmechanisme zou ook leiden tot dubbele implementatielast. Dit zou de introductie van het marktbreed capaciteitsmechanisme vertragen.
Hoe beoordeelt u de mogelijkheid om bestaande kolencentrales om te bouwen naar biomassa voor extra capaciteit?
Het staat marktpartijen vrij om bestaande centrales om te bouwen naar andere brandstoffen, waaronder biomassa.
Hoe verhoudt het uitstel van elektrificatieprojecten als gevolg van beperkte netcapaciteit zich tot het kabinetsbeleid om de industrie versneld te verduurzamen?
Het oplossen van netcongestie en elektrificatie in de industrie heeft de volle aandacht van het kabinet, zoals beschreven in de Kamerbrieven van 2 april 20264 en 10 april 20265.
Hoeveel uur leveringszekerheid kunnen de verwachte batterijvolumes volgens u bieden tijdens langdurige windarme winterperiodes?
Dit is niet aan te geven. Welke bronnen op een bepaald moment in de vraag voorzien hangt af van de weerssituatie, eventuele uitval van capaciteit en de omvang van de vraag. Daarbij wordt een combinatie ingezet van vraagrespons, batterijen, regelbaar vermogen en import. Batterijen kunnen in dit proces op sommige momenten opladen en op andere momenten juist ontladen.
Welke zekerheid bestaat er dat de geplande waterstofcentrales daadwerkelijk vóór 2030 operationeel zijn en over voldoende waterstof kunnen beschikken?
Op dit moment is het niet de verwachting dat waterstofcentrales vóór 2030 een rol van betekenis zullen spelen in de elektriciteitsvoorziening van Nederland.
Erkent u dat Nederland ook na 2035 afhankelijk zal blijven van regelbaar gasgestookt vermogen voor de leveringszekerheid? Zo nee, waarom niet?
De MVZ kijkt maximaal tien jaar vooruit, tot en met 2035. Op basis van deze monitor kunnen geen uitspraken worden gedaan over de rol van gasgestookt vermogen na 2035. In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), dat na de zomer met de Kamer zal worden gedeeld, zal vooruit gekeken worden richting 2040.
Welke gevolgen verwacht u voor de elektriciteitsprijs van huishoudens en bedrijven indien de tekorten oplopen tot het niveau dat TenneT in 2035 voorziet?
De MVZ 2026 laat zien dat zonder aanvullende maatregelen de kans op tekorten richting 2035 toeneemt. Dit kan leiden tot meer prijspieken voor huishoudens en bedrijven. Om het risico op tekorten en prijspieken te verminderen, werkt het kabinet aan de introductie van een capaciteitsmechanisme als verzekering om voldoende vermogen beschikbaar te hebben. Dit zal leiden tot een dempend effect op de elektriciteitsprijs in vergelijking met de situatie zonder een capaciteitsmechanisme. Tegelijk kost een capaciteitsmechanisme, net zoals de premie van een verzekering, ook geld dat via tarieven van de netbeheerders in rekening gebracht zal worden bij huishoudens en bedrijven.
Kunt u aangeven hoeveel gigawatt regelbaar vermogen volgens de huidige inzichten ontbreekt indien geen capaciteitsmechanisme wordt ingevoerd?
In de MVZ 2026 heeft TenneT de ontbrekende capaciteit onderzocht voor de jaren 2030 en 2035. Dit betreft 0,4 respectievelijk 2,8 GW als andere landen op gelijkmatige wijze capaciteit toevoegen om aan hun eigen voorzieningszekerheidsnorm te voldoen. In deze ontbrekende capaciteit kan worden voorzien door een combinatie van vraagrespons, batterijen en regelbaar vermogen.
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden?
Ja, met uitzondering van de beantwoording van vraag 14 en 15. Deze zijn voor een goede beantwoording samengenomen.
Recente internationale ontwikkelingen omtrent de therapeutische toepassing van psychedelica |
|
Joost Sneller (D66), Marc Vervuurt (D66) |
|
Derk Boswijk (CDA), Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u de algehele tendens in de internationale ontwikkelingen omtrent psychedelische therapieën en middelen zoals MDMA en psilocybine, met toenemende aandacht voor mogelijke therapeutische toepassingen bij onder meer therapieresistente PTSS, depressie en verslavingsproblematiek?
Herkent u het beeld dat er in meerdere landen wordt gezocht naar medische toegang tot psychedelica-ondersteunde behandelingen voor ernstige, therapieresistente aandoeningen, zonder dat MDMA of psilocybine daar als regulier geneesmiddel zijn geregistreerd?
Hoe gaat u voorkomen dat Nederlandse patiënten die wegens therapieresistente psychiatrische klachten baat hebben bij psychedelica-ondersteunde therapie zich genoodzaakt zullen zien te kiezen voor ofwel een niet-medische behandeling, ofwel een behandeling in het buitenland?
Hoe kijkt u naar de recente ontwikkelingen in Duitsland, waar middels een compassionate useprogramma psilocybinetherapie is goedgekeurd als behandeling voor depressie?
Welke uitgangspunten van deze aanpak acht u relevant voor het Nederlandse beleid, bijvoorbeeld op het gebied van patiëntselectie, behandelsetting, monitoring, dataverzameling en toezicht?
Bent u bereid te onderzoeken wat de juridische en praktische mogelijkheden zijn voor een vergelijkbaar compassionate useprogramma in Nederland?
Hoe kijkt u naar de ontwikkelingen in Tsjechië, waar psilocybinetherapie sinds 1 januari 2026 is goedgekeurd als behandeling voor mensen met hardnekkige depressie en andere therapieresistente psychische stoornissen?
Welke lessen, aandachtspunten en kansen voor Nederlands beleid ziet u in deze ontwikkeling?
Hoe kijkt u naar de ontwikkelingen in Australië, waar sinds 2023 de medische toepassing van psilocybine en MDMA bij behandeling van therapieresistente depressie en PTSS is toegestaan, ondanks gebrek aan registratie als regulier geneesmiddel, en waar voor specifieke doelgroepen zoals veteranen publieke financiering beschikbaar is gesteld?
Bent u bereid te onderzoeken wat de juridische en praktische mogelijkheden zijn voor een vergelijkbare aanpak in Nederland?
Hoe kijkt u naar de recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten, waar de president zich heeft uitgesproken voor de therapeutische toepassing van psychedelica, in het bijzonder voor de behandeling van PTSS?
Welke lessen, aandachtspunten en kansen voor Nederlands beleid ziet u in deze ontwikkeling?
Hoe beoordeelt u de focus van farmaceutische bedrijven die zich in de ontwikkeling en toekomstige goedkeuring van psychedelische therapieën vooralsnog vooral op de Verenigde Staten lijken te richten? Welke rol kan Europa spelen in het versnellen van (voorlopige) goedkeuring?
