Tweerichtingsladen als oplossing van netcongestie |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA), Habtamu de Hoop (PvdA) |
|
de Bat |
|
|
|
|
Bent u bekend met het project van Kia en Hyundai samen met Vattenfall om het voor particuliere klanten met een elektrische auto mogelijk te maken elektriciteit aan het net terug te leveren tijdens piekmomenten en daarmee geld te verdienen (tweerichtinngsladen)?1
Bent u ermee bekend of andere automerken en/of elektriciteitsleveranciers een dergelijk aanbod ontwikkelen in Nederland?
Is het elektriciteitsnet overal in Nederland klaar om tweerichtingsladen toe te staan? Zo nee, wat moet er gebeuren opdat het net wel tweerichtingsladen toestaat?
Zult u ervoor zorgen dat de mogelijkheid tot tweerichtingsladen standaard is voorzien in alle nieuwe wijken? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Welke andere maatregelen overweegt u om tweerichtingsladen aan te moedigen als deel van de oplossing voor netcongestie? Kan dit voorwaardelijk worden gemaakt bij de aanleg van nieuwe woonwijken of bedrijventerreinen?
Hoe beoordeelt u de contractvorm waarbij de koper van een bepaald automerk vasthangt aan één specifieke elektriciteitsleverancier?
Is er bij dergelijke contractvormen een risico van marktconcentratie waarbij de leverancier vervolgens de prijzen voor de klant kan verhogen aangezien klanten omwille van automerk niet meer van leverancier kunnen veranderen willen ze nog toegang hebben tot tweerichtingsladen?
Hoe kunt u borgen dat klanten ondanks hun autokeuze toch nog een vrije keuze hebben van elektriciteitsleverancier met behoud van de mogelijkheid tot tweerichtingsladen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Kernenergie |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) |
|
de Bat |
|
|
|
|
Kunt u voor de geplande nieuwe kerncentrales een raming van de financieringslasten bij verschillende scenario’s wat betreft bouwtijd (bijvoorbeeld 10, 14 en 18 jaar) en wat betreft rente (bijvoorbeeld 2,3%, 3,8% en 7,0%) bezorgen, daarbij rekening houdende met de studie van Witteveen+Bos die aangeeft dat de financieringslasten al snel tot 70% van de totale bouwkosten kunnen oplopen?
Gezien uw voornemen een renteloze lening te verstrekken voor de bouw van kerncentrales, bent u ook bereid renteloze leningen te verstrekken voor andere energieinvesteringen?
Gezien de rente die TenneT als netbeheerder moet betalen oploopt tot 5%, bent u bereid om ook aan TenneT en andere netbeheerders renteloze leningen te verstrekken voor deze investeringen, die essentieel zijn voor de oplossing van de netcongestie? Zo nee, kunt u dat motiveren?
Aangezien investeerders in hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en warmte voor leningen aangewezen zijn op de kapitaalsmarkt, bent u bereid om ook aan deze investeerders renteloze leningen te verstrekken voor hun investering in de toekomstige energievoorziening van Nederland? Zo nee, kunt u dat motiveren?
Welke bedrag zal voor de investering in twee, of vier, kerncentrales via bijkomede staatsschuld gefinancierd worden?
Welk deel van de inkomsten van nieuwe kerncentrales zal naar het Rijk vloeien? Op welke termijn verwacht het Rijk dat het geïnvesteerde bedrag terugverdiend is en welke rendement verwacht het Rijk op deze investering te halen doorheen de hele levenscyclus van de nieuwe kerncentrales, daarbij rekening houdende met alle kosten inclusief die voor berging van afval en ontmanteling van de centrales?
Gezien geen enkele marktpartij wil investeren in een kerncentrale in Borssele, waarom maakt u de keuze hier niet het oordeel van de marktwerking te volgen, terwijl de laatste supermarkt van Borssele dit jaar wel gesloten is door marktwerking en de Rijksoverheid geen maatregelen nam om de aanwezigheid van een supermarkt in het dorp te garanderen?
Welk marktfalen ligt ten grondslag aan de oprichting en financiering van het staatsbedrijf NEO? Is onderzocht op welke andere wijzen de energievoorziening veiliggesteld kan worden, daarbij in ogenschouw nemend dat TNO in het rapport van (bijlage 4 bij de brief van 17 oktober 2025) aangeeft dat een betrouwbare energievoorziening zonder kerncentrales tegen dezelfde kosten mogelijk is?
Gezien eventuele nieuwe kerncentrales ingezet zouden worden voor het leveren van baseload en daarmee continu en op vol vermogen 10 á 20% van de benodigde elektriciteit zouden opwekken en gezien de overige 80 á 90% van de elektriciteit van zonnepanelen en windmolens zou komen, hoeveel uren per jaar verwacht u dat een deel van de zonne- en windenergie dan zouden worden afgeschakeld («curtailment») omwille van de inflexibiliteit van de kerncentrales?
Kunt u een schatting geven van de hoeveelheid elektriciteit die zo niet zal worden geoogst?
Kunt u een schatting geven tot hoeveel inkomstenderving dit leidt bij de exploitanten van de zonnepanelen en windmolens? Kunt u een schatting geven van welke capaciteit aan zon- en windprojecten niet gebouwd zullen worden door de verslechtering van het verdienmodel ten gevolge van de bouw van nieuwe kerncentrales?
Kunt u een schatting geven van de bedragen die u in deze uren aan de kerncentrales moet uitkeren op basis van de prijsgarantie die u aan hen geeft (het «Contract for Difference»)?
Kunt u, gezien uit eerdere antwoorden op vragen van de Kamer1, 2 bleek dat de Nederlandse kerncentrale afhankelijk is van Rusland door de dominante positie in de uraniumketen aangeven in hoeverre de inspanningen van het kabinet hebben geresulteerd in een vermindering van deze afhankelijkheid?
Verwacht u dat de nieuwe kerncentrales geheel onafhankelijk van Rusland en staten in diens invloedssfeer kunnen opereren? Op welke termijn zal dit gerealiseerd zijn?
Welke garanties kunt u daarvoor geven? En waar zal de splijtstof voor nieuwe kerncentrales vandaan komen?
Op welke wijze zijn de in oktober 2025 door IPSOS bevraagde inwoners van Groningen, Zuid-Holland en Zeeland vooraf geïnformeerd over de verschillende aspecten rondom de bouw van kerncentrales?
Waarom zijn de inwoners van deze provincies nog niet geïnformeerd over de resultaten van de enquête?
Wanneer heeft bureau IPSOS de bevindingen met u gedeeld? Kunt u deze rapportage met de Kamer en met de ge-enquêteerden delen?
Welke rol kan een subjectieve peiling als deze spelen bij de locatiekeuze, die op de objectieve gegevens uit de MER en de IEA zal moeten zijn gebaseerd?
Kunt u duidelijkheid verschaffen over de hoeveelheid kernafval die de nieuwe centrales zullen produceren door de volgende feitelijke gegevens te delen met de Kamer:
Hoe kijkt u naar de Eemshaven als potentiële locatie voor nieuwe kerncentrales in het licht van de morele ereschuld van het Rijk naar Groningen na de schade ten gevolge van het opboren van gas in de provincie en in het licht van de toezeggingen van uw voorgangers dat de locatie Eemshaven slechts is meegenomen omdat het juridisch niet anders kon?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden voor het eerstvolgende commissiedebat Kernenergie?
Het bericht ‘Hoe de Waddentop in Esbjerg uitmondde in een deceptie’ |
|
Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66) |
|
van Essen |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het verloop en de uitkomsten van de trilaterale Waddenzeeconferentie in Esbjerg?1
Hoe beoordeelt u het feit dat er geen gezamenlijke regeringsverklaring tot stand is gekomen tussen Nederland, Duitsland en Denemarken?
Deelt u de mening dat voor een goede bescherming van het Werelderfgoed Waddenzee goede internationale afspraken onontbeerlijk zijn?
Acht u intensievere samenwerking tussen de Waddenzeelanden noodzakelijk gezien de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het beschermen van de Waddenzee als ecologische eenheid en UNESCO Werelderfgoed?
Welke concrete resultaten zijn volgens u, ondanks het uitblijven van een regeringsverklaring, wel bereikt tijdens de conferentie in Esbjerg?
Welke prioriteiten stelt Nederland tijdens het aankomende voorzitterschap van de Trilaterale Waddenzee Samenwerking?
Welke concrete doelen wil Nederland tijdens het voorzitterschap bereiken op het gebied van natuurherstel, klimaatadaptatie en ecologische bescherming van de Waddenzee?
Welke stappen gaat Nederland als voorzitter zetten om te komen tot meer gezamenlijke en bindende afspraken tussen de drie Waddenzeelanden?
Hoe gaat Nederland zich tijdens het voorzitterschap inzetten voor betere afstemming over grootschalige infrastructuurprojecten, zoals de aanleg van stroomkabels door het Waddengebied?
Hoe gaat Nederland tijdens het voorzitterschap voorkomen dat nationale verschillen blijven leiden tot versnipperde besluitvorming binnen de trilaterale samenwerking?
Wanneer is de eerstvolgende geplande bestuurlijke bijeenkomst in het kader van de trilaterale Waddenzee-samenwerking?
Dierhouders die niet voldoen aan de zorgplicht voor de bescherming van hun dieren, maar wel vergoeding uitbetaald krijgen na wolvenaanvallen |
|
Ines Kostić (PvdD) |
|
Silvio Erkens (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel en bijbehorende video van House of Animals waarin wordt bericht dat een paarden- en ponyhandelaar structureel niet aan de adviesnormen voldoet om zijn pony's te beschermen tegen wolven, maar wel 22.858 euro aan vergoedingen heeft uitbetaald gekregen na wolvenaanvallen?1
Wat is uw reactie op de geconstateerde problemen in het artikel en de bijbehorende video?
Wat vindt u ervan dat er een dode pony in vergaande staat van ontbinding aan de rand van het veld van de ponyhouder is gevonden (en daarna in de sloot) met een dik touw om de enkel en dat de ponyhouder er niets van had gemerkt en er geen verklaring voor kan geven?
Kunt u uitsluiten dat de pony daar dagenlang is gedumpt door de ponyhouder?
Wat vindt u ervan dat naast het stoffelijk overschot van de pony hoge drinkbakken met te weinig water stonden, waardoor meerdere dorstige pony’s er niet bij konden?
Kunt u uitsluiten dat de ponyhouder pony's heeft gebruikt als lokaas? Zo ja, hoe precies?
Is er onderzoek gedaan over het aangetroffen dierenleed en of de ponyhouder zich aan de wet heeft gehouden? Zo ja, door wie en wat is daaruit gekomen? Zo nee, bent u bereid onderzoek te laten uitvoeren naar deze situatie?
Welke mogelijke sancties zijn er voor zo een ponyhouder?
Klopt het dat de genoemde ponyhouder niet voldeed aan de adviesnormen voor bescherming van zijn dieren en toch vergoeding uitgekeerd kreeg na een wolvenaanval?
Kunt u bevestigen dat ongeveer 75 procent van de wolvenaanvallen in Friesland bij alleen deze ponyhouder hebben plaatsgevonden?
Klopt het dat bij de genoemde wolfaanvallen in de dorpen Oudehorne en Nieuwhorne de dieren niet volgens de adviesnormen werden beschermd, maar toch vergoeding uitgekeerd werd (tussen 2024 en 2025)? Zo nee, hoe zit het dan?
Gaat u onderzoeken of ook in andere provincies het geval bestaat dat bij één enkele dierhouder, of een paar dierhouders, een overgroot deel van de wolvenaanvalmeldingen zijn gedaan? Kunt u de bevindingen met ons delen?
Deelt u de mening dat in het kader van zorgplicht dierhouders in het algemeen verplicht zijn om hun dieren voldoende te beschermen tegen predatoren, zoals de wolf?
Deelt u de mening dat dierhouders die hier niet aan voldoen geen vergoeding zouden mogen krijgen na een wolvenaanval? Zo nee, hoe legt u die beloning van slecht gedrag uit?
Over welke instrumenten beschikt u om te controleren of dierhouders voldoen aan de zorgplicht? Wat heeft u nodig om deze instrumenten nog beter te kunnen benutten?
Hoe vaak wordt gecontroleerd bij dierenhouders? Hoe vaak is in de afgelopen vier jaar gecontroleerd bij een overduidelijk risicogeval als in het artikel genoemde ponyhouder uit Friesland en welke conclusies zijn daaruit gekomen?
Bent u het ermee eens dat onbeschermde dieren een makkelijke prooi zijn voor wolven en dit kan veroorzaken dat de wolf terugkeert naar dezelfde plek?
Bent u het ermee eens dat een wolf door nalatigheid van mensen in de bescherming van hun dieren, problematisch gedrag kan gaan vertonen zoals het wederkeren naar dezelfde plek? Wie draagt dan volgens u de verantwoordelijkheid voor de gevolgen daarvan?
Heeft u in kaart en wat gaat u eraan doen dat mensen on- of doelbewust hun dieren onbeschermd kunnen laten en vervolgens een hoge vergoeding kunnen krijgen voor (dodelijke) schade aan deze dieren?
Erkent u dat een systeem waarin verwaarlozing van dieren niet wordt aangepakt, met wolvenaanvallen als gevolg, potentieel dierhouders door middel van vergoedingen beloont voor het overtreden van de wet?
Bent u ermee bekend dat dieren zoals de shetlandpony, meer geld opleveren voor een dierhouder via een uitbetaling van een vergoeding na een wolvenaanval, dan door het dier op marktplaats (of via een andere wijze) te verkopen? Wat vindt u van deze mogelijk perverse prikkel?
Controleert u periodiek de waardetabel (die jaarlijks wordt opgesteld) op basis waarvan de hoogte van de vergoedingen wordt bepaald?
Gaat u dierhouders die niet voldoen aan de zorgplicht en zich niet aan de adviesnormen houden in de toekomst gericht strenger controleren? Zo ja, hoe gaat u dit doen? Zo nee, hoe gaat u dan handhaven dat er geen misbruik wordt gemaakt van de vergoedingsregeling?
Wat vindt u van wolvenaanvallen die mogelijk tot stand zijn gekomen door nalatigheid van dierhouders of zelfs door het uitlokken van de wolf? Bent u het met ons eens dat dat bij kan dragen aan een vertekend beeld van het daadwerkelijke gevaar dat de wolf vormt voor mens en dier?
Welke maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat dierhouders bekend worden met en zich gaan houden aan de adviesnormen en gaan voldoen aan de zorgplicht?
Zou u deze vragen binnen de gestelde termijn willen beantwoorden en tenminste alvorens het nog te plannen plenair debat over de wolf in Nederland?
De gevolgen van het Circulair Materialenplan voor de verwerking van bodemas |
|
Chris Stoffer (SGP) |
|
Bertram , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de grote zorgen bij het bedrijfsleven over de gevolgen van het Circulair Materialenplan (CMP) voor de verwerking van bodemas van afvalverbrandingsinstallaties1 in combinatie met de afnemende afzetmogelijkheden in eigen land?
Hoe waardeert u deze zorgen?
Is de veronderstelling juist dat de huidige afzetproblematiek en de snel opgelopen voorraden van ongereinigde bodemas niet zijn meegenomen bij de vaststelling van het CMP?
Verwacht u dat de huidige overgangstermijn voldoende is voor het realiseren van voldoende wascapaciteit voor het reinigen van bodemas? Zo ja, waar baseert u dat op?
Ziet u mogelijkheden voor het tijdelijk toestaan van export van bodemas ten behoeve van nuttige toepassingen, bijvoorbeeld voor opvulling of andere toepassing in de diepe ondergrond, om zo de voorraadproblematiek op te lossen?
Is het u bekend dat verschillende gemeenten het gebruik van gewassen bodemas verbieden dan wel sterk beperken, terwijl het CMP deze ruimte voor gebruik van gewassen bodemas, gelet op de gewenste circulariteit, nadrukkelijk wel biedt en zich verzet tegen dergelijke generieke verboden en beperkingen?
Hoe waardeert u deze beperkingen?
Wat bent u voornemens te doen om onnodige inperking van de ruimte voor gebruik van gewassen bodemas te beperken?
Deelt u de analyse dat de kwaliteit van Nederlands bodemas relatief slecht is ten opzichte van de bodemas uit onder meer België en Frankrijk, mede vanwege de keuze voor snelle verbranding?
Welke maatregelen neemt u voor verbetering van de kwaliteit van het bodemas?
De klimaatzaak Bonaire |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA), Mikal Tseggai (PvdA) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Zijn de verschillende verantwoordelijke ministeries reeds in gesprek met de eisers in de Klimaatzaak Bonaire, zijnde Greenpeace Nederland en de acht inwoners van Bonaire? Zijn alle verantwoordelijke ministeries van plan dit te doen in het geval dit nog niet is gebeurd? Zo nee, waarom niet?
Wat zijn de consequenties van het vonnis voor het huidige doel voor 55% reductie van broeikasgasemissies in 2030 uit de nationale Klimaatwet?
Gezien het feit dat de rechtbank oordeelt dat de Staat heeft nagelaten om te kwantificeren hoeveel emissieruimte Nederland nog heeft als eerlijk deel van het mondiale emissiebudget dat resteert om de opwarming tot 1,5 °C te beperken, hoe gaat u dit nu alsnog kwantificeren zodat het klimaatbeleid en de klimaatdoelen in lijn komen met dit resterende budget?
Bent u bekend met de kwantificering van de emissieruimte door het Ministerie van Financiën in het «Blauwe Boekje 2023–2024», waar de rechtbank in het vonnis naar verwijst? Zo ja, kunt u overwegen om de Minister van Financiën te vragen om een actualisatie van deze berekening? Hoe zorgt u dat er bij deze kwantificering en het vaststellen van nieuwe klimaatdoelen ruimte is voor inspraak en publieksconsultatie en dat dit proces gebaseerd is op de meest recente inzichten van de klimaatwetenschap?
Welke concrete stappen neemt u nu, gezien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is, om uitvoering te geven aan de veroordeling van de rechtbank om uiterlijk binnen 18 maanden, dus 28 juli 2027 nieuwe, bindende en economie-brede klimaatdoelen in de Klimaatwet vast te leggen?
Hoe interpreteert u de vaststelling van de rechtbank dat het onrechtmatig is dat er geen bindende nationale klimaatdoelstellingen zijn om de emissies van internationale lucht- en scheepvaart terug te dringen?
Wat betekent het vonnis in de Bonaire Klimaatzaak voor het CO2-plafond voor de internationale lucht- en scheepvaart dat is voorgenomen in het coalitieakkoord? En hoe verhoudt het openen van Lelystad Airport zich tot de uitspraak?
Bent u bekend met het rapport «Effectinschatting klimaatmaatregelen Coalitieakkoord» van onderzoeksbureau Kalavasta, waaruit volgt dat er een gat van tenminste 6 megaton is tussen het huidige Nederlandse klimaatbeleid en het 2030-doel van 55% reductie? Welke maatregelen, zowel normerend als beprijzend, gaat u nemen om dit gat te dichten en uitstootreductie te versnellen, inclusief voor lucht- en scheepvaart?
Kunt u aangeven wat de consequentie van het klimaatzaakvonnis is voor methaan en andere broeikasgasemissies in de landbouw en hoe dit zich verhoudt tot het eerdere vonnis van de rechtbank Den Haag in de rechtszaak van Greenpeace tegen de Staat over stikstofdepositie?
Klopt het dat de Verenigde Staten en/of Amerikaanse bedrijven gas en/of olie willen winnen voor de kust van de BES-eilanden en de CAS-eilanden? Kunt u een overzicht bezorgen van alle fossiele winningsprojecten op de eilanden, in de territoriale wateren en in de nabijheid van de territoriale wateren van de BES- en CAS-eilanden?
Welke instantie beslist of dergelijke winningsprojecten al dan niet mogen doorgaan? Vallen dergelijke winningsprojecten onder de Nederlandse Mijnbouwwet?
Bent u het ermee eens dat dergelijke fossiele winningsprojecten door een niet-Europese mogendheid tot een geopolitiek onwenselijke ontwikkeling kan leiden?
Waarom zijn adaptatiemaatregelen op Bonaire systematisch later opgepakt dan in Europees Nederland, en hoe gaat u deze achterstand inhalen? Zal een dergelijke inhaalbeweging voldoende zijn om de mensen op Bonaire effectief te beschermen tegen schade ten gevolge van klimaatrampen?
