Kunt u aangeven welke maatregelen en protocollen Defensie in het algemeen hanteert om natuurbranden op defensieterrein te voorkomen?1
Defensie werkt conform het protocol en procedures op basis van het natuurbrandrisico zoals afgekondigd door de veiligheidsregio voor de brandveiligheid, specifiek in natuurrijke omgevingen. Hiervoor werkt Defensie intensief samen met de veiligheidsregio’s en het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid). Op het Artillerieschietkamp (omgeving ’t Harde) zijn ten aanzien van natuurbranden in de reguliere bedrijfsvoering preventiemaatregelen ingericht, waaronder de aanwezigheid van een eigen brandweerdienst. Op de overige schiet- en oefenterreinen is ook aandacht voor. In het geval van een toegenomen natuurbrandrisicofase als gevolg van droogte, legt Defensie beperkingen op aan de toegestane activiteiten en schrijft extra preventieve maatregelen voor, passend bij de afgegeven natuurbrandrisico-fase.
Hoe wordt een integrale aanpak samen met andere departementen en regio’s gewaarborgd voor een toekomstbestendig preventiebeleid rekening houdend met klimaatverandering, ook met oog op de noodzakelijke uitbreiding van Defensie?
Defensie erkent dat haar activiteiten impact hebben op de omgeving. Het vaker voorkomen van extreme weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering hebben impact op de bedrijfsvoering van Defensie. De inrichting van onze huidige en toekomstige oefenterreinen worden mede daarom klimaatadaptief en natuurinclusief uitgevoerd om het risico op uitbraken van natuurbranden te verminderen. Hiervoor maken we ook gebruik van de expertise van bijvoorbeeld het Ministerie van LVVN en Staatsbosbeheer.
De essentie van het beleid is echter dat deze activiteiten noodzakelijk zijn voor de nationale veiligheid, en altijd worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet en met een zo groot mogelijke beperking van risico’s.
Wordt overwogen om expertise van andere landen en regio’s met meer ervaring met natuurbranden (zoals Frankrijk, Australië of Hawaï) in te winnen om zo tot een toekomstbestendig preventiebeleid te komen?
Brandweer Nederland werkt samen met buitenlandse brandweerkorpsen. Defensie sluit daar zoveel mogelijk op aan. Zo heeft Defensie bijvoorbeeld expertise opgehaald in Spanje. Defensie is ook aangesloten bij het Landelijk Netwerk Natuurbrandbeheersing overleg en het NATO Crash Fire and Rescue Panel om een protocol voor WILDFIRE op te maken voor de militaire brandweerorganisaties uit aangesloten landen.
Kunt u een duidelijk overzicht geven van de regels en grenswaarden die Defensie gebruikt om oefeningen aan te passen of stil te leggen bij droogte en verhoogd risico op natuurbranden? Hoe verloopt de interne afstemming?
De veiligheidsregio stelt de natuurbrandrisico-fase vast. Defensie hanteert dit als de grenswaarde. Per natuurbrandrisicofase zijn de beperkingen vastgelegd in een intern voorschrift. Hieraan dienen oefenende eenheden zich te houden.
Hoe sluiten deze regels aan op de werkwijze van veiligheidsregio’s, het KNMI en terreinbeheerders, hoe verloopt onderlinge afstemming en wordt er gewerkt met dezelfde landelijke uitgangspunten?
Elke veiligheidsregio is zelf verantwoordelijk voor het vaststellen van het natuurbrandrisico. Voor de actuele natuurbrandrisico-fase per veiligheidsregio heeft Defensie regelmatig contact met de veiligheidsregio of raadpleegt https://www.brandweer.nl/natuurbrandrisico/.
Oefenende eenheden krijgen hun richtlijnen per oefening van de verantwoordelijke schiet- of oefenterreinbeheerder. Voor advies kan de oefenterreinbeheerder terecht bij op de Accountmanager Brandweerzorg.
Welke concrete maatregelen worden standaard genomen om de kans op natuurbranden tijdens oefeningen te verkleinen, bijvoorbeeld bij het gebruik van munitie of de inzet van blusmiddelen?
Een standaard concrete maatregel is dat er, ook wanneer er geen verhoogd risico is op natuurbranden, dat er ten alle tijden voldoende blusmiddelen beschikbaar en bereikbaar zijn. Verder zijn er in het terrein verschillende gebieden aangewezen die specifiek zijn ingericht op het gebruik van bepaalde typen munitie of explosieven. Hier zijn bijvoorbeeld zones ingericht zonder bebossing zodat branden niet of minder snel kunnen verspreiden.
Op 30 april gold in grote delen van Nederland natuurbrandrisico fase 2 zoals afgekondigd door de veiligheidsregio. Het protocol van Defensie schrijft voor schiet- en oefenterreinen zonder aanwezige bedrijfsbrandweer onder andere voor dat er niet meer mag worden gerookt, er geen gebruik van pyrotechnische middelen en spring- en ontstekingsmiddelen mag worden gemaakt. Tevens moet na iedere activiteit waarbij brand kan ontstaan, een controle (brandronde) plaats te vinden.
Welke ruimte hebben lokale commandanten om zelf te besluiten een oefening aan te passen of te stoppen bij verhoogd risico en hoe wordt gezorgd dat dit overal op een vergelijkbare manier gebeurt?
Commandanten hebben deze ruimte. Ze kunnen eigen oefeningen aanpassen. Tegelijkertijd is de organisatie zo ingericht dat een bezoekende eenheid die komt oefenen een «Leider der oefening» (Ldo) heeft. Deze persoon stemt altijd af met de lokale oefenterreinbeheerder. Zij maken beide een inschatting van het natuurbrandrisico. De Ldo is ook te alle tijden telefonisch bereikbaar.
In aanvulling op vraag 6 maakt de lokale schiet- of oefenterreinbeheerder de afweging of hij of zij één of meerdere uitzonderingen op de beperkingen bij natuurbrandrisico fase 2 verantwoord acht. Hij of zij kan zich hierbij laten adviseren door de lokale Account Manager Brandweerzorg of de Afdeling Veiligheid op het niveau van het betreffende defensieonderdeel.
Hoe wordt gecontroleerd of de huidige maatregelen goed werken en welke lessen zijn recent geleerd uit incidenten of situaties die bijna misgingen?
Defensie werkt conform het protocol en procedures op basis van het natuurbrandrisico zoals afgekondigd door de veiligheidsregio voor de brandveiligheid, specifiek in natuurrijke omgevingen. Leren en verbeteren is onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering. Daar waar ongeacht het uitvoeren van het protocol en de procedures incidenten voorkomen, doet Defensie onderzoek en streeft Defensie ernaar hier zo goed mogelijk lessen uit te trekken. Naar aanleiding van de brand op 3 april 2025 op de Ederheide heeft Defensie het bestaande protocol opnieuw bekeken en als afdoende beschouwd. Daarnaast zijn de eenheden specifiek gewezen op het geldende voorschrift. Bovendien heeft eind maart 2026, voorafgaand aan het droge seizoen, een sessie met terreinopzichters plaatsgevonden om het protocol te bespreken. Tot slot is begin dit jaar een pilot gestart met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) om tot een mogelijke verfijning van de natuurbrandrisicofases te komen.
In hoeverre wordt bij de planning van oefeningen rekening gehouden met droge seizoenen en wordt overwogen om bepaalde activiteiten vaker te verplaatsen naar minder risicovolle momenten of locaties?
In de planning van onze oefeningen houden we altijd rekening met de beperkingen en mogelijkheden die de oefenterreinen in binnen- en buitenland bieden. De lokale klimatologische omstandigheden maken ook onderdeel uit van die overwegingen. We gaan ons protocol, processen en procedures tegen het licht houden. Ik wil de eerste verbetervoorstellen voor de zomer gereed hebben.
Welke alternatieven voor oefenen, zoals simulaties, aangepaste munitie of oefenen in het buitenland, worden ingezet om risico’s voor natuur in droge periodes te beperken?
We gebruiken verschillende simulatie systemen voor de (schiet)opleiding en training van onze mensen. Dit vermindert het gebruik van onze schiet- en oefenterreinen. Om de gereedheid van de Nederlandse krijgsmacht in stand te houden en zo weinig mogelijk risico te lopen op natuurbrand kijken we ook naar mogelijkheden om meer van onze schietoefeningen in het buitenland te houden, in gebieden waar de kans op natuurbranden kleiner is. Ook wordt gekeken naar het gebruik van digitale klein-kalibermunitie. De resultaten van een pilot hiermee zijn positief.
Hoe wordt de afweging gemaakt tussen het belang van militaire paraatheid en de veiligheid van natuur en omwonenden, en zijn hiervoor duidelijke richtlijnen vastgesteld?
De veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht. Oefenen is daarvoor essentieel. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving. Militaire oefeningen zijn echter nooit zonder enig risico. Onze terreinen zijn ingericht om veilig en realistisch te trainen. Tegelijkertijd is het natuurbeleid van Defensie gericht op multifunctioneel gebruik van gronden met een balans tussen militair gebruik en natuurbehoud en -versterking. De operationele gereedstelling en het gebruik van de terreinen voor oefeningen staan centraal, en de inrichting en het beheer van de terreinen is hierop afgestemd. Door maatregelen te nemen om de biodiversiteit te versterken en de ecosystemen te beschermen, draagt Defensie concreet bij aan het verantwoord beheer van deze waardevolle gebieden. Op het Artillerieschietkamp zijn ter voorkoming van branduitbreiding en het faciliteren van een effectieve inzet van hulpdiensten risicobeheersende maatregelen genomen. Hierbij valt te denken aan brandweerroutes, boomvrije zones, brandbanen, brandsingels en bluswatervijvers. Op overige militaire schiet- en oefenterreinen is ook aandacht voor brandveiligheid.
In hoeverre is de huidige aanpak volgens u voorbereid op vaker voorkomende droogte in de toekomst? Welke extra maatregelen worden overwogen?
In grote delen van Nederland zijn we inmiddels terug naar natuurbrandrisico fase 1, waarbinnen geen extra maatregelen nodig zijn om natuurbranden te voorkomen. In geval van fase 2 heeft Defensie het gebruik van open vuur, munitie en pyrotechniek in de natuur tijdelijk stilgelegd. Momenteel wordt, zie ook het antwoord op vraag 14, onderzocht op welke manier het protocol kan worden aangescherpt en zullen deze concrete maatregelen voor 1 juli helder zijn.
Wordt overwogen om te komen tot één duidelijke landelijke aanpak of set regels voor militaire oefeningen bij een verhoogd risico op natuurbranden? Zo ja, hoe zou die eruit kunnen zien?
Zie het antwoord op vraag 1.
In de media is al gezegd dat de huidige protocollen niet meer aansluiten bij het huidige klimaat; kunt u aangeven of dit geldt voor meer soorten van extreme weersomstandigheden en op welke termijn deze protocollen kunnen worden aangepast?
Defensie onderzoekt of het huidige protocol en de procedures ten aanzien van natuurbrandbeheersing moeten worden aangepast en daarbij wordt specifiek bekeken of deze aansluiten bij het huidige klimaat en de trends. Ik wil de eerste verbetervoorstellen voor de zomer gereed hebben en op 1 juli bij ILT aanleveren.
Hoe reflecteert u op de huidige inzet met het oog voor de inzet van alle betrokkenen (Brandweer, specialisten veiligheidsregio’s en defensiepersoneel) in de bestrijding van de natuurbranden? Waren er voldoende mensen en middelen ter beschikking? Verliep de onderlinge afstemming naar behoren? Hebben zij hun werk naar omstandigheden veilig uit kunnen voeren?
Ik heb veel waardering voor de inzet van al het betrokken personeel. In de gezamenlijke Kamerbrief die door mijn collega van JenV is op verzonden op 11 mei wordt uitgebreider ingegaan op de inzet van de diverse hulpverlenende instanties.
Kunnen de vragen afzonderlijk van elkaar en voor 28 mei 2026 worden beantwoord?
Ja.
Natuurbranden op defensieterreinen |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op de recente natuurbranden op defensieterreinen, waaronder de grote brand bij ’t Harde1, de Oirschotse Heide2 en de Weerterheide3?
Ik betreur de situatie zeer. Ik spreek mijn waardering uit voor alle brandweermensen, hulpverleners, militairen en andere betrokkenen die zich hebben ingespannen om de natuurbranden te bestrijden en de gevolgen ervan te beperken. Dankzij hun tomeloze inzet, professionaliteit en betrokkenheid zijn de branden onder controle gebracht. Daarnaast ook veel waardering voor de ondersteuning vanuit België, Duitsland en Frankrijk. Deze internationale bijstand heeft bijgedragen aan een effectieve gezamenlijke inzet ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van mensen, dieren en de fysieke leefomgeving.
Begrijpt u twijfels van omwonenden van defensieterreinen over de brandveiligheid en het risico op brand op defensieterreinen?
Defensie heeft begrip voor het feit dat omwonenden vragen hebben over de veiligheid van hun directe leefomgeving. Ik wil benadrukken dat Defensie haar verantwoordelijkheid als beheerder van grote natuurgebieden serieus neem en dat veiligheid is verankerd in de operationele bedrijfsvoering. Door samenwerking met de veiligheidsregio’s en lokale overheden wordt getracht de brandveiligheid op en rondom defensieterreinen te waarborgen en de gezamenlijke reactiesnelheid in geval van calamiteiten te optimaliseren.
Er is een verhoogd risico op natuurbranden in tijden van aanhoudende droogte. Op basis van de risico’s stelt de veiligheidsregio het natuurbrandrisico vast. Defensie hanteert de brandrisicofase zoals vastgesteld door de veiligheidsregio. Op het Artillerieschietkamp (omgeving ’t Harde) zijn risicobeheersende maatregelen genomen gericht op het voorkomen van branduitbreiding en het faciliteren van een effectieve inzet van hulpdiensten. Hierbij valt te denken aan brandweerroutes, boomvrije zones, brandbanen, brandsingels en bluswatervijvers. Op de overige oefenterreinen is ook aandacht voor brandveiligheid.
Waarom hebt u de Kamer niet zelf proactief geïnformeerd over de situaties van de branden op defensieterreinen in de afgelopen paar dagen, gezien de grote schaal van de branden en de maatschappelijke impact ervan?
Tegelijk met het verzenden van de beantwoording op deze Kamervragen, verstuurt de Minister van JenV een kamerbrief mede namens de Minister van LVVN en mijzelf.
Hoeveel van de 124 natuurbranden op defensieterreinen in 2025 zijn (waarschijnlijk) veroorzaakt door militaire oefeningen? Indien deze branden niet zijn ontstaan door oefeningen, hoe verklaart u dan het grote aantal branden op defensieterreinen?
Op het ASK (Artillerie Schietkamp) en ISK (Infanterie Schietkamp) zijn branden een onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering. Defensie beschikt op het ISK en ASK over bedrijfsbrandweer en werkt nauw samen met het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) voor de registratie van branden en de oorzaken. Voor een zorgvuldige beheersing zijn deze locaties hierop specifiek ingericht. Voor een specifieke beantwoording ten aanzien van de cijfers is aanvullend onderzoek en afstemming met het NIPV nodig. Wij zullen de Kamer nader informeren voor het debat van 10 juni.
