Recente arrestaties in Irak |
|
Harry van Bommel (SP) |
|
|
|
|
Hebt u kennisgenomen van de arrestatie van een viertal jonge activisten in Irak op 27 mei jl., Jihad Jalil, Ali Abdul-Khaliq Al-Jaf, Mouayad Faisal Al-Tayyeb, Ahmed Alaa al-Baghdadi, en andere willekeurige arrestaties van politieke activisten?1
Ja.
Bent u bereid uw afkeuring te uiten bij de Iraakse autoriteiten tegen de repressieve houding tegenover de leiding van democratiseringsbeweging in Irak? Indien neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?
De Nederlandse regering blijft de Iraakse autoriteiten zowel in bilateraal als in VN-verband wijzen op de verantwoordelijkheden die zij hebben ten aanzien van het waarborgen van de mensenrechten van het Iraakse volk, waaronder het recht vreedzaam te demonstreren en te vragen om democratische hervormingen. Bij een volgend gesprek van de Nederlandse ambassadeur met minister Zebari zal hij zijn zorg uitspreken over berichten over mensenrechtenschendingen inclusief marteling, en specifiek aandacht vragen voor bij hem bekende individuele gevallen.
Bent u bereid om in aansluiting op het gesprek van de Nederlandse ambassadeur in Irak op 10 maart jl. opnieuw contact op te laten nemen met de minister van Buitenlandse Zaken van Irak? Zo ja, op welke korte termijn? Indien neen, waarom niet?2 Bent u bereid daarbij ook de vele afzonderlijke gevallen die door Amnesty International zijn beschreven aan de orde te stellen?3
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat het in dat gesprek nodig is de aanbevelingen van Amnesty International over te brengen? Indien neen, waarom niet en van welke aanbeveling wenst u afstand te nemen?4
Nederland zal gesprekspartners wijzen op het rapport en de aanbevelingen van Amnesty International, zoals dat ook gebeurt bij andere rapporten van internationale organisaties. Het is uiteindelijk aan de overheid zelf om opvolging te geven aan deze aanbevelingen. De inzet van Nederland is er uiteindelijk op gericht om de nationale juridische infrastructuur van het land te versterken. Dit standpunt draagt Nederland zowel bilateraal als in EU-verband uit.
De EU die 20 miljoen euro van haar mensenrechten budget uitgeeft om Amerikanen te doceren over linkse uitgangspunten |
|
Louis Bontes (PVV) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «EU spendeert 20 miljoen aan promotie linkse standpunten in VS»?1
Ja.
Deelt u de mening dat het mensenrechtenbudget bestemd is voor ontwikkelingslanden en bent u het verder met mij eens dat de Verenigde Staten geen ontwikkelingsland zijn, maar één van de rijkste en meest democratische landen in de wereld? Zo nee, waarom niet?
Het Europees Instrument voor Democratie en Mensenrechten is één van de instrumenten waarmee invulling wordt gegeven aan het Europees Mensenrechtenbeleid. De nadruk ligt daarbij op landen waar de uitdagingen op het terrein van democratie en mensenrechten het grootst zijn. Het merendeel van de middelen van dit programma wordt in deze landen uitgegeven.
Dit sluit een inzet in andere derde landen zoals de Verenigde Staten niet uit. Het betreft hier een instrument van het extern beleid van de Unie dat zich richt op alle landen buiten de Europese Unie. Ik ben het echter met u eens dat de prioriteiten van het Europees Instrument voor Democratisering en Mensenrechten elders zouden moeten liggen.
Deelt u voorts de mening dat dit wederom een schandalig voorbeeld is van misbruik van het EU-budget en dat dit pure geldverspilling is. Zo nee, waarom niet?
Nee, die mening deel ik niet. Het Europees Instrument voor Democratisering en Mensenrechten, het kleinste fonds van de EU, is een instrument dat activiteiten ondersteunt in de uitvoering van het Europees Mensenrechtenbeleid. Daaronder vallen ook activiteiten die kunnen bijdragen aan betere informatievoorziening en dialoog over standpunten en beleid van de Europese Unie.
Wat gaat u er aan doen om het misbruik van EU-budget en deze geldverspilling te stoppen?
Dit kabinet staat pal voor een effectieve en efficiënte inzet van Europese fondsen. Dat geldt voor de EU-inzet in ontwikkelingslanden en die in rijkere partnerlanden. Europese uitgaven worden onderworpen aan strenge regels. In het geval van de inzet van het Europees Instrument voor Democratie en Mensenrechten in de Verenigde Staten deel ik niet uw mening dat hier sprake is van misbruik van EU-middelen. Mocht het tegendeel blijken, dan zal ik de Europese Commissie hierop aanspreken. Ik zie nu geen aanleiding voor specifieke actie op het punt van effectieve besteding van EU-middelen naar aanleiding van het genoemde rapport. Dat doet overigens niets af aan het belang dat het kabinet hecht aan een meer rechtmatige, efficiënte, doelmatige en transparante besteding van Europese middelen, zoals benadrukt in de brief van 28 maart jl. over de kabinetsinzet voor de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader van de EU voor de periode vanaf 2014 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 529).
Palestijnse kinderen in gevangenschap |
|
Harry van Bommel (SP) |
|
|
|
|
Deelt u de opvatting dat de Israëlische bezettingsmacht veelvuldig in strijd handelt met internationale wetgeving, zoals de Vierde Conventie van Geneve en het VN-verdrag tegen marteling, bij de arrestatie en detinering van jaarlijks ongeveer 700 Palestijnse kinderen in de leeftijd van 12 tot 17 jaar op de bezette Westelijke Jordaanoever? Indien neen, waarom niet? Kunt u dat toelichten?1
Deze opvatting deel ik niet. Het internationale recht verbiedt de arrestatie en detentie van minderjarigen niet, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan, zoals met name neergelegd in het Kinderrechtenverdrag, waarbij Israël partij is.
Tegen niet nakomen van nationaal- of internationaalrechtelijke verplichtingen kan bezwaar worden gemaakt bij de nationale rechter.
Is het u bekend dat sinds het jaar 2000 ongeveer 7000 Palestijnse kinderen in arrest zijn genomen onder Militaire Order 1651? Indien neen, wat zijn dan de feiten? Is het tevens waar dat sinds de bezetting van de Westelijke Jordaanoever ongeveer 700 000 mensen (mannen, vrouwen en kinderen) in detentie zijn genomen op basis van Israëlisch militair bestuur? Indien neen, wat zijn dan de feiten?
Ik ben bekend met deze gegevens die – voor zover na te gaan – grosso modo correct zijn.
Deelt u de opvatting dat de militaire rechtbank voor de jeugd, die sinds 2009 bestaat, geen wezenlijke verbetering is omdat deze dezelfde faciliteiten en dezelfde staf gebruikt als militaire rechtbanken voor volwassenen? Deelt u derhalve de conclusie dat er in de praktijk geen verschil is en ook daarom dat er geen aparte militaire rechtbank voor de jeugd bestaat? Indien neen, wat is dan uw opvatting? Bent u bereid er bij de Israëlische autoriteiten op aan te dringen dit hof volledig te hervormen? Indien neen, waarom niet?
Op grond van het kinderrechtenverdrag moet de rechtbank voor de jeugd rekening houden met eigenwaarde en leeftijd van het kind en zorgen voor volledige herintegratie in de samenleving. Het VN-kinderrechtencomité heeft in 2010 aan Israël vragen gesteld over hechtenis van minderjarigen en de nieuwe jeugdrechtbank.2 Sindsdien heeft Israël op een aantal punten verbeteringen doorgevoerd. Zo worden rechters met training op het gebied van jeugdrecht aangesteld en worden kinderen onder de 16 in gewone in plaats van militaire gevangenissen gedetineerd. De conclusie dat er geen verschil tussen de jeugd- en volwassenenrechtbanken aan te wijzen is, deel ik niet.
Bent u bereid er bij de Israëlische autoriteiten op aan te dringen Militaire Order 1 651 in te trekken?2 Indien neen, waarom niet?
De Militaire Order 1651 bevat een codificatie van een grote hoeveelheid van strafrechtelijke en strafprocesrechtelijke bepalingen en kan daardoor in algemene zin bijdragen aan rechtszekerheid. Algehele afschaffing bevordert de rechtszekerheid niet. Nederland zal dit dan ook niet bepleiten.
Deelt u de opvatting dat geen enkel kind mag worden ondervraagd zonder de aanwezigheid van een advocaat naar keuze en in aanwezigheid van een familielid? Zo ja, bent u bereid dit de Israëlische autoriteiten mee te delen? Indien neen, waarom niet?
Israël is bereid de geldende regels en de toepassing daarvan aan te passen op basis van een open en constructieve dialoog. De regering bepleit voortzetting daarvan. Vragen die betrekking hebben op de toegang van kinderen tot rechtsbijstand worden in de reguliere EU-dialoog besproken.
Deelt u de opvatting dat ieder verhoor audiovisueel moet worden opgenomen? Zo ja, bent u bereid dit de Israëlische autoriteiten mee te delen? Indien neen, waarom niet?
Het is aan de Israëlische autoriteiten om te bepalen hoe zij aan hun plichten op grond van het Kinderrechtenverdrag invulling willen geven.
Bent u bereid er bij de Israëlische autoriteiten op aan te dringen dat bewijs dat is vergaard door middel van mishandeling of marteling moet worden afgewezen door de militaire rechtbanken? Indien neen, waarom niet?
Martelen van gevangenen is in strijd met Israëlische wetgeving. Bij (vermeende) schending van de wet is de Israelische rechtsgang de aangewezen weg.
Bent u bereid een onafhankelijk en diepgaand onderzoek te bepleiten naar meldingen van mishandeling en marteling van gedetineerde kinderen en bij gebleken misdaden de verdachten van mensenrechtenschendingen te doen vervolgen? Indien neen, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
De samenwerking van de AIVD met de veiligheidsdiensten in Marokko |
|
Ronald van Raak (SP) |
|
Piet Hein Donner (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Waarom worden mensen als de heer Saddik Sbaa, die in Nederland zijn vrijgesproken, uitgeleverd aan Marokko, waar ze het gevaar lopen te worden gemarteld?1
Het is niet correct dat betrokkene is vrijgesproken: de zaak waarin betrokkene verdachte is geweest van strafbare feiten, is geseponeerd. Betrokkene is ook niet uitgeleverd aan Marokko, maar is vrijwillig naar Marokko vertrokken.
Klopt het dat de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst (AIVD) (persoons)gegevens van de heer Sbaa heeft geleverd aan de veiligheidsdiensten of aan andere instanties in Marokko? Hebben deze diensten in Marokko afspraken geschonden over het gebruik van deze informatie?
Ik kan in het openbaar geen mededelingen doen over de (eventuele) samenwerking van de AIVD met buitenlandse diensten in concrete gevallen.
In algemene zin verwijs ik naar de reactie van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op het rapport van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) over de samenwerking van de AIVD met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Kamerstuk 29 924, nr. 49). Daarin wordt onder meer ingegaan op de samenwerking van de AIVD met buitenlandse diensten, waaronder ook diensten van landen waar nauwelijks tot geen democratische traditie bestaat en waar (structureel) mensenrechten worden geschonden, alsmede op de uitwisseling van (persoons)gegevens met die diensten.
Gegevens mogen door de AIVD slechts met andere diensten worden gedeeld na een zorgvuldige afweging. Het moge duidelijk zijn dat als (persoons)gegevens worden verstrekt deze niet openbaar gemaakt kunnen worden, zodat (openbare) controle daarop, ook door personen wiens gegevens het betreft, aan inherente beperkingen onderhevig is.
Als iemand denkt of vermoedt dat de AIVD – ten onrechte – persoonsgegevens over hem of haar heeft uitgewisseld, kan betrokkene bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een klacht indienen.
Ook kan de CTIVD naar de samenwerking met buitenlandse diensten rechtmatigheidsonderzoek uitvoeren, zoals zij recentelijk heeft gedaan, en waarover zij in voornoemd toezichtsrapport heeft gerapporteerd.
De naleving van de derde partijregel, die inhoudt dat verkregen informatie slechts verder mag worden verstrekt indien de dienst waarvan de informatie afkomstig is daarvoor toestemming heeft verleend, vormt voorts en belangrijke waarborg in de uitwisseling van (persoonsgegevens tussen de AIVD en buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Hoe kunnen mensen, over wie de AIVD informatie verstrekt aan andere landen, controleren of deze informatie klopt?
Zie antwoord vraag 2.
Hoeveel mensen die in Nederland niet konden worden vervolgd zijn in het verleden alsnog uitgeleverd aan Marokko, of aan andere landen in het Midden-Oosten?
Er bestaat geen overzicht van personen die niet vervolgd kunnen worden.
Deelt de AIVD gegevens met veiligheidsdiensten van landen waar mensen worden gemarteld? Maakt de AIVD gebruik van informatie die door middel van marteling is verkregen?
Zie antwoord vraag 2.
De verwikkeling in een zaak van het Europees Arrestatiebevel |
|
Sharon Gesthuizen (SP) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat een Nederlandse man die werd overgeleverd aan Polen gedurende zijn anderhalve dag durende transport naar de Poolse gevangenis geen eten en geen drinken heeft gehad?1
Met het oog op de beantwoording van de vragen heb ik de Poolse autoriteiten om informatie gevraagd. Desgevraagd hebben de Poolse autoriteiten mij meegedeeld dat betrokkene op 27 mei 2011 is overgebracht naar Polen op een vlucht die rond 12.00 uur vanaf Schiphol vertrok en om 15.25 aan kwam in Minsk Mazowiecki, in de nabijheid van Warschau. De beoogde landing op het vliegveld van Warschau bleek niet mogelijk wegens de tijdelijke sluiting ervan in verband met de aankomst van de president van de Verenigde Staten van Amerika. Betrokkene werd vanuit Minsk per politieauto, bestemd voor gedetineerdentransport, overgebracht naar een detentiecentrum van de politie in Warschau, alwaar hij om rond 20.30 uur aan kwam. Gedurende de vlucht heeft betrokkene gegeten van het voedsel dat hij bij zich had in zijn bagage. In Warschau kreeg hij avondeten aangeboden. De volgende morgen werd betrokkene ontbijt aangeboden en om 10.45 uur werd hij, opnieuw per politieauto, overgebracht naar de afdeling voor voorlopig gehechten van de gevangenis van Zlotów, op een afstand van 400 km van Warschau.
Deelt u de mening dat, als het mogelijk is dat medegevangenen of bewakers medicijnen van een gevangene stelen die noodzakelijk zijn in verband met een levensgevaarlijke kwaal, de situatie wat betreft de zorg voor de gezondheid van Nederlanders die worden overgeleverd aan Polen zeer te wensen overlaat? Hoe oordeelt u over het feit dat de gevangene, toen hij klachten kreeg als gevolg van het ontbreken van medicatie, gedurende meer dan 48 uur geen toegang kreeg tot een arts?
Desgevraagd hebben de Poolse autoriteiten mij meegedeeld, dat betrokkene gedurende zijn overbrenging zijn medicijnen had en dat hij tijdens zijn overbrenging naar Polen en daarna binnen Polen, noch na aankomst in Zlotów heeft geklaagd over diefstal van zijn medicijnen. Betrokkene is op 29 mei om 10.00 ’s-ochtends door een arts medisch onderzocht, waarbij hij zijn gezondheidsproblemen heeft kenbaar gemaakt. Hij heeft daarop ook medicijnen ontvangen ter behandeling van deze problemen.
Wat is uw reactie op de verklaring van de advocaat van de Nederlander over de video-opnamen van het gesprek tussen de gevangene en de advocaten de vallen onder de categorie geheimhoudersgesprek?2 Deelt u de mening dat video-opnamen van geheimhoudersgesprekken strijdig zijn met de regels betreffende een eerlijk proces en dat dit tevens strijdig is met de vertrouwelijkheid die geldt tussen geheimhouder en cliënt?
Desgevraagd hebben de Poolse autoriteiten mij meegedeeld dat er geen sprake is geweest van het maken van video-opnamen van betrokkene en zijn raadsman. De detentie-eenheid waar het overleg tussen betrokkene en zijn raadsman heeft plaatsgehad, is voorzien van een veiligheidscamera. Deze registreert uitsluitend beeld en geen geluid. De beelden worden niet opgeslagen. De zichtbare camera is ter plaatse aangebracht naar aanleiding van incidenten, te weten het gebruik van geweld van gedetineerden tegen hun raadsman en het binnenbrengen van drugs door raadslieden van gedetineerden.
Wat is uw reactie op de verklaring van de advocaat over de situatie van overbevolking in de Poolse gevangenis die niet verbeterd zou zijn sinds 1997?
Voor de situatie in Poolse gevangenissen verwijs ik naar mijn brief van 17 februari 2011, Kamerstukken II 2010/2011, 32 317, nr. 41.
Wat is uw oordeel over de situatie waarin een Nederlander wordt overgeleverd aan Polen ter zake twee van de in het totaal zes aanklachten (het specialiteitbeginsel), maar de behandelend rechter voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak reeds de mededeling doet dat hij ter zake de vier overige feiten (op grond waarvan de overlevering niet was toegestaan) een nieuw Europees Arrestatiebevel (EAB) zal uitvaardigen, met als gevolg dat het reizen van de reeds overgeleverde persoon onmogelijk wordt gemaakt en hetgeen in strijd is met het vertrouwensbeginsel? Wat is uw reactie op de opstelling van een rechter die het drukmiddel van een hoge borgsom inzet om de verdachte te bewegen alsnog toe te staan dat overige feiten op grond waarvan overlevering niet was toegestaan alsnog betrokken worden bij de behandeling? Deelt u de mening dat het onrechtmatig is om zaken waarvoor Nederlanders niet overgeleverd (kunnen) worden, alsnog bij een proces te betrekken na de overlevering? Bent u bereid om uit te zoeken hoe de gang van zaken in dit proces precies is geweest? Zo nee, waarom niet?
Desgevraagd hebben de Poolse autoriteiten mij meegedeeld, dat er geen aanwijzingen bestaan dat het Poolse gerecht voornemens is een nieuw EAB uit te vaardigen terzake van de feiten waarvoor de overlevering door de rechtbank Amsterdam is geweigerd. Evenmin is er aanleiding te veronderstellen dat de rechterlijke autoriteit het betalen van een borgsom als voorwaarde heeft gesteld aan de in vrijheidsstelling van betrokkene in ruil voor diens instemming met een vervolging in Polen voor feiten waarvoor de overlevering door de rechtbank Amsterdam is geweigerd. De borgsom is uitsluitend als voorwaarde aan de invrijheidsstelling van betrokkene verbonden. Betrokkene werd op 31 mei in vrijheid gesteld onder het betalen van een borgsom van 20 000 Poolse Zloty (ongeveer 5 000 Euro). Dit gebeurde in het verleden ook al een keer.
De oplopende spanningen tussen Azerbeidzjan en Armenië |
|
Frans Timmermans (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht over de oplopende spanningen tussen Azerbeidzjan en Armenië?1
Ja.
Deelt u de mening dat het zorgwekkend is te moeten constateren dat beide landen een stevig militair apparaat aan het opbouwen zijn om het conflict over Nagorno-Karabach de enclave mogelijk op deze wijze uit te vechten?
Nederland blijft bezorgd over het risico van escalatie van het conflict over Nagorno-Karabach. Het is belangrijk dat alle partijen zich onthouden van agressieve retoriek en een lokale wapenwedloop wordt voorkomen. Ik betreur de slachtoffers van de regelmatig terugkerende schietincidenten aan de administratieve grenzen van het conflictgebied. Het conflict staat democratische ontwikkelingen in beide landen in de weg doordat het de binnenlandspolitieke agenda teveel domineert. Bovendien vertraagt het de verbetering van de Turks-Armeense relatie, omdat Turkije voor een verbetering de oplossing van het conflict Nagorno-Karabach als voorwaarde stelt.
Deelt u de mening van de presidenten van de lidstaten van de Minsk Group van de Organisatie voor Veiligheid en Samenleving in Europa (OVSE) dat de tijd is aangebroken om tot een vreedzame oplossing van dit conflict te komen?2 Indien ja, op welke wijze zal Nederland hier een rol in spelen?
Ik steun de gezamenlijke verklaring tijdens de G-8 top in Deauville van de drie presidenten van de landen die als co-voorzitters van de OVSE-Minsk groep optreden. De presidenten hebben hiermee een krachtig signaal afgegeven dat de huidige status quo niet acceptabel is en dat gebruik van geweld om een oplossing te forceren sterk zal worden veroordeeld.
Nederland steunt de inspanningen van de Minsk-groep. De Minsk-groep heeft voorstellen gedaan, die een gepaste en gebalanceerde basis vormen om tot een akkoord te komen. De komende maand zijn verschillende besprekingen voorzien tussen betrokken partijen, in de hoop dat op 24 juni a.s. tijdens een bijeenkomst in Kazan (Rusland), op instigatie van de Russische president Medvedev, de presidenten van Azerbeidzjan en Armenië reële voortgang kunnen boeken. Hoewel de EU geen deel uitmaakt van de Minsk-groep, zal zij bij de uitwerking van een akkoord een belangrijke rol kunnen en moeten vervullen waar het wederopbouw betreft. Nederland zal zowel bilateraal als in multilateraal verband blijven aandringen op een vreedzame oplossing van het conflict.
Kunt u toelichten of Nederland een actieve rol op zich neemt als het gaat om de mensenrechtensituatie in Azerbeidzjan respectievelijk Armenië? Indien ja,op welke wijze wordt hier uitvoering aan gegeven?
De dialoog met beide landen over democratie en mensenrechten maakt onderdeel uit van het Oostelijke Partnerschap van de EU. Ook in de onderhandelingen over een associatieakkoord staat respecteren van mensenrechten voortdurend op de agenda. In hun gesprekken met autoriteiten wijzen hoge vertegenwoordigers van de EU op de verplichtingen die beide landen in internationaal kader, zoals de OVSE en de Raad van Europa, reeds op zich hebben genomen. Waar gewenst staat het EU-instrumentarium ter beschikking om de landen te ondersteunen bij hervormingen op dit gebied. Binnen de EU speelt Nederland een actieve rol om de invulling van deze agenda maximaal te beïnvloeden. Tevens ontplooit Nederland bilaterale initiatieven ter ondersteuning van democratische hervormingen in beide landen en wordt de mensenrechtensituatie in de bilaterale contacten structureel opgebracht.
Wat is de Nederlandse opstelling ten aanzien van media- en persvrijheid in beide landen? Speelt Nederland een actieve rol om media- en persvrijheid te bevorderen in beide landen? Indien ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
De ontwikkelingen in beide landen met betrekking tot media- en persvrijheid laten een gemengd beeld zien en vragen om blijvende aandacht en betrokkenheid. Ik heb de voortijdige vrijlating van gewetensgevangenen in beide landen verwelkomd. Tegelijkertijd zijn de recente arrestaties van jonge activisten rond demonstraties in Azerbeidzjan reden tot zorg. De EU heeft dit in verklaringen expliciet kenbaar gemaakt. Nederland ondersteunt dergelijke interventies. In gesprekken met de Azerische regering heeft Nederland aangegeven dat verbetering van de mensenrechtensituatie van belang is. In Armenië speelt Nederland met beperkte middelen een actieve rol om media- en persvrijheid te bevorderen. Zo hebben recente projecten bijgedragen aan het opbouwen en versterken van onafhankelijke online media, regionale media en de capaciteit van onderzoeksjournalistiek.
Bent u bereid dit conflict- indien de onderhandelingen tijdens een geplande bijeenkomst in juni 2011 te Kazan spaak lopen – rechtstreeks of in EU-verband ter sprake te brengen? Zo ja, op welke wijze zult u dit doen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord bij vraag 3.
Frauderende bewindsvoerder(s) |
|
Jeroen Recourt (PvdA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Bewindvoerderskantoor dupeert zestig mensen»?1
Ja.
Hoe lang heeft het geduurd voordat het bij de gedupeerden bekend was dat zij bestolen waren? Waarom is dit niet eerder opgemerkt?
Blijkens het vonnis van de Rechtbank Assen (LJN: BQ7820) konden deze diefstallen in korte tijd op deze schaal gebeuren omdat de rekeningen van de slachtoffers gekoppeld waren aan de rekening van de bewindvoerder, de zogenaamde spilrekening. Bij deze rekening hoorde een pinpas waarover de dader als medewerker van het kantoor van de bewindvoerder de beschikking had. Via deze pas had hij toegang tot alle gekoppelde rekeningen.
Nadat de bewindvoerder op de hoogte raakte van de transacties heeft zij eerst een en ander zelf onderzocht, vervolgens de rekening geblokkeerd, haar medewerker bevraagd, en de diefstal gemeld bij de met het toezicht in deze schuldsaneringzaken belaste rechters-commissarissen. Tussen de ontdekking van de transacties door de bewindvoerder en haar melding zat een periode van 10 dagen.
Hoe komt het dat zo'n groot aantal personen slachtoffer is geworden van dit kantoor?
Zie antwoord vraag 2.
Heeft de controle op de bewindvoerder gefaald? Zo ja, op welke wijze? Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Zo nee, hoe heeft de fraude kunnen gebeuren ondanks de controle?
De rechtbank in Rotterdam heeft in haar vonnis in kort geding van 7 oktober 2008 bepaald dat het de rechter-commissaris vrij staat om het toezicht op de betalingen van de bewindvoerder zo vorm te geven dat pas achteraf, bij sluiting van het dossier, controle op de feitelijke geldstromen plaatsvindt. Van belang is dat het misbruik van de rekeningen aan het licht is gekomen en daarop passende maatregelen tegen betrokkene zijn genomen.
Was het kantoor aangesloten bij een beroepsvereniging? Zo nee, zou dat wenselijk zijn geweest?
De ledenlijst van de enige branchevereniging van bewindvoerders Wsnp (BBW) is niet openbaar. De BBW toetst haar leden niet op kwaliteit. Die taak is bij algemene maatregel van bestuur toebedeeld aan de Raad voor Rechtsbijstand. Deze organisatie ontwikkelt in samenspraak met de sector en de rechterlijke macht kwaliteitscriteria en organiseert de toetsing. Zie hierover ook het antwoord op vraag 7. Ik heb daarom geen oordeel over de wenselijkheid van aansluiting bij de beroepsvereniging.
Op welke wijze worden de gedupeerden thans bijgestaan? Worden zij bijgestaan in het verhalen van hun schade? Hebben zij voortvarend een nieuwe bewindvoerder toegewezen gekregen?
De betreffende bewindvoerdersorganisatie is inmiddels failliet verklaard. Zij is door de opvolgende Wsnp-bewindvoerder namens de schuldeisers in die dossiers mede aansprakelijk gesteld voor de financiële schade die bij deze schuldeisers ligt.
De schuldenaren die aan het toezicht van de ontslagen bewindvoerder waren toevertrouwd ondervinden zelf geen financiële schade. Zij hebben namelijk aan hun verplichting voldaan door een deel van hun inkomen en/of vermogen aan de bewindvoerder beschikbaar te stellen. Voor het verloop of de uitkomst van hun schuldsanering heeft dit incident geen gevolg. Bij de beoordeling of de schuldenaar een schone lei verdient, is immers bepalend of een uiterste inspanning is geleverd om schuldeisers zo ver mogelijk tegemoet te komen. Het resultaat van die inspanningen is daarbij niet bepalend.
Op welke wijze wordt de kwaliteit van de professionele bewindvoerder geborgd?
De controle op de bewindvoerder is op drie niveaus georganiseerd. De Raad voor Rechtsbijstand toetst of een bewindvoerderorganisatie voldoet aan de kwaliteitsstandaard Wsnp2. Dit zijn criteria op het gebied van bedrijfsvoering, onafhankelijkheid en (financiële) continuïteit. Daaronder horen ook procedures voor het beheer van boedelrekeningen. Onafhankelijke auditoren beoordelen tijdens een bedrijfsbezoek of aan alle eisen voldaan is. Driejaarlijks vindt een her-audit plaats. Medewerkers van gecertificeerde organisaties kunnen worden ingeschreven in het bewindvoerdersregister van de Raad3. Kandidaat-bewindvoerders moeten een speciale beroepsopleiding met succes hebben doorlopen, een Verklaring omtrent gedrag overleggen, een aansprakelijkheidsverzekering hebben afgesloten en aan andere individuele eisen voldoen alvorens ingeschreven te kunnen worden. Ook op dit niveau vindt periodiek hertoetsing plaats.
Op dossierniveau controleert de rechter-commissaris of de bewindvoerder zijn wettelijke taken adequaat uitvoert. Dit gebeurt onder meer aan de hand van periodieke verslagen die de bewindvoerder uitbrengt over het verloop van iedere schuldsanering. In een aantal gevallen kunnen betalingen alleen worden verricht na goedkeuring van de rechtbank. Dit toezicht wordt deels uitgevoerd op basis van de wet en deels op basis van landelijke afspraken die de rechtbanken hebben gemaakt.4
Een aangekondigde islamitische conferentie aan de Universiteit Leiden |
|
Joram van Klaveren (PVV), Harm Beertema (PVV) |
|
Marja van Bijsterveldt (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de aankondiging van de conferentie «Appliying Sharia in the West»?1
Ja.
In hoeverre deelt u de opvatting dat de persoon Faiz Siddiqi, die samenwerkt met een sharia-nastrevende organisatie als Hizb ut-Tahrir en de vrijheid van meningsuiting wil beperken als het gaat om kritiek op de islam, een gevaar vormt voor de vrijheid?
De Hizb-ut-Tahrir is een politieke islamitische beweging die streeft naar (her)oprichting van een islamitische staat. De ideologie van de Hizb ut-Tahrir bevat antiwesterse, antisemitische en anti-integratieve elementen, maar ze roept niet op tot geweld en vormt geen voedingsbodem voor gewelddadige radicalisering. De Hizb-ut-Tahrir in Nederland hanteert tot nu toe democratische middelen en blijft binnen de grenzen van de wet.
In Nederland zijn mensen vrij om, binnen de wettelijke grenzen, hun leven naar eigen inzicht, waarden en levensovertuiging in te richten en om daaraan uiting te geven. Tegen gedrag dat de grenzen van die rechtsstaat overschrijdt, zal het kabinet zonder pardon optreden.
Deelt u de mening dat de samenwerking tussen de Universiteit Leiden en het ECFR (European Council for Fatwa and Research), waar de extremistische, antisemistische en homofobe sjeik Al Qaradawi voorzitter van is, zo spoedig mogelijk moet worden beëindigd? Zo nee, waarom niet?
Van de zijde van LUCIS is mij meegedeeld dat er geen sprake is van samenwerking tussen het LUCIS en de ECFR.
Bent u van mening dat de samenwerking tussen de Universiteit Leiden en de extremistische organisatie ECFR, het uitnodigen van personen die samenwerken met sharia-nastrevende organisaties en de centrale vraagstelling van de conferentie, tekenend zijn voor de voortgaande islamisering van het onderwijs? Zo nee, waarom niet?
Nee. Het gaat om een activiteit van LUCIS als samenwerkingsverband voor academisch debat en onderzoek. Ik zie dat niet als tekenend voor de voortgaande islamisering van het onderwijs. Verder verwijs ik naar het antwoord op vraag 3.
Het onthaal van terroriste Leila Khaled in Zweden |
|
Raymond de Roon (PVV) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Something rotten in Sweden»1 en het protest van het Wiesenthal Centre2?
Ja, ik ben bekend met deze berichten.
Klopt het dat mevrouw Leila Khaled lid is van het Centraal Comité van het door de Europese Raad als terroristische organisatie3 aangemerkte Popular Front for the Liberation of Palestine?
Mevrouw Leila Khaled is betrokken bij het Popular Front for the Liberation of Palestine (PFLP). De PFLP staat sinds 2002 op de Europese terrorismelijst, mevrouw Khaled niet.
Deelt u de mening dat het verlenen van toegang en het onthalen van een beruchte terroristische vliegtuigkaapster zoals mevrouw Khaled in een EU-land haar een status geeft die ze nooit verdient? Zo nee, waarom niet?
Binnen het kader van de toepasselijke EU-regels beslist elk EU-land zelfstandig over toelating van vreemdelingen. De bestaande regelgeving belette de Zweedse overheid niet mevrouw Khaled toegang te verlenen. De Zweedse overheid was niet betrokken bij haar publieke optredens. Ik heb daarom geen grond om de Zweedse ambassadeur hierop aan te spreken.
Bent u bereid de Zweedse ambassadeur over deze gang van zaken om opheldering te vragen en de Tweede Kamer daarover te informeren? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Overstapproblemen in het OV |
|
Jacques Monasch (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Losse buskaartjes stuk duurder in Westland»?1
Ja.
Is het waar dat de prijzen van losse buskaartjes in het Westland na de afschaffing van de strippenkaart fors zijn gestegen?
De tarieven van het openbaar vervoer in het Westland zijn een verantwoordelijkheid van het Stadsgewest Haaglanden. Ik heb uw vragen dan ook uitgezet bij de regiobestuurder, die namens de regio het openbaar vervoer in zijn portefeuille heeft. Dit geldt dus ook voor de prijzen van de losse buskaartjes, de zogenaamde papieren ritkaartjes. Het Stadsgewest Haaglanden heeft mij laten weten dat de papieren ritkaartjes nieuw zijn in het assortiment en bedoeld zijn voor de enkele reiziger die nog niet beschikt over een OV Chipkaart. De bevoegdheid voor het introduceren van «eigen kaartjes» had het Stadsgewest overigens ook in het strippenkaarttijdperk.