Wat betekent het vonnis voor Saba en Sint-Eustatius, en in hoeverre wordt hier nu opvolging aan gegeven, inclusief preventieve maatregelen om alle inwoners van de BES-eilanden te beschermen tegen klimaatrampen en daarbij de gelijkwaardigheid van inwoners te borgen?
Heeft u kennisgenomen van het feit dat de rechtbank Den Haag stelt dat het huidige adaptatiebeleid voor Bonaire onvoldoende en zelfs discriminatoir is? Welke conclusies trekt u uit de erkenning dat het Nederlandse beleid discriminatoir is?
Hoe gaat u om die discriminatie tegen te gaan het «gelijkwaardig beschermingsniveau» voor de BES-eilanden wettelijk verankeren? Is er voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius reeds een analyse gebeurd, waarbij voor ieder eiland afzonderlijk een inschatting is gemaakt van de kwetsbaarheid voor toenemende klimaatrampen alsook van hun financiële en andere capaciteit om adequaat op rampen te reageren? Krijgen de eilanden dezelfde veiligheidsnormen (overstromingskansen) als de Nederlandse kust?
Bent u bereid om per direct dezelfde overstromingskansnormen wettelijk te verankeren voor Bonaire als voor Europees Nederland of, indien deze overstromingskansnormen onvoldoende zijn om alle inwoners van Bonaire afdoende te beschermen, bent u bereid striktere normen voor Bonaire wettelijk te verankeren? Zo nee, welke normen zullen dan worden toegepast om te voldoen aan het discriminatieverbod?
Hoe garandeert u dat de geëiste kustbescherming op Bonaire uiterlijk in 2030 volledig geïmplementeerd is, en welk budgettair pad is hiervoor nu reeds vastgelegd om te voorkomen dat plannen slechts bij ambities blijven?
Waarom is de waterveiligheid van Bonaire nog niet structureel gekoppeld aan het Deltafonds? In hoeverre kan en zal het Deltafonds worden opengesteld voor de BES-eilanden? Zal de regering ervoor zorgen dat er voldoende budget in het fonds is voor de adaptatienoden van zowel Europees als Caraïbisch Nederland? Wat is hiervoor nodig?
Bent u bereid om aanvullend een meerjarig Klimaatadaptatiefonds Caribisch Nederland op te richten zodat naast de benodigde en omvangrijke investeringen in adaptatiemaatregelen ten aanzien van waterveiligheid, ook maatregelen in het kader van bijvoorbeeld hitte, gezondheid en natuur tijdig kunnen worden gefinancierd? Of middels welke fondsen zal u zorgen voor een equivalent beschermingsniveau tegen klimaatverandering op Bonaire?
Tot welke Europese fondsen hebben de BES-eiland toegang voor de financiering van adaptatie- en mitigatiemaatregelen? Hebben ze gelijke toegang tot alle fondsen die de lidstaten ter beschikking staan als gemeenten in continentaal Europa of worden ze hiervan uitgesloten? Hebben ze toegang tot Europese fondsen voor internationale klimaatadaptatie?
Is de toegang van BES- en CAS-eilanden tot Europese financiering gelijkwaardig aan de toegang van de Franse overzeese departementen en gebieden, zoals het Franse gedeelte van Sint-Maarten?
Hoe kan het dat na orkaan Irma het Franse deel van Sint-Maarten beter beschermd was en/of sneller kon heropbouwen dan het deel binnen het Koninkrijk der Nederlanden? Wat zijn de oorzaken hiervan? Welke verschillen zaten er in de toegang tot Europese financiering? En hoe verschilde de financiering voor zowel preventieve maatregelen als voor wederopbouw vanuit Den Haag met de financiering vanuit Parijs?
Wat zijn de risico's voor de CAS- en BES-eilanden van de aangekondigde Super El Niño? Wat is de huidige staat van paraatheid van de verschillende eilanden? Wat doet u om de eilanden te ondersteunen in hun weerbaarheid tegen dit fenomeen? Welke extra stappen worden er gezet?
Welke extra expertise en uitvoeringskracht acht het Rijk voor het Openbaar Lichaam Bonaire nodig om ervoor te zorgen dat er voldoende lokale capaciteit is om de plannen uit te voeren?
Welke bijkomende maatregelen gaat u nemen opdat de BES-eilanden op korte termijn volledig overgaan op duurzame energie, zodat de eilanden minder afhankelijk worden van fossiele import?
Hoe kunt u ervoor zorgen dat energie betaalbaar is voor inwoners van Bonaire, ook gezien de toenemende noodzaak van energieverbruik voor airconditioning als gevolg van de opwarming van de aarde?
Kunt u aangeven welke maatregelen u treft tegen de gevolgen van de toenemende hitte en extreme neerslag op Bonaire? Welke aanvullende stappen zijn noodzakelijk en wat is de investeringsopgave hiervan?
Welke maatregelen kan het kabinet nemen tegen de onder andere door klimaatverandering veroorzaakte sargassumcrisis, die de economie van Caraïbisch Nederland ernstig schaadt, met name in toerisme en visserij?
Hoe beoordeelt u de relevantie van de rechtsoverwegingen in het Bonaire-vonnis voor de overige landen binnen het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten), gezien de gedeelde verantwoordelijkheid voor de waarborging van mensenrechten (artikel 43 Statuut)? Erkent u dat de Staat der Nederlanden een coördinerende en faciliterende verantwoordelijkheid heeft om te waarborgen dat ook de inwoners van de CAS-eilanden een gelijkwaardig niveau van mensenrechtelijke bescherming tegen klimaatgevaren genieten, met in ogenschouw nemend het vereiste respect voor de autonome status van deze landen?
Bent u bereid om, in de geest van het vonnis, proactief met de regeringen van de CAS-eilanden in gesprek te gaan over een Koninkrijksbreed Klimaatfonds, zodat ook daar de noodzakelijke adaptatiemaatregelen om mensen(rechten) te beschermen in de klimaatcrisis gefinancierd kunnen worden die de lokale draagkracht te boven gaan?
Bent u het ermee eens dat, aangezien het Koninkrijk der Nederlanden de officiële verdragspartij is bij de UNFCCC, de belangen van de CAS-landen en BES-eilanden integraal onderdeel moeten zijn van de Nederlandse en dus ook Europese inzet in internationale klimaatonderhandelingen? Kunt u toelichten hoe de structurele consultatie met de regeringen en lokale besturen van deze eilanden is vormgegeven in de aanloop naar de jaarlijkse COPs?
Erkent u dat «effectieve bescherming», zoals geëist in het vonnis, onmogelijk is zonder een structurele meerjarige financiering die direct aansluit op de lokale behoeften die aan de Klimaattafel zijn geformuleerd? Hoeveel extra middelen zijn er volgens u nodig, en hoeveel middelen zal het Rijk beschikbaar stellen en wanneer besluit u hierover?
Op welke wijze beschermt het kabinet het cultureel erfgoed op de zuidpunt van Bonaire (zoals de slavenhuisjes) dat door de zeespiegelstijging reeds in 2050 dreigt te verdwijnen?
Hoe waarborgt u dat inwoners van Bonaire en de Klimaattafel Bonaire een doorslaggevende stem krijgen in het nationale adaptatieplan dat uiterlijk in 2030 geïmplementeerd moet zijn?
Hoe zult u garanderen dat adaptatieprocessen op de BES-eilanden lokaal geleid kunnen worden?
Bent u bekend met de motie van de Eilandsraad van Bonaire, waarin het Bestuurscollege wordt opgeroepen om de Nederlandse Staat te houden aan de rechtskracht van het vonnis? Welke aspecten van deze motie gaat u uitvoeren? En kunt u toezeggen dat alle aanbevelingen die voortvloeien uit de motie van de Eilandsraad integraal onderdeel worden van de Nederlandse inzet tijdens de komende Klimaattop (COP), om Bonaire als internationaal voorbeeld van «Small Island Justice» te positioneren? Hoe beoordeelt u de passage in de motie die spreekt over de «historische schuld» en de plicht van Nederland om de kwetsbaarste delen van het Koninkrijk prioritair te beschermen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden voorafgaand aan het plenaire debat over het vonnis inzake de Bonaire Klimaatzaak?
Het voordeel van meer gebruik van steenkolen ten opzichte van geïmporteerd gas |
|
Daniël van den Berg (JA21) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Klopt het dat het vullen van de Nederlandse gasvoorraden op dit moment door de huidige gasprijzen in bepaalde scenario’s duurder kan uitpakken dan de verwachte gasprijs in de komende winter? Bent u bereid dit te kwantificeren aan de hand van actuele marktprijzen en winter-forwardprijzen?
Kunt u per gasopslag aangeven wat de actuele vulgraad is, welke vuldoelen gelden, welke volumes nog moeten worden ingekocht en tegen welke verwachte kosten?
Welke financiële risico’s lopen inwoners, gebruikers van het gasnetwerk, marktpartijen, Energie Beheer Nederland (EBN) en de Nederlandse Staat wanneer gas nu tegen relatief hoge prijzen wordt ingekocht om de voorraden te vullen, terwijl de gasprijs in de winter lager blijkt te liggen?
Kunt u aangeven welk deel van het in Nederland opgeslagen gas naar verwachting daadwerkelijk beschikbaar blijft voor Nederlandse huishoudens, bedrijven en elektriciteitsproductie, en welk deel mogelijk via de interne Europese gasmarkt naar het buitenland stroomt?
Welke gevolgen heeft het voor EBN en uiteindelijk voor de Rijksbegroting wanneer EBN of andere door de Staat aangewezen partijen gas inkopen tegen hoge zomerprijzen en dit gas later tegen lagere marktprijzen moeten verkopen of beschikbaar stellen? Kunt u aangeven hoe eventuele verliezen worden gedragen en of deze uiteindelijk bij de belastingbetaler terecht kunnen komen?
Deelt u de opvatting dat het vanuit betaalbaarheid en leveringszekerheid onwenselijk is als Nederland tegen te hoge kosten gasvoorraden vult, terwijl dat gas vervolgens niet primair ten goede komt aan Nederlandse huishoudens en bedrijven?
Hoeveel aardgas wordt in Nederland gemiddeld ingezet voor elektriciteitsproductie, en welk deel daarvan is volgens u direct of indirect nodig om schommelingen in wind- en zonne-energie op te vangen?
Kunt u berekenen hoeveel aardgas Nederland kan besparen wanneer bestaande kolencentrales tijdelijk meer elektriciteit produceren en gascentrales daardoor minder draaiuren maken?
Welke technische, juridische, vergunningtechnische en Europese belemmeringen bestaan er op dit moment om Nederlandse kolencentrales tijdelijk extra te laten draaien met als doel gas te besparen?
Bent u bereid op korte termijn te onderzoeken of de inzet van bestaande kolencentrales tijdelijk kan worden verruimd zolang gasprijzen hoog zijn, gasvoorraden kostbaar moeten worden gevuld en de leveringszekerheid onder druk staat? Kunt u dit onderzoek vóór Prinsjesdag aan de Kamer sturen?
Welke gevolgen zou een tijdelijke hogere inzet van kolencentrales hebben voor de elektriciteitsprijs, de gasvraag, de netstabiliteit en de energierekening van huishoudens en het mkb?
Hoe weegt u het risico dat Nederland door het huidige beleid afhankelijker wordt van duur geïmporteerd LNG, terwijl bestaande Nederlandse kolencentrales mogelijk tijdelijk kunnen bijdragen aan het beperken van gasverbruik en LNG-import?
Hoeveel LNG heeft Nederland in 2024, 2025 en tot dusver in 2026 geïmporteerd, uitgesplitst naar land van herkomst? Welk deel daarvan is afkomstig uit de Verenigde Staten en in hoeverre bestaat dit LNG uit, of hangt het samen met, Amerikaans schaliegas?
Bent u bereid de volledige levenscyclusuitstoot van elektriciteitsproductie met Nederlandse kolencentrales te vergelijken met elektriciteitsproductie met gascentrales op basis van geïmporteerd Amerikaans LNG of schaliegas?
Klopt het dat in bepaalde scenario’s, afhankelijk van de aannames over methaanlekkage en LNG-ketenemissies, elektriciteitsproductie met steenkool mogelijk een lagere totale ketenemissie kan hebben dan elektriciteitsproductie met uit Amerika geïmporteerd schaliegas/LNG?
Bent u bereid vóór Prinsjesdag een kosten-batenanalyse aan de Kamer te sturen van een scenario waarin Nederlandse kolencentrales tijdelijk extra draaien om aardgas te besparen, gasopslagkosten te beperken en de afhankelijkheid van LNG-import te verminderen?
Bent u bereid vóór Prinsjesdag een concreet scenario uit te werken waarin Nederland (tijdelijk) meer inzet op bestaande kolencapaciteit en minder op gasgestookte elektriciteitsproductie, inclusief de effecten op leveringszekerheid, energiekosten, gasvoorraden, importafhankelijkheid en CO2-uitstoot?
Kunt u deze vragen één voor één uitwerken?
Het rapport ‘PFAS-aandachtlocaties in 2025’ |
|
Ani Zalinyan (GroenLinks-PvdA) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Waarom zijn in het rapport «PFAS-aandachtlocaties in 2025» de locaties waar aandacht voor is, of die onze aandacht behoeven, niet vermeld, maar slechts als categorie gekwantificeerd?
In wiens belang is het om deze locaties met potentieel veel gezondheidsschadelijke vervuiling voor het publiek verborgen te houden?
Is niet in het verdrag van Aarhus bepaald, dat het publiek moet worden geïnformeerd over dergelijke locaties met milieu- en gezondheidsrisico’s?
Wanneer worden deze locaties en het risico dat ervan uitgaat, wel publiek gemaakt?
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het debat Externe Veiligheid op 10 juni a.s. beantwoorden?
Kunt u bevestigen dat nationaal en internationaal onderzoekers al bijna tien jaar waarschuwen dat het RCP8.5-scenario onwaarschijnlijk is en niet meer gebruikt zou moeten worden voor beleidsdoeleinden?1, 2, 3
Waarom heeft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en in het verlengde daarvan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) dit advies al die jaren in de wind geslagen
Kunt u bevestigen dat sinds de publicatie van dit RCP8.5-scenario in 2011 er wereldwijd naar schatting meer dan 100.000 wetenschappelijke artikelen zijn verschenen die gebruikmaken van dit scenario en een veelvoud aan media-uitingen?
Hoe kijkt u daarop terug, nu blijkt dat dat scenario nooit plausibel is geweest?
Kunt u bevestigen dat het midden-scenario voortaan als «business as usual» mag worden gezien/gebruikt?
Deelt u de mening dat op basis van het RCP8.5- (en diens opvolger het SSP5-8.5) scenario het IPCC, het KNMI en in het verlengde daarvan ook de Nederlandse overheid veel te alarmistisch zijn geweest over klimaatverandering?
Gaat u de overheidspagina over klimaatverandering met spoed herschrijven in het licht van de «nieuwe» inzichten omdat daar bijvoorbeeld nog staat dat de zeespiegel in 2100 wel 1,2 meter (of zelfs 2 meter) kan stijgen maar dat dit was gebaseerd op het RCP8.5-scenario?4
Heeft u de reactie van het KNMI gezien5 op de nieuwe scenario’s en vindt u het acceptabel dat het instituut zelfs nu nog doet alsof er niets veranderd is dat hoewel het KNMI erkent dat RCP8.5 niet langer realistisch is, toch weigert haar eigen scenario’s, die op RCP8.5 gebaseerd zijn, aan te passen?
Misleidt het KNMI hiermee alle sectoren en (lagere) overheden die gebruikmaken van de KNMI-scenario’s en gedraagt het KNMI zich in Nederland daarmee niet veel te veel als eenoog Koning (een kennismonopolist)?
Hoe kan het dat het IPCC in haar zesde rapport in 2021 al waarschuwde dat RCP8.5 (en SSP5-8.5) niet langer plausibel was en het KNMI bij de 2023 klimaatscenario’s dit scenario toch gewoon weer inzette?6
Kunt u het KNMI vragen met spoed en in het Engels een reactie te schrijven op de kritiek van Pielke Jr, aangezien de internationaal zeer goed in dit dossier ingevoerde onderzoeker Roger Pielke Jr op social media onmiddellijk de publieke reactie van het KNMI op de nieuwe scenario’s bekritiseerde7 en volgens hem de reactie van het KNMI diverse «onjuiste beweringen» zou bevatten en ook Volkskrant-journalist Maarten Keulemans constateerde dat op social media platform X8 wat natuurlijk zeer ernstig zou zijn voor een overheid die zelf zegt het bestrijden van mis- en desinformatie zo belangrijk te vinden?
Kunt u ervoor zorgen dat het PBL, het KNMI en bewindslieden als uzelf voortaan de echte reden geven voor het verlaten van RCP8.5 en kunt bevestigen dat een belangrijk kritiekpunt van Pielke Jr klopt dat diverse onderzoekers, waaronder Detlef van Vuuren van het PBL, de eerste auteur van de nieuwe scenariopaper9, en ook het KNMI, ten onrechte beweren dat het «rampenscenario» is verlaten vanwege het succes van het beleid, met name het goedkoper worden van zonne- en windenergie en ook de Minister suggereerde dit in haar interview bij het programma Ongehoord Nieuws maar dat de werkelijke reden dat het «rampenscenario» is verlaten is dat de aannames erachter altijd al onrealistisch geweest zijn, namelijk een explosieve stijging van steenkoolgebruik in de 21e eeuw?
Kunt u laten onderzoeken hoe het mogelijk is geweest dat juist dit niet plausibele RCP8.5-scenario gebruikt werd als het enige referentie- of ook wel business-as-usual-scenario?
Deelt u de mening dat RCP8.5 nooit als referentiescenario gelabeld had moeten worden en dat beleidsmakers daarmee jarenlang op het verkeerde been zijn gezet?
Kunt u navragen en toelichten waarom het PBL het niet eens opportuun achtte om een persbericht de deur uit te doen, terwijl een PBL-medewerker eerste auteur van de internationale paper is waarmee de nieuwe IPCC-scenario’s zijn gelanceerd?
Zou dit ook niet gebeurd zijn als het nieuwe hoogste scenario hoger uitgevallen zou zijn dan RCP8.5, met andere woorden als de boodschap had kunnen zijn «it is worse than we thought» en deelt u de mening dat dergelijke institutionele bias ongewenst is?
Kunt u bevesboektigen dat het nieuwe hoogste scenario CMIP7 High geen referentiescenario is en dus niet als zodanig gebruikt en gecommuniceerd moet worden?
Kunt u bevestigen dat dit betekent dat toekomstig eventueel beleidssucces nooit gerelateerd kan worden aan dit scenario?
Kunt u bevestigen dat het nieuwe hoge scenario (CMIP7 High) gebaseerd is op het SSP3-scenario en niet op het eerder gebruikte SSP5-scenario?
Kunt u met spoed laten uitzoeken hoe het mogelijk is dat dit scenario uitgaat van een bevolkingstoename in 2100 van maar liefst 14,5 miljard mensen10, wat haaks staat op projecties van de VN (+/– 10 miljard in 2100) en het IMHE (+/– 9 miljard in 2100)?
Deelt u de mening dat het niet opnieuw moet gebeuren dat de klimaatgemeenschap tien jaar of langer gaat werken met scenario’s die uitgaan van achterhaalde aannames?
Kunt u bevestigen onder de aanname van staand beleid («current policies») dat temperatuurprojecties in 2100 uitkomen op ongeveer 2,5 graden opwarming11 en als je dat zou combineren met realistischere aannames voor bevolkingsgroei en economische groei het tweegradendoel van Parijs zelfs haalbaar lijkt zonder aanvullend beleid?12
Deelt u de mening dat er veel meer toezicht nodig is op de samenstelling en de werkwijze van de internationale commissie die de IPCC-scenario’s vaststelt, bijvoorbeeld omdat Roger Pielke Jr zijn zorgen heeft uitgesproken13 over de samenstelling en het gebrek aan toezicht op de internationale commissie en waar slechts twee instituten (IIASA en PIK) die commissie domineren en transparantie over wat er besproken wordt tijdens meetings volledig ontbreekt?
Zo ja, wat gaat u internationaal doen om dat voor elkaar te krijgen?
Gaat u het KNMI nu de opdracht geven haar scenario’s op de nieuwste ontwikkelingen aan te passen en hiermee niet te wachten tot het KNMI volgens eigen planning pas in 2029 of 2030 met een update komt?
