De digitale weerbaarheid van het Nederlandse elektriciteitsnet |
|
Daniël van den Berg (JA21) |
|
Herbert , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Stroomnet kwetsbaar voor cyberaanval: «Geen kwestie van óf, maar wanneer»»1?
Ja.
Hoe beoordeelt u de waarschuwing van cybersecurity- en energiespecialisten dat de toenemende digitalisering van het elektriciteitssysteem, waaronder slimme netten, thuisbatterijen, zonnepanelen, laadpalen en andere verbonden apparaten, ook leidt tot een groter aanvalsoppervlak voor kwaadwillenden?
De ontwikkeling naar een meer decentrale energievoorziening maakt lokale opwek en opslag mogelijk en is onderdeel van een succesvolle energietransitie. Deze decentralisatie gaat gepaard met een digitaliseringsslag. Zo kunnen decentrale assets bijvoorbeeld op afstand een (beveiligings)update ontvangen of op afstand worden aangestuurd. Dit is onder meer noodzakelijk om de beveiliging van de assets up-to-date te houden en biedt kansen voor bijvoorbeeld een slimmer gebruik van het elektriciteitsnet. Naast deze voordelen brengt de digitalisering van het energiesysteem ook risico’s met zich mee.
Digitale verbindingen maken de toegang tot deze assets op afstand makkelijker waardoor deze verbindingen een aanvalsoppervlak kunnen vormen voor kwaadwillenden om decentrale assets te manipuleren. Daarom gelden voor (consumenten)apparatuur cybersecurity eisen op basis van wet- en regelgeving zoals de Radio Equipment Directive 3.3 en de Cyber Resilience Act. Om de digitale weerbaarheid van het energiesysteem verder te verhogen en risico’s te mitigeren, treft het kabinet daarnaast nog andere maatregelen. Deze maatregelen zijn toegelicht in de beantwoording van vraag 3.
In hoeverre wordt digitale weerbaarheid momenteel als randvoorwaarde meegenomen bij de uitvoering van de energietransitie en de uitbreiding van het elektriciteitsnet?
In het ontwerp van het energiesysteem houdt het kabinet rekening met digitale risico’s. Zo worden cybersecurityeisen gesteld aan digitale systemen van energiepartijen en wordt kritieke (digitale) energie-infrastructuur geïdentificeerd en weerbaarder gemaakt. Een concreet voorbeeld is het meenemen van (digitale) weerbaarheid als voorwaarde bij de vergunningsverleningsinstrumenten van nieuwe windparken op zee. Hierbij zijn weerbaarheid en nationale veiligheidszorgen onderzocht en zijn vervolgens veiligheidsmaatregelen genomen, zoals het stellen van voorwaarden voor de herkomst van windmolenonderdelen op basis van de Europese Net Zero Industry Act (NZIA).2
Ook voor bestaande energie-infrastructuur gelden strenge eisen en is er toezicht om de digitale weerbaarheid te verhogen. Met de inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) op 15 augustus jl. is het bestaande wettelijke cybersecuritykader voor energie-infrastructuur versterkt en worden energiebedrijven verplicht om zorg te dragen voor de beveiliging van hun (digitale) systemen om hun bedrijfscontinuïteit te waarborgen. Aanvullend op de Cbw geldt de Netcode voor Cybersecurity Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1366 (NCCS) ter versterking van de digitale weerbaarheid van het Europese elektriciteitsnet om de veiligheid, continuïteit en betrouwbaarheid ervan te waarborgen. Onderdelen van de NCCS zijn al geïmplementeerd; de NCCS wordt volledig van kracht per 2028.
Het kabinet werkt doorlopend aan het verder versterken van de weerbaarheid van het energiesysteem. Zo is er in de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) aandacht voor een (digitaal) weerbaar energiesysteem om de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van energie te kunnen waarborgen. Het geactualiseerde NPE wordt met Prinsjesdag aan de Kamer verstuurd. Een verdere toelichting op de kansen en risico’s van de digitalisering van het energiesysteem, inclusief een uitwerking van benodigde acties, is opgenomen in de Actieagenda Digitalisering Energiesysteem (ADE)3.
Kunt u aangeven welke risicoanalyses zijn uitgevoerd naar de cybersecurity van decentrale energiebronnen, zoals thuisbatterijen, zonnepanelen, laadpalen en energiebeheersystemen, en welke conclusies daaruit zijn getrokken?
Het Ministerie van EZK werkt samen met andere overheidsorganisaties, netbeheerders, energiebedrijven en onderzoeksinstellingen om zoveel mogelijk kennis en inzichten te verzamelen over de risico’s in het decentrale energiesysteem. Uit deze analyses komen kwetsbaarheden naar voren die worden vertaald naar beleid en wet- en regelgeving. Een voorbeeld is het rapport van Energy Innovation NL (in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) over de cyberveiligheid van zonnepanelen.4 Een conclusie uit dit rapport is dat het verhogen van de digitale weerbaarheid van decentrale energie assets een gedeelde verantwoordelijkheid is van alle spelers in de keten waarbij samenwerking essentieel is. Om uitvoering te geven aan de wet- en regelgeving op digitale weerbaarheid, zoals toegelicht in de beantwoording op vraag 2 en 3, werkt het kabinet samen met verschillende energiebedrijven en brancheverenigingen. Daarnaast stimuleert het kabinet de ontwikkeling van sectorale Information Sharing and Analyses Centers (ISACs), zoals de ISAC voor de zonne-energiesector. Het doel van een ISAC is om de digitale weerbaarheid te vergroten binnen een sector via vertrouwelijke informatie-uitwisseling over dreigingen en incidenten en het delen van handelingsperspectief en gedeelde lessen. Daarnaast bevordert het kabinet samenwerkingsinitiatieven zoals het sectorpact «Weerbaar Energiesysteem» van Energie Nederland en Netbeheer Nederland.
Het kabinet zet verschillende stappen om cybersecurity via wet- en regelgeving te versterken, zoals toegelicht in de beantwoording op vraag 3. Daarnaast voeren sectorpartijen zelf risicoanalyses uit en nemen zij indien nodig passende maatregelen om risico’s te mitigeren. Zo worden bijvoorbeeld bij grote aanbestedingen door de netbeheerders risicoanalyses gemaakt en passende maatregelen genomen.5 De Cbw en NCCS verplichten bedrijven om een risicoanalyse uit te voeren en rekening te houden met risico’s in hun toeleveringsketen en bij het verwerven, ontwikkelen of onderhouden van (digitale) producten en diensten in hun netwerk- en informatiesystemen.
Hoe beoordeelt u de stelling dat de Europese energie-infrastructuur steeds vaker doelwit is van cyberaanvallen? In hoeverre spelen achterstallige modernisering van systemen, verouderde technologie en tekortschietende basisbeveiliging daarbij een rol? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zoals in het Cybersecurity Beeld Nederland 2025 is aangegeven, blijven alle vitale sectoren een aantrekkelijk doelwit voor kwaadwillende actoren. De digitalisering van het energiesysteem zorgt voor een nauwere verwevenheid tussen het digitale en fysieke energiesysteem. Zo wordt verouderde operationele technologie (OT) vaker gekoppeld aan slimme informatietechnologie (IT)-systemen. Het nemen van passende beheersmaatregelen om risico’s van mogelijk verouderde OT te mitigeren, zoals netwerksegmentatie, wordt met de Cbw en NCCS wettelijk verankerd. Energiepartijen dienen op grond van de Cbw en NCCS in hun IT- en OT-architectuur rekening te houden met deze risico’s en passende en evenredige maatregelen te nemen, ook voor de beveiliging van OT. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht op de energiesector vanuit deze verplichtingen in de Cbw en NCCS. Het National Cyber Security Center (NCSC) deelt daarnaast diverse kennis- en informatieproducten met de energiesector, onder meer vanuit samenwerking met Europese partners, over basisbeveiliging voor digitale weerbaarheid en over risicomanagement van verouderde OT-systemen.
Op welke wijze werken de ministeries van Klimaat en Groene Groei en Economische Zaken en Klimaat samen om ervoor te zorgen dat investeringen in de energietransitie gepaard gaan met investeringen in digitale veiligheid?
Investeringen in de energietransitie gaan onlosmakelijk gepaard met investeringen in digitale veiligheid omdat slimme energienetten en hernieuwbare bronnen sterk afhankelijk zijn van digitale aansturing. Binnen het Ministerie van EZK wordt het onderwerp van digitale weerbaarheid en energie (security) daarom integraal opgepakt.
Worden er regelmatig gezamenlijke crisisoefeningen gehouden waarbij zowel een fysieke verstoring van het elektriciteitsnet als een cyberaanval wordt gesimuleerd? Zo ja, welke lessen zijn daaruit getrokken? Zo nee, waarom niet?
Ja, op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau vinden regelmatig crisisoefeningen over stroomuitval plaats. Het betreft wisselende scenario’s, variërend van fysieke verstoringen, cyberaanvallen en een combinatie daarvan. Daarnaast wordt er deelgenomen aan PENTA6 oefeningen, waarbij de Europese verordening voor risicoparaatheid in de elektriciteitssector centraal staat. In het Nationaal Crisisplan Elektriciteit (NCP-E) zijn daarnaast afspraken gemaakt om regelmatig gezamenlijk of per organisatie te oefenen. De Algemene Rekenkamer heeft mede op basis van bovengenoemde crisisoefeningen recent geconstateerd dat het Ministerie van EZK en TenneT goede maatregelen hebben getroffen om crises op het hoogspanningsnet te voorkomen en dat zij goed zijn voorbereid op mogelijke storingen.7
Een vast onderdeel van een crisisoefening is een evaluatie door de betrokken organisaties. Uit de evaluaties van de crisisoefeningen van de afgelopen jaren zijn verschillende lessen getrokken met betrekking tot de crisisstructuur en werkprocessen. Zo kwam bijvoorbeeld naar voren dat de Rijksoverheid in crisissituaties beter kan afspreken welke informatie wanneer wordt gedeeld en dat sommige plannen te abstract zijn. Deze lessen worden meegenomen in de actualisatie van het Nationaal Crisisplan Elektriciteit (NCP-E) naar een Landelijk Crisisplan Elektriciteit, dat naar verwachting begin 2027 met de Kamer zal worden gedeeld.
Deelt u de opvatting dat een succesvolle energietransitie alleen mogelijk is wanneer burgers en bedrijven erop kunnen vertrouwen dat het energiesysteem digitaal veilig en weerbaar is? Zo ja, welke aanvullende stappen bent u bereid te zetten om dit vertrouwen te versterken?
Ja, het kabinet deelt deze opvatting. Daarom werkt het kabinet aan het digitaal veilig en weerbaar houden van het energiesysteem, zoals beschreven in de beantwoording bij de vorige vragen. Aanvullend worden in opdracht van het Ministerie van EZK Nederlandse Technische Afspraken (NTA's) ontwikkeld door het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) voor het slim en interoperabel maken van netintensieve apparaten. Dit voorziet dat laadpalen, zonne-omvormers, thuisbatterijen, warmtepompen en overkoepelend de Home Energy Management Systemen (HEMS) als aansturend systeem slim ingesteld kunnen worden en met elkaar kunnen communiceren. Deze afspraken worden opgesteld volgens Europese cybersecuritystandaarden, zodat eindgebruikers kunnen rekenen op een veilige aansturing.8
Welke gevolgen heeft de toenemende cyberveiligheidsopgave voor de huidige opgave rond de uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet? Worden aanvullende eisen aan digitale veiligheid meegenomen in de planning, uitvoering en kosten van deze uitbreidingen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Het is niet mogelijk om alle risico’s volledig uit te sluiten. Tegen deze achtergrond zet het kabinet in op het zoveel mogelijk minimaliseren van risico’s via een risico gebaseerde aanpak die de weerbaarheid effectief en efficiënt verhoogt. Dit betekent dat wordt gekeken naar de doelmatigheid, proportionaliteit en evenredigheid van maatregelen. Voor toekomstige energie-infrastructuur geldt dat maatregelen ten behoeve van (digitale) weerbaarheid het meest effectief en het meest kostenefficiënt zijn wanneer ze aan de voorkant van een traject worden geïmplementeerd. In het vormgeven van ruimtelijk beleid en het fysieke ontwerp van het energiesysteem wordt het aspect (digitale) weerbaarheid ook meegenomen. Binnen het fysieke ontwerp van het nationale energiesysteem gaat dit bijvoorbeeld om het wel of niet clusteren van energieproductielocaties en het wel of niet bundelen van energie-infrastructuur. De effecten van het fysieke ontwerp van het nationale energiesysteem op weerbaarheid zullen nader worden onderzocht, waarna keuzes zullen worden vastgelegd in het Programma Energiehoofdstructuur (PEH II). De hoofdlijnenbrief hierover zal begin 2027 naar de Tweede Kamer worden verzonden en het programma zal in 2028 worden vastgesteld.
Bent u bereid de Kamer vóór het einde van dit jaar te informeren over de samenhang tussen de voortgang van de energietransitie en de digitale weerbaarheid van de Nederlandse energie-infrastructuur?
Aankomende Prinsjesdag wordt de Tweede Kamer verder geïnformeerd over het toekomstige energiesysteem, onder andere middels het geactualiseerde NPE en de kabinetsreactie op het Energy Innovation NL rapport «Autonoom en Veilig». Hierin wordt de samenhang tussen de voortgang van de energietransitie en digitale weerbaarheid nader toegelicht.
Kunt u de vragen los van elkaar beantwoorden?
Ja.
Het artikel 'Palantir betaalt amper belasting door ‘agressieve strategie’, tot woede van Europese vakbonden' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het Follow the Money-artikel «Palantir betaalt amper belasting door «agressieve strategie», tot woede van Europese vakbonden»1?
Ja.
Wat vindt u ervan dat Palantir gebruik maakt van «allerlei geitenpaadjes», die ervoor zorgen dat in Europa behaalde winsten neerslaan in de Verenigde Staten, waar zij niet of nauwelijks worden belast?
In zijn algemeenheid geldt dat lichamen die tot dezelfde groep behoren verplicht zijn hun onderlinge transacties vorm te geven met inachtneming van het at arm’s-lengthbeginsel. Het arm’s-lengthbeginsel beoogt dat de voorwaarden en prijzen van transacties tussen gelieerde entiteiten niet afwijken van de voorwaarden en prijzen die tussen ongelieerde entiteiten zouden zijn overeengekomen in vergelijkbare omstandigheden. Het zou daarom in beginsel niet moeten uitmaken voor de te realiseren winst of een bepaalde transactie plaatsvindt tussen gelieerde entiteiten die deel uitmaken van een multinationaal concern of tussen entiteiten die niet aan elkaar gelieerd zijn. Door conform het arm’s-lengthbeginsel zakelijke prijzen te betalen aan de juiste entiteiten binnen het concern, krijgen de entiteiten die op basis van hun functies, activa en risico’s verantwoordelijk zijn voor de gecreëerde waarde van het product of dienst ook hun daarbij passende arm’s-lengthbeloning. Nederland past het arm's-lengthbeginsel toe, beschikt over uitgebreide documentatieverplichtingen en wisselt landenrapporten uit met andere belastingdiensten. In voorkomende gevallen kan toepassing van het arm’s-lengthbeginsel bijvoorbeeld betekenen dat een in Nederland gevestigd lichaam voor fiscale doeleinden wordt verondersteld rente te betalen indien onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden dit ook zouden doen. Dat kan leiden tot een neerwaartse aanpassing van de fiscale winst. Een dergelijke neerwaartse aanpassing van de fiscale winst kon tot 1 januari 2022 – vooral bij grensoverschrijdende transacties – leiden tot mismatches. In dat verband zijn de maatregelen in de vennootschapsbelasting relevant die voortvloeien uit de Wet tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel, die met ingang van 1 januari 2022 in werking is getreden. Deze maatregelen bewerkstelligen namelijk dat bij belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting een neerwaartse aanpassing van de winst op grond van het zakelijkheidsbeginsel wordt beperkt voor zover bij het andere lichaam dat bij de transactie betrokken is geen of een te lage corresponderende opwaartse aanpassing in de belastinggrondslag wordt betrokken. Deze maatregelen raken structuren met zogenoemde informele kapitaalstortingen en verkapte winstuitdelingen, en zijn ook van toepassing op bestaande onderlinge rechtsverhoudingen tussen een vennootschapsbelastingplichtige en een gelieerd lichaam. Met deze maatregelen worden mismatches door toepassing van het zakelijkheidsbeginsel bestreden. Tot slot kan ik vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 AWR niet ingaan op individuele fiscale dossiers, eventuele contacten tussen belastingplichtigen en de Belastingdienst of de fiscale beoordeling van specifieke transacties.
