Nr. 8 VERSLAG

Vastgesteld 2 juni 2015

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de initiatiefnemers op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen tijdig en genoegzaam zullen hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

blz.

     

I

ALGEMEEN DEEL

1

     

1.

Inleiding

1

2.

Evaluatie

3

3.

Een onafhankelijk ZBO

3

4.

Scheiding advies en onderzoek

4

5.

Onderzoeksbevoegdheden

5

6.

Rechtsbescherming

6

7.

Financiën

7

     

II

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

7

I ALGEMEEN DEEL

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het initiatiefwetsvoorstel van de leden Van Raak, Fokke, Schouw, Segers, Ouwehand, Klein en Voortman tot wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders.

Allereerst merken de leden van de VVD-fractie op dat zij het belangrijk vinden om de positie van klokkenluiders te beschermen. Dat hebben deze leden ook bij het initiatiefwetsvoorstel Wet Huis voor klokkenluiders (TK 33 258) aangegeven. Zij waren het toen echter niet eens met de wijze waarop vorm werd gegeven aan het Huis voor klokkenluiders. Dat had met name te maken met het onderbrengen van het Huis bij de Nationale ombudsman en als gevolg daarvan de strijdigheid met de Grondwet. De leden van de VVD-fractie waarderen het dan ook dat de indieners hun eerdere wetsvoorstel hebben aangepast. Deze leden achten het een goede zaak dat er nu eerst intern melding van een vermoeden van een misstand moet worden gemaakt, dat advies en onderzoek worden gescheiden en dat er een regeling voor de samenloop met onderzoek van andere instanties komt. Dat neemt niet weg dat deze leden de indieners nog een aantal vragen willen stellen en diverse opmerkingen willen maken.

In de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat het wetsvoorstel een dubbele doelstelling heeft, te weten rechtsbescherming van klokkenluiders en het bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke misstanden. Naar de mening van de leden van de VVD-fractie moet het primair om de rechtsbescherming van klokkenluiders gaan. Het oplossen van maatschappelijke misstanden is in hun ogen een neveneffect van onderzoeken die door het Huis worden gedaan. De leden van de VVD-fractie vragen de indieners hier op in te gaan.

De leden van de PvdA-fractie hebben met instemming kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders. De aan het woord zijnde leden achten de daarin gedane voorstellen, die voortkomen uit de behandeling in de Eerste Kamer van het oorspronkelijk wetsvoorstel, goed verdedigbaar. Deze leden hebben daarom slechts enkele vragen.

De leden van de PvdA-fractie lezen dat de initiatiefnemers voornemens zijn om in overleg te treden met het Adviespunt Klokkenluiders en de Onderzoeksraad Integriteit Overheid. Is er voorafgaand aan de totstandkoming van het voorliggend wetsvoorstel al contact met beide organisaties geweest en wat was de uitkomst daarvan? Zo nee, waarom was er niet eerder contact en wanneer gaat dit overleg alsnog plaatsvinden?

Waaruit zal de verbinding bestaan die de initiatiefnemers willen laten zoeken tussen het Huis en het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS). En welke overlap zal er gaan bestaan tussen de werkgebieden en werkzaamheden van het Huis en BIOS?

De leden van de fractie van de SP hebben met bijzondere interesse kennisgenomen van het nieuwe voorstel voor een Huis voor klokkenluiders.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders, dat nog in behandeling is bij de Eerste Kamer.

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders. Zij vinden dit voorstel een verbetering ten opzichte van het eerder door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel. Wel hebben zij bij verschillende onderdelen vragen die zij graag beantwoord zouden zien.

De 50PLUS-fractie heeft met een positief gevoel kennis genomen van dit wetsvoorstel, waarin tegemoet wordt gekomen aan een aantal toezeggingen aan de Eerste Kamer.

