Camerabrillen, privacy en sociale veiligheid |
|
Jantine Zwinkels (CDA), Jeltje Straatman (CDA) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de snelle opkomst van AI-brillen met ingebouwde camera’s en microfoons en met incidenten waarbij mensen, onder wie vrouwen in toiletruimten, zonder hun medeweten zijn gefilmd?1 2
Ik ben bekend met deze berichtgeving.
Deelt u de zorg dat camerabrillen zich onderscheiden van mobiele telefoons en reguliere camera’s, omdat de opnameapparatuur vrijwel onzichtbaar in een alledaags montuur is verwerkt en omstanders daardoor moeilijk kunnen vaststellen of zij worden opgenomen?
Ja, die zorg deel ik. Wanneer van een smartphone of reguliere camera gebruik wordt gemaakt om opnamen te maken, is dit in de regel zichtbaar door de wijze waarop het apparaat wordt vastgehouden. In het geval van de camerabrillen is dat in mindere mate het geval, omdat de enige indicatie voor opname een lampje op de bril is.
Deelt u de opvatting dat het op grote schaal gebruikelijk worden van dergelijke brillen gevolgen kan hebben voor de sociale veiligheid en de vrijheid waarmee mensen zich in de openbare ruimte en tijdens sociale gelegenheden bewegen?
Ja, de mogelijkheid dat er opnames worden gemaakt op een openbare plek, kan ertoe leiden dat mensen zich minder vrij voelen.
Welke Nederlandse wet- en regelgeving is van toepassing wanneer gebruikers met een camerabril herkenbare personen filmen, geluidsopnamen maken, deze gegevens via de servers van een technologiebedrijf verwerken of de beelden publiceren?
Indien beelden niet voor louter persoonlijk of huishoudelijk gebruik zijn bedoeld, kunnen er al naar gelang de situatie verschillende rechtsregels van toepassing zijn. Allereerst geldt het recht op privacy en gegevensbescherming, zoals artikel 10 van de Grondwet, artikelen 7 en 8 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (Handvest) en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin het recht op de bescherming van het privé en familieleven, de woning en communicatie is vervat. Het gegevensbeschermingsrecht is in de Europese Unie (EU) nader uitgewerkt in onder andere de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Verder worden productveiligheidseisen gesteld in nationaal en Europees consumentenrecht.
In een situatie waarin iemand schade ondervindt doordat hij of zij zonder toestemming wordt gefilmd, kan sprake zijn van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Daarbij kan het portretrecht een rol spelen. Artikel 21 van de Auteurswet bepaalt dat dat publicatie van een portret (dat kan ook een video-opname zijn) dat zonder toestemming is gemaakt ongeoorloofd kan zijn indien een «redelijk belang» van de geportretteerde zich tegen die publicatie verzet. Tot slot zijn er bepalingen (art. 139a-b en f en 441b) in het wetboek van Strafrecht die het heimelijk en wederrechtelijk maken van opnamen of afbeeldingen strafbaar stellen, al dan niet in niet-publiek toegankelijke plaatsen.
Wie is juridisch verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van omstanders: de drager van de bril, de aanbieder van de technologie of beide partijen? Is dit voor gebruikers en omstanders voldoende duidelijk?
Voor gebruikers en omstanders is nu niet altijd duidelijk wie er wanneer verantwoordelijk is voor het beeldmateriaal dat wordt gemaakt, en welke gegevens voor welk doel worden verwerkt. De juridische verantwoordelijkheid hangt af van wie het doel en de essentiële middelen van de verwerking van persoonsgegevens bepaalt. In de praktijk zijn dat vaak zowel de drager als de aanbieder van de camerabril, voor verschillende delen van de verwerking. Zo kan de gebruiker verantwoordelijk zijn voor het vastleggen van beeld- en geluidsmateriaal waar mensen op te zien zijn en kan een andere partij (zoals de aanbieder van de technologie) verantwoordelijk zijn voor het verdere gebruik van het beeldmateriaal op het moment dat de gebruiker de beelden deelt. Dat kan uitmonden in een afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijkheid voor beide partijen óf een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Klopt het dat foto’s en video’s die met de Meta-AI-bril worden gemaakt via de systemen of servers van Meta worden verwerkt? Welke beeld-, geluids- en metagegevens ontvangt Meta daarbij en voor welke doeleinden mogen deze worden gebruikt?
Het klopt dat foto’s en video’s via de systemen van Meta kunnen worden verwerkt. Uit openbare informatie van Meta volgt dat foto’s en video’s die worden gemaakt met de Meta-AI-bril in beginsel op de bril zelf worden opgeslagen.3 Pas op het moment dat de gebruiker ervoor kiest om gegevens te delen, kunnen verdere verwerkingen worden gedaan.
Informatie over welke verwerkingen plaatsvinden voor welke doeleinden, staat in het (aanvullende) privacybeleid van Meta Platform Technologies.4 Voor zover Meta persoonsgegevens verwerkt, geldt dat Meta gehouden is aan de AVG. Of Meta hieraan voldoet voor wat betreft de camerabril, is ter beoordeling van de bevoegde toezichthouder.
Kan worden uitgesloten dat beelden, geluidsopnamen of andere gegevens van omstanders zonder hun uitdrukkelijke toestemming worden gebruikt voor het trainen, testen of verbeteren van AI-systemen? Zo nee, welke bescherming hebben deze omstanders?
Nee, dat kan niet worden uitgesloten. Beelden, geluidsopnamen en andere gegevens van omstanders die worden gemaakt met de camerabrillen kunnen persoonsgegevens zijn. Het verwerken daarvan voor het trainen, testen en verbeteren van AI-systemen is alleen toegestaan als daarvoor een rechtsgrond bestaat. De AVG biedt ruimte om ook zonder toestemming van de betrokkene op basis van de verwerkingsgrondslag «gerechtvaardigd belang» persoonsgegevens te verwerken (artikel 6, eerste lid onder f AVG). Als daarvoor wordt gekozen, dan moet het belang van de verwerkingsverantwoordelijke worden afgewogen tegen de belangen en/of fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene. De AVG bevat bepalingen om de risico’s van de verwerking van persoonsgegevens van betrokkenen (in dit geval de omstanders) te beperken. Zo moet de verwerkingsverantwoordelijke voldoen aan bepaalde informatieverplichtingen richting de betrokkenen, waarborgen treffen om de impact op de grondrechten van de betrokkenen te beperken en zich houden aan de algemene beginselen zoals dataminimalisatie Het Europees Comité voor Gegevensbescherming (European Data Protection Board, EDPB), waarin de Europese gegevensbeschermingstoezichthouders samenwerken, heeft op 17 december 2024 een advies aangenomen over het gebruik van persoonsgegevens bij het ontwikkelen en in gebruik nemen van AI-modellen. Het is aan de toezichthouders om te beoordelen of de AVG wordt nageleefd.
Bent u bekend met berichten dat medewerkers van een door Meta ingeschakelde onderneming toegang zouden hebben gehad tot zeer intieme opnamen? Heeft de Autoriteit Persoonsgegevens hierover contact gehad met Meta of met andere Europese privacytoezichthouders?
Ik ben bekend met deze berichten en als de berichtgeving juist is, baart mij dit zorgen. De AP heeft laten weten in contact te staan met andere Europese privacytoezichthouders en intensief met hen samen te werken aan dossiers met betrekking tot camerabrillen.
Omdat de EU-vestiging van Meta in Ierland zit, is de Ierse toezichthouder de primaire toezichthouder. De Ierse toezichthouder heeft zich voor het eerst in 2021 uitgelaten over het toezicht op de camerabrillen.5
Bent u bekend met de opvatting van de Hamburgse privacytoezichthouder dat slimme brillen mogelijk kunnen worden aangemerkt als in alledaagse voorwerpen verborgen opnameapparatuur en daarom onder Duits recht verboden zouden kunnen zijn? Hoe beoordeelt u deze ontwikkeling en bent u bereid te onderzoeken welke betekenis deze juridische benadering kan hebben voor de Nederlandse en Europese regelgeving rond camerabrillen?3
Ja, ik ben hiermee bekend.7 Het verbod dat in Duitsland geldt, verbiedt kort gezegd het aanbod en bezit van telecommunicatie-apparatuur die de vorm heeft van een alledaags gebruiksobject en die geschikt is om ongemerkt gesprekken op te nemen of beelden op te nemen. Of camerabrillen onder dit verbod vallen, is blijkens de berichtgeving hierover in Duitsland nog geen uitgemaakte zaak. In Nederland kennen wij niet een zodanig verbod. In antwoorden 14–15 ga ik nader in op de afwegingen voor en tegen een verbodsbepaling. Daarnaast komt de European Data Protection Board (EDPB), waarin de gezamenlijke Europese privacytoezichthouders vertegenwoordigd zijn, later dit jaar met een rapport over de slimme brillen.8 De bevindingen en eventuele aanbevelingen van de EDPB in het rapport wacht het kabinet met belangstelling af. Zie ook het antwoord op vraag 14.
Hoeveel meldingen, klachten of signalen hebben de politie, het Openbaar Ministerie en de Autoriteit Persoonsgegevens ontvangen over mensen die met camerabrillen zonder hun medeweten zijn gefilmd of van wie dergelijke beelden zijn gepubliceerd?
De AP heeft tot op heden zes signalen en één klacht binnengekregen over camerabrillen. Het Openbaar Ministerie beschikt niet over cijfers met betrekking tot aangiften.
Acht u het huidige kleine indicatielampje op camerabrillen voldoende duidelijk om omstanders te informeren dat zij worden opgenomen, mede gezien het feit dat dit lampje moeilijk zichtbaar kan zijn?
Op dit moment is het is voor veel mensen niet vanzelfsprekend dat een lampje op een bril betekent dat er gefilmd wordt. Daarbij is het mogelijk om het lampje te missen in drukke of fel verlichte omgevingen. Ook spelen visuele beperkingen, kleurwaarneming (bijv. kleurenblindheid) en kijkhoek mee.
Bent u bekend met de online aangeboden stickers, aanpassingen en instructies waarmee het opname-indicatielampje kan worden afgedekt of omzeild zonder dat de camera wordt uitgeschakeld? Bent u bereid te onderzoeken of de verkoop van dergelijke hulpmiddelen kan worden verboden?
Ja, ik ben ermee bekend dat er online stickers, aanpassingen en instructies circuleren om het opname indicatielampje op camerabrillen af te dekken of te omzeilen. Het is onwenselijk dat er middelen, instructies en zelfs diensten worden aangeboden die het doelbewust onmogelijk maken voor omstanders om te zien dat er wordt opgenomen.
Tegelijkertijd is een verkoopverbod op dergelijke hulpmiddelen juridisch kwetsbaar, eenvoudig te omzeilen, moeilijk handhaafbaar en onevenredig ingrijpend en kostbaar ten opzichte van het beperkte effect. De meeste materialen en accessoires hebben een legaal karakter. Het afbakenen van wat wel en niet mag is zeer lastig. Meta zelf geeft aan dat de camera automatisch wordt uitgeschakeld zodra de bril detecteert dat het led-lampje voor opname is bedekt, fysiek is gemanipuleerd of is vernietigd.9
Bent u bereid in Europees verband te pleiten voor bindende ontwerpeisen voor camerabrillen, waaronder een duidelijk en niet te omzeilen visueel en hoorbaar signaal tijdens het maken van foto-, video- of geluidsopnamen?
Nee, op dit moment niet. Ik acht het wenselijk om de bevindingen van het onderzoek van de EDPB af te wachten.
Bent u bereid te onderzoeken of het mogelijk is om het dragen van deze brillen (deels) te verbieden in publieke ruimtes?
Een (gedeeltelijk) verbod op het dragen camerabrillen in publieke ruimtes is een ingrijpende maatregel. Dat kan alleen als er geen minder zwaarwegende alternatieven mogelijk zijn. Het gebruik van de camerabrillen is niet intrinsiek onwenselijk. Wat vooral belangrijk is, is dat wordt opgekomen tegen ongewenst gebruik van de brillen. Daarvoor zijn al mogelijkheden binnen het huidige wettelijke kader, waaronder het gegevensbeschermingsrecht.
Ik acht het voor nu verstandig om de bevindingen van de EDPB af te wachten, alvorens zelf een onderzoek te starten. De bevindingen van de EDPB kunnen ook relevant zijn voor de of het juridisch mogelijk is om te verplichten dat de drager van een camerabril deze afzet of de opnamefunctie uitschakelt.
Bent u bereid te onderzoeken of het juridisch mogelijk is om te verplichten dat de drager van een camerabril deze afzet of de opnamefunctie uitschakelt wanneer iemand in de directe omgeving aangeeft niet gefilmd of opgenomen te willen worden?
Zie antwoord vraag 14.
Welke beperkingen gelden voor het gebruik van gezichtsherkenning in combinatie met camerabrillen? Bent u bereid zich in Europees verband uit te spreken tegen realtime gezichtsherkenning van willekeurige omstanders door particuliere gebruikers?
Het gebruik van gezichtsherkenning in combinatie met camerabrillen is aan strikte beperkingen onderhevig. Zonder een specifieke wettelijke grondslag en naleving van de waarborgen uit de AVG en de AI verordening is identificatie van willekeurige omstanders in de openbare ruimte door particuliere gebruikers niet toegestaan. Gelet op het reeds geldende EU en nationale kader acht het kabinet aanvullend oproepen tot actie in Europees verband niet nodig; de inzet blijft gericht op strikte toepassing en effectieve handhaving van de bestaande regels.
Hebben organisatoren van evenementen, horecagelegenheden, scholen, zorginstellingen, zwembaden en andere organisaties voldoende juridische mogelijkheden om camerabrillen te weren? Bent u bereid hiervoor duidelijke landelijke richtlijnen op te stellen?
