| Ingediend | 26 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 13 april 2026 (na 46 dagen) |
| Indiener | Renilde Huizenga (D66) |
| Beantwoord door | Enneüs Heerma (CDA) |
| Onderwerpen | organisatie en beleid zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03787.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1590.html |
Inmiddels zijn de consultatiereacties vrijwel geheel verwerkt in het wetsvoorstel. De indiening ervan bij de Raad van State is vertraagd omdat de financiële dekking van het wetsvoorstel nog niet rond is. Een ordentelijk dekking voor het wetsvoorstel is uiteraard een harde voorwaarde voordat het voorstel aan de Raad van State kan worden voorgelegd. Hierover ben ik in gesprek met mijn collega’s van VWS en JenV. Ik streef ernaar om de dekking voor het wetsvoorstel uiterlijk bij de ontwerpbegroting in september te verwerken.
Zie antwoord vraag 1.
Er zijn veel uiteenlopende en ook uitgebreide reacties binnengekomen tijdens de consultatie. Deze reacties zijn vrijwel geheel verwerkt. Ik wil hier nu niet op vooruit lopen. Op het moment dat het wetsvoorstel wordt aangeboden aan de Raad van State wordt het wetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting weer openbaar. In deze toelichting wordt uitgebreid gereflecteerd op de ontvangen reacties en wordt toegelicht tot welke aanpassingen dit eventueel heeft geleid. Tevens zal er een verslag worden gepubliceerd van de consultatiereacties.
Ik begrijp dat er een maatschappelijke wens is om resomeren zo snel als mogelijk toe te staan. Ik zie echter geen ruimte voor een gedoogbeleid. Het wetgevingsproces en het primaat van de wetgever vormen een noodzakelijke waarborg voor een zorgvuldige en respectvolle omgang met de lichamen van overledenen waarop het wetsvoorstel betrekking heeft.
De beoordeling van de toelaatbaarheid van deze nieuwe techniek in het kader van het wetsvoorstel ter modernisering van de Wlb vereist een zorgvuldig democratisch proces, waarin uiteenlopende politieke, maatschappelijke en ethische belangen expliciet worden afgewogen.
Het hanteren van een gedoogbeleid vooruitlopend op parlementaire besluitvorming zou afbreuk doen aan deze systematiek en aan het primaat van de wetgever. Juist waar het gaat om ingrijpende beslissingen rond lijkbezorging, een onderwerp dat raakt aan de menselijke waardigheid, de grafrust en de nagedachtenis van de overledene, is een duidelijke en expliciete wettelijke grondslag vereist. Het is aan de regering én het parlement als formele wetgever om ter zake de noodzakelijke waarborgen, voorwaarden en grenzen vast te stellen. Het past niet om via bestuurlijk gedogen een materiële uitbreiding van bevoegdheden te realiseren waarvoor de wet thans geen toereikende basis biedt. Rechtszekerheid en democratische legitimatie vergen hier terughoudendheid van het bestuur.
Op 26 februari jl. heeft het lid Huizenga vragen gesteld over de stand van zaken van de Modernisering Wet op de lijkbezorging (met kenmerk 2026Z03787). Het is helaas niet mogelijk om deze vragen binnen de gestelde termijn van drie weken te beantwoorden, vanwege de benodigde (interdepartementale) afstemming. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.