2. Evaluatie

De initiatiefnemers stellen op basis van de evaluatie, zo lezen de leden van de CDA-fractie, dat de meeste winst te behalen is door maatregelen te treffen «aan de voorkant», in en door individuele organisaties zelf. In het wetsvoorstel krijgt dit vorm door het opleggen van een verplichting voor de werkgever met meer dan 50 werknemers om een procedure te hebben voor het melden van een vermoeden van een misstand. Deze leden vragen, in hoeveel gevallen werkgevers al een dergelijke procedure hebben. Hebben de initiatiefnemers op dit punt overleg gevoerd met werkgeversorganisaties?

3. Een onafhankelijk ZBO

De leden van de VVD-fractie onderschrijven dat het Huis onafhankelijk onderzoek moet kunnen doen. Voorgesteld wordt om een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) in te richten met voldoende waarborgen voor de onafhankelijkheid van het Huis. Om die reden is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing op het Huis, maar is een aantal bepalingen niet van toepassing verklaard. Zo zullen de leden en de voorzitter van het Huis niet bij koninklijk besluit worden benoemd, geschorst en ontslagen, maar door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De leden van de VVD-fractie vragen de indieners nader te motiveren waarom daar voor is gekozen. In hoeverre ligt het in de rede om de leden en de voorzitter van het Huis te laten benoemen, schorsen en ontslaan door de Tweede Kamer? Het Huis voor klokkenluiders doet immers niet alleen onderzoek bij de overheid, maar ook bij de private sector. Zijn er andere voorbeelden van benoeming, schorsing en ontslag door de Tweede Kamer in situaties waar de private sector bij betrokken is? Het benoemen van personen in bepaalde functies door de Tweede Kamer komt maar in een beperkt aantal situaties voor. Denk aan de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman. En als het gaat om de Algemene Rekenkamer en de leden van de Hoge Raad der Nederlanden doet de Tweede Kamer een voordracht. Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indieners.

In hoeverre wordt er nu verantwoording afgelegd aan respectievelijk de Tweede Kamer en de regering (Minister)? Waarom moet er verantwoording aan de Minister worden afgelegd als de leden van het Huis door de Tweede Kamer worden benoemd? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indieners op deze vragen.

Voorts vragen de leden van de VVD-fractie of overwogen is om de leden van het Huis bij koninklijk besluit te benoemen, te schorsen en te ontslaan. Zo neen, waarom niet? De leden van bijvoorbeeld de Kiesraad en de Onderzoeksraad voor Veiligheid worden ook bij koninklijk besluit benoemd. Beide genoemde instellingen zijn ook zelfstandige bestuursorganen die onafhankelijk moeten opereren, zo merken deze leden op. De leden van de VVD-fractie vragen de indieners hier op in te gaan.

In het kader van de benoeming van de leden van het Huis vragen de leden van de VVD-fractie ook aandacht voor het volgende. Het Huis zal niet alleen onderzoek doen in de publieke sector, maar ook in de private sector. Hoe is dan de betrokkenheid van werkgevers- en werknemersorganisaties geregeld? Ligt het niet voor de hand om, als er ook in de private sector onderzoek kan worden gedaan, deze betrokkenheid in het bestuur van het Huis tot uitdrukking te laten komen? Zij hebben dezelfde vraag als het gaat om de betrokkenheid van de overheid. De leden van de VVD-fractie vragen de indieners daar op in te gaan.

De leden van de SP-fractie vinden het jammer dat een meerderheid van de Eerste Kamer niet kon instemmen met het onderbrengen van het Huis bij de Nationale ombudsman. Maar zij zijn verheugd dat de indieners een goede oplossing hebben gevonden, door het inrichten van een bijzondere ZBO, die onafhankelijk is van het ministerie. Deze leden erkennen de meerwaarde van een betere scheiding tussen advies en onderzoek binnen het Huis en menen ook dat meer helderheid is gekomen over de samenwerking van het Huis met andere organisaties.

De leden van de CDA-fractie zijn verheugd, dat voortschrijdend inzicht bij de initiatiefnemers ertoe heeft geleid, dat het Huis voor klokkenluiders niet zal worden ondergebracht bij de Nationale ombudsman, maar zal worden ingericht als een zelfstandig bestuursorgaan, met de nodige waarborgen voor onafhankelijkheid waar het gaat om beleid en onderzoek.

De onafhankelijkheid van het Huis lijkt de 50Plus-fractie nu beter gewaarborgd, door het als een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) in te richten met voldoende waarborgen voor de onafhankelijkheid van het huis.

4. Scheiding advies en onderzoek

In de memorie van toelichting lezen de leden van de VVD-fractie dat als de afdeling advies kennis heeft gekregen van een vermoeden van een misstand door een of meerdere adviesaanvragen, de afdeling advies deze informatie kan overdragen aan de afdeling onderzoek teneinde een onderzoek te starten, tenzij de werknemer heeft aangegeven bezwaar te hebben tegen de overdracht van zijn informatie. De afdeling onderzoek, zo valt te lezen, heeft ten slotte tot taak algemene aanbevelingen te doen formuleren over het omgaan met een vermoeden van een misstand. Betekent dit dat, als een werknemer besluit geen onderzoek te starten, de afdeling onderzoek toch een onderzoek kan starten op basis van het feit dat meer van dergelijke meldingen zijn binnengekomen, tenzij de werknemer expliciet aangeeft dat hij bezwaar heeft tegen een onderzoek? Het komt de leden van de VVD-fractie voor dat dan het doel niet zozeer is het beschermen van een specifieke klokkenluider, maar veeleer het doen van algemeen onderzoek naar al dan niet vermeende maatschappelijke misstanden. De leden van de VVD-fractie vragen de indieners hier op in te gaan.

De leden van de PvdA-fractie vragen of het niet eerst volgen van een interne procedure bij de organisatie waar een misstand wordt vermoed betekent, dat een verzoek tot onderzoek gericht tot de afdeling onderzoek per definitie niet ontvankelijk wordt verklaard? Zo nee, in welke gevallen kan de afdeling onderzoek een onderzoek gaan doen ook al is er niet eerst een interne melding geweest?

De leden van de PvdA-fractie begrijpen dat op grond van artikel 3b er een wettelijk onderscheid bestaat tussen advies en onderzoek. Hoe werkt deze strikte scheiding door binnen het bestuur, het functioneren als bestuur en naar de rol van de voorzitter, die het Huis (als een instituut) naar buiten toe vertegenwoordigt?

De leden van de SP-fractie constateren dat in de nieuwe opzet van het Huis alle ruimte wordt geboden aan overheden, organisaties en bedrijven om een maatschappelijke misstand zelf op te lossen. Doordat eerst intern moet worden gemeld en ook inspecties en toezichthouders eventueel hun rol kunnen spelen. Daarmee is het Huis naar hun opvatting ook een procesbeheerder geworden, in de behandeling van melders en het oplossen van misstanden. Daarmee krijgen overheden, organisaties en bedrijven ook alle mogelijkheden om hun zelflerende vermogen te versterken.

De leden van de CDA-fractie hechten aan de scheiding tussen de adviesfunctie van het Huis en de onderzoeksfunctie, omdat deze functies elkaar niet verdragen. Het is ongewenst dat degene die een klokkenluiders in het adviesstadium adviseert hoe hij de misstand dient aan te kaarten, zich in het onderzoekstadium «tegen» de klokkenluider kan richten in het belang van de waarheidsvinding. Ook op dit punt getuigen de initiatiefnemers van voortschrijdend inzicht, zo constateren de leden van de CDA-fractie. In dit verband vragen deze leden de initiatiefnemers in te gaan op de brief van Transparency International Nederland, VNO-NCW, de Landelijke Vereniging Van Vertrouwenspersonen, de Vereniging van Compliance Professionals, de Vereniging Effecten Uitgevende Ondernemingen en de International Chamber of Commerce Nederland, d.d. 22 mei 2015. Deze organisaties schrijven onder meer: «Zolang adviseurs en onderzoekers als collega’s onder dezelfde voorzitter en binnen hetzelfde gebouw werken, is de onafhankelijkheid in het geding en kan twijfel ontstaan over de integriteit en betrouwbaarheid van het Huis.» Hoe beoordelen de initiatiefnemers deze kritiek?