Ja. Organisatoren en beheerders hebben in de regel voldoende juridische mogelijkheden om camerabrillen te weren of het gebruik daarvan te beperken via huisregels, contractvoorwaarden en toegangsbeleid.
Bij vergunningsplichtige evenementen kan de gemeente aanvullende voorwaarden stellen. Exploitanten van private of semi publieke locaties (horeca, winkels, musea, zwembaden, sportscholen, evenemententerreinen) mogen een verbod of beperking op camerabrillen als huisregel of in algemene voorwaarden opnemen, mits zij kenbaar, niet discriminatoir en proportioneel zijn. Bij niet naleving kan de toegang worden geweigerd of beëindigd; bij weigering te vertrekken kan uiteindelijk strafrechtelijk worden opgetreden wegens lokaalvredebreuk (art. 138 Sr).
Scholen en zorginstellingen hebben een bijzondere zorg en veiligheidsverantwoordelijkheid richting leerlingen, patiënten en bezoekers. Vanuit die plicht is een vergaand verbod in onderwijs en zorgomgevingen (en zeker in kleed-, behandel- en rustruimten) goed te rechtvaardigen. In niet publieke ruimten zoals kleedkamers en toiletten is heimelijk filmen strafbaar.
Gelet op het bestaande wettelijk kader, dat voldoende duidelijke mogelijkheden biedt, acht ik een nieuwe landelijke richtlijn niet noodzakelijk.
Bent u bereid de Autoriteit Persoonsgegevens te vragen onderzoek te doen naar het gebruik van camerabrillen in Nederland, de gegevensstromen naar technologiebedrijven en mogelijke juridische lacunes, en de Kamer hierover vóór het einde van het jaar te informeren?
De AP heeft aangegeven bezorgd te zijn en de maatschappelijke ophef over de camerabril te begrijpen. Samen met andere Europese privacy-toezichthouders wordt daarom gekeken naar de impact van camerabrillen op privacy van mensen. Naar verwachting komt daar dit najaar meer duidelijkheid over. De AP heeft daarnaast momenteel een aantal klachten over camerabrillen in behandeling. Zoals vermeld in antwoord 9 verwacht de EDPB, waarin ook de AP vertegenwoordigd is, daarnaast dit najaar nog bevindingen te publiceren over camerabrillen. We zullen de zorgen rondom de camerabrillen met de AP in ons reguliere contact met de AP aankaarten. Het is aan de AP, als onafhankelijke toezichthouder, of zij hier nader onderzoek zal doen.
De Hitler-verheerlijking door ON! |
|
Mohammed Mohandis (PRO), Harmen Krul (CDA) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u een uitzending van ON! waarin de verheerlijking van Hitler-uitspraken in een uitzending van de omroep Ongehoord Nederland1 in het licht van de zeer zware motiveringsplicht die geldt bij het intrekken van een (voorlopige) erkenning van een (aspirant)omroep2?
Op 8 september heb ik uw Kamer laten weten voornemens te zijn de voorlopige erkenning van Ongehoord Nederland (hierna: ON!) in te trekken. Dat voornemen heb ik gebaseerd op de gronden die de wet mij daarvoor geeft. Die gronden hebben geen betrekking op de inhoud van individuele uitzendingen.
Mijn beslissing van 8 september gaat over een organisatie die niet functioneert: dat staat los van het geluid of de groep die zij vertegenwoordigt.
Als stelselverantwoordelijke Minister heb ik op grond van de Mediawet 2008 in specifieke gevallen een bevoegdheid om in te grijpen door de erkenning of voorlopige erkenning van een omroep in te trekken. Dat kan ik niet zelfstandig en ik beoordeel daarbij geen individuele uitzendingen of journalistieke opvattingen. De persvrijheid is een groot goed en de Grondwet beschermt onafhankelijke media tegen overheidsingrijpen.
Hoe beoordeelt u de betrokkenheid van de heer Niemoller (die volgens zijn linkedIN-pagina en recente informatie «hoofdredacteur» is van Ongehoord Nederland) bij de verheerlijking van dergelijke Hitler-opvattingen in dit fragment?
Ik doe geen uitspraken over de inhoud van individuele uitzendingen. Zie mijn antwoord op vraag 1.
Hoe verhoudt de boodschap van de uitzending «dat Hitler een terechte strijd voerde tegen het globalisme» zich tot de Code Journalistiek Handelen?
Laat ik vooropstellen: voor mij staat Hitler symbool voor het ongeëvenaarde en onvoorstelbare leed dat miljoenen mensen is aangedaan. Dat mogen wij nooit, maar dan ook nooit, vergeten. Ik kan mij voorstellen dat mensen aanstoot nemen aan een discussie die wordt gevoerd aan de hand van een rede van Hitler.
Verder vind ik het belangrijk om te benadrukken dat het niet aan mij als Minister is om de inhoud van een uitzending te beoordelen. Een Minister mag zich niet bemoeien met de inhoud van de journalistiek. Het is aan de ombudsman om te beoordelen hoe deze uitzending zich verhoudt tot de Code Journalistiek Handelen.
Als deze uitzending leidt tot nieuwe sancties door het Commissariaat voor de Media en/of afkeuring door de ombudsman voor de publieke omroepen, hoeveel van zulke «gele kaarten»3 kan deze omroep zich dan nog permitteren, naast de stapel aan gele kaarten die deze omroep al heeft gekregen, zonder dat u actie onderneemt en deze omroep een «rode kaart» trekt?
Zie mijn antwoord op vraag 1.
Hoe ziet u uw verantwoordelijkheid hierbij, in het licht van het feit dat alleen u op grond van Artikel 2.33 van de Mediawet 2008 bevoegd bent om een (voorlopige) erkenning van een publieke omroep in te trekken?
Ik onderken mijn verantwoordelijkheid voor het stelsel van de publieke omroep en de rol die de wet mij geeft ten aanzien van het intrekken van erkenningen als die situatie zich voordoet. Die verantwoordelijkheid heb ik ook genomen door mijn voorgenomen besluit van 8 september om de voorlopige erkenning van ON! in te trekken.
Acht u het denkbaar dat u zo’n omroep in het nationale omroepbestel houdt, terwijl geen enkele ledenomroep nog mogelijkheden ziet voor de intensievere samenwerking met deze omroep die in het beoogde nieuwe omroepbestel noodzakelijk is4?
Zoals gezegd heb ik uw Kamer op 8 september geïnformeerd over mijn voorgenomen besluit ten aanzien van ON!. Daarmee moge duidelijk zijn dat ik op basis van de huidige wet- en regelgeving geen plek voor ON! in het publieke bestel meer zie.
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het commissiedebat van 24 september 2026 over de landelijke publieke omroep?
Ja.
Het Limburgse spoor |
|
Habtamu de Hoop (GroenLinks-PvdA) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Eerste Limburgse spooroverleg is een succes: Infrabel wil kostenraming maken voor heropening spoorlijn 20»?1
Hier heb ik kennis van genomen.
Klopt het dat de spoorbrug, de Sint Servaasbrug en de Wilhelminabrug gezamenlijk bepalend zijn voor zowel de hydraulische doorstroming als bevaarbaarheid van de Maas? En wordt onderzocht welke aanpassingen aan deze drie bruggen noodzakelijk kunnen zijn om de doelstellingen op het gebied van hoogwaterveiligheid en scheepvaart te realiseren?
De Maas heeft de afgelopen decennia op veel plekken meer ruimte gekregen door een combinatie van delfstoffenwinning en hoogwaterbescherming. In Maastricht zelf zijn daarbij geen maatregelen genomen, waardoor de breedte van het rivierbed hier significant kleiner is dan boven- en benedenstroom van de stad. De Sint Servaasbrug, Wilhelminabrug en Spoorbrug Maastricht liggen op het smalste deel van de rivier, waarbij de pijlers van de bruggen voor extra opstuwing zorgen. De pijlers van de Spoorbrug Maastricht zorgen bijvoorbeeld al voor een opstuwend effect van vijf centimeter.
Doordat de Maas in Maastricht relatief smal is ten opzichte van de delen ten noorden en zuiden van de stad nemen bij hogere rivierafvoeren de stroomsnelheden snel toe. Deze hoge stroomsnelheden hebben onder andere een negatief effect op de bevaarbaarheid van dit traject. Schepen hebben dan meer ruimte nodig, waardoor het passeren van andere schepen lastiger wordt. Daarnaast wordt het passeren van de bruggen risicovoller door de beperkte breedte. Specifiek bij de Spoorbrug Maastricht speelt de afwijkende oriëntatie van de beweegbare opening aan de westoever, terwijl de doorgaande vaarroute tussen Julianakanaal en Sint Servaasbrug zich langs de oostoever bevindt. De sloop van de Spoorbrug Maastricht leidt tot een aanzienlijke verbetering van de nautische veiligheid.
In het project Zuidelijk Maasdal wordt onderzocht hoe de waterstanden in het centrum van Maastricht kunnen worden verlaagd met het oog op hoogwaterveiligheid. Daarnaast onderzoekt het project welke maatregelen nodig zijn om de bevaarbaarheid bij hogere afvoeren te verbeteren.
Wat is de reden dat de besluitvorming over de spoorbrug vooruitlopend op de uitkomsten van deze integrale studie afzonderlijk behandeld wordt?
Het proces voor onttrekking van de spoorlijn en sloop van de Spoorbrug Maastricht liep reeds voor de start van het project Zuidelijk Maasdal. Beide trajecten samenvoegen zou tot vertraging van het proces rondom de besluitvorming van de Spoorbrug Maastricht leiden. Dat is onwenselijk omdat de onderhoudskosten voor de Spoorbrug Maastricht dan langer door zouden lopen waardoor ook de verkenning in omvang zou toenemen. Daarnaast zou het nautisch en waterveiligheidsknelpunt blijven bestaan. Het voorkeursalternatief van de studie Toekomstbeeld Spoorbrug Maastricht betreft de sloop van de Spoorbrug Maastricht in combinatie met de realisatie en een langzaamverkeersverbinding. Dit is als uitgangspunt gehanteerd voor het project Zuidelijk Maasdal.
Welke alternatieven zijn onderzocht waarbij waterveiligheid, scheepvaart, de langzaamverkeersverbinding en een toekomstige spoorverbinding Maastricht-Hasselt in één integraal ontwerp worden meegenomen?
In het Toekomstbeeld Spoorbrug Maastricht zijn integrale alternatieven onderzocht voor waterveiligheid, scheepvaart, een langzaamverkeersverbinding en de monumentale waarde van de Spoorbrug Maastricht. Een integraal ontwerp met een toekomstige spoorverbinding Maastricht-Hasselt is niet onderzocht vanwege het ontbreken van concrete initiatieven of een realistisch perspectief.
Klopt het dat de huidige spoorbrug nautische beperkingen kent, onder meer vanwege de ligging van de oostelijke pijler, de positie van het hefdeel en de beperkte doorvaartbreedte?
Dat klopt. De oostelijke pijler van de Spoorbrug Maastricht staat schuin op de huidige stroomrichting in de rivier. Dit geeft een atypische stroming rondom de pijler en daarnaast is het daardoor lastiger de breedte van de doorvaartopening onder de brug in te schatten. Het hefdeel bevindt zich aan de westelijke oever, terwijl de doorvaartopening van de Wilhelminabrug en de invaart van het Julianakanaal zich aan de oostoever bevinden. Dit betekent dat schepen moeten slingeren over de Maas, hetgeen vooral bij hogere afvoeren tot risico’s leidt. Door de afnemende doorvaarthoogte moeten meer schepen dan door het hefdeel varen. Bovendien hebben schepen door de hoge stroomsnelheden meer moeite om de manoeuvre te maken. Ook kunnen er geen schepen tegemoetkomen terwijl andere schepen oversteken of onder het hefdeel varen.
Daarnaast vormt de Spoorbrug Maastricht een obstakel voor schepen die vanuit sluis Bosscherveld naar het Julianakanaal varen en vice versa. Om te voorkomen dat deze bij de splitsing op de landtong worden gedrukt door de stroming, moeten zij een stuk stroomopwaarts varen en dan draaien. Daarvoor is alleen tussen de Spoorbrug Maastricht en de Wilhelminabrug voldoende ruimte. Deze schepen moeten daarom twee keer de Spoorbrug Maastricht passeren.
Worden in de studie Zuidelijk Maasdal ook varianten onderzocht met behoud van de spoorbrug, met een verhoogde spoorbrug of met een nieuwe spoorbrug zonder pijlers in de hoofdvaarroute? Zo nee, waarom niet?
Het project Zuidelijk Maasdal hanteert het uitgangspunt dat de Spoorbrug Maastricht wordt gesloopt. Zowel in het bepalen van de nautische opgave als in de uitwerking van de oplossingen wordt daarom een situatie zonder Spoorbrug Maastricht beschouwd.
Voorafgaand aan het project Zuidelijk Maasdal is in 2017 door Rijkswaterstaat een onderzoek uitgevoerd naar de nautische veiligheid in Maastricht. Hierin zijn wel eventuele aanpassingen aan de Spoorbrug Maastricht bekeken, namelijk het verhogen van de brug door deze vast te verhogen of beweegbaar te maken. Het vast verhogen van de brug bleek toen niet haalbaar omdat de aansluitingen van het spoor dan ook verhoogd en verlengd moeten worden. Dit was niet in te passen met het stationsemplacement aan de oostzijde omdat de aansluitingen dan te steil zouden worden. Ook het beweegbaar maken van de brug is als technisch zeer ingewikkeld en kostbaar aangemerkt en daarom niet nader uitgezocht.
