Kamervraag 2026Z10867

  • Vraag 1
    Zijn de verschillende verantwoordelijke ministeries reeds in gesprek met de eisers in de Klimaatzaak Bonaire, zijnde Greenpeace Nederland en de acht inwoners van Bonaire? Zijn alle verantwoordelijke ministeries van plan dit te doen in het geval dit nog niet is gebeurd? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 2
    Wat zijn de consequenties van het vonnis voor het huidige doel voor 55% reductie van broeikasgasemissies in 2030 uit de nationale Klimaatwet?
  • Vraag 3
    Gezien het feit dat de rechtbank oordeelt dat de Staat heeft nagelaten om te kwantificeren hoeveel emissieruimte Nederland nog heeft als eerlijk deel van het mondiale emissiebudget dat resteert om de opwarming tot 1,5 °C te beperken, hoe gaat u dit nu alsnog kwantificeren zodat het klimaatbeleid en de klimaatdoelen in lijn komen met dit resterende budget?
  • Vraag 4
    Bent u bekend met de kwantificering van de emissieruimte door het Ministerie van Financiën in het «Blauwe Boekje 2023–2024», waar de rechtbank in het vonnis naar verwijst? Zo ja, kunt u overwegen om de Minister van Financiën te vragen om een actualisatie van deze berekening? Hoe zorgt u dat er bij deze kwantificering en het vaststellen van nieuwe klimaatdoelen ruimte is voor inspraak en publieksconsultatie en dat dit proces gebaseerd is op de meest recente inzichten van de klimaatwetenschap?
  • Vraag 5
    Welke concrete stappen neemt u nu, gezien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is, om uitvoering te geven aan de veroordeling van de rechtbank om uiterlijk binnen 18 maanden, dus 28 juli 2027 nieuwe, bindende en economie-brede klimaatdoelen in de Klimaatwet vast te leggen?
  • Vraag 6
    Hoe interpreteert u de vaststelling van de rechtbank dat het onrechtmatig is dat er geen bindende nationale klimaatdoelstellingen zijn om de emissies van internationale lucht- en scheepvaart terug te dringen?
  • Vraag 7
    Wat betekent het vonnis in de Bonaire Klimaatzaak voor het CO2-plafond voor de internationale lucht- en scheepvaart dat is voorgenomen in het coalitieakkoord? En hoe verhoudt het openen van Lelystad Airport zich tot de uitspraak?
  • Vraag 8
    Bent u bekend met het rapport «Effectinschatting klimaatmaatregelen Coalitieakkoord» van onderzoeksbureau Kalavasta, waaruit volgt dat er een gat van tenminste 6 megaton is tussen het huidige Nederlandse klimaatbeleid en het 2030-doel van 55% reductie? Welke maatregelen, zowel normerend als beprijzend, gaat u nemen om dit gat te dichten en uitstootreductie te versnellen, inclusief voor lucht- en scheepvaart?
  • Vraag 9
    Kunt u aangeven wat de consequentie van het klimaatzaakvonnis is voor methaan en andere broeikasgasemissies in de landbouw en hoe dit zich verhoudt tot het eerdere vonnis van de rechtbank Den Haag in de rechtszaak van Greenpeace tegen de Staat over stikstofdepositie?
  • Vraag 10
    Klopt het dat de Verenigde Staten en/of Amerikaanse bedrijven gas en/of olie willen winnen voor de kust van de BES-eilanden en de CAS-eilanden? Kunt u een overzicht bezorgen van alle fossiele winningsprojecten op de eilanden, in de territoriale wateren en in de nabijheid van de territoriale wateren van de BES- en CAS-eilanden?
  • Vraag 11
    Welke instantie beslist of dergelijke winningsprojecten al dan niet mogen doorgaan? Vallen dergelijke winningsprojecten onder de Nederlandse Mijnbouwwet?
  • Vraag 12
    Bent u het ermee eens dat dergelijke fossiele winningsprojecten door een niet-Europese mogendheid tot een geopolitiek onwenselijke ontwikkeling kan leiden?
  • Vraag 13
    Waarom zijn adaptatiemaatregelen op Bonaire systematisch later opgepakt dan in Europees Nederland, en hoe gaat u deze achterstand inhalen? Zal een dergelijke inhaalbeweging voldoende zijn om de mensen op Bonaire effectief te beschermen tegen schade ten gevolge van klimaatrampen?