De strippenkaart (zowel in de voorverkoop als in de bus) is sinds 19 mei 2011 in het Stadsgewest Haaglanden afgeschaft. Zoals u weet heeft de onafhankelijke commissie Kist positief getoetst op de kostenneutrale overgang voor de totaliteit van de reizigers. De prijs van de papieren ritkaartjes is ook onderdeel geweest van de toets van de Commissie Kist. Voorts geldt de afspraak over een jaar tariefrust, die ik in het belang van de reiziger heb gemaakt met de decentrale overheden, voor alle tarieven, dus ook voor de papieren ritkaartjes. De tarieven zoals die zijn vastgesteld op het moment van het afschaffen van de strippenkaart, mogen vervolgens een jaar lang niet verhoogd worden, behoudens de indexering die door mijn ministerie wordt vastgesteld.
Volgens het Stadsgewest is de overgang naar de OV-chipkaart in de regio zonder problemen verlopen. Het Stadsgewest Haaglanden heeft mij laten weten dat bij de overgang naar de OV-chipkaart bewust is gekozen voor een eenvoudig tariefsysteem voor het geval de reiziger toch een los papieren kaartje in de bus wil kopen. De reiziger kan dan bij de chauffeur een papieren ritkaartje kopen dat uitsluitend geldig is voor 1 enkele rit. Afhankelijk van de lengte van de rit kost dit papieren ritkaartje € 3,50 (korte trajecten) of € 7,00 (lange trajecten).
Het Stadsgewest Haaglanden heeft mij laten weten dat het tarief van het papieren ritkaartje relatief hoog is in vergelijking tot de prijs van de rit indien met de OV-chipkaart wordt gereisd, en ook hoger in vergelijking tot het tarief van de strippenkaart wagenverkoop voordat deze per 19 mei 2011 werd afgeschaft. Het Stadsgewest Haaglanden geeft aan dat zij heeft ingestemd met dit voorstel van vervoerder Veolia, om daarmee het kopen van een kaartje in de bus te ontmoedigen; ook het reizigersoverleg ROCOV Haaglanden heeft hierover positief geadviseerd. Volgens het Stadsgewest Haaglanden zijn de communicatie-inspanningen er dan ook op gericht om reizigers te verleiden tot het aanschaffen en het gebruiken van een OV-chipkaart. Het Stadsgewest Haaglanden is van mening dat als meer reizigers gebruik maken van de OV-chipkaart, de chauffeur over minder kasgeld in de bus beschikt, hetgeen de veiligheid verhoogt. Tevens verloopt de busrit vlotter.
Wat is uw oordeel over de situatie waarbij de vervoerders Veolia en HTM allebei hun eigen kaartjes verkopen en reizigers die moet overstappen tussen de bedrijven een nieuw kaartje moeten kopen?
Deze situatie doet zich niet voor indien de reiziger reist met de OV-chipkaart. De reiziger reist met de OV-chipkaart voordeliger dan met het papieren ritkaartje en er kan overgestapt worden tussen de vervoersbedrijven binnen 35 minuten zonder dat er opnieuw een basistarief (ook wel opstaptarief genoemd) moet worden betaald.
Bent u met ons van mening dat de OV-chipkaart is bedoeld om het Openbaar Vervoer makkelijker te maken en dat busreizigers in het Westland nu duurder uit zijn én meer problemen ondervinden dan in de rest van de regio door het afschaffen van de strippenkaart?
De mening dat de OV-chipkaart bedoeld is om het Openbaar Vervoer makkelijker te maken deel ik. Met de OV-chipkaart is het niet nodig om de dure losse papieren buskaartjes die alleen voor 1 rit geldig zijn, aan te schaffen. Ook in het Westland kunnen reizigers met de OV-chipkaart reizen, ongeacht de vervoerder. Bij overstappen met de OV-chipkaart binnen 35 minuten ondervindt de reiziger geen enkel nadeel; het basistarief van € 0,79 wordt dan niet opnieuw in rekening gebracht, ook niet als dit een overstap betreft tussen verschillende stads- en streekvervoerders. Zie ook het antwoord op vraag 2.
De prestatielijst van ziekenhuizen bij de behandeling van blaaskanker door zorgverzekeraar CZ |
|
Renske Leijten (SP), Henk van Gerven (SP) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het feit dat zorgverzekeraar CZ een lijst heeft opgesteld en gepubliceerd waarop de prestaties van de Nederlandse ziekenhuizen op het gebied van blaasverwijderingsoperaties in vier categorieën worden weergegeven, waarbij met een aantal ziekenhuizen zelfs geen contracten meer worden afgesloten?1
Het past binnen het zorgverzekeringsstelsel en de Zorgverzekeringswet dat zorgverzekeraars zorg inkopen voor hun verzekerden op basis van kwaliteits- en doelmatigheidseisen.
Een belangrijk oogmerk van de Zorgverzekeringswet is dat zorgverzekeraars in hun rol als inkoper van zorg de doelmatigheid en de kwaliteit van zorg bevorderen. Zorgverzekeraars kunnen daarbij, voor zover de wet dat toelaat, met zorgaanbieders contractuele afspraken maken over de prijs, het volume, de kwaliteit en de organisatie van zorg. Zij kunnen ervoor kiezen onderscheid te maken tussen zorgaanbieders en alleen die zorg in te kopen die voldoet aan de eisen die zij zelf stellen. Zorgverzekeraars hebben hun eigen overwegingen van concurrentiële aard om hun contracteerbeleid vorm te geven. De kwaliteit en doelmatigheid van de zorg spelen daarbij een belangrijke rol. Ik juich dat toe.
De Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU) heeft kwaliteitsnormen opgesteld voor de behandeling van patiënten met blaaskanker. Het betreft minimumeisen waar de zorg aan moet voldoen. De criteria die zorgverzekeraar CZ hanteert voor blaasverwijderingsoperaties zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en gesprekken met de NVU en patiëntenorganisaties (Vereniging Waterloop, NFK, NCZ en Zorgbelang). Het gaat daarbij om het volume per locatie, de aanwezigheid en samenstelling van het multidisciplinair overleg, de aanwezigheid van een gespecialiseerde verpleegkundige en ruime ervaring met verschillende vormen van urineafleidingen.
Hoe betrouwbaar is een dergelijke lijst, waarbij de ziekenhuizen gecategoriseerd worden in de categorieën «best», «goed», «kan beter» en «niet gecontracteerd», waarbij niet de feitelijke en gevalideerde morbiditeits- en mortaliteitscijfers bekend zijn? Hebben zorgverzekeraars als CZ de expertise daar voor in huis?
Zorgverzekeraar CZ beoordeelt ziekenhuizen die blaasverwijderingsoperaties uitvoeren aan de hand van volume-indicatoren en andere, inhoudelijke indicatoren. De volume-indicatoren hebben betrekking op het aantal blaasverwijderingsoperaties per jaar. Aangezien er ook volgens de NVU een duidelijke relatie bestaat tussen het aantal blaasverwijderingsoperaties en de overlijdenskans na deze operatie, hanteert CZ, in navolging van de NVU, een minimumnorm van ten minste 10 operaties per jaar. Ik ben nog steeds van mening dat – gegeven deze relatie – het volume van de medische verrichting, naast kwaliteits- en veiligheidseisen, medebepalend is voor de kwaliteit van de zorg.
Wat moeten patiënten met een dergelijke lijst, die er alleen maar toe kan leiden dat, als patiënten de beste zorg willen, althans volgens de lijst van CZ, zij die voor een blaasverwijdingsoperatie in aanmerking komen voor behandeling naar het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis of het Universitair Medisch Centrum St. Radboud moeten gaan?
In veel zorgdisciplines zijn kwaliteitsnormen in ontwikkeling. De totstandkoming van kwaliteitsnormen en de indeling van ziekenhuizen in categorieën leidt tot een toename van keuze-informatie voor de patiënt en van de transparantie van de geboden zorg. Patiënten kunnen daar hun voordeel mee doen, al kan ik mij voorstellen dat dit, zeker in het begin, leidt tot verwarring bij de patiënt over wat nu goede zorg is. De toegenomen aandacht voor kwaliteit en de openbaarmaking van kwaliteitsinformatie zullen er uiteindelijk toe leiden dat instellingen de kwaliteit van zorg verbeteren.
Is dit niet gewoon een reclameinstrument van CZ? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Hebben de tien ziekenhuizen die volgens CZ onvoldoende scoren al eerder te maken gehad met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)? Hoe gevaarlijk zijn de uitgevoerde operaties in deze ziekenhuizen? Heeft de IGZ daar mortaliteits- en morbiditeitsgegevens over die een dergelijke brandmerking rechtvaardigen? Hoe geloofwaardig is het als CZ de blaasverwijderingsoperaties in een ziekenhuis onvoldoende noemt en daardoor dit ziekenhuis niet meer contracteert, terwijl de IGZ dit ziekenhuis niet verder onderzoekt of heeft onderzocht? Is een blaasverwijderingsoperatie in een van deze ziekenhuizen veilig of niet?
De behandeling van blaaskanker behoort tot de groep zogenaamde «hoog risico/ laag volume» verrichtingen. Ten aanzien van deze en andere ingrepen worden pas de laatste jaren afspraken gemaakt over het minimumaantal ingrepen dat een ziekenhuis zou moeten uitvoeren. Duidelijk is dat het frequenter uitvoeren van bepaalde, met name complexe, ingrepen de kans op extra risico’s doet afnemen.
In Nederland zijn relatief weinig patiënten waarbij een blaasverwijderingsoperatie wordt uitgevoerd. Het gevolg hiervan is dat de uitkomstdata van blaaskankerbehandelingen op instellingsniveau voor de IGZ niet geschikt zijn om op dat niveau uitspraken te doen over de kwaliteit van deze behandeling. Dat geldt ook voor de tien ziekenhuizen die in 2012 niet door zorgverzekeraar CZ gecontracteerd worden. De indeling van ziekenhuizen in deze categorie door zorgverzekeraar CZ heeft dan ook primair betrekking op het aantal uitgevoerde operaties per jaar en niet op mortaliteits- en morbiditeitsgegevens. Bij IGZ zijn met betrekking tot deze behandeling door de desbetreffende 10 ziekenhuizen, geen klachten of meldingen bekend.
De IGZ onderschrijft het standpunt dat concentratie van kennis, ervaring en (technische) faciliteiten de kans op ernstige complicaties zal verminderen en bijgevolg de kwaliteit van zorg kan vergroten. Het gaat immers om een technisch complexe ingreep die veel ervaring vraagt.
Herinnert u zich de antwoorden op eerdere vragen over een soortgelijke ranglijst door zorgverzekeraar Achmea?2 Staat u nog steeds op het standpunt dat zorgaanbieders zelf in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor goede en verantwoorde zorg? Bent u van mening dat in Nederland alle aangeboden zorg per definitie goed en verantwoord dient te zijn en dat de IZG dat controleert?