Klopt het dat de spoorverbinding Maastricht-Luik momenteel door Arriva wordt geëxploiteerd, terwijl de concessieverantwoordelijkheid nog onder het hoofdrailnet valt? Wat is de stand van zaken en planning van de voorgenomen decentralisatie en welke gevolgen heeft dit voor de geplande frequentieverhoging van de Drielandentrein? Is dit nog te realiseren in deze kabinetsperiode?
De Drielandentrein wordt in samenwerking tussen NS, Arriva en NMBS geëxploiteerd. Enkel het Nederlandse deel van de verbinding tussen Maastricht en Luik valt onder de Hoofdrailnetconcessie. In de Hoofdrailnetconcessie zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de decentralisatie. Tijdens het BO MIRT van januari 2026 hebben IenW en de provincie Limburg afgesproken dat decentralisatie plaatsvindt vanaf 2028 of als dit redelijkerwijs niet mogelijk blijkt vanaf de volgende regionale concessieperiode (vanaf eind 2031). Hier zijn het ministerie en de provincie dus over in gesprek. De geambieerde frequentieverhoging vereist aan de Nederlandse zijde van de grens veiligheidsverbeteringen aan overwegen bij Eijsden.
Klopt het dat in de Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) afspraken zijn gemaakt over de sanering van de spoorwegovergang tussen Maastricht en Eijsden, terwijl nog geen definitieve afspraken zijn gemaakt over de uitvoering van de frequentieverhoging Maastricht-Luik?
Dat klopt.
Op welke wijze hangen de voorgenomen frequentieverhoging Maastricht-Luik, de sloop van de spoorbrug en de aanleg van de langzaamverkeersbrug bestuurlijk, juridisch en financieel met elkaar samen? Klopt het dat er in de bestuurlijke afspraken geen koppeling is gelegd tussen de sloop van de spoorbrug en het realiseren van de frequentieverhoging van de Drielandentrein Maastricht – Luik en dat deze frequentieverhoging dus ook kan doorgaan als de brug niet wordt gesloopt?
Op het BO MIRT van eind 2025 en begin 2026 hebben IenW en provincie Limburg afgesproken om de AROV-middelen2 te herbestemmen aan een viertal projecten. Dit is een integrale aanpak, waarmee wij afspreken dat al deze projecten worden uitgevoerd. Hieronder vallen onder andere de sloop van de Spoorbrug Maastricht en het verbeteren van overwegen tussen Maastricht en Eijsden ten behoeve van een frequentieverhoging van de Drielandentrein tussen Maastricht en Luik.
Klopt het dat de rijksbijdrage voor de langzaamverkeersbrug afhankelijk is gemaakt van het tijdig verkrijgen van een vergunning voor de sloop van de spoorbrug? Zo ja, wat is de inhoudelijke onderbouwing van deze afhankelijkheid? Zijn tevens alternatieven onderzocht waarbij de aanleg van de langzaamverkeersbrug niet afhankelijk is van een besluit over de spoorbrug?
Rijkswaterstaat stelt vanuit scheepvaartveiligheid eisen aan de minimale afstand tussen bruggen over de vaarweg. Een nieuwe langzaamverkeersbrug en Spoorbrug Maastricht zouden te dicht op elkaar komen te liggen. De realisatie van een nieuwe langzaamverkeersbrug is daarom enkel mogelijk als de Spoorbrug Maastricht gesloopt is.
Welke financiële risico's dragen het Rijk, de provincie Limburg en de gemeente Maastricht ieder afzonderlijk indien de huidige planning rond de spoorbrug wordt gewijzigd en/of indien de kosten voor de sloop van de spoorbrug, de aanpassingen van de overwegveiligheid tussen Maastricht en Eijsden of de realisatie van de langzaamverkeersbrug hoger uitvallen dan de genoemde bedragen in de afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 6 en 7 november 2024?
IenW en de provincie Limburg leggen de financiële afspraken vast in een nader af te spreken bestuursovereenkomst.
Welke betekenis kent u toe aan de toezegging van Infrabel om een kostenraming te maken voor de heropening van spoorlijn 20? Bent u bereid dit onderzoek te ondersteunen met kennis van ProRail? Zo nee, waarom niet?
Het traject Maastricht – Lanaken is in 2009 door ProRail gereactiveerd voor goederenvervoer. Helaas heeft er sinds de reactivering slechts één trein gereden. Het traject heeft een lage maximale snelheid en is niet voorzien van bovenleiding. Exploitatie voor reizigersvervoer zal grote investeringen vragen van meerdere tientallen miljoenen. Deze investering weegt niet op tegen de baten. Mede op basis van de beoordeling van ProRail concludeer ik dat heropening van het traject Maastricht – Lanaken niet realistisch is.
Welke rol ziet het kabinet voor de spoorverbinding Maastricht-Hasselt binnen het grensoverschrijdende mobiliteitsbeleid en de bereikbaarheid van de Euregio Maas-Rijn nu een tramverbinding niet doorgaat en een busverbinding nooit een acceptabele reistijd kan behalen?
IenW ziet geen rol voor spoorvervoer in de grensoverschrijdende mobiliteit tussen de regio Maastricht en de regio Hasselt. Binnen de regio werken de Nederlandse en Belgische partners samen via de huidige OV-verbindingen om reizigers een alternatief te bieden voor spoorvervoer. Dit geschiedt per bus. De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn rijdt in diverse lijnvoeringen vanuit Vlaanderen naar Maastricht.
Welke gesprekken voert het kabinet met de Belgische federale overheid, Infrabel en de betrokken Belgische regio’s over de toekomst van de spoorverbinding Maastricht-Hasselt? Bent u bereid gezamenlijk met de Federale en Vlaamse overheid te komen met een visie op het toekomstige openbaar vervoer systeem in de grensregio waarin de spoorlijn Hasselt-Maastricht een centrale rol speelt?
IenW en de Belgische federale overheid hebben middels de gezamenlijke verklaring spoordossiers februari jl. ambities uitgesproken omtrent verbindingen tussen Nederland en België. Hier blijven we over in gesprek. Het staat regionale overheden daarnaast vrij om gezamenlijk een visie op te stellen naar het toekomstig openbaar vervoerssysteem in de grensregio Hasselt-Maastricht.
Bent u bekend met de ambitie van vervoerder Arriva om het grensoverschrijdende spoorvervoer verder uit te breiden, waaronder een mogelijke spoorverbinding Maastricht-Hasselt? Heeft u hierover overleg gehad met Arriva en andere betrokken partijen en wat waren daarvan de conclusies?
Ja, ik ben bekend met de ambitie van vervoerder Arriva. Het ministerie heeft, naar aanleiding van de reactie van Arriva op de internetconsultatie die in oktober-november 2025 open stond, een gesprek gevoerd met Arriva. In een later gesprek in 2026 heeft Arriva hun toekomstvisie en een rapport van een ingenieursbureau toegelicht. In de rapportage zien adviseurs van een adviesbureau het exploiteren van een treinverbinding als «zeer ambitieus». Grote aanpassingen aan de infrastructuur zijn benodigd in zowel Nederland als België.
Heeft het kabinet onderzocht welke gevolgen het definitief verwijderen van de bestaande spoorbrug heeft voor de mogelijkheid om op termijn een rechtstreekse spoorverbinding Maastricht-Hasselt te realiseren? Zo ja, wat zijn deze conclusies? Zo nee, waarom niet?
Het traject Maastricht – Lanaken is in 2009 door ProRail gereactiveerd voor goederenvervoer. Helaas heeft er, zoals eerder toegelicht, sinds de reactivering slechts één trein gereden. In 2020 is het spoor aan Nederlandse zijde buiten gebruik gesteld. In 2020 is door de Belgische Minister middels een ministeriële toelating toestemming gegeven aan Infrabel om de spoorlijn aan Belgische zijde van de grens niet meer te onderhouden. De Spoorbrug Maastricht in huidige vorm en staat voldoet niet aan de vereisten voor een rechtstreekse spoorverbinding Maastricht-Hasselt. Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 6, heeft Rijkswaterstaat meerdere scenario’s onderzocht. Eventuele her-ingebruikname van de Spoorbrug Maastricht vraagt dat de constructie wordt verhoogd ten behoeve van de scheepvaart, wat feitelijk nieuwbouw betekent. Dit is zeer lastig in te passen in de omgeving en kostbaar. Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 14, hebben IenW en de Belgische federale overheid ambities uitgesproken omtrent verbindingen tussen Nederland en België. Hier blijven we over in gesprek. Het staat regionale overheden daarnaast vrij om gezamenlijk een visie op te stellen over het toekomstig openbaar vervoerssysteem in de grensregio Hasselt-Maastricht.
Bent u bekend met het belang dat Nederland, België en Duitsland hechten aan een goede grensoverschrijdende bereikbaarheid van de Euregio Maas-Rijn in het kader van de kandidatuur voor de Einstein Telescope? Op welke wijze worden de verbetering van de internationale spoorverbindingen, waaronder Maastricht-Luik, Maastricht-Aken en een mogelijke heropening van Maastricht-Hasselt, betrokken bij de verdere uitwerking van de Nederlandse bijdrage aan het bidboek?
De Euregio Maas-Rijn onderscheidt zich in Europees perspectief en van andere kandidaat-regio's voor de vestiging van de Einstein Telescope onder meer door het sterke internationale leef- en vestigingsklimaat. Dat maakt de Euregio aantrekkelijk voor onderzoekers en innovatieve bedrijven die willen samenwerken bij de technologieontwikkeling en de exploitatie van de Einstein Telescope. Goede grensoverschrijdende verbindingen en verdere verbeteringen van die verbindingen zijn dus van groot belang voor die grensoverschrijdende samenwerking en daarmee voor de kansen voor de Euregio als vestigingslocatie. Dit is dus een belangrijk onderdeel van de Nederlandse bijdrage aan het Bidbook van de Euregio Maas-Rijn voor de Einstein Telescope. IenW ziet geen rol voor spoorvervoer in de grensoverschrijdende mobiliteit tussen de regio Maastricht en de regio Hasselt.
Deelt u de opvatting dat onomkeerbare infrastructurele besluiten die de toekomstige internationale spoorbereikbaarheid van de Euregio Maas-Rijn kunnen beperken, zorgvuldig moeten worden afgewogen? Bent u daarom bereid de besluitvorming over de toekomstige spoorfunctie van de Maasovergang expliciet te betrekken bij de bredere visie op de internationale bereikbaarheid en de economische ontwikkeling van de Euregio Maas-Rijn, mede gelet op de recente bestuurlijke afspraken in België om de mogelijkheden voor heropening van spoorlijn 20 verder te onderzoeken?
Ik ben van mening dat onomkeerbare infrastructurele besluiten zorgvuldig moeten worden afgewogen. Om die reden hebben mijn voorganger en ik afgelopen periode een intensief traject doorlopen, waar mijn voorganger middels een internetconsultatie betrokkenen gevraagd heeft hun mening te delen. Vervolgens is mijn voorganger met een groot aantal partijen in gesprek gegaan om deze argumenten te kunnen betrekken in de afweging. Ook hebben mijn voorganger en ik het voorgenomen besluit meermaals besproken met Minister Crucke. Er volgt nog een allesomvattend gesprek tussen Minister Crucke en mij rond verschillende infrastructurele besluiten die genomen moeten worden. Op basis van de argumenten zie ik vooralsnog geen aanleiding om het voorgenomen besluit te heroverwegen en nader onderzoek te doen.
Deelt u de opvatting dat onomkeerbare besluiten over de bestaande spoorbrug bij voorkeur worden genomen nadat zowel de integrale studie Zuidelijk Maasdal als de aangekondigde Belgische kostenraming voor de heropening van spoorlijn 20 beschikbaar zijn, zodat besluiten over waterveiligheid, scheepvaart, de toekomstige internationale spoorverbinding Maastricht-Hasselt en ruimtelijke ontwikkeling in samenhang kunnen worden genomen? Bent u bereid voorafgaand aan een dergelijk besluit de maatschappelijke, economische en vervoerkundige gevolgen voor een mogelijke toekomstige spoorverbinding Maastricht-Hasselt expliciet in kaart te brengen?
Het project Zuidelijk Maasdal heeft als uitgangspunt dat de Spoorbrug Maastricht gesloopt wordt. Het uitstellen van het besluit over de Spoorbrug Maastricht leidt tot een wijziging van het uitgangspunt voor het project. Dit heeft direct gevolgen voor de planning en het budget van de verkenningsfase, waardoor ook de uitvoering van andere onderdelen van de integrale scope, zoals de verbetering van de waterveiligheid in het gebied, vertraging oplopen.
Hoe staat het met het oplossen van de problematiek met betrekking tot het nog steeds niet kunnen gebruiken van de ov-chipkaart en OV-pay op het deeltraject Maastricht-Luik van de drielandentrein? Waarom duren deze problemen inmiddels zo lang?
De vervoerders op de Drielandentrein slagen er op dit moment niet in het Nederlandse check-in-check-out-systeem met paaltjes uit te breiden naar de Belgische stations op de Drielandentrein. Daarom kunnen reizigers daar nu geen gebruik maken van zowel de OV-chipkaart en OVpay. Tijdens het implementatietraject is recent gebleken dat in tegenstelling tot eerdere verwachtingen een goede integratie van het Belgische tarievensysteem in het Nederlandse OV-chipkaart-systeem met correcte beprijzing niet mogelijk is. Daarom is door de vervoerders geadviseerd om van een implementatie van in- en uitchecken met de OV-chipkaart op het Belgische deel af te zien tot de volledige migratie naar OVpay in 2027. Dit is namelijk technisch wel compatibel met de integratie van het Belgisch systeem.
Herinnert u zich de antwoorden van uw ambtsvoorganger van 3 maart 2025 op eerdere schriftelijke vragen d.d. 5 februari 2025 over de problemen met de drielandentrein uit 2025?2 Kunt u aangeven of de destijds genoemde acties om de punctualiteit te verbeteren en de rituitval tegen te gaan duidelijk effect hebben gehad? Zo nee, welke extra acties zijn er noodzakelijk om de uitvoering van deze treindienst te verbeteren?
Ja, dat herinner ik mij. Zoals aangegeven in de beantwoording van de Kamervragen inzake de afspraken met België over spoordossiers4, rijdt de Drielandentrein momenteel in het algemeen zoals beoogd op het gehele traject Aachen-Heerlen-Maastricht-Liège Guillemins en vice versa. Door (geplande) werkzaamheden in Duitsland en door stakingen in België was het de afgelopen periode niet mogelijk zonder hinder te rijden. Behoudens deze (externe) oorzaken is de betrouwbaarheid van de verbinding sinds de start fors verbeterd. De prestaties op het traject van en naar Duitsland voldoen echter niet aan de (Nederlandse) normen, omdat er beperkte capaciteit op dit traject is, waarvoor overbelastverklaringen zijn opgesteld.
Handhaving monogamie |
|
Diederik van Dijk (SGP) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Bijzonder huwelijk: Natasja (51) trouwt niet alleen met Erik (51), maar óók met Berlinda (55)»?1
Zijn u meer situaties bekend van een schijnhuwelijk met meer dan twee personen waarbij een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs) een rol vervult?
Ziet u het belang om het huwelijk als een uniek verbond van twee personen te beschermen, mede gezien de problemen die bij polygamie bestaan en die de overheid door middel van beleid probeert te bestrijden?
Wat vindt u, gelet op de wettelijke norm van monogamie en de strafbepaling inzake bigamie, van situaties waarin bewust de schijn wordt gecreëerd dat sprake is van een huwelijk met meer dan twee personen?
In hoeverre wordt in de informatievoorziening richting de babs en bij hun beëdiging aandacht besteed aan de wettelijke norm van monogamie en de betekenis ervan voor de verantwoordelijkheid van de babs?
Vindt u het te verenigen met de verantwoordelijkheid van de babs in het naleven van de wettelijke normen dat hij bewust meewerkt aan situaties waarin de schijn van bigamie wordt gewekt, bijvoorbeeld door in de ceremonie een plaats te geven aan het gebruik van aktes en getuigen? Zo ja, waarom? Zo nee, in hoeverre wordt het handelen van de babs meegewogen bij een nieuwe beëdiging?
In hoeverre is bij de beëdiging van een babs voor een enkele dag bekend op welke situatie de beëdiging betrekking heeft? Vindt u ook dat een beëdiging voor situaties van schijnhuwelijken, waaronder bigame schijnhuwelijken, niet aan de orde kan zijn?
Bent u bereid in overleg te treden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Raad voor de rechtspraak om meer duidelijkheid te creëren over de rol van de babs in het bewaken van de wettelijke positie van het monogame huwelijk?
Honderden miljoenen fraude via verzekeraar Atradius |
|
Suzanne Kröger (PRO), Julian Bushoff (GroenLinks-PvdA) |
|
Eerenberg , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Staat mogelijk voor honderden miljoenen het schip in door fraude via verzekeraar Atradius»?1
Deelt u de constatering dat er al langer zorgen bestaan rondom mogelijke tekortkomingen in de bestrijding van fraude en financiële criminaliteit bij exportkredietverzekeringen, zoals bijvoorbeeld gepubliceerd in Regimes of Permission: Export Credit Agencies, Anti-Money Laundering and Anti-Terrorism Financing(2025)2 en zoals blijkt uit meerdere zaken de afgelopen jaren?3 4
In hoeverre komen de aangekondigde maatregelen uit uw Kamerbrief d.d. 3 juli 2026 (Kamerstuk 26 485, nr. 463) overeen met de aanbevelingen voor overheden en exportkredietverzekeraars uit het bovengenoemde rapport Regimes of Permission? Kunt u aangeven welke maatregelen u wel, welke gedeeltelijk en welke u niet overneemt en waarom?
Hoe beoordeelt u, tegen de achtergrond van de huidige fraudezaken, de constatering in het rapport Regimes of Permission dat exportkredietverzekeraars voor hun due diligence sterk afhankelijk zijn van informatie die door hun cliënten zelf wordt aangeleverd, waardoor informatie-asymmetrie ontstaat?
In hoeverre verrichtte Atradius Dutch State Business (ADSB) zelfstandig onderzoek naar garanten, tussenpersonen en andere partijen in de transactieketen, in plaats van uitsluitend af te gaan op informatie van de verzekerde?
Klopt het dat bij de huidige fraudezaken vermoedelijk gebruik is gemaakt van vervalste financiële informatie en accountantsverklaringen? Waarom waren de bestaande controlemechanismen van ADSB niet in staat deze informatie eerder als mogelijk frauduleus te identificeren?
Welke controles verrichtte ADSB op de financiële positie van een garant vóór het afgeven van een polis? Werden accountantsverklaringen rechtstreeks bij de betreffende accountant geverifieerd?
Deelt u de mening dat het goed is dat banken, verzekeraars en andere financiële instellingen vergaande verplichtingen hebben om witwassen, terrorismefinanciering en andere financiële criminaliteit te voorkomen? Waarom gelden voor een publieke exportkredietverzekeraar die namens en voor rekening en risico van de Staat opereert niet dezelfde of vergelijkbare wettelijke verplichtingen?
Welke wettelijke instantie houdt momenteel toezicht op de naleving door ADSB van haar verplichtingen op het gebied van het voorkomen van witwassen, terrorismefinanciering en andere financiële criminaliteit?
Zijn er voldoende wettelijke waarborgen om ADSB verantwoordelijk te houden voor gebrekkige controles die tot gevolg hebben dat miljoenen aan belastinggeld verloren gaan?
In hoeverre heeft ADSB volgens u de capaciteit en kennis in huis om risico's op misbruik in te schatten en fraude te detecteren voordat een polis wordt afgegeven? Heeft ADSB mensen in dienst die hierin gespecialiseerd zijn? Huurt ADSB hiervoor externe partijen in? Zo ja, welke?
De taaleis voor naturalisatie |
|
Claire Martens-America (VVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de afspraak uit het coalitieakkoord om de taaleis voor naturalisatie te verhogen naar niveau B1?
Wanneer bent u van plan om het benodigde wetgevingstraject om de taaleis voor naturalisatie te verhogen op te starten?
Deelt u de mening dat, om de integratie van nieuwkomers zoveel mogelijk te bespoedigen, deze maatregel zo snel mogelijk doorgevoerd dient te worden?
Indien het antwoord op vraag drie positief is, deelt u de mening dat «zo snel mogelijk» op zijn minst inhoud dat het wetsvoorstel voor het einde van 2026 naar de Raad van State gestuurd dient te worden?
Bent u bereid om alle vragen afzonderlijk te beantwoorden?
De actuele situatie in Ter Apel |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Klopt het dat er op 24 september 2026 weer asielzoekers op het grasveld moesten verblijven?1
Hoe lang hebben zij daardoor geen toegang gehad tot basisbehoeften zoals eten, drinken en toiletten?
Zijn zij uiteindelijk toch ‘s avonds opgevangen en zo ja, hoe en door wie?
Wat is uw plan om deze situatie met mensen die op het gras moeten verblijven en de gecontroleerde toegang duurzaam op te lossen? Welke concrete stappen zijn er in de afgelopen weken genomen?
Hoe gaat u op korte termijn zorgen dat er geen mensen op het grasveld hoeven te verblijven?
Hoe is er gereageerd op de waarschuwingen die het Rode Kruis en VluchtelingenWerk Nederland al maanden afgeven?
Wat gaat u doen om kwetsbare mensen veilig te houden en ervoor te zorgen dat zij niet uit beeld raken?
Worden er nog stappen gezet om Rijksvastgoed in te zetten als (tijdelijke) opvanglocaties? Wat is hiervan de stand van zaken?
Is er geen enkele gemeente die wil meewerken aan het inzetten van Rijksvastgoed? Zo nee, wat zijn de andere knelpunten?
Worden er nog gesprekken gevoerd met het Ministerie van Defensie om kazernes tijdelijk in te zetten voor opvang? Is er één enkele mogelijkheid uit de gesprekken gekomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zijn de vervolgstappen?
Kunt u deze vragen onafhankelijk van elkaar en binnen een week (uiterlijk 7 oktober 2026) beantwoorden?
De toekomst van Nyrstar Budel. |
|
Henk Jumelet (CDA), Judith Buhler (CDA) |
|
Herbert , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht in het Financieele Dagblad over de onzekerheid rond de toekomst van de Nyrstar-fabriek in Budel1?
Deelt u de mening dat de situatie bij Nyrstar andermaal laat zien dat de hoge Nederlandse elektriciteitskosten voor energie-intensieve bedrijven niet alleen een langetermijnvraagstuk zijn, maar dat deze ook op korte termijn gevolgen kunnen hebben voor investeringsbeslissingen en het behoud van industriële productie in Nederland?
Herkent en onderschrijft u dat de urgentie die nu bij Nyrstar zichtbaar wordt? En kunt u aangeven of deze urgentie ook eerder door het kabinet voldoende is onderkend en meegewogen bij de keuzes rond de ondersteuning van energie-intensieve bedrijven en het al dan niet naar voren halen van de in het coalitieakkoord afgesproken envelop elektriciteitsprijs?
Bent u bekend met het feit dat tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) is gevraagd om de enveloppe naar voren te halen en de Minister-President heeft aangegeven dat voor de begrotingsbehandeling van KGG een overzicht van mogelijke oplossingen beschikbaar zou zijn voor bedrijven die door de hoge elektriciteitskosten in de problemen komen? Is Nyrstar bij het identificeren van deze maatregelen al betrokken? Zo nee, waarom niet?
Bent u er ook mee bekend dat de Minister-President tevens tijdens de APB aangaf dat sommige bedrijven niet voldoende geholpen zijn met generieke maatregelen en dat daarom vanuit Economische Zaken (EZ) en Klimaat en Groene Groei (KGG) wordt gekeken naar maatwerkoplossingen voor specifieke bedrijven die aan de bel trekken? Is of wordt voor Nyrstar een dergelijke maatwerkoplossing onderzocht? Zo ja, welke oplossingsrichtingen worden daarbij bekeken?
Heeft Nyrstar zich de afgelopen periode bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat gemeld over de gevolgen van de hoge elektriciteitskosten voor de toekomst van de fabriek in Budel? Zo ja, wanneer is dit gebeurd en wat is er vervolgens met deze signalen gedaan?
Indien Nyrstar zich eerder bij het kabinet heeft gemeld, kunt u dan aangeven waarom de eerdere signalen kennelijk nog niet hebben geleid tot een oplossing die de zorgen over de toekomst van de fabriek wegneemt?
Indien Nyrstar zich niet eerder heeft gemeld, bent u dan bereid hierover de kortst mogelijke termijn met het bedrijf in gesprek te gaan om te bespreken welke concrete (maatwerk)oplossing nodig is om de fabriek in Budel voor Nederland te behouden?
Klopt het dat Nyrstar Budel tot de schoonste en modernste bedrijven in deze sector behoort? Zo ja, deelt u de mening dat het industriebeleid juist bedrijven die aantoonbaar schoon en modern produceren, zou moeten stimuleren om in Nederland te blijven en verder te verduurzamen?
Welke concrete oplossingen ziet u op korte en langere termijn om te voorkomen dat Nyrstar door de hoge elektriciteitskosten de productie in Budel moet afschalen of beëindigen, en binnen welke termijn kunnen deze oplossingen worden gerealiseerd?
Indien Nyrstar onverhoopt zou sluiten, uit welke landen of regio’s zouden de betreffende producten dan naar verwachting moeten worden geïmporteerd? Wat betekent dit voor de leveringszekerheid, strategische autonomie, verduurzaming en weerbaarheid van Nederlandse en Europese waardeketens?
In hoeverre zou een eventuele sluiting van een schone en moderne fabriek als Nyrstar aanleiding geven om het Nederlandse en Europese industriebeleid sneller op te schalen? Welke lessen trekt u hieruit en welke maatregelen overweegt u om vergelijkbare situaties bij andere bedrijven te voorkomen?
Kunt u de Kamer in ieder geval nog vóór de begrotingsbehandeling van KGG over de uitkomst van deze gesprekken informeren?
Discriminerende vraagsuggesties en antwoorden van Google |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Enneüs Heerma (CDA), Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het inmiddels bijna 10 jaar oude artikel «Google moet stoppen met automatisch discrimineren»1, dat aankaart dat de zoekmachine van Google in sommige gevallen discriminerende vraagsuggesties geeft?
Bent u bekend met het feit dat dit nog steeds niet is opgelost, wat blijkt uit dat bij het intypen van «alle Marokkanen z» op google.nl bij gebruik van een incognitovensterop op 11 augustus 2026, Google deze vraagsuggestie aanvulde met discriminerende teksten zoals «alle Marokkanen zijn kanker ratten» of «alle Marokkanen weg»?
Bent u daarnaast bekend met het feit dat na het indienen van de zoekopdracht «overlast» in combinatie met de naam van een gemeente op google.nl bij gebruik van een incognitovenster op 11 augustus, in het geval van onder meer de gemeenten Veenendaal, Tiel, Culemborg, Oosterhout, Hoogezand, Zutphen en Weert, Google de «Meer om te vragen»-suggesties «Hoeveel Marokkanen wonen/zijn er in [gemeente x]?» of «Hoeveel Turken wonen/zijn er in [gemeente x]?» opperde en dat de knop om ongepaste suggesties te melden bij dit type zoekresultaat ontbreekt?