Hoe beoordeelt u het feit dat het effectieve belastingpercentage voor Palantir in 2025 slechts 1,4% van de totale winst bedroeg, ver onder de internationale OESO-norm?
De OESO heeft met de wereldwijde minimumbelasting een systeem ontwikkeld dat beoogt te waarborgen dat grote multinationale ondernemingen effectief ten minste 15% belasting betalen over hun winsten. De berekeningswijze van het «effectieve» belastingpercentage in het rapport waar het genoemde artikel naar verwijst, verschilt van de methodiek die wordt gebruikt in de OESO-modelregels voor de berekening van de wereldwijde minimumbelasting. In het rapport wordt uitgegaan van een wereldwijd «effectief» tarief, waarbij factoren zoals verrekenbare verliezen, aftrekposten en belastingkredieten niet of slechts gedeeltelijk worden meegenomen. Het geschetste beeld is daardoor niet volledig. De OESO-modelregels stellen het effectieve tarief per jurisdictie vast en houden wel rekening met deze factoren. Door met dergelijke factoren rekening te houden, is er minder neerwaartse druk op het effectieve tarief. Het in het rapport genoemde effectieve belastingpercentage laat zich daarom lastig vergelijken met de internationale OESO-norm.
Kunt u motiveren waarom het Palantir, een bedrijf dat notabene antidemocratische retoriek verspreidt, wordt toegestaan hun diensten te verkopen aan overheidsinstanties in Europa, waaronder Nederland, maar vervolgens niet bij te dragen aan de maatschappij door belastingen te ontwijken?
Zoals in eerdere beantwoording van Kamervragen is aangegeven, is het kabinet van mening dat vrijheid van gedachten een recht is dat mensen toekomt, en dat bedrijven niet als zodanig politieke visies kunnen hebben. Het is niet aan het kabinet om opvattingen van het bestuur van een bedrijf van een oordeel te voorzien.2
Nederland heeft de afgelopen jaren veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen, zowel internationaal als nationaal. Het kabinet is ervan overtuigd dat het belastingstelsel door al deze maatregelen robuuster is geworden tegen internationale belastingontwijking. Ook uit de beschikbare cijfers blijkt dat deze maatregelen effect sorteren. In het antwoord op vraag 6 ga ik nader op deze maatregelen in. In zijn algemeenheid kan ik opmerken dat mede met de ingevoerde maatregelen wordt voorkomen dat bedrijven die winst maken geen belasting betalen. De ingevoerde maatregelen dragen eraan bij dat bedrijven over hun winsten een passend niveau aan belasting betalen en dat mogelijkheden om belastingheffing door belastingontwijking te voorkomen worden beperkt. Sinds 1 januari 2021 heeft Nederland een conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen aan een gelieerd lichaam dat gevestigd is in een laagbelastende jurisdictie en in misbruiksituaties. Nederland stelt jaarlijks deze laagbelastende jurisdicties vast in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. Er blijkt bijvoorbeeld al een aanzienlijke daling van rente-, royalty-, en dividendstromen naar laagbelastende jurisdicties van € 37 miljard in 2019 naar € 7 miljard in 2024.3 Verder zijn de eerste en tweede Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijnen (ATAD1 en ATAD2) geïmplementeerd, die onder meer hebben geleid tot beperkingen op het gebied van de renteaftrek en het tegengaan van structuren die gebruik maken van verschillen tussen belastingwetgeving van landen (hybride mismatches). Een belangrijke stap in de aanpak van het verschuiven van winsten naar laagbelastende staten is de wereldwijde minimumbelasting. Hierbij is relevant dat alle EU-lidstaten de wereldwijde minimumbelasting verplicht zijn in te voeren op basis van de EU-richtlijn minimumniveau van belastingheffing. Als gevolg hiervan wordt de wereldwijde minimumbelasting op een coherente en gecoördineerde wijze toegepast binnen de EU. In Nederland is de wereldwijde minimumbelasting in de Wet minimumbelasting 2024 geïmplementeerd.
Bent u van mening dat het extreem lage effectieve belastingpercentage bestaande en op te richten Europese alternatieven belemmert in hun concurrentie met Palantir? Zo ja, hoe gaat u dat probleem aanpakken? Zo nee, waarom niet?
Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 3 kan op basis van de beschikbare informatie niet worden vastgesteld of het effectieve belastingtarief volgens de OESO-modelregels voor de wereldwijde minimumbelasting in de verschillende jurisdicties waar zich groepsentiteiten van Palantir bevinden, «extreem laag» zou zijn. Ik deel daarom de mening niet dat de wereldwijde minimumbelasting de concurrentiepositie van Europese multinationals zou belemmeren. Daarbij merk ik op dat de wereldwijde minimumbelasting weliswaar een ondergrens stelt aan belastingconcurrentie maar dat niet belemmert dat nationale wetgevers buiten die ondergrens gunstige fiscale regimes in de winstbelasting kunnen invoeren. Zoals ik uw Kamer eerder heb geïnformeerd, heeft het Inclusive Framework (IF) als onderdeel van het Side-by-Side-akkoord van de wereldwijde minimumbelasting afgesproken dat eventuele substantiële risico’s met betrekking tot het gelijke speelveld of grondslaguitholling en winstverschuiving zullen worden geadresseerd om de gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen te waarborgen. Een toekomstige evaluatie («stocktake»), die het IF in 2029 wil afronden, is hiervoor voorzien. Het kabinet blijft daarnaast in gesprek met het bedrijfsleven om tijdig signalen van mogelijke concurrentieverstoring op te vangen.
Bent u van mening dat als het kabinet geloofwaardig wil inzetten op afbouw van samenwerking met Palantir, en Europese alternatieven wil stimuleren, deze geitenpaadjes gedicht moeten worden? Waarom wel of niet?
Nederland heeft de afgelopen jaren veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen, zowel internationaal als nationaal. Het kabinet is ervan overtuigd dat het belastingstelsel door al deze maatregelen robuuster is gemaakt tegen internationale belastingontwijking. Ook uit de beschikbare cijfers blijkt dat deze maatregelen effect sorteren. In het antwoord op vraag 4 ga ik nader op deze maatregelen in. In zijn algemeenheid kan ik opmerken dat, mede als gevolg van de ingevoerde maatregelen, wordt voorkomen dat bedrijven die winst maken geen belasting betalen. De ingevoerde maatregelen dragen eraan bij dat bedrijven over hun winsten een passend niveau aan belasting betalen en dat mogelijkheden om belastingheffing door belastingontwijking te voorkomen worden beperkt. Vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) kan ik niet ingaan op de individuele fiscale positie van een belastingplichtige.
Bent u voornemens met uw Europese collega's in gesprek te treden om Palantir eerlijk te laten bijdragen en te leren van het Franse voorbeeld?
In het artikel van Follow The Money wordt vermeld dat een onderzoeksrapport is verschenen, gericht op de belastingstructuur van Palantir. In dat rapport is aangegeven dat er geen financiële gegevens beschikbaar zijn van de Nederlandse activiteiten van genoemd bedrijf. Gelet op de geheimhoudingsverplichting van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) kan ik hier verder niet op ingaan, evenmin hoe de Belastingdienst in het specifieke geval toezicht houdt. In algemene zin geldt dat de Belastingdienst risicogericht toezicht houdt. Hierbij worden zowel interne als externe signalen meegenomen. De Belastingdienst hanteert voor het toezicht verschillende toezichtsinstrumenten, waaronder controles en boekenonderzoeken. Daarnaast werkt Nederland op Europees en internationaal niveau samen met andere landen om belastingontwijking tegen te gaan en een eerlijke belastingheffing te bevorderen. Daarbij wordt ook informatie van andere landen betrokken en besproken. Indien daartoe aanleiding bestaat, kunnen belastingautoriteiten tevens samenwerken via multilaterale belastingcontroles.
Kunt u aangeven waarom het Frankrijk wel lukt om de winst van Palantir, grotendeels behaald met publieke gelden, eerlijk te belasten?
In het eerdergenoemde onderzoeksrapport wordt melding gemaakt van een controle van Palantir door Franse belastingautoriteiten. De achtergrond en uitkomsten van dit onderzoek blijken niet uit het rapport en zijn evenmin openbaar. Daardoor kan door de onderzoekers niet worden vastgesteld welke betekenis hieraan moet worden toegekend of wat de relevantie daarvan zou zijn voor de Nederlandse belastingheffing. Gelet op de geheimhoudingsplicht van artikel 67 AWR kan ik bovendien niet ingaan op de fiscale positie van genoemd bedrijf in Nederland.
Bent u bereid om een soortgelijke ingreep als de Franse belastingdienst te doen om te zorgen dat Palantir ook in Nederland een eerlijke belasting betaald? Waarom wel of waarom niet?
Gelet op de geheimhoudingsverplichting op grond van artikel 67 AWR kan ik niet ingaan op de fiscale positie van genoemd bedrijf. Zie ook het antwoord op vraag 8.
Bent u bereid een overzicht te geven van de overheidsinstellingen die contracten hebben met Palantir en welke onderneming van Palantir daar de contractspartner is, bijvoorbeeld de Amerikaanse moeder, de Britse- of de Nederlandse tak?
Er is geen centraal overheidsbreed overzicht van dergelijke contracten. Departementen en decentrale overheden zijn zelf verantwoordelijk voor hun bedrijfsvoering, waaronder ICT-beheer en dienstverlening. In antwoord op diverse Kamervragen van het lid Van Houwelingen (FvD), evenals van de leden Van Vroonhoven en Six Dijkstra (beiden NSC) en van de leden Jagtenberg en El Boujdaini (beiden D66) is aangegeven dat op dit moment binnen de Rijksoverheid de politie en Defensie gebruik maken van Palantir.
Kunt u deze vragen apart en binnen de termijn beantwoorden?
Ja.
De toegenomen winsten in de fossiele energiesector |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA), Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA) |
|
Stientje van Veldhoven (D66), Eerenberg |
|
|
|
|
Bent u bekend met recente berichten in de media over toegenomen winsten in de fossiele energiesector, waaronder van de NOS1, het FD2 en The Guardian?3
Ja.
Bent u daarnaast bekend met de analyse van Oxfam Novib4 waaruit blijkt dat de zes grootste olie- en gasbedrijven ter wereld in het tweede kwartaal van dit jaar bijna dubbel zoveel winst hebben gemaakt als daarvoor? Wat vindt u van deze analyse?
Ik ben bekend met deze analyse. Het klopt dat olie- en gasbedrijven wereldwijd hogere winsten maken. Het is hierbij van belang om op te merken dat deze bedrijven wereldwijd opereren en een groot deel van hun winst behalen met oliewinning. Dat zij wereldwijd hogere winsten behalen, betekent dus niet automatisch dat zij ook in Nederland meer winst maken aangezien zij in Nederland in zeer beperkte mate olie winnen.
Kunt u een actueel overzicht geven van de crack spread5 per jaar sinds 2000?
De crack spread is het prijsverschil tussen de prijs van een vat ruwe olie en de prijs van het geraffineerde eindproduct (zoals benzine, diesel en kerosine). In onderstaande tabel is de crack spread berekend vanaf 2015. In 2026 ligt de crack spread met 26,90 dollar per vat beduidend hoger dan het gemiddelde in de afgelopen 10 jaar (6,3 dollar per vat) of dan de crack spread ten tijde van de energiecrisis in 2022 (11,30 dollar per vat). In 2025 bedroeg de productie in Nederlandse raffinaderijen circa 384 mln. vaten.
Op deze termijn was het niet mogelijk productiegegevens te ontsluiten van raffinaderijen van voor 2015. Deze productiegegevens zijn nodig om de mix van de productie van de raffinaderijen te bepalen (de output), waarmee de crack spread berekend wordt. Tot slot moet worden opgemerkt dat de gegevens over 2024 en 2025 voorlopig zijn en dat voor 2026 dezelfde productie is aangenomen als in 2025. Naar verwachting geeft dit een (lichte) onderschatting van de crack spread in 2026, omdat raffinaderijen relatief meer diesel en kerosine zijn gaan produceren en een hogere productie zullen draaien.
5,08
3,36
5,58
5,40
4,80
1,42
2,68
11,30
10,17
7,03
12,13
26,90
Kunt u bevestigen dat er op dit moment sprake is van overwinsten in de fossiele energiesector of dat er in ieder geval sterke indicaties zijn dat dit het geval is? Zo nee, hoe verklaart u de genoemde nieuwsberichten en conclusies van Oxfam Novib dan?
Nederland kan in beginsel alleen belasting heffen over de winsten van de fossiele energiesector binnen zijn eigen jurisdictie. Daarnaast verschilt de ontwikkeling van de winstgevendheid per product, per onderdeel van de productieketen en mogelijk ook per olieconcern.
Voor de productie van ruwe olie constateert het kabinet dat de prijs sinds maart fors is gestegen, terwijl het niet aannemelijk is dat de kosten van olieproductie in dezelfde mate zijn gestegen. Het ligt dus voor de hand dat de winstmarges van productie bij oliemaatschappijen (sterk) zijn toegenomen. Dit slaat vrijwel volledig in het buitenland neer, omdat de olieproductie met 2,3 miljoen vaten per jaar in Nederland zeer beperkt is; dit bedraagt slechts circa 1 procent van het eigen verbruik.
Dit is anders voor de raffinagesector. Mede dankzij de strategische ligging aan zee heeft Nederland een aantal grote raffinaderijen en een marktaandeel van circa 10% in de totale Europese raffinageproductie. Het gaat om: Shell Pernis, BP Europoort, ExxonMobil Botlek, Zeeland Refinery (Vlissingen), Vitol Europoort en Gunvor Energy Europoort. Zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 3 is de crack spread in 2026 sterk toegenomen, wat bij een raffinaderij – bij een gelijke of hogere productie – tot een hogere omzet zal leiden. Omzet is echter nog geen winst, maar dit is wel een indicatie is voor een hogere winstgevendheid. Belangrijke kanttekening hierbij is dat de exacte winsten afhankelijk zijn van bedrijfsspecifieke factoren, hier in het bijzonder de geldende inkoopcontracten en verkoopcontracten. De berekende crack spread in het antwoord op vraag 3 kan dus niet 1 op 1 vertaald worden in een hogere belastbare winst van Nederlandse raffinaderijen. Vanwege de bedrijfsgevoelige informatie heeft het kabinet geen exact zicht op hoe hoog deze winstmarges in werkelijkheid zijn.