Zorgaanbieders zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om te bepalen wat verantwoorde zorg is. Zoals in het antwoord op de vragen 1 en 4 is aangegeven past het binnen het huidige zorgverzekeringsstelsel en de Zorgverzekeringswet dat zorgverzekeraars zorg inkopen op basis van eigen kwaliteits- en doelmatigheidseisen. De IGZ beoordeelt of de geleverde zorg verantwoord is en toetst dat aan de professionele standaard. Met het Kwaliteitsinstituut wordt een extra impuls gegeven aan de transparantie van kwaliteitsinformatie.
Er kunnen, gegeven ieders verantwoordelijkheid, verschillen en overeenkomsten bestaan tussen de normen voor verantwoorde zorg die de IGZ hanteert en de kwaliteits- en doelmatigheidseisen die verzekeraars bij zorginkoop stellen. Beide maatstaven zijn immers ontwikkeld voor verschillende doeleinden, te weten toezicht en zorginkoop. Mede gelet op mijn antwoord op de vragen 1 en 4 zie ik geen reden om met zorgverzekeraars de afspraak te maken dat zij moeten afzien van het opstellen en publiceren van scorelijsten van ziekenhuizen. Integendeel, ik juich het toe dat zorgverzekeraars steeds kritischer worden over de kwaliteit van de in te kopen zorg.
Deelt u nog steeds de mening dat niet de kwantiteit of het «volume» van een medische verrichting doorslaggevend is voor het vaststellen van kwaliteit maar eerder zaken als uitkomst van de behandeling en overlevingskans van de patiënt?2
Zie antwoord vraag 2.
Vindt u niet dat de IGZ de instantie is die op basis van de wetenschap vormgegeven door de medische beroepsgroepen moet bepalen wat de norm is waaraan ziekenhuizen moeten voldoen? Wordt het niet chaos als vandaag een zorgverzekeraar en morgen de IGZ op basis van verschillende normen gaat bepalen wat voldoende kwaliteit van zorg is? Zo neen, kunt u dit toelichten?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u bereid de IGZ deze rol te geven en met de commerciële zorgverzekeraars de afspraak te maken dat zij afzien van het maken van dergelijke lijstjes om elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen?
Zie antwoord vraag 6.
Is het niet zo dat als de IGZ haar werk goed doet, dergelijke acties van zorgverzekeraars overbodig worden? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u bereid de beroepsverenigingen en ziekenhuizen in samenspraak met de IGZ aan te sporen en goede voorwaarden te scheppen om te komen tot een goede gevalideerde morbiditeits- en mortaliteitsregistratie bij ingewikkelde operaties met een grotere kans op morbiditeit en mortaliteit? Zo neen, waarom niet? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen?
Het registreren van gegevens over de uitkomsten van zorg door beroepsgroepen is een vereiste dat voortvloeit uit de Kwaliteitswet Zorginstellingen. Het is, gelet op de relatief kleine patiëntenaantallen per instelling, niet mogelijk om over morbiditeit en mortaliteit betrouwbare uitspraken op instellingsniveau te doen.
Het is primair de rol van de beroepsgroepen, daartoe gesteund door ondermeer de IGZ en zorgverzekeraars, om te bezien welke kengetallen er naast volumenormen voor het aantal verrichtingen in de professionele standaarden opgenomen moeten worden.
De uitzending 'Sluimerend bewustzijn' van KRO Brandpunt |
|
Karen Gerbrands (PVV) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de tv-uitzending «Sluimerend bewustzijn»?1
Ja.
Wat is uw reactie op de stelling dat comapatiënten en hun familie in Nederland te horen krijgen: «Stop hem maar in een verpleegtehuis. Behandelen kan wel maar doen we niet in Nederland. Te duur»?
Waarop deze stelling concreet gebaseerd is wordt in de uitzending niet duidelijk gemaakt. Als het een mening is deel ik deze niet.
Klopt het dat bij 40% van de comapatiënten een foute diagnose wordt gesteld over het bewustzijn? Zo ja, wat vindt u van dit hoge percentage?
Nee dat is een onterechte conclusie. Een diagnose komt niet alleen tot stand op basis van bewustzijnsonderzoek maar ook op basis van lichamelijk onderzoek zoals de aanwezigheid van reflexen en volgbewegingen van de ogen. De discussie of het mogelijk en betekenisvol is om meer gedetailleerde niveaus te onderscheiden, hangt met name af van de gevolgen die dat kan hebben voor de therapie. Zie ook mijn antwoord op de vragen 5 en 6.
Klopt het dat onderzoekers in Luik een bewustzijnstest hebben ontwikkeld die de kans op herstel van comapatiënten kan voorspellen?
Het klopt dat de onderzoekers in Luik onderzoek doen naar het resterend bewustzijn van comapatiënten en de methoden om dit aan te tonen. In een interview met de Luikse onderzoekers uit 20092 wordt gesteld dat er ruimte is voor verbetering van de prognostische tests. Zij koppelen dat overigens vooral aan het voorspellen van de sterftekans op de intensive care.
Deelt u de mening dat elke comapatiënt recht heeft op een bewustzijnstest? Zo nee, waarom niet?
Ik interpreteer deze vraag als een vraag naar de aanspraak op vergoeding van deze test vanuit de basisverzekering. Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) heeft over de beoordeling van testen zeer recent een rapport uitgebracht3. In dat rapport wordt helder aangegeven wat er bij de beoordeling van een test komt kijken. De volgende passage die het kader schetst, is een rechtstreeks citaat uit dat rapport:
«Het CVZ beoordeelt als pakketbeheerder interventies op basis van gezondheidsuitkomsten voor patiënten. Dat geldt zowel voor therapeutische interventies, als ook voor tests. We gaan er vanuit dat medische tests niet alleen beoordeeld moeten worden op hun intrinsieke waarde, maar vooral ook op hun gevolgen voor de gezondheid van de patiënt. Het CVZ is als pakketbeheerder van opvatting dat betaling vanuit de basisverzekering (collectieve middelen), waarvoor een beroep op de solidariteit van alle verzekerden wordt gedaan, alleen gerechtvaardigd is als de interventie (in casu ook de medische test) daadwerkelijk nuttig is voor de gezondheid van degenen die de interventie ondergaan. Dat betekent dat in de visie van het CVZ een medische test alleen beschouwd kan worden als zorg conform «de stand van de wetenschap en praktijk» als aangetoond of aannemelijk gemaakt is dat toepassing van de test tot gezondheidswinst bij patiënten leidt. De medische test moet – kort gezegd – klinisch nut (clinical utility) hebben.
Klinisch nut doelt op een verbetering van de gezondheid van patiënten die de test ondergaan. Of er klinisch nut zal zijn hangt mede af van de behandeling in brede zin, die de patiënt krijgt nadat deze de test heeft ondergaan. De behandeling in brede zin die volgt op de test zal dus ook in de beoordeling van klinisch nut meewegen. Dit betekent dat voor het CVZ onderwerp van beoordeling zal zijn: de test-plus-behandelingstrategie. De term «behandeling in brede zin» omvat alle interventies die op basis van de test toegepast worden en invloed hebben op de uiteindelijke uitkomst voor de patiënt. Deze interventies kunnen zeer divers zijn en bijvoorbeeld bestaan uit therapeutische ingrepen, medicatie, aanvullende tests of wachtperiodes.» (Einde citaat).
Op dit moment valt alleen aan te geven dat om tot een positief oordeel te kunnen komen aanzienlijk meer informatie benodigd is over nut en noodzaak van test en behandeling dan in de uitzending4 getoond werd.
Deelt u de mening dat de bewustzijnstest door zorgverzekeraars vergoed moet worden, evenals de vervolgtherapie indien blijkt dat communicatie met de comapatiënt mogelijk is? Zo nee waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Welke maatregelen kunt u nemen om de behandeling van comapatiënten in Nederland te verbeteren?
Nader onderzoek moet de wegen aantonen waarlangs de uitkomst voor comapatiënten verbeterd kan worden. Het daarvoor noodzakelijke onderzoek kan via de door mij beschikbaar gestelde middelen zoals de Academische Component en de onderzoeksprogramma’s bij ZONMW worden bekostigd. Relevant onderzoek op dit vlak kan daarbinnen een plaats krijgen.
De AIVD die als vriendendienst medewerkers detacheert bij extreemlinkse terreurnetwerken |
|
André Elissen (PVV) |
|
Piet Hein Donner (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de artikelen «AIVD-mol volgde vegan streaker»1 en «Hulp AIVD voor extreem links»?2
Ja.
Is het waar dat een infiltrant van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) 25 jaar met en voor (extreem)linkse netwerken en organisaties werkte of hierbij betrokken was?
De AIVD is wettelijk verplicht zijn bronnen geheim te houden. Daarom kan ik in het openbaar niet ingaan op de vraag of een bepaald persoon al dan niet voor de AIVD actief is of is geweest.
Heeft de inzet van de infiltrant positieve resultaten opgeleverd of is alleen extreem links beter geworden van de inspanningen van deze door de overheid bekostigde medewerker?
In het openbaar kan ik niet specifiek ingaan op deze vragen. In algemene zin kan ik aangeven dat de AIVD vanuit zijn wettelijke taak onderzoek doet naar linksextremisme aangezien daar in potentie een bedreiging van kan uitgaan voor de democratische rechtsorde. Dergelijk onderzoek – zo blijkt ook uit de openbare jaarverslagen van de AIVD – vindt al meerdere jaren plaats. Op basis van dit onderzoek is de AIVD in staat gebleken ongekende dreigingen zichtbaar te maken en belanghebbenden, zoals politie en lokaal bestuur, te informeren over potentiële dreigingen, modus operandi en te verwachten acties.
Hoe beoordeelt u het citaat «In nauw overleg met de AIVD zou hij bepaalde gewelddadige acties tegen rechts-extremisten mede georganiseerd hebben»?2
In het openbaar kan ik niet specifiek ingaan op vraag 4. In zijn algemeenheid geldt dat de AIVD ten behoeve van zijn taakuitvoering wettelijk gezien de mogelijkheid heeft een natuurlijke persoon bij instructie van de dienst te belasten met het verrichten van handelingen die tot gevolg kunnen hebben dat medewerking wordt verleend aan het plegen van een strafbaar feit, dan wel dat er een strafbaar feit wordt gepleegd (Wiv 2002, art. 21). De toepassing van deze bevoegdheid geschiedt altijd op basis van een zorgvuldige afweging van de proportionaliteit en subsidiariteit. Het uitlokken van strafbare feiten door een agent wordt nooit toegestaan en is bovendien wettelijk verboden.
Deelt u de mening dat het absoluut ontoelaatbaar is dat een inlichtingendienst deelneemt aan gewelddadige acties?
Zie antwoord vraag 4.
Hoe is het mogelijk dat de AIVD of de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) niet op de hoogte was van de (voorgenomen) actie van Volkert van der Graaf om Pim Fortuyn te liquideren terwijl deze in dezelfde kringen actief was als de AIVD-mol?
