| Ingediend | 22 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 12 juni 2026 (na 21 dagen) |
| Indiener | Daniël van den Berg (JA21) |
| Beantwoord door | Stientje van Veldhoven (D66) |
| Onderwerpen | energie natuur en milieu |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z10726.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2240.html |
De gasprijzen zijn momenteel hoger dan de prijs voor gas in de komende winter. Het verschil tussen de prijs voor gas die in de zomer moet worden betaald, en de prijs voor aankomende winter (de zogenoemde «spread») is een belangrijke prikkel voor het opslaan van gas. Op dit moment is er sprake van een negatieve spread (een hogere zomerprijs ten opzichte van de prijs in de aankomende winter). In eerdere jaren kon een positieve spread de kosten van het opslaan van gas (deels) dekken.
Gasleveranciers hebben verplichtingen om te leveren in de winter en kiezen zelf hoe ze dat doen, bijvoorbeeld door import van LNG, gas via pijpleidingen of gebruik van gasopslagen. Zij moeten ook bij een zeer koude periode, een periode met uitzonderlijk hoge vraag, of bij uitval van een installatie in staat zijn om hun afnemers te beleveren. Ik kan niet aangeven of en zo ja hoeveel méér kosten leveranciers zullen maken als gevolg van het vullen van gasopslagen, omdat commerciële informatie voor mij onbekend is.
Nederland heeft een nationaal vuldoel gesteld van 115 TWh voor de Nederlandse seizoensopslagen op 1 november 2026. Dat doel komt overeen met een vulgraad van 80%. Dit doel houdt rekening met een koude winter die zich eens in de 30 jaar voordoet, waarbij tegelijkertijd de grootste bron van aanvoer uitvalt, waarbij wordt aangenomen dat de LNG-terminals in Europa geen extra gas leveren in de winter (wat zij doorgaans wel kunnen) én waarbij de vraag uit buurlanden als constant wordt aangenomen. Het nationale vuldoel is hoger vastgesteld dan waar Europa ons toe verplicht.
Voor Nederland zijn de belangrijkste gasopslagen Norg, Grijpskerk, Bergermeer en de PGI Alkmaar. Voor de meest actuele cijfers verwijs ik naar de Aggregated Gas Storage Inventory.1 Zoals bekend heeft EBN de opdracht om 80 TWh gas op te slaan, voor zover de markt dat niet doet. Daarnaast is 5 TWh opgeslagen in de PGI Alkmaar als tijdelijke noodvoorraad.
Het financiële risico hangt af van het verschil tussen zomer- en winterprijzen, hoe die prijzen zich ontwikkelen en de volumes die tegen bepaalde prijsverschillen gekocht en al dan niet opgeslagen worden.
Het is niet mogelijk om aan te geven waar het gas uit de Nederlandse gasopslagen uiteindelijk voor bestemd is. Internationale gastromen zijn een integraal en onmisbaar onderdeel van de normale werking van een goed functionerende Europese interne markt.
De netto-kosten die EBN maakt in het uitvoeren van opslagactiviteiten (d.w.z. de kosten na aftrek van de opbrengsten van de uitvoering van deze activiteiten), worden verhaald door een heffing bovenop de tarieven van het landelijk transmissiesysteem voor gas van GTS volgens het principe «de gebruiker betaalt».
Zoals ik heb aangegeven in mijn brief2 van 28 mei 2026, zoek ik samen met EBN de balans tussen het borgen van de leveringszekerheid voor volgende winter, het beperken van marktverstoring, en het zo laag mogelijk houden van de kosten.
Ik acht het niet onredelijk dat de kosten voor het opslaan van gas worden verhaald op buitenlandse gebruikers voor zover zij gebruik maken van de Nederlandse opslagen. Temeer omdat Nederland ten opzichte van andere landen relatief veel opslagcapaciteit heeft. Het exclusief bestemmen of reserveren van bepaald gas voor Nederlandse afnemers met uitsluiting van afnemers in andere lidstaten is op grond van Europese regelgeving daarbij niet toegestaan.
Dit kabinet zet zich in de Raad van de Europese Unie in om een eerlijke kostendeling te bewerkstelligen.
Uit cijfers van het CBS blijkt dat de laatste jaren gemiddeld ca. 45 TWh elektriciteit per jaar uit gas is opgewekt3 en hiervoor gemiddeld circa 12 bcm gas per jaar is ingezet. Er is geen specificatie mogelijk welk deel van het gasgebruik voor elektriciteitsproductie nodig is om schommelingen in wind- en zonne-energie op te vangen.
Nee, dit is niet mogelijk. Het valt niet te voorspellen welke gascentrale in Nederland en welke gas- of kolencentrale in het buitenland in dat geval zou uitgaan en welke besparing dat zou opleveren.
Er zijn op dit moment geen belemmeringen voor kolencentrales in Nederland tot en met 31 december 2029, volgens de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie. De markt bepaalt autonoom via de prijs wanneer welke centrales aan en uit gaan.
Nee, de kolencentrales in Nederland mogen nog steeds produceren en de markt bepaalt autonoom welke centrales aan en uit gaan op basis van de prijs.
De kolencentrales zijn vrij om meer elektriciteit op te wekken. Ook kunnen kolencentrales vrij ingezet worden voor netstabiliteit als dat nodig en concurrerend is met alternatieven. De elektriciteitsprijs komt tot stand op de Europese markt, waardoor het effect van drie kolencentrales uit Nederland beperkt is op de Europese prijsvorming.
De kolencentrales zijn, zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 8 t/m 11, vrij om meer elektriciteit op te wekken. Ik zie geen risico dat Nederland door het huidige beleid afhankelijker wordt van LNG.
In de afgelopen jaren heeft Nederland de volgende LNG-volumes geïmporteerd:
Verenigde Staten
17,5
14,4
19,9
Noorwegen
1,4
1,4
0,9
Rusland2
1,1
2
2,4
Afrika
2,5
1
2,2
Azië
0,8
0
0
Amerika excl. de VS
1,2
2,3
1,2
Overig/onbekend
0,2
0
0
Bron: CBS (update 21 mei 2026).
(Nader) voorlopige cijfers
Vanaf 1 januari 2027 is import van Russische LNG onder REPowerEU en het 19e sanctiepakket volledig verboden (zie Kamerstukken II, 2025/2026 29 023, nr. 664). Eerdere volumeontwikkelingen zijn toegelicht in onder meer aanhangsel van de Handelingen 2023–2024, nr. 2515 en aanhangsel van de Handelingen 2024–2025, nr. 136.
Nederland produceert ongeveer 1/3e van ons gas zelf, importeert ongeveer 1/3e via pijpleidingen en importeert ongeveer 1/3e aan LNG. Uit bovenstaande tabel is af te leiden dat van die LNG-import sinds 2023 gemiddeld 71% van de LNG afkomstig is uit de Verenigde Staten. Het overgrote deel van de totale gasproductie in de Verenigde Staten wordt gewonnen uit schaliegasvelden (78% in 2023 (IEA))4. Het is niet mogelijk om precies te bepalen hoeveel van de geïmporteerde Amerikaanse LNG afkomstig is uit schaliegasvelden. De reden is dat in de VS het schaliegas gemengd wordt op het gasnet met conventioneel gas.
Het IEA stelt dat de klimaatimpact van steenkool aanzienlijk hoger ligt dan van aardgas. Bij aardgas speelt het type gas een rol: geïmporteerd LNG heeft een grotere klimaatimpact dan in Nederland gewonnen aardgas of aardgas dat via pijpleidingen afkomstig is uit bijvoorbeeld Noorwegen. Over het algemeen is de klimaatimpact van LNG echter nog altijd aanzienlijk lager dan die van steenkool. Uit onderzoek van het IEA bleek dat in 2024 99% van het geconsumeerde LNG een lagere klimaatimpact had dan steenkool. Er mag dan ook redelijkerwijs worden verondersteld dat dit ook voor de Nederlandse centrales geldt. Ook stelt het IEA dat wereldwijd de gemiddelde levenscyclusuitstoot van broeikasgassen per eenheid elektriciteit uit LNG ongeveer 40% lager is dan die van elektriciteit uit steenkool. Dit komt doordat gascentrales over het algemeen efficiënter elektriciteit opwekken dan kolencentrales (de wereldwijde gemiddelde efficiëntie van gascentrales is 48%, tegen 37% voor kolencentrales) (Bron IEA5). Met dit antwoord wil ik ook mijn toezegging aan het lid Boomsma6 (JA21) tijdens het Commissiedebat van 15 april over Hernieuwbare Energie gestand doen.
Zie antwoord vraag 14.
Nee, zie hiervoor het antwoord op vraag 10.
Nee, zie hiervoor het antwoord op vraag 10.
Enkel de vragen 14 & 15 heb ik gezamenlijk beantwoord.