Hoeveel natuurbranden op defensieterreinen zijn er geweest in 2026 en hoeveel daarvan zijn (waarschijnlijk) veroorzaakt door militaire oefeningen?
Zie het antwoord op vraag 4
Op 30 april meldde Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim in de media dat per 30 april strengere maatregelen zijn ingegaan, in de vorm van een aanscherping zodat er geen hitte kan ontstaan tijdens oefeningen; welke strenge maatregelen betreft dit en waarom zijn die strengere maatregelen eerder nog niet genomen? Gezien het grote aantal natuurbranden dat is ontstaan op defensieterreinen vindt u het verantwoord dat die strengere maatregelen nu pas zijn genomen?
Op 30 april gold in grote delen van Nederland natuurbrandrisico fase 2 zoals afgekondigd door de veiligheidsregio. Het protocol van Defensie schrijft voor schiet- en oefenterreinen zonder aanwezige bedrijfsbrandweer onder andere voor dat er niet meer mag worden gerookt, er geen gebruik van pyrotechnische middelen en spring- en ontstekingsmiddelen mag worden gemaakt. Tevens moet na iedere activiteit waarbij brand kan ontstaan, een controle (brandronde) plaats te vinden.
Het Artillerieschietkamp beschikt over bedrijfsbrandweer. Hier gelden tevens de afspraken over extra mitigerende maatregelen zoals vastgelegd in een convenant dat is afgestemd met de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Met een tijdelijke aanscherping van de maatregelen doelde de Commandant der Strijdkrachten op een verbod op alle uitzonderingen zoals benoemd in het protocol, zoals het wel toestaan van het gebruik van oefenmunitie indien er voldoende brandbestrijdingsmiddelen beschikbaar zijn in de directe nabijheid van de gebruikslocatie. Voorafgaand aan het uitbreken van de natuurbranden op 29 en 30 april was er geen reden om de maatregelen aan te scherpen, het protocol volgt de fasering vanuit de Veiligheidsregio’s.
Bent u het eens met de uitspraken van Commandant der Strijdkrachten dat het niet nodig is om te stoppen met militaire oefeningen in tijden van droogte, ook gezien het grote aantal natuurbranden dat ontstaat op defensieterreinen?
Ik onderschrijf het belang van militaire oefeningen. De veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht. Realistisch oefenen is daarvoor essentieel. Dat doen we in binnen- en buitenland, bij dag en bij nacht en bij koud en bij warm weer. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving. We hebben alle activiteiten met een verhoogd risico tijdelijk stopgezet, maar militaire oefeningen zijn nooit zonder enig risico.
Ik verwijs hierbij ook naar het antwoord op vraag 11 van de Partij van de Dieren ingediend op 30 april die gebundeld met deze antwoorden is verzonden. Defensie erkent dat haar activiteiten impact hebben op de omgeving. Het protocol, alsmede de inrichting van de terreinen, draagt zorg dat niet alleen militairen realistisch en veilig kunnen trainen, maar dat ook de natuur en omwonenden veilig zijn.
Waarom acht u het verantwoord om in droogte en bij risico op brand door te gaan met militaire oefeningen? Bent u bereid om daarmee te stoppen als er droogte en risico op brand is?
Defensie werkt conform het protocol en procedures op basis van het natuurbrandrisico zoals afgekondigd door de veiligheidsregio voor de brandveiligheid, specifiek in natuurrijke omgevingen. Hiervoor werkt Defensie intensief samen met de veiligheidsregio’s en het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid).
Natuurbranden zijn deels onderdeel van de reguliere gecontroleerde bedrijfsvoering waarop Defensie is ingericht. Op het Artillerieschietkamp zijn ten aanzien van natuurbranden in de reguliere bedrijfsvoering uitvoerige preventiemaatregelen ingericht, waaronder de aanwezigheid van een eigen brandweerdienst en risicobeheersende maatregelen gericht op het voorkomen van branduitbreiding en het faciliteren van een effectieve inzet van hulpdiensten. Hierbij valt te denken aan brandweerroutes, boomvrije zones, brandbanen, brandsingels en bluswatervijvers. Op overige terreinen is ook aandacht voor brandveiligheid. In het geval van een toegenomen natuurbrandrisico als gevolg van droogte, afgekondigd door de veiligheidsregio, legt Defensie beperkingen op aan de toegestane activiteiten en schrijft extra preventieve maatregelen voor.
Wat is uw reactie op het bericht dat vliegveld Kempen Airport Defensie al maanden waarschuwt voor brand, ook nadat de brand bij ’t Harde uitbrak?4 Wanneer was u op de hoogte van deze waarschuwingen? Waarom is er niets gedaan met deze waarschuwingen door Defensie? Vindt u dat deze waarschuwingen door Defensie serieus zijn genomen en vindt u dat Defensie het risico op brand goed heeft ingeschat?
Ik heb geen signalen dat vliegveld Kempen Airport al maanden waarschuwt voor brandgevaar. Na het uitbreken van de brand in ’t Harde op 29 april is vanuit Kempen Airport omstreeks 18:43u een mail verstuurd aan de verantwoordelijke terreinbeheerder bij de 13e Lichte Brigade in Oirschot. Referte de brand in ’t Harde en een brand op de Weerterheide vorig jaar was het verzoek van de beheerder/zaakwaarnemer van Kempen Airport om op korte termijn hierover in gesprek te gaan. De melding is op die bewuste avond niet meer in behandeling genomen aangezien daar geen directe aanleiding voor was. Defensie hecht aan een goede relatie met de mensen die in de omgeving van oefen- en schietterreinen wonen of recreëren.
Hoe weegt u de veiligheid van omwonenden en het behoud van natuur met het doen van militaire oefeningen?
Zie het antwoord op vraag 7.
Wat gaat u doen om te voorkomen dat er natuurbranden ontstaan op defensieterreinen?
Zie het antwoord op vraag 7.
De uitzonderlijk grote natuurbrand door een explosieve militaire oefening op de Veluwe |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het nieuws over de uitzonderlijk grote brand in een beschermd natuurgebied op de Veluwe dat wordt gebruikt als militair oefenterrein?1
Ja.
Klopt het dat de brand is ontstaan tijdens de oefening «Geweer- en mitrailleurvuur, kanon en werken met explosieven» op 29 april 2026 die op hetzelfde moment op dat terrein plaatsvond, zoals vermeld op de website van Defensie? Klopt het dat deze oefening plaatsvond terwijl in vrijwel geheel Nederland een verhoogd risico op natuurbranden gold?2
Op het moment van uitbreken van de brand gold natuurbrandrisico fase 2 zoals afgekondigd door de veiligheidsregio. De brand is veroorzaakt bij het tot ontploffing brengen van explosieven. Het plan voor het springen van deze munitie was goedgekeurd volgens de juiste procedures, door de relevante autoriteiten van het Artillerieschietkamp (omgeving ’t Harde).
Wat is uw reactie op deze brand en de verantwoordelijkheid van Defensie hierin?
Ik betreur de situatie zeer en ik spreek mijn waardering uit naar de samenwerkende nationale en internationale hulpverleners. De veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht, realistisch oefenen is daarvoor essentieel. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving. Toch zijn bij oefeningen branden ontstaan op en rond militaire terreinen die een impact hebben op de samenleving en waarvan de natuurschade nog duidelijk moet worden.
Hoeveel oppervlakte natuurgebied is door deze brand verloren gegaan? Kunt u specificeren welke natuurtypen en welke (beschermde) dier- en plantensoorten door de brand zijn getroffen of leefgebied hebben verloren?
Er is ongeveer 427 hectare afgebrand. Het getroffen gebied betreft een half open landschap met heideterreinen, vergraste heideterreinen en naaldbossen bestaande uit grove den. De heideterreinen die zijn afgebrand, zijn de terreinen waar de schade voor de natuur het grootst is. Met name de naaldbossen zijn vooral eenvormig en hebben daardoor een lagere natuurwaarde. De overige heideterreinen betreffen vooral vergraste en zogenaamde droge struikheide terreinen met een lagere natuurwaarde. Een klein deel van het getroffen gebied bestaat uit semi-vochtige heide. De vegetatie, waarvoor dit deel een hogere natuurwaarde heeft, is in deze tijd van het jaar nog nauwelijks aanwezig.
Schade aan de fauna in het totale gebied betreft vooral insecten, reptielen en broedende vogels en hun nesten voor zover deze zich bevonden op de bodem of in struiken. Er zijn observaties ten tijde van de brand waaruit blijkt dat grotere fauna voor het vuur konden wegkomen. Er zijn geen resten van grotere fauna gevonden in de dagen na de brand.
In het verbrande deel nestelt sinds vier jaar een visarend met jaarlijks broedsucces. Het terrein rondom het nest is verbrand. Direct na de brand bleken beide oudervogels nog op het nest te zitten en vertonen op dit moment natuurlijk broedgedrag.
Welke gevolgen heeft deze brand voor de biodiversiteit en ecologische kwaliteit van het getroffen gebied op de korte en lange termijn?
Voor al het bodemleven geldt dat een groot deel de brand kan hebben overleefd; het vuur is erg snel over het gebied gegaan en de humuslaag is maar enkele millimeters ingebrand. Enkele dagen na de brand zijn veel vlinders en insecten waargenomen, evenals actieve rode bosmieren en er zijn op de zwarte bodem veel zandspoortjes aanwezig van insecten die weer uit de bodem naar boven zijn gekomen.
In opdracht van Defensie is het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) direct na de brand gestart met herstelmaatregelen. Het beheer is gericht op het tegengaan van vergrassing en herstel van de structuur van bodem en vegetatie. In de delen van het terrein waar de vergraste heide is afgebrand, is gestart om de regeneratie van gras te hinderen, zodat de hei kan uitlopen en de natuurwaarde in dit deel van het terrein zal profiteren. Tevens zijn stobben in het gebied gelegd om reptielen en insecten schuilgelegenheid te bieden. Een afgebrand deel van het terrein herbergt grote aantallen grauwe klauwwier. Het broedseizoen van deze trekvogel is nog niet begonnen. Om deze soort te helpen, zijn takkenhopen van grove den aangebracht, omdat de grauwe klauwier een voorkeur heeft om in omgewaaide grove dennen nesten te bouwen. Deze natuurbeheer maatregel heeft het RVB de afgelopen jaren ook als regulier beheer voor deze Natura2000 soort toegepast.
In de bossen wordt geen beheer uitgevoerd. Het is de verwachting dat de komende jaren de aangetaste bossen zullen verloofen. Het getroffen naaldbos zal versneld worden omgevormd naar meer ecologisch waardevol loofbos door komende winter loofhout aan te planten. Hierdoor zal de natuurwaarde stijgen, ook ten opzichte van de oorspronkelijke situatie.
Bovenstaande betekent dat er schade is aan het terrein, maar dat op lange termijn de ecologische kwaliteit kan worden versterkt.
Welke risicoanalyses zijn voorafgaand aan deze oefening uitgevoerd met betrekking tot droogte, hitte en natuurbrandgevaar? Welke preventieve maatregelen zijn voorafgaand aan de oefening wel en niet getroffen?
Bij het uitbreken van de brand gold de door de veiligheidsregio afgekondigde natuurbrandrisico fase 2. Voor elke oefening worden risico-inventarisaties uitgevoerd. Hierin worden alle mogelijke aspecten meegenomen, waaronder zaken gerelateerd aan de omgeving zoals omgang met droogte. De preventieve maatregelen zoals vermeld in ons protocol zijn genomen, zoals de aanwezigheid van brandbestrijdingscapaciteit. Voor het Artillerieschietkamp gelden tevens afspraken over extra mitigerende maatregelen ten aanzien van brandbestrijding en risicobeperking. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant dat is afgestemd met de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Beschikt Defensie over een specifiek droogteprotocol voor oefeningen met vuurwapens, explosieven of andere pyrotechnische middelen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid een dergelijk protocol alsnog op te stellen?
Ja. Het interne Defensieprotocol sluit wat betreft droogte aan bij het landelijk protocol van Brandweer Nederland. In beide documenten wordt onderscheid gemaakt in twee fasen: fase 1 waarin nog geen extra maatregelen worden getroffen maar wel voorzichtigheid wordt geadviseerd en fase 2 in tijden van langere droogte. In fase 2 wordt ook publiekelijk een oproep gedaan om extra alert te zijn en in sommige natuurgebieden is open vuur verboden.
Welke criteria worden momenteel gehanteerd bij de beslissing om oefeningen met pyrotechnische middelen wel of niet door te laten gaan tijdens periodes van droogte of verhoogd natuurbrandrisico? Is er een verschil in criteria tussen oefeningen op beschermd en onbeschermd natuurgebied als het gaat om oefeningen met pyrotechnische middelen?
De veiligheidsregio kondigt de natuurbrandrisicofase af. Op basis van de actieve fase staat in het protocol welke maatregelen noodzakelijk zijn. Er is geen onderscheid tussen soorten terreinen. Bij alle activiteiten, waaronder oefeningen, worden risico-inventarisaties gedaan. Hierin worden, zoals gezegd, zowel de activiteiten als de specifieke omgeving meegewogen. Bij natuurbrandrisicofase 2 hanteert Defensie een protocol dat beperkingen oplegt aan de toegestane activiteiten en verplichtingen oplegt voor aanvullende risicobeperkende maatregelen. Voor het Artillerieschietkamp houdt Defensie zich ook aan de extra mitigerende maatregelen uit het convenant met Defensie en de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Herinnert u zich dat, na de brand op de Ginkelse heide vorig jaar april, Defensie aankondigde dat oefeningen niet zouden worden stilgelegd, maar dat soldaten extra alert zouden worden gemaakt op bestaande procedures? Bent u van mening dat soldaten nu extra alert zijn gemaakt? Op welke wijze is dit gebeurd?3
Na de brand op de Ginkelse Heide in april vorig jaar is specifiek aandacht gevraagd voor het bestaande protocol, zowel in de operationele lijn naar commandanten van eenheden als naar terreinopzichters en veiligheidsfunctionarissen. Bovendien heeft eind maart 2026, voorafgaand aan het droge seizoen, een sessie met terreinopzichters plaatsgevonden om het protocol nogmaals te bespreken.
Bent u bereid dit soort explosieve oefeningen tijdelijk op te schorten zolang sprake is van aanhoudende droogte en verhoogd natuurbrandgevaar in Nederland? Zo nee, waarom niet?
In grote delen van Nederland zijn we terug naar natuurbrandrisico fase 1 waarin geen extra maatregelen nodig zijn om natuurbranden te voorkomen, maar we gebruiken tot 18 mei geen lichtspoormunitie en pyrotechnische middelen. In het geval van fase 2 heeft Defensie het gebruik van open vuur, oefenmunitie en pyrotechnische, spring- en onstekingsmiddelen op oefenterreinen tijdelijk stilgelegd, totdat de eventuele aanpassingen aan het protocol helder zijn. Voor de grote schietterreinen ISK en ASK geldt dat een risico analyse moet uitwijzen wat ten tijde van een oefening de beperkende maatregelen zijn omdat op deze locaties een brandweerorganisatie aanwezig is.
