Mogelijk gevaarlijke squishies voor kinderen |
|
Tamara ten Hove (PVV), Nicole Moinat (PVV) |
|
van Essen , Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Populaire squishy ontploft in gezicht jong kind, product blijft te koop in Nederlandse winkels», waarin wordt gemeld dat een 8-jarige jongen tweedegraads brandwonden heeft opgelopen en een huidtransplantatie moet ondergaan nadat een Cool Mix Supergel tijdens het spelen openbarstte?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat speelgoed dat expliciet wordt verkocht voor kinderen vanaf drie jaar mogelijk ernstige brandwonden kan veroorzaken en stoffen kan bevatten die bij blootstelling gezondheidsrisico’s voor kinderen opleveren?
Speelgoed dient te voldoen aan de gestelde veiligheidseisen conform de Europese Speelgoedrichtlijn en veilig te zijn bij redelijkerwijs te verwachten gebruik.
Is de NVWA bekend met het specifieke incident met de Cool Mix Supergel in Frankrijk en wordt dit product meegenomen in het reeds lopende onderzoek naar squishies? Zo nee, bent u bereid dit met spoed alsnog te laten onderzoeken?
Ja, de NVWA is bekend met het specifieke incident. Dit product was niet meegenomen in het huidige onderzoek, waarin via random selectie 30 Squishy toys zijn bemonsterd. De NVWA zal nu alsnog dit product meenemen in het onderzoek naar vluchtige organische stoffen.
De NVWA waarschuwt reeds dat verhitte squishies kunnen openbarsten en ernstige brandwonden kunnen veroorzaken, wordt onderzocht of gevaarlijke verhitting en drukopbouw ook kunnen ontstaan wanneer speelgoed niet bewust wordt verwarmd, maar bijvoorbeeld tijdens een warme zomerdag in de zon, achter glas of in een auto heeft gelegen?
Op dit moment is nog niet duidelijk wat de toedracht is van het incident in Frankrijk. Zodra meer bekend is zal de NVWA indien nodig passende maatregelen nemen. Als uit het Franse onderzoek blijkt dat het gevaar van verhitting bijvoorbeeld ook kan ontstaan als de squishies in een warme auto liggen, zal de NVWA daar ook actief voor waarschuwen.
Acht u het verantwoord dat de betreffende Cool Mix Supergel gedurende dit onderzoek nog steeds in Nederland aan kinderen wordt verkocht? Zo ja, waarom?
Er is op dit moment nog onvoldoende bekend over het incident in Frankrijk en er is geen grond voor een verkoopstop. Leveranciers van speelgoed zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid ervan.
Wanneer er meer bekend is over het incident in Frankrijk dan wel wanneer het onderzoek van de NVWA is afgerond, zal de NVWA indien nodig passende maatregelen nemen.
Bent u bereid uit voorzorg te bevorderen dat de verkoop van dit specifieke product wordt gestaakt totdat duidelijk is waardoor het ernstige incident heeft kunnen plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zoals hierboven aangegeven is er op dit moment nog onvoldoende bekend over het incident in Frankrijk en er is geen grond voor een verkoopstop. Leveranciers van speelgoed zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid ervan.
Wanneer er meer bekend is over het incident in Frankrijk dan wel wanneer het onderzoek van de NVWA is afgerond, zal de NVWA indien nodig passende maatregelen nemen.
De NVWA heeft bij het lopende onderzoek naar squishies reeds vluchtige organische stoffen aangetroffen, welke stoffen zijn aangetroffen, in welke concentraties en welke specifieke gezondheidsrisico’s leveren deze stoffen op voor jonge kinderen, mede gelet op hun lagere lichaamsgewicht en de mogelijkheid van langdurig huidcontact?
Dit onderzoek loopt op dit moment nog. In verband met zorgvuldigheid worden geen tussentijdse resultaten gedeeld. Voor meer informatie over dit onderzoek: zie het nieuwsbericht NVWA onderzoekt squishy speelgoed | NVWA. Wanneer de onderzoeksresultaten hiertoe aanleiding geven zal de NVWA hier verder over communiceren.
Wordt bij het onderzoek specifiek gekeken naar xyleen en afgeleiden van benzeen en naftaleen, nu deze volgens het bericht in vergelijkbaar speelgoed zijn aangetroffen, en worden daarbij zowel de risico’s van inademing, huidcontact als inslikken onderzocht?
Er wordt in het aanvullende onderzoek ook gekeken naar xyleen, andere afgeleiden van benzeen en naftaleen. De NVWA kijkt hierbij naar de hoeveelheden en maakt een risicoschatting voor de producten waarbij inademing en huidcontact ook worden meegenomen.
Deelt u de mening dat bij speelgoed voor jonge kinderen het voorzorgsbeginsel zwaar moet wegen wanneer er serieuze aanwijzingen bestaan voor risico’s op brandwonden en blootstelling aan mogelijk schadelijke chemische stoffen, en dat niet eerst gewacht moet worden op nieuwe slachtoffers?
Ja. Het incident in Frankrijk of het eerste onderzoek van de NVWA geven echter op dit moment geen serieuze aanwijzingen in die richting.
Hoe kan speelgoed met een CE-markering in Nederland worden verkocht wanneer kennelijk nog onduidelijkheid bestaat over de chemische samenstelling en het risico op openbarsten na verhitting? Is de NVWA bereid de technische documentatie en veiligheidsbeoordeling van de Cool Mix Supergel te controleren?
Een CE-markering is geen merk van goedkeuring. Met het aanbrengen van de CE-markering verklaart de fabrikant dat het product voldoet aan de toepasselijke Europese wet- en regelgeving. De NVWA zal het genoemde product meenemen in haar onderzoek waarbij ook de technische documentatie wordt beoordeeld.
Waarom kunnen Bol.com en verschillende Belgische winkelketens volgens het bericht uit voorzorg besluiten squishies uit de verkoop te halen, terwijl vergelijkbare producten in Nederlandse fysieke winkels en webshops verkrijgbaar blijven? Waarom grijpt de overheid niet eveneens uit voorzorg in?
Marktdeelnemers kunnen zelf ervoor kiezen de verkoop te staken. De NVWA heeft zoals eerder aangegeven geen aanleiding dit af te dwingen.
Bent u bereid ouders en verzorgers, in afwachting van de definitieve onderzoeksresultaten, actief te waarschuwen voor zowel de mogelijke chemische risico’s als het risico op brandwonden bij squishies en daarbij expliciet te waarschuwen voor speelgoed dat in de zon, achter glas of in een hete auto heeft gelegen?
Zoals in antwoord op vraag 4 al is aangegeven is er op dit moment nog geen duidelijkheid over de toedracht van het incident in Frankrijk. Zodra meer bekend is zal de NVWA indien noodzakelijk passende maatregelen nemen; nu is er geen grond voor zo’n waarschuwing.
Bent u bekend met het bericht «Jeugdgezondheidszorg voor twintigduizend asielkinderen is vooralsnog vanaf oktober maanden niet beschikbaar»?1
Deelt u de mening dat een dergelijk gat in zorgcontinuïteit voor deze (kwetsbare) groep een zorgelijke, onwenselijke ontwikkeling is? Zo ja, hoe reflecteert u daarop? Zo nee, waarom niet?
Hoe reflecteert u op, zoals Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN) in het artikel aangeeft, een dergelijke «versnippering van de collectieve en preventieve jeugdgezondheidszorg» in Nederland? Deelt u de mening dat dit een onwenselijk precedent schept en verschillen in toegang tot zorg oplevert voor kinderen in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Welke effecten en risico’s voorziet u, mocht de in het artikel genoemde situatie werkelijkheid worden? Kunt u per risico aangeven welke stappen worden gezet om dit risico te voorkomen? Kunt u daarbij specifiek ingaan op risico’s rond de bestrijding van (infectie)ziekten onder baby’s, kinderen en jongeren in Nederland?
Gelet op de krapte op de arbeidsmarkt in de (jeugdgezondheids)zorg, hoe reëel acht u het dat de Arts en Zorg Groep de zorg in de asielzoekerscentra tijdig en volledig over kan nemen voor de beoogde (lagere) prijs, nu het COA in het artikel aangeeft dat hij daarover in gesprek is met de Arts en Zorg Groep?
Welke waarborgen en afspraken zijn er vastgelegd over de zorgcontinuïteit ten tijde van de overgangsperiode van de GGD-GHOR naar de Arts en Zorg Groep, en ten tijde van de periode erna? Indien die er niet zijn, hoe bent u voornemens de zorgcontinuïteit te borgen voor deze groep kinderen in asielzoekerscentra?
Hoe wordt toezicht gehouden op de kwaliteit van geleverde zorg en wie is verantwoordelijk (zowel politiek/ministerieel als in de uitvoering)? Waar kunnen professionals, burgers en asielzoekers(kinderen) terecht met signalen en klachten over de zorg vanuit de Arts en Zorg Groep (of het gebrek aan zorg)? Hoe wordt daarbij rekening gehouden met, bijvoorbeeld, de geletterdheid en moedertaal van de doelgroep in kwestie in de asielzoekerscentra?
Welke concrete mogelijkheden zijn er om in te grijpen, in geval van (ernstige) tekortkomingen in de kwaliteit of continuïteit van de (jeugdgezondheids)zorg in de asielzoekerscentra tijdens de overgangsperiode en de periode daarna?
Kunt u deze vragen beantwoorden (ruim) voor het debat Jeugdbeleid van 30 september 2026?
Een wetsvoorstel dat de vrijheid van christelijke organisaties in India verder onder druk zet. |
|
Diederik van Dijk (SGP) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Wetsvoorstel bedreiging voor christelijke organisaties in India»1 waarin wordt gesteld dat het Indiase parlement een wetsvoorstel behandelt dat de Foreign Contribution Regulation Act (FCRA) aanscherpt, waardoor de mogelijkheden van de overheid worden uitgebreid om op te treden tegen maatschappelijke en religieuze organisaties die afhankelijk zijn van buitenlandse financiering?
Ja.
Hoe beoordeelt u de zorgen van Indiase christelijke organisaties dat deze wetswijziging ertoe kan leiden dat kerken, scholen, ziekenhuizen en andere maatschappelijke instellingen hun werkzaamheden niet langer kunnen voortzetten en zelfs eigendommen kunnen verliezen wanneer hun FCRA-registratie vervalt of wordt ingetrokken?
Het kabinet heeft begrip voor de zorgen van het maatschappelijk middenveld, inclusief christelijke organisaties, over de impact van de Foreign Contribution Regulation Act (FCRA) en volgt de ontwikkelingen rondom de voorgestelde wijzigingen op de FCRA nauwgezet. Op 12 augustus is de voorgestelde wetswijziging verwezen naar een Joint Parliamentary Committee voor nadere bestudering van de bepalingen en de mogelijke gevolgen daarvan. De voorgestelde aanscherping moet vervolgens nog verder in het Indiase parlement worden behandeld en is daarom mogelijk nog aan verandering onderhevig.
Deelt u de opvatting dat het uitsluiten van evangeliserende activiteiten van de religieuze activiteiten waarvoor buitenlandse middelen mogen worden aangewend, op gespannen voet staat met de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, zoals beschermd in Artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), waaronder ook de vrijheid om een godsdienst of levensovertuiging individueel of gezamenlijk te belijden en uit te dragen? Zo nee, waarom niet?
Ja, ik deel deze opvatting.
Hoe beoordeelt u deze wetswijziging in het licht van de bredere verslechtering van de positie van christenen en andere religieuze minderheden in India, waaronder meldingen van toenemende beperkingen van de vrijheid van godsdienst, geweld en intimidatie?
De Indiase Grondwet definieert het land als seculier en beschermt de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Tegelijkertijd zijn er zorgen over toenemende beperkingen van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, intimidatie en geweld tegen religieuze minderheden. Een eventuele aanscherping van de FCRA zou een zorgelijke ontwikkeling zijn, omdat zij de kwetsbare positie van religieuze minderheden, waaronder christenen, verder zou kunnen verzwakken.
Heeft de Nederlandse regering haar zorgen over dit wetsvoorstel of over de gevolgen ervan voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging reeds overgebracht aan de Indiase autoriteiten? Zo ja, op welke wijze en met welke boodschap? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?
Ja. Nederland, in coördinatie met de andere EU lidstaten, brengt consistent de zorgen over de impact van de FCRA op het in India actieve maatschappelijk middenveld op bij de Indiase autoriteiten. Mede op verzoek van Nederland zijn beide onderwerpen geagendeerd en besproken tijdens de EU-India mensenrechtendialoog die op 24 juni 2026 plaatsvond in New Delhi, India.
Is dit wetsvoorstel of de positie van christenen en andere religieuze minderheden in India aan de orde gesteld in de politieke dialoog tussen de Europese Unie en India of in andere EU-overleggen met India? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, bent u bereid zich ervoor in te spannen dat de Europese Unie dit wetsvoorstel en de gevolgen ervan voor de vrijheid van godsdienst expliciet aan de orde stelt bij de Indiase autoriteiten?
De positie van christenen en andere religieuze minderheden is nadrukkelijk onderdeel van de dialoog tussen de Europese Unie en India. Zo is, mede op verzoek van Nederland, dit onderwerp besproken met de Indiase autoriteiten tijdens de meest recente EU-India mensenrechtendialoog die op 24 juni jl. plaatsvond.
Ook de zorgen over de impact van de FCRA – en eventuele amendementen hierop – zijn meermaals schriftelijk en mondeling onder de aandacht gebracht bij de Indiase autoriteiten. Indien de aanscherping van de FCRA door het Indiase parlement zal worden aangenomen, zullen Nederland en de EU, indien daar aanleiding toe is, de negatieve doorwerking ervan op het maatschappelijk middenveld inclusief christelijke organisaties opnemen met de Indiase autoriteiten. Deze inzet sluit aan bij Nederlandse inzet op de vrijheid van religie en levensovertuiging en bij de EU richtlijnen inzake de bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging.
Bent u bereid zich zowel bilateraal als in EU-verband actief in te zetten voor de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in India, overeenkomstig de EU-richtsnoeren inzake de bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging, en daarbij specifiek aandacht te vragen voor de positie van christelijke organisaties die door dit wetsvoorstel worden geraakt? Zo nee, waarom niet?
Nederland zet zich, zowel bilateraal als in EU-verband, actief in voor de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in India en zal dit blijven doen. De Nederlandse inzet is ingebed in een breed mensenrechtenkader en richt zich op de bescherming van vrijheid van religie en levensovertuiging voor iedereen.
Indien aangenomen, zal het Kabinet de implementatie van de aangescherpte FCRA en de impact op het maatschappelijk middenveld, waaronder christelijke organisaties, nauwgezet blijven volgen en adresseren in de contacten met de Indiase overheid.
Welke mogelijkheden ziet u om, samen met gelijkgezinde landen binnen de Europese Unie en daarbuiten, de Indiase autoriteiten aan te spreken op hun verplichtingen uit hoofde van het IVBPR en andere internationale mensenrechtenverdragen ten aanzien van de bescherming van religieuze minderheden?
Het kabinet, zowel bilateraal als in EU-verband, spreekt de Indiase autoriteiten aan op hun verplichtingen ten aanzien van de bescherming van religieuze minderheden en zal dit blijven doen.
Het onttrekkingsverbod van het Hoogheemraadschap van Delfland en de gevolgen voor de glastuinbouw. |
|
Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA), Joris Lohman (CDA) |
|
van Essen , Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht dat het Hoogheemraadschap van Delfland vanaf woensdag 5 augustus een volledig verbod instelt op het onttrekken van oppervlaktewater en alle sluizen in het beheergebied sluit?1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Deelt u de constatering van Delfland dat dit de meest verstrekkende maatregel is die het waterschap ooit heeft genomen? Hoe beoordeelt u de omvang en urgentie van deze situatie?
Het hoogheemraadschap van Delfland (hierna: Delfland) noemt het onttrekkingsverbod op zijn website een uitzonderlijke situatie met grote gevolgen voor inwoners en bedrijven, maar geeft aan dat de maatregel onvermijdelijk is om grotere schade aan de leefomgeving te beperken. Die beschouwing deel ik. De droogte is in heel Nederland voelbaar en het neerslagtekort is in alle regio’s, ook die van Delfland, groot. De situatie van Delfland verschilt met andere regio’s vanwege de volgende aspecten: het neerslagtekort in deze regio is nog groter dan het gemiddelde in Nederland en de aanvoer van zoet water in het gebied is beperkt mogelijk. Bovendien is de watervraag vanuit de tuinbouw hoog en er liggen veel droogtegevoelige keringen in het beheergebied.
Delfland heeft de zorgplicht voor waterkeringen ten behoeve van de veiligheid van haar inwoners en het gebied. Vanwege het behoud van de peilen in het gebied zijn de verstrekkende maatregelen ingezet, omdat de situatie urgent is. Vanuit de verdringingsreeks, zoals vastgelegd in de wet, gaat bij watertekorten de veiligheid van keringen vóór op andere functies zoals landbouw. Dat is inmiddels ook bekend bij alle betrokken sectoren, zie ook bijlage 1. Daarbij wordt continue gekeken of maatregelen niet langer dan noodzakelijk van kracht zijn. Dit heeft er ook toe geleid dat Delfland het onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater tijdelijk heeft opgeheven tot en met 26 augustus voor gebruikers in categorie 3 (kapitaalintensieve gewassen en proceswater industrie).
Klopt het beeld dat de verminderde beschikbaarheid van zoetwater via het Brielse Meer en de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) wordt veroorzaakt door een combinatie van aanhoudende droogte, een historisch lage afvoer van de Rijn en toenemende verzilting? Kunt u toelichten hoe de zoetwateraanvoer naar West-Nederland zich de afgelopen weken heeft ontwikkeld?
Ja, via de grote rivieren (met zeer lage en nog steeds afnemende afvoeren) en de klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA+) wordt zoetwater aangevoerd naar West-Nederland. Water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek wordt met behulp van gemalen, watergangen en stuwen naar Midden- en West-Nederland gepompt, om daar watertekorten en verzilting zo veel mogelijk tegen te gaan. Door de hoge temperaturen is de verdamping erg groot, waardoor niet aan de volledige watervraag kan worden voldaan.
Hoe kan het dat tot voor kort de verwachting was dat het Brielse Meer voldoende zoetwater kon leveren, terwijl de aanvoer inmiddels is stopgezet? Op welk moment werd duidelijk dat dit noodzakelijk was? Was deze ontwikkeling, gelet op de al langer bekende lage Rijnafvoer en toenemende verzilting, eerder te voorzien?
Tot voor kort was de verwachting dat het Brielse Meer voldoende zoetwater kon leveren. Door de aanhoudend lage Rijnafvoer en toenemende verzilting kwam de zoetwatervoorziening echter onder druk te staan. De aanvoer uit het Brielse Meer is niet stopgezet. Het Brielse Meer loopt wel risico op verzilting. Verzilting vormt een probleem voor onder andere de landbouw omdat gewassen niet tegen zilt water kunnen. Ook voor andere functies die water uit het Brielse Meer gebruiken is verzilting een probleem, zoals voor de natuur en industrie.
Zijn de sector en de betrokken ondernemers naar uw oordeel tijdig betrokken en geïnformeerd over de maatregelen en stappen die worden genomen tijdens periodes van droogte, zoals we die momenteel kennen, zodat zij hierop adequaat kunnen anticiperen? Worden ook andere sectoren en ondernemers elders in het land, die te maken krijgen met uitzonderlijke maatregelen, zoals op het Twentekanaal2, tijdig geïnformeerd en meegenomen, zodat ook zij zich hierop kunnen voorbereiden?
Na het genomen besluit zijn alle stakeholders, waaronder de glastuinbouw, direct geïnformeerd. Het besluit is na 5 dagen in werking getreden, waarmee betrokkenen zich konden voorbereiden op het besluit.
Ook elders in het land worden sectoren en ondernemers geïnformeerd over de droogtesituatie, zodat ook zij zich hierop kunnen voorbereiden. Om betrokken partijen tijdig te informeren, wordt via verschillende kanalen informatie gedeeld over de ontwikkeling van droogte en de beschikbaarheid van zoetwater. Zo wordt onder meer via de Droogtemonitor Rijkswaterstaat (RWS) en binnen de Regionale Droogte Overleggen (RDO’s) informatie uitgewisseld over de actuele situatie en de te verwachten ontwikkelingen. Ook waterschappen informeren betrokken partijen hierover vanuit hun eigen verantwoordelijkheid.
Op welke wijze worden ondernemers die direct worden geraakt door dergelijke verstrekkende maatregelen na de inwerkingtreding daarvan betrokken bij de vervolgstappen, zodat zij tijdig duidelijkheid krijgen over het toekomstperspectief en hun bedrijfsvoering daarop kunnen afstemmen?
Zie het antwoord op vraag 5.
Heeft u, dan wel Rijkswaterstaat, de afgelopen weken actief contact gehad met Delfland en de andere betrokken waterschappen over de aanvoer van zoetwater? Had het Rijk – bijvoorbeeld via de Landelijke Commissie Waterverdeling (LCW) – met een andere sturing op het hoofdwatersysteem deze acute situatie geheel of gedeeltelijk kunnen voorkomen, en welke rol pakt het Rijk nu? . Welke onomkeerbare schade ontstaat volgens u wanneer een onttrekkingsverbod slechts gedeeltelijk wordt ingesteld? Kunt u daarbij aangeven welke schade, naast schade aan dijken en de waterveiligheid, wordt voorkomen? Hoe verhoudt deze schade zich tot de gevolgen die een volledig onttrekkingsverbod heeft voor de glastuinbouw?
Ja, binnen het regionale droogteoverleg West Midden is er in de afgelopen weken continu afstemming geweest tussen de waterbeheerders (Rijkswaterstaat, Hoogheemraadschappen van Rijnland, Delfland, Schieland en de Krimpenerwaard, De Stichtse Rijnlanden en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht). Ook zijn de Staatssecretaris van LVVN en ik op 13 augustus jl. op werkbezoek geweest in het Westland en hebben daar samen met Glastuinbouw Nederland ondernemers in de glastuinbouw gesproken.
Vanaf begin juli vindt aanvullend landelijke afstemming en coördinatie plaats binnen de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) en sinds half juli in het Managementteam Watertekorten (MTW). Binnen de LCW en MTW wordt de watervraag in de verschillende regio’s zo goed mogelijk bediend en wordt het water verdeeld conform de verdringingsreeks, maar de hoeveelheid beschikbaar water is te klein om aan alle waterbehoeften te voldoen. Vandaar ook de opschaling naar fase 2: feitelijk watertekort.
Welk beeld heeft u van de gevolgen van het onttrekkingsverbod voor de glastuinbouw? Hoeveel glastuinbouwbedrijven worden volgens u direct door het verbod geraakt? Bent u ermee bekend dat ondernemers aangeven dat hun waterbassins deze week droog dreigen te komen te staan, ondanks de gerealiseerde extra opvangcapaciteit? Zo ja, hoe beoordeelt u deze situatie?
Het algehele onttrekkingsverbod in het beheergebied van Delfland is genomen met het oog op de waterveiligheid. In het algemeen geldt dat de categorieën 1 en 2 van de verdringingsreeks maatschappelijke functies betreft, waarbij het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting centraal staat. De categorieën 3 en 4 betreffen economische functies en overige behoeftes.
Worden er op dit moment noodoplossingen onderzocht om de sector door deze periode te helpen? Is bijvoorbeeld gezuiverd effluent uit rioolwaterzuiveringen inzetbaar, of andere alternatieve bronnen? Welke rol kan het Rijk daarbij spelen?
Binnen het beheergebied van Delfland bevinden zich circa 1.500 glastuinbouwbedrijven. Naar schatting teelt 10% hiervan in de volle grond en is afhankelijk van water uit sloten en regenbassins. Deze bedrijven worden direct geraakt door het onttrekkingsverbod van Delfland. Bij een langdurig verbod kan schade ontstaan aan gewassen en daarmee aan de productie en bedrijfscontinuïteit. De overige 90% van de bedrijven zijn niet volledig afhankelijk van het gebruik van oppervlaktewater. Deze bedrijven kunnen recirculeren en/of alternatieve waterbronnen inzetten.
Het is mij bekend dat ondernemers aangeven dat hun waterbassins droog dreigen te komen te staan. Dit onderstreept de ernst van de situatie. Tegelijkertijd sta ik achter de keuze van Delfland om binnen de geldende wettelijke kaders en de daarbij behorende verdringingsreeks te handelen en een onttrekkingsverbod in te stellen.
Wanneer de situatie verbetert en oppervlaktewater weer beschikbaar komt: op welke wijze wordt bepaald welke sectoren en organisaties als eerste weer water mogen gebruiken? Deelt u de opvatting dat daarbij gekeken moet worden naar de partijen die de grootste en meest onomkeerbare schade lijden, zoals teelten, jonge natuur- en groenaanplant en sportvelden?
Ja, met betrokkenheid van mijn departement wordt momenteel onder leiding van Delfland met urgentie onderzocht of- en onder welke voorwaarden aanvullende mogelijkheden om water te kunnen leveren aan de sector beschikbaar zijn. Er liggen meerdere opties op tafel, zoals bijvoorbeeld ontzilting van brak- of zoutwater, hergebruik van effluent en wateraanvoer vanuit het Hollands Diep via tankwagens. Tevens heeft Delfland het onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater tijdelijk opgeheven (t/m 26 augustus) voor gebruikers in categorie 3 (kapitaalintensieve gewassen en proceswater industrie).
Welke structurele maatregelen neemt u, samen met de waterschappen en de betrokken sectoren, om de zoetwatervoorziening in Nederland toekomstbestendig te maken en herhaling van situaties zoals de huidige zo veel mogelijk te voorkomen? Welke aanvullende of specifieke maatregelen acht u daarbij noodzakelijk voor West-Nederland, gelet op de kwetsbaarheid van deze regio voor zoetwatertekorten?
Zolang er nog sprake is van watertekorten, blijft opschalingsniveau 2 van kracht. Water wordt dan verdeeld volgens de verdringingsreeks. Als de situatie zodanig verbetert dat er meer water beschikbaar is dan nodig in categorie 1 en 2, wordt gekeken hoe maatschappelijk gezien binnen categorie 3 en vervolgens categorie 4 het water zo goed mogelijk verdeeld kan worden. In de praktijk wordt gestuurd op het zoveel mogelijk voorkomen van schade. Welke sectoren binnen de categorieën van de verdringingsreeks dan in welke volgorde worden bediend, verschilt per regio en is afhankelijk van het weer en de waterhuishoudkundige situatie.
Hoe kan er, in samenwerking met waterschappen en regionale overheden, voor gezorgd worden dat ondernemers in het Westland, maar ook elders in Nederland die door droogte of de daaruit voortvloeiende maatregelen kunnen worden geraakt, tijdig worden geïnformeerd en betrokken, zodat zij zich adequaat kunnen voorbereiden en in hun bedrijfsvoering kunnen anticiperen op de gevolgen van dergelijke maatregelen?
In het Deltaprogramma Zoetwater werken Rijk en regio sinds 2012 samen om het zoetwatertekort te beperken en Nederland beter weerbaar te maken tegen droogte en waterschaarste. Tot nu toe is in de praktijk vooral ingezet op optimaliseren van het huidige watersysteem. In de droge jaren 2018, 2022 en ook dit jaar, hebben we daar de vruchten van geplukt. Voorbeelden van optimalisatie zijn de Klimaatbestendige Wateraanvoer Midden-Nederland (KWA), de aanleg van de Roode Vaart in Zevenbergen, waterbesparende maatregelen bij de stuwen en sluizen in de Maas, het optimaliseren van de waterverdeling over de Rijntakken, het aanpassen van gemalen voor het regionale watersysteem en Slimwatermanagement. Met de huidige klimaatverandering is dit echter niet langer voldoende, gelet op de omvang van de zoetwateropgave. Nederland zal zich structureel moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Dit vergt meer ingrijpende systeemmaatregelen, maar ook aanpassingen in onze ruimtelijke ordening en aanpassingen van gebruikers en sectoren.
Systeemmaatregelen worden onder andere voorbereid in het Programma Ruimte voor de Rivier 2.0. Zo is uit onderzoek gebleken dat voor de Waal de aanleg van een meergeulensysteem gecombineerd met het aanvullen van sediment (suppleren) de enige maatregel is die de bodem structureel kan stabiliseren én die tegelijkertijd bijdraagt aan bevaarbaarheid, natuurherstel en een betere verdeling van zoetwater over de Rijntakken. In juli 2026 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van dit programma3. Deze maatregelen zijn ook van belang voor de regio West-Nederland.
Verder wordt gewerkt aan het Deltaplan Zoetwater fase 3 (2028–2033), waarin individuele maatregelen worden beoordeeld op hun hydrologische effectiviteit, kosten, baten en maatschappelijke effecten. Daarbij wordt ook gekeken naar maatregelen in het regionale watersysteem, waaronder dat van West-Nederland. De inzet is daarmee niet alleen gericht op het vergroten van de beschikbaarheid van zoetwater tijdens perioden van lage rivierafvoer, maar vooral op het benutten van perioden waarin water beschikbaar is om een zoetwaterbuffer op te bouwen. Naast fysieke maatregelen wordt onderzoek voorbereid, waaronder een Kennisimpuls Externe Verzilting. Dit is voor de regio West-Nederland van groot belang. Of de maatregelen (regionaal en in het hoofdwatersysteem) daadwerkelijk in uitvoering kunnen worden gebracht, is afhankelijk van de beschikbare financiering uit het Deltafonds4. Hiervoor geldt een prioriteringsopgave, waardoor er landelijk wordt gekeken welke maatregelen het meest urgent zijn.
Bent u bereid deze vragen, gelet op de urgentie en het acute karakter voor de betrokken ondernemers, met spoed en bij voorkeur binnen enkele weken te beantwoorden?
Er is nauw contact tussen de ondernemers en de waterbeheerders. De huidige droogtesituatie kent een lange aanloop en betrokkenen zijn in de reguliere overlegsituaties daar al zoveel mogelijk op voorbereid. Dit betreft niet alleen informatievoorziening over de actuele situatie maar ook meer structureel bij het opstellen van procedures en protocollen. Dit geldt zowel bij hoogwatersituaties als bij neerslagtekorten. Dit was ook één van de punten die uit de evaluatie van de droogte in 2018 en 2022 volgde.
Ook in het kader van het Deltaprogramma wordt al sinds langere tijd gesproken over «waterbeschikbaarheid». Ondernemers weten inmiddels ook dat 100% waterbeschikbaarheid niet bestaat. Als ondernemers de risico’s voor hun bedrijfsvoering te groot vinden, dan kunnen ze daar zelf aanvullende maatregelen voor nemen. Bijvoorbeeld met een groter bassin, grijswateraanvoer of waterbesparende maatregelen. Veel ondernemers hebben dat ook al gedaan. De ervaringen van deze droogte zullen waar mogelijk worden vertaald naar aanvullende maatregelen en afspraken en kunnen mogelijkerwijs leiden tot aanpassingen in de bedrijfsvoering. Daarbij zijn echter ook beperkende factoren aan de orde, zoals gebrek aan ruimte voor wateropslag en de gesteldheid van de bodem.
Camerabrillen, privacy en sociale veiligheid |
|
Jantine Zwinkels (CDA), Jeltje Straatman (CDA) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de snelle opkomst van AI-brillen met ingebouwde camera’s en microfoons en met incidenten waarbij mensen, onder wie vrouwen in toiletruimten, zonder hun medeweten zijn gefilmd?1 2
Ik ben bekend met deze berichtgeving.
Deelt u de zorg dat camerabrillen zich onderscheiden van mobiele telefoons en reguliere camera’s, omdat de opnameapparatuur vrijwel onzichtbaar in een alledaags montuur is verwerkt en omstanders daardoor moeilijk kunnen vaststellen of zij worden opgenomen?
Ja, die zorg deel ik. Wanneer van een smartphone of reguliere camera gebruik wordt gemaakt om opnamen te maken, is dit in de regel zichtbaar door de wijze waarop het apparaat wordt vastgehouden. In het geval van de camerabrillen is dat in mindere mate het geval, omdat de enige indicatie voor opname een lampje op de bril is.
Deelt u de opvatting dat het op grote schaal gebruikelijk worden van dergelijke brillen gevolgen kan hebben voor de sociale veiligheid en de vrijheid waarmee mensen zich in de openbare ruimte en tijdens sociale gelegenheden bewegen?
Ja, de mogelijkheid dat er opnames worden gemaakt op een openbare plek, kan ertoe leiden dat mensen zich minder vrij voelen.
Welke Nederlandse wet- en regelgeving is van toepassing wanneer gebruikers met een camerabril herkenbare personen filmen, geluidsopnamen maken, deze gegevens via de servers van een technologiebedrijf verwerken of de beelden publiceren?
Indien beelden niet voor louter persoonlijk of huishoudelijk gebruik zijn bedoeld, kunnen er al naar gelang de situatie verschillende rechtsregels van toepassing zijn. Allereerst geldt het recht op privacy en gegevensbescherming, zoals artikel 10 van de Grondwet, artikelen 7 en 8 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (Handvest) en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin het recht op de bescherming van het privé en familieleven, de woning en communicatie is vervat. Het gegevensbeschermingsrecht is in de Europese Unie (EU) nader uitgewerkt in onder andere de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Verder worden productveiligheidseisen gesteld in nationaal en Europees consumentenrecht.
In een situatie waarin iemand schade ondervindt doordat hij of zij zonder toestemming wordt gefilmd, kan sprake zijn van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Daarbij kan het portretrecht een rol spelen. Artikel 21 van de Auteurswet bepaalt dat dat publicatie van een portret (dat kan ook een video-opname zijn) dat zonder toestemming is gemaakt ongeoorloofd kan zijn indien een «redelijk belang» van de geportretteerde zich tegen die publicatie verzet. Tot slot zijn er bepalingen (art. 139a-b en f en 441b) in het wetboek van Strafrecht die het heimelijk en wederrechtelijk maken van opnamen of afbeeldingen strafbaar stellen, al dan niet in niet-publiek toegankelijke plaatsen.
Wie is juridisch verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van omstanders: de drager van de bril, de aanbieder van de technologie of beide partijen? Is dit voor gebruikers en omstanders voldoende duidelijk?
Voor gebruikers en omstanders is nu niet altijd duidelijk wie er wanneer verantwoordelijk is voor het beeldmateriaal dat wordt gemaakt, en welke gegevens voor welk doel worden verwerkt. De juridische verantwoordelijkheid hangt af van wie het doel en de essentiële middelen van de verwerking van persoonsgegevens bepaalt. In de praktijk zijn dat vaak zowel de drager als de aanbieder van de camerabril, voor verschillende delen van de verwerking. Zo kan de gebruiker verantwoordelijk zijn voor het vastleggen van beeld- en geluidsmateriaal waar mensen op te zien zijn en kan een andere partij (zoals de aanbieder van de technologie) verantwoordelijk zijn voor het verdere gebruik van het beeldmateriaal op het moment dat de gebruiker de beelden deelt. Dat kan uitmonden in een afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijkheid voor beide partijen óf een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Klopt het dat foto’s en video’s die met de Meta-AI-bril worden gemaakt via de systemen of servers van Meta worden verwerkt? Welke beeld-, geluids- en metagegevens ontvangt Meta daarbij en voor welke doeleinden mogen deze worden gebruikt?
Het klopt dat foto’s en video’s via de systemen van Meta kunnen worden verwerkt. Uit openbare informatie van Meta volgt dat foto’s en video’s die worden gemaakt met de Meta-AI-bril in beginsel op de bril zelf worden opgeslagen.3 Pas op het moment dat de gebruiker ervoor kiest om gegevens te delen, kunnen verdere verwerkingen worden gedaan.
Informatie over welke verwerkingen plaatsvinden voor welke doeleinden, staat in het (aanvullende) privacybeleid van Meta Platform Technologies.4 Voor zover Meta persoonsgegevens verwerkt, geldt dat Meta gehouden is aan de AVG. Of Meta hieraan voldoet voor wat betreft de camerabril, is ter beoordeling van de bevoegde toezichthouder.
Kan worden uitgesloten dat beelden, geluidsopnamen of andere gegevens van omstanders zonder hun uitdrukkelijke toestemming worden gebruikt voor het trainen, testen of verbeteren van AI-systemen? Zo nee, welke bescherming hebben deze omstanders?
Nee, dat kan niet worden uitgesloten. Beelden, geluidsopnamen en andere gegevens van omstanders die worden gemaakt met de camerabrillen kunnen persoonsgegevens zijn. Het verwerken daarvan voor het trainen, testen en verbeteren van AI-systemen is alleen toegestaan als daarvoor een rechtsgrond bestaat. De AVG biedt ruimte om ook zonder toestemming van de betrokkene op basis van de verwerkingsgrondslag «gerechtvaardigd belang» persoonsgegevens te verwerken (artikel 6, eerste lid onder f AVG). Als daarvoor wordt gekozen, dan moet het belang van de verwerkingsverantwoordelijke worden afgewogen tegen de belangen en/of fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene. De AVG bevat bepalingen om de risico’s van de verwerking van persoonsgegevens van betrokkenen (in dit geval de omstanders) te beperken. Zo moet de verwerkingsverantwoordelijke voldoen aan bepaalde informatieverplichtingen richting de betrokkenen, waarborgen treffen om de impact op de grondrechten van de betrokkenen te beperken en zich houden aan de algemene beginselen zoals dataminimalisatie Het Europees Comité voor Gegevensbescherming (European Data Protection Board, EDPB), waarin de Europese gegevensbeschermingstoezichthouders samenwerken, heeft op 17 december 2024 een advies aangenomen over het gebruik van persoonsgegevens bij het ontwikkelen en in gebruik nemen van AI-modellen. Het is aan de toezichthouders om te beoordelen of de AVG wordt nageleefd.
Bent u bekend met berichten dat medewerkers van een door Meta ingeschakelde onderneming toegang zouden hebben gehad tot zeer intieme opnamen? Heeft de Autoriteit Persoonsgegevens hierover contact gehad met Meta of met andere Europese privacytoezichthouders?
Ik ben bekend met deze berichten en als de berichtgeving juist is, baart mij dit zorgen. De AP heeft laten weten in contact te staan met andere Europese privacytoezichthouders en intensief met hen samen te werken aan dossiers met betrekking tot camerabrillen.
Omdat de EU-vestiging van Meta in Ierland zit, is de Ierse toezichthouder de primaire toezichthouder. De Ierse toezichthouder heeft zich voor het eerst in 2021 uitgelaten over het toezicht op de camerabrillen.5
Bent u bekend met de opvatting van de Hamburgse privacytoezichthouder dat slimme brillen mogelijk kunnen worden aangemerkt als in alledaagse voorwerpen verborgen opnameapparatuur en daarom onder Duits recht verboden zouden kunnen zijn? Hoe beoordeelt u deze ontwikkeling en bent u bereid te onderzoeken welke betekenis deze juridische benadering kan hebben voor de Nederlandse en Europese regelgeving rond camerabrillen?3
Ja, ik ben hiermee bekend.7 Het verbod dat in Duitsland geldt, verbiedt kort gezegd het aanbod en bezit van telecommunicatie-apparatuur die de vorm heeft van een alledaags gebruiksobject en die geschikt is om ongemerkt gesprekken op te nemen of beelden op te nemen. Of camerabrillen onder dit verbod vallen, is blijkens de berichtgeving hierover in Duitsland nog geen uitgemaakte zaak. In Nederland kennen wij niet een zodanig verbod. In antwoorden 14–15 ga ik nader in op de afwegingen voor en tegen een verbodsbepaling. Daarnaast komt de European Data Protection Board (EDPB), waarin de gezamenlijke Europese privacytoezichthouders vertegenwoordigd zijn, later dit jaar met een rapport over de slimme brillen.8 De bevindingen en eventuele aanbevelingen van de EDPB in het rapport wacht het kabinet met belangstelling af. Zie ook het antwoord op vraag 14.
Hoeveel meldingen, klachten of signalen hebben de politie, het Openbaar Ministerie en de Autoriteit Persoonsgegevens ontvangen over mensen die met camerabrillen zonder hun medeweten zijn gefilmd of van wie dergelijke beelden zijn gepubliceerd?
De AP heeft tot op heden zes signalen en één klacht binnengekregen over camerabrillen. Het Openbaar Ministerie beschikt niet over cijfers met betrekking tot aangiften.
Acht u het huidige kleine indicatielampje op camerabrillen voldoende duidelijk om omstanders te informeren dat zij worden opgenomen, mede gezien het feit dat dit lampje moeilijk zichtbaar kan zijn?
Op dit moment is het is voor veel mensen niet vanzelfsprekend dat een lampje op een bril betekent dat er gefilmd wordt. Daarbij is het mogelijk om het lampje te missen in drukke of fel verlichte omgevingen. Ook spelen visuele beperkingen, kleurwaarneming (bijv. kleurenblindheid) en kijkhoek mee.
Bent u bekend met de online aangeboden stickers, aanpassingen en instructies waarmee het opname-indicatielampje kan worden afgedekt of omzeild zonder dat de camera wordt uitgeschakeld? Bent u bereid te onderzoeken of de verkoop van dergelijke hulpmiddelen kan worden verboden?
Ja, ik ben ermee bekend dat er online stickers, aanpassingen en instructies circuleren om het opname indicatielampje op camerabrillen af te dekken of te omzeilen. Het is onwenselijk dat er middelen, instructies en zelfs diensten worden aangeboden die het doelbewust onmogelijk maken voor omstanders om te zien dat er wordt opgenomen.
Tegelijkertijd is een verkoopverbod op dergelijke hulpmiddelen juridisch kwetsbaar, eenvoudig te omzeilen, moeilijk handhaafbaar en onevenredig ingrijpend en kostbaar ten opzichte van het beperkte effect. De meeste materialen en accessoires hebben een legaal karakter. Het afbakenen van wat wel en niet mag is zeer lastig. Meta zelf geeft aan dat de camera automatisch wordt uitgeschakeld zodra de bril detecteert dat het led-lampje voor opname is bedekt, fysiek is gemanipuleerd of is vernietigd.9
Bent u bereid in Europees verband te pleiten voor bindende ontwerpeisen voor camerabrillen, waaronder een duidelijk en niet te omzeilen visueel en hoorbaar signaal tijdens het maken van foto-, video- of geluidsopnamen?
Nee, op dit moment niet. Ik acht het wenselijk om de bevindingen van het onderzoek van de EDPB af te wachten.
Bent u bereid te onderzoeken of het mogelijk is om het dragen van deze brillen (deels) te verbieden in publieke ruimtes?
Een (gedeeltelijk) verbod op het dragen camerabrillen in publieke ruimtes is een ingrijpende maatregel. Dat kan alleen als er geen minder zwaarwegende alternatieven mogelijk zijn. Het gebruik van de camerabrillen is niet intrinsiek onwenselijk. Wat vooral belangrijk is, is dat wordt opgekomen tegen ongewenst gebruik van de brillen. Daarvoor zijn al mogelijkheden binnen het huidige wettelijke kader, waaronder het gegevensbeschermingsrecht.
Ik acht het voor nu verstandig om de bevindingen van de EDPB af te wachten, alvorens zelf een onderzoek te starten. De bevindingen van de EDPB kunnen ook relevant zijn voor de of het juridisch mogelijk is om te verplichten dat de drager van een camerabril deze afzet of de opnamefunctie uitschakelt.
Bent u bereid te onderzoeken of het juridisch mogelijk is om te verplichten dat de drager van een camerabril deze afzet of de opnamefunctie uitschakelt wanneer iemand in de directe omgeving aangeeft niet gefilmd of opgenomen te willen worden?
Zie antwoord vraag 14.
Welke beperkingen gelden voor het gebruik van gezichtsherkenning in combinatie met camerabrillen? Bent u bereid zich in Europees verband uit te spreken tegen realtime gezichtsherkenning van willekeurige omstanders door particuliere gebruikers?
Het gebruik van gezichtsherkenning in combinatie met camerabrillen is aan strikte beperkingen onderhevig. Zonder een specifieke wettelijke grondslag en naleving van de waarborgen uit de AVG en de AI verordening is identificatie van willekeurige omstanders in de openbare ruimte door particuliere gebruikers niet toegestaan. Gelet op het reeds geldende EU en nationale kader acht het kabinet aanvullend oproepen tot actie in Europees verband niet nodig; de inzet blijft gericht op strikte toepassing en effectieve handhaving van de bestaande regels.
Hebben organisatoren van evenementen, horecagelegenheden, scholen, zorginstellingen, zwembaden en andere organisaties voldoende juridische mogelijkheden om camerabrillen te weren? Bent u bereid hiervoor duidelijke landelijke richtlijnen op te stellen?
Ja. Organisatoren en beheerders hebben in de regel voldoende juridische mogelijkheden om camerabrillen te weren of het gebruik daarvan te beperken via huisregels, contractvoorwaarden en toegangsbeleid.
Bij vergunningsplichtige evenementen kan de gemeente aanvullende voorwaarden stellen. Exploitanten van private of semi publieke locaties (horeca, winkels, musea, zwembaden, sportscholen, evenemententerreinen) mogen een verbod of beperking op camerabrillen als huisregel of in algemene voorwaarden opnemen, mits zij kenbaar, niet discriminatoir en proportioneel zijn. Bij niet naleving kan de toegang worden geweigerd of beëindigd; bij weigering te vertrekken kan uiteindelijk strafrechtelijk worden opgetreden wegens lokaalvredebreuk (art. 138 Sr).
Scholen en zorginstellingen hebben een bijzondere zorg en veiligheidsverantwoordelijkheid richting leerlingen, patiënten en bezoekers. Vanuit die plicht is een vergaand verbod in onderwijs en zorgomgevingen (en zeker in kleed-, behandel- en rustruimten) goed te rechtvaardigen. In niet publieke ruimten zoals kleedkamers en toiletten is heimelijk filmen strafbaar.
Gelet op het bestaande wettelijk kader, dat voldoende duidelijke mogelijkheden biedt, acht ik een nieuwe landelijke richtlijn niet noodzakelijk.
Bent u bereid de Autoriteit Persoonsgegevens te vragen onderzoek te doen naar het gebruik van camerabrillen in Nederland, de gegevensstromen naar technologiebedrijven en mogelijke juridische lacunes, en de Kamer hierover vóór het einde van het jaar te informeren?
De AP heeft aangegeven bezorgd te zijn en de maatschappelijke ophef over de camerabril te begrijpen. Samen met andere Europese privacy-toezichthouders wordt daarom gekeken naar de impact van camerabrillen op privacy van mensen. Naar verwachting komt daar dit najaar meer duidelijkheid over. De AP heeft daarnaast momenteel een aantal klachten over camerabrillen in behandeling. Zoals vermeld in antwoord 9 verwacht de EDPB, waarin ook de AP vertegenwoordigd is, daarnaast dit najaar nog bevindingen te publiceren over camerabrillen. We zullen de zorgen rondom de camerabrillen met de AP in ons reguliere contact met de AP aankaarten. Het is aan de AP, als onafhankelijke toezichthouder, of zij hier nader onderzoek zal doen.
De onveilige situatie bij zorgcentrum Pelgromhof in Zevenaar |
|
Vicky Maeijer (PVV) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichten «Dochter krijgt telefoontje van zorgcentrum en ontdekt dat er maar één medewerker is voor 26 ouderen»1 en «Eigen personeel van zorgcentrum hoopt dat werkgever omvalt: «Dat is voor iedereen beter»»?2
Ja, ik heb de artikelen gelezen. Ze schetsen een ernstig beeld van de situatie bij deze zorgaanbieder. Ik ben geschrokken van de berichtgeving, want ik vind het belangrijk dat ouderen veilige en liefdevolle zorg en ondersteuning krijgen die voldoet aan het kwaliteitskader dat hiervoor geldt. De IGJ doet onafhankelijk onderzoek naar de meldingen die bij hen zijn gemaakt.
Klopt het dat bij zorgcentrum Pelgromhof één jonge medewerker alleen verantwoordelijk was voor 26 kwetsbare ouderen en dat er geen avond- en nachtdienst aanwezig was?
Over Percura Zorg B.V. zijn bij de IGJ in 2026 10 meldingen en signalen binnengekomen. Op de inhoud hiervan kan de inspectie niet ingaan.
Deelt u de mening dat het volstrekt onverantwoord is dat één medewerker alleen wordt gelaten met 26 kwetsbare bewoners? Zo nee, waarom niet?
Vooruitlopend op de uitkomsten van het onderzoek van de IGJ kan ik geen uitspraken doen over de kwaliteit en veiligheid van zorg op de locaties Maria Postel en Pelgromhof van Pecura Zorg. Meer in het algemeen moeten zorgaanbieders voldoen aan de normen en regels met betrekking tot de kwaliteit en veiligheid van zorg.
Klopt het dat er twaalf diensten openstonden, dat medewerkers zelf vervanging moesten regelen en dat aan familieleden werd gevraagd bij te springen? Hoe worden onder deze omstandigheden de continuïteit en veiligheid van de zorg gegarandeerd?
Over Percura Zorg B.V. zijn bij de IGJ in 2026 10 meldingen en signalen binnengekomen. Op de inhoud hiervan kan de inspectie niet ingaan.
De IGJ heeft in de afgelopen periode zowel de locatie Maria Postel als Pelgromhof van Percura Zorg bezocht. De resultaten hiervan zijn nog niet openbaar. Vooruitlopend hierop kan de inspectie geen uitspraken doen over haar bevindingen.
Bent u bekend met de meldingen over een bewoner die ’s nachts in het eigen braaksel lag, een bewoner die tijdens het lopen haar katheter verloor en een bewoner die ten val kwam? Zijn deze incidenten gemeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)?
Over Percura Zorg B.V. zijn bij de IGJ in 2026 10 meldingen en signalen binnengekomen. Op de inhoud hiervan kan de inspectie niet ingaan.
Klopt het dat zorgverleners in opleiding zelfstandig nachtdiensten draaien en dat diensten worden uitgevoerd door zzp’ers die niet altijd voldoende gekwalificeerd zijn? Vindt u dit verantwoord?
Over Percura Zorg B.V. zijn bij de IGJ in 2026 10 meldingen en signalen binnengekomen. Op de inhoud hiervan kunnen we niet ingaan. De IGJ heeft in de afgelopen periode zowel de locatie Maria Postel als Pelgromhof van Percura Zorg bezocht. De resultaten hiervan zijn nog niet openbaar. Vooruitlopend hierop kan de inspectie geen uitspraken doen over haar bevindingen.
Bent u bekend met de signalen dat de Arbeidstijdenwet mogelijk meermaals is overtreden en dat zieke medewerkers onder druk worden gezet om snel weer aan het werk te gaan? Welke stappen worden hiertegen genomen?
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft recent een melding van een vakbond ontvangen dat de Arbeidstijdenwet mogelijk is overtreden. Tevens is gemeld dat er sprake is van hoge werkdruk en onderbezetting en het ontbreken van een basiscontract. Gezien het faillissement van Percura Zorg zullen deze meldingen niet meer onderzocht worden.
Klopt het dat Percura Zorg sinds 13 mei jl. niet meer beschikt over een arbodienst en daardoor ook geen bedrijfsarts heeft, nadat de arbodienst de dienstverlening wegens wanbetaling heeft beëindigd? Welke gevolgen heeft dit voor de begeleiding en bescherming van medewerkers en welke maatregelen worden genomen om deze situatie zo snel mogelijk te herstellen?
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft recent een melding hierover ontvangen. Gelet het faillissement van Percura zorg zal deze melding niet meer worden onderzocht.
Hoeveel meldingen hebben de IGJ en de Nederlandse Arbeidsinspectie ontvangen over Percura Zorg en welke maatregelen zijn tot nu toe genomen?
Over Percura Zorg B.V. zijn bij de IGJ in 2026 10 meldingen en signalen binnengekomen. Op de inhoud hiervan kunnen we niet ingaan. De IGJ heeft in de afgelopen periode zowel de locatie Maria Postel als Pelgromhof van Percura Zorg bezocht. De resultaten hiervan zijn nog niet openbaar. Vooruitlopend hierop kan de inspectie geen uitspraken doen over haar bevindingen.
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in de jaren 2024 en 2026 in totaal 9 meldingen over Percura Zorg ontvangen. In 2024 heeft onderzoek plaatsgevonden, waarin 3 meldingen zijn onderzocht, met als resultaat één overtreding waarvoor een waarschuwing is gegeven. Zoals ook is aangegeven bij vragen 7 en 8, zijn recent twee meldingen door een vakbond gedaan, die vanwege het faillissement van Percura zorg niet worden onderzocht. De overige meldingen lagen niet op het werkterrein van de Nederlandse Arbeidsinspectie of kwamen niet in aanmerking voor onderzoek.
Op welke wijze wordt voorkomen dat de financiële problemen van Percura Zorg, waaronder wanbetaling aan uitzendkrachten en andere dienstverleners, ten koste gaan van de veiligheid en continuïteit van de zorg voor de bewoners?
Percura Zorg B.V. is per 11 augustus 2026 failliet verklaard. De zorg die geleverd werd op de locatie Maria Postel is inmiddels overgenomen door een nieuwe partij. Voor de locatie Pelgromhof wordt nog gezocht naar een overnemende partij. De curator is verantwoordelijk voor de afwikkeling van het faillissement van Percura zorg B.V. De zorg voor de ruim 20 bewoners loopt ondertussen door, aldus de curator. Het toezicht van de IGJ richt zich de komende periode op de kwaliteit van de zorg die nog geleverd wordt en een zorgvuldige overgang van cliënten naar een nieuwe zorgaanbieder. IGJ is daarover in gesprek met de bestuurder en de curator. Het zorgkantoor is vanuit diens zorgplicht hard aan het werk om de continuïteit van zorg te waarborgen. De NZa houdt hier toezicht op.
Waarom is bij de locatie Pelgromhof nog niet ingegrepen, terwijl medewerkers al langere tijd waarschuwen voor ondermaatse zorg en de locatie Maria Postel inmiddels failliet is verklaard?
De IGJ heeft in de afgelopen periode zowel de locatie Maria Postel als Pelgromhof van Percura Zorg bezocht. De resultaten hiervan zijn nog niet openbaar. Vooruitlopend hierop kan de inspectie geen uitspraken doen over haar bevindingen.
Kunt u de Kamer zo spoedig mogelijk informeren over de uitkomsten van de onderzoeken van beide inspecties en over de maatregelen die worden genomen?
De recente meldingen bij de Nederlandse Arbeidsinspectie worden vanwege het faillissement van Percura zorg niet onderzocht.
De IGJ zal zodra het onderzoek afgerond is haar rapport publiceren op haar website.
De benoeming van de heer Timmermans tot minister van staat, naar aanleiding van nieuwe informatie over de door hem beweerde leerstoelen |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Timmermans weer op de grill voor jokken», waarin wordt gemeld dat de heer Timmermans in een interview met het Algemeen Dagblad claimde «een paar leerstoelen aan universiteiten in Oxford, Florence en Bologna» te hebben?1
Ja.
Kunt u bevestigen dat de Universiteit van Bologna, naar aanleiding van een verzoek van onderzoeksjournalist Arthur van Amerongen, schriftelijk heeft laten weten géén enkele band te hebben (gehad) met de heer Timmermans?2
Dit kan ik niet bevestigen.
Klopt het dat nader onderzoek, mede met inzet van zoekmachines en AI-hulpmiddelen, heeft uitgewezen dat de heer Timmermans niet voorkomt in de lijsten van hoogleraren, onderzoekers, gastdocenten of bestuurders van de universiteiten van Oxford, Bologna en Florence en evenmin wordt genoemd bij de drie UNESCO Chairs die de Universiteit van Florence huisvest?
Zie het antwoord op vraag 2.
Deelt u de opvatting van onze fractie dat deze expliciete, schriftelijke ontkenning door een universiteit zelf een aanmerkelijk zwaarder signaal is dan een enkel ontbreken van documentatie en dat dit een nieuw, zelfstandig voorbeeld vormt van het in mijn eerdere vragen beschreven patroon van feitelijk onjuiste uitspraken van de heer Timmermans? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 2.
Verandert deze nieuwe informatie iets aan uw eerdere antwoorden over of de optelsom van deze kwesties zwaarder weegt dan een enkel incident en of het kabinet bereid is een besluit tot intrekking van de titel Minister van staat voor te bereiden? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 2.
Bent u bereid formeel bij de universiteiten van Oxford en Florence na te (laten) vragen of zij de bevindingen ten aanzien van Bologna bevestigen? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 2.
Bent u bereid ook deze vragen op de meest spoedige termijn en één voor één te beantwoorden?
De vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Het bericht ‘Klap voor woonminister: ING verwacht veel minder nieuwe woningen dan ministerie voorspelde’ |
|
René Claassen (PVV) |
|
Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Klap voor woonminister: ING verwacht veel minder nieuwe woningen dan ministerie voorspelde»?1
Ja.
Deelt u de opvatting van sectoreconoom bouw Maurice van Sante van ING dat uw claim over 100.000 woningen in 2027 gebaseerd was op een onjuiste weergave van de feiten (noch een nieuwbouwgetal, noch een woningvoorraadgetal)?
De ING-econoom stelt in het artikel dat alleen naar de nieuwbouw gekeken zou moeten worden. Als toevoegingen zoals transformaties en splitsingen daarbij opgeteld worden dan zou het aantal gesloopte woningen in mindering moeten worden gebracht.
Zoals eerder met uw Kamer is gecommuniceerd (zie jaarlijkse ABF-rapporten en bijbehorende Kamerbrieven2, voortgangsrapportages programma woningbouw, Staat van de Volkshuisvesting), betreft de woningbouwdoelstelling een «bruto doelstelling». Dat wil zeggen: de doelstelling is zo geformuleerd dat we rekening houden met de noodzakelijke compensatie van de geraamde sloop van woningen. Om die reden wordt sloop niet van de doelstelling afgetrokken. Deze zit al in de doelstelling verwerkt. Het aan u aangeboden Primos 2026 rapport, het rapport waar in het artikel op wordt gereageerd, is duidelijk over woningbouw, sloop en over het effect hiervan op de woningvoorraad.
Voor de woningbouwdoelstelling tellen bovendien niet alleen nieuwbouwwoningen, want elke nieuwe woning is er één. Woningbouw betreft woningen die gerealiseerd worden door nieuwbouw van woningen (het realiseren van woningen op een lege kavel) en de woningen die gerealiseerd worden door «verbouw» van reeds bestaande gebouwen tot (meer) woningen. Denk daarbij aan het realiseren van woningen in voormalige kantoorgebouwen (transformatie), optoppen (toevoegen van woningen op reeds bestaande gebouwen) of het splitsen van woningen zodat meer woningen ontstaan.3 Deze transformaties, splitsingen en optoppingen vormen onderdeel van het beter benutten van de bestaande voorraad gebouwen. In de communicatie met uw Kamer, zoals de hierboven genoemde voorbeelden, wordt ook telkens expliciet duidelijk gemaakt dat dergelijke toevoegingen meetellen in de woningbouwdoelstelling, en benadruk ik dat er veel potentie is om dit nog beter te benutten.
Er is dan ook geen sprake van een onjuiste weergave van feiten. Er wordt transparant gecommuniceerd over onze doelstelling.
Hoe beoordeelt u het feit dat u een misleidende berekening heeft gebruikt?
Zie antwoord vraag 2.
In hoeverre begrijpt u de urgentie van de problemen op de Nederlandse woningmarkt? Realiseert u zich dat de woningcrisis Nederlandse jongeren enorm schaadt? Wist u dat 66 procent van de thuiswonende starters graag uit huis zou willen, maar dat niet kan door de problemen op de woningmarkt en dat de ontwikkeling van jongvolwassenen wordt belemmerd door langdurig thuiswonen omdat zij hierdoor later (financieel) zelfstandig worden en meer moeite hebben om relaties te vormen? Wist u dat ernstige woningtekorten bovendien gekoppeld zijn aan uitstel (en soms zelfs afstel) van belangrijke levensgebeurtenissen, zoals trouwen, samenwonen en kinderen krijgen? Wist u dat onderzoek laat zien dat de hogere woonlasten in Nederland leiden tot slechtere mentale gezondheid bij de mensen die hiervan last hebben?
De problematiek op de woningmarkt en de urgentie ervan is mij volstrekt duidelijk.
Vindt u dat u als Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verantwoordelijk bent voor het oplossen van de woningcrisis in Nederland?
Ja, hier werk ik elke dag aan.
Hoe beoordeelt u dan het falen van kabinet op kabinet om dit probleem op te lossen?
Het terugdringen van het woningtekort is geen eenvoudige opgave en iets wat een lange adem vraagt. Het kabinet maakt zich hier hard voor. Zo is onlangs de wet regie aangenomen door beide Kamers, heeft het kabinet een veelomvattend stikstofplan gepresenteerd die ook de woningbouw verder zal helpen en werk ik met collega Ministers aan een actieplan (Taskforce versnelling woningbouw) om meer, sneller en beter te bouwen.
Denkt u dat u kunt doen wat uw voorgangers niet is gelukt, namelijk dit probleem daadwerkelijk oplossen? Zo nee, wanneer treedt u af als Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en laat u iemand anders het proberen die wél denkt dit te kunnen oplossen?
Het terugdringen van het woningtekort is zoals de econoom in het in het desbetreffende artikel noemt, een «veelkoppig monster». Er zijn veel complexe problemen. Ik ben zeer gemotiveerd om het probleem aan te pakken en wil een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van de woningnood. Ik draag ministeriële verantwoordelijkheid voor mijn portefeuille en leg daarover verantwoording af aan uw Kamer.
Als u denkt dit probleem wel te kunnen oplossen, bent u dan bereid uw eigen lot te verbinden aan de resultaten die u op dit domein bereikt? Simpeler gezegd: bent u bereid af te treden als de doelstelling van 100.000 woningen per jaar niet binnen twee jaar wordt gehaald? Zo nee, waarom niet? Betekent dat dat u falen acceptabel vindt? Vindt u het acceptabel dat het falen van een minister het leven van jongvolwassenen ruïneert? Vindt u dat dit falen geen gevolgen hoeft te hebben?
Zie antwoord vraag 7.
Het artikel noemde hoge bouwkosten als één van de oorzaken van de woningproblemen; wanneer gaat u zelf bouwregels zoeken die geschrapt kunnen worden, in plaats van enkel de suggesties van het programma STOER over te nemen (die inmiddels alweer bijna een jaar oud zijn)?
Samen met andere departementen, medeoverheden, marktpartijen en woningcorporaties ben ik actief aan de slag met de brede vereenvoudigingsopgave voor de fysieke leefomgeving en volkshuisvesting. Naast de uitwerking van de actieagenda STOER4, zetten we nadrukkelijk in op het ophalen en uitwerken van nieuwe vereenvoudigingsvoorstellen, waaronder de modernisering van het Besluit Bouwwerken en Leefomgeving (Bbl). Deze voorstellen worden onder andere geïnventariseerd voor de jaarlijkse vereenvoudigingswet. Daarmee kijken we dus verder dan de voorstellen die al in het STOER-actieplan zijn opgenomen. Over de voortgang van de actieagenda en de eerste aanpassingen aan het Bbl heb ik uw Kamer 10 juli geïnformeerd5. Daarin meld ik onder meer dat de in het Bbl aangewezen NEN-normen voortaan kosteloos digitaal beschikbaar worden gesteld waarmee kosten zijn verlaagd en regelgeving toegankelijker is gemaakt voor initiatiefnemers en bouwpartijen. Ook breder in het kabinet worden stappen gezet: onlangs heeft de Staatssecretaris van IenW besloten tot een grootschalige verlaging van geluidproductieplafonds bij spoorwegen waarmee eenvoudiger en goedkopere woningbouw kan worden ontwikkeld in de buurt van spoorwegen.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat dit u daadwerkelijk lukt en dat u niet over een halfjaar in dezelfde situatie zit als uw collega van Economische Zaken, die zelfs haar eigen doel niet kon halen?
In het Actieplan van de Ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw die ik na de zomer uw Kamer zal toekomen, zal ik ingaan op de wijze waarop ik, in samen met de andere partijen die voor de woningbouw van belang zijn, de woningbouw beoog te versnellen.
Bent u ook van plan uit te zoeken of ruimtelijke regels versoepeld kunnen worden omdat ook deze de woningbouw aanzienlijk duurder maken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe wilt u dit aanpakken? En op welke domeinen wilt u dit gaan doen?
In het kader van de vereenvoudigingsopgave wordt onderzocht waar regelgeving en procedures die de woningbouw onnodig vertragen of duurder maken, kunnen worden vereenvoudigd. In het Actieplan STOER is daarbij expliciet aandacht voor de stapeling van regelgeving en voor bovenwettelijke eisen. Deze kunnen leiden tot extra tijd, capaciteit en kosten en daarmee een negatief effect hebben op de businesscase van woningbouwprojecten.
Daarom werken de ministeries in het fysieke domein aan een bredere vereenvoudigingsopgave. Onderdeel hiervan zijn onder meer de verdere uitvoering van de Actieagenda STOER, de modernisering van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de jaarlijkse verbetering van het stelsel van de Omgevingswet en een nadere verkenning van de mogelijkheden om experimenteerruimte binnen de Omgevingswet beter te benutten. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden die de Omgevingswet al biedt om activiteiten bijvoorbeeld in het omgevingsplan vergunning vrij te maken.
Hiermee wordt specifiek gewerkt aan het standaardiseren, opschalen en moderniseren van de bouwregelgeving. De inzet is daarmee niet om regels generiek te versoepelen, maar om gericht te bezien waar regelgeving en aanvullende eisen onnodige kosten, vertraging of complexiteit veroorzaken en waar vereenvoudiging mogelijk is, met behoud van de noodzakelijke publieke belangen.
Verlenging mestuitrij-seizoen |
|
Caroline van der Plas (BBB) |
|
van Essen |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van gevolgen van de droogte en warmte voor het uitrijden van mest?
Ja.
Bent u ervan op de hoogte dat een droge bodem de opname remt van meststoffen doordat mineralisatie en nutriëntentransport stagneren?
Ja, door suboptimale vochtvoorziening wordt de groei van een gewas beperkt. Daarnaast kan het uitrijden van drijfmest op droge grond inderdaad zorgen voor meer gasverlies en verzouting rond de wortels. Deze emissies zijn onder natte en koude omstandigheden lager dan onder de huidige droge en warme omstandigheden. Ook kan het voorkomen dat het toedienen van drijfmest onder droge omstandigheden bijdraagt aan extra scheurvorming op met name klei- en veengronden.
Bent u ervan op de hoogte dat planten voedingsstoffen niet kunnen oplossen of opnemen via de wortels en het uitrijden van drijfmest op harde, droge grond zorgt voor extra scheurvorming, gasverlies (ammoniakemissie) en verzouting rond de wortels?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u ervan op de hoogte dat meststoffen essentieel zijn voor de groei van gras en gewassen?
Voedselzekerheid is van fundamenteel belang voor de nationale en Europese weerbaarheid en strategische autonomie. Een robuuste voedselproductieketen levert hier uiteraard een cruciale bijdrage aan.
Voor de groei van gewassen is het toedienen van voldoende nutriënten van belang. De opname van nutriënten wordt bepaald door een combinatie van neerslag, vochtleverend vermogen van de bodem en het gewastype. Het huidige neerslagtekort heeft een negatieve invloed op de gewasproductie door de verminderde opname van nutriënten.
Acht u voedselproductie en voedselzekerheid van het grootste belang voor de weerbaarheid en stabiliteit in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u ervan op de hoogte dat bij een gebrek aan mineralen en nutriënten oogsten minder opbrengen en de voedselproductie kan stagneren dan wel oogsten kunnen mislukken?
De opname van nutriënten door gewassen is essentieel voor de gewasopbrengsten. Droogte kan zorgen voor lagere opbrengsten. Het is uiteraard niet wenselijk dat oogsten mislukken.
Vindt u dit wenselijk? Zo ja, waarom?
Zie antwoord vraag 6.
Deelt u de opvatting dat het vanuit zowel landbouwkundig als milieukundig oogpunt onwenselijk is wanneer agrariërs vanwege een vaste einddatum voor het uitrijden van mest feitelijk worden gedwongen mest uit te rijden op een moment waarop de weers- en bodemomstandigheden daarvoor ongunstig zijn, terwijl uitstel tot gunstigere omstandigheden kan leiden tot een betere benutting van nutriënten en minder verliezen naar het milieu? Zo nee, waarom niet?
De uitrijdperiodes voor dierlijke mest op bouwland en grasland zijn geregeld in Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en komen voort uit een verplichting vanuit de Europese Nitraatrichtlijn en richten zich op het doel om een goede grond- en oppervlaktewaterkwaliteit te bewerkstelligen. De kalenderlandbouwmaatregel voor het inzaaien van vanggewassen is opgenomen in het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn en is daarmee onderdeel van de afspraken die zijn gemaakt met de Europese Commissie over dit actieprogramma.