  • Vraag 14
    Wat betekent het vonnis voor Saba en Sint-Eustatius, en in hoeverre wordt hier nu opvolging aan gegeven, inclusief preventieve maatregelen om alle inwoners van de BES-eilanden te beschermen tegen klimaatrampen en daarbij de gelijkwaardigheid van inwoners te borgen?
  • Vraag 15
    Heeft u kennisgenomen van het feit dat de rechtbank Den Haag stelt dat het huidige adaptatiebeleid voor Bonaire onvoldoende en zelfs discriminatoir is? Welke conclusies trekt u uit de erkenning dat het Nederlandse beleid discriminatoir is?
  • Vraag 16
    Hoe gaat u om die discriminatie tegen te gaan het «gelijkwaardig beschermingsniveau» voor de BES-eilanden wettelijk verankeren? Is er voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius reeds een analyse gebeurd, waarbij voor ieder eiland afzonderlijk een inschatting is gemaakt van de kwetsbaarheid voor toenemende klimaatrampen alsook van hun financiële en andere capaciteit om adequaat op rampen te reageren? Krijgen de eilanden dezelfde veiligheidsnormen (overstromingskansen) als de Nederlandse kust?
  • Vraag 17
    Bent u bereid om per direct dezelfde overstromingskansnormen wettelijk te verankeren voor Bonaire als voor Europees Nederland of, indien deze overstromingskansnormen onvoldoende zijn om alle inwoners van Bonaire afdoende te beschermen, bent u bereid striktere normen voor Bonaire wettelijk te verankeren? Zo nee, welke normen zullen dan worden toegepast om te voldoen aan het discriminatieverbod?
  • Vraag 18
    Hoe garandeert u dat de geëiste kustbescherming op Bonaire uiterlijk in 2030 volledig geïmplementeerd is, en welk budgettair pad is hiervoor nu reeds vastgelegd om te voorkomen dat plannen slechts bij ambities blijven?
  • Vraag 19
    Waarom is de waterveiligheid van Bonaire nog niet structureel gekoppeld aan het Deltafonds? In hoeverre kan en zal het Deltafonds worden opengesteld voor de BES-eilanden? Zal de regering ervoor zorgen dat er voldoende budget in het fonds is voor de adaptatienoden van zowel Europees als Caraïbisch Nederland? Wat is hiervoor nodig?
  • Vraag 20
    Bent u bereid om aanvullend een meerjarig Klimaatadaptatiefonds Caribisch Nederland op te richten zodat naast de benodigde en omvangrijke investeringen in adaptatiemaatregelen ten aanzien van waterveiligheid, ook maatregelen in het kader van bijvoorbeeld hitte, gezondheid en natuur tijdig kunnen worden gefinancierd? Of middels welke fondsen zal u zorgen voor een equivalent beschermingsniveau tegen klimaatverandering op Bonaire?
  • Vraag 21
    Tot welke Europese fondsen hebben de BES-eiland toegang voor de financiering van adaptatie- en mitigatiemaatregelen? Hebben ze gelijke toegang tot alle fondsen die de lidstaten ter beschikking staan als gemeenten in continentaal Europa of worden ze hiervan uitgesloten? Hebben ze toegang tot Europese fondsen voor internationale klimaatadaptatie?
  • Vraag 22
    Is de toegang van BES- en CAS-eilanden tot Europese financiering gelijkwaardig aan de toegang van de Franse overzeese departementen en gebieden, zoals het Franse gedeelte van Sint-Maarten?
  • Vraag 23
    Hoe kan het dat na orkaan Irma het Franse deel van Sint-Maarten beter beschermd was en/of sneller kon heropbouwen dan het deel binnen het Koninkrijk der Nederlanden? Wat zijn de oorzaken hiervan? Welke verschillen zaten er in de toegang tot Europese financiering? En hoe verschilde de financiering voor zowel preventieve maatregelen als voor wederopbouw vanuit Den Haag met de financiering vanuit Parijs?
  • Vraag 24
    Wat zijn de risico's voor de CAS- en BES-eilanden van de aangekondigde Super El Niño? Wat is de huidige staat van paraatheid van de verschillende eilanden? Wat doet u om de eilanden te ondersteunen in hun weerbaarheid tegen dit fenomeen? Welke extra stappen worden er gezet?
  • Vraag 25
    Welke extra expertise en uitvoeringskracht acht het Rijk voor het Openbaar Lichaam Bonaire nodig om ervoor te zorgen dat er voldoende lokale capaciteit is om de plannen uit te voeren?