Op basis van de ACM monitor brandstofprijzen6 concludeert het kabinet tot slot dat de commerciële winstmarges bij tankstations gemiddeld genomen niet zijn gestegen. Tankstations worden geconfronteerd met hogere inkoopprijzen, die vervolgens worden doorberekend aan consumenten. Er zijn op dit moment geen concrete aanwijzingen dat pomphouders hogere winstmarges realiseren.
Hoeveel overwinsten hebben multinationals in de fossiele energie-sector gemaakt in het eerste halfjaar van 2026, uitgegaan van de definitie zoals gehanteerd in de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage 2022? Hoeveel van deze winsten zijn belastbaar in Nederland?
Vooropgesteld geldt dat de winst in Nederland van bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting reeds belast is. Hoe hoger de winst, hoe hoger de verschuldigde vennootschapsbelasting. De extra winst die bedrijven in de fossiele energiesector in 2026 zullen maken, hangt sterk af van de specifieke inkoop- en verkoopcontracten die worden gehanteerd en de kosten die zij maken bij de productie. In de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage is overwinst gedefinieerd als de genoten belastbare winst die meer bedraagt dan 120% van de referentiewinst. De referentiewinst is vastgesteld op de gemiddelde belastbare winst of het Nederlandse inkomen over de vier boekjaren, voorafgaand aan het bijdragejaar. Toegepast op 2026 wordt de referentieperiode gevormd door de jaren 2022 t/m 2025. In het antwoord op vraag 8 wordt een inschatting gegeven van de budgettaire opbrengst wanneer een soortgelijke solidariteitsbijdrage als in 2022 zou worden ingevoerd.
Bent u het ermee eens dat het goed zou zijn om een overwinstbelasting voor de fossiele energiesector voor te bereiden, zodat op tijd tot heffing overgegaan kan worden? Zo nee, waarom niet? Hoe ziet u dit in het licht van de aangenomen moties van de leden Teunissen (Kamerstuk 23 432-683) en Klaver/Paternotte (Kamerstuk 36 933-9)?
Het kabinet begrijpt het ongemak dat er bedrijven zijn die profiteren van de oorlog in het Midden-Oosten. Er zijn duidelijke signalen dat de commerciële winstmarges in de oliesector zijn toegenomen. Voor Nederlandse bedrijven gaat het voornamelijk om de raffinagesector. Het is hierbij wel belangrijk om de huidige cijfers in perspectief te plaatsen: de energiesector is sterk cyclisch en deze marges volgen op periodes waarin de raffinagesector juist aanzienlijk slechtere tijden heeft gekend. Tegelijkertijd is de winst uiteindelijk een uitkomst van de prijs die op de markt tot stand komt. Hierop ingrijpen is verstorend voor de markt, terwijl de Nederlandse raffinagesector met een marktaandeel van circa 10% in de totale Europese raffinageproductie belangrijk is voor de Europese leveringszekerheid. Ingrijpen vermindert de prikkel voor bedrijven om te investeren. Als bedrijven verwachten dat (al dan niet achteraf) extra winsten worden afgeroomd, zullen ze minder geneigd zijn om risico’s te nemen of te investeren in nieuwe energieprojecten. Dit heeft mogelijk een negatief effect op het investeringsklimaat in Nederland. Een nationale overwinstbelasting voor de oliesector moet daarom zorgvuldig worden gewogen, temeer omdat de vormgeving juridisch niet eenvoudig is en de hogere winsten al worden belast via de vennootschapsbelasting. Het kabinet heeft daarom eerder aangegeven eerst in Europees verband te willen optrekken. Ter uitvoering van de motie van de leden Klaver en Paternotte7 heeft het kabinet tijdens de Ecofinraad van 4 en 5 mei opgeroepen tot een nadere analyse van het ontstaan van eventuele overwinsten bij olie- en gasbedrijven als gevolg van de huidige hoge prijzen. Daarnaast heeft het kabinet opgeroepen op EU-niveau de juridische mogelijkheden te verkennen voor het invoeren van een belasting op overwinsten als er inderdaad sprake is van overwinsten, op zowel de Ecofinraad van 4 en 5 mei als op de informele Energieraad van 12 en 13 mei. Tot nu toe heeft de Europese Commissie geen nadere uitgebreidere analyse gedeeld. Het kabinet geeft nog steeds de voorkeur aan een Europese analyse en aanpak, waarbij er ruimte is voor de specifieke nationale omstandigheden.
Is het kabinet al begonnen met het voorbereiden van een overwinstbelasting? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 6.
Hoeveel leverde de overwinstbelasting («tijdelijke solidariteitsbijdrage»), die over winsten in 2022 werd geheven, destijds op? Hoeveel zou deze zelfde heffing opleveren als hij over winsten in 2026 ook geheven zou worden, uitgaande van dezelfde definitie van overwinsten en tarieven als in 2022 en berekend op basis van de winstcijfers van de eerste twee kwartalen?
Op basis van de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage is indertijd € 2,7 miljard afgedragen. Het grootste deel hiervan is betaald door de gassector. Op basis van de huidige gasprijs is het echter niet de verwachting dat een overwinstbelasting over 2026 tot een substantiële opbrengst leidt. Alhoewel de gasprijzen in 2026 hoger zijn dan in 2025, ligt de gasprijs in 2026 niet hoger dan 120% van de gemiddelde gasprijs over 2022–2025. Een belangrijke reden hiervoor is dat in het jaar 2022 de gasprijs zeer hoog was. Bovendien is de gassector nu een stuk kleiner dan voorheen i.v.m. met het sluiten van de velden en minder investeringen in productie op de Noordzee.
Omdat de oliewinning in Nederland zeer marginaal is, is vanuit die sector nagenoeg geen opbrengst te verwachten.
Onder de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage is over 2022 € 325 mln. aan belasting afgedragen door raffinaderijen. Op basis van deze gerealiseerde belastingopbrengst en onder de aanname dat de ontwikkeling van de crackspread ten opzichte van 2022 tot een hogere winst leidt, kan een eerste ruwe inschatting worden gemaakt van hoeveel een nieuwe solidariteitsbijdrage in 2026 aan belastinginkomsten zou opleveren.
Alhoewel de bruto winstmarge en de fiscale nettowinst niet een-op-een aan elkaar gerelateerd zijn, zou deze bruto marge gebruikt kunnen worden voor een eerste indicatie. In 2026 is de bruto winstmarge ten opzichte van de referentieperiode in absolute zin ongeveer twee keer zo groot als de bruto winstmarge in 2022. Als grove inschatting zou een nieuwe solidariteitsbijdrage, die met terugwerkende kracht wordt ingevoerd vanaf 1 januari 2026 een belastingopbrengst in ordegrootte van ongeveer € 500 tot € 700 mln. kunnen opleveren. Wanneer de solidariteitsbijdrage zou gaan gelden vanaf moment van aankondiging, bijvoorbeeld vanaf 1 oktober 2026, bedraagt de budgettaire opbrengst in 2026 naar verwachting ongeveer € 125 tot € 175 mln. Deze raming is onzeker, omdat het afhangt van de ontwikkeling van de crack spread en de daarmee samenhangende ontwikkelingen in het Midden-Oosten in de komende maanden.
In hoeverre is het juridisch mogelijk een dergelijke heffing opnieuw in te voeren, al dan niet met terugwerkende kracht, net als destijds?
De juridische houdbaarheid en uitvoerbaarheid van een dergelijke nieuwe overwinstbelasting is afhankelijk van de vormgeving van de maatregel. Daarbij is onder meer van belang dat de belastingplichtige en de belastinggrondslag zorgvuldig worden afgebakend. Bij de keuzes in de vormgeving van een nieuwe overwinstbelasting is ook van belang te bepalen voor welke periode de solidariteitsbijdrage zou gaan gelden: vanaf het moment van inwerkingtreding of met terugwerkende kracht tot een eerder tijdstip. Het kabinet acht het toekennen van terugwerkende kracht aan (belastende) belastingmaatregelen in beginsel niet wenselijk. In dit kader acht het kabinet relevant dat aan belastingmaatregelen die een verzwaring van de belastingheffing betekenen geen terugwerkende kracht mag worden gegeven, tenzij (zeer) bijzondere omstandigheden een afwijking van deze regel rechtvaardigen. Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden van destijds, is de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage met terugwerkende kracht voor het jaar 2022 ingevoerd.7 Hoewel het kabinet deze terugwerkende kracht voor deze bijdrage gerechtvaardigd achtte, leidt deze terugwerkende kracht en een aantal andere aspecten van deze wet c.q. deze Europese verordening in zowel Nederland als daarbuiten tot veel procedures. Er is nog geen definitieve uitspraak in deze geschillen.
Hoe snel zou het kabinet daartoe over kunnen gaan en hoeveel voorbereidingstijd is nodig?
Naar aanleiding van de ernst van de energiecrisis in 2022, heeft de EC zich genoodzaakt gezien om op niveau van de Europese Unie actie te ondernemen en in te grijpen door een Europese verordening voor het invoeren van een solidariteitsbijdrage voor te stellen. Naar aanleiding van deze verordening, heeft het kabinet in september 2022 de beslissing genomen om een solidariteitsbijdrage in te voeren en is – in korte tijd – wetgeving voorbereid en is die wetgeving in datzelfde najaar in het parlement behandeld om per 1 januari 2022 in werking te treden. Dit was – gegeven de Europese verordening en de uitzonderlijke omstandigheden van destijds – een buitengewoon snel proces, waarbij zoveel mogelijk aansluiting bij de Europese verordening werd gezocht. Hoewel een Europeesrechtelijk kader voor een nieuwe nationale solidariteitsbijdrage of overwinstbelasting juridisch gezien niet noodzakelijk is, meent het kabinet dat het invoeren van een dergelijke heffing, met het oog op het creëren van een gelijk speelveld tussen marktpartijen, op basis van een nieuwe Europese verordening wenselijk is. Bovendien is het wetstechnisch eenvoudiger dan het invoeren van een nieuwe nationale maatregel, omdat moet worden aangesloten bij een Europeesrechtelijk kader.
Er is nader onderzoek nodig om te kunnen aangeven op welke termijn de Belastingdienst een nieuwe solidariteitsbijdrage zou kunnen heffen en innen. Hierbij kan het moment dat de Belastingdienst gaat heffen en innen in principe los staan van (het startmoment van) de periode waarover de solidariteitsbijdrage moet worden afgedragen. Zo moet worden vastgesteld welke IV-aanpassingen nodig zijn, of bestaande systemen nog bruikbaar zijn en welke capaciteit daarvoor benodigd is. Sinds besluit tot invoering van de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage in 2022 zijn zowel de uitvoeringsomgeving als de randvoorwaarden veranderd. De destijds gerealiseerde technische oplossing sluit nog slechts beperkt aan op het huidige IV-landschap en voldoet niet vanzelfsprekend aan de huidige eisen op het gebied van architectuur, informatiebeveiliging, privacy en archivering.
Welke nieuwe inzichten heeft u de afgelopen maanden opgedaan als het gaat om overwinsten en het belasten daarvan?
Mede op verzoek van uw Kamer heeft het kabinet afgelopen voorjaar een eerste analyse gemaakt van de toegenomen marges in de Nederlandse oliemarkt. De ACM heeft daarna de monitor brandstofprijzen gepubliceerd, die nauwkeurig beschrijft hoe de marges in de oliemarkt zich ontwikkelen. Deze monitor bevestigt de analyse die het kabinet in het voorjaar heeft gemaakt: met name bij olieproductie en raffinage zijn de marges sterk toegenomen. Het kabinet heeft zich daarnaast – conform verzoek van Uw Kamer – in Europees verband ingezet om een Europese overwinstbelasting voor olie- en brandstofproductie in te voeren. Tot nu toe heeft de Europese Commissie geen nadere uitgebreidere analyse gedeeld. Het kabinet geeft nog steeds de voorkeur aan een Europese analyse en aanpak, waarbij er ruimte is voor de specifieke nationale omstandigheden.
Kunt u deze vragen vóór 1 september 2026 beantwoorden?
Het kabinet heeft gestreefd naar een zo spoedig mogelijke beantwoording.
Oliebedrijven en raffinaderijen die extra winsten (overwinsten) maken tijdens de Iran-oorlog |
|
Jimmy Dijk (SP) |
|
Eerenberg , Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel van het AD, gepubliceerd op 20 juli 2026: «Marktwaakhond zet prijsopbouw van benzine en diesel online, zoveel verdienen raffinaderijen per liter»?1
Ja.
Volgens de Autoriteit Consument en Markt (ACM) hebben de hogere brandstofprijzen geleid tot overwinsten bij olieproducenten. Vindt u deze overwinsten acceptabel? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet begrijpt het ongemak dat bedrijven profiteren van de oorlog in het Midden-Oosten. Voor de olieproductie geldt dat de winsten voor het overgrote deel in het buitenland neerslaan en in Nederland niet kunnen worden belast. Voor de Nederlandse raffinagesector is aannemelijk dat de winstmarges zijn toegenomen. Het kabinet heeft echter geen zicht op individuele prijsafspraken. Doordat raffinaderijen deels met vaste-prijscontracten werken, blijft de invloed van actueel hogere marktprijzen op hun winsten mogelijk uit. Bovendien is deze markt nauw verweven met die van andere Europese landen. Het kabinet heeft daarom eerder aangegeven eerst in Europees verband te willen optrekken
De ACM geeft aan dat de winstmarge van oliebedrijven en raffinaderijen hoger ligt dan vóór de oorlog in Iran. Hoe verklaart u dit?
Als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten is een deel van de olie- en raffinagecapaciteit weggevallen wat leidt tot hogere marktprijzen. Dit stimuleert oliebedrijven en raffinaderijen om zo veel mogelijk te produceren, wat zij op dit moment gelukkig ook doen. Op termijn zal dit de prijsstijging beperken. Specifiek voor diesel geldt hierbij dat Europa netto-importeur is geworden en de raffinagecapaciteit schaars is. Dit onderstreept het belang van voldoende raffinagecapaciteit in Nederland om leveringszekerheid te garanderen. De dieselprijs is de afgelopen maanden daardoor harder gestegen dan de benzineprijs. Het is hierbij wel belangrijk om de huidige cijfers in perspectief te plaatsen: de energiesector is sterk cyclisch en deze marges volgen op periodes waarin de raffinagesector juist aanzienlijk slechtere tijden heeft gekend.
Bent u het ermee eens dat de automobilist en consumenten via hogere transportkosten de prijs betalen voor de hoge winsten van oliebedrijven en raffinaderijen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja, schaarste van een bepaald goed, in dit geval olie en olieproducten, leidt altijd tot hogere prijzen. De oorlog in het Midden-Oosten zorgt ervoor dat olie tegen een hogere prijs ingekocht moet worden. Dit leidt tot extra opbrengsten in het buitenland en zorgt ervoor dat we collectief armer worden. Ook in de raffinagesector is er sprake van schaarste, wat zorgt voor een verdere stijging van de brandstofprijs. Dit is met name bij diesel het geval. Belangrijke kanttekening daarbij is dat dit slechts één klein onderdeel vormt van de totale koopkrachtontwikkeling van huishoudens. Volgens de laatste cijfers van het CPB komt de mediane koopkrachtgroei van huishoudens in 2026 uit op +0,6%.
Bent u het ermee eens dat de automobilist lagere prijzen aan de pomp zou kunnen betalen, mits daar politiek toe wordt besloten? Zo ja, hoe zou dit volgens u het beste kunnen? Zo nee, waarom niet?