Onderschrijft u het in de Verenigde Staten uitgesproken potentiële belang van psychedelische therapie voor specifieke doelgroepen die vaker behoefte hebben aan een behandeling van PTSS, waaronder veteranen?1
Bent u bekend met de recente casestudie gepubliceerd in Frontiers in Neuroscience, waarin een tijdelijke, significante functionele verbetering werd waargenomen bij een patiënt met vergevorderde Alzheimer na toediening van psilocybine?2
Welke mogelijkheden ziet u om onderzoek naar de medische toepassing van psychedelica bij neurodegeneratieve ziekten, zoals Alzheimer, in Nederland actief te faciliteren of te ondersteunen?
Welke mogelijkheden ziet u voor bredere ontwikkeling van potentieel therapeutisch inzetbare psychedelische middelen binnen Nederland, naast de eerdere specifieke discussie en onderzoeken rondom MDMA?
Indien u belemmeringen ziet, welke daarvan kunnen worden weggenomen met wetswijzigingen, en welke met beleidsaanpassingen of andere maatregelen?
Welke onderzoeken, pilots of wetenschappelijke ontwikkelingen volgt u momenteel omtrent de ontwikkeling van therapeutisch inzetbare psychedelische middelen?
Welke mogelijkheden ziet u om wetenschappelijk onderzoek naar psychedelische therapieën op een veilige, gecontroleerde en medisch verantwoorde manier te faciliteren, naast het recente onderzoek naar MDMA?
Kunt u uiteenzetten op welke wijze ervaringen, wetenschappelijke inzichten en praktijkonderzoeken uit andere landen betrokken worden bij de Nederlandse beleidsvorming, regelgeving en medische praktijk rondom psychedelische therapieën?
Kunt u toelichten welke rol Nederlandse kennisinstellingen, zorgprofessionals en toezichthouders momenteel spelen bij het volgen van de internationale ontwikkelingen rondom psychedelische therapieën en mogelijke toekomstige toepassingen binnen de geestelijke gezondheidszorg?
Kunt u uiteenzetten op welke wijze het belang van psychotherapie wordt gewaarborgd bij de beoordeling van psychedelische medicijnen door de geneesmiddelenautoriteiten?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Een LinkedIn-bericht van minister-president Rob Jetten over regeldruk en ondernemerschap |
|
Arend Kisteman (VVD) |
|
Herbert |
|
|
|
|
Deelt u de mening dat regeldrukvermindering belangrijk is voor een aantrekkelijk ondernemersklimaat?1
Onderschrijft u de knelpunten in de regeldrukagenda van FME?
Gaat u opvolging geven aan de regeldruklijst van FME en zo ja, op welke termijn kan de Kamer resultaten verwachten?
Wanneer gaat u per ministerie een target opleggen voor regeldrukvermindering, conform het coalitieakkoord? Hoe gaat u handhaven op deze targets?
Wordt de Kamer nog voor de zomer geïnformeerd over uitgewerkte standaarden met gemeenten voor minder regeldruk voor ondernemers, conform een toezegging aan mij tijdens de afgelopen begrotingsbehandeling van Economische Zaken op 21 en 22 januari 2026 en zoals opgenomen in het coalitieakkoord?
Wanneer wordt er een oplossing gevonden voor de bijschrijfplicht in de horeca, conform de aangenomen motie-Kisteman uit 2025?2
Het bericht 'Nederlanders patiënt kan voor nieuwe behandeling of medicijn beter naar Duitsland verhuizen' |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Nederlanders patiënt kan voor nieuwe behandeling of medicijn beter naar Duitsland verhuizen» en met de onderliggende analyse van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen naar 51 geneesmiddelen en indicaties die op 20 maart 2026 in de sluis zaten?1
Klopt het dat van deze 51 middelen in Nederland geen enkel middel beschikbaar is voor patiënten, terwijl daarvan in Duitsland 48 middelen wél beschikbaar zijn? Hoe verklaart u dat Nederland hier slechter scoort dan veel andere Europese landen?
Wat vindt u ervan dat juist sommige middelen tegen beenmergkanker die in nauwe samenwerking met Nederlandse ziekenhuizen zijn ontwikkeld, in Nederland nog niet verkrijgbaar zijn, terwijl ze wél voor Duitse patiënten beschikbaar zijn?
Hoe legt u aan Nederlandse patiënten en hun gezinnen uit dat exact dezelfde effectieve geneesmiddelen in andere Europese landen al wel beschikbaar zijn en hier niet?
Deelt u de opvatting dat Nederlandse patiënten recht hebben op tijdige toegang tot effectieve behandelingen, zeker als die in vrijwel alle andere onderzochte Europese landen al worden gebruikt? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat het onwenselijk is dat Nederlandse patiënten voor toegang tot nieuwe geneesmiddelen moeten uitwijken naar het buitenland omdat het Nederlandse zorgsysteem er niet voor hen is? Zo nee, kunt u toelichten waarom u dat solidair vindt?
Erkent u dat lange wachttijden, juist waar het gaat om middelen tegen kanker en andere ernstige of zeldzame aandoeningen, door bureaucratische beleidsprocessen voor deze patiënten niet alleen een papieren probleem zijn, maar direct raken aan gezondheid, kwaliteit van leven en overlevingskansen?
Erkent u dat de beperkte beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen en de lange toegangstijden voor Nederlandse patiënten wijzen op een structurele achterstand in de toegang tot innovatieve geneesmiddelen, nu in 2025 bleek dat patiënten in 2025 gemiddeld 493 dagen wachtten op toegang na EMA-goedkeuring, dat slechts 54 procent van de nieuwe Europees toegelaten geneesmiddelen hier beschikbaar is, en dat het beeld voor oncologie (525 dagen, 41 procent) en zeldzame ziekten (561 dagen) nog ongunstiger is? Zo nee, waarom niet?
Hoe verhoudt deze achterblijvende toegang zich tot het feit dat de netto-uitgaven aan geneesmiddelen met 4,2 procent van de totale zorguitgaven en als aandeel van de ziekenhuis zorg(8,8 procent) onder controle zijn? Is het huidige beleid nog in balans, als kostenbeheersing in de praktijk zwaarder lijkt te wegen dan tijdige toegang tot patiënten? Zo ja, waarom?
Bent u bereid te onderzoeken hoe beoordeling en prijsonderhandeling sneller en meer parallel kunnen verlopen, zoals dat ook in andere landen wel gebeurt?
Bent u bereid om bij het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen (TSG) het belang van snelle toegang tot patiënten leidend te maken en daarbij ook concrete termijn vast te leggen? Hoe voorkomt u dat nieuwe regels en extra toetsen en procedures juist tot nog meer vertraging leiden?
