| Ingediend | 4 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 3 juli 2026 (na 29 dagen) |
| Indiener | Fatihya Abdi (PvdA) |
| Beantwoord door | Bart van den Brink (CDA), Letschert |
| Onderwerpen | hoger onderwijs immigratie internationaal migratie en integratie onderwijs en wetenschap organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z12037.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2471.html |
Ja, ik ken het bericht. Ik heb signalen ontvangen dat een deel van de Iraanse studenten in Nederland moeite heeft om zich op hun studie te kunnen concentreren door de heftige thuissituatie. In bepaalde gevallen komen daar ook nog eens financiële problemen bij, zoals geen toegang hebben tot je bankrekening.
De omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven kunnen per student verschillen. In het algemeen geldt dat Iraanse studenten in Nederland verblijven op basis van een studievisum voor studenten en dat ze zijn ingeschreven bij een hogeschool of universiteit. Net als andere internationale studenten van buiten de Europese Economische Ruimte komen studenten uit Iran niet in aanmerking voor het wettelijke collegegeld of studiefinanciering. Op basis van hun studievisum mogen Iraanse studenten het hele jaar door tot maximaal 16 uur per week werken in loondienst of in plaats daarvan voltijdswerken in de maanden juni, juli en augustus. Hun werkgever moet dan een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Internationale studenten kunnen ook werken als zzp’er.
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) biedt ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de specifieke situatie van een student. Ik zie dat instellingen hier ook gebruik van maken. Zo ondersteunen instellingen deze studenten bijvoorbeeld via het treffen van betalingsregelingen, het opstellen van een noodfonds, het tijdelijk opheffen van herinschrijfblokkades, (mentale) begeleiding via studentpsychologen, studentendecanen en social workers voor internationale studenten en het organiseren van bijeenkomsten voor studenten en medewerkers om samen te komen en elkaar te ondersteunen.
Ik heb geen centraal overzicht van welke onderwijsinstellingen financiële ondersteuning bieden en waaruit die getroffen regelingen precies bestaan. De koepelorganisaties VH en UNL beschikken hier ook niet over. De wijze van ondersteuning kan per student verschillen. Instellingen kunnen samen met de student nagaan welke beschikbare oplossing het best past bij de specifieke situatie van de student.
Volgens de WHW is betaling van het collegegeld een voorwaarde voor een geldige inschrijving als student. Bij de inschrijving van een student aan een hogeschool of universiteit wordt gevraagd om aan te tonen dat het collegegeld betaald is of zal worden (artikel 7.37 WHW). De afspraken over betaaldata, termijnen en eventuele mogelijkheden voor uitstel van betaling zijn niet wettelijk vastgelegd. Hier kan een instelling zelf afspraken over maken. Instellingen spannen zich waar mogelijk in, zodat studenten ingeschreven blijven staan. Er is geen sprake van een automatische uitschrijving als een student het collegegeld niet heeft voldaan. Wel regelt de WHW dat een instellingsbestuur de inschrijving mag beëindigen indien een student het collegegeld na aanmaning niet heeft voldaan (artikel 7.42 tweede lid WHW).
Wanneer een onderwijsinstelling een student van buiten de EER uitschrijft, voldoet de student niet meer aan het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning voor studie is afgegeven en wordt deze verblijfsvergunning ingetrokken. De EU-richtlijn 2016/801 inzake voorwaarden voor de toelating en het verblijf van onder meer studenten van buiten de EU schrijft dit ook voor (artikel 21, eerste lid, onder a). Wel dient een lidstaat in elk besluit tot intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd (artikel 21, zevende lid). Voordat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken of niet wordt verlengd, beoordeelt de IND per geval of er individuele redenen zijn om van intrekking c.q. niet-verlenging af te zien.
Naast een geldige inschrijving bij een onderwijsinstelling dienen studenten gedurende hun verblijf over voldoende middelen van bestaan te beschikken. Bij de IND zijn signalen bekend dat het voor Iraanse studenten die afhankelijk zijn van sponsorgelden uit het land van herkomst op dit moment lastig is om aan dit middelenvereiste te blijven voldoen. Om hoeveel studenten het gaat is niet bekend.
Intrekking van de verblijfsvergunning voor studie betekent het verval van het verblijfsrecht, tenzij de desbetreffende voormalige student op grond van een andere toelatingsgrond dan studie in aanmerking komt voor verblijf in Nederland.
Vooralsnog worden er geen aanvullende algemene maatregelen voor studenten en onderwijsinstellingen overwogen. Wel ben ik met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ik ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Binnen de WHW is ruimte opgenomen voor onderwijsinstellingen om maatwerk te bieden en studenten financieel te ondersteunen, zodat rekening gehouden kan worden met de specifieke omstandigheden van een getroffen student.
Er zijn bijvoorbeeld instellingen die een noodfonds hebben ingesteld, betalingsregelingen hebben getroffen met studenten wanneer zij het collegegeld niet kunnen betalen en herinschrijfblokkades tijdelijk hebben opgeheven. Ook kunnen instellingen het instellingscollegegeldtarief voor bepaalde groepen studenten verlagen tot minimaal het wettelijk collegegeldtarief. Het is aan de instelling zelf om te bepalen of zij van deze mogelijkheid gebruik maken.
Hogescholen en universiteiten spannen zich waar mogelijk in om te voorkomen dat betalingsproblemen van Iraanse studenten leiden tot uitschrijving en zij hun verblijfsvergunning verliezen. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Ik ben met onderwijsinstellingen in gesprek over de situatie van Iraanse studenten in Nederland en de problemen die een deel van de Iraanse studenten in Nederland ervaren gaan ons aan het hart. Ik vraag instellingen om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden. Ik zie dat instellingen dit ook doen.
Indien een vreemdeling niet meer voldoet aan het verblijfsdoel waarvoor zijn verblijfsvergunning is afgegeven, wordt deze vergunning in beginsel ingetrokken. Op grond van de in antwoord 3 genoemde EU-richtlijn is een categorale regeling voor Iraanse studenten, zoals voorgesteld in de vraag, niet mogelijk.
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2 en 4 biedt de WHW ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om studenten zo goed mogelijk te ondersteunen. Veel instellingen maken daar ook gebruik van.
Zo zijn er instellingen die bijeenkomsten organiseren om Iraanse studenten een hart onder de riem te steken, zoals ook aangehaald wordt in het bericht uit
vraag 1, of die extra inzetten op begeleiding. Daarnaast zijn hogescholen en universiteiten verplicht om bij het hanteren van een bindend studieadvies rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de student. En kunnen studenten zich wenden tot een examencommissie, studieadviseur of de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO), die bekijkt of en in welke mate er sprake is van studievertraging en hoe hiermee om te gaan.
Ik ben met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Ja.
Op 4 juni 2026 heeft het lid Abdi (GroenLinks-PvdA) schriftelijke vragen gesteld over de financiële onzekerheid van Iraanse studenten in Nederland. Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk, omdat zorgvuldige interdepartementale afstemming meer tijd vraagt. Ik zal de vragen zo snel mogelijk beantwoorden.