De oorlog in het Midden-Oosten zorgt ervoor dat we collectief armer worden, want als land betalen we meer voor de olie die we moeten importeren uit het buitenland. De toegenomen marges in de olieproductie en raffinage zijn de reden dat automobilisten een hogere prijs aan de pomp betalen. In het voorjaar heeft het kabinet breed gewogen welke maatregelen genomen worden om de koopkracht van burgers en bedrijven te ondersteunen. Het kabinet heeft toen gekozen voor een gerichte aanpak, zoals het verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent per kilometer. Ook heeft het kabinet een tijdelijke korting op treinreizen geïntroduceerd, waar bijna 400 duizend mensen deze zomer gebruik van hebben gemaakt. Een verlaging van de brandstofaccijns heeft als nadeel dat het ongericht is en de prikkel om brandstof te besparen vermindert, terwijl er sprake is van een aanbodcrisis en brandstof besparen dus belangrijk is. Mede door deze ongerichtheid heeft het verlagen van de brandstofaccijns een groot budgettair beslag. Het verlagen van de accijns op diesel en benzine met 1 cent kost circa 0,1 mld. per jaar, wat in de begroting gedekt zou moeten worden.
Wat maakt dat u deze overwinsten van oliebedrijven en raffinaderijen niet méér belast dan nu het geval is? Wat maakt dat u nog niet over bent gegaan tot het invoeren van een overwinstbelasting zoals u eerder aangaf te overwegen wanneer onderzoek zou uitwijzen dat er sprake zou zijn van overwinsten?
Het kabinet begrijpt het ongemak dat er bedrijven zijn die profiteren van de oorlog in het Midden-Oosten. Er zijn duidelijke signalen dat de commerciële winstmarges in de oliesector zijn toegenomen. Voor Nederlandse bedrijven gaat het voornamelijk om de raffinagesector. Het is hierbij wel belangrijk om de huidige cijfers in perspectief te plaatsen: de energiesector is sterk cyclisch en deze marges volgen op periodes waarin de raffinagesector juist aanzienlijk slechtere tijden heeft gekend. Tegelijkertijd is de winst uiteindelijk een uitkomst van de prijs die op de markt tot stand komt. Hierop ingrijpen is verstorend voor de markt, terwijl de Nederlandse raffinagesector met een marktaandeel van circa 10% in de totale Europese raffinageproductie belangrijk is voor de Europese leveringszekerheid. Ingrijpen vermindert de prikkel voor bedrijven om te investeren. Als bedrijven verwachten (al dan niet achteraf) dat extra winsten worden afgeroomd, zullen ze minder geneigd zijn om risico’s te nemen of te investeren in nieuwe energieprojecten. Dit heeft mogelijk een negatief effect op het investeringsklimaat in Nederland. Een nationale overwinstbelasting voor de oliesector moet daarom zorgvuldig worden gewogen, temeer omdat de vormgeving juridisch niet eenvoudig is en de hogere winsten al worden belast via de vennootschapsbelasting. Het kabinet heeft daarom eerder aangegeven eerst in Europees verband te willen optrekken. Tot nu toe heeft de Europese Commissie geen nadere uitgebreidere analyse gedeeld. Het kabinet geeft nog steeds de voorkeur aan een Europese analyse en aanpak, waarbij er ruimte is voor de specifieke nationale omstandigheden.
Deelt u de mening dat de belasting op de overwinsten van oliebedrijven en raffinaderijen omhoog moet om voor financiële verlichting te zorgen aan de pomp? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 6.
Vindt u het belangrijker dat oliebedrijven gigantische winsten maken of dat de automobilist een acceptabele prijs aan de pomp betaalt?
Zie het antwoord op vraag 6.
Op 13 juli 2026 kostte een liter benzine aan een Nederlandse pomp gemiddeld 2,27 euro. Daarvan ging 0,40 euro naar btw en 0,85 euro naar accijns. Vindt u het rechtvaardig dat een automobilist in Nederland veel meer btw en accijns aan de pomp betaalt dan in andere Europese landen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
De brandstofaccijns zijn een belangrijke inkomstenbron voor de overheid en zorgt ervoor dat de Nederlandse overheid geld uit kan geven aan bijvoorbeeld de zorg en goed onderwijs. Tegelijkertijd begrijpt het kabinet de zorgen over de hoge brandstofprijs. De afgelopen paar jaar is de brandstofaccijns daarom tijdelijk verlaagd en voor 2027 heeft het kabinet opnieuw geld gereserveerd voor een tijdelijke verlaging. Voor 2027 is hiervoor 0,9 mld. euro gereserveerd. Een verdere verlaging van de brandstofaccijns betekent dat de belastingen op andere grondslagen omhoog moet of dat bezuinigd moet worden op de uitgaven. Dat vindt het kabinet onwenselijk en kiest hier daarom niet voor.
Bent u bereid om de komende weken een overwinstbelasting voor oliebedrijven en raffinaderijen in te voeren? Zo ja, per wanneer? Zo niet, waarom niet?
Het kabinet begrijpt het ongemak dat er bedrijven zijn die profiteren van de oorlog in het Midden-Oosten. Er zijn duidelijke signalen dat de commerciële winstmarges in de oliesector zijn toegenomen. Voor Nederlandse bedrijven gaat het voornamelijk om de raffinagesector. Het is hierbij wel belangrijk om de huidige cijfers in perspectief te plaatsen: de energiesector is sterk cyclisch en deze marges volgen op periodes waarin de raffinagesector juist aanzienlijk slechtere tijden heeft gekend. Tegelijkertijd is de winst uiteindelijk een uitkomst van de prijs die op de markt tot stand komt. Hierop ingrijpen is verstorend voor de markt, terwijl de Nederlandse raffinagesector met een marktaandeel van circa 10% in de totale Europese raffinageproductie belangrijk is voor de Europese leveringszekerheid. Ingrijpen vermindert de prikkel voor bedrijven om te investeren. Als bedrijven verwachten (al dan niet achteraf) dat extra winsten worden afgeroomd, zullen ze minder geneigd zijn om risico’s te nemen of te investeren in nieuwe energieprojecten. Dit heeft mogelijk een negatief effect op het investeringsklimaat in Nederland. Een nationale overwinstbelasting voor de oliesector moet daarom zorgvuldig worden gewogen, temeer omdat de vormgeving juridisch niet eenvoudig is en de hogere winsten al worden belast via de vennootschapsbelasting. Het kabinet heeft daarom eerder aangegeven eerst in Europees verband te willen optrekken. Ter uitvoering van de motie van de leden Klaver en Paternotte2 heeft het kabinet tijdens de Ecofinraad van 4 en 5 mei opgeroepen tot een nadere analyse van het ontstaan van eventuele overwinsten bij olie- en gasbedrijven als gevolg van de huidige hoge prijzen. Daarnaast heeft het kabinet opgeroepen op EU-niveau de juridische mogelijkheden te verkennen voor het invoeren van een belasting op overwinsten als er inderdaad sprake is van overwinsten, op zowel de Ecofinraad van 4 en 5 mei als op de informele Energieraad van 12 en 13 mei. Tot nu toe heeft de Europese Commissie geen nadere uitgebreidere analyse gedeeld. Het kabinet geeft nog steeds de voorkeur aan een Europese analyse en aanpak, waarbij er ruimte is voor de specifieke nationale omstandigheden.
Wilt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
De vragen zijn zoveel mogelijk één voor één beantwoord.
Het artikel ‘Van Smakelijke Reus in Schimmert naar DAF Space Cab’ |
|
Judith Buhler (CDA) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Van Smakelijke Reus in Schimmert naar DAF Space Cab»?1
Herkent u het signaal dat ondernemers bij financiële problemen of een faillissement ondersteuning vinden, maar dat die ondersteuning niet altijd voldoende gericht is op de situatie van ondernemers, zoals de verwevenheid van bedrijf met inkomen, identiteit, verantwoordelijkheid voor personeel, omvang van de schulden en verschil in positie van de vpb en ib-ondernemer?
Welke rol kan het Ministerie van Economische Zaken spelen om te voorkomen dat de ondernemers tussen de diverse dienstverlening zoals bedrijfseconomische ondersteuning, schuldhulpverlening en gezondheidszorg vallen?
Kunt u aangeven welke vorm van schuldhulpverlening er is voor een ondernemer met een BV (vpb-ondernemer)? Op welke wijze is dit georganiseerd?
Klopt het dat een vpb ondernemer eerst failliet moet gaan om in aanmerking te komen voor de reguliere schuldhulpverlening?
Welke landelijke voorzieningen bestaan momenteel specifiek voor ondernemers die als gevolg van financiële problemen, bedrijfsbeëindiging of faillissement ernstige mentale klachten of suïcidale gedachten ontwikkelen? Hoe worden ondernemers actief naar deze voorzieningen geleid?
De Kamer van Koophandel beschrijft op hun website dat er een ondersteuningsnetwerk is; wordt bijgehouden hoeveel ondernemers via de Kamer van Koophandel daadwerkelijk passende ondersteuning ontvangen en of zij na een doorverwijzing ook bij de juiste hulp terechtkomen? Zo ja, wat zijn de resultaten?
De ondernemer wijst in zijn verhaal dat er behoefte bestaat aan een eerstelijnsorganisatie voor ondernemers die is gericht op vroegsignalering, warme doorverwijzing en nazorg bij ondernemers in zwaar weer; hoe kijk u hierna? Bent u eventueel bereid om te onderzoeken wat de meerwaarde kan zijn van een aanspreekpunt specifiek voor ondernemers?
Het feit dat NS voornemens is de tickets en abonnement tot liefst 5% te verhogen in 2027 |
|
Hidde Heutink (PVV) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht1 «Treinkaartjes weer duurder: NS verhoogt prijs van een doorsnee kaartje met bijna 5 procent en lokt reiziger naar daluren» van De Telegraaf d.d. 20 oktober 2026?
Welke concrete maatregelen hebben u en de NS het afgelopen jaar genomen om deze nieuwe prijsverhoging te voorkomen of te beperken? Wat is de reden dat deze maatregelen kennelijk onvoldoende bleken?
Kunt u inzichtelijk maken hoe de aangekondigde prijsverhoging van bijna 5 procent is opgebouwd en welk deel hiervan voortvloeit uit gestegen operationele kosten, inflatie en eerder gemaakte financiële afspraken?
Welke gevolgen verwacht u dat deze nieuwe prijsverhoging heeft voor het aantal treinreizigers? Heeft de NS onderzocht hoeveel reizigers door de aanhoudende prijsstijgingen mogelijk afhaken en kunt u deze cijfers met de Kamer delen?
Wat betekent deze prijsverhoging voor de concurrentiepositie van de NS ten opzichte van andere vervoersmiddelen, in het bijzonder de auto?
Deelt u de zorg dat de trein zichzelf door de steeds hogere tarieven voor een groeiende groep Nederlanders uit de markt prijst?
Deelt u de constatering dat de Kamer inmiddels vrijwel ieder jaar dezelfde vragen kan stellen over nieuwe prijsverhogingen, financiële tegenvallers en de toekomstbestendigheid van de NS? Vindt u het acceptabel dat er kennelijk nog altijd geen structurele oplossing is gevonden, en wanneer mogen reizigers eindelijk verbetering verwachten?
Erkent u dat de NS zich in een aanhoudende neerwaartse spiraal lijkt te bevinden, waarbij stijgende kosten leiden tot hogere tarieven, hogere tarieven reizigers kunnen afschrikken en teruglopende reizigersaantallen vervolgens weer druk zetten op de financiële positie van de NS? Welke concrete maatregelen gaat u nemen om deze ontwikkeling te doorbreken?
Wilt u deze vragen beantwoorden voor de begrotingsbehandeling van IenW?
Het beschermen van consumenten tegen online misleiding door malafide aanbieders van spoeddiensten |
|
Pieter Grinwis (CU) |
|
Herbert |
|
|
|
|
Bent u bekend met de Belgische werkwijze om online misleiding tegen te gaan, waarbij internetgebruikers die een als malafide aangemerkte website proberen te bezoeken, automatisch worden doorgeleid naar een waarschuwingspagina?1 Bent u tevens bekend met de resultaten van deze aanpak, die ertoe heeft geleid dat reeds honderdduizenden Belgische consumenten op deze wijze zijn gewaarschuwd?2
Herinnert u zich de antwoorden op mijn eerder gestelde schriftelijke vragen, waarin u schreef dat weren van advertenties door zoekmachines onvoldoende is om consumenten te beschermen, omdat bijvoorbeeld ook reguliere zoekresultaten naar websites van malafide bedrijven leiden? (Aanhangsel Handelingen II, 2025–2026, nr. 1809). Deel u de mening dat de Belgische werkwijze een antwoord biedt op deze constatering?
Bent u bereid te verkennen of een vergelijkbare aanpak in Nederland kan worden ingevoerd, mede gezien de meldingen van online fraude en malafide websites bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM)? Zo ja, op welke termijn kunt u de Kamer hierover informeren? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat artikel 2.7, eerste lid, van de Wet handhaving consumentenbescherming de Autoriteit Consument en Markt (ACM) al de bevoegdheid geeft om consumenten door te leiden naar een waarschuwingspagina als zij een website van malafide partijen bezoeken? Hoe vaak heeft de ACM van deze bevoegdheid gebruikgemaakt en welke mogelijkheden biedt deze bepaling voor een aanpak naar Belgisch voorbeeld?
Kunt u reflecteren op de Belgische wetgeving en aanpak om advertenties van malafide aanbieders van zoekmachines te weren? Hoe verhouden deze zich tot de Nederlandse wetgeving en aanpak? Bent u bereid om in gesprek met uw Belgische ambtsgenoot te bezien welke lessen uit het Belgische voorbeeld voor Nederland kunnen worden getrokken? Zo nee, waarom niet?
Het bericht ‘Nederland weet amper hoeveel stroom en water zijn datacentra opslokken’ |
|
Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA), Ani Zalinyan (GroenLinks-PvdA) |
|
Aerdts , de Bat , Bertram |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht: «Nederland weet amper hoeveel stroom en water zijn datacentra opslokken»?1
Weet u hoeveel stroom en water onze datacentra opslokken?
Zo ja, kunt u deze gegevens publiceren en duidelijk maken welke datacentra het meest verbruiken?
Wat is uw reactie op het artikel en het onderzoek van Lighthouse Reports?
Deelt u de mening dat het publieke belang van transparantie over het stroomverbruik, zwaarder weegt dan het zogenaamd bewaken van bedrijfsgeheimen?
Wat is uw visie op enerzijds het digitaal autonoom maken van Nederland en Europa, en anderzijds de groeiende vraag om stroom en water voor datacentra?
Klopt het dat deze bedrijven hun milieudata zoals stroom en waterverbruik moeten publiceren?
Hoeveel verbruiken de overheidsdatacentra? Kunt u hier actuele gegevens over delen?
Hoe zorgt u ervoor dat het stroomverbruik van datacentra niet ten koste gaat van het verbruik door huishoudens en ander maatschappelijk belangrijk gebruik?
Bent u bereid in de onderhandelingen over het Europese Tech Sovereignty Package te pleiten voor duurzaamheids- en transparantieverplichtingen voor datacentra?
Welke plannen heeft u om overheidsdatacentra te verduurzamen?
Kunt u de aanname van netbeheerder Tennet, dat per 2030 ongeveer 10 tot 15 procent van de Nederlandse stroom naar datacentra gaat, onderbouwen? Hoe wordt de Energy Efficiency Directive (EED) Europees of in Nederland gehandhaafd?
