| Ingediend | 25 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 16 april 2026 (na 50 dagen) |
| Indiener | Ulysse Ellian (VVD) |
| Beantwoord door | van Bruggen |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid recht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03720.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1641.html |
Ja.
Het in de mediaberichtgeving aangegeven aantal zaken herken ik niet. In eerdere brieven aan uw Kamer is toegelicht dat de rechtspraak jaarlijks uitspraak doet in ruim 85.000 strafzaken en dat verreweg in de meeste zaken de straf op de juiste naam wordt opgelegd.2 Daarnaast is uiteengezet dat de Matching Autoriteit van de Justitiële Informatiedienst (Justid) jaarlijks voor meer dan 175.000 personen de leidende administratieve identiteit vaststelt en dat in ongeveer 14.000 gevallen per jaar een extra beoordeling nodig is. Deze cijfers zien op identiteitsvaststelling en correcties in het proces en zijn niet één-op-één te vertalen naar naamfouten in strafvonnissen.
De problematiek waar de grootste risico’s voor burgers en voor de uitvoering van straffen zitten, betreft de gevallen waarin na het onherroepelijk worden van een strafvonnis, blijkt dat er signalen zijn dat er een probleem is met de vastgestelde identiteit en daardoor een mogelijk onjuiste tenaamstelling. Daarover is aan uw Kamer gemeld dat dit zich gemiddeld zo’n 50 keer per jaar voordoet.
In de brief van 10 november 2025 informeerde mijn ambtsvoorganger uw Kamer over vier extra gevallen waarin sprake is van een foutieve tenaamstelling in een vonnis.3 Het ging in deze zaken om het opzettelijk gebruik maken van een vals ID-bewijs (rijbewijs), poging tot diefstal in vereniging met inbraak, diefstal in vereniging en mishandeling en openlijke geweldspleging. In twee van deze gevallen zijn personen tijdens het controleren van hun identiteit kort gedetineerd geweest. Nadat kon worden vastgesteld dat het niet ging om de betreffende dader, zijn zij in vrijheid gesteld. Ook de andere twee zaken zijn toegevoegd aan de lijst van zaken die ter correctie van de gegevens worden getoetst en behandeld.
Zoals ik u in de Kamerbrief van 10 november 2025 heb laten weten bleek uit de op dit moment nog lopende toetsing en afhandeling van de geregistreerde zaken op basis van het toetsings- en handelingskader, dat er sprake is van in elk geval één situatie waarin een straf niet ten uitvoer is gelegd als gevolg van een foutief te naam gesteld vonnis.4 In deze zaak kon het vonnis niet worden betekend als gevolg van onvindbaarheid en staat de veroordeelde om die reden gesignaleerd.
In z’n algemeenheid geldt dat zodra er concrete aanwijzingen zijn dat een foutieve tenaamstelling leidt tot het risico dat een straf niet ten uitvoer is gelegd, dat signaal met ketenpartners – zoals het openbaar ministerie – wordt opgepakt. Mocht blijken van niet ten uitvoer gebrachte straffen, dan bezien de betrokken organisaties of alsnog tot tenuitvoerlegging kan worden overgegaan.
Zie het antwoord op vraag 4.
Justid doet momenteel aanvullend onderzoek naar de vraag of en in hoeverre ook andere historische zaken nog kunnen worden achterhaald.
Recent is door de Auditdienst Rijk (ADR) een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de vraag waarom het vraagstuk over de foutieve tenaamstelling van reeds onherroepelijke vonnissen in de afgelopen jaren onopgelost is gebleven. De ADR heeft verschillende oorzaken geconstateerd. Een ervan is dat medewerkers die het probleem aankaartten onvoldoende gehoord werden. De ADR deed 18 aanbevelingen voor maatregelen om de kans te vergroten dat in de toekomst sneller op onvolkomenheden wordt gereageerd. In de brief van 19 december 2025 is aangegeven dat de aanbevelingen van de ADR worden uitgevoerd. Inmiddels zijn de acties voortvarend en zorgvuldig opgepakt. Zo wordt er bijvoorbeeld voor gezorgd dat er binnen Justid meer oog is voor zorgen van medewerkers en dat drempels voor meldingen van medewerkers worden weggenomen.
Gelet hierop is aanvullend (onafhankelijk) onderzoek naar sociale veiligheid en de bescherming van melders niet nodig.
Dat is helaas niet gelukt.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Ellian (VVD), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het bericht «Klokkenluiders slaan alarm over massale fouten in vonnissen: onschuldigen in cel gegooid en daders ontlopen hun straf» (ingezonden 25 februari 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.