Bent u bereid om dit soort explosieve militaire oefeningen met pyrotechnische middelen te verbieden in beschermd natuurgebied, zodat niet mogelijk nog meer beschermde natuur verloren gaat? Zo nee, waarom niet?
Nee, we zullen dergelijke oefeningen niet verbieden op onze schiet- en oefenterreinen. Oefeningen zijn essentieel voor de gereedheid van onze krijgsmacht. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving om deze situaties zoveel mogelijk te voorkomen. Het Artillerieschietkamp is ingericht om veilig en realistisch te trainen. Tegelijkertijd is het natuurbeleid van Defensie gericht op multifunctioneel gebruik van gronden met een balans tussen militair gebruik en natuurbehoud en nadrukkelijk ook -versterking. De operationele gereedstelling en het gebruik van de terreinen voor oefeningen staan centraal, en de inrichting en het beheer van de terreinen is hierop afgestemd. Door maatregelen te nemen om de biodiversiteit te versterken en de ecosystemen te beschermen, draagt Defensie ook bij aan het verantwoord beheer van deze waardevolle gebieden.
Welke gezondheidsgevolgen kan deze grote brand hebben voor omwonenden, hulpverleners, dieren en de natuur, onder andere vanwege rook, fijnstof en mogelijke uitstoot van schadelijke stoffen?
De veiligheidsregio maakt een inschatting van de eventuele gezondheidsgevolgen en kan, via een NL Alert, de omgeving bijvoorbeeld adviseren om ramen en deuren gesloten te houden. Dit om eventuele gezondheidsgevolgen voor omwonenden te beperken. Bij de natuurbrand op het terrein van het ASK is dit middel ook ingezet.
Leiden de uitbreidingsplannen van Defensie mogelijk tot extra gezondheids- en brandrisico’s voor Nederlanders en Nederlandse natuur?
Defensie erkent dat haar activiteiten impact hebben op de omgeving. De essentie van het beleid is echter dat deze activiteiten noodzakelijk zijn voor de nationale veiligheid, en altijd worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet en met een zo groot mogelijke beperking van risico’s. De noodzakelijke uitbreidingsplannen van Defensie leiden daarom niet per definitie tot extra gezondheids- en brandrisico’s.
Op welke wijze gaat u zich inzetten voor herstel van de getroffen natuur? Welke concrete herstelmaatregelen worden overwogen of uitgevoerd?
Zie de beantwoording op vraag 5.
Worden militaire oefeningen in het getroffen gebied tijdelijk stilgelegd totdat op zijn minst de natuur voldoende is hersteld? Zo nee, waarom niet?
Direct na de brand zijn de geplande militaire activiteiten op het Artillerieschietkamp tijdelijk stilgelegd om de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen de natuurbrand te bestrijden. Het bestaande protocol blijft gelden, waarbij Defensie rekening houdt met de herstellende natuur. Dit betekent onder andere dat het rustgebied voor fauna wordt gerespecteerd en dat beschermde habitattypen worden behouden.
Bent u bereid de bestaande procedures rond militaire oefeningen in natuurgebieden aan te scherpen om herhaling van dergelijke branden te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
We gaan de uitzonderingsprocedures zoals benoemd in het huidige protocol voor oefeningen in droge periodes opnieuw bekijken. Er zijn momenteel uitzonderingen mogelijk op het verbod om gebruik te maken van bijvoorbeeld spring- en ontstekingsmiddelen. Hiervoor gelden strikte voorwaarden. Aanvullend op het huidige protocol is besloten om het gebruik van lichtspoormunitie en pyrotechnische middelen tot 18 mei 2026 niet toe te staan. We zijn in gesprek met o.a. de veiligheidsregio’s om ons protocol, de processen en procedures tegen het licht te houden. Ik wil de eerste verbetervoorstellen voor de zomer gereed hebben.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) heeft Defensie verzocht om het veiligheidsbeleid (voorschriften en protocollen) rondom oefeningen te evalueren en uiterlijk 1 juli 2026 de uitkomsten te rapporteren aan IL&T. Defensie gaat dit uitvoeren.
De Kamer zal worden geïnformeerd over deze evaluatie en de eventuele aanpassingen van het veiligheidsbeleid.
Bent u het ermee eens dat dit soort risicovolle explosieve oefeningen in tijden van droogte in beschermd natuurgebied buiten de reikwijdte vallen van de geldende natuur- en milieuwetgeving en daarmee strijdig zijn met de door de Kamer aangenomen motie over opereren binnen de natuur- en milieuwetgeving (Kamerstuk 36 592, nr. 50)? Zo nee, waarom niet?
Nee. Defensie houdt zich aan de geldende wet- en regelgeving, ook als zij op een militair oefenterrein aan oefenen is.
Bent u bereid om in de toekomst zo veel mogelijk te kiezen voor ander militair oefenterrein dan natuur?
Nee. Militaire oefenterreinen worden zo ingericht en beheerd dat militairen veilig en natuurgetrouw kunnen oefenen. Dat is het primaire doel van de terreinen. Daarnaast wordt op de terreinen veel inzet gepleegd om de natuurwaarden te optimaliseren, waardoor op meerdere terreinen een positieve dynamiek is ontstaan met voor Nederland bijzondere natuur. Hierover is de Kamer in 2023 geïnformeerd.4
Veel Defensieterreinen liggen vanwege de benodigde ruimte en inrichting in of naast natuurgebieden. Defensie en natuur gaan over het algemeen goed samen, zoals onder andere blijkt uit het rapport dat naar uw Kamer is verzonden in juni 2023. Het is ook om die reden dat ik het betreur dat branden zijn ontstaan op onze terreinen waardoor natuurschade is opgetreden. Ik heb er alle vertrouwen in dat door de genomen herstelmaatregelen de natuur zal herstellen en mogelijk zal verbeteren.
Bent u het eens dat provincies, als medeverantwoordelijken voor natuurbescherming en -herstel, bij extreme droogte zouden moeten kunnen ingrijpen op explosieve militaire oefeningen in en bij natuur?
Het convenant brandveiligheidsplan van het Artillerieschietkamp is in gezamenlijkheid met de Veiligheidsregio en de betreffende gemeenten opgesteld.
Kunt u deze vragen, gezien de aanhoudende droogte en de vooralsnog continuerende oefeningen van Defensie, één voor één spoedig beantwoorden?
Ja.
De nominatie van Iran en de verkiezing van China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan tot commissies van de Verenigde Naties |
|
Don Ceder (CU) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Klopt het dat de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC) op 8 april Iran heeft genomineerd voor de Commissie voor Programma en Coördinatie (CPC) en China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan heeft verkozen tot lid van de Commissie voor Niet-Gouvernementele Organisaties? Klopt het dat Nederland deze besluiten heeft gesteund, of althans zich niet heeft gedistantieerd van de consensus? Welke overwegingen speelden hierbij een rol?
Het klopt dat Iran is genomineerd voor een verkiezing in de Commissie voor Programma en Coördinatie (CPC). Het is echter niet zo dat Nederland deze nominatie heeft gesteund. Iran’s nominatie volgt uit het feit dat landen in dit specifieke geval zichzelf mogen kandideren binnen hun eigen regionale kiesgroep. In het geval van Iran gaat het om de Asia Pacific Group (APG). Nederland maakt geen deel uit van deze specifieke kiesgroep en heeft derhalve geen invloed op voordrachten door de APG, die door de APG zelf zijn bekrachtigd.
Een steunvraag komt voor Nederland pas aan de orde bij de uiteindelijke verkiezingen voor de CPC, die plaatsvinden tijdens een nog nader te bepalen plenaire sessie van de Algemene Vergadering van de VN in het najaar. Hoewel het kabinet nooit publiekelijk uitspraken over stemposities bij geheime verkiezingen kan uw Kamer ervan uitgaan dat de kans nihil is dat het kabinet onder de huidige omstandigheden steun aan Iran zal geven in een VN-verkiezing.
Voor wat betreft de verkiezing voor het Comité voor Niet-Gouvernementele Organisaties (CNGO) hadden China, Cuba, Nicaragua, Saoedi-Arabië en Soedan zich kandidaat gesteld binnen hun eigen regionale kiesgroepen. Elke regionale groep bezet een vast aantal zetels in deze commissie. Wanneer het aantal kandidaten van een bepaalde kiesgroep gelijk is aan het aantal beschikbare zetels voor die betreffende kiesgroep (clean slate), worden landen bij acclamatie gekozen. Dat was het geval voor de bovengenoemde landen.
Indien echter meer landen uit een kiesgroep zich kandideren dan het aantal beschikbare zetels voor hun regionale groep, vindt er een stemming plaats. Stemgerechtigde VN-landen kunnen dan via een, in de regel geheime, stemming kiezen of er wel of geen steun voor een bepaalde kandidatuur wordt gegeven. Zo wist Belarus tijdens de stemming op 8 april geen zetel in het CNGO te bemachtigen omdat er een tegenkandidaat was. Ook Iran kreeg geen zetel in de Commissie voor de Status van Vrouwen (CSW) omdat er een tegenkandidaat werd verkozen.
Klopt het dat het CPC zich onder andere buigt over thema’s als gendergelijkheid, mensenrechten en voorkomen van terrorisme? Acht Nederland het passend en geloofwaardig dat Iran als onderdeel van de CPC programma’s over dergelijke en andere thema’s gaat beoordelen? Zo, waarom?
De CPC is een orgaan dat advies uitbrengt over de coördinatie, planning en evaluatie van VN-programma’s. De commissie geeft advies over budgettering en evalueert plannen, onder andere met het oog op het voorkomen van dubbel werk in het bredere VN-systeem. Inhoudelijke adviezen specifiek op het gebied van bijv. gendergelijkheid, mensenrechten en het voorkomen van terrorisme volgen uit andere VN-organen zoals respectievelijk de Mensenrechtenraad of het Mensenrechtencomité, UN Women of het VN Antiterrorismecomité.
In algemene zin wil Nederland dat landen met een democratische rechtsstaat, die de internationale rechtsorde steunen en het VN-Handvest respecteren, goed vertegenwoordigd zijn in VN-organen. De VN is evenwel een afspiegeling van alle 193 lidstaten en Nederland kan niet altijd voorkomen dat landen zich nomineren of worden verkozen die niet aan die standaarden voldoen. Dat geldt zeker voor de nominatie van Iran. Iran is daarmee overigens nog niet verkozen tot de CPC; en het is de verwachting dat meerdere VN-lidstaten in het bepalen van hun stempositie het Iraanse track record op mensenrechten kritisch zullen meewegen.
Klopt het dat meer dan zeventig maatschappelijke organisaties van tevoren regionale groepen hebben opgeroepen om meer kandidaten aan te leveren voor lidmaatschap van de Commissie over NGO’s?1 Is er opvolging gegeven aan deze oproep? Zo ja, op welke manier?
Ja, het kabinet is bekend met deze oproep. Competitieve verkiezingen binnen de VN zijn van belang, zeker als het betekent dat landen die de democratische rechtstaat en de internationale rechtsorde respecteren hierdoor meer kans hebben om verkozen te worden. Nederland maakt echter alleen deel uit van de Western European and Other States Group (WEOG) en heeft geen invloed op de voordrachten van andere regionale groepen. Andersom geldt dit ook: landen uit andere regionale groepen hebben geen invloed op de vraag of Nederland zich kandideert voor een verkiezing of niet.
Hoe beoordeelt u dat landen waarin het maatschappelijk middenveld onder druk staat, via de Commissie mogen bepalen welke maatschappelijke organisaties toegang krijgen tot de Verenigde Naties? Kunt u toelichten waarom u lidmaatschap van dergelijke landen passend vindt en waarom u er bijvoorbeeld vertrouwen in heeft dat deze landen niet tegen de accreditatie van legitieme NGO’s zullen stemmen?
Het is in het algemeen onwenselijk dat landen waarin het maatschappelijk middenveld onder druk staat mede kunnen bepalen welke NGO’s waarnemersstatus krijgen binnen de VN. Het kabinet acht het in het verlengde hiervan onwenselijk dat de regels binnen het Comité voor Niet-Gouvernementele Organisaties (CNGO) worden gebruikt om VN-accreditatie van organisaties te vertragen. Het komt voor dat NGO’s door deze werkwijze lang moeten wachten op hun toegang of helemaal geen accreditatie kunnen ontvangen. Nederland heeft geen zitting in de commissie, maar maakt zich binnen de VN hard voor betere toegang van het maatschappelijk middenveld en efficiëntere en transparantere procedures, onder meer binnen het VN80-hervormingsinitiatief.
Klopt het dat de Verenigde Staten zich van de besluiten hebben gedistantieerd?2 Waarom heeft Nederland hier niet voor gekozen?
De VS heeft zich, als enige land, op 8 april middels een explanation of position uitgesproken over de nominatie van Iran voor de CPC en de verkiezing van landen in het CNGO. Een dergelijke uitspraak heeft geen gevolgen voor de nominatie of verkiezing van landen. Daarom, en omdat het hier een nominatie en een clean slate betrof, zagen andere landen, waaronder Nederland, geen toegevoegde waarde in een explanation of position.
Een explanation of position is in het algemeen een minder gebruikelijk instrument bij kandidaturen, zeker als er sprake is van een clean slate of nominatie en omdat stemmingen geheim zijn. Zoals veel landen binnen de VN, doet Nederland dit alleen in gezamenlijkheid: in overeenstemming met een brede groep gelijkgezinde en/of Europese landen. Zie ook het antwoord op vraag 1 en vraag 7.
Bij een stemming, zoals voor CPC in het najaar, weegt Nederland zaken als het respecteren van mensenrechten en de internationale rechtsorde sterk mee in de stembepaling.
Kunt u in algemene zin schetsen hoe Nederland zich verhoudt tot de deelname van landen die structureel mensenrechten schenden aan commissies die zich bezighouden met het bevorderen van mensenrechten, mede in het licht van Artikel 90 Grondwet? Bent u het eens dat deelname van dergelijke landen niet passend is en bijdraagt aan erosie van de internationale rechtsorde, waar de Verenigde Naties één van de belangrijkste organisaties van is? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet acht het onwenselijk en niet passend dat landen die structureel mensenrechten schenden zitting nemen in organen die juist mensenrechten moeten verdedigen. Nederland houdt in zijn stemposities daarom altijd in zeer sterke mate rekening met het track record van landen op het gebied van mensenrechten.
Desalniettemin kan niet altijd worden voorkomen dat landen verkozen worden in VN-commissies. Bovendien heeft elke VN-lidstaat het recht zich kandidaat te stellen. De VN is, onder andere door het systeem van regionale groepen, een afspiegeling van de wereld. Aan het brede lidmaatschapsprincipe wil het kabinet niet tornen. Ook gebruikt Nederland de verkiezing van landen in bepaalde mensenrechtengremia om hen (extra) te wijzen op de verwachtingen die horen bij een dergelijk lidmaatschap.
Kunt u aangeven op welke momenten Nederland zich in het verleden heeft uitgesproken tegen deelname van landen die structureel mensenrechten schenden aan dergelijke commissies?