De commissie Van den Haak heeft in 2002 onderzoek gedaan naar de beveiliging rondom de heer Fortuyn. In dat onderzoek zijn de activiteiten van de betrokken overheidsinstanties onder de loep genomen. Naar aanleiding van deze conclusie is besloten tot het inrichten van het nieuwe stelsel Bewaken en Beveiligen, zoals dat nu onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Veiligheid en Justitie functioneert. Voor de AIVD heeft dit geleid tot een nieuwe taak, namelijk het opstellen van dreigings- en risicoanalyses ten behoeve van het stelsel Bewaken en Beveiligen. Kern van deze taak is dat de AIVD, naast aandacht voor concrete dreigingen op basis van onderzoek naar bedreigers, ook aandacht heeft voor potentiële dreigingen bezien vanuit de bedreigde. Uw vraag waarom de AIVD voor de dood van de heer Fortuyn geen zicht had op de dader, is behandeld in het onderzoek van de commissie Van den Haak.
Welke rol heeft de AIVD of de toenmalige BVD gespeeld bij het oprichten van de Anti-Fascistische Aktie?
In het openbaar kan ik niet ingaan op deze vraag, zelfs indien de suggestie die in de vraag besloten ligt, pertinent onjuist is.
Heeft de AIVD extreemlinkse organisaties gesteund om bepaalde doelstellingen te bevorderen? Zo ja waarom? Hoe beoordeelt u dit?
Zie antwoord vraag 3.
Deelt u de mening dat medewerkers of infiltranten van de AIVD criminele netwerken moeten oprollen in plaats van oprichten?
De AIVD is een inlichtingendienst die tot taak heeft in het belang van de nationale veiligheid onderzoek te doen naar organisaties en personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat. De AIVD is geen opsporingsdienst. Wanneer de AIVD in het kader van zijn onderzoek kennis heeft van criminele activiteiten kan de AIVD overgaan tot het uitbrengen van een ambtsbericht aan het Openbaar Ministerie.
De EHEC-bacterie en antibiotica |
|
Marianne Thieme (PvdD) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Superbacterie EHEC resistent tegen gros van de antibiotica»?1
Ja
Is het waar dat EHEC resistent is tegen het gros van de antibiotica?
De EHEC-stam die de uitbraak van ziektegevallen in Duitsland veroorzaakt is resistent tegen meerdere soorten antibiotica (multiresistent), en eveneens ESBL-positief. Dat geldt niet per definitie voor andere EHEC-stammen.
Zijn er andere oorzaken denkbaar voor brede resistentie tegen antibiotica van een bacterie, anders dan dat er een directe of indirecte relatie is met het gebruik van antibiotica in de humane gezondheidszorg of in de veehouderij? Zo ja, welke oorzaken?
Nee. De keerzijde van het gebruik van antibiotica is het optreden van antibioticaresistentie, een natuurlijk verschijnsel. Door het gebruik van antibiotica bij mensen en dieren ontstaat selectiedruk en overleven juist die bacteriën die resistent zijn.
Kunt u aangeven hoeveel van de dierlijke mest die wordt toegepast in de biologische tuin- en akkerbouwafkomstig is van niet-biologische veehouderijen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u een overzicht daarvan naar de Kamer sturen?
Ja, staatssecretaris Bleker zal uw Kamer binnenkort een overzicht sturen.
Kunt u aangeven of oppervlaktewater dat besmet is met ESBL’s2 gebruikt wordt/mag worden voor irrigatie in de land- en tuinbouw? Zo ja, bent u bereid hier maatregelen tegen te nemen, zo ja op welke termijn en wijze?
Er zijn geen normen voor ESBL-producerende bacteriën in oppervlaktewater. Transmissieroutes zullen worden meegenomen in onderzoek dat het RIVM uitvoert naar ESBL-producerende bacteriën bij groenten en fruit. Daarnaast wachten staatssecretaris Bleker en ik de bevindingen van de Gezondheidsraad af. Afhankelijk van de resultaten zullen nadere stappen overwogen worden.
Deelt u de mening dat de overheid als taak heeft elke vorm van overdracht van ESBL’s uit de veehouderij naar plantaardige producten te voorkomen uit oogpunt van voedselveiligheid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u dit realiseren?
Ik vind het probleem van antibioticaresistentie erg zorgelijk. De overheid heeft de taak ervoor te zorgen dat de risico’s van resistentieontwikkeling en overdracht van resistentie zoveel mogelijk worden ingeperkt, zoals die van ESBL-producerende bacteriën. Daarom hebben wij aan u aangegeven dat het antibioticagebruik in de veehouderij in 2011 met 20% moet afnemen en tot 2013 met 50% gereduceerd moet worden ten opzichte van 2009. Hier wordt hard aan gewerkt. Op 26 mei hebben wij in een Algemeen Overleg hierover uitgebreid van gedachten gewisseld.
Daarnaast is de ondernemer zelf op grond van Europese regelgeving (Verordening (EG) 178/2002) de eerste verantwoordelijke voor het op de markt brengen van veilig voedsel.
Dit betekent dat de ondernemer zelf preventieve maatregelen moet treffen om gezondheidsrisico’s te beheersen. De ondernemer doet dit door de Europese wettelijke regels (verordeningen) en de Warenwet te volgen die deze verantwoordelijkheid invullen. De overheid controleert de naleving van die regels.
Bent u bereid een verbod in te stellen op handel, transport, lozing en injectie van dierlijke mest die ESBL’s bevat? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?
Het uitrijden en verwerken van mest wordt onder andere gereguleerd door Europese wetgeving die strikte voorwaarden stelt ter bescherming van de volks- en diergezondheid.
Er is op dit moment binnen Nederland en Europa te beperkt informatie beschikbaar over de rol van mest in relatie tot verspreiding van ESBL-producerende bacteriën. Er is meer onderzoek nodig om uitspraken te doen over de mogelijke oorzaak-gevolg verbanden en volksgezondheidsrisico’s. In de zomer gaat een onderzoek hiernaar van start. Ook wachten staatssecretaris Bleker en ik de bevindingen van de Gezondheidsraad af, of op het gebied van dierlijke mest nadere stappen moeten worden ondernomen.
Kunt u aangeven of er een verband bestaat of redelijkerwijze vermoed kan worden tussen EHEC en ESBL’s? Zo ja, welk verband? Zo nee, waarom niet?
EHEC is een specifieke E. coli variant. Van E. coli is bekend dat deze ESBL-positief kunnen zijn. Het is daarom niet vreemd dat een ESBL-positieve EHEC-stam in Duitsland is aangetroffen.
Kunt u aangeven of er een verband bestaat of redelijkerwijze vermoed kan worden tussen EHEC en het gebruik van antibiotica in de veehouderij? Zo ja, welk verband? Zo nee, waarom niet?
Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat er een verband is tussen EHEC en het gebruik van antibiotica in de veehouderij. Dit verband wordt voor andere resistente bacteriën wel vermoed. Om meer zicht te krijgen op de risico’s van het gebruik van antibiotica in de veehouderij voor de volksgezondheid verwachten staatssecretaris Bleker en ik in de zomer een advies van de Gezondheidsraad.
Is het waar dat volgens het RIVM3 de EHEC bacterie altijd afkomstig is uit mest van vee?4 Zo nee, waar kan de bacterie nog meer van afkomstig zijn? Zo ja, kunt u aangeven of er een direct of indirect verband is tussen de EHEC besmettingen en mest uit de veehouderij?
Herkauwende landbouwhuisdieren vormen het belangrijkste dierreservoir van EHEC-bacteriën. Echter, op basis van genetisch onderzoek is gebleken dat de uitbraakstam in Duitsland (O104) geen typische EHEC is maar eigenschappen bevat van zowel EHEC als van een ander type E. coli. Het is op dit moment voor de deskundigen van het RIVM-CIb onduidelijk waar de EHEC-uitbraakstam vandaan komt.
Een resistente bacterie in het Maasstad Ziekenhuis |
|
Khadija Arib (PvdA) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het bericht dat het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam al zeven maanden worstelt met de uitbraak van een zeer gevaarlijke en nagenoeg onbehandelbare bacterie, namelijk de Klebsiella pneumoniae?1
Ja.
Klopt het dat momenteel drie van de vier patiënten op de intensive care deze bacterie dragen en er in totaal tenminste 34 patiënten besmet zijn geraakt? Zo nee, wat zijn de werkelijke cijfers?
Omdat de populatie van de Intensive Care dagelijks wisselt, varieert het aantal patiënten met Oxa-48 producerende Klebsiella pneumoniae (K. pneumoniae). Dat maakt deze vraag moeilijk te beantwoorden.
In totaal is deze resistente bacterie tot nu toe bij 70 patiënten aangetoond. Gezien het feit dat het onderzoek nog lopende is zou dit aantal nog kunnen veranderen. De uitkomsten van het onderzoek, uitgevoerd door het Maasstad ziekenhuis met ondersteuning van het RIVM en UMCU, komen in september beschikbaar en zullen helderheid geven over het totaal aantal besmet geraakte patiënten. Overigens zijn de meeste patiënten niet ziek, maar alleen drager van het micro-organisme.
Klopt het dat de microbiologen van het Maasstad Ziekenhuis medio april 2011 geïnformeerd zijn over de besmetting met Klebsiella pneumonaie op de intensive care (ic), maar weinig met deze informatie hebben gedaan? Heeft de GGD Rotterdam pas op 26 mei 2011 bericht ontvangen van het Maasstad? Welke maatregelen neemt GGD Rotterdam momenteel?
De beschikbare data en de gang van zaken rondom de uitbraak worden nog nader onderzocht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), maar het volgende kan ik er vast over zeggen:
Het Maasstad Ziekenhuis is in april 2011 door de collega's van het Slotervaart Ziekenhuis geïnformeerd over de aanwezigheid van de Oxa-48 producerende K. pneumoniae. De bacterie werd aangetroffen bij een patiënt die overgebracht was van het Maasstad Ziekenhuis naar het Slotervaart Ziekenhuis.
Het Maasstad Ziekenhuis is in mei 2011 een intern onderzoek gestart waarbij ze heeft vastgesteld dat meerdere patiënten drager waren van de Oxa-48 producerende K. pneumoniae. Nadat dit was vastgesteld is dit op 26 mei 2011 gemeld bij de GGD Rotterdam.
Hoewel het bij een uitbraak van deze bacterie niet de specifieke taak van de GGD is, heeft de GGD de volgende acties ondernomen: Ze heeft contact gezocht met huisartsen, verpleeghuizen en andere zorgverleners in de omgeving om de situatie te monitoren. Tevens heeft ze de gemeenschap geïnformeerd via de regionale televisie en haar website2 en plaatsgenomen in het outbreakteam van het ziekenhuis. Binnen dit team draagt de GGD zorg voor de belangen van ontslagen patiënten en de gemeenschap in algemene zin.
Klopt het dat de Klebsiella pneumoniae resistent is voor de zwaarste categorie antibiotica, de carbepenem, en er enkel experimentele behandelingen overblijven om de infectie te bestrijden? Hoe effectief zijn deze behandelingen? Wat zijn de gezondheidsgevolgen van deze experimentele zorg voor de patiënt?
Het klopt dat de Oxa-48 producerende K. pneumoniae resistent is voor nagenoeg alle antibiotica, waaronder die uit de carbapenemgroep. Er is echter nog wel een enkel antibioticum over voor behandeling. Er blijven dus niet alleen experimentele behandelingen over. Ik beschik nog niet over de kennis van de effectiviteit en de mogelijke gezondheidsgevolgen van experimentele behandelingen, maar deze behandelingen worden vooralsnog niet toegepast.