Wat zijn de gevolgen voor een bedrijf dat weigert om aan de EED-richtlijnen te voldoen?
Kunt u laten weten welke bedrijven zich momenteel niet aan deze eisen houden?
Hoe en door wie worden andere milieuregels voor datacentra gehandhaafd?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en vóór het commissiedebat Digitale autonomie van 19 november 2026 beantwoorden?
Het bericht ‘Trump overweegt exportverbod diesel, 'zou heel Europa veel last van hebben'’ |
|
Alisha Müller (VVD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het nieuwsartikel «Trump overweegt exportverbod diesel, «zou heel Europa veel last van hebben»»?1
Heeft u aanleiding om te denken dat er op korte termijn mogelijk een exportverbod op Amerikaans geproduceerde diesel kan worden ingevoerd?
Kunt u inzicht geven over hoeveel diesel Nederland en de Europese Unie momenteel uit de Verenigde Staten importeren en welk percentage van het Nederlandse en Europese dieselverbruik daarmee wordt gedekt?
Hoe heeft de import afhankelijkheid van olie en olieproducten vanuit de Verenigde Staten zich de afgelopen jaren ontwikkeld en wat zijn de oorzaken van deze ontwikkeling?
Welke gevolgen zou een Amerikaans exportverbod hebben voor de beschikbaarheid en prijs van diesel in Nederland?
Zijn er voldoende alternatieve leveranciers die op korte termijn in staat zijn het volume op te vangen, en zo ja welke?
Welke gevolgen zou een Amerikaans exportverbod hebben voor Nederlandse huishoudens?
Welke gevolgen zou het hebben voor de Nederlandse raffinaderijen; hebben zij nog ruimte om een deel van de wegvallende productie op te vangen?
Wordt er met lidstaten van het Internationaal Energieagentschap overleg gevoerd over onder welke omstandigheden er opnieuw strategische dieselvoorraden zouden worden vrijgegeven en hoe deze ook weer worden aangevuld en wat is daarin de Nederlandse inzet?
Wordt er in de Europese Unie een reactie voorbereidt op een Amerikaans exportverbod en wat is daarin de Nederlandse inzet?
Hoe beoordeelt u het strategische belang van voldoende raffinagecapaciteit in Nederland en Europa voor de voorzieningszekerheid, mede in het licht van de huidige krapte en een eventueel exportverbod?
Deelt u de constatering van de Secretaris-Generaal van de NAVO dat speciaal voor de operationele capaciteiten van onze strijdkrachten voldoende raffinagecapaciteit cruciaal is?
Wanneer verwacht u de visie op raffinage met de Tweede Kamer te delen en hoe betrekt het kabinet de behoefte van de Nederlandse krijgsmacht en onze NAVO-verplichtingen?
De vestiging van de Amerikaanse medicijnfabriek Eli Lilly in Katwijk |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Herbert , Bertram , Boekholt-O’Sullivan , Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Katwijk kan haast geen nee zeggen tegen komst van enorme pillenfabriek» in Trouw?1
Klopt het dat er vanuit de Rijksoverheid en door Ministers druk is uitgeoefend op gemeente Katwijk en wethouders om te zorgen dat de pillenfabriek in Katwijk wordt toegelaten? Hebben Ministers hierover gebeld met Katwijkse bestuurders zoals in de krant staat? Zo ja, wat hebben de Ministers aan de gemeente Katwijk gevraagd? Zo nee, hoe is dit wel gegaan?
Waarom is in de bestuurlijke afspraken als voorwaarde opgenomen dat Eli Lilly zich daadwerkelijk in Katwijk vestigt? Welke overwegingen zijn daarbij gemaakt en wie is daarbij betrokken geweest? Op welke wijze is rekening gehouden met belangen van omwonenden, gezondheid, natuur en milieu? Kunt u per rijksbijdrage en per overige afspraak uiteenzetten welke gevolgen het heeft als Eli Lilly zich niet in Katwijk vestigt, waaronder welke bijdragen en afspraken in dat geval vervallen, worden gewijzigd of onverkort van kracht blijven?
Waarom zijn rijksmiddelen voor bereikbaarheid en afspraken over woningbouw gekoppeld aan de vestiging van één individueel bedrijf, terwijl de bestuurlijke afspraken zelf ook spreken over autonome verkeersgroei en over de reeds bestaande woningbouwopgaven in Valkenhorst en Zijlhoek-De Woerd?
Kunt u zich voorstellen dat dit als een vorm van chantage wordt gezien door inwoners van Katwijk? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat tijdens het overleg met de gemeente Katwijk de mogelijkheid aan de orde is geweest dat de Rijksoverheid of de provincie Zuid-Holland bevoegdheden zou inzetten indien de gemeente niet zou meewerken aan de vestiging van Eli Lilly? Zo ja, wanneer is dit besproken, door welke vertegenwoordigers van het Rijk en op welke wettelijke bevoegdheden werd daarbij gedoeld?
Kunt u in het kader van artikel 68 van de Grondwet een overzicht geven van de contacten die bewindspersonen, secretarissen-generaal, directeuren-generaal en andere vertegenwoordigers van het Rijk in maart en april 2025 met het gemeentebestuur van Katwijk hebben gehad over de mogelijke vestiging van Eli Lilly, inclusief datum, deelnemers en onderwerp van het contact? Bent u bereid de bijbehorende verslagen, e-mails en andere bestuurlijke stukken aan de Kamer te verstrekken?
Op welke informatie baseerde u aanvankelijk de verwachting dat de vestiging van Eli Lilly een belangrijke onderzoeks- en ontwikkelingscomponent zou bevatten? Wanneer werd u ervan op de hoogte dat informatie van Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) volgens het college van burgemeester en Wethouders van Katwijk juist leek te wijzen op «veel productie en weinig Research & Development», en heeft dit geleid tot een herbeoordeling van de meerwaarde van de vestiging voor het Leiden Bio Science Park?
Klopt het dat onder de Omgevingswet afzonderlijk toestemming kan worden verleend voor het realiseren van een industrieel gebouw, terwijl nog geen definitief besluit is genomen over de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteiten waarvoor dat gebouw is bedoeld? Zo ja, acht u het wenselijk dat hierdoor een megafabriek reeds grotendeels of geheel kan worden gebouwd voordat vaststaat dat het beoogde productieproces milieurechtelijk kan worden toegestaan? Welke mogelijkheden heeft u om de bouw op te schorten tot een besluit is genomen over de milieuvergunning, in het licht van de zorgen van de inwoners van Katwijk?
Deelt u de zorgen van omwonenden over het grote waterverbruik van de beoogde fabriek van Eli Lilly, mede gezien de bestaande druk op de drinkwatervoorziening in de regio? Kunt u schetsen hoeveel water de megafabriek gaat verbruiken en hoeveel huishoudens met die hoeveelheid zouden kunnen worden voorzien?
Hoe wordt geborgd dat het watergebruik van de fabriek niet ten koste gaat van de drinkwatervoorziening voor inwoners, natuur, woningbouw en andere maatschappelijke functies, en dat lozingen van proces- en afvalwater geen negatieve gevolgen hebben voor de waterkwaliteit?
Hoe beoordeelt u de zorgen van omwonenden over de mogelijke gevolgen van luchtverontreiniging, chemische emissies, geluid, geur en andere milieubelasting van de megafabriek voor hun gezondheid en leefomgeving, in het bijzonder voor kinderen en toekomstige bewoners van Valkenhorst? Bent u bereid te bevorderen dat vóór ingebruikname een onafhankelijke nulmeting wordt uitgevoerd?
Begrijpt u de zorgen van omwonenden over de opslag en het gebruik van grote hoeveelheden brandbare en andere gevaarlijke stoffen op een locatie nabij bestaande en toekomstige woongebieden en recreatievoorzieningen? Hoe wordt gewaarborgd dat gedurende de gehele bedrijfsduur onafhankelijk wordt gecontroleerd op de hoeveelheden gevaarlijke stoffen, de Seveso-drempelwaarden en de naleving van veiligheidsvoorschriften, en dat omwonenden vooraf duidelijk weten wat zij bij een calamiteit moeten doen?
Bent u bereid om te overleggen met gemeente Katwijk en haar inwoners om te kijken of de komst van de megafabriek alsnog moet worden voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen één voor één en met spoed beantwoorden, gezien het besluitvormingsproces?
De communicatie van de uitzondering van GLMC 7 op bedrijven met minder dan 30 hectare grond |
|
Jan Arie Koorevaar (CDA) |
|
van Essen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de publicatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) over de toepassing van de Goede Landbouw- en Milieuconditie (GLMC) 7?1
Klopt het dat landbouwbedrijven die meer dan 30 hectare landbouwgrond opgeven in de Gecombineerde Opgave moeten voldoen aan GLMC 7, terwijl landbouwbedrijven die 30 hectare of minder opgeven hiervan zijn uitgezonderd?
Klopt het dat deze uitzondering pas tegen het einde van het huidige teeltseizoen door RVO duidelijk is gecommuniceerd naar de betreffende ondernemers?
Was u voorafgaand aan het teeltseizoen op de hoogte van deze uitzondering voor landbouwbedrijven met 30 hectare of minder landbouwgrond?
Waarom is deze informatie niet eerder en duidelijker gecommuniceerd aan landbouwbedrijven, zodat zij voor de start van het teeltseizoen wisten of de verplichtingen uit GLMC 7 op hen van toepassing waren?
Kunt u aangeven hoeveel landbouwbedrijven naar verwachting onder de grens van 30 hectare vallen en daardoor niet aan GLMC 7 hoeven te voldoen?
Bent u ervan op de hoogte dat landbouwbedrijven in sommige gevallen al teeltmaatregelen hebben genomen of opbrengsten hebben misgelopen, omdat zij ervan uitgingen dat GLMC 7 op hen van toepassing was voordat ze konden weten dat ze onder een uitzondering vielen?
Kunt u in kaart brengen welke financiële gevolgen landbouwbedrijven mogelijk hebben ondervonden doordat zij hun bouwplan of gewasrotatie hebben aangepast in de veronderstelling dat GLMC 7 op hen van toepassing was?
Bent u bereid om te onderzoeken of het mogelijk is om landbouwbedrijven die aantoonbaar kosten hebben gemaakt of inkomsten zijn misgelopen doordat zij als gevolg van onduidelijke of te late communicatie ten onrechte rekening hebben gehouden met GLMC 7, tegemoet te komen?
Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat vergelijkbare wijzigingen of uitzonderingen in de toekomst pas na de start van het teeltseizoen duidelijk worden voor landbouwbedrijven?
Het nieuws dat gegevens over het energie-en watergebruik van datacenters ontbreken |
|
Sandra Beckerman (SP) |
|
Herbert , Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met de artikelen in Trouw Toenemend verzet werkt irritatie bij datacentra: «Het zijn cave people»1 en Van driekwart van datacentra is volstrekt onduidelijk over water- en stroomgebruik2?
Hoe kan het dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) van slechts 104 datacenters gegevens heeft over de milieubelasting, terwijl er in ieder geval 186 commerciële datacentra gevestigd zijn in Nederland met een vermogen van meer dan 500 kilowatt?
Hoe wordt gehandhaafd dat datacenters gegevens over hun elektriciteit- en waterverbruik rapporteren? Welke maatregelen kan het Rijk of het RVO nemen als datacenters deze gegevens niet of onvolledig aanleveren?
Worden gegevens over de milieubelasting van datacentra, zoals het energie- en watergebruik, aangemerkt als bedrijfsgevoelige informatie?
Bent u het ermee eens dat het publieke belang van transparantie over de milieubelasting van datacenters zwaarder weegt dan het bedrijfsgeheim? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat uit het toenemende lokale verzet tegen de vestiging van datacenters blijkt dat het gaat om een publiek belang?
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde in 2024 dat het elektriciteitsgebruik van datacenters was gegroeid naar 4,6% van het landelijk elektriciteitsverbruik. Wat was het aandeel van datacenters in het Nederlandse elektriciteitsverbruik in 2025?
Is het kabinet bereid zich binnen de Europese Unie in te zetten voor meer transparantie over de milieubelasting van datacenters, bijvoorbeeld door rapportage en openbaarmaking van belangrijke gegevens te verplichten en hierop hand te haven?
Bent u het eens met de Europese Commissie dat de datacentrumcapaciteit in de Europese Unie in de komende vijf tot zeven jaar zou moet verdrievoudigen? Vindt u dat dit ook geldt voor de Nederlandse datacentrumcapaciteit?
De voortgang van Project Beethoven |
|
Claire Martens-America (VVD) |
|
Herbert |
|
|
|
|
Deelt u de mening dat Project Beethoven, dat is opgezet tijdens het kabinet Rutte IV, van groot belang is voor Nederland? Zo nee, waarom niet?
Herinnert u zich de toezegging aan de Kamer dat zij «bij een volgende gelegenheid» zou worden geïnformeerd over de voortgang van Project Beethoven?1 Van wanneer dateert de laatste update aan de Kamer?
Hoe verloopt de voortgang van Project Beethoven volgens u?
Welke signalen krijgt u van ketenpartners over het verloop van Project Beethoven?
Hoe zijn de totale beschikbare financiële middelen van ruim € 2,5 miljard tot nu toe besteed?
Op welke manier heeft u uitvoering gegeven aan de aangenomen motie Martens-America c.s.,2 die kortgezegd neerkomt op het gebruiken van Project Beethoven als blauwdruk voor publiek-private samenwerking op andere belangrijke economische ecosystemen?
Kunt u deze Kamervragen beantwoorden nog voor aanvang van de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat over het jaar 2027?
De toekomst van Nyrstar Budel. |
|
Judith Buhler (CDA), Henk Jumelet (CDA) |
|
Herbert , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht in het Financieele Dagblad over de onzekerheid rond de toekomst van de Nyrstar-fabriek in Budel1?
Deelt u de mening dat de situatie bij Nyrstar andermaal laat zien dat de hoge Nederlandse elektriciteitskosten voor energie-intensieve bedrijven niet alleen een langetermijnvraagstuk zijn, maar dat deze ook op korte termijn gevolgen kunnen hebben voor investeringsbeslissingen en het behoud van industriële productie in Nederland?
Herkent en onderschrijft u dat de urgentie die nu bij Nyrstar zichtbaar wordt? En kunt u aangeven of deze urgentie ook eerder door het kabinet voldoende is onderkend en meegewogen bij de keuzes rond de ondersteuning van energie-intensieve bedrijven en het al dan niet naar voren halen van de in het coalitieakkoord afgesproken envelop elektriciteitsprijs?
Bent u bekend met het feit dat tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) is gevraagd om de enveloppe naar voren te halen en de Minister-President heeft aangegeven dat voor de begrotingsbehandeling van KGG een overzicht van mogelijke oplossingen beschikbaar zou zijn voor bedrijven die door de hoge elektriciteitskosten in de problemen komen? Is Nyrstar bij het identificeren van deze maatregelen al betrokken? Zo nee, waarom niet?
Bent u er ook mee bekend dat de Minister-President tevens tijdens de APB aangaf dat sommige bedrijven niet voldoende geholpen zijn met generieke maatregelen en dat daarom vanuit Economische Zaken (EZ) en Klimaat en Groene Groei (KGG) wordt gekeken naar maatwerkoplossingen voor specifieke bedrijven die aan de bel trekken? Is of wordt voor Nyrstar een dergelijke maatwerkoplossing onderzocht? Zo ja, welke oplossingsrichtingen worden daarbij bekeken?