De leden van de SGP-fractie vinden het goed dat er scheiding wordt aangebracht tussen de adviestak en de onderzoekstak van het Huis. Wel vragen zij zich af waarom de indieners van het voorstel ervoor gekozen hebben om de mogelijkheid open te stellen om onderzoek in te stellen naar aanleiding van een of meer binnengekomen adviesaanvragen die niet tot een melding hebben geleid. Wordt hiermee niet toch een meer zelfstandige onderzoeksfunctie gelegd bij het Huis voor de klokkenluiders die anders is dan het beoogde doel om te reageren op geconstateerde misstanden? Is het wel gewenst om de twee onderdelen van het huis op dit punt te vermengen? Wordt hiermee niet juist de onafhankelijkheid van het advies geschaad? Houdt de persoon die om advies vraagt nog wel zelf de regie over zijn adviesaanvraag? Beseffen werknemers wel in alle gevallen dat het mogelijk is dat hun verzoek om advies wordt gebruikt als middel om ergens een onderzoek te beginnen, tenzij ze zich daar uitdrukkelijk tegen verzetten?

Specifieker spelen deze vragen als het advies van het Huis zou zijn dat nog niet (voldoende) de mogelijke misstand aan de orde is gesteld binnen het bedrijf of de instelling zelf. Kan in een dergelijk geval toch door de onderzoeksafdeling onderzoek worden ingesteld naar dit bedrijf of deze instelling, zonder dat er sprake is van een melding? Wat zijn de consequenties daarvan voor de persoon die juist mede op basis van het advies ervoor kiest om op zorgvuldige wijze de zaak intern aan de orde te stellen? Hoe verhouden deze procedures zich precies tot elkaar?

Het vrij strikte wettelijke onderscheid tussen een afdeling Advies en een afdeling Onderzoek lijkt de 50PLUS-fractie verstandig. Dat geldt ook voor de verschillende onderzoeksregimes voor de publieke en private sector, het verschoningsrecht en de bijzondere openbaarmakingsregeling.

Advies en Onderzoek worden binnen het Huis vrij strikt gescheiden. Kunnen de financiële gevolgen van de scheiding van overhead van de afdelingen worden toegelicht. Is scheiding van overhead noodzakelijk? Graag een gemotiveerde toelichting op gemaakte keuzes.

5. Onderzoeksbevoegdheden

De leden van de SGP-fractie constateren dat de mogelijkheden voor onderzoek binnen de publieke en de private sector weliswaar verschillen, maar dat er nog steeds sprake is van vergaande mogelijkheden voor onderzoek. Onderzoek naar bedrijven in de private sector roept de vraag op of het logisch is om dit bij een overheidsorgaan neer te leggen. In hoeverre is het risico aanwezig dat deze procedure wordt misbruikt vanuit bijvoorbeeld het oogpunt van concurrentieoverwegingen of om een bepaald (concurrerend) bedrijf in een negatief daglicht te stellen?

Voor onderzoek in de publieke en private sector worden verschillende onderzoeksregimes voorgesteld. Kunnen deze nader toegelicht, gemotiveerd en onderbouwd worden, zo vraagt de 50PLUS-fractie.

6. Rechtsbescherming

Ingevolge het wetsvoorstel gaat de rechtsbescherming van de klokkenluider in op het moment dat er sprake is van een «interne melding», zo begrijpen de leden van de VVD-fractie. In hoeverre kan daar een aanzuigende werking vanuit gaan? Zou de rechtsbescherming niet pas moeten ingaan als er sprake is van een ontvankelijke zaak? Zo neen, waarom niet? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indieners.

De leden van de VVD-fractie vragen de indieners aan te geven hoe lang na de behandeling van de melding en het onderzoek de werknemer c.q. de ambtenaar nu bescherming geniet. Wat is, kortom, de duur van het benadelingsverbod? Gaarne krijgen deze leden een reactie van de indieners.