Klopt het dat er sinds 2009 al een uitbraak is van Extended Spectrum Beta-lactamase (ESBL) op de ic van het Maasstad Ziekenhuis, maar deze niet is gerapporteerd? Heeft het Maasstad Ziekenhuis nog steeds last van deze ESBL? Hoeveel mensen zijn met deze ESBL besmet geraakt en naar welke plekken in Nederland hebben zij zich verplaatst?
Ja, het klopt dat het Maasstad Ziekenhuis sinds 2009 last heeft van ESBL-producerende bacteriën. ESBL-producerende bacteriën komen in meerdere ziekenhuizen voor. Het is niet gebruikelijk dat aanwezigheid van ESBL-producerende bacteriën wordt gerapporteerd bij de GGD. Indien deze bacteriën worden aangetoond moeten bepaalde (voorzorgs)maatregelen worden genomen om onder andere verdere verspreiding te voorkomen. Deze maatregelen staan beschreven in de richtlijnen van de Werkgroep Infectiepreventie (WIP). De WIP is een samenwerkingsverband van drie wetenschappelijke verenigingen op het gebied van infectiepreventie en ziekenhuishygiëne en maakt richtlijnen op het gebied van infectiepreventie voor de gezondheidszorg. De IGZ ziet toe op het naleven van deze richtlijnen.
Wat is het gevaar voor de volksgezondheid van deze resistente bacteriën in het Maasstad Ziekenhuis? Kunt u de rapportage van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) over het Maasstad Ziekenhuis zo snel mogelijk naar de Kamer sturen?
Een uitbraak met een resistente bacterie in een ziekenhuis is een lokaal probleem. De bestrijding binnen het Maasstad Ziekenhuis van de Oxa-48 producerende K. pneumoniae is in volle gang. Zoals bij vraag 2 gemeld vindt er een uitgebreid onderzoek onder grote groepen patiënten plaats. De uitkomsten van dit onderzoek zullen naar verwachting in september beschikbaar zijn. Zodra ik hierover beschik zal ik deze naar de Kamer zenden.
Bent u op de hoogte van meer uitbraken van resistente bacteriën in Nederlandse zorginstellingen of is het Maasstad Ziekenhuis een uniek geval?
De aanwezigheid van ESBL-producerende bacteriën neemt toe, zo blijkt uit de surveillance van het RIVM. Uitbraken met multiresistente bacteriën komen in meerdere ziekenhuizen voor. De aanwezigheid van de Oxa-48 producerende K. pneumoniaeis wel bijzonder en is slechts een enkele keer eerder voorgekomen in Nederland. Het is de eerste keer dat er sprake is van een uitbraak van de Oxa-48 producerende K. pneumoniae.
Welke maatregelen neemt u om de gezondheidsgevaren van de uitbraak in het Maasstad Ziekenhuis te minimaliseren?
De uitbraak in het Maasstad Ziekenhuis is een lokaal probleem dat om lokale actie vraagt. De verantwoordelijkheid ligt hiervoor in eerste instantie bij het ziekenhuis, met toeziend oog van de inspectie en ondersteuning van het RIVM bij het in kaart brengen en analyseren van deze uitbraak. Tevens heeft de IGZ d.d. 20 juli 2011 het Maasstad Ziekenhuis onder verscherpt toezicht gesteld en extra eisen aan het ziekenhuis gesteld zoals het aanstellen van een coördinator, in de vorm van een hoogleraar-arts-microbioloog, om de hygiënemaatregelen en infectiepreventiemaatregelen eenduidig toe te passen in het ziekenhuis.
Wat kunnen Nederlandse burgers doen om het risico voor hun gezondheid zo klein mogelijk te houden? Zijn er bepaalde gedragsvoorschriften?
De Oxa-48 producerende K. pneumoniae is een bacterie die voor gezonde mensen niet ziekteverwekkend is. Voor gezonde mensen vormt deze bacterie geen gevaar. De bacterie behoort tot de normale darmflora. Alleen als de bacterie buiten de darm in steriele weefsels komt kan dat tot infecties leiden. Dergelijke situaties kunnen in ziekenhuizen voorkomen. Nederlandse burgers kunnen gebruikelijke hygiënemaatregelen in acht nemen.
De berichten over sterfte door medicijnen |
|
Fleur Agema (PVV) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten «Jaarlijks honderden doden door medicijnen bij dementie» en «Inspectie: Wij krijgen nauwelijks meldingen van sterfte»?1
Ja, ik ben hiermee bekend.
Denkt u dat de schatting van dit enorme aantal slachtoffers, gebaseerd op Brits onderzoek, een juiste zou kunnen zijn? Zo nee, waarom niet?
Ik kan niet bevestigen of ontkennen dat deze schatting juist is. We kunnen dan ook op dit moment over de situatie in Nederland geen onderbouwde uitspraak doen.
Zo ja, zou het gebruik van antipsychotica bij dementie met onmiddellijke ingang gestopt moet worden?
Nee, dit benadeelt de patiënten waarbij de antipsychotica noodzakelijk zijn. Het gehele gebruik van antipsychotica met onmiddellijke ingang stopzetten is niet doeltreffend. Het gaat er om dat voor elke patiënt het juiste geneesmiddel om de juiste reden wordt voorgeschreven. Zoals de inspectie al aangeeft in het artikel in Trouw is een strenger regiem rond antipsychotica niet de oplossing. De oplossing zit hem in scholing, bewustwording van personeel en in het strikt volgen van de behandelrichtlijnen en het uitgangspunt daarbij is dat verpleeghuizen het hele behandelproces zorgvuldig documenteren.
Deelt u de mening dat goede verzorging en bejegening betere manieren zijn om onrust en agressie tegen te gaan dan het toedienen van schadelijke en levensgevaarlijke medicijnen?
Het is geen of of situatie want soms zijn medicijnen onmisbaar. Maar medicijnen mogen niet in plaats van goede verzorging en bejegening worden gebruikt. Via programma’s als «Zorg voor Beter» en «In voor Zorg» zijn en worden verbetertrajecten ingezet om het gebruik van deze medicijnen te verminderen en om door middel van psychosociale aanpak onrust en agressie tegen te gaan. Ook in de CBO richtlijn ‘Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie’ (2005), de herziene richtlijn probleemgedrag (2008) en handreikingen van Verenso (beroepsvereniging van specialisten in ouderengeneeskunde) wordt hieraan aandacht besteed. Via het kwaliteitsinstituut en de inzichten van verzorgenden zal hier nog een extra impuls aan worden gegeven.
Deelt u de uitkomsten van het onderzoek van Trouw en Medisch Contact waaruit is gebleken dat de bestaande behandelrichtlijn, volgens welke een psychosociale aanpak de eerste keus-behandeling dient te zijn, niet gevolgd wordt? Klopt dit? Zo ja, wat gaat u doen om te waarborgen dat de richtlijn gevolgd wordt?
De inspectie heeft dit niet zo aangegeven in het artikel in Trouw. Zij heeft niet onderzocht of de behandelrichtlijn wordt nageleefd. De inspectie onderzoekt op dit moment of, en zo ja hoe, zij kan toezien op naleving van de CBO Richtlijn Diagnostiek en Medicamenteuze behandeling van Dementie en de Verenso Richtlijn Probleemgedrag.
Bent u ervan op de hoogte dat de IGZ zegt nauwelijks meldingen van sterfte te ontvangen, en geen specifiek onderzoek naar dit medicijngebruik te doen? Zo ja, hoe is dit mogelijk?
Bij vermoeden van onnatuurlijke dood bestaat een meldplicht bij de inspectie.
De inspectie heeft in 2009 een grootschalig onderzoek gedaan naar de algehele medicatieveiligheid in de intramurale ouderenzorg. In 2010 en 2011 vindt follow-up plaats bij de organisaties die als risicovol naar voren kwamen. In dit brede onderzoek zijn niet alle specifieke vormen van medicijngebruik meegenomen worden. Van belang is om eerst de medicatieveiligheid als geheel aan te pakken.
Wilt u de IGZ onmiddellijk onderzoek laten doen naar de omvang van het huidige gebruik van antipsychotica bij dementerenden en naar het naleven van de behandelrichtlijn?
Ja ik zal in dit in mijn vragen aan de IGZ opnemen als deel van een scherpere focus op de juiste goede zorg aan dementerenden.
Aan de Radboud Universiteit te Nijmegen vindt momenteel onderzoek plaats naar factoren die van invloed zijn op het inzetten van psychofarmaca bij mensen met dementie.
Corruptie bij Eurojust |
|
Jeroen Recourt (PvdA) |
|
|
|
|
Is het Europese antifraudebureau een onderzoek begonnen naar corruptie binnen Eurojust?1
Voor zover mij bekend is OLAF, het Europees Bureau voor Fraudebestrijding, inderdaad een onderzoek begonnen bij Eurojust. De gang van zaken bij Eurojust en het onderzoek naar eventuele misstanden door OLAF vallen onder verantwoordelijkheid van de Europese Commissie. Ik ben daarom niet in een positie om over deze zaak mededelingen te doen. Ook is het niet aan mij om te oordelen over de vraag of er (voorlopige) maatregelen genomen moeten worden tegen degene(n) tegen wie het onderzoek loopt.
Is het waar dat de hoofdverdachte, hoofd van de afdeling informatiemanagement, niet is geschorst hangende het onderzoek? Begrijpt u de onrust van de werknemers die onder de leiding van het hoofd van de afdeling informatiemanagement moet functioneren? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Is het waar dat men bewijsmateriaal eenvoudig zou kunnen laten verdwijnen? Geldt dat ook voor de hoofdverdachte?Zo ja, deelt u dan de mening dat dit zeer zorgwekkend is? Zijn er maatregelen genomen waarmee wordt gegarandeerd dat er geen bewijsmateriaal verdwijnt? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Is het waar dat in 2009 de president van Eurojust ontslag heeft genomen omdat hij als aanklager medewerkers onder druk heeft gezet om een corruptieonderzoek naar de premier van Portugal te staken? Waren er andere bezwaren tegen het aanblijven van de president? Zo ja welke?
Mij is bekend dat de voorzitter van Eurojust op 17 december 2009 zijn ontslag heeft ingediend. Eurojust heeft voor zover mij bekend geen officiële mededelingen gedaan omtrent de redenen van dit ontslag. Ik kan uw vraag daarom niet beantwoorden.
Deelt u de mening dat het pijnlijk is dat juist bij een organisatie van misdaadbestrijders corruptie wordt onderzocht? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat kunt u hieraan, al dan niet in samenspraak met uw Europese collega’s, aan doen?
Voor de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in het openbaar bestuur is het van groot belang dat degenen die in dienst zijn van de overheid hun werk op integere wijze verrichten, zeker ook als zij werkzaam zijn bij een dienst die de bestrijding van criminaliteit tot taak heeft. Ieder incident dat aan die integriteit afbreuk doet is pijnlijk en valt te betreuren. Ik wijs er echter op dat het onderzoek naar de gang van zaken bij Eurojust nog loopt, en dat op dit moment niet vaststaat dat er sprake is geweest van misstanden. Als de uitkomst van dit onderzoek bekend is kan ik beoordelen of dit aanleiding geeft tot een reactie mijnerzijds, al dan niet in samenspraak met Europese collega’s.