Het hanteren van een uitrijdperiode heeft tot doel om de uitspoeling van nutriënten uit de landbouw naar het grond- en oppervlaktewater te beperken. Dit brengt met zich mee dat het zinvol is om uitrijdperiodes te reguleren, binnen welke de dierlijke mest mag worden uitgereden en optimaal kan worden benut door de gewassen. In sommige jaren leidt dit tot problemen voor de landbouwpraktijk, waarbij weers- en bodemomstandigheden het uitrijden van dierlijke mest kunnen beperken met als gevolg dat de agrariër mogelijk onvoldoende ruimte heeft om de gewassen optimaal te voorzien van dierlijke meststoffen. Het vaststellen van uitrijddata is echter noodzakelijk vanuit milieukundig oogpunt, waar slechts bij hoge uitzondering van kan worden afgeweken mits hiertoe een landbouwkundige noodzaak is en er geen nadelige milieukundige effecten zijn.
Deelt u de opvatting dat kalenderlandbouw moet worden voorkomen en dat de daadwerkelijke weers- en bodemomstandigheden leidend zouden moeten zijn bij het bepalen van het moment voor het uitrijden van mest? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 8.
Bent u ervan op de hoogte dat in 2024 het mestuitrijseizoen in 2024 ook is verlengd vanwege weersomstandigheden in die zomer?
Vanwege de extreem natte weersomstandigheden vanaf het najaar 2023 tot en met het voorjaar van 2024 konden agrariërs niet tijdig alle dierlijke mest binnen de beschikbare gebruiksruimte plaatsen. Vanwege deze extreme weersomstandigheden in het voorjaar is op basis van een advies van een Expertcommissie, samengesteld uit wetenschappers op het vlak van waterkwaliteit, plantengroei, het KNMI en vertegenwoordigers van sectorpartijen, besloten om de uitrijdperiode van dierlijke drijfmest op grasland te verlengen van 31 augustus naar 15 september1.
Bent u bereid om zich in te spannen om het mestuitrij-seizoen dat tot 31 augustus duurt, te verlengen en daarvoor de Commissie Deskundigen Meststoffen per omgaande (met de grootste spoed) een advies te vragen? Zo nee, waarom niet?
Voor een uitstel van de uitrijddata dierlijke mest moet een afweging worden gemaakt tussen de weersomstandigheden en hoe zich dit ontwikkelt tot en met eind augustus, het effect van eventueel verlengen van de uitrijddata op de waterkwaliteit (en andere milieukundige aspecten) en de landbouwkundige noodzaak voor de gewasgroei om de uitrijddata te verlengen. In het verleden zijn in enkele jaren uitrijddata verlengd vanwege droogte (2018, 2021) of juist natheid in het betreffende jaar (2024, zie antwoord vraag 10). Ook zijn in andere jaren verzoeken gedaan, waarbij bovengenoemde afweging niet leidde tot een uitstel van uitrijdperiodes. Bij een uitstel van een uitrijdperiode voor dierlijke mest moet in ieder geval de Europese Commissie worden geïnformeerd, omdat hiermee wordt afgeweken van eerdere afspraken over de vastgestelde uitrijddata.
Naast uw vragen heeft LTO Nederland op 11 augustus jongstleden een verzoek gedaan voor het verlengen van de uitrijdperiode voor aanwending van mest op grasland.
Ik zal de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) vragen om een advies voor de verlenging van de uitrijdperiode van dierlijke drijfmest op grasland. Verder blijf ik de weers- en bodemomstandigheden monitoren en daarbij blijf ik in nauw contact staan met de sector. Zodra de CDM een advies heeft opgesteld zal ik op basis van dit advies een afweging maken over een eventuele verlenging van de uitrijdperiode van dierlijke mest. Indien ik zal besluiten tot een eventuele verlenging van de uitrijdperiode, zal ik uw Kamer daarover informeren.
Kunt u deze vragen, gezien de tijdsdruk, per omgaande beantwoorden, doch uiterlijk vrijdag 7 augustus?
De beantwoording is zo spoedig als mogelijk naar uw Kamer verzonden.
De openstelling van de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (SEM) |
|
Renate den Hollander (VVD) |
|
van Essen |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de openstelling van de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (SEM) is verlengd tot en met 27 januari 2027?1
Ja, van dat bericht heb ik kennisgenomen.
Op 22 juli jl. is de openstellingsperiode van de Sem verlengd tot en met 27 januari 2027 in plaats van de initiële einddatum van 29 juli 2026. In de Kamerbrief van 26 juni 2026 (Kamerstuk 36 800-XIV-87) heeft het kabinet een pakket aan maatregelen aangekondigd om vergunningverlening weer op gang te brengen. Een belangrijk onderdeel daarvan is het ondersteunen van boerenbedrijven bij het nemen van maatregelen die bijdragen aan het verminderen van emissies, waaronder extensivering. De Sem is één van de maatregelen waarmee het kabinet ondernemers ondersteunt. De verlenging van de openstelling van de Sem sluit daarmee aan bij de aanpak van het kabinet om weer ruimte te maken voor vergunningverlening en boeren te ondersteunen naar een toekomstbestendig bedrijf.
Klopt het dat zich tot op heden 42 melkveehouders hebben aangemeld voor de SEM? Zo ja, hoeveel kilogram fosfaatrechten vertegenwoordigen deze aanmeldingen?
Het klopt dat tot op heden 42 melkveehouders zich hebben aangemeld voor de Sem. Zie voor het aantal aanvragers dat zich heeft teruggetrokken en het aantal kilogram fosfaatrechten het antwoord op vraag 1 uit de set met kenmerk 2026Z15702.
Wat is de aanleiding geweest om de openstelling van de SEM te verlengen? In hoeverre houdt deze verlenging verband met de tot nu toe beperkte belangstelling voor de regeling?
Zie voor de aanleiding om de openstelling van de Sem te verlengen het antwoord op vraag 1.
Kunt u aangeven welke signalen u uit de sector heeft ontvangen over de beperkte belangstelling voor de SEM?
De sector heeft aangegeven signalen te hebben gehad dat melkveehouders hebben gewacht op de Kamerbrief «Weer ruimte voor boer, natuur en bouw» van 26 juni jl. Onder andere de voorgestelde koppeling van de bedrijfsspecifieke emissienormen voor melkveebedrijven aan fosfaatrechten geeft onzekerheid. De sector geeft aan dat dit onder andere leidt tot het willen behouden van dieren en fosfaatrechten. Daarnaast geeft de sector aan dat een rol speelt dat de vergoeding per fosfaatrecht in de Sem lager is dan de huidige marktwaarde.
Houdt de beperkte belangstelling naar uw oordeel verband met de knelpunten waarover eerder schriftelijke vragen (Kamerstuk 2026Z15702) zijn gesteld, waaronder het gebruik van 2025 als referentiejaar, de voorwaarden ten aanzien van het graslandareaal en de hoogte van de vergoeding voor fosfaatrechten? Zo nee, waarom niet?
Zie voor het antwoord op deze vraag de antwoorden op vraag 2, 3 en 4 uit de set met kenmerk 2026Z15702.
Verwacht u dat de verlenging van de openstelling zal leiden tot een substantiële toename van het aantal aanvragen? Waarop baseert u die verwachting?
In de Kamerbrief van 26 juni 2026 (Kamerstuk 36 800-XIV-87) heeft het kabinet een pakket aan maatregelen aangekondigd. Nu daar meer over bekend is, kunnen melkveehouders de aangekondigde maatregelen betrekken bij de toekomstplannen voor hun bedrijf. Ik verwacht dat er melkveehouders zullen zijn die de langere openstellingsperiode zullen gebruiken voor de keuze om al dan niet deel te nemen aan de Sem. Dit zijn individuele ondernemersbeslissingen. Het is niet in te schatten hoe groot de toename van het aantal aanvragen zal zijn. Het definitief aantal deelnemende veehouders zal na de sluiting van de openstelling bekend zijn.
De gevolgen van de overgangsregeling voor het invoedingstarief voor de subsidietenders IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B |
|
Daniël van den Berg (JA21) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) aangekondigde overgangsregeling voor het invoedingstarief?1
Ja.
Klopt het dat het verplichtingenbudget voor de subsidietenders voor IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B is verhoogd vanwege de mogelijke invoering van een invoedingstarief?
Ja.
Wanneer bent u voor het eerst geïnformeerd over het voornemen van de ACM om een invoedingstarief in te voeren en wanneer heeft u besloten het verplichtingenbudget te verhogen?
In oktober 2024 heeft de ACM op haar website aangekondigd onderzoek te doen naar de invoering van een invoedingstarief. De hoogte, vormgeving, overgangsperiode en eventuele uitzonderingen van het beoogde invoedingstarief waren toen (ook) nog niet duidelijk. Deze aankondiging was een stap in een langer durend proces waarin ACM zelfstandig onderzoek uitvoert en regelmatig belanghebbenden, waaronder EZK, consulteert. De ACM neemt later in het besluitvormingsproces definitieve keuzes over het invoedingstarief. Die zijn nog niet genomen.
Naar aanleiding van gesprekken met de ACM en de zorgen van de sector wind op zee ten tijde van de marktconsultatie van de ontwerpregeling van IJmuiden Ver Gamma is in het voorjaar van 2026 besloten om het verplichtingenbudget te verhogen.
Welke gevolgen heeft de aangekondigde overgangstermijn van twintig jaar voor de subsidietenders voor IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B?
De ACM heeft een overgangstermijn van 20 jaar aangekondigd waarvoor het invoedingstarief niet zal gelden. De termijn van 20 jaar begint te lopen op het moment dat de investering in gebruik wordt genomen. Projecten waarvoor een definitieve investeringsbeslissing is genomen vóór de ingangsdatum van het invoedingstarief – op dit moment voorzien op 1 januari 2032 – komen in aanmerking voor deze overgangstermijn.
De vergunninghouders van IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B kunnen een definitieve investeringsbeslissing nemen voor de inwerkingtreding van het invoedingstarief en vallen dan onder de aangekondigde overgangstermijn. Omdat de windparken voorzien om in gebruik te worden genomen in 2032 zijn ze tot en met 2052 uitgezonderd van het betalen van een invoedingstarief.
Vergunningen voor windparken op zee worden echter afgegeven voor een periode van veertig jaar. Dit betekent dat IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B slechts gedeeltelijk zullen worden vrijgesteld van het invoedingstarief. Windparkontwikkelaars zullen daarom ook het risico van de periode na de vrijstelling meenemen in de berekeningen van de businesscase wat doorwerkt in het te bieden tenderbedrag.
Daarnaast heeft de ACM nog geen duidelijkheid gegeven over een tariefhoogte of de vormgeving na de overgangstermijn.
De overgangsperiode van 20 jaar is positief ontvangen door de sector. Windparkontwikkelaars hebben aangegeven dat de overgangstermijn een deel van de zorgen over het invoedingstarief wegneemt, maar zeker niet alle zorgen.
Kunt u bevestigen dat deze windparken onder het overgangsrecht vallen wanneer vóór de voorziene invoering van het invoedingstarief op 1 januari 2032 een definitieve investeringsbeslissing wordt genomen en dat zij daardoor gedurende hun volledige subsidieperiode van vijftien jaar geen invoedingstarief hoeven te betalen?
Ja, op basis van de informatie die de ACM heeft gecommuniceerd.
Zoals in het antwoord onder 4 is te lezen worden windparken op zee vergund voor een periode van veertig jaar. IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B zijn dus slechts gedeeltelijk vrijgesteld van het invoedingstarief. Windparkontwikkelaars kunnen daarom ook die periode meenemen in de berekeningen van de businesscase voor het doen van een aanvraag, wat doorwerkt in het te bieden tenderbedrag.
Deelt u de conclusie dat de onderbouwing voor de verhoging van de maximale tenderbedragen door de twintigjarige overgangstermijn grotendeels is komen te vervallen? Zo nee, waarom niet?
Nee, die conclusie deel ik niet. Zoals in het antwoord onder 4 is te lezen is een vergunninghouder van het windpark Gamma-A en Gamma-B slechts een gedeelte van de veertigjarige vergunningsduur vrijgesteld van het invoedingstarief. Windparkontwikkelaars zullen ook die periode meenemen in de berekeningen van de businesscase voor het doen van een aanvraag dat doorwerkt in het te bieden tenderbedrag.
Ook heeft de ACM nog geen duidelijkheid gegeven over een tariefhoogte of de vormgeving na de overgangstermijn.
De markt moet de ruimte hebben het risico in te kunnen prijzen passend binnen hun businesscase. Het PBL bevestigt in het adviesrapport dat voldoende budgettaire ruimte naar verwachting bijdraagt aan een toenemende competitie, wat kan bijdragen aan een lager winnend tenderbedrag en daarmee lagere kosten voor de Rijksoverheid. Zoveel als mogelijk informatie en zekerheid van de ACM ná de definitieve tenderregeling en vóór het sluiten van de tender, waaronder de informatie over de overgangstermijn, draagt bij aan het beter kunnen inprijzen door de windparkontwikkelaars van het risico van het invoedingstarief en kan leiden tot een lager tenderbedrag en daarmee lagere subsidiekosten voor de overheid.
Welk deel van de verhoging van de maximale tenderbedragen met € 13 per MWh en de daarmee samenhangende verhoging van het verplichtingenbudget met € 1,56 miljard was bedoeld om het risico van het invoedingstarief op te vangen?
In de Kamerbrief over de definitieve tenderregelingen van IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B zijn daarvoor de volgende tabellen opgenomen. Daarin is te lezen dat het leidt tot een verhoogd verplichtingenbudget van € 780 miljoen per kavel. Dit bedrag kan lager uitvallen als het winnend tenderdrag lager is:
IJmuiden Ver Gamma- A
Kasreservering incl 10% prijsrisicobuffer
Subsidieplafond
Bij € 104/MWh
€ 2,379 mld
€ 3,978 mld
Bij € 117/MWh
€ 3,159 mld
€ 4,758 mld
Verschil
+ € 0,780 mld
+ € 0,780 mld
IJmuiden Ver Gamma- B
Kasreservering incl 10% prijsrisicobuffer
Subsidieplafond
Bij € 103/MWh
€ 2,271 mld
€ 3,918 mld
Bij € 116/MWh
€ 3,051 mld
€ 4,698 mld
Verschil
+ € 0,780 mld
+ € 0,780 mld
Bent u bereid het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vóór de openstelling van de tenders opnieuw te laten berekenen welke maximale tenderbedragen nodig zijn, rekening houdend met de aangekondigde overgangsregeling?
Nee, omdat ik niet van plan ben om het maximale tenderbedrag nog aan te passen. Op basis van het budget en voorwaarden in de definitieve tenderregeling besluit een windparkontwikkelaar wel of geen vergunningsaanvraag voor te bereiden. De kosten van het voorbereiden van een aanvraag zijn aanzienlijk. Een definitieve tenderregeling moet dus voldoende zekerheid bieden voor windparkontwikkelaars om een aanvraag voor te willen bereiden en in te kunnen dienen. Als er ná publicatie van de definitieve tenderregeling wel wijzigingen worden aangebracht (lees: verlaagd), dan leidt dit tot een afbreukrisico voor deze en toekomstige tenders van windparken op zee. Dit omdat de definitieve tenderregeling windparkontwikkelaars dan onvoldoende zekerheid biedt over de robuustheid van de kaders die nodig zijn om een vergunningsaanvraag voor te kunnen bereiden en in te dienen die past binnen hun businesscase.
Wel zal in de voorbereiding van volgende tenders voor windparken op zee zoveel als mogelijk de ervaring met deze tender en de meest recente informatie van de ACM over het invoedingstarief worden betrokken.
Bent u bereid de maximale tenderbedragen en subsidieplafonds vóór de openstelling van de tenders te verlagen wanneer uit deze berekening blijkt dat de huidige bedragen niet langer noodzakelijk zijn?
Nee. Zie het antwoord onder 8.
Hoe voorkomt u dat windparkontwikkelaars subsidie ontvangen voor kosten die zij vanwege het overgangsrecht tijdens de subsidieperiode niet hoeven te maken?
Omdat het een tender in competitie is zal een windparkontwikkelaar voor een grotere winkans een lager tenderbedrag willen bieden als de businesscase daartoe ruimte biedt. Het PBL bevestigt in het adviesrapport dat voldoende budgettaire ruimte naar verwachting bijdraagt aan een toenemende competitie, wat kan bijdragen aan een lager winnend tenderbedrag en daarmee lagere kosten voor de Rijksoverheid. Zoveel als mogelijk informatie en zekerheid van de ACM ná de definitieve tenderregeling en vóór het sluiten van de tender, waaronder de informatie over de overgangstermijn, draagt bij aan het beter kunnen inprijzen door de windparkontwikkelaars van het risico van het invoedingstarief en kan leiden tot een lager tenderbedrag en daarmee lagere subsidiekosten voor de overheid.
Het bericht dat het Hoogheemraadschap van Delfland uitzonderlijke maatregelen neemt vanwege de waterschaarste. |
|
Mona Keijzer |
|
Silvio Erkens (VVD), Vincent Karremans (VVD) |
|
Bent u bekend met het besluit van het Hoogheemraadschap van Delfland om per 5 augustus 2026 een volledig verbod in te stellen op het onttrekken van oppervlaktewater voor onder meer de glastuinbouw, landbouw en andere economische functies?
Ja, ik ben hiermee bekend.
Kunt u uiteenzetten hoe ernstig het watertekort in Delfland daadwerkelijk is en op welke objectieve gegevens dit besluit is gebaseerd? In hoeverre verschilt de huidige situatie van eerdere droge jaren waarin dergelijke ingrijpende maatregelen niet of later zijn genomen?
Het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna: Delfland) heeft te maken met een ernstig watertekort en ziet, als gevolg daarvan, risico’s voor de stabiliteit van keringen binnen het beheergebied toenemen. Van watertekort is sprake als de vraag naar water vanuit verschillende maatschappelijke en ecologische behoeften groter is dan het aanbod met een voor de behoefte geschikte waterkwaliteit. Een watertekort ontstaat geleidelijk en wordt objectief beoordeeld aan de hand van de ontwikkeling in waterstanden, aanvoerdebieten en berekeningen van de watervraag en -verlies door bijvoorbeeld verdamping.
Vergeleken met eerdere droogte jaren is de huidige droogte zeer ernstig. Het huidige neerslagtekort valt in de 5% hoogste ooit gemeten en ook de rivierafvoeren zijn historisch laag. De afvoer van de Rijn is met 553 m3/s lager dan ooit gemeten, de afvoer van de Maas is laag, grondwaterstanden zijn op de meeste plaatsen laag tot extreem laag en ook het waterpeil van het IJsselmeer is onder de zomerse ondergrens gezakt. Bij gebrek aan externe wateraanvoermogelijkheden zijn waterschappen als Delfland genoodzaakt pijnlijke maatregelen te nemen om de watervraag te verminderen; aan de aanbodkant kan immers niet of beperkt gestuurd worden. Zoals in Delfland het geval is, kunnen deze maatregelen onder meer de glastuinbouw, landbouw en natuur, maar ook andere categorie 3 en 4 functies uit de wettelijke verdringingsreeks hard raken. Toch zijn deze maatregelen nodig om de waterveiligheid te borgen en maatschappelijke ontwrichting te voorkomen (categorie 1 en 2 functies uit de verdringingsreeks).
Kunt u gezien het watertekort het experiment «Haringvlietsluizen op een kier»1 tijdelijk stopzetten, zodat er minder zout water de Haringvliet binnenstroomt?
In het Kierbesluit Haringvlietsluizen is rekening gehouden met situaties van lage Rijnafvoeren en droogte. Dit is vastgelegd in een bedienprotocol. Bij een Rijnafvoer van 1.100 m3/s of lager gaan de Haringvlietsluizen dicht. Daarom zijn de sluizen deze zomer al sinds 25 juni dicht. Er is daardoor geen risico op verzilting van de inlaatpunten voor zoetwater in dit gebied als gevolg van het Kierbesluit.
Is bij u bekend welke economische schade dit verbod kan veroorzaken voor boeren en tuinders in het beheergebied van Delfland, in het bijzonder voor grondgebonden glastuinbouwbedrijven met teelten zoals radijs, sla, chrysanten en alstroemeria?
Op 13 augustus jl zijn de Staatssecretaris van LVVN en ik op werkbezoek geweest in het Westland en hebben daar samen met Glastuinbouw Nederland ondernemers in de glastuinbouw gesproken. Er is sprake van economische schade, maar de omvang van deze schade is lastig exact in te schatten.
Binnen het beheergebied van Delfland bevinden zich circa 1.500 glastuinbouwbedrijven in de groente- en bloementeelt. Ongeveer 10% hiervan teelt in de volle grond en is afhankelijk van water uit sloten en regenbassins. De omvang van de economische schade voor deze bedrijven is onder meer afhankelijk van het gewas en het aantal teeltcycli. Bij langdurige teelten, zoals alstroemeria, kan de economische schade groter zijn dan bij gewassen met meerdere teeltcycli per jaar. De overige 90% van de bedrijven zijn niet volledig afhankelijk van het gebruik van oppervlaktewater. Deze bedrijven kunnen recirculeren en/of alternatieve waterbronnen inzetten.
Delfland en Glastuinbouw Nederland zijn momenteel in gesprek over aanvullende mogelijkheden om water te kunnen leveren voor de sector. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 11.
Kunt u aangeven welke gevolgen dit onttrekkingsverbod kan hebben voor de productie, werkgelegenheid en bedrijfscontinuïteit van de naar schatting 150 glastuinbouwbedrijven2 ?
Het onttrekkingsverbod zal gevolgen hebben voor een aanzienlijk deel van de glastuinbouwbedrijven in dit gebied. De omvang van de gevolgen is afhankelijk van vele factoren zoals de mate van waterbuffer die de bedrijven hebben kunnen opbouwen vóórafgaand aan het onttrekkingsverbod, de mogelijkheid en kosten van de inzet van alternatieve waterbronnen, de inzet van ondernemers om hun weerbaarheid tegen droogte te versterken (bijv. met investeringen in waterrecirculatie technieken of droogtebestendige gewassen en teeltsystemen), en de uiteindelijke duur van het onttrekkingsverbod. Na afloop van de droogte zal het Rijk de economische schade als gevolg van de huidige droogte landelijk in beeld brengen en evalueren.
Klopt het dat tuinders onvoldoende of zeer laat zijn geïnformeerd over de ernst van de situatie en de mogelijkheid van een volledig onttrekkingsverbod? Zo ja, acht u dit goed bestuur en bent u bereid Delfland hierop aan te spreken?
De droogtesituatie wordt door waterbeheerders dagelijks geëvalueerd en impactvolle besluiten worden zo lang als de situatie dat toelaat uitgesteld om onnodige schade ten gevolge daarvan te voorkomen. Delfland geeft aan dat een onverwacht sterke daling van de Rijnafvoer in combinatie met een uitzonderlijk neerslagtekort ertoe heeft geleid dat het snel moest besluiten tot een onttrekkingsverbod. Betrokken stakeholders zijn daarna zo snel mogelijk geïnformeerd. Daarbij geeft Delfland aan de periode tussen het nemen van het besluit en het ingaan van het onttrekkingsverbod zo lang mogelijk te hebben gemaakt (zo lang als de situatie toeliet) om de sectoren te kunnen informeren. Delfland heeft gehandeld conform de wettelijk vastgelegde verdringingsreeks die bij de betrokken partijen bekend is. Op dit moment sta ik in nauw contact met Delfland en Glastuinbouw Nederland over de droogtesituatie en ieders handelingspersperspectief.
