| Ingediend | 13 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 31 maart 2026 (na 46 dagen) |
| Indieners | André Flach (SGP), Chris Stoffer (SGP) |
| Beantwoord door | Moes , Rijkaart |
| Onderwerpen | bestuur parlement recht staatsrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03247.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1479.html |
Gemeenten hebben na de Tweede Wereldoorlog op grond van artikel 24 van de toenmalige Begraafwet (Stb 1869,2 in overleg met de Joodse gemeenschap enkele tientallen Joodse begraafplaatsen gesloten en hebben daartoe de overledenen na de opgraving – en voor zover bekend onder rabbinaal toezicht – herbegraven op een andere (Joodse) begraafplaats. Dat Joodse begraafplaatsen ruimte maakten voor de aanleg van nieuwe voorzieningen of infrastructuur voor uitbreidende stedelijke gebieden was niet uniek, ook andere begraafplaatsen moesten hiervoor wijken.
Ik vind het pijnlijk dat uitgerekend de Joodse gemeenschap zo vlak na de Holocaust getroffen werd door de sluiting van hun begraafplaatsen, waarmee de eeuwigdurende grafrust van vele overleden dierbaren is verstoord, ook gelet op de kille behandeling vanuit de overheid die hen op veel andere terreinen ten deel viel. Ik heb begrip voor de reacties die dit nu oproept.
Zie antwoord vraag 1.
Tot 1991 was er geen wettelijke verplichting voor begraafplaatsen om een register bij te houden met een nauwkeurige aanduiding van waar de graven zich bevonden. Veel begraafplaatsen hielden voor 1991 wel een register bij van degenen die op de begraafplaats begraven lagen, bijvoorbeeld om kosten in rekening te kunnen brengen. Veel van deze registers zijn helaas tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Ook is er veel kennis verloren gegaan doordat de houder van de begraafplaats ten tijde van de opgravingen niet meer in leven was.
Op 13 februari jl. hebben de leden Stoffer en Flach vragen gesteld over het bericht «Zeker 48 Joodse begraafplaatsen geruimd na de oorlog» aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (met kenmerk 2026Z03247). Het is helaas niet mogelijk om deze vragen binnen de gestelde termijn van drie weken te beantwoorden, vanwege de benodigde (interdepartementale) afstemming. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.