| Ingediend | 28 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 9 juli 2026 (na 42 dagen) |
| Indiener | Ines Kostić (PvdD) |
| Beantwoord door | Silvio Erkens (VVD) |
| Onderwerpen | dieren landbouw natuur- en landschapsbeheer natuur en milieu |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11209.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2511.html |
Ja.
Volgens het artikel zijn er bij deze houder problemen met de watervoorziening, de afvoer van kadavers en de bescherming tegen wolvenaanvallen. Hiervan is een melding gemaakt bij de toezichthouder. Voor het dierenwelzijn en de volksgezondheid is het van belang dat deze zaken op orde zijn.
Ik vind dat een zorgwekkende situatie die veel vragen oproept. Dieren verdienen goede zorg en toezicht door de houder en in zo’n situatie mag verwacht worden dat een eigenaar verantwoordelijkheid neemt en duidelijkheid geeft.
Nee.
Dit is een onacceptabele situatie. Dieren hebben toegang nodig tot een toereikende hoeveelheid drinkbaar water
House of Animals beschrijft in het artikel dat er een kadaver in de wei bij de pony’s is geconstateerd. Op basis van de beschikbare informatie kan niet worden vastgesteld dan wel worden uitgesloten of deze situatie is ontstaan met de intentie om wolven te lokken.
De NVWA heeft inspecties uitgevoerd bij deze houder en daarbij overtredingen geconstateerd op het gebied van watervoorziening, afvoer van kadavers en het beschermen van dieren tegen roofdieren. Hiervoor zijn interventies opgelegd en tijdens de herinspectie waren deze onderdelen weer in orde.
De NVWA heeft diverse interventies tot haar beschikking. In het bestuursrecht kan de NVWA werken met mededelingen ter plaatse, officiële waarschuwingen, bestuurlijke boetes of bestuurlijke maatregelen. Daarnaast kan de NVWA indien nodig kiezen om een proces verbaal op te maken ten behoeve van een strafrechtelijk proces.
Ja.
Nee. Dit lijkt niet aannemelijk. Voor zover uit taxatierapporten die de Provincie Friesland, na een verzoek in het kader van de Wet open overheid openbaar heeft gemaakt, naar voren komt en volgens het artikel zijn er bij deze houder in de periode van 2021 tot en met 2025 16 schadecasussen geweest. Uit het overzicht van schademeldingen en de afhandeling hiervan op de BIJ12-websiteblijkt dat er 444 schadecasussen door wolven in Friesland in die periode waren.
Ja, de provincies vereisen geen preventieve maatregelen om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in schade.
Nee. Het beleid voor tegemoetkomingen bij door wolven veroorzaakte schade is de bevoegdheid van provincies. Zij beheren ook de gegevens over tegemoetkomingen in schade. Navraag bij BIJ12 heeft aangetoond dat de organisatie geen uitspraak doet over individuele casussen.
Ja. Op grond van artikel 1.6, derde lid, Besluit houders van dieren moeten dieren indien nodig beschermd worden tegen roofdieren, zoals wolven. Deze open norm is te beschouwen als basiseis die bij het houden van dieren in ieder geval in acht moet worden genomen.
De provincies vereisen momenteel geen preventieve maatregelen om aanspraak te kunnen maken op een tegemoetkoming in de schade. In het Interprovinciaal Wolvenplan 2025 staat dat provincies hier vanaf volgend jaar verandering in kunnen brengen. Ik vind dit een goed streven, en ga hierover in gesprek met de provincies. Bij de beleidsregel die verduidelijkt hoe veehouders hun dieren kunnen beschermen tegen wolven werk daarom ik samen met de provincies om te kijken hoe we hier invulling aan kunnen geven.
De NVWA kan de huidige adviezen zoals op website van BIJ12 benutten bij de beoordeling of een houder voldoende beschermingsmaatregelen tegen wolven heeft getroffen. Deze preventiekit heeft echter geen juridische status en beschrijft niet in welke situaties bescherming nodig is. De komst van de hierboven genoemde beleidsregel zal de NVWA dus helpen om beter te kunnen beoordelen of houders hun dieren voldoende bescherming hebben geboden.
In 2022 en 2023 heeft de NVWA geen inspecties uitgevoerd op de bescherming van gehouden dieren tegen wolven. Dit heeft er mee te maken dat de terugkomst van wolven naar Nederland een nieuwe ontwikkeling was, waar nog kennis over opgedaan moest worden en waar veehouders zich nog op moesten aanpassen. Eind 2024 heeft de NVWA één inspectie uitgevoerd en voor het eerst een officiële waarschuwing op dit onderwerp gegeven. In 2025 tot en met april 2026 zijn er 9 (her)inspecties uitgevoerd. In 5 gevallen is er een overtreding geconstateerd.
Niet alle onbeschermde dieren zijn een reële prooi voor wolven. Het risico dat een gehouden dier wordt aangevallen door een wolf is afhankelijk van verschillende factoren. Wolven ontwikkelen ieder hun eigen voorkeuren en gedrag. Of een wolf terugkeert naar dezelfde plek na een aanval zal dus per situatie verschillen. Daarom is het belangrijk dat veehouders hun dieren goed beschermen, en geen kadavers laten liggen.