Klopt het dat in eerdere communicatie van Delfland richting ondernemers de indruk is gewekt dat de watervoorziening voorlopig voldoende zou zijn? Hoe beoordeelt u in dat licht de communicatie vanuit Delfland richting ondernemers?
Nee, dit klopt niet. Delfland heeft niet gecommuniceerd dat de watervoorziening voorlopig voldoende zou zijn. Via de website, sociale media en de lokale pers is door het waterschap gedurende de droogteperiode uitvoerig gecommuniceerd over de droogtesituatie, de zorgen over de zoetwaterbeschikbaarheid en de reeds genomen en mogelijk nog te nemen maatregelen.
Klopt het dat Delfland vooral vasthoudt aan normen omtrent zoutgehalten in het water en daarom kiest voor een volledig verbod op onttrekking? Zo ja, welke afweging is daarbij gemaakt tussen de risico's van een tijdelijk hoger zoutgehalte enerzijds en het volledig verloren gaan van gewassen anderzijds?
Delfland geeft aan dat bij de afweging die is gemaakt de wettelijk vastgelegde verdringingsreeks is gehanteerd, waarbij waterveiligheid de hoogste prioriteit heeft. Bij de afweging omtrent een tijdelijk hoger zoutgehalte is meegewogen dat dit leidt tot verdere verzilting van het watersysteem. Dit brengt risico's met zich mee voor verschillende zoetwatervragers, waaronder de landbouw en glastuinbouwsector zelf en de (onderwater)natuur. Daarnaast heeft Delfland afspraken over het doorvoeren van water met een bepaalde hoeveelheid en kwaliteit met het buurwaterschap, waar het water ook meerdere gebruiksfuncties moet kunnen dienen.
Is onderzocht of een gedeeltelijk onttrekkingsverbod, bijvoorbeeld uitsluitend overdag, mogelijk was geweest, zodat in de nacht nog beperkt gebruik van oppervlaktewater kon plaatsvinden?
Ja, Delfland geeft aan een gedeeltelijk onttrekkingsverbod te hebben overwogen. Geconcludeerd is echter dat ál het beschikbare zoetwater nodig is om de waterveiligheid te borgen. Inmiddels zijn al bij verschillende dijken binnen het beheergebied scheuren ontstaan. Het waterschap monitort de dijken nauwlettend en voert waar nodig herstelwerkzaamheden uit.
Is onderzocht of onder gecontroleerde omstandigheden tijdelijk een hoger zoutgehalte kon worden toegestaan om ernstige economische schade aan voedsel- en sierteeltgewassen te voorkomen? Zo ja, wat waren hiervan de uitkomsten?
Ja, Delfland geeft aan dat deze mogelijkheid is onderzocht. Zie ook het antwoord op vraag 8.
Indien tijdelijke toelating van zouter water onvoldoende hulp zou bieden, is onderzocht of aanvullend gebruik kan worden gemaakt van gezuiverd effluent van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Hoek van Holland of Waterzuivering Harnaschpolder in Den Hoorn voor de bloementuinbouw? Zo nee, waarom niet?
Ja, Delfland en Glastuinbouw Nederland zijn momenteel in goed gesprek over aanvullende mogelijkheden om water te kunnen leveren voor de sector. Er liggen meer opties op tafel, zoals bijvoorbeeld ook ontzilting van brak- of zoutwater.
Kunt u toezeggen om samen met Delfland, de glastuinbouwsector en andere betrokken partijen te onderzoeken of een gedeeltelijk onttrekkingsverbod, een hoger zoutgehalte of een tijdelijke inzet van gezuiverd effluent van de RWZI Hoek van Holland mogelijk kan zijn om acute schade aan gewassen en bedrijven te voorkomen?
Op donderdag 13 augustus jl. zijn Staatssecretaris Silvio Erkens van het Ministerie van LVVN en ik bij Delfland op bezoek geweest, waar we met het waterschap en de sector hebben gesproken over het beschermen van de dijken en de mogelijkheden om schade aan gewassen door de watertekorten te voorkomen. Zo hebben wij bijvoorbeeld gesproken over het gebruik van gezuiverd effluent en het ontzilten van zoutwater. Met betrokkenheid van mijn departement wordt momenteel onder leiding van Delfland met urgentie onderzocht of- en onder welke voorwaarden de verschillende opties uitvoerbaar zijn. Feitelijk wordt momenteel reeds 100 m3 water per dag uit het Hollands Diep met tankwagens naar de glastuinbouwbedrijven met de grootste problemen gebracht. Tevens versoepelt Delfland het onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater tijdelijk op 19, 20 en 21 augustus voor gebruikers in categorie 3 (kapitaalintensieve gewassen en proceswater industrie).
Welke rol speelt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) bij deze besluitvorming en is binnen die commissie gesproken over alternatieven waarbij bijvoorbeeld tijdelijk meer verzilting wordt geaccepteerd ten gunste van voedselproductie en economische continuïteit? Zo nee, waarom is deze commissie niet meegenomen hierin en welke lessen trekt u hieruit?
De LCW heeft een landelijk coördinerende en adviserende functie, maar de verantwoordelijkheid en bevoegdheid voor beheermaatregelen ligt bij de betreffende waterbeheerder(s). Bovenregionale afstemming vindt binnen de LCW plaats. In dit geval was dit een maatregel binnen één Regionaal Droogte Overleg (RDO) en was er dus geen afstemming nodig met de LCW.
Hoe verhoudt de droogtesituatie in het beheergebied van Delfland zich tot de situatie in andere delen van Nederland waar eveneens sprake is van aanhoudende droogte en lage rivierafvoeren?
De droogte is in heel Nederland voelbaar en het neerslagtekort is in alle regio’s, ook die van Delfland, groot. De situatie van Delfland verschilt met andere regio’s om verschillende redenen. Het neerslagtekort in deze regio is groter dan het gemiddelde in Nederland en de aanvoer van zoetwater in het gebied is beperkt mogelijk. Door de ligging aan zee is er ook sprake van toenemende zoutindringing, wat een probleem is voor de landbouw vanwege schade aan gewassen. Bovendien is de watervraag vanuit de tuinbouw hoog en liggen er veel droogtegevoelige keringen in het beheergebied van Delfland.
Zijn er andere waterschappen die momenteel te maken hebben met vergelijkbare omstandigheden, maar waarbij geen volledig verbod op het onttrekken van oppervlaktewater voor de glastuinbouw of landbouw is ingesteld? Zo ja, welke verschillen bestaan er in de gekozen aanpak en belangenafweging?
Ja, ook bij andere waterschappen doen zich vergelijkbare omstandigheden met betrekking tot droogte voor. Echter, door regionale verschillen is de situatie bij elk waterschap anders, zo ook de omvang van de watertekorten en de genomen maatregelen. In het oosten van Nederland, waar de bodem veel zandiger is, staat het oppervlaktewatersysteem in nauwere verbinding met het grondwatersysteem. Meer dan elders zetten waterschappen hier in op grondwatermaatregelen, zoals grondwateronttrekkingsverboden. Deze zijn op verschillende plekken ingesteld om onomkeerbare schade aan Natura 2000-gebieden, eveneens categorie 1 in de verdringingsreeks, te voorkomen. In het noorden van Nederland daarentegen is het neerslagtekort kleiner en is wateraanvoer uit het IJsselmeer tot nu toe mogelijk geweest. De droogteproblematiek is hier dan ook minder kritiek.
Zo maken waterbeheerders binnen hun eigen bevoegdheden en regionale context een eigen afweging over de inzet van maatregelen. Daarbij worden de effectiviteit en proportionaliteit beoordeeld, passend bij de omstandigheden in het eigen beheergebied. Overigens hebben inmiddels de meeste regio’s onttrekkingsverboden ingesteld.
Klopt het dat Glastuinbouw Nederland niet is betrokken bij de totstandkoming van deze maatregelen en dat overleg over alternatieve oplossingen beperkt of zelfs niet heeft plaatsgevonden? Indien dit klopt, hoe beoordeelt u dat?
Delfland heeft het besluit zelfstandig genomen. Na het genomen besluit zijn alle stakeholders, waaronder de glastuinbouw, direct geïnformeerd. Het besluit is na 5 dagen in werking getreden, waarmee betrokkenen zich konden voorbereiden op het besluit. Verder geldt dat reeds enkele jaren, ook tijdens eerdere perioden van droogte, regelmatig gesprekken plaatsvinden tussen Delfland en Glastuinbouw Nederland over alternatieve gietwaterbronnen. De huidige droge periode onderstreept het belang van deze gesprekken. Momenteel worden met urgentie tijdelijke oplossingen onderzocht, zie vraag 12.
Is de gemeente Westland, waar een groot gedeelte tuinders actief zijn, vooraf betrokken door Delfland bij de totstandkoming van deze maatregel en eventuele alternatieven? Zo niet, hoe beoordeelt u dit gebrek aan afstemming door Delfland?
De gemeente Westland is, net als andere stakeholders, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de maatregelen geïnformeerd. Ik herken het beeld niet dat er een gebrek aan afstemming is geweest. Zie ook het antwoord op vraag 16.
Deelt dit kabinet de mening dat voedselzekerheid, tuinbouwproductie en de bescherming van familiebedrijven en ondernemers zwaarwegende publieke belangen zijn die nadrukkelijk moeten worden meegewogen bij besluiten over waterschaarste?
Het kabinet deelt de mening dat voedselzekerheid, tuinbouwproductie en de bescherming van familiebedrijven en ondernemers belangrijk zijn. Daarom zet het kabinet zich ervoor in om met maatregelen de balans tussen watervraag en wateraanbod zo lang mogelijk in stand te houden, waardoor het inzetten van de verdringingsreeks zo lang mogelijk wordt uitgesteld. Echter in zeer droge perioden zoals nu, is dit niet langer mogelijk en bepaalt de wettelijk vastgestelde verdringingsreeks welke belangen maatschappelijk het zwaarst wegen.
Hoe weegt het kabinet in situaties van waterschaarste, buiten het al bestaande overzicht van verdeling van zoetwater in droge tijden3 , de belangen van voedselproductie, werkgelegenheid en economische continuïteit af tegen andere belangen binnen de verdringingsreeks?
Bij (dreigende) waterschaarste geldt de wettelijk vastgestelde verdringingsreeks die gebaseerd is op artikel 2.42 van de Omgevingswet en die nader is uitgewerkt in artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De reeks geeft de rangorde van maatschappelijke belangen aan die bij de verdeling van het beschikbare water in acht wordt genomen. Dat geeft in tijden van waterschaarste op voorhand duidelijkheid over welke belangen vóórgaan als onvoldoende water beschikbaar is voor alle belangen.
Concreet komt het erop neer dat het water op grond van de verdringingsreeks als volgt wordt verdeeld tussen de volgende vier categorieën (waarbij categorie 1 voorrang krijgt boven categorie 2, categorie 2 voorrang krijgt boven categorie 3 en categorie 3 voorrang krijgt boven categorie 4):
veiligheid en voorkomen van onomkeerbare schade
nutsvoorzieningen (in verband met leveringszekerheid)
kleinschalig hoogwaardig gebruik
overige belangen (economische afweging, ook voor natuur)
1. stabiliteit van waterkeringen
2. voorkomen van klink en zetting (veen en hoogveen)
3. natuur (voorkomen onomkeerbare schade, anders cat. 4)
1. drinkwatervoorziening
2. energievoorziening
– tijdelijke beregening kapitaalintensieve gewassen
– Verwerken van industrieel proceswater
– scheepvaart
– landbouw
– natuur
– industrie
– waterrecreatie
– binnenvisserij
– drinkwatervoorziening (anders dan belang van leveringszekerheid)
– energievoorziening (anders dan belang van leveringszekerheid)
– overige belangen
gaat voor →
gaat voor →
gaat voor →
–
Voor de afweging binnen de categorieën van de verdringingsreeks geldt dat Rijkswaterstaat, provincies en waterschappen regionaal en lokaal maatregelen treffen die recht doen aan de per regio verschillende kenmerken zoals de mogelijkheden tot aanvoer van water, bodemgesteldheid, type natuur en economische belangen. Het doel is daarbij om maatschappelijke en/of economische schade zoveel mogelijk te beperken.
Daarbij geldt dat de categorieën 1 en 2 een vaste prioriteitsvolgorde kennen; dat is te zien aan de nummering in bovenstaand schema. Het gaat hierbij met name om maatschappelijke functies, waarbij het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting centraal staat. Zo wordt prioriteit gegeven aan het voorkomen van schade aan waterkeringen en aan vitale natuur, en ook aan het waarborgen van de leveringszekerheid van energie en drinkwater.
Binnen de categorieën 3 en 4 is er ruimte voor regionaal maatwerk; hier geldt geen vaste prioriteitsvolgorde. Regionaal kan dus door waterbeheerders worden bepaald welke volgorde binnen deze categorieën wordt aangehouden. Deze categorieën betreffen vooral, maar niet uitsluitend, economische functies. De mate waarin verschillende functies worden getroffen, kan daarbij sterk verschillen per regio. Categorie 3 heeft binnen de verdringingsreeks een bijzondere positie. Deze categorie vormt een uitzondering op categorie 4, waaronder onder meer landbouw en industrie vallen. Het uitgangspunt is dat met een relatief kleine hoeveelheid water, gedurende een beperkte periode, een zeer groot maatschappelijk of economisch effect kan worden bereikt, bijvoorbeeld door massale faillissementen of het volledig falen van de oogst te voorkomen. Ook bij categorie 3 blijft echter gelden dat de belangen uit categorie 1 en 2 voorgaan. Dat speelt op dit moment ook in Delfland, waar het borgen van de waterveiligheid zwaarder weegt dan het beschikbaar stellen van water voor functies in de categorieën 3 en 4.
Bent u momenteel in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland, Glastuinbouw Nederland en andere betrokken partijen over de gevolgen van deze maatregel? Zo nee, bent u bereid dit overleg met spoed te initiëren?
Zie het antwoord op vraag 12.
Bent u bereid zich actief in te zetten voor een oplossing waarbij ondernemers niet onnodig de dupe worden van bestuurlijke keuzes en waarbij ondernemers die binnen enkele dagen zonder water komen te zitten worden geholpen?
Het kabinet is zich ervan bewust dat waterschaarste ingrijpende gevolgen kan hebben voor ondernemers. Tegelijkertijd, bij ernstige waterschaarste moeten maatregelen worden genomen om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen. Het kabinet vindt het belangrijk dat ondernemers niet onnodig worden geraakt en dat binnen de kaders van de verdringingsreeks waar mogelijk naar oplossingen wordt gezocht. Daarom worden nu ook met urgentie tijdelijke oplossingen onderzocht, zoals het ontzilten van water en het hergebruik van effluent. Tevens wordt momenteel 100 m3 water per dag uit het Hollands Diep met tankwagens naar de glastuinbouwbedrijven met de grootste problemen gebracht. Tevens versoepelt Delfland het onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater tijdelijk op 19, 20 en 21 augustus voor gebruikers in categorie 3 (kapitaalintensieve gewassen en proceswater industrie). Tegelijkertijd kunnen ondernemers zichzelf ook weerbaar maken tegen waterschaarste. Het kabinet ondersteunt en stimuleert dit onder andere via het Deltaprogramma Zoetwater (DPZW) en het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW).
Deelt u de mening dat een overheid betrouwbaar, voorspelbaar en dienstbaar behoort te handelen en dat ingrijpende besluiten die ondernemers direct raken tijdig, zorgvuldig en in overleg met betrokken sectoren moeten worden voorbereid? Is dit volgens u beiden voldoende gebeurd? Zo ja, graag een tijdlijn van overleggen met de daarbij horende gespreksonderwerpen. Zo nee, hoe reflecteert u hierop en welke lessen trekt u hieruit?
Ja, die mening deel ik. Delfland geeft aan dat de situatie snelle besluitvorming vergde. Zij hebben daarbij een brede belangenafweging gemaakt conform de wettelijke verdringingsreeks. Hierbij zijn de belangen van alle stakeholders gewogen. Bijvoorbeeld die van gemeenten, binnenvaart, inwoners, recreatie en ondernemers, én de glastuinbouw. Voor een tijdlijn van overleggen verwijs ik u graag naar Delfland.
Bent u bereid in gesprek te gaan met Delfland over hun handelwijze, communicatie en belangenafweging rondom dit onttrekkingsverbod, zodat kan worden vastgesteld of hier sprake is geweest van zorgvuldig en proportioneel bestuur?
Ik zie geen aanleiding om met Delfland hierover in gesprek te gaan. Delfland heeft binnen de geldende wettelijke kaders en de daarbij behorende verdringingsreeks gehandeld. Wel is het zo dat elke droogteperiode door de LCW breed geëvalueerd wordt. Het onttrekkingsverbod van Delfland zal naar alle waarschijnlijkheid onderdeel vormen van deze evaluatie.
Kunt u deze vragen, gezien de acute situatie, de beperkte watervoorraden bij veel tuinders en de dreigende economische schade, uiterlijk 12 augustus 2026 beantwoorden?
Ik heb geprobeerd de vragen zo snel mogelijk te beantwoorden.
Tot slot, bied ik graag aan om een technische briefing over de Droogte aan de Tweede Kamer te (laten) verzorgen. Graag hoor ik of uw Kamer daar behoefte aan heeft.
Aanvullende berichtgeving over de situatie in Ceuta. |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Veel migranten verlaten Ceuta, maar duizenden willen Europese droom niet opgeven: winkels op slot en boten richting Spanje gestopt»?1
Ja.
Welke informatie heeft het kabinet ontvangen van de Spaanse autoriteiten over het aantal migranten dat Ceuta daadwerkelijk heeft verlaten en hoeveel personen zich op dit moment nog in de Spaanse exclave bevinden?
Tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000 irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over te steken waarvan zij, in samenwerking met Marokko, rond de 70.000 irreguliere migranten naar Marokko heeft laten terug keren.
Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst van Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daarom onduidelijkheid over het precieze aantal resterende irreguliere migranten dat zich nog in Ceuta bevindt. Het is daarom van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom, samen met andere gelijkgezinden lidstaten, hierop blijven aandringen.
Op welke wijze verifieert Nederland de juistheid van informatie die door de Spaanse autoriteiten wordt verstrekt over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten en de beveiliging van de buitengrens van de Europese Unie?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bekend met signalen dat de feitelijke situatie in Ceuta mogelijk afwijkt van de officiële lezing van de Spaanse autoriteiten? Zo ja, welke signalen zijn dat en welke conclusies verbindt het kabinet daaraan?
Zie antwoord vraag 2.
Indien zou blijken dat de Spaanse autoriteiten bewust een ander beeld hebben geschetst van de situatie in Ceuta of onjuiste informatie hebben verstrekt over het aantal teruggekeerde migranten, welke gevolgen zou dat volgens u moeten hebben voor de samenwerking met Spanje binnen de Europese Unie?
Het kabinet heeft geen aanwijzingen dat de Spaanse autoriteiten onjuiste informatie hebben verstrekt. Het kabinet heeft tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. Frontex opgeroepen om de situatie aan de grens, het aantal irreguliere migranten in Ceuta en eventuele bewegingen nauw te blijven monitoren en hierover te rapporteren.
Deelt u de opvatting dat betrouwbare en controleerbare informatie van lidstaten essentieel is voor een goed functionerend Europees migratiebeleid? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Wanneer zou voor u de grens bereikt zijn waarop geconcludeerd moet worden dat Spanje onvoldoende invulling geeft aan zijn verplichtingen als bewaker van de Europese buitengrens?
Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente toepassing en naleving van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. In dat kader is een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoedster van de Verdragen onmisbaar. Via Schengenevaluaties wordt getoetst of lidstaten voldoen aan het Schengen acquis. Op basis van deze evaluaties worden aanbevelingen geformuleerd die lidstaten moeten uitvoeren. Daarnaast rapporteert de Commissie over de integriteit van het Schengengebied via de Schengen barometer en het Staat van Schengenrapport. Het is, meer dan voorheen, extra van belang dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenvaluaties opvolgen om adequate toepassing en naleving van de Schengenregels te waarborgen. Het kabinet pleit er daarom voor dat tekortkomingen in de toepassing voor alle lidstaten inzichtelijk worden en politiek besproken worden tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Acht u Spanje, gelet op de huidige ontwikkelingen, nog steeds een volledig betrouwbare partner bij de uitvoering van het Europese migratiebeleid? Zo ja, waarop baseert u dat oordeel?
Het kabinet acht Spanje nog steeds een betrouwbare partner bij de uitvoering van het Europese migratiebeleid. Spanje heeft, mede op aandringen van Nederland, stappen genomen om de buitengrens verder te versterken en op korte termijn grootschalige terugkeeroperaties gestart, wat ertoe heeft geleid dat een groot aantal van de irreguliere migranten reeds zijn teruggekeerd. Het kabinet spreekt erkenning uit voor de snelle acties van Spanje. Ook ten aanzien van de uitvoering van het Pact werkt Nederland goed met Spanje samen. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Bent u bereid binnen de Raad van de Europese Unie aan te dringen op een onafhankelijke verificatie van de feiten rondom de gebeurtenissen in Ceuta, zodat lidstaten kunnen beschikken over objectieve informatie over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten en de daadwerkelijke grensbewaking? Zo nee, waarom niet?
Ja, dat heeft het kabinet tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus j.l. gedaan.
Indien zou blijken dat Spanje de Europese asiel- en terugkeerregels structureel onjuist toepast of onvoldoende handhaaft, bent u dan bereid de Europese Commissie te verzoeken een inbreukprocedure tegen Spanje te starten? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet zet er stelselmatig op in dat lidstaten het asielacquis en terugkeeracquis naleven. De Commissie ziet hierop toe, als hoedster van de verdragen. Het kabinet ziet geen reden om aan te nemen dat Spanje de verplichtingen die voortvloeien uit het asiel- en terugkeer acquis niet nakomt.
Ten aanzien van de verantwoordelijkheidsregels als bedoeld in artikel 60, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1351 geldt dat de Nederlandse ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert. Ook de Europese Commissie heeft op op 15 juli 2026 een mededeling gepubliceerd over eventuele structurele tekortkomingen in lidstaten. Daarin concludeert de Commissie, in lijn met de Nederlandse ervaring, dat er ten aanzien van Spanje geen signalen zijn voor structurele tekortkomingen bij de uitvoering van de overdrachten onder AMbV
Bent u bereid de Europese Commissie te verzoeken onderzoek te doen naar mogelijke systematische tekortkomingen in de toepassing van de verantwoordelijkheidsregels door Spanje als bedoeld in Artikel 60, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1351? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 10.
Deelt u de opvatting dat, indien de Europese Commissie dergelijke systematische tekortkomingen vaststelt, andere lidstaten niet gehouden zouden moeten zijn solidariteitsbijdragen – waaronder herplaatsingen of financiële bijdragen – aan Spanje te leveren? Bent u bereid dit standpunt in Europees verband uit te dragen?