Bent u bereid om voor de verdere besluitvorming over TSG een onafhankelijke impactanalyse te laten uitvoeren naar de gevolgen van het nieuwe stelsel voor patiëntentoegang, innovatie, investeringen en de internationale positie van Nederland, voordat het stelsel wordt vastgesteld?
Het bericht ‘Rijkswaterstaat stopt met asfalteren in Noord-Nederland, want het geld is op’ |
|
Habtamu de Hoop (PvdA), Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA) |
|
Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het bericht «Rijkswaterstaat stopt met asfalteren in Noord-Nederland, want het geld is op»?1
De tekorten op de instandhoudingsopgave maken onderdeel uit van de grote financiële opgave op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds. Daarover is de Tweede Kamer op 16 maart jl. geïnformeerd. Zo kan Rijkswaterstaat op dit moment de benodigde vernieuwingsprojecten alleen nog starten door de uitvoering van andere noodzakelijke vernieuwingsprojecten te vertragen of uit te stellen. Ook is gemeld dat voor exploitatie en onderhoud Rijkswaterstaat nu al scherpe keuzes moet maken en werkzaamheden in tijd naar achteren moet schuiven om binnen de financiële kaders te blijven voor 2026–2030. Het voorlopig stopzetten van de aanbesteding van het groot onderhoud aan wegen in Groningen, Friesland en Drenthe in de jaren 2027–2028 is hier een concreet voorbeeld van. Eerder dit jaar heeft Rijkswaterstaat ook groot onderhoud op de A12 stopgezet en het werk naar achteren geschoven. Het gaat om niet acuut noodzakelijk onderhoud. De veiligheid is door het uitstellen van het onderhoud niet in het geding en er is daarom geen sprake van snelheidsverlagende maatregelen en afsluitingen. Daar waar de veiligheid wel in het geding is neemt Rijkswaterstaat altijd de noodzakelijke maatregelen. Dit jaar net als vorig jaar is en wordt er veel groot onderhoud gepleegd aan de wegen in Noord Nederland. De werkzaamheden die in uitvoering zijn gaan gewoon door.
Kunt u toelichten waarom juist deze wegen in Noord-Nederland zijn geschrapt van de lijst voor groot onderhoud?
Er is geen sprake van het definitief schrappen van groot onderhoud van deze wegen. Wel is gekozen voor het voorlopig stopzetten van de aanbesteding en het herprioriteren van de planning. Het betreft preventieve onderhoudswerkzaamheden die gepland stonden voor 2027 en 2028, waaronder werkzaamheden in:
Is het toeval dat dit uitstel van onderhoud terechtkomt bij wegen in één regio, of is Noord-Nederland om strategische redenen van de lijst gehaald?
De uitgestelde werkzaamheden worden meegenomen in het bredere afweegkader. Door te herprioriteren willen we de basis van onze infrastructuur weer op orde krijgen. Zo werken we aan een stevig fundament voor de bereikbaarheid en de economie van ons land, waar we daarna op verder kunnen bouwen. Dit is in lijn met het Coalitieakkoord en de lijn om de prioritaire inspanning te richten op de instandhouding van de infrastructuur.
Welke afwegingen zijn er gemaakt om het groot onderhoud in het Noorden uit te stellen?
Zie het antwoord bij de vragen 1 en 3.
Is bij deze keuze rekening gehouden met de langetermijnbereikbaarheid van de noordelijke regio? Is rekening gehouden met de verkeersveiligheid? En met alternatieve routes?
Bij de keuze voor het voorlopig stopzetten van de aanbesteding van het groot onderhoud aan wegen in Groningen, Friesland en Drenthe in de jaren 2027–2028 is uiteraard rekening gehouden met de langetermijnbereikbaarheid van de noordelijke regio, de verkeersveiligheid en de beschikbaarheid van alternatieve routes. Zoals in antwoord 1 aangegeven gaat het om niet acuut noodzakelijk onderhoud. Daar waar de veiligheid en bereikbaarheid in het geding is neemt Rijkswaterstaat de noodzakelijke maatregelen.
Wat zijn de langetermijnmeerkosten van het uit- of afstellen van onderhoud aan wegen?
Het uitstellen van onderhoud kan leiden tot hogere kosten op de langere termijn. Naarmate de staat van de infrastructuur verder verslechtert, kunnen zwaardere en daarmee kostbaardere onderhouds- of vervangingsmaatregelen noodzakelijk worden. De omvang van deze eventuele meerkosten verschilt per project en is niet eenvoudig te kwantificeren. De omvang van het uitgesteld onderhoud is de afgelopen jaar gestegen naar € 2.525 mln (stand jaarverantwoording 2025) waarvan 1.133 mln voor het hoofdwegennet.
Tegelijkertijd maakt de huidige budgettaire situatie het noodzakelijk om onderhoudsmaatregelen zorgvuldig te prioriteren en te faseren. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt daarom aan een herprioritering van onderhouds- en vervangingsopgaven binnen de beschikbare financiële kaders.
Bij deze afweging wordt steeds gezocht naar een balans tussen de gevolgen op korte en lange termijn, de risico’s voor de infrastructuur en het borgen van een veilig, beschikbaar en betrouwbaar netwerk. De staat van de infrastructuur wordt daarbij continu gemonitord, zodat waar nodig tijdig aanvullende maatregelen kunnen worden getroffen.
Kunt u deze vragen met spoed beantwoorden voor het a.s. commissiedebat Strategische bereikbaarheid?
Ja.
Een reclameverbod voor ultra fast fashion |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66), Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de EenVandaag-uitzending over een reclameverbod op ultra fast fashion?1
Ja.
Deelt u de opvatting dat reclame voor ultra fast fashion-producten via sociale media (zoals TikTok Shop), aanbevelingsalgoritmen en influencermarketing bijdraagt aan overconsumptie van textiel en daarmee op gespannen voet staat met de Nederlandse én Europese doelstellingen op het gebied van circulaire economie en grondstoffengebruik? Zo nee, waarom niet?
Ja, die opvatting deel ik. In het Nationaal Programma Circulaire Economie zet het kabinet onder andere in op het efficiënter grondstoffengebruik en het bevorderen van circulair consumentengedrag. Het sterk groeiende verdienmodel van ultra fast fashion platforms staan hiermee op gespannen voet en stimuleren het tegenovergestelde. Deze producten bestaan vaak uit textiel van lage kwaliteit met een korte levensduur en worden tegen lage prijzen aangeboden. Daarnaast zorgt de instroom van grote hoeveelheden laagwaardig textiel ervoor dat hergebruik en hoogwaardige recycling onder druk staat. Ook de Inspectie Leefomgeving en Transport benoemt deze problemen.2Bovendien maken bepaalde platforms gebruik van diverse reclame- en marketingtechnieken, zoals nepkortingen, aftelklokken en meldingen van beperkte beschikbaarheid, om consumenten te verleiden tot het kopen van grote hoeveelheden trendgevoelige kleding.