Het bericht dat de vertrokken top van het Medisch Centrum Alkmaar (MCA) vorig jaar ruim een miljoen euro incasseerde |
|
Karen Gerbrands (PVV) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Miljoen voor vertrokken top MCA»?1
Ja, het bleek echter niet in de papieren versie van Medisch Contact te staan, maar alleen op de website.
Wat is uw inhoudelijke reactie op dit bericht?
Dit kabinet heeft zijn mening over de inkomenshoogte van bestuurders en toezichthouders in de publieke en de semipublieke sector (samen vormen ze «de collectieve sector») gegeven door er een wetsvoorstel over in te dienen dat die inkomens normeert. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft dat wetsvoorstel voor een wet om de topinkomens in de collectieve sector te normeren, in februari 2011 bij de Kamer ingediend, dossiernummer TK 32 600.
Deelt u de mening dat dit onaanvaardbare bedragen zijn?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u aangeven of deze bedragen overeenkomen met het verantwoord maatschappelijk niveau zoals omschreven in de wet normering topinkomens?
De wet normering topinkomens (WNT) is nog niet van kracht. Die wet komt er omdat de huidige honorering in een aantal gevallen te hoog wordt bevonden. Als dat wetsvoorstel van kracht wordt, geldt hij alleen voor nieuwe arbeidsovereenkomsten. Het heeft daarom geen zin om niet-geldende normen te leggen naast de in het artikel genoemde bedragen.
In die wet is trouwens het voornemen uit het regeerakkoord verwerkt om ontslagvergoedingen van bestuurders in de collectieve sector te beperken tot maximaal € 75 000.
In de Beloningscode voor Bestuurders in de Zorg (BBZ) worden ook de inkomens van interim-bestuurders genormeerd, zelfs al in het eerste jaar van hun aantreden. Na inwerkingtreding van de WNT kan daarmee ook de vergoeding voor interim-bestuurders worden teruggebracht tot aanvaardbaarder hoogtes.
Kunt u aangeven wat de financiële positie is van het MCA?
In het jaarverslag-2010 staat op de pagina’s 62 t/m 64 een overzicht van het financieel beleid van het MCA. Daaruit blijkt dat er een positief bedrijfsresultaat in 2010 was van circa € 9 miljoen en dat de solvabiliteit en het eigen vermogen zijn gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar. Volgens de verantwoording van het financiële beleid op de pagina’s 5 en 6 van dat jaarverslag geldt de stijging van de solvabiliteit en het eigen vermogen ook voor het Gemini Ziekenhuis.
Realiseert u zich dat dit geld niet terecht is gekomen bij de mensen die zorg nodig hebben? Wat is uw reactie hierop?
Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel waar u aan refereert, zullen deze inkomens en ontslagvergoedingen bij nieuwe arbeidsovereenkomsten verleden tijd zijn. Dat vind ik een goede zaak.
Welke actie kunt u ondernemen om te zorgen dat dit geld wel terecht komt bij de mensen die zorg nodig hebben?
Zoals ik recent ook in de Kamer heb verkondigd, bij het vragenuurtje van 7 juni, heb ik op dit moment geen instrument om in te grijpen in de salarissen van bestuurders en toezichthouders in de zorgsector. Ik heb de Kamer daarom in dat vragenuurtje opgeroepen om ervoor te zorgen dat het huidige wetsvoorstel over de topinkomens per 1 januari 2012 in werking kan treden. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Nota naar aanleiding van het Verslag bij het wetsvoorstel inmiddels naar de Kamer gestuurd.
Radioactief besmette containers |
|
Karen Gerbrands (PVV) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de artikelen «Minder controle op containers uit Japan»1 en «Meltdown in drie kernreactoren Fukushima»?2
Ja.
Bent u van mening dat 38 radioactief besmette containers in ongeveer twee maanden, er 38 te veel zijn en kunt u aangeven hoeveel daarvan op zee, in de havens en op de vliegvelden zijn opgemerkt? Zo nee, waarom niet?
Het aantal van 38 radioactief besmette containers in ongeveer twee maanden is, gezien de situatie in Fukushima, lager dan verwacht. Al deze overschrijdingen werden geconstateerd bij de detectiepoorten in de Rotterdamse haven. Bij 15 van de 38 containers werd bij nader onderzoek door de Kernfysische Dienst een daadwerkelijke overschrijding van de vervoersnorm gevonden. De meeste van deze containers zijn inmiddels schoongemaakt en daarna weer vrijgegeven.
Deelt u de mening dat de ramp in Fukushima veel groter is dan dat in eerste instantie werd gesteld en dat er altijd nog grote onzekerheden zijn, aangezien deskundigen van het Internationaal Atoomenergie Agentschap hun vraagtekens zetten bij het voornemen van eigenaar Tepco om de situatie bij de centrale begin volgend jaar volledig onder controle te hebben? Zo nee, waarom niet?
Ik ben van mening dat de ramp in Fukushima al direct als zeer ernstig is beoordeeld. In het begin waren nog weinig gegevens beschikbaar. Gaandeweg is meer duidelijk geworden hoe groot de schade is, alhoewel er nog altijd onzekerheden zijn over de ernst en aard van de schade ten gevolge van de verspreide radioactiviteit door de kerncentrale. Op dit moment kan nog niet exact worden bepaald wanneer de situatie in Fukushima weer volledig onder controle is. Ik heb dan ook geen reden om te twijfelen aan de resultaten van de beoordeling door de deskundigen van het Internationaal Atoomenergie Agentschap.
Bent u daarom van mening dat, totdat er vanuit Japan duidelijkheid is over de gang van zaken met de centrale, het controleren van containerschepen op zee door de Voedsel en Waren Autoriteit nog zeker met een jaar moeten worden verlengd? Zo nee, waarom niet?
Het controleren van containerschepen op zee is inmiddels gestopt. De belangrijkste reden daarvoor is dat in de afgelopen periode tijdens de metingen op zee geen besmetting met radioactiviteit is gemeten. Deze metingen waren minder nauwkeurig dan de metingen in de haven.
Deze metingen dragen niet langer bij aan de bescherming van de betrokken werknemers in de haven. Het besluit om deze metingen te stoppen, is in goed overleg tussen de betrokken overheidsinstanties en het bedrijfsleven tot stand gekomen. Mochten de lozingen van radioactieve stoffen in Japan toch weer groter worden, dan zal worden bezien of de metingen op zee wederom noodzakelijk zijn.
De controle door de Douane met de detectiepoorten in de haven blijft doorgaan. Dit zijn standaard metingen bij containers. Momenteel komen er nog sporadisch besmette containers binnen.
De steekproefsgewijze onderzoeken op de hoeveelheden Cesium-134, Cesium-137 en Jodium-131 bij levensmiddelen en diervoeders die worden uitgevoerd door de nieuwe Voedsel en Warenautoriteit op grond van de EU noodverordening (EU) 297/2011 zijn nu verplicht tot en met 30 september 2011.
In Brussel wordt door het Permanent comité voor de toxicologische veiligheid besloten of deze periode verlengd moet worden. Voor Nederland neemt het ministerie van VWS deel aan dit overleg. De besluitvorming zal afhangen van de analyseresultaten tot dan toe.
Het bericht dat het Maasstad ziekenhuis heeft gefaald bij de aanpak van een gevaarlijke bacterie |
|
Karen Gerbrands (PVV) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Maasstad Ziekenhuis faalt bij aanpak resistentie»?1
Ja.
Wat is uw reactie op het feit dat door het «niet adequate reageren» van het ziekenhuis inmiddels 34 patiënten besmet zijn geraakt met de gevaarlijke bacterie Klebsiella pneumoniae?
Het is een ingrijpende gebeurtenis wanneer mensen in het ziekenhuis een besmetting oplopen. Wanneer hierbij sprake is van onzorgvuldig handelen is dat extra ingrijpend. Echter, op dit moment is de eerste prioriteit dat het ziekenhuis alle maatregelen treft om verdere verspreiding te voorkomen, zodat de veiligheid van de patiënten geborgd is. Daartoe heeft de IGZ d.d. 20 juli 2011 het Maasstad Ziekenhuis onder verscherpt toezicht gesteld en extra eisen aan het ziekenhuis gesteld zoals het aanstellen van een coördinator, in de vorm van een hoogleraar-arts-microbioloog, om de hygiënemaatregelen en infectiepreventiemaatregelen eenduidig toe te passen in het ziekenhuis. Vervolgens zal nader onderzoek van de IGZ moeten uitwijzen of en in hoeverre er sprake is geweest van «niet adequaat reageren» of «onverantwoordelijk handelen». Naar aanleiding van de uitkomst van het inspectieonderzoek zullen eventueel stappen worden genomen.
Klopt het dat er nog meer patiënten besmet kunnen zijn en dat het probleem veel groter kan zijn dan nu bekend is?
Om meer zicht te krijgen op de toedracht van de besmetting en op de verspreiding ervan vindt op dit moment een uitgebreid onderzoek plaats. Uit het onderzoek blijkt dat 70 patiënten deze bacterie hebben. Gezien het feit dat het onderzoek nog lopende is zou dit aantal nog kunnen veranderen. De uitkomsten van het onderzoek worden in september verwacht. Overigens zijn de meeste patiënten niet ziek, maar alleen drager van het micro-organisme.
Bent u ervan op de hoogte dat verschillende bronnen melden dat de bacterie wellicht al in 2009 of 2008 aanwezig was? Beschikt u inmiddels over de juiste datum van de uitbraak?
De beschikbare data en de gang van zaken rondom de uitbraak worden nog nader onderzocht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), maar het volgende kan ik er vast over zeggen:
Recent onderzoek van het RIVM, UMCU en GGD heeft vastgesteld dat de uitbraak van de Klebsiella pneumoniae (K. pneumoniae) rond 1 juli 2009 is begonnen in het Maasstad Ziekenhuis. De K. pneumoniae is een bacterie die vaker infecties veroorzaakt bij Intensive Care patiënten.
Dit zelfde onderzoek heeft tevens uitgewezen dat het ziekenhuis vanaf oktober 2010 te maken heeft gehad met de aanwezigheid van een speciaal type van de K. pneumoniae, namelijk de Oxa-48 producerende K. pneumoniae. Dit speciale type K. pneumoniae is resistent voor antibiotica uit de carbapenemgroep.
Klopt het dat er een meldingsplicht geldt voor deze bacterie? Zo ja, wat zijn dan de sancties indien dit niet wordt opgevolgd?
Op basis van de Wet publieke gezondheid en de Kwaliteitswet zorginstellingen is er geen meldingsplicht voor deze bacterie als zodanig. Volgens de huidige stand van zaken is dat ook niet nodig. Of er, op grond van artikel 4a lid 2 van de Kwaliteitswet zorginstellingen, sprake is van een te melden calamiteit is onderdeel van het onderzoek van de inspectie.
Deelt u de mening dat het bestuur van het Maasstad ziekenhuis onverantwoordelijk gehandeld heeft? Zo ja, gaat u het bestuur hierop aanspreken?
Zie antwoord vraag 2.
Welke maatregelen gaat u treffen om dit «falen» van het bestuur aan te pakken, zodat dit niet meer voor kan komen?
Zie antwoord vraag 2.