Het komt incidenteel voor dat Nederland in samenspraak met gelijkgezinde landen een verklaring van de stempositie heeft uitgesproken. Nederland heeft bijvoorbeeld met internationale partners uitgesproken dat het onwenselijk zou zijn dat Rusland opnieuw zou toetreden tot de Mensenrechtenraad nadat het is geschorst in 2022. Nederland heeft dit ook actief bij andere landen onder de aandacht gebracht, gelet op de voortdurende agressie van Rusland tegen Oekraïne en de repressie en mensenrechtenschendingen in Rusland zelf.
Meent u dat extra inzet vanuit Nederland, eventueel met gelijkgezinde landen, nodig is om te voorkomen dat landen die structureel mensenrechten schenden steeds worden verkozen voor commissies die zich bezighouden met mensenrechtengerelateerde onderwerpen? Zo ja, welke inzet kunt u toezeggen? Zo nee, waarom niet?
Kandidaturen van landen in deze commissies zijn lang niet altijd succesvol. Zo wordt via stemmingen regelmatig voorkomen dat Rusland en Belarus in dergelijke commissies plaatsnemen en heeft Iran tijdens de ECOSOC-stemmingen van 8 april geen enkele zetel behaald, waaronder in het voorbeeld van de Commissie voor de Status van Vrouwen. Ook gebeurt het dat landen zich terugtrekken als er te weinig steun voor hun kandidatuur lijkt te zijn. Zo heeft Iran zich in april jl. ook teruggetrokken voor de verkiezing van de Uitvoerende Raad van het Wereldvoedselprogramma.
De inzet van het kabinet is er met name erop gericht om de invloed van Nederland binnen de VN te vergroten om zo de Nederlands belangen, onder meer op het gebied van de internationale rechtsorde, veiligheid en stabiliteit en mensenrechten, te blijven dienen. Hierbij hoort ook het belang dat landen verkozen worden in VN-commissies die deze fundamenten onderschrijven. Het kabinet zegt graag toe dat Nederland dit onderwerp in samenspraak met andere landen, en expliciet in EU-verband, blijft opbrengen.
Het bericht ‘Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta’ |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Suzanne Kröger (GL), Sarah Dobbe (SP) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Israëlische strijdkrachten schepen met (onder meer) Nederlandse opvarenden in internationale wateren hebben geënterd en daarbij personen hebben aangehouden?1
Hoe beoordeelt u het besluit van de Israëlische autoriteiten om op zo’n 1.000 km buiten de eigen territoriale wateren en Exclusieve Economische Zone over te gaan tot aanhouding en detentie van Nederlandse burgers?
Bent u het ermee eens dat het aanhouden en detineren van Nederlandse burgers door Israël in internationale wateren in strijd is met het internationaal zeerecht en in het bijzonder met het beginsel van vrijheid van navigatie?
Deelt u de opvatting dat dergelijk optreden een risicovol precedent kan scheppen voor extraterritoriale handhaving door staten?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen zet u om dit tegen te gaan?
Welke maatregelen neemt het kabinet om Nederlandse zeevarenden in het algemeen, maar ook resterende opvarenden van de flotilla, in de toekomst te beschermen tegen onrechtmatige aanhouding (in internationale wateren) door derde staten?
Deelt u de zorg, die ook onder de opvarenden leeft, dat Israëlische autoriteiten structureel onvoldoende humanitaire hulp Gaza in laten?
Zo ja, welke concrete stappen zet Nederland, bilateraal en in EU-verband, om Israël te bewegen zich te houden aan zijn verplichtingen onder het internationaal recht en het staakt-het-vuren, waaronder het toelaten van voldoende humanitaire hulp?
Het bericht 'Nato meetings with TV and film-makers promt claims it is seeking ‘propaganda’' |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel in The Guardian getiteld «Nato meetings with TV and film-makers promt claims it is seeking «propaganda»»?1
Zijn er Nederlandse militairen aanwezig geweest bij deze gesprekken tussen de NAVO en televisie- en filmproducenten? Zo ja, waarom waren ze bij deze gesprekken? Wat brachten ze (eventueel) in namens Nederland?
Wat was het doel van deze gesprekken? Waarom heeft de NAVO deze gesprekken georganiseerd?
Wie waren aanwezig bij deze gesprekken? Kan de Kamer de deelnemerslijst ontvangen? Zo nee, waarom niet?
Kunnen de gespreksverslagen van deze bijeenkomst naar de Kamer worden gestuurd? Zo nee, waarom niet?
In het artikel wordt gesteld dat deze gesprekken tussen de NAVO en televisie- en filmproducenten zouden hebben geresulteerd in «drie afzonderlijke projecten», kan de Kamer een beschrijving van deze drie projecten ontvangen? Zo nee, waarom niet?
Vindt u het wenselijk, gepast en logisch voor de NAVO om zich bezig te houden met het werk van televisie- en filmproducenten? Zo ja, waarom?
Gevangenisbussen voor Oekraïne |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Kan de Kamer het Oekraïense verzoek gericht aan Nederland voor de levering van gevangenisbussen ontvangen?
Kan de Kamer (daarnaast) alle overige communicatie ontvangen tussen de Nederlandse regering en Oekraïne over de twintig gevangenisbussen die Nederland heeft geleverd aan Oekraïne?
Op welke wijze staat het Oekraïense gevangeniswezen precies «onder druk»? Is het aantal gevangen in Oekraïne de afgelopen jaren niet juist heel sterk gedaald?1 Vanwaar die plotselinge Oekraïense behoefte aan extra «gevangenisbussen»? «Vanwege een tekort aan transportcapaciteit voor gedetineerden»?2 Dat ligt toch niet voor de hand bij een (sterk) dalende gevangenispopulatie?
Bent u bekend met de talloze berichten en video’s, niet alleen op de sociale media maar inmiddels zelfs ook in de mainstreammedia, van Oekraïners die met (veel) geweld en tegen hun zin, plotseling van straat of zelfs uit hun woning worden getrokken en door militairen vervolgens in mobilisatiebussen worden geslagen, geduwd en afgevoerd?3
Lig het niet veel en veel meer voor de hand dat de twintig gevangenisbussen die Nederland heeft geleverd hiervoor gebruikt zullen gaan worden? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aan Oekraïne vragen of de Nederlandse gevangenisbussen worden gebruikt voor het (met geweld) afvoeren (naar het front) van Oekraïners die tegen hun zin gemobiliseerd worden? Zo nee, waarom niet?
Vindt u het wenselijk dat Nederlandse gevangenisbussen gebruikt worden voor het vervoeren van Oekraïners die, vaak met veel geweld, gedwongen worden gemobiliseerd?
Het bericht dat Defensie steevast wegkijkt bij racisme. |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Fatimazhra Belhirch (D66), Michelle Jagtenberg (D66) |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Defensie kijkt steevast weg bij racisme, zeggen deze militairen»?1
Deelt u de mening dat discriminatie en racisme bij Defensie onacceptabel zijn, dat er hiervoor binnen Defensie geen plek is en dat iedere vorm en uitlating ervan resoluut aangepakt moet worden?
Wat is uw reactie op de ervaringen van de betrokken militairen dat meldingen van racisme onvoldoende worden opgepakt en in hoeverre herkent u deze signalen?
Hoe verklaart en beoordeelt u dat militairen met een migratieachtergrond drempels ervaren om discriminatie en racisme te melden, mede vanwege angst voor repercussies of negatieve gevolgen voor hun loopbaan? En wat zegt dit volgens u over het vertrouwen in de organisatie?
In hoeverre duiden deze signalen volgens u op een breder cultuurprobleem binnen (delen van) Defensie, en welke elementen van die cultuur dragen hier volgens u aan bij?
Welke concrete verantwoordelijkheid dragen leidinggevenden bij het signaleren en aanpakken van racisme, en op welke wijze worden zij hier aantoonbaar op beoordeeld en afgerekend?
In hoeverre wordt in het kader hiervan uitvoering gegeven aan de motie Bamenga (Kamerstuk 36 250, nr. 422) over het bevorderen dat in beoordelingscycli van leidinggevenden wordt opgenomen dat zij actief zorg dragen voor een veilige en inclusieve werkomgeving vrij van racisme en discriminatie?
Kunt u uiteenzetten hoe het huidige meldsysteem (zoals het COID) functioneert in de praktijk, en in hoeveel gevallen meldingen van racisme de afgelopen vijf jaar hebben geleid tot concrete maatregelen of sancties?
Hoe wordt geborgd dat daders consequent worden aangesproken (inclusief maatregelen) en dat melders van racisme daadwerkelijk worden beschermd tegen benadeling?
In hoeverre acht u het wenselijk dat meldingen en onderzoeken naar racisme volledig onafhankelijk van de hiërarchische lijn plaatsvinden? Hoe is dit nu geborgd?
Overwegende dat twee (oud) medewerkers refereren aan diverse racistische uitspraken: hoe beoordeelt u de volgende uitspraken? Deelt u de opvatting dat dergelijke uitspraken racistisch en absoluut onacceptabel zijn, en dat hier altijd consequent tegen moet worden opgetreden?
Hoe beoordeelt u de opmerking die gemaakt zou zijn door het COID (namelijk de vraag aan Zaahir om de melding over het afslachten van moslims te laten vallen omdat anders de persoon die dat gezegd zou hebben zijn baan kwijt zou raken)?
Bent u bereid met betrokkenen in gesprek te gaan om hun ervaringen te horen, excuses aan te bieden voor de gang van zaken en te bezien of herstel of vervolgacties (mocht daar behoefte aan bestaan) passend zijn?
Welke concrete actie is er ondernomen naar aanleiding van de nazi-uitingen binnen Defensie in 2018 (en tot welke concrete resultaten heeft dat geleid)?
Welke concrete actie is er ondernomen naar aanleiding van het artikel van 10 klokkenluiders bij Defensie uit 2023 over hoe het melden van misstanden bij Defensie erin resulteert dat je zelf onder de loep wordt genomen (en tot welke tastbare resultaten heeft dat geleid)?
Kunt u een overzicht geven van alle onderzoeken, rapporten en Kamerbrieven over misstanden, racisme en discriminatie binnen Defensie in de afgelopen 15 jaar? Kunt u per document aangeven welke aanbevelingen zijn gedaan, welke zijn opgevolgd en welke concrete resultaten zijn bereikt?
Welke lessen trekt Defensie uit andere organisaties (nationaal of internationaal) die succesvol discriminatie hebben aangepakt, en op welke wijze vertaalt u deze lessen naar concrete maatregelen binnen Defensie?
Bent u bereid nog dit jaar te komen met een lijst van concrete maatregelen (inclusief planning) hoe Defensie racisme en discriminatie gaat aanpakken, de meldingsbereidheid gaat worden verhoogd en hoe gaat worden voorkomen dat melders uiteindelijk slachtoffer worden van hun eigen melding?
In hoeverre is er bij Defensie een discriminatietoets verricht door de Staatscommissie Discriminatie en Racisme?
Bent u bereid de Kamer periodiek te informeren over de voortgang van de aanpak van racisme en discriminatie binnen Defensie?
De artikelen 'Jury Biënnale van Venetië treedt vlak voor kunstevenement af' en 'Rel rond Russische aanwezigheid bij Biënnale Venetië' |
|
Nicole Maes (VVD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de artikelen «Jury Biënnale van Venetië treedt vlak voor kunstevenement af»1 en «Rel rond Russische aanwezigheid bij Biënnale Venetië»?2
Hoe beoordeelt u de opstelling van de directeur van de Biënnale die stelt dat de Biënnale boven geopolitieke conflicten staat en dat kunst de dialoog op gang brengt?
Is over de aanwezigheid van het Koninklijk paar bij de opening een bewust besluit genomen waar u als Minister van Buitenlandse Zaken bij betrokken was? Zo ja, is kunt u toelichten wat uw afweging was om hiermee in te stemmen?
Deelt u de zorg dat de aanwezigheid van het staatshoofd bij de opening van een evenement waar tegelijkertijd officiële, door het Kremlin gefinancierde kunst te zien is, onbedoeld een signaal van legitimering of normalisering van de Russische aanwezigheid kan afgeven?
Hoe rijmt u de aanwezigheid van het staatshoofd met het Nederlandse beleid om Rusland internationaal zoveel mogelijk te isoleren zolang de agressieoorlog in Oekraïne voortduurt?
Als de Biënnale boven geopolitieke conflicten gaat, hoe rijmt u dat dan met de opstelling van de jury om geen prijzen toe te kennen aan landen die door het Internationaal Strafhof worden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid?
Hoe beoordeelt u de deelname van Rusland aan de Biënnale, een land dat een agressieoorlog voert tegen Oekraïne, sinds 2022 om die reden is uitgesloten van deelname en nu deelneemt met een volledig door de Russische regering gefinancierde delegatie kunstenaars?
Wat zegt u dit over hoe Italië kijkt naar de Russische oorlog in Oekraïne, aangezien ook bij de paralympics in Milaan opeens Russische sporters weer onder Russische vlag mochten deelnemen? Is dit onderwerp van gesprek met uw Italiaanse counterpart?
Deelt u de analyse dat in het huidige autocratische Rusland kunst en cultuur nooit losstaan van de staat, maar juist door het Kremlin worden ingezet als instrument voor (binnenlandse) propaganda en het normaliseren van een paria-status?
Deelt u de mening dat het toestaan van een officiële Russische delegatie ontmoedigend is voor de Oekraïense bevolking die vecht voor hun en onze vrijheid, omdat Rusland hiermee als een gelijkwaardige partner wordt behandeld?
Bent u bereid om in EU-verband te pleiten voor het opschorten van Europese subsidies aan de Biënnale zolang een officiële Russische delegatie wordt toegelaten, in lijn met de eerdere waarschuwing van de Europese Commissie?
Kunt u aangeven welke maatregelen en protocollen Defensie in het algemeen hanteert om natuurbranden op defensieterrein te voorkomen?1
Defensie werkt conform het protocol en procedures op basis van het natuurbrandrisico zoals afgekondigd door de veiligheidsregio voor de brandveiligheid, specifiek in natuurrijke omgevingen. Hiervoor werkt Defensie intensief samen met de veiligheidsregio’s en het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid). Op het Artillerieschietkamp (omgeving ’t Harde) zijn ten aanzien van natuurbranden in de reguliere bedrijfsvoering preventiemaatregelen ingericht, waaronder de aanwezigheid van een eigen brandweerdienst. Op de overige schiet- en oefenterreinen is ook aandacht voor. In het geval van een toegenomen natuurbrandrisicofase als gevolg van droogte, legt Defensie beperkingen op aan de toegestane activiteiten en schrijft extra preventieve maatregelen voor, passend bij de afgegeven natuurbrandrisico-fase.
Hoe wordt een integrale aanpak samen met andere departementen en regio’s gewaarborgd voor een toekomstbestendig preventiebeleid rekening houdend met klimaatverandering, ook met oog op de noodzakelijke uitbreiding van Defensie?
Defensie erkent dat haar activiteiten impact hebben op de omgeving. Het vaker voorkomen van extreme weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering hebben impact op de bedrijfsvoering van Defensie. De inrichting van onze huidige en toekomstige oefenterreinen worden mede daarom klimaatadaptief en natuurinclusief uitgevoerd om het risico op uitbraken van natuurbranden te verminderen. Hiervoor maken we ook gebruik van de expertise van bijvoorbeeld het Ministerie van LVVN en Staatsbosbeheer.
De essentie van het beleid is echter dat deze activiteiten noodzakelijk zijn voor de nationale veiligheid, en altijd worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet en met een zo groot mogelijke beperking van risico’s.
Wordt overwogen om expertise van andere landen en regio’s met meer ervaring met natuurbranden (zoals Frankrijk, Australië of Hawaï) in te winnen om zo tot een toekomstbestendig preventiebeleid te komen?
Brandweer Nederland werkt samen met buitenlandse brandweerkorpsen. Defensie sluit daar zoveel mogelijk op aan. Zo heeft Defensie bijvoorbeeld expertise opgehaald in Spanje. Defensie is ook aangesloten bij het Landelijk Netwerk Natuurbrandbeheersing overleg en het NATO Crash Fire and Rescue Panel om een protocol voor WILDFIRE op te maken voor de militaire brandweerorganisaties uit aangesloten landen.
Kunt u een duidelijk overzicht geven van de regels en grenswaarden die Defensie gebruikt om oefeningen aan te passen of stil te leggen bij droogte en verhoogd risico op natuurbranden? Hoe verloopt de interne afstemming?
De veiligheidsregio stelt de natuurbrandrisico-fase vast. Defensie hanteert dit als de grenswaarde. Per natuurbrandrisicofase zijn de beperkingen vastgelegd in een intern voorschrift. Hieraan dienen oefenende eenheden zich te houden.
Hoe sluiten deze regels aan op de werkwijze van veiligheidsregio’s, het KNMI en terreinbeheerders, hoe verloopt onderlinge afstemming en wordt er gewerkt met dezelfde landelijke uitgangspunten?
Elke veiligheidsregio is zelf verantwoordelijk voor het vaststellen van het natuurbrandrisico. Voor de actuele natuurbrandrisico-fase per veiligheidsregio heeft Defensie regelmatig contact met de veiligheidsregio of raadpleegt https://www.brandweer.nl/natuurbrandrisico/.
Oefenende eenheden krijgen hun richtlijnen per oefening van de verantwoordelijke schiet- of oefenterreinbeheerder. Voor advies kan de oefenterreinbeheerder terecht bij op de Accountmanager Brandweerzorg.
Welke concrete maatregelen worden standaard genomen om de kans op natuurbranden tijdens oefeningen te verkleinen, bijvoorbeeld bij het gebruik van munitie of de inzet van blusmiddelen?
Een standaard concrete maatregel is dat er, ook wanneer er geen verhoogd risico is op natuurbranden, dat er ten alle tijden voldoende blusmiddelen beschikbaar en bereikbaar zijn. Verder zijn er in het terrein verschillende gebieden aangewezen die specifiek zijn ingericht op het gebruik van bepaalde typen munitie of explosieven. Hier zijn bijvoorbeeld zones ingericht zonder bebossing zodat branden niet of minder snel kunnen verspreiden.
Op 30 april gold in grote delen van Nederland natuurbrandrisico fase 2 zoals afgekondigd door de veiligheidsregio. Het protocol van Defensie schrijft voor schiet- en oefenterreinen zonder aanwezige bedrijfsbrandweer onder andere voor dat er niet meer mag worden gerookt, er geen gebruik van pyrotechnische middelen en spring- en ontstekingsmiddelen mag worden gemaakt. Tevens moet na iedere activiteit waarbij brand kan ontstaan, een controle (brandronde) plaats te vinden.
Welke ruimte hebben lokale commandanten om zelf te besluiten een oefening aan te passen of te stoppen bij verhoogd risico en hoe wordt gezorgd dat dit overal op een vergelijkbare manier gebeurt?
Commandanten hebben deze ruimte. Ze kunnen eigen oefeningen aanpassen. Tegelijkertijd is de organisatie zo ingericht dat een bezoekende eenheid die komt oefenen een «Leider der oefening» (Ldo) heeft. Deze persoon stemt altijd af met de lokale oefenterreinbeheerder. Zij maken beide een inschatting van het natuurbrandrisico. De Ldo is ook te alle tijden telefonisch bereikbaar.
In aanvulling op vraag 6 maakt de lokale schiet- of oefenterreinbeheerder de afweging of hij of zij één of meerdere uitzonderingen op de beperkingen bij natuurbrandrisico fase 2 verantwoord acht. Hij of zij kan zich hierbij laten adviseren door de lokale Account Manager Brandweerzorg of de Afdeling Veiligheid op het niveau van het betreffende defensieonderdeel.
Hoe wordt gecontroleerd of de huidige maatregelen goed werken en welke lessen zijn recent geleerd uit incidenten of situaties die bijna misgingen?
Defensie werkt conform het protocol en procedures op basis van het natuurbrandrisico zoals afgekondigd door de veiligheidsregio voor de brandveiligheid, specifiek in natuurrijke omgevingen. Leren en verbeteren is onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering. Daar waar ongeacht het uitvoeren van het protocol en de procedures incidenten voorkomen, doet Defensie onderzoek en streeft Defensie ernaar hier zo goed mogelijk lessen uit te trekken. Naar aanleiding van de brand op 3 april 2025 op de Ederheide heeft Defensie het bestaande protocol opnieuw bekeken en als afdoende beschouwd. Daarnaast zijn de eenheden specifiek gewezen op het geldende voorschrift. Bovendien heeft eind maart 2026, voorafgaand aan het droge seizoen, een sessie met terreinopzichters plaatsgevonden om het protocol te bespreken. Tot slot is begin dit jaar een pilot gestart met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) om tot een mogelijke verfijning van de natuurbrandrisicofases te komen.
In hoeverre wordt bij de planning van oefeningen rekening gehouden met droge seizoenen en wordt overwogen om bepaalde activiteiten vaker te verplaatsen naar minder risicovolle momenten of locaties?
In de planning van onze oefeningen houden we altijd rekening met de beperkingen en mogelijkheden die de oefenterreinen in binnen- en buitenland bieden. De lokale klimatologische omstandigheden maken ook onderdeel uit van die overwegingen. We gaan ons protocol, processen en procedures tegen het licht houden. Ik wil de eerste verbetervoorstellen voor de zomer gereed hebben.
Welke alternatieven voor oefenen, zoals simulaties, aangepaste munitie of oefenen in het buitenland, worden ingezet om risico’s voor natuur in droge periodes te beperken?
We gebruiken verschillende simulatie systemen voor de (schiet)opleiding en training van onze mensen. Dit vermindert het gebruik van onze schiet- en oefenterreinen. Om de gereedheid van de Nederlandse krijgsmacht in stand te houden en zo weinig mogelijk risico te lopen op natuurbrand kijken we ook naar mogelijkheden om meer van onze schietoefeningen in het buitenland te houden, in gebieden waar de kans op natuurbranden kleiner is. Ook wordt gekeken naar het gebruik van digitale klein-kalibermunitie. De resultaten van een pilot hiermee zijn positief.
Hoe wordt de afweging gemaakt tussen het belang van militaire paraatheid en de veiligheid van natuur en omwonenden, en zijn hiervoor duidelijke richtlijnen vastgesteld?
De veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht. Oefenen is daarvoor essentieel. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving. Militaire oefeningen zijn echter nooit zonder enig risico. Onze terreinen zijn ingericht om veilig en realistisch te trainen. Tegelijkertijd is het natuurbeleid van Defensie gericht op multifunctioneel gebruik van gronden met een balans tussen militair gebruik en natuurbehoud en -versterking. De operationele gereedstelling en het gebruik van de terreinen voor oefeningen staan centraal, en de inrichting en het beheer van de terreinen is hierop afgestemd. Door maatregelen te nemen om de biodiversiteit te versterken en de ecosystemen te beschermen, draagt Defensie concreet bij aan het verantwoord beheer van deze waardevolle gebieden. Op het Artillerieschietkamp zijn ter voorkoming van branduitbreiding en het faciliteren van een effectieve inzet van hulpdiensten risicobeheersende maatregelen genomen. Hierbij valt te denken aan brandweerroutes, boomvrije zones, brandbanen, brandsingels en bluswatervijvers. Op overige militaire schiet- en oefenterreinen is ook aandacht voor brandveiligheid.
In hoeverre is de huidige aanpak volgens u voorbereid op vaker voorkomende droogte in de toekomst? Welke extra maatregelen worden overwogen?
In grote delen van Nederland zijn we inmiddels terug naar natuurbrandrisico fase 1, waarbinnen geen extra maatregelen nodig zijn om natuurbranden te voorkomen. In geval van fase 2 heeft Defensie het gebruik van open vuur, munitie en pyrotechniek in de natuur tijdelijk stilgelegd. Momenteel wordt, zie ook het antwoord op vraag 14, onderzocht op welke manier het protocol kan worden aangescherpt en zullen deze concrete maatregelen voor 1 juli helder zijn.
Wordt overwogen om te komen tot één duidelijke landelijke aanpak of set regels voor militaire oefeningen bij een verhoogd risico op natuurbranden? Zo ja, hoe zou die eruit kunnen zien?
Zie het antwoord op vraag 1.
In de media is al gezegd dat de huidige protocollen niet meer aansluiten bij het huidige klimaat; kunt u aangeven of dit geldt voor meer soorten van extreme weersomstandigheden en op welke termijn deze protocollen kunnen worden aangepast?
Defensie onderzoekt of het huidige protocol en de procedures ten aanzien van natuurbrandbeheersing moeten worden aangepast en daarbij wordt specifiek bekeken of deze aansluiten bij het huidige klimaat en de trends. Ik wil de eerste verbetervoorstellen voor de zomer gereed hebben en op 1 juli bij ILT aanleveren.
Hoe reflecteert u op de huidige inzet met het oog voor de inzet van alle betrokkenen (Brandweer, specialisten veiligheidsregio’s en defensiepersoneel) in de bestrijding van de natuurbranden? Waren er voldoende mensen en middelen ter beschikking? Verliep de onderlinge afstemming naar behoren? Hebben zij hun werk naar omstandigheden veilig uit kunnen voeren?
Ik heb veel waardering voor de inzet van al het betrokken personeel. In de gezamenlijke Kamerbrief die door mijn collega van JenV is op verzonden op 11 mei wordt uitgebreider ingegaan op de inzet van de diverse hulpverlenende instanties.
Kunnen de vragen afzonderlijk van elkaar en voor 28 mei 2026 worden beantwoord?
Ja.
Het bericht: 'Sweden Drops Use of the Term Islamophobia' |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Berendsen , Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Sweden Drops Use of the Term «Islamophobia»»?1
Klopt het dat Zweden niet langer de term Islamofobie gebruikt?
Klopt het dat Zweden ook binnen de verschillende gremia van de EU nu aandringt om deze term niet langer te gebruiken?
Indien dat het geval is kunt u ons toezeggen dat de Nederlandse regering dat verzoek van Zweden steunt? Zo nee waarom niet?
Los van dit nieuwsbericht over Zweden, is het Nederlandse kabinet bereid de term Islamofobie te schrappen en juist ruimte te geven aan de vrijheid van meningsuiting en religie kritiek? Zo nee waarom niet?
Natuurbranden op defensieterreinen |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op de recente natuurbranden op defensieterreinen, waaronder de grote brand bij ’t Harde1, de Oirschotse Heide2 en de Weerterheide3?
Ik betreur de situatie zeer. Ik spreek mijn waardering uit voor alle brandweermensen, hulpverleners, militairen en andere betrokkenen die zich hebben ingespannen om de natuurbranden te bestrijden en de gevolgen ervan te beperken. Dankzij hun tomeloze inzet, professionaliteit en betrokkenheid zijn de branden onder controle gebracht. Daarnaast ook veel waardering voor de ondersteuning vanuit België, Duitsland en Frankrijk. Deze internationale bijstand heeft bijgedragen aan een effectieve gezamenlijke inzet ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van mensen, dieren en de fysieke leefomgeving.
Begrijpt u twijfels van omwonenden van defensieterreinen over de brandveiligheid en het risico op brand op defensieterreinen?
Defensie heeft begrip voor het feit dat omwonenden vragen hebben over de veiligheid van hun directe leefomgeving. Ik wil benadrukken dat Defensie haar verantwoordelijkheid als beheerder van grote natuurgebieden serieus neem en dat veiligheid is verankerd in de operationele bedrijfsvoering. Door samenwerking met de veiligheidsregio’s en lokale overheden wordt getracht de brandveiligheid op en rondom defensieterreinen te waarborgen en de gezamenlijke reactiesnelheid in geval van calamiteiten te optimaliseren.
Er is een verhoogd risico op natuurbranden in tijden van aanhoudende droogte. Op basis van de risico’s stelt de veiligheidsregio het natuurbrandrisico vast. Defensie hanteert de brandrisicofase zoals vastgesteld door de veiligheidsregio. Op het Artillerieschietkamp (omgeving ’t Harde) zijn risicobeheersende maatregelen genomen gericht op het voorkomen van branduitbreiding en het faciliteren van een effectieve inzet van hulpdiensten. Hierbij valt te denken aan brandweerroutes, boomvrije zones, brandbanen, brandsingels en bluswatervijvers. Op de overige oefenterreinen is ook aandacht voor brandveiligheid.
Waarom hebt u de Kamer niet zelf proactief geïnformeerd over de situaties van de branden op defensieterreinen in de afgelopen paar dagen, gezien de grote schaal van de branden en de maatschappelijke impact ervan?
Tegelijk met het verzenden van de beantwoording op deze Kamervragen, verstuurt de Minister van JenV een kamerbrief mede namens de Minister van LVVN en mijzelf.
Hoeveel van de 124 natuurbranden op defensieterreinen in 2025 zijn (waarschijnlijk) veroorzaakt door militaire oefeningen? Indien deze branden niet zijn ontstaan door oefeningen, hoe verklaart u dan het grote aantal branden op defensieterreinen?
Op het ASK (Artillerie Schietkamp) en ISK (Infanterie Schietkamp) zijn branden een onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering. Defensie beschikt op het ISK en ASK over bedrijfsbrandweer en werkt nauw samen met het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) voor de registratie van branden en de oorzaken. Voor een zorgvuldige beheersing zijn deze locaties hierop specifiek ingericht. Voor een specifieke beantwoording ten aanzien van de cijfers is aanvullend onderzoek en afstemming met het NIPV nodig. Wij zullen de Kamer nader informeren voor het debat van 10 juni.
Hoeveel natuurbranden op defensieterreinen zijn er geweest in 2026 en hoeveel daarvan zijn (waarschijnlijk) veroorzaakt door militaire oefeningen?
Zie het antwoord op vraag 4
Op 30 april meldde Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim in de media dat per 30 april strengere maatregelen zijn ingegaan, in de vorm van een aanscherping zodat er geen hitte kan ontstaan tijdens oefeningen; welke strenge maatregelen betreft dit en waarom zijn die strengere maatregelen eerder nog niet genomen? Gezien het grote aantal natuurbranden dat is ontstaan op defensieterreinen vindt u het verantwoord dat die strengere maatregelen nu pas zijn genomen?