Heeft Nyrstar zich de afgelopen periode bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat gemeld over de gevolgen van de hoge elektriciteitskosten voor de toekomst van de fabriek in Budel? Zo ja, wanneer is dit gebeurd en wat is er vervolgens met deze signalen gedaan?
Indien Nyrstar zich eerder bij het kabinet heeft gemeld, kunt u dan aangeven waarom de eerdere signalen kennelijk nog niet hebben geleid tot een oplossing die de zorgen over de toekomst van de fabriek wegneemt?
Indien Nyrstar zich niet eerder heeft gemeld, bent u dan bereid hierover de kortst mogelijke termijn met het bedrijf in gesprek te gaan om te bespreken welke concrete (maatwerk)oplossing nodig is om de fabriek in Budel voor Nederland te behouden?
Klopt het dat Nyrstar Budel tot de schoonste en modernste bedrijven in deze sector behoort? Zo ja, deelt u de mening dat het industriebeleid juist bedrijven die aantoonbaar schoon en modern produceren, zou moeten stimuleren om in Nederland te blijven en verder te verduurzamen?
Welke concrete oplossingen ziet u op korte en langere termijn om te voorkomen dat Nyrstar door de hoge elektriciteitskosten de productie in Budel moet afschalen of beëindigen, en binnen welke termijn kunnen deze oplossingen worden gerealiseerd?
Indien Nyrstar onverhoopt zou sluiten, uit welke landen of regio’s zouden de betreffende producten dan naar verwachting moeten worden geïmporteerd? Wat betekent dit voor de leveringszekerheid, strategische autonomie, verduurzaming en weerbaarheid van Nederlandse en Europese waardeketens?
In hoeverre zou een eventuele sluiting van een schone en moderne fabriek als Nyrstar aanleiding geven om het Nederlandse en Europese industriebeleid sneller op te schalen? Welke lessen trekt u hieruit en welke maatregelen overweegt u om vergelijkbare situaties bij andere bedrijven te voorkomen?
Kunt u de Kamer in ieder geval nog vóór de begrotingsbehandeling van KGG over de uitkomst van deze gesprekken informeren?
Bent u bekend met het artikel «Flinke straf bij douane dreigt als je flesje wijn of olijfolie uit verkeerde postcode in Israel meeneemt»?1
Klopt het dat op 23 september 2026 alle passagiers van een El Al-vlucht uit Tel Aviv bij de douane-uitgang «Niets aan te geven» op Schiphol zijn staande gehouden en hun bagage gescreend werd? Zo ja, hoeveel passagiers zijn hierbij gecontroleerd en op welke grondslag is hiertoe besloten? Zo nee, wat is er wel gebeurd en bent u dan bereid hierover zo spoedig mogelijk contact op te nemen met het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken om eventuele diplomatieke ruis hierover weg te nemen en verdere misverstanden te voorkomen, mede gelet op de publieke verontwaardiging hierover in Israël, waaronder vanuit de oppositie?
Hoe verhoudt de in het artikel genoemde inzet zich tot de toezegging in paragraaf 7.3 van de Nota van Toelichting dat het sanctiebesluit geen personele gevolgen heeft voor het Rijk en binnen de bestaande capaciteit wordt opgevangen?
Hoe verhoudt het aanhouden en screenen van alle passagiers zich tot de volgende teksten uit de nota van toelichting: «Ter voldoening aan deze plicht is het in Douaneregelgeving, waaronder in Europese sanctieverordeningen, gebruikelijk om importeurs te verplichten om met een verklaring aan te tonen dat zij voldoen aan die regelgeving. Voor de Douane zijn deze verklaringen een aangrijpingspunt voor de handhaving. Voor dit besluit is dat niet anders.»; «De Douane verricht controles aan de hand van deze verklaringen.» en «Het Openbaar Ministerie hanteert het opportuniteitsbeginsel. Dit betekent dat vervolging alleen plaatsvindt als dat in het algemeen belang is. Naar verwachting zal de focus van de handhaving liggen op structurele en opzettelijke overtredingen.»?
Hoe weegt het kabinet de proportionaliteit en subsidiariteit van deze maatregel, in aanmerking nemend dat het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden zich blijkens Artikel 2 strikt beperkt tot goederen uit nederzettingen op de EU-postcodelijst en uitdrukkelijk niet ziet op goederen van oorsprong uit Israël binnen de internationaal erkende grenzen van 1967?
Hoe rijmt u het fysiek controleren van individuele reizigers met de toelichting op Artikel 3, tweede lid, van het sanctiebesluit, waarin de regering expliciet stelt dat de administratieve verklaringsplicht niet geldt voor goederen in de persoonlijke bagage van reizigers die bestemd zijn voor particulier gebruik?
Hoe verhoudt het screenen van individuele reizigers zich tot het uitgangspunt in paragraaf 4.2 van de toelichting dat de focus van de handhaving en vervolging zal liggen op «structurele en opzettelijke overtredingen» in het economische verkeer?
Acht u het opsporen van particuliere consumentenartikelen zoals flessen wijn of dadels in koffers een verantwoorde prioritering van het strafrechtelijk opsporingsapparaat?
Op welke wijze draagt het controleren van particuliere reizigers en vakantiegangers bij aan het door de regering beoogde doel van het sanctiebesluit, te weten het bevorderen van de internationale rechtsorde en het economisch tegengaan van de instandhouding van onrechtmatige nederzettingen?
Hoe waarborgt het kabinet dat er bij deze verscherpte controles geen sprake is van indirecte etnische of religieuze profilering van Joodse reizigers en Israëliërs en hoe voorkomt het kabinet gevoelens van onveiligheid?
Deelt u de mening dat de AMvB «Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden» nooit tot doel kan hebben gehad dat allemensen die vanuit Israël naar Nederland vliegen gecontroleerd en gescreend worden, al helemaal niet als daar verder helemaal geen aanleiding toe is en dat dit een heel verkeerd beeld oproept? Zo ja, wat gaat de Minister hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om te voorkomen dat er disproportionele controles plaatsvinden op allereizigers afkomstig uit Israël, zonder aanleiding? Zo nee, waarom niet?
Discriminerende vraagsuggesties en antwoorden van Google |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Pieter Heerma (CDA), Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het inmiddels bijna 10 jaar oude artikel «Google moet stoppen met automatisch discrimineren»1, dat aankaart dat de zoekmachine van Google in sommige gevallen discriminerende vraagsuggesties geeft?
Bent u bekend met het feit dat dit nog steeds niet is opgelost, wat blijkt uit dat bij het intypen van «alle Marokkanen z» op google.nl bij gebruik van een incognitovensterop op 11 augustus 2026, Google deze vraagsuggestie aanvulde met discriminerende teksten zoals «alle Marokkanen zijn kanker ratten» of «alle Marokkanen weg»?
Bent u daarnaast bekend met het feit dat na het indienen van de zoekopdracht «overlast» in combinatie met de naam van een gemeente op google.nl bij gebruik van een incognitovenster op 11 augustus, in het geval van onder meer de gemeenten Veenendaal, Tiel, Culemborg, Oosterhout, Hoogezand, Zutphen en Weert, Google de «Meer om te vragen»-suggesties «Hoeveel Marokkanen wonen/zijn er in [gemeente x]?» of «Hoeveel Turken wonen/zijn er in [gemeente x]?» opperde en dat de knop om ongepaste suggesties te melden bij dit type zoekresultaat ontbreekt?
Bent u ook bekend met de berichtgeving van Euronews2 en Le Monde3 dat het AI-gegeneerde antwoord van Google eind augustus 2026 op de zin «ik ben alleen met een Italiaan» gesprekstips betrof, maar bij dezelfde zin met «Algerijn» in plaats van «Italiaan», het model vroeg of je in gevaar was en je het nummer van de politie toonde?
Deelt u de mening dat dergelijke vraagsuggesties en AI-antwoorden, die automatisch gegenereerd en getoond worden, een discriminerend verband leggen door overlast of gevaar te koppelen aan afkomst?
Hoe beoordeelt u de aanpak van Google om, net als bij de vraagsuggesties, dit soort patronen pas na ophef of een melding bij te sturen, en dan vooral voor de vraag die in het nieuws kwam, terwijl hetzelfde patroon in het model kan blijven zitten en bij andere vragen onopgemerkt blijft?
Welke risico's ziet u daarbij nu dezelfde modellen de basis vormen van steeds meer toepassingen, waardoor zulke vooroordelen niet in elk geval zichtbaar worden maar wel ongemerkt kunnen doorwerken?
Hoe kijkt u naar de verantwoordelijkheid van Google en andere leveranciers van grote AI-modellen om vooroordelen uit de trainingsdata vooraf, bij het ontwerp en bij de toetsing van hun modellen, te herkennen en in het model zelf te corrigeren, bijvoorbeeld via red-teaming of bias-audits, in plaats van de uitkomsten per geval bij te sturen nadat gebruikers of media ze toevallig hebben opgemerkt?
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat een groot en invloedrijk platform als Google op deze manier bijdraagt aan het in stand houden en versterken van vooroordelen, en dat de omvang en het bereik van Google diens verantwoordelijkheid alleen maar groter maken?
Bent u hierover in gesprek met Google en andere leveranciers van grote AI-modellen, en is bij u bekend of zij structureel testen op discriminerende associaties in hun zoeksuggesties, aanbevelingsalgoritmes, autocomplete-functies en AI-antwoorden? Zo ja, wat heeft dat gesprek tot nu toe opgeleverd? Zo nee, bent u bereid dit gesprek aan te gaan en dit bij hen na te vragen?
Heeft u inzicht in de wijze waarop dergelijke vraagsuggesties en AI-antwoorden van Google tot stand komen? Zo nee, welke maatregelen treft u om dit inzicht wel te krijgen, en in hoeverre kan de digitaledienstenverordening (DSA) hierbij worden ingezet om transparantie van Google over de werking van deze systemen af te dwingen?
Hoe verklaart u dat deze discriminerende suggesties jarenlang zichtbaar zijn gebleven, terwijl Google onder de DSA al verplicht is de risico's van discriminatie in kaart te brengen en zich daarop jaarlijks onafhankelijk te laten controleren? Gelden deze verplichtingen wat u betreft ook voor de AI-antwoorden in de zoekmachine van Google, en zo ja, hoe wordt daarop toegezien?
Welke verplichtingen hebben aanbieders van grote AI-modellen onder de AI-verordening om vooroordelen in hun modellen te beoordelen en te beperken, en wie ziet daarop toe?
Welke oplossingsrichtingen ziet u om vooroordelen in zoeksuggesties en in grote AI-modellen structureel op te sporen en te beperken, in plaats van per geval na meldingen, bijvoorbeeld via onafhankelijke audits of algoritmetoezicht?
Bent u bereid in Europees verband te bepleiten dat platformen en aanbieders van AI-modellen zoals Google niet alleen moeten rapporteren dát zij hun systemen toetsen op discriminatie, maar ook openbaar moeten maken wat die toetsing oplevert en wat zij met de uitkomsten doen?
Bent u bereid Google op korte termijn aan te spreken op het ontbreken van een meldknop bij de «Meer om te vragen» suggesties en op de voorbeelden uit deze vragen?
Bent u bereid deze situatie ook te melden bij de Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie, en de Kamer te informeren over de reacties?
Bent u bereid de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme te betrekken bij de aanpak van discriminatie door zoekmachines en AI-systemen?
Kunt u de vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Het bericht ‘Italië, Nederland of allebei? Onderzoek naar samenwerking Einstein Telescope’ |
|
Etkin Armut (CDA), Judith Buhler (CDA) |
|
Letschert , Herbert |
|
|
|
|
Welke concrete consequenties verbindt u aan de kwalificatie van het binnenhalen van de Einstein Telescope voor de Euregio Maas-Rijn als prioriteit van het kabinet? Welke concrete acties worden in aanloop naar de Europese locatiekeuze in 2027 ondernomen om de kandidatuur van de Euregio te versterken?1
Welke bewindspersoon draagt de politieke eindverantwoordelijkheid voor de internationale strategie om de Einstein Telescope naar de Euregio Maas-Rijn te halen? Hoe is de inzet tussen de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Buitenlandse Zaken georganiseerd en welke capaciteit en middelen zijn hiervoor beschikbaar?
Welke concrete toezeggingen zijn inmiddels gedaan door België, Vlaanderen, Wallonië en Noordrijn-Westfalen ten aanzien van de financiering, governance, vergunningverlening, infrastructuur en inhoudelijke deelname aan de Einstein Telescope in de Euregio Maas-Rijn? Welke afspraken moeten nog worden gemaakt om eind 2026 tot een volwaardig gezamenlijk bidbook te kunnen komen en wanneer moeten deze uiterlijk zijn afgerond?
Hoe beoordeelt u op dit moment het krachtenveld binnen de Board of Governmental Representatives (BGR) ten aanzien van de kandidaturen van de Euregio Maas-Rijn, Sardinië en Saksen? Welke landen hebben zich reeds publiekelijk of richting het kabinet uitgesproken over een voorkeurslocatie en op welke landen richt Nederland zijn diplomatieke inzet in het bijzonder?
De Duitse federale regering heeft de Einstein Telescope aangemerkt als prioritaire wetenschappelijke infrastructuur, maar nog geen keuze gemaakt tussen de kandidatuur van Saksen en deelname van Noordrijn-Westfalen aan de Euregio Maas-Rijn; wanneer verwacht u dat de Duitse regering hierover een positie inneemt?
Welke concrete diplomatieke inzet pleegt Nederland om de Duitse federale regering te bewegen tot steun voor de Euregio Maas-Rijn? Op welk politiek niveau vinden hierover gesprekken met Duitsland plaats en is de Minister-President hierbij betrokken? Bent u bereid de kandidatuur van de Euregio Maas-Rijn rechtstreeks bij de Duitse bondskanselier te agenderen?
Hoe ziet de besluitvorming op Europees niveau over het ontwerp en de locatie van de Einstein Telescope precies eruit? Wordt eerst een keuze gemaakt tussen een driehoek en een dubbele L-vorm en vervolgens tussen locaties, of worden ontwerp en locatie integraal en gelijktijdig beoordeeld? Wie neemt deze besluiten en volgens welke criteria?
Welke gevolgen heeft een eventuele Europese voorkeur voor een dubbele L-vorm voor de drie huidige kandidaat locaties? Klopt het dat bij een dubbele L-vorm een combinatie van de Euregio Maas-Rijn en Sardinië vanwege de benodigde geografische afstand voor de hand ligt? Welke rol resteert in dat scenario voor de kandidatuur van Saksen?
Wie besluit uiteindelijk met welke configuratie de Euregio Maas-Rijn haar kandidatuur indient en op welk moment moet deze keuze zijn gemaakt om het bidbook eind 2026 gereed te hebben?
Welke mogelijkheden ziet u indien uit de nieuwe kostenramingen blijkt dat de kosten van de driehoek of de dubbele L-vorm hoger uitvallen dan het beschikbare Nederlandse budget? Is aanvullende financiering dan denkbaar en op welk moment zou daarover moeten worden besloten?
In hoeverre verschilt de verwachte economische en maatschappelijke impact voor de Euregio Maas-Rijn tussen de realisatie van een volledige driehoek in de Euregio en één L-vorm als onderdeel van een dubbele L-configuratie met Sardinië? Is onderzocht wat beide configuraties betekenen voor onder meer investeringen, werkgelegenheid en het regionale kennis- en innovatie-ecosysteem? Zo ja, wat zijn hiervan de uitkomsten? Zo nee, bent u bereid dit inzichtelijk te maken voordat een keuze voor een configuratie wordt gemaakt?
