Kamerstuk 33258-46

Reactie op verzoek commissie over de brief van J.C. te P. d.d. 24 april2020 met betrekking tot de evaluatie “Wet Huis voor Klokkenluiders”

Dossier: Voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Koser Kaya, Voortman, Segers, Thieme en Klein houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders (Wet Huis voor klokkenluiders)

Gepubliceerd: 3 juni 2020
Indiener(s): Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: arbeidsvoorwaarden bestuur criminaliteit economie ondernemen openbare orde en veiligheid organisatie en beleid werk
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33258-46.html
ID: 33258-46

Nr. 46 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juni 2020

Bij brief van 20 mei 2020 heeft u mij gevraagd te reageren op een brief van J.C. te P. d.d. 24 april 2020 met als onderwerp «evaluatie Wet Huis voor klokkenluiders». Met deze brief voldoe ik aan uw verzoek.

De heer J.C. te P. gaat in zijn brief van 24 april 2020 in op de bovengenoemde wetsevaluatie. Hij schrijft dat uit zijn contacten met het Ministerie van BZK en de KWINK Groep hem niet duidelijk is geworden wie de centrale onderzoeksvragen heeft bepaald en of de Tweede Kamer daarbij voorafgaand is betrokken. Dit lijkt hem wenselijk aangezien de Wet Huis voor klokkenluiders een initiatiefwet is van leden van de Tweede Kamer.

In antwoord op de vraag van de heer J.C. te P.; uw Kamer is voorafgaand en op verschillende momenten geïnformeerd over de wetsevaluatie. De Minister van BZK heeft u bij brief van 11 november 20191 geïnformeerd over de wetsevaluatie. In de brief van de Minister van BZK van 3 maart 20202 aan uw Kamer bent u geïnformeerd over de start van het evaluatieonderzoek en over de centrale onderzoeksvragen. Tijdens het Algemeen Overleg van 4 maart 2020 heeft de Minister van BZK toegezegd de aanvullende vragen vanuit de Kamer mee te nemen in de evaluatie.3

De Wet Huis voor klokkenluiders geeft de Minister van BZK ook de opdracht om binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet een evaluatie uit te voeren over de doeltreffendheid en effecten van deze wet in de praktijk. Zoals gezegd ben ik daarmee aan de slag gegaan, waarover ik uw Kamer uiteraard zo goed mogelijk informeer. Tegelijkertijd probeer ik met het inschakelen van een extern onderzoeksbureau en een onafhankelijk begeleidingscomité, tot een kwalitatief goede en zo objectief mogelijke evaluatie van de wet te komen. Bovendien heeft KWINK Groep, het externe onderzoeksbureau, contact gezocht met veel verschillende partijen, waaronder uw vaste commissie voor een (groeps-)interview over de ervaringen met de Wet Huis voor klokkenluiders in de praktijk.

Ik zal uw Kamer uiteraard blijven informeren over de voortgang.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren