Kamervraag 2026Z10553

Windturbines en grensregio’s

Ingediend 22 mei 2026
Beantwoord 30 juni 2026 (na 39 dagen)
Indiener Henk Vermeer (BBB)
Beantwoord door Stientje van Veldhoven (D66)
Onderwerpen natuur en milieu organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z10553.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2418.html
  • Vraag 1
    Deelt u dat bij windturbines net over de Duitse grens ook de Nederlandse Staat verantwoordelijk is voor naleving van Europese en internationale verplichtingen?

    Zoals in eerdere Kamervragen toegelicht1, geldt er Europees en internationaal recht dat terug te vinden is in het Verdrag van Espoo en de EU-richtlijnen over milieueffectrapportage om aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten van ruimtelijke plannen, zoals windturbines nabij de grens, zo goed mogelijk in beeld te brengen en buurlanden daarbij te betrekken. Zolang dit recht gevolgd wordt, is er logischerwijs geen reden tot ingrijpen door de nationale overheid en zijn landen soeverein. Daarbij geldt dat in Nederland elke overheidslaag zijn eigen bevoegdheden heeft. Het is in beginsel aan de betrokken medeoverheden om indien er een vermoeden is dat het Europees recht niet wordt nageleefd, hierop actie te ondernemen.

  • Vraag 2
    Op basis waarvan concludeert u dat geen sprake is van significante grensoverschrijdende milieueffecten bij windturbines van circa 250 meter hoog, op korte afstand van de Nederlandse grens?

    Deze conclusie is niet aan het kabinet. In eerste instantie is de beoordeling of er sprake is van aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten bij een Duits windproject aan het Duitse bevoegd gezag. De verantwoordelijkheid voor de lokale fysieke leefomgeving in Nederland ligt in beginsel bij de medeoverheden. Indien een Nederlandse overheidsinstantie meent dat er sprake is van aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten van een Duits mer-plichtig initiatief, kan zij dit bij het Duitse bevoegd gezag kenbaar maken. Hiernaast geldt dat de Nederlandse overheidsinstantie de Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan vragen contacten te onderhouden met de bevoegde Duitse autoriteiten indien het niet lukt om contact met hen te leggen aangaande een mer-plichtig initiatief of als het overleg hierover niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.

  • Vraag 3
    Erkent u dat het Verdrag van Espoo en artikel 7 van de MER-richtlijn gelden zodra grensoverschrijdende effecten niet kunnen worden uitgesloten, los van nationale MER-drempels?

    Op basis van het Verdrag van Espoo geldt een mer-plicht voor gespecificeerde activiteiten waarbij aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten niet kunnen worden uitgesloten. Daarnaast geldt op basis van de Europese mer-richtlijn een directe mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht voor bepaalde activiteiten. De uitkomst van een mer-beoordelingsplicht kan vervolgens ook leiden tot mer-plicht. Zowel de vereisten uit het Verdrag als uit de mer-richtlijn zijn omgezet in nationale regelgeving. Hierbij geldt dat het aan het bevoegd gezag van de mer-plichtige activiteit is om de beoordeling te maken of er sprake kan zijn van aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten. Alleen als uit de beoordeling volgt dat deze effecten niet kunnen worden uitgesloten, bieden het Verdrag en art. 7 van de mer-richtlijn verplichtingen rondom informatie-uitwisseling en overleg met een andere Verdragspartij.

  • Vraag 4
    Hoe beoordeelt u dat Nederlandse inwoners in de praktijk nauwelijks effectief kunnen participeren in Duitse procedures door taal-, kosten- en juridische drempels?

    Participeren in Duitse procedures kan inderdaad complex zijn voor Nederlandse inwoners. Daarom is recent door de Nederlands Duitse Commissie Ruimtelijke Ordening (NDCRO) een speciale brochure2 opgesteld die inwoners van Nederland een overzicht geeft van de planningsprocessen in Duitsland, alsmede van wat de belangrijkste termen en bijzonderheden van het Duitse recht zijn. Ook verheldert de brochure welke rechten Nederlandse inwoners hebben volgens het Duitse recht, als het gaat om participatie en inspraak in de planningsprocessen.

  • Vraag 5
    Heeft het Rijk hierover overleg gevoerd met de provincie Overijssel, en zo ja wanneer en met welk resultaat richting Duitsland?

    Er vindt vier maal per jaar overleg plaats tussen ambtenaren van de Nederlandse overheid, alle grensprovincies en ambtenaren van de Duitse deelstaten en grensregiobesturen in de NDCRO. Dit overleg is informerend en informeel van karakter en gaat over ruimtelijke plannen in het grensgebied. Tijdens dit overleg hebben de Nederlandse provincies de windmolens in het grensgebied aangekaart. De Duitse collega’s hebben uitleg gegeven over de uit te werken plannen van de Bondsregering en hoe de deelstaatregeringen hier vervolgens uitwerking aan dienen te geven. Daarnaast heeft het Rijk op ambtelijk niveau overleg met de Duitse Bondsregering over het gehele grensgebied tussen Duitsland en Nederland, waar ook gesproken is over de plaatsing van windmolens in het grensgebied. Hierbij hebben wij aangegeven wat het grensoverschrijdend effect is van de nationale beleidskeuzes van de Duitse Bondsregering. Hierop heeft Duitsland enkele zoeklocaties nabij de grens verplaatst.

  • Vraag 6
    Kunt u de verslagen hiervan aan ons doen toekomen?

    Vanwege het informele karakter van deze overleggen worden er geen verslagen vastgesteld.

  • Vraag 7
    Deelt u dat overlegstructuren zoals de Nederlands Duitse Commissie Ruimtelijke Ordening (NDCRO) geen vervanging zijn voor juridisch afdwingbare verplichtingen uit het EU-milieurecht?

    De NDCRO heeft inderdaad geen juridische status of beslisbevoegdheid. Dat is ook niet de doelstelling van het overleg. Hier brengt men elkaar op de hoogte van de ruimtelijke plannen en ontwikkelingen aan beide zijden van de grens en deelt men kennis inzake de ontwikkelingen en vraagstukken waar de partijen mee te maken hebben. Omdat de commissie het ook belangrijk vindt dat de betrokkenen aan de grens goed weten wat hun juridische rechten zijn, heeft de NDCRO voor inwoners van de Nederlandse grensstreek in de Nederlandse taal deze samengevat in de eerdergenoemde brochure.

  • Vraag 8
    Bent u bereid te komen tot een helder Rijkskader voor grensoverschrijdende windprojecten ter bescherming van leefomgeving, inwoners en gemeenten?

    We voorzien momenteel geen specifiek aanvullend Rijkskader voor grensoverschrijdende windprojecten. Bestaande afspraken, zoals het verdrag van Espoo, maken voldoende duidelijk aan welke eisen moet worden voldaan. Hier is een contactpunt voor ingericht om medeoverheden daar waar nodig te ondersteunen. Dit is online te vinden. Wel zijn en blijven we in gesprek met de grensprovincies om te bezien of, en zo ja op welke wijze, we hen nader kunnen ondersteunen.

  • Vraag 9
    En zo ja, per wanneer?

    N.v.t.

  • Vraag 10
    En zo nee, waarom niet?

    Zie het antwoord op vraag 8.

  • Vraag 11
    Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?

    Zie hierboven.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z10553
Volledige titel: Windturbines en grensregio’s
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2418
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Vermeer over windturbines en grensregio’s