In hoeverre acht u het wenselijk dat met name jongeren en financieel kwetsbare consumenten via ultra fast fashion-platforms worden blootgesteld aan koopprikkels voor goedkope kledingproducten? Ziet u een relatie tussen dergelijke verkooptechnieken, impulsaankopen en de financiële weerbaarheid van consumenten?
Het is belangrijk dat consumenten, met name jongeren en financieel kwetsbare groepen, hun keuzes kunnen baseren op duidelijke en betrouwbare informatie en niet worden beïnvloed door misleidende verkooptechnieken. Daarom zetten de ACM3 en Europese toezichthouders4 zich actief in voor de naleving van de consumentenregels en spreken zij deze platforms hierop aan. Eerder hebben Europese consumententoezichthouders vastgesteld dat bepaalde ultra fast fashion-platforms gebruikmaken van technieken, zoals nepkortingen, aftelklokken en meldingen van beperkte beschikbaarheid, die consumenten kunnen aanzetten tot impulsieve aankopen en in strijd zijn met het consumentenrecht. De consumententoezichthouders roepen de platforms op hun handelspraktijken in overeenstemming te brengen met het consumentenrecht. Omdat deze platforms in meerdere Europese landen dezelfde mogelijke overtredingen begaan, is gekozen voor een gezamenlijke aanpak van de Europese consumententoezichthouders. Ook de ACM neemt deel aan deze actie. Het overtreden van consumentenregels kan de financiële weerbaarheid van consumenten onder druk zetten.
In hoeverre acht u een benadering voor ultra fast fashion-producten juridisch en beleidsmatig haalbaar, zoals in verschillende sectoren waarbij beperkingen of verboden gelden op reclame wanneer producten of diensten aantoonbaar negatieve maatschappelijke gevolgen hebben, zoals bij tabak, kansspelen en bepaalde financiële producten?
Het kabinet ziet dat er zorgen bestaan over de impact van ultra fast fashion en de wijze waarop deze producten worden gepromoot. Voor ultra fast fashion ontbreekt op dit moment een dergelijke juridische afbakening. Om een eventueel verbod of vergaande beperking van reclame juridisch houdbaar te maken, is een dergelijke heldere definitie nodig van wat onder ultra fast fashion wordt verstaan en op welke gronden een beperking gerechtvaardigd is.
Daarbij geldt dat reclameregulering een beperking vormt van de vrijheid van meningsuiting en daarom alleen mogelijk is wanneer daarvoor een voldoende zwaarwegend algemeen belang bestaat en de maatregel proportioneel en goed afgebakend is. Het kabinet ziet het vaststellen van een duidelijke definitie als eerste stap. Dit onderwerp wordt op Europees niveau opgepakt, gezien het belang van harmonisatie binnen de textielsector. Nederland, Duitsland en Frankrijk brengen een non-paper in bij de Milieuraad waarin wij pleiten voor een Europese definitie van ultra fast fashion.
Daarna worden de juridische mogelijkheden verder onderzocht. Het kabinet kan nog niet vooruitlopen op de uitkomsten van deze verkenning. Op het gebied van illegale reclame gelden er Europese regels onder de Digital Services Act (DSA). Deze regels zijn sinds 2024 van kracht. Zij verplichten platforms om illegale content en misleiding tegen te gaan. Ook het gebruik van misleidende verkooptechnieken en zogenoemde dark patterns valt hieronder.
Bent u bekend met de maatregelen die in Frankrijk en Italië zijn genomen of voorgesteld om reclame voor ultra fast fashion te beperken?
Ja.
Bent u bereid om, in navolging van Frankrijk en Italië, te onderzoeken of een Nederlandse definitie van ultra fast fashion kan worden opgesteld?
Ja, Nederland bepleit samen met andere lidstaten een Europese definitie en gezamenlijke aanpak van ultra fast fashion. Hierbij kan worden gekeken naar bestaande voorbeelden, zoals in Frankrijk.
Wat is uw beleidsambitie op de breed aangenomen motie Stoffer c.s. over voor het begrotingsdebat IenW komen met een actieplan om ultrafast fashion aan te pakken (Kamerstuk 32 852, nr. 372) die oproept om de Franse anti ultra fast fashionwet te vertalen naar Nederland? Wanneer kunnen we concrete beleidsacties verwachten hieromtrent?
In de voortgangsrapportage textiel van 2025 is de Kamer geïnformeerd over de aanpak ultra fast fashion naar aanleiding van motie Stoffer c.s. Daarnaast heeft de Textieltafel, onder leiding van de Speciaal Regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie Steven van Eijck, partijen uit de textielketen samengebracht om te werken aan oplossingen voor de inzameling, sortering en recycling van textiel. In het rapport «Samen verder in Circulair Textiel» doet de Textieltafel aanbevelingen om de circulaire textielketen te versterken. De Kamer ontvangt voor de zomer een kabinetsreactie, inclusief de verdere uitwerking van de aanpak van ultra fast fashion.
Regelingen voor jonge mantelzorgers |
|
Sandra Beckerman (SP), Sarah Dobbe (SP) |
|
Letschert , Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het signaal dat veel jonge mantelzorgers, zoals de 16-jarige Fynn die voor zijn ongeneeslijk zieke vader zorgt, ernstig belast raken?1
Ja, ik ben bekend met het signaal dat jonge mantelzorgers ernstig belast kunnen raken. Niet alleen door de zorgtaken die deze jongeren hebben, maar ook doordat ze zich zorgen maken over het gezinslid voor wie zij zorgen of omdat zij een zorgtekort in het gezin ervaren.
Bent u bekend met het gegeven dat inmiddels meer dan een kwart van alle jongeren mantelzorg verleent en dat het aantal jongeren dat hiermee ernstig belast is de afgelopen tien jaar is verdubbeld?
Ja, ik ben bekend met de recent verschenen publicatie van het SCP2 waaruit naar voren komt dat het aandeel jongeren (18–34-jarigen) dat ernstige belasting ervaart bij hun mantelzorgtaken tussen 2014 en 2024 toegenomen is van ongeveer 6% tot circa 12% van het totaal aantal mantelzorgers in deze leeftijdscategorie. Eerder onderzoek van het SCP3 liet daarnaast zien dat ongeveer een kwart van de 16–24-jarigen voor een naaste met gezondheidsproblemen zorgt.
