| Ingediend | 25 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 26 mei 2026 (na 90 dagen) |
| Indiener | Björn Schutz (VVD) |
| Beantwoord door | Bertram , David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid verkeer |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03715.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2022.html |
Ja.
Uiteraard delen wij die mening. Het openbaar vervoer (OV) moet op elk moment van de dag een plek zijn waar iedereen, zowel reiziger als personeel, zich welkom en veilig voelt.
Vanuit het Ministerie van IenW, als beleidsverantwoordelijk departement voor sociale veiligheid in het OV, worden er verschillende maatregelen genomen om de sociale veiligheid in het OV te verbeteren. Zo zijn de boetes voor zwartrijden in het OV per oktober 2025 verhoogd en wordt in gezamenlijkheid met JenV gewerkt aan de toegang tot het Rijbewijzenregister voor OV-boa’s, wat hun zelfstandige taakuitvoering versterkt. Conform het coalitieakkoord werkt het Ministerie van JenV samen met en IenW daarnaast aan aanvullende opties voor OV-boa’s om sneller de identiteit van overlastgevers vast te kunnen stellen en daarmee de escalatie van situaties te voorkomen. Binnen dat kader is uw Kamer in het tweede halfjaarbericht politie 2025 geïnformeerd over de verkenning naar toegang, onder voorwaarden, tot de strafrechtketendatabank en de basisvoorziening vreemdelingen.
Daarnaast neemt de OV-sector zelf maatregelen. Zo zijn er in de afgelopen jaren camera’s geplaatst op stations, meer stations afgesloten met poortjes, werkt de sector met veel incidentendata voor de datagestuurde inzet van personeel én kunnen NS-reizigers in het hele land onveilige situaties in treinen en stations via WhatsApp melden. Vanuit de behoefte om extra te investeren in sociale veiligheid, investeert IenW 34,4 miljoen euro in de veiligheid op en rond stations. Van dit bedrag wordt 12 miljoen euro als subsidie aan NS verstrekt voor de aanschaf van bodycams voor hoofdconducteurs en is 20 miljoen euro bestemd voor het programma «Een veilig station; altijd voor iedereen» waarbij via stationsdeals maatwerkafspraken worden gemaakt om de veiligheid te vergroten. Met de resterende 2,3 miljoen euro is NS gecompenseerd voor de extra beveiligingskosten gemaakt in 2024 op station Maarheeze.
In het kader van de essentiële samenwerking tussen partijen wordt onder leiding van IenW gewerkt aan het opstellen van een nieuw landelijk convenant sociale veiligheid in het OV 2026–2030, onder andere in samenwerking met mijn departement en vervoerders. Aanvullend op dit convenant wordt een werkagenda opgesteld. Op deze wijze kunnen wordt de komende jaren invulling gegeven aan het verbeteren van de veiligheid in het OV.
Vanuit het Ministerie van JenV wordt ingezet op beter opsporen en vervolgen van de daders. Zo vallen werknemers van OV-bedrijven onder de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) tussen politie en OM, waarmee zaken onder meer geprioriteerd worden en in beginsel een substantieel hogere straf wordt geëist.
Er worden door het Openbaar Ministerie (OM) en de politie geen cijfers bijgehouden van specifiek meldingen van agressie en geweld tegen OV-personeel of uitsplitsingen naar vervoersmodaliteit. Ook aantallen van vervolging en veroordeling zijn dus niet beschikbaar. Wel publiceren de politie en het OM jaarlijks algemene cijfers over geweld tegen functionarissen met een publieke taak, waaronder OV-personeel.
Zie antwoord vraag 4.
Zie antwoord vraag 3.
Wij erkennen het belang van hard optreden tegen dergelijke feiten. Recent heeft de Raad van State advies uitgebracht voor het wetsvoorstel taakstrafverbod bij geweld tegen personen met een publieke taak (waaronder OV-personeel). Het kabinet beziet nu hoe het met dit traject verder gaat.
De Minister van JenV zal uw Kamer op korte termijn informeren over de uitvoering van de motie van de leden Yeşilgöz-Zegerius (VVD) en Van der Plas (BBB) om wetgeving voor te bereiden waarin minimumstraffen worden ingevoerd voor opzettelijk geweld tegen hulpverleners, met inachtneming van het opzetvereiste.2
Wij vinden het heel belangrijk dat OV-personeel veilig zijn werk kan doen. Geweld of aantasting van de lichamelijke integriteit moet passend bestraft worden. In de Wet Personenvervoer is geen maximale duur van reis- of verblijfsverbod opgenomen. Op basis van deze wet kunnen vervoerders zelf een reis- of verblijfsverbod opleggen. Het OM heeft in samenspraak met vervoerders en politie een leidraad ontwikkeld voor het opleggen van reis- en verblijfsverboden. Deze is begin 2026 geüpdatet en met alle vervoerders gedeeld.
Bij de oplegging van een dergelijk verbod wordt het proportionaliteitsbeginsel meegewogen. De duur van een dergelijk verbod staat in verhouding tot het strafbare feit waar iemand van wordt verdacht. Op de overtreding van het verbod staat een gevangenisstraf van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie (€ 5.500).
Voorgenoemd verbod staat geheel los van de strafzaak en betreft dan ook geen bestraffing maar een instrument met als doel het bevorderen van de sociale veiligheid in het openbaar vervoer. Een levenslang of zeer langdurig via het strafrecht opgelegd OV-verbod zal zich slecht verhouden tot o.a. artikel 2 van het Vierde Protocol van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, waarin het recht op bewegingsvrijheid is beschermd. Ook een strafrechtelijk opgelegd reisverbod zou daarom beperkt moet worden in tijd en plaats.
Zie antwoord vraag 8.
Geweld tegen personen met een publieke taak, waaronder OV-personeel, leidt volgens de strafvorderingsrichtlijnen tot een aanmerkelijk zwaardere strafeis door het OM. De Minister van JenV ziet geen mogelijkheden om, naast de bestaande strafrechtelijke handhavingsmogelijkheden en de bevoegdheid van de vervoerder om een OV-verbod op te leggen een extra strafrechtelijke sanctiemogelijkheid in het leven te roepen die erop neerkomt dat de rechter een levenslang OV-verbod kan opleggen. Zie daarvoor ook de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals benoemd onder de beantwoording van vraag 8.
Het opleggen van een OV-verbod is geen strafrechtelijke handeling en kan dus ter aanvulling op de in de vraag gestelde partijen ook door de vervoerder worden opgelegd. Op overtreding van een OV-verbod staat een gevangenisstraf van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie (€ 5.500). Het is ons niet gebleken dat deze straf te licht zou zijn in vergelijking met de strafmaat voor overige delicten.
Toezichthouders van OV-bedrijven houden primair de controles op het bij je hebben van een geldig vervoersbewijs en constateren daarmee als eerste het overtreden van een reis- of verblijfsverbod. Overtreding van een reis- of verblijfsverbod is strafbaar gesteld in artikel 101 WP2000. Boa’s van OV-bedrijven kunnen dit strafbare feit in beginsel zelfstandig handhaven en afhandelen. Bij een grote gevaarzetting wordt de politie om assistentie gevraagd. Deze taakverdeling is in de basis op orde, maar er wordt doorlopend bezien hoe de invulling van deze handhaving kan worden verbeterd, bijvoorbeeld door het verbeteren van de informatiepositie van de (OV-)boa, zodat deze zelfstandiger overtreders kan identificeren.