Kunt u de Kamer met spoed een eerste inventarisatie sturen van de projecten in Nederland die gebaseerd zijn op RCP8.5 en/of SSP5-8.5 zodat de Kamer kan zien hoe dit scenario heeft doorgewerkt in de samenleving?
Kunt u in het bijzonder aangeven wat de consequenties zijn van de nieuwe inzichten voor het Nationaal Deltaprogramma waarin de Deltascenario’s 202414 voor 50% zijn gebaseerd op het nu geschrapte SSP5-8.5-scenario?
Betekenen de nieuwe inzichten dat we fors kunnen bezuinigen op het jaarlijkse budget voor het Deltaprogramma dat ongeveer 1,9 miljard euro bedraagt?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
De stapeling van overtredingen en niet voldoen aan wet- en regelgeving door Tata Steel |
|
Christine Teunissen (PvdD), Ines Kostić (PvdD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66), Bertram |
|
|
|
|
Wanneer heeft u de brief die de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) op 23 april 2026 naar Tata Steel verstuurde, die ziet op de intrekking van de vergunningen voor de Kooksgasfabrieken (KGF) 1 en 2, ontvangen?
Wanneer wist u dat de ODNZKG voornemens was de vergunningen van de KGF 1 en 2 in te trekken? Kunt u aangeven of dit voor of na het plenaire debat van 7 april jl. was?
Indien u de brief op hetzelfde moment of rond dezelfde tijd ontving: waarom heeft u die brief dan niet meteen met de Kamer gedeeld?
Bent u het ermee eens dat de Staat zeer zorgvuldig en terughoudend moet omgaan met het uitgeven van geld van burgers aan een commercieel, Indiaas bedrijf, al helemaal in tijden waarin het kabinet kiest voor harde bezuinigingen op o.a. de Nederlandse zorg? Zo nee, waarom niet?
Weet u nog dat de Partij voor de Dieren in debatten en in schriftelijke vragen van de afgelopen jaren de regering er meermaals op heeft gewezen dat Tata Steel zich al jaren niet houdt aan wet- en regelgeving en dat er een grote kans bestaat dat niet alleen KGF 2, maar ook KGF 1 gedwongen dicht moet, dat dat het plan waar de Staat over aan het onderhandelen is zou veranderen en dat geld geven aan Tata Steel een extra risico vormt voor de belastingbetaler? Zo ja, bent u het ermee eens dat deze signalen te licht zijn opgevat in het verleden, en hoe gaat u ervoor zorgen dat dit soort signalen in de toekomst evenwichtig worden meegenomen?
Bent het ermee eens – tegen de achtergrond dat de omgevingsdienst overgaat tot intrekking van de vergunningen voor beide kooksfabrieken, omdat Tata Steel de normen stelselmatig jarenlang overschrijdt en er geen reden is om te veronderstellen dat dat nog gaat veranderen – dat er in lijn met de Joint Letter of Intent (JLoI) art.15.3 (d) sprake is van een (potentiële) opzeggingsgrond? Waarom wel/niet?
Bent u voornemens deze opzeggingsgrond aan te wenden om de inspanningsverplichting te stoppen, aangezien in de kabinetsbrief van 7 april jl. (Kamerstuk 28 089, nr. 350) wordt gesteld dat bij het sluiten van een maatwerkafspraak het «van groot belang is dat het bedrijf wet- en regelgeving naleeft»? Zo nee, kunt u dat heel nauwkeurig onderbouwen?
Wat gebeurt er op het moment dat uit het lopende strafrechtelijk onderzoek1 blijkt dat Tata Steel opzettelijk en onrechtmatig de gezondheid van mensen in gevaar heeft gebracht? Welke invloed heeft het lopende onderzoek op de gesprekken over de maatwerkafspraken?
Kunt u bevestigen dat er geen enkele invloed op de ILT en de ILT-IOD, direct of indirect, wordt uitgeoefend vanuit het ministerie in hun werk rondom Tata Steel en dat de instanties onafhankelijk van de gesprekken over de maatwerkafspraken tot hun oordeel kunnen komen?
Bent u ermee bekend dat experts zeggen dat KGF 2 zo verouderd is dat het al in de jaren negentig gesloten had moeten worden, maar dat het nooit gebeurd is, omdat kortetermijnwinst belangrijker werd geacht dan de gezondheid voor omwonenden?
Welke invloed op de maatwerkafspraakgesprekken heeft het stilleggen van een bedrijfsonderdeel door Tata Steel op verzoek van de toezichthouder, omdat na metingen is gebleken dat het te veel van de kankerverwekkende stof chroom-6 uitstoot? Wanneer moet Tata dit hebben opgelost volgens u, om in aanmerking te komen voor geld van de Nederlandse belastingbetaler?
Welke invloed op de maatwerkafspraakgesprekken heeft het overschrijden van verschillende normen voor gevaarlijke stoffen bij de Sinterfabriek door Tata Steel? Wanneer moet Tata dit hebben opgelost volgens u, om in aanmerking te komen voor geld van de Nederlandse belastingbetaler?
Welke invloed op de maatwerkafspraakgesprekken heeft het overtreden van regels bij de Oxystaalfabriek door Tata Steel? Wanneer moet Tata dit hebben opgelost volgens u, om in aanmerking te komen voor geld van de Nederlandse belastingbetaler?
Welke invloed op de maatwerkafspraakgesprekken heeft het feit dat de toezichthouder heeft geconstateerd dat Tata Steel toezicht en controles belemmert en vertraagt? Welke consequenties zijn er vanuit het kabinet richting Tata Steel als belemmering en vertraging van de toezichthoudende taken nogmaals worden geconstateerd?
Wat vindt u ervan dat de omgevingsdienst al in 2025 heeft geconstateerd dat Tata Steel een aanzienlijk hogere uitstoot van schadelijke stoffen rapporteert in het elektronisch milieujaarverslag (e-MJV) van 2024 ten opzichte van voorgaande jaren, en dat de omgevingsdienst nog steeds geen goede verklaring voor deze veel hogere uitstoot heeft ontvangen van Tata Steel? Wat zegt dit over de bedrijfscultuur en betrouwbaarheid van Tata Steel?
Klopt het dat Tata Steel tot nu toe meer dan 25 miljoen euro aan boetes heeft moeten betalen voor het overtreden van regels? Zo nee, wat is het bedrag precies?
Wat vindt u van de cultuur van het buitenlandse bedrijf, dat zich jarenlang, structureel, niet aan wet- en regelgeving houdt, handhaving en toezicht traineert en belemmert, onvolledige of misleidende cijfers en informatie deelt, door de toezichthouder «calculerend en opportunistisch» wordt genoemd, en onvoldoende en ontijdig heeft geïnvesteerd in gezonde bedrijfsvoering en onderhoud?
Welke risico’s voor de maatwerkafspraken, de Staat en de belastingbetaler zijn er door de stapeling van alle schendingen van wet- en regelgeving (waarvan een aantal in vorige vragen genoemd), de bovengeschetste cultuur van het bedrijf en door de lopende rechtszaken? Kunt u met de Kamer delen welke adviezen u daarover heeft ontvangen?
Kunt u uitgebreid uitleggen en onderbouwen hoe u de stapeling van alle schendingen van wet- en regelgeving en lopende onderzoeken en rechtszaken beoordeelt vanuit art.15.3 van de JLoI?
Aangezien u eerder schreef dat bij het sluiten van een maatwerkafspraak het «van groot belang is dat het bedrijf wet- en regelgeving naleeft», en Tata Steel zich al jaren niet aan wet- en regelgeving houdt, tot wanneer precies geeft u Tata Steel de tijd om eindelijk aan de wet- en regelgeving te voldoen?
Kunt u uitsluiten dat u een maatwerkafspraak maakt met Tata Steel, als het bedrijf zich nog steeds niet aan wet- en regelgeving kan houden? Zo nee, wat is dan uw uitspraak over het belang van naleving van wet- en regelgeving waard?
Aangezien Tata Steel zich jarenlang, structureel, niet aan wet- en regelgeving houdt en door toezichthouders «calculerend en opportunistisch» wordt genoemd, welk signaal denkt u dat het afgeeft dat de Staat alsnog bereid is om zo’n bedrijf belastinggeld te geven? Waarom zou u Tata Steel belonen voor het jarenlang overtreden van regels, het traineren van handhaving en toezicht, het onvoldoende investeren in onderhoud en tijdige vervanging van fabrieken en het uitstoten van te veel kankerverwekkende stoffen waar mensen aantoonbaar ziek van worden?
Hoe beïnvloedt het vroegtijdig sluiten van KGF 2 en met name KGF 1 de levensvatbaarheid van de plannen zoals vastgelegd in de JLoI, aangezien het originele plan op basis waarvan de Staat de onderhandelingen in is gegaan, uitgaat van het nog jarenlang openhouden van KGF 1? Op welke onafhankelijke experts baseert u zich hierin?
Hoe ziet het plan van Tata er dan nu precies uit, welke wijzigingen zijn/worden gemaakt ten opzichte van het plan op basis waarvan de Staat een JLoI is aangegaan?
Aangezien Tata Steel Nederland in 2025 een verlies van ruim 200 miljoen euro noteert, welk financieel risico neemt de Staat bij de toekenning van 2 miljard euro subsidie? Hoe is dit risico bepaald en afgewogen en kunt u de exacte onderbouwing daarvan delen met de Kamer?
Is dit risico volgens u nog verantwoord, nu de materiële en financiële situatie bij Tata Steel Nederland volledig anders is dan bij het ondertekenen van de JLoI en nu de auditor van Tata Steel spreekt van «material uncertainty to going concern»?2 Kunt u nauwkeurig onderbouwen waarom wel/niet?
Hoe verhoudt de geambieerde staatssteun zich nog tot de financiële feiten, gezien het oordeel van de auditor van Tata Steel dat de aangekondigde intrekking van vergunningen «material uncertainty to going concern» oplevert, gezien het feit dat Tata Nederland een verlies van ruim 200 miljoen euro noteert én gezien het feit dat volgens Europese regels geen staatssteun gegeven mag worden aan een financieel noodlijdend bedrijf? Hoe onderbouwt u dit en op welke onafhankelijke experts baseert u zich?
Heeft u naar aanleiding van de ontstane situatie al contact gehad met de Europese Commissie, die de eventuele subsidie moet goedkeuren in lijn met de Europese regels? Zo ja, kunt u de inhoudelijke reactie van de Commissie met de Kamer delen?