Op 30 april gold in grote delen van Nederland natuurbrandrisico fase 2 zoals afgekondigd door de veiligheidsregio. Het protocol van Defensie schrijft voor schiet- en oefenterreinen zonder aanwezige bedrijfsbrandweer onder andere voor dat er niet meer mag worden gerookt, er geen gebruik van pyrotechnische middelen en spring- en ontstekingsmiddelen mag worden gemaakt. Tevens moet na iedere activiteit waarbij brand kan ontstaan, een controle (brandronde) plaats te vinden.
Het Artillerieschietkamp beschikt over bedrijfsbrandweer. Hier gelden tevens de afspraken over extra mitigerende maatregelen zoals vastgelegd in een convenant dat is afgestemd met de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Met een tijdelijke aanscherping van de maatregelen doelde de Commandant der Strijdkrachten op een verbod op alle uitzonderingen zoals benoemd in het protocol, zoals het wel toestaan van het gebruik van oefenmunitie indien er voldoende brandbestrijdingsmiddelen beschikbaar zijn in de directe nabijheid van de gebruikslocatie. Voorafgaand aan het uitbreken van de natuurbranden op 29 en 30 april was er geen reden om de maatregelen aan te scherpen, het protocol volgt de fasering vanuit de Veiligheidsregio’s.
Bent u het eens met de uitspraken van Commandant der Strijdkrachten dat het niet nodig is om te stoppen met militaire oefeningen in tijden van droogte, ook gezien het grote aantal natuurbranden dat ontstaat op defensieterreinen?
Ik onderschrijf het belang van militaire oefeningen. De veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht. Realistisch oefenen is daarvoor essentieel. Dat doen we in binnen- en buitenland, bij dag en bij nacht en bij koud en bij warm weer. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving. We hebben alle activiteiten met een verhoogd risico tijdelijk stopgezet, maar militaire oefeningen zijn nooit zonder enig risico.
Ik verwijs hierbij ook naar het antwoord op vraag 11 van de Partij van de Dieren ingediend op 30 april die gebundeld met deze antwoorden is verzonden. Defensie erkent dat haar activiteiten impact hebben op de omgeving. Het protocol, alsmede de inrichting van de terreinen, draagt zorg dat niet alleen militairen realistisch en veilig kunnen trainen, maar dat ook de natuur en omwonenden veilig zijn.
Waarom acht u het verantwoord om in droogte en bij risico op brand door te gaan met militaire oefeningen? Bent u bereid om daarmee te stoppen als er droogte en risico op brand is?
Defensie werkt conform het protocol en procedures op basis van het natuurbrandrisico zoals afgekondigd door de veiligheidsregio voor de brandveiligheid, specifiek in natuurrijke omgevingen. Hiervoor werkt Defensie intensief samen met de veiligheidsregio’s en het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid).
Natuurbranden zijn deels onderdeel van de reguliere gecontroleerde bedrijfsvoering waarop Defensie is ingericht. Op het Artillerieschietkamp zijn ten aanzien van natuurbranden in de reguliere bedrijfsvoering uitvoerige preventiemaatregelen ingericht, waaronder de aanwezigheid van een eigen brandweerdienst en risicobeheersende maatregelen gericht op het voorkomen van branduitbreiding en het faciliteren van een effectieve inzet van hulpdiensten. Hierbij valt te denken aan brandweerroutes, boomvrije zones, brandbanen, brandsingels en bluswatervijvers. Op overige terreinen is ook aandacht voor brandveiligheid. In het geval van een toegenomen natuurbrandrisico als gevolg van droogte, afgekondigd door de veiligheidsregio, legt Defensie beperkingen op aan de toegestane activiteiten en schrijft extra preventieve maatregelen voor.
Wat is uw reactie op het bericht dat vliegveld Kempen Airport Defensie al maanden waarschuwt voor brand, ook nadat de brand bij ’t Harde uitbrak?4 Wanneer was u op de hoogte van deze waarschuwingen? Waarom is er niets gedaan met deze waarschuwingen door Defensie? Vindt u dat deze waarschuwingen door Defensie serieus zijn genomen en vindt u dat Defensie het risico op brand goed heeft ingeschat?
Ik heb geen signalen dat vliegveld Kempen Airport al maanden waarschuwt voor brandgevaar. Na het uitbreken van de brand in ’t Harde op 29 april is vanuit Kempen Airport omstreeks 18:43u een mail verstuurd aan de verantwoordelijke terreinbeheerder bij de 13e Lichte Brigade in Oirschot. Referte de brand in ’t Harde en een brand op de Weerterheide vorig jaar was het verzoek van de beheerder/zaakwaarnemer van Kempen Airport om op korte termijn hierover in gesprek te gaan. De melding is op die bewuste avond niet meer in behandeling genomen aangezien daar geen directe aanleiding voor was. Defensie hecht aan een goede relatie met de mensen die in de omgeving van oefen- en schietterreinen wonen of recreëren.
Hoe weegt u de veiligheid van omwonenden en het behoud van natuur met het doen van militaire oefeningen?
Zie het antwoord op vraag 7.
Wat gaat u doen om te voorkomen dat er natuurbranden ontstaan op defensieterreinen?
Zie het antwoord op vraag 7.
Het bericht ‘Zware klap voor oliekartel Opec na vertrek Emiraten: wat betekent dit voor de olieprijs en het wereldtoneel?’ |
|
Nicole Maes (VVD), Ruud Verkuijlen (VVD) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Zware klap voor oliekartel Opec na vertrek Emiraten: wat betekent dit voor de olieprijs en het wereldtoneel?»?1
Hoe duidt u het besluit van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om het Opec-kartel te verlaten in het licht van de structurele instabiliteit op de mondiale energiemarkt en de toenemende prijsvolatiliteit?
In hoeverre is de invloed van de Opec+ op de wereldwijde olieproductie de afgelopen jaren afgenomen ten gunste van producenten buiten dit kartel?
Welke rol speelt de nauwe samenwerking tussen Rusland en Saoedi-Arabië binnen de Opec+ momenteel bij het kunstmatig hooghouden van de olieprijs?
In hoeverre acht u het waarschijnlijk dat de verzwakking van de Opec – en daarmee de Opec+-alliantie – de effectiviteit van Russische marktmanipulatie inperkt en daarmee direct de financiering van de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne bemoeilijkt?
Hoe beoordeelt u de informatie dat het vertrek van de VAE mede is ingegeven door fundamentele onenigheid binnen de Golfregio over de reactie op de oorlog met Iran en de voortdurende blokkade van de Straat van Hormuz?
Wat betekent het vertrek van de VAE uit de OPEC voor de GCC en wat betekent de eenheid binnen de Gulf Cooperation Council (GCC) voor de belangen van de Europese Unie (EU), niet alleen op het gebied van energiezekerheid maar ook voor de regionale veiligheid?
Deelt u de opvatting dat de huidige situatie in de straat van Hormuz een directe bedreiging vormt voor de mondiale leveringszekerheid en de stabiliteit van de wereldeconomie met inbegrip van de voedselzekerheid? Zo ja wat bent u bereid bij te dragen aan de verbetering van die situatie?
Wat verwacht u dat de toenemende rivaliteit tussen de VAE en Saoedi-Arabië als effect heeft voor de regionale veiligheid?
Verwacht u dat het besluit van de VAE om de OPEC te verlaten de onderlinge rivaliteit tussen de VAE en Saoedi-Arabië zal vergroten en daarmee de mogelijkheden voor samenwerking binnen de GCC bemoeilijkt?
Welke rol ziet u voor Nederland en de Europese Unie om bij te dragen aan het behoud van de eenheid van de GCC als strategische partner, juist nu de spanningen tussen de lidstaten over energie- en veiligheidsbeleid toenemen?
Kan de intensivering van de samenwerking tussen Nederland en de VAE op het gebied van energie-infrastructuur en maritieme veiligheid bijdragen aan de algehele stabiliteit in de regio en, zo ja, op welke manier?
Erkent u dat de toenemende volatiliteit op de oliemarkt de vraag naar alternatieve energiebronnen en technologieën, zoals elektrische voertuigen en zonnepanelen, onvermijdelijk versnelt?
Hoe zet het kabinet zich in om te voorkomen dat deze versnelling leidt tot een nieuwe, eenzijdige afhankelijkheid van onvrije staten zoals China voor de levering van kritieke grondstoffen en componenten?
Op welke wijze waarborgt u dat deze nieuwe afhankelijkheden niet opnieuw als geopolitiek wapen kunnen worden ingezet, naar het voorbeeld van de huidige Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz?
Het bericht ‘Nog veel meer Instagramaccounts van LHBTI’ers op zwart, veel meldingen uit Nederland’ |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Anne-Marijke Podt (D66), Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Aerdts , Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Nog veel meer Instagramaccounts van LHBTIQ+’ers op zwart, veel meldingen uit Nederland» waaruit blijkt dat opnieuw meerdere Instagramaccounts van LHBTIQ+-organisaties, activisten en gemeenschappen, waaronder accounts uit Nederland, offline zijn gehaald of ontoegankelijk zijn gemaakt?1
Bent u eens met de stelling dat het blokkeren van specifieke LHBTIQ+ accounts en content onrechtmatig, discriminerend en onacceptabel is? Bent u het ook eens met de stelling dat het optreden hiervan, meermaals en herhaald in vrij korte tijd, niet steeds door Meta afgedaan kan worden als een incident maar dat het onderdeel lijkt te zijn van hun beleid?
Deelt u de ernstige zorgen dat het blokkeren van LHBTIQ+ personen en LHBTIQ+ organisaties, zonder geldige reden, discriminerend is, de vrijheid van meningsuiting aantast en de acceptatie en het veiligheidsgevoel van LHBTIQ+-gemeenschap onder druk zet? Zo ja, waarom en welke acties onderneemt u om deze ernstige zorgen te adresseren?
Is het bij u bekend in hoeverre andere minderheidsgroepen dan LHBTIQ+ ook te maken hebben met structurele discriminatie en aantasting van hun vrijheid van meningsuiting door sociale media platforms?
Kunt u toelichten in hoeverre het blokkeren van deze LHBTIQ+ accounts en content zonder duidelijke uitleg in lijn is met de verplichtingen uit de Digital Services Act, met name ten aanzien van transparantie, motivering en effectieve bezwaarprocedures en welke stappen het kabinet en de Europese Commissie zetten om hier actief op te handhaven?
Welke acties zijn sinds de vorige blokkades (in december 2025) ondernomen door het kabinet of bevoegde toezichthouders naar aanleiding van deze signalen?
Is er tevens contact geweest met belangenorganisaties van LHBTIQ+ personen om te vragen welke signalen er nog meer zijn en waar behoefte aan is?
Welke mogelijkheden ziet u voor zich om bij sociale media platformen de transparantie over het blokkeren van accounts af te dwingen zodat voor gebruikers duidelijk is op welke gronden een blokkade is ingesteld en waar ze terecht kunnen met klachten of vragen?
Welke mogelijkheden heeft u om platforms ertoe te bewegen geblokkeerde accounts te herstellen en/of gedupeerden te ondersteunen bij het herstellen van hun account?
Welke maatregelen gaat u nemen tegen sociale media platforms die LHBTIQ+ personen en organisaties discrimineren? En welke aanvullende maatregelen overweegt u om het digitaal targetten van LHBTIQ+ gemeenschappen via sociale media platforms tegen te gaan en de LHBITQ+ gemeenschap beter te beschermen?
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden?
Het bericht ‘Zelenskyy threatens Israelis with sanctions over stolen grain’ |
|
Maes van Lanschot (CDA), Hanneke van der Werf (D66) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de beslissing van de Israëlische autoriteiten om tot tweemaal toe door de Europese Unie (EU) gesanctioneerde schepen uit de Russische schaduwvloot aan te laten meren en hen toe te staan graan uit door Rusland bezette delen van Oekraïne te exporteren?1
Heeft u signalen dat Israël de afgelopen jaren vaker graan uit door Rusland bezette gebieden heeft geïmporteerd?
Hoe beoordeelt u deze stappen van de Israëlische regering en welk effect hebben die op de handhaving van sancties jegens Rusland?
Hoe beoordeelt u het financieren van de Russische oorlogskas in relatie tot het associatieakkoord tussen de EU en Israël, in het bijzonder artikel 2?
Bent u het ermee eens dat het aankopen van graan uit illegaal door Rusland bezet gebied in Oekraïne bijdraagt aan de financiering van de Russische agressieoorlog op het Europese continent, en daarmee indruist tegen zowel Europese veiligheidsbelangen als het internationaal recht? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen overweegt u richting de Israëlische regering om de import van dergelijk illegaal verkregen graan te stoppen?
Bent u bereid om, in navolging van Oekraïne, te streven naar aanvullende sancties tegen de bedrijven, entiteiten en functionarissen die op deze wijze bijdragen aan export uit bezet gebied? Zo ja, maakt u dit een inzet bij het 21ste sanctiepakket? Zo nee, waarom niet?
Wilt u deze vragen zo snel mogelijk, een voor een, beantwoorden?
Het blokkeren van queer accounts door Meta |
|
Marjolein Moorman (PvdA), Sandra Beckerman (SP), Barbara Kathmann (PvdA), Christine Teunissen (PvdD), Laurens Dassen (Volt) |
|
Aerdts , Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten «Meta blokkeert opnieuw tientallen queer accounts op Instagram» en «Meta heft de blokkade van queer-Instagramaccounts deels op, maar de angst voor herhaling blijft: «Het duwt je terug de kast in»»?1, 2
Vindt u het acceptabel dat Meta wederom eenzijdig de accounts van tientallen queerorganisaties en queer personen heeft geblokkeerd of zelfs permanent heeft verwijderd?
Heeft u sinds de beantwoording op de vragen van de leden Dassen en Kathmann over een soortgelijke situatie in december 2025, meer informatie gekregen over de moderatiekeuzes door Meta?3
Bent u sinds de beantwoording op de bovengenoemde vragen nog verder in contact geweest met Meta over het eenzijdig blokkeren van queer accounts? Zo ja, wat was uw inzet bij deze gesprekken?
Herkent u de signalen van de getroffen accounts dat het vaak niet lukt om in contact te komen met een echt persoon bij Meta om bezwaar te kunnen maken? Wat kan u hiertegen doen?
Zijn er signalen dat online accounts worden getroffen door gecoördineerde massameldingen van gebruikers of groepen die het oneens zijn met de inhoud van de accounts? Wat doet Meta om zulke gecoördineerde massameldingen tegen te gaan, met name als deze zich richten tegen minderheidsgroepen?
Kunt u ingaan op de onevenredig grote gevolgen die zulke blokkades hebben voor queerorganisaties en personen die voor hun zichtbaarheid en bereik afhankelijk zijn van grote online platforms?
Hoe ziet u het blokkeren van queer accounts in het licht van artikel 35 van de Digital Services Act (DSA) die stelt dat platforms structurele risico’s op haat en discriminatie moet bestrijden?
Vindt u dat Meta een verantwoordelijkheid heeft om een veilige en vrije omgeving te bieden voor queer content? Hoe spant u zich vanuit het perspectief van emancipatie in om dit te waarborgen?
Bent u bereid om te onderzoeken of de aanname klopt dat minderheidsgroepen onevenredig vaak en hard worden geraakt door de niet-transparante moderatie van Meta?