Voorts vragen de leden van de VVD-fractie of bij de evaluatie van de wet wordt meegenomen de vraag of het systeem van intern melden en onderzoeken, ondanks het verbod op benadeling, heeft geleid tot gewijzigde werkomstandigheden voor de melder. Kortom, wordt gekeken of de werkomstandigheden van de melder zijn veranderd na de externe melding? Daarbij gaat het zowel om het oplossen van de misstand, als om de benadeling van de positie van de betrokkene. Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indieners.

Het Huis voor klokkenluiders heeft, zo begrijpt de 50PLUS-fractie, zowel voor de publieke als de private sector, de centrale, tweeledige doelstelling te zorgen voor rechtsbescherming van de klokkenluider, èn een bijdrage te leveren aan de oplossing van maatschappelijke misstanden.

Het lid van deze fractie vraagt in dit verband om een inhoudelijke reactie op het commentaar en de specifieke kritiekpunten van «Transparency International Nederland» (TI-NL). Centraal punt van kritiek van TI-NL, is dat het oplossen van maatschappelijke misstanden in de Novelle nu nóg sterker voorop staat dan in het oorspronkelijke voorstel, waardoor, volgens TI-NL «bescherming van melders bijzaak lijkt te worden. Juist het adequaat beschermen van melders maakt het voor hen mogelijk zonder repercussies melding te doen van mogelijke misstanden, die na onderzoek kunnen leiden tot het oplossen van misstanden. Een allereerste voorwaarde voor een goede werking van de wet in de praktijk is dus het beschermen van melders».

Bij het vermoeden van een misstand, moet sprake zijn van een misstand waarbij het maatschappelijk belang in het geding is. Dit criterium lijkt het lid van de fractie 50PLUS beperkt. «Dreigende schending van regels» valt nu buiten het voorstel. Waarom wordt niet aangesloten bij de definitie van de modelregeling van de Stichting van de Arbeid, waar een dreigende schending van regels wél wordt meegenomen?

De naamgeving van het huis wekt de indruk dat het Huis, alléén gericht is op de klokkenluider. Dit lijkt, kijkend naar het wetsvoorstel en de novelle niet de bedoeling. Er is nadrukkelijk sprake van een tweeledige doelstelling van het voorstel: bescherming van klokkenluiders én bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke misstanden. Zou deze tweeledige doelstelling, die tot uitdrukking komt in de considerans van de wet, niet óók tot uitdrukking moeten komen in de naamgeving van het Huis?

7. Financiën

De leden van de VVD-fractie vragen zich af wat de gevolgen van het oprichten van het Huis voor klokkenluiders voor de Onderzoeksraad Integriteit Overheid zullen zijn. Is het de bedoeling dat deze raad wordt opgeheven?

De kosten voor onderzoek worden in het wetsvoorstel betaald door het Huis voor klokkenluiders en daarmee in feite door het Rijk. Hebben de indieners overwogen om de kosten van onderzoek in geval van een misstand in rekening te brengen bij de organisatie waar het onderzoek betrekking op heeft? Als de kosten namelijk daar worden neergelegd, zou dat een stimulans voor organisaties kunnen zijn om misstanden te voorkomen en daarmee het voorkomen van dergelijke onderzoeken. De leden van de VVD-fractie vragen de indieners hier op in te gaan.

De leden van de SP-fractie verwachten dat veel mensen vertrouwen zullen stellen in het Huis en misstanden zullen melden. Het Huis voor klokkenluiders krijgt een belangrijke publieke taak. Deze leden hebben nog wel vragen over het budget van 3,5 miljoen euro. Graag ontvangen zijn een nadere toelichting van de indieners waarom zij menen dat dit bedrag voldoende is. Ook vragen deze leden of het Huis melders van een misstand zo nodig sociaalpsychologische hulp kunnen bieden. Zij vragen of hiervoor expertise wordt aangetrokken en geld wordt vrijgemaakt. De leden van de fractie van de SP hopen verder op een snelle voortzetting van de behandeling van deze wet.