Zijn er prognoses beschikbaar over de verdere groei van het aantal jongeren dat mantelzorg verleent en kunt u die delen?
Er zijn mij geen prognoses bekend specifiek gericht op het aantal jongeren dat mantelzorg verleent. Wel zijn er prognoses beschikbaar over de verhouding tussen het potentiële aantal mantelzorgvragers en het potentiële aantal mantelzorggevers in de tijd. Zo is in de deelstudie «Demografische en andere uitdagingen voor de Wmo 2015» van het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 20154 een prognose over deze verhouding opgenomen en met uw Kamer gedeeld.
Bent u het er mee eens dat jongeren die mantelzorg verlenen te maken krijgen met specifieke uitdagingen en zorgen in het onderwijs, terwijl volwassenen vaak als maatstaf genomen worden bij beleid en beeldvorming rondom mantelzorg?
In de beeldvorming rondom mantelzorg zijn jonge mantelzorgers, en de specifieke uitdagingen waarmee zij bijvoorbeeld in het onderwijs te maken hebben, niet voor iedereen even zichtbaar. Juist daarom is in de Mantelzorgagenda 2023–20265 specifieke aandacht voor jonge mantelzorgers om zo meer bewustwording over jonge mantelzorgers te creëren.
Bent u het eens dat de huidige aandacht voor jonge mantelzorgers binnen onderwijsinstellingen vaak versnipperd is en afhangt van de individuele welwillendheid van een school of docent?
Ik herken dat het krijgen van ondersteuning of maatwerk af kan hangen van wie je als student in het vervolgonderwijs daarvoor treft. Onlangs heeft het Ministerie van OCW onderzoek laten uitvoeren naar hoe onderwijsinstellingen in het hbo en wo maatwerk verlenen aan studenten met een ondersteuningsvraag.6 Daarbij is ook gekeken naar mantelzorgers. Hoewel veel instellingen hier beleid op hebben geformuleerd en deze studenten tegemoet komen, blijkt uit het onderzoek ook dat er grote verschillen zijn in deze ondersteuning. Het onderzoeksbureau constateert dat deze lijken voort te komen uit de manier waarop instellingen organisatorisch zijn ingericht, en/of historisch gegroeid en/of cultureel bepaald. In de beleidsreactie op het onderzoek heeft de Minister van OCW aangekondigd dat ze grondig gaat kijken naar hoe het systeem nu is ingericht en samen met onderwijsinstellingen gaat bezien hoe deze verschillen verkleind kunnen worden.7 Hierbij zal afgewogen moeten worden hoe maatwerk en meer uniformiteit zich tot elkaar verhouden, wat instellingen zelf hieraan kunnen doen en welke wettelijke kaders hierbij passend zijn.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs heeft de Minister van OCW via de Verbeteragenda passend onderwijs mbo (2020–2025) gewerkt aan het verbeteren van de ondersteuning en begeleiding van studenten met een ondersteuningsbehoefte. De komende periode zet de Minister van OCW zich in om de informatievoorziening over de op de onderwijsinstelling aangeboden ondersteuning te verbeteren. Zowel studenten als onderwijsmedewerkers moeten de ondersteuningsmogelijkheden kennen en de weg ernaar weten te vinden. Ook ga ik een aantal ongewenste verschillen in de (financiële) ondersteuning tussen instellingen verkleinen.
Zijn er regelingen om leerlingen en studenten in bijzondere omstandigheden te ondersteunen waarin mantelzorg ook expliciet als ondersteuningsgrond genoemd wordt?
Het mbo-studentenfonds en het Studentenondersteuningsfonds in het hbo en wo bieden financiële ondersteuning aan studenten die als gevolg van bijzondere omstandigheden studievertraging oplopen8. Onder bijzondere omstandigheden worden onder andere bijzondere familieomstandigheden verstaan, waar mantelzorg ook onder kan vallen. Instellingen bepalen zelf de reikwijdte hiervan. Ook kunnen instellingen maatwerkvoorzieningen treffen: aanpassingen die een student met ondersteuningsvraag nodig heeft om succesvol de opleiding te kunnen afronden, zoals flexibilisering van het onderwijs. Tevens geldt dat bij het afgeven van een bindend studieadvies instellingen in het vervolgonderwijs verplicht zijn om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de student.
Bent u bereid mantelzorg explicieter op te nemen in ondersteuningsregelingen zodat het voor onderwijsinstellingen duidelijk is wat zij voor deze groep jongeren kunnen doen?
In zowel het mbo als in het hbo en wo kan mantelzorg worden aangemerkt als een bijzondere familieomstandigheid, waarvoor instellingen maatwerkvoorzieningen dan wel financiële voorzieningen kunnen treffen. Over het algemeen zijn onderwijsinstellingen daar goed mee bekend. Wel ziet de Minister van OCW ruimte voor verbetering daar waar het gaat om de verschillen tussen instellingen in het verlenen van maatwerk en financiële ondersteuning voor verschillende groepen studenten, waaronder mantelzorgers. Zoals toegelicht in antwoord 5 wordt aankomende tijd daarom samen met onderwijsinstellingen verkend hoe de verschillen tussen instellingen in het hbo en wo in het voorzien in maatwerk verkleind kunnen worden en welke wettelijke kaders hierbij passend bij zijn.9 Dit heeft ook betrekking op studenten die mantelzorg verlenen in het onderwijs.
Bent u bereid in gesprek te gaan met jongeren die mantelzorg verlenen om te kijken waar zij in het onderwijs tegenaan lopen en hoe zij het best ondersteund kunnen worden?
Ja, ik vind het zeker belangrijk dat mijn ministerie met deze jongeren (en organisaties die zich hard voor hen maken) spreekt om te kijken waar beleid nog verder verbeterd kan worden. Ik heb onlangs een afspraak ingepland met MantelzorgNL om met studenten met mantelzorgtaken in gesprek te gaan. Naar aanleiding van de motie-Krul10 is eerder ook gesproken met MantelzorgNL over de ondersteuning van studenten met mantelzorgtaken in het onderwijs.11Ook worden ervaringen en signalen van studenten met mantelzorgtaken opgehaald en betrokken bij beleid door partijen gefinancierd door het Ministerie van OCW, zoals het Expertisecentrum Inclusief Onderwijs (ECIO).
Hoe gaat u ervoor zorgen dat onderwijsinstellingen op de hoogte zijn van de manieren waarop ze leerlingen en studenten die mantelzorg verlenen nu al kunnen ondersteunen?
