Stemming

Amendement van het lid Cramer c.s. over de verduidelijking van het begrip intrinsieke waarde

98,7 %
1,3 %


PvdD

GL

D66

CDA

PvdA

VVD

SGP

Verdonk

SP

CU

PVV


31 389
Een integraal kader voor regels over gehouden dieren en daaraan gerelateerde onderwerpen (Wet dieren)

nr. 79
AMENDEMENT VAN HET LID CRAMER C.S.

Ontvangen 2 december 2009

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel 1.3 wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

2. Onder erkenning van de intrinsieke waarde als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan erkenning van de eigenwaarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. Bij het stellen van regels bij of krachtens deze wet, en het nemen van op die regels gebaseerde besluiten, wordt ten volle rekening gehouden met de gevolgen die deze regels of besluiten hebben voor deze intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen. Daarbij wordt er in elk geval in voorzien dat de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen en dat de zorg die de dieren redelijkerwijs behoeven is verzekerd.

3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt tot de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven in elk geval gerekend dat dieren zijn gevrijwaard van:

a. dorst, honger en onjuiste voeding;

b. fysiek en fysiologisch ongerief;

c. pijn, verwonding en ziektes;

d. angst en chronische stress;

e. beperking van hun natuurlijk gedrag; voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd.

Toelichting

Dit amendement geeft een uitleg aan het eerste lid van dit artikel waarin de intrinsiek waarde van het dier wordt erkend. In de eerste plaats geeft het de duiding van intrinsieke waarde van het dier als zodanig. In de tweede plaats wordt tot uitdrukking gebracht wat de erkenning van die intrinsieke waarde behelst. De zinsnede «onverminderd andere gerechtvaardige belangen» ziet er op dat krachtens wet- en regelgeving, dan wel een bestendig gebruik, handelingen met dieren geoorloofd zijn. Voor wat betreft de vraag welke handelingen dit betreft, vormt de wet Dieren, na de totstandkoming daarvan, het voornaamste wettelijke kader. Met andere woorden: de erkenning van de intrinsieke waarde van het dier staat er niet aan in de weg dat – bijvoorbeeld – dieren mogen worden gehouden, gedood met consumptie als doel, etc, mits daarbij de wettelijke voorschriften inzake doel en middel in acht worden genomen.

De intrinsieke waarde is de eigenwaarde van het dier, los van de betekenis die het dier heeft voor de mens. De erkenning bij wet brengt tot uitdrukking dat ten volle rekening wordt gehouden met gevolgen van overheidsbesluiten voor dieren. De terminologie «dieren zijnde wezens met gevoel» en de woorden «ten volle rekening houden» zijn ontleend aan artikel 13 van het Verdrag van Lissabon.

Ter verduidelijking is bepaald wat cruciale factoren zijn voor de beoordeling van de gevolgen voor het dier en wordt hiervoor een grens getrokken.

Deze grens is niet voor elke denkbare situatie aan te geven, hetgeen wordt uitgedrukt met het woord redelijkerwijs. Deze terminologie sluit aan op de wijze zoals dit begrip elders in wet en regelgeving wordt gebezigd. In de eerste plaats zal de eigenaar, houder of verzorger van het dier en – in een voorkomend geval – de rechter – zich dus moeten afvragen of hij in rede heeft kunnen besluiten dat een bepaalde inbreuk op de integriteit of het welzijn van het dier gerechtvaardigd is. Inbreuken gaan derhalve te ver indien hiertoe redelijkerwijs geen rechtvaardiging bestaat.

Ook zal altijd de zorg die dieren redelijkerwijs nodig hebben verzekerd dienen te zijn. In dit geval gaat het om hetgeen ten minste in redelijkheid kan worden gevergd van houders van dieren.

Om dit laatste te verduidelijken is in het derde lid aansluiting gezocht bij de vijf vrijheden van Brambell. Die vijf vrijheden vormen de grenzen van het adaptievermogen van het dier.

Cramer

Waalkens

Ormel

Van der Ham

Dibi


Amendement van het lid Cramer c.s. over de verduidelijking van het begrip intrinsieke waarde

2009-12-02
Dossier: 31389
Indiener(s): Harm Evert Waalkens (PvdA), Henk Jan Ormel (CDA), Tofik Dibi (GL), Boris van der Ham (D66), Ernst Cramer (CU)
Onderwerpen: dieren landbouw natuur- en landschapsbeheer natuur en milieu
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31389-79.html