De leden van de CDA-fractie stellen het op prijs, dat de initiatiefnemers een onderbouwde schatting geven van het aantal te verwachten adviesaanvragen en het aantal door het Huis voor klokkenluiders uit te voeren onderzoeken. Mede op grond daarvan ramen de initiatiefnemers de kosten in het eerste jaar op € 4,25 mln. Wanneer zal het Huis voor klokkenluiders naar de verwachting van de initiatiefnemers operationeel kunnen zijn, zo vragen deze leden. En hoe zal de samenwerking met de overige actoren op dit terrein vorm krijgen?

De 50PLUS-fractie constateert, dat de structurele en incidentele kosten voor het Huis in het eerste jaar begroot worden op € 4.25 mln., daarmee hoog lijken, en voor rekening komen van Binnenlandse Zaken, en daarmee de belastingbetaler. Is er gedacht aan de mogelijkheid van het doorbelasten van onderzoekskosten naar de «veroorzaker», bijvoorbeeld een organisatie waar een misstand speelt? Graag een toelichting op de in dit verband gemaakte afweging en motivering van de gekozen weg van kostentoerekening aan het Rijk.

Gevraagd wordt «hoe hard» de in de memorie van toelichting gepresenteerde kostenbegroting is. Is het bijvoorbeeld mogelijk dat de kosten ookk nog veel hoger, of veel lager uitvallen? Kan het antwoord gemotiveerd worden? Gevraagd wordt naar een systematische onderbouwing van begrote kosten van het huis.

II ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

ARTIKEL I

Onderdeel D

Artikel 3 a

De leden van de PvdA-fractie lezen (artikel 3a) dat het huis tevens een onderzoeksbevoegdheid krijgt ten aanzien van bejegening van de werknemer door de werkgever naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand. Deze leden zouden graag vernemen aan de hand van welke criteria de bejegening van de werknemer en/of gedrag van de werkgever worden getoetst?

Artikel 3 b

De leden van de VVD-fractie merken op dat het voorgestelde artikel 3b van de Wet Huis voor klokkenluiders bepaalt dat het bestuur bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier leden. De leden worden in één van beide afdelingen benoemd. Wat is de positie van de voorzitter? Maakt hij qualitate qua deel uit van beide afdelingen? Hoe is de rol van de voorzitter, na het aanbrengen van de strikte scheiding tussen de afdelingen advies en onderzoek, als deze namens het Huis naar buiten treedt? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indieners.

Als de leden van de VVD-fractie het goed zien, zullen er geen plaatsvervangende leden zijn. Dat betekent in feite dat het bestuur van iedere afdeling bestaat uit de voorzitter van het Huis en twee leden. De consequentie is dat bij ontstentenis van één of meer leden er geen ongelijk aantal bestuursleden van een afdeling is dat een uitkomst vaststelt. Hoe zien de indieners dat? Is overwogen om voor het bestuur ook plaatsvervangende leden aan te stellen, niet zijnde de leden van de andere afdeling? Dan wel is overwogen om het aantal leden te verdubbelen? De leden van de VVD-fractie vragen de indieners hier op in te gaan.

In het voorgestelde artikel 3b lid 2 van de Wet Huis voor klokkenluiders staat dat de leden worden benoemd in de afdeling advies of in de afdeling onderzoek. Vervolgens staat er: «Zij worden niet benoemd in beide afdelingen». Is deze laatste zin niet overbodig, zo vragen de leden van de VVD-fractie. Dat leden slechts in één van beide afdelingen kunnen worden benoemd, staat toch al in de eerste zin? Gaarne krijgen deze leden een reactie van de indieners.

Ten aanzien van de artikelen 3b en 3c merkt de 50PLUS-fractie op dat het Huis een voorzitter kent en ten hoogste vier leden, te benoemen door de Tweede Kamer. 50PLUS vraagt of een evenwichtige vertegenwoordiging mogelijk bevorderd zou kunnen worden, door benoeming van één lid overheid, één lid private sector, één lid werkgevers, en één lid werknemers. Anders gezegd: hoe wordt gewaarborgd dat breed draagvlak aanwezig is voor het bestuur?

