| Ingediend | 26 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 13 april 2026 (na 46 dagen) |
| Indiener | Songül Mutluer (PvdA) |
| Beantwoord door | van Bruggen |
| Onderwerpen | organisatie en beleid zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03779.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1606.html |
Ja.
De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten dat een uniforme werkwijze en uitvoering wordt beoogd door landelijke coördinatie en overleg tussen uitvoeringsprofessionals. Hiermee wordt voorzien dat de regeling binnen elke veiligheidsregio op dezelfde wijze wordt uitgevoerd, toegepast en uitgelegd. De uniforme uitvoering van de Regeling PTSS wordt daarbij jaarlijks geëvalueerd door de veiligheidsregio’s.
Er zijn veel factoren die bij individuele situaties van invloed zijn op de relatie tussen de PTSS-regeling en eventuele latere schadevergoedingen. De veiligheidsregio’s geven aan dat regeling PTSS primair voorziet in loonderving. Mocht daarnaast sprake zijn van restschade, dan komt dat boven op de vergoeding verstrekt conform de regeling PTSS.
Een eventuele aanspraak op smartengeld behoort juridisch tot het aansprakelijkheidsrecht en maakt daarom geen onderdeel uit van de regeling.
De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten dat in de regeling is opgenomen dat samenloop van meerdere inkomensbronnen is begrensd tot éénmaal een voltijdsdienstbetrekking en het maximumdagloon.
Hierbij wordt aangegeven dat indien het inkomen méér is dan het maximumdagloon of een voltijdsdienstbetrekking de feitelijke schade méér kan zijn dan wordt gecompenseerd conform de regeling PTSS. De veiligheidsregio’s geven hierbij aan dat (individuele) aansprakelijkheidsstelling in een dergelijke situatie separaat mogelijk is.
De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten dat zij als werkgever belangrijke stappen zetten om medewerkers en vrijwilligers beter te ondersteunen, zo ook bij het proces en begeleiding rondom de regeling. Uit de aangekondigde evaluatie en signalen uit de praktijk zal ook naar voren moeten komen of het proces doelmatig verloopt en hoe dit door betrokkenen wordt ervaren.
Dit is onderwerp van gesprek tussen betrokken overlegpartners. Ik breng deze vragen over aan de betrokken partijen.
Het akkoord op deze regeling en de inhoud is een aangelegenheid tussen de werkgevers en de betrokken bonden als vertegenwoordigers van de werknemers. Indien ik signalen ontvang over acute en ernstige situaties zal ik dit direct onder de aandacht brengen in mijn contact met betrokken partijen.
De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten dat zij allen bezig zijn met het proces rondom medewerkers met PTSS-achtige klachten en deze begeleiding goed in te richten. Breder beschouwd wordt dit door de regio’s beoogd middels het goed inrichten van hulp na incidenten met behulp van Teams Collegiale Ondersteuning (hierna: TCO). Vanuit TCO worden medewerkers en vrijwilligers gevolgd en begeleid, al dan niet met professionele hulp. Daarbij beogen de veiligheidsregio’s bij de uitvoering van de regeling met de aanname van extra HR capaciteit de bereikbaarheid voor en begeleiding van medewerkers en vrijwilligers zo goed mogelijk te ondersteunen.
De veiligheidsregio’s geven mij aan dat commissieleden worden benoemd door de secretaris van het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (hierna: LOAV). Dat geschiedt op verzoek van en met instemming van de sociale partners.
De regeling zal als geheel na drie jaar worden geëvalueerd, of indien nodig eerder, zoals overeengekomen is tussen vakbonden en werkgevers. Dit is in dit geval niet aan mij, maar aan de sociale partners.
Ik acht doorontwikkeling en lerend vermogen van groot belang als stelselverantwoordelijke. Onder meer het NIPV onderzoekt in Nederland diverse thema’s rondom de brandweer, zo is onderzoek gepubliceerd op het gebied van het welzijn van brandweermensen, de organisatiecultuur bij de brandweer en verwerking van ingrijpende incidenten. Onderzoek naar de uitvoering van nazorg en beleid hierop is ook een aangelegenheid van de werkgevers. In contact met betrokken partijen zal ik bezien of en hoe dit het beste vorm kan worden gegeven kijkend naar de toekomst.
Ook moedig ik betrokken partijen aan te kijken naar andere beroepsgroepen daar waar dit kan. Dit in het kader van rolvastheid, doorontwikkeling, lerend vermogen van betrokken partijen en bovenal het welzijn van brandweerlieden in Nederland.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over PTSS-erkenning voor de brandweer en de regeling voor een compromis (ingezonden 26 februari 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.