Bent u ook bekend met de berichtgeving van Euronews2 en Le Monde3 dat het AI-gegeneerde antwoord van Google eind augustus 2026 op de zin «ik ben alleen met een Italiaan» gesprekstips betrof, maar bij dezelfde zin met «Algerijn» in plaats van «Italiaan», het model vroeg of je in gevaar was en je het nummer van de politie toonde?
Deelt u de mening dat dergelijke vraagsuggesties en AI-antwoorden, die automatisch gegenereerd en getoond worden, een discriminerend verband leggen door overlast of gevaar te koppelen aan afkomst?
Hoe beoordeelt u de aanpak van Google om, net als bij de vraagsuggesties, dit soort patronen pas na ophef of een melding bij te sturen, en dan vooral voor de vraag die in het nieuws kwam, terwijl hetzelfde patroon in het model kan blijven zitten en bij andere vragen onopgemerkt blijft?
Welke risico's ziet u daarbij nu dezelfde modellen de basis vormen van steeds meer toepassingen, waardoor zulke vooroordelen niet in elk geval zichtbaar worden maar wel ongemerkt kunnen doorwerken?
Hoe kijkt u naar de verantwoordelijkheid van Google en andere leveranciers van grote AI-modellen om vooroordelen uit de trainingsdata vooraf, bij het ontwerp en bij de toetsing van hun modellen, te herkennen en in het model zelf te corrigeren, bijvoorbeeld via red-teaming of bias-audits, in plaats van de uitkomsten per geval bij te sturen nadat gebruikers of media ze toevallig hebben opgemerkt?
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat een groot en invloedrijk platform als Google op deze manier bijdraagt aan het in stand houden en versterken van vooroordelen, en dat de omvang en het bereik van Google diens verantwoordelijkheid alleen maar groter maken?
Bent u hierover in gesprek met Google en andere leveranciers van grote AI-modellen, en is bij u bekend of zij structureel testen op discriminerende associaties in hun zoeksuggesties, aanbevelingsalgoritmes, autocomplete-functies en AI-antwoorden? Zo ja, wat heeft dat gesprek tot nu toe opgeleverd? Zo nee, bent u bereid dit gesprek aan te gaan en dit bij hen na te vragen?
Heeft u inzicht in de wijze waarop dergelijke vraagsuggesties en AI-antwoorden van Google tot stand komen? Zo nee, welke maatregelen treft u om dit inzicht wel te krijgen, en in hoeverre kan de digitaledienstenverordening (DSA) hierbij worden ingezet om transparantie van Google over de werking van deze systemen af te dwingen?
Hoe verklaart u dat deze discriminerende suggesties jarenlang zichtbaar zijn gebleven, terwijl Google onder de DSA al verplicht is de risico's van discriminatie in kaart te brengen en zich daarop jaarlijks onafhankelijk te laten controleren? Gelden deze verplichtingen wat u betreft ook voor de AI-antwoorden in de zoekmachine van Google, en zo ja, hoe wordt daarop toegezien?
Welke verplichtingen hebben aanbieders van grote AI-modellen onder de AI-verordening om vooroordelen in hun modellen te beoordelen en te beperken, en wie ziet daarop toe?
Welke oplossingsrichtingen ziet u om vooroordelen in zoeksuggesties en in grote AI-modellen structureel op te sporen en te beperken, in plaats van per geval na meldingen, bijvoorbeeld via onafhankelijke audits of algoritmetoezicht?
Bent u bereid in Europees verband te bepleiten dat platformen en aanbieders van AI-modellen zoals Google niet alleen moeten rapporteren dát zij hun systemen toetsen op discriminatie, maar ook openbaar moeten maken wat die toetsing oplevert en wat zij met de uitkomsten doen?
Bent u bereid Google op korte termijn aan te spreken op het ontbreken van een meldknop bij de «Meer om te vragen» suggesties en op de voorbeelden uit deze vragen?
Bent u bereid deze situatie ook te melden bij de Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie, en de Kamer te informeren over de reacties?
Bent u bereid de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme te betrekken bij de aanpak van discriminatie door zoekmachines en AI-systemen?
Kunt u de vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Bent u bekend met het artikel «Flinke straf bij douane dreigt als je flesje wijn of olijfolie uit verkeerde postcode in Israel meeneemt»?1
Klopt het dat op 23 september 2026 alle passagiers van een El Al-vlucht uit Tel Aviv bij de douane-uitgang «Niets aan te geven» op Schiphol zijn staande gehouden en hun bagage gescreend werd? Zo ja, hoeveel passagiers zijn hierbij gecontroleerd en op welke grondslag is hiertoe besloten? Zo nee, wat is er wel gebeurd en bent u dan bereid hierover zo spoedig mogelijk contact op te nemen met het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken om eventuele diplomatieke ruis hierover weg te nemen en verdere misverstanden te voorkomen, mede gelet op de publieke verontwaardiging hierover in Israël, waaronder vanuit de oppositie?
Hoe verhoudt de in het artikel genoemde inzet zich tot de toezegging in paragraaf 7.3 van de Nota van Toelichting dat het sanctiebesluit geen personele gevolgen heeft voor het Rijk en binnen de bestaande capaciteit wordt opgevangen?
Hoe verhoudt het aanhouden en screenen van alle passagiers zich tot de volgende teksten uit de nota van toelichting: «Ter voldoening aan deze plicht is het in Douaneregelgeving, waaronder in Europese sanctieverordeningen, gebruikelijk om importeurs te verplichten om met een verklaring aan te tonen dat zij voldoen aan die regelgeving. Voor de Douane zijn deze verklaringen een aangrijpingspunt voor de handhaving. Voor dit besluit is dat niet anders.»; «De Douane verricht controles aan de hand van deze verklaringen.» en «Het Openbaar Ministerie hanteert het opportuniteitsbeginsel. Dit betekent dat vervolging alleen plaatsvindt als dat in het algemeen belang is. Naar verwachting zal de focus van de handhaving liggen op structurele en opzettelijke overtredingen.»?
Hoe weegt het kabinet de proportionaliteit en subsidiariteit van deze maatregel, in aanmerking nemend dat het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden zich blijkens Artikel 2 strikt beperkt tot goederen uit nederzettingen op de EU-postcodelijst en uitdrukkelijk niet ziet op goederen van oorsprong uit Israël binnen de internationaal erkende grenzen van 1967?
Hoe rijmt u het fysiek controleren van individuele reizigers met de toelichting op Artikel 3, tweede lid, van het sanctiebesluit, waarin de regering expliciet stelt dat de administratieve verklaringsplicht niet geldt voor goederen in de persoonlijke bagage van reizigers die bestemd zijn voor particulier gebruik?
Hoe verhoudt het screenen van individuele reizigers zich tot het uitgangspunt in paragraaf 4.2 van de toelichting dat de focus van de handhaving en vervolging zal liggen op «structurele en opzettelijke overtredingen» in het economische verkeer?
Acht u het opsporen van particuliere consumentenartikelen zoals flessen wijn of dadels in koffers een verantwoorde prioritering van het strafrechtelijk opsporingsapparaat?
Op welke wijze draagt het controleren van particuliere reizigers en vakantiegangers bij aan het door de regering beoogde doel van het sanctiebesluit, te weten het bevorderen van de internationale rechtsorde en het economisch tegengaan van de instandhouding van onrechtmatige nederzettingen?
Hoe waarborgt het kabinet dat er bij deze verscherpte controles geen sprake is van indirecte etnische of religieuze profilering van Joodse reizigers en Israëliërs en hoe voorkomt het kabinet gevoelens van onveiligheid?
Deelt u de mening dat de AMvB «Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden» nooit tot doel kan hebben gehad dat allemensen die vanuit Israël naar Nederland vliegen gecontroleerd en gescreend worden, al helemaal niet als daar verder helemaal geen aanleiding toe is en dat dit een heel verkeerd beeld oproept? Zo ja, wat gaat de Minister hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om te voorkomen dat er disproportionele controles plaatsvinden op allereizigers afkomstig uit Israël, zonder aanleiding? Zo nee, waarom niet?
De toenemende agressie en het geweld tegen spoorwegpersoneel. |
|
Dion Huidekooper (D66) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Bent u bekend met de brandbrief van spoorwegvakbond VVMC van 25 september 2026, getiteld «Ontspoort gedrag spoort niet!»?1
Hoe beoordeelt u de cijfers uit de brandbrief, waaruit blijkt dat er in de eerste drie kwartalen van 2026 al 5.088 meldingen van agressie en geweld bij de NS zijn geregistreerd (waarvan 1.561 bedreigingen, 1.368 gevallen van fysiek geweld en 105 wapenbedreigingen)?
Wat is uw reactie op de zeer ernstige incidenten die de VVMC aanhaalt, zoals de zware mishandelingen van hoofdconducteurs op de stations Rotterdam Blaak en Den Dolder, en het incident op station Almere Centrum op 6 augustus 2026 waarbij een medewerker Veiligheid & Service een vingerkootje kwijtraakte door een beet?
Welke maatregelen worden op dit moment genomen om agressie en geweld tegen medewerkers in het openbaar vervoer terug te dringen? Wat is tot nu toe bekend over de effectiviteit van deze maatregelen?
Deelt u de mening van de VVMC dat de uitrol van bodycams het verlies van juridische handhavingsbevoegdheden en toegang tot de Basisregistratie Personen (BRP) inhoudelijk niet kan compenseren?
Welke concrete opvolging heeft u gegeven aan de uitkomsten van het recente rondetafelgesprek op 3 maart 2026 in de Tweede Kamer over veilig reizen in het openbaar vervoer en welke merkbare verbeterstappen zijn er sindsdien op de werkvloer gezet?
Acht u de huidige aanpak voldoende om de stijgende trend in agressie en geweld tegen ov-personeel te keren? Zo nee, welke aanvullende maatregelen acht u noodzakelijk?
Welke concrete doelstellingen hanteert u voor het terugdringen van agressie en geweld tegen ov-personeel? Op welke termijn verwacht u dat medewerkers hiervan merkbaar resultaat zien?
Wat is de exacte stand van zaken rond het nakomen van de coalitieafspraak om ov-boa’s toegang te verlenen tot het vreemdelingenregister en, onder voorwaarden, tot de strafrechtketendatabank? Op welke termijn beschikken ov-boa's in de praktijk over deze informatiepositie om overlastgevers effectief aan te pakken?
Hoe staat het met de landelijke uitrol van de Rotterdamse RET-pilots voor intensievere samenwerking tussen vervoerders en politie, en welke (eerste) resultaten zijn hieruit te melden?
Hoe staat het met de uitvoering dat iedere conducteur die dat wil ov-boa kan worden, en op welke termijn verwacht u dat deze afspraak gerealiseerd kan worden?
Hoe staat het met de totstandkoming en uitvoering van het nieuwe landelijke convenant sociale veiligheid in het openbaar vervoer en het bijbehorende actieplan? Welke concrete, meetbare doelstellingen en termijnen worden hierin opgenomen om het aantal ernstige A-incidenten terug te dringen?
Bent u bereid om op korte termijn in te gaan op de uitnodiging van de VVMC voor een bestuurlijk overleg met vakbonden, vervoerders, politie en OM, en de Kamer over de uitkomsten hiervan te informeren?
Het rapport 'Mind the gap' van WISE Nederland over de kosten van eindberging van radioactief afval |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) |
|
Stientje van Veldhoven (D66), Bertram |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport Mind The Gap van de World Information Service on Energy (WISE) Nederland?1
Wat kost volgens het kabinet de eindberging van het hoogradioactieve afval van vier nieuwe kerncentrales en/of additionele SMR’s? Als dat onbekend is, acht u het dan verantwoord onomkeerbare bouwbesluiten te nemen zonder deze kosten te kennen?
Klopt het dat COVRA’s verwachte uitgaven voor de eindberging tussen de jaarrapporten 2023 en 2024 zijn gestegen van 2,31 miljard euro naar 10,9 miljard euro? Heeft deze bijna-vervijfvoudiging gevolgen gehad voor de tarieven en contractprijzen van afvalproducenten?
Klopt het dat de prijzen in de langlopende afvalcontracten tussen COVRA en de exploitanten van Borssele en Petten vele jaren vastliggen, geen risico-opslag kennen en niet openbaar zijn? Bent u bereid ten minste de prijs- en risicobepalingen openbaar te maken, zodat de Kamer kan controleren of «de vervuiler betaalt» wordt nageleefd?
Klopt het dat de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) in 2020 na inspectie vaststelde dat ziekenhuizen feitelijk financiële risico’s droegen die bij de exploitanten van Borssele en Petten thuishoren, dit strijdig achtte met het Nationaal Programma, een dwangsom voorbereidde maar weer introk, en de Staatssecretaris wees op het ontbreken van een regelgevend kader voor de financiering van de eindberging? Welke opvolging kreeg dit, naast de beleidsregel van 2024 die alleen de tariefstelling betreft?
Hoe beoordeelt u de bevinding dat de jaarlijkse toevoegingen aan de eindbergingsreserve moeten stijgen van circa 2,5–4,5 miljoen euro nu naar 35–70 miljoen euro om de eindbergingsrekening van het voorgenomen beleid in 2130 te dekken? Welk mechanisme in het huidige stelsel zou die stijging moeten realiseren?
Bent u bereid, naar Fins en Zweeds voorbeeld, een bergingsheffing per kilowattuur kernstroom in te voeren, zodat de stroom die het afval veroorzaakt ook de eindberging betaalt? Zo nee, hoe geeft u dan invulling aan «de vervuiler betaalt»?
Bent u bereid, naar Zweeds voorbeeld, de eindbergingskostenraming periodiek onafhankelijk te laten toetsen, met de bevoegdheid de bijdragen van afvalproducenten daarop aan te passen? En bent u bereid financiële zekerheden van exploitanten te verlangen voor het geval een producent omvalt voordat zijn afval is betaald, een risico dat zich bij de ontmanteling van Dodewaard al heeft voorgedaan?