Bent u bereid zich in te zetten om de geblokkeerde of verwijderde accounts Nederlandse personen en organisaties te herstellen? Welke mogelijkheden heeft u hiertoe?
Is het blokkeren van accounts, zonder waarschuwing of motivering, in strijd met de DSA?
Welke gevolgen zijn er voor grote online platforms die zich herhaaldelijk niet aan de DSA houden? Wat hebben toezichthouders nodig om harder en sneller op te kunnen treden?
Bent u het ermee eens dat grote online platforms, die dusdanig veel invloed hebben op het publieke debat en het bereik van organisaties, volledige openheid moeten geven over hun moderatiecriteria en werkwijze? Voorziet de DSA voldoende in deze transparantieverplichting volgens u?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en tijdig vóór het commissiedebat sociale media en inmenging van 4 juni 2026 beantwoorden?
Het bericht ‘Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord’ |
|
Stephan van Baarle (DENK) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord»?1
Kunt u de Israëlische aanvallen op de flotilla in de meest krachtige termen veroordelen als een schending van het internationaal recht? Zo neen, waarom niet?
Bent u bereid om de onmiddellijke vrijlating van de gegijzelde opvarenden te eisen?
Bent u het ermee eens dat de Israëlische blokkade van Gaza illegaal is en doorbroken moet worden? Zo neen, waarom niet?
Heeft u contact gelegd met de flotilla en in het bijzonder met de Nederlandse opvarenden? Zo neen, waarom niet?
Hoe zorgt Nederland ervoor dat Israël de veiligheid van de flotilla en diens opvarenden respecteert? Zal Nederland er politieke consequenties aan verbinden indien dit niet gebeurt?
Op welke wijze staat u de opvarenden en in het bijzonder de Nederlandse staatsburgers bij?
Bent u bereid om sancties te treffen tegen Israël vanwege de illegale entering van de flotilla?
Bent u bereid om deze vragen binnen 24 uur te beantwoorden?
Het bericht dat defensie vasthoudt aan zero-tolerancebeleid voor drugs. |
|
Michelle Jagtenberg (D66) |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Klopt het dat met het zero-tolerancebeleid sollicitanten bijvoorbeeld worden afgewezen op basis van het roken van een joint in hun tienerjaren?
Kunt u exact toelichten op basis waarvan (welk verleden en/of gebruik) defensiepersoneel kan worden ontslagen of als ongeschikt kan worden bestempeld tijdens een sollicitatie?
Kunt u voor de afgelopen tien jaar aangeven hoeveel militairen er jaarlijks vanwege drugsgebruik zijn ontslagen en hoeveel sollicitanten zijn afgewezen vanwege drugsgebruik in het verleden?
Hoe verhoudt dit beleid zich tot de huidige maatschappelijke realiteit waarin (beperkt) recreatief gebruik van bijvoorbeeld cannabis voorkomt, zonder dat dit leidt tot disfunctioneren?
Overwegende dat uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat een kwart van de Nederlanders wel eens wiet of cannabis heeft gebruikt, erkent u dat de keuze voor een zero-tolerancebeleid een groot deel van de Nederlanders uitsluit van actief dienen voor Defensie? Zo niet, hoe kunt u dit onderbouwen?
Deelt u de constatering dat het huidige beleid geen ruimte laat voor maatwerk en proportionaliteit, bijvoorbeeld bij een eenmalige overtreding zonder relatie tot de dienst?
Acht u het proportioneel dat een militair voor een eenmalig incident met softdrugs zijn gehele loopbaan kan verliezen, terwijl andere gedragingen (zoals overmatig alcoholgebruik) niet altijd tot vergelijkbare sancties leiden?
Hoe verhoudt het zero-tolerancebeleid op het gebied van drugs zich tot het beleid op het gebied van alcohol? Erkent u dat in veel gevallen alcoholgebruik gevaarlijker is voor militairen dan (het ooit gerookt hebben van) een joint?
Erkent u dat het vreemd is dat het roken van een joint zoals omschreven in het artikel van de NOS leidt tot ontslag terwijl drankgebruik compleet wordt geaccepteerd?1
Hoe beoordeelt u het risico dat waardevolle en schaars opgeleide militairen verloren gaan door een strikt sanctieregime, terwijl Defensie tegelijkertijd kampt met personeelstekorten?
Bent u bekend met signalen dat militairen of aspirant-militairen zich gedwongen voelen om niet eerlijk te zijn over eerder (incidenteel) drugsgebruik uit angst voor afwijzing? Zo niet, hoe duidt u het feit dat aspirant-defensiepersoneel op online fora informatie en strategieën deelt over hoe om te gaan met vragen over hun drugsgebruik in hun tienerjaren?
Hoe beoordeelt u wetenschappelijke inzichten, zoals onderzoek waaruit blijkt dat beperkt drugsgebruik in het verleden geen negatieve correlatie heeft met functioneren of prestaties binnen de krijgsmacht?2
Welk wetenschappelijk bewijs ligt er onder de keuze om te kiezen voor een zero-tolerancebeleid voor zowel soft- als harddrugs? Kunt u een overzicht geven van de onderzoeken die aantonen dat het gebruik (in het verleden) van softdrugs een groter risico vormt voor het functioneren van (aspirant-)militairen dan drankgebruik?
Bent u bereid om (in overleg met militairen, vakbonden en experts) te komen tot een herziening van het drugsbeleid waarin proportionaliteit, maatwerk en evidence-based beleid centraal staan?
Het bericht 'Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord' |
|
Christine Teunissen (PvdD), Laurens Dassen (Volt) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving over de Israëlische marine die humanitaire schepen van de Global Sumud Flotilla voor de kust van het Griekse eiland Kreta heeft geënterd en opvarenden heeft ontvoerd?1
Bent u ermee bekend dat Nederlandse deelnemers zich aan boord bevonden van de geënterde schepen?
Welke maatregelen neemt u om hun veiligheid en die van de overige Nederlanders te garanderen?
Erkent u dat het enteren en aanvallen van schepen met burgers en hulpgoederen in internationale wateren een ernstige schending van internationaal recht is?
Bent u bereid publiekelijk steun uit te spreken voor het recht van burgers en organisaties om zich vreedzaam in te zetten voor humanitaire doeleinden en solidariteit te tonen met de Palestijnse bevolking, ook als dit betekent dat zij blokkades vreedzaam proberen te doorbreken?
Welke stappen heeft Nederland tot nu toe ondernomen, of is het bereid te nemen, om veilige en ongehinderde toegang van humanitaire hulp tot Gaza te bevorderen?
Hoe verhoudt het optreden tegen humanitaire schepen zich volgens u tot de verplichtingen van staten onder het internationaal recht?
Deelt u de opvatting dat het blokkeren van humanitaire hulp in strijd kan zijn met de verplichting om levensreddende hulp toe te laten tot een burgerbevolking in nood? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid deze vragen binnen 24 uur te beantwoorden gezien de noodsituatie?
De uitzonderlijk grote natuurbrand door een explosieve militaire oefening op de Veluwe |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het nieuws over de uitzonderlijk grote brand in een beschermd natuurgebied op de Veluwe dat wordt gebruikt als militair oefenterrein?1
Ja.
Klopt het dat de brand is ontstaan tijdens de oefening «Geweer- en mitrailleurvuur, kanon en werken met explosieven» op 29 april 2026 die op hetzelfde moment op dat terrein plaatsvond, zoals vermeld op de website van Defensie? Klopt het dat deze oefening plaatsvond terwijl in vrijwel geheel Nederland een verhoogd risico op natuurbranden gold?2
Op het moment van uitbreken van de brand gold natuurbrandrisico fase 2 zoals afgekondigd door de veiligheidsregio. De brand is veroorzaakt bij het tot ontploffing brengen van explosieven. Het plan voor het springen van deze munitie was goedgekeurd volgens de juiste procedures, door de relevante autoriteiten van het Artillerieschietkamp (omgeving ’t Harde).
Wat is uw reactie op deze brand en de verantwoordelijkheid van Defensie hierin?
Ik betreur de situatie zeer en ik spreek mijn waardering uit naar de samenwerkende nationale en internationale hulpverleners. De veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht, realistisch oefenen is daarvoor essentieel. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving. Toch zijn bij oefeningen branden ontstaan op en rond militaire terreinen die een impact hebben op de samenleving en waarvan de natuurschade nog duidelijk moet worden.
Hoeveel oppervlakte natuurgebied is door deze brand verloren gegaan? Kunt u specificeren welke natuurtypen en welke (beschermde) dier- en plantensoorten door de brand zijn getroffen of leefgebied hebben verloren?
Er is ongeveer 427 hectare afgebrand. Het getroffen gebied betreft een half open landschap met heideterreinen, vergraste heideterreinen en naaldbossen bestaande uit grove den. De heideterreinen die zijn afgebrand, zijn de terreinen waar de schade voor de natuur het grootst is. Met name de naaldbossen zijn vooral eenvormig en hebben daardoor een lagere natuurwaarde. De overige heideterreinen betreffen vooral vergraste en zogenaamde droge struikheide terreinen met een lagere natuurwaarde. Een klein deel van het getroffen gebied bestaat uit semi-vochtige heide. De vegetatie, waarvoor dit deel een hogere natuurwaarde heeft, is in deze tijd van het jaar nog nauwelijks aanwezig.
Schade aan de fauna in het totale gebied betreft vooral insecten, reptielen en broedende vogels en hun nesten voor zover deze zich bevonden op de bodem of in struiken. Er zijn observaties ten tijde van de brand waaruit blijkt dat grotere fauna voor het vuur konden wegkomen. Er zijn geen resten van grotere fauna gevonden in de dagen na de brand.
In het verbrande deel nestelt sinds vier jaar een visarend met jaarlijks broedsucces. Het terrein rondom het nest is verbrand. Direct na de brand bleken beide oudervogels nog op het nest te zitten en vertonen op dit moment natuurlijk broedgedrag.
Welke gevolgen heeft deze brand voor de biodiversiteit en ecologische kwaliteit van het getroffen gebied op de korte en lange termijn?
Voor al het bodemleven geldt dat een groot deel de brand kan hebben overleefd; het vuur is erg snel over het gebied gegaan en de humuslaag is maar enkele millimeters ingebrand. Enkele dagen na de brand zijn veel vlinders en insecten waargenomen, evenals actieve rode bosmieren en er zijn op de zwarte bodem veel zandspoortjes aanwezig van insecten die weer uit de bodem naar boven zijn gekomen.
In opdracht van Defensie is het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) direct na de brand gestart met herstelmaatregelen. Het beheer is gericht op het tegengaan van vergrassing en herstel van de structuur van bodem en vegetatie. In de delen van het terrein waar de vergraste heide is afgebrand, is gestart om de regeneratie van gras te hinderen, zodat de hei kan uitlopen en de natuurwaarde in dit deel van het terrein zal profiteren. Tevens zijn stobben in het gebied gelegd om reptielen en insecten schuilgelegenheid te bieden. Een afgebrand deel van het terrein herbergt grote aantallen grauwe klauwwier. Het broedseizoen van deze trekvogel is nog niet begonnen. Om deze soort te helpen, zijn takkenhopen van grove den aangebracht, omdat de grauwe klauwier een voorkeur heeft om in omgewaaide grove dennen nesten te bouwen. Deze natuurbeheer maatregel heeft het RVB de afgelopen jaren ook als regulier beheer voor deze Natura2000 soort toegepast.
In de bossen wordt geen beheer uitgevoerd. Het is de verwachting dat de komende jaren de aangetaste bossen zullen verloofen. Het getroffen naaldbos zal versneld worden omgevormd naar meer ecologisch waardevol loofbos door komende winter loofhout aan te planten. Hierdoor zal de natuurwaarde stijgen, ook ten opzichte van de oorspronkelijke situatie.
Bovenstaande betekent dat er schade is aan het terrein, maar dat op lange termijn de ecologische kwaliteit kan worden versterkt.
Welke risicoanalyses zijn voorafgaand aan deze oefening uitgevoerd met betrekking tot droogte, hitte en natuurbrandgevaar? Welke preventieve maatregelen zijn voorafgaand aan de oefening wel en niet getroffen?
Bij het uitbreken van de brand gold de door de veiligheidsregio afgekondigde natuurbrandrisico fase 2. Voor elke oefening worden risico-inventarisaties uitgevoerd. Hierin worden alle mogelijke aspecten meegenomen, waaronder zaken gerelateerd aan de omgeving zoals omgang met droogte. De preventieve maatregelen zoals vermeld in ons protocol zijn genomen, zoals de aanwezigheid van brandbestrijdingscapaciteit. Voor het Artillerieschietkamp gelden tevens afspraken over extra mitigerende maatregelen ten aanzien van brandbestrijding en risicobeperking. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant dat is afgestemd met de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Beschikt Defensie over een specifiek droogteprotocol voor oefeningen met vuurwapens, explosieven of andere pyrotechnische middelen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid een dergelijk protocol alsnog op te stellen?
Ja. Het interne Defensieprotocol sluit wat betreft droogte aan bij het landelijk protocol van Brandweer Nederland. In beide documenten wordt onderscheid gemaakt in twee fasen: fase 1 waarin nog geen extra maatregelen worden getroffen maar wel voorzichtigheid wordt geadviseerd en fase 2 in tijden van langere droogte. In fase 2 wordt ook publiekelijk een oproep gedaan om extra alert te zijn en in sommige natuurgebieden is open vuur verboden.
Welke criteria worden momenteel gehanteerd bij de beslissing om oefeningen met pyrotechnische middelen wel of niet door te laten gaan tijdens periodes van droogte of verhoogd natuurbrandrisico? Is er een verschil in criteria tussen oefeningen op beschermd en onbeschermd natuurgebied als het gaat om oefeningen met pyrotechnische middelen?
De veiligheidsregio kondigt de natuurbrandrisicofase af. Op basis van de actieve fase staat in het protocol welke maatregelen noodzakelijk zijn. Er is geen onderscheid tussen soorten terreinen. Bij alle activiteiten, waaronder oefeningen, worden risico-inventarisaties gedaan. Hierin worden, zoals gezegd, zowel de activiteiten als de specifieke omgeving meegewogen. Bij natuurbrandrisicofase 2 hanteert Defensie een protocol dat beperkingen oplegt aan de toegestane activiteiten en verplichtingen oplegt voor aanvullende risicobeperkende maatregelen. Voor het Artillerieschietkamp houdt Defensie zich ook aan de extra mitigerende maatregelen uit het convenant met Defensie en de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Herinnert u zich dat, na de brand op de Ginkelse heide vorig jaar april, Defensie aankondigde dat oefeningen niet zouden worden stilgelegd, maar dat soldaten extra alert zouden worden gemaakt op bestaande procedures? Bent u van mening dat soldaten nu extra alert zijn gemaakt? Op welke wijze is dit gebeurd?3
Na de brand op de Ginkelse Heide in april vorig jaar is specifiek aandacht gevraagd voor het bestaande protocol, zowel in de operationele lijn naar commandanten van eenheden als naar terreinopzichters en veiligheidsfunctionarissen. Bovendien heeft eind maart 2026, voorafgaand aan het droge seizoen, een sessie met terreinopzichters plaatsgevonden om het protocol nogmaals te bespreken.
