| Ingediend | 22 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 19 mei 2026 (na 27 dagen) |
| Indieners | Sarah El Boujdaini (D66), Michelle Jagtenberg (D66) |
| Beantwoord door | Derk Boswijk (CDA), Aerdts , Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
| Onderwerpen | defensie economie ict internationaal |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08712.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1940.html |
Ja.
Nee, dit staat los van het in de berichtgeving genoemde initiatief. Nederland is bekend met het Oekraïense AI-centrum A1, ook wel het Center of Innovations and Defence Technologies Development. Vanuit Defensie wordt contact gezocht met de initiatiefnemers van dit centrum, onder meer in het kader van lessons learned en mogelijke samenwerking.
Defensie heeft op dit moment zelf geen directe toegang tot deze specifieke informatie, omdat Nederland niet betrokken is bij dit initiatief. Daardoor beschikt Defensie ook niet over een informatiepositie die met de Nederlandse defensie-industrie kan worden gedeeld of waarvoor Defensie de toegang kan reguleren. Nederlandse bedrijven die zelf actief zijn in Oekraïne kunnen uiteraard via hun eigen contacten met Oekraïense eindgebruikers operationele feedback of gefilterde informatie ontvangen. Dat betreft echter geen door Defensie beheerde of via Defensie beschikbaar gestelde informatiepositie. Tegelijkertijd wordt verkend op welke wijze Nederland in de toekomst kan aansluiten bij initiatieven gericht op kennis- en informatie-uitwisseling, mede om lessen uit Oekraïense innovaties breder toegankelijk te maken voor relevante Nederlandse stakeholders.
Geschikte data voor het trainen van AI-modellen voor militaire doeleinden is schaars. Daarom erkent Defensie het belang van een database met dergelijke data. Defensie verkent verschillende mogelijkheden voor het verkrijgen van data van hoogwaardige kwaliteit, waarmee robuuste militaire AI kan worden ontwikkeld. Denk hierbij ook aan alternatieven zoals synthetische data. Industriepartners worden actief betrokken.
Nederland zet zich al geruime tijd in voor de verantwoorde ontwikkeling, verwerving en inzet van militaire AI. Met de eerste Responsible AI in the Military Domain (REAIM) Summit in het voorjaar van 2023 heeft Nederland het thema verantwoorde AI in het militaire domein voor het eerst op de internationale agenda gezet. Nederland was bij alle REAIM summits co-host, in 2023, 2024 en 2025. Daarnaast speelt Nederland een actieve rol in de Governmental Group of Experts on Lethal Autonomous Weapon Systems (GGE LAWS). Van 2024 tot en met 2026 zit Nederland deze groep voor. Het doel is om consensus te bereiken over elementen van toekomstige afspraken over autonome wapensystemen. Tijdens de GGE LAWS bijeenkomsten gaat het ook over de huidige en toekomstige rol van AI in LAWS. Nederland blijft nauw betrokken bij het mogelijke vervolg van REAIM en de GGE LAWS. Daarnaast is Defensie nadrukkelijk bezig met het proces van verantwoorde verwerving van AI. Tot slot wordt onderzocht hoe Defensie militaire AI kan verifiëren en valideren voor veilig gebruik en inzet.
De data waarop de AI-modellen worden getraind is grotendeels afkomstig en in beheer van Defensie. Daarnaast zullen er technische maatregelen worden getroffen om de daadwerkelijke uitkomsten van de AI-modellen te kunnen valideren, voordat deze daadwerkelijk (operationeel) worden ingezet. Bijvoorbeeld door eerst in een simulatieomgeving te werken. Op dit moment onderzoekt Defensie op Europees niveau met welke aanbieders en partnerlanden hiervoor een samenwerking kan worden gestart.
Het internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht, is onverkort van toepassing op het militair gebruik van AI. Het gebruik van AI in het militaire domein mag niet leiden tot schendingen van dit recht. Dit zijn bestaande afspraken. Daarnaast onderschrijft Nederland bijvoorbeeld de NAVO-principes voor het verantwoord gebruik van AI. Voor de effectiviteit van nieuwe internationale afspraken, specifiek ten aanzien van AI in het militaire domein, is het van belang dat staten die actief zijn op het gebied van de ontwikkeling van state-of-the-art AI hieraan meedoen. Nederland zet zich op verschillende manieren actief in om nieuwe afspraken te maken, bijvoorbeeld in het kader van REAIM en van de GGE LAWS.
Ja, Defensie ziet deze mogelijkheden. Defensie kijkt expliciet naar en werkt samen met Oekraïne om lessen van het slagveld te vertalen o.a. door het delen van relevante informatie. In het deel van de organisatie belast met de militaire steun aan Oekraïne wordt actief gekeken naar innovatie en zo genoemde Lessons Learned en de disseminatie daarvan. Daarnaast werkt Defensie aan het verbinden van Nederlandse en voor Defensie relevante kennisinstellingen met Oekraïense kennis en innovatie instituten
Ja. Defensie onderschrijft het belang van samenwerking in Europees verband gericht op een meer strategisch autonome battlefield management architectuur. Interoperabiliteit tussen nationale systemen is essentieel voor het effectief gezamenlijk optreden van Europese krijgsmachten, onder meer binnen NAVO- en EU-verband.
Defensie heeft reeds een aantal battlefield management architecturen in gebruik, zowel aangekocht als zelf ontwikkeld. De insteek is dat primaire componenten van toekomstige battlefield management architecturen in de basis door Defensie zelf ontwikkeld worden.
Ja.