Klopt het dat Nederland medeoprichter is van de European Repository Development Organisation (ERDO), dat COVRA het secretariaat voert en dat het Nederlandse beleid tweesporig is (nationale óf multinationale eindberging)? Deelt u de analyse dat grootschalige nieuwbouw het multinationale spoor feitelijk afsluit, waardoor een besparingsmogelijkheid van miljarden euro’s op het bestaande afval verloren gaat? Is dit in de besluitvorming meegewogen?
Bent u bereid de Kamer vóór enig onomkeerbaar besluit over nieuwbouw een integraal overzicht van de afvalkosten te sturen met per scenario de volledige verwachte kosten van opslag, eindberging en eventuele opwerking, inclusief de dekking daarvan?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en ruim voor het eerstvolgende commissiedebat over kernenergie beantwoorden?
Bent u bekend met de berichten «Minister blij met enorme woontorens bij Arena: «Uitstekend bereikbare plek»»1 en «Pensioenfondsen steken honderden miljoenen in 933 huurwoningen bij ArenA: «Maar bodem kas voor woningbouw komt in zicht»»?2
Klopt het dat u gisteren bij het startsein van het Eleven Square project heeft gezegd «dat er vanwege de woningnood plannen nodig zijn «die daadwerkelijk van de tekentafel komen»»?
Bent u bekend met het feit dat de vergunning voor dit project dateert uit een tijd waarin ontwikkelaars nog maximaal 30 procent sociale huur hoefden te bouwen en de resterende 70 procent mochten aanvullen met vrijesectorwoningen?
Bent u bekend met het feit dat Amsterdam sindsdien eisen heeft ingevoerd die ontwikkelaars verplichten 40 procent sociale huur en 40 procent middenhuur en/of betaalbare koop te bouwen, waardoor maar 20 procent overblijft voor vrijesectorwoningen? Een verplichting die nog strenger is dan uw eigen 30 procent sociaal en twee derde betaalbaar verplichting? Wat vindt u hiervan? Vindt u het onwenselijk dat zij strengere eisen stellen aan betaalbaarheid dan het landelijk kader? Zo niet, hoe strookt dat dan met uw mededelingen aan de Kamer om lokale koppen zoveel mogelijk tegen te gaan?
Hoe beoordeelt u de opvatting uit het Telegraaf-artikel dat «veel bouwprojecten [door het Amsterdamse 40-40-20 beleid] financieel niet of nauwelijks haalbaar zijn, ook voor pensioenfondsen»? Erkent u deze gevolgen ook? Zo niet, hoe strookt uw ontkenning van deze gevolgen dan met het in opdracht van uw ministerie uitgevoerde onderzoek «Betaalbaar bouwen» van het Instituut voor Publieke Economie (IPE)?
Hoe rijmt u de door u uitgesproken noodzaak voor plannen «die daadwerkelijk van de tekentafel komen» met uw voornemen om vergelijkbare betaalbaarheidverplichtingen op landelijk niveau in te voeren, die juist als gevolg hebben dat woningbouwplannen minder snel van de tekentafel komen?
Hoe beoordeelt u de opvatting van sommigen dat het een beetje hypocriet kan lijken om dit bouwplan te vieren als een oplossing voor het probleem, terwijl dit bouwplan onder uw nieuwe regels nooit van de grond zou komen? Is uw beleid dan nog wel onderdeel van de oplossing voor het woningtekort? En zou u dan niet beter een koerscorrectie kunnen doen?
In het verleden (zoals in uw appreciatie op Kamerstuk 28 325, nr. 320) heeft u aangegeven dat het schrappen van betaalbaarheidsverplichtingen zou betekenen dat er te weinig nieuwe woningen op de markt komen voor lagere en middeninkomens; heeft u uw visie op dit thema bijgesteld naar aanleiding van het IPE-onderzoek «Betaalbaar bouwen»? Zo niet, op basis van welke argumentatie wijst u dan de opvatting af dat er alsnog nieuwe woningen beschikbaar kunnen komen voor lagere en middeninkomens door doorstroming, waarbij mensen met hoge inkomens hun oude huis achterlaten, welke weer bewoond zou kunnen worden door mensen met een middeninkomen (en zo verder)? Gelooft u niet in doorstroom?
Het bericht ‘Italië, Nederland of allebei? Onderzoek naar samenwerking Einstein Telescope’ |
|
Etkin Armut (CDA), Judith Buhler (CDA) |
|
Herbert , Letschert |
|
|
|
|
Welke concrete consequenties verbindt u aan de kwalificatie van het binnenhalen van de Einstein Telescope voor de Euregio Maas-Rijn als prioriteit van het kabinet? Welke concrete acties worden in aanloop naar de Europese locatiekeuze in 2027 ondernomen om de kandidatuur van de Euregio te versterken?1
Welke bewindspersoon draagt de politieke eindverantwoordelijkheid voor de internationale strategie om de Einstein Telescope naar de Euregio Maas-Rijn te halen? Hoe is de inzet tussen de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Buitenlandse Zaken georganiseerd en welke capaciteit en middelen zijn hiervoor beschikbaar?
Welke concrete toezeggingen zijn inmiddels gedaan door België, Vlaanderen, Wallonië en Noordrijn-Westfalen ten aanzien van de financiering, governance, vergunningverlening, infrastructuur en inhoudelijke deelname aan de Einstein Telescope in de Euregio Maas-Rijn? Welke afspraken moeten nog worden gemaakt om eind 2026 tot een volwaardig gezamenlijk bidbook te kunnen komen en wanneer moeten deze uiterlijk zijn afgerond?
Hoe beoordeelt u op dit moment het krachtenveld binnen de Board of Governmental Representatives (BGR) ten aanzien van de kandidaturen van de Euregio Maas-Rijn, Sardinië en Saksen? Welke landen hebben zich reeds publiekelijk of richting het kabinet uitgesproken over een voorkeurslocatie en op welke landen richt Nederland zijn diplomatieke inzet in het bijzonder?
De Duitse federale regering heeft de Einstein Telescope aangemerkt als prioritaire wetenschappelijke infrastructuur, maar nog geen keuze gemaakt tussen de kandidatuur van Saksen en deelname van Noordrijn-Westfalen aan de Euregio Maas-Rijn; wanneer verwacht u dat de Duitse regering hierover een positie inneemt?
Welke concrete diplomatieke inzet pleegt Nederland om de Duitse federale regering te bewegen tot steun voor de Euregio Maas-Rijn? Op welk politiek niveau vinden hierover gesprekken met Duitsland plaats en is de Minister-President hierbij betrokken? Bent u bereid de kandidatuur van de Euregio Maas-Rijn rechtstreeks bij de Duitse bondskanselier te agenderen?
Hoe ziet de besluitvorming op Europees niveau over het ontwerp en de locatie van de Einstein Telescope precies eruit? Wordt eerst een keuze gemaakt tussen een driehoek en een dubbele L-vorm en vervolgens tussen locaties, of worden ontwerp en locatie integraal en gelijktijdig beoordeeld? Wie neemt deze besluiten en volgens welke criteria?
Welke gevolgen heeft een eventuele Europese voorkeur voor een dubbele L-vorm voor de drie huidige kandidaat locaties? Klopt het dat bij een dubbele L-vorm een combinatie van de Euregio Maas-Rijn en Sardinië vanwege de benodigde geografische afstand voor de hand ligt? Welke rol resteert in dat scenario voor de kandidatuur van Saksen?
Wie besluit uiteindelijk met welke configuratie de Euregio Maas-Rijn haar kandidatuur indient en op welk moment moet deze keuze zijn gemaakt om het bidbook eind 2026 gereed te hebben?
Welke mogelijkheden ziet u indien uit de nieuwe kostenramingen blijkt dat de kosten van de driehoek of de dubbele L-vorm hoger uitvallen dan het beschikbare Nederlandse budget? Is aanvullende financiering dan denkbaar en op welk moment zou daarover moeten worden besloten?
In hoeverre verschilt de verwachte economische en maatschappelijke impact voor de Euregio Maas-Rijn tussen de realisatie van een volledige driehoek in de Euregio en één L-vorm als onderdeel van een dubbele L-configuratie met Sardinië? Is onderzocht wat beide configuraties betekenen voor onder meer investeringen, werkgelegenheid en het regionale kennis- en innovatie-ecosysteem? Zo ja, wat zijn hiervan de uitkomsten? Zo nee, bent u bereid dit inzichtelijk te maken voordat een keuze voor een configuratie wordt gemaakt?
Het kabinetsbesluit ten aanzien van medische evacuaties uit Gaza |
|
Suzanne Kröger (PRO), Sarah Dobbe (SP) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Kunt u aangeven hoe het pakket van € 12 miljoen wordt vrijgemaakt? Uit welke begrotingspost komen deze gelden? Komen deze gelden nog in 2026 beschikbaar uit het extra geld dat in 2026 voor ontwikkelingssamenwerking is vrijgemaakt bij de voorjaarsbesluitvorming? Hoe zijn deze verdeeld over de vier genoemde bestemmingen: World Health Organization (WHO), Jordanië, Save the Children, Egypte, WHO Health Emergency Appeal en het Rode Kruis?
Op welke termijn worden de toegezegde bijdragen daadwerkelijk uitgekeerd aan de WHO, Save the Children en het Rode Kruis, en wanneer verwacht u dat de eerste effecten (bijvoorbeeld de eerste evacuaties naar Jordanië) zichtbaar zullen zijn?
In welk tempo verwacht het u dat de 250 kinderen naar Jordanië geëvacueerd kunnen worden? Klopt het dat landen in de regio verlangen dat eerder geëvacueerde patiënten het land verlaten, alvorens zij nieuwe patiënten toelaten voor evacuatie?
Kunt u bevestigen dat het pakket van € 12 miljoen voor de evacuatie van kinderen uit Gaza naar naburige landen, geen middelen bevat voor nieuwe medische evacuaties van zieke kinderen uit Gaza naar Nederland dit jaar?
Sluit u met deze keuze feitelijk verdere evacuaties naar Nederland uit, of blijft dit een optie? Zo ja, onder welke voorwaarden?
Klopt het dat meerdere EU-lidstaten dit jaar wel door zijn gegaan met het evacueren van kinderen uit Gaza? Klopt het dat Spanje in 2026 nog 20 kinderen heeft geëvacueerd (waarmee het totaal op 85 komt), Italië nog 26 kinderen (waarmee het totaal op 272 komt) en ons buurland België nog 4 kinderen (waarmee het totaal op 26 komt)? Waarom maken deze landen een andere afweging dan Nederland? Waarom gingen zij dit jaar wel door met medische evacuaties en Nederland niet?
Klopt het dat EU-lidstaten sinds begin 2026 slechts 1% van alle medisch geëvacueerde patiënten uit Gaza hebben opgevangen? Hoe beoordeelt u de Nederlandse en Europese bijdragen in dit licht, en vindt u dit aandeel proportioneel gezien de Nederlandse medische capaciteit?
Bent u bekend met de constatering van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde dat er een groep kinderen is met «hoogcomplexe en meervoudige problematiek» (ernstig trauma, complexe aangeboren aandoeningen, oncologische aandoeningen) die niet in Gaza, Jordanië of Egypte behandeld kan worden? Erkent u deze doelgroep? Welk toekomstperspectief biedt u nu aan deze kinderen?
Kunt u aangeven hoe groot deze doelgroep is? Hoeveel van de circa 18.500 patiënten die naar inschatting van de WHO wachten op evacuatie, behoeven zorg die alleen in landen als Nederland beschikbaar is?
Op basis van welke medische criteria en door wie wordt bepaald welke kinderen wél naar Jordanië en Egypte kunnen en welke kinderen mogelijk toch specialistische zorg nodig hebben die alleen in Europa beschikbaar is (bijv. bepaalde vormen van oncologische zorg, complexe reconstructieve chirurgie)?
Bent u bekend met de bevestiging van de Nederlandse kinderartsen dat zij beschikbare capaciteit in hun ziekenhuizen hebben om kinderen op te vangen, zonder verdringing van reguliere zorg?
Bent u ermee bekend dat Nederlandse artsen een uitgewerkte, Standard Operating Procedure hebben, waarin het hele zorgproces van kinderen inclusief begeleiding is vastgelegd, die in 2025 is gebruikt en uitgebreid geëvalueerd?
Acht u Nederlandse ziekenhuizen daarmee voldoende voorbereid op nieuwe medische evacuaties? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom is dan niet gekozen om Nederlandse ziekenhuizen in staat te blijven stellen om kinderen uit Gaza op te vangen?
Is uw doeltreffendheidsargumentatie, namelijk meer patiënten per euro in Jordanië dan in Europa, leidend? Of spelen ook overwegingen van politieke uitlegbaarheid en maatschappelijk draagvlak een rol bij het niet kiezen voor Nederland? Kunt u dit toelichten?
Sluit u uit dat het, indien blijkt dat de Jordaanse en Egyptische capaciteit ontoereikend is voor kinderen met de meest complexe zorgvragen, alsnog een aanvullend besluit neemt over evacuatie naar Nederland?
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat Informele Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling (van 8 en 9 oktober 2026) van 1 oktober 2026?
De uitspraken van de premier op het D66-congres van 27 september 2026 |
|
Gideon van Meijeren (FVD) |
|
Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Herinnert u zich uw uitspraken op het D66-congres van 27 september 2026, waar u stelde dat «die aanvallen op de LHBTI-gemeenschap of de aanvallen op vrouwen of de aanvallen op minderheden van kleur of geloof, die komen niet zomaar uit de lucht vallen», dat het gaat om «goed georganiseerde en goed gefinancierde organisaties die proberen eerst een kleine groep te pakken, daarna een steeds grotere groep om alleen maar zelf meer macht te krijgen en de eigen diepe zakken meer te vullen», waaraan u toevoegde: «we gaan die lui niet laten winnen, maar we gaan ze vol op hun bek slaan»?
