Ontvangen 10 november 2022
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel QQQ, wordt aan het voorgestelde artikel 150g, eerste lid, een zin toegevoegd, luidende: Indien een oordeel gegeven wordt, geeft de werkgever aan wat met het oordeel gedaan is.
II
In artikel VII, onderdeel MMM, wordt aan het voorgestelde artikel 145f, eerste lid, een zin toegevoegd, luidende: Indien een oordeel gegeven wordt, geeft de beroepspensioenvereniging aan wat met het oordeel gedaan is.
In de Wet toekomst pensioenen staat dat alleen pensioenfondsen bij de bestuursrechter bezwaar kunnen « maken tegen een invaarbesluit van DNB. In plaats daarvan worden de collectieve bevoegdheden versterkt, zoals het wettelijk «hoorrecht» voor organisaties van gepensioneerden en slapers, een versterkte positie van medezeggenschapsorganen (intern), maar ook aanvullende waarborgen voor de rechtspositie van de individuele deelnemer. Wettelijke verplichting voor pensioenuitvoerders voor een interne geschillenprocedure en een verplichting voor een externe (buitengerechtelijke) geschillenprocedure.
Sociale partners en werkgevers lijken redelijk vrij in het vormgeven van het hoorrecht voor gepensioneerden. Met dit amendement beogen de indieners dat er een terugkoppeling plaatsvindt van het meewegen van hetgeen uit het hoorrecht is ingebracht door de gepensioneerden groep.
Palland Van Beukering-Huijbregts