Indien de Europese Commissie systemische tekortkomingen vaststelt bij een lidstaat die solidariteit ontvangt bij het uitvoeren van de AMbV overdrachten, dan zijn de andere lidstaten niet meer verplicht om solidariteit aan deze lidstaat te geven. Op basis van de laatste evaluatie van de Commissie, in lijn met de Nederlandse ervaring, is dit voor Spanje niet aan de orde.
Bent u bereid de Spaanse ambassadeur te ontbieden indien blijkt dat de Spaanse autoriteiten de Europese partners onjuist of onvolledig hebben geïnformeerd over de migratiesituatie in Ceuta? Zo nee, waarom niet en wanneer zou u dit wel aan de orde zijn?
Dit is niet aan de orde. het kabinet heeft geen aanwijzingen dat de Spaanse autoriteiten onjuiste informatie hebben verstrekt. Spanje heeft snel, proactief en continu informatie gedeeld over de situatie in Ceuta.
Welke diplomatieke stappen acht u passend indien zou blijken dat Spanje bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten of de naleving van Europese verplichtingen?
Zie antwoord vraag 13.
Bent u bereid, indien Spanje de buitengrens aantoonbaar onvoldoende bewaakt en daardoor een ernstig risico ontstaat voor de openbare orde en de werking van het Schengengebied, tijdelijke maatregelen te treffen ten aanzien van het personenverkeer van en naar Spanje, waaronder intensivering van grenscontroles op lucht- en zeeverbindingen, voor zover het Unierecht daarvoor ruimte biedt? Zo nee, waarom niet?
Omdat het Schengengebied niet geschonden is en het overgrote deel van de irreguliere migranten weer is teruggekeerd is dit nu niet in beeld.
Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er controles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Heeft u kennisgenomen van maatregelen van andere lidstaten om het personenverkeer met Spanje tijdelijk aan aanvullende controles te onderwerpen naar aanleiding van de huidige migratiesituatie? Zo ja, hoe beoordeelt u deze maatregelen?
Ja. Het is niet aan het kabinet om de maatregelen van andere lidstaten te beoordelen.
Onder welke omstandigheden acht u het gerechtvaardigd om, met een beroep op de Schengengrenscode, tijdelijke grenscontroles ten aanzien van reizigers vanuit Spanje in te voeren indien sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid?
Zie antwoorden hierboven. Op dit moment is er geen additioneel risico voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid geconstateerd, mede vanwege het feit dat er tot op heden geen secundaire bewegingen naar het Europese vasteland zijn geconstateerd. Het kabinet blijft de situatie nauw monitoren. Mocht de situatie wijzingen en additionele maatregelen nodig blijken zal het kabinet uw Kamer daarover informeren.
Bent u bekend met de Spaanse wetgeving op grond waarvan de Spaanse regering alleenstaande minderjarige migranten die illegaal Ceuta zijn binnengekomen niet zal terugsturen, maar deze minderjarige migranten in de procedure zal opnemen en eventueel naar andere autonome regio’s binnen Spanje zal sturen? Zo ja, kunt u aangeven of er informatie bekend is dat deze illegaal binnengekomen amv’ers reeds in de procedure zijn opgenomen dan wel verplaatst zijn naar andere autonome regio’s in Spanje?
Het kabinet heeft geen geverifieerde informatie waaruit blijkt dat de amv’ers al zijn opgenomen in een procedure dan wel zijn overgeplaatst naar andere autonome regio’s.
Op welke juridische grondslag baseert Spanje dit beleid en acht u dit in overeenstemming met de het Europese migratiebeleid?
Het is niet aan het kabinet om te beoordelen of het handelen van Spanje in lijn is met de Europese wetgeving. Het is aan de Europese Commissie als hoeder van de verdragen om hier op toe te zien.
Deelt u de opvatting dat het vooruitzicht op opvang en herverdeling binnen Europa een aanzuigende werking kan hebben op alleenstaande minderjarige migranten en mensensmokkelaars? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft duidelijk gemaakt, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen.
In algemene zin is het, om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, van belang dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Migranten die geen recht hebben om asiel moeten snel afgewezen worden, en de terugkeer geeffectueerd. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie van het Asiel- en Migratiepact en de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhub.
Bestaat het risico dat deze minderjarigen zich, nadat zij binnen Spanje zijn verdeeld, vrij binnen het Schengengebied kunnen verplaatsen en uiteindelijk ook Nederland bereiken? Hoe beoordeelt u dit risico?
Voor de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die asiel hebben aangevraagd in Spanje geldt conform EU-regelgeving dat de lidstaat van eerste aanvraag, in dit geval Spanje, verantwoordelijk is voor de beoordeling van het asielverzoek. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Hoe beoordeelt u het Spaanse beleid in het licht van de noodzaak om irreguliere migratie en mensensmokkel tegen te gaan?
Het is niet aan het kabinet om het beleid van Spanje te beoordelen. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met Spanje te onderzoeken. Hen is gevraagd hierin in ieder geval de oorzaken, inclusief de rol van mensensmokkelaars en tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens, mee te nemen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bereid binnen de Raad van de Europese Unie aan te dringen op een eenduidig Europees beleid waarbij ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen dat erop ziet dat ook zij, bij illegale grensoverschrijding, direct teruggestuurd worden?
Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) zonder verblijfsvergunning op het grondgebied van een lidstaat verkeert, kan een lidstaat een terugkeerbesluit nemen en is de amv daarmee vertrekplichtig. Hier zijn wel voorwaardes aan verbonden om de amv te beschermen en niet zonder adequate opvang naar het land van herkomst te sturen. De amv heeft ook, net zoals iedereen, het recht om asiel aan te vragen. Zodra de asielprocedure loopt heeft de amv, net zoals ieder ander, het recht om deze af te wachten op het territorium van de lidstaat waar de asielprocedure is aangevraagd.
Het beleid en de bijzondere waarborgen en uitzonderingen inzake de procedure en beoordeling van asielverzoeken van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen is op Europees niveau vastgelegd in onder andere de Asielprocedureverordening. Daarmee is er reeds eenduidig Europees beleid.
Bent u het eens met de uitspraak van de Minister-President op X waarin hij stelt dat de invasie te wijten is aan mensensmokkelaars?2
Het is een gegeven dat mensensmokkelaars een kwalijke rol spelen in de migratieroutes tussen Noord-Afrika en Europa. Het kabinet heeft de rol van mensensmokkelaars, het misbruik dat zij maken van kwetsbare personen en de rol die zij hebben gespeeld in dit incident veroordeeld. Het kabinet vindt het van belang dat het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars doorbroken wordt.
Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord, kunt u onderbouwen op basis van welke concrete informatie de Minister-President stelt dat de gebeurtenissen in Ceuta zijn veroorzaakt door mensensmokkelaars? Beschikt het kabinet over bevestigde inlichtingen of strafrechtelijke onderzoeken waaruit dit blijkt, of betreft dit een aanname? Indien die onderbouwing ontbreekt, waarom presenteert de Minister-President deze lezing, welke u volgt, dan als een vaststaand feit, terwijl er ook andere verklaringen voor de massale grensbestorming worden genoemd?
Zoals hierboven aangegeven veroordeelt het kabinet de rol die mensensmokkelaars hebben gespeeld. Om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen is het van belang dat er verder onderzoek wordt gedaan naar de totstandkoming van dit incident, het samenspel tussen de verschillende factoren waaronder mogelijke tekortkomingen aan de buitengrens en de rol van mensensmokkelaars is hierbij van belang. Nederland heeft hiertoe tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus jl. opgeroepen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bekend met het bericht «Online werd massale overtocht naar Ceuta wekenlang voorbereid en gepromoot»?3 Zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?
Ja. Het is op dit moment is moeilijk te kwantificeren welke factoren allemaal een rol hebben gespeeld en in welke omvang. Het kabinet loopt niet vooruit op de uitkomsten van het eerdergenoemde onderzoek.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat de Spaanse inlichtingendiensten, volgens de Spaanse krant ABC, op de hoogte waren van de dreiging van de invasie in Ceuta? En hoe beoordeelt u het optreden van de Spaanse inlichtingendienst?
Het is niet aan het kabinet om het optreden van de Spaanse inlichtingdiensten te beoordelen.
Bent u bekend met de aanwijzingen dat Marokkaanse autoriteiten onvoldoende hebben opgetreden tegen mensensmokkel, georganiseerde migratiestromen of online oproepen om de oversteek naar Ceuta te maken? Zo ja, hoe beoordeelt u deze?
Het kabinet gaat nu niet in op dit soort analyses over het ontstaan van de situatie. Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
In hoeverre deelt u de zorgen van de Spaanse autoriteiten dat migratie opnieuw als politiek drukmiddel zou kunnen worden ingezet? En welke maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat dit gaat gebeuren?
De Raad heeft in 2024 een Verordening vastgesteld met maatregelen in geval van instrumentalisering van migratie. Daarnaast is een gezamenlijke inzet op de versterking van buitengrenzen en de andere maatregelen zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 7 essentieel.
Welke rol speelt de samenwerking tussen de Europese Unie en Marokko bij grensbewaking en het tegengaan van illegale migratie, en voldoet Marokko volgens u momenteel aan de gemaakte afspraken?
Zowel de Europese Unie als EU-lidstaten onderhouden nauwe betrekkingen met Marokko op het gebied van migratie en werken samen op verschillende terreinen, waaronder grensmanagement en het verbeteren van terugkeersamenwerking. Marokko heeft voorts constructief meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van verdere irreguliere bewegingen.
De massale bestorming van de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla en de gevolgen daarvan voor Nederland |
|
Ralf Dekker (FVD), Tom Russcher (FVD) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat volgens schattingen van het Spaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken in 24 uur tijd circa 49.000 migranten vanuit Marokko de Spaanse exclave Ceuta zijn binnengedrongen, zowel over land als via zee?1 2
Ja.
Deelt u de opvatting dat de grens van Ceuta geen louter Spaanse aangelegenheid is, maar een gemeenschappelijke buitengrens van de Europese Unie en het Schengengebied, waarvan het bezwijken directe gevolgen heeft voor Nederland?
Met de eerder toegelichte inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden en zijn er dus geen directe gevolgen voor Nederland geconstateerd.
De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa van groot belang is. Nederland heeft in de extra JBZ-Raad van 4 februari onderstreept dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken. De EU moet in onderlinge solidariteit blijven investeren in het versterken van de buitengrenzen, het tegengaan van irreguliere migratie en de terugkeer van vertrekplichtige migranten. Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente implementatie van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. Een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoeder van de Verdragen, is daarbij onmisbaar. Tegelijkertijd vraagt het ook, meer dan voorheen, dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenevaluaties opvolgen om hun implementatie te versterken. Ook pleit het kabinet onverminderd voor het transparant maken en open bespreken van de tekortkomingen en het bespreken hiervan tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Erkent u dat migranten Ceuta beschouwen als toegangspoort tot de Europese Unie en dat een aanzienlijk deel van hen zal trachten door te reizen naar Noordwest-Europese lidstaten, waaronder Nederland?
Zie antwoord hierboven. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa en het tegengaan van irreguliere migratie van groot belang is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken.
Welke lessen heeft de Europese Unie volgens u getrokken uit de bestorming van de Spaanse exclave Melilla in juni 2022 en Ceuta in mei 2021, waarbij eveneens duizenden migranten binnenkwamen?3
De situatie bij Ceuta van vorige week is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Dit incident was van een compleet andere ordegrootte dan de situaties waar de vraagsteller naar verwijst, waarbij het respectievelijk ging om 2000 en 8000 migranten. Tijdens de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000 irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over te steken. De Spaanse autoriteiten hebben voor het overgroote deel van deze migranten de terug naar Marokkaans grondgebied bewerkstelligd.
In de afgelopen jaren heeft de EU geïnvesteerd in het verder versterken van het Europese asiel- en migratiesysteem, alsook het versterken van de buitengrenzen. In het algemeen zijn daardoor de irreguliere grensoverschrijdingen in de EU de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Ook lijkt het erop dat het Spanje met het huidige instrumentarium is gelukt om te zorgen dat het Schengengebied niet is geschonden.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat Marokkaanse grenswachters kort voor de massale oversteek plotseling van hun posten verdwenen?4 5
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit. Wel ziet het kabinet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. Er is op dit moment daarom geen aanleiding voor maatregelen, des te meer omdat Marokko constructief heeft meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van verdere irreguliere migratie.
Verder is het kabinet van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Deelt u de analyse dat Marokko migratie doelbewust inzet als diplomatiek drukmiddel jegens Spanje en de Europese Unie?6
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om, bilateraal dan wel in EU-verband, consequenties te verbinden aan dit Marokkaanse handelen, bijvoorbeeld op het terrein van visumverlening, handelspreferenties of ontwikkelingssamenwerking?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bekend met de uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof van begin juli 2026, waarin is geoordeeld dat migranten die zwemmend of per boot Ceuta bereiken niet zonder procedure mogen worden teruggestuurd?
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat volgens de Spaanse regering mensensmokkelbendes van deze uitspraak misbruik maken om de huidige massale oversteek te organiseren?
Nederland heeft, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen opgeroepen om samen met Spanje te onderzoeken hoe dit tot stand heeft kunnen komen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Erkent u dat hiermee opnieuw is aangetoond dat juridische waarborgen die uitzetting zonder procedure onmogelijk maken, een aanzuigende werking op illegale migratie hebben?
Nee. Juridische waarborgen zijn de basis van een goed werkende rechtsstaat. Wel is het van belang om dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen te onderzoeken hoe de situatie bij Ceuta tot stand is gekomen. Nederland heeft daarom in de iJBZ-raad van 4 augustus, gevraagd om een onderzoek naar de oorzaken en de tekortkomingen uitgevoerd door de Europese Commissie en de relevant EU-agentschappen, in samenwerking met Spanje, om hierover meer helderheid te krijgen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bekend met het arrest N.D. en N.T. tegen Spanje, waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat Spanje migranten die massaal het grenshek bij Melilla bestormden direct mocht terugleiden, zonder daarmee het verbod op collectieve uitzetting te schenden?7
Ja, ik ben bekend met de uitspraak van het EHRM.
Bent u bereid om in Europees verband te bepleiten dat de ruimte die dit arrest biedt voor het direct terugleiden van migranten die de buitengrens massaal bestormen, door de lidstaten maximaal wordt benut?
Op 15 mei jl. heeft de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring aangenomen. Hierin wordt verwezen naar een situatie van massale aankomsten. De verklaring bevestigt de soevereiniteit van lidstaten in het beschermen van nationale grenzen en het besluiten over wie op het grondgebied mag verblijven, in overeenstemming met de verplichtingen onder het EVRM. Het kabinet heeft, samen met andere lidstaten, opgeroepen tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring. Het EHRM oordeelde overigens in genoemde zaak dat er geen schending was van het verbod op collectieve uitzetting omdat de verzoekers geen gebruik hadden gemaakt van bestaande juridische procedures om legaal toegang te krijgen tot Spaans grondgebied.
Bent u bekend met de buitengewone regularisatieregeling van de regering-Sánchez, op grond waarvan illegaal in Spanje verblijvende migranten tussen 16 april en 30 juni 2026 een verblijfs- en werkvergunning konden aanvragen, en waarvoor blijkens mededelingen van de Spaanse regering ruim één miljoen aanvragen zijn ingediend?8 9
Ja, daarmee ben ik bekend.
Bent u tevens bekend met het door premier Sánchez op 30 juni 2026 gepresenteerde «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030», waarin deze massale regularisatie uitdrukkelijk wordt gepresenteerd als eerste stap op weg naar volwaardig burgerschap?
Het kabinet is bekend met het Spaanse «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030»
Wat zegt de huidige explosieve toestroom richting Ceuta, die kort volgt op de afronding van de Spaanse regularisatieronde en de presentatie van het genoemde plan, volgens u over de aanzuigende werking van dergelijke versoepelingen?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de informele JBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Indien u van oordeel bent dat er geen verband bestaat tussen het Spaanse regularisatiebeleid en de huidige toestroom, kunt u die opvatting dan onderbouwen met een alternatieve verklaring voor het feit dat juist nu tienduizenden Marokkanen de oversteek naar Spaans grondgebied wagen?
Zie antwoord vraag 15.
Erkent u dat een door Spanje afgegeven verblijfsvergunning de houder het recht geeft om vrij door het Schengengebied, en dus ook door Nederland, te reizen?
De door Spanje afgegeven vergunning geeft recht op verblijf en werk in Spanje. Op grond van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst mag de houder van een dergelijke vergunning maximaal 90 dagen in andere Schengenlanden verblijven, voor zover aan de toepasselijke voorwaarden voor binnenkomst wordt voldaan. Iemand met een dergelijke vergunning heeft geen recht om zich in Nederland te vestigen. Uiteraard houdt Nederland in nauw contact met Spanje de situatie in de gaten.
Erkent u dat geregulariseerde migranten na vijf jaar legaal verblijf in Spanje de status van langdurig ingezetene kunnen verkrijgen, die hun onder voorwaarden het recht geeft zich in andere lidstaten, waaronder Nederland, te vestigen?
Op grond van de Richtlijn Langdurig Ingezeten (richtlijn 2003/109/EG) kunnen onderdanen uit derde landen de status van langdurig ingezetene krijgen wanneer zij legaal en ononderbroken vijf jaar op het grondgebied van een lidstaat verblijven en voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze status geeft hen onder voorwaarden het recht om langer dan drie maanden in een andere lidstaat te verblijven. In die andere lidstaat moet dan wel een verblijfsvergunning worden aangevraagd, waarbij getoetst wordt op onder meer een gevaar voor openbare orde en het middelenvereiste. Komt de langdurig ingezetene derdelander voor arbeid naar Nederland, dan geldt in Nederland in het eerste jaar een arbeidsmarkttoets.
Deelt u dan ook de conclusie dat het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid daarmee de facto mede Nederlands migratiebeleid is, zonder dat de Staten-Generaal of de Nederlandse kiezer daarover enige zeggenschap heeft gehad?
Nee, de richtlijn langdurig ingezetenen heeft geen betrekking op naturalisatie. Daarover gaan de lidstaten zelf.
Bent u bekend met het bericht dat Italië ermee heeft gedreigd Spanje tijdelijk uit het Schengengebied te weren vanwege deze crisis, en deelt u de daaraan ten grondslag liggende zorg dat via Spanje toegelaten migranten zich vervolgens ongehinderd over het Schengengebied kunnen verspreiden?
Ja, ik ben bekend met het bericht. Die zorg deelt het kabinet niet, want doorreizen vanuit Ceuta kan enkel gecontroleerd. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied.
Bent u bereid om in het licht van deze crisis de controles aan de Nederlandse landsgrens te intensiveren?
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid – en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Kunt u uitsluiten dat Nederland op grond van het solidariteitsmechanisme van de per 12 juni 2026 van toepassing geworden Asiel- en Migratiebeheerverordening zal worden verplicht om naar aanleiding van deze crisis asielzoekers uit Spanje over te nemen dan wel financiële solidariteitsbijdragen te leveren?10
De berekening van welke lidstaten solidariteit ontvangen onder het solidariteitsmechanisme is gebaseerd op verschillende factoren waaronder de bevolkingsomvang, BBP en de irreguliere asielaankomsten en asielprocedures, van de afgelopen vijf jaar. Vervolgens is het aan de Europese Commissie om tot een voorstel te komen van de verdeling en daarmee hoeveel solidariteit lidstaten ontvangen. Hier moet overeenstemming over bereikt worden binnen de EU. Het kabinet kan daar geen berekening van maken.
Indien het antwoord op vraag 22 ontkennend luidt, kunt u dan aangeven met de overname van hoeveel asielzoekers of met welke financiële bijdragen Nederland in het uiterste geval rekening moet houden?
Zie antwoord vraag 22.
Deelt u de opvatting dat de inzet van slechts zestig Spaanse militairen tegenover een toestroom van tienduizenden migranten volstrekt ontoereikend is om deze buitengrens van de Europese Unie te verdedigen?
Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan daar moeten ook een analyse bij zitten over de mogelijke tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens bij Ceuta. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Daarbij is het cruciaal dat Spanje, in samenwerking met Marokko en ondersteund door de Europese Commissie, beziet hoe de buitengrens bij Ceuta versterkt kan worden en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De Commissie moet, als hoeder van de verdragen, hierin een leidende rol hebben en rapporteren aan de lidstaten over de uitkomsten van deze evaluatie.
Heeft de Nederlandse regering Spanje personele of materiële steun aangeboden voor de bewaking van de buitengrens bij Ceuta?
Er is op dit moment geen concrete steun toegezegd of gevraagd door Spanje. In algemene zin zal Nederland lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken waar mogelijk steunen als zij daarom vragen.
Indien het antwoord op vraag 25 ontkennend luidt, bent u dan bereid een dergelijk aanbod, in overleg met de Minister van Defensie, alsnog te doen?
Zie antwoord vraag 25.
Bent u bereid deze crisis en de grensoverschrijdende gevolgen van het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid te agenderen voor de eerstvolgende JBZ-Raad en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welke effect deze ontwikkelingen precies hebben gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de iJBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van dit incident te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Een massale grensoversteek bij Ceuta |
|
Diederik Boomsma (CDA), Simon Ceulemans (JA21) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Wat is het meest recente bekende aantal illegale migranten dat sinds 30 juli 2026 vanuit Marokko de grens met de Spaanse exclave Ceuta is overgestoken? Hoeveel potentiële illegale migranten zijn nog onderweg? En wat is de meest recente situatie in Melilla?
Tijdens de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. schatte Spanje dat er 72.000 mensen op irreguliere wijze bij Ceuta de grens zijn overgestoken en een paar honderd bij Melilla en dat 70.000 personen ook weer zijn vertrokken uit Ceuta. Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst in Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daarom onduidelijkheid over het precieze aantal resterende irreguliere migranten dat zich nog in Ceuta bevindt. Het is daarom van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom, samen met andere gelijkgezinden lidstaten, hierop blijven aandringen.
Deelt u de opvatting dat een lidstaat die zijn buitengrens niet effectief bewaakt en die illegale migranten niet tegenhoudt en terugstuurt niet alleen zijn eigen grens opent, maar die van alle lidstaten, Nederland inbegrepen? Welke consequentie verbindt het kabinet daaraan voor de Nederlandse opstelling jegens Spanje?
Spanje heeft, in samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de migranten bewerkstelligd en nieuwe aankomsten voorkomen door de grens te versterken. Daarbij is van belang dat voor de gebieden Ceuta en Melilla speciale Schengenregels gelden (die Spanje heeft uitgevoerd). Er zijn standaard controles tussen Ceuta en Melilla en het vasteland van Spanje (en andere Schengenstaten). Doorreizen vanuit Ceuta naar de rest van Schengen gaat enkel gecontroleerd. Hierdoor is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft tijdens de extra informele JBZ-Raad opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is noodzakelijk dat Spanje haar inzet op het terug laten keren van de resterende irreguliere migranten blijft voortzetten. Spanje heeft tijdens de JBZ-raad bevestigd dat zij dit zal doen. Het kabinet blijft hier aandacht voor vragen.
Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met Spanje te onderzoeken. Hen is gevraagd hierin in ieder geval de oorzaken, inclusief de rol van mensensmokkelaars en tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens, mee te nemen. Hoe sociale media in dit verband zijn gebruikt, is ook een belangrijk aandachtspunt. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u ermee bekend dat de Italiaanse regering naar aanleiding van deze gebeurtenissen heeft bepleit Spanje tijdelijk uit het Schengengebied te weren? Deelt u de conclusie dat de massale illegale grensoversteek bij de Spaanse exclaves (en eerder al het massale generale pardon voor illegalen) een onaanvaardbaar risico voor andere lidstaten, inclusief Nederland, vormt en bent u bereid de Italianen te steunen in hun inzet? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet is bekend met de reactie van Italië. Daarbij verwijst het kabinet naar het antwoord op vraag 2 over de aanvullende Schengenregels en de constatering dat het Schengengebied niet geschonden lijkt.
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid – en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), waarmee extra druk op ons asielstelsel door de situatie in Ceuta wordt voorkomen. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert. Indien een lidstaat aan de buitengrens de grens onvoldoende beheert zijn er afhankelijk van de situatie verschillende mogelijkheden tot ingrijpen. Dit is nu niet aan de orde.
Welke andere instrumenten staan lidstaten dan ter beschikking wanneer een medelidstaat zijn buitengrens structureel niet effectief bewaakt, en is het kabinet bereid die instrumenten in te zetten? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Wat is u bekend over de wegkijkende en/of zelfs faciliterende rol van Marokko in deze massale illegale grensoversteek? Welke financiële, diplomatieke, visumgerelateerde consequenties, etc. bepleit en verbindt u hieraan richting Marokko?
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit. Het kabinet ziet voorts dat de samenwerking met Marokko cruciaal is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere EU-lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. Het kabinet spreekt waardering uit voor de samenwerking en optreden met en van Marokko.
Deelt u de opvatting dat een Pact waarvan de verplichte grensprocedure niet werkt voor een groot deel van de groep die nu de buitengrens overschrijdt, zijn belangrijkste belofte niet waarmaakt? Indien u die opvatting niet deelt, waaruit blijkt dan dat het Pact in deze eerste praktijktest wel werkt?
Zie beantwoording op voorgaande vragen. De situatie zoals we vorige week zagen is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Tegelijkertijd heeft Spanje, in samenwerking met Marokko, de nodige stappen gezet om de situatie weer onder controle te krijgen en is het grootste deel van deze irreguliere migranten teruggekeerd.
In algemene zin is het, om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, van belang dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie en toepassing van het Asiel- en Migratiepact, dat sinds juni in werking is, de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhubs.
Hoe beoordeelt u de beslissing van het Spaanse Tribunal Supremo dat grensweigering niet mag worden toegepast op migranten die zwemmend Ceuta of Melilla willen bereiken, maar dat die dus niet mogen worden terugoverhandigd aan Marokko en in Spanje in procedure moeten worden genomen?1 Ziet u een verband met de recente toestroom van pogingen van migranten om zwemmend, soms met wetsuit en andere voorwerpen, die enclaves te bereiken?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, het Voorzitterschap en de Voorzitter van de Europese Raad is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de JBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek. Daarop gaat het kabinet niet vooruitlopen.
In deze uitspraak wordt verwezen naar de uitspraak van het EVRM-Hof in Straatsburg Hirsi-Jamaa tegen Italië? Deelt u de mening dat dit andermaal aantoont dat deze jurisprudentie moet worden teruggedraaid? Kunt u dit toelichten?
Het kabinet respecteert de taak van het EHRM om, middels zijn jurisprudentie, erop toe te zien dat Staten die partij zijn bij het EVRM hun verdragsverplichtingen nakomen.
Op 15 mei jl. is door de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring aangenomen. In de Chisinau-verklaring wordt de ruimte van Staten binnen het systeem van de Raad van Europa en het EVRM om hun eigen asiel- en migratiebeleid te voeren, waaronder innovatieve oplossingen, ook benadrukt. Onderdeel van deze ruimte zijn bijvoorbeeld ook de beginselen van subsidiariteit en de beoordelingsruimte die lidstaten hebben. Het kabinet heeft samen met 21 andere EU-lidstaten in een brief aan de Europese Commissie, het Voorzitterschap en de Voorzitter van de Europese Raad opgeroepen tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring.
Deelt u de opvatting dat het onaanvaardbaar is dat de gevolgen van een grens die elders niet wordt bewaakt uiteindelijk neerslaan in Nederlandse gemeenten? Welke concrete en aanvullende instroombeperkende maatregelen neemt het kabinet nog deze zomer om dat te voorkomen?
Zoals in eerdere antwoorden reeds aangegeven, kan doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd. Hierdoor is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Zie ook het antwoord op vraag 3–4 over het informatiegestuurd optreden van de Koninklijke Marechaussee aan de binnengrens van Nederland.
Bent u tevens bereid om, gelet op deze ontwikkelingen in combinatie met de enorme druk op de Nederlandse samenleving en opvangcapaciteit, alsnog over te gaan tot invoering van het noodrecht met betrekking tot asiel? Zo nee, waarom niet?
Nee,het overgrote deel van de irreguliere migranten is teruggekeerd en het Schengengebied lijkt niet geschonden. Het kabinet monitort de situatie nauw. Indien nodig kan het kabinet aanvullende maatregelen nemen in het kader van grensbeheer. Nationale maatregelen op asiel zijn niet aan de orde.
Kunt u bevestigen dat de binnengrenscontroles thans lopen tot uiterlijk 30 september 2026? Bent u bereid deze tenminste te verlengen en te intensiveren zolang de druk op de zuidelijke buitengrens aanhoudt en de Kamer daarover zo snel mogelijk te informeren?
Zoals het kabinet op 8 mei jl. aan uw Kamer heeft gemeld, loopt de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode tot eind september. Deze controles worden informatie- en risicogestuurd uitgevoerd. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de Marechaussee de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Bent u ermee bekend dat UNHCR op zijn publieksvoorlichting voor Spanje, beschikbaar in het Spaans, Arabisch, Engels, Frans en Oekraiens en voorzien van een instructievideo, uitlegt hoe men aan de grensposten van Ceuta en Melilla asiel aanvraagt? Deelt u de conclusie dat dit neerkomt op het stimuleren van illegale migratie?
UNHCR is de VN-organisatie gemandateerd met de bescherming van vluchtelingen en ontheemden, waarbij het waarborgen van het recht op asiel als een kerntaak wordt beschouwd. Onderdeel hiervan is ook het verschaffen van informatie waaronder over asielprocedures in verschillende landen.
Kunt u aangeven welk deel van de Nederlandse bijdrage aan UNHCR in 2025 en 2026 aan voorlichting van dit type is besteed?
Nederland doet geen gerichte bijdrage aan de activiteiten van UNHCR in Spanje. Daarmee wordt er dus ook niet specifiek aan deze voorlichting bijgedragen. Wel doet Nederland jaarlijks een ongeoormerkte bijdrage aan de centrale begroting van UNHCR, zodat de organisatie dit kan besteden, vanuit hun mandaat, op de meest effectieve en (kosten-)efficiënte manier en waar de noden het hoogst zijn. Details worden door UNHCR weergegeven in hun jaarlijkse rapporten2. Het Nederlandse aandeel in deze middelen valt niet volledig te herleiden.
Bent u ermee bekend dat sinds 12 juni 2026 de Europese lijst van veilige landen van herkomst geldt, waarop Marokko is opgenomen? Kunt u bevestigen dat het inwilligingspercentage voor Marokkaanse onderdanen onder de twintig procent ligt, en dat daarmee de verplichte asielgrensprocedure van toepassing is op Marokkaanse verzoekers die na 12 juni 2026 aan de buitengrens een verzoek indienen?
Ja, daar is het kabinet mee bekend. Er is in beginsel een verplichting tot het toepassen van de asielgrensprocedure indien de vreemdeling aan de buitengrens een aanvraag indient en afkomstig is uit een land waarvoor het inwilligingspercentage blijkens de EUROSTAT-gegevens 20% of minder is. Het inwilligingspercentage van aanvragen van Marokkaanse onderdanen was volgens de cijfers van Eurostat 4,5%. De verplichting geldt dus in het geval van Marokkaanse onderdanen, behoudens de algemeen geldende uitzonderingen. Indien de asielgrensprocedure niet van toepassing is, dan vallen deze aanvragen, onder andere omdat Marokko is opgenomen op de Europese lijst van veilige landen van herkomst (Bijlage II van de Procedureverordening (Verordening (EU) 2024/1348), onder een versnelde asielprocedure.
Deelt u de mening dat dergelijke bestormingen vanuit een veilig land als Marokko niet mogen worden «beloond» met een asielprocedure en dat de groep die op deze manier Ceuta heeft bereikt dus direct moet worden teruggestuurd? Zo nee, waarom niet? Is het kabinet bereid dit standpunt over te brengen aan de Spaanse en Marokkaanse overheden?
Het kabinet is van mening dat Spanje en Marokko hun volle inzet moeten richten op de terugkeer van de resterende irreguliere migranten om daarmee secundaire migratie tegen te gaan. Dat standpunt heeft Nederland ook overgebracht tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl.
Op welke manier gaat u voorkomen en monitoren of deze migranten naar Nederland doorreizen?
Zoals in voorgaande antwoorden aangegeven heeft Spanje, in goede samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de migranten bewerkstelligd en nieuwe aankomsten voorkomen door de grens te versterken. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden.
Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, dan worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de Asiel- en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op het asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Wilt u deze vragen één-voor-één en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Het kabinet heeft getracht de beantwoording van de vragen zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te doen toekomen. Daarbij is rekening gehouden met de laatste relevante ontwikkelingen, zoals de extra informele JBZ-Raad. Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Het artikel waaruit blijkt dat alleen Nederlandse chauffeurs een boete krijgen als ze over de Merwedebrug rijden |
|
Hidde Heutink (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Alleen Nederlandse chauffeurs krijgen boete als ze over Merwedebrug rijden: «Pure concurrentievervalsing»» en kunt aangeven of het klopt dat alleen Nederlandse chauffeurs een boete krijgen als ze over de Merwedebrug rijden? Zo nee, kunt u toelichten waar de bevindingen van het AD vandaan komen en waarom deze onjuist zijn?1
Bent u indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend is bereid om het uitschrijven van bekeuringen aan Nederlandse chauffeurs te staken zolang buitenlandse chauffeurs geen bekeuring kunnen krijgen? Zo nee, waarom niet?
Bent u het eens met de stelling dat louter het bekeuren van Nederlandse chauffeurs discriminatie is en dat dit past in de trend bij de overheid waarin Nederlanders overmatig worden benadeeld ten opzichte van niet-Nederlanders? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Kunt u bevestigen dat het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod vereisen dat overtreders ongeacht nationaliteit op gelijke wijze worden behandeld? Zo ja, hoe wordt daarop toegezien en hoe gaat u deze evidente discriminerende situatie oplossen?
Acht u het indien buitenlandse overtreders niet of moeilijk kunnen worden beboet dan rechtvaardig dat Nederlandse ondernemers hierdoor relatief zwaarder worden getroffen?
Hoe lang verwacht u dat het verbod voor vrachtverkeer op de Merwedebrug nog noodzakelijk blijft en wanneer verwacht u duidelijkheid te kunnen geven over de duur van de maatregel?
Wanneer gaat u eindelijk eens (adequaat) investeren in de infrastructuur teneinde te voorkomen dat het bekeuren van vrachtwagenchauffeurs überhaupt nodig is?
De migranteninvasie in de Spaanse enclave Ceuta |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat duizenden illegale migranten de Spaanse enclave Ceuta zijn binnengedrongen nadat de Marokkaanse grensbewaking zich plotseling had teruggetrokken?1 2
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Deelt u de mening dat dit opnieuw laat zien dat de buitengrenzen van Europa zo lek zijn als een mandje en dat ook na de inwerkingtreding van het Migratiepact Europese landen onvoldoende controle over hun eigen landsgrenzen hebben en dus ook de Europese buitengrenzen? Zo nee, waarom niet?
De situatie zoals we deze donderdag en vrijdag zagen bij Ceuta is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk, die bovendien van 72 mensen het leven heeft gekost. Het kabinet betreurt dit. Het kabinet heeft, in afstemming met andere lidstaten, geëist dat er snel en adequaat gehandeld zou worden in deze crisissituatie. Spanje moest direct de buitengrens van Europa versterken en alles richten op de terugkeer van de irreguliere migranten om daarmee risico’s op secundaire migratie tegen te gaan. Spanje heeft daarmee in lijn de buitengrenzen versterkt, onder andere met een drijvende barrière, en is gestart met de grootschalige terugkeer. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de JBZ-raad.
Het Asiel en Migratiepact regelt het EU-asielsysteem. Onderdeel hiervan zijn de inrichting van de asielprocedures regulier en aan de buitengrens, de afspraken over overdrachten van personen in de asielprocedure en een solidariteitsmechanisme tussen lidstaten. Het beheren van de Europese buitengrens wordt daarentegen geregeld in het Schengengrenscode. Voor het beheren van de buitengrens biedt het EU-instrumentarium verschillende belangrijke handvatten om ook in situaties als deze controle te houden over deze delen van de buitengrens. Het Asiel en Migratiepact is daarom in de reactie niet in beeld. Voor de gebieden Ceuta en Melilla gelden daarbij speciale Schengenregels. Er zijn standaard controles tussen Ceuta en Melilla en het vasteland van Spanje (en andere Schengenstaten). Doorreizen vanuit Ceuta naar de rest van Schengen gaat daarom enkel gecontroleerd.
De Schengengrenscode biedt aanvullende maatregelen om irreguliere migratiebewegingen tegen te gaan. In uitzonderlijke, dreigende situaties kunnen onder meer de tijdelijke herinvoering van grenscontroles aan binnengrenzen, intensivering van bewaking en controles aan de buitengrens, risico-gestuurde politiecontroles in het binnengrensgebied, en EU-ondersteuning worden ingezet. Spanje heeft vrijdag, 31 juli jl., direct extra maatregelen aangekondigd, waaronder extra fysieke grensbescherming en een centrum voor snelle terugkeer van de irregulier overgestoken migranten in Ceuta.
Naast Marokko en Spanje heeft ook de Europese Commissie voortvarend gereageerd. De Commissie heeft gezorgd dat Frontex klaar stond om, indien dat nodig was en daartoe een formeel verzoek zou ontvangen, Spanje additioneel te ondersteunen (momenteel biedt Frontex al ondersteuning in Ceuta). Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de JBZ-raad.
Bent u bekend met de beelden waarop te zien is dat de Spaanse autoriteiten de hekken openzetten voor illegale migranten?3
Het kabinet heeft de beelden waarnaar wordt gerefereerd bekeken, het is onduidelijk wat er precies te zien is en het kabinet gaat hierover niet speculeren.
Spanje heeft reeds jaren afspraken met Marokko om de grensovergangen bij Ceuta en Melilla goed te bewaken. Spanje heeft zich ingezet om de openbare orde en veiligheid in het gebied te herstellen, de grens bij Ceuta verder fysiek te versterken en de irreguliere migranten zo snel als mogelijk te laten terugkeren. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal hier blijvend op aandringen.
Hoe beoordeelt u deze handelwijze van Spanje, mede in het licht van de gemaakte afspraken in het Migratiepact?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe groot acht u de kans dat een deel van deze illegale migranten uiteindelijk zal doorreizen naar Nederland? En kunt u uiteenzetten waar u dit op baseert?
Zoals hierboven aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Verder is het, zoals hierboven beschreven, niet zomaar mogelijk om vanuit Ceuta door te reizen in het Schengengebied, iedereen die wil doorreizen wordt gecontroleerd. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de informele JBZ-raad.
Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er politiecontroles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
De Europese Commissie heeft mede op verzoek van Nederland op zaterdag 1 augustus jl. een crisisberaad (IPCR) georganiseerd om alle lidstaten te informeren en operationele stappen ten behoeve van een gecoördineerde EU-aanpak te identificeren. Ook heeft Nederland met 214 andere EU-lidstaten op zaterdag 1 augustus jl. een brief gestuurd aan de Europese Commissie, het Iers Voorzitterschap van de Europese Raad en de Voorzitter van de Europese Raad waarin de lidstaten zorg uitten over de gebeurtenissen in Ceuta, benadrukten dat alle nodige maatregelen genomen moeten worden om de grenzen te versterken en verzochten om een extra online JBZ-raad. Deze JBZ-raad vindt op dinsdag 4 augustus plaats. De Minister van Asiel en Migratie neemt hieraan deel. Het kabinet blijft de ontwikkelingen op Ceuta nauwgezet volgen, en blijft bijdragen aan een gecoördineerde EU-aanpak. Om de situatie verder te monitoren en eventuele benodigde vervolgstappen in kaart te brengen, komen vandaag, maandag 3 augustus, de EU-ambassadeurs bijeen. Op dinsdag 4 augustus vindt er, op verzoek van Nederland, Spanje en de meeste EU-lidstaten, een online informele JBZ-raad plaats, waaraan de Minister van Asiel en Migratie zal deelnemen.
Welke concrete maatregelen neemt u om te voorkomen dat migranten die via Spanje de Europese Unie zijn binnengekomen uiteindelijk in Nederland terechtkomen? Indien u geen maatregelen neemt kunt u uitleggen waarom u die niet neemt?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om de grenzen te sluiten dan wel extra grenscontroles uit te voeren dan wel andere maatregelen te treffen om te kunnen controleren of deze migranten niet alsnog Nederland binnenkomen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid in Europees verband te pleiten voor onmiddellijke sluiting van de Europese buitengrenzen en een zerotollerancebeleid te voeren ten aanzien van alle illegale grensoverschrijdingen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Hoe beoordeelt u de rol van de Marokkaanse autoriteiten, die volgens de berichtgeving de grensbewaking hebben verminderd of beëindigd, waardoor duizenden migranten ongehinderd de grens konden oversteken?
Het kabinet gaat niet speculeren over het ontstaan van deze situatie. Wel ziet het kabinet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft op vrijdagochtend, 31 juli jl., de noodzaak snel te handelen benadrukt bij de Marokkaanse Minister van Buitenlandse Zaken. Marokko stelt zich hierin constructief op en werkt voortvarend mee aan de terugkeer van de migranten.
Bent u bereid de Europese Commissie op te roepen maximale druk uit te oefenen op Marokko om zijn grenzen effectief te bewaken en migranten terug te nemen? Zo nee, waarom niet?
De samenwerking met Marokko is van cruciaal belang om de situatie onder controle te brengen en te houden. Deze samenwerking is nauw. De Europese Commissie, Spanje en andere EU-lidstaten werken al nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken. Ook heeft de Commissie aangeboden te ondersteunen bij het onder controle krijgen van de situatie. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft op vrijdagochtend de noodzaak snel te acteren benadrukt bij de Marokkaanse Minister van Buitenlandse Zaken. Bovendien heeft Marokko constructief gehandeld en werkt het voortvarend mee aan de terugkeer van de migranten.
Deelt u de mening dat de voortdurende instroom van illegale en niet-gescreende migranten een ernstig veiligheidsrisico vormt voor Nederland? Zo nee, waarom niet?
Zie beantwoording van vraag 2. Het is niet mogelijk om zonder controle door te reizen vanuit Ceuta naar de rest van het Schengengebied. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de informele JBZ-raad. Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Tegelijkertijd is het effectief beheren van de buitengrenzen en het screenen van personen die het grensgebied binnenkomen noodzakelijk voor de EU om te kunnen controleren en besluiten wie er het grensgebied binnenkomt.
Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken. De EU moet in onderlinge solidariteit blijven investeren in het versterken van de buitengrenzen, het tegengaan van irreguliere migratie en de terugkeer van vertrekplichtige migranten. Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente implementatie van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. Een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoeder van de Verdragen, is daarbij onmisbaar. Tegelijkertijd vraagt het ook, meer dan voorheen, dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenevaluaties opvolgen om hun implementatie te versterken. Ook pleit het kabinet onverminderd voor het transparant maken en open bespreken van de tekortkomingen en het bespreken hiervan tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Indien het antwoord op vraag 11 nee is, hoe beoordeelt u in dat licht de berichtgeving waarin een illegale migrant zegt al eerder door Nederland te zijn uitgezet om een gevangenisstraf van vijf jaar te ontlopen?4
Zie antwoord vraag 11.
Hoe beoordeelt u de uitspraken van de Spaanse Minister van Binnenlandse Zaken over de reden voor de plotselinge toestroom van migranten?5
De Spaanse Minister van Binnenlandse Zaken heeft gewezen op mogelijke rol van mensensmokkel. Het kabinet dringt erop aan dat goed onderzoek gedaan wordt naar de oorsprong van deze situatie en of mensensmokkel hier een specifieke rol heeft gehad
Deelt u de mening dat, gelet op deze gebeurtenissen, het Migratiepact niet werkt, omdat er nog steeds geen functionerende Europese grenscontrole is, illegale grensoverschrijdingen blijven plaatsvinden en er op dit moment niets geregeld is voor terugkeer?
Zie beantwoording op voorgaande vragen. De situatie zoals we vorige week zagen is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Tegelijkertijd namen Spanje en Marokko de nodige stappen om de situatie weer onder controle te krijgen en zijn direct gestart met de organisatie van grootschalige terugkeer en het versterken van de buitengrens. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert.
In algemene zin is het van belang om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie van het Asiel- en Migratiepact en de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhub.
Bent u bereid om, gelet op de gebrekkige grenscontroles en inzet van de Spaanse regering om de situatie in Ceuta onder controle te krijgen, de Solidariteitbijdrage die voortvloeit uit het Migratiepact niet meer aan Spanje te betalen? Zo nee, waarom niet?
Zie de antwoorden op voorgaande vragen. Een dergelijke inzet is niet aan de orde.
Kunt u uiteenzetten welke instrumenten uit het Migratiepact in een situatie als deze daadwerkelijk in werking treden en op welke wijze deze bijdragen aan het beperken van irreguliere migratie?
Zoals hierboven aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Verder is het, zoals hierboven beschreven, niet zomaar mogelijk om vanuit Ceuta door te reizen in het Schengengebied, iedereen die wil doorreizen wordt gecontroleerd. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de informele JBZ-raad.
Welke gevolgen heeft deze situatie volgens u voor de geloofwaardigheid en uitvoerbaarheid van het Migratiepact?
Zoals hierboven aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Verder is het, zoals hierboven beschreven, niet zomaar mogelijk om vanuit Ceuta door te reizen in het Schengengebied, iedereen die wil doorreizen wordt gecontroleerd. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het blijft van belang dat alle EU-lidstaten dit instrumentarium volledig implementeren. Daar roept Nederland consequent toe op, zo ook in het in EU-verband ingelaste crisisberaad van afgelopen weekend.
Een massale bestorming van de Spaanse exclave Ceuta door bijna 50.000 migranten |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Bijna 50.000 migranten aangekomen in Spaanse exclave Ceuta na massale bestorming vanuit Marokko, zeker 18 doden»?1
Ja.