Bestuursleden zijn óf lid van de afdeling advies, óf lid van de afdeling onderzoek, maar nooit van beide tegelijk. Vraag is of deze strikte scheiding in de praktijk altijd en volledig haalbaar is. Wat is de rol van de leden, waar het betreft zowel advies als onderzoek? Kortom, hoe werkt de strikte scheiding tussen advies en onderzoek door in het bestuur?

Artikel 3 e

De leden van de SGP-fractie vragen zich af of er bij de medewerkers in algemene dienst niet specifiek aangegeven moet worden dat het hier gaat om medewerkers die zich niet met advies of met onderzoek bezighouden?

Artikel 6

De leden van de SGP-fractie vinden het belangrijk dat de specifieke toezichthoudende instanties de primaire taak behouden om toezicht te houden. Deze leden vragen zich af wat de indieners bedoelen met de stelling dat het Huis onderzoek kan doen als die weg is bewandeld, maar de misstand niet is weggenomen. Betekent dat dat het onderzoek dan feitelijk overgedaan wordt? Wat betekent dat voor de kwaliteit van het werk van de specifieke toezichthouder?

Specifiek voor zaken die ter beoordeling van het Openbaar Ministerie zijn (geweest) vragen deze leden zich af in hoeverre het logisch is om dan het Huis weer een extra bevoegdheid te geven om opnieuw onderzoek te doen.

Artikel 17

Het voorgestelde artikel 17 van de Wet Huis voor klokkenluiders gaat over het rapport, dat wordt opgesteld nadat een onderzoek is afgesloten, zo begrijpen de leden van de VVD-fractie. Als deze leden het goed zien worden het oordeel en de adviezen niet geanonimiseerd naar buiten gebracht. In hoeverre hebben de indieners overwogen om persoonlijke gegevens, zoals de naam van de klokkenluider, en de naam van de organisatie c.q. het bedrijf, niet in het rapport te vermelden? Leidt het vermelden van deze persoonlijke gegevens er niet toe, dat niemand zich meer zal melden? Het doel is toch niet «naming and shaming», maar het oplossen van misstanden? Rapporten van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid zijn toch ook geanonimiseerd. De leden van de VVD-fractie vragen de indieners hier op in te gaan.

De leden van de PvdA-fractie lezen dat op grond van art. 17 het eindrapport van de afdeling onderzoek wordt opgesteld met inachtneming van art. 10 van de WOB. Afdeling Onderzoek maakt het rapport zelf openbaar. De huidige werkwijze van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO) is het geanonimiseerd openbaar maken van de (onderzoeks-)rapporten. Kan deze werkwijze worden bestendigd in het wetsvoorstel zo vragen de aan het woord zijnde leden zich af?

Ziet de 50PLUS-fractie het goed dan regelt artikel 17, dat de afdeling onderzoek het eindrapport zelf openbaar maakt. Alle andere informatie is uitdrukkelijk niet openbaar. Waarom wordt niet gekozen voor geanonimiseerd publiceren van onderzoeken (art. 17 lid 7)? Het aan het woord zijnde lid ontvangt graag een toelichting.

Onderdelen E en F

De 50PLUS-fractie begrijpt dat bescherming kan worden ingeroepen bij melding van een vermoeden van een misstand. Is het in theorie mogelijk, dat iemand die «alléén» een arbeidsconflict heeft, bescherming als «klokkenluider» geniet? Is overwogen bescherming niet te laten intreden bij melding, maar pas bij ontvankelijk verklaring? Graag ontvangt dit lid een toelichting op de gemaakte afwegingen, en de voorgestelde aanpak.

Onderdeel J

In het voorgestelde artikel I, onderdeel J (artikel 21a) wordt volgens de leden van de VVD-fractie voorgesteld dat bij of krachtens AMvB nadere regels gesteld kunnen worden over de inrichting van het Huis. Waar denken de indieners aan als het gaat om de inhoud van een eventuele AMvB? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indieners.

De voorzitter van de commissie, Berndsen-Jansen

De adjunct-griffier van de commissie, Hendrickx