De situatie die u beschrijft valt niet onder de definitie van een probleemwolf of probleemsituatie. Er is daarvan wel sprake indien een wolf bijvoorbeeld in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente twee keer in twee weken landbouwhuisdieren of niet voor het vlees of het fokken gehouden paarden of pony’s die zich bevinden in een goed afgesloten stal of die tegen aanvallen van wolven worden beschermd door een goed functionerend raster, heeft aangevallen en daarbij letsel heeft toegebracht. Zoals ik in mijn antwoord op vraag 17 heb aangegeven, kan het voorkomen dat een wolf terugkeert naar dezelfde plek. Het blijft de verantwoordelijkheid van de houder om beschermingsmaatregelen te treffen wanneer dat nodig is.
Ik vind het belangrijk dat dierhouders hun dieren goed beschermen tegen aanvallen van wolven. Daarom steun ik via het landelijk initiatief veebescherming provinciale activiteiten om vee beter te beschermen. Het tegemoetkomen in de schade en het beleid om hieraan voorwaarden te verbinden, is een provinciale bevoegdheid. Zoals ik in mijn antwoord op vraag 14 heb aangegeven, ga ik in gesprek met provincies over de tegemoetkomingen in schade en steun ik de mogelijkheid om vanaf volgend jaar voorwaarden te verbinden hieraan
Houders die de wet overtreden moeten in geen enkel geval beloond worden. Bij tegemoetkomingen die provincies uitkeren na een wolvenaanval is echter geen sprake van een beloning, maar van een tegemoetkoming in de schade. Hiermee wordt aan (een deel van) de waarde van het dier en kosten voor bijvoorbeeld de dierenarts en het afvoeren van het kadaver tegemoetgekomen. Volgens het Interprovinciaal Wolvenplan kunnen de provincies vanaf volgend jaar voorwaarden stellen aan deze tegemoetkoming. Ik ga in overleg met de provincies over deze tegemoetkomingen en de beleidsregel die de open norm voor bescherming van vee tegen wolven invult. In de tussenliggende periode vindt er al toezicht en handhaving plaats in het kader van deze open norm en kunnen situaties waarbij sprake is van verwaarlozing al worden aangepakt.
De taxatiewaarde van een gedood dier is bepalend voor de hoogte van de tegemoetkoming in schade. De taxateur gaat bij de waardebepaling van gedode dieren uit van de door BIJ12 vastgestelde tabellen met normwaarden. Hierin staan ook gestandaardiseerde gemiddelde marktwaarden voor paarden en pony’s. BIJ12 laat de tabellen met normwaarden periodiek actualiseren. In bijzondere gevallen kan (naar boven of naar beneden) afgeweken worden van de tabel, bijvoorbeeld bij een slechte conditie van het dier. Op deze manier vindt een realistische waardebepaling plaats. Er kan dus niet gesteld worden dat de verkoopwaarde van een shetlandpony per definitie lager is dan de tegemoetkoming in schade voor een dergelijke pony.
Ik verwijs u hiervoor naar het antwoord op vraag 21.
Ik werk momenteel aan een beleidsregel die verduidelijkt hoe deze beschermplicht eruit ziet. Daarmee kunnen we het toezicht en de handhaving verbeteren. Zoals ik hierboven al heb aangegeven, is het aan de provincies om het beleid voor tegemoetkomingen in schade zorgvuldig vorm te geven en erop toe te zien dat publieke gelden in dit kader worden ingezet voor de juiste doeleinden.
Situaties met regelmatige wolvenaanvallen waartegen een houder onvoldoende beschermingsmaatregelen neemt, moeten we zo veel mogelijk voorkomen. Ik kan het mij goed voorstellen dat deze situaties kunnen bijdragen aan zorgen van dierhouders in de omgeving over wolven. Daarom werk ik aan een beleidsregel die verduidelijkt wat er van dierhouders wordt verwacht.
Het treffen en in stand houden van effectieve wolfwerende maatregelen vraagt aanzienlijke inspanningen en de benodigde kennis en expertise van dierhouders. Daarom vind ik het belangrijk dat zij hierbij goed worden ondersteund. Vanuit het Rijk zijn middelen beschikbaar gesteld voor regionale initiatieven op het gebied van veebescherming en de betreffende provincies bieden subsidies en advies van wolvenconsulenten voor de aanschaf van wolfwerende maatregelen. Dierhouders maken in toenemende mate gebruik van deze ondersteuningsmogelijkheden. Dit blijkt onder meer uit het feit dat een aantal provincies de subsidieplafonds voor wolfwerende maatregelen meermaals hebben verhoogd. Verder wordt via het Landelijk Informatiepunt Wolven publieksinformatie gedeeld over wolven. Ik werk met provincies aan informatie over initiatieven omtrent veebescherming.
Om uw vragen zorgvuldig te beantwoorden heb ik afstemming gezocht met de toezichthouders en BIJ12. Hierdoor was er meer tijd nodig dan de gestelde termijn.
Op 28 mei 2026 zijn door het lid Kostic (PvdD) vragen gesteld over «Dierhouders die niet voldoen aan de zorgplicht voor de bescherming van hun dieren, maar wel vergoeding uitbetaald krijgen na wolvenaanvallen» (kenmerk: 2026Z11209). Hierbij informeer ik u dat deze vragen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord, vanwege de betrokkenheid van meerdere organisaties. Ik stuur de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer toe.