Deelt u de mening dat het schandalig en onbestaanbaar is dat bijna 50.000 migranten de EU-buitengrenzen bestormen in Ceuta? Zo nee, waarom niet?
Ja, ontstane situatie in Ceuta is onacceptabel, zeer zorgelijk en een uitzonderlijke situatie. Het kabinet heeft, in afstemming met andere lidstaten, geëist dat er snel en effectief opgetreden zou worden. Nederland heeft daarom op vrijdagochtend, 31 juli jl. direct contact opgenomen met de Minister van Buitenlandse Zaken van Marokko, de Minister van Buitenlandse Zaken van Spanje en de Eurocommissaris van Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie
Acht u Spanje in staat om de grens(controle) in Ceuta weer onder controle te krijgen? Kunt u met spoed de Spaanse regering aanspreken op hun verantwoordelijkheid om deze massale bestorming een halt toe te roepen? Zo nee, waarom niet?
Ja. Spanje heeft, in nauwe samenwerking met Marokko en de Europese Commissie acuut opgetreden, door te starten met de grootschalige terugkeer en de versterking van de grens. Maatregelen die Spanje heeft genomen op vrijdag 31 juli zijn onder andere extra fysieke grensbescherming, een zee barrière, inzet van het leger en een centrum voor snelle terugkeer van de irregulier overgestoken migranten in Ceuta. Spanje en Marokko hebben op grote schaal personen laten terugkeren naar Marokko. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden.
Naast Marokko en Spanje heeft ook de Europese Commissie voortvarend gereageerd. De Commissie heeft gezorgd dat Frontex klaar stond om, indien dat nodig was en daartoe een formeel verzoek zou ontvangen, Spanje additioneel te ondersteunen (momenteel biedt Frontex al ondersteuning in Ceuta). Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de informele JBZ-raad.
Bent u bereid aan uw Spaanse ambtsgenoot mede te delen dat u verwacht dat Spanje aan geen van deze migranten een verblijfsvergunning af zal geven vanwege de aanzuigende werking die hierdoor zal ontstaan? Bent u hierbij ook van plan om mede te delen dat deze migranten onder geen enkel beding naar het Europese vasteland mogen worden overgebracht? Zo nee, waarom niet?
Zoals reeds aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze irreguliere migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de JBZ-raad.
Op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft Nederland samen met 21 andere lidstaten2 een brief gestuurd aan de Europese Commissie, het Iers Voorzitterschap van de Europese Raad en de Voorzitter van de Europese Raad, om nogmaals het belang van een acute aanpak te benadrukken en te vragen om een gecoördineerde aanpak om mensensmokkel, instrumentalisering van migranten en hybride dreigingen tegen te gaan en zo de EU weerbaarder te maken. In deze brief hebben de ondertekenaars ook benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken, benadrukt dat smokkelaars geen ruimte mogen krijgen en aangegeven dat de perceptie moet worden weggenomen dat dergelijke illegale binnenkomst direct leiden tot legaal verblijf.
De Commissie staat blijvend nauw in contact met Spanje. De Minister van Asiel en Migratie heeft op vrijdagochtend Eurocommissaris Brunner opgeroepen om snel ondersteuning te bieden en te komen tot een gecoördineerde EU-aanpak om de buitengrens te versterken en de migranten te laten terugkeren. Daarnaast heeft de Europese Commissie mede op verzoek van Nederland op zaterdag 1 augustus jl. een crisisberaad (IPCR) georganiseerd om alle lidstaten te informeren over de ontwikkelingen en operationele stappen te identificeren ten behoeve van een gecoördineerde EU-aanpak. Om de situatie verder te monitoren en eventuele benodigde vervolgstappen in kaart te brengen, komen vandaag, maandag 3 augustus, de EU-ambassadeurs bijeen. Op dinsdag 4 augustus vindt er, op verzoek van Nederland, Spanje en de meeste EU-lidstaten, een online informele JBZ-raad plaats, waaraan de Minister van Asiel en Migratie zal deelnemen.
Kunt u verzekeren dat elke optie in het Europese Asiel- en Migratiepact om deze migranten te weren uit Europa zal worden gebruikt? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 4.
Deelt u de mening dat deze illegale migranten teruggestuurd moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Ja, zie ook voorgaande beantwoording. Zoals reeds heeft Spanje gestart, o.a. naar aandringen van Nederland, met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert.
Op welke manier bent u bereid Spanje te ondersteunen bij de terugkeerprocedures van deze illegale migranten?
Zoals reeds aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze irreguliere migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert.
Als verdere ondersteuning nodig is dan is Nederland en de Europese Commissie daartoe bereid. Daarnaast blijft de Commissie nauw in contact met Spanje. Ook heeft de Europese Commissie mede op verzoek van Nederland op zaterdag 1 augustus jl. een crisisberaad (IPCR) georganiseerd om alle lidstaten te informeren over de ontwikkelingen en operationele stappen te identificeren ten behoeve van een gecoördineerde EU-aanpak.
Wat is de rol van Marokko bij deze bestorming? Meent u dat de Marokkaanse autoriteiten alles hebben gedaan om deze bestorming tegen te houden?
Het kabinet ziet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere EU-lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft op vrijdagochtend de noodzaak snel te acteren benadrukt bij de Marokkaanse Minister van Buitenlandse Zaken. Marokko heeft zich constructief opgesteld en voortvarend meegewerkt aan de terugkeer van de migranten.
Welke rol speelt het Spaanse voorstel om meer dan een miljoen illegale migranten in het land te legaliseren en de uitspraak van het Spaanse hooggerechtshof dat op zee onderschepte migranten niet meer rechtstreeks teruggestuurd mogen worden bij deze bestorming?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere lidstaten3 aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welke effect deze ontwikkelingen precies hebben gehad is moeilijk te kwantificeren. Nederland zal in de JBZ-raad vragen om een onderzoek naar de oorzaken en de tekortkomingen uitgevoerd door de Europese Commissie om hierover meer helderheid te krijgen.
Bent u bereid om bij aanhoudende en ernstige problemen van het buitengrenstoezicht van Spanje extra grenscontroles uit te laten voeren op alle directe vluchten afkomstig vanuit Spanje om te voorkomen dat deze migranten door zullen reizen naar Nederland? Zo nee, waarom niet?
Spanje heeft aangegeven dat geen van de migranten die irregulier in Ceuta zijn aangekomen, zijn doorgereisd naar de EU.
Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er politiecontroles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Bent u van plan om bij aanhoudende en ernstige problemen van het buitengrenstoezicht van Spanje bij de Europese Commissie een klacht in te dienen met als doel het starten van een inbreukprocedure tegen Spanje? Zo nee, waarom niet?
Spanje heeft de situatie nu onder controle. Echter benadrukt het kabinet dat de situatie in Ceuta een ongekende schending is van de integriteit van de buitengrens van Europa en alles moet er dan ook op gericht zijn om dit in de toekomst te voorkomen. Er zal een grondig onderzoek moeten plaatsvinden door de Europese Commissie over hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan. Het kabinet benadrukt dat het cruciaal is dat Spanje, in samenwerking met Marokko en ondersteund door de Europese Commissie, beziet hoe de buitengrens bij Ceuta versterkt kan worden en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De Commissie moet, als hoeder van de verdragen, hierin een leidende rol hebben en rapporteren aan de lidstaten over de uitkomsten van deze evaluatie. Het kabinet zal tijdens de informele JBZ-raad hierop aandringen. Bij het verslag over de informele JBZ-raad zal uw Kamer over bovenstaande punten opnieuw worden geïnformeerd.
Bent u bereid om, gezien de omvang van deze bestorming, te pleiten voor een extra JBZ-Raad? Zo nee, waarom niet?
Ja, Nederland heeft samen met 21 andere lidstaten op zaterdagochtend 1 augustus jl. opgeroepen tot een extra informele JBZ-raad. Deze vindt op dinsdag 4 augustus plaats.
Wat vindt u van het standpunt van de Italiaanse regering over opschorting van Schengen en is dit voor het kabinet een reële mogelijkheid?
Met de aanscherping van de Schengengrenscode in 2022 is het instrumentarium dat een lidstaat ter beschikking heeft om te reageren op situaties van ernstige bedreigingen voor de openbare orde en binnenlandse veiligheid substantieel uitgebreid. Elke lidstaat kan binnen de Schengengrenscode tijdelijke interne grenscontroles herinvoeren wanneer sprake is van een ernstige bedreiging voor de openbare orde of binnenlandse veiligheid, mits er wordt voldaan aan de voorwaarden.
Naar het oordeel van het kabinet biedt de Schengengrenscode adequate mogelijkheden voor lidstaten om te reageren met onder meer informatie en risico-gestuurde politiecontroles in het binnengrensgebied. Door het adequate optreden Spanje heeft direct de buitengrenzen versterkt, onder andere met een drijvende barrière, en is gestart met de grootschalige terugkeer. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de JBZ-raad. Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er politiecontroles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Daarnaast is het binnen de kaders van de Schengengrenscode niet mogelijk om zonder controle door te reizen vanuit Ceuta. Het kabinet acht het van belang dat Schengenlidstaten transparant en open tekortkomingen en verbeterpunten in het Schengengebied bespreken, om te zorgen dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken, en waar nodig elkaar kunnen ondersteunen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen zeven dagen beantwoorden?
Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Het uitblijven van een besluit over nationale normen voor windturbines op land |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) |
|
Bertram , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Herinnert u zich de toezegging, gedaan tijdens het commissiedebat Hernieuwbare Energie op 15 april 2026 en die is herhaald in het antwoord van 22 mei 2026 op Kamervragen van de leden Huidekooper en Klos over milieunormen voor windturbines op land1, om de Kamer vóór de zomer te informeren over de nieuwe landelijke normen voor windturbines op land?
Ja.
Kunt u bevestigen dat dit besluit wel op de agenda van de ministerraad van 10 juli 2026 stond maar daarna niet naar de Kamer is gestuurd? Zo ja, wat is hiervan de reden?
Ja, het onderwerp stond op de agenda van de ministerraad van 10 juli jl. Daar heeft echter geen finale besluitvorming plaatsgevonden waardoor het informeren van de Kamer niet mogelijk is gebleken. Het onderwerp is in de ministerraad van 28 augustus opnieuw behandeld.
Klopt het dat de overbruggingsregeling voor bestaande windparken opnieuw is verlengd, ditmaal tot en met 31 december 2027? Betekent dit dat de eerdergenoemde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2027 voor de definitieve milieunormen niet langer haalbaar wordt geacht?2
Het kabinet is voornemens de overbruggingsregeling te verlengen. Het voorstel hiertoe ligt nu bij de Raad van State. Inwerkingtreding van de nieuwe normen zal niet voor 1 januari 2027 kunnen plaatsvinden.
Welke gevolgen heeft dit hernieuwde uitstel voor provincies en gemeenten die bij hun ruimtelijke besluitvorming over windparken op land wachten op landelijke duidelijkheid?
Met de Kamerbrief die na de ministerraad van 28 augustus is verzonden, wordt de Kamer geïnformeerd dat het ontwerpbesluit voor het einde van dit jaar voor voorhang wordt aangeboden. Hiermee wordt zo spoedig mogelijk duidelijkheid gecreëerd over de landelijke milieu- en afstandsnormen voor windturbines op land. In de tussentijd kunnen provincies en gemeenten zelf normen stellen om ruimtelijke besluitvorming over windparken doorgang te laten vinden en zorgt de tijdelijke overbruggingsregeling ervoor dat de huidige milieunormen blijven gelden voor bestaande windparken.
Welke gevolgen heeft dit hernieuwde uitstel voor de realisatiegraad van wind op land, die volgens het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP RES) steeds verder afneemt?
Zoals blijkt uit de Monitor Wind op Land3, neemt de verwachte toekomstige realisatiegraad en pijplijn voor windturbines af. Naast factoren als netcongestie, vertraging door bezwaar- en beroepsprocedures en beperkingen als gevolg van defensieactiviteiten, draagt ook de onzekerheid over het uitblijven van duidelijkheid over landelijke afstandsnormen voor windturbines op land hieraan bij. Het ontbreken daarvan is daarmee niet de enige, maar wel één van de factoren die de realisatie van windturbines beperkt.
Erkent u dat het verder uitstellen van een besluit ervoor zorgt dat de uitrol van wind op land stagneert en de RES-doelen niet worden gehaald en dat de Nederlandse energie-afhankelijkheid hierdoor langer in stand wordt gehouden? Zo ja, gaat u dan zo spoedig mogelijk landelijke milieunormen vaststellen?
Zoals benoemd in het antwoord op vraag 5 heeft de onzekerheid over het uitblijven van landelijke normen inderdaad bijgedragen aan een daling in de verwachte toekomstige realisatiegraad en pijplijn voor windturbines op land.
Bent u ermee bekend dat de provincie Gelderland voornemens is een afstandsnorm in de provinciale Omgevingsverordening op te nemen en deze in september 2026 vast te stellen?
Ja, zoals blijkt uit Statenstukken Uitwerking Initiatiefvoorstel RES en 2x tip – Impact afstandsnorm en Andere vormen van opwek4 zal de Omgevingsverordening worden voorgelegd aan de Staten in het derde kwartaal van 2026.
Bent u ermee bekend dat deze afstandsnorm ervoor zorgt dat het RES-doel in Gelderland waar de provincie zich ook aan heeft gecommitteerd, niet meer wordt gehaald, zoals uit een eigen analyse van de provincie blijkt?3
Uit de Statenstukken Uitwerking Initiatiefvoorstel RES en 2x tip – Impact afstandsnorm en Andere vormen van opwek blijkt dat de Provincie Gelderland concludeert dat een afstandsnorm van twee keer de tiphoogte ertoe leidt dat Regio Foodvalley niet de RES-doelstelling voor windenergie op land kan behalen.
Omdat de Gelderse RES-regio’s hebben afgesproken elkaars RES-opgave niet over te nemen, concludeert de provincie Gelderland dat de Gelderse RES-doelstelling niet haalbaar is. Daarbij benoemen de provincie Gelderland dat de RES-doelstelling in Gelderland ook zonder afstandsnorm al onder druk staat door o.a. netcongestie en de aanwezigheid van de wespendief.
Het kabinet heeft de Kamer op 28 augustus 2026 geïnformeerd dat het voornemens is om in het Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving een instructieregel op te nemen op grond waarvan bij het nemen van ruimtelijke besluiten, zoals het vaststellen van een omgevingsplan, rekening moet worden gehouden met een afstand van twee keer de tiphoogte tussen een windturbine en de dichtstbijzijnde woning.
«Rekening houden met» betekent dat de afstandsnorm zwaar weegt in de belangenafweging die in het kader van dergelijke besluiten plaatsvindt, maar niet dwingt tot een bepaalde uitkomst. Gemotiveerd kan een kleinere afstand worden gehanteerd. Dat biedt ruimte voor het nastreven van de RES-doelstelling in Gelderland en om aanvullende opwek mogelijk te maken.
Zoals benoemd in de Kamerbrief Versterking van de Decentrale Ontwikkelingen in het Energiesysteem6, zal de Minister van Klimaat en Groene Groei, in het licht van de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem, toewerken naar nieuwe richtwaarden voor de opwek van zon en wind op land voor 2040, en deze laten landen in de te maken energieafspraken met medeoverheden.
Is de afstandsnorm die Gelderland beoogt afwijkend van de milieunormen die u beoogt? Zo ja, kunt u uitleggen waarin deze norm van Gelderland afwijkt?
Met de Kamerbrief die na de MR van 28 augustus is verzonden, wordt de Kamer geïnformeerd dat er gekozen is voor een afstandsnorm van twee keer tiphoogte met uitzonderingen, en de ruimte om daar beargumenteerd naar beneden toe van af te wijken.
Bent u het ermee eens dat het zeer wenselijk is dat er zo snel mogelijk landelijke milieunormen voor windmolens op land worden vastgesteld die enerzijds milieueffecten van windmolens op land beperken, maar wel zorgen dat de RES-doelen binnen de afgesproken termijn worden behaald?
Ja.
Bent u het ermee eens dat het onwenselijk is dat gemeenten en provincies eigen, van elkaar afwijkende normen gaan vaststellen die ervoor zorgen dat de al jaren gewenste duidelijkheid rond de milieunormen voor windmolens op land voor omwonenden, initiatiefnemers, gemeenten en provincies blijft ontbreken?
Ja. Met de Kamerbrief die na de MR van 28 augustus is verzonden, biedt het kabinet meer duidelijkheid over de nieuwe normen voor windturbines op land.
Hoe voorkomt u dat er door het ontbreken van landelijke regie een wildgroei aan afstandsnormen op regionaal niveau (zoals o.a. in Drenthe en Gelderland) gaat ontstaan?
Met de Kamerbrief die na de MR van 28 augustus is verzonden, is de Kamer geïnformeerd over de keuze voor een instructieregel die bepaalt dat bij het vaststellen van een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met een afstand van twee keer de tiphoogte tussen windturbine(s) en de dichtstbijzijnde woning. Deze instructieregel wordt de komende periode uitgewerkt in de ontwerp-AMvB, die nog dit jaar aan het parlement zal worden verzonden in het kader van de voorhang. Met deze instructieregel wordt op nationaal niveau voorzien in één uniforme afstandsnorm. Daarmee wordt voorkomen dat provincies eigen instructieregels over de afstand tot windturbines kunnen stellen.
Wat is uw standpunt over een afstandsnorm voor windmolens op land? Kunt u hierbij uw antwoorden van 22 mei 2026 op Kamervragen van de leden Huidekooper en Klos over milieunormen voor windturbines op land, waarin u het gebrek aan meerwaarde c.q. de nadelen van een afstandsnorm noemt, hierbij betrekken? Kunt u hierbij ook de brief van o.a. VNG, NVDE en VNO NCW over milieunormen betrekken?4
Zoals ook hierboven beantwoord, is de Kamer na de MR van 28 augustus geïnformeerd dat het kabinet kiest om de in het ontwerpbesluit opgenomen afstandsnorm van twee keer de tiphoogte van een windturbine met uitzonderingen te behouden. Een afstandsnorm biedt geen extra bescherming tegen hinder van windturbines, deze wordt immers al door de milieunormen over bijvoorbeeld geluid verzekerd. De afstandsnorm biedt enkel duidelijkheid aan burgers, omwonenden en bestuurders over de afstand tussen woningen en windturbines. In de verzonden Kamerbrief wordt toegelicht hoe de keuze recht doet aan het belang van de energieopgave enerzijds en aan de zorgen van omwonenden anderzijds.
Kunt u een concrete datum noemen waarop de Kamer de toegezegde brief alsnog kan verwachten? Kunt u toezeggen dat het besluit over landelijke normen alsnog in de eerstvolgende ministerraad, die gepland is voor 14 augustus 2026, wordt genomen?
De Kamer is op 28 augustus jl. over het besluit van het kabinet geïnformeerd.
Kunt u deze vragen uiterlijk 1 september 2026 beantwoorden, zodat er snel meer duidelijkheid komt?
Ja.
Het bericht "Schietinstructeur Defensie gemangeld door werkgever na persoonlijke vete van collega’s" |
|
Tamara ten Hove (PVV), Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Schietinstructeur Defensie gemangeld door werkgever na persoonlijke vete van collega’s»?1
Ja.
Herkent u het beeld dat in de praktijk individuele ambtenaren vanuit hun eigen overtuiging een zodanig grote invloed op beleid kunnen uitoefenen dat effectief leidinggeven vanaf hogerhand onmogelijk wordt? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik herken dit beeld niet.
Hebben de secretaris-generaal en/of de commandant der strijdkrachten u geïnformeerd over deze zaak en de genomen keuzes? Zo ja, wanneer en in welke vorm? Zo nee, waarom niet?
Ik ben op hoofdlijnen geïnformeerd over deze zaak. Over de precieze wijze en het moment van informeren doe ik geen nadere mededelingen om redenen van privacy bij individuele casuïstiek.
Gaat u de illegaal handelende ambtenaren van de zogenaamde «werkgroep» per direct op non-actief zetten en/of ontslaan, of blijft de enige werknemer van Defensie die consequenties ervaart de legaal handelende schietinstructeur? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ik herken mij niet in uw kwalificatie, noch in de geschetste situatie.
Acht u het wenselijk dat melding maken van disfunctioneren van het apparaat bij hogere rangen door Defensie geduid wordt als een vorm van «werkweigering»? Zo ja, waarom? Zo nee, wat gaat u eraan doen die cultuur te veranderen?
Het melden van ongewenst gedrag, het doen van een integriteitsmelding of het melden van disfunctioneren is geen werkweigering. Van werkweigering is bijvoorbeeld sprake wanneer iemand zich zonder toestemming niet meldt voor de toegewezen functie, waarbij de afwezigheid evenmin achteraf gerechtvaardigd is. Er is dus ook geen reden om de cultuur hierop te veranderen.
Hoe voorkomt u dat correctiemechanismen binnen Defensie (en andere overheidsinstanties) zich bij hun beoordeling louter baseren op interne rapportages van diezelfde organisatie waartegen de klachten zijn ingediend?
Daarvan is geen sprake. Bij het beoordelen van klachten wordt niet alleen gekeken naar het standpunt van de organisatie waarover wordt geklaagd maar nadrukkelijk ook naar het standpunt van de klager en andere relevante informatie.
Hoeveel vaststellingsovereenkomsten en andere vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn in de afgelopen vijf jaar binnen Defensie gesloten?
De bevoegdheid tot het sluiten van vaststellingsovereenkomsten is op verschillende commandantenniveaus in de organisatie belegd. Defensie houdt hiervan geen centrale registratie bij. Daarom kan ik niet aangeven hoeveel van dit soort overeenkomsten zijn gesloten.
In hoeveel van de onder vraag zeven genoemde beëindigingen was sprake van omstandigheden die ook maar enigszins van vergelijkbare aard zijn met de onderhavige zaak, waaronder beëindiging van het dienstverband naar aanleiding van een arbeidsconflict, een integriteitskwestie, een melding, een klacht of een vergelijkbare aanleiding? Kan de Kamer een geanonimiseerde uitsplitsing naar categorie van aanleiding ontvangen?
Zie het antwoord op vraag 7; omdat ik niet kan aangeven hoeveel van dit soort overeenkomsten zijn gesloten, kan ik ook geen uitsplitsing maken per categorie.
Deelt u de mening dat het onbegrijpelijk is dat Defensie meent «geen partij» te zijn in deze zaak, ondanks dat de complete besluitvorming gebaseerd is op interne rapportages van Defensie, het een (opgezegde) arbeidsovereenkomst bij Defensie betreft, de secretaris-generaal als ook de commandant der strijdkrachten zijn geïnformeerd en de complete zaak is gebaseerd op handelen in zijn functie als militair? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik deel deze mening niet. Defensie is geen partij bij het verstrekken of intrekken van privéwapenverloven.
Welke concrete stappen gaat u ondernemen om deze en vergelijkbare samenspanningen van ambtenaren te doorbreken en serieuze consequenties daaraan te verbinden?
Ik herken mij niet in uw kwalificatie. Van samenspanningen is geen sprake.