Aangezien tijdens de aandeelhoudersvergadering op 16 mei jongstleden CEO Thachat Narendran de volgende uitspraak over de winstgevendheid van Tata Steel Nederland bij het sluiten van de beide kooksfabrieken heeft gedaan: «So going forward, if the coke ovens close, we expect it to continue to be EBITDA positive, maybe making less EBITDA than we had hopefully would make, but it will always be EBITDA positive. And so far, the Netherlands operation has operated without any support from India. So I think we expect that to continue»3, onderschrijft de Minister dat de overgangstermijn voor het sluiten van de beide kooksgasfabrieken beperkt kan worden tot de technische haalbaarheid? Zo nee, waarom niet?
Is de datum van de sluiting van de kooksgasfabrieken onderwerp van de onderhandelingen, of is dit een zuiver technische afweging van de omgevingsdienst?
Wat vindt u ervan dat de omwonenden al heel lang aandringen op sluiting van de kooksgasfabrieken wegens jarenlange overtredingen van de regels, maar dat Tata Steel de provincie Noord-Holland en de Tweede Kamer steeds heeft voorgehouden dat het een vroegtijdige sluiting van alleen al KGF 2 financieel niet kan dragen?
Beweert Tata Steel nu wel die vroegtijdige sluiting van de kooksgasfabrieken te kunnen betalen en, zo ja, hoe en wat is er dan precies veranderd in die korte tijd?
Gezien artikel 15.4 van de JLoI waarin opzeggronden voor Tata zijn bepaald voor de inspanningsverplichting rondom de maatwerkafspraken, hoe interpreteert u deze zin uit het persbericht van Tata India: «Tata Steel Netherlands is also engaged with the regulators on evolving standards relating to classification and disposal of steel slag, where local requirements in Netherlands now not only exceed EU standards but are threatening to become infeasible.»?
Aangezien de beslisnota van 18 mei schrijft dat het kabinet een vinger aan de pols hierover houdt en dat wordt onderzocht of en, zo ja, welke implicaties dit voor de maatwerkafspraak met het bedrijf heeft, kunt u precies uitleggen wat u bedoelt met het onderzoek en welke implicaties mogelijk zijn?
Houdt u daarbij de uitvoering van de opdracht van de moties-Zalinyan/Kostic (Kamerstuk 28 089, nr. 343) en -Teunissen c.s. (Kamerstuk 29 383, nr. 428) nog scherp, en zorgt u ervoor dat onderhandelingen over de maatwerkafspraken op geen enkele manier invloed hebben op de noodzakelijke beleidsstappen die moeten worden gezet om mens, dier en milieu (uit voorzorg) te beschermen tegen staalslakken?
Hoe interpreteert u het feit dat in het laatste kwartaalverslag van Tata Steel India voor het eerst in twee jaar (en dus acht kwartaalverslagen) het «Groen» Staalplan en de maatwerkafspraken niet worden genoemd in de investeerderspresentatie?
Aangezien Tata India investeerders liet weten dat er onzekerheid is rondom de plannen in Nederland en de CFO tijdens de investors call zei; «there is an alternative path forward too», bent u op de hoogte van dat alternatieve pad? Zo ja, kunt u de Kamer daar zo snel mogelijk, maar in ieder geval bij de beantwoording van deze vragen, schriftelijk over informeren?
Bent u zelf ook bezig met een plan B, tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen van die ontwikkelingen voor de inwoners van de IJmond en meer specifiek de werknemers van Tata Steel? Waarom wel/niet? Zo ja, kunt u de Kamer dan zo snel mogelijk informeren over alternatieve plannen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en vóór half juni 2026 beantwoorden, gezien de urgentie?
Het bericht dat Moerdijk mogelijk mag blijven bestaan |
|
Jimmy Dijk (SP) |
|
Herbert , Boekholt-O’Sullivan , Vincent Karremans (VVD), Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Hoe reageert u op de berichtgeving vanuit het bestuur van Moerdijk dat het dorp mogelijk mag blijven bestaan?1
Is de lijst van zaken die volgens de gemeente verduidelijkt moet worden volledig, of liggen er nog andere vragen voor?
Klopt het dat er mogelijk minder ruimte nodig is voor energieprojecten en industrie in Moerdijk? Zo ja, waar zit dit verschil in met eerdere plannen? Waarom kon dit niet eerder duidelijk worden?
Wanneer komt er duidelijkheid vanuit het Rijk voor de inwoners van Moerdijk? Hoe veel langer heeft het Rijk nodig voor haar onderzoek en besluitvorming? Kunt u hiervoor een tijdspad schetsen?
Deelt u de mening dat inwoners rust verdienen?
Deelt u de mening dat wanneer er duidelijkheid is dat het dorp kan blijven hiervoor dan ook langjarige garanties moeten worden afgegeven, zodat deze discussie niet wéér op kan laaien binnen een paar jaar? Welke juridische of bestuurlijke middelen bestaan er om zulk een garantie af te geven?
Hoe gaat u zorgen dat wanneer het dorp mag blijven, de leefbaarheid, voorzieningen en omgevingskwaliteit hier gegarandeerd worden?
Als het Rijk de voorkeur heeft het dorp op te heffen, hoeveel tijd en financiering zou het kosten om hierover een bindend referendum onder de bewoners te organiseren, waarbij zij de kans krijgen zich voor of tegen uit te spreken en voorwaarden te stellen? Kunt u deze vraag serieus en inhoudelijk beantwoorden, ook als u niet van mening bent dat er een referendum zou moeten komen?
Windturbines en grensregio’s |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Deelt u dat bij windturbines net over de Duitse grens ook de Nederlandse Staat verantwoordelijk is voor naleving van Europese en internationale verplichtingen?
Op basis waarvan concludeert u dat geen sprake is van significante grensoverschrijdende milieueffecten bij windturbines van circa 250 meter hoog, op korte afstand van de Nederlandse grens?
Erkent u dat het Verdrag van Espoo en artikel 7 van de MER-richtlijn gelden zodra grensoverschrijdende effecten niet kunnen worden uitgesloten, los van nationale MER-drempels?
Hoe beoordeelt u dat Nederlandse inwoners in de praktijk nauwelijks effectief kunnen participeren in Duitse procedures door taal-, kosten- en juridische drempels?
Heeft het Rijk hierover overleg gevoerd met de provincie Overijssel, en zo ja wanneer en met welk resultaat richting Duitsland?
Kunt u de verslagen hiervan aan ons doen toekomen?
Deelt u dat overlegstructuren zoals de Nederlands Duitse Commissie Ruimtelijke Ordening (NDCRO) geen vervanging zijn voor juridisch afdwingbare verplichtingen uit het EU-milieurecht?
Bent u bereid te komen tot een helder Rijkskader voor grensoverschrijdende windprojecten ter bescherming van leefomgeving, inwoners en gemeenten?
En zo ja, per wanneer?
En zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Massasterfte van zwaluwen door pesticiden |
|
Ines Kostić (PvdD) |
|
van Essen , Silvio Erkens (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht over de massasterfte van oeverzwaluwen bij de Haarrijnse Plas?1
Deelt u de zorg dat sterfte door pesticiden waarschijnlijk structureel wordt onderschat, omdat zieke dieren zich verstoppen, snel worden opgegeten door aaseters of niet toxicologisch onderzocht worden?
Wordt momenteel gemonitord hoeveel vogels en andere wilde dieren jaarlijks slachtoffer worden van pesticiden? Zo ja, kunt u de Kamer hierover informeren? Zo nee, bent u bereid om een landelijk monitoringsprogramma op te zetten voor pesticidevergiftiging bij wilde dieren, inclusief structureel toxicologisch onderzoek bij massasterfte?
Bent u bekend met het toxicologisch onderzoek van Wageningen University & Research waaruit blijkt dat bij de gestorven oeverzwaluwen hoge concentraties gif zoals permethrine en tetramethrine op de veren en in hersenweefsel zijn aangetroffen?2
Wat vindt u ervan dat de twee pesticiden nu gelden als «relatief veilig voor vogels», maar toch gevaarlijk blijken te zijn?
Erkent u de conclusies van de wetenschappers dat deze bevindingen erop wijzen dat vogels ernstig ziek kunnen worden of sterven door blootstelling aan pesticiden via huidcontact of inhalatie, terwijl deze blootstellingsroutes momenteel niet standaard worden meegenomen in toelatingsprocedures voor bestrijdingsmiddelen? Zo nee, op welk wetenschappelijk onderzoek baseert u zich?
Hoe beoordeelt u het feit dat de huidige risicobeoordeling van pesticiden vooral uitgaat van opname via voedsel, terwijl onderzoekers nu expliciet waarschuwen dat blootstelling via veren, huid en luchtwegen mogelijk minstens zo schadelijk kan zijn?
Welke gevolgen hebben deze onderzoeksresultaten voor de bescherming van (bedreigde) vogelsoorten zoals de oeverzwaluw, waarvan populaties al onder druk staan door verlies van leefgebied, voedseltekorten en milieuvervuiling?
Heeft u gelezen dat de onderzoekers hopen dat de manier waarop pesticiden worden beoordeeld opnieuw onder de loep zal worden genomen en dat dit onderzoek aanleiding geeft om bij de toelating van pesticiden rekening te houden met meer scenario’s dan alleen blootstelling via voedsel?
Bent u bereid om het advies van de wetenschappers op te volgen? Zo ja, hoe en op welke termijn?
Vindt u dat er daarbij ook beter gekeken moet worden naar hoe in de toelatingssystematiek en beoordelingssystematiek rekening gehouden wordt met mogelijke cumulatieve en synergistische effecten van pesticidencombinaties voor (wilde) dieren en mensen? Zo ja, hoe gaat u dat verwerken en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) te verzoeken om op deze nieuwe bevindingen te reflecteren en te kijken wat kan worden gedaan om ervoor te zorgen dat blootstelling via huidcontact en inhalatie structureel wordt onderzocht, zodat volgens en andere wilde dieren beter worden beschermd tegen pesticiden?
Bent u bereid om bij het Ctgb en in Europees verband erop aan te dringen dat cumulatieve en synergistische effecten van pesticiden voor (wilde) dieren en mensen structureel mee moeten worden genomen in de toelating en herbeoordeling van stoffen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om in Europees verband, ook in het kader van de gesprekken rondom de Omnibus Food and Feed Safety Simplification, te wijzen op deze wetenschappelijke bevindingen en te pleiten dat die bevindingen worden verwerkt in beleid om wilde dieren beter te beschermen tegen pesticiden (ook in het kader van Europese doelen voor biodiversiteit)?
