Het bericht ‘Odido-datalek erger dan gemeld, ook burgerservicenummers gelekt’. |
|
Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van RTL waarin wordt gemeld dat bij telecomprovider Odido een grootschalig datalek heeft plaatsgevonden en dat hierbij, anders dan eerder door het bedrijf gecommuniceerd, ook burgerservicenummers (BSN) zijn gelekt?1
Ja
Hoe beoordeelt u de ernst van het incident, in het bijzonder het lekken van BSN, vanuit het perspectief van de bescherming van fundamentele rechten van burgers en hoe ingrijpend beoordeelt u de impact op burgers?
De schaal van dit datalek, de hoeveelheid getroffen burgers en de soms gevoelige aard van de gelekte gegevens maken dit tot een bijzondere situatie. Het maakt duidelijk dat datalekken grote gevolgen kunnen hebben. Zonder iets te willen of kunnen zeggen over de oorzaken van het onderhavige datalek, maakt dit in meer algemene zin duidelijk dat een goede beveiliging van persoonsgegevens zoals vereist in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) pure noodzaak is en een cruciaal onderdeel van de bedrijfsprocessen moet zijn. De gevraagde beoordeling van dit datalek is uiteindelijk aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) als onafhankelijke toezichthouders. Daarnaast doet de politie onder leiding van het Landelijk Parket een strafrechtelijk onderzoek naar de aanval en de daders.
De gelekte gegevens waaronder ook het BSN zijn niet direct bruikbaar voor fraudeurs om zelfstandig fraude op naam van gedupeerden te plegen. Criminelen gebruiken de gegevens vooral om phishingaanvallen uit te voeren en gedupeerden te verleiden om op een link te klikken of nog meer gegevens prijs te geven.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties adviseert niet om paspoorten of identiteitskaarten te vernieuwen. Er zijn alleen paspoortnummers gelekt. Alleen met die informatie kunnen criminelen niet zelfstandig fraude plegen. Zij kunnen die informatie echter wel gebruiken voor bijvoorbeeld gerichte phishingaanvallen. Met behulp van de gestolen informatie proberen ze dan om zo betrouwbaar mogelijk te lijken en in te spelen op het gevoel van burgers met als doel om meer informatie te ontfutselen of burgers te verleiden op een link, button of QR-code te klikken.
In hoeverre acht u daarbij het recht op privacy en gegevensbescherming geschonden, nu (oud-)klanten van Odido buiten hun eigen schuld risico lopen op misbruik van hun persoonsgegevens?
In algemene zin is een datalek een inbreuk in verband met het recht op persoonsgegevens. Of, en zo ja in hoeverre, de privacy en het recht op gegevensbescherming van betrokken in deze concrete zaak zijn geschonden, is niet aan het kabinet om te beoordelen. Dit is aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) als toezichthouders of in voorkomende gevallen aan de rechter om te beoordelen.
Hoe beoordeelt u het advies aan Odido om geen losgeld te betalen, gelet op de huidige situatie waarin de hackersgroep Shinyhunters is overgegaan tot publicatie van gestolen persoonsgegevens, met mogelijke ernstige gevolgen voor de (oud-)klanten van Odido?2
Het besluit van Odido om geen losgeld te betalen sluit aan bij de visie van het kabinet. Slachtoffer worden van dergelijke afperspraktijken kan veel impact hebben. De schade kan enorm oplopen en plaatst een getroffen bedrijf in een moeilijke positie, ook richting hun klanten. Zeker in dit geval waar het aantal gestolen gegevens zo omvangrijk is. De uiteindelijke afweging ligt bij de getroffen organisatie, maar het dringende advies van de overheid blijft om geen losgeld te betalen. Betaling van losgeld biedt geen garantie dat criminelen systemen herstellen, gestolen data verwijderen of ervan afzien deze openbaar te maken of door te verkopen aan andere criminelen. Daarnaast houdt het betalen van losgeld het verdienmodel van cybercriminelen in stand. De opbrengsten worden veelal ingezet voor verdere, geavanceerde cyberaanvallen, waarmee nieuwe slachtoffers worden gemaakt. Dit kan bovendien nieuwe aanvallen op Nederlandse organisaties uitlokken.
Kunt u aangeven welke opsporingsprioriteit wordt gegeven aan het strafrechtelijk onderzoek dat is gestart door het Openbaar Ministerie en ligt daarbij ook een rol voor de digitale recherche?
Het OM gaat over de opsporingsprioriteit. De politie is onder gezag van het Openbaar Ministerie een opsporingsonderzoek gestart. Een team van het Team High Tech Crime, dat gespecialiseerd is in dit soort cybercriminaliteit, doet onderzoek naar het incident.
Welke rol ziet u bij het ondersteunen en informeren van burgers van wie persoonsgegevens door cybercriminelen zijn gepubliceerd en acht u het huidige instrumentarium hiervoor toereikend?
De overheid geeft praktische tips om de digitale weerbaarheid van burgers te vergroten. Zo hebben burgers de mogelijkheid om websites zoals veiliginternetten.nl en die van het NCSC te raadplegen waar veel informatie en adviezen worden gegeven over hoe ze zich online kunnen beschermen en over de basisprincipes van digitale weerbaarheid. Via Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI) kan er melding worden gedaan van fraude, hier is ook een specifieke pagina over de Odido hack. Daarnaast zal het kabinet met een reactie komen in lijn met de gedane toezegging door de Staatssecretaris van Economische Zaken – digitale economie en soevereiniteit en de aangenomen motie van het lid Rajokowski die opriep tot een duidelijk handelingskader voor slachtoffers van datalekken.3
Ziet u aanleiding om het strafrechtelijk kader of de opsporingscapaciteit op het terrein van hacks en digitale afpersing te versterken, bijvoorbeeld door intensivering van de digitale recherche van de politie of door aanpassing van wet- en regelgeving?
Door het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden met de politie en het OM worden gesprekken gevoerd over wat er nodig is om de aanpak van online criminaliteit een stap verder te brengen, daarin zullen de recente incidenten zoals de hacks bij Clinical Diagnostics en Odido worden meegenomen.
In het coalitieakkoord is verder aangekondigd dat de strafmaxima voor zware cyberdelicten zullen worden verhoogd. Bij de nadere beleidsuitwerking hiervan zal ook aandacht worden besteed aan deze recente incidenten.
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden en dit doen voorafgaand aan de behandeling van de Cyberbeveiligingswet?
Dit is helaas niet gelukt.
Het bericht ‘Hackers persen Odido af na datalek en eisen een miljoen euro losgeld’ |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Songül Mutluer (PvdA) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Hackers persen Odido af na datalek en eisen een miljoen euro losgeld»?1
Ja.
Deelt u de mening dat het verdienmodel van cybercriminelen voor een groot deel draait op het afpersen van slachtoffers, onder dreiging van het publiceren van gestolen data of het voor eeuwig versleutelen van systemen?
De modus operandi van cybercriminelen waarbij slachtoffers worden afgeperst onder dreiging van het publiceren van gestolen data of versleuteling is bekend.2
Vindt u dat het toegeven aan dit soort afpersing het verdienmodel van cybercriminelen in stand houdt? Hoe verhoudt dit zich volgens u tot de bescherming van slachtoffers, die hun persoonlijke data in handen van criminelen zien verdwijnen als een getroffen organisatie niet betaalt?
Slachtoffer worden van ransomware en dit soort afpersing kan veel impact hebben. De schade kan enorm oplopen en plaatst een getroffen bedrijf in een moeilijke positie, ook richting klanten. Zeker in dit geval waar het aantal gestolen gegevens zo omvangrijk is. De uiteindelijke afweging is aan de getroffen organisatie, maar het dringende advies vanuit de overheid blijft: geen losgeld betalen. Het betalen van losgeld biedt geen garantie dat criminelen systemen weer toegankelijk maken of gestolen data niet doorverkopen aan andere criminelen. Het uitbetalen van losgeld houdt bovendien het verdienmodel van criminelen in stand. En lokt daarmee mogelijk nieuwe aanvallen op Nederlandse organisaties uit.
Er kan zich spanning voordoen tussen het belang van een individueel slachtoffer om op de korte termijn schade te beperken en het bredere maatschappelijke belang om het totaal aantal (potentiële) slachtoffers te verminderen en het verdienmodel van criminelen niet in stand te houden. Het is vooral belangrijk dat getroffen personen informatie krijgen over de risico’s die zij lopen en wat zij daartegen kunnen doen. Mensen die vermoeden dat ze slachtoffer zijn geworden van de diefstal van hun gegevens, kunnen op de site van de politie controleren3 of hun data in handen van criminelen is gevallen.
Klopt het dat het voor een getroffen organisatie logisch kan lijken om losgeld te betalen (op basis van de belofte van daders dat gestolen data niet gepubliceerd worden of versleutelde systemen worden vrijgegeven), maar dat dit de samenleving als geheel juist meer kan kosten, omdat het verdienmodel van cybercriminelen in stand gehouden wordt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier kan de samenleving volgens u dit dilemma oplossen?
Slachtoffer worden van dergelijke afperspraktijken kan veel impact hebben. De schade kan enorm oplopen en plaatst een getroffen bedrijf in een moeilijke positie, ook richting hun klanten. Zeker in dit geval waar het aantal gestolen gegevens zo omvangrijk is. De uiteindelijke afweging ligt bij de getroffen organisatie, maar het dringende advies van de overheid blijft om geen losgeld te betalen. Betaling van losgeld biedt geen garantie dat criminelen systemen herstellen, gestolen data verwijderen of ervan afzien deze openbaar te maken of door te verkopen aan andere criminelen. Daarnaast houdt het betalen van losgeld het verdienmodel van cybercriminelen in stand. De opbrengsten worden veelal ingezet voor verdere, geavanceerde cyberaanvallen, waarmee nieuwe slachtoffers worden gemaakt. Dit kan bovendien nieuwe aanvallen op Nederlandse organisaties uitlokken.
Staat u nog steeds achter het advies van de overheid aan organisaties om geen losgeld aan hackers te betalen? Op welke expertkennis baseert u dat advies?
Ja, zie de antwoorden op de voorgaande vragen. Dit sluit aan bij het inzicht en advies van de politie en het OM.
Zou een verbod op het betalen van losgeld aan hackers de samenleving als geheel ten goede kunnen komen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Wat zijn volgens u de voor- en nadelen van een dergelijk verbod?
We willen organisaties die slachtoffer zijn geworden van een ransomware aanval niet criminaliseren. Er kan zich spanning voordoen tussen het belang van een individueel slachtoffer om op de korte termijn schade te beperken en het bredere maatschappelijke belang om het totaal aantal (potentiële) slachtoffers te verminderen en het verdienmodel van criminelen niet in stand te houden. Zolang die spanning niet eenduidig kan worden opgelost wordt – net als in de meeste EU landen – dringend geadviseerd om geen losgeld te betalen, in plaats van een wettelijk verbod. Daarnaast wordt ingezet op preventie, meldplichten bij toezichthouders en gerichte informatie aan individuen wier gegevens zijn getroffen.
Kan een verbod op het betalen van losgeld ook dienen als extra prikkel voor organisaties om extra werk te maken van cyberweerbaarheid? Zo nee, waarom niet?
Het huidige wettelijke kader (Telecommunicatiewet, Wbni, de AVG en de aankomende Cyberbeveiligingswet) verplicht organisaties om serieus werk te maken van cyberweerbaarheid. Zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 2 is daarbij het dringende advies om geen losgeld te betalen. Er kunnen situaties voorkomen waarbij toch een andere afweging wordt gemaakt door een organisatie. Om deze reden achten wij een volledig wettelijk verbod onwenselijk.
Welke extra prikkels en instrumenten kunt u inzetten om ervoor te zorgen dat organisaties te dwingen hun cyberweerbaarheid serieus te nemen? Denkt u dat boetes hier een effectief middel voor kunnen zijn? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?
Het huidige wettelijke kader (Telecommunicatiewet, Wbni en AVG) biedt de nodige handhavende bevoegdheden om in te grijpen bij vastgestelde onregelmatigheden. Ingrijpen kan bijvoorbeeld door het bevestigen van normen, het geven van waarschuwingen, stilleggen van verwerkingen van persoonsgegevens of het opleggen van boetes. Onder de zorgplicht van de Telecommunicatiewet moeten organisaties passende technische en organisatorische maatregelen nemen om beveiligingsrisico’s te beheersen. Hieronder vallen ook risico’s met betrekking tot diensten zoals een klantsysteem. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur houdt toezicht op de Telecomwet en de Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op de AVG.
Daarnaast wordt met de aankomende implementatie van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) een impuls gegeven aan de wettelijke verplichtingen voor essentiële en belangrijke entiteiten om maatregelen te nemen die bijdragen aan hun eigen cyberweerbaarheid. Ook is er sprake van een meldplicht bij significante incidenten. De verplichtingen uit de Cbw worden gehandhaafd door de bevoegde toezichthouders/autoriteiten. Organisaties worden onderworpen aan een beveiligingsscan en audit, en kunnen een aanwijzing, de verplichting tot het openbaar maken van een overtreding, een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete opgelegd krijgen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en binnen de gestelde termijn beantwoorden?
ja.
Het bericht 'Odido-routers stuurden klantgegevens naar Amerikaans AI-bedrijf' |
|
Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat telecomprovider Odido zonder medeweten van klanten MAC-adressen en apparaatnamen uit consumentenrouters heeft doorgestuurd naar een Amerikaans AI-bedrijf?1
Ja.
Kunt u toelichten in hoeverre MAC-adressen en apparaatnamen volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als persoonsgegevens kunnen worden beschouwd?
Alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon kan een persoonsgegeven zijn (artikel 4, eerste lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, AVG). Ook een MAC-adres of een apparaatnaam kan als persoonsgegeven worden beschouwd.
Hoe beoordeelt u de privacyrisico’s van het verzamelen en delen van deze gegevens, omdat daarmee mogelijk ook huishoudens kunnen worden herkend of gevolgd?
Het is van belang dat persoonsgegevens worden verwerkt op een wijze die rechtmatig, behoorlijk en transparant is. Een verwerking is bijvoorbeeld rechtmatig, als er toestemming voor is gegeven, een gerechtvaardigd belang is of als de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst. Het is niet aan het kabinet binnen het stelsel van de AVG om in te gaan op individuele gevallen, maar in eerste instantie aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De taken en bevoegdheden om op te treden tegen overtredingen zijn vastgelegd in de AVG. De AP kan daartoe handhavend optreden, advies verstrekken en klachten behandelen over een inbreuk op de bescherming van persoonsgegevens. Zij toetst of sprake is van strijdigheid met de Europese gegevensbeschermingsregels. De AP is op de hoogte van de genoemde berichtgeving over Odido.
Hoe beoordeelt u het feit dat deze gegevens naar een Amerikaans AI-bedrijf zijn doorgestuurd?
Doorgifte van persoonsgegevens naar een bedrijf dat buiten de Europese Economische Ruimte (EER) is gevestigd is op grond van de AVG alleen toegestaan onder voorwaarden. Persoonsgegevens mogen alleen buiten de EER worden verwerkt in overeenstemming met de voorwaarden voor dergelijke doorgiften die zijn vastgelegd in hoofdstuk V van de AVG. Bijvoorbeeld als de Europese Commissie een adequaatheidsbesluit heeft genomen of dat er door het bedrijf passende waarborgen zijn genomen. Of in deze casus wel of geen grondslag was voor het al dan niet delen van deze gegevens buiten de EER, evenals de vraag of de waarborgen van hoofdstuk V van de AVG in acht zijn genomen, is niet aan het kabinet om te beoordelen, maar aan de toezichthouder. De AP is op de hoogte van de genoemde berichtgeving over Odido.
Deelt u de opvatting van de Autoriteit Persoonsgegevens dat MAC-adressen kunnen worden beschouwd als persoonsgegevens? Zo ja, welke eisen gelden voor het verzamelen en delen van deze gegevens door telecomproviders?
Ja. Zie het antwoord op vraag 2. De AVG geeft algemene regels voor de verwerking van persoonsgegevens. Daarnaast stelt de Telecommunicatiewet specifieke regels voor telecomaanbieders.
Welke risico’s ziet u voor de privacy en veiligheid van burgers wanneer grote hoeveelheden metadata over wifi-netwerken en apparaten worden verzameld en mogelijk gecombineerd met andere datasets?
Dat hangt af van de omstandigheden van het geval. Een risico dat volgt uit het niet naleven van de AVG is in ieder geval dat de betrokkenen hun rechten niet (volledig) kunnen uitoefenen. Denk hierbij aan het inzien, corrigeren, of verwijderen van hun eigen persoonsgegevens.
Is de Autoriteit Persoonsgegevens betrokken bij deze kwestie en wordt onderzocht of Odido de privacyregels heeft nageleefd?
De AP is op de hoogte van de genoemde berichtgeving over Odido. Het is aan de AP om opheldering te vragen aan Odido.
Welke stappen verwacht u van Odido richting klanten, bijvoorbeeld om hen te informeren over welke gegevens zijn gedeeld en welke maatregelen worden genomen om dit in de toekomst te voorkomen?
Dit is niet aan het kabinet, maar in eerste instantie aan de AP. De AP toetst of sprake is van strijdigheid met de Europese gegevensbeschermingsregels. In zijn algemeenheid hangt het van meerdere factoren af. Onder andere de vraag of er een grondslag is voor het verwerken van deze gegevens en, indien er sprake is van doorgifte buiten de EER, of de waarborgen van de AVG in acht zijn genomen.
Ziet u aanleiding om strengere eisen te stellen aan telecomproviders die AI-diensten gebruiken, zodat gegevens van gebruikers beter worden beschermd en transparanter wordt omgegaan met dataverzameling?
Nee. De AVG geeft duidelijke regels voor de bescherming van persoonsgegevens. Daarnaast stelt de Telecommunicatiewet specifieke regels voor telecomaanbieders. Ook de AI-verordening kent een duidelijke set van regels. Er is wel aanleiding om het gesprek te voeren met het veld, waaronder telecomaanbieders, over de bescherming van persoonsgegevens in de praktijk. Vervolgens zal dit betrokken worden bij het voornemen om de toepassing van de AVG in Nederland tegen het licht te houden.
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden en dit doen voor 23 maart 2026 vanwege het wetgevingsoverleg over de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten?
Dat is helaas niet gelukt.
Het bericht ‘Bescherm de lichamelijke integriteit van vrouwen, ook in de digitale wereld’ |
|
Bart Bikkers (VVD), Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Bescherm de lichamelijke integriteit van vrouwen, ook in de digitale wereld»?1
Ja.
Hoe oordeelt u over het feit dat informatie van vrouwen over vruchtbaarheid, hun menstruatiecyclus en (het afbreken van) een eventuele zwangerschap wordt doorverkocht en gedeeld met bedrijven?
Dergelijke informatie zal in de regel kwalificeren als bijzondere categorieën van persoonsgegevens, waarop de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing is. Als in de hier genoemde gevallen sprake is van een dergelijke doorverkoop zonder expliciete toestemming, en van een onrechtmatige verwerking van dergelijke bijzondere persoonsgegevens, dan vind ik dat verontrustend. Het verwerken van deze persoonsgegevens is immers verboden, tenzij er een uitzonderingsgrond van toepassing is, bijvoorbeeld wanneer uitdrukkelijke toestemming is gegeven. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) heeft geoordeeld2 dat het begrip «bijzondere persoonsgegevens» in dit soort gevallen ruim dient te worden uitgelegd. Persoonlijke gegevens die bij het online bestellen van geneesmiddelen worden ingevoerd, zoals namen en adressen, zijn naar het oordeel van het HvJEU in beginsel gezondheidsgegevens. De verkoop daarvan aan derde partijen, zonder dat er een mechanisme bestaat dat de klant hiervoor vooraf uitdrukkelijke toestemming laat geven, is in strijd met de AVG.
Het beoordelen van een specifieke situatie is echter aan de bevoegde toezichthoudende autoriteiten; in Nederland is dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP is bij uitstek bevoegd om stappen te ondernemen wanneer sprake is van een overtreding van de regels die zijn neergelegd in de AVG. Het kabinet beschikt niet over bevoegdheden om daarover uitspraken te doen en zou op de stoel van de toezichthouder gaan zitten als het dat deed.
Hoe beoordeelt u het feit dat deze data lijkt te worden gedeeld met landen of bedrijven die zich buiten Europa bevinden en waar vrouwenrechten, zoals het recht op abortus, onder druk staan?
Persoonsgegevens mogen alleen naar zogeheten derde landen (landen buiten de Europese Economische Ruimte) worden doorgegeven als een van de in de AVG genoemde specifieke uitzonderingen van toepassing is. Dat kan het geval zijn als de Europese Commissie (EC) heeft vastgesteld dat dit land een passend beschermingsniveau biedt, of als de doorgifte is voorzien van passende waarborgen en de betrokkenen over afdwingbare rechten en doeltreffende rechtsmiddelen beschikken. De beoordeling hiervan in specifieke gevallen vereist een juridische en feitelijke oordeelsvorming door de onafhankelijke toezichthouder.
Klopt het dat gegevens over onder andere menstruatie, miskramen, zwangerschapstesten en het gebruik van morning-afterpillen volgens de privacywetgeving als bijzondere persoonsgegevens gelden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, klopt het dat deze bijzondere persoonsgegevens niet zonder medeweten van degene waar het om gaat verkocht mogen worden?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u onze zorg dat bedrijven die zichzelf profileren als vóór de vrouwengezondheid en als een betrouwbare partij, terwijl zij zonder uitdrukkelijke toestemming bijzondere persoonsgegevens van gebruikers doorverkopen, misleidend te werk gaan? Zo ja, welke rol ziet u hierbij voor de Autoriteit Consument & Markt of de Autoriteit Persoonsgegevens?
Deze zorg deel ik. Wanneer inderdaad sprake is van onrechtmatige verwerkingen van dergelijke bijzondere persoonsgegevens, dan vind ik dat verontrustend. Voor mogelijke schending van consumenten- en gegevensbeschermingsrecht kunnen gebruikers zich tot de toezichthoudende autoriteit wenden. Voor zover het de naleving betreft van de AVG is dat de AP. De AP kan onderzoek instellen naar de naleving van de gegevensbeschermingswetgeving, kan boetes en dwangsommen opleggen alsook stopzetting van gegevensverwerkingen gelasten. Met betrekking tot de naleving van het consumentenrecht kan een melding worden gedaan bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM).
Bent u bereid om in gesprek te gaan met de toezichthouders, en waar nodig partners op Europees niveau, om zo snel mogelijk de lichamelijke integriteit van vrouwen en mensen ook digitaal te beschermen zodat voorkomen wordt dat hormonale kwetsbaarheden worden geëxploiteerd voor commercieel gewin, zonder dat vrouwen dat weten? Zo nee, waarom niet?
Het arrest van het HvJEU d.d. 4 oktober 2024 waaraan ik heb gerefereerd in de antwoorden op de vragen 2 en 4, heeft de brede werkingssfeer van de AVG bevestigd door een ruime interpretatie van het begrip «gezondheidsgegevens», door ook online aankopen van receptvrije geneesmiddelen daaronder (en daarmee onder de strikte regels voor bijzondere persoonsgegevens) te brengen. Ik zou niet willen concluderen dat er sprake is van lacunes in de wetgeving; veeleer wringt het bij de naleving daarvan door verwerkingsverantwoordelijken. Het doen van onderzoek daarnaar is als gezegd een taak van de onafhankelijke toezichthouder. Op grond van artikel 52 AVG treedt de AP daarbij volledig onafhankelijk op en blijft zij vrij van al dan niet rechtstreekse externe invloed en vragen, noch aanvaardt zij instructies van wie dan ook. Deze onafhankelijkheid vind ik belangrijk en ik wil deze dan ook niet doorkruisen.
Bent u bereid te onderzoeken of de huidige wetgeving afdoende is, of dat er nog aanvullende wetgeving of beleid nodig is? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Het bericht 'Gegevens 200.000 leden Basic-Fit gelekt, ook bij Booking klantgegevens gestolen' |
|
Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van de NOS over hacks bij Basic-Fit en Booking.com waarbij klantgegevens zijn buitgemaakt?1
Hoe beoordeelt u deze incidenten als indicatie van structurele tekortkomingen in de beveiliging van persoonsgegevens bij grote, digitaal opererende bedrijven?
Heeft u voldoende structureel inzicht in de aard, omvang en frequentie van datalekken en cyberaanvallen in Nederland? Zo ja, hoe wordt dit overzicht benut voor beleid en toezicht? Zo nee, welke maatregelen neemt u om dit inzicht te verbeteren?
Deelt u de opvatting dat herhaalde datalekken kunnen wijzen op onvoldoende structurele naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming? Zo ja, welke systeemfouten signaleert u hierbij? Zo nee, waarom niet?
Acht u de toezicht- en handhavingscapaciteit van de Autoriteit Persoonsgegevens toereikend om structurele naleving af te dwingen? Zo ja, waarom? Zo nee, welke versterkingen zijn nodig?
Ziet u aanleiding om te komen tot strengere, afdwingbare beveiligingsnormen voor bedrijven die op grote schaal persoonsgegevens verwerken? Zo nee, waarom niet?
In het kader van dataminimalisatie: ziet u kansen dat de ontwikkeling van de EDI-wallet in Nederland kan bijdragen aan het verkleinen van het risico op datalekken bij organisaties, doordat consumenten hun persoonsgegevens minder vaak rechtstreeks hoeven te delen met verschillende partijen?
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden?
Online beïnvloeding van jongeren en regelgeving rondom influencers |
|
Inge van Dijk (CDA), Joris Lohman (CDA), Jantine Zwinkels (CDA), Harmen Krul (CDA) |
|
Sophie Hermans (VVD), Aerdts , Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de onderzoeken van Wijzer in Geldzaken en de Universiteit Utrecht dat veel jongeren zich bij financiële beslissingen laten beïnvloeden voor finfluencers met loze beloften over snel geld verdienen en dat met name kwetsbare jongeren hierdoor in de problemen kunnen komen, terwijl finfluencers vooral hun eigenbelang dienen?1, 2
Bent u bekend met het recente onderzoek van de Radboud Universiteit dat influencers zonder medische achtergrond mensen met hun gezondheidsadviezen medische misinformatie kunnen verstrekken, bijvoorbeeld met oproepen om geen zonnebrand meer te gebruiken of te stoppen met hormonale anticonceptie?3
Bent u bekend met de recente waarschuwingen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautorteit (NVWA) over de risico’s van supplementen, waar verboden of onveilige stoffen in kunnen zitten, bijvoorbeeld bij teveel inname of verkeerde combinaties waardoor schade aan de gezondheid kan ontstaan, en de publicatie van een Blocklist?4
Deelt u de zorg dat jongeren in toenemende mate informatie over onder meer financiële zaken, gezondheid en maatschappelijke vraagstukken verkrijgen via sociale media en influencers, en dat dit risico’s kan meebrengen wanneer informatie onjuist, onvolledig of misleidend is?
Bent u bekend met het artikel ««Geen diploma, geen video»: nieuwe Chinese wetgeving voor influencers leidt tot verhit online debat»? En het initiatief van de Chinese overheid om eisen te stellen aan influencers te beschikken over aantoonbare deskundigheid wanneer zij over bepaalde maatschappelijke thema’s, zoals gezondheid, voeding en financiën adviseren?5
Vind u dat ook in Nederland strengere regels zouden moeten gelden voor influencers die over maatschappelijke thema’s, zoals gezondheid, voeding en financiën mogen adviseren, zoals het beschikken over aantoonbare deskundigheid of expliciete vermelding dat hiervan geen sprake is, omdat zulke adviezen niet zonder risico’s zijn?
Kunt u onderzoeken of het mogelijk is om aanvullende eisen aan deskundigheid te stellen bij adviseren op terreinen waar desinformatie een verhoogd risico inhoudt, met name voor kwetsbare groepen, zoals over financiën, voedings- (en specifiek over Voedingssupplementen en kruidensupplementen) en gezondheidsadviezen?
Zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn een disclaimer te verplichten bij posts van influencers waaruit voor een breed publiek eenvoudig te herleiden is dat het niet om deskundig advies gaat, bijvoorbeeld #NietDeskundig, #GeenDiploma of #GeenExpert
Bent u bereid om ook in Europees verband in te zetten op betere consumentenbescherming bij online advisering over mogelijk risicovolle producten, en met name op aanvullende eisen aan (informatie over) deskundigheid? Bijvoorbeeld via Digital Services Act, richtlijnen voor consumentenbescherming of de Digital Fairness Act?
Het TNO-rapport 'Zonder Robotisering verdwijnt de Nederlandse Maakindustrie: Urgente actie is noodzakelijk' |
|
Daniël van den Berg (JA21), Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het TNO-rapport «Zonder Robotisering verdwijnt de Nederlandse Maakindustrie: Urgente actie is noodzakelijk»1?
Hoe beoordeelt u de constatering in dit rapport dat de robotiseringsgraad van de Nederlandse maakindustrie achterblijft ten opzichte van internationale koplopers?
Kunt u de Kamer een actuele, sectorale uitsplitsing sturen van robotadoptie in de Nederlandse maakindustrie, inclusief een onderscheid tussen het mkb en het grootbedrijf?
Welke belemmeringen voor robotisering in de Nederlandse maakindustrie wegen volgens u op dit moment het zwaarst?
Op welke Nederlandse evaluaties, studies of modelanalyses baseert het kabinet zijn oordeel over het effect van robotisering op arbeidsproductiviteit, leveringszekerheid en concurrentiekracht?
Welke bestaande rijksinstrumenten kunnen mkb-maakbedrijven momenteel benutten voor automatisering, digitalisering en robotisering? Kunt u ook aangeven hoe vaak hier gebruik van wordt gemaakt?
Zijn er fiscale prikkels, vereenvoudigingen van procedures en/of maatregelen die de regeldruk verlagen om robotinvesteringen te versnellen? Zoja, welke zijn het kansrijkst?
In hoeverre vormen energiekosten, netcongestie en langdurige vergunningsprocedures momenteel een belemmering voor robotisering in de Nederlandse maakindustrie?
Kunt u in kaart brengen in welke mate Nederlandse maakbedrijven afhankelijk zijn van niet-Europese leveranciers van industriële robots, sensoren, controllers, AI-software en cloud- of operationele technologiecomponenten?
Welke inzet pleegt het kabinet op het gebied van standaardisatie en interoperabiliteit bij industriële robotica en hoe wordt vendor lock-in daarbij voorkomen?
Hoe beoordeelt het kabinet de rol van open-sourcecomponenten in industriële robotica, mede in het licht van beheerkosten, aansprakelijkheid en cybersecurity?
Welke ondersteuning is of wordt beschikbaar gesteld aan maakbedrijven, in het bijzonder mkb-bedrijven, om verbonden robots en andere operationele technologie-systemen cyberveilig in te richten en te beheren?
Beschikt het kabinet over een actuele raming van de behoefte aan personeel met kennis van robotica, systeemintegratie, onderhoud, data en operationele technologie-cybersecurity in de maakindustrie? En sluiten de huidige mbo-, hbo- en wo-opleidingen en bestaande om- en bijscholingsinstrumenten daarop aan?
Hoe verbindt het kabinet civiele robotisering in de maakindustrie met dual-use toepassingen en de versterking van de Nederlandse defensie-industrie?
Bent u bereid de Kamer een integrale kabinetsreactie op dit rapport van TNO te sturen, waarin in ieder geval wordt ingegaan op het aspect of een nationale robotiseringsagenda noodzakelijk is?
Kunt u iedere vraag afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Het Datalek bij Basic-Fit |
|
Daniël van den Berg (JA21) |
|
Aerdts , van Bruggen |
|
|
|
|
Kunnen de Staatssecretaris EZK en de Staatssecretaris J&V toelichten of de Autoriteit Persoonsgegevens al een onderzoek is gestart naar aanleiding van het datalek bij Basic-Fit?
Kunnen de Staatssecretaris EZK en de Staatssecretaris J&V toelichten of er wordt gekeken naar een mogelijke overtreding van artikel 5 AVG?
Kunnen de Staatssecretaris EZK en de Staatssecretaris J&V toelichten of de regelgeving (voornamelijk de AVG) of de handhaving moet worden aangescherpt, wellicht omdat sommige AVG-artikelen onduidelijk of achterhaald zijn?
Basic-Fit valt niet onder de Cyberbeveiligingswet. Deelt u de opvatting dat grote bedrijven met veel data onder de reikwijdte van de Cyberbeveiligingswet zouden moeten vallen als «belangrijke entiteit»? Basic-Fit genereert namelijk zo’n 1,4 miljard omzet.
Als Basic-Fit onder de Cyberbeveiligingswet zou vallen, had volgens u beiden het datalek dan voorkomen kunnen worden (voornamelijk in het licht van de zorgplicht)?
Kunt u beiden iedere vraag afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Bent u bekend met het bericht «Opinie: Bescherm de lichamelijke integriteit van vrouwen, ook in de digitale wereld»?1
Kunt u het onderzoek van Investico, waaruit is gebleken dat alle grote Nederlandse drogisten, zoals Kruidvat, Etos en Trekpleister, (gevoelige) informatie over de vruchtbaarheid en seksuele gezondheid van klanten delen met Amerikaanse en Chinese techbedrijven, voorzien van een kabinetsreactie?2
Kunt u specifiek maken welke persoonsgegevens door de onderzochte apps en drogisten worden doorverkocht? Is hier sprake van medische gegevens, die enkel met een wettelijke grondslag of na uitdrukkelijke toestemming verwerkt mogen worden?
Voldoet de gegevensverwerking door de gezondheidsapps en de drogisten aan de nationale privacywetgeving? Zo ja of nee? Kunt u dit op basis van onderzoek onderbouwen?
Zijn de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op de hoogte van de mogelijk illegale handel in gezondheidsgegevens? Zo ja, wordt hier naar uw weten nader onderzoek naar gedaan? Zo nee, bent u bereid dit in samenwerking met de toezichthouders wel te doen?
Wat is uw oordeel over het gebruik van tracking cookies bij online webshops, waardoor mogelijk gevoelige informatie over het koopgedrag van klanten aan derden wordt doorverkocht? Is dit mogelijk in strijd met de privacywetgeving?
Kunt u expliciet benoemen welke acties u nationaal en in Europees verband neemt om tracking cookies zo veel mogelijk te beperken en het informatie- en toestemmingsrecht van burgers over wat er met hun gegevens gebeurt te versterken?
Indien blijkt dat gezondheidsapps en drogisten in strijd met de wet medische gegevens van personen hebben verwerkt, welke gevolgen heeft dit voor deze bedrijven?
Deelt u de analyse van de indieners dat de lichamelijke integriteit van personen in een digitale wereld ook vraagt om toereikende privacybescherming? Is dit momenteel juridisch goed genoeg beschermd?
Bent u bereid om aanvullende stappen te nemen om de medische gegevens van personen die gezondheidsapps gebruiken of gezondheidsproducten kopen bij drogisten beter te beschermen? Zo ja, hoe gaat u dit doen?
Hoeveel vrouwen in Nederland maken gebruik van zogeheten «cyclusapps», in het bijzonder van Flo en Clue? Kunt u aangeven of de wijze waarop zij geïnformeerd worden bij het gebruik van deze apps en het delen van hun gegevens, conform de huidige wet- en regelgeving is?
Welke mogelijke hiaten ziet u in de bestaande wet- en regelgeving in het effectief optreden tegen het onrechtmatig bewaren en/of delen van gevoelige informatie over bijvoorbeeld miskramen, seksuele activiteit, etcetera met derde partijen, mogelijk voor commerciële doeleinden?
Deelt u de zorgen dat het doorverkopen van medische gegevens van vrouwen kan zorgen tot ongewenste profilering, agressieve gerichte advertenties, of zelfs het opstellen van dataprofielen van de medische geschiedenis van vrouwen?
Heeft u indicaties voor welke doeleinden de doorverkochte medische gegevens van vrouwen, die zien op hun gezondheid en seksualiteit, worden gebruikt? Is dit in overeenstemming met het doel waarmee de data in eerste instantie met bedrijven is gedeeld?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden?
Bent u op de hoogte van de hack bij ChipSoft, het bedrijf dat software voor patiëntendossiers en andere digitale systemen voor ziekenhuizen levert?1
Kunt u toelichten wat de ernst is van de hack en hoeveel ziekenhuizen, huisartsenpraktijken en eventuele andere zorgverleners zijn geraakt door de hack?
Wat zijn de gevolgen van de hack voor zorgverleners en hun patiënten, bijvoorbeeld doordat zorginstellingen hun systemen offline hebben moeten halen?
Is bepaalde zorg uitgesteld vanwege de hack en zo ja, op welke schaal?
Is er gevoelige data, zoals patiëntgegevens, in handen gekomen van criminelen?
Hoe verklaart u de verschillende aanpak van ziekenhuizen na de hack, bijvoorbeeld in het wel of niet offline halen van systemen?
Verschilt de impact van de hack tussen ziekenhuizen die hun gegevens lokaal, hybride of juist in een cloudomgeving opslaan? Kunt u uitleggen welke keuze de meeste weerbaarheid biedt?
Welke rol speelt de overheid in de afwikkeling van de hack?
Zijn er alternatieven voorhanden bij een hack als deze, bijvoorbeeld alternatieve software waar ziekenhuizen en andere zorgverleners op kunnen terugvallen?
Welke eisen gelden er voor leveranciers van cruciale zorg-ICT?
Is de ketenweerbaarheid op het gebied van ICT in de zorg wat u betreft op orde, onder andere in de domeinen hosting, beheer, en koppelingen? Waarom wel of niet?
Deelt u de opvatting dat dit geen incident is, maar een symptoom van te grote afhankelijkheid van een paar dominante leveranciers in de zorg, waarbij een incident bij één leverancier meteen een nationale zorgvraag wordt?
Deelt u de zorgen over de risico’s wanneer één dominante marktpartij de infrastructuur levert voor zorginstellingen of andere essentiële publieke voorzieningen?
Zijn er maatregelen die u neemt om dergelijke marktdominantie tegen te gaan, bijvoorbeeld door afspraken te maken over het inkoop- en aanbestedingsbeleid in de zorgsector? Waarom wel of niet?
Hoe zorgt u voor voldoende diversificatie tussen ICT-leveranciers bij zorginstellingen? Is het uw verantwoordelijkheid om monopolievorming in de zorg-ICT tegen te gaan?
Is het wenselijk dat zorginstellingen individueel ICT-diensten inkopen en hierover onderhandelen? Welke voor- en nadelen ziet u bij een meer gezamenlijke vorm van inkoop?
Wat is de status van de uitvoering van de motie-Bushoff/Bevers om bij de evaluatie van de Wet vifo te bezien of bij fusies en overnames vanuit het buitenland van digitale zorginfrastructuur vergelijkbare voorwaarden gesteld kunnen worden als bij andere cruciale sectoren, zoals de chip-, energie- en telecomsector?2
Deelt u de zorgen van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over gesloten datastandaarden bij ICT-aanbieders in de zorg, aangezien systemen daardoor niet goed met elkaar communiceren en zorgaanbieders minder keuze hebben in hun leveranciers, met monopolievorming tot gevolg?
Wat is de status van de uitvoering van de motie-Bushoff/Kathmann over een routekaart waarlangs ICT-leveranciers in de zorg de komende jaren verplicht worden gebruik te maken van open datastandaarden?3
Welke structurele problemen in de zorg-ICT legt deze hack bloot? Wie is er aan zet om deze op te lossen?
Welke maatregelen neemt u om de cyberveiligheid en weerbaarheid van zorginstellingen structureel te vergroten?
Wat wordt de rol van de Cyberbeveiligingswet, zodra deze is aangenomen, om dergelijke hacks te voorkomen en sneller af te wikkelen? Wat gaat er concreet veranderen in een casus zoals deze?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en nog vóór het commissiedebat over digitale ontwikkelingen in de zorg van 21 mei 2026 beantwoorden?
Het artikel 'Ook Grieken overstag, regering wil verbod op sociale media voor kinderen' |
|
Jantine Zwinkels (CDA) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ook Grieken overstag, regering wil verbod op sociale media voor kinderen»?1
Hoe beoordeelt u het voornemen van Griekenland om kinderen tot 15 jaar de toegang tot sociale media te verbieden, mede in het licht van het coalitieakkoord waarin is opgenomen dat wordt gewerkt aan een handhaafbare Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media met privacyvriendelijke leeftijdsverificatie?
Welke concrete stappen zet het kabinet op dit moment in Europees verband om te komen tot die handhaafbare Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media?
Erkent het kabinet dat, in het licht van de ontwikkeling dat steeds meer landen overgaan tot een verbod, nu het moment is om tot een gezamenlijke aanpak te komen?
Trekt Nederland hierbij actief op met andere Europese lidstaten die eveneens willen komen tot strengere regels voor kinderen op sociale media, zoals Griekenland, Frankrijk, en Spanje? Zo ja, op welke wijze?
Hoe wil het kabinet een Europese minimumleeftijd juridisch en technisch handhaafbaar vormgeven, in het bijzonder in relatie tot de Digital Services Act (DSA) en de door de Europese Commissie ontwikkelde leeftijdsverificatie-aanpak?
De hack bij ChipSoft dat software levert voor Nederlandse zorginstellingen |
|
Marc Vervuurt (D66), Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Sophie Hermans (VVD), Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de cyberaanval op ChipSoft, leverancier van elektronische patiëntendossiers voor een groot deel van de Nederlandse zorginstellingen?1
Kunt u een actueel beeld geven van de aard, omvang en impact van deze aanval, en welke patiënten hierdoor zijn geraakt?
In hoeverre heeft deze aanval gevolgen (gehad) voor de continuïteit van zorg, bijvoorbeeld door verminderde toegang tot patiëntgegevens, vertragingen in zorgverlening of het moeten overschakelen op noodprocedures?
Zijn er aanwijzingen dat patiëntgegevens zijn ingezien, buitgemaakt of anderszins gecompromitteerd? Hoe wordt dit onderzocht en wanneer verwacht u hierover duidelijkheid te kunnen geven?
Hoe beoordeelt u de sterke afhankelijkheid van een beperkt aantal commerciële leveranciers voor cruciale zorg-IT, en hoe worden de risico’s daarvan beperkt?
Welke eisen worden momenteel gesteld aan leveranciers van zorg-IT op het gebied van cybersecurity, weerbaarheid en continuïteit, en in hoeverre zijn deze eisen voldoende gezien de kritieke rol van deze partijen voor ons zorgsysteem?
In hoeverre zijn zorginstellingen verplicht of gestimuleerd om scenario’s uit te werken voor uitval van essentiële IT-systemen, en hoe wordt geborgd dat zorgverlening doorgang kan vinden bij langdurige verstoringen?
Hoe wordt binnen het beleid rond de implementatie van de NIS2-richtlijn specifiek rekening gehouden met de afhankelijkheid van de zorgsector van externe IT-leveranciers?
Ziet u aanleiding om aanvullende eisen te stellen aan leveranciers van kritieke zorg-IT, bijvoorbeeld op het gebied van redundantie, interoperabiliteit of exit-strategieën, zodat zorginstellingen minder kwetsbaar zijn bij uitval of incidenten?
In hoeverre wordt gewerkt aan het verminderen van single points of failure in de digitale infrastructuur van de zorg, en welke concrete stappen worden gezet om diversificatie en alternatieven te stimuleren?
Welke andere lessen trekt u uit dit incident voor de bredere digitalisering van de zorg, met name op het gebied van digitale autonomie, en hoe worden deze lessen vertaald naar concreet beleid?
Kunt u de Kamer op korte termijn informeren over de uitkomsten van het onderzoek naar deze aanval, inclusief de implicaties voor het beleid rondom digitale weerbaarheid in de zorg?
Het kabinetsbesluit inzake AI-gigafabrieken |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Herinnert u zich dat u in het commissiedebat Digitale Infrastructuur en Economie d.d. 8 april aangaf dat het ontbreken van middelen op de begroting de doorslaggevende reden was om niet deel te nemen aan het Europese AI-gigafabriekeninitiatief?
Klopt het dat in de beslisnota d.d. 23 maart bij de Kamerbrief «Positie van het kabinet ten aanzien van deelname aan het Europese AI-gigafabriekeninitiatief» (Kamerstuk 26 643-1499) staat dat in de StafEZ van 10 maart 2026 is vastgesteld dat binnen de huidige begroting geen ruimte bestaat voor de vereiste financiële verplichtingen?
Klopt het dat eerst is geconcludeerd dat er geen geld beschikbaar was, en dat pas daarna inhoudelijke argumenten, waaronder een verwijzing naar het rapport-Wennink, zijn gebruikt om dit besluit te onderbouwen? Zo nee, kan de Staatssecretaris dan precies uiteenzetten in welke volgorde de budgettaire en inhoudelijke afwegingen zijn gemaakt?
Kan de Staatssecretaris alsnog de stukken openbaar maken die ten grondslag lagen aan het overleg in de StafEZ van 10 maart 2026, conform het eerder gedane informatieverzoek van de Kamer gedaan tijdens het commissiedebat Digitale infrastructuur en economie, waaronder memo’s, notities, berekeningen, scenario’s en de stukken waarmee de Staatssecretaris en de betrokken ambtenaren dat overleg zijn ingegaan? Indien volledige openbaarmaking niet mogelijk is, is de Staatssecretaris dan bereid om ten aanzien van het deel waarvan openbaring niet mogelijk is, deze stukken vertrouwelijk ter inzage te geven?
Herinnert u zich dat u zich zowel in het debat, als in de Kamerbrief betreft de Positie van het kabinet ten aanzien van deelname aan het Europese AI-gigafabriekeninitiatief, beriep op het rapport-Wennink, en dat dat rapport volgens het kabinet geheel in lijn zou zijn met het standpunt van het kabinet om AI-gigafabrieken volledig door de markt te laten financieren?
Deelt u de mening dat in het rapport-Wennink staat dat «Nieuwe initiatieven [...] zijn (nog) niet volledig privaat te financieren door hoge opstartkosten en lange, onzekere terugverdientermijnen.»?
Deelt u de mening dat in het rapport-Wennink staat dat «Publieke financiering – en cofinanciering door EU-instrumenten – kan een vliegwieleffect hebben.»?
Deelt u de mening dat in het rapport-Wennink staat dat «Nederland heeft grootschalige private én publieke investeringen nodig.»?
Deelt u de mening dat u stelt te handelen in lijn met het rapport-Wennink, terwijl datzelfde rapport expliciet aangeeft dat grootschalige digitale infrastructuur juist níet volledig privaat te financieren is en publieke cofinanciering noodzakelijk is om investeringen los te krijgen? Zo nee, waarom niet?
Is hier niet gewoon sprake van het gebruiken van het rapport-Wennink als dekmantel voor een besluit dat puur budgettair is genomen? Zo nee, waarom niet?
Deelt de Staatssecretaris de opvatting dat dit de indruk wekt van «cherry picking»? Zo nee, waarom niet?
Herinnert u zich dat u zich in het debat ook beriep op het Ecorys-rapport? Kan de Staatssecretaris bevestigen dat Ecorys niet concludeert dat een AI-gigafabriek per definitie niet rendabel of niet zinvol is, maar juist dat de meerwaarde afhangt van ontwerp, gebruiksdoel en strategische inbedding? Waarom wordt dit rapport dan door het kabinet wel gebruikt als argument om af te haken?
Deelt de Staatssecretaris de opvatting dat ook in dit geval dit de indruk wekt van cherry picking? Zo nee, waarom niet?
Kan de Staatssecretaris bevestigen dat het kabinet ervan uitgaat dat Nederlandse partijen later ook rekenkracht kunnen inkopen bij AI-gigafabrieken elders in Europa? Waarop baseert het kabinet de aanname dat die capaciteit bij toenemende schaarste daadwerkelijk beschikbaar blijft voor Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden, in plaats van dat Nederland achteraan aansluit in de rij?
Kan de Staatssecretaris ingaan op de analyse van het The Hague Centre for Strategic Studies dat toegang tot kritieke digitale infrastructuur in toenemende mate afhankelijk is van geopolitieke verhoudingen en dat bij schaarste landen primair hun eigen belangen zullen beschermen? Hoe rijmt de Staatssecretaris dit met de aanname dat Nederlandse partijen bij toenemende vraag en schaarste probleemloos gebruik kunnen blijven maken van rekenkracht in andere lidstaten of daarbuiten?
Kan de Staatssecretaris bevestigen dat het kabinet kiest voor AI-gigafabrieken die volledig door de markt worden gefinancierd? Hoe realistisch acht de Staatssecretaris dat, gelet op het feit dat het rapport-Wennink juist wijst op achterblijvende private investeringen?
In de genoemde Kamerbrief schrijft het kabinet dat het kiest voor een ontwikkeling van AI-infrastructuur die meegroeit met de marktvraag; hoe verhoudt zich dat tot de constatering in de onderliggende analyses dat de ontwikkeling van AI-infrastructuur juist sterk aanbodgedreven kan zijn, en dat investeringen in capaciteit zelf vraag, innovatie en ecosysteemvorming aanjagen? Loopt Nederland door deze afwachtende houding niet juist het risico achter te blijven omdat vraag pas ontstaat waar capaciteit al aanwezig is?
Is de Staatssecretaris, gelet op het feit dat de doorslaggevende overweging blijkens de beslisnota budgettair was en rapporten waarachter het kabinet zich verschuilt het kabinet lijken te tegenspreken, bereid het besluit alsnog te heroverwegen en de Kamer een scenario te sturen waarin Nederland wél, al dan niet gefaseerd, kan aansluiten bij het Europese AI-gigafabriekeninitiatief?
Kunt u deze vragen in ieder geval voor het tweeminutendebat naar aanleiding van het commissiedebat Digitale Infrastructuur en Economie, een voor een, beantwoorden?
Het bericht 'Nederlands grootste pensioenfonds stapt uit techbedrijf dat zaken doet met ICE' |
|
Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het besluit van het grootste Nederlandse pensioenfonds (ABP) om zich terug te trekken uit Palantir vanwege zorgen over mensenrechten en ethisch verantwoord investeren?1
Deelt u de zorg dat afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven zoals Palantir de digitale soevereiniteit van Nederland kan ondermijnen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u uiteenzetten waar binnen de overheid de diensten en producten van Palantir worden gebruikt en waarvoor deze worden ingezet? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u het gebruikmaken door Nederlandse (semi-)overheidsorganisaties van technologie van bedrijven zoals Palantir, waarover ernstige zorgen bestaan over betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen? En op welke gronden wordt dit beoordeeld?
Welke ethische kaders hanteert het kabinet bij de inkoop en inzet van data-analyse- en AI-systemen van commerciële partijen zoals Palantir, en hoe worden deze kaders in de praktijk toegepast en gehandhaafd?
Welke concrete waarborgen, zoals toezicht, impact assessments en transparantiemechanismen, worden ingezet om te voorkomen dat het gebruik van dergelijke technologie leidt tot discriminatie, profilering of schending van privacyrechten?
Bent u bereid om aanvullende richtlijnen of toetsingskaders te ontwikkelen voor samenwerking met technologiebedrijven die actief zijn in veiligheids- en surveillancedomeinen, die de digitale soevereiniteit ten goede komen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om, in navolging van het besluit van ABP, voortaan expliciet en vooraf te toetsen of samenwerkingen met technologiebedrijven zoals Palantir verenigbaar zijn met Nederlandse en Europese normen, en deze toets openbaar te maken? Zo nee, waarom niet?
Zou u deze vragen afzonderlijk van elkaar kunnen beantwoorden?
Het bericht ‘Palantir CEO Makes Shocking Confession on Disrupting Democratic Power’ |
|
Sarah El Boujdaini (D66), Michelle Jagtenberg (D66) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD), Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Palantir CEO Makes Shocking Confession on Disrupting Democratic Power» van The New Republic?1
Hoe beoordeelt u het gegeven in het artikel dat het bedrijf Palantir doelbewust inzet op discriminerende aspecten van hun technologie waarmee democratische verhoudingen worden verslechterd?
Welke rol spelen bedrijven als Palantir Technologies momenteel in Nederlandse overheidsprocessen, bijvoorbeeld op het gebied van data-analyse, veiligheid of publieke dienstverlening?
In hoeverre acht het kabinet het wenselijk dat technologiebedrijven die nauw samenwerken met overheden of veiligheidsdiensten ook uitgesproken politieke visies hebben over de werking van democratieën?
Hoe is er in de aanbesteding van de software van Palantir nagedacht over de impact van deze samenwerking op de democratie en maatschappij?
In referentie naar de aangenomen motie van het lid Six Dijkstra c.s. over het onafhankelijk maken van Palantir, wat is de status van de uitvoering van de drie gevraagde actielijnen uit deze motie2?
Kunt u een plan aanleveren om de verschillende functionaliteiten van Palantir waar de Nederlandse overheid gebruik van maakt om te zetten naar volwaardige alternatieven, en welke EU-bedrijven dit kunnen leveren? Zo ja, kan er ook een overzicht gemaakt worden welke EU-bedrijven deze functionaliteiten kunnen leveren, en kunt u de Kamer dit doen toekomen?
Is het kabinet bereid, als de benodigde capaciteiten nog niet op de Europese markt beschikbaar zijn, om te verkennen of de talenten binnen JIVC (Joint Informatievoorziening Commando) benut kunnen worden om de benodigde capaciteiten zelf te ontwikkelen, al dan niet in samenwerking met het Nederlandse of Europese bedrijfsleven?
Is het kabinet bereid te onderzoeken of aanvullende transparantie- of governance-eisen nodig zijn voor technologiebedrijven die AI-systemen leveren aan overheden, zeker wanneer deze bedrijven ook actief zijn in defensie- en veiligheidssectoren?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Het bericht ‘Bescherm de lichamelijke integriteit van vrouwen, ook in de digitale wereld’ |
|
Bart Bikkers (VVD), Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Bescherm de lichamelijke integriteit van vrouwen, ook in de digitale wereld»?1
Ja.
Hoe oordeelt u over het feit dat informatie van vrouwen over vruchtbaarheid, hun menstruatiecyclus en (het afbreken van) een eventuele zwangerschap wordt doorverkocht en gedeeld met bedrijven?
Dergelijke informatie zal in de regel kwalificeren als bijzondere categorieën van persoonsgegevens, waarop de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing is. Als in de hier genoemde gevallen sprake is van een dergelijke doorverkoop zonder expliciete toestemming, en van een onrechtmatige verwerking van dergelijke bijzondere persoonsgegevens, dan vind ik dat verontrustend. Het verwerken van deze persoonsgegevens is immers verboden, tenzij er een uitzonderingsgrond van toepassing is, bijvoorbeeld wanneer uitdrukkelijke toestemming is gegeven. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) heeft geoordeeld2 dat het begrip «bijzondere persoonsgegevens» in dit soort gevallen ruim dient te worden uitgelegd. Persoonlijke gegevens die bij het online bestellen van geneesmiddelen worden ingevoerd, zoals namen en adressen, zijn naar het oordeel van het HvJEU in beginsel gezondheidsgegevens. De verkoop daarvan aan derde partijen, zonder dat er een mechanisme bestaat dat de klant hiervoor vooraf uitdrukkelijke toestemming laat geven, is in strijd met de AVG.
Het beoordelen van een specifieke situatie is echter aan de bevoegde toezichthoudende autoriteiten; in Nederland is dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP is bij uitstek bevoegd om stappen te ondernemen wanneer sprake is van een overtreding van de regels die zijn neergelegd in de AVG. Het kabinet beschikt niet over bevoegdheden om daarover uitspraken te doen en zou op de stoel van de toezichthouder gaan zitten als het dat deed.
Hoe beoordeelt u het feit dat deze data lijkt te worden gedeeld met landen of bedrijven die zich buiten Europa bevinden en waar vrouwenrechten, zoals het recht op abortus, onder druk staan?
Persoonsgegevens mogen alleen naar zogeheten derde landen (landen buiten de Europese Economische Ruimte) worden doorgegeven als een van de in de AVG genoemde specifieke uitzonderingen van toepassing is. Dat kan het geval zijn als de Europese Commissie (EC) heeft vastgesteld dat dit land een passend beschermingsniveau biedt, of als de doorgifte is voorzien van passende waarborgen en de betrokkenen over afdwingbare rechten en doeltreffende rechtsmiddelen beschikken. De beoordeling hiervan in specifieke gevallen vereist een juridische en feitelijke oordeelsvorming door de onafhankelijke toezichthouder.
Klopt het dat gegevens over onder andere menstruatie, miskramen, zwangerschapstesten en het gebruik van morning-afterpillen volgens de privacywetgeving als bijzondere persoonsgegevens gelden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, klopt het dat deze bijzondere persoonsgegevens niet zonder medeweten van degene waar het om gaat verkocht mogen worden?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u onze zorg dat bedrijven die zichzelf profileren als vóór de vrouwengezondheid en als een betrouwbare partij, terwijl zij zonder uitdrukkelijke toestemming bijzondere persoonsgegevens van gebruikers doorverkopen, misleidend te werk gaan? Zo ja, welke rol ziet u hierbij voor de Autoriteit Consument & Markt of de Autoriteit Persoonsgegevens?
Deze zorg deel ik. Wanneer inderdaad sprake is van onrechtmatige verwerkingen van dergelijke bijzondere persoonsgegevens, dan vind ik dat verontrustend. Voor mogelijke schending van consumenten- en gegevensbeschermingsrecht kunnen gebruikers zich tot de toezichthoudende autoriteit wenden. Voor zover het de naleving betreft van de AVG is dat de AP. De AP kan onderzoek instellen naar de naleving van de gegevensbeschermingswetgeving, kan boetes en dwangsommen opleggen alsook stopzetting van gegevensverwerkingen gelasten. Met betrekking tot de naleving van het consumentenrecht kan een melding worden gedaan bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM).
Bent u bereid om in gesprek te gaan met de toezichthouders, en waar nodig partners op Europees niveau, om zo snel mogelijk de lichamelijke integriteit van vrouwen en mensen ook digitaal te beschermen zodat voorkomen wordt dat hormonale kwetsbaarheden worden geëxploiteerd voor commercieel gewin, zonder dat vrouwen dat weten? Zo nee, waarom niet?
Het arrest van het HvJEU d.d. 4 oktober 2024 waaraan ik heb gerefereerd in de antwoorden op de vragen 2 en 4, heeft de brede werkingssfeer van de AVG bevestigd door een ruime interpretatie van het begrip «gezondheidsgegevens», door ook online aankopen van receptvrije geneesmiddelen daaronder (en daarmee onder de strikte regels voor bijzondere persoonsgegevens) te brengen. Ik zou niet willen concluderen dat er sprake is van lacunes in de wetgeving; veeleer wringt het bij de naleving daarvan door verwerkingsverantwoordelijken. Het doen van onderzoek daarnaar is als gezegd een taak van de onafhankelijke toezichthouder. Op grond van artikel 52 AVG treedt de AP daarbij volledig onafhankelijk op en blijft zij vrij van al dan niet rechtstreekse externe invloed en vragen, noch aanvaardt zij instructies van wie dan ook. Deze onafhankelijkheid vind ik belangrijk en ik wil deze dan ook niet doorkruisen.
Bent u bereid te onderzoeken of de huidige wetgeving afdoende is, of dat er nog aanvullende wetgeving of beleid nodig is? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Het bericht dat 3,3 miljard euro aan IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid is stopgezet |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Laurens Dassen (Volt) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD), Eric van der Burg (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht: «Rechter dwarsboomt IT-aanbesteding rijksoverheid van € 3 mrd» (Financieel Dagblad, 9 maart 2026)?1
Bent u eveneens bekend met de uitspraak van de rechter in Den Haag, die stelt dat twee IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid ter waarde van 3,3 miljard euro gestaakt moeten worden?2
Wat is uw reactie op de berichtgeving en de rechterlijke uitspraak?
Kunt u toelichten welke aanpassingen u gaat doorvoeren of al heeft doorgevoerd in de aanbestedingsvoorwaarden om aan de rechterlijke uitspraak te voldoen?
Zouden de IT-aanbestedingen, indien ze doorgang vinden, de digitale autonomie van Nederland vergroten of verkleinen? Kunt u dit onderbouwen?
Hoe houdt u de komende vier jaar de mogelijkheid om de afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven via aanbestedingen te verkleinen conform de wens van de Tweede Kamer,3 nu u middels een raamovereenkomst de voorwaarden voor nieuwe inkoop jarenlang vastlegt?
Ziet u met de rechterlijke uitspraak en de noodzaak om de aanbestedingsvoorwaarden aan te passen ook de mogelijkheid om digitale autonomie zwaarder mee te wegen als criterium?
Welke gevolgen heeft de rechterlijke uitspraak voor de twee IT-aanbestedingen ter waarde van 3,3 miljard euro? Kunt u een overzicht geven van lopende contracten waar deze uitspraak mogelijk ook gevolgen voor heeft?
Wat is het doel en de noodzaak van de twee IT-aanbestedingen? Welke diensten zouden precies ingekocht worden bij Microsoft en Oracle, en in welke ministeries en overheidsorganisaties zouden deze gebruikt worden?
Waarom vraagt u in de aanbesteding voor deze grote IT-projecten om «levering van standaardprogrammatuur van vendor Microsoft» in plaats van dat u de technische eisen uitvraagt van de software die u wil inkopen?4
Wat bedoelt u met «gerelateerde open source toepassingen» aan de standaardprogrammatuur van Microsoft? Op welke toepassingen gaat dit, en waarom neemt u deze af via de tussenhandelaar?5
Hoe verhoudt het niet opnemen van technische eisen voor de af te nemen software zich tot artikel 2.75–2.77 van de Aanbestedingswet 2012, nu ook de term «of gelijkwaardig» (2.76, lid 4, subartikel b) ontbreekt?6
Zijn de toepasselijke (verplichte of aanbevolen) standaarden van het Forum Standaardisatie uitgevraagd in deze aanbestedingen? Zo nee, waarom niet, en hoe verzekert u dan dat ook gegadigden naast Microsoft en Oracle aan de aanbesteding kunnen voldoen?
Zijn de IT-aanbestedingen gericht op het inkopen van software of het vinden van softwareverkopers? Gaan deze aanbestedingen niet feitelijk over het aangaan van een licentieovereenkomst, waarbij het softwarebedrijf als rechthebbende eenzijdig de voorwaarden bepaalt?
Zijn Microsoft en Oracle de énige techbedrijven die kunnen voldoen aan de technische en operationele eisen die u stelt in de aanbesteding? Zo ja, bent u het dan met de indieners eens dat de aanbesteding toeschrijft naar Microsoft en Oracle?
Wat bedoelt de Staat met de stelling dat «80 tot 85% van de offerteaanvragen een productgerichte offerteaanvraag [betreft]»? Kan er sprake zijn van een open aanbesteding als het merendeel van offertes om één specifiek product vraagt?
Hoeveel van deze 80 tot 85% van deze productgerichte offerteaanvragen worden uiteindelijk bij Microsoft en Oracle afgenomen? Kunt u dit inzichtelijk maken?
Zorgen deze productgerichte offerteaanvragen ervoor dat het op voorhand vrijwel zeker is dat software van Microsoft en Oracle zal worden gekozen? Zo nee, waarom is er dan gekozen voor productgerichte offerteaanvragen? Zo ja, is het dan terecht om te stellen dat er sprake is van een vendor lock-in?
Deelt u de analyse van de indiener dat deze mate van productgerichte offerteaanvragen een vendor lock-in van enkele grote techbedrijven in de hand speelt? Zo nee, kunt u onderbouwen dat dit niet het geval is?
Is software van Microsoft en Oracle de enige manier om uw dienstverlening te kunnen handhaven? Zo nee, waarom is dan gekozen voor de productgerichte offerteaanvragen?
Is dezelfde constructie met productgerichte offerteaanvragen, met sublicentiëring via tussenhandelaren, eerder toegepast bij IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid, zoals gesteld wordt in de berichtgeving? Zijn er lopende contracten waarbij dezelfde constructie van toepassing is?
Hoe verhouden deze productgerichte offerteaanvragen bij Microsoft en Oracle zich tot de Aanbestedingswet 2012, artikel 1.10a, in het bijzonder lid 2, namelijk het verbod om opdrachten te ontwerpen «met het doel bepaalde ondernemers ten onrechte te bevoordelen»?7
Bent u bekend met (in omvang) vergelijkbare aanbestedingen van ICT die op een soortgelijke manier, door het noemen van de merknaam, een of meer Europese leveranciers bevoordelen? Zo ja, welke zijn dat? Zo nee, waarom is dit bij Amerikaanse bedrijven dan wel het geval?
Kunt u alle relevante stukken die betrokken zijn bij de (voorbereiding van) deze twee IT-aanbestedingen aan de Kamer doen toekomen, inclusief risico-analyses en voorbereidende notities?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden, en toezeggen dat u de IT-aanbestedingen niet doorzet totdat deze juridisch houdbaar zijn en de Kamer volledig is geïnformeerd?
Het bericht 'Odido-routers stuurden klantgegevens naar Amerikaans AI-bedrijf' |
|
Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat telecomprovider Odido zonder medeweten van klanten MAC-adressen en apparaatnamen uit consumentenrouters heeft doorgestuurd naar een Amerikaans AI-bedrijf?1
Ja.
Kunt u toelichten in hoeverre MAC-adressen en apparaatnamen volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als persoonsgegevens kunnen worden beschouwd?
Alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon kan een persoonsgegeven zijn (artikel 4, eerste lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, AVG). Ook een MAC-adres of een apparaatnaam kan als persoonsgegeven worden beschouwd.
Hoe beoordeelt u de privacyrisico’s van het verzamelen en delen van deze gegevens, omdat daarmee mogelijk ook huishoudens kunnen worden herkend of gevolgd?
Het is van belang dat persoonsgegevens worden verwerkt op een wijze die rechtmatig, behoorlijk en transparant is. Een verwerking is bijvoorbeeld rechtmatig, als er toestemming voor is gegeven, een gerechtvaardigd belang is of als de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst. Het is niet aan het kabinet binnen het stelsel van de AVG om in te gaan op individuele gevallen, maar in eerste instantie aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De taken en bevoegdheden om op te treden tegen overtredingen zijn vastgelegd in de AVG. De AP kan daartoe handhavend optreden, advies verstrekken en klachten behandelen over een inbreuk op de bescherming van persoonsgegevens. Zij toetst of sprake is van strijdigheid met de Europese gegevensbeschermingsregels. De AP is op de hoogte van de genoemde berichtgeving over Odido.
Hoe beoordeelt u het feit dat deze gegevens naar een Amerikaans AI-bedrijf zijn doorgestuurd?
Doorgifte van persoonsgegevens naar een bedrijf dat buiten de Europese Economische Ruimte (EER) is gevestigd is op grond van de AVG alleen toegestaan onder voorwaarden. Persoonsgegevens mogen alleen buiten de EER worden verwerkt in overeenstemming met de voorwaarden voor dergelijke doorgiften die zijn vastgelegd in hoofdstuk V van de AVG. Bijvoorbeeld als de Europese Commissie een adequaatheidsbesluit heeft genomen of dat er door het bedrijf passende waarborgen zijn genomen. Of in deze casus wel of geen grondslag was voor het al dan niet delen van deze gegevens buiten de EER, evenals de vraag of de waarborgen van hoofdstuk V van de AVG in acht zijn genomen, is niet aan het kabinet om te beoordelen, maar aan de toezichthouder. De AP is op de hoogte van de genoemde berichtgeving over Odido.
Deelt u de opvatting van de Autoriteit Persoonsgegevens dat MAC-adressen kunnen worden beschouwd als persoonsgegevens? Zo ja, welke eisen gelden voor het verzamelen en delen van deze gegevens door telecomproviders?
Ja. Zie het antwoord op vraag 2. De AVG geeft algemene regels voor de verwerking van persoonsgegevens. Daarnaast stelt de Telecommunicatiewet specifieke regels voor telecomaanbieders.
Welke risico’s ziet u voor de privacy en veiligheid van burgers wanneer grote hoeveelheden metadata over wifi-netwerken en apparaten worden verzameld en mogelijk gecombineerd met andere datasets?
Dat hangt af van de omstandigheden van het geval. Een risico dat volgt uit het niet naleven van de AVG is in ieder geval dat de betrokkenen hun rechten niet (volledig) kunnen uitoefenen. Denk hierbij aan het inzien, corrigeren, of verwijderen van hun eigen persoonsgegevens.
Is de Autoriteit Persoonsgegevens betrokken bij deze kwestie en wordt onderzocht of Odido de privacyregels heeft nageleefd?
De AP is op de hoogte van de genoemde berichtgeving over Odido. Het is aan de AP om opheldering te vragen aan Odido.
Welke stappen verwacht u van Odido richting klanten, bijvoorbeeld om hen te informeren over welke gegevens zijn gedeeld en welke maatregelen worden genomen om dit in de toekomst te voorkomen?
Dit is niet aan het kabinet, maar in eerste instantie aan de AP. De AP toetst of sprake is van strijdigheid met de Europese gegevensbeschermingsregels. In zijn algemeenheid hangt het van meerdere factoren af. Onder andere de vraag of er een grondslag is voor het verwerken van deze gegevens en, indien er sprake is van doorgifte buiten de EER, of de waarborgen van de AVG in acht zijn genomen.
Ziet u aanleiding om strengere eisen te stellen aan telecomproviders die AI-diensten gebruiken, zodat gegevens van gebruikers beter worden beschermd en transparanter wordt omgegaan met dataverzameling?
Nee. De AVG geeft duidelijke regels voor de bescherming van persoonsgegevens. Daarnaast stelt de Telecommunicatiewet specifieke regels voor telecomaanbieders. Ook de AI-verordening kent een duidelijke set van regels. Er is wel aanleiding om het gesprek te voeren met het veld, waaronder telecomaanbieders, over de bescherming van persoonsgegevens in de praktijk. Vervolgens zal dit betrokken worden bij het voornemen om de toepassing van de AVG in Nederland tegen het licht te houden.
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden en dit doen voor 23 maart 2026 vanwege het wetgevingsoverleg over de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten?
Dat is helaas niet gelukt.
Het bericht 'Onderzoek naar Amerikaanse cloud-risico’s door ministerie van overheidswebsite verwijderd' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het Volkskrant-bericht «Onderzoek naar Amerikaanse cloud-risico’s door Ministerie van overheidswebsite verwijderd» (d.d. 5 maart 2026)?1
Hoe beoordeelt u de conclusie van experts dat de risico’s die overheden lopen door het gebruik van de nieuwe clouddienst van Amazon worden onderschat?
Bent u voornemens gebruik te maken van de nieuwe clouddienst van Amazon? Waarom wel of niet?
Bent u bekend met de aangenomen motie van het lid Dassen (Kamerstuk 36 800, nr. 61) over het volledig overstappen op Europese, op open standaarden gebaseerde digitale alternatieven voor de digitale infrastructuur?2
Hoe verhoudt het publiceren, en naar aanleiding van deskundige kritiek weer verwijderen, van dit rapport zich tot de aangenomen motie van het lid Dassen en de brede wens van de Kamer om grootschalig over te stappen naar Europese alternatieven?
Welke alternatieven zijn er al reeds om invulling te geven aan deze motie en hoe snel kunnen deze worden geïmplementeerd?
Hoe zou het eventueel aanschaffen van diensten van de nieuwe clouddienst van Amazon staan in relatie tot het coalitieakkoord, waarin staat dat het inkoopbeleid van de overheid gebruikt zal worden voor het aanjagen van Nederlandse en Europese ICT-industrie?
Erkent u het risico voor onze digitale soevereiniteit als wij niet versneld overstappen op Europese alternatieven voor onze digitale infrastructuur? Waarom wel of niet?
Kunt u deze vragen binnen een week en afzonderlijk beantwoorden?
Het bericht dat een rapport over Amerikaanse clouddiensten is verwijderd |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Jantine Zwinkels (CDA), Sarah El Boujdaini (D66) |
|
David van Weel (VVD), Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht: «Onderzoek naar Amerikaanse cloud-risico’s door Ministerie van overheidswebsite verwijderd» (De Volkskrant, 5 maart 2026)?
Kunt u verklaren waarom het onderzoek naar de risico’s van de Amazon «European Sovereign Cloud» tijdelijk offline is gehaald?1
Wat is uw reactie op het rapport?
Wat is het doel geweest van het onderzoek van GreenbergTraurig? Wat wordt er gedaan met de uitkomsten?
Hoe reageert u op de kritiek dat het rapport eenzijdig is geschreven? Ziet u aanleiding om de risico’s nader te onderzoeken?
Hoe leest u de conclusies van het rapport, waaruit blijkt dat de Amerikaanse overheid via de Amazon «European Sovereign Cloud» nog steeds toegang kan krijgen tot Nederlandse data?
Kunt u bevestigen dat het afnemen van de Amazon «European Sovereign Cloud» en soortgelijke initiatieven van Amerikaanse techgiganten niet bijdraagt aan het digitaal autonoom maken van Nederland? Wordt het afbouwen van het gebruik hiervan onderdeel van het kabinetsbeleid?
Hebben ministeries, uitvoeringsorganisaties, zbo’s of andere overheidsdiensten reeds plannen om gebruik te maken van de Amazon «European Sovereign Cloud» of soortgelijke initiatieven? Zo ja, kunt u een overzicht geven van organisaties die van plan zijn om de dienst af te nemen of dit al hebben gedaan?
Zijn er nog andere risicoanalyses of onderzoeken uitgevoerd naar de gevolgen voor de digitale autonomie bij het afnemen van de Amazon «Sovereign European Cloud» of soortgelijke initiatieven? Zo ja, kunt u deze aan de Kamer doen toekomen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo snel mogelijk beantwoorden?
Een Amerikaanse aanbesteding voor ICT van de Belastingdienst |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Jan Struijs (50PLUS) |
|
Aerdts , Eerenberg |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Digitale autonomie en de uitbesteding applicatiediensten omzetbelasting door de Staat»1 en de desbetreffende aanbesteding van de Belastingdienst?2
Ja.
Wat is uw reactie op het bericht en de aanbesteding?
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de Kamerbrief die u op 17 maart jl. over dit onderwerp heeft ontvangen.
Op welke gronden is gekozen om (het beheer en het onderhoud van) de software van de omzetbelasting bij FAST Enterprises in te kopen, namelijk het softwarepakket «GenTax»?
Het systeem voor de omzetbelasting is sterk verouderd en dringend toe aan modernisering. Daarover is uw Kamer in de laatste jaren veelvuldig geïnformeerd. De Belastingdienst is in 2020 gestart met het traject om het verouderde omzetbelastingsysteem te moderniseren. In 2021 heeft de Belastingdienst een marktconsultatie gedaan, waaruit bleek dat er oplossingen in de markt beschikbaar zijn. In 2022 is na extern advies besloten om een aanbesteding te starten en een pakketoplossing uit de markt aan te schaffen in plaats van zelf een nieuw systeem te bouwen. Uit het advies bleek dat een oplossing uit de markt sneller en tegen lagere kosten zou kunnen worden gerealiseerd dan wanneer de Belastingdienst zelf een systeem zou bouwen.
In 2023 is de Belastingdienst een aanbestedingsprocedure (een concurrentiegerichte dialoog) gestart. Na het doorlopen van een zorgvuldige Europese aanbestedingsprocedure is de opdracht gegund aan het Amerikaanse bedrijf Fast Enterprises. Dit bedrijf scoorde het beste op de aangegeven criteria uit de vooraf via TenderNed openbaar gemaakte aanbestedingsstukken. Voorbeelden van criteria zijn: gebruiksvriendelijkheid, gegevensbeheer, informatiebeveiliging en datamigratie.
Op welke manier is er, ten tijde van de aanbesteding, rekening gehouden met digitale autonomie als voorwaarde voor aanbestedingen van overheids-ICT? Zou u dit in de huidige politieke context anders beoordelen?
Het traject is gestart in een andere (geo)politieke context. Het versterken van de nationale digitale autonomie door het beperken van de afhankelijkheid van niet-Europese technologie speelde destijds een beperktere rol in de afwegingen. Er is bewust gezocht naar bewezen technologie en gekeken naar de ervaringen van andere Europese landen.
De aanbesteding is zorgvuldig doorlopen conform de Europese aanbestedingsregels. De gevolgde Europese aanbestedingsregels maken het niet mogelijk om niet-Europese landen uit te sluiten indien hier handelsverdragen mee zijn gesloten.
Tegelijkertijd ziet dit kabinet ook dat Nederland kwetsbaar is geworden door afhankelijkheid van een klein aantal buitenlandse (tech)spelers en kijkt daarom met veel aandacht naar de digitale, en open strategische, autonomie van Nederland. In Europees verband wordt daarom gesproken over het herzien van de aanbestedingswet- en regelgeving, en een eventueel EU-voorkeursprincipe bij aanbestedingen in specifieke sectoren.
Indien de keuze voor FAST Enterprises de digitale autonomie niet bevordert, kunt u dan onderbouwen waarom dit alsnog de voorkeursoptie is?
In 2020 startte de Belastingdienst het traject voor de modernisering van het verouderde omzetbelastingsysteem. Een marktconsultatie in 2021 wees uit dat er geschikte pakketoplossingen beschikbaar waren in de markt. In 2022 is na een onderzoek uitgevoerd door McKinsey besloten om een aanbesteding te starten om een bewezen pakketoplossing voor de omzetbelasting aan te schaffen in plaats van zelf een nieuw systeem te bouwen.3 Uit het onderzoek bleek dat het aanschaffen van een systeem sneller te realiseren is dan zelf bouwen. Een tweede onafhankelijk onderzoek heeft dit beeld bevestigd.
De Belastingdienst heeft een zorgvuldige Europese aanbestedingsprocedure doorlopen in de vorm van een concurrentiegerichte dialoog. Het stond Nederlandse en Europese bedrijven uiteraard vrij om hieraan deel te nemen, dat hebben zij ook gedaan. Na het doorlopen van deze aanbestedingsprocedure is de opdracht gegund aan het Amerikaanse bedrijf, Fast Enterprises. Zoals ik reeds aangaf in het antwoord op vraag 3 scoorde dit bedrijf het beste op de van te voren aangegeven criteria in de aanbestedingsstukken. Daarnaast sluiten de gevolgde Europese aanbestedingsregels Amerikaanse bedrijven niet uit.
Kunt u onderbouwen waarom er niet is gekozen om de software van de omzetbelasting intern te ontwikkelen en beheren of dit in te kopen bij een Nederland of Europees bedrijf?
Zie antwoord vraag 5.
Hoe garandeert u dat de relatie met FAST Enterprises niet door de Verenigde Staten gebruikt zal worden als drukmiddel, in het licht van de Nationale Veiligheidsstrategie van de VS?3 Kunt u inzicht geven in alle maatregelen die zijn genomen om dit risico te voorkomen?
Ik kan u die garantie niet geven. Het volledig uitsluiten van dit risico is bij een afhankelijkheid van een externe leverancier niet mogelijk. Het kabinet is doorlopend met de Verenigde Staten in gesprek om dergelijke vergaande maatregelen te voorkomen.5 In een extreem geval, kan de leverancier onder statelijke druk gedwongen worden om te stoppen met het leveren van diensten. In de recente geschiedenis is dit alleen onder zeer specifieke sanctiewetgeving gebeurd. De risico’s rondom continuïteit in relatie tot de Amerikaanse leverancier dienen te worden afgewogen tegen de risico’s die samenhangen met het langer in stand houden van het huidige verouderde systeem waarover ik u in de oplegbrief heb geïnformeerd. Deze risico’s acht ik groter en reëler dan dat de relatie met de leverancier als drukmiddel wordt ingezet.
De Belastingdienst voert als onderdeel van het programma een risicoanalyse conform de IRAM (Information Risk Assessment Methodology) uit. Op basis daarvan worden maatregelen uitgewerkt en geïmplementeerd en vervolgens op hun effectiviteit getoetst. Gelijktijdig en als onderdeel van de risicoanalyse laat ik parallel onderzoeken op welke termijn en onder welke voorwaarden de Belastingdienst het beheer en onderhoud van de infrastructuur van het systeem kan overnemen van Fast Enterprises. Dit kan als een alternatieve route dienen in het geval uit de risicoanalyse blijkt dat de restrisico’s, na het treffen van de beheersmaatregelen, niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht. Het zorgvuldig uitwerken van deze alternatieve route vergt tijd. Ik zal uw Kamer hierover informeren voor het zomerreces.
Ik zal hierbij ingaan op een aantal maatregelen die nader worden uitgewerkt. De Belastingdienst werkt met Fast aan de invulling van deze mitigerende maatregelen. Zo zal de leverancier gaan werken op locatie in Apeldoorn onder toezicht van medewerkers van de Belastingdienst die worden opgeleid om het systeem te beheren. Er wordt door de leverancier, eenmaal in productie, geen beheer op afstand vanuit de Verenigde Staten gevoerd. De Belastingdienst heeft de infrastructuur ingericht als een «onvertrouwde» omgeving binnen de infrastructuur van de Belastingdienst. De omgeving is gezoneerd en koppelingen of verbindingen met andere systemen worden gecontroleerd.
De Belastingdienst is in gesprek met de leverancier over het treffen van aanvullende beheersmaatregelen. Het gaat daarbij onder meer, maar niet uitsluitend, om te bewerkstelligen dat er wordt gewerkt met medewerkers die niet onder Amerikaanse jurisdictie vallen. Ook is de Belastingdienst in gesprek met de leverancier om de escrow-regeling die is opgenomen in de overeenkomst met Fast een ruimere toepassing te geven. Dit is een regeling die dient als waarborg op de continuïteit van de dienstverlening. Er wordt een kopie van de broncode en documentatie in bewaring gegeven bij een Nederlandse onafhankelijke derde partij. In geval van het niet nakomen van dienstverleningsafspraken wordt deze broncode en documentatie vrijgegeven. De Belastingdienst gaat een proces inrichten om te zorgen dat de Belastingdienstmedewerkers in dat geval over de benodigde expertise beschikken en werkzaamheden kunnen uitvoeren.
Kan de Belastingdienst gedurende de looptijd van het contract wel of niet volledig zelfstandig en zonder bijdrage van FAST Enterprises: 1) reageren op incidenten in GenTax; 2) bugfixes doorvoeren in GenTax; en 3) GenTax aanpassen zodat het voldoet aan nieuwe regelgeving?
Nee, deze handelingen kan de Belastingdienst niet volledig zelfstandig uitvoeren. Dit onderwerp is wel onderdeel van de kritische blik op de beheersmaatregelen en de nadere uitwerking hiervan. Zoals hiervoor aangegeven is de Belastingdienst een proces aan het inrichten om te zorgen dat de Belastingdienstmedewerkers de benodigde expertise hebben om continuïteit te waarborgen ingeval van niet nakomen van dienstverleningsafspraken.
Kunt u precies aangeven wat de werkzaamheden en de taken zijn van het projectteam van FAST Enterprises dat op Nederlandse bodem diensten zal leveren, zowel vóór als na de implementatie van GenTax?4
De implementatie betreft een integrale oplossing waarbij Fast het beheer gaat voeren op het totale systeem (software en infrastructuur). De infrastructuur staat in Apeldoorn, maar wordt beheerd door Fast (door middel van een housing-oplossing geleverd door de Belastingdienst). Zoals in de specificatie van de opdracht beschreven zal het projectteam van Fast, op Nederlandse bodem, werkzaamheden uitvoeren die samenhangen met de realisatie, configuratie en implementatie van GenTax. Dit gebeurt onder toezicht van Belastingdienstmedewerkers (vier-ogenprincipe). De Belastingdienst werkt met Fast aan wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven.
Het projectteam van Fast ondersteunt daarnaast de voorbereiding en uitvoering van de migratie naar de nieuwe oplossing en begeleidt de organisatorische inbedding daarvan. Ook verzorgt Fast de opleidingsmaterialen die nodig zijn om medewerkers met het nieuwe systeem te laten werken.
Na de implementatie is Fast verantwoordelijk voor het onderhoud van de oplossing, waaronder het herstellen en verbeteren van functionaliteit en het doorvoeren van productupdates. Verder draagt het projectteam van Fast op dit moment zorg voor het technisch applicatiebeheer en de beschikbaarheid en werking van de oplossing op basis van de overeengekomen service levels. Fast biedt daarnaast ondersteuning bij vragen en verstoringen en blijft, waar nodig en binnen de functionele kaders van de oplossing, configuratiewijzigingen doorvoeren wanneer wet- en regelgeving verandert.
In geval van wijzigingen in wet- en regelgeving ondersteunt Fast bij de configuratie hiervan. Deze wijzigingen voert Fast niet zelfstandig uit. Hiervoor geldt het voortbrengingsproces waarbij Fast bij het configureren samenwerkt met de Belastingdienst. De configuratie van het systeem moet worden goedgekeurd door de Belastingdienst. Dat gebeurt via een proces van definities, verschillende testen, goedkeuren en acceptatie.
Verder werkt Fast doorlopend aan verbeteringen van het Gentax-pakket. Deze verbeteringen kunnen zowel betrekking hebben op de implementatie van nieuwe Europese wet- en regelgeving als functionele en technische verbeteringen van het Gentax-pakket zelf. Het doorvoeren van deze verbeteringen vindt plaats onder regie van de Belastingdienst.
Valt FAST Enterprises volledig en uitsluitend onder Nederlandse en Europese jurisdictie? Zo niet, heeft u dan in kaart gebracht welke gevolgen deze aanbesteding heeft voor de digitale autonomie van Nederland?
Nee, Fast Enterprises is een Amerikaans bedrijf en valt daarmee onder Amerikaanse jurisdictie. Daarmee komen de gegevens waartoe de leverancier, na implementatie, toegang krijgt in potentie binnen reikwijdte van extraterritoriale wetgeving zoals de CLOUD Act en de FISA Amendments Act.
De Belastingdienst is met de leverancier in gesprek over de mogelijkheid dat zij een onafhankelijke Europese entiteit oprichten met de intentie om het contract met de Belastingdienst, dat valt onder Nederlands recht, daarheen te verhuizen. Dit wordt momenteel juridisch nader verkend.
Welke analyses zijn uitgevoerd op het risico op spionage, dataweglek en het vergroten van de afhankelijkheid van de Verenigde Staten door deze keuze? Kunt u deze aan de Kamer doen toekomen (al dan niet vertrouwelijk), en de uitkomsten op hoofdlijnen delen?
De Belastingdienst voert als onderdeel van het programma een risicoanalyse conform de IRAM (Information Risk Assessment Methodology) uit. Dit is een internationaal erkende methodiek om informatierisico's systematisch in kaart te brengen en te beoordelen. Deze analyse is nog niet afgerond; op basis van de uitkomsten worden maatregelen uitgewerkt en geïmplementeerd, en vervolgens op hun effectiviteit getoetst. Het nieuwe systeem wordt niet in gebruik genomen voordat de beheersmaatregelen aantoonbaar effectief zijn ingericht.
Aangezien de IRAM nog wordt uitgevoerd, kan ik de uitkomsten op dit moment nog niet met uw Kamer delen. Zodra de analyse is afgerond, ben ik bereid de resultaten en de daaruit voortvloeiende maatregelen vertrouwelijk ter inzage aan uw Kamer aan te bieden.
Kunt u alle relevante notities, adviezen, (risico)analyses en documenten, die betrokken zijn bij de keuze voor FAST Enterprises, in volledigheid met de Kamer delen?
Tijdens de regeling van werkzaamheden op 3 maart jl. heeft uw Kamer verzocht om alle relevante stukken en notities die de keuze onderbouwen te ontvangen. Dit verzoek heb ik ontvangen. Omdat ik het belangrijk vind uw Kamer voor het debat van 19 maart te informeren, is de zoekslag met prioriteit uitgevoerd. Daardoor kan ik uw Kamer documenten doen toekomen die bezien op de aanbesteding, advisering, informatievoorziening en besluitvorming vanuit verschillende fasen binnen de overstap naar een ander OB-systeem. De documenten zijn bijgevoegd bij de Kamerbrief over het systeem voor de omzetbelasting die u op 17 maart jl. heeft ontvangen.
Wanneer er nieuwe relevantie informatie naar boven komt, waarmee een nieuw licht wordt geschenen op de reeds gedeelde inlichtingen, wordt dit op korte termijn met u gedeeld.
Onder welke voorwaarden is het in eigen beheer en onderhoud nemen van de applicatiediensten voor de omzetbelasting een haalbare oplossing? Welke aanvullende middelen of capaciteit is nodig om dit te realiseren?
De Belastingdienst heeft dit jaar op hoofdlijnen een aantal andere scenario’s verkend. Eén van deze scenario’s is dat de Belastingdienst het beheer van de infrastructuur overneemt (van housing naar hosting). Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 7 en in de Kamerbrief die u heeft ontvangen laat ik de mogelijkheid tot het zelfstandig beheren van de infrastructuur gelijktijdig en als onderdeel van de risicoanalyse parallel onderzoeken en zal ik uw Kamer hier voor het zomerreces over informeren. Voor een besluit wordt genomen of een toezegging wordt gedaan voor een andere variant dan het continueren van de huidige koers geldt wel dat de impact in beeld moet worden gebracht en expliciet worden gewogen inclusief de daarbij behorende dekking.
In het geval dat er voor een andere koers wordt gekozen dan de huidige zullen de risico’s en gevolgen die samenhangen met het langer in stand houden van het huidige verouderde systeem toenemen. Dat betekent dat het gevolgen kan hebben voor de tijdige implementatie van Europese wet- en regelgeving zoals de ViDA. Als deze wetgeving niet tijdig wordt geïmplementeerd kan dit leiden tot ingebrekestellingen van de Europese Commissie en problemen voor het (Nederlandse) bedrijfsleven.
Heeft de Belastingdienst een duidelijke sourcingstrategie voor het inkopen van ICT-diensten? Zo ja, kunt u deze met de Kamer delen?
Ja de Belastingdienst heeft een ICT-sourcingstrategie opgesteld. Deze strategie is erop gericht om een onderbouwde keuze te maken bij de aanschaf van software. De voorkeur is om bewezen standaardoplossingen uit de markt te gebruiken, zodat de Belastingdienst marktconform kan werken. Deze strategie is eerder in oktober 2024 met uw Kamer gedeeld.7
De Belastingdienst zal het sourcingbeleid herzien en waar nodig actualiseren. Daarbij zal rekening worden gehouden met recente (geo)politieke en technische ontwikkelingen.
Welke mogelijkheden heeft u om alsnog van deze leverancier af te zien, gezien de veranderende politieke situatie en de uitgesproken wens van de Kamer om digitale afhankelijkheden af te bouwen?
Het is mogelijk om de overeenkomst (onder voorwaarden) met de leverancier te ontbinden. Ik zie dat niet als een reëel scenario. Voor de systemen van de omzetbelasting geldt dat de modernisering niet langer kan wachten. Dit systeem is inmiddels rond de veertig jaar oud, de kennis wordt schaarser, de risico’s op storingen en uitval groter en de mogelijkheid om nieuw beleid uit te voeren is zeer beperkt. De keuze voor deze oplossing is weloverwogen gemaakt. De Belastingdienst heeft de aanbestedingsprocedure zorgvuldig doorlopen en de gunning is in maart 2025 definitief verleend. Zoals aangegeven in de Kamerbrief die u heeft ontvangen en in mijn antwoord op vraag 7 zet ik het traject voort en laat ik parellel onderzoeken door de Belastingdienst of het beheer en onderhoud van de infrastructuur door de Belastingdienst kan worden overgenomen.
Waarom is het McKinsey-rapport «Kopen of zelf bouwen?,» dat betrokken is geweest bij de keuze om de software van de omzetbelasting in te kopen, niet meer Openbaar?5 Kunt u het rapport opnieuw Openbaar maken?
Het rapport staat nog steeds online. De link uit het artikel is verouderd. Het is in te zien via: Open overheid.
Welke ambities zijn er om het gebruik van GenTax uit te breiden naar andere middelen dan de omzetbelasting, aangezien in het McKinsey-rapport wordt gesteld dat uitbreiding een voordeel is van het inkopen van een extern pakket?
Op dit moment zijn er geen plannen om het gebruik van GenTax uit te breiden naar andere belastingmiddelen.
Uit welk advies bleek dat ook het beheer en onderhoud van de applicatiediensten uitbesteed moest worden? Op welke momenten is de Kamer geïnformeerd dat beheer en onderhoud bij een niet-Europees bedrijf zou worden belegd?
Hierover is geen extern advies ingewonnen.
De Tweede Kamer is periodiek geïnformeerd over de voortgang van de aanbesteding. Tijdens het commissiedebat Belastingdienst in maart 2025 is aangegeven dat de gunning aan Fast Enterprises had plaatsgevonden. Aangezien het ongebruikelijk is om uw Kamer op dit detailniveau te informeren over aanbestedingen, bent u niet specifiek geïnformeerd over het uitbesteden van het beheer en onderhoud van applicatiediensten.
Zijn de waarschuwing en het advies van het Adviescollege ICT uit 2024 naar behoren opgevolgd?6 Zo nee, om welke redenen is dit niet nageleefd?
Ja. Het Adviescollege ICT heeft in april 2024 advies uitgebracht over het programma modernisering omzetbelasting. In dit advies onderschreef het Adviescollege de keuze van de Belastingdienst voor een pakketoplossing, maar werd de Belastingdienst geadviseerd de voorbereiding op een aantal punten te versterken. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer op 7 mei 2024 geïnformeerd over de wijze waarop de Belastingdienst deze adviezen zou opvolgen.10 Deze adviezen zijn opgepakt en benut door de Belastingdienst voor het verdere verloop van het traject.
Kunt u nauwkeurig toelichten in welke mate medewerkers van FAST Enterprises toegang krijgt tot de gegevens die verwerkt worden bij het heffen van de omzetbelasting? Welke garantie is er dat data via deze medewerkers toegankelijk wordt voor Amerikaanse overheidsdiensten?
Fast Enterprises zal de servers gaan beheren die geplaatst worden in het datacenter van de Belastingdienst in Apeldoorn. Daardoor krijgt Fast Enterprises, als de OB-regeling(en) in productie zijn genomen, toegang tot data van belastingplichtigen. De mate waarin medewerkers van Fast toegang krijgen tot data die in deze servers staat hangt af van hun autorisatie. Het uitgangspunt is dat medewerkers van Fast tijdens de productiefase geen toegang hebben tot productiedata en daartoe alleen tijdelijk toegang verkrijgen wanneer dit nodig is om hun beheerwerk te verrichten.
Fast Enterprises heeft een geheimhoudingsverklaring ondertekend. Deze verklaring voorkomt niet dat de Amerikaanse Staat voorgenoemde data kan vorderen op basis van extra territoriale wetgeving zoals de CLOUD Act en FISA Amendments Act. Er worden maatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals het inrichten van het eerdergenoemde vier-ogen principe en infrastructurele beperkingen om data uit het systeem te kunnen halen, en logging en monitoring.
Deelt u de zienswijze dat het feit dat de servers van de Belastingdienst in Nederland blijven onvoldoende is om de risico’s voor de vertrouwelijkheid en cyberveiligheid weg te nemen, als een Amerikaanse partij straks toegang krijgt tot de servers?
Het gegeven dat de servers in het datacenter van de Belastingdienst staan is op zichzelf niet afdoende om alle risico’s weg te nemen. Daarom gaat de Belastingdienst ook aanvullende maatregelen nemen, zoals aangegeven in de brief die u bij met deze antwoorden heeft ontvangen, om deze risico’s tot een acceptabel niveau terug te brengen.
Bent u bereid om een kort, onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheid om het project alsnog stop te zetten, met behoud van de continuïteit van de belastingheffing?
Het stopzetten van het project acht ik niet verstandig, de redenen daarvoor heb ik uitgebreid toegelicht in de Kamerbrief die u heeft ontvangen. Een onderzoek met als uitgangspunt het stopzetten van dit traject lijkt mij prematuur gezien het feit dat de risicoanalyse en de uitwerking van beheersmaatregelen nog gaande zijn. Zoals aangegeven in de Kamerbrief die u heeft ontvangen en in mijn antwoord op vraag 7 laat ik, als onderdeel van de risicoanalyse, door de Belastingdienst parellel onderzoeken of het beheer en onderhoud van de infrastructuur door de Belastingdienst kan worden overgenomen.
Ik acht het zorgvuldiger om eerst het uitwerken van deze route en het afronden van de risicoanalyse af te wachten en vervolgens de uitkomsten hiervan te beoordelen. Voorafgaand aan de ingebruikname van het nieuwe systeem zullen alle beheersmaatregelen worden getoetst op hun effectiviteit. Ik ben bereid deze toetsing door een onafhankelijke partij te laten doen en de resultaten met uw Kamer te delen.
Kunt u een actueel overzicht geven van de planning van het lopende implementatietraject?
De Belastingdienst heeft gekozen voor een stapsgewijze implementatie. Deze planning is door mijn ambtsvoorganger op 13 november 2025 met uw Kamer gedeeld.11
Juli 2026
Juli 2027
4. Kleine ondernemersregeling (NL-KOR): de btw-vrijstelling voor ondernemers met een jaaromzet in Nederland tot en met € 20.000;.
Juli 2028
Kunt u toezeggen om geen onomkeerbare stappen te zetten in de migratie van de diensten naar FAST Enterprises, totdat volledig is uitgesloten dat de digitale autonomie hierdoor wordt ondermijnd en de Kamer zich hierover heeft kunnen uitspreken?
Er wordt op dit moment nog geen gebruik gemaakt van het nieuwe systeem. Het huidige systeem functioneert ongewijzigd. Wel wordt er doorgewerkt aan de voorbereiding van de ingebruikname om te voorkomen dat er vertraging optreedt en de risico’s met betrekking tot de continuïteit van het systeem daarmee toenemen. Daarbij merk ik op dat de gunning in maart 2025 definitief is geworden en het contact met Fast Enterprises is getekend. De Belastingdienst is als contractpartij gehouden aan de verplichtingen die hieruit voortvloeien. Het opzeggen of niet nakomen van het contract zal juridische en financiële consequenties met zich meebrengen.
Zoals aangegeven in de Kamerbrief en in de antwoorden op vraag 7 en 13 zal ik u voor het zomerreces en dus voor de ingebruikname van het systeem informeren over het uitwerken van de alternatieve route en de risicoanalyse.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo snel mogelijk beantwoorden en in ieder geval te voldoen aan de aanvullende informatieverzoeken voordat het commissiedebat Belastingdienst van 19 maart 2026 plaatsvindt?
Ja, de vragen zijn zoveel mogelijk afzonderlijk van elkaar beantwoord.
Het bericht 'US orders diplomats to fight data sovereignty initiatives' |
|
Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van Reuters waarin wordt gesteld dat de Amerikaanse regering diplomaten instrueert om buitenlandse initiatieven op het gebied van datasoevereiniteit actief tegen te gaan?1
Hoe beoordeelt u deze instructie van de Amerikaanse regering in het licht van het belang dat Europa zelf zeggenschap houdt over waar en hoe gevoelige data van burgers, bedrijven en overheden wordt opgeslagen en verwerkt?
Is bij u bekend of Amerikaanse diplomaten richting Nederland of bij de Europese Commissie pogingen hebben ondernomen om beleid op het gebied van datasoevereiniteit te beïnvloeden, en zo ja, op welke wijze en in welke context?
Welke gevolgen kan het afzwakken van beleid op het gebied van datasoevereiniteit hebben voor de bescherming van persoonsgegevens, de online veiligheid en de controle die burgers hebben over hun eigen data?
Ziet u hierin aanleiding om, samen met Europese partners, actiever in te zetten op het versterken van digitale soevereiniteit, onder meer door het bevorderen van Europese cloud- en data-infrastructuur?
Ziet u daarnaast aanleiding om in Europees verband gezamenlijke uitgangspunten over datasoevereiniteit actiever uit te dragen en te verdedigen?
Het bericht ‘Hackers persen Odido af na datalek en eisen een miljoen euro losgeld’ |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Songül Mutluer (PvdA) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Hackers persen Odido af na datalek en eisen een miljoen euro losgeld»?1
Ja.
Deelt u de mening dat het verdienmodel van cybercriminelen voor een groot deel draait op het afpersen van slachtoffers, onder dreiging van het publiceren van gestolen data of het voor eeuwig versleutelen van systemen?
De modus operandi van cybercriminelen waarbij slachtoffers worden afgeperst onder dreiging van het publiceren van gestolen data of versleuteling is bekend.2
Vindt u dat het toegeven aan dit soort afpersing het verdienmodel van cybercriminelen in stand houdt? Hoe verhoudt dit zich volgens u tot de bescherming van slachtoffers, die hun persoonlijke data in handen van criminelen zien verdwijnen als een getroffen organisatie niet betaalt?
Slachtoffer worden van ransomware en dit soort afpersing kan veel impact hebben. De schade kan enorm oplopen en plaatst een getroffen bedrijf in een moeilijke positie, ook richting klanten. Zeker in dit geval waar het aantal gestolen gegevens zo omvangrijk is. De uiteindelijke afweging is aan de getroffen organisatie, maar het dringende advies vanuit de overheid blijft: geen losgeld betalen. Het betalen van losgeld biedt geen garantie dat criminelen systemen weer toegankelijk maken of gestolen data niet doorverkopen aan andere criminelen. Het uitbetalen van losgeld houdt bovendien het verdienmodel van criminelen in stand. En lokt daarmee mogelijk nieuwe aanvallen op Nederlandse organisaties uit.
Er kan zich spanning voordoen tussen het belang van een individueel slachtoffer om op de korte termijn schade te beperken en het bredere maatschappelijke belang om het totaal aantal (potentiële) slachtoffers te verminderen en het verdienmodel van criminelen niet in stand te houden. Het is vooral belangrijk dat getroffen personen informatie krijgen over de risico’s die zij lopen en wat zij daartegen kunnen doen. Mensen die vermoeden dat ze slachtoffer zijn geworden van de diefstal van hun gegevens, kunnen op de site van de politie controleren3 of hun data in handen van criminelen is gevallen.
Klopt het dat het voor een getroffen organisatie logisch kan lijken om losgeld te betalen (op basis van de belofte van daders dat gestolen data niet gepubliceerd worden of versleutelde systemen worden vrijgegeven), maar dat dit de samenleving als geheel juist meer kan kosten, omdat het verdienmodel van cybercriminelen in stand gehouden wordt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier kan de samenleving volgens u dit dilemma oplossen?
Slachtoffer worden van dergelijke afperspraktijken kan veel impact hebben. De schade kan enorm oplopen en plaatst een getroffen bedrijf in een moeilijke positie, ook richting hun klanten. Zeker in dit geval waar het aantal gestolen gegevens zo omvangrijk is. De uiteindelijke afweging ligt bij de getroffen organisatie, maar het dringende advies van de overheid blijft om geen losgeld te betalen. Betaling van losgeld biedt geen garantie dat criminelen systemen herstellen, gestolen data verwijderen of ervan afzien deze openbaar te maken of door te verkopen aan andere criminelen. Daarnaast houdt het betalen van losgeld het verdienmodel van cybercriminelen in stand. De opbrengsten worden veelal ingezet voor verdere, geavanceerde cyberaanvallen, waarmee nieuwe slachtoffers worden gemaakt. Dit kan bovendien nieuwe aanvallen op Nederlandse organisaties uitlokken.
Staat u nog steeds achter het advies van de overheid aan organisaties om geen losgeld aan hackers te betalen? Op welke expertkennis baseert u dat advies?
Ja, zie de antwoorden op de voorgaande vragen. Dit sluit aan bij het inzicht en advies van de politie en het OM.
Zou een verbod op het betalen van losgeld aan hackers de samenleving als geheel ten goede kunnen komen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Wat zijn volgens u de voor- en nadelen van een dergelijk verbod?
We willen organisaties die slachtoffer zijn geworden van een ransomware aanval niet criminaliseren. Er kan zich spanning voordoen tussen het belang van een individueel slachtoffer om op de korte termijn schade te beperken en het bredere maatschappelijke belang om het totaal aantal (potentiële) slachtoffers te verminderen en het verdienmodel van criminelen niet in stand te houden. Zolang die spanning niet eenduidig kan worden opgelost wordt – net als in de meeste EU landen – dringend geadviseerd om geen losgeld te betalen, in plaats van een wettelijk verbod. Daarnaast wordt ingezet op preventie, meldplichten bij toezichthouders en gerichte informatie aan individuen wier gegevens zijn getroffen.
Kan een verbod op het betalen van losgeld ook dienen als extra prikkel voor organisaties om extra werk te maken van cyberweerbaarheid? Zo nee, waarom niet?
Het huidige wettelijke kader (Telecommunicatiewet, Wbni, de AVG en de aankomende Cyberbeveiligingswet) verplicht organisaties om serieus werk te maken van cyberweerbaarheid. Zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 2 is daarbij het dringende advies om geen losgeld te betalen. Er kunnen situaties voorkomen waarbij toch een andere afweging wordt gemaakt door een organisatie. Om deze reden achten wij een volledig wettelijk verbod onwenselijk.
Welke extra prikkels en instrumenten kunt u inzetten om ervoor te zorgen dat organisaties te dwingen hun cyberweerbaarheid serieus te nemen? Denkt u dat boetes hier een effectief middel voor kunnen zijn? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?
Het huidige wettelijke kader (Telecommunicatiewet, Wbni en AVG) biedt de nodige handhavende bevoegdheden om in te grijpen bij vastgestelde onregelmatigheden. Ingrijpen kan bijvoorbeeld door het bevestigen van normen, het geven van waarschuwingen, stilleggen van verwerkingen van persoonsgegevens of het opleggen van boetes. Onder de zorgplicht van de Telecommunicatiewet moeten organisaties passende technische en organisatorische maatregelen nemen om beveiligingsrisico’s te beheersen. Hieronder vallen ook risico’s met betrekking tot diensten zoals een klantsysteem. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur houdt toezicht op de Telecomwet en de Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op de AVG.
Daarnaast wordt met de aankomende implementatie van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) een impuls gegeven aan de wettelijke verplichtingen voor essentiële en belangrijke entiteiten om maatregelen te nemen die bijdragen aan hun eigen cyberweerbaarheid. Ook is er sprake van een meldplicht bij significante incidenten. De verplichtingen uit de Cbw worden gehandhaafd door de bevoegde toezichthouders/autoriteiten. Organisaties worden onderworpen aan een beveiligingsscan en audit, en kunnen een aanwijzing, de verplichting tot het openbaar maken van een overtreding, een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete opgelegd krijgen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en binnen de gestelde termijn beantwoorden?
ja.
Het bericht ‘Odido-datalek erger dan gemeld, ook burgerservicenummers gelekt’. |
|
Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van RTL waarin wordt gemeld dat bij telecomprovider Odido een grootschalig datalek heeft plaatsgevonden en dat hierbij, anders dan eerder door het bedrijf gecommuniceerd, ook burgerservicenummers (BSN) zijn gelekt?1
Ja
Hoe beoordeelt u de ernst van het incident, in het bijzonder het lekken van BSN, vanuit het perspectief van de bescherming van fundamentele rechten van burgers en hoe ingrijpend beoordeelt u de impact op burgers?
De schaal van dit datalek, de hoeveelheid getroffen burgers en de soms gevoelige aard van de gelekte gegevens maken dit tot een bijzondere situatie. Het maakt duidelijk dat datalekken grote gevolgen kunnen hebben. Zonder iets te willen of kunnen zeggen over de oorzaken van het onderhavige datalek, maakt dit in meer algemene zin duidelijk dat een goede beveiliging van persoonsgegevens zoals vereist in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) pure noodzaak is en een cruciaal onderdeel van de bedrijfsprocessen moet zijn. De gevraagde beoordeling van dit datalek is uiteindelijk aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) als onafhankelijke toezichthouders. Daarnaast doet de politie onder leiding van het Landelijk Parket een strafrechtelijk onderzoek naar de aanval en de daders.
De gelekte gegevens waaronder ook het BSN zijn niet direct bruikbaar voor fraudeurs om zelfstandig fraude op naam van gedupeerden te plegen. Criminelen gebruiken de gegevens vooral om phishingaanvallen uit te voeren en gedupeerden te verleiden om op een link te klikken of nog meer gegevens prijs te geven.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties adviseert niet om paspoorten of identiteitskaarten te vernieuwen. Er zijn alleen paspoortnummers gelekt. Alleen met die informatie kunnen criminelen niet zelfstandig fraude plegen. Zij kunnen die informatie echter wel gebruiken voor bijvoorbeeld gerichte phishingaanvallen. Met behulp van de gestolen informatie proberen ze dan om zo betrouwbaar mogelijk te lijken en in te spelen op het gevoel van burgers met als doel om meer informatie te ontfutselen of burgers te verleiden op een link, button of QR-code te klikken.
In hoeverre acht u daarbij het recht op privacy en gegevensbescherming geschonden, nu (oud-)klanten van Odido buiten hun eigen schuld risico lopen op misbruik van hun persoonsgegevens?
In algemene zin is een datalek een inbreuk in verband met het recht op persoonsgegevens. Of, en zo ja in hoeverre, de privacy en het recht op gegevensbescherming van betrokken in deze concrete zaak zijn geschonden, is niet aan het kabinet om te beoordelen. Dit is aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) als toezichthouders of in voorkomende gevallen aan de rechter om te beoordelen.
Hoe beoordeelt u het advies aan Odido om geen losgeld te betalen, gelet op de huidige situatie waarin de hackersgroep Shinyhunters is overgegaan tot publicatie van gestolen persoonsgegevens, met mogelijke ernstige gevolgen voor de (oud-)klanten van Odido?2
Het besluit van Odido om geen losgeld te betalen sluit aan bij de visie van het kabinet. Slachtoffer worden van dergelijke afperspraktijken kan veel impact hebben. De schade kan enorm oplopen en plaatst een getroffen bedrijf in een moeilijke positie, ook richting hun klanten. Zeker in dit geval waar het aantal gestolen gegevens zo omvangrijk is. De uiteindelijke afweging ligt bij de getroffen organisatie, maar het dringende advies van de overheid blijft om geen losgeld te betalen. Betaling van losgeld biedt geen garantie dat criminelen systemen herstellen, gestolen data verwijderen of ervan afzien deze openbaar te maken of door te verkopen aan andere criminelen. Daarnaast houdt het betalen van losgeld het verdienmodel van cybercriminelen in stand. De opbrengsten worden veelal ingezet voor verdere, geavanceerde cyberaanvallen, waarmee nieuwe slachtoffers worden gemaakt. Dit kan bovendien nieuwe aanvallen op Nederlandse organisaties uitlokken.
Kunt u aangeven welke opsporingsprioriteit wordt gegeven aan het strafrechtelijk onderzoek dat is gestart door het Openbaar Ministerie en ligt daarbij ook een rol voor de digitale recherche?
Het OM gaat over de opsporingsprioriteit. De politie is onder gezag van het Openbaar Ministerie een opsporingsonderzoek gestart. Een team van het Team High Tech Crime, dat gespecialiseerd is in dit soort cybercriminaliteit, doet onderzoek naar het incident.
Welke rol ziet u bij het ondersteunen en informeren van burgers van wie persoonsgegevens door cybercriminelen zijn gepubliceerd en acht u het huidige instrumentarium hiervoor toereikend?
De overheid geeft praktische tips om de digitale weerbaarheid van burgers te vergroten. Zo hebben burgers de mogelijkheid om websites zoals veiliginternetten.nl en die van het NCSC te raadplegen waar veel informatie en adviezen worden gegeven over hoe ze zich online kunnen beschermen en over de basisprincipes van digitale weerbaarheid. Via Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI) kan er melding worden gedaan van fraude, hier is ook een specifieke pagina over de Odido hack. Daarnaast zal het kabinet met een reactie komen in lijn met de gedane toezegging door de Staatssecretaris van Economische Zaken – digitale economie en soevereiniteit en de aangenomen motie van het lid Rajokowski die opriep tot een duidelijk handelingskader voor slachtoffers van datalekken.3
Ziet u aanleiding om het strafrechtelijk kader of de opsporingscapaciteit op het terrein van hacks en digitale afpersing te versterken, bijvoorbeeld door intensivering van de digitale recherche van de politie of door aanpassing van wet- en regelgeving?
Door het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden met de politie en het OM worden gesprekken gevoerd over wat er nodig is om de aanpak van online criminaliteit een stap verder te brengen, daarin zullen de recente incidenten zoals de hacks bij Clinical Diagnostics en Odido worden meegenomen.
In het coalitieakkoord is verder aangekondigd dat de strafmaxima voor zware cyberdelicten zullen worden verhoogd. Bij de nadere beleidsuitwerking hiervan zal ook aandacht worden besteed aan deze recente incidenten.
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden en dit doen voorafgaand aan de behandeling van de Cyberbeveiligingswet?
Dit is helaas niet gelukt.