  • Vraag 26
    Welke bijkomende maatregelen gaat u nemen opdat de BES-eilanden op korte termijn volledig overgaan op duurzame energie, zodat de eilanden minder afhankelijk worden van fossiele import?
  • Vraag 27
    Hoe kunt u ervoor zorgen dat energie betaalbaar is voor inwoners van Bonaire, ook gezien de toenemende noodzaak van energieverbruik voor airconditioning als gevolg van de opwarming van de aarde?
  • Vraag 28
    Kunt u aangeven welke maatregelen u treft tegen de gevolgen van de toenemende hitte en extreme neerslag op Bonaire? Welke aanvullende stappen zijn noodzakelijk en wat is de investeringsopgave hiervan?
  • Vraag 29
    Welke maatregelen kan het kabinet nemen tegen de onder andere door klimaatverandering veroorzaakte sargassumcrisis, die de economie van Caraïbisch Nederland ernstig schaadt, met name in toerisme en visserij?
  • Vraag 30
    Hoe beoordeelt u de relevantie van de rechtsoverwegingen in het Bonaire-vonnis voor de overige landen binnen het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten), gezien de gedeelde verantwoordelijkheid voor de waarborging van mensenrechten (artikel 43 Statuut)? Erkent u dat de Staat der Nederlanden een coördinerende en faciliterende verantwoordelijkheid heeft om te waarborgen dat ook de inwoners van de CAS-eilanden een gelijkwaardig niveau van mensenrechtelijke bescherming tegen klimaatgevaren genieten, met in ogenschouw nemend het vereiste respect voor de autonome status van deze landen?
  • Vraag 31
    Bent u bereid om, in de geest van het vonnis, proactief met de regeringen van de CAS-eilanden in gesprek te gaan over een Koninkrijksbreed Klimaatfonds, zodat ook daar de noodzakelijke adaptatiemaatregelen om mensen(rechten) te beschermen in de klimaatcrisis gefinancierd kunnen worden die de lokale draagkracht te boven gaan?
  • Vraag 32
    Bent u het ermee eens dat, aangezien het Koninkrijk der Nederlanden de officiële verdragspartij is bij de UNFCCC, de belangen van de CAS-landen en BES-eilanden integraal onderdeel moeten zijn van de Nederlandse en dus ook Europese inzet in internationale klimaatonderhandelingen? Kunt u toelichten hoe de structurele consultatie met de regeringen en lokale besturen van deze eilanden is vormgegeven in de aanloop naar de jaarlijkse COPs?
  • Vraag 33
    Erkent u dat «effectieve bescherming», zoals geëist in het vonnis, onmogelijk is zonder een structurele meerjarige financiering die direct aansluit op de lokale behoeften die aan de Klimaattafel zijn geformuleerd? Hoeveel extra middelen zijn er volgens u nodig, en hoeveel middelen zal het Rijk beschikbaar stellen en wanneer besluit u hierover?
  • Vraag 34
    Op welke wijze beschermt het kabinet het cultureel erfgoed op de zuidpunt van Bonaire (zoals de slavenhuisjes) dat door de zeespiegelstijging reeds in 2050 dreigt te verdwijnen?
  • Vraag 35
    Hoe waarborgt u dat inwoners van Bonaire en de Klimaattafel Bonaire een doorslaggevende stem krijgen in het nationale adaptatieplan dat uiterlijk in 2030 geïmplementeerd moet zijn?
  • Vraag 36
    Hoe zult u garanderen dat adaptatieprocessen op de BES-eilanden lokaal geleid kunnen worden?
  • Vraag 37
    Bent u bekend met de motie van de Eilandsraad van Bonaire, waarin het Bestuurscollege wordt opgeroepen om de Nederlandse Staat te houden aan de rechtskracht van het vonnis? Welke aspecten van deze motie gaat u uitvoeren? En kunt u toezeggen dat alle aanbevelingen die voortvloeien uit de motie van de Eilandsraad integraal onderdeel worden van de Nederlandse inzet tijdens de komende Klimaattop (COP), om Bonaire als internationaal voorbeeld van «Small Island Justice» te positioneren? Hoe beoordeelt u de passage in de motie die spreekt over de «historische schuld» en de plicht van Nederland om de kwetsbaarste delen van het Koninkrijk prioritair te beschermen?
  • Vraag 38
    Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden voorafgaand aan het plenaire debat over het vonnis inzake de Bonaire Klimaatzaak?

Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z10867
Volledige titel: De klimaatzaak Bonaire