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 7 bestaan er reeds (financiële) ondersteuningsmogelijkheden voor instellingen en zijn die ook bekend bij hen. In de praktijk bestaat dé mantelzorger echter niet en zit daar ook juist de uitdaging voor instellingen om per individueel geval gepast maatwerk te bieden. Met financiering van het Ministerie van OCW heeft ECIO, in samenwerking met Strategische Alliantie Jonge Mantelzorger en MantelzorgNL, een model ontwikkeld om instellingen én mantelzorgers te informeren over ondersteuningsmogelijkheden voor mantelzorgers. Dit model biedt een raamwerk voor samenwerking tussen onderwijsinstellingen en studerende mantelzorgers, om als leidraad te dienen voor het bieden van de nodige ondersteuning. Ook het programma studentenwelzijn (STIJN) voorziet instellingen in het mbo, hbo en wo van praktische tools voor onderwijsprofessionals die behulpzaam zijn kunnen zijn bij de ondersteuning van studerende mantelzorgers.
Welke maatregelen kunt u verder nemen om ervoor te zorgen dat jonge mantelzorgers gelijke kansen houden op het succesvol afronden van onderwijs?
Naast de reeds bestaande ondersteuningsmogelijkheden voor studenten beschrijf ik in mijn antwoord op vraag 5 de stappen die ik aanvullend nog neem.
Bent u het ermee eens dat bezuinigingen op de zorg niet mogen leiden tot een nog hogere druk op (jonge) mantelzorgers? Zo ja, wat gaat u doen om dat te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Ja, ik ben het met u eens dat we moeten voorkomen dat bezuinigingen in de zorg leiden tot overbelasting van jonge mantelzorgers. In de Mantelzorgagenda 2023–2026 is specifieke aandacht voor jonge mantelzorgers en zijn verschillende maatregelen opgenomen om jonge mantelzorgers beter te ondersteunen. Om meer bewustwording over jonge mantelzorgers te creëren, is in de communicatiecampagne «Zien dat zij er voor iemand Zijn», speciale aandacht voor deze doelgroep. Daarnaast faciliteren we de Strategische Alliantie Jonge Mantelzorg en Stichting JMZ Pro voor het uitvoeren van een programma dat zich richt op meer bekendheid en betere ondersteuning van jonge mantelzorgers, bijvoorbeeld met het project Jonge Mantelzorgvriendelijke School. Met het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg12 zet ik daarnaast in op het versterken van het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers om zo overbelasting tegen te gaan.
Het bericht 'Taliban grijpen gewelddadig in bij protest voor vrouwenrechten Afghanistan' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat de Taliban gewelddadig heeft ingegrepen bij een protest voor vrouwenrechten in Afghanistan?1
Hoe bent u van plan deze gewelddadige acties te veroordelen en op te volgen?
Wat gaat Nederland extra doen om Afghaanse vrouwen te beschermen en te ondersteunen tegen geweld en onderdrukking vanuit de Taliban?
Bent u bereid om lokale vrouwenorganisaties extra te ondersteunen? Zo nee, waarom niet?
Gaat u, danwel in samenspraak met hulporganisaties danwel in Europees of VN verband, ervoor zorgen dat bewijs wordt verzameld en veiliggesteld zodat misdaden tegen vrouwen worden gedocumenteerd en beschikbaar zijn voor vervolging van daders? Zo ja, welke stappen bent u bereid te nemen? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de oproep van The Human Rights Watch om onmiddellijke alle arrestanten vrij te laten en de gewonden medische zorg te bieden? Zo ja, hoe gaat u de druk op de Taliban opvoeren? Zo nee, waarom niet?
Hoe hebben deze berichten invloed op mogelijke onderhandelingen met de Taliban over het al dan niet terugsturen van Afghaanse vrouwen die in Nederland verblijven? Deelt u de mening dat het terugsturen van Afghaanse vrouwen naar de Taliban niet kan?
Bent u bekend met het artikel «Baanbrekende en miljoenenbesparende zorginnovaties sneuvelen door starre regels rond financiering: «Dit is niet uit te leggen»»?1
Deelt u de mening dat het belangrijk is zorginnovaties met overheidsbeleid te ondersteunen zodat de kwaliteit van zorg hoog blijft, wachtlijsten worden teruggedrongen en economische groei wordt aangewakkerd?
Ziet u mogelijkheden om doorlooptijden van regelgeving voor medische innovaties, zoals vergunningen, te verkorten? Zo ja, op welke manier?
Hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen motie van het lid Martens-America over het verbeteren van deal terms voor intellectueel eigendom (Kamerstuk 32 637, nr. 744), welke verzoekt om deal terms te verbeteren, bijvoorbeeld door medische universiteiten bij deal terms aan te laten sluiten? Gaat u de deadline halen om uiterlijk einde van dit jaar over verbeteringen aan de Kamer te rapporteren?
Bent u bereid een meer coördinerende rol op zich te nemen voor investeringen in innovaties vanuit de markt in de zorg, zodat bijvoorbeeld zorgverzekeraars worden verleid samen te investeren in innovaties en verzekeraars hier niet van afzien uit angst dat andere verzekeraars op hun innovaties «meeliften», zoals in het aangehaalde artikel beschreven?
Ziet u een rol weggelegd voor de nieuwe Nationale Investeringsinstelling met betrekking tot het stimuleren van medische innovaties en zo ja, welke?
Het bericht dat de dader van de kunstroof Assen in de gevangenis een kledinglijn opzet met gouden helm als logo |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Dader kunstroof Assen zet in gevangenis kledinglijn op met gouden helm als logo»?1
Wat vindt u ervan dat een gedetineerde een webshop kan oprichten en kennelijk kan exploiteren vanuit de gevangenis?
Waarom mag een gedetineerde het postadres van de gevangenis gebruiken voor een webshop?
Wat vindt u ervan dat iemand die procesafspraken maakt met het Openbaar Ministerie en altijd heeft gezwegen over zijn rol, een webshop opricht en/of daarbij betrokken is, met T-shirts over het strafbare feit dat hij heeft gepleegd?
Waarom is het oprichten van een rechtspersoon vanuit de gevangenis, of het betrokken zijn bij die oprichting daarvan, toegestaan?
Wat is er gebeurd sinds de toezegging van de toenmalig Minister in de Kamerbrief van 22 november 2021 dat het oprichten van rechtspersonen vanuit de gevangenis aan banden zou worden gelegd (Kamerstuk 29 911, nr. 339)?
Bent u bereid om het oprichten van rechtspersonen vanuit de gevangenis aan banden te leggen? Zo ja/nee, waarom?
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat gedetineerden niet betrokken kunnen zijn bij het exploiteren van ondernemingen terwijl zij hun straf ondergaan?