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om blootstelling van wilde dieren aan pesticiden terug te dringen?
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor geldende termijn beantwoorden?
Data en normen windturbines op land |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Kunt u aantonen dat de jaargemiddelde geluidsnorm (Lden) een aantoonbare relatie heeft met feitelijke hinder en slaapverstoring van omwonenden?
Op welke recente datasets zijn de gehanteerde bron-hinderrelaties gebaseerd, en zijn deze representatief voor moderne windturbines van >150 meter?
Kunt u voorbeelden geven van Nederlandse veldstudies waarin modelberekeningen zijn gevalideerd met gemeten hinder bij omwonenden?
Hoe is in de planMER rekening gehouden met nachtelijke piekbelasting en hinderincidenten per nacht en per seizoen?
Erkent u dat gemiddelde meetdata piekgeluid en hinderincidenten onvoldoende zichtbaar maken?
Kunt u aantonen dat de voorgestelde normen minimaal hetzelfde beschermingsniveau bieden als afstandsnormen zoals in Denemarken?
Kunt u onderbouwen dat de nieuwe normering leidt tot gelijke of lagere feitelijke hinder dan de Handreiking industrielawaai (1998)?
Waarom is geen volwaardige vergelijking gemaakt tussen de huidige normering en alternatieven, zoals strengere afstandsnormen of andere meetmethoden?
Hoe is geborgd dat effecten van slijtage en veroudering van windturbines zijn meegenomen in de beoordeling van hinder en geluid?
Kunt u uitsluiten dat de normering vooral gebaseerd is op modelaannames zonder voldoende empirische onderbouwing bij omwonenden?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Bent u bekend met het artikel «Energiezuinige warmtepomp dreigt fors duurder te worden, vooral voor huishoudens die flink verduurzamen: «Een grote strategische fout»», waarin zorgen worden geuit over stijgende kosten voor warmtepompen door flexibele nettarieven voor kleinverbruikers?1
Voorziet u dat de verwachte prijsstijging zal zorgen voor een remmend effect op de bereidheid van huishoudens om over te stappen op een warmtepomp?
Hoe waarborgt u dat congestieverlichtende maatregelen niet ten koste gaan van verduurzaming?
Hoe waarborgt u dat warmtepompen ook in de toekomst kunnen blijven bijdragen aan een slim en flexibel energiesysteem?
Hoe waarborgt u dat huishoudens die reeds in een warmtepomp hebben geïnvesteerd niet door wijzigingen in nettarieven geconfronteerd worden met fors stijgende kosten?
Hoe reflecteert u op het risico dat juist huishoudens die verduurzamen financieel zwaarder worden belast?
Bent u bereid hierover in gesprek te gaan met de netbeheerders en Autoriteit Consument & Markt (ACM)?
Bent u bereid gerichte maatregelen te nemen indien warmtepompeigenaren fors hogere netkosten krijgen?
Hoe beoordeelt u voorstellen, zoals een flexbonus, die huishoudens stimuleren warmtepompen te combineren met zonnepanelen, opslag of slimme aansturing om zowel de energierekening als de belasting van het stroomnet te verlagen?
Kunt u toezeggen de Kamer voor de ACM de tarieven definitief vaststelt te informeren over de verwachte invloed van flexibele nettarieven op de terugverdientijd en businesscase van warmtepompen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Het recht op reparatie |
|
Jantine Zwinkels (CDA) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Hoe reflecteert u op de huidige stand van zaken van Right to Repair en de concrete uitvoering van deze wetgeving?
Bent u bekend met het TNO-onderzoek1 waaruit blijkt dat consumenten door reparatie en revisie van onder meer wasmachines, smartphones en e-bikeaccu’s tientallen tot honderden euro’s kunnen besparen en producten jarenlang langer kunnen gebruiken? Hoe beoordeelt u deze uitkomsten in het licht van de circulaire economie en het verminderen van grondstoffengebruik?
Welke nationale maatregelen kunnen er op korte termijn worden genomen om reparatie aantrekkelijker te maken en bent u bereid hiervoor concrete voorstellen uit te werken?
Bent u bereid om in nationale aanbestedingen voorwaarden op te nemen die producenten stimuleren producten terug te nemen, te hergebruiken en repareerbaar te ontwerpen? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u de mogelijkheid om de bewijslast binnen de wettelijke garantieperiode verder richting producenten te verschuiven, zodat consumenten eenvoudiger aanspraak kunnen maken op kosteloze reparatie of vervanging bij defecten?
Welke financiële middelen zijn momenteel beschikbaar om reparatiebedrijven, revisiebedrijven en ondernemingen die producten circulair en repareerbaar ontwerpen op te schalen? In hoeverre acht u deze middelen voldoende om reparatie in Nederland structureel de norm te maken?
Het bericht 'Gaswinning Warffum voorlopig niet hervat: werkzaamheden NAM mislukt' |
|
Sandra Beckerman (SP) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat de werkzaamheden van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) aan de gasput bij Warffum zijn mislukt en dat de NAM aangeeft te kijken naar vervolgstappen?1
Welke mogelijkheden biedt de huidige winningsvergunning de NAM nog om gas te winnen bij Warffum, naast werkzaamheden aan de bestaande put? Kunt u een volledig overzicht geven van wat de vergunning de NAM tot en met 2032 toestaat?
Is het juridisch mogelijk dat de NAM op basis van de huidige vergunning een nieuwe put boort bij Warffum, zonder dat daarvoor een aanvullende vergunning of besluit van de overheid vereist is? Zo ja, welke democratische en inhoudelijke toets vindt dan nog plaats voordat met zo'n nieuwe boring begonnen mag worden?
Heeft u een actuele risicoanalyse laten uitvoeren naar de seismische gevolgen van eventuele nieuwe boringen of andere ingrepen bij Warffum? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen voordat de NAM nieuwe stappen zet, en de Kamer over de uitkomsten te informeren?
Nu de NAM stelt dat dit niet het definitieve einde is van de gaswinning bij Warffum, deelt u de mening dat gaswinning in Groningen, inclusief Warffum, definitief beëindigd moet worden, gelet op de aanhoudende schade en onveiligheid voor omwonenden? Zo nee, op welke gronden acht u verdere winning verantwoord?
Nu de rechtszaak bij de Raad van State nog twee jaar kan duren, wat gaat u doen om te voorkomen dat de NAM in die tussenliggende periode onomkeerbare stappen zet, zoals het boren van een nieuwe put, die de uitkomst van die procedure de facto zinloos maken?
Op welke wijze worden omwonenden, gemeenten en provincie Groningen betrokken bij de besluitvorming over eventuele vervolgstappen van de NAM?
Bent u bereid de winningsvergunning voor het Warffumer gasveld in te trekken of op te schorten, nu gebleken is dat de bestaande put technisch niet meer produceerbaar is? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting van de inspecteur-generaal van SodM dat het besluit om gaswinning bij Warffum toe te staan is genomen op basis van een advies van vóór de parlementaire enquête, en dat SodM op grond van de huidige bredere veiligheidsdefinitie nu anders zou adviseren? Zo ja, waarom is de vergunning dan niet alsnog ingetrokken of herzien?2
Deelt u de gemengde gevoelens van de inspecteur-generaal van SodM over het vergunningsproces bij Warffum?
Bent u het ermee eens dat het onacceptabel is dat Warffum er volgens de eigen toezichthouder doorheen is geglipt?
Bent u, net als bij de gaswinning onder de Waddenzee, bereid om met de NAM te zoeken naar een alternatieve oplossing zodat de gaswinning bij Warffum alsnog definitief niet wordt hervat?
Het geschrapte ‘rampscenario’ van het IPCC |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zijn meest extreme rampscenario (4 tot 6 graden opwarming in 2100) heeft geschrapt?1
Heeft u kennisgenomen van de analyse dat meer dan 80 procent van de mediaberichtgeving gebaseerd zou zijn op dit inmiddels achterhaalde scenario?2
Hoe beoordeelt u de berichtgeving zoals genoemd in vraag 1 en 2?
Bent u van mening dat de afgelopen jaren een vertekend en te alarmistisch beeld van de klimaatontwikkelingen is geschetst? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?
In hoeverre is het huidige Nederlandse klimaatbeleid gebaseerd op aannames en modellen van het IPCC, die inmiddels door datzelfde IPCC zijn bijgesteld? Kunt u uw antwoord toelichten?
Acht u het verantwoord om door te gaan met beleid dat een zeer grote economische en maatschappelijke impact heeft, terwijl de onder dat beleid liggende en van het IPCC afkomstige aannames en modellen inmiddels door datzelfde IPCC zijn bijgesteld? Zo ja, waarom wel? Zo nee, welke wijzigingen bent u bereid door te voeren?
Bent u bereid een volledige herijking uit te voeren van het Nederlandse klimaatbeleid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn?
Bent u bereid om, in het licht van deze ontwikkelingen, maatregelen te nemen om de lasten voor burgers te verlagen, bijvoorbeeld door het klimaatbeleid (deels) te schrappen of zelfs terug te draaien? Kunt u uw antwoord toelichten?
Hoe gaat u voorkomen dat beleid in de toekomst wordt gebaseerd op extreme en onrealistische scenario’s?
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat alle klimaatrechtszaken van de afgelopen jaren zouden verwijzen naar het inmiddels geschrapte rampscenario van het IPCC?3
Hoe beoordeelt u de berichtgeving zoals genoemd in vraag 10?
Erkent u dat, als de berichtgeving zoals genoemd in vraag 10 klopt, dit verstrekkende gevolgen heeft voor de juridische grondslagen op basis waarvan rechters de Nederlandse staat en Nederlandse bedrijven hebben veroordeeld tot vergaand en kostbaar klimaatbeleid? Kunt u uw antwoord toelichten?
