Voorgesteld 15 december 2022
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat hoewel de verantwoordelijkheidsverdeling met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel niet wordt gewijzigd, het ministerie in de memorie van toelichting op de Wet toekomst pensioenen ervan uitgaat dat de diverse partijen en pensioenfondsorganen ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheden wel rekening houden met de consequenties van het nieuwe pensioenstelsel en het uitvoeren van (enkel) premieregelingen;
overwegende dat met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel dit het aangewezen moment is om de rol en positie van de verschillende belanghebbenden in de pensioenfondsen te evalueren;
verzoekt de regering te onderzoeken of na de invoering van de Wet toekomst pensioenen de vertegenwoordiging door de belanghebbenden in het pensioenfonds nog steeds afdoende is voor de evenwichtige besluitvorming binnen het stelsel van de Wet toekomst pensioenen, en de Kamer over de aanpak van dit onderzoek te informeren voor het zomerreces van 2023,
en gaat over tot de orde van de dag.
Palland
Smals
Van Beukering-Huijbregts
Ceder