Kamervraag 2026Z12254

De rechterlijke uitspraak dat Nederland niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Ingediend 8 juni 2026
Beantwoord 1 juli 2026 (na 23 dagen)
Indiener Laurens Dassen (Volt)
Beantwoord door Bart van den Brink (CDA)
Onderwerpen bestuur europese zaken internationaal organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z12254.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2448.html
1. ECLI:NL:RBDHA:2026:9143, uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9143&showbutton=true&keyword=Jemen&idx=1
1. ECLI:NL:RBDHA:2026:9143, uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9143&showbutton=true&keyword=Jemen&idx=1
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechtbank in Den Haag waarbij door de rechtbank is bevestigd dat u niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie?1

    Ja. Ik kan mij echter niet vinden in die uitspraak en heb hiertegen hoger beroep ingediend bij de Raad van State.

  • Vraag 2
    Hoe rijmt u de conclusie dat bepaalde provincies in Jemen (zoals Al Mahra en Hadramaut) «veilig» zijn met de informatie van hulporganisaties, United Nations en VluchtelingenWerk dat het geweld en de instabiliteit zich over het hele land verspreiden en dat de situatie onvoorspelbaar blijft?

    Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft onderzoek gedaan naar de verschillende provincies in Jemen. Hierbij is naar voren gekomen dat de provincies Al Mahra en Hadramaut grotendeels gevrijwaard zijn gebleven van de gevechten die gaande zijn in andere provincies in Jemen. In het landenbeleid ten aanzien van Jemen is vervolgens opgenomen dat voor de provincies Al Mahra en Hadramaut géén sprake is van een risico op willekeurig geweld in de zin van artikel 15c. De rechtbank in Arnhem heeft inmiddels geoordeeld dat ik er op juiste gronden vanuit ga dat in Hadramaut geen sprake is van een gewapend conflict. Dit neemt niet weg dat de IND altijd op basis van een individuele beoordeling een besluit neemt over de asielaanvraag. Bij deze beoordeling betrekt de IND de meest recent beschikbare informatie over de veiligheidssituatie in een land.

  • Vraag 3
    Kunt u specifiek aangeven welke bronnen, naast het ambtsbericht, zijn gebruikt om de afwezigheid van willekeurig geweld in deze gebieden aan te tonen?

    Via het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT), dit is het IND-expertisecentrum op het gebied van taal- en landinhoudelijke informatie, heeft het departement extra informatie opgevraagd over de veiligheidssituatie in Jemen sinds het publiceren van het ambtsbericht tot en met februari 2026. TOELT heeft onder andere informatie opgehaald uit openbare bronnen van ACLED en de Yemen Monitor maar ook geput uit andere betrouwbare nieuwsbronnen.

  • Vraag 4
    Waarom blijft u vasthouden aan het beleid waarbij humanitaire factoren slechts globaal worden meegenomen, terwijl de rechter en de Raad van State oordelen dat onvoldoende in kaart is gebracht hoe humanitaire omstandigheden (zoals hongersnood en gebrek aan water) het directe of indirecte gevolg zijn van het handelen van strijdende partijen en het Europese Hof (arrest CF en DN) een «allesomvattende beoordeling» eist?

    Zowel de Raad van State als het Hof van Justitie van de EU spreken in de door u aangehaalde uitspraken van het globaal betrekken van alle relevante omstandigheden. Ik ben daarom van oordeel dat de door de Raad van State geconstateerde motiveringsgebreken in het oude landenbeleid met betrekking tot het betrekken van de humanitaire omstandigheden bij de 15c-beoordeling, middels het nieuwe landenbeleid Jemen zijn hersteld. Ik heb uw Kamer per brief en de bijbehorende bijlagen op 8 oktober 2025 geïnformeerd over deze wijzigingen.

  • Vraag 5
    Bent u bereid om, naar aanleiding van de recente rechterlijke uitspraak dat het beleid niet voldoet aan de eisen van de Raad van State en het Europese Hof, de uitvoering van het nieuwe beleid (en daarmee de afwijzingen van asielaanvragen) per direct op te schorten totdat er een deugdelijke, allesomvattende analyse van de humanitaire situatie ligt?

    Deze zaak ligt nog voor bij de Raad van State. Ik ben van mening dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat het landenbeleid niet in overeenstemming is met de uitspraak van de Raad van State. Ik zie daarom ook geen aanleiding om het beleid ingevolge de uitspraak van de rechtbank te wijzigen.

  • Vraag 6
    Komt er een nieuwe wijziging in het landenbeleid voor Jemen naar aanleiding van bovengenoemde uitspraken? Zo ja, hoe wordt daarin recht gedaan aan de uitspraken? Zo nee, waarom niet?

    Nee, zoals ik in mijn antwoord op vraag 4 heb geconcludeerd, zijn de eisen van de Raad van State en het Europese Hof van Justitie reeds meegenomen in de meest recente beleidswijziging voor het landenbeleid Jemen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is op dit moment bezig met een nieuw ambtsbericht over Jemen; dit ambtsbericht wordt verwacht in het vierde kwartaal van 2026 en zodra dit is gepubliceerd zal ik bezien of het landenbeleid ten aanzien van Jemen gewijzigd dient te worden.

  • Vraag 7
    Op welke feitelijke informatie baseert u de aanname dat vluchtelingen uit onveilige gebieden zich duurzaam en veilig kunnen vestigen in de zogenaamd veilige provincies, gezien de enorme druk op de lokale infrastructuur door de miljoenen interne ontheemden in Jemen?

    Uit het ambtsbericht bleek, en dit beeld is na het opvragen van meer actuele informatie recent nog bevestigd, dat de provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra vrijwel gevrijwaard zijn gebleven van gevechtshandelingen en gewelddadigheden. Voor deze provincies kan dan ook de conclusie worden getrokken dat er geen sprake is van willekeurig geweld in de zin van een gewapend conflict, als bedoeld in artikel 15c. Bovendien blijkt ook niet uit de informatie dat de, weliswaar, precaire humanitaire situatie, het gevolg is van de gehanteerde oorlogsmethoden. Er is daarom geen reden aan te nemen dat in deze provincies sprake is van willekeurig geweld in de zin van artikel 15c en dat men in algemene zin zich hier niet veilig kan vestigen. Dit neemt natuurlijk niet weg dat de IND altijd een individuele beoordeling doet als iemand zegt asielbescherming nodig te hebben. Er kunnen dus op individuele gronden redenen zijn om aan te nemen dat iemand zich niet in deze provincies kan vestigen.

  • Vraag 8
    Hoe wordt gegarandeerd dat deze mensen daar niet alsnog in een levensbedreigende humanitaire situatie terechtkomen?

    Het is aan de vreemdeling om de vrees voor ernstige schade bij terugkeer aannemelijk te maken. Voor het vaststellen van een reëel risico op ernstige schade is een volledig individuele beoordeling vereist. Daarbij wordt gekeken naar alle relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst. De humanitaire omstandigheden zijn daarbij reeds meegewogen bij de vaststelling of sprake is van een 15c situatie in de verschillende provincies in Jemen. Aan de hand daarvan beoordeelt de IND of de aangedragen vrees aannemelijk is en of dit voldoende is om asielbescherming te verlenen.

  • Vraag 9
    Erkent u dat het huidige beleid, waarbij zaken worden aangehouden of afgewezen op basis van een juridisch wankel fundament, ertoe leidt dat een grote groep Jemenieten in Nederland in onzekerheid leeft en hun integratie en persoonlijke ontwikkeling ernstig worden belemmerd?

    De IND kan sinds het publiceren van het nieuwe landenbeleid in oktober 2025 weer beslissen op Jemenitische asielaanvragen. Ik ben ervan overtuigd dat het huidige landenbeleid ten aanzien van Jemen recht doet aan de informatie die over Jemen bekend is.

  • Vraag 10
    Hoe kunt u de Jemenieten in Nederland ondersteunen en faciliteren in hun ontwikkeling en integratie gedurende deze onzekere tijden?

    Personen met de Jemenitische nationaliteit die een verblijfsstatus in Nederland hebben, hebben toegang tot dezelfde integratie en inburgeringsmogelijkheden als statushouders met een andere nationaliteit. Ik zie daarom geen aanleiding om naast de bestaande mogelijkheden extra ondersteuning te bieden ten behoeve van de ontwikkeling en integratie van Jemenitische statushouders. Voor Jemenitische vreemdelingen die nog in de asielprocedure zitten, geldt dat zij dezelfde positie genieten als vreemdelingen met een andere nationaliteit. Ook voor hen zie ik geen reden om bijzonder beleid in te richten.

  • Vraag 11
    Kunt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?

    Ja.

  • Mededeling - 29 juni 2026

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Dassen (Volt), van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over de rechterlijke uitspraak dat Nederland niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ingezonden 8 juni 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z12254
Volledige titel: De rechterlijke uitspraak dat Nederland niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2448
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Dassen over de rechterlijke uitspraak dat Nederland niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie