| Ingediend | 17 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 24 april 2026 (na 7 dagen) |
| Indiener | Daniël van den Berg (JA21) |
| Beantwoord door | Aerdts , Eric van der Burg (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08241.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1763.html |
Ja.
De berichtgeving in verschillende media is op persoonlijke titel gedaan en de mediaoptredens en de inhoud daarvan zijn niet afgestemd met het departement. Ik kan geen uitspraken doen over zaken betreffende individuele medewerkers en individuele casuïstiek.
Ten aanzien van de inhoud kan ik melden dat, zoals eerder is toegelicht aan uw Kamer, het niet mogelijk is om voor augustus 2026 over te stappen naar een andere partij zonder dat hierbij de continuïteit en veiligheid van de dienstverlening van Logius in gevaar komt. Een dergelijk traject is langdurig en vraagt een overdracht en een zorgvuldige voorbereiding en uitvoering. Derhalve heb ik op 27 maart 2026 het besluit genomen dat Logius haar contract met Solvinity mag verlengen met twee jaar. De ondertekening van deze verlenging zal begin mei 2026 plaatsvinden. Op dit moment wordt uitgewerkt onder welke voorwaarden Logius haar IT-fundament zo snel mogelijk opnieuw kan gaan aanbesteden. De Landsadvocaat is nauw bij dit proces betrokken. In juni zullen wij uw Kamer in meer detail informeren.
In het algemeen geldt dat voor het afgeven van een signaal of het doen van een melding over een vermoeden van een integriteitsschending of misstand de meldregeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties drie mogelijkheden beschrijft. In beginsel worden signalen of meldingen gedaan bij de direct leidinggevende van een medewerker. Een medewerker kan er ook voor kiezen een melding te doen bij het Meldpunt Integriteit. Tot slot kan een medewerker – desgewenst anoniem – een melding doen bij een vertrouwenspersoon. Meldingen worden vertrouwelijk in ontvangst genomen en behandeld. Ik kan daarom geen uitspraken doen over het benutten van de genoemde kanalen of mogelijke acties die in individuele casuïstiek zijn genomen.
Ik kan geen uitspraken doen over zaken betreffende individuele medewerkers en individuele casuïstiek.
Op dit moment wordt geen onderzoek gedaan. Het stuk waaruit geciteerd lijkt, is breder binnen het departement beschikbaar is. Het is niet duidelijk hoe de informatie openbaar is geworden. Er wordt aangifte gedaan van het vermoeden van een schending van de geheimhoudingsplicht. In artikel 9 van de Ambtenarenwet 2017 is vastgelegd dat ambtenaren verplicht zijn tot geheimhouding van vertrouwelijke informatie, waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden. Een schending van deze verplichting kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De aangifte is niet gericht tegen specifieke personen.
Ik kan geen uitspraken doen over zaken betreffende individuele medewerkers en individuele casuïstiek. Onder andere de Gedragscode Integriteit Rijk geeft concrete kaders voor externe contacten en meningsuitingen. In algemene zin geldt dat van ambtenaren wordt verwacht dat zij zich in contacten met derden, zoals de media, horen te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. In de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren is hierover bepaald dat een ambtenaar in functionele contacten met derden, zich er rekenschap van moet geven dat hij als zodanig optreedt namens of ten behoeve van de Minister. Ambtenaren handelen of spreken niet voor zichzelf, maar met het oog op het door de Minister of ministerraad vastgesteld beleid. Een ambtenaar heeft overigens wel het recht op vrijheid van meningsuiting tenzij de goede vervulling van zijn functie of de het goede functioneren van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid is verzekerd (artikel 10 Ambtenarenwet 2017). Wanneer daar sprake van is, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval.
In onze democratische rechtsstaat hebben ambtenaren een adviserende rol en besluit uiteindelijk de politiek. Zie ook het antwoord op vraag 10.
Onder andere Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Ambtenarenwet 2017, de Cao Rijk en de Gedragscode Integriteit Rijk bieden onder meer integriteitsrechtelijke, rechtspositionele en disciplinaire kaders voor ambtenaren. Welke kaders van toepassing zijn en hoe deze worden ingezet, is afhankelijk van de omstandigheden in een specifieke zaak.
Verwezen wordt naar de antwoorden op vraag 6, 7, 8 en 10.
Rijksbreed wordt een werkklimaat bevorderd waarbij medewerkers op de werkvloer hun vragen en dilemma’s- bij collega’s en leidinggevenden kunnen uitspreken en samen met hen kunnen onderzoeken hoe hier het beste mee om te gaan. Het bieden van ruimte voor reflectie en dialoog op de werkvloer behoort volgens het kabinet niet alleen tot goed werkgeverschap, maar is juist ook noodzakelijk om als rijksdienst effectief te kunnen functioneren en de neutraliteit te behouden.
Na het ambtelijk advies besluit uiteindelijk de bewindspersoon. De politieke weging kan tot een ander besluit leiden dan ambtelijk werd geadviseerd. De bewindspersoon legt daarover verantwoording af aan het parlement. Vervolgens voeren ambtenaren uit wat politiek is besloten, ook als de politieke weging tot een ander besluit heeft geleid dan werd geadviseerd. Als de uitvoering van een politiek besluit onbedoelde gevolgen heeft, is het de taak van ambtenaren om die signalen terug te leggen bij de verantwoordelijk bewindspersoon zodat die het besluit kan heroverwegen. Ook dan besluit uiteindelijk de politiek.
Verder wordt verwezen naar het antwoord bij vraag 6.
Ja.