Bent u bereid dit soort explosieve oefeningen tijdelijk op te schorten zolang sprake is van aanhoudende droogte en verhoogd natuurbrandgevaar in Nederland? Zo nee, waarom niet?
In grote delen van Nederland zijn we terug naar natuurbrandrisico fase 1 waarin geen extra maatregelen nodig zijn om natuurbranden te voorkomen, maar we gebruiken tot 18 mei geen lichtspoormunitie en pyrotechnische middelen. In het geval van fase 2 heeft Defensie het gebruik van open vuur, oefenmunitie en pyrotechnische, spring- en onstekingsmiddelen op oefenterreinen tijdelijk stilgelegd, totdat de eventuele aanpassingen aan het protocol helder zijn. Voor de grote schietterreinen ISK en ASK geldt dat een risico analyse moet uitwijzen wat ten tijde van een oefening de beperkende maatregelen zijn omdat op deze locaties een brandweerorganisatie aanwezig is.
Bent u bereid om dit soort explosieve militaire oefeningen met pyrotechnische middelen te verbieden in beschermd natuurgebied, zodat niet mogelijk nog meer beschermde natuur verloren gaat? Zo nee, waarom niet?
Nee, we zullen dergelijke oefeningen niet verbieden op onze schiet- en oefenterreinen. Oefeningen zijn essentieel voor de gereedheid van onze krijgsmacht. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving om deze situaties zoveel mogelijk te voorkomen. Het Artillerieschietkamp is ingericht om veilig en realistisch te trainen. Tegelijkertijd is het natuurbeleid van Defensie gericht op multifunctioneel gebruik van gronden met een balans tussen militair gebruik en natuurbehoud en nadrukkelijk ook -versterking. De operationele gereedstelling en het gebruik van de terreinen voor oefeningen staan centraal, en de inrichting en het beheer van de terreinen is hierop afgestemd. Door maatregelen te nemen om de biodiversiteit te versterken en de ecosystemen te beschermen, draagt Defensie ook bij aan het verantwoord beheer van deze waardevolle gebieden.
Welke gezondheidsgevolgen kan deze grote brand hebben voor omwonenden, hulpverleners, dieren en de natuur, onder andere vanwege rook, fijnstof en mogelijke uitstoot van schadelijke stoffen?
De veiligheidsregio maakt een inschatting van de eventuele gezondheidsgevolgen en kan, via een NL Alert, de omgeving bijvoorbeeld adviseren om ramen en deuren gesloten te houden. Dit om eventuele gezondheidsgevolgen voor omwonenden te beperken. Bij de natuurbrand op het terrein van het ASK is dit middel ook ingezet.
Leiden de uitbreidingsplannen van Defensie mogelijk tot extra gezondheids- en brandrisico’s voor Nederlanders en Nederlandse natuur?
Defensie erkent dat haar activiteiten impact hebben op de omgeving. De essentie van het beleid is echter dat deze activiteiten noodzakelijk zijn voor de nationale veiligheid, en altijd worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet en met een zo groot mogelijke beperking van risico’s. De noodzakelijke uitbreidingsplannen van Defensie leiden daarom niet per definitie tot extra gezondheids- en brandrisico’s.
Op welke wijze gaat u zich inzetten voor herstel van de getroffen natuur? Welke concrete herstelmaatregelen worden overwogen of uitgevoerd?
Zie de beantwoording op vraag 5.
Worden militaire oefeningen in het getroffen gebied tijdelijk stilgelegd totdat op zijn minst de natuur voldoende is hersteld? Zo nee, waarom niet?
Direct na de brand zijn de geplande militaire activiteiten op het Artillerieschietkamp tijdelijk stilgelegd om de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen de natuurbrand te bestrijden. Het bestaande protocol blijft gelden, waarbij Defensie rekening houdt met de herstellende natuur. Dit betekent onder andere dat het rustgebied voor fauna wordt gerespecteerd en dat beschermde habitattypen worden behouden.
Bent u bereid de bestaande procedures rond militaire oefeningen in natuurgebieden aan te scherpen om herhaling van dergelijke branden te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
We gaan de uitzonderingsprocedures zoals benoemd in het huidige protocol voor oefeningen in droge periodes opnieuw bekijken. Er zijn momenteel uitzonderingen mogelijk op het verbod om gebruik te maken van bijvoorbeeld spring- en ontstekingsmiddelen. Hiervoor gelden strikte voorwaarden. Aanvullend op het huidige protocol is besloten om het gebruik van lichtspoormunitie en pyrotechnische middelen tot 18 mei 2026 niet toe te staan. We zijn in gesprek met o.a. de veiligheidsregio’s om ons protocol, de processen en procedures tegen het licht te houden. Ik wil de eerste verbetervoorstellen voor de zomer gereed hebben.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) heeft Defensie verzocht om het veiligheidsbeleid (voorschriften en protocollen) rondom oefeningen te evalueren en uiterlijk 1 juli 2026 de uitkomsten te rapporteren aan IL&T. Defensie gaat dit uitvoeren.
De Kamer zal worden geïnformeerd over deze evaluatie en de eventuele aanpassingen van het veiligheidsbeleid.
Bent u het ermee eens dat dit soort risicovolle explosieve oefeningen in tijden van droogte in beschermd natuurgebied buiten de reikwijdte vallen van de geldende natuur- en milieuwetgeving en daarmee strijdig zijn met de door de Kamer aangenomen motie over opereren binnen de natuur- en milieuwetgeving (Kamerstuk 36 592, nr. 50)? Zo nee, waarom niet?
Nee. Defensie houdt zich aan de geldende wet- en regelgeving, ook als zij op een militair oefenterrein aan oefenen is.
Bent u bereid om in de toekomst zo veel mogelijk te kiezen voor ander militair oefenterrein dan natuur?
Nee. Militaire oefenterreinen worden zo ingericht en beheerd dat militairen veilig en natuurgetrouw kunnen oefenen. Dat is het primaire doel van de terreinen. Daarnaast wordt op de terreinen veel inzet gepleegd om de natuurwaarden te optimaliseren, waardoor op meerdere terreinen een positieve dynamiek is ontstaan met voor Nederland bijzondere natuur. Hierover is de Kamer in 2023 geïnformeerd.4
Veel Defensieterreinen liggen vanwege de benodigde ruimte en inrichting in of naast natuurgebieden. Defensie en natuur gaan over het algemeen goed samen, zoals onder andere blijkt uit het rapport dat naar uw Kamer is verzonden in juni 2023. Het is ook om die reden dat ik het betreur dat branden zijn ontstaan op onze terreinen waardoor natuurschade is opgetreden. Ik heb er alle vertrouwen in dat door de genomen herstelmaatregelen de natuur zal herstellen en mogelijk zal verbeteren.
Bent u het eens dat provincies, als medeverantwoordelijken voor natuurbescherming en -herstel, bij extreme droogte zouden moeten kunnen ingrijpen op explosieve militaire oefeningen in en bij natuur?
Het convenant brandveiligheidsplan van het Artillerieschietkamp is in gezamenlijkheid met de Veiligheidsregio en de betreffende gemeenten opgesteld.
Kunt u deze vragen, gezien de aanhoudende droogte en de vooralsnog continuerende oefeningen van Defensie, één voor één spoedig beantwoorden?
Ja.
Het bericht dat Qatar de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) zou hebben omgekocht |
|
Chris Stoffer (SGP), Diederik van Dijk (SGP) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel uit de Wall Street Journal waarin ernstige beschuldigingen tegen Karim Khan, de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, ICC), als ook de regering van Qatar besproken worden?1
Hoe beoordeelt u de berichtgeving over een getuigenverklaring en audio-opnames waarin wordt gesuggereerd dat Qatar steun en bescherming zou hebben aangeboden aan Khan, in relatie tot de uitgevaardigde arrestatiebevelen tegen Benjamin Netanyahu en Yoav Gallant?
Beschikt het kabinet over eigen informatie die deze berichtgeving bevestigt of ontkracht? Zo nee, ziet u aanleiding om deze signalen via diplomatieke of internationale kanalen te (laten) verifiëren?
Welke gevolgen kan de recente berichtgeving, in samenhang met eerdere onthullingen door The Guardian2, hebben voor de geloofwaardigheid en het functioneren van het ICC in het algemeen en voor de positie van de hoofdaanklager in het bijzonder? Welke rol ziet u in dit verband weggelegd voor Nederland als gastland van internationale rechtsinstellingen?
Hoe wordt binnen het ICC gewaarborgd dat de plaatsvervangende aanklagers onafhankelijk opereren en niet vatbaar zijn voor externe beïnvloeding vanuit Qatar en elders? Welke rol ziet u in dit verband weggelegd voor Nederland als gastland van internationale rechtsinstellingen?
De snel verslechterende situatie in het oosten van Congo |
|
Mpanzu Bamenga (D66) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met recente signalen vanuit het maatschappelijk middenveld dat de situatie in het oosten van Congo in hoog tempo verslechtert, onder meer door het massaal terugtrekken van donoren als gevolg van sancties en afnemende financiering?1 Hoe beoordeelt u de acute humanitaire en economische gevolgen hiervan?
Deelt u de zorg dat de bevolking in het oosten van Congo zich in de steek gelaten voelt door zowel hun nationale overheid als de internationale gemeenschap? Welke concrete stappen zet Nederland om de bevolking in het oosten van Congo te ondersteunen?
Hoe beoordeelt u berichten dat de economie in delen van het oosten van Congo vrijwel tot stilstand komt en dat lokale organisaties en maatschappelijke initiatieven op omvallen staan? Wat betekent dit voor de stabiliteit in de regio op korte en middellange termijn?
Kunt u ingaan op signalen dat het gezondheidssysteem in het oosten van Congo dreigt te bezwijken, onder meer door belemmerde import van medische goederen en het wegvallen van leveringen van essentiële medicijnen en vaccins vanuit Kinshasa? In hoeverre acht u deze berichten betrouwbaar en wat is de Nederlandse inzet om verdere instorting te voorkomen?
Hoe beoordeelt u de sterke toename van seksueel en gender gerelateerd geweld (SGBV) en de aanhoudende mensenrechtenschendingen in de regio, mede in het licht van berichten dat communicatie hierover actief wordt onderdrukt? Op welke wijze zet Nederland zich in voor bescherming van burgers en het documenteren en adresseren van deze schendingen?
Klopt het dat Nederland inzet op een afbouw van activiteiten in de Grote Meren regio in Afrika? Zo ja, hoe verhoudt deze strategie zich tot de snel verslechterende situatie ter plaatse en bent u bereid deze inzet te heroverwegen en te bezien welke rol Nederland nu en in de toekomst kan en moet spelen in het oosten van Congo?
Kunt u toezeggen, overwegende dat ondanks een eerdere Kamerbrief over de breed gesteunde motie-Bamenga c.s. (Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 32) die verzoekt tot continuering van het Grote Meren Programma er nog altijd geen duidelijkheid is over de wijze waarop deze continuering met Nederlands ontwikkelingsgeld in deze regio wordt vormgegeven, om succesvolle programma’s binnen het Grote Meren Programma te continueren en zo snel mogelijk met een brief te komen over de exacte uitvoering van de motie-Bamenga c.s.?
Hoe kijkt u naar het bericht dat er een akkoord gesloten zou zijn tussen de rebellen en de Congoleze overheid over het leveren van humanitaire hulp?2 Wat betekent dit concreet voor de Nederlandse inzet in de regio?
De materieelafhankelijkheden van de Nederlandse krijgsmacht |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Kunt u op hoofdlijnen aangeven in welke capaciteitsdomeinen Defensie structureel afhankelijk is van leveranciers buiten de Europese Unie?
In welke van deze capaciteitsdomeinen is sprake van een single source-situatie, waarbij op korte of middellange termijn geen volwaardig Europees alternatief voorhanden is?
Welke aspecten van operationele soevereiniteit vormen volgens u de meest kwetsbare afhankelijkheden, en welke hiervan acht u het meest urgent om te mitigeren?
Kunt u per capaciteitsdomein duiden of er sprake is van een volwassen Europees alternatief, een Europees alternatief in ontwikkeling, of het geheel ontbreken van een Europees alternatief?
Welke afwegingscriteria hanteert u bij de keuze tussen een Europese en een niet-Europese leverancier en welk gewicht krijgt strategische autonomie in die afweging ten opzichte van prijs, levertijd en interoperabiliteit?
Bent u bereid om bij verwervingsbeslissingen expliciet mee te wegen dat een Europese leverancier, ondanks bijvoorbeeld een eventueel hogere prijs of latere leverdatum op dit moment, bijdraagt aan het structureel opbouwen van Europese industriële capaciteit?
Kunt u reflecteren op de balans tussen kwaliteit en kwantiteit in het Nederlandse materieelbeleid en toelichten in hoeverre de lessen uit Oekraïne, waar voorraaddiepte, verliestolerantie en industriële opschaalbaarheid cruciaal zijn gebleken, aanleiding geven om die balans te herijken?
In welke Europese instrumenten en programma’s participeert Nederland gericht op het afbouwen van niet-Europese afhankelijkheden en in welke projecten vervult Nederland een leidende of substantieel meedragende rol?
Welke instrumenten zet u in om de Nederlandse industrie en kennisinstellingen te positioneren in die Europese ontwikkelingsprogramma’s en acht u deze instrumenten afdoende?
Op welke termijn en met welke concrete mijlpalen verwacht u de meest kritische niet-Europese afhankelijkheden afgebouwd of gemitigeerd te hebben?
Kunt u deze vragen ruimschoots voor het commissiedebat Materieel op 3 juni 2026 beantwoorden?
Recente berichtgeving over Palantir |
|
Sarah El Boujdaini (D66), Michelle Jagtenberg (D66), Fatimazhra Belhirch (D66) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD), Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel van Follow the Money waarin wordt gesteld dat de Kamer niet volledig is geïnformeerd over een contract met Palantir?1
Erkent u dat het antwoord dat in augustus 2025 is gegeven door de Minister van Justitie en Veiligheid op de vraag of er buiten de bekende voorbeelden binnen Justitie en Veiligheid gebruik is of wordt gemaakt van software van Palantir onjuist of op zijn minst onvolledig was? En erkent u dat de Kamer onjuist en/of onvolledig is geïnformeerd?
Kunt u precies uiteenzetten wanneer het contract tussen de Koninklijke Marechaussee (KMar) en Palantir is afgesloten, welke onderdelen van Defensie hierbij betrokken zijn en waarom de Kamer hier niet (volledig) vooraf over is geïnformeerd?
Heeft u kennisgenomen van het 22-punten manifesto van Palantir dat zij op hun sociale media hebben gezet?2 Hoe beoordeelt u dat manifesto? Deelt u de mening dat dit manifesto direct ingaat tegen de normen en waarden van de Nederlandse overheid en dat er mede op basis daarvan geen samenwerking kan plaatsvinden tussen Palantir en de Nederlandse overheid?
Kunt u een totaaloverzicht geven van alle samenwerkingen die er hebben plaatsgevonden of plaatsvinden tussen de Nederlandse overheid en Palantir sinds de oprichting in 2003? Mochten er nog lopende samenwerkingen zijn, liggen er exitstrategieën om als Defensie zo snel mogelijk te stoppen met het gebruik van de betreffende software?