Bent u bereid te laten onderzoeken in hoeverre de vonnissen in klimaatrechtszaken direct of indirect steunen op het rampscenario van het IPCC, dat inmiddels door datzelfde IPCC is geschrapt? Bent u bereid de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
In de klimaatrechtszaak inzake Bonaire (ECLI:NL:RBDHA:2026:1344) gaat de rechter onder punt 4.21 uit van een zeespiegelstijging van 27 cm in 2050 en 85 cm in 2100, gebaseerd op het inmiddels door het IPCC geschrapte «rampscenario» SSP5-8.5; hoe beoordeelt u het feit dat deze rechterlijke uitspraak met verstrekkende gevolgen mede gebaseerd is op scenario’s van het IPCC die inmiddels door datzelfde IPCC zijn geschrapt? Kunt u uw antwoord toelichten?
Bent u bereid om in het hoger beroep tegen de uitspraak inzake Bonaire expliciet mee te nemen dat de rechtbank zich mede heeft gebaseerd op het inmiddels door het IPCC geschrapte SSP5-8.5-scenario, en dat de onderbouwing van de uitspraak daarmee wezenlijk is gewijzigd? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Bent u bekend met het bericht in de Volkskrant «IPCC schrapt rampscenario: opwarming hooguit nog «maar» 3,5 graden in 2100»1 en met het recent gepubliceerde peer-reviewed artikel van Van Vuuren et al., The Scenario Model Intercomparison Project for CMIP7 (ScenarioMIP-CMIP7), in Geoscientific Model Development2?
Kunt u bevestigen dat de auteurs stellen dat de hoge emissieniveaus uit CMIP6, gekwantificeerd als SSP5-8.5, voor de 21e eeuw niet langer plausibel zijn, mede door kostentrends voor hernieuwbare energie, de opmars van kernenergie, bestaand klimaatbeleid en recente emissietrends?
Kunt u bevestigen dat de temperatuurprojecties in het artikel voor de voorgestelde CMIP7-scenarioset uitkomen op een bandbreedte van ongeveer 1,5 graden tot bijna 3,5 graden opwarming in 2100 ten opzichte van 1850–1900, terwijl IPCC AR6 voor SSP5-8.5 voor 2081–2100 een schatting van 4,4 graden rapporteerde, met een zeer waarschijnlijke bandbreedte van 3,3 tot 5,7 graden?
Kunt u bevestigen dat de recente scenarioherijking niet alleen de bovenkant van de scenariobandbreedte raakt, maar dat de auteurs ook aangeven dat meerdere zeer lage CMIP6-emissietrajecten inmiddels niet meer consistent zijn met waargenomen trends in de periode 2020–2030?
Deelt u de opvatting dat deze ontwikkeling vraagt om een scherper onderscheid tussen scenario’s, prognoses, plausibiliteit, waarschijnlijkheid, stresstests en beleidsreferenties in kabinetsstukken en publieke communicatie?
Deelt u de opvatting dat klimaatbeleid moet worden gebaseerd op realistische scenario’s en niet mag worden gedomineerd door scenario’s die niet langer als realistische beleidsbasis gelden?
Bent u bereid voortaan bij grote klimaat- en energiebesluiten expliciet te vermelden op welk klimaatscenario of welke scenariobandbreedte het besluit is gebaseerd, welk zichtjaar wordt gebruikt, of het gaat om een centrale beleidsreferentie of om een stresstest, en wat dit betekent voor de inschatting van kosten, baten en risico’s?
Kunt u de Kamer een overzicht sturen van alle Nederlandse klimaatbeleidsstukken, PBL-, CPB-, KNMI- en RIVM-doorrekeningen, adaptatiestrategieën, maatschappelijke kosten-batenanalyses (mkba’s), schadeanalyses, risicokaarten, kabinetscommunicatie en processtukken sinds 2019 waarin RCP8.5, SSP5-8.5, SSP3-7.0 of vergelijkbare high-endscenario’s zijn gebruikt?
Welke Nederlandse klimaatmaatregelen, normen, investeringsbeslissingen of financiële onderbouwingen zouden materieel anders worden beoordeeld als SSP5-8.5 niet langer als realistische beleidsreferentie wordt gebruikt, maar uitsluitend als historisch vergelijkingspunt of extreme stresstest?
Welke gevolgen heeft deze wetenschappelijke herijking volgens u voor de proportionaliteit en betaalbaarheid van klimaatbeleid voor huishoudens, het midden- en kleinbedrijf (mkb), de industrie, mobiliteit en landbouw, in het bijzonder waar het gaat om energieprijzen, nationale koppen op Europees beleid, netverzwaring, subsidies en verplichtingen?
Bent u bereid de komende Klimaatnota, Energienota en relevante begrotingsstukken te voorzien van een scenarioparagraaf waarin per hoofdmaatregel wordt aangegeven op welk klimaatscenario, emissiepad en welke kosten-batenveronderstellingen de maatregel berust?
Bent u bereid PBL, CPB, KNMI en RIVM te vragen bij toekomstige beleidsdoorrekeningen expliciet aan te geven of uitkomsten robuust zijn onder centrale scenario’s, plausibele high-endscenario’s en extreme stresstestscenario’s, en waar conclusies afhankelijk zijn van een inmiddels minder plausibel high-endscenario?
Bent u bekend met het VU/IVM-onderzoek The Impacts of Climate Change on Bonaire, uitgevoerd in opdracht van Greenpeace Nederland, en kunt u bevestigen dat daarin onder meer SSP5-8.5 en een «SSP5-8.5 Low Confidence»-variant zijn gebruikt?
Kunt u de Kamer een analyse sturen van welke onderdelen van de Bonaire-zaak en de onderliggende rapporten afhankelijk zijn van SSP5-8.5 of van de «SSP5-8.5 Low Confidence»-variant?
Acht u het wetenschappelijk en bestuurlijk verantwoord wanneer beleidsmakers, belangenorganisaties of procespartijen effecten voor Bonaire presenteren op basis van SSP5-8.5 of «SSP5-8.5 Low Confidence», zonder duidelijk te vermelden dat SSP5-8.5 in de nieuwe ScenarioMIP-CMIP7-literatuur niet langer als plausibel high-endemissieniveau voor de 21e eeuw wordt beschouwd?
Bent u bereid de nieuwe ScenarioMIP-CMIP7-inzichten expliciet te betrekken bij de onderbouwing van dat hoger beroep, nu het kabinet heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan in de Klimaatzaak Greenpeace Bonaire en schorsing van de uitspraak te vragen?
Zal de Staat in hoger beroep betogen dat rechterlijke verplichtingen tot nationale, bindende emissiedoelen niet mogen worden gebaseerd op scenario’s die wetenschappelijk niet langer als plausibele beleidsreferentie gelden, maar hooguit als extreme stresstest kunnen dienen?
Kunt u voor Bonaire aangeven welke middelen inmiddels zijn gereserveerd of beschikbaar komen voor klimaatadaptatie, per maatregel uitgesplitst naar budget, verantwoordelijke partij, planning, onderliggend scenario en verwacht risicoreducerend effect?
Deelt u de opvatting dat inwoners van Bonaire het meest geholpen zijn met concrete, lokale adaptatiemaatregelen tegen hitte en wateroverlast en dat eventuele nationale emissiedoelen afzonderlijk en aantoonbaar proportioneel moeten worden onderbouwd?
Kunt u toezeggen dat inwoners van Bonaire niet worden gebruikt als juridisch argument voor steeds zwaardere nationale klimaatdoelen, maar daadwerkelijk worden geholpen met concrete maatregelen die hun veiligheid, leefbaarheid en weerbaarheid vergroten?
Deelt u de opvatting dat de nieuwe scenario’s nopen tot klimaatrealisme: minder alarmistische communicatie, meer transparantie over onzekerheden, meer aandacht voor betaalbaarheid en meer focus op adaptatie die aantoonbaar werkt?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Bescherming van Bonaire tegen de klimaatcrisis |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66), Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het NOS-artikel over het bezoek van premier Jetten aan Bonaire1, bezien in samenhang met het nieuwe rapport van Greenpeace waaruit blijkt dat de kosten van klimaatverandering op Bonaire in de toekomst fors zullen oplopen2?
Hoe beoordeelt u het feit dat u naar Bonaire afreist met niets meer dan woorden, terwijl de inwoners van het eiland al jaren wachten op daadwerkelijke bescherming tegen de gevolgen van de klimaatcrisis?
Welke boodschap denkt u af te geven aan de inwoners van Bonaire door in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak in de klimaatzaak, terwijl diezelfde inwoners juist dringend meer bescherming nodig hebben?
Begrijpt u dat het hoger beroep door veel inwoners van Bonaire zal worden ervaren alsof de Staat hun veiligheid, gezondheid en toekomst nog altijd niet serieus neemt?
Kunt u toelichten hoe u voorkomt dat Caribisch Nederland bij een volgend bezoek opnieuw met lege handen blijft achter in beleid, bescherming en middelen?
Kunt u aangeven welke gesprekken er zijn gevoerd met het Openbaar Lichaam Bonaire over klimaatverandering en klimaatmitigatie en -adaptatie? Hoe zijn deze gesprekken verlopen?
Overweegt u de eilanden nog eens in de zomer te bezoeken, zodat u zelf kunt ervaren hoe ondraaglijk de hitte daar werkelijk kan worden?
Waarom kiest u ervoor om tijd en geld te steken in een hoger beroep, terwijl die energie ook direct kan worden ingezet voor uitvoering, bescherming en financiering van urgente maatregelen op Bonaire?
Deelt u de conclusie van Greenpeace dat de kosten voor bescherming van Bonaire fors kunnen oplopen als nu niet wordt ingegrepen? Zo nee, op welke grond wijkt u daarvan af?
Welke nieuwe feiten of omstandigheden uit het recente rapport van Greenpeace zijn voor u aanleiding geweest om de schade en kosten van uitblijvend beleid op Bonaire opnieuw te beoordelen?
Kunt u aangeven welke concrete aanvullende maatregelen u op korte termijn neemt om Bonaire beter te beschermen tegen zeespiegelstijging, droogte, hittestress en andere klimaatrisico’s?
Bent u bereid om de financiering voor de bescherming van Bonaire structureel te borgen door deze onder te brengen in het Deltafonds of een vergelijkbare systematiek van meerjarige begrotingsreserveringen in plaats van te werken met incidentele bijdragen?
Bent u bereid om, gelet op het bezoek aan Bonaire, het hoger beroep in de klimaatzaak opnieuw te bezien en prioriteit te geven aan snelle uitvoering van beschermende maatregelen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en ruim voor het plenaire debat over de gerechtelijke uitspraak inzake de klimaatzaak Bonaire beantwoorden?