De toename van geweld, mishandeling, bedreiging en diefstal door migranten in de Amsterdamse Binnenstad |
|
Diederik Boomsma (CDA), Simon Ceulemans (JA21) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Groepjes jongens stelen niet alleen, maar beroven, bedreigen en mishandelen ook: «alarm om steeds gewelddadigere dieven in Amsterdamse binnenstad»»?1
Bent u bekend met het artikel «Klokkenluider binnen politiekorps: «Criminele asielzoekers terroriseren Amsterdam»» van 25 augustus 2022?2
Kunt u een reflectie geven op de oorzaken, gevolgen en de toename van deze problematiek over de afgelopen vier jaar? Welke maatregelen zijn de afgelopen jaren getroffen om deze criminaliteit terug te dringen?
Bent u bereid om na te vragen bij de politie in Amsterdam centrum, waar vier jaar geleden deze noodklok werd geluid, om te onderzoeken, desnoods op basis van mogelijk anonieme vragen, hoe agenten aankijken tegen de situatie op dit moment, wat er aan maatregelen is genomen de afgelopen vier jaar, en wat er volgens hen aanvullend nodig is?
In 2022 stelden klokkenluiders bij de Amsterdamse politie dat zij hun handen vol hadden aan criminele asielzoekers uit Noord-Afrika, dat het bestrijden van deze criminaliteit zinloos was zolang daders niet werden uitgezet, en dat zij dit als zeer frustrerend ervoeren; wat kunt u, vier jaar later, zeggen tegen deze agenten om hun zorgen tegemoet te komen, en op welke concrete wijze is de situatie sindsdien verbeterd?
Hoeveel (uitgeprocedeerde) criminele asielzoekers zijn de afgelopen jaren per jaar vervolgd en hoeveel bestraft voor criminaliteit, van hoeveel criminele asielzoekers is als gevolg daarvan hun asielprocedure stopgezet en afgewezen en hoeveel criminele asielzoekers zijn uitgezet? Voor welk type misdrijven is in de praktijk besloten om asielprocedures stop te zetten en/of uit te zetten?
Bent u het met de indieners eens dat het cruciaal is dat asielzoekers die dergelijk crimineel gedrag vertonen de consequenties daarvan moeten (leren) vrezen om hen hiervan te weerhouden? In hoeverre vindt u dat de consequenties die zij op dit moment doorgaans ondervinden voldoende afschrikwekkend zijn? Kunt u dit toelichten?
Hoe vaak worden criminele asielzoekers die winkeldiefstallen plegen en werkloos geraakte arbeidsmigranten die overvallen of geweld plegen zoals beschreven in deze artikelen en die worden opgepakt door winkelaars en/of vervolgens door de politie, daadwerkelijk vervolgd?
Hoe vaak krijgen criminele asielzoekers die worden gepakt voor dergelijke misdrijven gestraft door een maatregel opgelegd door het asielzoekerscentrum (AZC)?
Klopt het dat politieteams in de Amsterdamse binnenstad destijds het overgrote deel van hun tijd kwijt waren aan criminele asielzoekers, zoals in 2022 werd gerapporteerd? Kunt u bij de betreffende politieteams nagaan welk deel van hun schaarse politietijd agenten momenteel kwijt zijn aan deze groepen criminelen in de Amsterdamse binnenstad, Ter Apel en Budel?
Klopt het dat winkeliers SODA-boetes (Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling) van 181 euro uitsluitend kunnen opleggen aan Nederlands ingezetenen en dat arbeidsmigranten en asielzoekers daardoor buiten dit systeem vallen? Hoe verloopt dit incasso-systeem in de praktijk? Is het mogelijk om deze boetes ook op te leggen aan arbeidsmigranten en asielzoekers en wat zou daarvoor nodig zijn?
Klopt het dat winkeliers die een SODA-boete opleggen van 181 euro zelf slechts 80 euro daarvan ontvangen? Zo ja, op welke gronden is deze verdeling bepaald en bent u bereid dit aandeel voor winkeliers te verhogen?
Klopt het dat criminele asielzoekers winkeliers die hen aanspreken of aanhouden hen regelmatig bedreigen en foto’s van hen nemen? Hoe vaak zijn criminele asielzoekers vervolgd voor deze vormen van intimidatie, welke straffen staan daarop en welke straffen worden daarvoor zoal uitgedeeld?
Klopt het dat de landelijke Top X-lijst van overlastgevende asielzoekers inmiddels bijna 1.200 personen telt, waarvan de helft van Syrische afkomst is en meer dan een derde minderjarig? Klopt het voorts dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) over het algemeen niet worden geplaatst in procesbeschikbaarheidslocaties en dat de handhaving en toezichtlocatie (HTL) niet meer wordt gebruikt? Welke concrete interventies staan dan wel ter beschikking voor deze specifieke groepen en acht u die toereikend om overlastgevend en crimineel gedrag effectief aan te pakken?
Welke specifieke strafrechtelijke en vreemdelingenrechtelijke consequenties kunnen minderjarige asielzoekers die overlast veroorzaken of strafbare feiten plegen in de praktijk ondervinden en hoe vaak zijn deze opgelegd? Voorziet de aangenomen motie-Boomsma over een landelijk actieplan voor jonge Syrische asielzoekers in voldoende uitvoerbare maatregelen voor amv’s, in het bijzonder waar het detentiemogelijkheden betreft (Kamerstuk 19 637, nr. 3413)? In hoeveel gevallen zijn de in de uitvoering van de motie voorgestelde acties daadwerkelijk opgelegd?
Klopt het dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in de nieuwe werkinstructie voor het Plan van Aanpak openstaande asielaanvragen een roulatiesysteem hanteert waarbij nationaliteiten periodiek worden afgewisseld om de belasting van de rechtspraak te spreiden? Maakt u in deze werkinstructie ruimte voor het prioritair (her)beoordelen van asielaanvragen en verblijfsvergunningen van (overlastgevende) Syriërs, mede in het licht van de aangenomen motie-Boomsma/Ceulemans over een taskforce terugkeer Syriërs (Kamerstuk 36 800 XX, nr. 28)?
Wat is de stand van uitvoering van de aangenomen motie-Ceulemans/Van der Plas die de regering verzocht vóór 1 mei 2026 de Kamer te informeren over concrete maatregelen tegen de overlast rondom azc Budel (Kamerstuk 19 637, nr. 3510). Wat is de stand van uitvoering van de aangenomen motie-Ceulemans die verzocht te zorgen voor beveiliging en/of ov-boa’s op de buslijnen en pendelbus tussen Emmen en Ter Apel (Kamerstuk 19 637, nr. 3531)? Welke concrete maatregelen zijn sindsdien genomen?
In hoeverre is de situatie in Budel en op de buslijnen rond Ter Apel inmiddels verbeterd en zo niet, welke aanvullende stappen worden op korte termijn gezet?
Bent u het eens met de stelling dat het tijd is voor een grootschalige campagne waarbij politie, Openbaar Ministerie, IND en Dienst Justitiële Inrichtingen rond de tafel gaan om harde keuzes te maken om deze problematiek beter aan te pakken, daar tijd voor vrij te maken en waar mogelijk vast te zetten en vervolgens uit te zetten?
Het bericht ‘Hoofdaanklager Internationaal Strafhof Karim Khan per direct geschorst’ |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Hoofdaanklager Internationaal Strafhof Karim Khan per direct geschorst»?1
Ja.
Bent u het ermee eens dat de positie van aanklager Karim Khan onhoudbaar is en zal Nederland, als één van de beslissende staten, daarom ook voor zijn ontslag stemmen? Zo nee, waarom niet?
Vooropgesteld moet worden dat de beschuldigingen aan het adres van de Aanklager van het Internationaal Strafhof (ISH) zeer verontrustend zijn. De Aanklager moet aan de hoogste standaarden worden gehouden. Het oordeel van het dagelijkse bestuursorgaan van de Vergadering van verdragspartijen – het zogenaamde Bureau, waar 21 van de 125 verdragspartijen zitting in hebben2 – dat er sprake is geweest van «ernstig wangedrag» en «ernstig plichtsverzuim» roept ernstige vragen op voor wat betreft de houdbaarheid van de positie van de Aanklager.
De vertrouwelijke rapporten, verklaringen en documenten waarop het Bureau zijn beslissing heeft gebaseerd zullen zorgvuldig worden bestudeerd door Nederland en in overleg met andere verdragspartijen zal worden bezien welke conclusies hier aan moeten worden verbonden. Uw Kamer zal per brief worden geïnformeerd over de Nederlandse inzet tijdens de Speciale Zitting van de Vergadering van verdragspartijen die in het kader van deze procedure zal worden gehouden op 24 juli 2026 in New York.
Zal Nederland het arrestatiebevel gericht tegen leden van de Israëlische regering handhaven, gelet op het feit dat dit mogelijk door valse intenties tot stand is gekomen? Zo ja, waarom?
Het systeem van het Hof is zo ingesteld dat de verschillende organen van het Hof onafhankelijk van elkaar opereren, waarbij het aan de rechters is om arrestatiebevelen en vonnissen uit te vaardigen volgens de standaarden die zijn vastgelegd in het Statuut van Rome. Dit betekent dat de arrestatiebevelen van het ISH niet worden uitgevaardigd door de Aanklager, maar door de Kamer van Vooronderzoek (Pre-Trial Chamber) die bestaat uit drie onafhankelijke rechters. De Aanklager kan slechts een verzoek om een arrestatiebevel bij de Kamer van Vooronderzoek indienen en het is vervolgens aan de rechters om te beoordelen of er voldoende bewijs is voor het uitvaardigen van een arrestatiebevel. Aan de hand van de door de rechters uitgevaardigde arrestatiebevelen kan het ISH landen verzoeken om aanhouding en overlevering.
Voor Nederland geldt dat – conform de verplichtingen onder het Statuut van Rome – elk verzoek om aanhouding en overlevering dat Nederland ontvangt van het ISH direct in behandeling wordt genomen, zoals ook is opgenomen in de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof.
Hoe beoordeelt Nederland deze (seksuele) wanpraktijken bij het Internationaal Strafhof en welke consequenties voor de geloofwaardigheid van het Hof heeft dit?
Zie het antwoord op vraag 2. Nederland staat als gastland en verdragspartij achter het ISH en de strijd tegen straffeloosheid voor internationale misdrijven. De geloofwaardigheid van het Hof staat niet ter discussie. Het kabinet acht het van groot belang dat de procedures van het ISH voor het onderzoeken en beoordelen van aantijgingen van wangedrag tegen individuele ambtsdragers van het Hof worden gevolgd.
Welke consequenties verbindt Nederland aan de geloofwaardigheid en de bindende kracht van het Internationaal Strafhof, gezien het feit dat vergaande beslissingen klaarblijkelijk op arbitraire gronden genomen worden?
Het kabinet herkent niet het beeld dat het ISH vergaande beslissingen op arbitraire gronden neemt. Zie ook de antwoorden op de vragen 3 en 4.
Welke stappen kan Nederland, en zult u specifiek als Minister, ondernemen tegen deze ambtsbekleder die waarschijnlijk strafbare feiten heeft gepleegd op Nederlandse bodem?
Zie het antwoord op vraag 2. De Vergadering van verdragspartijen zal zich tijdens de speciale zitting buigen over de beslissing van het Bureau en de onderliggende rapporten om te bezien welke conclusies hier aan verbonden moeten worden. Nederland zal hier als een van de 125 verdragspartijen aan deelnemen en na beoordeling van de onderliggende informatie naar behoren handelen.
Voor wat betreft eventuele mogelijkheden van strafrechtelijke vervolging voor vermeende feiten die zijn gepleegd op Nederlands grondgebied dient te worden opgemerkt dat het aan het Openbaar Ministerie is om te bezien of het mogelijk en opportuun is om over te gaan tot strafrechtelijke vervolging. Het is niet aan het kabinet om uitspraken te doen over individuele gevallen.
Welke consequenties zal Nederland eraan verbinden indien het merendeel van de leden niet voor ontslag stemt en daarmee de bindende en overtuigende kracht van het Internationaal Strafhof diskwalificeert?
Daar kan het kabinet niet op vooruitlopen. Eerst zullen de beslissing van het Bureau en de vertrouwelijke rapporten, verklaringen en documenten waarop die beslissing is gebaseerd zorgvuldig moeten worden bestudeerd en zal met andere verdragspartijen moeten worden bezien welke conclusies daaraan moeten worden verbonden.
Het bericht dat in kwetsbare wijken een grotere kans is op babysterfte en complicaties bij zwangerschappen |
|
Jimmy Dijk (SP), Sarah Dobbe (SP) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat in kwetsbare wijken een grotere kans is op babysterfte en complicaties bij zwangerschappen?1, 2
Bent u het ermee eens dat deze enorme gezondheidsachterstanden onacceptabel zijn?
Wat gaat u doen om de hoge babysterfte en de andere gemeten achterstanden in Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV)-wijken tegen te gaan?
Erkent u dat de crisis in de kraamzorg en het daardoor veroorzaakte tekort in de kraamzorg extra risicovol zijn in deze wijken? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
Bent u het ermee eens dat het onuitlegbaar is om de acute verloskundeafdeling in Heerlen te sluiten, terwijl baby’s die in Heerlen-Noord geboren worden zo’n 25 procent vaker een te laag geboortegewicht hebben en dus kwetsbaarder zijn?