Regels |
|
Arend Kisteman (VVD), Ruben Brekelmans (VVD) |
|
Herbert |
|
|
|
|
Bent u bereid de verplichte externe toetsing van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) voor kantooromgevingen te schrappen of meer risicogestuurd vorm te geven?
Bent u bereid de preventieve ontslagtoets te hervormen, zodat ontslag in beginsel achteraf door de rechter wordt getoetst?
Bent u bereid de regels in de Nederlandse Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zo aan te passen dat de meldplicht meer aansluit bij de Europese norm van verdachte in plaats van de norm voor ongebruikelijke transacties?
Bent u bereid de verplichting voor horecaondernemers om wijzigingen van leidinggevenden telkens op de vergunning bij te schrijven te schrappen? Wanneer voert u de aangenomen motie Kisteman uit die hierover gaat?1
Bent u bereid de jaarlijkse keuringsplicht voor veilige arbeidsmiddelen te vereenvoudigen en sterker risicogestuurd te maken?
Bent u bereid het uitzenden van EK- en WK-voetbalwedstrijden op dorps- en stadspleinen voor horecagelegenheden tot 5.000 bezoekers kosteloos mogelijk te maken?
Bent u bereid Engels, Frans en Duits op productetiketten toe te staan, zodat ondernemers eenvoudiger producten in andere Europese landen kunnen inkopen?
Bent u bereid de vergunningsplicht voor festivalpodia die door een langere opbouwperiode meer dan 31 dagen aanwezig zijn, te schrappen of te vereenvoudigen?
Bent u bereid de minimumoppervlakte van 35 m2 voor horecagelegenheden die alcohol willen schenken te schrappen, zodat meer pittoreske horecazaken van de grond kunnen komen en geen van deze zaken in de knel zitten?
Bent u bereid de rapportageverplichting over zeer zorgwekkende stoffen op componentenniveau te vereenvoudigen en te vervangen door een beter uitvoerbare, risicogerichte aanpak?
Bent u bereid voor aantoonbaar veilige, terugkerende lokale evenementen een meerjarige vertrouwensvergunning mogelijk te maken?
Bent u bereid af te zien van de huidige wettelijke termijn van maximaal twaalf dagen voor een tijdelijke alcoholvergunning en dit bijvoorbeeld te koppelen aan de duur van het evenement?
Bent u bereid de Nederlandse meldingsdrempel voor substantiële aandeelhoudersbelangen te verhogen van 3% naar de Europese norm van 5%?
Bent u bereid de nationale meldplicht voor bruto shortposities bij 3% te schrappen, zodat Nederland aansluit bij de Europese norm?
Bent u bereid de bijkantoorverplichting voor beleggingsondernemingen uit derde landen die diensten verlenen aan Nederlandse niet-professionele beleggers te schrappen?
Bent u bereid het dispensatieproces bij algemeen verbindend verklaarde cao’s te hervormen, zodat ondernemingen met een eigen cao en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden in beginsel dispensatie krijgen?
Bent u bereid de wettelijke werkingssfeerbepalingen van cao’s te verduidelijken, zodat innovatieve en gemengde bedrijven niet onder een cao vallen die niet aansluit bij hun feitelijke activiteiten?
Bent u bereid de bewaartermijn voor blootstellingsregistraties van CMR- en reprotoxische stoffen te verkorten en meer in lijn te brengen met de Europese richtlijn?
Bent u bereid de verplichting om psychosociale arbeidsbelasting in de RI&E op te nemen te vereenvoudigen, zodat deze minder een papieren tijger en meer risicogestuurd wordt?
Bent u bereid de nationale CO2-ketensturing bij de implementatie van de Europese richtlijn Renewable Energy Directive (RED) III te schrappen?
Bent u bereid de nationale sectorsturing bij de implementatie van RED III te schrappen?
Bent u bereid de grenswaarde voor de rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit te verhogen, zodat minder bedrijven en toeleveranciers hierover hoeven te rapporteren?
Bent u bereid de regels rond vergunningen voor mengformules te hervormen, zodat horecaondernemers bijvoorbeeld olijfolie of servies kunnen verkopen zonder onnodige vergunningsproblemen?
Bent u bereid meerdere regulatory sandboxes voor AI mogelijk te maken, naast de reeds bestaande verplichte sandbox die volgt uit de AI-verordening?
Bent u bereid de regulatory sandbox onder de Verordening Cyberweerbaarheid snel, breed toegankelijk en bruikbaar in te richten voor midden- en kleinbedrijven (mkb) en start-ups?
Bent u bereid belemmerende regelgeving voor de uitbreiding van Nederlandse cloud- en datacentercapaciteit weg te nemen, onder meer door minder terughoudend te zijn over datacenter versnellingszones uit de Cloud and AI Development Act (CADA)(Verordening cloud- en AI-ontwikkeling)?
Bent u bereid de werkkostenregeling ingrijpend te vereenvoudigen, bijvoorbeeld door gerichte vrijstellingen samen te voegen met de vrije ruimte?
Bent u bereid de dubbele conformiteitsverklaring voor installateurs van reeds CE-goedgekeurde kleine airco’s en warmtepompen te schrappen?
Bent u bereid de actieve provisietransparantieverplichting voor schadeverzekeringstussenpersonen te versoepelen en meer in lijn te brengen met de Europese norm?
Bent u bereid de aparte vergunningsplicht voor interne bedrijfsborrels en bedrijfsfeesten te schrappen wanneer voor het pand al een gebruiksvergunning geldt?
Bent u bereid de omgevingsvergunning voor buitenreclame aan een eigen bedrijfspand af te schaffen, behoudens situaties waarin aantoonbaar sprake is van excessen?
Bent u bereid de uitwegvergunning voor het aanleggen van een oprit of inrit naar de openbare weg af te schaffen of sterk te vereenvoudigen?
Bent u bereid gemeenten niet langer de mogelijkheid te bieden om voor kleine percelen en gemiddelde particuliere tuinen een kapvergunning te eisen?
Bent u bereid de verplichting voor kleine werkgevers om formeel verzuimbeleid op te stellen te schrappen of te vereenvoudigen?
Bent u bereid vaker algemene einde-afvalcriteria vast te stellen, zodat circulaire ondernemers niet per afzonderlijk geval hoeven te bewijzen dat gerecyclede materialen geen afval meer zijn?
Bent u bereid de massabalanssystematiek ook voor bioLNG toe te staan, zodat de Nederlandse industrie niet achterloopt op landen als Duitsland, Spanje, Frankrijk en Italië?
Bent u bereid de Aanvullende Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (ARIE)-systematiek te hervormen, door overlap met andere verplichtingen weg te nemen en de plicht beter te richten op ondernemingen met daadwerkelijk relevante risico’s?
Bent u bereid bij de verplichting om dieselmotoren te vervangen door elektrische of andere aandrijving niet alleen technische haalbaarheid, maar ook de financiële proportionaliteit te laten meewegen?
Bent u bereid de verplichting tot periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek beter te koppelen aan de concrete risico’s uit de RI&E, om zo dubbel werk te voorkomen?
Bent u bereid horecaondernemers de mogelijkheid te geven af te zien van de verplichte bijdrage aan het Horeca Ontwikkel Platform (HOP)?
Bent u bereid een landelijke, uniforme procedure of digitaal loket in te voeren voor werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking in dienst willen nemen?
Bent u bereid de aanvraag en administratie rond betaald ouderschapsverlof voor werkgevers te vereenvoudigen, in het bijzonder bij gespreid of gewijzigd opgenomen verlof?
Bent u bereid wettelijk te verduidelijken wanneer een werkgever voldoende gelegenheid tot verbetering heeft geboden aan een disfunctionerende werknemer, door dit in tijd te maximeren?
Bent u bereid de begeleidingsplicht van werkgevers bij een disfunctionerende werknemer te verduidelijken, bijvoorbeeld door middel van voldoende duidelijke criteria waaronder werkgevers aan deze verplichting hebben voldaan?
Bent u bereid het aanvraagproces voor de expatregeling te vereenvoudigen door gegevens die al bij de Belastingdienst bekend zijn automatisch te benutten?
Bent u bereid het aanvraagformulier voor de expatregeling volledig digitaal beschikbaar te maken en verzending per post af te schaffen?
Bent u bereid de gemeentelijke exploitatievergunning voor de horeca af te schaffen wanneer een Alcoholwetvergunning voldoende waarborgen biedt?
Bent u bereid de terrasvergunning af te schaffen wanneer de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voldoende mogelijkheden biedt om overlast te voorkomen en aan te pakken?
Bent u bereid de wettelijke taak van de Kamer van Koophandel om de regionale economie te stimuleren te schrappen, conform de aangenomen motie Kisteman?2
Bent u bereid de wettelijke taak van de Kamer van Koophandel om innovatie te stimuleren te schrappen, conform de aangenomen motie Kisteman?3
Bent u bereid samen met gemeenten, provincies en waterschappen landelijke standaarden voor lagere regelgeving te ontwikkelen en uit te breiden?
Bent u bereid de meldingsplicht voor zorgfusies bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) samen te voegen tot één melding en één procedure?
Bent u bereid de Nederlandse meldplicht voor mogelijk schadelijke levensmiddelen risicogerichter in te richten en meer in lijn te brengen met de praktijk in vergelijkbare landen, zoals België?
Bent u bereid ervoor te zorgen dat niet iedere werkgever een afzonderlijke pas voor een beveiliger hoeft aan te vragen, hetgeen zeker voor veel rompslomp zorgt als wordt gewerkt met oproepkrachten, bijvoorbeeld door een persoonsgebonden beveiligingspas (in de evenementenbranche) mogelijk te maken?
Bent u bereid een geruisloze omzetting van pensioenvermogen in een pensioen-bv naar een verzekeraar mogelijk te maken, zodat administratieve lasten het pensioenvermogen niet uithollen?
Bent u bereid de ACM de bevoegdheid te geven om onder een fictieve identiteit mystery shopping toe te passen bij de controle op onveilige of niet-conforme producten?
Bent u bereid de nationale koppen bij exportkredietverzekeringen systematisch te schrappen, zodat Nederlandse bedrijven niet strenger worden behandeld dan hun buitenlandse concurrenten, bijvoorbeeld ten aanzien van de Common Approaches?
Bent u bereid het bonusplafond verder te versoepelen en meer in lijn te brengen met de Europese norm, bijvoorbeeld door fintechbedrijven uit te zonderen?
Bent u bereid de verplichte ziekmelding na 42 weken samen te voegen met de eerstejaarsevaluatie?
Bent u bereid de informatieverplichtingen voor financieel adviseurs over de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van klanten proportioneel en meer op maat vorm te geven?
Bent u bereid voor tijdelijke verkeersmaatregelen bij één project één aanvraag en één besluit mogelijk te maken?
Bent u bereid een landelijk erkende verkeersontheffing in te voeren voor aannemers die met identieke voertuigen en werkzaamheden in meerdere gemeenten actief zijn?
Bent u bereid de vooraanmelding en startmelding voor mesttransport samen te voegen tot een startmelding?
Bent u bereid de digitale afgiftebevestiging van een erkende inzamelaar te laten gelden als de afvalstoffenadministratie van autobedrijven voor banden, accu’s en vergelijkbare afvalstoffen?
Bent u bereid een lichter opslagregime of duidelijke uitzondering in te voeren voor beperkte dagelijkse werkvoorraden van onder meer olie, verf, spuitbussen, reinigingsmiddelen en accu’s?
Bent u bereid bij een ongewijzigd productieproces geen volledig nieuw onderzoek naar zeer zorgwekkende stoffen te eisen en een actualiteitsverklaring te laten volstaan?
Bent u bereid de voorwaarden voor autonoom of op afstand bestuurd varen risicogestuurd te maken, zodat een volgboot alleen verplicht is wanneer de concrete omstandigheden dat noodzakelijk maken?
Bent u bereid een landelijke experimenteerontheffing mogelijk te maken voor een reeks vergelijkbare proeven met autonoom varende schepen?
Bent u bereid de wettelijke, gedetailleerde definitie van roomijs te schrappen?
Bent u bereid de toegankelijkheidseis voor een verplichte privébuitenruimte bij reguliere woningen te versoepelen, zodat een hoogteverschil van meer dan 2 cm niet altijd met een hellingbaan hoeft te worden overbrugd?
Bent u bereid voor alle woonfuncties een collectieve, afsluitbare buitenberging als alternatief voor een individuele buitenberging mogelijk te maken?
Bent u bereid de eisen aan de rechtstreekse bereikbaarheid en toegankelijkheid van buitenbergingen te schrappen of te vereenvoudigen?
Bent u bereid bij reguliere woningen een gemeenschappelijke buitenruimte als alternatief voor een verplichte privébuitenruimte toe te staan?
Bent u bereid de eis te versoepelen dat een niet-gemeenschappelijke buitenruimte rechtstreeks bereikbaar moet zijn vanuit een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied?
Bent u bereid tijdelijke huurcontracten voor meer groepen toe te staan, bijvoorbeeld voor drie of vijf jaar?
Bent u bereid klein en slechts tijdelijk ingezet bouwmaterieel vrij te stellen van de generieke emissiereductieplicht?
Bent u bereid de informatie- en administratieplicht voor bouwmaterieel bij kleine en kortdurende bouwprojecten te beperken?
Bent u bereid de technische geluidseisen voor tijdelijke woningen zoveel mogelijk te harmoniseren, zonder afbreuk te doen aan de noodzakelijke bescherming van bewoners?
Bent u bereid de verplichte minimale afmetingen voor toiletruimten in nieuwbouwwoningen te schrappen?
Bent u bereid de verplichting dat 55% van de gebruiksoppervlakte als verblijfsgebied moet gelden te herzien?
Bent u bereid de verplichting tot een tweede trappenhuis in woongebouwen risicogestuurd te hervormen, zodat alternatieve brandveiligheidsmaatregelen mogelijk zijn?
Bent u bereid de verplichte minimale afmetingen voor badruimten in nieuwbouwwoningen te flexibiliseren?
Bent u bereid de brede reikwijdte van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) boven de Europese richtlijn te schrappen en de regeling te beperken tot consumentenzaken?
Bent u bereid de verplichte notariële akte voor de uitgifte of overdracht van kleine aandelenbelangen aan werknemers in een bv te schrappen en een onderhandse akte mogelijk te maken?
Bent u bereid de digitale loonstrook als standaard in te voeren, met een papieren loonstrook uitsluitend op verzoek van de werknemer?
Bent u bereid een dakkapel aan de voorzijde van een woning landelijk vergunningsvrij te maken, met eenduidige maatvoeringseisen?
Bent u bereid de grens van € 125.000 voor een verplicht accountantsproduct bij subsidievaststelling te indexeren naar het prijsniveau van 2026?
Bent u bereid een materialiteitsdrempel en de mogelijkheid van verzamelmeldingen in te voeren voor terugmeldingen over verschillen tussen het UBO-register en cliëntenonderzoek?
Bent u bereid de afzonderlijke opgave van bestuurders als pseudo-UBO te schrappen en deze gegevens automatisch te laten volgen uit de inschrijving in het Handelsregister?
Bent u bereid de verplichting voor gemeenten om bij nieuwbouw hoge minimumeisen aan fietsparkeerplaatsen te stellen te versoepelen, waaronder de verplichting om rekening te houden met grotere fietsen?
Bent u bereid de verplichte kennisgeving te schrappen wanneer na een aanvraag blijkt dat geen omgevingsvergunning nodig is?
Bent u bereid de mogelijkheid voor gemeenten om opkoopbescherming toe te passen te beperken tot goedkope koopwoningen en dus middeldure koopwoningen daarvan uit te zonderen?