Onderschrijft u de opvatting van de Afdeling advisering van de Raad van State dat bewindspersonen «ook politici» blijven, dat «het feit dat bewindspersonen verschillende rollen vervullen» bijzondere eisen aan hen stelt, dat «de mate waarin rolzuiverheid is betracht» een van de factoren kan zijn bij de weging van hun handelen, dat het vertrouwen van het parlement in een bewindspersoon «niet enkel samen[hangt] met het beleid dat de Minister voert, maar ook kan afhangen van de gedragingen van de bewindspersoon in de privésfeer, die losstaan van zijn verantwoordelijkheden als Minister», dat de Kamer daarover kan oordelen, «ook wanneer het gaat om een gedraging die strikt genomen buiten de reikwijdte van de ministeriële verantwoordelijkheid valt», dat de Minister-President in integriteitskwesties een «bijzondere rol» heeft, en dat het van belang is dat hij «niet alleen in woord en gedrag het goede voorbeeld geeft, maar ook collega-bewindspersonen hierin begeleidt, adviseert en zo nodig aanspreekt»?
Erkent u, in het licht van het voorgaande, dat uw uitspraken op het congres, ongeacht de vraag of u daar als partijleider sprak, onvermijdelijk ook afstralen op uw rol als Minister-President, en dat u daarover verantwoording verschuldigd bent aan de Kamer? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u, in het licht van het voorgaande, uw eigen woorden?
Rekent u ook maatschappelijke organisaties of in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen die kritiek hebben op het lhbti-beleid van het kabinet, tot de door u bedoelde organisaties? Kunt u een overzicht van de namen van de organisaties die u bedoelde aan de Kamer verstrekken?
Welke «aanvallen op minderheden» bedoelde u precies? Doelt u daarbij op strafbare aanvallen, zoals geweldpleging of bedreiging, of ook op niet-strafbare «aanvallen», zoals politieke uitingen en (lobby-)activiteiten die binnen de grenzen van de wet vallen?
Op grond van welke feiten stelt u dat deze aanvallen door de door u bedoelde organisaties worden georganiseerd of gefinancierd? Kunt u per organisatie aangeven welke concrete aanvallen aan haar zijn toe te rekenen? Zo nee, waarom niet?
Waaruit blijkt dat deze organisaties een strategie volgen waarbij zij, in uw woorden, «proberen eerst een kleine groep te pakken, daarna een steeds grotere groep»? Welke documenten, onderzoeken of inlichtingen liggen aan die bewering ten grondslag?
Waaruit blijkt dat het oogmerk van deze organisaties is om «alleen maar zelf meer macht te krijgen en de eigen diepe zakken meer te vullen»? Welke documenten, onderzoeken of inlichtingen liggen aan die bewering ten grondslag?
Als u de door u bedoelde organisaties niet kunt noemen, of uw beweringen over hun strategie, hun oogmerk en hun betrokkenheid bij aanvallen niet deugdelijk kunt onderbouwen, waarom heeft u deze beweringen dan in het openbaar gedaan?
Herinnert u zich uw toespraak van 5 augustus 2026 bij de opening van de Human Rights Conference, waarin u stelde dat «achter de façade van vrijheid van meningsuiting» «giftige, goed georganiseerde en stevig gefinancierde groepen» schuilgaan die «haat verspreiden en hun eigen agenda uitrollen»?
Welke groepen bedoelde u op 5 augustus met de groepen die zich «achter de façade van vrijheid van meningsuiting» verschuilen? Zijn dat dezelfde organisaties als die u op 27 september bedoelde? Waarop baseert u dat wanneer deze groepen zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting, sprake is van een «façade», ofwel een bedrieglijke schijn?
Worden de middelen die u op 5 augustus 2026 aankondigde, waaronder 7,5 miljoen euro per jaar voor de veiligheid van de queergemeenschap en een publiekscampagne gericht op het tegengaan van discriminatie en desinformatie, ingezet tegen de door u bedoelde groepen?
Wie bepaalt welke uitingen daarbij als «desinformatie» worden aangemerkt? Op basis van welke bronnen wordt bepaald of informatie waar of onwaar is? Is het op basis van die bronnen waar of onwaar dat er twee geslachten zijn (man en vrouw)? Is het op basis van die bronnen waar of onwaar dat mannen zwanger kunnen raken en kunnen bevallen van een baby?
Oefent het kabinet, nu u stelt dat bedrijven achter social media «nauwelijks nog modereren op haatcontent», druk uit op deze bedrijven om uitingen omtrent de door u bedoelde groepen te verwijderen of minder zichtbaar te maken? Zo ja, op welke wijze en op basis van welke wettelijke grondslag? Hoe verhoudt dat zich tot de uitingsvrijheid en het censuurverbod?
Wie bedoelde u precies met «die lui»: de door u bedoelde organisaties, de personen die daaraan leiding geven, de personen die aanvallen plegen, of anderen?
Erkent u dat «iemand op zijn bek slaan» in het normale spraakgebruik betekent dat iemand een harde klap op zijn hoofd krijgt en derhalve fysiek geweld wordt aangedaan?
Heeft u tijdens het congres opgemerkt dat u niet daadwerkelijk heeft bedoeld wat u letterlijk heeft gezegd en dat u fysiek geweld tegen «die lui» afwijst? Zo nee, waarom niet?
Kunt u uitsluiten dat toehoorders of kijkers uw woorden opvatten als een rechtvaardiging voor fysiek geweld tegen personen die zij tot «die lui» rekenen? Zo ja, hoe kunt u dat uitsluiten?
Herinnert u zich dat u op 26 mei 2026 in de Tweede Kamer, tijdens het debat over het normaliseren van geweld in politiek en samenleving, verklaarde: «Wat we hier in de Tweede Kamer zeggen, als Kamerleden of als kabinetsleden, maakt heel veel uit. Onze woorden hebben rechtstreeks effect op wat er op straat gebeurt. Als politici oproepen tot verzet, hitsen ze daarmee burgers op tegen het lokale bestuur, tegen hulpverleners en tegen mensen die aan het werk zijn in bijvoorbeeld de asielopvang.»? Erkent u dat, als volgens u al een oproep tot verzet burgers ophitst, dit te meer geldt voor de aankondiging van een Minister-President dat «we» «die lui» «vol op hun bek» gaan slaan? Zo nee, waarom niet?
Herinnert u zich het Nederlandse Omroep Stichting (NOS) op 3 Verkiezingsprogramma van 1 november 2023, waarin u Thierry Baudet, de toenmalig fractievoorzitter van Forum voor Democratie, voorhield dat «die verschrikkelijke taal die u en uw collega's altijd bezigen over transpersonen in Nederland, die leiden uiteindelijk tot meer homohaat in Nederland»? Herinnert u zich dat u hem en zijn partij verantwoordelijk hield voor homohaat? Herinnert u zich dat de heer Baudet minder dan drie weken later met een bierfles een harde klap tegen zijn hoofd kreeg vanwege zijn kritiek op het lhbti-beleid? Houdt u rekening met de mogelijkheid dat uw uitingen bijdragen aan het klimaat waarin het legitiem wordt geacht om geweld te gebruiken tegen personen die kritiek hebben op het lhbti-beleid? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat opruiing volgens vaste rechtspraak wordt omschreven als «het bij anderen opwekken van de gedachte aan het plegen van een strafbaar feit, het trachten de mening te vestigen dat dit feit wenselijk of noodzakelijk is en het opwekken van het verlangen om dat feit te bewerkstelligen»? Hoe beoordeelt u uw eigen woorden in het licht van deze jurisprudentie?
Erkent u dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) hieromtrent heeft geoordeeld dat mede beslissend is of een uitlating werd gedaan tegen een gevoelige maatschappelijke of politieke achtergrond, of in een klimaat van vijandigheid en haat, waarin zij onrechtmatige handelingen kon uitlokken en personen kon blootstellen aan een reële dreiging van fysiek geweld? Erkent u dat u zelf de achtergrond van uw uitspraak omschrijft als een klimaat waarin «uitingen van homohaat steeds openlijker en feller van toon worden»? Hoe weegt u die door u zelf geschetste achtergrond bij de beoordeling van uw eigen woorden?
Deelt u de opvatting dat de vrijheid van meningsuiting ruim moet worden uitgelegd, voor oppositieleden én voor de Minister-President en dat het strafrecht niet behoort te worden ingezet om politieke tegenstanders te normeren? Deelt u ook de opvatting dat het vertrouwen in de rechtsstaat vereist dat voor iedereen dezelfde maatstaf geldt, ongeacht politieke gezindheid? Zo ja, hoe waarborgt het kabinet dat?
Blijft u volledig achter uw uitspraken van 27 september 2026 staan? Zo nee, welke onderdelen neemt u terug?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en binnen de reguliere termijn beantwoorden?
De vervolging van de presentatoren van RoddelPraat en de onderbouwing van het vervolgingsbeleid bij beledigende uitlatingen |
|
Peter van Duijvenvoorde (FVD) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat het Openbaar Ministerie (OM) Jan Roos en Dennis Schouten vervolgt wegens beledigende uitlatingen over twee vrouwen in hun programma RoddelPraat?
Kunt u bevestigen dat het OM deze vervolging publiekelijk heeft toegelicht met de stelling dat verbale agressie tegen vrouwen bijdraagt aan een cultuur waarin ernstigere vormen van geweld mogelijk worden? Kunt u de volledige toelichting aan de Kamer verstrekken?
Hanteert het OM de zogenoemde «piramide van geweld», of vergelijkbare modellen waarin beledigingen en seksistische grappen in verband worden gebracht met mishandeling, verkrachting en moord, bij zijn vervolgingsbeleid, interne opleidingen of publieke communicatie? Zo ja, welke modellen betreft dit en kunt u de bijbehorende documenten verstrekken?
Welke wetenschappelijke onderzoeken onderbouwen het door het OM genoemde verband tussen verbale agressie tegen vrouwen en ernstigere vormen van geweld? In hoeverre tonen deze onderzoeken een oorzakelijk verband aan, en in hoeverre beschrijven zij correlaties, maatschappelijke opvattingen of theoretische veronderstellingen?
Welk onderscheid maakt het OM tussen een model dat wordt gebruikt voor maatschappelijke bewustwording en een wetenschappelijk gevalideerd model dat geschikt is om concrete beslissingen over strafrechtelijke vervolging te ondersteunen?
Hoe voorkomt het OM dat algemene uitspraken over een maatschappelijke cultuur worden vertaald naar verantwoordelijkheid van individuele verdachten voor geweld dat zij niet hebben gepleegd en waartoe zij niet hebben aangezet?
Welke criteria hanteert het OM om beledigende uitlatingen over een vrouw aan te merken als gendergerelateerde agressie? Is daarvoor bepalend dat de beledigde persoon een vrouw is, of moet ook een aantoonbaar verband bestaan tussen de uitlating en haar geslacht?
Deelt u de opvatting dat de ernst en urgentie van geweld tegen vrouwen op zichzelf geen bewijs vormen voor de stelling dat specifieke beledigende uitlatingen aan dat geweld bijdragen? Hoe wordt dit onderscheid bewaakt in het vervolgingsbeleid en de communicatie daarover?
Welke betekenis heeft de veronderstelde bijdrage van uitlatingen aan een gewelddadige cultuur voor de beslissing om wegens belediging te vervolgen? Betreft dit een zelfstandig vervolgingsargument, een factor bij de prioritering of uitsluitend een toelichting voor het publiek, en op welke beleidsregels berust deze toepassing?
Hoe waarborgt het OM bij dergelijke vervolgingsbeslissingen de vrijheid van meningsuiting, waaronder de ruimte voor satire, overdrijving en uitlatingen die kwetsen, choqueren of verontrusten, en hoe worden de rechten en reputatie van betrokkenen daartegen afgewogen?
Hanteert het OM dezelfde vervolgingscriteria bij vergelijkbare beledigingen over het uiterlijk van mannen en vrouwen? Zo nee, welke verschillen bestaan er en wat is daarvoor de objectieve rechtvaardiging?
Hoe voorkomt het OM dat het in zijn publieke communicatie verdachten van belediging tevens in verband brengt met ernstige geweldsdelicten waarvoor zij niet worden vervolgd? Hoe verhoudt dergelijke communicatie zich tot de onschuldpresumptie en de vereiste terughoudendheid tegenover verdachten?
Hoe wordt de inzet van opsporings- en vervolgingscapaciteit voor beledigingszaken afgewogen tegen de inzet voor concrete bedreiging, stalking, mishandeling en seksueel geweld? Welke rol spelen de ernst van het feit, het aantoonbare risico voor slachtoffers en de bekendheid van verdachten daarbij?
Klopt het dat deze zaak aan een meervoudige strafkamer wordt voorgelegd? Zo ja, welke overwegingen rechtvaardigen die keuze en in hoeverre is deze behandeling gebruikelijk bij vergelijkbare beledigingszaken?
Bent u bereid de Kamer inzicht te geven in de wetenschappelijke en juridische onderbouwing van het gebruik van de «piramide van geweld» of vergelijkbare modellen binnen het OM, en te laten toetsen of daarbij voldoende onderscheid wordt gemaakt tussen maatschappelijke urgentie, empirisch bewijs en individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid?
Bent u bekend met het bericht «Student universiteit claimt betrokken te zijn bij 7 oktober», waarin een student op video naar gemaskerde terroristen wijst en zegt: «This is me»?1 2
Kunt u gedetailleerd uiteenzetten hoe de veiligheids- en terrorismescreening eruitziet bij personen die op basis van een reguliere vergunning, zoals een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) voor studie, Nederland inreizen, en in hoeverre deze screening vergelijkbaar is met of afwijkt van de screening binnen de asielprocedure? Vindt deze screening volledig plaats vóórdat de persoon in kwestie Nederland binnenkomt? Zo nee, waarom niet, en hoelang duurt dit gemiddeld? In hoeveel gevallen wordt een screening uitgevoerd en in hoeveel gevallen wordt deze niet afgerond vóór inreis? Is er, gelet op het rapport van de Algemene Rekenkamer van 20 mei 2026 waaruit blijkt dat de terrorismescreening in de asielprocedure gemiddeld pas na twee jaar plaatsvindt in plaats van binnen de norm van 14 dagen, sprake van vergelijkbare achterstanden bij de screening van studenten en andere houders van een reguliere vergunning? Zo ja, hoe groot zijn die achterstanden gemiddeld? In hoeveel gevallen (en procentueel) van de uitgevoerde veiligheids- en terrorismescreenings wordt een reguliere vergunning geweigerd?
Heeft deze student een antecedentenverklaring ondertekend? Zo ja, zijn uit de antwoorden op het formulier veiligheidsrisico’s te herleiden? Zo nee, hoe beoordeelt u dat hij nadien zelf claimt betrokken te zijn geweest bij een terreuraanslag, en is hier sprake van een valse verklaring?
Kunt u gedetailleerd uiteenzetting hoe de antwoorden van het antecedentenformulier in het algemeen en in de situatie van deze specifieke student zijn geverifieerd? Zo nee, waarom niet?
Werden bij de veiligheids- en terrorismescreening voorafgaand aan de mvv-verlening ook het socialmedia-account van deze student betrokken, en zo ja, wat waren daarvan de bevindingen en conclusies? Hoe beoordeelt u de socialmediaposts waarop de student te zien is op een foto waar de tekst «Soldier of Gaza» zichtbaar is en er emoji’s van een jihadistisch gebaar staan, posts over «het martelaarschap van mijn derde broer Ahmed in Jabalia» en «Ik vraag Allah om mijn leven te bezegelen met hetzelfde einde als dat van jou, broeder»? Waren deze uitingen bekend vóórafgaand aan het verlenen van de mvv, en zo nee, waarom zijn ze niet naar voren gekomen bij de screening? Hoe verhoudt het naar Nederland halen van studenten die zich in dergelijke bewoordingen uitlaten over martelaarschap zich tot de bevindingen van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), waarin jihadisme nog altijd als de grootste terroristische dreiging voor Nederland wordt aangemerkt? Deelt u de mening dat bij personen bij wie signalen bestaan die wijzen op mogelijke directe of indirecte betrokkenheid bij Hamas of daaraan gelieerde organisaties, of op verheerlijking daarvan, uit voorzorg de toegang tot Nederland moet worden geweigerd, dan wel – indien reeds in Nederland – de verblijfsvergunning per direct moet worden ingetrokken? Zo nee, waarom niet?
Wat waren de precieze overwegingen van de Universiteit Maastricht om juist deze student uit te nodigen en welke afwegingen maakt de universiteit in bredere zin bij de werving van studenten uit Gaza, gegeven de bekende verwevenheid van Hamas met het bestuurlijk en maatschappelijk apparaat aldaar? Bestaat hiervoor een toetsingskader of selectiecriteria? Zo ja, welke?
Bent u bereid onmiddellijk te verzoeken een onderzoek te laten doen door AIVD, politie en Openbaar Ministerie (OM) naar de identiteit van deze persoon en de waarheid van zijn claim, met de hoogste prioriteit? Zo nee, waarom niet? En hoe beoordeelt u de aanwezigheid van deze student in Nederland en de veiligheid van Nederlanders?
Bent u bereid deze persoon vooruitlopend op dat onderzoek per direct in vreemdelingenbewaring te plaatsen om onderduiken of vertrek te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid zijn verblijfsvergunning per direct in te trekken en hem (en meegereisde gezinsleden) uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid de toelating van studenten uit Gaza en de Palestijnse gebieden per direct stop te zetten en te laten screenen hoeveel vergelijkbare gevallen er al zijn? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat het College van Bestuur (CvB) van de Universiteit Maastricht ernstig heeft gefaald in zijn zorgplicht en bent u bereid het CvB hierop aan te spreken? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en met de hoogste spoed beantwoorden?
Het bericht ‘Student universiteit claimt betrokken te zijn bij 7 oktober’ |
|
Annette Raijer (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het schandaal dat de Universiteit Maastricht een student naar Nederland heeft gehaald die lachend naar Hamas-moordenaars wijst en zegt: «This is me»?1
Hoe kan het dat een met Nederlands belastinggeld gefinancierde universiteit iemand een podium geeft die de gruwelijke slachtpartij van 7 oktober 2023 als heldendaad verheerlijkt of zelfs deelnam aan de moorden? Was u hiervan op de hoogte en welke consequenties verbindt u hieraan voor de universiteit?
Erkent u dat de Universiteit Maastricht geen onderwijsinstelling meer is die veiligheid biedt, maar een importkanaal voor islamitische en jihadistische haat? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid deze barbaarse terrorist die nu geschorst is direct het land uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Hoeveel Joodse studenten moeten er eerst worden geïntimideerd voordat u deze universiteit tot de orde roept?
Deelt u de mening dat met het binnenhalen van Palestijnse studenten de veiligheid van Joodse studenten niet meer gegarandeerd kan worden? Zo ja, bent u bereid alle Palestijnse studenten het land uit te zetten en er geen meer ons land binnen te laten? Zo nee, waarom niet?
Waarom treedt u, die deze jihadist tot de universiteit heeft toegelaten, niet af?
De beoordeling van de Algemene Rekenkamer |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Onderschrijft u de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat bij veel departementale begrotingen concrete en controleerbare doelstellingen ontbreken?1
Hoe kan de Tweede Kamer haar budgetrecht en controlerende taak uitoefenen wanneer Ministers niet duidelijk maken welke resultaten zij met honderden miljarden euro’s belastinggeld willen bereiken?
Klopt het dat de Nederlandse EU-afdracht in de Miljoenennota mogelijk enkele miljarden euro’s te laag is geraamd?
Hoe wordt een hogere EU-afdracht opgevangen: door aanvullende bezuinigingen, hogere belastingen of een verder oplopend begrotingstekort?
Hoe verklaart u dat de kosten van het rijksambtenarenapparaat in vijf jaar tijd zijn gestegen van circa 10 miljard naar 16 miljard euro?
Hoeveel extra rijksambtenaren zijn er in die periode aangenomen en kan wellicht een schatting worden gegeven van hoeveel daarvan zich (voornamelijk) bezig houden met de uitvoering, handhaving en controle van Europese wet- en regelgeving?
Waarom zijn eerdere voornemens om op het ambtenarenapparaat te bezuinigen niet gerealiseerd?
De beloofde jaarlijkse rapportage over de Wet Vaststellingsprocedure Staatloosheid. |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Wat is er gebeurd met de toezegging aan de Eerste Kamer van één van uw voorgangers dat er jaarlijks een rapportage zou komen over het aantal vastgestelde staatloze personen, uitgesplitst naar onder meer leeftijd, geslacht en waar mogelijk herkomst evenals knelpunten in de uitvoering?1
Bent u het eens met de stelling dat het zonder actuele gegevens onduidelijk blijft hoe de Wet Vaststellingsprocedure Staatloosheid in de praktijk uitwerkt en of het beleid goed werkt?
Bent u bereid om in tegenstelling tot het kabinet Schoof wel werk te maken van deze rapportage? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn?
Hoeveel mensen staan op dit moment geregistreerd als «onbekende nationaliteit»? Hoe verklaart u dat er nog steeds veel mensen onder deze noemer worden geregistreerd?
Het bewijs naar Russische betrokkenheid bij de drones bij Leipzig |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u het bewijs naar de Kamer sturen van Russische betrokkenheid bij de drones die gesignaleerd zouden zijn bij Leipzig? Kunt u ook voor (een aantal van) de cyberaanvallen in Nederland bewijzen dat Rusland hiervoor verantwoordelijk is en ook dit bewijs ter controle naar de Kamer sturen? Zo nee, waarom niet?1
De deelname van Nederlandse diplomaten aan de door Azerbeidzjan georganiseerde tour in Nagorno-Karabach |
|
Don Ceder (CU), Chris Stoffer (SGP), Henk Vermeer (BBB) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Klopt het dat Nederlandse diplomaten hebben deelgenomen aan een door Azerbeidzjan georganiseerde tour in Nagorno-Karabach?1
Welke afwegingen spelen doorgaans een rol in het besluit om al dan niet in te gaan op dergelijke uitnodigingen?
In hoeverre heeft Azerbeidzjan volgens u reeds opvolging gegeven aan de voorlopige maatregelen uit de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 17 november 2023?2
In hoeverre heeft Azerbeidzjan volgens u opvolging gegeven aan de voorlopige maatregel over Armeens cultureel erfgoed uit de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 7 december 2021?3
Klopt het dat Azerbeidzjan plaatsnamen in Nagorno-Karabach wijzigt4 en Armeense kerken en ander cultureel erfgoed vernietigt? Wat is uw oordeel hierover?
Heeft er in Nagorno-Karabach volgens het kabinet een etnische zuivering plaatsgevonden in 2023? Zo nee, waarom niet? Welke reactie acht de regering passend op de ontstane situatie en de verdrijving van meer dan 100.000 personen naar Armenië?
Bent u ermee bekend dat Azerbeidzjan eerder in de Azerbeidzjaanse exclave Nachitsjevan Armeens cultureel erfgoed met de grond gelijk heeft gemaakt?5 Deelt u de vrees dat het erfgoed in Nagorno-Karabach hetzelfde kan overkomen?
Herinnert u zich de antwoorden van uw ambtsvoorganger over schriftelijke vragen over de vernietiging van Armeens erfgoed en de toezegging die Nederland van Azerbeidzjan had gekregen om het cultureel erfgoed te beschermen?6 Welke inzet is er vanuit Nederland daarna geweest op dit thema?
Heeft Azerbeidzjan zich volgens u aan de toezegging gehouden? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, welke stappen gaat u ondernemen?
Kloppen de berichten dat tijdens de tour door de Azerbeidzjaanse regering desinformatie is verteld door de Armeense kloosters van Gandzasar en Dadivank «een integraal onderdeel van het oude Albanese christelijke erfgoed» te noemen, smalend werd gedaan over «voorbeelden van oude manuscripten» en er werd gedanst? Hoe taxeert u dit?
Vindt u het, in het licht van bovenstaande, gepast dat Nederlandse diplomaten mee hebben gedaan aan deze door Azerbeidzjan georganiseerde tour? Zo ja, waarom?
Hoe beoordeelt u, mede in het licht van vraag 4, het X-bericht van de Speciaal Vertegenwoordiger van de EU voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië, waarin wordt gesteld dat de diep uiteenlopende opvattingen en narratieven, bijvoorbeeld over de oorsprong van sommige locaties, zouden moeten worden aangepakt tussen Azerbeidzjan en Armenië?7 Heeft de delegatie desinformatie over de oorsprong van het cultureel erfgoed aangekaart of weersproken? Zo nee, waarom niet?
Welke internationaalrechtelijke verplichtingen volgen voor Nederland voort uit de eerdergenoemde uitspraken van het Internationaal Gerechtshof? Kan het AIV hierover om advies worden gevraagd?
Het bericht ‘Al dagen dood in verpleeghuis’ |
|
Vicky Maeijer (PVV) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Al dagen dood in verpleeghuis»?1
Wat vindt u ervan dat zorgmedewerkers twaalf dagen achter elkaar hebben gerapporteerd dat zij deze bewoonster niet hadden gezien, zonder dat iemand bij haar is gaan kijken?
Hoe kan het dat het dagenlang niet zien van een kwetsbare bewoner kennelijk geen aanleiding was om te controleren of het wel goed met haar ging?
Klopt het dat met deze bewoonster was afgesproken dat er dagelijks op twee momenten contact met haar zou zijn, onder meer voor haar medicatie en eten? Zo ja, hoe kan het dat het uitblijven van deze contactmomenten niet eerder tot actie heeft geleid?
Rivas Zorggroep stelt volgens het artikel dat medewerkers zo hebben gehandeld omdat mevrouw zorg meed. Welke verantwoordelijkheid heeft een zorginstelling wanneer een kwetsbare bewoner zorg mijdt? Hoe verhoudt die verantwoordelijkheid zich tot wat hier is gebeurd?
Zijn er landelijke regels of afspraken over wat medewerkers in een verpleeghuis moeten doen wanneer zij een bewoner meerdere dagen niet zien of geen contact met die bewoner kunnen krijgen? Zo ja, zijn die regels hier gevolgd?
Klopt het dat de kamer van mevrouw langere tijd niet was schoongemaakt als gevolg van gebrekkige communicatie tussen het schoonmaakbedrijf en de zorgorganisatie? Hoe kan zoiets binnen een verpleeghuis zo lang onopgemerkt blijven?
Hoe heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) deze melding beoordeeld en welke maatregelen heeft de IGJ naar aanleiding daarvan genomen?
Heeft de IGJ onderzocht of de problemen die hier naar voren komen, zoals het niet nakomen van afgesproken contactmomenten en gebrekkige overdracht en communicatie, ook bij andere bewoners van deze locatie spelen?
Heeft de IGJ de afgelopen jaren vaker meldingen ontvangen waarbij bewoners van een verpleeghuis pas dagen na hun overlijden werden aangetroffen? Zo ja, om hoeveel meldingen gaat het?
Bent u bereid de Kamer te informeren over de bevindingen van de IGJ in deze zaak en over eventuele maatregelen die naar aanleiding hiervan zijn of worden genomen?