Kunt u voor de geplande nieuwe kerncentrales een raming van de financieringslasten bij verschillende scenario’s wat betreft bouwtijd (bijvoorbeeld 10, 14 en 18 jaar) en wat betreft rente (bijvoorbeeld 2,3%, 3,8% en 7,0%) bezorgen, daarbij rekening houdende met de studie van Witteveen+Bos die aangeeft dat de financieringslasten al snel tot 70% van de totale bouwkosten kunnen oplopen?
Vraag 2
Gezien uw voornemen een renteloze lening te verstrekken voor de bouw van kerncentrales, bent u ook bereid renteloze leningen te verstrekken voor andere energieinvesteringen?
Vraag 3
Gezien de rente die TenneT als netbeheerder moet betalen oploopt tot 5%, bent u bereid om ook aan TenneT en andere netbeheerders renteloze leningen te verstrekken voor deze investeringen, die essentieel zijn voor de oplossing van de netcongestie? Zo nee, kunt u dat motiveren?
Vraag 4
Aangezien investeerders in hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en warmte voor leningen aangewezen zijn op de kapitaalsmarkt, bent u bereid om ook aan deze investeerders renteloze leningen te verstrekken voor hun investering in de toekomstige energievoorziening van Nederland? Zo nee, kunt u dat motiveren?
Vraag 5
Welke bedrag zal voor de investering in twee, of vier, kerncentrales via bijkomede staatsschuld gefinancierd worden?
Vraag 6
Welk deel van de inkomsten van nieuwe kerncentrales zal naar het Rijk vloeien? Op welke termijn verwacht het Rijk dat het geïnvesteerde bedrag terugverdiend is en welke rendement verwacht het Rijk op deze investering te halen doorheen de hele levenscyclus van de nieuwe kerncentrales, daarbij rekening houdende met alle kosten inclusief die voor berging van afval en ontmanteling van de centrales?
Vraag 7
Gezien geen enkele marktpartij wil investeren in een kerncentrale in Borssele, waarom maakt u de keuze hier niet het oordeel van de marktwerking te volgen, terwijl de laatste supermarkt van Borssele dit jaar wel gesloten is door marktwerking en de Rijksoverheid geen maatregelen nam om de aanwezigheid van een supermarkt in het dorp te garanderen?
Vraag 8
Welk marktfalen ligt ten grondslag aan de oprichting en financiering van het staatsbedrijf NEO? Is onderzocht op welke andere wijzen de energievoorziening veiliggesteld kan worden, daarbij in ogenschouw nemend dat TNO in het rapport van (bijlage 4 bij de brief van 17 oktober 2025) aangeeft dat een betrouwbare energievoorziening zonder kerncentrales tegen dezelfde kosten mogelijk is?
Vraag 9
Gezien eventuele nieuwe kerncentrales ingezet zouden worden voor het leveren van baseload en daarmee continu en op vol vermogen 10 á 20% van de benodigde elektriciteit zouden opwekken en gezien de overige 80 á 90% van de elektriciteit van zonnepanelen en windmolens zou komen, hoeveel uren per jaar verwacht u dat een deel van de zonne- en windenergie dan zouden worden afgeschakeld («curtailment») omwille van de inflexibiliteit van de kerncentrales?
Vraag 10
Kunt u een schatting geven van de hoeveelheid elektriciteit die zo niet zal worden geoogst?
Vraag 11
Kunt u een schatting geven tot hoeveel inkomstenderving dit leidt bij de exploitanten van de zonnepanelen en windmolens? Kunt u een schatting geven van welke capaciteit aan zon- en windprojecten niet gebouwd zullen worden door de verslechtering van het verdienmodel ten gevolge van de bouw van nieuwe kerncentrales?
Vraag 12
Kunt u een schatting geven van de bedragen die u in deze uren aan de kerncentrales moet uitkeren op basis van de prijsgarantie die u aan hen geeft (het «Contract for Difference»)?
Vraag 13
Kunt u, gezien uit eerdere antwoorden op vragen van de Kamer1, 2 bleek dat de Nederlandse kerncentrale afhankelijk is van Rusland door de dominante positie in de uraniumketen aangeven in hoeverre de inspanningen van het kabinet hebben geresulteerd in een vermindering van deze afhankelijkheid?
Vraag 14
Verwacht u dat de nieuwe kerncentrales geheel onafhankelijk van Rusland en staten in diens invloedssfeer kunnen opereren? Op welke termijn zal dit gerealiseerd zijn?
Vraag 15
Welke garanties kunt u daarvoor geven? En waar zal de splijtstof voor nieuwe kerncentrales vandaan komen?
Vraag 16
Op welke wijze zijn de in oktober 2025 door IPSOS bevraagde inwoners van Groningen, Zuid-Holland en Zeeland vooraf geïnformeerd over de verschillende aspecten rondom de bouw van kerncentrales?
Vraag 17
Waarom zijn de inwoners van deze provincies nog niet geïnformeerd over de resultaten van de enquête?
Vraag 18
Wanneer heeft bureau IPSOS de bevindingen met u gedeeld? Kunt u deze rapportage met de Kamer en met de ge-enquêteerden delen?
Vraag 19
Welke rol kan een subjectieve peiling als deze spelen bij de locatiekeuze, die op de objectieve gegevens uit de MER en de IEA zal moeten zijn gebaseerd?
Vraag 20
Kunt u duidelijkheid verschaffen over de hoeveelheid kernafval die de nieuwe centrales zullen produceren door de volgende feitelijke gegevens te delen met de Kamer:
Vraag 21
Hoe kijkt u naar de Eemshaven als potentiële locatie voor nieuwe kerncentrales in het licht van de morele ereschuld van het Rijk naar Groningen na de schade ten gevolge van het opboren van gas in de provincie en in het licht van de toezeggingen van uw voorgangers dat de locatie Eemshaven slechts is meegenomen omdat het juridisch niet anders kon?
Vraag 22
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden voor het eerstvolgende commissiedebat Kernenergie?