Bent u bereid de mogelijkheid van de digitale notariële akte te verbreden tot alle akten waarbij fysieke waarneming door de notaris niet noodzakelijk is?
Bent u bereid voor eenvoudige ziektegevallen, zoals licht en voorzienbaar letsel, een vereenvoudigde re-integratieprocedure mogelijk te maken wanneer werkgever en werknemer daarmee instemmen?
Bent u bereid de eis te schrappen dat postvervoerders met een omzet van € 2 miljoen of meer minimaal 80% van hun postbezorgers een arbeidsovereenkomst moeten aanbieden?
Bent u bereid de reikwijdte van het Digitaal Opkopers Register (DOR) te beperken voor voertuigcategorieën, bijvoorbeeld door aanhangers uit te zonderen, temeer omdat er vaak al een RDW-registratieplicht geldt?
Bent u bereid de verkoop van geneesmiddelen op afstand niet alleen via een website, maar ook via een app mogelijk te maken?
Het bericht dat veel logistieke bedrijven omvallen als gevolg van de hoge dieselprijs en de vrachtwagenheffing |
|
Hidde Heutink (PVV) |
|
Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel uit De Gelderlander en wat is uw reactie daarop?1
Kunt u aangeven hoeveel transportbedrijven er in 2026 tot dusver failliet zijn gegaan en hoe dit aantal zich verhoudt tot de afgelopen vijf jaar?
Erkent u dat u met de invoering van de vrachtwagenheffing, de daarmee oplopende transportkosten voor bedrijven en de daarmee duurder wordende goederen zelf, rechtstreeks bijdraagt aan het onbetaalbaar worden van het leven voor heel veel Nederlanders? Zo nee, waarom niet?
Bent u het eens met de stelling dat faillissementen een pijnlijk maar logisch gevolg zijn wanneer de overheid de kosten voor logistieke ondernemers verder verhoogt, onvoldoende doet om bestaande kostenstijgingen te dempen en logistieke bedrijven tegelijkertijd nauwelijks ruimte hebben de hogere lasten terug te verdienen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat de hogere transportkosten evident zullen leiden tot hogere kostprijs van bijvoorbeeld boodschappen? Zo ja, wat bent u van plan te doen om ervoor te zorgen dat Nederlanders nog boodschappen kunnen doen straks? Zo nee, waarom niet?
Maakt u zich zorgen over de schaalvergroting van de transportsector die volgt indien kleine bedrijven failliet gaan, waardoor er minder concurrentie op de markt zal zijn en als gevolg daarvan het transport van goederen nóg duurder kan worden? Zo ja, wat bent u voornemens te doen om dit tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?
Bent u van plan de accijns op brandstof en/of de btw op brandstof af te schaffen of extra te verlagen nu blijkt dat transportbedrijven omvallen nu blijkt dat transportbedrijven naar verwachting 14% meer kosten zullen maken? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven hoeveel extra kosten een klein of middelgroot bedrijf heeft vanwege de implementatie van de vrachtwagenheffing?
Bent u van mening dat het nog rechtvaardig is om de vrachtwagenheffing in stand te houden nu blijkt dat de Nederlandse infrastructuur in een zodanig slechte staat is dat vrachtwagens op bepaalde routes moeten omrijden en dus meer kilometers moeten maken? Zo ja, bent u van plan de vrachtwagenheffing buiten werking te stellen, allicht tijdelijk? Zo nee, waarom niet?
Maakt u zich zorgen dat Nederlandse transporteurs hun marktaandeel zullen verliezen, dan wel zien verkleinen, nu blijkt dat zij onevenredig hard worden aangepakt ten aanzien van andere Europese transporteurs? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Kunt u in beide gevallen toelichten wat de prognose rondom het marktaandeel de komende jaren is?
Vindt u dat nieuwsberichten waaruit blijkt dat de Nederlandse infrastructuur uit elkaar valt, dat logistieke bedrijven failliet gaan en dat onze brandstofprijzen recordhoogten behalen nog in lijn met de wens om verduurzamen? Zo ja, waarom? Zo nee, bent u van plan de touwtjes in handen te nemen en maatregelen te nemen ten aanzien van Nederland en de infrastructuur?
Het bericht dat 600 woningen op Bonaire verdwijnen aan toeristen |
|
Habtamu de Hoop (GroenLinks-PvdA), Mikal Tseggai (GroenLinks-PvdA) |
|
Boekholt-O’Sullivan , Eric van der Burg (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat 600 woningen op Bonaire verdwijnen aan toeristen?1
Deelt u de grote zorgen over het tekort aan betaalbare woningen voor inwoners van Bonaire? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u het feit dat door het tekort aan betaalbare woningen de woningprijzen op Bonaire fors zijn gestegen en de komende tijd vermoedelijk nog verder zullen stijgen?
Kunt u de precieze ontwikkeling van het aantal woningen – per categorie – tussen 1991 en nu in een tabel weergeven?
Kunt u de precieze ontwikkeling van het aantal vakantiewoningen op Bonaire tussen 1991 en nu in een tabel weergeven?
Deelt u de zorgen over het feit dat 600 woningen via platforms worden aangeboden voor de toeristische verhuur en dat deze woningen daardoor niet beschikbaar zijn voor de inwoners van Bonaire? Zo nee, waarom niet?
Kunt u het precieze juridisch kader schetsen voor de verhuur van woningen voor de toeristische verhuur? Kunt u hierbij ook de verhouding tussen de landelijke en lokale regelgeving schetsen?
Is er binnen het huidige juridisch stelsel een mogelijkheid om de zelfbewoningsplicht op Bonaire in te voeren? Zo nee, acht u het huidige regelgeving voldoende om zorg te dragen dat woningen die bedoeld zouden moeten zijn voor inwoners niet via de toeristische verhuur verdwijnen uit de woningvoorraad? Zo nee, op welke wijze zouden de regels volgens het kabinet moeten worden aangepast?
Welke concrete plannen zijn er voor de komende tijd om het aantal betaalbare woningen op Bonaire uit te breiden, zodat de woningnood wordt aangepakt? Hoe wordt voorkomen dat deze woningen verdwijnen naar de toeristische verhuur?
Hoeveel budget is er beschikbaar om voldoende betaalbare woningen op Bonaire te realiseren? Is dit voldoende om aan de woningbouwopgave te kunnen voldoen? Zo nee, wat zijn hiervan de consequenties?
Welke infrastructurele ontwikkelingen zijn er nodig om aan de woningbouwopgave te kunnen voldoen? Is het benodigde budget hiervoor beschikbaar? Zo nee, wat betekent dit voor de bouw van voldoende betaalbare woningen?
Kunt u bovenstaande vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden voorafgaand aan de begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties op 7 en 8 oktober aanstaande?
Het bericht 'Zo word je verleid om snel en meer te kopen (en zo weersta je ze)' |
|
Judith Buhler (CDA) |
|
Herbert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Zo word je verleid om snel en meer te kopen (en zo weersta je ze)»?1
Herkent u het beeld dat consumenten steeds vaker worden beïnvloed door webshops die ingericht zijn met misleidende ontwerptechnieken, zoals dark patterns?
Bent u het ermee eens dat de verkoop door websites met trucs zoals niet-authentieke aftelklokken, kunstmatige schaarste, sturende omgeving, nepbeoordelingen en vooraf aangevinkte extra’s een onwenselijke ontwikkeling is?
Hoeveel meldingen heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in de afgelopen drie jaar ontvangen over deze praktijken, hoeveel onderzoeken zijn gestart naar deze webshops en in hoeveel gevallen is handhavend opgetreden?
Acht u het huidige toezicht en handhavingsinstrumentarium voldoende om deze praktijken tijdig en effectief aan te pakken? Zo ja, waaruit blijkt dat? Zo nee, welke aanvullende maatregelen of bevoegdheden zijn nodig?
Is de consumentenbescherming voldoende ingericht om consumenten die ontdekken dat ze misleid zijn als gevolg van deze verkoopmethoden te compenseren en kunnen consumenten voldoende laagdrempelig hun aankoop terugdraaien of retourneren?
Welke concrete stappen zet u om consumenten beter te informeren over hun rechten en over het herkennen van dark patterns?
Bent u bereid om samen met de ACM, consumentenorganisaties en brancheorganisaties afspraken te maken over een eerlijk ontwerp van webwinkels?
Bent u bekend met de artikelen «Corendon en TUI bieden aan met huidige regeringstoestel te blijven vliegen: «Scheelt belastingbetaler zeker 100 miljoen»» en «Tóch peperduur nieuw regeringstoestel na afwijzen aanbod Corendon en TUI: «Voldoen niet aan specifieke eisen»»?1 2
Klopt het dat het huidige regeringsvliegtuig slechts zeven jaar oud is en nog ongeveer twintig jaar in gebruik zou blijven, als KLM geen overstap op Airbus zou maken?
Klopt het dat de aanschaf van een nieuw regeringstoestel van Airbus minimaal 100 miljoen gaat kosten? Wat zijn de totale te verwachten kosten van de overstap inclusief uitfasering en verkoop van het huidige regeringstoestel?
Klopt het dat luchtvaartmaatschappijen als TUI en Corendon, die wel met de Boeing 737 blijven vliegen, aan alle eisen en regelgeving van de ILT en EASA voldoen? Zo ja, klopt het dat de keuze om ondanks de kosten met KLM te blijven vliegen is gemaakt vanwege vertrouwelijke «aangescherpte eisen aan de operatie van het regeringsvliegtuig zelf, waaronder specifieke security- en operationele eisen»?
Bent u bereid om alsnog met Corendon en TUI in gesprek te gaan, al dan niet in vertrouwelijke setting, om te onderzoeken wat er mogelijk is om aan deze aangescherpte eisen te voldoen in het geval dat een van deze luchtvaartmaatschappijen het vliegen met het huidige regeringstoestel zou overnemen van KLM? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om de Kamer, al dan niet in vertrouwelijke setting, te informeren over de «aangescherpte eisen aan de operatie van het regeringsvliegtuig zelf, waaronder specifieke security- en operationele eisen» en wat dit betekent voor luchtvaartmaatschappijen die het uitvoeren van de vluchten van het regeringstoestel zouden willen aanbieden?
Herinnert u zich uw antwoord tijdens het vragenuur op 1 september 2026 aan het lid Van den Berg over een strenge winter in combinatie met langdurige verstoring van LNG-aanvoer of pijpleidinggas, waarin u verwees naar het Nationaal Crisisplan Gas en voldoende gas voor huishoudens, ziekenhuizen en bejaardentehuizen? Kent u tevens de Gasunie-verklaring van 26 augustus en de beoordeling van de Europese Commissie van 3 september 2026?
Op welke actuele berekeningen berust uw verzekering dat deze afnemers komende winter gas blijven ontvangen? Kunt u deze berekening met de Kamer delen?
Kunt u per gasopslag de actuele voorraad weergeven? Kunt u hierbij aangeven welk deel van is bestemd voor achtereenvolgens reguliere seizoensvraag, contractuele uitvoor en noodinzet? Hoe verwacht u dat dit er op 1 november, aan het einde van het vulseizoen uit zal zien?
Zijn in de berekeningen grootschalige en/of langdurige aanvoeronderbrekingen buiten het systeem gelaten? Heeft u een berekening of analyse die laat zien dat ook in een dergelijke scenario het Nederlandse gassysteem voldoende robuust is? Zo ja, kunt u die met de Kamer delen? Zo nee, hoe kunt u garanderen dat huishoudens niet zonder gas komen te zitten?
Bent u bereid verschillende scenario’s door te laten rekenen van onderbreking van de gasaanvoer waarbij op zijn minst scenario’s als sabotage van een LNG-terminal of internationale pijpleiding gecombineerd met uitzonderlijke koude wordt meegenomen?
Hoe verhoudt de beoogde 5 terawattuur (TWh) tot het nationale vuldoel? Gaat een verlaging van het nationale vuldoel ook (gedeeltelijk) ten koste van deze noodvoorraad?
Kunt u duiden welke opvolging er is gegeven aan het advies van Gasunie Transport Services B.V. (GTS) in maart 2026 over het aanleggen van een strategische voorraad?
Kunt u duiden welke opvolging er is gekomen na de aangenomen motie over Kussengas van Van den Berg (Kamerstuk 29 023, nr. 634)? In hoeverre is deze motie überhaupt uitgevoerd? In het geval dat onvolledig is, waarom voert u moties van de Kamer niet uit?
Welke concrete Europese voorstellen zijn gedaan ter uitvoering van motie (Kamerstuk 29 023, nr. 633) over kostendeling naar gasconsumptie of -import? Hoe worden kosten en aanspraken verdeeld tussen Nederlandse afnemers en andere lidstaten, welke invloed heeft dit op de energierekening en hoe verhouden inzetafspraken zich tot solidariteitsverplichtingen?
Welke actuele afschakelvolgorde, bevoegdheden en voorbereide uitvoeringsmaatregelen gelden bij een tekort, en welke categorieën zijn juridisch beschermd en respectievelijk door solidariteit beschermd? Hoe verhoudt uw verzekering van 1 september zich tot de uiterste maatregelen C.8 en C.9 in het gepubliceerde Bescherm- en Herstelplan Gas? Welke informatie krijgen bedrijven vooraf over veilige stillegging en herstart?
Wilt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk vóór 1 oktober 2026 beantwoorden en de onderliggende scenario’s, berekeningen en analyses meesturen? Mocht een volledige doorrekening bij een vraag niet haalbaar zijn, kunt u dan een schatting meesturen en een volledige doorrekening nasturen?
Het artikel dat stelt dat de benzineprijs naar een recordhoogte is gestegen en richting de € 3,00 per liter gaat |
|
Hidde Heutink (PVV), Gidi Markuszower (PVV) |
|
Eerenberg , Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte dat de benzineprijs met € 2,721 per liter naar een recordhoogte is gestegen en wat is uw reactie hierop?1
Bent u van plan de accijnzen per direct te verlagen om automobilisten te ontlasten? Zo nee, waarom kiest u ervoor de automobilisten de exorbitante prijsstijging van brandstof zelf te laten ophoesten?
Bij welke benzineprijs moet volgens u worden ingegrepen als de stijging van de adviesprijs voor benzine zich doorzet? Indien u daar geen specifiek antwoord op kan of wil geven, wilt u dan toelichten waarom?
Deelt u de opvatting dat brandstof voor miljoenen Nederlanders geen luxeproduct is, maar een noodzakelijke uitgave om bijvoorbeeld naar het werk, bij familie of bij (sociale) voorzieningen te komen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u uiteenzetten hoe de adviesprijs van een liter benzine is opgebouwd en per uitsplitsing aangeven wat de regering kan doen om de kosten te drukken?
Hoe legt u aan automobilisten uit dat zij inmiddels recordbedragen aan de pomp moeten betalen, terwijl de regering, dat via de btw en accijns op brandstof, miljarden binnenhaalt maar dat geld liever aan zaken zoals ontwikkelingshulp uitgeeft?
Hoeveel euro ontvangt de Nederlandse overheid aan accijns en btw bij een liter benzine met een verkoopprijs van € 2,721 in totaal?
Bent u het eens met de stelling dat de huidige accijnsverlaging niet langer genoeg is en dat automobilisten meer compensatie verdienen dan ze nu krijgen? Zo ja, waarom blijven extra maatregelen dan uit? Zo nee, waarom niet?
Kunt u garanderen dat de accijns per 1 januari 2027 in elk geval niet zullen worden verhoogd? Zo nee, waarom niet?